CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Essay Justus Uitermark

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 7 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Een verbonden stad in de coronacrisis: opbrengsten van het traject Verbonden Stad (ZD2021-001288)7.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Prof dr Justus Uitermark Universiteit van Amsterdam j.l.uitermark@uva.nl

Het virus en de stad: wederopbouw na corona1 Introductie Tussen 9 en 16 maart veranderde Nederland onherkenbaar. Op 9 maart kondigde premier Rutte aan dat het coronavirus zich in Nederland aan het verspreiden was. Het onderwerp van de persconferentie was serieus maar de toon was luchtig. Rutte barstte in lachen uit toen hij na de persconferentie uit de macht der gewoonte RIVM-directeur Van Dissel de hand drukte. Een week later was van luchtigheid niets over. Met een stalen gezicht bereidde Rutte ons voor: veel mensen zullen ziek worden, sociaal contact wordt grotendeels opgeschort, veel werknemers en ondernemers moeten noodgedwongen thuis zitten. De samenleving was gegrepen door angst. In de meeste Nederlandse huiskamers was het een dagelijks ritueel: vol ongeloof kijken naar de grafieken met de exponentiële groei van het aantal infecties, ziekenhuisopnames en, met enige vertraging, overledenen. Voor de coronacrisis gaven Nederlanders gemiddeld een royale 7,5 voor hun geluksgevoel, begin april was dat teruggelopen naar een 6,3.2 Grote delen van de bevolking – rond een derde – rapporteerden somberheid, stress, slaapproblemen en eenzaamheid als gevolg van corona.3 De coronacrisis laat geen plek onberoerd en dat geldt zeker voor Amsterdam.

De internationaal georiënteerde economie wordt harder geraakt, inwoners zijn kleiner behuisd, eenzaamheid kwam er al meer voor, sociale cohesie en vertrouwen zijn verhoudingsgewijs laag, relatief veel inwoners hebben een zwakke mentale of fysieke gezondheid. Ook voor wie niet in een traditioneel kwetsbare positie zit kan de crisis hard aankomen. Meer dan de helft van de Amsterdamse huishoudens bestaat uit één persoon. Als zij zich aan de regels houden, hebben ze in geen maanden iemand aangeraakt.

1

Dit essay is geschreven in opdracht van de Gemeente Amsterdam. Met dank aan David van Gelder voor onderzoeksassistentie en Bram Festen voor het leggen van contacten met respondenten. Dank aan Fenne Pinkster en Bram Festen voor commentaar. 2 Erasmus Happiness Economics Research Organisation (2020) Geluk ten tijde van COVID-19: Nederlandse bevolking ongelukkiger, vooral ouders en mensen met inkomensonzekerheid. Online: https://www.eur.nl/en/ehero/news/geluk-ten-tijde-van-covid-19-nederlandse-bevolking-ongelukkiger-vooralouders-en-mensen-met 3 RIVM en GGD (2020) Onderzoek gedragsmaatregelen corona en welbevinden Amsterdam. RIVM-gedragsunit en GGD’en.

Maar er was meer dan angst en somberheid alleen. Het antwoord op fysieke verwijdering was sociale toenadering. Er voltrok zich een wonder4: politieke scheidslijnen telden niet, liefdadigheid en solidariteit bloeiden op, er was ongekende steun voor de zorg. De Bijenkorf, toch een icoon van het consumentisme, had in de etalage niet de laatste mode maar een oproep om elkaar te steunen. Buurtplatforms zagen een toevlucht van vrijwilligers, er hingen beren en harten in de ramen, er werd geklapt en gezongen voor het zorgpersoneel. Corona bood een les in wederzijdse afhankelijkheid en een oefening in collectieve zorgzaamheid. De corona-uitbraak markeert een breuk met de normaliteit. Van de tram nemen en dansen in een club tot en met de steeds aanzwellende stromen toeristen of almaar stijgende prijzen: weinig is nog vanzelfsprekend. Nu het stedelijk leven is opgeschort, hebben we als Amsterdammers een keuze: wat hervatten we? En nu de overheid een ongekend grote rol heeft ingenomen in de economie en samenleving door strikte regels en omvangrijke steunpakketten is de vraag: wat voor stad maken we? Dit essay blikt terug op veranderingen in de stad sinds de corona-uitbraak met als doel om bedreigingen en mogelijkheden voor de toekomst te ontwaren.

De focus ligt telkens op verbondenheid – de relaties die Amsterdammers met elkaar hebben en de betrokkenheid die zij voelen – maar tegen de achtergrond van ingrijpende ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en woningmarkt. In de volgende sectie peil ik de stemming in Amsterdam sinds de uitbraak: hoe hebben de mentale scheidslijnen zich ontwikkeld? Wie zijn er nu kwetsbaar, angstig, boos? Vervolgens kijk ik hoe het de solidariteit is vergaan. Hoe hebben Amsterdammers zich ingezet voor elkaar tijdens de crisis en wat zijn de vooruitzichten van wederzijdse hulp? Als laatste onderzoek ik de mogelijkheden voor een nieuw verhaal. Terwijl de economische en sociale ontwrichting voortduurt, maakt het motto “samen tegen corona” niet langer energie en enthousiasme los. De “triomf van de stad” en “de hypochondrische stad” – twee verhalen waarmee commentatoren de stad hebben gediagnosticeerd - geven elk een gekleurd beeld en geen van beide een aanlokkelijk toekomstperspectief. De “nieuwe normaliteit” van een “1,5-metersamenleving” is al helemaal niet aansprekend. Maar wat zijn dan wel ingrediënten van een wervend Amsterdams verhaal? Tussen vrees en vertrouwen Een verbluffende eensgezindheid maakte zich meester van Nederland nadat de maatregelen waren afgekondigd om de verspreiding van het coronavirus in te perken.

De acceptatie en opvolging van ongekend ingrijpende maatregelen was vrijwel universeel. Nieuws en overheidsinformatie vermengden zich: avond na avond, item na item werd kijkers op het hart gedrukt om zich te strikt te houden aan de maatregelen. Keer op keer op werden we opgeroepen om elkaar te steunen. Mensen die het waagden om naar het strand te gaan of een wandeling door de bossen te maken werden aan de schandpaal genageld: asociaal en onbehoorlijk. Dat een economische recessie zich zou aandienen was een zekerheid maar de 4

Peeters, P.-H. (2020) Gabriël van den Brink: ‘Op het moment van een crisis komt de geschiedenis open te liggen,’ Sociale Vraagstukken. On-line: https://www.socialevraagstukken.nl/interview/gabriel-van-den-brinkop-het-moment-van-een-crisis-komt-de-geschiedenis-open-te-liggen/

gedachte daaraan liet zich wegdrukken door de angst voor de exponentiële groei van het aantal infecties, ziekenhuisopnames en doden. We zien in deze periode een combinatie van een grote negatieve impact én een groot vertrouwen in de gekozen aanpak. In landelijk onderzoek, uitgevoerd begin april, voelt tussen de 30 en 40 procent van de respondenten zich persoonlijk bedreigd door het virus, tussen de 60 en 70 procent vreest voor familie, tussen de 70 en 80 procent voor Nederland en tussen de 80 en 90 procent voor Europa en de wereld.5 Bij vragenlijsten ingevuld tussen 20 en 24 april 2020 geeft telkens ongeveer een derde van de Amsterdammers aan meer last te ondervinden van angstigheid, somberheid, stress, slaapproblemen en eenzaamheid.6 Toch is er ook de overtuiging dat het lijden niet voor niets is: er is zeer groot vertrouwen in de overheid en de experts; een magere zes procent van de respondenten heeft (helemaal) geen vertrouwen in de aanpak van de overheid.7 Er was begrip en geduld, zelfs onder groepen die het hardst werden geraakt.8 Een bijzonder kenmerk van de aanpak is dat de overheid voortdurend een beroep op ons doet: was je handen, houd afstand, blijf thuis. De oproep is ingegeven door medische overwegingen maar een extreem belangrijk neveneffect is dat burgers deelgenoot en zelfs dragers worden van de aanpak.

