CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Evaluatie Kunstenplan 2021-2024 Blueyard.pdf

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 12 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de bestuurlijke reactie op de evaluatie van de totstandkoming van het Kunstenplan 2021-2024 en de afhandeling van motie 1640 van het lid De Grave-Verkerk (VVD) over de evaluatie administratieve lastendruk (ZD2021-014028)21.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

52 alinea's met “inclusie”: 35 45 46 50 67 68 71 73 76 120 139 140 146 150 151 157 162 186 187 197 215 219 220 244 264 270 317 369 370 371 376 390 391 396 413 430 433 434 436 440 …

Evaluatie Kunstenplan 21-24 Totstandkoming en integraliteit

23-09-2021 Oopoddd

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 4. 4.1. 4.2. 4.3. 5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5. 6.6.

Voorwoord

4

Inleiding

6

Totstandkoming van het Kunstenplan Opdrachtformulering Leeswijzer Methode van onderzoek Een definitiekwestie

6 7 8 9 10

Integraal Kunstenplan

11

Amsterdam Bis in twee delen Verbinding met beleidsdoelstellingen Functies als voorbeeld Verschillen in beoordeling Samenhang tussen regelingen

13 14 15 16 17

Proces: Ontwerpfase

19

Planning Evaluatie 2017-2020 Verkenning 2019 Contouren Kunstenplan 2021-2024 Samenstelling van de Bis Debat met de sector

19 19 20 22 23 23

Proces: Beleidsfase

26

Planning Over de Hoofdlijnen Introductie van functies

26 26 28

Proces: Adviseringsfase

29

Planning Verschillen in de advisering Ervaring van aanvragers Dubbele aanvraag Lastendruk

29 29 31 32 32

Proces: Besluitvormingsfase

34

Planning Besluitvorming bij het AFK Besluitvorming in de gemeenteraad Verzoek aan het AFK Dilemma’s bij besluitvorming Bezwaren

34 34 35 35 36 36

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

2

7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 8. 8.1. 8.2. 8.3. 8.4. 8.5.

Eerste effecten van het ingezette beleid

38

Diversiteit en inclusie Spreiding Verbinding met de stadsdelen Cluster Cultuureducatie

38 43 45 46

Conclusies en aanbevelingen

49

Algemene conclusie Een integraal Kunstenplan Verloop van de totstandkoming Eerste ervaringen Tot slot: de definitiekwestie

49 50 53 58 59

Auteurs Jurriaan Rammeloo Margot Gerené Diana Hoilu Fradique

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

3

Voorwoord Voor u ligt – wellicht op papier, maar gezien de omvang hopelijk op een beeldscherm – de evaluatie van het Kunstenplan 2021-2024. De evaluatie is een terugkerende exercitie die telkens, nadat de besluitvorming voor de dan startende beleidsperiode is afgerond, wordt uitgevoerd door een externe partij. Ditmaal ging de eer naar Blueyard. De opdrachtformulering bevatte een omvangrijke vraagstelling. Daarom besloot Blueyard direct betrokkenen bij de opdracht (Amsterdamse Culturele Instellingen (ACI), de Amsterdamse Kunstraad, de afdeling Kunst en Cultuur en het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK)) bij aanvang te vragen naar de accenten die zij zien voor de evaluatie. Uit de antwoorden maakten wij op dat naast het proces van de totstandkoming en de eerste effecten, de vraag belangrijk is of er nu sprake is van een samenhangend Kunstenplan. Zowel de uitgebreide vraagstelling voor het proces van totstandkoming als het accent op de samenhang, bleken een voorbode te zijn van de algemene conclusie die we trekken: het systeem en daarmee het proces, zijn te complex geworden. Niet alleen voor aanvragers, maar ook voor adviseurs en gemeenteraadsleden. Terwijl de integraliteit van het Kunstenplan een leidend uitgangspunt was, zijn er door wijzigingen in deze en afgelopen periodes steeds meer verschillen in procedures en werkwijzen ontstaan.

Er kwamen steeds meer categorieën, zoals de tweeledige Amsterdam Bis, een Cluster Cultuureducatie en een onderscheid in beoordeling door de Kunstraad of het AFK. Elk onderscheid leidt weer tot verschillen in het proces. De grootste opgave is om te vereenvoudigen. Dat kan beginnen bij het duidelijk maken waar het Kunstenplan integraal is, en waar niet. Verschillen mogen er zijn en kunnen er juist voor zorgen dat het beleid beter aansluit op het veld. Uiteraard vertrekt de gemeente hierbij vanuit een en dezelfde beleidsvisie. In de totstandkoming van die beleidsvisie en de uitwerking daarvan is zeer duidelijk geworden dat de gemeente een representatief en inclusief aanbod van cultuur verwacht voor alle Amsterdammers. Met dit uitgangspunt zijn we het meer dan eens, maar we zijn kritisch over de gekozen oplossing voor het verankeren van diversiteit en inclusie1 in de Amsterdam Bis. We constateren echter ook dat door het beleid diversiteit en inclusie meer een vaste waarde is geworden dan voorheen. Onze aanbeveling is om deze waarde om te zetten naar een vereiste voor alle instellingen in de Amsterdam Bis, dat zij naar vermogen bijdragen aan de representatie en inclusie van alle Amsterdammers.

1 In sociaal-demografische zin. Zie ook: Code Diversiteit & Inclusie, codedi.nl.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

4

De andere in het oog springende aanbeveling die we doen, is om voor de Amsterdam Bis een functiemodel te overwegen. Dat zou dan in de plaats komen van het systeem met benoemingen op naam. De huidige vorm is funderend en robuust, maar de vraag is of het systeem voldoende open kan staan voor de veranderingen die nu en straks van de sector worden verwacht. Een basisinfrastructuur op functie is eveneens funderend, maar staat meer open voor aanpassingen. Het sluit bovendien goed aan bij de landelijke structuur waar veel Amsterdamse instellingen ook onderdeel van zijn. Over de omvang en uitwerking van een functiemodel of de balans met het AFK doen wij geen uitspraken. Wij hopen dat de Kunstraad en het AFK zich daarover willen buigen. In het proces van de totstandkoming van het Kunstenplan zien we een betere samenwerking tussen de driehoek: gemeente, AFK en Kunstraad. De aanbeveling hiervoor vanuit de vorige evaluatie is goed opgevolgd. De ruimte voor verbetering zien we in een sterkere regierol van de gemeente op twee vlakken. In de eerste plaats op de planning van het proces, aangezien er sprake is geweest van uitloop met nadelige effecten voor de aanvragers en de adviseurs.

En in de tweede plaats regie op rollen en verhoudingen, zoals door het faciliteren van een debat met de sector met een vooraf gesteld doel, de afstemming met het AFK en de Kunstraad over wenselijke of toelaatbare verschillen of het goed informeren van raadsleden over de werking van de procedure en effecten van keuzes. Wij hebben in de evaluatie met alle direct betrokkenen constructieve gesprekken gevoerd en bereidheid en noodzaak gevoeld om stappen te zetten naar een eigentijdse, representatieve en inclusieve cultuursector voor Amsterdam. Bovenop wat er nu al is gerealiseerd. Blueyard wil graag alle betrokkenen van dit rapport danken voor hun waardevolle medewerking. Wij kijken ten zeerste uit naar verdere ontwikkelingen en zijn erg benieuwd naar de vervolgstappen die mede door de terugblik op de totstandkoming van het Kunstenplan van 2021-2024, zullen worden genomen.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

5

1. Inleiding Blueyard heeft de opdracht gekregen om de totstandkoming, de integraliteit van en de eerste ervaringen met het Kunstenplan 2021–2024 te evalueren. Ook is gevraagd de administratieve lastendruk te evalueren. Het betreft een opdracht van de afdeling Kunst en Cultuur, op verzoek van het Amsterdamse gemeentebestuur.

