Bijlage 1.Geen overheidsgeld naar dit verkende Slavernijverledenmuseum
Tekst van het document
Geen overheidsgeld naar dit verkende Slavernijverledenmuseum Brief met zienswijze en vragen aan de Gemeenteraad van Amsterdam waaronder de raadscommissie voor Kunst, Diversiteit en Democratisering (KDD) inzake het verkenningsrapport "Met de kracht van de voorouders" van mei 2021
Geachte gemeenteraadsleden, In deze brief stel ik mijn vragen en geef ik mijn zienswijze aan u, de Gemeenteraad van Amsterdam, inzake het verkenningsrapport "Met de kracht van de voorouders" van mei 2021. Dat rapport is het resultaat van een verkenning naar een Nationale Museale Voorziening Slavernijverleden in opdracht van het College van B en W van Amsterdam. Een inhoudelijk vergelijkbare reactie op dit rapport, maar bondiger, heb ik op 27 augustus 2021 gestuurd aan de Amsterdamse Kunstraad, die samen met de Raad voor Cultuur over deze verkenning advies uitbrengt aan het College van B en W van Amsterdam en de Minister van OCW. Hiernaast heb ik ook een satirisch verhaal geschreven "Slavernij in de delta" dat bedoeld is als extra instrument om ook op een andere manier aandacht voor deze zaak te krijgen. Dat document is voor u als bijlage aan deze brief toegevoegd. lk vraag u het volgende:
1. Besteedt geen overheidsgeld aan dit verkende slavernijverledenmuseum, omdat het de doorwerkingen van de slavernij als oorzaak ziet van: ■
de hedendaagse discriminatie en achterstelling van de slaven-nazaten in Nederland
■
de huidige ontwikkelingsstatus van landen waar de slavenarbeid plaatsvond
Een dergelijk museum is feitelijk onjuist, misleidend en zelfs gevaarlijk voor onze samenleving. 2. Neem expliciet in de verkenning en in de scope van het museum op, dat er tussen het slavernijverleden en de bovengenoemde twee zaken geen significante causale verbanden zijn en dat het museum deze twee zaken niet door het slavernijverleden verklaart. Waarom heeft u deze twee, zogenoemde, "doorwerkingen van het slavernijverleden" in de opdracht voor deze verkenning toegestaan? Hoe kon u zoveel ruimte geven voor het (mede) op basis van deze twee beweringen laten verkennen van een slavernijverledenmuseum? 3. Maak een vervolgtraject mogelijk waarin er op wordt toegezien dat er wel een oprecht en prominent museum komt, dat het slavernijverleden in de volledige breedte en diepte omvat. Dit museum moet inzake het slavernijverleden voor alle Nederlanders de plek zijn voor een continue: ■
verantwoorde en transparante documentatie
■
zuivere informatieverstrekking
■
plechtige herdenking
■
onverstoorde leedverwerking
4. Eis een professioneel en ervaren slavernijverledenmuseum managementteam. Dit moeten inhoudelijk en zakelijk deskundigen zijn, die bewezen hebben om van een (dergelijk) historisch thematisch museum een succes te maken. Succesvol wat betreft bezoekersaantallen en tevredenheid vanuit de zeer brede nationale doelgroep, operationeel en financieel. lk vraag u inzake het totale personeelsbestand, bij gelijke kwaliteit, een passende etnische diversiteit te eisen bestaande uit nazaten, andere Nederlanders en indien nodig buitenlanders. En laat het museum niet over aan amateurs en hobbyisten. Omdat ik hoop dat er spoedig een oprecht en prominent museum komt, heb ik hieronder alvast twee suggesties. 15-10-2021
2/8
De opstellers van het verkenningsrapport hebben ter orientatie een aantal bestaande buitenlandse slavernijverledenmusea meegenomen, maar niet het museum Yad Vashem - The World Holocaust Remembrance Center in Jerusalem. Dat is een inhoudelijke misser en moet in een update van het rapport alsnog meegenomen worden in het verken- en leerproces. lk zeg dat ook, omdat Yad Vashem zich focust op de holocaustperiode. Een nationaal slavernijverledenmuseum zou zich op een dergelijke wijze ook moeten focussen op, sec, de slavernijperiode en niet op hedendaagse etnische en rassendiscriminatie en achterstelling in Nederland. Want net zo goed als Joden ver daarvoor en ver daarna en nog steeds gediscrimineerd worden, geldt dat bijvoorbeeld ook voor negroide mensen. En indien er of en toe in het Slavernijverledenmuseum dan zo nodig t6ch over hedendaagse etnische en rassendiscriminatie en achterstelling moet worden gesproken - wat ik mij wel kan voorstellen doe dat dan wetenschappelijk verantwoord en professioneel. Vervat dergelijke offslavernijverledenmuseum onderwerpen dan wel in speciale off-topic thematentoonstellingen, maar niet in de vaste collectie. Beschouw die aparte tentoonstellingen als "off-topic". En houdt daarmee het slavernijverledenmuseum zelf zuiver.
