Bijlage 1. Eindrapportage integriteitsonderzoek Waternet_rapport exclusief hoofdstuk 2.pdf
Tekst van het document
Integriteitsonderzoek Waternet Stichtingsbestuur Waternet
1
Colofon: Datum: 30 april 2024 Opdrachtgever: stichtingsbestuur Waternet
2
Inhoudsopgave Colofon: .......................................................................................................................................................................... 2 Inleiding en onderzoeksverantwoording ........................................................................................................................ 5 Aanleiding en doelstelling ....................................................................................................................................................................... 5 Vraagstelling.................................................................................................................................................................................................. 5 Werkwijze ...................................................................................................................................................................................................... 7 Onderzoeksperiode .............................................................................................................................................................................. 7 Opdrachtgeverschap ............................................................................................................................................................................
7 Verrichte werkzaamheden................................................................................................................................................................ 7 Leeswijzer ...................................................................................................................................................................................................... 8 1.
Context en kaders ................................................................................................................................................. 9 1.1. Organisatie Stichting Waternet ........................................................................................................................................... 9 1.1.1. Oprichting ............................................................................................................................................................................... 9 1.1.2. Directie ..................................................................................................................................................................................... 9 1.1.3. Bestuur ..................................................................................................................................................................................... 9 1.2. Andere water-gerelateerde organisaties die voor het onderzoek van belang zijn ................................... 10 1.2.1. Stichting Wereld Waternet ........................................................................................................................................... 10 1.2.2. Koninklijk Nederlands Waternetwerk ....................................................................................................................
10 1.2.3. International Water Conferences .............................................................................................................................. 11 1.3. Kaders omtrent integriteit binnen Waternet ............................................................................................................. 11 1.3.1. Integriteitsbeleid bij DWR ............................................................................................................................................ 13 1.3.2. Integriteitsbeleid bij Waternet ................................................................................................................................... 13 1.3.3. Aandacht voor de specifieke positie van de directeur ..................................................................................... 15
2.
Bevindingen onderzoekslijnen ............................................................................................................................ 17 2.1. Moorga / Organisatie ID en informatie over Kruize als vennoot ...................................................................... 17 2.1.1. Ontwikkelingen ten aanzien van de onderneming Moorga / Organisatie ID ........................................ 17 2.1.2. Betrokkenheid dhr. Kruize bij Moorga / Organisatie ID ................................................................................. 18 2.1.3. Bekendheid nevenfuncties en het vennootschap van Moorga ..................................................................... 18 2.1.4. Overige afwegingen omtrent het voorkomen van mogelijke belangenverstrengeling ..................... 20 2.2. Analyse betalingen van Waternet aan Moorga / Organisatie ID ....................................................................... 21 2.2.1. Duiding betalingen van Waternet aan Moorga / Organisatie ID ................................................................. 21 2.2.2. Facturen IWC en KNW aan Waternet ...................................................................................................................... 21 2.3.
Inzet medewerkers Waternet voor congressen ....................................................................................................... 22 2.3.1. Inzet medewerkers Waternet voor congressen van KNW/IWC .................................................................. 22 2.3.2. Aard van betrokkenheid medewerkers Waternet voor congressen van KNW/IWC ......................... 22 2.4. Overige onderzoekslijnen ................................................................................................................................................... 22 2.4.1. Afgeschreven goederen ................................................................................................................................................. 22 2.4.2. Fitnessdiensten ................................................................................................................................................................. 23
3.
Conclusies ........................................................................................................................................................... 24
4.
Aanbevelingen integriteitszorg ........................................................................................................................... 26
5.
Zienswijzen.......................................................................................................................................................... 28
3
5.1.
Zienswijze dhr. Kruize .......................................................................................................................................................... 28
5.2.
Zienswijze Waternet ............................................................................................................................................................. 29
Bijlage 1.
Overzicht geïnterviewden..................................................................................................................... 30
Bijlage 2.
Overzicht personen met bestuurlijke verantwoordelijkheid voor Waternet, periode 2002-2022 ...... 31
4
Inleiding en onderzoeksverantwoording Aanleiding en doelstelling Op 18 september 2023 kopte de NRC: “Oud-Waternetbaas gunde jarenlang klussen aan familie”. Volgens de berichtgeving gaat het daarbij om de organisatie van congressen door het congresbureau Moorga (later Organisatie ID), dat op naam stond van de directeur van Waternet, dhr. Kruize, diens vrouw en later diens zoon en zijn vrouw. Naar aanleiding van dit bericht is er door de ambtelijke organisatie van Waternet op donderdag 28 september contact gezocht met Necker van Naem Integriteit B.V. (hierna: Necker) over de uitvoering van een integriteitsonderzoek in opdracht van het stichtingsbestuur van Waternet. Na de berichtgeving over het onderzoek zijn er bij de interim algemeen directeur verschillende signalen over deze berichtgeving binnengekomen. Door het stichtingsbestuur is besloten om deze signalen te betrekken in het onderzoek. Daarmee richt dit onderzoek zich op de volgende zaken: • • • •
Mogelijke belangenverstrengeling die voortkomt uit de betrokkenheid van dhr. Kruize bij opdrachtverlening aan Moorga / Organisatie ID en zijn positie als vennoot van Moorga / Organisatie ID. Mogelijke betrokkenheid van familieleden van dhr. Kruize bij het leveren van diensten aan Waternet rond de fitnessvoorziening. De mate waarin de belangen van dhr. Kruize in Moorga / Organisatie ID bekend waren bij Waternet, het waterschap, de gemeente en de International Water Week en welke afspraken daarover zijn gemaakt. De omgang van dhr. Kruize met economisch afgeschreven (of bijna afgeschreven) goederen van Waternet en de vraag of dit passend was gezien de hiervoor geldende kaders. Voor deze vraag naar de omgang met economisch afgeschreven goederen is afgesproken uit te gaan van beschikbare concrete signalen; een onderzoek naar alle afspraken die in de afgelopen twintig jaar zijn gemaakt met individuele medewerkers over de omgang met afgeschreven laptops, telefoons en andere goederen is niet proportioneel geacht.