1.1. Totstandkoming van het Kunstenplan Voordat we de evaluatie starten, schetsen we eerst de verschillende fasen die doorlopen worden in de totstandkoming van het Kunstenplan. Dit doen we vooruitlopend op een van de hoofdconclusies van het rapport: dat het proces complex is en een lange doorlooptijdtijd en vele stakeholders kent. In deze paragraaf geven we een korte introductie. Om de cyclus in één oogopslag in beeld te brengen hebben we een model ontwikkeld met vier fasen. Hierin laten we de zeven stappen zien die in Amsterdam doorlopen worden. Evaluatie Besluitvormingsfase

Besluitvorming

Ontwerpfase

Totstandkoming van het Kunstenplan

Verkenning

Contouren Adviseringsfase

Verdeling van schaarste via een tenderregeling

Aanvraag & advies

Debatten

Hoofdlijnen Beleidsfase

De ontwerpfase omvat de volgende processtappen: § De evaluatie uit de voorgaande periode (2017-2020) geeft aandachtspunten en verbeterpunten voor de periode 2021-2024. § Een Verkenning door de Kunstraad met de stand van zaken in de sector. § Mede op basis van de Verkenning stelt de gemeente de Contourennota op, waarin het college de uitgangspunten voor het beleid formuleert. § Over deze uitgangspunten wordt een aantal debatten gevoerd met de sector.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

6

In de beleidsfase wordt het beleid vastgelegd in de Hoofdlijnen 2021– 2024 die door de gemeenteraad wordt vastgesteld. § In dit Kunstenplan is in deze fase een wijziging in het systeem doorgevoerd door toevoeging van functies aan de Amsterdam Bis. § In de beleidsfase worden kaders en criteria voor beoordeling vastgelegd en er zijn indieningsvereisten, zoals de instapeis voor diversiteit en inclusie. Vervolgens komen we in de adviseringsfase: § Aanvragers gaan met de beleidskaders aan de slag, interpreteren deze en formuleren hun plannen. § Daarna zijn het de adviescommissies die de beleidscriteria en procedure toepassen op de aanvragen en dit verwerken in adviezen. Na de advisering volgt de besluitvormingsfase: § Deze omvat het besluit over de Amsterdam Bis door het college. § Aanvragers bij het AFK krijgen een toekenning of afwijzing via het fonds. § Daarna volgt de vaststelling van het Kunstenplan door de gemeenteraad. § Tot slot kan er ook sprake zijn van bezwaarprocedures van culturele instellingen; zowel bij het AFK, als bij de gemeente.

1.2. Opdrachtformulering Gemeente Amsterdam heeft haar vraagstelling in een 21-tal hoofdvragen geformuleerd (zie Bijlage I). Een groot aantal vragen betreft het procedurele verloop. Deze beantwoorden we per fase die wordt doorlopen (zie ook het model van pagina 6). Ontwerpfase § Hoe verliep het proces van de ontwerpfase? § Welke rol speelde de evaluatie van het voorgaande Kunstenplan? § Wat was de rol en inbreng van de betrokken stakeholders? Beleidsfase § Hoe zijn de procedure, de criteria en de samenstelling van de Amsterdam Bis tot stand gekomen? § In hoeverre was deze totstandkoming transparant? § Hoe zijn de Ontwikkelregeling en de budgetten bij het AFK tot stand gekomen? Adviseringsfase § Hoe verliep het proces van de aanvraagprocedures in de adviseringsfase? § Hoe is het proces rond de instapeis op diversiteit en inclusie als onderdeel van de aanvraagprocedure verlopen, inclusief de nulmeting? § Hoe zijn de actieplannen diversiteit en inclusie meegewogen bij de beoordeling van de aanvragen? Besluitvormingsfase § Hoe verliep het proces van besluitvorming, inclusief ingediende moties en amendementen, tegen de achtergrond van de beleidsthema’s voor cultuur? § Wat waren de rollen van het college en de gemeenteraad? § Welke rol speelde de adviezen van de Kunstraad bij het Kunstenplan? § Hoe is de inrichting en subsidiëring van cultuureducatie tot stand gekomen?

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

7

§ Welke rol speelde de coronasteun voor de culturele sector het debat over het Kunstenplan? § Hoeveel bezwaren zijn ingediend bij de gemeente en het AFK, hoe zijn deze afgehandeld en met welk resultaat? Naast vragen ten aanzien van het procedurele verloop komen er ook een aantal inhoudelijke onderwerpen ten aanzien van het resultaat: § Wat is het effect van de toevoeging van functies aan de Amsterdam Bis? § Wat heeft de instapeis op het gebied van diversiteit en inclusie opgeleverd? § Wat is de verdeling naar disciplines en stadsdelen (inclusief budgetten) van de instellingen in het Kunstenplan 2021-2024? § Wat is het effect van het Kunstenplan 2021-2024 op de sector als geheel? § Is er sprake van één samenhangend Kunstenplan dat bestaat uit instellingen in de Amsterdam Bis (op naam en op functie) en instellingen bij het AFK? Voor de evaluatie van de administratieve lastendruk (motie van het lid De GraveVerkerk) wordt gevraagd om te kijken naar de lastendruk bij culturele instellingen en indien nodig aanbevelingen te doen voor een verlichting hiervan.

1.3. Leeswijzer Blueyard heeft de vragen voor de evaluatie vertaald naar 3 hoofdonderwerpen: § De integraliteit van het Kunstenplan § Het proces van de totstandkoming van het Kunstenplan § Aandacht voor een aantal beleidsthema’s en eerste ervaringen hiermee Integraal Kunstenplan In het eerste deel van deze evaluatie besteden we aandacht aan de integraliteit van het Kunstenplan. We staan stil bij een aantal zaken die hierop van invloed zijn. Daarbij kijken we zowel naar de opzet van het stelsel in Amsterdam als de uitwerking ervan in criteria, kaders en richtlijnen. Daarbij gaan we in op de effecten van de toevoeging van functies aan de Amsterdam Bis, de gehanteerde beoordelingskaders en de verschillen in werkwijze tussen het AFK en de Kunstraad (hoofdstuk 2). Procesverloop In deel twee van de evaluatie zoomen we in op het proces. We beschrijven de verschillende stappen die zijn gezet en doel en uitvoering van de verschillende onderdelen in het proces. We kijken of in elke fase waarde wordt toegevoegd aan het proces door een of meerdere nieuwe elementen, zoals een advies of een debat. Daarnaast kijken we naar het samenspel van actoren, ieders rol, taak en verantwoordelijkheid. We evalueren de afstemming tussen de actoren en kijken of de planning gehaald is. We analyseren of deze cyclus leidt tot een gedragen, transparant, effectief en efficiënt proces (hoofdstuk 3, 4, 5 en 6).

Beleidsthema’s en eerste ervaringen In het derde deel van de evaluatie kijken we naar hoe het gerealiseerde Kunstenplan aansluit bij het vastgestelde beleid. We richten ons daarbij op de belangrijkste beleidsthema’s uit de vraagstelling: diversiteit en inclusie en

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

8

spreiding. De nulmeting voor diversiteit en inclusie levert direct een eerste beeld op. We evalueren hoe het voornemen voor meer spreiding van cultuur over de stad zich vertaald heeft in beleid, criteria en tot welke resultaten dit heeft geleid. We kijken naar de inrichting en werking van het Cluster Cultuureducatie, de systematiek van beoordeling, de gedane ingrepen en de wisselwerking van het cluster Cultuureducatie met het Kunstenplan en met het onderwijs (hoofdstuk 7). Conclusies en aanbevelingen Tot slot besluiten we de evaluatie met de belangrijkste conclusies. Deze voorzien we van een aanbeveling. We presenteren de conclusies en aanbevelingen in dezelfde opbouw als de drie hoofdonderdelen van het rapport (hoofdstuk 8).

1.4. Methode van onderzoek De methode voor deze evaluatie is vooraf meegegeven in de opdrachtformulering en verwerkt in onze aanpak. Deze paragraaf biedt een korte omschrijving van de gebruikte methodiek. In Bijlage I wordt deze in meer detail beschreven. Via deskresearch namen wij kennis van de relevante stukken. Daarnaast voerden we een groot aantal gesprekken; zowel met medewerkers van de gemeente, als met een vertegenwoordiging van gemeenteraadsleden, de wethouder, een vertegenwoordiging van de Amsterdamse culturele instellingen (ACI) en het AFK en de Amsterdamse Kunstraad. Om de evaluatie ook in een landelijke context te kunnen plaatsen, spraken we met OCW, de (voormalige) directie van Fonds Podiumkunsten en de directie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Onder alle aanvragers is een enquête uitgezet. Tegelijk met deze enquête liepen er andere enquêtes en raadplegingen vanuit het AFK en de ACI. Om overvraging te voorkomen hebben wij gekozen de enquête zo beknopt mogelijk te houden. De respons op onze enquête bedroeg 54 procent. En uiteraard is er geput uit de kennis en ervaring van gehanteerde procedures, die het Blueyard team tijdens relevante projecten heeft opgedaan.

