Bijlage_1_Grondwateronderzoek_omgeving_VanEeghenstraat.pdf
Tekst van het document
Datum 13 mei 2024
Grondwateronderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam Jacqueline Flink, Liesanne Verwij, Kiki Dings, Caroline Waaijer
Classificatie: Openbaar
Ons kenmerk 23.021543 Versie 4 Projectnummer 09.0005-208-550
Inhoud
Samenvatting
5
1 1.1 1.2
Inleiding Aanleiding Referenties
9 9 9
2 2.1 2.2
Onderzoeksvragen Onderzoeks- en vergelijkingsgebied Onderzoeksvragen opdrachtgever en leeswijzer
10 10 11
3 3.1 3.2 3.3
Achtergrondinformatie Historie van de parken en omgeving Verantwoordelijkheden gemeente en perceeleigenaar Oorzaken grondwaterstandsverandering
12 12 12 13
4 Grondwaterstanden en grondwaterstandsveranderingen rond het Vondelpark (vragen 1 t/m 3) 4.1 Inleiding 4.2 Gebruik GLG en GHG als eerste beschrijving van het grondwatersysteem 4.2.1 Berekende GHG en GLG omgeving Vondelpark 4.3 Verschil GHG en GLG in de periodes 2003-2012 en 2013-2023 4.3.1 Gemiddelde fluctuatie van de grondwaterstand 4.4 Grondwateroverlast 4.5 Aandachtsgebied Van Eeghenstraat 4.6 Peilbuizen waarbij de GHG en/of de GLG meer dan 10 cm is veranderd in 2013-2023
14 14 14 14 15 18 20 22 23
5
Invloed van kelders (vraag 6)
25
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Grondwaterstand en houten funderingen (vraag 7) Theoretische houthoogte Wat is grondwateronderlast Taken eigenaar en Waternet Grondwateronderlast en waterdekking Mogelijke grondwateronderlast Van Eeghenstraat 94-98
29 29 29 30 30 33
7 8) 7.1 7.2
Vergelijking met gebieden rond Sarphatipark en Oosterpark (deel vraag 35 GHG en GLG 35 Grondwaterstroming en grondwateronderlast 35
8
Relatie met de Rainproofknelpuntenkaart (vraag 9)
40
9 9.1 9.2 9.3
Zorgen en maatregelen (deel vraag 8) Conclusies ten aanzien van kelders, grondwateroverlast en -onderlast Maatregelen grondwateronderlast Aanbevelingen
41 41 42 43
Classificatie: Openbaar
Bijlage 1 Historie onderzoeksgebieden Bijlage 2 Uitleg geohydrologische termen Bijlage 3 Locatie en meetfrequentie peilbuizen Bijlage 4 Gemiddeld laagste, gemiddelde en gemiddeld hoogste grondwaterstand Bijlage 5 Grondwaterkaarten Sarphatipark en Oosterpark
Classificatie: Openbaar
45 51 55 63 68
Samenvatting Opdracht onderzoek Zowel in stadsdeel Zuid als bij het college van B&W en de gemeenteraad zijn er zorgen over de grondwaterstanden in de Willemsparkbuurt naar aanleiding van een verzakking (en aanverwante problemen) in de omgeving van de Van Eeghenstraat / Koningslaan. Er is een aantal moties ingediend hierover op grond waarvan aan Waternet is gevraagd een uitgebreid onderzoek uit te voeren naar de grondwaterstand en ondergrondse constructies rondom het Vondelpark. Tevens is gevraagd de onderzoeksresultaten te vergelijken met twee andere 19e-eeuwse gebieden rond een (laaggelegen) park te weten het Sarphatipark en het Oosterpark. Probleemschets • De ingediende moties hebben als strekking dat men vreest dat de vele kelderbouw de laatste jaren problemen met de grondwaterstroming heeft veroorzaakt en dat indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft het Afwegingskader grondwaterneutrale kelders + bestemmingsplan + beleidsregels aangepast dienen te worden. • De grondwaterstand in en rond de parken is laag. Dit is het gevolg van keuzes die in het verleden zijn gemaakt bij aanleg van het Vondelpark en de bebouwing eromheen. Lage grondwaterstanden zijn een potentieel risico voor panden met een houten fundering (zie paragraaf 6.2 voor verdere uitleg).
Die lage grondwaterstanden komen enerzijds doordat het park in een toenmalige polder is aangelegd en niet is opgehoogd-in tegenstelling tot de omgeving- waardoor het peil van de huidige vijvers noodgedwongen laag moet worden gehouden om te voorkomen dat het park te nat wordt. Anderzijds zijn rond het Vondelpark ook zogenaamde polderriolen aanwezig met vergelijkbare functie als de oude poldersloten: draineren van het gebied. Verantwoordelijkheden gemeente en perceeleigenaar Gemeenten hebben op grond van Omgevingswet (Artikel 2.16 ) een grondwaterzorgplicht. De zorgplicht houdt in dat de gemeente maatregelen moet treffen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort. De eigenaar van een perceel is verantwoordelijk voor de grondwaterstand onder zijn perceel en voor de staat van onderhoud van zijn pand, inclusief de fundering. Resultaten grondwateranalyse omgeving Vondelpark GHG en GLG De analyses zijn gebaseerd op de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG,) en het verschil hiertussen.
Er zijn berekeningen gemaakt voor de periode 2003-2012 en 2013-heden (=1 september 2023). Over het algemeen is het verschil tussen deze twee periodes voor zowel de GHG als de GLG gering ( 0 tot 0,10m). Er zijn geen gebieden aan te wijzen waar de grondwaterstand systematisch hoger of lager is: op de ene plek daalt de grondwaterstand, op de andere plek stijgt deze. Gemiddeld is ten noorden van het Vondelpark de GHG iets gestegen (0,01m) in de periode 20132023 en de GLG iets gedaald (0,05m). Ten zuiden van het Vondelpark is de GHG gemiddeld 0,05m gestegen en de GLG 0,01m. Deze kleine verschillen zijn in Amsterdam niet bijzonder: er gebeurt altijd wel iets dat invloed heeft op de grondwaterstand.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
5/75
Gemiddelde grondwaterstandsfluctuaties Het verschil tussen de GHG en de GLG is de gemiddelde grondwaterstandsfluctuatie. In en rond het Vondelpark komen gemiddelde grondwaterstandsfluctuaties voor van 0,15m tot 0,9m. De grondwaterstandsfluctuaties in beide periodes zijn vergelijkbaar. Een grote of kleine grondwaterstandsfluctuatie zegt op zich niets over potentiële problemen. Dat blijkt pas als de GHG en GLG worden vergeleken met toetswaarden voor grondwateronderlast en -overlast. De invloed van kelders Een kelder die de hele zandige ophooglaag afsluit, vormt een barrière voor de grondwaterstroming wat resulteert in een grondwaterstandsverandering rond de kelder (zie hoofdstuk 5 voor verdere uitleg). Bij een enkele kleine kelder is het effect op de grondwaterstand hooguit enkele centimeters. Als een grote kelder of veel kleine kelders aaneengesloten naast elkaar worden gebouwd, is zowel de invloedssfeer als de grondwaterstandsverandering aanmerkelijk groter. Dat is aangetoond met modelberekeningen (ref. 4, hoofdstuk 5). De laatste 10 jaar zijn veel kleine kelders gebouwd in de buurt (bron: afdeling VTH Amsterdam). Nergens vormen ze een groot aaneengesloten front. Er zijn waarschijnlijk wel meer kelders aanwezig maar deze informatie is niet (makkelijk) digitaal ontsloten.
