Bijlage 1. factsheet Schoolloopbanen het stapelen op middelbare scholen .pdf
Tekst van het document
Factsheet februari 2023
Schoolloopbanen: het stapelen van diploma's op middelbare scholen
In de monitor schoolloopbanen voortgezet onderwijs brengt Onderzoek en Statistiek (O&S) de onderwijsloopbanen van Amsterdamse leerlingen in kaart, vanaf het moment dat ze een basisschooladvies ontvangen en de overstap maken naar de middelbare school tot aan het behalen van een diploma. In deze factsheet staan de leerlingen centraal die na het behalen van een eerste diploma nog een tweede diploma halen in het voortgezet onderwijs. Dit worden stapelaars genoemd. Van de schoolloopbanen in het Amsterdamse vo is ook een dashboard gemaakt: dashboard-schoolloopbanen.
Schoolloopbanen van Amsterdamse leerlingen We volgen in deze factsheet de stapelaars die in schooljaar 2011/’12 (cohort 2011) tot en met schooljaar 2015/’16 (cohort 2015) op een Amsterdamse middelbare school zijn gestart. Zij hebben binnen de nominale tijd of met maximaal een jaar vertraging (niet-nominaal) een tweede middelbareschooldiploma gehaald. Het meest recente jaar waarover diplomagegevens beschikbaar zijn is schooljaar 2020/’21. Het verschilt per cohort welke stapelaars we kunnen volgen:
Leerlingen die eerst een diploma voor vmbo-basis hebben gehaald en daarna een diploma voor vmbo-kader doen hier nominaal vijf jaar over (vier jaar over het vmbobasis diploma en een jaar over het vmbo-kader diploma). Deze leerlingen kunnen tot en met cohort 2015 worden gevolgd.
Leerlingen die na een vmbo-theoretisch diploma een havo-diploma hebben gehaald doen hier nominaal zes jaar over (vier jaar over het vmbo-theoretisch diploma en twee jaar over het havo-diploma). Deze leerlingen kunnen tot en met cohort 2014 worden gevolgd.
Tot slot doen stapelaars met een havo- en een vwodiploma hier nominaal zeven jaar over (vijf jaar over het havo-diploma en twee jaar over het vwo-diploma). Deze leerlingen kunnen tot en met cohort 2013 worden gevolgd.
Voorbeeld schoolloopbaan vo cohort 2015
basisonderwijs
1. Basisschooladvies
Overgang basisschool naar voortgezet onderwijs
2. Derde jaar in het vo
’14/’15 laatste jaar van het basisonderwijs
’15/’16 eerste jaar van het voortgezet onderwijs ’17/’18 derde jaar van het voortgezet onderwijs
voortgezet onderwijs
3. Behalen van het diploma
Sommige leerlingen stapelen diploma’s
Diploma te behalen in: ’18/’19 diploma vmbo-b/k/t ’19/’20 diploma havo ’20/’21 diploma vwo Hierna doorleren of diploma behalen met vertraging (zittenblijven)
Er zijn geen leerlingen in Amsterdam die na een vmbo-kader diploma een vmbo-theoretisch diploma stapelen.
De belangrijkste bevindingen uit de monitor schoolloopbanen:
Steeds meer leerlingen halen na een vmbo-theoretisch diploma een havo-diploma. Dit is tevens de groep leerlingen die het vaakst diploma’s stapelt, zowel landelijk als in Amsterdam. Landelijk stapelen vmbo-basis leerlingen vaker een tweede diploma dan in Amsterdam en andere grote steden.
Leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders stapelen het vaakst een tweede middelbareschooldiploma. Tussen jongens en meisjes zien we hierin nauwelijks verschil. Leerlingen op het vmbo-theoretisch stapelen het vaakst als ze het havodiploma ook kunnen halen op dezelfde school.
Amsterdamse leerlingen die een tweede middelbareschooldiploma hebben behaald stromen gemiddeld vaker door naar het aansluitende vervolgonderwijs dan leerlingen met één diploma. Dit geldt zowel voor havo- als voor vwogediplomeerden en zien we ook in de andere grote steden terug.