In mijn onderstaande zienswijze heb ik het een en ander onderbouwd De volgende bij het verkenningsrapport betrokken politieke gremia hebben van mij tegelijkertijd een brief met deze vragen, zienswijze en het satirisch verhaal ontvangen: ■
College van B en W van Amsterdam
•
Gemeenteraad van Amsterdam
■
Minister van OCW
■
Tweede Kamer
Indien u dat wenst ben ik uiteraard bereid het nader aan u toe to lichten. Graag zelfs.
15-10-2021
3/8
lk vind dat er een prominent slavernijverledenmuseum moet komen lk ben een groot voorstander van het opzetten van een nationale museumvoorziening over het slavernijverleden. Waar ik mij ernstig zorgen over maak is de door de opdrachtgever van het rapport gekozen - en de door de opstellers uitgewerkte - scope en thema's. lk bedoel daarmee het volgende.
Mijn zorgpunten In het rapport staat de volgende missie van het museum: "Het tonen van de perspectieven, de kracht en de strijd van de slaafgemaakten en hun nazaten waarbij het Nederlands trans-Atlantisch slavernijverleden, de erfenissen en de doorwerkingen daarvan centraal staan." lk maak ik mij ernstig zorgen om de nu al zichtbare gevolgen van de volgende woorden in die missie: "en hun nazaten" en "de doorwerkingen daarvan" Door als opdrachtgever deze scope zomaar, als het ware met een vrijbrief, centraal te stellen heeft zij een zeer groot risico genomen. Uit de verkenning blijkt nu al dat daardoor voorbijgeschoten is aan wat het doel van een slavernijverledenmuseum in de kern moet zijn. Te weten de plek voor documentatie, informatie, herdenking en verwerking van het slavernijverleden. Met onderwerpen zoals: waarom en hoe is slavernij ontstaan; in welke situatie en met welke actoren (burgers, overheidsfunctionarissen en landen); indrukken en verhalen van en over de betrokkenen; wat betekende slavernij in de praktijk; waarom en hoe is slavernij afgeschaft en door welke actoren. Maar nadrukkelijk ook: hoe kan ik daar nu zelf mee omgaan en hoe kan ik dit persoonlijk verwerken. En tenslotte: hoe kunnen we slavernij in de toekomst voorkomen. Maar de door de opdrachtgever toegestane scoop Ieidt in het rapport helaas tot het volgende.
De huidige situatie in voormalige kolonien, van hun huidige inwoners en van hun huidige diaspora (nazaten in Nederland) worden in de verkenning door het slavernijverleden verklaart. Er worden door de opstellers zonder enige onderbouwing de volgende twee causale verbanden gesuggereerd, tussen de slavernij enerzijds: (a) en de hedendaagse rassendiscriminatie en achterstelling van de diaspora van nazaten van slaafgemaakten in Nederland anderzijds (b) en de huidige ontwikkelingsstatus van landen waar de slavenarbeid plaatsvond anderzijds Er zijn hiervoor geen significante causale verbanden met het slavernijverleden te vinden. De ontwikkelingsstatus van de bedoelde landen werd of wordt grotendeels bepaald door zaken zoals kolonialisme, internationale economische verhoudingen, cultuur, religie, slecht bestuur, corruptie en gebrek aan innovatiekracht en ondernemerschap. Bovendien hebben veel toenmalige en huidige bewoners van deze landen geen slavernijverleden omdat zij tot een andere etnische groep behoren. En hedendaagse rassendiscriminatie en achterstelling van nazaten in Nederland hebben heel andere oorzaken en hebben niets met het slavernijverleden te maken. Bovendien worden andere etnische groepen in Nederland - die afkomstig zijn uit diezelfde landen maar geen nazaten van slaafgemaakten zijn - eveneens met discriminatie en achterstelling geconfronteerd.