Zo zijn recente evaluaties voor onder meer Gemeente Utrecht, Provincie Friesland en van eerdere sectoranalyses, deelname in beoordelingscommissies en het schrijven van beleidsadviezen van meerwaarde geweest voor dit evaluatietraject. Om ons scherp te houden op opzet en inhoud hebben wij overleg gehad met een door de gemeente ingestelde begeleidingscommissie, bestaande uit Ernestine Comvalius en Anna Elffers. Zij hebben de (tussentijdse) rapportage meegelezen. Nota Bene: Voor de analyse van verdeling en spreiding over de stad is ingezet op het gebruik van de verzamelde gegevens uit de aanvragen. Deze bleken voor de aanvragers voor de Amsterdam Bis niet beschikbaar te zijn. Deze gegevens worden beheerd door de gemeente, maar konden niet tijdig geleverd worden. Daarom doen we hierover geen uitspraken in deze evaluatie. We verwijzen naar de deelanalyse die het AFK heeft gemaakt in haar inleiding op de besluiten.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

9

1.5. Een definitiekwestie Vooraf vragen we aandacht voor een definitiekwestie. We constateren dat het gebruik van de term Kunstenplan leidt tot verwarring en door de verschillende spelers op verschillende wijze wordt gebruik. Soms duidt Kunstenplan op het totaal aan regelingen voor kunst en cultuur, soms alleen op de 4-jarig gesubsidieerden, soms gaat het over de nota die Kunstenplan heet. Figuur 1: Weergave van wat er onder Kunstenplan valt, en wat niet (inter) nationaal

op naam

dynamiek

AFK

Amsterdam BIS op functie

Kunstenplan

4-jarig

Cluster Cultuureducatie

Ontwikkelregeling Projectregelingen

(Gelijke criteria)

Stadsdelen: Gebied gebonden activiteiten lokaal

(Grotere) instellingen

dynamiek

Makers en nieuw initiatief

* Het AFK kent naast projectregelingen ook activiteiten, zoals 3Package Deal, City Company Crowd, Amsterdamprijs, Cultuurlening etc.) die bijdragen aan de dynamiek buiten het Kunstenplan.

De vraagstelling van de opdrachtgever van deze evaluatie richt zich op het proces en de regelingen voor 4-jarige subsidies, zowel binnen de Amsterdam Bis (op naam en op functie) als bij het AFK. We volgen deze vraagstelling. We refereren soms ook naar andere regelingen, maar alleen wanneer deze relevant zijn in het licht van deze evaluatie. Wanneer we in deze evaluatie spreken over het Kunstenplan, verwijzen we naar de regelingen voor 4-jarige subsidies. Wanneer we spreken over de nota Kunstenplan, dan geven we dat expliciet aan. We schrijven regelmatig over de gemeente. Hiermee bedoelen we de afdeling Kunst & Cultuur. Wanneer we het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad bedoelen, dan geven we dat expliciet aan. Vertrekkend vanuit een brede vraagstelling met de opdracht een uitvoerig proces en een complex systeem te evalueren, is het een omvangrijk rapport geworden. We ontkomen er daarbij niet aan om gebruik te maken van vaktermen. We zijn ons ervan bewust dat dit een bepaalde mate van kennis en inzet vraagt van de lezer. Dank daarvoor.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

10

2. Integraal Kunstenplan Amsterdam streeft naar een integraal Kunstenplan. Daar is geen definitie van, we leiden daarom uit de documentatie de volgende kenmerken af. Er is één beleidsvisie voor alle instellingen die 4-jarige subsidie willen aanvragen. Deze visie is vertaald in beleidsdoelstellingen. Die zijn weer vertaald naar beoordelingscriteria, die weer zijn uitgewerkt met subcriteria. Het doel hiervan is dat alle aanvragen aan de hand van dezelfde criteria worden beoordeeld. De gemeente formuleert het als volgt: “Alle aanvragen, van zowel de instellingen die zijn aangewezen in de Amsterdam Bis, de instellingen die inschrijving op functies in de Amsterdam Bis en de instellingen die een aanvraag indienen voor de regeling 4-jarige subsidies van het AFK, worden beoordeeld op deze criteria.”2 Amsterdam Bis en overige aanvragers Amsterdam heeft het Kunstenplan ingedeeld in twee delen: een Amsterdam Bis en een deel overige aanvragers, waarbij de Kunstraad oordeelt over de Amsterdam Bis aanvragen en het AFK over de overige aanvragen. Ongeacht een plek in de Amsterdam Bis of bij het AFK, zouden aanvragers ervan op aan kunnen dat het beleid voor iedereen geldt. In de evaluatie van de vorige periode (2017-2020) werd geconcludeerd: er is één integrale visie en twee uitvoerders. Dat geldt ook voor deze periode.

Tussen de uitvoerders zijn verschillen, zoals in de richtlijnen voor het ondernemingsplan, de nadere uitwerking en toepassing van de beoordelingskaders. Daarnaast hanteerden de Kunstraad en het AFK ieder een eigen werkwijze voor de beoordeling. In dit hoofdstuk gaan we in op het effect van de verschillen op de integraliteit van het Kunstenplan. Er zijn andere aspecten die als onderdeel gezien kunnen worden van een integraal Kunstenplan. Zoals de samenhang tussen de 4-jarige regeling, de 2-jarige regeling en de projectsubsidies. Door deze op elkaar af te stemmen wordt onder meer de toetreding tot het Kunstenplan gefaciliteerd. Daarnaast kan het gaan over de samenhang van beleid tussen centrale stad en stadsdelen. Dit onderwerp behandelen we in 7.3. Ontwikkeling van het Kunstenplan Als context beschrijven we kort de ontwikkeling van het Kunstenplan tot nu. § Tot 2013 oordeelde de Kunstraad over alle aanvragen binnen het Kunstenplan. Het AFK had als taak het verstrekken van diverse projectsubsidies. § In 2013-2016 waren er benoemingen op naam, benoemingen op functie en was er een Vrije ruimte. Beoordelingen werden gedaan door de Kunstraad. Het AFK had als taak het verstrekken van diverse projectsubsidies. § In 2017-2020 kwam er een Amsterdamse Bis op naam en werd het AFK – als zelfstandig fonds op afstand – belast met uitvoering van de 4-jarige regeling 2 Hoofdlijnen, p. 87.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

11

voor alle overige aanvragers. Amsterdam werd met de meeste culturele instellingen – en veel overlap met de landelijke Bis – de enige gemeente met een Bis. § Voor 2021-2014 is er een Amsterdam Bis op naam, een Amsterdam Bis op functie en is het AFK belast met de uitvoering voor de overige aanvragers. Het landelijk stelsel Een stelsel met een basisinfrastructuur en een fonds is deels vergelijkbaar met het landelijke stelsel, waarbij de Raad voor Cultuur oordeelt over de Bis en de Rijkscultuurfondsen over de overige aanvragers. Het verschil is echter dat beide delen niet gezien worden als een integrale benadering. Het zijn verschillende beleidsinstrumenten in een bestel, met eigen werkwijzen en beoordelingscriteria. Figuur 2: Weergave integraliteit van het Amsterdamse Kunstenplan 2021-2024