Het doel van dit onderzoek is om de feiten in beeld te brengen op de bovengenoemde punten en conclusies te trekken over mogelijk(e) belangenverstrengeling, onrechtmatigheid van handelen of de schending van de afgelegde ambtseed of andere integriteitskaders. Daarnaast had het onderzoek tot doel om uit te zoeken welke controlemechanismen er zijn of kunnen worden ontwikkeld om belangenverstrengeling binnen Waternet te voorkomen.
Vraagstelling In een integriteitsonderzoek staan eerst de vragen naar de geldende kaders en naar de feiten centraal om vervolgens de duiding van de feiten te kunnen geven. Voor dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen onderscheiden:
5
Kaders 1. Welke regels golden er in de periode dat dhr. Kruize algemeen directeur was op het gebied van nevenfuncties en neveninkomsten van medewerkers, bestuurders en familieleden? 2. Wie droegen er in de periode 2002-2022 bestuurlijke verantwoordelijkheid voor Waternet? Feiten en omstandigheden – opdrachtverlening 3. Wie waren de vennoten van Moorga / Organisatie ID in de periode 2002-2022? 4. Welke opdrachten zijn door of via dhr. Kruize en/of anderen binnen Waternet in de periode 2002-2022 verstrekt aan Moorga / Organisatie ID? 5. Zijn er opdrachten verstrekt door dhr. Kruize en/of door anderen binnen Waternet aan familieleden van dhr. Kruize voor het leveren van fitnessdiensten en zo ja, hoe zijn deze opdrachtverleningen tot stand gekomen? Feiten en omstandigheden - kosten voor Waternet 6. Welke kosten zijn er door Waternet gemaakt voor het bijwonen van door Moorga / Organisatie ID georganiseerde congressen? 7. Werden medewerkers van Waternet ingezet voor de organisatie van congressen van Moorga / Organisatie ID en zo ja, op welke wijze? Feiten en omstandigheden - afspraken 8. Wat was er binnen Waternet, de gemeente Amsterdam of het waterschap bekend over de opdrachtverleningen door of via dhr. Kruize c.q. door Waternet aan Moorga / Organisatie ID? 9. Wat was er binnen Waternet, de gemeente Amsterdam of het waterschap bekend over de status van dhr.
Kruize als vennoot van Moorga / Organisatie ID? 10. Welke afwegingen zijn er gemaakt door dhr. Kruize of anderen omtrent opdrachten aan Moorga / Organisatie ID, het zijn van vennoot en het voorkomen van mogelijke belangenverstrengeling? Feiten en omstandigheden - omgang met economisch afgeschreven goederen 11. Welke signalen zijn er over de omgang met economisch (nagenoeg) afgeschreven goederen door dhr. Kruize, zowel voor zijn eigen gebruik als richting andere medewerkers? 12. Wat was - op hoofdlijnen - de werkwijze ten aanzien van de omgang met economisch (nagenoeg) afgeschreven goederen bij Waternet in de periode 2002-2022, zowel bij uitdiensttreding als gedurende het dienstverband? Verbeteringen 13. Welke controlemechanismen zijn er of kunnen worden ontwikkeld om te voorkomen dat belangenverstrengeling plaatsvindt binnen Waternet? Toetsing 14. Is er door het handelen van dhr. Kruize sprake geweest van belangenverstrengeling? 15. Hebben dhr. Kruize of Waternet uitvoering gegeven aan onrechtmatig handelen? 16. Hoe verhoudt het handelen van dhr. Kruize zich tot de inhoud van een eventueel afgelegde ambtseed of tot andere integriteitskaders van Waternet?