Er zijn in een stedelijk gebied zoveel factoren die van invloed zijn op de grondwaterstand dat een relatief klein effect van weliswaar vele maar niet aaneengesloten kleine kelders niet is te onderscheiden van andere effecten. Het huidige meetnet en de meetfrequentie zijn hier ook niet op gericht. Om de invloed te überhaupt kunnen kwantificeren zijn hoogfrequente metingen nodig in een dichtbij het betreffende pand geplaatste peilbuis zowel voor als na de bouw van de kelder. Grondwateronderlast Er is lokaal sprake van grondwateronderlast rondom het Vondelpark en mogelijke schade aan de houten funderingen. Zie paragrafen 6.1 en 6.2 voor uitleg en duiding van de database met theoretische houthoogtes. Ten zuiden van het park neemt de kans op onderlast iets af bij grotere afstand tot het park. De gemiddelde onderlast is niet significant toegenomen de afgelopen twintig jaar. Hoe de situatie was voordat er grondwaterstanden werden gemeten is niet bekend. Het is dus niet aan te geven hoelang de houten funderingen (theoretisch) hebben droog gestaan. Als de houten fundering zijn draagkracht verliest, is funderingsherstel nodig. Funderingsherstel is vaak de aanleiding om een kelder te bouwen. In een aantal individuele gevallen is de waterdekking in de afgelopen 20 jaar wel duidelijk afgenomen door lokale oorzaken. Dat hangt bijvoorbeeld samen met een lek riool en bemalingen.
Dat zijn dus geen permanente veranderingen van het grondwatersysteem. Het is onduidelijk of sprake is van grondwateronderlast ter plaatse van de Van Eeghenstraat 9498 omdat niet bekend is wat het niveau van het bovenste funderingshout is: • NAP-2,45m de theoretische houthoogte. Indien dit klopt is er een kleine kans op grondwateronderlast: de tot nu toe gemeten grondwaterstanden zijn niet lager dan NAP2,45m. • NAP-1,90m de maximaal toegestane houthoogte volgens het bouwdossier van de Van Eeghenstraat 100-104. In dat geval is er wel sprake van grondwateronderlast, de gemeten grondwaterstanden zijn ’s zomers regelmatig lager dan NAP-1,90m. • Daarnaast kan onder invloed van het Vondelpark de grondwaterstand aan de achterzijde van het pand in de zomer lager zijn dan aan de voorzijde. De onderlastbeoordeling is gebaseerd op een peilbuis aan de voorzijde. Bij het Afwegingskader grondwaterneutrale kelders is geen gebruik gemaakt van informatie over houten funderingen. Uitgangspunt is immers dat de grondwatersituatie gelijk moet blijven. Keldermaatregelen zijn geen middel waarmee de mate van onderlast verminderd kan worden, er kan alleen voorkomen worden dat de onderlast toeneemt.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
6/75
Grondwateroverlast Ten zuiden van Vondelpark is nauwelijks sprake van grondwateroverlast: de ontwateringsdiepte is bijna overal ≥ 0,9m (zie paragraaf 4.4 voor uitleg). Ten noorden van het Vondelpark is wel lokaal sprake van ontwateringsdieptes tussen 0,9 en 0,5m maar zelden < 0,5m. In het Vondelpark is de ontwateringsdiepte meestal < 0,5m. Bomen gedijen beter bij een ontwateringsdiepte van 0,9m of meer. Vergelijking met Sarphatipark en Oosterpark De mate van onderlast rond Vondelpark en Sarphatipark lijkt vergelijkbaar. De achterliggende oorzaken verschillen echter deels. De theoretische houthoogtes rond het Sarphatipark zijn gemiddeld lager dan rond het Vondelpark. Daar staat tegenover dat het oppervlaktewaterpeil in het Vondelpark 0,3m lager is. Nabij het Sarphatipark zijn weinig polderriolen aanwezig, tegenover veel polderriolen bij het Vondelpark. De polderriolen dragen ook bij aan een lage grondwaterstand. Rond het Sarphatipark lijkt de waterdekking langzaam te verminderen (GLG neemt af), mogelijk door de aanwezigheid van lekke riolering. Als de riolering is vervangen, zal dat weer verbeteren. Rondom het Oosterpark is de kans op onderlast kleiner dan bij de andere parken omdat de theoretische houthoogte meestal lager is en er meer op beton gefundeerde panden zijn.
Relatie met Rainproofknelpuntenkaart Rainproofknelpunten hebben geen relatie met lage grondwaterstanden en de kans op grondwateronderlast en daarmee mogelijke schade aan funderingen. Conclusies Er is op basis van dit onderzoek geen reden om kelderbouw te verbieden en/of het Afwegingkader grondwaterneutrale kelders aan te passen. Uit de analyse volgt dat de grondwaterstand rond het Vondelpark en Sarphatipark regelmatig onder de (theoretische) bovenkant van de houten fundering komt. Dat is reden tot zorg. De gemeente heeft een grondwaterzorgplicht in het openbaar gebied. In dat kader worden ook lokaal infiltratiemaatregelen getroffen (bv een Drainage-Infiltratie-Transportriool of waterdoorlatende bestrating). De gebieden rond het Vondelpark en Sarphatipark komen ook in aanmerking voor infiltratievoorzieningen (voorafgegaan door onderzoek naar de effectiviteit), maar alleen als dat gepaard gaat met andere werkzaamheden zoals rioolvervanging (doelmatigheid). In het onderzoeksgebied rond het Vondelpark is de afgelopen 30 jaar al veel riolering vervangen c.q. hersteld en is de komende 30 jaar -op een enkel stuk na- dus niet snel weer aan de beurt. Infiltratiemaatregelen in de openbare ruimte hebben vanwege de afstand tot de private ruimte niet per definitie het gewenste grondwatereffect bij de houten funderingen.
Complicerende factor is dat de werkelijke houthoogte vaak niet bekend is. De eigenaar van een pand is verantwoordelijk voor de grondwaterstand op zijn perceel en kan dus kiezen om zelf water te infiltreren op zijn perceel. Via de website van Waternet (Peilbuizen Waternet) zijn grondwaterstanden op te vragen en informatie over funderingen is op te vragen bij het funderingsloket van de gemeente (Het funderingsloket - Gemeente Amsterdam). Aanbevelingen Een belangrijke factor bij de bepaling van mogelijke grondwateronderlast is de hoogte van de houten fundering. De huidige database is onvoldoende betrouwbaar. Er is geen capaciteit binnen de gemeente of de stadsdelen om dit bestand te updaten, uit te breiden en na te gaan waar echte metingen beschikbaar zijn. Om op termijn toch een vollediger bestand op te bouwen, wordt aanbevolen zo snel mogelijk te starten met het digitaal vastleggen van
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
7/75
funderingshoogtes en gepland funderingsherstel zodra deze gegevens via een nieuwe bouwaanvraag bekend worden. De effectiviteit van een grondwaterneutrale kelder is vooralsnog alleen door middel van berekeningen aangetoond. Aanbevolen wordt om Waternet bij een aantal kelders (dat kan in het Vondelparkgebied of elders in de stad) peilbuizen te laten plaatsen waarin zo lang mogelijk voor en circa 3 jaar na de bouw hoogfrequent wordt gemeten. Dit kan gebruikt worden bij de evaluatie van de maatregel. De bewoners van het gebied ten zuiden van het Vondelpark zijn zeer ongerust over de effecten van de kelders, al dan niet grondwaterneutraal aangelegd. Dat was ook een basis voor de moties (ref. 5, 6, 7,). De grondwaterstandsmetingen duiden niet op een significant effect, maar om de onrust weg te nemen wordt aanbevolen het cumulatief effect van de vele kelders te berekenen met een grondwatermodel. Dit viel niet onder de scope van het huidige onderzoek. Waternet beschikt over een grondwatermodel van dit gebied. In theorie is het mogelijk om het drainageniveau van de polderriolen te verhogen en daarmee de kans op onderlast te verkleinen. Dit is een zeer ingrijpende maatregel waarvan de effecten en de effectiviteit niet goed overzien kunnen worden. Er kunnen ook ongewenste neveneffecten optreden zoals grondwateroverlast. Daarom wordt aanbevolen dit vooralsnog niet uit te voeren.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
8/75
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Zowel in stadsdeel Zuid als bij het college van B&W en de gemeenteraad zijn er zorgen over de grondwaterstanden naar aanleiding van verzakkingsproblemen in de omgeving van de Van Eeghenstraat / Koningslaan. De oorzaak van de verzakkingen is nog niet bekend. De bezorgdheid gaat over de mogelijk negatieve veranderingen in het grondwatersysteem de afgelopen 20 jaar, enerzijds door toenemende verharding en anderzijds door de bouw van veel kelders de afgelopen jaren. Als de grondwaterstand hierdoor systematisch is gedaald, kan dat tot (extra) droogstand van houten funderingen leiden en uiteindelijk tot funderingsschade. Als de grondwaterstand systematisch is gestegen, kan er vaker grondwateroverlast ontstaan. In hoofdstuk 6 wordt meer uitleg gegeven over grondwateronderlast en -overlast. Er zijn meerdere moties ingediend (ref. 5, 6, 7, 8) die betrekking hebben op de kelders zoals het voorlopig niet honoreren van nieuwe kelderaanvragen en een “uitgebreid onderzoek uit te laten voeren naar de grondwaterstand en ondergrondse constructies in de Vondelparkbuurt, aan de gehele zuidzijde van het Vondelpark”. Daarnaast heeft de gemeenteraad B&W verzocht om als het grondwateronderzoek hiertoe aanleiding geeft, het “Afwegingskader grondwaterneutrale kelders” inclusief bestemmingsplan en beleidsregels van het college over kelderbouw aangepast zou moeten worden.