Eén beleidsvisie

vier hoofddoelstellingen groei van kunst en cultuur

meer ruimte voor

verbreding van

versterking van

in de wijken en meer

experiment, innovatie

cultuureducatie, talent-

internationale

aandacht voor makers

en de nachtcultuur

ontwikkeling en participatie

kunst en cultuur

vier beleidscriteria artistiek belang

belang voor de stad

uitvoerbaarheid

diversiteit en inclusie

Cluster Cultuureducatie Uitzonderingspositie: Beoordeling door AFK, besluitvorming door Gemeente

twee uitvoerders

AFK 4-jarige regeling

Kunstraad Bis op naam

Bis op functie

Eigen regeling en toelichting— bijlage in Hoofdlijnen

Beoordelingskader – publicatie na vaststelling Hoofdlijnen

Nadere specificatie van

Integrale overname van

beleidscriteria uit de Hoofdlijnen,

beleidscriteria uit de

op voordracht van het AFK

Hoofdlijnen

vastgesteld door de gemeente

Zelfstandige besluitvorming

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

Besluitvorming door College

12

2.1. Amsterdam Bis in twee delen De belangrijkste wijziging in het Kunstenplan 2021-2024 is de toevoeging van functies aan de Amsterdam Bis. Daarmee creëert de gemeente een Amsterdam Bis met twee delen. En nieuwe verschillen, wat de integraliteit van het Kunstenplan lastiger maakt om te realiseren. De gemeente motiveert deze ingreep in de Hoofdlijnen; in de basisinfrastructuur komt ruimte voor kleine en middelgrote instellingen die een voortrekkersrol vervullen ten aanzien van de beleidsdoelstellingen, vooral in het maken van een verschil in het realiseren van een open en inclusief aanbod van kunst en cultuur in Amsterdam. Voorbeeldfunctie, vernieuwing en meer zekerheid De wethouder benadrukt in een gesprek dat door deze instellingen op te nemen in de functies, zij vernieuwing toevoegt aan de Amsterdam Bis en dat de instellingen een voorbeeldfunctie krijgen voor anderen. Een meer gelijkwaardige positie voor de instellingen in de functies ten aanzien van die op naam, zou moeten leiden tot een meer vanzelfsprekende samenwerking en uitwisseling van kennis, met name op het onderwerp diversiteit en inclusie. Bovendien is de ingreep gedaan opdat instellingen in de functies meer zekerheid krijgen in de Amsterdam Bis. Een nieuwe strategische Bis De gemeente baseert de ingreep met functies in de Amsterdam Bis mede op advies van de Kunstraad.

In de Verkenning 2019 stelt de Kunstraad dat de Amsterdam Bis flexibel, dynamisch en institutioneel moet zijn. De Kunstraad pleit voor een nieuw en ander fundament onder de culturele infrastructuur. Gebaseerd op strategische keuzes waarmee beleidsdoelen worden geborgd, zoals inclusie, representatie, internationale excellentie, talentontwikkeling, educatie, experiment en innovatie, technologische kunst en community art. Met deze strategische Bis stelt de Kunstraad impliciet de bestaande selectiecriteria3 voor de Amsterdam Bis ter discussie. In het latere advies over de samenstelling van de Amsterdam Bis werkt de Kunstraad haar visie op een strategische Bis verder uit. Daarin wordt geadviseerd om niet meer de selectiecriteria voor de Bis te hanteren, maar uit te gaan van een

3 Bij de introductie van de Amsterdam Bis zijn selectiecriteria geformuleerd waar instellingen in

de Amsterdam Bis op naam aan moeten voldoen. De criteria zijn voor 2021-2024: Voor de instellingen die op naam worden aangewezen in de Amsterdam Bis geldt dat ze: artistiekinhoudelijk zeer goed presteren; een belangrijke rol spelen binnen de culturele infrastructuur van Amsterdam en een cruciale schakel vormen binnen de culturele ketens; een groot aanzien hebben in Amsterdam, nationaal en internationaal; zakelijk goed presteren en de Governance Code Cultuur toepassen; een voorbeeldfunctie vervullen als cultureel ondernemer, onder meer op het gebied van goed werkgeverschap (Fair Practice Code); een substantieel publiek bereiken en zich inzetten voor het bereiken van nieuwe publieksgroepen; structureel verbonden zijn met andere organisaties en initiatieven binnen de kunst- en cultuursector en verantwoordelijkheid nemen voor culturele ketens én zicht hebben op cultuureducatie en/of talentontwikkeling en/of cultuurparticipatie binnen de discipline en daaraan vanuit de eigen organisatie een belangrijke bijdrage leveren.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

13

aantal vereisten die aan de Amsterdam Bis als geheel worden gesteld. Met als aanvulling dat instellingen niet aan alle vereisten hoeven te voldoen. § De A-Bis is goed gespreid over de stad en biedt ruimte aan alle disciplines. § De A-Bis bevat internationale topinstellingen § De A-Bis bevat funderende instellingen § De A-Bis sluit aan op het landelijk beleid § De A-Bis is representatief voor de beleidsdoelstellingen 2021-2024

2.2. Verbinding met beleidsdoelstellingen Het advies is niet in deze vorm opgevolgd. In de Hoofdlijnen neemt de gemeente een aspect over. “Het gemeentebestuur kan zich deels vinden in het advies van de kunstraad en ziet belangrijke aanknopingspunten voor aanpassing van de Amsterdam Bis in de nieuwe Kunstenplanperiode. Daarbij gaat het vooral om de verbinding met de beleidsdoelstellingen gericht op inclusie en vernieuwing, waardoor de Amsterdam Bis meer vernieuwingskracht krijgt.”4 Het is de hierboven genoemde verbinding met beleidsdoelstellingen waar wij vraagtekens bij zetten. Niet omdat er iets tegen het pleidooi is voor een meer representatieve en inclusieve Bis. Maar wel omdat we willen wijzen op een risico voor het systeem. De verbinding met beleidsdoelstellingen kan een zwak punt in het stelsel zijn. We lichten dat onderstaand toe waarbij we stilstaan bij de werking van een basisinfrastructuur en het systeemrisico dat we zien. Funderend maar open Voorwaarden om onderdeel van een Bis te zijn (landelijk of in Amsterdam), gaan vooral uit van de functionele kenmerken van culturele voorzieningen of een voorzieningenniveau. Daarnaast kunnen er spreidingskenmerken zijn van het aanbod in de keten, over disciplines of in geografie. Er wordt een basis beschreven voor een continue infrastructuur van culturele voorzieningen (functies).

De bedoeling van een Bis is dat het meer zekerheid biedt voor instellingen die er onderdeel van zijn, ondanks een vierjaarlijkse beoordeling. Tegelijkertijd is een Bis nooit in beton gegoten. Er kunnen instellingen bijkomen of afvallen, zoals in de landelijke Bis af en toe gebeurt. Dat veroorzaakt altijd veel ophef en gaat niet zonder slag of stoot. Een Bis is in principe een funderend maar open systeem. Waarbij het wel mogelijk is om het functionele voorzieningenniveau aan te passen, zoals ook in de landelijke Bis is gebeurd, met de uitbreiding naar nieuwe disciplines. Systeemrisico We zien een systeemrisico in het benoemen van beleidsdoelstellingen per Kunstenplan als systeemvereiste voor de Amsterdam Bis. Hierdoor wordt de Bis onderhevig aan periodiek variabele invloeden. In de beleidsdoelstellingen zit de bestuurlijke ruimte om prioriteiten te stellen. Die kunnen in principe elk 4 Hoofdlijnen, p. 75.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

14

Kunstenplan variëren. Nu zal de aandacht voor diversiteit en inclusie van blijvende aard zijn. Maar wellicht komt er naast diversiteit en inclusie, meer aandacht voor bijvoorbeeld de ecologische voetprint of sociale cohesie. Dat geeft dan een veranderende invloed op wat eigenlijk de basis is voor een culturele infrastructuur. Het kan de onderbouwing van wat tot de Amsterdam Bis behoort erg breed maken. Het kan daarmee ook leiden tot meer en meer onduidelijke grensgevallen. Ondanks dat beleidsdoelstellingen in de praktijk doorgaans vrij constant zijn, zien we de verbinding als een technisch gezien onnodig risico. De beleidsdoelstellingen worden – vertaald in de criteria – immers ook gebruikt om iedere aanvrager te beoordelen. Door beleidsdoelstellingen te verbinden als systeemvereiste, krijgen deze een dubbele werking: als beoordelingscriterium en als systeemcriterium. De kracht van een beoordelingscriterium wordt daarbij bepaald door de toepassing ervan in de feitelijke beoordeling: streng of soepel. Nogmaals, we zien diversiteit en inclusie als vaste waarde. Het doel van de gewenste vernieuwing van de Amsterdam Bis als krachtige boodschap is begrijpelijk en invoelbaar. Wij zien de gekozen oplossing echter als risico voor een duurzaam funderend maar open systeem.

