Bijlage 1 Evaluatieonderzoek Kansenaanpak PO 2023-24.pdf
Tekst van het document
Evaluatie Kansenaanpak Primair Onderwijs (PO) 2023/’24 september 2025 De Kansenaanpak Primair onderwijs (PO) is een subsidieregeling van de gemeente Amsterdam die is opgezet om de kansenongelijkheid in het Amsterdamse onderwijs te verkleinen en de ontwikkelkansen van leerlingen te vergroten. Met de subsidie hebben 170 scholen in schooljaar 2023/’24 interventies ingezet voor in totaal 17.327 leerlingen. Het blijkt voor scholen vrij lastig te zijn om specifieke resultaten te rapporteren van de interventies die zijn ingezet met de Kansenaanpak PO. De scholen die dat wel doen, zien de meeste resultaten op het gebied van taalvaardigheid en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. De Kansenaanpak Primair Onderwijs (PO) is opgezet om kansenongelijkheid in het Amsterdamse onderwijs te verkleinen en de ontwikkelkansen van leerlingen te vergroten. Scholen die minstens 10 procent leerlingen met een potentiële onderwijsachterstand in hun populatie hebben, ontvangen een subsidiëring van €800,- per leerling. Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam berekent per school het aantal leerlingen met een risico op onderwijsachterstand (O&S, 2023). Deze berekening aan de hand van de sociaaleconomische status van een leerling wordt gebruikt om de gemeentelijke subsidie vanuit het onderwijsachterstandenbeleid te verdelen over scholen.
De Kansenaanpak PO is jaarlijks geëvalueerd door de Universiteit van Amsterdam (Andringa, Spit, & Griffioen, 2024). In schooljaar 2023/’24 hebben scholen opnieuw een subsidie kunnen aanvragen en de Directie Onderwijs heeft aan O&S gevraagd om de evaluatie van dit schooljaar uit te voeren. De evaluatie bestaat uit een analyse van de antwoorden op de vragen in de verantwoordingsformulieren. Alle scholen die de subsidie Kansenaanpak PO krijgen zijn verplicht om aan het einde van het schooljaar een schriftelijke en inhoudelijke verantwoording voor de subsidiegelden te geven. Via het subsidieportaal van de gemeente vullen zij het formulier in. De beschrijving van de resultaten is verrijkt met quotes. Deze zijn afkomstig uit de formulieren en illustratief voor de bevindingen.
1 Inhoud van de interventies In schooljaar 2023/’24 hebben 170 PO scholen in Amsterdam een subsidie van de Kansenaanpak PO ontvangen. 181 scholen hadden op basis van het percentage leerlingen met een risico op onderwijsachterstand de mogelijkheid om deze subsidie aan te vragen. De scholen die deelnamen aan de Kansenaanpak PO telden in totaal 14.006 leerlingen met een risico op onderwijsachterstand. De scholen geven aan dat ze de interventies voor meer leerlingen hebben ingezet, namelijk voor 17.327. Een deel van de scholen (41%) geeft aan dat ze de interventies hebben ingezet voor het precieze aantal leerlingen met een risico op onderwijsachterstand op de school. Bijna de helft van de scholen (48%) heeft de interventies voor meer leerlingen ingezet dan dat er leerlingen met een risico op onderwijsachterstand op school zitten. Tot slot heeft 11 1
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Evaluatie Kansenaanpak PO 2023/’24
procent van de scholen de interventies ingezet voor een kleiner aantal leerlingen dan het totaal aantal leerlingen met een risico op onderwijsachterstand bij hun op school. De deelnemende scholen kunnen interventies inzetten op extra leertijd of ondersteuning bij taal en rekenen of initiatieven op het gebied van ouderbetrokkenheid. Scholen kunnen zelf bepalen wat voor interventies ze inzetten op deze thema’s en voor welke leerjaren. Het merendeel van de scholen zet de interventies in bij minimaal drie verschillende leerjaren (94%). Bijna de helft (44%) van de scholen zet de interventies in bij leerlingen uit alle acht de leerjaren op school (figuur 1.1). Daarnaast zet 34 procent van de scholen de interventies in bij zes verschillende leerjaren, dit gaat met uitzondering van twee scholen, om leerlingen in groep 3 t/m 8. Figuur 1.1 Aantal leerjaren waarop de interventies gericht waren (n=170, percentages) 1 groep 2 groepen 23 5
5
34
3
44
3
3 groepen 4 groepen 5 groepen 6 groepen
0%
20%
40%
60%
80%
100%
7 groepen 8 groepen geen specifieke groep
Een groot deel van de scholen richt de interventies op taal. Zo richt 85 procent van de scholen (145 scholen) zich op begrijpend lezen, 79 procent van de scholen (134 scholen) richt zich op technisch lezen en 70 procent (119 scholen) op woordenschat. Naast taal wordt er veel aandacht besteed aan rekenen, 71 procent van de scholen richt zich daarop. Scholen zetten daarnaast interventies in op de sociaal-emotionele ontwikkeling en het zelfvertrouwen van hun leerlingen (49%). Daarnaast richten 60 scholen (35%) zich op het versterken van de ouderbetrokkenheid op school. Twaalf scholen benoemen nog een andere vaardigheid waar de interventies zich op richten; voorbeelden daarvan zijn werkhouding, executieve functies, talentontwikkeling en digitale vaardigheden. Figuur 1.2 Op welke vaardigheden waren de interventies gericht, meerdere antwoorden mogelijk (n=170, percentages) begrijpend lezen
