CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Evaluatie Kunstenplan 2021-2024 Blueyard.pdf

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 17 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis nemen van de bestuurlijke reactie op de evaluatie van de totstandkoming van het Kunstenplan 2021-2024 en de afhandeling van motie 1640 van het lid De Grave-Verkerk (VVD) over de evaluatie administratieve lastendruk (ZD2021-014028)21.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3. Introductie van functies In de Hoofdlijnen stelt de gemeente het advies voor de aanwijzing op naam van de Kunstraad deels op te volgen. Vanwege de juridische beperkingen introduceert de gemeente daarnaast functies in de Bis. Over deze functies is uitvoerig informeel overleg geweest met de Kunstraad om aan te sluiten bij het advies, ondanks een andere uitvoering. Binnen de functies is plaats voor 14 instellingen. De functies worden in algemene zin onderbouwd: ‘Het gemeentebestuur gaat extra ruimte creëren voor kleine en middelgrote instellingen die het verschil maken in het aanbod van kunst en cultuur in Amsterdam en bijdragen aan het realiseren van een sterke, open en inclusieve cultuurstad.’10 In de onderbouwing van de functies volgt de gemeente met name de vereiste dat de Bis (op functie) representatief moet zijn voor de beleidsdoelstellingen 2021-2024. De functies zijn specifiek beschreven. Soms zo specifiek dat het voor de goede lezer meteen duidelijk is welke instelling(en) in aanmerking komen. Hierbij konden de gemeente en de Kunstraad putten uit de lijst van 36 instellingen die werden beoogd in het advies over de samenstelling van de Bis. Hoewel het beleid voor een inclusieve cultuurstad aanleiding was om de functies in te voeren wordt maar bij vijf van de negen functies inclusie nadrukkelijk genoemd.

De negende functie is toegevoegd door de gemeenteraad bij de behandeling van de Hoofdlijnen. Deze is relatief eenzijdig gericht op muziekgezelschappen, vooral voor moderne gecomponeerde muziek. De pluriformiteit van het aanbod van andere muziekgenres is daarmee aangewezen op de 4-jarige regeling bij het AFK.

10 Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021-2024: De kracht van cultuur.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

28

5. Proces: Adviseringsfase 5.1. Planning Na het vaststellen van de Hoofdlijnen, stellen de instellingen hun plannen op. Deze zijn ter beoordeling voorgelegd aan adviseurs bij het AFK en de Kunstraad. De adviseurs van de Kunstraad hebben hun adviezen voorgelegd aan het gemeentebestuur. Het AFK besloot zelf over de aanvragen op basis van de commissie-adviezen. Er hebben geen grote verschuivingen in de planning plaatsgevonden. De publicatie van het advies van de Kunstraad en de bekendmaking van de besluiten van het AFK zijn volgens de initiële planning verlopen.

5.2. Verschillen in de advisering Een terugkerend onderwerp in de gesprekken met alle direct betrokken stakeholders was het verschil in beoordeling tussen de adviseurs van de Kunstraad en het AFK. Zo zijn de adviezen anders van opzet. De adviezen van de Kunstraad zijn opgezet met een meer globale argumentatie en die van het AFK zijn meer specifiek beargumenteerd. Daarnaast wordt er opgemerkt dat de beoordelingen van elkaar afwijken op het criterium diversiteit en inclusie en het aspect van spreiding binnen het criterium belang voor de stad. Het AFK zou daar kritischer op hebben beoordeeld dan de Kunstraad. Het AFK heeft in de regeling vastgelegd dat binnen diversiteit en inclusie specifiek gekeken werd naar culturele diversiteit. De Kunstraad is uitgegaan van de brede opvatting van diversiteit en inclusie, volgens de code. De opmerkingen over de adviezen zijn eveneens relevant voor de beoogde integraliteit van het Kunstenplan. Blijkbaar hebben aanvragers verwachtingen bij een (zekere mate van) gelijkwaardige beoordeling.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

29

Andere werkwijze De verschillen zijn te verklaren. In eerste instantie omdat het beoordelen van aanvragen mensenwerk is en de adviescommissies samengesteld zijn uit individuele experts, waardoor er per definitie verschillen kunnen ontstaan. Enige mate van verschil is inherent aan het systeem van een peer review. In de praktijk gaat de werkwijze van het AFK uit van een nadere uitwerking van de criteria om de beoordeling uitvoerbaar te maken binnen de organisatorische en juridische kaders van het fonds. Door criteria specifiek uit te werken, wordt het mogelijk om een meer specifieke beoordeling te geven. Daarmee biedt het fonds transparantie aan aanvragers en creëert het voorwaarden voor een gelijk speelveld. Daarnaast is de uitwerking nodig om tot een onderbouwd en juridisch houdbaar advies te komen. Het maakt ook een effectief en efficiënt proces mogelijk om in korte tijd 206 aanvragen te beoordelen en hierover te besluiten. De Kunstraad ontving 49 aanvragen, waarvan 21 voor de Bis op naam en 28 voor de functies. Alle aanvragers kregen de mogelijkheid om hun aanvraag mondeling toe te lichten. De commissies beoordelen de aanvragen op de beleidscriteria en stellen een pre-advies per instelling op. Nadat de pre-adviezen van de commissie zijn uitgebracht maakt het bestuur van de Kunstraad de adviezen definitief en maakt het een integrale afweging voor de Bis.

Alle aanvragers voor de Amsterdam Bis ontvangen zoals gezegd een meer globaal geformuleerd advies. Zo ook de 14 afgewezen aanvragers voor de functies. In het geval bezwaar was gemaakt tegen het besluit van de gemeente – op basis van het advies – zou een verweer vanuit de gemeente lastiger te formuleren zijn geweest. Dat is in theorie makkelijker voor de gemeente met een meer specifiek advies. Een integrale afweging In diverse gesprekken (Kunstraad, ACI en gemeente) wordt de vraag opgeworpen waarom het AFK geen integrale afweging hanteert. Het AFK licht toe dat het aspecten van een integrale afweging integreert in de bestaande procedure. De budgetplafonds zijn daar een voorbeeld van. Deze zorgen voor een pluriforme verdeling over de disciplines met redelijk continue budgetten. Die komen mede tot stand door een prognose op basis van ervaring en cijfers van de afgelopen jaren. In deze periode is daarbij nog € 3,8 miljoen van het budget overgeheveld naar de Bis, als budget voor de functies. Dit bedrag heeft de gemeente in afstemming met het AFK en de Kunstraad bepaald. Het is binnen het AFK via een verdeelsleutel verrekend met de budgetten per discipline. Bij de Kunstraad is het toegevoegd als budget voor de functiebenoemingen. Bij het AFK is er ook de mogelijkheid om een multidisciplinaire beoordeling aan te vragen om te voorkomen dat aanvragers buiten een hokje vallen.

Aanvragers maken daar overigens nauwelijks gebruik van. De commissies bestaan uit adviseurs met elkaar aanvullende deskundigheid, zodat er geen monodisciplinaire beoordeling is. Het AFK werkt met een score per criterium, wat leidt tot een ranking waarin aanvragers met een score ten opzichte van elkaar worden afgewogen (binnen een discipline).

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

30

Het toevoegen van een integrale eindafweging bij het AFK is juridisch complex. Het AFK zou vooraf moeten aangeven volgens welke spelregels deze afweging verloopt, hoe het omgaat met budgetconsequenties en daarvoor budget reserveren. Ook organisatorisch heeft het een impact. Er zou bijvoorbeeld een aparte commissie, op basis van criteria, alle ruim 200 aanvragen in onderlinge samenhang moeten beoordelen. Ook bij de Rijkscultuurfondsen is een eindafweging – als deze wordt gehanteerd – vooraf ingeregeld. Het Fonds Podiumkunsten hanteert voor de meerjarige regeling bijvoorbeeld een flexibel budget dat wordt aangewend voor aanvragen met een positief advies maar waarvoor onvoldoende budget is. Het flexibele budget wordt volgens vooraf bepaalde rekenregels toebedeeld aan de categorieën waar sprake is van overvraging.