Daarnaast kunnen (variabele) doelstellingen niet de gezochte mate van zekerheid geven van een plek in de Amsterdam Bis. Een alternatief was bijvoorbeeld geweest om diversiteit en inclusie op te nemen als een van de vereiste criteria om onderdeel te kunnen zijn van de Amsterdam Bis. Of, zoals hierboven gesuggereerd, een strengere beoordeling op diversiteit en inclusie. Deze oplossing is bijvoorbeeld gekozen in de gemeente Utrecht (waar geen Bis is).

2.3. Functies als voorbeeld De functies vormen een nieuwe categorie in de Amsterdam Bis. Hierin werden instellingen benoemd die nog niet in de Amsterdam Bis zaten en “een voortrekkersrol vervullen bij het realiseren van de beleidsdoelstellingen in de nieuwe Kunstenplanperiode en zich hier in de afgelopen periode ruimschoots hebben bewezen.”5 Met het instellen van de functies gaat de gemeente mee in het voorstel van de Kunstraad om benoeming op beleidsdoelstellingen mogelijk te maken. Het alternatief zou zijn geweest om het advies niet over te nemen. Dit vanwege de juridische belemmeringen die later bleken te bestaan bij het voornemen om 36 benoemingen op naam op te nemen in de Amsterdam Bis, als vernieuwingsslag. We komen hierop terug in 3.5. Met de functies op beleidsdoelstellingen wordt het toch mogelijk om de gewenste vernieuwing in de Amsterdam Bis door te voeren. De functies kunnen daarom ook 5 Hoofdlijnen p. 75.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

15

worden gezien als noodzakelijke ingreep om het advies van de Kunstraad deels op te volgen. Over de overige vereisten die de Kunstraad voorstelt (zie 2.1), spreekt de gemeente zich niet uit. De selectiecriteria voor de benoemingen op naam, blijven daardoor van kracht. In de benoeming van de instellingen op de functies was het advies van de Kunstraad doorslaggevend. Wat naar onze mening onduidelijk is, is wat precies de beoordelingscriteria zijn, die doorslaggevend zijn voor toelating tot een functie. Voor de functies gelden niet de criteria zoals die voor de Bis op naam6. Was dit voor de Bis op functie de voortrekkersrol, en zo ja hoe is die beoordeeld? Waarom past de ene instelling wel binnen de onderbouwing zoals gegeven aan het begin van deze paragraaf, en waarom een andere niet? De benoeming op voortrekkersrol in een functie veronderstelt een duidelijk onderscheid met de afvallers. Terwijl het verschil tussen de best beoordeelde en de runner up niet groot hoeft te zijn. Deze kan net zo goed een voorbeeldfunctie hebben, maar krijgt daarvoor niet de erkenning en zelfs een afwijzing. Wij zien nog een nadelig (imago-)effect van de functies. Door voorbeeldstellende instellingen te benoemen in de Bis, wordt de suggestie gewekt dat er een kwaliteitsverschil is tussen de Bis en de overige aanvragers bij het AFK.

In de sector wordt over de tweedeling in het Kunstenplan ook wel gesproken als een Amsterdam Bis met A-kwaliteit en de overige instellingen met B-kwaliteit.

2.4. Verschillen in beoordeling Het uitgangspunt bij de integraliteit is dat er één beleid is en twee uitvoerders. De Kunstraad en het AFK stellen op basis van de criteria in de Hoofdlijnen een beoordelingskader op. Het beoordelingskader van de Kunstraad is gepubliceerd kort na de vaststelling van de Hoofdlijnen. Het AFK werkt een beoordelingskader uit in de Regeling Vierjarige subsidies AFK Kunstenplan 2021-2024 en de Toelichting bij de regeling Vierjarige subsidies Kunstenplan 2021-2024. De regeling is onderdeel van de Hoofdlijnen en opgenomen in de bijlagen ervan. Deze is dus tegelijk met de Hoofdlijnen vastgesteld door de gemeenteraad. De Kunstraad neemt uit de Hoofdlijnen de criteria en de uitwerking ervan één-opéén over. Het AFK werkt de criteria nog nader uit en is in een aantal gevallen ook specifieker over de invulling van een criterium dan de Kunstraad. Voorbeelden hiervan zijn de meer specifieke eisen aan spreiding, het accent op stedelijke thema’s, de beoordeling op uitvoerbaarheid en de nadruk op culturele diversiteit binnen het criterium diversiteit en inclusie. Het AFK en de Kunstraad hanteren net andere richtlijnen voor het ondernemingsplan, hoewel ze daarin beide de criteria volgen. Ook de ingediende plannen verschillen dus in opzet omdat ze net een ander stramien volgen.

6 Hoofdlijnen, p. 77.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

16

Andere instellingen, ander kader Hoewel gebaseerd op hetzelfde beleid, zijn de kaders waarmee de uitvoerders aan de slag gaan verschillend. Is dit wenselijk? Nee, als integraal betekent dat aanvragers op een gelijke manier en langs dezelfde meetlat beoordeeld moeten worden. Ja, als er verschillen tussen groepen aanvragers mogen zijn. Een beetje van beiden, als er een bepaalde mate van gelijke boordeling dient te zijn, met de mogelijkheid van accentverschillen. Een verschil in beoordelingskader kan ook recht doen aan de verschillen tussen groepen instellingen, zoals in een Bis of daarbuiten. Het kan daarmee een gerichte en dus een kwalitatief betere beoordeling opleveren. Mits de beoordelingskaders zijn afgestemd op de typen aanvragers. Dat hebben we binnen de reikwijdte van deze evaluatie niet kunnen onderzoeken. Andere werkwijze Het verschil in werkwijze tussen de Kunstraad en het AFK komt, naast het verschil in doelgroep, voort uit het verschil in positie. De Kunstraad legt een advies voor aan het gemeentebestuur, die daar vervolgens een politiek besluit over neemt. Het AFK adviseert en besluit zelf over de aanvragen. Het besluit is gestoeld op een gelijk speelveld, de criteria in de regelingen en de ingerichte procedure. Om de procedure en de uitkomst ervan transparant, uitvoerbaar en juridisch houdbaar te maken, heeft het AFK een zorgvuldige werkwijze opgezet.

Dat is nodig omdat onder de aanvragers van het AFK meer nieuwkomers of kleinere (kwetsbare) instellingen vallen, wat zorgt voor dynamiek: in- en uitstroom. Dat leidt tot kritische besluiten die goed onderbouwd moeten worden, op basis van een transparante procedure en specifieke criteria. Het risico op bezwaren is hier groter. In de Bis zitten andere instellingen omdat ze apart geselecteerd zijn. In de Bis op naam zitten overwegend instellingen met een langlopend trackrecord. Daarin is weinig dynamiek. Dat geeft minder risico op bezwaarprocedures en dus minder noodzaak voor een gedetailleerd uitgewerkte beoordelingsprocedure. De adviezen van de Kunstraad zijn over het algemeen meer globaal geformuleerd. Verschil van inzicht Hoewel de regeling en de toelichting van het AFK in overleg met de gemeente tot stand zijn gekomen en door de gemeenteraad zijn vastgesteld, heeft de gemeente ook twijfels geuit. Bijvoorbeeld over de specificatie van diversiteit en inclusie naar een nadruk op culturele diversiteit. Voor het AFK betekent een nadere uitwerking een transparante, uitvoerbare en juridisch houdbare procedure. Uiteindelijk is de gemeente daarmee akkoord gegaan.

