Bijlage 1 Grondwateronderzoek omgeving VanEeghenstraat
Tekst van het document
De grondwaterstand: o
In de meeste peilbuizen wordt de grondwaterstand 6x per jaar gemeten, dit geeft een beperkt beeld van de grondwaterstand gedurende de overige 359 dagen in het jaar. Dat geldt vooral voor natte periodes. Droge periodes duren meestal wat langer
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
30/75
waardoor de kans groter is dat er een meting in de droge periode gedaan is en de berekende GLG minder afwijkt van de werkelijke GLG. Een peilbuis staat vaak op enige afstand van de gevel en de grondwaterstand bij de
o
gevel/onder het huis kan hoger of lager zijn dan ter plekke van de peilbuis.
Grondwateronderlast op basis van theoretische waterdekking bij GLG-situatie Om in te kunnen schatten of er kans op grondwateronderlast bestaat, is de volgende analyse uitgevoerd: • Voor iedere peilbuis is bepaald wat de hoogste houthoogte is in een straal van 30m rondom de peilbuis; •
Verschil tussen peilbuizen met en zonder datalogger: o Voor alle peilbuizen is bepaald wat de waterdekking is bij een grondwaterstand gelijk aan de GLG (GLG minus houthoogte), zie Figuur 6-2. o Voor peilbuizen waar voldoende lang in gemeten is met een datalogger is ook het percentage dagen berekend waarbij de grondwaterstand lager dan de houthoogte is, zie Figuur 6-3.
Op basis van de nu bekende gegevens (houthoogtes en voornamelijk met de hand gemeten grondwaterstanden) is er op veel plaatsen grote kans op grondwateronderlast rondom het Vondelpark (rode bolletjes Figuur 6-2). Aan de zuidkant dicht bij het Vondelpark staat de grondwaterstand in de zomer onder de bovenkant van de houten fundering (“negatieve waterdekking”), verder van het Vondelpark af wordt de waterdekking groter. Aan de noordkant overheerst de negatieve waterdekking en is geen duidelijke toename van de waterdekking zichtbaar op grotere afstand van het Vondelpark. Verder is te zien op Figuur 6-2 dat in een aantal peilbuizen, zowel ten noorden als ten zuiden van het Vondelpark, de waterdekking in de periode 2013-2023 minder is dan in 2003-2012. Op twee plaatsen is de waterdekking toegenomen. In onderstaand kader worden een aantal van deze punten besproken. Niet in alle gevallen is een afname van de waterdekking ook daadwerkelijk een permanente afname. Oorzaken verandering waterdekking gemarkeerde locaties Figuur 6-2 1.
2.
3. 4.
In 2022-2023 is een lekke riolering vervangen in de Koninginneweg. Hierdoor is de grondwaterstand gestegen en in peilbuis E05209 is de waterdekking dan ook toegenomen. Hetzelfde geldt voor de twee peilbuizen ten westen van E05209. Echter door de rekenregels die Waternet hanteert om de GXG te berekenen (zie Bijlage 2) zijn de grondwaterstanden na aanleg van de nieuwe riolering in deze buizen niet meegenomen. Het lijkt dus of de grondwaterstand verder is gedaald, terwijl dat niet zo is. Dit betreft de peilbuizen E05360 en E05362. De grondwaterstand daalt langzaam. Het is dus logisch dat de GLG in 2003-2012 hoger was dan de GLG in 2013-heden. Hier ligt een oud polderriool en deels ook een oude gemengde riolering. Het polderriool hoort grondwater af te voeren maar kan ook stuk gaan en meer afvoeren dan de bedoeling is. Het gemengde riool is waarschijnlijk ook lek en draineert. Nabij peilbuizen E05229 en E05544 is geen riolering vervangen maar aan de grondwaterstanden te zien zijn er wel bemalingen geweest in de periode 2013-heden, waardoor de GLG lager lijkt. In peilbuis E05160 is de GLG 0,06m gedaald en verspringt daardoor net een klasse (van 20-40cm waterdekking naar 0-20 cm). Visueel is geen daling te zien. Dit heeft te maken met de rekenregels waarmee de GLG wordt berekend.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
31/75
Figuur 6-2 Waterdekking boven de houthoogte [m] bij een grondwaterstand gelijk aan de GLG voor de periode 2003-2012 en 2013-heden. Kleiner dan 0m (<0 m) betekent dat de GLG lager is dan de houthoogte en de bovenkant van de fundering dus mogelijk periodiek droog staat
3
4
2
1
1
Waterdekking is gedaald tov periode 2003-2012 Waterdekking is gestegen tov periode 2003-2012
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
32/75
Onderlast op basis van percentage dagen dat grondwaterstand lager is dan houthoogte Voor de locaties met dataloggers is berekend hoeveel de grondwaterstand onder de bovenkant van de houten fundering heeft gestaan gedurende de meetperiode. Hoe langer (groter percentage van de tijd) een houten paal droog staat, hoe slechter dat voor de paal is. Naast droogstand zijn er nog andere factoren die beïnvloeden wat de snelheid is waarmee een paal rot (zie paragraaf 6.2). Daarmee kan alleen gezegd worden dat bij een pand waarbij droogstand gedurende de helft van de tijd optreedt, de onderlast groter is dan bij een pand waar dat maar gedurende 10% van de tijd het geval is. Bij een pand waarbij 50% van de tijd droogstand optreedt, gebeurt dit vrijwel zeker iedere zomer opnieuw, terwijl bij een pand met maar 10% van de tijd droogstand, dit niet ieder jaar, maar bijvoorbeeld alleen in de droogste jaren, waarbij de grondwaterstand erg ver uitzakt, op hoeft te treden. Op drie plaatsen staat de bovenkant van de houten fundering meer dan de helft van de tijd droog. Hier is de kans op grondwateronderlast hoog. Figuur 6-3 Percentage dagen dat de grondwaterstand lager is dan de houthoogte
E05207
Beter beeld met grondwatermodel en werkelijke houthoogtes De nu uitgevoerde grondwateranalyse is gebaseerd op puntmetingen. Om een vlakdekkend beeld te krijgen is een goed gekalibreerd en gedetailleerd grondwatermodel nodig. De grootste onzekerheidsfactor is de houthoogte. 6.5
Mogelijke grondwateronderlast Van Eeghenstraat 94-98 De theoretische houthoogte van het pand Van Eeghenstraat 94-98 is NAP-2,45m. Voor het buurpand, nummer 100-104, dat in dezelfde periode is gebouwd, is in het bouwdossier opgenomen dat de bovenkant van de houten fundering niet hoger mag zijn dan NAP-1,90m (instructie bouwinspecteur; zie Figuur 6-4). De theoretische houthoogte is hier net als bij de Van Eeghenstraat 94-98 NAP -2,45m. Niet hoger dan NAP-1,90m was een vereiste, maar het is niet bekend op welke hoogte de fundering daadwerkelijk is gerealiseerd. Het is wel
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
33/75
aannemelijk, dat de hoogte van NAP -1,90m aangehouden is, want dieper aanleggen betekende hogere kosten. Het is ook niet bekend of eenzelfde eis is opgelegd aan de Van Eeghenstraat 94-98 en wat er uiteindelijk is gerealiseerd. Het verschil tussen de theoretische houthoogte en de verwachte houthoogte bij de Van Eeghenstraat 100-104 illustreert de afwijkingen die op kunnen treden tussen de theorie en werkelijkheid wat betreft houthoogtes. Figuur 6-4 Detail instructie bouwinspecteur na afgifte van de vergunning voor bouw van het pand Van Eeghenstraat 100-104 in 1902
In Figuur 6-5 zijn gemeten grondwaterstanden in peilbuizen E05208A, die aan de straatzijde van de Van Eeghenstraat 94-98 staat, en E05476A, die in het Vondelpark staat ca. 50 m van de achtergevel van nr 94-98 vandaan Tevens zijn de GLG voor de periode 2013-heden en twee mogelijke houthoogtes opgenomen in de figuur. Als de werkelijke houthoogte NAP-2,45m is, dan is de kans op grondwateronderlast aan de straatzijde klein. Tot nu toe is geen grondwaterstand onder NAP-2,45m gemeten in peilbuis E05208. Als de houthoogte NAP-1,90m is, dan is er wel een kans op grondwateronderlast omdat de grondwaterstand in de zomer regelmatig onder NAP-1,90m komt. Onder invloed van het Vondelpark zal de zomer-grondwaterstand aan de achterkant van het pand waarschijnlijk lager zijn dan aan de voorkant. Omdat het voornamelijk handmetingen zijn die 6x per jaar worden gedaan is de kans groot dat de werkelijke zomer-grondwaterstand lager is dan gemeten. Het verschil tussen de theoretische houthoogte en verwachte houthoogte maakt dat in het ene geval er wel kans op onderlast bestaat en in het andere niet. Figuur 6-5 Grafiek van de gemeten grondwaterstand in peilbuis E05208 aan de straatzijde van de Van Eeghenstraat 94-98 en peilbuis E05476A ca. 50 m achter het pand, met daarbij de GLG en verschillende houthoogtes