6
Werkwijze Onderzoeksperiode De onderzoeksperiode beslaat de tijd dat dhr. Kruize directeur van Waternet (en daarvoor Dienst Waterbeheer en Riolering) was (2002- 1 maart 2022). In 2006 is Waternet opgericht. Opdrachtgeverschap Tijdens het offertetraject is door Waternet aangegeven dat er tussen dhr. Kruize en de huidige onafhankelijk voorzitter van het stichtingsbestuur, dhr. Den Blanken, een privérelatie bestaat. Er is daarom besloten om de voorzitter geen rol te geven in het opdrachtgeverschap van het onderzoek. Dhr. Den Blanken is wel geïnterviewd, vanuit zijn rol en positie als huidige voorzitter van het stichtingsbestuur. Voor de aansturing van het onderzoek is een gedelegeerd opdrachtgever aangewezen, de huidige directeur van Waternet. Verrichte werkzaamheden In de periode tussen november 2023 en maart 2024 heeft Necker uitvoering gegeven aan de werkzaamheden die nodig waren om de onderzoeksvragen te beantwoorden. Documentanalyse Er is een uitgebreid informatieverzoek gedeeld met de gedelegeerd opdrachtgever. De aangeleverde documentatie is bestudeerd. Interviews In twee rondes zijn gesprekken gevoerd met intern en extern betrokkenen. Door de opdrachtgever is een lange lijst met namen van mogelijk relevante functionarissen aangeleverd.
Op basis van deze lijst en de bevindingen uit de documentanalyse hebben de onderzoekers bepaald wie uitgenodigd zou worden voor een interview. Van de interviews zijn verslagen gemaakt, die ter accordering zijn voorgelegd aan de geïnterviewden. Daarna zijn de verslagen definitief gemaakt. Met dhr. Kruize hebben twee interviews plaatsgevonden, waarvan het tweede gesprek gericht was op het kunnen beantwoorden van specifieke vragen die na afronding van de andere werkzaamheden nog open stonden. Een voormalig directielid, heeft afgezien van een interview om hem moverende redenen. Gegeven de betrokkenheid van andere (al dan niet voormalige) directieleden in de interviews, heeft dit geen gevolgen voor de bevindingen. De twee leden van het stichtingsbestuur die het Waterschap Amstel Gooi en Vecht en de gemeente Amsterdam vertegenwoordigen hebben afgezien van een interview omdat zij er de voorkeur aan gaven alleen als opdrachtgever betrokken te zijn. Aangezien deze beide bestuurders zijn aangetreden na de pensionering van dhr. Kruize, heeft dit geen gevolgen voor de bevindingen ten aanzien van de deelvragen over dhr. Kruize. Analyse facturen De aangeleverde informatie over facturen en bestelaanvragen is geanalyseerd. Waar dit tot vragen leidde, zijn deze vragen besproken met twee medewerkers van Waternet.
7
Open lijn Waternet heeft in overleg met Necker medewerkers de mogelijkheid geboden om zich, zonder tussenkomst van Waternet, gedurende een afgebakende periode te kunnen melden bij Necker. Hier is voor gekozen om te zorgen dat iedereen zich kon melden met relevante signalen en om te voorkomen dat na afronding van het onderzoek alsnog signalen naar boven komen die relevant zouden zijn geweest voor het onderzoek. Gevraagd is naar concrete situaties waarin er binnen Waternet mogelijk sprake was van belangenverstrengeling, in de ruimste zin van het woord. In het kader van deze ‘open lijn’ heeft één oud-medewerker contact gezocht met Necker. Dit heeft niet tot nieuwe bevindingen of andere onderzoeksvragen geleid. Wederhoorprocedure Om tot een definitieve rapportage te komen hebben de volgende stappen plaatsgevonden in het wederhoorproces. Van 4 maart 2024 tot 18 maart 2024 heeft dhr. Kruize de onderzoeksverantwoording, hoofdstukken 1 en 2 kunnen lezen. Hij is gevraagd om eventuele feitelijke onjuistheden te benoemen en te onderbouwen wat wel juist zou zijn. Op 15 maart is de reactie van dhr. Kruize ontvangen. Van 18 maart 2024 tot 1 april 2024 heeft de gedelegeerd opdrachtgever van Waternet de onderzoeksverantwoording, hoofdstukken 1 en 2 kunnen lezen. Gevraagd is om eventuele feitelijke onjuistheden te benoemen en te onderbouwen wat wel juist zou zijn.
Het gehele rapport, inclusief de conclusies van de onderzoekers, is tussen 9 april 2024 en 29 april 2024 voorgelegd aan dhr. Kruize en aan de gedelegeerd opdrachtgever van Waternet voor een zienswijze. De zienswijzen zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
Leeswijzer Dit rapport is opgebouwd uit 5 hoofdstukken. Na deze inleiding en onderzoeksverantwoording staat in dit rapport: -
in hoofdstuk 1 wat de betreffende kaders waren ten aanzien van nevenfuncties en neveninkomsten, evenals een overzicht van de relevante organisaties; in hoofdstuk 2 wat de bevindingen zijn ten aanzien van de onderzoekslijnen; in hoofdstuk 3 wat de conclusies zijn met betrekking tot de onderzoekslijnen; in hoofdstuk 4 wat de aanbevelingen zijn voor de integriteitszorg van Waternet, gericht op het voorkomen van belangenverstrengeling in de toekomst; in hoofdstuk 5 de zienswijzen van dhr. Kruize en de opdrachtgever; in de bijlagen een overzicht van de geïnterviewde personen en van de personen met bestuurlijke verantwoordelijkheid voor Waternet vanaf de oprichting van de stichting.