5.3. Ervaring van aanvragers De verschillen in beoordeling komen ook terug in de wijze waarop aanvragers naar de beoordelingsadviezen kijken. Uit onze enquête blijkt dat aanvragers gemiddeld een positievere waardering voor de beoordeling van het AFK hebben dan die van de Kunstraad, zoals te zien in Figuur 5 en 6. Daarbij merken we op dat het verschil in beoordeling kan samenhangen met verschillen tussen de groepen. Bij het AFK tellen bovendien de afwijzingen mee. Uit nadere analyse blijkt ook dat als adviezen volgens aanvragers goed onderbouwd zijn met argumenten en dat dit van invloed is op de ervaren mate van deskundigheid in de commissies. Figuur 6: De deskundigheid die uit het advies van de commissie sprak, voldeed aan onze verwachtingen (AFK n=113; Kunstraad n=22; Totaal n=135).

42%

41%

40%

36% 32%

20%

16%

13% 13% 9%

19%

AFK

23% 18% 19%

Kunstraad 11%

9%

Eindtotaal

0%

0% Eens

Overwegend eens

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

Neutraal

Overwegend oneens

Oneens

31

Figuur 7: Het oordeel van de commissie in het advies voor onze instelling is goed onderbouwd met argumenten (AFK n=113; Kunstraad n=22; Totaal n=135).

39%

40%

20%

36%

36%

20% 14%

AFK

17% 18%

Kunstraad

10%

9%

0%

0% Eens

Overwegend eens NeutraalOverwegend oneensOneens

5.4. Dubbele aanvraag Dat aanvragers voor de functies tegelijkertijd zowel een aanvraag bij de Kunstraad als bij het AFK moesten indienen, werd als een extra last gezien. Bijvoorbeeld omdat er verschillende richtlijnen waren voor het ondernemingsplan. Uiteindelijk kozen 28 instellingen er toch voor om een plan in te dienen binnen de 14 functies. De adviseurs van het AFK en de Kunstraad kregen de aanvragen ter beoordeling voorgelegd. Beide partijen melden dat de afstemming over deze aanvragen goed is verlopen. Daarbij waren ook dubbeladviseurs betrokken die zowel bij het AFK als de Kunstraad in de adviescommissie zaten. Daardoor was er ook zicht op de overige aanvragen en ontwikkelingen binnen een discipline. De rol van dubbeladviseurs was om te zorgen voor de aansluiting tussen de advisering over ‘dubbelaanvragen’ bij de Kunstraad en het AFK. Daarnaast om te adviseren over aanvragen met samenwerkingsverbanden tussen AFK- en Amsterdam Bis-aanvragers.

5.5. Lastendruk Hoewel er net als in de voorgaande evaluatie gevraagd is naar de lastendruk, kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de methode van uitvragen identiek was. Daarvoor was te weinig informatie beschikbaar over de precieze opzet van de enquête die gebruikt is in de vorige evaluatie. De uitkomst is daarom indicatief. Die uitkomst is wel een duidelijke indicatie dat de lastendruk is toegenomen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de lastendruk in uren besteed aan de aanvraag is toegenomen. Het aantal aanvragers dat 51 tot en met 100 uur heeft besteed aan de aanvraag is afgenomen van 23% naar 7%. Het aantal aanvragers dat meer dan 200 uur heeft besteed is toegenomen van 16% naar 43%. Dat de lastendruk is gestegen was te verwachten aangezien er een extra Actieplan diversiteit en inclusie opgesteld diende te worden (en een facultatieve nulmeting). Daarnaast kan er een effect zijn van ‘dubbel aanvragers’. Deze geven vaak aan meer dan 200 uur te hebben besteed. Opvallend is ook dat de instellingen in de Amsterdam Bis op naam veel tijd hebben besteed. Binnen deze groep werkte 79%

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

32

aan meerdere aanvragen voor meerjarige subsidies, waaronder ook landelijke subsidies. Mogelijk is het in de praktijk lastig onderscheid te maken naar welk werk voor welke aanvraag wordt gedaan. Binnen de aanvragers bij het AFK werkte 51% aan meerdere meerjarige aanvragen. Figuur 8: tijd besteed aan de aanvraag voor het Kunstenplan in de periode 2017-2020 (n=103) vergeleken met de periode 2021-2024 (n=135). 43% 40% 30% 20%

23%

20%

17%

21%

24%

2017-2020 16%

2021-2024

7% 0%

0% 1 t/m 50 uur 50-100 uur 100-150 uur 150-200 uur

>200 uur

Figuur 9: tijd besteed aan de aanvraag voor het Kunstenplan door aanvragers bij het AFK, de Kunstraad en bij beiden (dubbel aanvragers) (AFK n=106; Dubbel n=14; Kunstraad n=15). 100% 79%

80%

67%

60%

AFK 35%

40% 20%

7% 7% 7%

24% 14%

7%

100-150 uur

Dubbel Kunstraad

20%

0% 50-100 uur

35%

0% 150-200 uur

>200 uur

Gebruik van gegevens Aanvragers vullen als indieningsvereiste een formulier in met algemene gegevens, activiteiten gegevens en financiële informatie. Deze gegevens kunnen gebruikt worden voor individuele monitoring of algehele analyses van activiteiten, prestaties en spreiding. Het AFK presenteert bijvoorbeeld in de algemene inleiding bij de besluiten een analyse van de aanvragen, toekenningen en spreiding. De gemeente die de aanvragen voor de Bis ontvangt, ontsluit deze gegevens niet voor dergelijke beleidsmatige analyses. Ook voor deze evaluatie waren de verzamelde gegevens niet beschikbaar. Uit gesprekken met de ACI blijkt dat aanvragers deze formulieren tijdrovend vinden en dat het hen niet volledig helder is hoe de ingevulde gegevens gebruikt worden in de verantwoording. Naar ons oordeel dient de lastendruk van wat je vraagt in verhouding te staan tot wat je met de informatie doet. Die balans dient een continu punt van aandacht te zijn in het kader van de lastendruk.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

33

6. Proces: Besluitvormingsfase 6.1. Planning Het besluit over het Kunstenplan zou in november 2020 in de gemeenteraad worden gebracht. Dat werd december, waardoor de definitieve toekenningen pas vlak voor de start van de nieuwe kunstenplanperiode verzonden werden. Het AFK heeft de besluitvorming op tijd afgerond in begin augustus.

6.2. Besluitvorming bij het AFK In aanloop naar de besluitvorming door het AFK bleek dat er een tekort aan subsidiebudget was binnen de discipline theater. Ten opzichte van andere disciplines vielen er veel aanvragers onder de zaaglijn. Het tekort kwam voort uit een te lage inschatting van de subsidiebehoefte binnen deze discipline. Onder meer door een onderschatting van het aantal nieuwe aanvragers. Dit betrof nieuwe podia en gezelschappen die (onvoorzien) van Amsterdam hun standplaats maakten. Daarnaast werden in de functie voor theatergezelschappen in de Amsterdam Bis aanvragen toegekend met een relatief laag bedrag. Daardoor bleven aanvragers met een relatief hoog bedrag bij het AFK. Bij publicatie heeft het AFK de instellingen genoemd die als wel subsidiabel werden beoordeeld maar waarvoor onvoldoende budget beschikbaar was. In de gesprekken met raadsleden komt de indruk naar voren dat het AFK hierin met een politieke opzet heeft gehandeld. Echter, het publiceren van de totale lijst van instellingen die als subsidiabel zijn beoordeeld is gangbaar en is in de vorige periode ook gedaan. Een instelling kan namelijk geholpen zijn met een positief oordeel en het achterhouden van dat oordeel zou een benadeling kunnen zijn. Het is ook een vorm van transparantie.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

34

6.3. Besluitvorming in de gemeenteraad In de raad ontstond discussie over de beoordeling van een aantal instellingen die door het AFK niet met een subsidie werden gehonoreerd omdat ze onder de zaaglijn vielen. Volgens de raad mochten deze instellingen echter niet ontbreken in het Kunstenplan. Een aantal instellingen maken ook nog gebruik van vastgoed van de gemeente. Dat maakte het dilemma voor de raad alleen maar groter. Reparaties door de raad De raad heeft een aantal reparaties zelf doorgevoerd. Er is een instelling (Museum Ons' Lieve Heer op Solder) alsnog op naam benoemd in de Amsterdam Bis en Stichting Educatieve Projecten is toegevoegd aan het Cluster Cultuureducatie. Omdat het AFK als fonds op afstand zelfstandige besluiten neemt, de gemeente binnen het bestaande budget geen ruimte had en de gemeenteraad geen ruimte zag om de probleemgevallen onder de zaaglijn op te lossen, werd het AFK gevraagd met een oplossing te komen. Die oplossing is afgestemd met de gemeente als opdrachtgever van het AFK.