Grondwaterstand Van Eeghenstraat 94-98 en Vondelpark
Grondwaterstand (m+NAP)
-0.9 -1.4 -1.9 -2.4 -2.9 -3.4 1-jan-94 31-dec-96 1-jan-00 1-jan-03 1-jan-06 31-dec-08 1-jan-12 1-jan-15 1-jan-18 31-dec-20 1-jan-24 Datum E05208A_handmeting
E05208A_loggermeting
Houthoogte NAP-1,9m
Houthoogte NAP-2,45m
GLG
E05476A_hand+logger
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
34/75
7
Vergelijking met gebieden rond Sarphatipark en Oosterpark (deel vraag 8)
7.1
GHG en GLG Rond het Sarphatipark lijken de GLG en GHG in de periode 2013-2023 systematisch iets lager dan in de periode 2003-2012 (zie Tabel 7-1). De oorzaak is niet bekend, maar mogelijk komt het door de aanwezigheid van lekke riolering. De riolering dateert over het algemeen uit de jaren 90 van de vorige eeuw en wordt niet als erg oud beschouwd. Volgens de camera-inspecties zijn er slechts een beperkt aantal strengen die waarschijnlijk draineren. Maar bij camera-inspecties wordt geringe drainage soms niet geregistreerd. Er zijn in de omgeving weinig kelders gebouwd. Nergens vormen deze een gesloten front, dus de kelders kunnen niet de oorzaak zijn. Wel zijn veel panden bij de bouw voorzien van een souterrain, maar deze sluiten de ophooglaag niet geheel af. Rond het Oosterpark lijkt hetzelfde te gelden voor de gemiddelde GLG. De gemiddelde GHG is ongeveer gelijk. De riolering stamt meest uit de jaren ‘70 tot ‘90. In Bijlage 5 zijn additioneel kaarten opgenomen over bandbreedte en overlast rond het Sarphatipark en het Oosterpark. Tabel 7-1 Statistieken GLG en GHG (in m + NAP) per gebied (alleen van peilbuizen die in beide periodes zijn bemeten)
GLG GHG Periode min gem max min gem max Bebouwd gebied rond Oosterpark 2003-2012 -1,92 -1,00 -0,54 -1,56 -0,61 -0,22 2013-2023 -1,76 -1,07 -0,48 -1,45 -0,61 -0,17 verschil 0,16 -0,07 0,06 0,11 0,01 0,05 Oosterpark 2003-2012 -2,30 -1,58 -0,83 -2,01 -1,21 -0,51 2013-2023 -2,46 -1,98 -1,45 -1,99 -1,46 -0,70 verschil -0,16 -0,40 -0,62 0,02 -0,25 -0,19 Bebouwd gebied rond Sarphatipark * 2003-2012 -1,39 -0,93 -0,38 -0,92 -0,51 -0,02 2013-2023 -1,48 -0,98 -0,49 -0,89 -0,55 -0,09 verschil -0,09 -0,06 -0,11 0,03 -0,04 -0,07 * Er staan geen peilbuizen in het Sarphatipark die in beide periodes zijn bemeten 7.2
Grondwaterstroming en grondwateronderlast Net als bij het Vondelpark geldt voor het Sarphatipark en het Oosterpark dat deze lager liggen dan de omgeving en dat het oppervlaktewater op een (aanmerkelijk) lager peil wordt gehouden dan de grachten. Ook hier stroomt het grondwater rondom de parken naar het park toe (stroming van hoog naar laag). Hierdoor is het risico op onderlast het grootste direct rond de parken. Er zijn hier wel minder polderriolen dan rond het Vondelpark (zie Bijlage 1.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
35/75
Sarphatipark De meeste woningen rond het Sarpahatipark zijn gefundeerd op houten palen. De theoretische houthoogte is voornamelijk NAP-0,6 tot -0,8m aan de oost-, noord- en noordwest zijde. Aan de zuid- en zuidwestzijde is dat NAP-1,4m tot -1,9m. Rondom het Sarphatipark is de kans op onderlast vooral aanwezig aan de west-, noord- en oostzijde en in mindere mate aan de zuidzijde (zie Figuur 7-1 en Figuur 7-2 ) omdat de houten funderingen daar dieper zitten. De waterdekking in de periode 2013-2023 is meestal enkele centimeters lager dan in 20032012. Dat komt omdat de GLG lager is geworden (paragraaf 7.1). In twee peilbuizen (Govert Flinckstraat en Eerste Jan van de Heijdenstraat) kan op basis van loggerdata het % dagen berekend worden dat de grondwaterstand onder de theoretische houthoogte staat (Figuur 7-3). Er zijn alleen loggerdata van de periode 20132023. In de Govert Flinckstraat is het percentage < 10%. De waterdekking in 2013-2023 is 0,11m. De kans op schade aan de houten fundering is niet zo groot. In de Eerste Jan van de Heijdenstraat wijzen zowel de waterdekking bij een GLG situatie als het percentage dagen zonder waterdekking op een grote kans op schade aan de houten fundering. Figuur 7-1 Waterdekking op houten palen bij GLG situatie periode 2003-2013 rondom het Sarphatipark. Kleiner dan 0m (<0 m) betekent dat de GLG lager is dan de houthoogte.
E06075
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
36/75
Figuur 7-2 Waterdekking op houten palen bij GLG situatie periode 2013-2023 rondom het Sarphatipark. Kleiner dan 0m (<0 m) betekent dat de GLG lager is dan de houthoogte.
Figuur 7-3 Percentage dagen dat de grondwaterstand lager is dan de houthoogte rondom het Sarphatipark. Alleen meetpunten met dataloggermetingen zijn meegenomen in de analyse
Oosterpark Rondom het Oosterpark zijn minder peilbuizen in bebouwd gebied aanwezig dan rond het Sarphatipark en Vondelpark. Verder is een groter deel van de panden op beton gefundeerd dan bij het Sarphatipark en Vondelpark. De theoretische hoogte van de houten fundering rond het Oosterpark is meestal NAP-1,4 of lager. Alleen aan de noordoost- en noordwest zijde van het park zit het hout hoger: veelal
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
37/75
NAP-0,7 tot NAP-0,8m. Dit resulteert in een geringe kans op onderlast langs de zuid- en westzijde. Panden die deels het park insteken aan de noordkant hebben een wat grotere kans op onderlast. De houthoogte is hier ook laag, maar de grondwaterstanden zijn er ook lager. Langs de noordoost- en noordwesthoek is de kans wel degelijk aanwezig door de hoge funderingen. Ook voor het Oosterpark geldt dat de waterdekking in 2013-2023 over het algemeen iets minder is dan in 2003-2012 overeenkomstig de lagere GLG (zie Figuur 7-4 en Figuur 7-5). Figuur 7-4 Waterdekking op houten palen bij GLG situatie periode 2003-2013 rondom het Oosterpark. Kleiner dan 0m (<0 m) betekent dat de GLG lager is dan de houthoogte.
Figuur 7-5 Waterdekking op houten palen bij GLG situatie periode 2013-2023 rondom het Oosterpark. Kleiner dan 0m (<0 m) betekent dat de GLG lager is dan de houthoogte.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
38/75
Figuur 7-6 Percentage dagen dat de grondwaterstand lager is dan de houthoogte rondom het Oosterpark. Alleen dataloggermetingen zijn meegenomen in de analyse
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
39/75
8
Relatie met de Rainproofknelpuntenkaart (vraag 9) Amsterdam Rainproof is een netwerk van professionals en bewoners met als doel Amsterdam bestand te maken tegen de steeds vaker voorkomende hoosbuien. De hoosbuien veroorzaken schade, vooral omdat de stad verhard is met gebouwen, asfalt en betegelde tuinen, waardoor neerslag minder makkelijk infiltreert in de bodem en meer op straat terechtkomt. Op de Rainproofknelpuntenkaart zijn regenwaterknelpunten in de stad weergegeven en de urgentie van de knelpunten. Dit zijn de plekken in Amsterdam met een hoge kans op wateroverlast op straat en/of schade als het extreem hard regent. Schade kan bestaan uit ernstige verkeershinder (met name relevant voor hulpdiensten) of het naar binnen stromen van regenwater [bron: https://www.rainproof.nl/wat-is-rainproof en https://www.rainproof.nl/nieuws/de-rainproof-knelpuntenkaart]. Rainproofknelpunten hebben geen relatie met effecten van kelders, lage grondwaterstanden en de kans op grondwateronderlast en daarmee mogelijke schade aan funderingen. Ook grondwateroverlast heeft geen directe relatie met de Rainproofknelpuntenkaart. Bij een extreme bui zal het meeste water bovengronds worden afgevoerd. De grondwaterstand stijgt wel maar dat is gedurende korte tijd.