De Afdeling Ruimte en Duurzaamheid heeft het verzoek tot een grondwateronderzoek bij Waternet neergelegd, zijnde de gemandateerde partij voor de grondwaterzorgplicht van de gemeente Amsterdam. Hierbij is in overleg met Waternet het onderzoeksgebied en de informatiebehoefte afgebakend. In voorliggende notitie worden de onderzoeksvragen beantwoord.
1.2
Referenties 1. 2. 3.
Mr. G. de Vries; De Zeeweringen en Waterschappen van Noord-Holland; 1864 Polderboeken van Amsterdam deel 1-5; 1981-1989 Paraplubestemmingsplan grondwaterneutrale kelders (Regels voor aanleg kelder Gemeente Amsterdam). 4. IB/Waternet; Grondwatereffecten van onderkeldering in Amsterdam, modelstudie vier deelgebieden; 19 maart 2019. 5. Motie Gemeenteraad Amsterdam 358-23; Stop vergunningverlening kelders en onderzoek ondergrond van Eeghenstraat; 7 juni 2023 6. Motie Gemeenteraad Amsterdam 372-23; Maatregelen schade andere percelen; 7 juni 2023 7. Motie Gemeenteraad Amsterdam 373-23; Inzake onderkeldering en verzakking van een pand aan de Van Eeghenstaat: geen onnodige risico’s: voorlopig geen nieuwe vergunningen voor onderkeldering; 1 februari 2022 (NB Waternet: datum is mogelijk verkeerd gezien nummer motie) 8. Motie Gemeenteraad Amsterdam 374-23; Motie Gemeenteraad Amsterdam 37323; Inzake onderkeldering en verzakking van een pand aan de Van Eeghenstaat: bij sloop wederopbouw met gebruik oude materialen. 9. Database met funderingshoogtes Data en informatie (amsterdam.nl). 10. Krantenartikel Algemeen Handelsblad d.d. 4 febr. 1902
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
9/75
2
Onderzoeksvragen
2.1
Onderzoeks- en vergelijkingsgebied Het onderzoeksgebied is weergegeven in Figuur 2-1. Het rode gebied (waar de Van Eeghenstraat in ligt), is het primaire onderzoeksgebied. Het paarse gebied is toegevoegd ter vergelijking. Beide gebieden zijn in dezelfde periode bebouwd en kennen een vergelijkbare bebouwingsstructuur en bouwdynamiek. De oranje stippellijn begrenst het gebied waarbinnen alle peilbuisgegevens zijn geanalyseerd. Figuur 2-1 Onderzoeksgebied rond het Vondelpark
Tevens is gevraagd de onderzoeksresultaten te vergelijken met twee andere 19e-eeuwse gebieden rond een park te weten het Sarphatipark en het Oosterpark (zie Figuur 2-2). Figuur 2-2 Vergelijkingsgebieden Sarphatipark en Oosterpark
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
10/75
2.2
Onderzoeksvragen opdrachtgever en leeswijzer Nr 1
2 3 4
5
6 7
8
9
Vraag Breng de (fluctuaties in) grondwaterstanden in beide onderzoeksgebieden – apart van elkaar – in beeld over de afgelopen 20 jaar. Betrek hierbij ook de peilbuizen die zich net buiten beide onderzoeksgebieden bevinden en in het Vondelpark bevinden. Binnen welke bandbreedte fluctueren de metingen en geef aan wat hierbij ‘normaal’ is (gemiddelde lage en hoge grondwaterstanden). Leg hierbij uit waarom deze grondwaterstanden voorkomen en welke zekerheden en onzekerheden hierbij spelen. Leg hierbij goed uit hoe vaak de grondwaterstanden per jaar zijn gemeten, in welke periode van het jaar en hoe lang die metingen dan in de betreffende periode hebben plaatsgevonden (was dit bijv. één dag, een week etc.). Geef daarbij op kaart aan waar de betreffende peilbuizen zich bevinden. Deze bevinden zich alleen in openbaar gebied. Geven de onderzoeksresultaten voor de peilbuizen – net buiten de onderzoeksgebieden – in het Vondelpark inzichten in de grondwaterstanden achter de hoofdbebouwing in de onderzoeksgebieden? Er zijn de laatste 10 jaar veel kelders gebouwd in dit gebied, maar ook ten zuiden van dit gebied.
Is dit gegeven op de een of andere manier terug te zien in de gemeten grondwaterstanden? Kunnen de gemeten grondwaterstanden worden afgezet tegen de funderingsgegevens uit de Dataset funderingshoogten (waarin de indicatieve hoogteliggingen van houten funderingspalen in de stad zijn opgenomen) en zo ja, kunnen hieruit conclusies worden getrokken over perioden van droogstand van houten funderingspalen in de onderzoeksgebieden? Zijn de onderzoeksresultaten in beide gebieden vergelijkbaar of afwijkend ten opzichte van andere vergelijkbare gebieden rond lager gelegen 19e-eeuwse parken (Sarphatipark en Oosterpark). Maakt dit dat er reden is tot zorgen voor de onderzoeksgebieden? En als die zorgen er zijn, licht dan toe waar deze uit bestaan en hoe en op welke termijn deze zorgen aandacht behoeven. En bij voorkeur dan ook welke aandacht (maatregelen) dat dan zouden kunnen zijn. Leg uit in hoeverre de onderstaande typeringen op de Rainproofkaart (zie Figuur 2-3) van Amsterdam hierbij wel of niet een rol spelen.
Waar in tekst Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 4 Bijlage 3
Bijlage 3
Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7en 9 en Bijlage 5
Hoofdstuk 8
Figuur 2-3 Rainproofknelpuntenkaart
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
11/75
3
Achtergrondinformatie
3.1
Historie van de parken en omgeving De historie van het gebied (zie Bijlage 1) is essentieel voor begrip van de huidige grondwaterstanden en grondwaterstroming. Belangrijk feit is dat de parken werden aangelegd in wat toen nog een polder was, met een polderpeil dat ver onder het peil van de grachten (de stadsboezem) ligt. De parken werden niet opgehoogd en de waterpartijen in de parken werden veelal op een lager peil dan de poldersloten gehouden om te voorkomen dat het park te nat werd. In de loop der tijd is in ieder geval het peil in de vijver van het Vondelpark verder verlaagd omdat het park zelf ook daalde door inklinken van de veenbodem. Na aanleg van het park is de woningbouw rondom de parken op gang gekomen waarbij doorgaans wel werd opgehoogd voordat men ging bouwen. Maar dat gold niet voor alle gebieden en soms waren er al woningen voordat het park werd aangelegd. Omdat er niet was opgehoogd, was ontwatering nog steeds nodig, alleen gebeurde dat niet meer met sloten maar met diepe drainages (polderriolen, zie ook Bijlage 1). Er zijn zowel op particulier terrein als het openbare gebied polderriolen aangelegd. De polderriolen liggen vooral in de buurten rond het Vondelpark.
Dat alles bij elkaar opgeteld, betekent dat de grondwaterstand rond het Vondelpark vanaf de bouw van deze buurten al laag was, in de loop der tijd lager is geworden en nog steeds laag wordt gehouden om grondwateroverlast te voorkomen. De keerzijde is dat hoog aangelegde houten funderingen dan droog kunnen komen te staan. Uit het bouwarchief (zie paragraaf 6.5) blijkt dat een aanleghoogte tot maximaal 0,2m onder oppervlaktewaterpeil werd goedgekeurd. Als deze maximale hoogte indertijd is aangehouden, is de kans aanwezig dat op diverse plaatsen houten funderingen een deel van het jaar droog komen te staan. Het droogvallen van houten fundering kan leiden tot paalrot en uiteindelijk tot schade aan de fundering (zie verder hoofdstuk 6).