6.4. Verzoek aan het AFK Uit de raadsdebatten komt ten aanzien van het AFK een beeld naar voren van 'hoe heeft dit kunnen gebeuren?'. Daarbij doelend op de instellingen die volgens de raad onterecht tussen wal en schip kwamen (lees: onder de zaaglijn bij het AFK). Daarbij moeten naar onze mening twee punten in ogenschouw worden genomen. Ten eerste dat pijnlijke afwijzingen inherent zijn aan een systeem waarin schaarse middelen worden verdeeld op basis van een criteriumbeoordeling door deskundige peer-review. Ten tweede dat de druk op het budget bij het AFK groot is. Het budget was 101% overvraagd. Er was € 39,6 miljoen gevraagd en € 19,7 miljoen beschikbaar. Binnen de Amsterdam Bis op naam was de overvraging 13%. De overvraging voor de functies is bij het AFK terechtgekomen, en is onderdeel van de € 39,6 miljoen. Om de probleemgevallen op te lossen is het AFK gevraagd € 1,9 miljoen vrij te maken uit de regeling Ontwikkeling voor de overvraging in de discipline theater. Voor deze regeling was oorspronkelijk € 2,6 miljoen beschikbaar. Daarnaast is er € 0,8 miljoen vrijgemaakt uit de projectsubsidies om de Ontwikkelregeling weer aan te vullen. Dit bedrag wordt ingezet om een aantal instellingen die in andere disciplines onder de zaaglijn waren geëindigd alsnog te honoreren vanuit deze 2jarige regeling.

Hiervoor is de regeling specifiek aangepast, zodat deze alleen toegankelijk is voor een afgebakende groep instellingen die aan bepaalde voorwaarden voldoen. In het advies bij het Kunstenplan 2021-2024 stelt de Kunstraad onomwonden dat de politieke ingreep bij het AFK een slecht idee is11. De getroffen regeling biedt naar het oordeel van de Kunstraad eigenlijk te weinig soelaas, is tijdelijk van aard,

11 Advies Kunstenplan 2021-2024, Amsterdamse Kunstraad.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

35

gericht op een select aantal instellingen die vastgoed exploiteren en verstoord daarmee het gelijke speelveld. Het effect van de herverdeling is dat de pot projectsubsidies is geslonken van 4,8 miljoen naar 3,4 miljoen, omdat hieruit ook de subsidie van € 0,6 miljoen is vrijgemaakt voor de overheveling van Museum Ons' Lieve Heer op Solder naar de Amsterdam Bis. Er is nu minder budget beschikbaar voor projecten van kleinere initiatieven, projecten en makers. Dat is volgens iedereen een ongewenst effect maar uiteindelijk een keuze tussen twee kwaden.

6.5. Dilemma’s bij besluitvorming De gemeente kan bij instellingen zowel subsidieverstrekker zijn in het kader van het Kunstenplan en beheerder van het vastgoed of het erfgoed zijn. Dat de gemeente geconfronteerd kan worden met het feit dat deze twee rollen niet meer samenvallen, kan een aandachtspunt zijn in het beleid voor cultureel vastgoed. Het is binnen de regelingen niet goed mogelijk een voorkeurspositie te geven aan instellingen met een dergelijke relatie omdat er dan geen sprake meer is van een eerlijk speelveld. Lobbykracht Bij de behandeling van het Kunstenplan in de gemeenteraad is er voor instellingen die buiten de boot dreigen te vallen nog de gelegenheid om een lobby op te zetten om te proberen alsnog in de Amsterdam Bis te komen. Alle gesprekspartners signaleren dat het daarbij voor grotere of meer gevestigde instellingen makkelijker is om een lobby te organiseren. Nieuwkomers of minder gevestigde instellingen zijn hier overwegend in het nadeel. Overigens heeft niemand een effectieve oplossing om ook hier een gelijk speelveld te creëren. Complex Uit de gesprekken met enkele raadsleden blijkt overigens dat het hele systeem van het Kunstenplan voor hen complex is. Raadsleden hebben beperkte tijd en meerdere dossiers.

Het is voor hen lastig om het aan hen voorgelegde beleid, de adviezen en de besluiten in alle nuances, met alle specificaties en met alle consequenties volledig te doorgronden.

6.6. Bezwaren Aanvragers kunnen bezwaar aantekenen bij een onafhankelijke bezwaarcommissie tegen het besluit van het AFK als er feitelijke onjuistheden zijn in het proces of het advies. Het aantal bezwaren bij het AFK is licht hoger dan in de vorige periode. Bij het AFK waren er vijf procedurele bezwaren en 27 inhoudelijke bezwaren. Alle procedurele bezwaren zijn ongegrond verklaard. In eerste instantie waren er 39 inhoudelijke bezwaren waarvan er 12 uit de discipline theater zijn ingetrokken omdat deze alsnog werden gehonoreerd. Uiteindelijk zijn er 26 bezwaren ongegrond verklaard en één bezwaar gedeeltelijk gegrond. Er zijn op de besluiten

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

36

in de bezwaarprocedures zes beroepszaken aangespannen. Daarvan zijn er door de rechtbank twee ongegrond verklaard en vier nog lopend. In de vorige periode werden er ook vijf procedurele bezwaren ingediend, waarvan er één gegrond werd verklaard. Er werden 21 inhoudelijke bezwaren op de besluiten ingediend. Eén bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard, dertien ongegrond en zeven gegrond. In twee gevallen heeft de heroverweging van de adviescommissie destijds alsnog geleid tot honorering door het AFK. Bij de gemeente is één bezwaar ingediend over de gevolgde procedure bij de toewijzing op naam. Over de stand van zaken heeft de gemeente voor deze evaluatie geen informatie kunnen geven omdat het vertrouwelijke informatie is. In theorie kan hierin een risico schuilen. In het geval dat het bezwaar gehonoreerd wordt, kan dat van invloed zijn op het principe van de benoeming op naam. Die is gebaseerd op de uniciteit van instellingen. Mocht de uniciteit ter discussie komen te staan, zou dat effect kunnen hebben voor meer instellingen in de Amsterdam Bis als er sprake is van vergelijkbare posities in het Kunstenplan.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

37

7. Eerste effecten van het ingezette beleid In de vraagstelling bij deze evaluatie wordt gevraagd naar eerste effecten, ervaringen en constateringen bij het Kunstenplan 2021-2024. Daarbij wordt specifiek aandacht gevraagd voor het belangrijke beleidsthema diversiteit en inclusie en de spreiding in de stad, waaronder we ook de samenwerking met de stadsdelen meenemen.

7.1. Diversiteit en inclusie Diversiteit en inclusie vormden een zichtbare rode draad in het cultuurbeleid van 2021-2024 en worden ook wel gezien als een stempel van de huidige coalitie en wethouder. De thematiek stond centraal in de Contouren, de Hoofdlijnen en de debatten en was een leidend argument voor een verandering van de Amsterdam Bis. Met de invoering van nieuwe beleidsinstrumentaria rondom diversiteit en inclusie – een actieplan, een nulmeting en in zekere mate ook de functies – toonde de wethouder bereidheid om zich wezenlijk in te zetten voor een meer inclusieve cultuursector. In deze evaluatie kijken we naar eerste ervaringen daarmee. Het AFK constateert een verschuiving op het vlak van culturele diversiteit, mede door eerder beleid. Ten opzichte van het Kunstenplan 2017-2020 ziet het fonds een stijging van instellingen die naar hun inschatting ‘volledig cultureel divers werken’12. Hieronder schaart het AFK instellingen die dit element als uitgangspunt nemen in hun gehele werkwijze (waaronder aanbod, publieksbereik, personeel en toezicht). In de vorige periode werd dat geschat op een vijfde en bij het huidige Kunstenplan op bijna een kwart van de gehonoreerden. Uit onze enquête blijkt dat 54% van de aanvragers in de plannen meer aandacht aan diversiteit en inclusie hebben geschonken dan anders.