15-10-2021
4/8
Blijf museaal ver weg van hedendaagse rassendiscriminatie Deze verbanden leggen is bewegen op glad ijs en misleidend. Dat zal tot onbegrip leiden en averechts werken bij andere bevolkingsgroepen in Nederland. Dat zal polariserend werken. En dit museum zomaar een vrijbrief geven voor thema's rond "nazaten" en "doorwerkingen" zal ook veel nazaten in verlegenheid brengen en zelfs stigmatiseren en beschadigen. We moeten ons in het kader van slavernij ver weg houden van hedendaagse etnische en rassendiscriminatie. Dit soort discriminatie is van alle tijden en moet op andere wijzen stevig aangepakt worden. Koppel dat niet exclusief aan slavernij, zoals Joden de eeuwigdurende Jodenhaat ook niet exclusief koppelen aan de holocaust. Dat is een historische fout. Bovendien - als je de bijlagen leest - lijkt het museum ook een soort promotiemedium voor nazaten en andere, zogenoemde, Afro-Nederlanders te worden. Met veel fantasie, soms klef of aandoenlijk. Dat gaat in het nuchtere Nederland niet werken. Is funest voor wederzijds begrip en sociale cohesie.
Rassendiscriminatie is een complex fenomeen dat apart aandacht vraagt Het jaarlijks museaal besteden van 1 miljoen euro overheidsgeld aan de bovengenoemde twee nonsens, niet bestaande doorwerkingen van het slavernijverleden, leidt of van de feitelijke oorzaken van rassendiscriminatie en de eigenlijke mechanismen van rassendiscriminatie. Etnische en rassendiscriminatie is in de basis een natuurlijke reactie op uiterlijke kenmerken zoals kleur. lk bedoel het automatisch, onwillekeurig zien van een uiterlijk en van een mogelijk verschil met je eigen uiterlijk. Deze primaire reactie is een menselijke eigenschap die er van nature is en die zich van kinds of aan al uit. Discriminatie door, zogenoemde, "witten" in een overwegend wit land als Nederland betreft echter alle niet-witten die er anders uitzien, en niet alleen de nazaten. Maar net zo goed vindt er, op deze natuurlijke wijze, in Nederland discriminatie plaats door nazaten richting witten. En al deze natuurlijke reacties op uiterlijke kenmerken zullen er dus altijd zijn. Het mechanisme van etnische en rassendiscriminatie werkt verder als volgt. Er worden aan deze primaire reacties op uiterlijk door witten, maar in feite door alle Nederlanders, automatisch en onwillekeurig gedachten en emoties gekoppeld.
Deze gedachten en emoties zijn gebaseerd op persoonlijk verkregen informatie en persoonlijke ervaringen over mensen met een dergelijk etnisch of raciaal uiterlijk. Maar ook het hebben van deze associaties en de vorming van stereotypen is een natuurlijke menselijke eigenschap en zal er dus altijd zijn: neutraal, positief of negatief. Het is echter niet, wat de opstellers suggereren, het slavernijverleden dat tegenwoordig nog als associatie in de hoofden van de witten in Nederland zit. Die associatie is er al lang niet meer. De hedendaagse witten zijn al lange tijd met andere dingen bezig. Er gebeurde en gebeurt binnen en rond Nederland immers heel veel. En dat vraagt de aandacht van alle Nederlanders en dat beInvloedt de gedachten van alle Nederlanders. De wereld draait immers door! Het is echter helaas een aantal nazaten dat nog steeds last heeft van het slavernijverleden. Daarvoor is terecht aandacht en hulp nodig. Een aantal daarvan is hierdoor gefrustreerd en sommigen ook boos. En een aantal koppelt hedendaagse discriminatie en achterstelling door witten van nazaten in Nederland onterecht aan het slavernijverleden. Het slavernijverleden heeft echter niets te maken met hun confrontatie met discriminatie en achterstelling in het heden in Nederland.
15-10-2021
5/8
Leed en trauma's van nazaten vereisen een onverstoorde verwerking Nazaten van slaafgemaakten in Nederland zijn zich in mindere of meerdere mate bewust van het slavenijverleden. Bij een deel van hen roept het slavernijverleden regelmatig emoties op. Velen herdenken jaarlijks de afschaffing van de slavernij. Daarbij moet ik denken aan de mevrouw met die kinderopvang. Elke dag staat zij klaar om kinderen op te vangen, want zij weet dat ouders het druk hebben en op haar rekenen. Behalve die ene dag in het jaar. Want die dag, Keti Koti, is voor haar. Dan gaat zij volledig op in het inleven en herdenken van wat haar voorouders hebben meegemaakt. Bij een kleiner deel van de nazaten werkt het slavernijverleden nog heftiger door. Deze nazaten ondervinden veelvuldig en een aantal zelfs doorlopend persoonlijk leed door hun gedachten en emoties over het slavernijverleden. Daarbij moet ik denken aan de Joodse mevrouw bij het recent geopende Holocaust Namenmonument in Amsterdam. Zij vertelde dat er altijd een "donkere wolk boven haar familie hangt" en dat zij zich een "derde generatie holocaustslachtoffer" voelt. Door het zien van de familienamen kan ze daar nu beter mee omgaan. De overheid moet deze doorwerking van het slavernijverleden in navolgende generaties nazaten erkennen.
De overheid moet erkennen dat het slavernijverleden ook in het heden emoties, leed en zelfs trauma's veroorzaakt. Een nationaal slavernijverledenmuseum is de plek die dagelijks toegankelijk is voor herdenking en voor leedverwerking. Maar sommige nazaten zullen ook professionele slachtofferhulp en traumatherapie nodig hebben. Daarvoor moet ruimte binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg zijn. Het museum moet een instituut zijn dat in samenwerking met deskundigen informatie en een netwerk inzake leed- en traumaverwerking heeft. Wat kan het museum hierover leren van leed- en traumaverwerking van Joden, Armeniers en Native Americans? Indien de Staat en andere Nederlandse overheden officieel excuses bieden voor hun rol inzake de slavernij, dan kan het proces van leedverwerking worden versnelt. Ook van belang voor de verwerking is het omgaan met symbolen van het slavernijverleden in het heden. Het museum moet daarin een adviserende rol richting de overheid hebben. Objecten zoals gebouwen, straatnamen, organisaties en dergelijke met een slavernijverleden moeten door het museum worden onderzocht en geduid. Een en ander In samenwerking met wetenschappers. Maar nutteloos en aandoenlijk is het, dat de opstellers van het verkenningsrapport het steeds hebben over "schuldige gebouwen" en "schuldige plekken". Onder andere als ze over een museumlocatie nadenken.
Want gebouwen en plekken zijn niet schuldig. De toenmalige eigenaren en gebruikers zijn schuldig. En het kan ook een soeverein, krachtig en zelfs bevrijdend statement zijn om een slavernijverledenmuseum in juist zo een gebouw of op juist zo een locatie te vestigen. Mensen die vanwege deze doorwerking van het slavernijverleden veel emoties, leed en zelfs trauma's hebben, zijn zeer waarschijnlijk ook gevoeliger als zij (zelf) met etnische en rassendiscriminatie en achterstelling worden geconfronteerd. In de praktijk kan dat tot heftige reacties leiden en dat kan ook escaleren. Maar het verklaren van hedendaagse etnische en rassendiscriminatie en achterstelling van nazaten in Nederland door het slavernijverleden, is onterecht. Het slavernijverleden heeft hier niets mee te maken. Het slavernijverledenmuseum moet een plek zijn voor plechtige herdenking en oprechte leedverwerking. Deze processen moeten niet worden verstoord door niet ter zake doende dingen, zoals hedendaagse racisme- en ongelijkheidsbestrijding in Nederland, en door bewegingen die binnen een totaal andere context en een totaal ander land spelen, zoals "Black Lives Matter".
15-10-2021
6/8
Rassendiscriminatie moet op een directe wijze stevig worden aangepakt Door de koppeling in het verkende slavernijverledenmuseum met hedendaagse rassendiscriminatie en achterstelling, verliezen we kostbare tijd en overheidsgeld. Het is beter om hedendaagse rassendiscriminatie en achterstelling direct aan te pakken en niet via het slavernijverleden, want dat laatste voegt niets toe, lost niets op en polariseert zelfs. Discriminatie en achterstelling van rassen en etnische groepen komt in Nederland vaak voor, waaronder institutionele etnische en rassendiscriminatie en achterstelling. Dit moet stevig aangepakt worden. Veel steviger dan nu het geval is, want de impact van rassendiscriminatie is substantieel. Rassendiscriminatie heeft een heftige impact op degenen die gediscrimineerd worden. En indien iemand deze discriminatie en achterstelling vanwege raciaal of etnisch uiterlijk heel vaak ervaart, dan wordt zo iemand uiteindelijk mentaal blijvend vervormd. Deze wat ik noem mentale denaturatie ontstaat door hevige gevoelens van onzekerheid, machteloosheid, hopeloosheid en onveiligheid. Mensen die op grond van etniciteit of ras worden gediscrimineerd, worden daardoor fataal in het nauw gebracht. Zij kunnen hun uiterlijk en wat zij van nature zijn immers niet "uitdoen". Zij kunnen dus niet uit deze insluiting ontsnappen.
Tenminste, als ze hun uiterlijk al zouden willen uitdoen uiteraard... Mentale denaturatie leidt tot gevoelens zoals het ervaren van minder eigenwaarde en minder zelfbeschikking. Deze mensen zijn lamgeslagen. Veelvuldige discriminatie werkt verlammend op het dagelijks functioneren van deze mensen. Mentale denaturatie kan zelfs een apathisch of destructief karakter krijgen en kan op diverse manieren escaleren. En omdat veel mensen deze discriminatie overkomt, heeft dit een vernietigende impact op de energie, de werking en de ontwikkeling van de samenleving. In een dergelijke samenleving is sociale cohesie ver te zoeken. Helaas kunnen we wat betreft etnische en rassendiscriminatie niets fundamenteels veranderen aan de, door mij eerder genoemde, natuurlijke menselijke eigenschappen die zorgen voor het: (i) automatisch, onwillekeurig zien van uiterlijk onderscheid (ii) automatisch, onwillekeurig associeren van gedachten en emoties met dat uiterlijk En niemand wil, terecht, een Gedachtenpolitie. Het is slechts mogelijk om de gevolgen van deze menselijke eigenschappen in de praktijk via directe maatregelen kunstmatig te onderdrukken, zodat deze eigenschappen zo min mogelijk schade veroorzaken. Daarom moet het effectief onderdrukken van kwetsende discriminerende uitingen en handelingen topprioriteit voor de (landelijke) overheid zijn.
lk bedoel hiermee met name discriminerende uitingen en handelingen op grond van etniciteit en ras, maar ook die op grond van LHBTH-. Het betreft de natuurlijke fysieke en mentale kenmerken die mensen niet van zich af kunnen schudden omdat zij dat van nature zijn. lk bedoel dus niet discriminerende uitingen en handelingen op grond van door mensen aangenomen zaken zoals politieke overtuiging, religie en andere levensovertuigingen, muziekvoorkeur en het aanhangen van een voetbalclub. Dit zijn meningen en andere aangenomen zaken die mensen zelf kiezen en waar ze ook weer van af kunnen. Bovenbedoelde discriminerende uitingen en handelingen moeten gezien hun impact veel zwaarder worden bestraft dan nu het geval is. De zwaarte van de straf hangt af van de aard, reikwijdte, frequentie, duur en de mate van georganiseerdheid van het delict. Dit delict, misdrijf, moet worden gekwalificeerd als een (lichte tot zware) mishandeling, oplopend naar mishandeling met blijvende schade en verder naar een misdaad tegen de samenleving, tegen de natiestaat en uiteindelijk zelfs 15-10-2021
7/8
tegen de mensheid. In het straffen van de dader zal er in het algemeen tevens sprake moeten zijn van het vergoeden van letselschade door de dader. En naast het strafproces moet er sprake zijn van slachtofferhulp, omdat een gediscrimineerde mentale schade oploopt en ook blijvende mentale schade kan oplopen. Verder is de plaats delict van belang. Indien er sprake van is dat het delict (regelmatig) binnen een organisatie voorkomt, zal de leiding verplicht en onder toezicht van door Justitie aangewezen professionals een voorlichtings- en preventieprogramma moeten uitvoeren. Om een indruk to geven van de benodigde hulp en programma's: die zijn veel zwaarder dan die er nu tegen "pesten" zijn. De andere topprioriteit voor de (landelijke) overheid moet het bevorderen en koesteren van sociale cohesie zijn. Sociale cohesie kan de schadelijke effecten van hoe wij allemaal op etnisch en raciaal uiterlijk discrimineren helpen onderdrukken. Bij een grotere sociale cohesie is sprake van meer vertrouwde, neutrale en ook positieve gedachten en emoties over alle uiterlijkheden. Het associeren van gedachten en emoties met uiterlijkheden zorgt dan voor een meer gelijkmatige en getemperde reactie en voor minder stereotypering. Een heel directe maatregel voor meer sociale cohesie is het oplossen van ruimtelijke segregatie van etnische minderheden.
Met name door een gericht huisvestingsbeleid moet de spreiding van etnische minderheden en etnische meerderheden binnen regio's worden bevorderd. Daardoor wordt het aantal visuele en relationele contacten tussen etnische groepen vergroot, wat in de dagelijkse praktijk tot meer gewenning en verbinding leidt. Verder is een verregaande integratie van belang van migranten en andere in dit opzicht achterblijvende groepen. lk bedoel daarmee dat een substantiele aanpassing aan de nationaal dominante waarden, normen en gebruiken essentieel is voor het bereiken van sociale cohesie. Migranten en andere groepen moeten zichzelf sociaal-cultureel niet buitensluiten, want dan doen ze niet mee en ligt er nog veel meer discriminatie en achterstelling voor hen op de loer. En daarbij hoort nadrukkelijk ook het online meer meedoen met "anderen". Heel belangrijk voor sociale cohesie is het bevorderen en koesteren van het collectief geheugen. Ook daarom moet het op een zuivere wijze documenteren, informeren, herdenken en verwerken van het slavernijverleden - zijnde een gedeelde geschiedenis van alle Nederlanders - een prominente plek hebben: nationaal museaal, in de Canon van Nederland, in het onderwijs en in overheidsexcuses.
En gelukkig draaide de wereld gewoon door: naast het slavernijverleden is er inmiddels veel meer collectief geheugen opgeslagen, waaraan zowel nazaten als andere Nederlanders zich gezamenlijk kunnen spiegelen. Denk bijvoorbeeld aan de strijd en het verzet in de Tweede Wereldoorlog, het opbouwen van het naoorlogse Nederland en het behalen van professionele voetbalprestaties. lk heb u uitgelegd: ■
waarom een nationaal slavernijverledenmuseum zich verre van hedendaagse etnische en rassendiscriminatie en achterstelling van nazaten in Nederland moet houden
■
hoe etnische en rassendiscriminatie werkt en moet worden onderdrukt
■
dat er museaal en medisch aandacht nodig is voor leed en traumaverwerking van nazaten
■
hoe sociale cohesie in Nederland kan groeien en moet worden bevorderd
Een oprecht en prominent nationaal museum moet het slavernijverleden als collectief geheugen de aandacht en de plek geven dat het verdient. En daarmee bevorderen we de sociale cohesie in Nederland. Dank voor uw aandacht. 15-10-2021
8/8