Anders dan op basis van eerdere studies werd verwacht9 waren fatalisme en verzet zeldzaam: mensen voegden zich met overtuiging naar de uitgevaardigde richtlijnen. Er was niet alleen maar angst maar ook waardering. In enquêtes vroeg Fenne Pinkster in samenwerking met de Dienst Onderzoek en Statistiek of Amsterdammers hun stad, woning, buurt na corona meer, even veel of minder waarderen. Voor de meeste respondenten maakt corona geen verschil (“even veel”) maar het aandeel respondenten wiens waardering voor de stad, buurt en woning is gestegen is een veelvoud van het aandeel respondenten waar de waardering juist is gedaald.10 Onder het gezamenlijke vertrouwen in de overheid en het gedeelde conformisme aan de richtlijnen gingen vanaf het begin echter scheidslijnen schuil. Mensen met de zekerheden van een hoge opleiding, een goede gezondheid en goede baan conformeerden zich vooral aan de regels vanwege een besef van lotsverbondenheid en gedeelde verantwoordelijkheid terwijl groepen in een kwetsbare positie, vooral mensen met een lage opleiding of broze gezondheid, dat vaker deden vanwege angst en uit lijfsbehoud. Rotterdams onderzoek vindt 5

Van Bochove, M. (2020) Omgaan met angst, stress en risico's. In: Engbersen et al. (2020) RIVM en GGD (2020) Onderzoek gedragsmaatregelen corona en welbevinden Amsterdam. RIVM-gedragsunit en GGD’en. 7 Hierbij moet worden bedacht dat respondenten die de moeite nemen een door de overheid uitgezette vragenlijst in te vullen waarschijnlijk niet tot het meest wantrouwende deel van de bevolking behoren. 8 Zoals velen las ik deze periode obsessief de laatste berichtgeving en ik kan me maar een organisatie herinneren die zich aan dit patroon van inschikkelijkheid en terughoudendheid onttrok: de KNVB. Terwijl de intensive care volstroomde en de dodentallen opliepen, drong de KNVB aan op een herstart van competitie en duidelijkheid. Dat laatste kreeg de KNVB wel, het eerste niet. 9 Van Bochenove verwijst in dit verband naar een studie van Kok e.a. waarin de reactie op een potentiële pandemie wordt gesimuleerd. Zie: Van Bochove, M. (2020) Omgaan met angst, stress en risico's. In: Engbersen et al. (2020) 10 Dit zijn voorlopige bevindingen omdat de enquête op het moment van schrijven wordt verwerkt. Voor precieze cijfers, uitsplitsing naar groepen en kwalitatieve duiding van de resultaten is tot nog toe geen mogelijkheid geweest. 6

grote verschillen tussen leeftijdsgroepen11 maar nog opvallender zijn verschillen naar opleidingsniveau. Veel vaker dan mensen met een hoge of middelbare opleiding voelen respondenten met een lage opleiding zich persoonlijk bedreigd door het virus, vervallen ze vaker in fatalisme (“er is niets dat we kunnen doen”) en gaan contact met vrienden en familie uit de weg12 – allemaal signalen van angst en verwijdering. De angst voor het virus hangt samen met een precaire economische positie: maar liefst 52,4 procent van de laag opgeleiden gaf aan dat zij direct inkomensverlies hadden als gevolg van de coronacrisis, twee tot drie keer zoveel als respondenten met midden- en hoge opleiding.13 Nu de stad in stappen open gaat komen deze scheidslijnen meer aan de oppervlakte. De lotsverbondenheid en gedeelde verantwoordelijk worden steeds minder gevoeld. Enquêtes laten zien dat conformiteit nog altijd hoog is maar snel afneemt, waarbij veel respondenten aangeven dat de 1,5-metersamenleving op termijn onhoudbaar is. Meer dan nog enquêtes laat het straatbeeld zien dat mensen naar elkaar toe trekken, bij elkaar zitten, elkaar aanraken, zeker bij mooi weer. Het uithoudingsvermogen is eindig en de verlokkingen zijn groot. Ook is velen inmiddels duidelijk dat transmissie in de open lucht een zeldzaamheid is.

Wie gezond en optimistisch is, laat zich met schaamte of gretigheid terugvallen in oude gewoontes. En nu de betovering van de saamhorigheid voorbij is, worden experts en autoriteiten steeds meer in twijfel getrokken (Figuur 1). Demonstranten tegen de noodwet en restricties zijn de voerhoede van een snel groeiende groep critici en sceptici.

11

Slechts 13,2 procent van de respondenten tussen de 18 en 34 jaar vinden het coronavirus beangstigend terwijl de percentages voor 50 jaar en ouder boven de 55 uitkomen. 12 Ibid. 13 Engbersen, G. e.a. (2020) De bedreigde stad: De maatschappelijke impact van COVID-19 op Rotterdam. Rotterdam: Kenniswerkplaats Leefbare Wijken, pagina 22.

Figuur 1. Veranderende sentimenten (foto’s gemaakt door auteur)

Ondertussen zijn er andere groepen die verder gaan dan wat de experts vragen. Bij mijn tochten door de stad viel me op dat het aantal mondkapjes in de Bijlmer aanzienlijk groter is dan binnen de ring. Of dat is omdat mensen zichzelf of anderen willen beschermen valt niet te zeggen maar in ieder geval duidt het op een vrees voor besmetting die elders minder uitgesproken is. Een andere manifestatie van angst is dat sommige ouders hun kinderen niet naar school laten gaan. Bij die keuze spelen persoonlijke omstandigheden een rol maar de absentie lijkt ook een weerspiegeling van angst of wantrouwen: geruststellende of relativerende berichten vanuit de overheid en experts komen niet aan of worden niet geloofd. Cijfers over schoolverzuim na corona vertonen een pijnlijk voorstelbaar patroon: er is nauwelijks schoolverzuim in het Centrum en Zuid en veel in Nieuw West en Zuidoost (Figuur 2).