Bij instellingen die zijn beoordeeld door het AFK is dat 56%; in de Amsterdam Bis op naam is het 40% en in de Amsterdam Bis op functie 57%. Niemand besteedde er minder aandacht aan. Alleen in de Amsterdam Bis op naam besteedde het merendeel evenveel aandacht aan diversiteit en inclusie. Dat deze groep naar verhouding het minst extra inzet op het beleidsthema, kan worden gezien als een matig effect. Juist grotere en ‘statische’ instellingen, waar de huidige Amsterdam Bis op naam voornamelijk uit bestaat, worden immers het meest bekritiseerd op hun gebrek aan diversiteit.

12 Uit de interne analyse van het AFK. Zie ook: Algemene inleiding regeling Vierjarige subsidies

2021-2024, Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

38

Figuur 10: In welke mate de Hoofdlijnen van invloed zijn geweest op de aandacht voor diversiteit en inclusie in het meerjarenplan (AFK n=112; BoN n=15; BoF n=7; Totaal n=134). 100% 80%

40% 56%

57%

54%

60% Meer 40%

Evenveel 60%

20%

44%

43%

46%

Bis op Functie

Eindtotaal

0% AFK

Bis op naam

Beoordeling op het criterium In de Hoofdlijnen van 2017-2020 was diversiteit nog verweven in de criteria zakelijke kwaliteit en publieksbereik. Nu was het een separaat criterium, dat aansloot bij de herziening van de landelijke Code Diversiteit & Inclusie (de opvolger van de Code Culturele Diversiteit). Het AFK is – in overleg en met instemming van de gemeente – in de regeling niet meegegaan met de bredere benadering van de Hoofdlijnen en prioriteerde culturele diversiteit in de beoordeling. De motivering daarvoor is dat op dat vlak de grootste inhaalslag nodig is. Het fonds geeft in de algemene inleiding van de besluiten aan niemand louter op een slechte beoordeling van dit criterium te hebben afgewezen13. De Kunstraad neemt de criteria uit de Hoofdlijnen integraal over. Opvallend is dat de Kunstraad zich in enkele beoordelingen kritisch heeft uitgesproken over diversiteit en inclusie, met name bij instellingen op naam. De insteek van het Actieplan was om hier in deze beoordelingsronde geen consequenties aan te verbinden en te wachten tot de beoordeling voor het volgende Kunstenplan. Dan zal worden teruggekeken naar hoe de plannen tot uitvoering zijn gekomen. Er wordt daarbij uitgegaan van verschillende startposities van instellingen en de nadruk op hun groeiproces (hierover meer op pagina 41).

Of het beleidsaccent op diversiteit en inclusie leidt tot substantiële verschuivingen in subsidietoekenningen van de Amsterdam Bis op naam, zal, naar verwachting, pas in de volgende periode blijken.

13 Algemene inleiding regeling Vierjarige subsidies 2021-2024, Amsterdams Fonds voor de

Kunst.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

39

Figuur 11: In welke mate aanvragers vinden dat de commissie in het advies recht doet aan de bijdrage aan diversiteit & inclusie (AFK n=113; BoN n=15; BoF n=7; Totaal n=135). 80%

71% (Redelijk) Groot

60%

40%

20%

42%

37%

47%

33% 20%

Niet klein en niet groot

29%

20%

(Redelijk) Klein

0%

0% AFK

Bis op naam

Bis op Functie

Figuur 12: Hoe aanvragers het vermogen van hun organisatie inschatten om bij te dragen aan een inclusieve stad (AFK n=113; BoN n=15; BoF n=7; Totaal n=135). 100% 86% 80%

(Redelijk) Groot

67%

60%

60%

Niet klein en niet groot

40%

27%

25% 20%

8%

13%

(Redelijk) Klein

14%

0%

0% AFK

Bis op naam

Bis op Functie

In de enquête is gevraagd hoe aanvragers het advies beoordelen op het thema en hoe zij hun eigen vermogen inschatten om bij te dragen. Dit kan inzicht geven in hoe het oordeel uit de adviestekst aansluit op het perspectief van de aanvragers. Van het totaal van alle aanvragers vindt 40% dat de commissie in redelijke tot grote mate recht doet aan de bijdrage op diversiteit en inclusie (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Vrijwel hetzelfde aandeel (39%) vindt het tegenovergestelde. De kritische houding van de aanvragers ten opzichte van de commissies blijkt ook uit de inschatting van hun eigen bijdrage. Uit Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. blijkt dat 67% van hen het vermogen om bij te dragen groot tot redelijk groot inschatten. Bij de instellingen die zijn benoemd in de Amsterdam Bis op functie sluit de waardering van het advies het beste aan bij de beoordeling van het vermogen om zelf bij te dragen. Het is goed denkbaar dat de verweving van de ‘inclusieve stad’ in 5 van de 9 functies (zoals we eerder aangaven op pagina 28), hier heeft

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

40

meegespeeld. Bij de AFK-aanvragers is het verschil het grootst. Dit sluit aan bij het beeld dat uit de gesprekken naar voren komt: de beoordeling van het AFK op dit onderdeel wordt als het meest kritisch gezien. Hoewel het niet verwonderlijk is dat aanvragers hun eigen bijdrage hoger inschatten dan dat adviseurs dat met een kritische blik doen, is er nog winst te behalen in de stimulans en beoordeling van diversiteit en inclusie. De aanvragers schatten hun bijdrage namelijk structureel en substantieel hoger in. Actieplan en nulmeting Het Actieplan diversiteit en inclusie was een nieuwe instapeis voor de 4-jarige subsidies van het Kunstenplan. Met dit plan werden aanvragers aangezet om aan te geven welke stappen ze zouden zetten ter bevordering van hun bijdrage aan diversiteit en inclusie. Met het oog op de vele verschillen tussen instellingen in aard, doelgroepen en grootte, ging het actieplan uit van het individuele vermogen van instellingen en hun ontwikkeling. In andere woorden: welke stappen zijn mogelijk en reëel per instelling, wat komt daarvan tot realisatie en wat brengen ze teweeg. Ondanks de kwaliteitsverschillen tussen de plannen, kan de aanzet als een duidelijk effect worden gezien. Het heeft bijgedragen aan het op de kaart zetten van het beleidsthema diversiteit en inclusie.

Door dit vereiste hebben alle aanvragers zich immers over de betreffende thematiek gebogen en een plan opgesteld – en bijvoorbeeld niet enkel instellingen die dat altijd of al langer deden. Uit de enquête van het AFK komt naar voren dat er onder diens aanvragers minder begrip was voor een separaat stuk, naast het ondernemingsplan.14 Verder geven meerdere gesprekspartners aan dat instellingen die geen visie op diversiteit en inclusie hadden ontwikkeld, geen gegevens paraat hadden of (nog) niet goed wisten hoe met deze thematiek om te gaan, het actieplan als een bijkomende last hebben ervaren. Het is logisch dat een thema dat nog niet in een organisatie is geïncorporeerd, als een bijkomstige last wordt ervaren. Dit hoeft geen probleem te zijn; de actieplannen waren immers bedoeld om te stimuleren. Echter kan de verhoogde werkdruk, door de verkorte indieningstijd voor de aanvragen, het gevoel van ‘een extra last’ hebben versterkt voor wie meer tijd behoefde om het actieplan in te vullen. De nulmeting, een vragenlijst die voorbereidend aan het actieplan werd uitgezet, is door meer dan de helft van de 250 bevraagde kunstinstellingen ingevuld en heeft tot een cumulatieve analyse geleid.15 Daaruit bleek onder andere dat vrijwel alle instellingen zich met diversiteit en inclusie bezighouden, maar niet allemaal even concreet.