8
1. Context en kaders Opmerking vooraf Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden is het belangrijk om de bestuurlijke context van een aantal verschillende organisaties die actief zijn in de waterwereld in kaart te brengen. We schetsen daarom eerst hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor Stichting Waternet is georganiseerd en welke andere organisaties van belang zijn voor dit onderzoek. Vervolgens werken we uit wat de relevante (interne) kaders zijn binnen Stichting Waternet als het gaat om nevenfuncties en neveninkomsten van medewerkers, bestuurders en familieleden.
1.1. Organisatie Stichting Waternet 1.1.1. Oprichting In december 1996 werd de Stichting Dienst Waterbeheer en Riolering Amsterdam en Amstel, Gooi en Vecht (hierna: DWR) opgericht. De DWR was een samenwerking tussen het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (hierna: AGV) en de gemeente Amsterdam. DWR werd per 1 januari 2006 samengevoegd met het gemeentelijk waterleidingbedrijf van Amsterdam (WLB). Zo ontstond Stichting Waternet (hierna: Waternet). Waternet behield de taken die DWR uitvoerde en kreeg een extra taak: de beleidsvoorbereiding en uitvoering in het kader van de (drink)watervoorziening. In de samenwerkingsovereenkomst tussen Waternet, de gemeente Amsterdam en het waterschap AGV is bepaald dat het waterschap AGV en het gemeentebestuur van Amsterdam de verantwoordelijkheid voor en de zeggenschap over de werkzaamheden van Waternet behouden voor zover vallend onder hun publiekrechtelijke bevoegdheid. De gemeente Amsterdam blijft verantwoordelijk voor, de zorg voor de drinkwatervoorziening, de uitvoering van het rioolbeheer, de zorg voor het ondiepe grondwater en de aanleg en het onderhoud voor de natte infrastructuur. Het waterschap AGV blijft verantwoordelijk voor het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer, de zorg voor de waterkeringen en de overige taken die aan AGV zijn of worden opgedragen.
De gemeente Amsterdam en het waterschap AGV verstrekken jaarlijks een mandaat voor deze taken aan Waternet. 1.1.2. Directie Waternet heeft een directie bestaande uit meerdere personen. De algemeen directeur is onderdeel van de directie van Waternet. Dhr. Kruize was vanaf 1997 in dienst bij DWR als directeur Afvalwaterbeheer. Vanaf de oprichting van Waternet, begin 2006, werd dhr. Kruize algemeen directeur van Waternet. Dit bleef hij tot 1 maart 2022. 1.1.3. Bestuur Het bestuur van de stichting Waternet bestaat uit de dijkgraaf van het waterschap AGV, de wethouder van de gemeente Amsterdam met het onderwerp water in zijn of haar portefeuille en een onafhankelijke voorzitter. Het stichtingsbestuur is belast met het houden van toezicht op de algemene gang van zaken binnen Waternet en de vervulling van de taken die aan de directie zijn
9
opgedragen. Een overzicht van de personen die in de periode 2002-2022 deel waren van het stichtingsbestuur is opgenomen in bijlage 2.1 De algemeen directeur van Waternet legt verantwoording af aan het stichtingsbestuur over de bedrijfsvoering. In de samenwerkingsovereenkomsten is opgenomen dat het bestuur periodiek, minimaal twee keer per jaar, overleg voert met de directie. In het overleg is de interne organisatie van Waternet onderwerp van gesprek en bespreekt het bestuur de ontwikkelingen en voortgang van de organisatie van Waternet.
1.2. Andere water-gerelateerde organisaties die voor het onderzoek van belang zijn 1.2.1. Stichting Wereld Waternet Stichting Wereld Waternet is een stichting die in 2007 is opgericht op initiatief van Waternet. In de akte van oprichting is opgenomen dat de stichting ten doel heeft om bij te dragen aan een duurzame oplossing van de wereld waterproblematiek in het algemeen en daarmee een bijdrage wil leveren aan de realisatie van de VN-millenniumdoelstellingen. De stichting Wereld Waternet is een algemeen nut beogende instelling. Een vereiste voor de samenstelling van het bestuur van de stichting Wereld Waternet is dat de meerderheid van het bestuur van de stichting geen bestuurder, werknemer of functionaris is van (Stichting) Waternet, de gemeente Amsterdam of het hoogheemraadschap AGV. Voordat Wereld Waternet een aparte stichting was, vonden vergelijkbare werkzaamheden plaats vanuit Waternet. Bestuursleden ontvangen volgens de statuten geen vergoeding. Op detacheringsbasis worden werknemers van Waternet ingezet voor Stichting Wereld Waternet. Stichting Wereld Waternet betaalt een vergoeding voor de inzet van werknemers van Waternet. 1.2.2.