Grondwateroverlast gaat over het frequent te hoog zijn van de grondwaterstand waarbij de grondwaterspiegel hoger dan 0,90m onder maaiveld staat. Wel zijn in gebieden met een grote ontwateringsdiepte meer kansen om neerslag te bergen in de ondergrond, waarmee de kans op wateroverlast afneemt. Ook kan hiermee mogelijk de kans op grondwateronderlast (droogval van funderingen) verkleind worden. De Rainproofknelpuntenkaart kan wel aanknopingspunten bieden voor het gecombineerd oplossen van mogelijke onderlastrisico’s en afvangen van piekbuien (doelmatigheid).
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
40/75
9
Zorgen en maatregelen (deel vraag 8)
9.1
Conclusies ten aanzien van kelders, grondwateroverlast en -onderlast
Effect van kelders op de grondwaterstand Uit de gemeentelijke moties (ref. 5, 6, 7) blijken de zorgen die men heeft over het grondwatereffect van de vele kelders die de afgelopen jaren zijn gebouwd. Kelders kunnen ondergrondse barrières vormen voor de grondwaterstroming en zowel grondwaterstandsverhogingen als -verlagingen veroorzaken. Een kleine kelder (< 300m2) onder een woonhuis kan een grondwaterstandsverandering van enkele centimeters tot gevolg hebben. Dit is in de praktijk nauwelijks meetbaar. Het effect wordt pas meetbaar als het om grote kelders of een aaneengesloten front van kleine kelders loodrecht op stromingsrichting gaat. Dat is aangetoond in modelberekeningen (ref. 4). Er zijn in een stedelijk gebied zoveel factoren die van invloed zijn op de grondwaterstand dat een relatief klein effect van vele niet aaneengesloten kleine kelders niet is te onderscheiden van andere effecten zoals dat van drainerende riolering of meer natte jaren in één van de beschouwde periodes. In deze studie zijn in ieder geval geen afwijkingen tussen de twee bestudeerde periodes te vinden die wijzen op invloed van de kelders. Daar moet wel bij gezegd worden dat er ook geen geschikte meetpunten met voldoende hoogfrequente metingen zijn om het kleine effect van een nieuwe kelder te meten.
Op basis van dit onderzoek is er geen reden om de vergunningverlening voor kelderbouw stop te zetten of het Afwegingskader grondwaterneutrale kelders te herzien. Het Afwegingskader grondwaterneutrale kelders zorgt ervoor dat de situatie zoals die was in 2021 blijft en er kelders gebouwd kunnen blijven worden, zonder dat de situatie verslechtert. De houthoogte heeft geen invloed gehad bij het formuleren van maatregelen in het Afwegingskader. Grondwateroverlast In het bebouwde gebied rondom het Vondelpark is op een enkel punt na geen sprake van grondwateroverlast. De ontwateringsdiepte is meestal ruim meer dan 0,9m. In theorie is er zelfs ruimte in de ondergrond om extra water te infiltreren. Dat geldt ook voor de gebieden rondom het Sarphatipark en het Oosterpark. Alleen in de parken zelf is de ontwateringsdiepte onvoldoende, wat ook duidelijk te zien is aan de bomen die vaak moeite hebben met de hoge grondwaterstanden. Grondwateronderlast Rondom de drie parken is de grondwaterstand erg laag. De belangrijkste oorzaak van de lage grondwaterstanden is de onderbemaling in het park om het peil van de waterpartijen laag te houden en daarmee te voorkomen dat het park te nat wordt. Daarnaast zijn er rond het Vondelpark veel polderriolen aanwezig die de grondwaterstand lager houden dan in een natuurlijke situatie met alleen neerslag en verdamping.
Rond zowel het Vondelpark als het Sarphatipark is geconstateerd dat in de zomer (GLG situatie) lokaal sprake is van grondwateronderlast: de grondwaterstand staat vaak onder de theoretische bovenkant van de houten fundering. Dat is reden tot zorg. De theoretische houthoogtes rond het Sarphatipark zijn gemiddeld lager dan rond het Vondelpark. Daar staat tegenover dat het oppervlaktewaterpeil in het Vondelpark 0,3m lager is. Nabij het Sarphatipark zijn weinig polderriolen aanwezig tegenover veel polderriolen bij het Vondelpark. Rond het Sarphatipark lijkt onder (mogelijke) invloed van lekke riolering de
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
41/75
waterdekking langzaam te verslechteren. Als de riolering is vervangen zal dat weer verbeteren. Rondom het Oosterpark is de kans op onderlast kleiner dan bij de beide andere parken omdat de theoretische houthoogte meestal lager is en er ook meer op beton gefundeerde panden zijn. De grootste onzekere factor bij het bepalen van de kans op grondwateronderlast is de betrouwbaarheid van de hoogte van de bovenkant van de houten palen. De werkelijke houthoogte kan enkele decimeters afwijken, zowel naar boven als beneden. Dat is gebleken op plekken waar de werkelijke houthoogte bekend is geworden uit funderingsonderzoek. Funderingsschade heeft ook elders in Nederland aandacht Ook in de rest van Nederland is grondwateronderlast en schade aan houten funderingen een bekend fenomeen. Recent is er een advies uitgegeven door de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur waarin wordt gepleit voor een nationale aanpak om de funderingsproblemen in het hele land aan te pakken. Tegenwoordig wordt vooral gekeken naar bodemdaling als oorzaak, maar ook drainerende rioleringen zijn bekend. In de periode.2000 -2009 werd er landelijke bekendheid gegeven aan een rechtszaak die bewoners in Dordrecht hadden aangespannen tegen de gemeente. Zij vonden dat de gemeente aansprakelijk was voor hun funderingsschade omdat de gemeente de riolering niet goed had onderhouden.
De rechtbank in Dordrecht en later het Hof in Den Haag oordeelden dat de gemeente had gehandeld binnen de financiële mogelijkheden en niet aansprakelijk was voor de schade. Rainproofknelpuntenkaart Rainproofknelpunten hebben geen relatie met de kans op grondwateronderlast en daarmee mogelijke schade aan funderingen. Ook heeft grondwateroverlast geen directe relatie met de Rainproofknelpuntenkaart. Deze kaart kan wel gebruikt worden als aanknopingspunt voor het gecombineerd oplossen van mogelijke onderlastrisico’s en het afvangen (vasthouden, bergen, afvoeren) van piekbuien. 9.2
Maatregelen grondwateronderlast Maatregelen gemeente De gemeente heeft een grondwaterzorgplicht. In dat kader worden ook maatregelen tegen grondwateronderlast getroffen. De maatregelen worden alleen in het openbare gebied getroffen. Daarmee is het geen garantie dat de maatregel tot aan de achtergevel effectief is. Infiltratie Een mogelijke maatregel is het lokaal verhogen van de grondwaterstand in het openbaar gebied. Dit kan ervoor zorgen dat het proces van aantasting vertraagt of stop gezet wordt. Reeds aangetaste funderingen herstellen echter niet meer. Op een aantal plaatsen in Amsterdam o.a.in De Lairessestraat is een infiltratieriool aangelegd waarmee het grondwater wordt aangevuld met oppervlaktewater. Daarnaast worden lokaal maatregelen getroffen om meer regenwater te laten infiltreren, bijvoorbeeld in de Rivierenbuurt en de Frans Halsbuurt. De gebieden rond het Vondelpark en Sarphatipark komen ook in aanmerking voor infiltratievoorzieningen (als de effectiviteit hiervan is vastgesteld). Er worden alleen maatregelen geïnstalleerd als de straat toch opengaat voor herinrichting of rioolvervanging (doelmatig: werk met werk maken). In het onderzoeksgebied rond het Vondelpark is de afgelopen 30 jaar al veel riolering vervangen c.q. hersteld en is de komende 30 jaar -op een enkel stuk na- dus niet snel weer aan de beurt. De prioritering
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
42/75
voor rioolvervanging wordt vooralsnog gemaakt op basis van de staat van de riolering. Echter in de komende jaren (planperiode 2022-2027 Omgevingsplan Riolering) zal ook de “staat van het grondwatersysteem” stadsbreed uitgewerkt worden en meegewogen worden bij de planning van werkzaamheden. Hoe dat vorm gaat krijgen, is nog niet bekend. Drainageniveau polderriolen verhogen Het Ingenieursbureau van Amsterdam heeft gesuggereerd dat het drainageniveau van de polderriolen rond het Vondelpark verhogen ook een maatregel zou kunnen zijn. Omdat de polderriolen van meerdere straten en binnenterreinen gezamenlijk op één gemaal zijn aangesloten en er in totaal drie gemalen zijn die het water afvoeren, is heel moeilijk te overzien wat het gevolg van deze maatregel zal zijn. In ieder geval zullen er waarschijnlijk ook negatieve effecten optreden (grondwateroverlast). Daarnaast geldt dat er onvoldoende gegevens zijn om tot een goede afweging te kunnen komen. Vooralsnog wordt deze maatregel dan ook niet aanbevolen. Maatregelen particulier De eigenaar van een pand is verantwoordelijk voor de grondwaterstand onder zijn perceel en voor de staat van het gebouw, dus ook de fundering.