Ook bleek het bereiken van een divers personeelsbestand als het

14 Deelrapport aanvragers procesevaluatie vierjarige regeling 2021-2024. 15 Rapport Nulmeting diversiteit en inclusie kunstinstellingen van de afdeling

Onderzoek,Informatie en Statistiek, Gemeente Amsterdam.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

41

lastigst te worden ervaren en is er ruimte voor verbetering van fysieke toegankelijkheid. Zodoende leidde de nulmeting tot een zekere indicatie van trends en aandachtspunten, wat bruikbaar kan zijn voor toekomstig beleid. Ook zou een vervolgmeting de effecten van het huidige beleid omtrent diversiteit en inclusie kunnen aantonen. Echter zet Blueyard kanttekeningen bij de methodiek. Het invullen van de nulmeting was namelijk facultatief. In een volgende ronde zou de vragenlijst door andere instellingen ingevuld kunnen worden, waardoor de analyse niet goed te vergelijken is met de nulmeting. Bovendien werd in de interviews kritiek geuit over de anonimiteit van de nulmeting, waardoor er in de analyse geen onderscheid gemaakt kon worden tussen aanvragers van het AFK en de Amsterdam Bis. Ook zou het zo kunnen zijn dat vooral instellingen die belang hechten aan diversiteit en inclusie de moeite hebben genomen de nulmeting in te vullen, waardoor het wellicht een te positief beeld geeft. Functies Met de toekenningen van de functieplekken is het in principe gelukt om meer diversiteit in de Amsterdam Bis te halen. Of de Bis als geheel (dus de instellingen op naam meegerekend) een inclusiever karakter heeft gekregen, moet nog blijken uit komende ontwikkelingen.

Mits goed wordt gemonitord hoe de Amsterdam Bis uiteindelijk met diversiteit omgaat in de periode 2021-2024 en welke resultaten al dan niet worden geboekt op dat vlak. Meerdere gesprekspartners geven aan dat de functietoekenningen ook tot onbegrip hebben geleid. Met name bij het afvallen van instellingen die bekendstaan om diversiteit in bijvoorbeeld hun aanbod en personeel goed bij de beleidslijnen zouden passen. Dit wringt des te meer omdat ook sommige instellingen op naam een negatieve beoordeling op het criterium hebben gekregen. Reparaties: effect op diversiteit en inclusie? Alle direct betrokken gesprekspartners maken zich zorgen over de mogelijkheid dat de budgettaire verschuivingen voor het bekostigen van de reparaties, een negatieve impact hebben op kleine instellingen en individuele makers. Deze partijen zijn veelal afhankelijk van projectsubsidies. Dat er nu minder middelen zijn voor de projectenregeling kan een extra nadelig effect betekenen voor de diversiteit van het aanbod en bereik, alsook voor de diversiteit onder gesubsidieerde makers en andere betrokkenen. Doorgaans wordt geconstateerd dat grassroots-initiatieven ‘organischer’ bijdragen aan diversiteit en inclusie van het veld, omdat daar bijvoorbeeld meer onderbelichte verhalen worden verteld.

Ook komen er allerlei initiatieven of projecten tot stand doordat personen of groepen uit de samenleving zichzelf ondervertegenwoordigd zien in culturele instituten, of daar geen aansluiting bij voelen. Blueyard constateert dat de reparaties met middelen uit de projectenregeling vooral ten goede zijn gekomen aan de grotere instellingen die 4-jarig ondersteund worden, terwijl deze regeling daar niet voor bestemd was. Bovendien loopt de

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

42

aanwas voor cultureel diverse aanvragers in de volgende vierjarige regeling ook via de route van de projectenregeling en de regeling ontwikkeling. Deze ingreep staat daarmee haaks op het beleid, waarin meer aandacht is voor diversiteit, makers en kleine initiatieven.

7.2. Spreiding In deze evaluatie kijken we wat er terecht is gekomen van het beleidsvoornemen om meer oog te hebben voor een betere spreiding over de stad. Hier wordt door de gemeente op in gezet in de gedachte dat wanneer kunst en cultuur voor iedereen nabij is dit bij kan bijdragen aan sociale cohesie en persoonlijke ontwikkeling. We schetsen een beeld zoals dat naar voren komt uit gesprekken met de stadsdelen en zoomen in op de afstemming tussen de verschillende actoren. Uit de enquête blijkt dat 27% van de aanvragers meer aandacht besteedde aan spreiding. De overige 73% besteedde evenveel aandacht als voorheen. Bij het AFK en Bis op functie zijn vergelijkbare uitkomsten te zien. Bij de Bis op naam besteedde slechts 13% van de aanvragers meer aandacht aan spreiding. Figuur 13: In welke mate de Hoofdlijnen van invloed zijn geweest op de aandacht voor spreiding van activiteiten over de stad (AFK n=112; BoN n=15; BoF n=7; Totaal n=134). 100% 80%

13% 29%

29%

27%

60% Meer 40%

87%

71%

71%

73%

Bis op Functie

Eindtotaal

Evenveel

20% 0% AFK

Bis op naam

Ook voor spreiding is gevraagd hoe aanvragers het advies op dit punt beoordelen en hoe zij hun eigen vermogen inschatten om bij te dragen. Van het totaal van alle aanvragers vindt 24% dat de commissie in redelijke tot grote mate recht doet aan de bijdrage aan spreiding (Figuur 13). Het grootste deel (51%) is hier neutraal over. Dat beeld komt terug bij de andere categorieën. Over de inschatting van hun eigen bijdrage zijn de aanvragers explicieter. Van hen vindt 42% de bijdrage groot tot redelijk groot en 27% vindt die klein tot redelijk klein. Bij de Bis op naam is de uitkomst het meest uitgesproken. Daarvan is 53% positief over die bijdrage en 40% ziet een bescheiden bijdrage.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

43

Figuur 14: In welke mate aanvragers vinden dat de commissie in het advies recht doet aan de bijdrage aan spreiding (AFK n=113; BoN n=15; BoF n=7; Totaal n=135). 100% 86% (Redelijk) Groot

80% 60%

34%

40% 20%

53%

49%

18%

Niet klein en niet groot

33% 14%

13%

(Redelijk) Klein

0%

0% AFK

Bis op naam

Bis op Functie

Figuur 15: Hoe aanvragers het vermogen van hun organisatie inschatten om bij te dragen aan spreiding (AFK n=113; BoN n=15; BoF n=7; Totaal n=135). 100% 80%

(Redelijk) Groot

67% 57%

60%

43% 40%

35% 32% 34%

20%

27% 7%

0% AFK

Niet klein en niet groot

Bis op naam

(Redelijk) Klein 0% Bis op Functie

Beoordelingscriterium Spreiding is in de beoordelingskaders opgenomen onder het criterium ‘belang voor de stad’. Wanneer we inzoomen op het criterium zien we in de Hoofdlijnen dat er met name gekeken wordt naar het aanbod. Oftewel, weet een instelling een programmatische verbinding te leggen met instellingen of bewoners uit omliggende buurten, maar ook andere buurten in de stad. Bij de beoordeling door de adviescommissies zowel bij AFK als bij de Kunstraad wordt er gekeken naar of en hoe er met andere instellingen wordt samengewerkt en of dit op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid gebeurt. Bij het AFK wordt spreiding benoemd als zowel het cultuuraanbod, als het publieksbereik ervan. Nog specifieker wordt er gevraagd of de aanvrager activiteiten ontplooit en publiek bereikt buiten de stadsdelen Centrum en Zuid. De Kunstraad kijkt breder naar dit criterium. Bereik van diverse groepen uit andere stadsdelen met aanbod in Centrum of Zuid werd ook als spreiding gezien.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

44

Blueyard constateert – mede op basis van de gesprekken – dat juist de verschillen in de invulling en beoordeling op het criterium spreiding bij het AFK en de Kunstraad bijdragen aan onbegrip bij de aanvragers.

7.3. Verbinding met de stadsdelen In de Contouren is aangekondigd dat er afgestemd zou worden met de stadsdelen. Daarbij wordt niet gespecifieerd waarover en met welk doel. In het stedelijk overleg is er op ambtelijk niveau regelmatig overleg geweest over de Hoofdlijnen. Uit gesprekken met de bestuurders en ambtenaren uit de stadsdelen blijkt dat dit overleg op prijs wordt gesteld. Stadsdelen pleiten wel voor een duidelijkere markering van momenten in het proces waarop zij input kunnen leveren, gekoppeld aan voldoende tijd om dit op een kwalitatieve wijze te kunnen doen. Hierbij wordt verwezen naar de Hoofdlijnennota, die op bestuurlijk niveau weliswaar voor input en feedback is voorgelegd, maar waarbij de responstijd te kort was (slechts een aantal dagen) om hier gedegen werk van te kunnen maken. Effect van centralisering Door centralisering hebben de stadsdelen minder invloed op het cultuurbeleid in hun eigen stadsdeel.16 Stadsdelen geven wel uitvoering aan de stedelijke regeling Gebiedsgebonden kunst- en cultuuractiviteiten. Daartoe stellen de stadsdeelbesturen ieder jaar een bijbehorend Uitwerkingsbesluit vast waarin de verbinding wordt gelegd met de gebiedsplannen en de lokale situatie/behoeften. Uit deze budgetten kan eenmalige ondersteuning worden gegeven.

