Bijlage 1.Handhavingsverzoek ODNHN - 5-3-22
Tekst van het document
Aan: Omgevingsdienst Noord Holland Noord Postbus 2095 1620 EB Hoorn Van: <VERWIJDERD IVM PRIVACY> Betreft: RUD.264505 - verzoek tot handhaving op de in ontheffing genoemde voorwaarden, alsmede verzoek tot handhaving van de voorwaarden welke gesteld worden aan het verlenen van deze ontheffing bijlagen: foto’s van kapotte padden-omheining 1: 25-4-21 2: 13-12-21 3: 20-12-21 4: 17-2-22 5: 17-2-22 6: 17-2-22 Amsterdam, 5 maart 2022 L.S., middels dit schrijven verzoek ik u over te gaan tot handhaving van de Wet Natuurbescherming (WNB) en daarmee het per direct stilleggen van de werkzaamheden in de Lutkemeerpolder in Amsterdam. De Regionale Uitvoeringsdienst NH-Noord heeft Op 29 mei 2019 de GEM Lutkemeer CV onder voorwaarden een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.8 van de WNB. Aan genoemde voorwaarden wordt op meerdere punten niet voldaan. 1. De ontheffing had nooit verleend mogen worden, aangezien niet is voldaan aan art. 3.8 lid 5 van de WNB. De in de ontheffing genoemde ''dwingende reden van groot openbaar belang'' (pg 7 vd ontheffing) is dat er bedrijven uit de binnenstad vertrekken om ruimte te maken voor woningbouw. Dit wordt echter niet onderbouwd en is bovendien geen ‘’dwingende reden van groot openbaar belang’’. 2. Er is expliciet géén ontheffing verleend voor art. 3.5 lid 1 en art 3.1 lid 10 van de WNB. Beide artikelen worden op dit moment wel overtreden. 3.
Er is géén ontheffing aangevraagd, en dus ook niet verleend, mbt de drie in het flora en fauna onderzoek (Regelink Ecologie en Landschap, in opdracht van Tauw, Capelle aan den Ijssel: Soortgericht onderzoek | SGO_BusinessparkOsdorp_2eFase | RA18362-01) genoemde vleermuissoorten (de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), de laatvlieger (Eptesius serotinus) en de rosse vleermuis (Nyctalus noctula). De laatvlieger valt onder hetzelfde beschermingsregime als de rugstreeppad en
de waterspitsmuis (bron: Verdrag van Bern bijlage 2). Er had voor deze soort dus ook ontheffing aangevraagd moeten worden. 4. Er is géén ontheffing aangevraagd en dus ook niet verleend mbt de in de polder voorkomende vogels, hoewel volgens de Vogelrichtlijn (art. 1 en art. 5) vogels niet tijdens hun broedseizoen gestoord mogen worden. Volgens de broedvogelkalender van de Vogelbescherming is verstoring van de volgende soorten dus al vanaf half februari verboden: fuut, blauwe reiger, en turkse tortel. Vanaf 1 maart is dit verboden voor: aalscholver, grauwe gans, wilde eend, merel, en houtduif. 5. Er wordt niet voldaan aan punt 7 van de ontheffing (vereiste begeleiding vd werkzaamheden door een deskundige op het gebied vd in de ontheffing genoemde soorten). 6. Er is niet voldaan aan punt 8 van de ontheffing (alle betrokken partijen moeten op de hoogte gesteld worden van het ecologisch werkprotocol). 7. Er is niet voldaan aan punt 14 van de ontheffing (het aanleggen vd paddenwal en het regelmatig controleren hiervan op gebreken – zie bijlage 1 tm 6. Vraag: is voldaan aan punt 9 van de ontheffing? (minimaal 5 werkdagen voor start werkzaamheden moet melding gedaan worden van de start bij de RUD, onder toevoeging van het ecologisch werkprotocol) NB: in alle bovengenoemde gevallen ligt de bewijslast bij de ontheffingvrager.
Het bevoegd gezag (de Omgevingsdienst NHN) dient er op toe te zien dat de ontheffingvrager met sluitend bewijs komt. Verder is nog op te merken dat de vergunningverlening in strijd is met het bestemmingsplan 2013; er heeft geen Milieu Effect Rapportage (MER) toets plaatsgevonden; het te bebouwen gebied ligt in een Rijksbufferzone; de wijziging van de invulling van de bestemming (van Schiphol-gebonden naar stadsverzorgende distributie) brengt andere activiteiten met zich mee en daardoor toename verkeersbewegingen met meer overlast en CO2 en Stikstof uitstoot. Ik vertrouw er op dat u naar aanleiding van deze informatie snel en effectief zult optreden. Hoogachtend, <VERWIJDERD IVM PRIVACY>