Koninklijk Nederlands Waternetwerk Het Koninklijk Nederlands Waternetwerk (KNW) is op 1 januari 2009 ontstaan vanuit een fusie van de Koninklijke Vereniging Waterleidingbelangen Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Afvalwaterbehandeling en Waterbeheer. Het KNW is een vereniging zonder winstoogmerk, voor en door waterprofessionals. De leden zijn als waterprofessional werkzaam in waterschappen, het onderwijs, onderzoek, drinkwaterbedrijven of ingenieursbureaus. Het KNW draait om het delen van kennis en innovatie op het gebied van water en is daarnaast een plaats om te netwerken. Professionals zijn als persoon lid van KNW. Daarnaast zijn er begunstigende leden. De begunstigende leden zijn geen personen maar organisaties. De meeste waterschappen zijn begunstigend lid. Daarnaast zijn er ook enkele bedrijven die begunstigend lid zijn. Begunstigende leden zijn geen lid van de vereniging en hebben geen stemrecht of andere positie in de besluitvorming. Stichting Waternet is begunstigend lid van het KNW. Verschillende medewerkers van Waternet zijn als persoon lid van de vereniging. Het bestuur van de vereniging wordt uit de leden samengesteld. Dhr. Kruize was als persoon – dus niet namens Stichting Waternet – lid van het
1 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 2: "Wie droegen er in de periode 2002 – 2022
bestuurlijke verantwoordelijkheid voor Waternet."
10
bestuur tussen november 2006 en 1 januari 2015, en vervulde in die periode vanaf oktober 2009 de rol van voorzitter.23 Hier stond geen vergoeding voor dhr. Kruize tegenover. 1.2.3. International Water Conferences De stichting International Water Conferences (IWC) is opgericht door één van de voorlopers van het KNW. Het is een zelfstandige stichting, die de congressen namens het KNW organiseert, zodat de vereniging niet het financiële risico voor deze organisatie draagt. De stichting is sinds 1984 actief (voorbereiding oprichting vond plaats in 1983, aanvankelijk heette de stichting Stichting International Conferences (SIC)). De IWC organiseert zowel kleine als grote congressen, waaronder de Amsterdam International Water Week. Het KNW-bestuur draagt de bestuursleden van de IWC voor. Alleen de directeur van het KNW zit qualitate qua in het bestuur van IWC als secretaris. Andere bestuursleden van de IWC hebben zitting in het bestuur omdat ze actief zijn in de waterwereld. Dhr. Kruize was vanaf de oprichting in 1983 lid van de SIC/IWC. Dhr. Kruize was van 1 november 1989 tot 1 januari 2013 als persoon lid van het bestuur van de stichting IWC.4 Hier stond geen vergoeding voor dhr. Kruize tegenover.
1.3. Kaders omtrent integriteit binnen Waternet Beschikbaarheid vastgestelde kaders Om de onderzoeksvragen te beantwoorden is in kaart gebracht welke (interne) regels bij Waternet van kracht waren op het gebied van nevenfuncties en neveninkomsten van medewerkers, bestuurders en familieleden in de voor dit onderzoek relevante periode.5 Dhr. Kruize is van 2002 tot 2006 directeur geweest van de Dienst Waterbeheer en Riolering, en van 2006 tot 2022 algemeen directeur van Waternet. In deze periode zijn er verschillende kaders geweest waarin regels en afspraken zijn opgenomen over nevenfuncties en neveninkomsten. Onderstaand is uitgewerkt welke regels in welke periode van toepassing waren. Ondanks de inzet om alle relevante documentatie over de periode 2002 - 2022 terug te vinden is niet alle relevante documentatie beschikbaar gebleken. Op verschillende momenten in de geschiedenis van Waternet is er gewerkt aan de interne integriteitshuishouding. De eerste vastgestelde gedragscode die de onderzoekers hebben kunnen inzien ,, is de gedragscode uit 2012. Het inzicht van de onderzoekers in de door Waternet vastgestelde normen ten aanzien van nevenfuncties en nevenwerkzaamheden gaat daardoor niet verder terug dan 2012. Ten aanzien van de vier jaar dat dhr. Kruize directeur van de DWR was en de eerste zes jaar dat dhr.
Kruize directeur van Waternet was (de periode 2002 – 2012) is geen vastgestelde normering uit interne integriteitskaders gevonden. Er zijn wel documenten ter voorbereiding op besluitvorming ten aanzien van integriteitskaders gevonden (uit 2008), maar de status van deze documenten is onbekend. Ook is uit het onderzoek gebleken dat er in 2003 binnen
2 In de KvK-historie van KNW is alleen de functietitel van voorzitter opgenomen, voor de periode 24/11/2006
- 1/1/2015. Dhr. Kruize heeft zelf aangegeven dat hij, alvorens hij voorzitter werd, bestuurslid was van KNW. 3 KvK-historie KNW 4 KVK-historie IWC 5 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 1: "Welke regels golden er in de periode dat dhr. Kruize algemeen directeur wat op het gebied van nevenfuncties en neveninkomsten van medewerkers, bestuursleden en familieleden?"