Figuur 2. Verzuimmeldingen naar stadsdeel (aantal leerlingen) tussen 6 april en 22 juni 2020. Het betreft verzuimmeldingen die ondanks herhaalde pogingen niet door de school zelf konden worden afgehandeld. Data: Gemeente Amsterdam.

Bij oppervlakkige waarneming kan het lijken alsof het openbaar vervoer inmiddels weer als voorheen functioneert maar dan met verplichte mondkapjes. Een enquête van At5,14 afgenomen in juni 2020, wijst echter uit dat bijna de helft van de Amsterdammers minder met het openbaar vervoer reist en dat ruim dertig procent dat helemaal niet meer doet. Van de reizigers die wel gaan, is de helft “een beetje bang” om besmet te raken, een vijfde “erg bang.” Angst is er niet alleen voor het virus maar ook voor andere reizigers. Ondanks dat veel reizigers zich zorgen maken spreekt een overgrote meerderheid anderen niet aan op naleving van de regels uit angst voor agressie. Ook uit deze cijfers komt het beeld naar voren van een cosmetisch herstel van de normaliteit: er reizen weer mensen met het openbaar vervoer maar onder de oppervlakte zijn er angst en zorgen. Een aantal vertegenwoordigers van migrantenorganisaties, geïnterviewd door de GGD, geeft aan dat onder hun achterban beangstigende berichten een vruchtbare voedingsbodem vinden. Tofaha Mulla-Elias van Brandaris, een organisatie voor vluchtelingen en oorlogsslachtoffers, geeft aan dat door verkeerde informatie en nepnieuws er “echt veel angst is, bijna een soort paniek.

Mensen zijn zo bang dat ze niet meer naar de winkel durven, niet meer op hun balkon durven zitten.” Terwijl er ook desinformatie is over kruiden die zouden beschermen tegen corona, is er overwegend angst, aangewakkerd door 14

At5 (2020) Veel ov-gebruikers bang om besmet te raken. Online: https://www.at5.nl/artikelen/202709/veelov-gebruikers-bang-om-besmet-te-raken

wantrouwen. Zo was er een hardnekkig gerucht in de buurt dat overvliegende helikopters ziektekiemen zouden uitstrooien. Behalve de rekkelijken en de angstigen zijn er ook mensen die nog strikt de richtlijnen volgen. Aanvankelijk vormde deze groep de grote meerderheid maar mijn indruk is dat de omvang snel terugloopt en daarmee ook het gevoel er niet alleen voor te staan. Fenne Pinkster verwoordt het sentiment dat onder deze groep leeft: “Mijn vader woont al 50 jaar in de binnenstad. Hoewel hij regelmatig moppert over toeristen, heeft hij zich altijd thuis gevoeld. Tot gisteren in de #haarlemmerstraat, waar zijn 20 & 30-jarige medebewoners te beroerd waren om ruimte te geven.”15 Ergernissen over onbeleefdheid waren er al langer maar die krijgen een extra gewicht nu ons is ingeprent dat ouderen zullen sterven als onvoldoende afstand wordt gehouden: een boodschap die bij de onbevreesden inmiddels uitwerking verliest maar die veel ouderen met zich meedragen. Uit deze schets blijkt dat het virus en de restricties zeer uiteenlopend worden bezien en beoordeeld: belevingswerelden drijven uit elkaar.

Dit komt overeen met de bevindingen van cultuurhistoricus Anneleen Arnout die constateert dat hoogopgeleiden “genoten van wandelingen in de buurt of mooie architectuur die plotseling opviel” maar dat laagopgeleiden minder romantiek in het stille straatbeeld ontwaren en angstiger zijn.16 Naast verschillen in belevingswereld, zien we ook de proliferatie van fysieke scheidslijnen in de vorm van plexiglas, mondkapjes en waarschuwingsbordjes. Die scheidslijnen grijpen vooral in op onze contacten in openbare plekken. Twee types relaties komen daardoor onder druk te staan: met vreemden en met instanties. De openbare ruimte is bij uitstek de plek waar we in aanraking komen met vreemden: met mensen die we niet al kennen en die vaak uit andere milieus komen. De bakker die een kind een koekje geeft, de krant die wordt doorgegeven in een café, iemand die omgevallen is omhoog helpen. Door samen te zijn in dezelfde ruimte en subtiel signalen uit te wisselen ontstaat vertrouwdheid, soms zelfs verwantschap. Dit type van vluchtige en oppervlakkige contacten is gebaseerd is op snelle waarnemingen: even kijken, dan weer wegkijken; een klein stapje opzij om iemand wat meer ruimte geven; een korte mededeling; een blik van verstandhouding: het zijn contacten die niet onmogelijk zijn geworden maar de dagelijkse rituelen die groepen vreemden met elkaar verbinden staan wel onder druk.

Ook relaties met instanties komen onder druk te staan. Bij bankfilialen, tankstations en trams zijn in de afgelopen jaren afscheidingen geleidelijk weggehaald om menselijker, directer contact mogelijk te maken. Nu worden de afscheidingen weer opgetrokken en uitgebouwd. Zeker wanneer vertrouwen al onder druk staat, zal dit leiden tot grotere irritatie of verdere verwijdering. De restricties maken het niet onmogelijk om met elkaar samen te leven maar wel net iets moeilijker. Solidariteit en zelforganisatie “Samen staan we voor een enorme opgave,” zei Mark Rutte op 16 maart in zijn toespraak tot het land. “Dank voor de manier waarop de maatregelen zijn opgevolgd en de hartverwarmende voorbeelden van onderlinge hulp en solidariteit. Het doet goed te merken 15

Op Twitter: https://twitter.coenneGeo/status/1263559024466944004 Geciteerd in: Le Clercq, A. (2020) ‘Hoogopgeleiden genoten van de lege straten, laagopgeleiden ervoeren vooral angst,’ De Volkskrant, 16 juni 2020. 16

dat we voor elkaar klaar staan als de nood aan de man is.”17 Inderdaad, er was een stortvloed aan initiatieven. Mensen plaatsten beertjes achter de ramen voor kinderspeurtochten en harten om het zorgpersoneel te eren. In whatsappgroepen circuleerden berichten om af te nemen bij restaurants die geen omzet meer hadden, mensen boden zichzelf aan als bezorger of taxichauffeur en ondernemers die geen markt meer hadden voor bloemen of concerten boden ze aan bij verpleeghuizen. Terwijl mobiliteit drastisch werd beperkt en we werden teruggeworpen op hun eigen omgeving, won de buurt aan belang. Op bomen en lantaarnpalen hingen briefjes van bewoners die zich spontaan organiseerden om hun buren bij te staan. Bewoners gingen langs bij oudere of kwetsbare buren om een praatje te maken – “hoe gaat het?” kreeg opeens een diepere betekenis – en hulp aan te bieden. In Rotterdams en Haags onderzoek rapporteren respondenten betere buurtrelaties en een hoger vertrouwen in de buurt, ook in buurten waar doorgaans wantrouwen overheerst en buurtgenoten weinig met elkaar hebben.18 Ook belangrijk: bewoners met een zwakke gezondheid, de groep die zou moeten profiteren van de opgewekte solidariteit, ervaren nog meer dan anderen dat relaties en vertrouwen in de buurt verbeterd zijn.