85
technisch lezen
79
rekenen
71
woordenschat
70
sociaal-emotionele ontwikkeling
49
zelfvertrouwen
49
spelling
44
beginnende geletterdheid
44
spreken
37
ouderbetrokkenheid
35
luisteren
31
praktisch leren
21
studievaardigheden
20
schrijven/algemene schrijfvaardigheid anders
12 7
0%
20%
40%
60%
80%
100%
aandeel scholen
2
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Evaluatie Kansenaanpak PO 2023/’24
Scholen zijn ook gevraagd aan te geven hoe zij de interventie(s) hebben vormgegeven. Bijna 6 op de 10 scholen (58%) heeft dit (mede) gedaan door een onderwijsassistent in te zetten. Ook hebben veel scholen een ib’er (41%) en/of remedial teacher (38%) ingezet. Twee op de tien (21%) scholen geeft aan de interventies op een andere manier te hebben vormgegeven. Hier wordt onder andere inzet van verschillende specialisten/leerkrachten of andere ondersteuners genoemd, maar ook verlengde leertijd in het algemeen. Figuur 1.3 Hoe heeft u de interventie(s) vormgegeven? meerdere antwoorden mogelijk (n=170, percentages) inzet onderwijsassistent
58
inzet ib'er
41
inzet remedial teacher
38
coördinator taal
27
inzet externe specialist
27
verlengde leertijd | Leerlab
25
professionalisering docententeam
25
bijeenkomsten ouderbetrokkenheid
24
verlengde leertijd | DoeLab
22
klassenverkleining
21
implementatie nieuw materiaal
19
coördinator rekenen
19
verlengde leertijd | Huiswerkklas
14
coördinator ouderbetrokkenheid
13
verlengde leertijd | Schakelklas
11
coördinator woordenschat 5 anders 0%
21 20%
40%
60%
80%
100%
2 Verwachtingen en resultaten Om de resultaten van de interventies te kunnen monitoren, is aan scholen gevraagd om toe te lichten wat zij verwachtten te bereiken in schooljaar 2023/’24; in hoeverre deze verwachte resultaten overeenkwamen met de daadwerkelijke resultaten; en of er naast de verwachte resultaten nog andere resultaten zijn behaald. In deze paragraaf gaan we dieper in op de resultaten die de volgens de scholen geboekt zijn middels de interventies vanuit de Kansenaanpak PO.
2.1 Algemeen resultaat Ongeveer twee derde van de scholen geeft aan dat de verwachte resultaten die ze hebben opgesteld binnen de Kansenaanpak PO deels of niet behaald zijn. De rest, een derde van de scholen, geeft aan dat wel alle verwachte resultaten gehaald zijn. Verschillende scholen wiens verwachtingen niet of deels behaald zijn geven zelf al aan dat zij veel ambities hadden of ambities hadden die niet goed meetbaar zijn. Zo zijn er verschillende scholen die verwachtten dat alle leerlingen vooruit zouden gaan, maar in de praktijk zagen ze dat dit er niet bij iedereen sprake was van vooruitgang. Dit hoeft niet aan de interventies te liggen, soms is er ook sprake van andere factoren die het leerproces hebben beïnvloed, zoals het hebben van te weinig capaciteit in het docententeam of het nog niet volledig kunnen implementeren van een interventie. 3
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Evaluatie Kansenaanpak PO 2023/’24
“Veel van de leerlingen kwamen beter mee in de reguliere groep. Dit gold echter niet voor alle leerlingen. Waar dit niet of in mindere mate het geval was, hebben we kritisch gekeken naar onze aanpak en in sommige gevallen hebben we het plan voor een individuele leerling aangepast.” Bij de behaalde resultaten valt op dat een deel van de scholen een vrij algemeen resultaat rapporteert. Ze benoemen dat leerlingen stappen hebben gezet of vooruitgang hebben geboekt. De scholen gaan daarbij niet in op welke vaardigheden er vooruitgang is geboekt. Daarnaast benoemen scholen dat ze het moeilijk vinden om specifieke resultaten te rapporteren omdat niet alle resultaten meetbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn dat jonge leerlingen nog geen toetsen krijgen maar ook dat de sociaal-emotionele vaardigheden niet getoetst worden. Ook zijn er soms gestelde doelen die moeilijk meetbaar zijn na één jaar zoals het vaststellen of leerlingen doorstromen naar een hogere niveau op het voortgezet onderwijs. “Percentage is moeilijk meetbaar omdat jonge kinderen toetsen niet wenselijk is. Wel maken de leerlingen enorme sprongen.” “Verwachte resultaten: Leerlingen die een aantoonbare stap hebben gezet in hun taalontwikkeling rondom schrijven, luisteren, spreken en gesprekken voeren.