Stadsdelen ervaren echter wel dat het moeilijk is om samenhang en doorstroom te realiseren voor initiatieven die vanuit de regeling Gebiedsgebonden kunst- en cultuuractiviteiten worden ondersteund naar het Kunstenplan. Terwijl ze hier wel kansen toe zien. De stadsdelen zouden afstemming willen over de inzet van deze middelen in samenhang met de projectregelingen bij het AFK. Blueyard constateert uit de gesprekken dat er kansen liggen om de stedelijke regeling Gebiedsgebonden kunst- en cultuuractiviteiten meer te benutten als doorgeleiding naar de regelingen bij het AFK (of andersom). Dit vereist een structurele afstemming tussen de stadsdelen en AFK, om kansrijke initiatieven op te sporen en te begeleiden in deze doorgroei. De cultuurverkenners van het AFK zouden hierin wellicht een (grotere) rol kunnen spelen. Zij zijn al actief in de buurten en kennen de spelers. Profielen In de totstandkoming van de Hoofdlijnen is de stadsdelen gevraagd een profiel op te stellen. Deze profielen beschrijven waar de stadsdelen zich met cultuur in onderscheiden en wat hun speerpunten voor cultuur zijn, gekoppeld aan de bredere gebiedsplannen. De concepten van de profielen zijn gedeeld en vervolgens zijn ze bestuurlijk vastgesteld en opgenomen als bijlage in de Hoofdlijnen. Uit

16 Evaluatie Totstandkoming Amsterdamse Kunstenplan 2017-2020, APE, maart 2018.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

45

verschillende gesprekken blijkt dat de precieze functie van de profielen niet voor alle stadsdelen duidelijk is. Blueyard is van mening, met een aantal gesprekspartners in de stadsdelen, dat in de ontwikkeling van Amsterdam als een meerpolige stad de profielen nog meer kunnen bijdragen aan een dialoog tussen de stadsdelen onderling en de centrale stad. Er kan nog beter gekeken worden naar hoe de stadsdelen elk op eigen wijze kunnen bijdragen aan het totale culturele profiel van Amsterdam. Verbinding met AFK en Kunstraad Daar waar de stadsdelen via de Cultuurverkenners van het AFK een verbinding hebben met het fonds, is deze er niet met de Kunstraad. Met name in de Verkenning zou hier volgens de stadsdelen extra aandacht aan gegeven kunnen worden. De Kunstraad geeft aan dat de verslagen van de cultuurverkenners bij het AFK zijn opgevraagd als input voor de Verkenning. Een wat meer direct contact tussen Kunstraad en de stadsdelen, zou door de stadsdelen op prijs worden gesteld. Echter realiseren ze zich daarbij ook dat de Kunstraad slechts over een kleine staf beschikt. Blueyard suggereerde eerder in dit rapport al een meer methodische aanpak van de Verkenning (zie pagina 21). Afstemming met de stadsdelen kan hier onderdeel van zijn. Speerpunten In het beleid is ruimte gemaakt voor de ontwikkeling van kunst en cultuur in de stadsdelen.

In de evaluatie van het Kunstenplan 2017-2020 wordt reeds geconstateerd dat de aanwezigheid van Cultuurhuizen in de stadsdelen “een belangrijke bijdrage levert aan de pluriformiteit van het kunstaanbod en de diversiteit van makers en publiek”.17 Door de gemeente is in de afgelopen jaren ingezet op de ontwikkeling van een aantal grootstedelijke voorzieningen ook buiten het centrum. In het Kunstenplan 2021-2024 wordt ruimte gemaakt voor een inhaalslag in de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West. We stellen vast dat de Stadsdelen Zuid en Oost nog niet over een cultuurhuis beschikken. In Oost is er wel een ontwikkeling in gang gezet, waarbij vijf instellingen in een multidisciplinair cultuurnetwerk de rol van Cultuurhuis willen oppakken. In hun individuele aanvragen hebben deze instellingen specifiek aandacht gegeven aan deze samenwerking en hiervoor extra middelen aangevraagd. Deze middelen zijn overwegend niet toegekend, waardoor de ontwikkeling van Cultuurhuis Oost onder druk komt te staan.

7.4. Cluster Cultuureducatie In 2017 (bij de stelselherziening) is er gekozen voor een apart Cluster Cultuureducatie binnen het Kunstenplan, met instellingen die vanuit de subsidie

17 Evaluatie Totstandkoming Amsterdamse Kunstenplan 2017-2020, APE, maart 2018.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

46

grotendeels gratis diensten aan scholen aanbieden.18 Het cluster valt onder directe verantwoordelijkheid van de gemeente vanwege de inhoudelijke samenhang met het (gemeentelijke) onderwijsbeleid. De afspraken met deze instellingen en het onderwijs maken deel uit van het convenant Basispakket. Dit convenant loopt synchroon met het landelijke bestuurlijke akkoord Cultuur en Onderwijs 2013-2023. Landelijke en lokale bestuurders hebben voor een langere looptijd gekozen om te zorgen voor een structurele verankering van cultuur in het onderwijs. Op dit moment is vernieuwing van het convenant en de looptijd ervan onderwerp van gesprek op landelijk en lokaal niveau. Of er een nieuw convenant komt staat nog niet vast. De Kunstraad pleit, bij een mogelijke beëindiging van het convenant en opheffing van het cluster, om de betreffende instellingen binnen de Amsterdam Bis te plaatsen. Dit vanwege hun belangrijke maatschappelijke en onmisbare rol voor de stad. Wij achten het verstandig om deze constructie eerst juridisch te toetsen. Beoordeling Het AFK is door de gemeente verzocht om de instellingen uit het Cluster Cultuureducatie te beoordelen, waarbij de bestaande afspraken met scholen (die een financiële vertaling hebben) het uitgangspunt waren.

Het budget voor muziekeducatie is voor de periode 2021-2024 met € 400.000 gekort door het niet continueren van de subsidie voor muziekeducatie aan het Concertgebouw en aan Muziekschool Amsterdam Noord, om ruimte te maken voor een ophoging van de subsidie met € 400.000 aan Aslan Muziekcentrum en Het Leerorkest. Niet voor al onze gesprekspartners was duidelijk dat de verdeelsleutel voor verdeling van het budget op basis van afspraken met scholen over de instellingen gehandhaafd moest worden. Omdat het om grotendeels gratis diensten aan scholen gaat is voor deze instellingen een uitzonderingspositie gecreëerd ten opzichte van de overige instellingen in het Kunstenplan, waarvoor een beoordeling wel degelijk tot financiële gevolgen kon leiden, zowel in positieve als in negatieve zin. Blueyard is van mening dat het verstandig zou zijn om de instellingen binnen het cluster op gelijke wijze te beoordelen als de overige 4-jarigen en daar indien nodig ook financiële consequenties, positief dan wel negatief, aan te verbinden. Dit draagt bij aan de integraliteit van het Kunstenplan en een eenduidige beoordeling. Bovendien is het niet uit te leggen waarom deze instellingen vrijgesteld zijn van concurrentie. De voorkeurspositie die gemeente geeft aan muziekeducatie, vanwege het convenant, beperkt de kansen van andere aanvragers.

Tijdens deze evaluatie is de vraag naar voren gekomen waar de beoordeling van het Cluster Cultuureducatie het meest geëigend is: bij het AFK of bij de 18 Vanaf 2021 bestaat het Cluster Cultuureducatie uit de volgende instellingen: Aslan

Muziekcentrum, Het Leerorkest, Muziekschool Amsterdam en Stichting Educatieve Projecten (SEP).