Het is waarschijnlijk dat verreweg de meeste hulpinitiatieven tot stand kwamen in informele verbanden van vrienden, familie en buren maar ook bij formele instanties liep het storm. Het gebruik van de app Nextdoor, bedoeld voor mensen die burenhulp vragen of aanbieden, steeg met 80 procent sinds de uitbraak.19

17

Toespraak premier Rutte 16 maart 2020. Online: https://www.youtube.com/watch?v=D3QPmphUK_M Engbersen, G. e.a. (2020) De bedreigde stad: De maatschappelijke impact van COVID-19 op Rotterdam. Rotterdam: Kenniswerkplaats Leefbare Wijken (hoofdstuk 5); Rusinovic, K. e.a. (2020) Berichten uit een stille stad. De maatschappelijke impact van COVID-19 in Den Haag. Den Haag: De Haagse Hogeschool. 19 Dit zijn geaggregeerde cijfers voor alle 11 landen waarin Nextdoor actief is, waaronder Nederland. Cijfers voor Nederland zijn niet beschikbaar. https://edition.cnn.com/2020/03/18/tec h/nextdoor-coronavirus/index.html 18

Figuur 3. Solidariteit in de buurt (foto gemaakt door auteur)

Ook in Amsterdam was er een hausse van betrokkenheid, solidariteit en charitas. Bij Burennetwerk Amsterdam meldden zich meer dan 1000 Amsterdammers die hun buren wilden helpen.20 Dat was veel meer dan het Burennetwerk – met zo’n 1200 ingeschreven ‘goede buren’21 – op zo’n korte termijn kon verwerken. Bij “Voor Elkaar,” een initiatief van de aantal vrijwilligers- en welzijnsorganisaties, meldden maar liefst 6000 Amsterdammers dat ze graag anderen willen helpen. Daar tegenover stonden 600 Amsterdammers die via het platform hulp vroegen: er was een factor 10 meer aanbod dan vraag.

20 21

Interview Henriette van der Meij, afgenomen door David van Gelder, 8 juni 2020. Volgens https://www.burennetwerk.nl/over-ons/ (geraadpleegd 14 juni 2020).

Bij weer een ander platform, Wij Amsterdam, opgericht door de Gemeente22, meldden zich tot en met 26 mei 440 initiatieven. We weten dat bewoners met een hogere status meer vertrouwen in mensen en instituties hebben, hun buurt hoger waarderen en meer middelen en energie hebben om zich in te zetten, dus we zouden kunnen verwachten dat initiatieven vooral tot stand komen in de gegoede buurten. Daarvan is echter geen sprake. De initiatieven zijn ongelijk verspreid maar de frequentie valt niet samen met sociaaleconomische scheidslijnen. Nieuw West spant de kroon. Als er één stadsdeel is waar het aantal geregistreerde initiatieven achterblijft, is dat het Centrum (Tabel 1). Er was, kortom, een explosie van initiatief en betrokkenheid door de hele stad heen. Er waren veel initiatieven van en voor uiteenlopende groepen. So far, so good. Terwijl de aanvankelijke reactie tot optimisme stemt, is er aanleiding voor pessimisme als we kijken naar de langere termijn. 1. Er is een mismatch tussen vraag en aanbod. Overaanbod is als zodanig geen probleem: dat er één vraag naar hulp is voor elke 10 aanbieders is zonder meer positief. Het lijkt er echter op dat het aanbod veel sneller terugloopt dan de vraag. Veel van de mensen die zich meldden als aanbieder zijn inmiddels terug aan het werk. Ondertussen neemt de structurele vraag naar hulp toe.

We zien bijvoorbeeld dat het aantal mensen dat gebruik maakt van de voedselbank gestaag toeneemt: van 20 februari tot 20 juni steeg het aantal klanten bij de voedselbank van 1278 naar 1639.23 Structurele achterstanden nemen geleidelijk toe terwijl het aanbod van hulp afneemt. 2. Naast een temporele is er ook een kwalitatieve mismatch. Een oudere vrouw met Parkinson schreef me aan om te zeggen dat zij lijdt onder de grote aandacht voor de eenzamen en de kwetsbaren. Ze voelde zich miskend nu minister De Jonge van VWS, allerlei maatschappelijke organisaties en welwillende buurtbewoners het op zich hadden genomen de eenzamen uit hun isolement te verlossen met een overvloed aan aandacht. De tekeningen van buurtkinderen, de uitnodigingen om een praatje te maken: het kwam voor haar voort uit een behoefte om iets te doen, niet uit interesse in haar belevingswereld. Dit is één geval maar ik denk dat dit een breder probleem raakt. Veel van de kwetsbaarheid en eenzaamheid is structureel en hardnekkig. Mensen kunnen depressief zijn, zijn niet in staat zichzelf te verzorgen; ze voldoen niet aan het ideaalbeeld van de kwetsbare oudere die dankbaar is voor elk teken van interesse of zorg.

Toen Rochdale besloot tijdens de lockdown om alle oudere huurders te bellen met de vraag of zij hulp nodig hadden, gaf een kwart aan daar behoefte aan te hebben.24 Dat is een zeer hoog percentage als we ons bedenken dat de corporatie rondbelde in een 22

Een van mijn gesprekspartners stoorde zich eraan dat de Gemeente zelf een nieuw initiatief had opgericht in plaats van bestaande initiatieven te versterken. Ik heb de ontstaansgeschiedenis van Wij Amsterdam of andere platforms niet in detail onderzocht maar dit past wel in het beeld dat de gemeentelijke organisatie is ingesteld op het opstarten van nieuwe, beeldbepalende, tijdelijke initiatieven en minder op het verdiepen en versterken van initiatieven met anderen. 23 Data afkomstig van de Gemeente Amsterdam. 24 Interview Mirthe Biemans, uitgevoerd door David van Gelder.

periode dat er talloze initiatieven waren om ouderen te steunen. Blijkbaar sloten die initiatieven niet zodanig aan op de leefwereld van de ouderen dat zij er gebruik van wilden of durfden te maken. Achter een begrip als “vraagverlegenheid”25 – de verlegenheid die mensen in nood hebben om hulp te vragen – gaat vaak diepe kloof in belevingswereld schuil. Generiek aanbod van steun – via platforms of briefjes – wekt dan niet het vertrouwen dat nodig is. We weten bovendien uit onderzoek dat hulpvragers vaak ook hulpaanbieders zijn: hulpbehoevenden die geen hulp verlenen doen meestal geen beroep op hulp van anderen.26 Vermoedelijk worden met informele initiatieven vooral mensen bereikt die al aansluiting hadden met hulpnetwerken en is er een grote groep die hierbuiten valt. 3. In de hausse van initiatieven is het eenvoudig over het hoofd te zien wat het meest directe gevolg van de restricties was: vrijwel al het lopende vrijwilligerswerk kwam tot stilstand. Maatjesprojecten, musea, Huizen van de Wijk, theaters, bibliotheken moesten allemaal sluiten en de vrijwilligers konden dus ook niet helpen. Terwijl deze organisaties en initiatieven weer opstarten, betekent dat nog niet dat de vrijwilligers aan de slag kunnen of gaan. Veel van de vrijwilligers bevinden zich in de risicogroepen vanwege hun leeftijd of broze gezondheid.