11
DWR een vastgestelde gedragscode 'Helder Water' van toepassing was, maar deze gedragscode zelf bleek niet meer beschikbaar binnen Waternet. Handvatten uit de CAO Tot slot is in het licht van de analyse van de kaders nog goed om te benoemen dat in de arbeidsvoorwaardenregeling respectievelijk de CAO voor de waterschappen is vastgelegd wat organisaties moeten regelen op dit gebied. Hoewel Waternet als privaatrechtelijke rechtspersoon formeel gezien niet de ambtelijke organisatie van het waterschap AGV (of de gemeente Amsterdam) is, viel het personeel van DWR en later Waternet sinds 2001 wel onder de zogenaamde Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (hierna: SAW) en valt het sinds 2020 onder de CAO Werken voor waterschappen (hierna: CAO). Zoals gebruikelijk stelden en stellen de betrokken werkgevers en vakbonden periodiek een nieuwe SAW respectievelijk een nieuwe CAO vast. De oudste versie van de SAW die de opdrachtgever van dit onderzoek kon aanleveren, is de versie van 1 november 2015. In deze versie zijn in het negende hoofdstuk bepalingen omtrent integriteit opgenomen.
In artikel 9.2 eerste lid onder b tot en met e van de SAW die van kracht was in de periode van 1 november 2015 tot 1 januari 2020 was het volgende opgenomen ten aanzien van nevenfuncties: Artikel 9.2, lid 16 Voor zover deze onderwerpen niet bij of krachtens de wet zijn geregeld, worden voor de ambtenaren, door het waterschap aangesteld, voorschriften vastgesteld over:
a. de verplichte aflegging van de eed of belofte door de ambtenaar bij zijn aanstelling; b. de melding en de registratie van nevenwerkzaamheden die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken;
c. de openbaarmaking van de krachtens onderdeel b geregistreerde nevenwerkzaamheden van ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van nevenwerkzaamheden noodzakelijk is;
d. het verbieden van nevenwerkzaamheden waardoor de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd; e. de melding van financiële belangen respectievelijk van het bezit van en transacties in effecten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken voor ambtenaren aangesteld in een functie waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is;
f. een procedure voor het omgaan met bij een ambtenaar levende vermoedens van misstanden binnen de organisatie waar hij werkzaam is.
6 Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen waterschapspersoneel, deel 1, 1 november 2015 - geldig tot 30
december 2019.
12
1.3.1. Integriteitsbeleid bij DWR DWR heeft van 1997 tot 2006 uitvoering gegeven aan een deel van de taken die nu onderdeel zijn van het takenpakket van Waternet. Dhr. Kruize was vanaf 1997 in dienst bij DWR, daarmee waren de integriteitskaders van DWR ook van toepassing op het handelen van dhr. Kruize in die periode. Dit onderzoek richt zich op de periode 2002 – 2022. Voor DWR is daarom specifiek de periode van 2002 tot 2006 relevant. Gedragscode DWR Zoals aangegeven is er over de geldende regels en integriteitskaders binnen DWR beperkt informatie terug te vinden. Gebleken is dat er in 2001 een werkgroep integriteit is geweest die zich heeft gebogen over het opstellen van een gedragscode. Deze gedragscode is vervolgens besproken in het MO van 29 januari 2002 waarin besloten is om de gedragscode ter advies voor te leggen aan de ondernemingsraad alvorens tot vaststelling over te gaan. Onduidelijk is of deze gedragscode ook daadwerkelijk is vastgesteld. We nemen een passage uit deze gedragscode hier op, om een beeld te schetsen van de wijze waarop binnen de organisatie aandacht werd besteed aan het onderwerp nevenwerkzaamheden. Ten aanzien van nevenwerkzaamheden is in de bovengenoemde gedragscode het volgende opgenomen: Ingevolge de SAW geldt een verplichte meldingsplicht voor nevenwerkzaamheden en een verbod van sommige functies.
Deze meldingsplicht geldt voor nevenwerkzaamheden die een goede vervulling van de (hoofd)functie in de weg kunnen staan. Dit ter beoordeling van de leidinggevende. Onder nevenwerkzaamheden worden verstaan alle betaalde en onbetaalde werkzaamheden, die naast de reguliere werkzaamheden bij DWR in eigen tijd worden uitgevoerd. Bij DWR geldt de regeling dat voor nevenfuncties en nevenwerkzaamheden toestemming van de directie nodig is. Die beoordeelt of geen belangverstrengeling optreedt en of integriteitsaspecten in het geding zijn. Zo moet bijvoorbeeld voorkomen worden, dat medewerkers een functie aanvaarden bij organisaties of bedrijven die een werkrelatie met DWR hebben of opdrachten krijgen. Ook is in de gedragscode opgenomen dat nieuwe medewerkers van DWR met ingang van 1 juli 2002 een eed of belofte afleggen, en dat huidige medewerkers hier een schriftelijke verklaring over ondertekenen. 1.3.2. Integriteitsbeleid bij Waternet Beleidsnotitie 2008: Evaluatie integriteitsbeleid In een beleidsnotitie uit 2008 wordt voorgesteld dat Waternet aan de slag gaat met een integriteitsbeleid en een projectgroep Integriteit (PI) de uitwerking en implementatie voor haar rekening neemt.7 In de beleidsnotitie zijn enkele bepalingen opgenomen die betrekking hebben op nevenfuncties.
Er is niet vast komen te staan dat dit heeft geresulteerd in een vastgestelde gedragscode; door de opdrachtgever van dit onderzoek is geen vastgestelde gedragscode aangeleverd.
7 Notitie 'Beleid Integriteit', 8 januari 2008.
13
Omdat er geen vastgestelde gedragscode uit deze periode lijkt te zijn, nemen we de inhoud van de beleidsnotitie op in de rapportage om een beeld te schetsen van de aandacht voor het onderwerp nevenwerkzaamheden. Over nevenfuncties staat het volgende beschreven: Medewerkers zijn verplicht om bij aanstelling nevenwerkzaamheden die raakvlakken hebben met de functievervulling te melden, waarna de organisatie deze registreert. Aan de hand van door bureau Integriteit vastgestelde criteria worden de nevenwerkzaamheden getoetst. Tevens is verplicht gesteld dat nevenwerkzaamheden openbaar worden gemaakt. De PI zal bezien of een inhaalslag met betrekking tot het onderwerp nevenwerkzaamheden noodzakelijk is. In dezelfde beleidsnotitie staat meer informatie over financiële belangen: Er moeten nadere voorschriften worden opgesteld t.a.v. financiële belangen respectievelijk het bezit van transacties en effecten in het kader van financiële belangenverstrengeling. (…) De PI zal functies aanwijzen waarvoor een waarvoor een [sic] meldplicht geldt. De melding van deze financiële belangen weegt zwaarder dan die van de nevenwerkzaamheden. Of en waar deze belangverstrengeling [sic] zich binnen Waternet manifesteert zal in de inventarisatie moeten worden meegenomen. Gedragscodes integriteit Waternet De eerste gedragscode waarvan duidelijk is dat die is vastgesteld is de gedragscode uit 2012.
Deze gedragscode is door de directie van Waternet vastgesteld. In de gedragscode staan geen bepalingen over nevenwerkzaamheden. Ten aanzien van financiële belangen staat het volgende opgenomen: U bent zich ervan bewust dat financiële belangen in de privésfeer een onafhankelijke besluitvorming in de weg zouden kunnen staan of de schijn daarvan zouden kunnen hebben. U vermijdt risico’s als u vanuit uw functie een relatie heeft (of kan krijgen) met een bedrijf waarin u een persoonlijk financieel belang heeft, en bespreekt dit met uw leidinggevende of met diens leidinggevende. De gedragscode bevat ook enkele bepalingen over de schijn van belangenverstrengeling. Hierover is het volgende opgenomen: U bent alert op situaties in uw werk waarin u met privérelaties te maken krijgt. U licht uw afdelingshoofd in over aanvragen en offertes van vrienden, familieleden of bedrijven waarin familie of vrienden werkzaam zijn of waar zij belangen in hebben. Om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen laat u deze aanvragen altijd behandelen door een door uw leidinggevende aangewezen persoon. In september 2016 stelt Waternet een nieuwe gedragscode vast. Opnieuw staan hier geen bepalingen over nevenwerkzaamheden in. De bepalingen over financiële belangen en over de schijn van belangenverstrengeling zijn hetzelfde als in 2012.
Personeelshandboek als geldend integriteitskader Vanaf 2020 zijn de integriteitskaders vastgelegd in het personeelshandboek. De directie besluit op 9 oktober 2019 de hoofdstukken 4 en 8 van het personeelshandboek Waternet goed te keuren en deze hoofdstukken vanaf 1 januari 2020 onderdeel te laten zijn van het geldende personeelsbeleid.8 8 Personeelshandboek Waternet hoofdstuk 4 en 8.
14
Alle regelingen waar deze hoofdstukken op zijn gebaseerd komen per 1 januari 2020 te vervallen. De directie vraagt de OR kennis te nemen van de hoofdstukken 4 en 8 van het personeelshandboek Waternet en in te stemmen met de beslissingen van de directie zoals hierboven genoemd. Hoofdstuk 8 van het personeelshandboek wordt daarmee het integriteitsbeleid van Waternet.9 In dit hoofdstuk is ook een gedragscode voor medewerkers opgenomen. In deze gedragscode staan ook bepalingen over financiële belangen en de schijn van belangenverstrengeling. Ten aanzien van financiële belangen is het volgende opgenomen:
Wees je ervan bewust dat privé financiële belangen een onafhankelijke besluitvorming in de weg kunnen staan of de schijn daarvan kunnen hebben.
Vermijd het risico dat je vanuit je functie een relatie hebt of krijgt met een bedrijf waar je ook een persoonlijk financieel belang in hebt. Als dat zich voordoet, bespreek dat dan met je leidinggevende of met diens leidinggevende.
Ten aanzien van belangenverstrengeling is het volgende opgenomen:
Wees alert op situaties in het werk waarin privérelaties voorkomen.
Licht het afdelingshoofd in over aanvragen en offertes van vrienden en familieleden, van bedrijven waarin familie of vrienden werkzaam zijn of van bedrijven waar zij belangen in hebben.
Laat deze aanvragen altijd behandelen door een collega die je leidinggevende heeft aangewezen, om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen.