Steeds meer leerlingen stapelen na vmbo-t een havo-diploma
Landelijk stapelen vmbo-basis leerlingen vaker tweede diploma
Amsterdamse leerlingen met een vmbo-theoretisch diploma halen het vaakst een tweede diploma. Van alle vmbo-t gediplomeerden in cohort 2011 tot en met 2015 heeft gemiddeld 14% hierna een havo-diploma gehaald. Van de havo-gediplomeerden heeft gemiddeld 6% hierna een vwo-diploma gehaald en van de vmbo-basis gediplomeerden heeft één procent een vmbo-kader diploma gestapeld.
Het aandeel leerlingen dat na een vmbo-basis diploma een vmbo-kader diploma haalt is in ieder cohort gemiddeld wat groter in Nederland dan in Amsterdam en andere grote steden (3% tegenover 1% in Amsterdam in cohort 2015). Leerlingen met een vmbotheoretisch of havo-diploma halen landelijk juist minder vaak een tweede diploma dan in de grote steden. De verschillen tussen de grote steden zijn klein. In Amsterdam en Den Haag stapelen leerlingen met een vmbo-theoretisch diploma net wat vaker een havo diploma en in Utrecht geldt dit voor stapelaars die na hun havo-diploma een vwo-diploma halen. Het totaal aandeel stapelaars tussen cohort 2011 en 2015 is in Utrecht het sterkst gegroeid.
De meeste stapelaars halen een tweede diploma binnen de nominale tijd. Het aantal nominale en nietnominale stapelaars met een vmbo-theoretisch en havo-diploma is tussen cohort 2011 en 2014 gestegen van 13% naar 17%. Wanneer we alleen naar nominale stapelaars kijken dan kunnen we deze groep tot en met cohort 2015 in beeld brengen en zien we dat dit aandeel ten opzichte van het jaar ervoor iets is gedaald (12% in cohort 2015 tegenover 14% in cohort 2014). Het totaal aantal nominale en niet-nominale stapelaars met een havo- en vwo-diploma is tussen cohort 2011 en 2013 vrijwel gelijk gebleven.
Aandeel Amsterdamse stapelaars per onderwijsniveau en cohort
Aandeel stapelaars in de G4-steden en landelijk per onderwijsniveau (eerste diploma), cohort 2011-2015
vmbo-b
vmbo-b
cohort 2011
1%
Amsterdam
1%
cohort 2012
1%
Den Haag
1%
cohort 2013
1%
Rotterdam
1%
cohort 2014
1%
Utrecht
cohort 2015
2%
Nederland
Binnen de nominale tijd Nominale tijd + 1 jaar
vmbo-t cohort 2011
10%
vmbo-t Amsterdam
3%
cohort 2012
11%
3%
Den Haag
cohort 2013
12%
3%
Rotterdam
cohort 2014
14%
cohort 2015
3%
14% 14% 10%
Utrecht
3%
13%
Nederland
12%
havo
11%
havo
cohort 2011
7%
Amsterdam
1%
6%
cohort 2012
6%
Den Haag
6%
cohort 2013
6%
Rotterdam
6%
cohort 2014
6%
Utrecht
7%
Nederland 0%
5%
10%
15%
20%
4% 0%
5%
10%
15%
20%
Bron: CBS, bewerking O&S
Leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders stapelen het vaakst Gemiddeld stapelt 9% van de leerlingen met hbo/woopgeleide ouders een tweede middelbareschooldiploma tegenover 3% van de leerlingen waarvan de ouders maximaal een mbo-1 diploma hebben behaald en 5% van de leerlingen met mbo-2 t/m 4 opgeleide ouders. Het verschil is het grootst onder leerlingen die na een vmbo-theoretisch diploma een havo-diploma halen. Onder leerlingen met een vmbo-basis diploma zien we wat betreft het opleidingsniveau van ouders geen verschil.