Het gestaalde kader van loyale vrijwilligers heeft een knauw gekregen. Initiatieven en organisaties zullen herstartproblemen ervaren. Veel communicatie verloopt via internet, waardoor de warmte van menselijk contact, een drijvende kracht achter veel vrijwilligerswerk, minder aanwezig is. Nog los daarvan zullen voor veel initiatieven de gevolgen van een gedwongen onderbreking groot zijn. Soms valt te horen dat mensen staan te popelen om weer te beginnen maar dat is niet altijd zo. Zo zagen sportscholen hun ledenaantal met een derde dalen.27 Wie drie maanden niet naar een orkest, schaakclub of kookclub gaat, kan de zinnen verzetten. Natuurlijk, een groot deel van de mensen komt terug en sluit zich weer aan, maar een ander deel doet dat niet of met reserve. Zelfs een kleine terugloop kan een nekslag betekenen voor organisaties die toch al tekorten van leden of vrijwilligers hadden.

25

Linders, L. (2010) De betekenis van nabijheid. Nijmegen: Sdu. Bochove, M. van en E. Snel (2020) Solidariteit: hulp geven en ontvangen. In: Engbersen et al. 27 Nu.nl (2020) Sportscholen verliezen een derde van leden. Online: https://www.nu.nl/economie/6060439/sportscholen-verliezen-een-derde-van-leden-zijn-pas-weer-gezond-in2021.html' 26

Tabel 1. Initiatieven Wij Amsterdam geregistreerd per 26 mei 2020. Bron: Gemeente Amsterdam (2020) Rapportage Wij Amsterdam week 8 Centrum

NieuwWest

Noord

Oost

West

Zuid

Zuidoost

0

2

7

2

5

2

1

17

5

41

1

11

11

6

11

9

6

37

18

110

In de buurt en burenhulp

7

13

4

10

12

7

2

22

8

85

Zorg

1

0

0

0

1

0

0

10

6

18

Onderwijs

0

1

0

0

3

0

3

7

10

24

Technologie en online tools

0

0

0

0

0

0

1

7

6

14

Thuisvermaak

0

1

0

2

2

1

2

19

18

45

Sport en bewegen

1

5

3

3

1

6

0

26

8

53

Werk en ondernemers

2

0

0

0

0

0

1

8

7

18

0 12 0.14

7 40 0.26

0 25 0.26

2 25 0.18

0 35 0.24

2 27 0.19

0 16 0.18

19 172 0.20

2 88

32 440

Diensten aan huis (horeca en bezorgen) Eenzaamheid en kwetsbare groepen

Overig Totaal Totaal per 1000 inwoners

Amsterdam algemeen Landelijk

Verhalen over de stad en het virus In het bovenstaande heb ik een aantal ontwikkelingen geschetst, nu wil ik nadrukkelijker de vraag stellen hoe we die kunnen duiden en er richting aan kunnen geven. Een eerste observatie is dat de magie van eensgezindheid is vervlogen. Waar in bijvoorbeeld de Verenigde Staten de werkloosheid explodeerde en corona politieke scheidslijnen accentueerde, was in Nederland het motto “samen tegen corona” aanvankelijk geloofwaardig. Inmiddels heeft dit verhaal echter aan relevantie en overtuigingskracht verloren. De gezamenlijke beleving heeft plaatsgemaakt voor fragmentatie: sommigen willen en kunnen hun oude leven hervatten, anderen zijn terughoudend, angstig vanwege het virus of nog in afwachting van de uitgestelde economische dreun. De gezamenlijke planbureaus (CPB, PBL en SCP) constateren terecht dat het “nieuwe normaal” van de “1,5metersamenleving” geen wenkend perspectief biedt.28 Welke andere verhalen zijn voor handen voor Amsterdam? Enerzijds is er de hoop dat “de triomf van de stad” – sinds een aantal jaar uitgeroepen door beleidsmakers, commentatoren en stadsbestuurders en internationaal uitgedragen door Ed Glaeser’s met zijn Triumph of the City29 – slechts tijdelijk is opgeschort.

We weten dat sinds het uitbreken van de crisis de bevolking van Amsterdam krimpt, vooral door een vertrekoverschot van internationale inwoners als expats en uitwisselingsstudenten. Dit is onmiskenbaar een trendbreuk30 maar er is alle reden om aan te nemen dat de stad glans zal herwinnen met het herstellen van internationale verkeersstromen en dat de toestroom van talent, bezoekers en investeringen weer op gang zal komen naarmate de restricties worden versoepeld. Veel van de gegevens die ik boven heb gepresenteerd suggereren dat vooral hoog opgeleide Amsterdammers met goed gemoed hun stadse leven willen hervatten. De terrassen wachten. Maar los van de vraag of dit triomfalistische perspectief reëel is, is het de vraag of het aanlokkelijk is. De “triomf van de stad” gaf altijd al een onvolledig en gekleurd (of misschien juist: wit) perspectief op de stad. Het was nooit een verhaal over Nieuw West of Zuidoost, over ouderen, eenzaamheid, uitsluiting of verdringing. Terug naar de “triomf van de stad” betekent dan terug naar oververhitting van de woningmarkt, spanningen tussen toeristen en bewoners en ongelijkheden tussen een kosmopolitische klasse en een lokaal gebonden precariaat.

Anderzijds is er het beklemmende vooruitzicht van de “hypochondrische stad.”31 Eerst ontstaat sociale verwijdering door smetvrees, vervolgens ongelijkheid en armoede door een ongekende economische recessie. Voor veel Amsterdammers waren de stille straten niet een verademing of curiositeit maar een voorbode van een nieuwe normaliteit van angst en onzekerheid. Wenselijk is het vooruitzicht van de hypochondrische stad in ieder geval niet, reëel is het tot op zekere hoogte. Niet de hele stad is kwetsbaar maar veel stadsbewoners wel. Ze zijn angstig voor het virus, hebben weinig vertrouwen in anderen of de overheid en 28