2.5. Samenhang tussen regelingen Bij het AFK zijn er diverse regelingen die instellingen in staat stellen om te groeien van projectfinanciering, naar 2-jarige en vervolgens 4-jarige financiering. Er was tot 2021 een regeling voor innovatie. Deze zou met de tweejarige regeling samengevoegd worden in de regeling Innovatie & Ontwikkeling. Er kwam echter alleen een Ontwikkelregeling als voortzetting van de 2-jarige regeling. Het budget

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

17

voor de innovatieregeling is in de besluitvorming over het Kunstenplan 2021-2024 toegevoegd aan het 4-jarig budget om extra toekenningen te kunnen doen. De lijn om te groeien van regeling naar regeling bestaat sinds 2017 en is succesvol. Het AFK behandelde voor de huidige periode 206 aanvragen voor de 4-jarige regeling, waarvan er 54 (26%) voor het eerst aanvroegen. Hiervan kwamen er 15 uit de 2-jarige regeling en daarvan werden er 10 gehonoreerd. Het slagingspercentage van deze groep (67%) is hoger dan dat van overige nieuwe aanvragers. Van deze 39 nieuwe aanvragers werden er 18 gehonoreerd: een slagingspercentage van 46%. Toenemende concurrentie Wij denken overigens dat Amsterdam er goed aan doet te reflecteren op de mate van dynamiek in de zin van in-, door- en uitstroom. Dynamiek is in zichzelf gezond voor het aanbod. Het is bovendien inherent aan het verdelen van schaarse middelen over culturele instellingen, dat er nieuwkomers en uitvallers zijn. Echter, dynamiek als doel kan ook leiden tot een hogere drempel en kapitaalvernietiging. Zeker in de context van een gelijkblijvend cultuurbudget in een groeiende en meerpolige stad. Door de groeiende vraag en een stagnerend budget neemt de concurrentie om schaarse middelen toe.

En die is al behoorlijk omdat er binnen de groep aanvragers bij het AFK al gevestigde instellingen zitten die een voorsprong hebben met een goede positie in het kunstenveld. Door toenemende concurrentie moeten steeds scherpere keuzes worden gemaakt en wordt de inzet die nodig is om de subsidie daadwerkelijk te verkrijgen steeds groter. Met als effect dat de drempel steeds hoger wordt. En de kans groter wordt dat instellingen vroegtijdig uit de ingroeilijn van regelingen vallen. Bijvoorbeeld omdat er te weinig tijd is om zich te bewijzen.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

18

3. Proces: Ontwerpfase 3.1. Planning De stappen die de gemeente onderscheidt in deze fase zijn: § De evaluatie van de voorgaande periode (2017-2020). § De Verkenning die de Kunstraad opstelt als stand van zaken in de sector. § Het opstellen van de Contourennota en het debat daarover met de sector. De ontwerpfase wordt voorafgegaan door de evaluatie van de afgelopen periode. Die verscheen in maart 2018. De eerste inhoudelijke stap is de opdracht van de gemeente aan de Kunstraad voor het uitvoeren van de Verkenning op 19 oktober 2018. De ontwerpfase sluit na de laatste input voor het vaststellen van de Hoofdlijnen. In dit geval het advies van de Kunstraad over de samenstelling van de ‘A-Bis’, dat verscheen op 5 juli 2019.

We hebben niet kunnen vaststellen of en in welke mate de planning is gerealiseerd. Er blijkt geen planning voor deze fase te zijn. In de voorbereiding van de voorgaande periode verschenen de Contouren in maart. Nu was dat mei. Dat kan een indicatie zijn van een vertraging. Daarnaast zien we in deze fase dat de tussentijdse adviezen van de Kunstraad, met betrekking tot het Kunstenplan, nog geen plek hebben in de stappenplanning.

3.2. Evaluatie 2017-2020 De evaluatie van 2017-2020 stond in het teken van het nieuwe stelsel dat werd doorgevoerd, met de introductie van de ‘A-Bis’ en de nieuwe rol voor het AFK. Discussie over grensgevallen In de evaluatie 2017-2020 wordt geconcludeerd dat het AFK en de Kunstraad in hun nieuwe rol goed gefunctioneerd hebben. Verder concludeert de evaluatie dat de knip tussen directe politieke verantwoordelijkheid en de politiek op afstand verdedigbaar is op basis van de selectiecriteria voor de Bis op naam, maar ook leidt tot discussie over de grensgevallen. Wie komt er in de Bis en wie net niet? In deze periode was er ook discussie, zoals over benoemingen in de Bis op functie en in de gemeenteraad over instellingen die tussen wal en schip kwamen. De

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

19

grensproblematiek bestaat nog steeds en is inherent aan het opdelen van het stelsel. Één integrale visie en twee uitvoerders Over de integraliteit wordt geconcludeerd dat er sprake is van één integrale visie en twee uitvoerders. Met als aanbeveling dat meer samenwerking in de driehoek gemeente, AFK en Kunstraad belangrijk is om de integraliteit te waarborgen. Deze aanbeveling is opgevolgd door meer structureel overleg te organiseren en nauwer samen te werken. Uit onze gesprekken met de partijen in de driehoek blijkt dat zij allen positief zijn over de samenwerking en constateren dat deze beter is geworden dan voorheen. Rol van cultuurhuizen in de stadsdelen De integraliteit is ook gezien als de samenhang tussen het beleid van de centrale stad en dat van de stadsdelen. Met het nieuwe stelsel werden de cultuurbudgetten van de stadsdelen voor meerjarige subsidies aan instellingen in het Kunstenplan gecentraliseerd. De evaluatie 2017-2020 concludeert dat zonder dit eigen budget, de stadsdelen meer afhankelijk worden van de cultuurhuizen in het stimuleren van het lokale culturele klimaat. En dat die mogelijkheid voor stadsdelen zonder cultuurhuis kleiner is. In deze evaluatie gaan we in 7.3 in op de samenhang tussen beleid van de centrale stad en de stadsdelen.

Meer dynamiek door nieuwkomers In de voorgaande evaluatie werd geconcludeerd dat de invoering van de 2-jarige regeling kan leiden tot meer dynamiek. Om dit te bevorderen is gesuggereerd budget te verhogen en indieningsdrempels te verlagen. Die eerste aanbeveling is in de praktijk niet overgenomen. Het budget bleef gelijk.

3.3. Verkenning 2019 Op 18 januari 2019 bracht de Kunstraad de Verkenning 2019 uit. Het hoort bij de opdracht van de Kunstraad om tijdig een objectieve Verkenning op te stellen ter voorbereiding van de komende kunstenplanperiode7. De gemeente stuurde op 19 oktober 2018 een opdrachtbrief voor de Verkenning. “De Verkenning 2018 vormt een belangrijke basis voor het formuleren van beleid door het gemeentebestuur en dient als input voor de Hoofdlijnennota 20212024.”8 Voor de gemeente heeft de Verkenning een beschouwende én adviserende betekenis. De gemeente vroeg aan de Kunstraad om in te gaan op een aantal specifieke thema’s, zoals diversiteit, ketenverantwoordelijkheid, doorstroom van talent, cultuureducatie, groei van de stad, rol van de cultuurhuizen en fair practice. In de opdracht vraagt de gemeente daarnaast naar advies op onderdelen voor het 7 Verordening op de Amsterdamse Kunstraad 2016. 8 Verkenning 2019, p. 127 (opdrachtbrief).

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

20

dan komende Kunstenplan. Zoals voor de mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe cultuurhuizen, de samenstelling van de Amsterdam Bis en over criteria voor goed werk- en opdrachtgeverschap. De Verkenning 2019 gaat in op bovenstaande onderwerpen. Opvallend is dat naar aanleiding van de vraag van de gemeente over de samenstelling van de Amsterdam Bis, de Kunstraad pleit voor een ander fundament onder de culturele infrastructuur: een strategische Bis om beleid te borgen (zie 2.1 en 2.2). Dat is in potentie een stelselwijziging en daarom een vergaand advies. Opdracht als startpunt Doordat de gemeente in de opdracht accenten meegeeft en op onderdelen advies vraagt, zien wij de opdracht aan de Kunstraad als een startpunt voor het beleid. Door de Verkenning worden eveneens onderwerpen op de kaart gezet. Het advies over de samenstelling van de Bis is achteraf gezien het startpunt voor de heroriëntatie op de Bis. Uit de gesprekken met ACI, AFK, Gemeente en Kunstraad blijkt dat dit startpunt niet als zodanig wordt gezien en dat men eerder de Contourennota zo ziet. Dat is het moment dat de gemeente een eerste aanzet geeft voor de contouren van het beleid. Naar ons oordeel is de opdracht voor de Verkenning wel degelijk een startpunt, omdat het een eerste aanzet is tot beleidsaccenten.