Een soepel doorstroom naar het VO met maximale kansen op het hoogsthaalbare niveau.” Scholen geven aan dat leerlingen stappen maken door de inzet vanuit de Kansenaanpak PO. De stappen die ze zetten zijn binnen de eigen mogelijkheden van de leerlingen. Voor sommige leerlingen was het bijvoorbeeld niet realistisch om te verwachten dat zij een specifiek streefniveau halen, maar desondanks zijn zij wel voorruit gegaan. Omdat het doel voor elke leerling op een ander niveau ligt, is het voor scholen soms lastig om specifiek te benoemen hoeveel procent van de leerlingen naar een bepaalde niveau is gegroeid. Het is vooral belangrijk dat leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben dit met de inzet vanuit de Kansenaanpak PO kunnen krijgen, geven de scholen aan. “Deze leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften komen beter tot leren in een kleinere setting. Het is ontzettend fijn dat we middels deze subsidie dit kunnen uitvoeren.” “Binnen de mogelijkheden van de individuele leerlingen zijn de achterstanden (deels) weggewerkt, dan wel verminderd. Voor veel kinderen is dit een proces dat ook komend jaar doorloopt.”
2.2 Taalvaardigheid De meeste scholen hebben aangeven dat de interventies die zijn ingezet vanuit de Kansenaanpak PO zich richten op één of meerdere aspecten van taalvaardigheid (zie figuur 1.2). Scholen beschrijven voornamelijk dat er resultaten zijn geboekt op de vaardigheden begrijpend lezen, technisch lezen en woordenschat. In mindere mate benoemen de scholen ook specifieke resultaten die zijn behaald als het gaat om spelling, spreken, schrijven of luistervaardigheid. De volgens de scholen behaalde resultaten op het gebied van taalvaardigheid lopen uiteen. Sommige scholen beschrijven vrij algemeen dat met de interventies die zijn ingezet vanuit de Kansenaanpak PO hun leerlingen vooruitgang boeken op het gebied van taalvaardigheid. “De leerlingen die deze ondersteuning kregen, hebben daar enorm veel baat bij gehad op verschillende vlakken. Zonder deze ondersteuning zou het voor deze kinderen zeer moeilijk zijn 4
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Evaluatie Kansenaanpak PO 2023/’24
geweest om bij het niveau van de groep aan te kunnen blijven sluiten. We hebben daarmee geïnvesteerd in hun leermogelijkheden en een betere basis gelegd voor begrijpend lezen en daarmee voor alle andere vakgebieden.” Andere scholen geven een specifiekere beschrijving, waarbij wordt benoemd hoeveel procent van de leerlingen vooruitgang heeft geboekt op bijvoorbeeld begrijpend lezen. Dit is getoetst aan de hand van bijvoorbeeld het AVI-niveau. Scholen benoemen dat er veel stappen zijn gezet op het gebied van taalvaardigheid bij leerlingen met de inzet vanuit de Kansenaanpak PO, maar geven ook aan dat het een constant proces is en ze als school moeten blijven investeren in de taalvaardigheid. “In groep 3 zien we dat 65% het AVI E3 niveau heeft behaald (65% bij DMT). Ten tijde van de Mtoets was dit nog 48% die M3 had behaald (43% bij DMT). Gezien de niet Nederlandse achtergrond van veel kinderen, zijn wij tevreden met de resultaten tot nu toe, echter blijven wij er natuurlijk alles aan doen om ons onderwijs op maat te maken.” Naast vooruitgang op toetsen en leesniveau ervaren scholen ook dat de extra inzet op taalvaardigheid ervoor heeft gezorgd dat leerlingen meer plezier ervaren op het gebied van taal. Het lezen gaat de leerlingen makkelijker af en door de extra tijd en inzet die er is door de Kansenaanpak PO nemen de kinderen meer de tijd om te lezen.