Hij kan ook zelf vaststellen of sprake is van grondwateronderlast door allereerst uit te zoeken hoe diep de houten fundering zit door middel van archiefonderzoek (https://www.amsterdam.nl/wonenleefomgeving/wonen/funderingsloket/) dan wel funderingsonderzoek waarbij een stukje van de fundering wordt opgegraven. Het is daarnaast mogelijk om op eigen terrein water te infiltreren, mits dat niet leidt tot overlast/schade bij derden. Ook kunnen eigenaren semicollectief maatregelen treffen. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Dordrecht waar tien bewoners samen een infiltratiedrain hebben aangelegd. 9.3
Aanbevelingen Er staat op internet een bestand met theoretische funderingshoogtes (ref. 9), maar de informatie is niet altijd betrouwbaar. Het verschil tussen de werkelijke en theoretische funderingshoogte kan enkele decimeters (zowel hoger als lager) bedragen. Er is geen capaciteit binnen de gemeente of de stadsdelen om dit bestand te updaten, uit te breiden en na te gaan waar echte metingen beschikbaar zijn. Om op termijn toch een vollediger bestand op te bouwen, wordt aanbevolen zo snel mogelijk te starten met het digitaal vastleggen van funderingshoogtes en gepland funderingsherstel zodra deze gegevens via een nieuwe bouwaanvraag bekend worden. De effectiviteit van een grondwaterneutrale kelder is vooralsnog alleen door middel van berekeningen aangetoond. Aanbevolen wordt om Waternet bij een aantal kelders (dat kan in het Vondelparkgebied of elders in de stad) peilbuizen te laten plaatsen waarin zo lang mogelijk voor en circa 3 jaar na de bouw hoogfrequent wordt gemeten. Dit kan gebruikt worden bij de evaluatie van de maatregel. In de omgeving van de van Eeghenstraat zijn veel kelders gerealiseerd, meer dan in dit rapport zijn weergegeven in Figuur 5-1. De basis van de moties (ref. 5, 6, 7,) is dat de gemeente de onrust van de bewoners wil wegnemen door onderzoek te laten doen. Op basis van de (meest laag frequente) metingen is geen effect van de kelders te zien.
Maar dat wil niet zeggen dat er geen effecten zijn. Daarom wordt aanbevolen voor het onderzoeksgebied ten zuiden van het Vondelpark het cumulatief effect van de bestaande kelders te berekenen met behulp van een grondwatermodel en te toetsen of dit (extra) grondwateroverlast of -onderlast tot gevolg heeft gehad. Eventueel kan aan bewoners en buitendienst inspecteurs worden gevraagd waar zich nog meer kelders bevinden. Nieuwe
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
43/75
kelders zullen geen extra verhogingen c.q. verlagingen veroorzaken omdat ze grondwaterneutraal zijn aangelegd: er zijn dus geen additionele effecten te verwachten.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
44/75
Bijlage 1 Historie onderzoeksgebieden Vondelpark Aanleg en woningbouw In 1865 werd het Vondelpark (toen nog het Nieuwe Park en in de volksmond Wandelpark geheten) aangelegd in de Binnendijkse Buitenveldertse polder. Het park werd particulier eigendom van de op 8 april 1864 opgerichte Vereniging tot aanleg van een rij- en wandelpark. Tot 1953 bleef het Vondelpark in particulier bezit, daarna werd het geschonken aan de gemeente Amsterdam. Het zomerpeil van de Binnendijkse Buitenveldertse polder was rond 1864 NAP-1,5m (bron: ref.1). Het peil van de vijvers in het Vondelpark was bij aanleg in eerste instantie hetzelfde. Maar al snel bleek dat het park erg nat bleef en vanaf 1877 werd een lager peil aangehouden in de vijvers. In de loop der jaren werd zowel het polderpeil verlaagd als het vijverpeil. In 1902 was het peil in het Vondelpark al NAP-2,35m en het polderpeil NAP-1,85m. In Figuur 6-4 is een verwijzing naar een zomerpeil d.d. 1902 van AP-1,9m (is ongeveer NAP-1,9m) opgenomen. Het park is diverse keren gerenoveerd: 1956-1959, 1977 (met diverse ophogingen) en de laatste grootscheepse renovatie tussen 1999 en 2010. Zo werd er onder andere drainage aangelegd om te voorkomen dat het park blank zou staan na iedere regenbui. Bomen werden opnieuw gefundeerd, om te voorkomen dat er nog meer zouden omwaaien tijdens een storm.
Nadat het park is aangelegd is de omgeving met ongeveer een halve meter opgehoogd om woningbouw mogelijk te maken (bron: Wikipedia, geraadpleegd sept. 2023). Alle woningen in het onderzoeksgebied zijn op palen gefundeerd. De straten zijn niet gefundeerd maar worden regelmatig opgehoogd. Het Vondelpark is nooit structureel opgehoogd. Terwijl de huizen en de straten dus min of meer op gelijke hoogte blijven, is het park gedaald omdat de onderliggende veenlaag door bemaling van de vijvers en de drainage inklinkt. Het park ligt inmiddels ongeveer 1-2 meter lager dan de omliggende wijken (zie Figuur A- 1). Het oppervlaktewaterpeil in het Vondelpark is momenteel NAP-2,45m, 0,25m lager dan bij de aanleg van het park en de bouw van de huizen rondom het park. Figuur A- 1 Maaiveldhoogte in m NAP van het Vondelpark en omgeving
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
45/75
Vóór de aanleg van het Vondelpark stond er alleen wat bebouwing aan de noordzijde, langs de Overtoom. Sinds het midden van de 19e eeuw heeft stadsuitbreiding plaats gevonden in de Binnendijkse Buitenveldertse polder. Aanvankelijk waren het particulieren die bouwden. Vanaf 1878 nam de gemeente dit ook zelf ter hand. Polderrioleringen Ten zuiden en noorden van het Vondelpark liggen zogenaamde polderrioleringsgebieden. In eerste instantie werden deze gebieden ingericht met perceellozingen op het polderpeil van de Binnendijkse Buitenveldertse polder (NAP-1,7m). Later werden de sloten gedempt en diepe drainerende riolen gelegd om regenwater, grondwater en rioolwater af te voeren. Deze diepe riolen zijn er nog steeds en moeten bemalen worden omdat ze niet onder vrij verval kunnen afvoeren. In Figuur A- 2 is weergegeven waar deze polderriolen liggen. Deels liggen ze op particulier terrein en deels in openbaar gebied. Het water in de polderriolen gaat naar drie verschillende gemalen, aan de Kattenlaan, Sophialaan en de Vossiusstraat. Daar stroomt het water in een verzamelbassin en wordt weggepompt als het een bepaalde hoogte heeft bereikt. Kenmerken van de gemalen zijn: • Kattenlaan berg-bezink-bassin (polderriolen noordzijde Vondelpark). o inschakelpeil NAP-4,35m en uitschakelpeil NAP-4.65m. o overstortniveau put berg-bezink-bassin NAP-2,2m.