SCP, PBL, CPB (2020) Aandachtspunten voor een herstelbeleid Briefadvies Covid-19 Overleg Planbureaus Glaeser, E. (2011) Triumph of the City. New York: Picador. 30 Couzy, M. (2020) Trendbreuk: bevolking Amsterdam krimpt sinds uitbraak corona, Het Parool. Online: https://www.parool.nl/amsterdam/trendbreuk-bevolking-amsterdam-krimpt-sinds-uitbraak-corona~b89e7f05/ 31 Hospers, G-J en P. Renooy (2020) De hypochondrische stad. Online: https://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikelen/de-hypochondrische-stad/ 29

hebben zware economische tijden in het vooruitzicht. Toch is ook de diagnose van hypochondrie niet volledig en op punten onjuist. Een eerste probleem is het begrip: hypochonders beelden zich in dat ze ernstige ziektes hebben terwijl er feitelijk weinig aan de hand is. Dat zal opgaan voor een deel van de angstige stadsbewoners maar een veel groter deel maakt zich terecht zorgen. De diagnose van hypochondrie miskent ook de onvermoede veerkracht van de stad in de nasleep van de corona-uitbraak. Amsterdammers schoten elkaar op ongekende schaal te hulp. Ook de grootschalige protesten tegen racisme en de coronarestricties passen niet in het beeld van angstige berusting. De stad heeft zich niet laten gijzelen door corona en koerst nu ook niet onvermijdelijk af op grotere ongelijkheden en sociale verwijdering. De toekomst van de stad ligt nooit vast, is altijd open, maar nu is dat voelbaarder. Als de stad triomfalistisch noch hypochondrisch is of zou moeten willen zijn, wat dan wel? Opvallend genoeg zijn het normaal gesproken kleurloze instanties die aandringen op een nieuw verhaal en een nieuwe strategie. De Nederlandsche Bank bepleit investeringen in woningbouw en verduurzaming.

De gezamenlijke planbureaus (CPB, PBL en SCP) zetten in op investeringen vanuit een breed welzijnsperspectief: In de periode vóór het uitbreken van de coronapandemie constateerden de planbureaus al dat er, naast veel positieve ontwikkelingen in de brede welvaart, met name negatieve ontwikkelingen op het terrein van wonen, sociale samenhang en milieu (in het ‘hier en nu’), economisch en natuurlijk kapitaal (‘later’) en milieu en grondstoffen (‘elders’) aan de orde zijn. … Deze crisis lijkt een moment om reeds in gang gezette veranderingen te versnellen, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt of in de zorg, het onderwijs en ten aanzien van meer duurzaamheid. Schonere lucht, een stillere leefomgeving, digitaal werken, verminderde drukte, de herwaardering van publieke diensten, dit alles geeft een doorkijk naar mogelijke alternatieven.32 Wat de planbureaus hier voorstellen is niet een herstel maar een heroriëntatie en correctie.33 Economie en samenleving moeten en kunnen niet teruggebouwd worden maar moeten opnieuw opgebouwd. Een wederopbouw. In de marge van het publieke debat hebben Amsterdamse stadsbestuurders zich bekend tot bestuursfilosofieën die goed aansluiten op dit verhaal.

Een voorbeeld is het municipalisme: een bestuursfilosofie die de invloed van internationaal kapitaal wil terugdringen door de stad onder democratische controle te brengen.34 Een ander voorbeeld is Raworth’s ‘donuteconomie’ die economische groei ecologisch wil begrenzen en ten dienste wil stellen aan de bevolking.35 Centraal in beide bestuursfilosofieën staat het idee dat de lokale

32

Ibid. Pagina’s 2, 4. Ghorashi, H. (2020) Corona toont ons de grenzen van het normale. Sociale Vraagstukken. Online: https://www.socialevraagstukken.nl/corona-toont-ons-de-grenzen-van-het-normale/ 34 Pels, D. (2019) Stad zonder vrees, De Groene. Online: https://www.groene.nl/artikel/stad-zonder-vrees 35 Boffey, D. (2020) Amsterdam to embrace 'doughnut' model to mend post-coronavirus economy, The Guardian. Online: https://www.theguardian.com/world/2020/apr/08/amsterdam-doughnut-model-mendpost-coronavirus-economy 33

democratie terrein moet herwinnen op de markt, en dan vooral op het internationaal kapitaal. Het stil vallen van het toerisme biedt een onverwachte kans om deze ideeën in de praktijk te brengen. De centrale boodschap, ook uitgedragen door de burgemeester, is: we willen de binnenstad teruggeven aan de Amsterdammer.36 We moeten even op ons laten inwerken dat dit veronderstelt dat de binnenstad de Amsterdammers ontnomen is: een pijnlijke constatering. Met de kennis van nu komen alle maatregelen tegen het massatoerisme van voor de coronacrisis halfslachtig over. Kijkend naar een grafiek over het aantal hotelgasten krijgt “flatten the curve” (of “crush the curve”) een andere betekenis (zie Figuur 4). Het toerisme maakt onderdeel uit van een breder proces waarbij de woningmarkt steeds meer losgekoppeld raakt van de lokale economie en samenleving. Huizenprijzen stegen tot grote hoogte in heel Nederland maar nog meer in Amsterdam (Figuur 5).

Figuur 4. Hotelgasten in Amsterdam, 1904-2019

36

Couzy, M. (2020) Amsterdam wil binnenstad teruggeven aan Amsterdammers, Het Parool. On-line: https://www.parool.nl/amsterdam/amsterdam-wil-binnenstad-teruggeven-aan-amsterdammers~b19ee2c5/

Figuur 5. Prijzen van koopwoningen in de vier grote steden en Nederland.37

Het massatoerisme verstoort de sociale verbanden van buurten, ontwricht de woningmarkt, tekent de stad.38 Juist de meest centrale en betekenisvolle plekken – de Dam, de grachten, de musea – worden ontkoppeld van de rest van de stad. Als de gemeentelijke overheid erin slaagt om invulling te geven aan het streven om de binnenstad terug te geven aan de Amsterdammers, zal dat verregaande gevolgen hebben, en niet alleen voor de binnenstad. Centraal-stedelijke gebieden zijn bij uitstek de plekken waar mensen uit de hele stad elkaar treffen in winkels of horeca maar door de overweldigende aanwezigheid van toeristen stonden die functies sterk onder druk. Als Amsterdammers weer hun weg vinden naar de binnenstad wordt dat weer knooppunt en hart van de stad. Dankzij een volksinitiatief – “Amsterdam heeft een Keuze” – staan nu voor het eerst fundamentele maatregelen tegen massatoerisme op de agenda. Het teruggeven van de binnenstad aan de Amsterdammers biedt een wenkend perspectief: we vieren de bevrijding van het massatoerisme. De grote groep Amsterdamse twintigers en dertigers die waren verstoken van ontmoetingen en vertier zien niet alleen een terugkeer maar de normaliteit maar de ruimte wordt voor hen opnieuw ingericht. Die ruimte krijgt een specifieke vorm, namelijk die van het terras.

Toen Amsterdammers werd gevraagd om plannen in te dienen voor de 1,5-meter-samenleving, waren het vooral horecaondernemers

37

Ten Teije, S. (2020) Koopwoning Amsterdam voor het eerst gemiddeld boven half miljoen euro, Het Parool. On-line: https://www.parool.nl/amsterdam/koopwoning-amsterdam-voor-het-eerst-gemiddeld-boven-halfmiljoen-euro~b0250089/ 38

Pinkster, F.M. en W.R. Boterman (2017) When the spell is broken: gentrification, urban tourism and privileged discontent in the Amsterdam canal district, Cultural Geographies 24(3): 457-472.

die reageerden: 981 van de 1132 aanvragen waren verzoeken tot het inrichten of uitbreiden van terrassen.39 Hoe aansprekend dit verhaal – “na corona hernemen Amsterdammers de binnenstad” – ook is, het appelleert aan specifieke groepen en belangen: die van de – overwegend gezonde en gegoede – Amsterdammers die graag op een terras zitten en de horecaondernemers waarbij zij bestellen. Dat roept een paar vragen op. De eerste vraag is of het mogelijk is een bredere invulling te geven aan het “teruggeven van de binnenstad aan de Amsterdammer.” Al jaren beschrijven auteurs de opkomst van een monocultuur in snel gentrificerende buurten buiten het centrum waar de bevolking divers is maar de terrasbezoekers homogeen.40 Het risico bestaat dat de binnenstad de ene monocultuur, namelijk die van het massatoerisme, inruilt voor de andere, namelijk die van de gentrifiers. Kunnen ook Amsterdammers die niet de behoefte of mogelijkheden hebben om op terrassen te vertoeven profiteren van de bevrijding van het massatoerisme? Nu is de tijd om na te denken wat voor evenementen de binding van diverse groepen – divers qua levensfase, inkomen, levensstijl, achtergrond, lichamelijke gesteldheid – met de stad kunnen vergroten.41 Tot enkele jaren geleden organiseerde de Gemeente een straatvoetbaltoernooi waarbij de finale werd gespeeld op de Dam.

Een schijnbaar klein voorbeeld maar het illustreert hoe de binnenstad in ieder geval voor een moment ruimte biedt aan jongeren voor wie doorgaans weinig in de stad is te vinden. Een ander voorbeeld zijn de boekenmarkten die ook een publiek trokken dat doorgaans niet in de binnenstad was te vinden. De tweede vraag is wat de stad te bieden heeft aan groepen en gebieden die in de eerste plaats al niet leden onder de toestroom van toeristen maar die wel gebukt gingen onder een opeenstapeling van andere problemen. Anders gezegd: we hebben al een verhaal voor het centrum maar is er ook een verhaal voor de periferie? Zoals boven aangegeven zijn die perifere groepen – grofweg de groepen onder modaal, buiten de ring of met een zwak gestel – harder geraakt door corona, zowel mentaal als materieel. Bij aanvang van de restricties namen ook deze gebieden en onder deze groepen het vertrouwen en de betrokkenheid sterk toe maar ook werden kwetsbaarheden zichtbaar. Uit stadsgesprekken die wethouder Rutger Groot Wassink voerde met deelnemers van het Amsterdamse middenveld bleek dat sommige groepen moeizaam bereikt werden.42 Na het invoeren van de maatregelen was de gemeentelijke overheid een tijd alleen zichtbaar in de gedaante van handhavers en de coronabus. De gemeente probeerde ook contact te leggen via intermediairs in het middenveld maar dat verliep moeizaam. In de woorden van

39

AT5 (2020) Gemeente ontvangt bijna duizend aanvragen voor groter terras. Online: https://www.at5.nl/artikelen/202740/gemeente-ontvangt-bijna-duizend-aanvragen-voor-groter-terras. 40

Bijvoorbeeld: Slager, S. (2016) Help, de hipsters nemen mijn buurt over. Trouw. On-line: https://www.trouw.nl/nieuws/help-de-hipsters-nemen-mijn-buurt-over 41 Met ‘divers’ bedoel ik dus niet ‘etnisch divers,’ al hangt etniciteit uiteraard wel samen met de dimensies die ik hier noem. 42 Ik woonde eind juni 2020 één gesprek bij en baseer me verder op impressies van ambtenaren.

ambtenaren van de gemeente was er in de crisisperiode een samenspel van “formeel en informeel” maar organisaties in het Amsterdamse middenveld hadden vooral het idee dat ze op eigen initiatief moesten improviseren. Het beeld dat opkomt is dat van een lokale overheid op afstand: wie niet de nationale media volgde of geloofde werd niet goed bereikt. Wellicht zien we hier het perverse neveneffect van beleid dat was gericht om efficiëntie maar tegelijk banden met het middenveld ondergroef: de stadsdelen zijn opgeheven, ambtenaren rouleren snel, aanbestedingsprocedures hebben de binding van jongeren- en welzijnswerk met buurten verminderd, buurtcentra zijn gesloten of afgeslankt. Binnen die constellatie kunnen nog steeds initiatieven ontstaan maar de verbindingen zijn vluchtiger en zwakker, vooral met groepen die zich niet thuis voelen in de bureaucratische of creatieve participatietrajecten zoals de gemeente die uitzet. Er is dus alle reden om corona te zien als stresstest: welke netwerken konden worden geactiveerd, hoe liepen informatiestromen? En, net zo belangrijk, waar waren er juist geen verbindingen? De antwoorden op die vragen bepalen waar de komende tijd een opgave ligt.

Waar in de periode na de uitbraak van corona maatschappelijke initiatieven een centrale rol speelden, zal de overheid een dragende rol moeten spelen bij het opbouwen van de stad in en na een diepe recessie. In hoeverre de Gemeente die rol kan vervullen hangt uiteraard af van de beschikbare middelen. Anders dan het Rijk moet de begroting van de Gemeente sluitend zijn, waardoor grootschalige steunpakketten zijn uitgesloten.43 De nationale overheid zou wel gericht kunnen investeren om verduurzaming, lokalisering en gelijkheid te bevorderen maar kiest daar nog niet voor: de steunpakketten zijn tot nu toe vooral bedoeld om inkomens- en omzetverlies als gevolg van de restricties te compenseren. De middelen voor een wederopbouw ontbreken vooralsnog maar de contouren van een programma tekenen zich wel af. Zoals gezegd pleiten DNB, CPB, PBL en SCP voor meer investeringen in duurzaamheid, onderwijs en woningbouw. Het manifest van 15 burgemeesters geeft een lokale invulling aan die ambitie: investeer de gebieden die er al het slechtst aan toe waren en nu het hardst worden geraakt.44 De wederopbouw na corona en in tijden van recessie moet inderdaad grotendeels gestalte krijgen op lokaal niveau, in het bijzonder in de wijken die het hardst zijn geraakt.