“Leerkrachten zien dat kinderen meer leesplezier kregen. De bibliotheek is een veelgebruikte voorziening op school. We zien dat sommige ouders en leerlingen voor schooltijd en na schooltijd nog even blijven om te lezen.”
2.3 Rekenvaardigheid Het valt op dat de meeste scholen met hun interventies de focus hebben gelegd op (een aspect van) taal. Ondanks dat 121 van de 171 scholen aangegeven interventies op rekenen te hebben gericht (zie figuur 1.2), zien we resultaten op rekenen in mindere mate terug bij de benoemde resultaten. Scholen die wel resultaten benoemen op het gebied van rekenen, geven aan dat hun leerlingen zijn gegroeid vergeleken met een landelijk gemiddelde of met hun eerdere situatie. Bij leerlingen waar geen/weinig sprake is van groei, wordt dit door de scholen gewijd aan dat er andere problematiek speelt bij de leerling(en), er een nieuw toetsinstrument is gebruikt of de rekenmethode niet passend bleek. “Van de leerlingen die extra ondersteuning hebben gehad op het gebied van rekenen en wiskunde is 50% meer gegroeid dan nodig was. De kinderen die onvoldoende gegroeid zijn, zijn echt zwakke rekenaars waarbij vaak nog andere problematiek speelt (bijvoorbeeld problemen met executieve vaardigheden).” “Bij rekenen heeft de extra aandacht tot betere resultaten geleid. Dit zou verklaard kunnen worden uit het feit dat bij rekenen soms een steentje uit de rekenmuur ontbreekt en met een paar keer extra instructie kinderen sneller nieuwe/grotere stappen kunnen maken.”
2.4 Sociaal-emotionele ontwikkeling Naast resultaten op taalvaardigheid benoemen de scholen dat de meeste resultaten zijn behaald op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. De resultaten die zijn behaald op dit gebied bleken vaak een neveneffect van de inzet op andere gebieden. In eerste instantie gaf de helft (zie figuur 1.2) van de scholen aan specifiek in te zetten op de sociaalemotionele ontwikkeling van de leerlingen, maar achteraf rapporteren meer scholen dat hier resultaten op zijn geboekt. 5
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Evaluatie Kansenaanpak PO 2023/’24
Scholen ervaren dat leerlingen meer zelfvertrouwen hebben gekregen op school, doordat er in kleine groepjes is gewerkt of doordat er meer ruimte was om de leerlingen persoonlijk te begeleiden. “De leerlingen krijgen ook een boost in zelfvertrouwen, omdat ze in kleine groepjes of in een één-op-één situatie merken dat het lezen wel lukt en dat ze het dus wel kunnen, terwijl dit in de groep lastig voor ze is.” De persoonlijke aandacht en het werken in kleine groepjes zorgt er ook voor dat de meer introverte leerlingen meer tot hun recht komen, geven de scholen aan. In de meer individuele setting hadden deze leerlingen meer ruimte om vragen te stellen en hulp te krijgen. Door de interventies die scholen hebben ingezet vanuit de Kansenaanpak PO was er meer tijd om deze introverte leerlingen te begeleiden waardoor ze nu ook actiever zijn in de klas. “Leerlingen die aanvankelijk introvert of verlegen waren en nauwelijks durfden te praten, worden in de loop van het jaar vrijer in hun handelen en praten. Ze doen beter mee, begrijpen de regels en worden actiever.” “De leerkrachten constateerden dat de kinderen meer zelfvertrouwen kregen en daarnaast gaven de leerkrachten ook aan dat het prettig was om in een kleine groep te werken, omdat de kinderen zo meer aan bod kwamen.” Ook ervaren enkele scholen dat de intrinsieke motivatie van leerlingen is toegenomen.
Leerlingen doen actiever mee in de lessen en hebben meer plezier in het leren. De scholen ervaren dat door de interventies die ze hebben ingezet leerlingen het leuker vinden om te leren. “Je ziet dat door observaties in de klas en het gedrag in de klas van de leerling. Er is een betere leerhouding gekomen. Een verbeterde leerhouding werkt in van alles door wat niet altijd meetbaar is. Plezier in leren, socialer, stimulerend voor omgeving, ambities. Het kan een vliegwiel zijn.”