3.2
Verantwoordelijkheden gemeente en perceeleigenaar Gemeenten hebben op grond van de Omgevingswet (Artikel 2.16 ) een grondwaterzorgplicht. Deze zorgplicht heeft de gemeente Amsterdam gemandateerd aan Waternet. De zorgplicht houdt in dat de gemeente maatregelen moet treffen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort. Belangrijke trefwoorden zijn: • Openbaar gebied. Er wordt alleen gemeten en maatregelen genomen in de openbare ruimte. De eigenaar van een perceel is zelf verantwoordelijk voor de grondwaterstand op zijn perceel. • Structureel, dus niet eenmalig een heel hoge of lage grondwaterstand maar (bijna) elke winter te hoog en/of elke zomer te laag gedurende een aantal dagen. • Zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De gemeente heeft een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting. • Doelmatig. Er worden over het algemeen pas maatregelen genomen als de straat toch open gaat voor bijvoorbeeld het vervangen van riolering (werk met werk maken).
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
12/75
3.3
Oorzaken grondwaterstandsverandering Grondwaterstanden kunnen door een heel scala aan oorzaken veranderen of veranderd lijken. Tijdelijke verlaging of verhoging • Er zijn bemalingen in één van de twee periodes geweest waardoor de grondwaterstand tijdelijk lager was dan van nature het geval is en dus ook lager was dan de grondwaterstand in de andere periode. Omgekeerd kan de grondwaterstand in de andere periode dus hoger lijken. •
Bestaande oude riolering raakt lek waardoor de grondwaterstand daalt (riool gaat
•
Vervanging van lekke, drainerende riolering. Als het riool vervangen is, stijgt de
grondwater draineren). grondwaterstand weer. Dit is een nieuwe stabiele situatie voor lange tijd, maar kan in de toekomst weer veranderen. •
In de periode 2013-2023 zitten relatief droge jaren zoals 2018, 2019, 2020 en 2022. Dat heeft invloed op de gemiddelde neerslag en de verdamping en dus op de grondwaterstand in de zomer.
Structurele verlaging of verhoging •
Er infiltreert minder neerslag in de bodem omdat bv klinkers of stoeptegels zijn vervangen door asfalt waardoor het regenwater wordt afgevoerd naar de riolering.
•
Er is een infiltratiemaatregel aangelegd.
•
De grondwaterstroming wordt lokaal belemmerd door damwanden of kelders. Aan de benedenstroomse kant kan de grondwaterstand dalen (orde grootte enkele centimeters), aan de bovenstroomse kant stijgen. Genoemde verlagingen gelden voor één kelder. Als een aaneengesloten front van kelders ontstaat, dan is het effect op de grondwaterstand aanmerkelijk groter.
Grondwaterstand lijkt veranderd, maar is dat niet •
De meetfrequentie is veranderd, waardoor het lijkt of de grondwaterstand is veranderd. Voor 2012 werd er over het algemeen vijf tot zes maal per jaar met de hand gemeten. Vooral hoge grondwaterstanden in een natte periode (die vaak kortdurend zijn) kunnen dan worden gemist. Na 2012 werden langzaam meer dataloggers (automatische registratie van de grondwaterstand) geïntroduceerd die minimaal 1x per dag een meting doen. De pieken en dalen in de grondwaterstand worden dan veel beter gedetecteerd. Het lijkt hierdoor of de grondwaterstand gemiddeld hoger is geworden in de winter en lager in de zomer.
•
Bij werkzaamheden aan de weg of het trottoir kan de peilbuis per ongeluk iets naar beneden zijn gedrukt zonder dat Waternet dat weet. Dan lijkt het of de grondwaterstand is gestegen.
•
De bestrating rond de peilbuis is een beetje “ingezakt” waardoor er extra regenwater naar het gat rondom de peilbuis stroomt en daar infiltreert. Hierdoor stijgt de grondwaterstand rond de peilbuis, maar de stijging is niet representatief voor de omgeving.
•
De peilbuis is verstopt geraakt. De grondwaterstand is niet veranderd, alleen door de verstopte peilbuis worden een foute grondwaterstanden gemeten.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
13/75
4
Grondwaterstanden en grondwaterstandsveranderingen rond het Vondelpark (vragen 1 t/m 3)
4.1
Inleiding Bij de beantwoording van de onderzoeksvragen worden diverse geohydrologische vaktermen gebruikt. Uitleg van deze termen is terug te vinden in Bijlage 2. De gegevens van alle peilbuizen die gebruikt zijn bij de analyse staan in Bijlage 3. Hierin staat ook wat de meetfrequentie en de meetperiodes zijn (vraag 4) en de locatie van de peilbuizen (vraag 5). In dit hoofdstuk wordt sec ingegaan op veranderingen in de grondwaterstand. Een hoge of lage grondwaterstand dan wel een grote of kleine grondwaterstandfluctuatie zegt op zich niets. Pas als de grondwaterstand zodanig hoog of laag is dat er “structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming” (zie paragraaf 3.2 ) kan ontstaan, is een hoge of lage grondwaterstand relevant. Hoeveel verhoging of verlaging tot problemen leidt, verschilt van locatie tot locatie. In bebouwd gebied wordt voornamelijk gekeken naar grondwateroverlast (hoge grondwaterstand) en grondwateronderlast (lage grondwaterstand). Grondwateroverlast wordt in paragraaf 4.4 besproken en grondwateronderlast in hoofdstuk 6.
4.2
Gebruik GLG en GHG als eerste beschrijving van het grondwatersysteem Om meer inzicht te krijgen in de grondwaterstandfluctuaties is voor elk meetpunt (peilbuis geheten) een gemiddelde hoogste (GHG), een gemiddelde (GG) en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) berekend voor de periode 2003-2012 en de periode 2013-2023 1. In dit onderzoek is vooral gekeken naar de GHG en de GLG. De GHG en GLG zijn belangrijke parameters bij het uitvoeren van de grondwaterzorgtaak. De GHG representeert grofweg de wintersituatie en de GLG de zomersituatie. Uit de definitie (zie Bijlage 2) volgt dat de grondwaterstand slechts een klein deel van de tijd hoger is dan de GHG en een klein deel van de tijd lager is dan de GLG. De GHG en de GLG worden vergeleken met bepaalde toetswaarden om na te gaan of sprake is van grondwateroverlast en/of grondwateronderlast. In Bijlage 2 staan definities van grondwateroverlast en -onderlast. Om een GHG en GLG te berekenen zijn wel voldoende metingen nodig. Als dat niet het geval is, wordt de peilbuis niet meegenomen in de analyse. Alle berekende waarden zijn terug te vinden in Bijlage 4.
4.2.1
Berekende GHG en GLG omgeving Vondelpark In Figuur 4-1 en Figuur 4-2 zijn de berekende GHG’s en GLG’s weergegeven voor de periode 2003-2012 (linker figuren) en 2013-2023 (rechter figuren). Niet alle meetpunten komen overeen. In de stad verdwijnen soms peilbuizen bij werkzaamheden en op andere plekken worden nieuwe geplaatst. Op de figuren is duidelijk te zien dat in het Vondelpark de grondwaterstand laag is (gele, oranje en bruine bolletjes) en deze wordt hoger met toenemende afstand tot het Vondelpark (groene en blauwe bolletjes). Dat geldt zowel voor de GHG als de GLG. Het grondwater stroomt van een gebied met hoge grondwaterstand naar een gebied met een lage grondwaterstand, dus naar het Vondelpark toe.