Kritiek op de methodiek Gesprekspartners zoals ACI en AFK plaatsen een kritische kanttekening bij de Verkenning. Deze is volgens hen niet voor alle disciplines even herkenbaar of een soms eenzijdige weergave. Wij begrijpen de kritiek maar constateren tegelijk dat de Verkenning een zeer breed spectrum omvat van het culturele ecosysteem. Het is onmogelijk om alle nuances mee te nemen in een beperkte rapportage. Wat de gesprekspartners, zoals ACI en AFK, een belangrijker kritiekpunt vinden is dat de aanpak transparanter en vollediger kan. Er wordt in de Verkenning verwezen naar gesprekken en overleggen, waarbij de stakeholders aangeven dat zij die niet als verkennend of onderzoekend ervaren hebben. Ook kan het AFK meer betrokken worden, Een meer methodische aanpak en verantwoording kan volgens hen de Verkenning inzichtelijker, vollediger en transparanter maken, zodat duidelijk is waarop bevindingen zijn gebaseerd en hoe deze tot stand zijn gekomen in analyses, gesprekken en overleggen. Wij delen de constatering dat meer inzicht in hoe de Verkenning tot stand is gekomen bijdraagt aan transparantie en draagvlak. Stand van zaken per discipline De Verkenning levert een relevante bijdrage in het proces van de totstandkoming. Er worden onderwerpen benoemd, uitgangspunten van de gemeente verkend en dit alles komt terug in de Contouren.

Bij de Verkenning vragen wij ons af wat de verwachtingen van de Kunstraad, de sector, het AFK en de gemeente zijn bij de meerwaarde van de disciplinebeschrijvingen. Deze geven – conform de opdracht – een stand van zaken per discipline weer. Maar bevindingen uit deze beschrijvingen

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

21

worden niet vertaald in de Contouren of andere beleidsstukken. Wij zien het nut van de beschrijvingen in, maar denken dat deze mogelijk effectiever zijn als van tevoren duidelijk is wat de toegevoegde waarde moet zijn. Mogelijk kunnen de ACI en het AFK ook aandachtspunten benoemen waar zij een onafhankelijk oordeel van de Kunstraad over zouden willen zien.

3.4. Contouren Kunstenplan 2021-2024 In de Contouren van 14 mei 2019 noemt de gemeente een aantal uitgangspunten voor het beleid. Deze zijn in lijn met onderwerpen uit de Verkenning en de bestuurlijke reactie daarop. Voor het opstellen van de Contouren organiseerde de gemeente enkele verkennende gesprekken en thematische bijeenkomsten. De raadpleging van de sector over de Contouren vindt plaats in de debatten naar aanleiding van de Contouren. In de evaluatie ligt daar de focus op. Diversiteit en inclusie voor heel Amsterdam Uit de Contouren blijkt direct het belang dat wordt gegeven aan diversiteit en inclusie en aan spreiding van het aanbod door heel Amsterdam, inclusief de benodigde cultuureducatie en -participatie. Daarmee geeft de gemeente ook gevolg aan de visie uit het coalitieakkoord waarin inclusie en verbondenheid centrale thema’s zijn. In de opdrachtbrief voor de Verkenning is diversiteit en inclusie eveneens een belangrijk thema. In de Contouren wordt duidelijk gesteld dat aanvragers als instapvereiste een actieplan moeten opstellen voor diversiteit en inclusie. Daarnaast wordt goed werkgeverschap genoemd en wordt er vooruitgeblikt op het voornemen om een systeem van maatschappelijke huur in te voeren. Daarvoor is bijvoorbeeld eerst inzicht nodig in de consequenties hiervan voor cultuurbeleid.

Contouren voor de Amsterdam Bis In de Contouren reageert de gemeente op het pleidooi van de Kunstraad in de Verkenning, voor een andere kijk op de Amsterdam Bis. De gemeente stelt dat zij zich kan voorstellen dat op basis van nieuwe beleidsdoelstellingen enkele instellingen aan de Amsterdam Bis worden toegevoegd of deze juist verlaten. Daarbij houdt de gemeente tegelijkertijd vast aan de bestaande selectiecriteria voor Amsterdam Bis-instellingen. “Kunst- en cultuurinstellingen komen in aanmerking voor een positie in de A-Bis 2021-2024 indien ze voldoen aan alle onderstaande criteria:…[hier somt de gemeente de selectiecriteria op]”. Uit de wat ambigue reactie van de gemeente over de samenstelling van de Amsterdam Bis, is af te leiden dat de gemeente open staat voor verandering van de Amsterdam Bis, maar niet als het gaat om de selectiecriteria voor deze Bis. Er wordt ook verwezen naar een advies van de Kunstraad dat zal volgen in juni 2019. Als het advies verschijnt (op 5 juli 2019) – overigens gelijktijdig met het advies van de Kunstraad over diversiteit en inclusie – blijkt wat de Kunstraad voor ogen heeft bij een Bis met strategische keuzes op basis van beleidsdoelen.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

22

3.5. Samenstelling van de Bis De Kunstraad presenteert alternatieve vereisten voor een Bis (zie ook 2.1) als alternatief voor de selectiecriteria. Tot de nieuwe vereisten behoort ook de verbinding met beleidsdoelstellingen. Aan de hand van alle vereisten komt de Kunstraad tot een selectie van 36 instellingen op naam in de Amsterdam Bis. De visie van de Kunstraad over de samenstelling van de Bis is nooit een onderwerp van gesprek geweest met de sector. Het advies werd na de debatten over de Contouren gepubliceerd en vlak voor de start van het zomerreces. In het advies stelt de Kunstraad op 3 juni een verzoek te hebben gehad van de gemeente om een advies uit te brengen over de samenstelling van de Bis. Dat kan een formaliteit zijn omdat het advies al in de Contouren (14 mei) werd aangekondigd. Reactie uit de sector Het advies van de Kunstraad leidt tot reacties in de sector. De ACI verwoordt deze in haar reactie op het advies. “De […] richtlijnen waarop de kunstraad haar keuzes baseert, zijn naar onze mening erg breed waardoor het lijkt alsof er enigszins willekeurig een lijst met instellingen is opgesteld door het bestuur van de kunstraad.”9 Juridische bezwaren Uiteindelijk blijkt na overleg met de gemeente dat het advies over de samenstelling van de Bis en de aanwijzing van 36 instellingen op zwaarwegende juridische bezwaren stuit.

Binnen de regels voor de verdeling van subsidies voor culturele instellingen, dient de uniciteit van een instelling op naam volstrekt duidelijk te zijn. Het advies van de Kunstraad met de visie op de Amsterdam Bis en de 36 aanwijzingen op naam, voldeed onvoldoende aan dit juridische principe. Door de gang van zaken heeft de gemeente geen uitgebreide reactie gegeven op het advies, waaruit blijkt of (en zo ja, hoe) zij de visie van de Kunstraad op de Amsterdam Bis deelt. In de Hoofdlijnen wordt naar het advies verwezen (zie 4.3). Wat in de Verkenning 2019 (januari 2019) start met een in potentie vergaande wijziging in het denken over de Bis, wordt in juli onderbouwd met de visie van de Kunstraad. Het advies wordt echter belemmerd door juridische voorwaarden en blijkt onuitvoerbaar. Achteraf gezien was het naar ons oordeel verstandig geweest om in de opdracht aan de Kunstraad aan te geven dat een juridische toets nodig was – aangezien het om een advies gaat over een grote tenderprocedure om subsidies te verdelen.

3.6. Debat met de sector De debatten over de beleidsvoornemens in de Contouren zijn georganiseerd op 22 en 27 mei en op 5 juni 2019. Hierin kon de sector meepraten over en reflecteren 9 Brief van ACI aan de wethouder Kunst & Cultuur, ‘ACI-reactie op het advies van de kunstraad

over de A-Bis 2021-2024’, 2 september 2019.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

23

op de uitgangspunten in de Contouren. Deze werden georganiseerd door de gemeente. In de voorgaande periode werd dit gedaan door de gemeente en ACI. Die zag er dit keer van af omdat zij de onafhankelijke begeleidende rol niet passend vond bij de vertegenwoordigende rol voor de culturele sector. Aangezien de ACI een overlegstructuur is en geen organisatie zijn we voorzichtig in het benoemen van een eenduidige verantwoordelijkheid. Wat ons opvalt is dat de ACI zichzelf positioneert als vertegenwoordiger van de sector, meer dan belangenbehartiger. Andere gesprekspartners bevestigen dat beeld. Dit komt doordat er in het verbond van de ACI verschillende meningen vertegenwoordigd zijn, soms langs de lijn van belangen van Bis instellingen en de overige instellingen. Echter, voor het debat in de sector zou het goed zijn als er op basis van onderlinge solidariteit één belangenbehartiger zou zijn. Of mogelijk twee in het geval de ACI de belangen opsplitst langs de lijn tussen Bis en niet-Bis. Breed programma In het programma van de debatten was aandacht voor de thema’s uit de Contouren. Er zijn ook externe partijen gevraagd om bij te dragen, zoals het AFK, Mocca, Cultuur&Ondernemen, DutchCulture en de ACI. Daarnaast waren er nog cultuureducatiedebatten op scholen.