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

47

Kunstraad? Als we uitgaan van de structurele aard en werking van de instellingen en het convenant kunnen ze als onderdeel van de Amsterdam Bis worden beschouwd. De inhoudelijke expertise voor beoordeling zit zowel bij het AFK als bij de Kunstraad. Om de kennis over het gehele veld bij het oordeel te betrekken en het onderwerp cultuureducatie integraal te benaderen raden wij aan om ook in de commissie educatie te werken met dubbel-adviseurs. Ingrepen Ondanks dat het cluster niet openstond voor nieuwe aanvragers zijn er wel ingrepen gedaan door toevoeging van de Stichting Educatieve Projecten (SEP) en het Jongerencultuurfonds Amsterdam. Er is geschoven met budgetten binnen het cluster (door onder meer onderbesteding bij Mocca vanwege verminderde activiteiten in het coronajaar 2020) en er is een toevoeging gedaan aan het budget door een onttrekking aan de reserve Kunstenplan voor financiering van SEP. SEP heeft aangevraagd bij het AFK, maar is toegevoegd aan het cluster omdat het AFK vanuit de 4-jarige regeling onvoldoende budget had om de aanvraag te honoreren. Het college oordeelde dat de coördinerende en faciliterende rol van SEP zowel voor scholen als het netwerk van cultuureducatieprofessionals van belang is. De toevoeging van het Jongerencultuurfonds Amsterdam aan het cluster is budgetneutraal geweest.

Een kritische beoordeling van Muziekschool Amsterdam heeft geleid tot een tussentijdse evaluatie. Een positieve beoordeling van Aslan Muziekcentrum en Het Leerorkest hebben geleid tot een extra bijdrage. Voor Het Leerorkest betrof dit een bijdrage voor uitbreiding van de buitenschoolse cultuureducatie en voor fair pay, bij Aslan Muziekcentrum voor extra huisvestingslasten en fair pay. Fair pay We constateren dat Aslan Muziekcentrum en Het Leerorkest een hogere subsidie hebben gekregen, waarmee ze onder meer in staat werden gesteld om aan het principe van fair pay te voldoen. Tegelijkertijd stellen we ook vast dat niet alle instellingen binnen het Kunstenplan die omwille van fair pay een hogere subsidie hebben aangevraagd, deze ook hebben gekregen. We zouden verwachten dat hierin een meer eenduidige lijn zou zijn gevolgd. Blueyard constateert dat het Cluster Cultuureducatie binnen het Kunstenplan feitelijk functioneert als onderdeel van de Bis, maar dan met een langere looptijd dan vier jaar. Blueyard adviseert om bij verlenging van het convenant te overwegen om de looptijd beter aan te sluiten op die van het Kunstenplan door bijvoorbeeld een looptijd van twee keer vier jaar aan te houden in dezelfde ritmiek als het Kunstenplan. Dit gezien het feit dat veel instellingen in het Kunstenplan intensief samenwerken met instellingen uit het cluster en vice versa.

Er is daarmee deels ook sprake van onderlinge afhankelijkheid.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

48

8. Conclusies en aanbevelingen We vatten in dit hoofdstuk de conclusies en aanbevelingen samen voor de evaluatie van de totstandkoming van het Kunstenplan 2021-2024. Dit doen we in dezelfde volgorde als die van de drie hoofdonderwerpen die we benoemen in de inleiding en hanteren dezelfde volgorde als in dit evaluatierapport, te weten: § De integraliteit van het Kunstenplan. § Het proces van totstandkoming van het Kunstenplan, inclusief lastendruk. § Aandacht voor een aantal beleidsthema’s en eerste ervaringen hiermee. De conclusies en aanbevelingen zijn gebaseerd op de gesprekken die we voerden, de documenten die we bestudeerden, de enquête onder aanvragers met een respons van 54% en de afstemming met de onafhankelijke begeleidingscommissie. Tussentijdse resultaten zijn besproken met de gemeente, de Kunstraad, de ACI en het AFK, waar mogelijk zijn reacties verwerkt. Zoals gevraagd in de opdracht bij deze evaluatie, geven we een onafhankelijk oordeel over de totstandkoming van het Kunstenplan. We geven aan wanneer iets een oordeel is van Blueyard. In de inleiding gaven we al aan dat de onderliggende vraagstelling breed is, het proces van de totstandkoming een uitvoerig proces is en het systeem complex. Dat maakt het rapport uitgebreid.

Deze conclusies en aanbevelingen zijn daar een verdichte weergave van, waarin we soms vaktermen gebruiken en bepaalde kennis van het Kunstenplan als bekend veronderstellen. Waar mogelijk proberen we de lezers die beginnen (en eindigen) bij dit hoofdstuk mee te nemen in de belangrijkste bevindingen uit deze evaluatie. Met daarbij de kanttekening dat niet alle bevindingen meegenomen konden worden in deze samenvatting. De conclusies en aanbevelingen zijn samengenomen per onderwerp: de integraliteit, de totstandkoming en de eerste ervaringen. Voorafgaand daaraan, benoemen we een algemene conclusie.

8.1. Algemene conclusie We constateren dat het Kunstenplan met veel zorg en aandacht tot stand is gekomen. En dat er deze periode in het proces van totstandkoming vanuit politieke wil duidelijk is ingezet om een aantal beleidsprioriteiten te stellen. In die zin is het proces van totstandkoming en het Kunstenplan zelf, misschien meer dan voorheen, tot een actief onderdeel gemaakt van een actueel maatschappelijk debat over inclusie en verbinding met alle Amsterdammers. Tegelijkertijd constateren we dat het Kunstenplan als systeem te complex is geworden. Mede door ingrepen in het systeem in deze periode, die bovenop

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

49

ingrepen kwamen uit voorgaande periodes. Dat heeft zijn weerslag op het proces van totstandkoming. Dat is nu niet alleen een lang proces, maar door de vele keuzes en uitwerkingen die het systeem vraagt, eveneens een complex proces. Complexiteit maakt het systeem en het proces minder inzichtelijk. Dat is in de eerste plaats nadelig voor aanvragers. Het vergt inmiddels bijna specialistische kennis om alle stappen van het proces en alle aspecten van het systeem te doorzien. Dit geldt al voor instellingen die nu deel uitmaken van het Kunstenplan. Laat staan hoe ingewikkeld het is voor nieuwe toetreders. In de tweede plaats wordt het systeem zelf kwetsbaar. De legitimatie van gemaakte en nog te maken keuzes wordt complexer en daarmee aanvechtbaar. Voor een systeem waarin schaarse middelen worden verdeeld en waarbij er scherpe keuzes moeten worden gemaakt, is dat onwenselijk. Aanbeveling Onzes inziens is de grootste opgave om te bekijken hoe het systeem eenduidiger en inzichtelijker kan worden, en het proces eenvoudiger en effectiever. Zodat het voor iedereen begrijpelijk en toegankelijk is. En waar nodig recht doet aan verschillen. Hiervoor doen we in dit hoofdstuk een aantal concrete aanbevelingen.

8.2. Een integraal Kunstenplan De gemeente gaat uit van één integraal Kunstenplan. Wij concluderen dat er sprake is van één beleidsvisie. Die is helder en wordt algemeen geaccepteerd en onderschreven als het cultuurbeleid van Amsterdam. Er is geen integraal systeem. Het systeem in Amsterdam kent een tweedeling in een Amsterdam Bis en een deel overige aanvragers; binnen de Amsterdam Bis is er ook een tweedeling in een Amsterdam Bis op naam en op functie. Er zijn verschillende werkwijzen van de uitvoerders AFK en de Kunstraad. Volledige integraliteit is ook niet nodig. Op nationaal niveau is er een Bis en zijn er de Rijkscultuurfondsen. Dat zijn twee aparte beleidsinstrumenten die werken vanuit één beleidsvisie op cultuur. Geen verbinding met beleidsdoelstellingen Er is gekozen voor een strategische Amsterdam Bis die is verbonden met periodiek variabele beleidsdoelstellingen. Deze keuze is onvoldoende onderbouwd en geeft een zwak punt in het systeem. Het leidt tot een aantal risico’s, zoals: periodiek veranderende invloeden op wat tot de Amsterdam Bis behoort en wat niet, een brede en mogelijk onduidelijke onderbouwing van de samenstelling van de Amsterdam Bis en daardoor meer grensproblematiek: wat hoort wel bij de Amsterdam Bis en wat niet en waarom precies. Dit staat los van het belang dat wordt gehecht aan een inclusieve Amsterdam Bis.