1 t/m 1 september 2023
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
14/75
De GHG en GLG van het bebouwde deel zijn laag ten opzichte van de rest van het Amsterdamse boezemgebied. Dat komt door de onderbemaling in het Vondelpark (vijverpeil wordt laag gehouden) en omdat het een polderrioolgebied is (zie paragraaf 3.1). In grote lijnen lijkt geen verandering van de grondwaterstanden te zijn. Er zijn wel beperkte lokale veranderingen, zowel lager als hoger. In paragraaf 4.3 wordt verder ingegaan op de verschillen tussen beide periodes. Figuur 4-1 Berekende GHG voor de periodes 2003-2012 en 2013-heden
Figuur 4-2 Berekende GLG voor de periodes 2003-2012 en 2013-heden
4.3
Verschil GHG en GLG in de periodes 2003-2012 en 2013-2023 Verschillen in figuren In Figuur 4-3 en Figuur 4-4 zijn de verschillen in GLG en GHG tussen beide periodes geplot. Verspreid over het gebied komen zowel verhogingen als verlagingen van de GLG en GHG voor. Meestal is de verandering < 10 cm. Dit is vergelijkbaar met de rest van de stad.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
15/75
Als de verandering klein is, zoals hier het geval is, dan is het lastig een oorzaak aan te wijzen. Er zijn veel factoren die een rol kunnen spelen (zie paragraaf 3.3). Alleen als het verschil tussen beide periodes groter is dan 10 cm, dan is er meestal wel een specifieke oorzaak te achterhalen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat ergens een riool lek is gegaan en grondwater draineert. De grondwaterstand daalt dan. Nadat het riool vervangen of gerepareerd is, stijgt de grondwaterstand weer. In Tabel 4-5 in paragraaf 4.6 worden een aantal voorbeelden besproken, waarbij de verandering groter is dan 10 cm. Als in een gebied de grondwaterstand systematisch hoger of lager is, kan dat duiden op een (tijdelijke of permanente) verandering van het hydrologisch systeem. In dit geval zijn er geen zones waar de GLG of GHG in de periode 2013-2023 systematisch hoger of lager is geworden. Er lijkt een concentratie van verlaagde GLG’s aan de noordoostzijde van het Vondelpark te zijn, maar in dat gebied komen ook veel peilbuizen voor met min of meer gelijke GLG. Ter hoogte van peilbuis E05208 (Van Eeghenstraat 94-98, het aandachtsgebied) is de GHG 0,09m gestegen en de GLG 0,07m. Er is geen lekke riolering gerepareerd in 2013-2023 en er zijn geen aanwijzingen voor afwijkingen van de peilbuis of de metingen. Eventuele effecten van kelders op de grondwaterstand worden besproken in hoofdstuk 5.
Figuur 4-3 Verschil GHG periode 2013-2023 minus GHG periode 2003-2012
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
16/75
Figuur 4-4 Verschil GLG periode 2013-2023 minus GHG periode 2003-2012
Gemiddelde verschillen tussen de twee periodes In Tabel 4-1 zijn de gemiddelden per deelgebied (noordelijk van het Vondelpark, zuidelijk van het Vondelpark en het Vondelpark zelf) per periode opgenomen ter onderbouwing van wat visueel is vastgesteld. In deze tabel zijn alleen de peilbuizen meegenomen die in beide periodes zijn bemeten. De gemiddelde, minimale en maximale GLG’s en GHG’s in bebouwd gebied in de periode 2003-2012 verschillen minder dan 10 cm met die uit 2013-2023. De gemiddelde GHG ten noorden en zuiden van het Vondelpark is in de periode 2013-2023 iets gestegen (1 tot 5 cm), de gemiddelde GLG is ten noorden van het park iets gedaald (5 cm) en ten zuiden iets gestegen (1 cm). Tabel 4-1 Statistieken GLG en GHG (in m + NAP) per gebied (alleen van peilbuizen die in beide periodes zijn bemeten) Periode GLG GHG minimum gemiddelde maximum minimum gemiddelde maximum Noord van Vondelpark 2003-2012 -2,47 -1,29 -0,40 -2,02 -0,97 -0,03 2013-2023 -2,49 -1,34 -0,51 -2,08 -0,96 -0,07 Zuid van Vondelpark 2003-2012 -2.58 -1.81 -1.28 -2.01 -1.35 -0.60 2013-2023 -2.56 -1.80 -1.31 -1.98 -1.30 -0.70 Vondelpark 2003-2012 -2,75 -2,24 -1,66 -2,10 -1,70 -1,06 2013-2023 -2,78 -2,21 -1,45 -2,09 -1,71 -0,98
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
17/75
4.3.1
Gemiddelde fluctuatie van de grondwaterstand Het verschil tussen de GHG en GLG wordt beschouwd als de gemiddelde grondwaterstandsfluctuatie. Omdat een kleine deel van de grondwaterstanden hoger is dan de GHG c.q. lager is dan de GLG zal de maximale fluctuatie groter zijn. In Figuur 4-5 is het verschil tussen de GHG en de GLG – ofwel de gemiddelde grondwaterstandfluctuatie- weergegeven voor de periode 2013-2023 en 2003-2012. In en rond het Vondelpark komen gemiddelde grondwaterstandsfluctuaties voor van 0,15m tot 1m (zie Tabel 4-2). Het verschil tussen de periode 2003-2012 en 2013-2023 is ook hier weer meest < 10 cm. Alleen de maximale fluctuatie ten zuiden van het Vondelpark is in 20132023 24 cm groter dan in 2003-2012. Het gaat om peilbuis E05537. Deze peilbuis is verstopt geraakt en gebleven ook na diverse pogingen deze weer gangbaar te maken. De metingen zijn niet betrouwbaar (zie verder paragraaf 4.6). Tabel 4-2 Statistieken grondwaterstandfluctuaties fluctuatie (GHG minus GLG) per gebied (alleen voor peilbuizen in beide periodes bemeten) Periode
minimum
2003-2012 2013-2023
0,12 0,17
2003-2012 2013-2023
0,15 0,16
2003-2012 2013-2023
0,22 0,19
GHG minus GLG gemiddelde Noord van Vondelpark 0,32 0,38 Zuid van Vondelpark 0,46 0,50 Vondelpark 0,54 0,50
maximum 0,75 0,66 0,74 0,98 0,89 0,83
De grootste fluctuaties treft men aan op de buitenranden van het Vondelpark, op enige afstand van oppervlaktewater. Hier kan in natte periodes veel regenwater infiltreren en in droge periodes veel water uit de bodem verdwijnen door verdamping en transpiratie van planten. Het bodemvocht wordt niet aangevuld door infiltratie vanuit oppervlaktewater omdat de vijvers te ver weg zijn. Vooral grote bomen kunnen in de zomer overdag veel vocht opnemen uit de bodem en dit verdampen (evapotranspiratie). In het bebouwde gebied is de fluctuatie meestal kleiner, orde grootte 0,3-0,6m. Er kan minder neerslag infiltreren (het meeste wordt afgevoerd door het riool) en er verdampt minder dan in een park. Dit betekent ook dat de grondwaterstand in een tuin grenzend aan het Vondelpark in de zomer lager kan zijn dan de grondwaterstand aan de straatzijde van het huis. Aan de straatzijde verdampt immers minder water uit de bodem. Een voorbeeld: in de periode 20032012 stonden peilbuizen aan de straatzijde van de Van Eeghenstraat 94-98 en 106-110 en aan de rand van het Vondelpark (Figuur 4-5, paarse ellipsen). Het gemiddelde grondwaterstandverschil over deze korte afstand (ca. 50 m) is ongeveer 0,5m. Het is dus in theorie mogelijk dat de mate van droogstand van houten palen aan de voor- en achterkant van een pand verschillen.
Eén en ander is natuurlijk afhankelijk van de hoogte van de houten funderingen.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
18/75
De grondwaterstand wordt rond het Vondelpark ook bepaald door de polderriolen. De polderriolen zijn in feite diepe drains die de grondwaterstand relatief vlak en laag (fluctuatie veelal ≤ 0,5m) houden. Dit is ooit zo ingesteld om grondwateroverlast te voorkomen. Alleen in de Valeriusstraat, Koninginneweg en de Van Breestraat (tussen de Cornelis Schuytstraat en Emmastraat) ligt geen polderriool. De fluctuatie is hier over het algemeen dan ook wat groter (zie figuur Figuur 4-5, gele ellips). Een grote of kleine fluctuatie betekent niet dat er niet of juist wel sprake is van potentiële problemen als grondwateronderlast of -overlast. Dat wordt bepaald door de “extremen” (GHG en GLG), niet door het verschil tussen de extremen. Bij een grote fluctuatie is het wel mogelijk dat in de winter sprake is van overlast en in de zomer van onderlast op één en dezelfde locatie. Figuur 4-5 GHG minus GLG voor de periodes 2003-2012 en 2013-heden
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
19/75
E05537
Geen polderriolen aanwezig Grondwaterstandverschil tuin en voorkant bebouwing Peilbuis verstopt geraakt
4.4
Grondwateroverlast Grondwateroverlast wordt gedefinieerd aan de hand van de ontwateringsdiepte. De ontwateringsdiepte is de maaiveldhoogte (in m+NAP) minus de GHG (in m+NAP). Als de ontwateringsdiepte klein is (< 0,5m) dan is er grote kans op grondwateroverlast. Bij grondwateroverlast kan men denken aan grondwater in de kruipruimte, optrekkend vocht en schimmelvorming in huis. In Amsterdam geldt dat voor bestaand bebouwd gebied de ideale ontwateringsdiepte 0,9m of meer bedraagt. Dit is een richtlijn, geen norm. Alleen in nieuw te ontwikkelen gebieden en transformatiegebieden wordt deze 0,9m als norm gehanteerd. Als de ontwateringsdiepte 0,9m of meer bedraagt dan is de kans op natte kruipruimtes nihil. Ook voor bomen is een ontwateringsdiepte van 0,9m of meer wenselijk. Bij een geringere ontwateringsdiepte, zal de boom niet diep kunnen wortelen want de wortels gaan dood als de onder de grondwaterspiegel komen. Ondiepe worteling maakt de boom ook kwetsbaar voor storm (omwaaien). Uit Figuur 4-6 en Figuur 4-7 blijkt dat in het bebouwde gebied meestal sprake is van voldoende ontwateringsdiepte (≥ 0,9m). De gemiddelde ontwateringsdiepte in bebouwd gebied ten noorden van het Vondelpark is iets kleiner dan ten zuiden van het Vondelpark. Aan de noordkant komen ook ontwateringdieptes tussen 0,9m en 0,5m voor, aan de zuidkant niet.
Op een enkele uitzondering na is de ontwateringsdiepte nergens kleiner dan 0,5m. Vooral de polderriolering houdt de grondwaterstand voldoende laag. In het Vondelpark is de grondwaterstand verre van ideaal voor bomen: de gemiddelde ontwateringsdiepte is 0,4m. Op de randen van het Vondelpark is de gemiddelde ontwateringsdiepte juist groot (1,6m).
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
20/75
Tabel 4-3 Statistieken ontwateringsdiepte (in m) per gebied (alleen van pb die in beide periodes zijn bemeten) Periode
minimum
2013-2023 2003-2012
0,53 0,48
2013-2023 2003-2012
0,45 0,37
2013-2023 2003-2012
0,00 0,00
2013-2023 2003-2012
1,29 1,34
Ontwateringsdiepte (m) gemiddelde Noord van Vondelpark 1,24 1,25 Zuid van Vondelpark 1,35 1,38 Vondelpark midden 0,42 0,39 Vondelpark rand 1,57 1,58
maximum 2,20 2,21 2,27 2,22 0,87 0,83 2,03 1,93
Het verschil in ontwateringsdiepte tussen beide periodes is het tegenovergestelde van het verschil in de GHG (Figuur 4-3). Als de GHG in 2013-2023 0,05m hoger is dan in 20032012, dan is de ontwateringsdiepte 0,05m kleiner geworden. Over het algemeen is het verschil tussen beide periodes klein (< 10 cm), komen zowel verhogingen als verlagingen voor en is er geen gebied waar sprake is van een systematische toe- of afname. Lokaal is het verschil in het bebouwde gebied meer dan 10 cm. Deze locaties worden besproken in paragraaf 4.6. Figuur 4-6 Ontwateringsdiepte 2003-2012
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
21/75
Figuur 4-7 Ontwateringsdiepte 2013-2023
4.5
Aandachtsgebied Van Eeghenstraat Voor de peilbuis ter hoogte van de Van Eeghenstraat 94-98 (E05208) zijn alle relevante data in Tabel 4-4 verzameld. De gemiddelde grondwaterstandfluctuatie in de periode 2013-heden is 0,57m. Er zijn ook metingen die hoger zijn dan de GHG en lager dan de GLG. Deze zijn in onderstaande tabel gemiddeld en geven de maximale grondwaterstandsfluctuatie weer. In dit geval is deze vrij hoog voor Amsterdam: 0,9m voor de periode 2013-heden. Zoals eerder aangegeven komt dat omdat de peilbuis nabij het Vondelpark ligt, waar de grondwaterstand in de zomer ver naar beneden kan zakken en dus ook grondwaterstanden in de omgeving “meetrekt”. Het verschil tussen beide meetperiodes is gering. De GHG en GLG zijn licht gestegen. Dat betekent niet meteen een systematische verandering in het hydrologisch systeem. In de periode 2013 tot 1-9-2023 is bijvoorbeeld al 6% meer neerslag gevallen dan in de periode 2003 t/m 31-12-2012. De moties (ref. 5, 6, 7) waren er o.a. op gericht na te gaan wat de invloed van kelders is. In deze buurt zijn veel kelders gebouwd. De kelders vormen nergens een aaneengesloten blok. De grondwaterstandsverandering van niet aaneengesloten kelders is klein. De conclusies zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
Een mogelijk effect van de kelders op de grondwaterstand is niet te onderscheiden van andere effecten die invloed hebben op de grondwaterstand zoals meer neerslag.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
22/75
Tabel 4-4 GXG en range grondwaterstandmetingen peilbuis (E05208) Van Eeghenstraat 94-98 rij nr
Omschrijving
1 2 3
GLG (m+NAP) GHG (m+NAP) gemiddelde range (GHGGLG) (m) gemiddelde metingen die < GLG zijn (m + NAP) gemiddelde metingen die > GHG zijn (m+NAP) maximale range (rij 5 minus rij 4) (m)
4 5 6
4.6
Periode 2003-2012 -1,90 -1,35 0,55
2013-2023 -1,83 -1,26 0,57
Verschil '13-'23 en '03-'12 (- is daling, + is stijging) +0,07 +0,09 +0,02
-2,01
-1,95
+0,06
-1,24
-1,05
+0,19
0,77
0,90
+0,13
Peilbuizen waarbij de GHG en/of de GLG meer dan 10 cm is veranderd in 2013-2023 In een stedelijk gebied zijn veel factoren die invloed hebben op de grondwaterstand (zie paragraaf 3.3). In de meeste gevallen verschilt de GHG en de GLG in de periode 2013-2023 minder dan 10 cm (+ of -) van de GHG en GLG in de 10 jaar ervoor zonder dat er achteraf duidelijke oorzaken zijn aan te wijzen. Als het verschil groter is dan 10 cm, kan vaak wel een waarschijnlijk verklaring worden gevonden. In Tabel 4-5 zijn een paar voorbeelden opgenomen. Figuur 4-8 Locatie peilbuizen besproken in Tabel 4-5)
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
23/75
Tabel 4-5 GXG verschillen (periode 2013-2023 minus periode 2003-2012) > 10 cm Peilbuisnr.
E05251A E05336A E05789A
E05792A E05794A
E05209A
E05377A E05381A E05537A *
Verschil periode 2013-2023 minus 2003-2012 ontwaterings- Vermoedelijke oorzaak diepte Vanaf ca. 1992 tot 2002 is duidelijk sprake van een neerwaartse trend. In 2002 is het gemengd riool vervangen. De grondwaterstand herstelt zich. Van nov 2008 tot mei 2012 is gemeten met een logger (minimaal 1 meting per dag). Met deze metingen is de GXG voor periode 2003-2012 berekend. Door de hoge frequentie worden de hoogste en laagste grondwaterstanden daadwerkelijk gemeten. In de periode 2013-2023 is alleen handmatig gemeten. De hoogste en laagste grondwaterstanden worden vaak gemist: de GLG en -0,14 0,03 0,17 -0,03 vooral de GHG zijn lager. Dit is geen systeemafwijking. Vergelijkbaar met E05251: in de periode nov 2008-nov -0,17 -0,02 0,15 0,02 2012 werd hoogfrequent gemeten. Vergelijkbaar met E05251: in de periode nov 2008-mei -0,18 0,04 0,22 -0,04 2014 werd hoogfrequent gemeten. Gehele periode loggermetingen. Peilbuis staat op particulier terrein waar in 2014 het particuliere polderriool weer toegankelijk is gemaakt (het was deels ingestort) en gerelined. Vanaf 2014 is de GLG wat lager -0,06 0,07 0,13 -0,07 en de GHG wat hoger. Idem E05792A alleen is de grondwaterstand na 2014 -0,20 -0,14 0,06 0,14 duidelijk lager. In 2022-2023 is een nieuw gemengd riool aangelegd in de Koninginneweg.