Ondanks het uitgebreide programma is het algemene beeld van de debatten, dat uit verschillende gesprekken naar voren komt, dat er veel is gediscussieerd over diversiteit en inclusie maar weinig over andere uitgangspunten. Dat is ook het punt in de Contouren dat het meest concreet is. Weinig richtinggevend Geen van de gesprekspartners kan concrete bijdragen noemen van de debatten in de totstandkoming van het Kunstenplan. De samengevoegde verslagen van de debatten bevestigen dat, naar ons oordeel. Er worden tal van inzichten, suggesties en vragen verzameld. Deze hebben vooral betrekking op de praktijk. Hoe zit het nu, wat zijn knelpunten, hoe kan je monitoren of waar liggen kansen? Het bevestigt wel dat het programma van de debatten breed was opgezet. De uitkomsten uit de enquête bevestigen dat aanvragers vooral neutraal zijn over de invloed van de debatten, terwijl er wel waarde aan wordt gehecht. Dat de debatten als weinig richtinggevend worden ervaren komt door het brede karakter. Bovendien is er een algemeen doel om de sector in het gesprek te betrekken over het brede programma van het cultuurbeleid. De bijdrage van de debatten kan groter zijn als er een doel aan wordt verbonden. Bijvoorbeeld door keuzes of dilemma’s voor te leggen over beleidsprioriteiten of de uitwerking ervan.

Of door vooraf te bepalen of de debatten gericht zijn op bijvoorbeeld draagvlak creëren, informeren of inzichten voor beleidsontwikkeling op te halen.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

24

Figuur 3: Antwoord van aanvragers op de stelling dat het debat naar aanleiding van de Contouren invloed had en dat een dergelijk debat zinvol is (beide n=133). 80%

70%

60%

Debat had invloed

45% 38%

40%

20% 6%

11%

9% 1%

0% Eens

Debat is zinvol

16% 5%

1%

Overwegend eens NeutraalOverwegend oneens Oneens

Chiquer Het advies van de Kunstraad over de nieuwe strategische Bis kon, door de planning van de debatten en de publicatie van het advies, geen onderdeel zijn van het debatprogramma. Aangezien het wel bekend was dat het advies aanstaande was, was het chiquer geweest om de visie over een belangrijke stelselwijziging als deze, onderdeel te maken van het publieke debat. Dat is voor het andere belangrijke thema – diversiteit en inclusie – wel gelukt. Het is spijtig dat de opzet en samenstelling van de Amsterdam Bis door een gebrekkige timing niet uitvoerig is besproken met de sector. Ondanks dat er sprake kan zijn van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, moeten we constateren dat de uiteindelijke indeling van de Amsterdam Bis helaas niet transparant en zonder inspraak is verlopen.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

25

4. Proces: Beleidsfase 4.1. Planning De processtap in deze fase is de publicatie van de Hoofdlijnen 2021–2024. Het was de bedoeling de Hoofdlijnen in oktober of november 2019 te presenteren en in november 2019 te laten vaststellen. Op 25 oktober liet de gemeente echter weten dat er vertraging was door juridische complicaties over de wijze waarop de Bis wordt samengesteld (zie 3.5). De gemeente voert hierbij aan dat de jurisprudentie die hier aanleiding toe gaf pas verschenen was. De Hoofdlijnen werden in december voorgelegd. De belangrijkste consequentie van de vertraging is dat de aanvragers later bekend waren met de indieningseisen en de beoordelingscriteria, en dat de indieningstermijn korter werd. De startdatum is namelijk circa een maand opgeschoven en de deadline twee dagen.

Op 15 november 2019 presenteerde de gemeente de Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021-2024: De kracht van cultuur. Na behandeling in de raadscommissie zijn de Hoofdlijnen op 18 december door de gemeenteraad besproken en vastgesteld, inclusief moties en amendementen. Met de Hoofdlijnen worden ook de criteria en vereisten vastgesteld waaraan aanvragers moeten voldoen. Het is voor hen het ijkpunt om hun aanvraag op in te richten.

4.2. Over de Hoofdlijnen De onderwerpen uit de Contouren komen duidelijk terug in de Hoofdlijnen. Vooral waar het gaat om de speerpunten diversiteit en inclusie en spreiding in het belang van de stad. De debatten zijn minder van invloed geweest en zien we eerder als een voorbereidende discussie over het toekomstige beleid en het volgen daarvan in de praktijk, bijvoorbeeld door monitoring. In de enquête konden aanvragers aangeven welke van de beleidsdoelstellingen uit de Hoofdlijnen zij belangrijk vinden voor het cultuurbeleid van de stad. Hiervoor verdeelden zij 100 punten over de doelstellingen. Diversiteit en inclusie zijn opgenomen in andere vragen.

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

26

Figuur 4: Waardering van aspecten uit de beleidsdoelstellingen in de Hoofdlijnen (n=135). Doelstelling

Punten

Aandeel

Meer ruimte voor experiment en innovatie

3.370

23%

Verbreding van cultuureducatie, talentontwikkeling en participatie

3.240

22%

Meer aandacht voor makers

3.156

22%

Groei van kunst en cultuur in de wijken

2.913

20%

Versterking van internationale kunst en cultuur

2.413

17%

Meer ruimte voor de nachtcultuur

1.108

8%

De mate waarin aanvragers belang hechten aan bepaalde doelstellingen blijkt vrij evenredig te zijn verdeeld. Deze uitkomst zien we als een breed draagvlak onder de beleidsdoelstellingen. Dat ‘meer ruimte voor de nachtcultuur’ het minst belangrijk wordt gevonden kan komen doordat dit beleid wel werd genoemd in de Hoofdlijnen, maar pas onlangs is uitgewerkt. Ook scoort ‘versterking van internationale kunst en cultuur’ iets lager dan andere beleidsdoelstellingen. In beide gevallen kan dat zijn omdat het niet voor iedere aanvrager even relevant is. Daarnaast is aanvragers gevraagd naar de inzichtelijkheid van de criteria, de inrichtingseisen en het beoordelingskader uit de Hoofdlijnen. Over het algemeen zijn deze als voldoende inzichtelijk ervaren, vooral de criteria. De criteria waren: § Artistiek belang § Belang voor de stad § Uitvoerbaarheid § Diversiteit en inclusie Het beoordelingskader, waarin criteria zijn uitgewerkt of samengevat als meetlat voor beoordeling, wordt als minst inzichtelijk naar voren gekomen; zoals te zien in Figuur 2 vond 34% het matig en heeft 7% het als slecht bestempeld (totaal 41%). Dat heeft waarschijnlijk te maken met het gegeven dat de kaders anders genoemd worden en deels wel en niet als bijlage zijn opgenomen in de Hoofdlijnen. Figuur 5: de mate waarin aanvragers de criteria, inrichtingseisen en het beoordelingskader, inzichtelijk vonden (n=135).

80% 62% 56%

60%

50%

20%

Criteria

34%

40% 16%14%

Inrichtingseisen

27% 19%

9%

Beoordelingskader 3% 4%

7%

0% Goed

Voldoende

Evaluatie Kunstenplan 2021-2024

Matig

Slecht

27

Ook uit de diverse gesprekken, zoals met raadsleden en de ACI, maken we op dat het niet iedereen duidelijk is dat bij de vaststelling van de Hoofdlijnen ook de specifieke regeling en toelichting voor het AFK worden vastgesteld. Er zijn niet alleen twee uitvoerders, de gemeente stelt voor beide uitvoerders afzonderlijke beoordelingskaders vast. Waarbij die van het AFK wordt voorgedragen voor vaststelling door het college.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10933728/1