• Sophialaan poldergemaal (polderriolen zuidwestzijde Vondelpark). o inschakelpeil NAP-3,30m en uitschakelpeil NAP-3,40m. o BOB leiding naar pomp (die naar gemaal pompt) NAP-3,71m. • Vossiusstraat berg-bezink-bassin (polderriolen zuidoostzijde Vondelpark). o inschakelpeil NAP-4,55m en uitschakelpeil NAP-4,85m. o overstortniveau put berg-bezink-bassin NAP-2,25m. De meeste woningen langs het Vondelpark hebben houten funderingen met een theoretische houthoogte van tussen NAP-1,2m en NAP-2,45m. Figuur A- 3 en Figuur A- 4 bevatten de theoretische funderingshoogtes en de mate van betrouwbaarheid van deze gegevens. Praktijkervaring wijst uit dat de afwijking tussen de theoretische houthoogte en de werkelijke houthoogte enkele decimeters kan bedragen. Figuur A- 2 Openbare polderriolen in de omgeving van het Vondelpark
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
46/75
Figuur A- 3 Diepte funderingshout in m tov NAP.
Figuur A- 4 Betrouwbaarheidsklassen houthoogtes.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
47/75
Sarphatipark Maaiveld en peil oppervlaktewater Het Sarphatipark is in 1885 aangelegd in de toenmalige Binnendijkse Buitenveldertse polder dat een polderpeil van NAP-1,7m had. Het park is niet opgehoogd. Een deel van de omringende bouwblokken is wel opgehoogd, zij het niet erg veel: de hoogte van de binnenterreinen is veelal NAP-0,5 à 0m (zie Figuur A- 5). Figuur A- 5 Maaiveldhoogte in m+NAP Sarphatipark en omgeving.
In het park is sprake van een onderbemaling. Het is niet bekend wat het oppervlaktewaterpeil was bij aanleg. In circa 1981 (bron:ref 2) was dat NAP-2m op de kleine vijver in de noordoosthoek na (NAP-0,6m). Inmiddels is het peil overal NAP-2m. Polderriolen Voordat het park werd aangelegd stond er al wel wat bebouwing. In de periode 1880-1890 is een aantal woningblokken ten zuiden van het park gebouwd waar nauwelijks is opgehoogd. Hier ligt een polderriool in het binnenterrein van het woningblok begrensd door de Van Ostadestraat, 2e Van der Helststraat, Ceintuurbaan en de 2e Sweelinckstraat (zie Figuur A- 6, omcirkeld gebied). De staat van onderhoud is onbekend (het onderhoud ligt bij de perceeleigenaren). Het polderriool sluit aan op een groter gebied met (openbare) polderriolen dat afwatert op het gemaal in de Rustenburgerstraat met een inschakelpeil van NAP-2,4m en een uitschakelpeil van NAP-2,7m.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
48/75
Figuur A- 6 Polderriolen rondom het Sarphatipark (omcirkeld particulier polderriool Van Ostadestraat, 2e Van der Helststraat, Ceintuurbaan en de 2e Sweelinckstraat )
gemaal
Oosterpark Het Oosterpark is in 1891 aangelegd in wat toen nog de Over Amstelpolder was. Het zomerpeil van de polder bedroeg bij de aanleg van het park NAP-1,85m (bron: ref. 1). Het park is nooit opgehoogd. Het is niet bekend wat het oppervlaktewaterpeil was bij aanleg van het park. Rond 1980 was het zomerpeil NAP-2,15m en het winterpeil NAP-2,25m (bron: ref. 2). Inmiddels wordt zomer en winter hetzelfde peil van NAP-2,15m gehanteerd. Na aanleg van de Rhijnspoorweg naar het Weesperpoortstation (1853) begon de urbanisatie van de stadsrand. Eerst op polderpeil, na 1880 doorgaans op een zandophoging tot boven Amstellands boezempeil. De Linnaeusstraat/Dapperbuurt dateren uit 1875-1903 en de Oosterparkbuurt uit 1893-1903. Het maaiveld in het park is ongeveer 0,5-3m lager dan in de omringende straten. In het onderzoeksgebied liggen twee polderriolen (afvoer bemaling vijvers). Bij de aanleg van de Eerste Van Swindenstraat in 1890 werd de Molenwetering door een polderriool vervangen. Rond het Oosterpark bleven er geïsoleerde gebiedjes waar het polderpeil moest worden gehandhaafd (zie Figuur A- 8). In de strook tussen Weesperzijde en Wibautstraat, in het Oosterpark en Linnaeusstraat e.o., aan de zuidzijde ter hoogte van de Paardekraalstraat waar een polderriool ligt dat met een duiker naar de Watergraafsmeer loost.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
49/75
Figuur A- 7 Maaiveldhoogte Oosterpark in m+NAP.
Figuur A- 8 Polderriolen in en om het Oosterpark
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
50/75
Bijlage 2 Uitleg geohydrologische termen Bemaling: Het onttrekken van grondwater voor het droogleggen van bijvoorbeeld een bouwput om werkzaamheden makkelijker te maken. Dit wordt ook vaak gebruikt bij het vervangen van riolering. Berg-bezink-bassin: Dit is een dichte betonnen kelder waar riolering op aangesloten wordt, maar waar alleen rioolwater in kan stromen op het moment dat het peil in het riool hoog is, bijvoorbeeld tijdens een heftige regenbui. Dit zorgt voor extra opslag in het rioolstelsel waardoor water minder snel wordt overgestort naar het oppervlaktewater. Bijkomend voordeel is dat het water in dit bassin langzaam stroomt, waardoor een deel van het vuil kan bezinken, en daardoor niet in het oppervlaktewater terecht komt (bron: Wikipedia, geraadpleegd oktober 2023) Datalogger: instrument waarmee automatisch een grondwaterstand wordt gemeten met een door de gebruiker ingestelde frequentie. Samen met de gemeten temperatuur en luchtdruk kan deze druk omgerekend worden naar een grondwaterstand. Door de tijd heen heeft Waternet verschillende meetintervallen gehanteerd, nu staan (bijna) alle dataloggers ingesteld op één meting per uur. De dataloggers worden drie of vier keer per jaar uitgelezen. Dan wordt er meteen ook een handmeting gedaan om de dataloggerdata mee te kunnen valideren.
Voor betrouwbare statistieken moet een dataloggermeetreeks minimaal drie jaar lang zijn, en minstens 80% van de dagen moet minimaal één meting gedaan zijn. Draineren: Het afvoeren van grondwater. In Amsterdam gebeurt dit voornamelijk doordat water in een onder de grond liggende geperforeerde pijp stroomt en wordt afgevoerd naar het dichtstbijzijnde oppervlaktewater of de afvalwaterzuivering. Dat kan bedoeld gebeuren met drainageleidingen, of onbedoeld door oude en lekke riolering waarin het grondwater door scheuren naar binnen sijpelt. Drainageniveau: De laagste grondwaterstand tot waar een drain of polderriool kan draineren. Meestal is dat het peil van het oppervlaktewater waarop de drain is aangesloten (of de hoogte van de overstortdrempel naar een gemaal voor een polderriool). De grondwaterstand kan wel verder dalen, maar de drain of het polderriool heeft daar geen invloed op. Duiker: Ondergrondse koker die twee watergangen met elkaar verbindt, bijvoorbeeld onder een weg door. Gemaal: Installatie die water uit polders of riolen pompt om zo het gewenste peil in stand te houden. GG: Gemiddelde grondwaterstand. Dit is het gemiddelde van alle grondwaterstanden in een meetreeks. GHG: Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand. Deze waarde geeft aan tot waar het grondwater ongeveer stijgt in tijden met veel neerslag en weinig verdamping (over het algemeen in de winter).
Deze worden voor hand- en dataloggermeetreeksen anders berekend: Voor dataloggers wordt het 93,75e percentiel van de metingen per jaar genomen, en vervolgens worden alle 93,75e percentielen gemiddeld. Voor handmetingen wordt voor maximaal vijf aaneengesloten perioden van twee jaar voor iedere periode de hoogst gemeten waarde bepaald en deze worden gemiddeld over het aantal onderzochte perioden (meestal 5). Vaak zijn de GHG’s van dataloggermetingen iets hoger dan die van handmetingen, aangezien handmetingen maar 6 keer per jaar plaatsvinden, en pieken in grondwater binnen uren tot dagen na een bui al een flink stuk kunnen dalen. Dataloggermeetreeksen hebben op zijn minst dagelijkse data, vaak zelfs eens per uur. Zo worden ook alle pieken bemeten wat resulteert in een meer nauwkeurige en vaak hogere GHG.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
51/75
GLG: Gemiddeld Laagste Grondwaterstand. Deze waarde geeft aan tot waar het grondwater ongeveer uitzakt in tijden met weinig neerslag en veel verdamping (over het algemeen in de zomer). Deze worden voor hand- en dataloggermeetreeksen anders berekend: Voor dataloggers wordt het 6,25e percentiel van de metingen per jaar genomen, en vervolgens worden alle 6,25e percentielen gemiddeld. Voor handmetingen wordt voor maximaal vijf aangesloten perioden van twee jaar voor iedere periode de laagst gemeten waarde bepaald en deze worden gemiddeld over het aantal onderzochte perioden (meestal 5). Over het algemeen lijken de GLG’s van datalogger- en handmetingen op elkaar, omdat een lage grondwaterstand over een langere periode tot stand komt. Figuur B-1: Overzicht van de ruimtelijke verbanden tussen verschillende geohydrologische termen.