2.5 Ouderbetrokkenheid Ruim een derde van de scholen geeft aan dat ze de interventies van de Kansenaanpak PO inzet voor het versterken van de ouderbetrokkenheid op school (zie figuur 1.2). Bij het rapporteren van de behaalde resultaten benoemen een stuk minder scholen dat er resultaten zijn behaald op dit vlak. Bij de verwachte resultaten voor schooljaar 2023/’24 benoemen scholen ouderbetrokkenheid wel maar bij de behaalde resultaten niet meer, het construct is ook lastig meetbaar. De inzet op ouderbetrokkenheid uitte zich op sommige scholen bijvoorbeeld in het organiseren van activiteiten en/of bijeenkomsten voor ouders of hen te ondersteunen. Dit pakt voor meerdere scholen positief uit. “Ook de ouders van de taalcursus zijn meer zichtbaar bij schoolse activiteiten en bij de activiteiten van hun kinderen. Ze durven zich beter te uiten in het Nederlands en hebben allemaal een gerecht gekookt én gepresenteerd voor het team.” “We hebben ook geprobeerd meertalige ouders te bevragen en zo de betrokkenheid van ouders te vergroten. Uit het onderzoek kwam naar voren dat ouders vaak gewoon niet zo goed weten hoe het Nederlandse schoolsysteem werkt. Er is aangegeven dat er wel behoefte is aan bv een speciale ouderavond, hierover.” 6
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Evaluatie Kansenaanpak PO 2023/’24
“Mede dankzij deze subsidie kiest de school al jaren voor het faciliteren van een van de collega's inzake ouderbetrokkenheid. Dit heeft onder andere geleid tot het organiseren van trainingen voor ouders en gesprekken met individuele ouders” Bij meerdere scholen is er niet specifiek ingezet op ouderbetrokkenheid, maar rapporteren ze wel dat deze verbeterd is. Een verbeterde ouderbetrokkenheid is in sommige situaties dus een neveneffect van interventies vanuit de Kansenaanpak PO op andere vlakken.
2.6 Neveneffecten Een duidelijke meerderheid van de scholen rapporteert dat er naast de verwachte resultaten nog andere resultaten zijn behaald. Zoals eerder gesteld ging het hierbij vaak om een toename van zelfvertrouwen, motivatie of plezier onder leerlingen (zie 2.3) en verbetering van de ouderbetrokkenheid (zie 2.5). “Bij leerlingen die deelnemen aan de begeleiding in kleine groepjes, (vooral de pre-teaching) geeft de leerlingen zelfvertrouwen. Hierdoor doen zij met meer plezier mee met de reguliere lessen.” Scholen geven daarnaast aan positieve resultaten te zien bij hun eigen leraren, als neveneffect van de Kansenaanpak PO. Dit gaat onder andere over positieve effecten binnen het team onderling, maar ook een toename van professionaliteit of expertise. Eén school geeft bijvoorbeeld aan dat docenten nu beter kunnen differentiëren en meer structuur in de klas kunnen bieden. Ook is op een enkele school de samenwerking met andere scholen verbeterd. “Een neveneffect is dat de samenwerking tussen de professionals op school verbeterd is. Er is veel contact noodzakelijk en dat heeft geleid tot verbetering van de professionele dialoog op school. Men voelt zich gezamenlijk verantwoordelijk en benut elkaars talenten.” “We geven doordat we zoveel aandacht geven aan de manier waarop we lesgeven, los van de methode, steeds meer op een zelfde manier en niveau les.
Schoolbreed doen we steeds meer hetzelfde. De professionaliteit van het team is gegroeid.”
3 Literatuurlijst Andringa, S. J., Spit, S., & Griffioen, J. (2024). Evaluatie Kansenaanpak Primair Onderwijs 20222023. Universiteit van Amsterdam. Evaluatie Kansenaanpak Voortgezet en Primair Onderwijs 2022-2023 - openresearch.amsterdam Onderzoek en Statistiek. (2023). Een derde van de Amsterdamse leerlingen heeft een potentiële onderwijsachterstand. https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/een-derde-van-deamsterdamse-leerlingen-heeft-een-potentiele-onderwijsachterstand
Meer informatie
Colofon
onderzoek.amsterdam.nl
Opdrachtgever Directie Onderwijs
Auteurs Leyla Reches: l.reches@amsterdam.nl Eva Karaçay: e.karacay@amsterdam.nl Merel van der Wouden: m.van.der.wouden@amsterdam.nl
Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl
President Kennedylaan 923 1079 MZ Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam