CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Factsheet. Mbo onderwijsloopbanen van verschillende groepen studenten en stagetekorten.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 29 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsbrief over de O&S onderzoeken ‘Onderwijsloopbanenmonitor mbo-studenten’ en ‘Monitor techniek: onderwijs en arbeidsmarkt’ (VN2023-008386)1.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Mbo onderwijsloopbanen van verschillende groepen studenten en stagetekorten Rapportage | oktober 2022 Samenvatting Amsterdam heeft relatief veel instromers in het mbo vanuit het pro, vso of vmbo-b. Deze studenten volgen vooral een niveau 2 opleiding (79%) en wisselen vaker van sector in het tweede jaar dan de overige studenten (20% t.o.v. 14%). Voor deze groep zien we echter geen verschil in het startersresultaat vergeleken met andere studenten en zij behalen zelfs vaker studiesucces (75% t.o.v. 70%). Plus-studenten laten een iets ander verloop van de onderwijsloopbaan zien, maar op veel vlakken niet een negatievere. Zij wisselen bijvoorbeeld relatief vaak van sector, maar dit komt doordat zij vaker een Combinatie-opleiding volgen. Ook wisselen zij in de eerste twee jaar relatief vaak van mbo-instelling. Zij staan wel net zo vaak als andere mbo-studenten nog ingeschreven bij een mbo-instelling. Verder zien we dat deze groep studenten bijna even vaak een diploma haalt als andere mbo studenten (67% t.o.v. 70%), maar dat ze hier wel gemiddeld wat langer over doen. Voor een goede onderwijsloopbaan en studiesucces is ook de stage van belang. Gedurende het eerste jaar van de corona pandemie was het moeilijker om stageplekken voor mbo-studenten te vinden. De piek in het aantal stagetekorten lag in oktober 2020.

Sindsdien zijn de tekorten flink gedaald en zijn de stagetekorten in de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam gemiddeld vergeleken met de andere regio’s. Het stagetekort is het grootst voor niveau 2 opleidingen.

Onderzoek en Statistiek (O&S) monitort al een aantal jaar de onderwijsloopbanen van studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mb0) in opdracht van Onderwijs, Jeugd en Zorg (OJZ). Hierbij worden studenten die vanuit het voortgezet onderwijs (vo) zijn gestart op een Amsterdamse mbolocatie gevolgd gedurende hun onderwijsloopbaan. De uitkomsten van deze monitor worden visueel weergegeven in een dataverhaal. Aanvullend op dit dataverhaal wordt in deze factsheet meer aandacht besteed aan overbelaste jongeren en jongeren in een kwetsbare onderwijspositie. Ook worden de stagetekorten in het mbo inzichtelijk gemaakt. Voor jongeren die vanwege complexe en meervoudige problematiek niet ‘meekunnen’ in het reguliere mbo (door bijvoorbeeld armoede, criminaliteit, uitbuiting en thuisloosheid) kent de gemeente Amsterdam de zogenaamde plusscholen ROC op Maat (ROC van Amsterdam) en Amsterdamse Plus (ROC TOP). Op deze scholen wordt kleinschalig onderwijs en extra begeleiding geboden. De aanpak richt zich op diplomering, maar ook op brede competentieontwikkeling. Studenten die studeren aan één van beide plusscholen worden plus-studenten genoemd en zij volgen een opleiding dat over het algemeen niet langer dan twee jaar duurt. Daarnaast is er ook een bredere groep studenten waarbij risico’s zijn op overbelasting.

Dit zijn studenten die instromen vanuit het praktijkonderwijs (pro), vanuit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) of instromen met een vmbo-b diploma. In deze factsheet wordt er gekeken naar de onderwijsloopbanen van deze studenten in vergelijking met de overige studenten in het mbo. Het gaat hierbij om studenten die studeren aan een Amsterdamse locatie van een mbo-instelling. Daarnaast worden uitkomsten van een analyse van de stagetekorten beschreven: waar zijn de tekorten het hoogst en hoe gaat het in Amsterdam vergeleken met de overige G4-steden? Bij de vergelijking met de overige G4-steden gaat het om studenten die in Amsterdam wonen.

1

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Mbo onderwijsloopbanen en stagetekorten

In Amsterdam meer instroom vanuit pro, vso en vmbo-b In het studiejaar 2020/’21 zijn er ongeveer 1.600 studenten ingestroomd vanuit het pro, vso of vmbob op Amsterdamse locaties. Dit aantal is de afgelopen jaren iets gedaald, maar het aandeel is relatief stabiel gebleven. Op de Amsterdamse locaties bestond ongeveer een kwart (27%) van de totale instroom uit studenten vanuit het pro, vso en vmbo-b. Als we de instroom in het mbo van studenten bekijken die in Amsterdam wonen ligt dit aandeel echter hoger, namelijk op ruim 40%. Vergeleken met de andere G4 steden is dit aandeel hoog: in Rotterdam gaat het om 31%, in Utrecht om 33% en in Den Haag om 29%. Figuur 1 Verdeling van pro, vso en vmbo-b leerlingen die wonen in de G4, 2020/’21 (procenten)

bron: CBS, instellingen/bewerking OIS

De meeste studenten vanuit het pro, vso of vmbo-b stromen in op een niveau 1 (12%) of niveau 2 (79%) opleiding. Slechts een klein deel stroomt in op een niveau 3 of niveau 4 opleiding (respectievelijk 4% en 6%). Dit komt doordat deze vooropleidingen in principe alleen toegang geven tot maximaal niveau 2. Plus-studenten stromen enkel in op niveau 1 (88%) of niveau 2 (12%) (de plussscholen zijn er alleen op niveau 1 en 2) en volgen vooral een Combinatie-opleiding (87%). Studenten die vanuit het pro, vso of vmbo-b instromen en plus-studenten zijn vaker man en hebben vaker een migratieachtergrond. Daarnaast komen ze gemiddeld genomen vaker uit een huishouden met een laag inkomen en uit een eenoudergezin. Verder zijn studenten vanuit het pro, vso en vmbob vaker ouder bij instroom; 62% is 17 jaar of ouder. Figuur 2 Verdeling groepen studenten naar achtergrondkenmerk, 2020/’21 (procenten)

bron: CBS, instellingen/bewerking OIS 2

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Mbo onderwijsloopbanen en stagetekorten

Plus-studenten wisselen vaker van sector Als eerste indicator is er gekeken naar hoe vaak studenten van sector wisselen binnen het mbo. Dit betekent dat een student in het tweede jaar een opleiding volgt binnen een andere sector dan de opleiding waarmee gestart is in het eerste jaar. Plus-studenten wisselen veel vaker van sector vergeleken met overige studenten; in 2020/’21 is 61% van de studenten van sector gewisseld tegenover 14% van de overige studenten. Daarnaast is dit aandeel ook iets gestegen sinds 2016/’17. Het verschil tussen plus-studenten en de overige studenten kan verklaard worden door het feit dat plus-studenten relatief vaak een niveau 1 opleiding volgen. Niveau 1 studenten volgen namelijk altijd een Combinatie-opleiding en wisselen daardoor bijna altijd van sector als ze besluiten om door te studeren op niveau 2. Het gaat om bijvoorbeeld de volgende opleidingen die vallen onder Combinatie-opleidingen: entree, assistent dienstverlening en zorg en assistent verkoop/retail. Studenten vanuit pro, vso en vmbo-b wisselen ook vaker van sector dan de overige studenten, maar het verschil is hier aanzienlijk kleiner (20% tegenover 14%). Dit aandeel is door de jaren heen relatief stabiel gebleven. Het aandeel sectorwisselaars is licht gestegen onder de overige studenten.

Startersresultaat minder vaak behaald door plus-studenten vanwege wisselingen tussen instellingen Daarnaast is het startersresultaat onder deze groepen studenten in kaart gebracht. Hierbij wordt er gekeken naar het aandeel studenten dat een jaar nadat ze zijn ingestroomd nog studeert aan dezelfde instelling, of na het eerste jaar met een diploma is uitgestroomd. Hier valt op dat de plusstudenten minder vaak startersresultaat behalen dan de overige studenten (62% tegenover 85% in 2020/’21). Wel is het startersresultaat de afgelopen jaren gestegen onder deze groep; van 55% in 2016/’17 naar 62% in 2020/’21. Het startersresultaat onder studenten vanuit pro, vso en vmbo-b is vergelijkbaar met de overige studenten en ook relatief stabiel door de jaren heen. De kans is groot dat plus-studenten gedurende hun opleiding wisselen van instelling. Dit heeft te maken met de goede onderlinge samenwerking tussen de Plusscholen, waardoor studenten makkelijker naar een instelling kunnen wisselen die past bij hun problematiek. Ook doorlopen zij de opleiding vaker in een lager tempo. Om deze reden is er ook gekeken naar het aandeel studenten dat na een jaar nog staat ingeschreven in het mbo, ongeacht aan welke instelling. Hier zien we dat de groepen nauwelijks van elkaar verschillen, vooral in het meest recente cohort.

Wel valt op dat dit aandeel onder de plus-studenten dat na een jaar nog staat ingeschreven in het mbo is gestegen; van 85% in 2016/’17 naar 94% in 2020/’21. Figuur 3 Startersresultaat (links) en aandeel studenten (per groep) dat een jaar na instroom nog staat ingeschreven in het mbo (rechts; procenten)

bron: CBS, instellingen/bewerking OIS

3

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Mbo onderwijsloopbanen en stagetekorten

Studenten vanuit het pro, vso en vmbo-b behalen vaker studiesucces Bij studiesucces wordt er gekeken naar het aandeel studenten dat een diploma heeft behaald binnen de tijd die ervoor staat plus eventueel een jaar extra. Voor de mbo-studenten op niveau 1 gaan we uit van 2 jaar, op niveau 2 van drie jaar, op niveau 3 van vier jaar en op niveau 4 van vijf jaar. Omdat we studenten vijf jaar moeten volgen gedurende de onderwijsloopbaan, kunnen we alleen kijken naar het studiesucces voor het cohort 2016/’17. Dit zijn dus studenten die zijn ingestroomd in studiejaar 2016/’17 en gedurende vijf jaar zijn gevolgd. Ook hier zien we een verschil tussen studenten. Wat opvalt is dat de groep die instroomt vanuit pro, vso of vmbo-b vaker studiesucces behalen dan de overige studenten (75% tegenover 70%). Zoals hierboven besproken volgt het merendeel van deze groep een niveau 2 opleiding. En voor niveau-2 opleidingen is het studiesucces in het algemeen hoger dan voor de andere niveaus. De plusstudenten behalen juist relatief minder vaak studiesucces (57%). Dit kan worden verklaard doordat deze studenten soms op het spoor van werk worden gezet en omdat bepaalde trajecten langer duren dan een reguliere opleiding. Als eventuele studievertraging buiten beschouwing wordt gelaten en er alleen wordt gekeken of studenten uiteindelijk een diploma hebben behaald, zien we minder grote verschillen.

Ook hier behalen studenten vanuit pro, vso en vmbo-b relatief vaker een diploma dan de overige studenten (79% tegenover 70%). Daarnaast behaalt ongeveer twee derde van de plus-studenten een diploma. Figuur 4 Aandeel studenten (per groep) dat studiesucces of een diploma behaald (procenten)

bron: CBS, instellingen/bewerking O&S

Tekort aan stages gedaald in Groot-Amsterdam Stages zijn van belang voor een goede onderwijsloopbaan en het behalen van een diploma. De Covid-19 pandemie heeft vanaf maart 2020 gezorgd voor verschillende maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. De sluiting van bijvoorbeeld horeca heeft ertoe geleid dat er nauwelijks tot geen stages meer werden aangeboden in bepaalde sectoren. Deze stagetekorten worden in kaart gebracht door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). In oktober 2020 bereikte het stagetekort het hoogste punt in de regio Groot-Amsterdam met een tekort aan 4.800 stageplekken. Deze piek was vooral terug te zien bij niveau 4 opleidingen en bij BOL studenten. De sectorkamers die vooral last hadden van deze piek aan stagetekorten waren: Mobiliteit, transport, logistiek en maritiem; Zakelijke dienstverlening en Veiligheid; Zorg, Welzijn en Sport; Voedsel, Groen en Gastvrijheid. Omdat de data van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) wordt weergegeven per sectorkamer, verschilt dit van de indeling naar sectoren die we in de rest van deze rapportage aanhouden.

4

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Mbo onderwijsloopbanen en stagetekorten

In een jaar tijd is het tekort sterk afgenomen tot een tekort van ongeveer 450 stageplekken in maart 2022. In de regio Rijnmond zagen we eenzelfde ontwikkeling in de periode 2020-2021, terwijl de tekorten in Haaglanden en Midden-Utrecht een stuk lager bleven. In maart 2022 betreft het stagetekort in Groot-Amsterdam 1,6% van het aantal studenten. Dit is vergelijkbaar met het aandeel in de arbeidsmarktregio Rijnmond (1,7%). In Midden-Utrecht is het tekort het hoogst met 2,2% en in Haaglanden het laagste met 0,5%. De stagetekorten spelen meer bij BOL-opleidingen (1,8%) dan bij BBL opleidingen (1,0%), en meer bij niveau 2 (5,1%) en niveau 4 opleidingen (1,7%) dan bij niveau 3 opleidingen (0,6%). Figuur 5 Ontwikkeling stagetekorten in G4 arbeidsmarktregio’s, juni 2020-maart 2022 (aantallen)

bron: Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)

Colofon Opdrachtgevers Onderwijs, Jeugd en Zorg (OJZ), ROC van Amsterdam, ROC TOP, Hout- en Meubileringscollege en Mediacollege Amsterdam

Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) Weesperstraat 113-117 1018 VN Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl

Jodenbreestraat 25 1011 NH Amsterdam

s.ahamiane@amsterdam.nl m.van.der.wouden@amsterdam.nl

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12521374/1