Aandeel stapelaars per onderwijsniveau (eerste diploma) naar opleidingsniveau ouders, en naar geslacht, cohort 2011-2015 ouders max mbo-1, mbo 2 t/m 4 of hbo/wo opgeleid 20% 1
1 0%
vmbo-b
10
18 3
2
6
5
9
totaal
havo
vmbo-t
3
Stapelaars jongens & meisjes 12 13
20%
Het aandeel stapelaars verschilt nauwelijks tussen jongens en meisjes.
8
0%
5
1
1
vmbo-b
5
4 totaal
havo
vmbo-t
4
Bron: CBS, bewerking O&S
Vmbo-t leerlingen stapelen het vaakst havo-diploma als dit kan op dezelfde school De mogelijkheid voor leerlingen om op dezelfde school een tweede diploma te halen is afhankelijk van de niveaus die er worden aangeboden. Leerlingen met een vmbo-theoretisch diploma zullen bijvoorbeeld naar een andere school moeten gaan voor een havo-diploma als zij op een school hebben gezeten waar vmbo-basis t/m vmbo-theoretisch of alleen vmbo-theoretisch wordt aangeboden. Op scholen waar vmbo-theoretisch leerlingen kunnen op- en doorstromen (vmbo-t/havo of vmbot/havo/vwo-scholen) stapelen leerlingen het vaakst een havo-diploma. Dit geldt voor 14% van deze groep, tegenover 11% op andere schooltypes. Onder havoleerlingen zien we nauwelijks verschil in het aandeel stapelaars op verschillende scholen.
Aandeel stapelaars per onderwijsniveau (eerste diploma) naar op- en afstroommogelijkheid op de school, cohort 2011-2015 Scholen met: (af- en) doorstroom, op- af- en doorstroom, op- en doorstroom 20% 14 11 11 5 5 4 0%
havo
vmbo-t
Bron: CBS, bewerking O&S
De termen opstroom, doorstroom en afstroom dragen een positieve en negatieve connotatie met zich mee. Helaas is hiervoor nog geen neutraal alternatief voorhanden. De woorden zijn hier gebruikt om de stapelmogelijkheden op een school te weergeven.
Na een tweede middelbareschooldiploma volgt vaker een hoger niveau van vervolgonderwijs Leerlingen kunnen ook in Vergelijking vervolgonderwijs van Een havo-diploma geeft naast het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) ook toegang tot het hoger beroepsonderwijs (hbo). Leerlingen met een vwodiploma kunnen daarnaast ook naar het wetenschappelijk onderwijs (wo). Amsterdamse leerlingen die een tweede middelbareschooldiploma hebben behaald stromen gemiddeld vaker door naar het aansluitende vervolgonderwijs dan leerlingen met één diploma. Dit geldt zowel voor havo- als voor vwo-gediplomeerden en zien we ook in de andere grote steden terug. Van de vwo-gediplomeerden volgen niet-stapelaars het jaar erna relatief vaker geen onderwijs dan stapelaars. Zij kunnen bijvoorbeeld een tussenjaar hebben genomen of volgen een studie in het buitenland.
Meer informatie… https://onderzoek.amsterdam.nl/interactief/dashboard-schoolloopbanen
Auteurs Frederique van Spijker Joris Klingen
f.van.spijker@amsterdam.nl j.klingen@amsterdam.nl
het volwassenenonderwijs een diploma voor vmbo-t, havo of vwo halen of deelcertificaten voor bepaalde vakken. Geen inschrijving, vo/ve (volwasseneneducatie),
stapelaars en niet stapelaars (tweede diploma), cohort 2011-2015
mbo 4, hbo of wo inschrijving
vwo
stapelaar
geen stapelaar
havo
stapelaar
geen stapelaar 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Bron: CBS, bewerking O&S
Colofon Opdrachtgever Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD) Jodenbreestraat 25 1011 NH Amsterdam Postbus 1840 1000 BV Amsterdam
Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl Weesperstraat 113 1018 VN Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam T 020 251 0333
3