Het creëren van een representatieve en inclusieve Amsterdam Bis kan rekenen op draagvlak. Wij pleiten voor een duurzame oplossing om dit te bereiken. Het vereiste om voorbeeld stellend te zijn, is dat niet. Het is een gemiste kans om

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

50

diversiteit en inclusie niet op te nemen in de selectiecriteria voor de Amsterdam Bis, zoals met goed werkgeverschap wel is gebeurd. Beperkte waarde van functies op beleid We concluderen dat de toevoeging van de functies op beleidsprioriteiten, een stevige beleidsimpuls is geweest om het thema diversiteit en inclusie te agenderen in de Amsterdam Bis. We concluderen ook dat de functies als systeemingreep het geheel complexer maken. En dat de onderbouwing ervan gebrekkig is. Doordat de functies zijn gekoppeld aan beleidsprioriteiten per periode biedt het instellingen die zijn benoemd in de Amsterdam Bis op functie geen zekerheid. Dit werd wel beoogd met de invoering ervan. Het biedt een symbolische waarde om benoemd te zijn als voorbeeld stellend. De onderbouwing van een voorbeeldfunctie in de functies is te weinig concreet en leidt daarmee onvoldoende tot een transparante toewijzing. De voorbeeldfunctie heeft als criterium nadelen, bijvoorbeeld omdat het andere goed presterende instellingen dit keurmerk onthoudt. Deze instellingen kunnen net zo goed inspirerend zijn voor de sector. Het leidt bovendien onnodig tot een tweedeling tussen instellingen in de Amsterdam Bis (met en zonder keurmerk) en ten opzichte van instellingen bij het AFK (zonder keurmerk).

Aanbeveling Voor Amsterdam kan de aansluiting op het landelijk systeem profijtelijk zijn, zoals ook blijkt uit de adviezen van de Kunstraad. In dat perspectief is het aan te bevelen om eenzelfde indeling te hanteren: één beleidsvisie, vertaald in twee beleidsinstrumenten die onderling overeenkomsten en verschillen kunnen hebben. Deze worden dan voor aanvragers inzichtelijk gemaakt. Het doel van een representatieve en inclusieve Bis vertrekt vanuit de constatering dat de Bis vernieuwing nodig heeft. Blijkbaar biedt het huidige systeem hiervoor te weinig ruimte en is het te gesloten. Daarom adviseren wij als vertrekpunt: een funderend maar open systeem. Hiervoor zijn meerdere modellen denkbaar. Blueyard adviseert voor de Amsterdam Bis om minimaal diversiteit en inclusie als vaste vereiste op te nemen voor alle instellingen. Net als met goed werkgeverschap is gebeurd. Instellingen worden gevraagd om naar vermogen bij te dragen aan een representatief en inclusief aanbod en bereik in de stad. De aan beleidsdoelen verbonden functies vervallen. Diversiteit en inclusie kan als criterium voor alle instellingen blijven bestaan. In het geval dat Amsterdam kiest voor aansluiting op het landelijke stelsel en een Amsterdam Bis die ruimte biedt aan vernieuwende functies en rollen, adviseert Blueyard, als een van de mogelijke opties, een functiemodel te overwegen.

Dit biedt de mogelijkheid om zowel funderende functies en wenselijke voorzieningen te definiëren, als om functionele rollen te benoemen. Zoals er ook in de landelijke Bis een functie voor de rol van ontwikkelinstelling is. Bovendien biedt het de

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

51

mogelijkheid om in een eigentijdse onderbouwing een vereiste zoals diversiteit en inclusie niet alleen als persisterende waarde op te nemen maar ook mee te nemen in een heroriëntatie op de benodigde disciplines in de Amsterdam Bis. Aanvullend op een functiemodel is een Vrije ruimte nodig, gericht op dynamiek in de sector en doorstroom naar de Amsterdam Bis op functie. Over de omvang van en balans tussen beide onderdelen doen wij geen uitspraken. Noch over de rollen van de Kunstraad of het AFK in de beoordeling. In beide organisaties is relevante expertise aanwezig. Aandachtspunten bij dit model, ten opzichte van de Amsterdam Bis op naam, zijn: § Dat er oog moet zijn voor een goede balans tussen functies en Vrije ruimte. § Dat de besluitvorming over de toekenningen voor de functies moet zijn afgerond, alvorens de advisering voor de Vrije ruimte van start gaat. § Dat het leidt tot dubbel aanvragen van instellingen die een poging wagen voor de Amsterdam Bis en bij afwijzing een aanvraag indienen voor de Vrije ruimte. § Dat een systeem met meer dynamiek, zoals een functiemodel, vraagt om een beoordelingsproces dat efficiënt uitvoerbaar en juridisch houdbaar is. Dit is vooral een aandachtspunt als er een meer open gedefinieerde functie komt, bijvoorbeeld zoals de ontwikkelfunctie in de landelijke Bis.

Het ligt voor de hand dat de Kunstraad een advies uitbrengt over een nieuwe structuur. Onze aanbeveling is om daarbij ten eerste de expertise en ervaring van het AFK nadrukkelijk te betrekken, de Kunstraad is immers ook belanghebbende. Ten tweede pleiten we ervoor om ook buiten de gebaande paden te denken en een brede consultatie te houden onder spelers die bijdragen aan een representatieve en inclusieve stad. Om de sector goed te informeren, draagvlak te creëren en waar gewenst inspraak te organiseren zou ook deze systeemwijziging besproken en beargumenteerd moeten worden in een publiek debat. Over verschillen in beoordeling Dat de beoordelingskaders van de Kunstraad en het AFK van elkaar verschillen is niet iedereen duidelijk. In de Hoofdlijnen is het uitgangspunt dat iedereen op dezelfde criteria is beoordeeld. Dat geldt wel voor de hoofdcriteria maar niet voor de afzonderlijke uitwerkingen. Zo ontstaat er verwarring over verschillen in de beoordeling van de Kunstraad en het AFK. Waar de Kunstraad met het beoordelingskader dicht bij de beleidscriteria en de uitwerking blijft, maakt het AFK een vertaalslag. Die maakt het fonds als zelfstandig bestuursorgaan vanuit een eigen verantwoordelijkheid. Bovendien heeft het AFK gegronde juridische en organisatorische redenen om het proces houdbaar, inzichtelijk en uitvoerbaar te maken.

Zo is het inhoudelijk te verdedigen dat binnen het criterium diversiteit en inclusie de nadruk wordt gelegd op culturele diversiteit. Het nadelige effect is dat er voor aanvragers onbegrepen verschillen kunnen ontstaan in de beoordeling. Naar ons oordeel is het AFK (naast de gemeente) verantwoordelijk om onbegrip over verschillen te voorkomen.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

52

Vanuit het perspectief van de aanvragers gaat het om de balans tussen: § welke nadere uitwerking van criteria noodzakelijk is voor een uitvoerbare en juridisch houdbare procedure, § welke uitwerking beleidsmatig en organisatorisch wenselijk is en § welke mate van uitwerking mogelijk is als het vertrekpunt is om te werken vanuit één algemeen geldende beleidsvisie. Dit maakt een eenduidig begrip van de beoordeling bij aanvragers en adviseurs mogelijk. Gemeente en AFK zouden het samen over de balans eens moeten zijn. Aanbeveling Het is van belang voor aanvragers inzichtelijk te maken op welke onderdelen de criteria of de uitwerking daarvan gelijk zijn en waar niet. Zoals voor de uitwerking voor de Amsterdam Bis en bij het AFK. Vervolgens is het uitgangspunt dat waar het beoordelingskader gelijk is, de beoordeling zo gelijk mogelijk is. Als in de uitwerking van de beleidscriteria de visie van het AFK en van de gemeente van elkaar afwijken, zou dat duidelijk moeten blijken in het proces van totstandkoming van het beleid en expliciet moeten worden gemaakt in de Hoofdlijnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10732656/1