Grondwaterneutrale kelder: Een kelder die zo is ontworpen dat grondwaterstromen minimaal worden gehinderd. De officiële definitie is: Het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico’s op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. Dit wordt meestal gedaan door een goed doorlatende laag om en onder de kelder heen aan te leggen van bijvoorbeeld grof zand of met behulp van buizen. Op het moment dat kelders niet grondwaterneutraal worden gebouwd vormen ze een blokkade in de ondergrond. De grondwaterstand kan aan de bovenstroomse kant stijgen, en aan de benedenstroomse kant juist dalen. Dit kan dus zowel voor overlast als onderlast zorgen. Grondwateronderlast: Het ervaren van ernstige hinder als gevolg van te lage grondwaterstanden. Dit ontstaat als de grondwaterstand zich permanent of periodiek onder de houthoogte bevindt.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
52/75
Grondwater(stand): Grondwater is water dat onder de grond stroomt. De grondwaterstand duidt op de hoogte van het grondwater ten opzichte van NAP. De grondwaterstanden fluctueren door het jaar heen, en zullen hoger zijn als het heeft geregend, en lager als het een tijd droog is en er grondwater verdampt. GXG: Verzamelnaam om de grondwaterstatistieken GLG, GG en GHG aan te duiden. Handmeting: Het handmatig meten van de grondwaterstand. Handmetingen vinden 6x per jaar plaats, met ongeveer twee maanden tussen elke meting. Hierbij laat een veldwerker een “plopper” in de peilbuis zakken. Dat is een metalen kokertje aan een meetlint dat een ploppend geluid maakt op het moment dat de grondwaterspiegel wordt geraakt. Op het meetlint kan dan de diepte van de grondwaterspiegel worden afgelezen ten opzichte van de bovenkant van de peilbuis. De bovenkant van de peilbuis wordt ingemeten ten opzichte van NAP. Zo kan de grondwaterstand omgerekend worden naar een waarde ten opzichte van NAP. Om betrouwbare statistieken te kunnen berekenen van een handmeetreeks, moet de meetreeks minimaal 10 jaar beslaan waarvan er minstens 75% van de verwachte metingen aanwezig dient te zijn. In- en uitschakelpeil : Het specifieke waterpeil in een bepaald gebied of reservoir, waarbij een pompinstallatie wordt geactiveerd.
De pompt begint te pompen als de waterstand hoger wordt dan het inschakelpeil en stopt op het moment dat het waterniveau tot onder het uitschakelpeil is gezakt. Infiltreren: Het in de grond wegzakken van water. Hierdoor wordt het grondwater aangevuld. Maaiveld: Het maaiveld (afkorting: mv) is het aardoppervlak inclusief bestrating en aardwerken zoals een talud of dijk, maar zonder vegetatie en bouwwerken zoals huizen en viaducten. (Wikipedia, geraadpleegd oktober 2023) NAP: Normaal Amsterdams Peil. Dit is de gemiddelde hoogte van de Noordzee, en wordt gebruikt als referentieniveau om aan te geven hoe hoog of diep iets zich bevindt. Negatieve kleef: Kleef is een term uit de grondmechanica en beschrijft een bepaald onderdeel van het draagvermogen van een heipaal bij paalfunderingen. Dit specifieke draagvermogen wordt bij kleefpalen ontleend aan de wrijving en adhesie van de grond langs de omtrek van de heipaal. Het draagvermogen van heipalen kan ook gebaseerd zijn op stuit. Hierbij staat de punt van de paal op een diep gelegen draagkrachtige zand- of steenlaag. Bij omlaag gerichte belasting vormt de puntweerstand ('stuit') of de kleef het draagvermogen van de paal.
Onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld bij verlaging van de grondwaterstand door een grondwateronttrekking of verdroging, kan zich een negatieve kleef ontwikkelen, doordat zakkende (inklinkende) grond aan de paal gaat hangen en een extra belasting vormt. Dit kan leiden tot verzakking van de constructie. (bron: Wikipedia, geraadpleegd december 2023). Grondwateronderlast: De grondwaterstand komt regelmatig onder de bovenkant van de houten funderingen (de bovenkant van de fundering “valt droog”). Er kan alleen maar een inschatting worden gemaakt van de droogvalfrequentie voor de periode dat hoogfrequente grondwaterstandsmetingen beschikbaar zijn. Indien die niet beschikbaar zijn wordt een afgeleide parameter gebruikt : de waterdekking bij een GLG-situatie. Dit geeft de kans op grondwateronderlast aan. Onderbemaling: Een gebied waar het waterpeil kunstmatig wordt verlaagd tot onder het besloten peil in het peilgebied waarin het zich bevindt. Onder vrij verval afvoeren (riolering): De meeste rioleringen zijn aangelegd onder een kleine hoek waardoor de inhoud met behulp van zwaartekracht (vrij verval) wordt verplaatst. Op het moment dat dit
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
53/75
niet (meer) kan, wordt het water met behulp van pompen verder verplaatst richting de afvalwaterzuivering. Ontwateringsdiepte: De afstand tussen de GHG en het maaiveld, uitgedrukt in meters of centimeters. De ideale ontwateringsdiepte is 0,90m (zie Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 - Gemeente Amsterdam). Als er sprake is van een te kleine ontwateringsdiepte is er kans op grondwateroverlast. Oppervlaktewater: Dit omvat alle waterlichamen die aan het aardoppervlak liggen, zoals rivieren, sloten, meren en grachten. Overstortniveau put (van polderriool naar Berg Bezink Bassin (BBB)). Maximale waterpeil in de put. Als het waterpeil hoger wordt, stroomt het water over de drempel naar het BBB. Dit niveau kan als het drainageniveau voor de aangesloten polderriolen worden beschouwd. Peilbuis: Een holle buis die verticaal in de grond is geplaatst met als doel de grondwaterstand of stijghoogte in de ondergrond te meten. De onderkant van de buis (meestal de onderste meter ) is geperforeerd zodat er grondwater in kan stomen. De hoogte van het grondwater in de buis is gelijk aan de drukhoogte van het grondwater in de omringende bodemlaag. Perceellozing: Al het (afval)water wat vanaf een perceel moet worden afgevoerd. Polderpeil: Het peil (de stand) van het oppervlaktewater in een poldergebied. Dit wordt kunstmatig op de gewenste hoogte gehouden.
Polderriool: Een drainerend riool dat is aangelegd ter vervanging van oude sloten in poldergebieden. De polderriolen in Amsterdam liggen diep en de inhoud wordt door middel van gemalen verplaatst. Transpiratie: Transpiratie is het water dat verdampt wordt door planten en bomen. Op het moment dat zij aan fotosynthese doen verdampt er water uit de huidmondjes van de bladeren. Dit zorgt op zijn beurt voor een kleine onderdruk waardoor er meer water door de wortels, stam en/of stengels omhoog wordt gehaald. Transformatiegebied: gebied waarin bestaande bebouwing wordt gesloopt en herbouwd dan wel een bestaand bebouwd gebied dat een andere inrichting en/of andere functie krijgt. Verdamping: Het proces waarbij water van vloeibare vorm overgaat in gasvorm. Hoe snel water verdampt is afhankelijk van onder andere de temperatuur en de luchtvochtigheid. Over het algemeen verdampt er meer water in de zomer dan in de winter. Waterdekking: Het verschil tussen de GLG en de bovenkant van de houten fundering.
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
54/75
Bijlage 3 Locatie en meetfrequentie peilbuizen In de tabellen van deze bijlage is per peilbuis aangegeven waar deze zich bevindt, van wanneer tot wanneer deze is bemeten, en hoeveel datapunten per seizoen er zijn. Voor uitleg over de meetfrequentie en methode van meten, zie “Handmetingen” en “Dataloggermetingen” in Bijlage 2. Vondelpark Figuur C-1 Locatieoverzicht van peilbuizen in het vondelpark. De actieve peilbuizen worden tot op heden bemeten
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
55/75
Tabel C-1 Overzicht peilbuizen in het Vondelpark, inclusief meetperioden van hand- en dataloggermetingen, en het totaal aantal metingen per seizoen Peilbuis
E05002 E05003 E05004 E05007 E05011 E05013 E05014 E05015 E05027 E05070 E05077 E051169 E051224 E051225 E051226 E05159 E05160 E05207 E05208 E05209 E05215 E05217 E05218 E05219 E05229 E05249 E05250 E05251 E05252 E05323 E05333 E05334 E05335 E05336 E05337 E05359 E05360 E05361 E05362 E05365 E05367 E05368 E05369 E05370 E05376 E05377 E05378 E05379 E05380 E05381
Meetperiode handmetingen (Meetfrequentie 5-6x per jaar) 1953-Heden 1953-Heden 1953-Heden 1953-Heden 1953-Heden 1953-2011 1953-2011 1953-Heden 1963-Heden 1970-2011 1970-Heden 2017-Heden 2019-Heden 2019-Heden 2019-Heden 1978-Heden 1978-Heden 1979-Heden 1979-Heden 1979-Heden 1979-Heden 1979-2021 1979-Heden 1979-2022 1979-2022 1980-Heden 1979-2011 1979-Heden 1980-Heden 1988-2011 1988-Heden 1988-Heden 1988-Heden 1988-Heden 1988-2008 1990-2011 1990-Heden 1990-2011 1990-Heden 1990-Heden 1990-Heden 1990-2011 1990-Heden 1990-Heden 1990-2019 1990-Heden 1990-2013 1990-2017 1990-Heden 1990-Heden
Zomer
Herfst
Lente
Winter
126 124 139 117 169 132 115 146 101 58 104 12 5 5 5 84 85 79 122 62 59 61 69 66 102 73 52 78 83 36 48 52 54 86 45 62 83 57 64 58 55 34 57 53 48 53 106 48 51 48
133 128 131 94 146 120 110 148 92 58 87 9 4 4 4 71 73 69 76 56 58 58 59 55 95 68 51 63 71 34 42 49 50 64 32 73 87 46 48 46 42 30 47 43 39 51 115 44 46 45
136 132 134 137 161 146 122 151 104 59 104 8 3 4 3 83 86 75 96 55 65 57 74 69 109 76 68 82 87 34 51 51 55 77 34 71 70 86 61 57 48 38 57 49 56 65 69 53 51 46
127 120 126 107 141 120 109 133 90 58 84 20 3 3 3 68 67 89 108 57 57 51 60 59 86 70 55 62 65 34 45 51 50 71 47 67 74 66 67 55 47 39 56 50 55 55 57 52 51 51
Meetperiode loggermetingen (Meetfrequentie 4-24x per dag) 2007-Heden
Zomer
Herfst
Lente
Winter
1159
1180
1166
1236
2011-2014
284
368
364
315
2006-Heden 2011-Heden
1472 920
1531 895
1369 844
1434 940
2008-2017 2017-2020 2019-Heden 2019-Heden 2019-Heden 2008-2012 2008-2014 2011-Heden 2023-Heden 2011-Heden
584 260 366 368 368 359 468 944 0 1005
623 184 344 344 344 274 473 899 60 968
671 182 333 346 346 279 534 982 0 928
765 252 329 361 361 360 526 997 0 960
2008-2014
468
552
552
526
2008-2012 2008-2014
365 468
273 552
278 552
360 526
2008-2013
376
460
425
428
2022-Heden
184
184
117
137
2023-Heden
0
57
0
0
2023-Heden
0
7
0
0
2008-2009 2008-2008
137 45
171 92
91 81
90 0
2023-Heden
92
65
0
48
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
56/75
Peilbuis
E05382 E05383 E05386 E05387 E05449 E05451 E05452 E05453 E05454 E05455 E05456 E05457 E05458 E05459 E05462 E05463 E05474 E05475 E05476 E05479 E05487 E05536 E05537 E05544 E05616 E05619 E05635 E05636 E05637 E05657 E05684 E05686 E05688 E05703 E05706 E05710 E05711 E05713 E05715 E05718 E05720 E05722 E05724 E05737 E05770 E05778 E05779 E05780 E05781 E05783 E05784 E05784 E05785
Meetperiode handmetingen (Meetfrequentie 5-6x per jaar) 1990-Heden 1990-2012 1990-Heden 1990-Heden 1992-2022 1993-Heden 1993-2021 1993-Heden 1993-Heden 1993-Heden 1993-2011 1993-Heden 1993-Heden 1993-Heden 1993-Heden 1993-Heden 1993-Heden 1993-2008 1993-Heden 1993-2011 1995-2016 1996-2009 1996-2022 1998-Heden 1999-Heden 1999-Heden 1999-2008 1999-2010 1999-2022 2000-2015 2000-2015 2000-Heden 2001-Heden 2001-2014 2000-2014 2002-2004 2002-2004 2002-2004 2002-2005 2002-2004 2002-2004 2002-2005 2002-2004 2003-2023 2005-Heden 2006-2015 2006-2015 2006-2015 2006-2012 2006-2007 2006-Heden 2006-Heden 2006-Heden
Zomer
Herfst
Lente
Winter
48 42 54 53 48 44 115 121 58 54 38 61 68 71 79 30 87 110 128 31 60 55 61 85 37 97 26 26 113 29 23 38 103 11 33 241 276 273 212 276 276 276 188 42 28 29 29 27 21 24 33 33 61
52 38 50 48 39 38 125 127 56 50 32 45 49 59 61 24 94 143 117 26 46 69 69 66 32 112 17 19 99 13 15 32 108 3 24 276 276 276 277 274 276 277 274 33 18 17 17 13 16 49 21 21 65
60 47 51 52 52 49 81 82 79 85 52 65 71 75 81 30 111 80 69 30 98 88 68 84 39 42 32 34 48 17 17 35 41 9 25 273 273 264 273 273 273 272 273 41 18 26 27 26 23 91 29 29 115
49 44 51 52 43 41 61 56 53 58 42 57 62 60 81 22 91 62 68 26 62 58 58 65 45 29 32 34 49 9 11 32 51 18 28 231 234 194 234 234 230 235 207 41 15 20 20 21 15 98 23 23 113
Meetperiode loggermetingen (Meetfrequentie 4-24x per dag)
Zomer
Herfst
Lente
Winter
2008-2009
137
170
89
90
2023-Heden
92
65
0
45
2007-2020 2008-2009
982 130
978 171
1008 91
956 90
2009-2009 2008-2009
92 137
79 171
0 91
22 90
2008-2009
102
92
91
90
2008-2009 2010-2014 2008-2009
92 135 137
79 180 171
3 282 91
90 255 90
2023-Heden
0
60
0
0
2007-2009
246
254
182
181
2008-2013 2007-2009 2007-Heden
368 244 336
348 263 428
342 182 346
428 166 271
2007-2009
228
263
172
91
2007-2009 2009-2013 2008-2013
247 360 420
263 276 531
182 283 420
181 361 345
2008-2011 2008-2017 2008-2014 2008-2013 2008-2012 2008-2012
39 578 424 455 368 368
0 644 504 367 317 368
46 542 463 367 276 329
162 653 485 451 361 361
2008-Heden 2008-Heden 2007-Heden
927 927 916
997 997 899
997 997 956
971 971 968
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
57/75
Peilbuis
E05788 E05789 E05790 E05791 E05792 E05793 E05794 E05795 E05796 E05797 E05799 E05850 E05852 E05853 E05854 E05855 E05861 E05863 E05866 E05893 E05974 E05979
Meetperiode handmetingen (Meetfrequentie 5-6x per jaar) 2006-2015 2006-Heden 2006-2015 2006-2015 2006-Heden 2006-Heden 2006-Heden 2006-2013 2006-2015 2006-2015 2006-Heden 2007-Heden 2007-2008 2007-2009 2007-2009 2007-Heden 2007-Heden 2007-Heden 2007-2008 2009-Heden 2013-Heden 2013-Heden
Zomer
Herfst
Lente
Winter
21 39 25 114 122 103 120 99 28 28 27 17 66 68 28 82 16 16 58 26 16 15
15 22 17 141 137 141 143 128 17 17 21 17 76 74 32 92 19 19 74 18 14 12
25 39 28 110 114 113 110 93 28 27 24 21 1 3 3 23 16 24 1 25 6 16
20 29 18 108 110 17 107 97 16 18 22 12 1 2 2 15 13 15 1 17 7 12
Meetperiode loggermetingen (Meetfrequentie 4-24x per dag) 2008-2012 2008-2014 2008-2014 2006-2014 2006-Heden 2007-Heden 2006-Heden 2006-2009 2008-2014 2008-2014 2023-Heden 2008-2009
Zomer
Herfst
Lente
Winter
215 450 468 612 1464 1066 1274 276 468 468 0 137
274 460 531 756 1508 1277 1372 310 552 550 58 171
206 458 549 774 1403 1183 1293 264 549 536 0 90
180 518 526 639 1374 1047 1198 271 526 515 0 90
2007-2009 2007-2009 2007-2009 2018-Heden
247 245 204 460
263 263 263 445
182 182 175 455
181 181 181 451
2013-Heden
788
821
819
812
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
58/75
Sarphatipark Figuur C-2 Locatieoverzicht van peilbuizen in het Sarphatiparkpark. De actieve peilbuizen worden tot op heden bemeten
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
59/75
Tabel C-2 Overzicht peilbuizen in het Sarphatipark, inclusief meetperioden van hand- en dataloggermetingen, en het totaal aantal metingen per seizoen Peilbuis
E06074 E06075 E060995 E060996 E060997 E060998 E06105 E06131 E06132 E06136 E06191 E06201 E06334 E06431 E06432 E06463 E06465 E06471 E06474 E06475 E06476 E06477 E06478 E06544 E06563 E06597 E06629 E06692 E06693 E06694 E06696
Meetperiode handmetingen (Meetfrequentie 5-6x per jaar) 1969-2017 1969-Heden 2019-Heden 2019-Heden 2019-Heden 2019-Heden 1971-2011 1973-Heden 1973-Heden 1973-Heden 1975-Heden 1975-Heden 1982-Heden 1989-Heden 1989-2011 1990-Heden 1990-Heden 1990-Heden 1990-Heden 1990-Heden 1990-Heden 1990-Heden 1990-Heden 1992-Heden 1994-2011 1998-Heden 2000-Heden 2005-Heden 2005-Heden 2005-Heden 2005-Heden
Zomer
Herfst
Lente
Winter
91 100 5 4 4 4 75 85 89 85 77 79 68 59 41 66 52 61 48 61 60 60 60 54 37 45 46 21 18 25 27
67 74 3 3 3 3 52 61 64 59 58 60 52 45 30 47 35 42 43 42 45 44 44 42 19 32 35 25 23 23 25
87 95 4 4 4 3 62 77 79 70 69 71 54 51 31 54 38 46 43 48 46 46 49 44 26 38 44 18 22 24 25
76 85 3 2 3 2 60 73 75 70 71 71 65 56 40 58 50 54 44 57 54 53 56 55 32 44 48 22 22 28 26
Meetperiode loggermetingen (Meetfrequentie 4-24x per dag)
Zomer
Herfst
Lente
Winter
2019-Heden 2019-Heden 2019-Heden 2019-Heden
368 368 368 276
346 346 346 276
345 346 346 325
359 361 361 326
2015-2022
644
644
617
625
2008-2010
130
158
182
180
2008-Heden
771
811
879
888
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
60/75
Oosterpark Figuur C-3 Locatieoverzicht van peilbuizen in het Oosterpark. De actieve peilbuizen worden tot op heden bemeten
Tabel C-3 Overzicht peilbuizen in het Oosterpark, inclusief meetperioden van hand- en dataloggermetingen, en het totaal aantal metingen per seizoen Peilbuis
E060992 E060993 E06111 E06170 E06171 E06353 E06373 E06374 E06375 E06379
Meetperiode handmetingen (Meetfrequentie 5-6x per jaar) 2019-Heden 2019-Heden 1971-Heden 1975-Heden 1975-2022 1985-Heden 1987-2011 1987-2017 1987-Heden 1987-Heden
Zomer
Herfst
Lente
Winter
5 5 79 59 133 52 29 38 45 43
3 4 82 71 79 61 35 41 53 55
5 4 92 79 75 61 37 46 54 58
2 2 79 78 151 51 36 44 54 53
Meetperiode loggermetingen (Meetfrequentie 4-24x per dag) 2019-Heden 2019-Heden 2011-Heden 2011-Heden
Zomer
Herfst
Lente
Winter
365 368 935 1090
433 433 920 1100
355 364 910 1017
353 361 863 868
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
61/75
Peilbuis
E06381 E06382 E06388 E06392 E06395 E06541 E06560 E06578 E06626 E06645 E06749 E06750 E06751 E06752 E06753 E06798 E06799 E06800 E06801 E06802 E06803 E06804 E06805 E06806 E06807 E06808 E07045 E07046 E07047 E07055 E07077 E07093 E07098 E07142 E07143 E07151 E07153 E07210 E07330 E07360 E07467 E07489
Meetperiode handmetingen (Meetfrequentie 5-6x per jaar) 1987-2022 1987-2011 1987-2011 1987-Heden 1987-Heden 1991-Heden 1993-2019 1997-Heden 1999-Heden 2000-2013 2012-2020 2012-2015 2012-2015 2012-2020 2012-Heden 2016-2020 2016-Heden 2016-2020 2016-2020 2016-2020 2016-2020 2016-2020 2016-2020 2016-Heden 2016-2020 2016-Heden 1970-2022 1970-2011 1970-2014 1975-2011 1975-Heden 1979-Heden 1979-Heden 1987-2011 1987-Heden 1988-2011 1987-2023 1990-2022 2001-Heden 2004-2022 2012-2022 2016-2020
Zomer
Herfst
Lente
Winter
37 30 26 117 39 44 43 38 42 21 5 3 3 7 10 4 6 4 4 4 4 4 4 7 4 7 70 56 59 42 78 71 51 31 120 31 137 49 33 29 13 3
52 34 31 59 37 48 110 34 52 19 7 5 5 9 10 4 7 4 3 5 5 5 5 9 5 9 73 53 58 48 87 84 66 33 64 34 218 61 46 31 18 5
56 41 39 65 42 49 111 34 75 22 35 41 42 45 47 2 2 2 2 2 2 2 2 5 2 5 77 55 63 53 76 71 59 38 52 34 150 44 36 24 13 2
49 38 36 147 42 49 114 34 95 23 65 63 62 70 74 4 4 4 4 4 4 3 4 7 4 7 67 49 55 47 71 66 59 39 143 35 142 50 33 29 14 3
Meetperiode loggermetingen (Meetfrequentie 4-24x per dag)
Zomer
Herfst
Lente
Winter
2017-Heden
536
504
455
407
2012-2020 2012-2015 2012-2015 2016-2020 2013-Heden 2016-2020 2016-2020 2016-2020 2016-2020 2016-2020 2016-2020 2016-2019 2016-2020 2016-Heden 2016-2020 2016-Heden
656 276 184 380 906 380 380 288 380 380 380 354 380 721 358 694
524 276 179 368 837 368 368 323 368 368 368 368 368 713 368 713
588 252 174 364 819 364 364 364 364 364 364 327 364 635 364 637
612 251 228 361 799 361 361 339 361 361 361 270 361 631 361 631
2013-2013
92
92
74
7
2016-Heden
685
644
637
631
2016-2020
380
368
364
361
13 mei 2024 - Grondwater-onderzoek omgeving Van Eeghenstraat Amsterdam - 23.021543 - 4
Classificatie: Openbaar
62/75
Bijlage 4 Gemiddeld laagste, gemiddelde en gemiddeld hoogste grondwaterstand In deze bijlage staan de berekende grondwaterstatistieken: de gemiddeld hoge grondwaterstand (GHG), de gemiddelde grondwaterstand (GG) en de gemiddeld lage grondwaterstand (GLG). Zie Bijlage 2 voor uitleg van de berekenmethodes. Vondelpark Tabel D- 1 Gemiddeld laagste, gemiddelde en gemiddeld hoogste grondwaterstanden, berekend voor peilbuizen in en rond Vondelpark in de perioden 2003-2012 en 2013-heden. De vakken zijn leeg als er in de betreffende periode niet genoeg metingen waren om een betrouwbare statistiek te kunnen berekenen Peilbuis E05002 E05003 E05004 E05007 E05011 E05013 E05014 E05015 E05027 E05070 E05077 E051169 E051224 E051225 E051226 E05159 E05160 E05207 E05208 E05209 E05215 E05217 E05218 E05219 E05229 E05249 E05250 E05251 E05252 E05323 E05333 E05334 E05335 E05336 E05337 E05359 E05360 E05361 E05362