Dit biedt niet alleen de mogelijkheid om de aanpak af te stemmen op de lokale situatie en arbeidsmarkt maar ook om bewoners bij de aanpak te. Uit het voorgaande blijkt dat angst en zorgen zich samenballen in perifere gebieden en bij kwetsbare groepen maar ook dat vertrouwen toenam en initiatieven genomen werden toen dat nodig was. Dat is een aansporing om niet de fout te herhalen om de bewoners van deze wijken als probleem te zien. Tijdens het stedelijke vernieuwingsbeleid zoals dat gevoerd werd tussen 1997 en 2008 was het belangrijkste doel om met ingrepen in de woningvoorraad (minder sociale huur en meer koop) de bewonerssamenstelling van wijken te veranderen (hogere inkomens en meer autochtonen). Gezien het wantrouwen ten aanzien van de zittende bevolking dat hieruit 43

‘Municipal bonds,’ oftewel gemeentelijke obligaties, kunnen mogelijk een oplossing bieden, maar zijn uiteraard niet zonder risico’s. 44 Halsema, F. et al. (2020) Kom op voor de meest kwetsbare gebieden. Urgente oproep 15 burgemeesters voor ondersteuning om tweedeling tegen te gaan. Online: https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wpcontent/uploads/2020/06/Manifest-kwetsbare-gebieden.pdf

spreekt, is het misschien niet verbazingwekkend dat een evaluatie van het SCP vond dat de buurtinzet van bewoners sterk terugliep door de beleidsinterventies.45 Laat de wederopbouw na corona wel democratiserend werken. Dat kan vooral door bij alle maatregelen die nu worden genomen niet alleen oog te hebben voor het primaire, beoogde effect (zoals bijvoorbeeld het inhalen van onderwijsachterstanden of het vinden van een baan) maar ook voor secundaire effecten voor netwerken en gemeenschappen. Zoals het indammen van het virus niet alleen een medische zaak was, zo is het opnieuw opstarten en weer opbouwen van de stad ook niet alleen een economische taak. Een paar voorbeelden. Ten eerste kunnen bewoners een grote rol spelen bij investeringen in onderwijs. In dit verband biedt de Kinderfaculteit Pendrecht uit Rotterdam een inspirerend voorbeeld. Met financiering van de charitatieve stichting Verre Bergen leidt de bewonersorganisatie Vitaal Pendrecht een grootschalig programma van extra-curriculaire activiteiten, inclusief sportaanbod, zondagscolleges, cursussen (in onderwerpen variërend van ICT tot musicals) en high dosage tutoring.46 Terwijl professionals verantwoordelijkheid dragen voor het onderwijsprogramma, spelen ouders en bewoners een centrale rol, waardoor het versterken van sociale relaties en bevorderen van individuele competenties elkaar versterken.

Ten tweede kan Amsterdam inzetten op het benutten van de kwaliteiten van bewoners die door de recessie (tijdelijk) geen inkomen hebben. De effectiviteit van arbeidsmarktbeleid wordt doorgaans gemeten aan de hand van de kans dat iemand weer werk vindt of een opleiding gaat volgen. Dat is nog steeds een relevant criterium maar nu de werkloosheid dreigt op te lopen, vooral in kwetsbare gebieden, is het ook zaak om werklozen die iets willen doen voor en in hun omgeving niet te ontmoedigen. Tijdens de vorige crisis – die in de nasleep van de financiële ineenstorting van 2008 – was er een toevloed aan vrijwilligers door het terugvallen van de werkgelegenheid. Ook nu ligt een scherpe stijging van de werkloosheid in het vooruitzicht. De Amsterdamse experimenten om mensen die afhankelijk zijn van een uitkering meer bewegingsvrijheid te geven bieden een goede oefening. Ten derde kan Amsterdam nagaan hoe de veerkracht van bewoners en professionals ook na de crisis gebruikt kan worden. Doordat de verwerking van hulpvragen, bijvoorbeeld in de geestelijke gezondheidszorg, de schuldhulpverlening of de WMO, zo goed als stil kwam te liggen, waren mensen op zichzelf teruggeworpen. Er ligt een stuwmeer van hulpaanvragen. Toch blijken cliënten en patiënten vaak minder reddeloos dan gedacht.

Ed van Hoorn, activist in de ggz-cliëntenbeweging, ziet dat het wegvallen van hulptrajecten en kaders niet alleen beangstigend is: Sommige mensen blijken onvermoede krachten in zichzelf te vinden, breken door hun rolvernauwing heen door anderen te helpen, of ordenen hun leven opnieuw.... 45

SCP (2013) Werk aan de Wijk. Een quasi-experimentele evaluatie van het krachtwijkenbeleid. Den Haag: SCP. Pagina 15. 46 High dosage tutoring is een kostbare interventie maar levert ook veel op, zowel in termen van studiesucces als sociaal-emotionele ontwikkeling. Volgens Amerikaanse berekeningen betalen investeringen in high dosage tutoring zich ruimschoots terug. Zie: Paulle, B., de Ree, J. en Kielman, A. (2019) High Dosage Tutoring: een remedie tegen kansenongelijkheid in Amsterdam? In H. van de Werfhorst, en E. van Hest (red) Gelijke kansen in de stad (blz. 82-96). Amsterdam: Amsterdam University Press.

Het psychische probleem trekt zich kennelijk terug want er zijn belangrijkere dingen aan de orde. Men herwint autonomie. Het zou ook kunnen zijn dat het virus een nieuwe gezamenlijkheid schept waarin we voor even allemaal gelijk zijn. En de ggzcliënt voelt zich bij die gelijkheid zeer wel. Laten we hopen dat dat zo blijft.47 Dit is een waarschuwing aan professionals en beleidsmakers om niet in oude routines te vervallen. Omgekeerd zijn er onder hoge tijdsdruk werkwijzen ontstaan die juist wel het behouden waard zijn. Een coördinator van de daklozenopvang vertelde me dat hij zich bevrijd voelde tijdens de coronacrisis. Door een gevoel van urgentie en het wegevallen van bureaucratische routines kon zijn team functioneren als bevlogen actiegroep in plaats van ambtelijke eenheid. Conclusie De coronacrisis dwingt de stad tot reflectie: willen we terugkeren naar de normaliteit van voor corona? Die vraag wordt nu toegespitst op het massatoerisme in de binnenstad. Voorstanders en tegenstanders komen ruimschoots aan het woord in het publieke debat en worden gehoord door politici. Maar ook buiten het centrum speelt de vraag hoe Amsterdam terug kan komen na de coronacrisis. Over die vraag wordt niet op het scherp van de snede gediscussieerd terwijl er wel veel op het spel staat. Aan de ene kant is er het vooruitzicht van stijgende werkloosheid en blijvende kwetsbaarheid.

De problemen van voor de crisis zijn niet opgelost, maar zelfs verergerd. Aan de andere kant heeft de stad een onvermoede veerkracht en ongekende zorgzaamheid aan de dag gelegd. Bewoners, professionals en ondernemers gaven thuis toen werd gevraagd om hun bijdrage en inzet. Waar op basis van theoretische modellen werd verwacht dat veel mensen apathisch of cynisch zouden reageren, was het gezamenlijk terugdringen van het virus een oefening in democratisering en samenwerking. Om te voorkomen dat de nasleep van corona en het begin van een economische recessie Amsterdam verder ontwrichten zijn grootse plannen en ingrijpende maatregelen nodig, juist in de gebieden en voor de groepen die tot nu toe buiten beeld blijven. “Samen voor de wederopbouw van Amsterdam” is misschien niet zo aansprekend als “samen tegen corona” maar het is wel de opgave waar we voor staan.

47

Hoorn, E. (2020) Ggz-cliënten lijken wel te varen bij coronacrisis, Sociale Vraagstukken. Online: https://www.socialevraagstukken.nl/ggz-clienten-lijken-wel-te-varen-bij-coronacrisis/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9939244/1