Enerzijds is de grondwaterstand gestegen omdat er extra regenwater geïnfiltreerd is in de winter toen de weg open lag en anderzijds was het oude riool waarschijnlijk lek (en draineerde dus grondwater). Het nieuwe riool draineert niet meer dus is 0,18 0,07 -0,11 -0,07 de grondwaterstand gestegen. De peilbuis ligt op een hoek met een rioolstreng uit 1995 en een streng uit 2014. De rioolvervanging in 1995 heeft geen merkbaar effect gehad op de grondwaterstand. In 2014 stijgt de grondwaterstand wel bij vervanging van de andere streng. In dec. 2019 lijkt de grondwaterstand ineens te dalen, gelijk met een hermeting van de BKB (11 cm lager). Mogelijk is bij de rioolvervanging van 2014 de peilbuis 11 cm gezakt en niet opnieuw ingemeten. In dat geval zou de werkelijke grondwaterstand van 2014-2019 lager zijn dan 0,07 0,13 0,05 -0,13 gemeten. Idem als E05209. -0,07 0,04 0,12 -0,04 Vanaf sept 2015 worden grote fluctuaties gemeten. Dit wijst op een verstopte peilbuis. Ook na herhaald reinigen lukt het niet de peilbuis weer gangbaar te 0,21 0,96 0,75 -0,96 krijgen. Inmiddels wordt er niet meer gemeten. Peilbuis ten noorden van het Vondelpark Peilbuis ten zuiden van het Vondelpark BKB = bovenkant van de peilbuis (in m+NAP), het referentiepunt voor de grondwaterstandmeting GLG
GHG
GHGGLG
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
24/75
5
Invloed van kelders (vraag 6) Een kelder kan de grondwaterstand beïnvloeden In Figuur 5-1 zijn de kleine kelders weergegeven waarvan bij de gemeente Amsterdam bekend is dat er een vergunning voor de aanleg aangevraagd is sinds 2013. . Het is niet bekend of ze ook daadwerkelijk zijn gebouwd (aanname is van wel). Ook is niet bekend welke panden vanaf de bouw al een kelder hebben, waar kleine kelders ouder dan 2013 en waar grote kelders zijn gebouwd. Zonder deze informatie is het lastig eventuele invloed van een kelder op de grondwaterstand te onderscheiden van veranderingen van de grondwaterstand door andere factoren. Een kelder kan invloed hebben op de grondwaterstroming en de grondwaterstand (zie kader). Hoeveel de grondwaterstand door de aanleg van een kelder beïnvloed wordt en hoe groot het gebied is hangt onder andere af van de volgende factoren: • Gaat het om één kelder of om meerdere kelders aaneengesloten naast elkaar; • Hoe goed doorlatend is de ophoogzandlaag waar het grondwater doorheen stroomt. Dicht bij de kelder is de invloed op de grondwaterstand het grootst, de invloed neemt af naar mate de afstand tot de kelder groter wordt. Hoe beïnvloedt een kelder de grondwaterstand Het grootste deel van Amsterdam is opgehoogd met zand voordat werd gebouwd. Onder het zand ligt veen en klei. Grondwater stroomt goed door zand maar niet goed door veen en klei.
Als een kelder tot in de veenlaag is gebouwd, vormt deze een barrière voor de grondwater-stroming in de zandlaag. Daardoor stijgt de grondwaterstand aan de bovenstroomse kant van de kelder en daalt de grondwaterstand aan de benedenstroomse kant: in beide gevallen is het effect orde van grootte enkele centimeters bij een enkele kleine kelder. Als er echter veel kelders aaneengesloten naast elkaar worden gebouwd, is de invloed aanmerkelijk groter (ref. 4).
Afwegingskader grondwaterneutrale kelders Omdat er steeds meer kelders gebouwd worden zijn er regels gemaakt voor het grondwaterneutraal aanleggen van kelders, zie kader. Met grondwaterneutraal wordt bedoeld dat er maatregelen genomen moeten worden bij de bouw van kelders om een verhoging of verlaging van de grondwaterstand te voorkomen. Deze regels gelden voor kelders waar sinds 7 oktober 2021 een vergunning voor aangevraagd is. Van kelders waarvoor na deze datum vergunning aangevraagd is, zijn daarom geen effecten op de grondwaterstand te verwachten. Afwegingkader Grondwaterneutrale kelders Amsterdam (ref 3) Sinds 07-10-2021 zijn het paraplu-bestemmingsplan “Grondwaterneutrale Kelders” en de beleidsregel “Grondwaterneutrale Kelders” van kracht. Vanaf 1 januari 2024 is het parapluplan (en daarmee ook de beleidsregel “Grondwaterneutrale Kelders”) onderdeel van het Omgevingsplan Amsterdam. In de gemeente Amsterdam wordt voor het bouwen en gebruiken van een ondergronds bouwwerk dat in strijd is met het bestemmingsplan, een afwijking verleend onder voorwaarde dat het ondergronds bouwwerk grondwaterneutraal wordt gebouwd, zodat er geen belemmering van het grondwater optreedt, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de volgende twee categorieën: 1. voor ondergrondse bouwwerken tot 300 m² geldt dat moet worden voldaan aan het ‘Afwegingskader grondwaterneutrale Kelders’. 2.
voor ondergrondse bouwwerken van minimaal 300 m² geldt dat een geohydrologisch rapport vereist is, waaruit blijkt dat het ondergronds bouwwerk grondwaterneutraal wordt aangelegd. Als definitie voor grondwaterneutraal wordt gehanteerd: Het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico’s op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. In het afwegingskader zijn maatregelen per buurt gedefinieerd waar kelders die onder het Afwegingskader vallen aan moeten voldoen.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
25/75
Figuur 5-1 Bij de gemeente Amsterdam bekende vergunningaanvragen vanaf 2013 voor de aanleg van een kleine kelder (NB vanaf 7 oktober 2021 zijn de kelders in principe grondwaterneutraal gebouwd). Het betreft aanvragen, het is niet zeker of de kelders ook zijn gebouwd.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
26/75
Aaneengesloten kelders hebben meetbare invloed op de grondwaterstand Het afwegingskader is opgesteld met als basis de modelmatige onderbouwing zoals beschreven in (ref 4). Hierin zijn de effecten gemodelleerd van 100% en 50% aaneengesloten kelders voor verschillende buurten. Eén van de buurten waarvoor berekeningen zijn gedaan is het Museumkwartier West, waar de Van Eeghenstraat in ligt. In Figuur 5-2 zijn de berekende effecten weergegeven bij 50% onderkeldering. Deze situatie is een theoretische situatie waarbij 50% onderkelderd is en er geen maatregelen getroffen zijn om kelders grondwaterneutraal aan te leggen. Voor de extreme situatie van Figuur 5-2 is berekend dat de grondwaterstand 5 tot 7,5cm kan stijgen ter plaatse van de Lairessestraat en ter plaatse van de Van Eeghenstraat 5 tot 7,5cm kan dalen. De werkelijke “kelderdichtheid” is veel kleiner (zie detail Figuur 5-2). Voor een deel van de kleders is een vergunning aangevraagd na 7 oktober 2021. Er mag van worden uitgegaan dat deze kelders grondwaterneutraal zijn aangelegd. Het totale effect zal daarom kleiner zijn dan de berekende 5-7,5cm. Eventueel effect van de kelders is niet te onderscheiden van andere, onbekende, factoren die de grondwaterstand beïnvloeden. In de praktijk is ook gebleken dat het effect van een kleine kelder op de grondwaterstand niet is te meten (valt weg in de meetfout).
Het effect van een grote kelder is veelal wel te meten, zeker als er meerdere bij elkaar staan. Met het toepassen van het afwegingskader wordt voorkomen dat de beschreven effecten optreden. Reeds bestaande onder- of overlast blijft bestaan, maar wordt niet erger. Geen meetpunten aanwezig om eventueel effect van kelders in onderzoeksgebied te kwantificeren Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) toetst of grondwaterneutrale aanleg van kleine kelders (tot 300m2 en/of < 4 meter diep) conform de voorschriften is. De effectiviteit van de maatregelen is in de praktijk lastig te meten. Om het effect op de grondwaterstand te kunnen meten en dit ook statistisch voldoende aan te kunnen tonen is het nodig om meerdere peilbuizen zo dicht mogelijk bij de kelder te hebben. Daar is het effect het grootst. Daarnaast is het nodig dat er voldoende jaren gemeten is vóór en na de bouw van de kelder. Het minimum is drie jaar, om andere toevallige invloeden uit te sluiten, maar langer is beter. De cumulatieve effecten van meerdere (aaneengesloten) kleine kelders of het effect van een grote kelder zullen soms wel aantoonbaar zijn, mits er dichtbij genoeg en voldoende lang voor en na de aanleg van de kelder gemeten is. Er is daarom alleen naar peilbuizen gekeken die maximaal 30m van een kelder afstaan. In de Van Eeghenstraat zijn diverse aanvragen voor kelders gedaan.
Langs de noordzijde grenzen de panden niet aan elkaar, als hier kelders worden aangelegd zullen deze ook geen aaneengesloten barrière vormen. Aan de zuidzijde grenzen de panden weliswaar aan elkaar maar de panden met kelders niet. In beide gevallen is ruimte aanwezig voor het grondwater om tussen de panden door te stromen. Er is een selectie van peilbuizen gemaakt die op een afstand van maximaal 30 m staan van een kelder waarvoor in 2013-2023 een vergunning is aangevraagd. Uit de selectie zijn geen peilbuizen gekomen met voldoende metingen om een eventueel effect van een kelder aan te tonen. De enige mogelijkheid die nog resteert om iets te zeggen over de invloed van kelders is een berekening uit te voeren met een gedetailleerd grondwatermodel. Daarvoor is het nodig een gedetailleerd inzicht te hebben in welke panden onderkelderd zijn, ook de panden die voor 2013 van een kelder zijn voorzien. Dat valt buiten de scope van dit onderzoek. De uitkomst zal in ieder geval niet zijn dat de grondwaterstand bijvoorbeeld > 20 cm is gestegen op 20 meter afstand van een kelder. Dat zou uit de voorliggende studie al zijn gebleken.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
27/75
Figuur 5-2 Grondwatereffect in cm – 50% kelders (grijs) – gemiddelde situatie. Bron: (ref 4)
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
28/75
6
Grondwaterstand en houten funderingen (vraag 7)
6.1
Theoretische houthoogte Figuur 6-1 geeft de theoretische hoogte van de bovenkant van de houten fundering (kortweg houthoogte) weer. De gegevens zijn afgeleid van een publiek toegankelijk bestand (Data en informatie (amsterdam.nl), ref.9 ), welke tot stand is gekomen na archiefonderzoek uit de periode 2007-2013 in opdracht van Waternet door de gemeente Amsterdam. Daarna is de database niet meer bijgewerkt. Funderingsherstel en kelderbouw in de afgelopen 10 jaar zijn dus niet verwerkt in de database. Bijlage 1, Figuur A- 4 bevat de mate van betrouwbaarheid van deze gegevens. De houthoogtes zijn afgeleid uit oude bouwtekeningen en schattingen. Het verschil tussen werkelijke houthoogte (uit metingen) en de archiefwaarde kan enkele decimeters zijn, zowel hoger als lager. Daarom wordt in dit rapport over de theoretische houthoogte gesproken. Rondom het Vondelpark is het overgrote deel van de huizen gefundeerd op houten palen en maar een klein deel op betonnen palen. Ook is er sinds de inventarisatie van de funderingen tussen 2007 en 2013 weinig nieuw gebouwd. Van nieuwbouw mag uitgegaan worden dat betonnen palen zijn gebruikt. Wel is op diverse plaatsen funderingsherstel geweest, al dan niet in combinatie met de bouw van een kelder. Deze panden steunen nu op betonnen palen.
Vlak langs het Vondelpark zijn houten funderingen aanwezig met een theoretische bovenkant variërend van NAP–1,2m tot NAP-2,45m. De betrouwbaarheid is over het algemeen klasse D (= onzeker). Figuur 6-1 Theoretische hoogte funderingshout in m tov NAP
6.2
Wat is grondwateronderlast Grondwateronderlast is het ervaren van ernstige hinder als gevolg van te lage grondwaterstanden. Dit ontstaat als de grondwaterstand zich permanent of periodiek onder de houthoogte bevindt. Houten palen gaan rotten (afbraak door schimmels) als er zuurstof
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
29/75
bij komt omdat ze droog staan. Zodra de paal weer onder water komt te staan, stopt het rottingsproces. Hoe snel de afbraak gaat, is afhankelijk van de houtsoort, kwaliteit en dikte van de palen, potentiële extra belasting door verbouwingen en hoe vaak en lang de grondwaterstand lager is dan de houthoogte. Het gaat er daarom niet alleen om hoe dat momenteel is, maar ook hoe vaak en hoelang dat in het verleden gebeurd is. Ook speelt de belasting en verandering van belasting van de fundering een rol. Door bijvoorbeeld verbouwingen kan die veranderen en kan de belasting toenemen. De belasting kan ook veranderen door extra negatieve kleef (zie Bijlage 2) door bemalingen of bodemdaling. De panden rondom het Vondelpark zijn veelal honderd jaar of ouder. De funderingen van de panden staan al die tijd bloot aan de fluctuaties van de grondwaterstand. Waternet kan niet bepalen hoe lang een paalkop droog is geweest in de afgelopen honderd jaar (er zijn geen metingen en de houthoogte is niet betrouwbaar). Ook is niet bekend bij hoeveel droogstand een paal het begeeft, omdat dat van veel factoren afhankelijk is. Samenvattend zijn er geen eenduidige criteria waarmee bepaald kan worden hoeveel paalrot is opgetreden en wanneer een paal zijn draagkracht verliest. Er is ook geen richtlijn hoe lang een houten fundering mee moet gaan. 6.3
Taken eigenaar en Waternet De gemeente heeft de wettelijke grondwaterzorgplicht gemandateerd aan Waternet (zie paragraaf 3.2). De gemeentelijk taak beperkt zich tot het openbaar gebied. Daar kunnen maatregelen worden genomen, daar wordt ook gemeten. De gemeente heeft een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting. Als er maatregelen worden genomen, is dat geen garantie dat die maatregelen ook effect hebben op het gehele particuliere perceel vanwege de afstand tot de maatregel. De eigenaar van een pand is verantwoordelijk voor de grondwaterstand op zijn/haar perceel. De gemeente kan een eigenaar wel adviseren over wat hij zelf kan doen. Via de website van Waternet (Peilbuizen Waternet) zijn grondwaterstanden op te vragen en informatie over funderingen is op te vragen bij het funderingsloket van de gemeente (Het funderingsloket - Gemeente Amsterdam). Daarnaast is de eigenaar verantwoordelijk voor de staat en het herstel van de fundering, net zoals dat voor bijvoorbeeld een dak geldt.
6.4
Grondwateronderlast en waterdekking Waterdekking liefst 40 cm Daar waar mogelijk streeft Waternet ernaar dat grondwaterstand in openbaar gebied naast een woning 40 cm hoger is dan de theoretische houthoogte (ofwel “de waterdekking is 40cm”), ook in de zomer bij lage grondwaterstanden. In die 40cm zijn allerlei onzekerheden meegenomen. Het gaat om onzekerheden in: • Betrouwbaarheid van de houthoogte. De theoretische houthoogte kan enkele decimeters afwijken van de werkelijke houthoogte, daarom hanteert Waternet een grotere waterdekking dan de 20cm die in veel andere steden gebruikelijk is. •