Over nevenwerkzaamheden is in paragraaf 8.6 van het personeelshandboek van Waternet het volgende vastgelegd: De medewerker heeft zelf de verantwoordelijkheid om te beoordelen of de nevenwerkzaamheden die hij verricht, of die hij van plan is te aanvaarden, schadelijk kunnen zijn voor de dienst en daarom verboden zijn. Nevenwerkzaamheden die een goede uitvoer van de werkzaamheden kunnen belemmeren of waarbij belangenverstrengeling kan optreden, moeten worden gemeld en besproken met de leidinggevende. Waternet mag in dergelijke gevallen toestemming om deze activiteiten te gaan uitvoeren weigeren. Eerder gegeven toestemming kan eveneens worden ingetrokken wanneer dit in het belang is van een goede, integere vervulling van de functie. 1.3.3. Aandacht voor de specifieke positie van de directeur In geen van de gegeven kaders wordt expliciet aandacht besteed aan de regels voor de specifieke positie van de algemeen directeur. Hoewel bijvoorbeeld is vastgelegd dat medewerkers nevenfuncties melden bij de leidinggevende, is niet gespecificeerd hoe dit werkt waar het de directeur betreft. De leidinggevende van de algemeen directeur is, zo blijkt uit de statuten, het stichtingsbestuur.10 Hieruit volgt dat de directeur van Waternet zijn nevenfuncties meldt bij het
9 Directievoorstel personeelshandboek Waternet, 9 oktober 2019. 10 Statuten Waternet 2005/2011, art. 7.2
15
stichtingsbestuur. . Ten aanzien van de afspraken over integriteit die met dhr. Kruize zijn gemaakt, is verder nog het volgende relevant:
In 2003 heeft dhr. Kruize een verklaring ondertekend, waarmee hij verklaart ‘de Gedragscode integriteit van AGV/DWR Helder Water van maart 2003 in ontvangst te hebben genomen en de daarin aangegeven regels, normen en waarden bij AGV/DWR te respecteren en overeenkomstig die regels, normen en waarden te handelen. De betreffende gedragscode is door de opdrachtgever van dit onderzoek niet teruggevonden. Binnen Waternet is op een gegeven moment ingesteld dat nieuwe medewerkers de ambtseed of gelofte afleggen. Dhr. Kruize heeft zelf geen ambtseed of gelofte afgelegd.
16
3. Conclusies 1. Er is geen sprake van belangenverstrengeling door dhr. Kruize21 De belangrijkste conclusie van dit onderzoek is dat dhr. Kruize zich niet schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling. Vanuit Waternet zijn geen opdrachten verstrekt aan Moorga / Organisatie ID. De werkzaamheden die Moorga verrichtte voor congressen in de watersector, werden uitgevoerd in opdracht van andere organisaties (KNW / IWC). Dhr. Kruize vervulde zijn nevenfuncties bij IWC en KNW op persoonlijke titel. Daarmee is dit geen verantwoordelijkheid van Waternet. Dat dhr. Kruize deze nevenfuncties vervulde, was bekend bij het Stichtingsbestuur en de directie van Waternet. Los daarvan: dhr. Kruize was niet betrokken bij en had geen operationele verantwoordelijkheid voor de opdrachtverleningen aan Moorga / Organisatie ID vanuit KNW of IWC. Degenen die dat wel hadden waren – inclusief medebestuurders – op de hoogte van de persoonlijke relatie tussen dhr. Kruize en Moorga / Organisatie ID.22 Vanaf 2011 had dhr. Kruize zelf geen betrokkenheid meer bij Moorga / Organisatie ID. Voor die tijd was hij vennoot. 2. Medewerkers van Waternet werden niet ingezet voor het organiseren van congressen Moorga / Organisatie ID organiseerde zelf geen congressen. Moorga / Organisatie ID leverde in opdracht van KNW en IWC ondersteunende werkzaamheden.
Daar waar er betrokkenheid is van medewerkers van Waternet aan deze zelfde congressen, ziet dat op een heel ander soort bijdrage. Medewerkers waren betrokken vanuit hun professionele expertise. Het gaat dan bijvoorbeeld om inhoudelijk bijdragen aan het programma. Tijdens de meest recente Amsterdam International Water Week (waar dhr. Kruize dus geen betrokkenheid meer bij had) was dit ook het geval. 3. Inzet Moorga voor ondersteunende werkzaamheden bij watergerelateerde congressen was bekend Dat Moorga in opdracht van KNW/IWC werd ingezet voor ondersteunende werkzaamheden bij congressen, was breed bekend – bij het stichtingsbestuur, en bij directieleden van Waternet. Naar de betrokkenheid van dhr. Kruize bij Moorga is in 2011 onderzoek gedaan door de gemeente Amsterdam. Toen is geconcludeerd dat er geen sprake was van belangenverstrengeling en dat voor de toekomst, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, het terugtreden als vennoot een passende maatregel zou zijn. Dit is vervolgens geeffectueerd.
21 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 14: "Is er door het handelen van dhr. Kruize sprake
geweest van belangenverstrengeling?" 22 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvragen 8 en 9: "Wat was er binnen Waternet, de gemeente Amsterdam of het waterschap bekend over de opdrachtverleningen door of via dhr. Kruize c.q. door Waternet aan Moorga / Organisatie ID?", "Wat was er binnen Waternet, de gemeente Amsterdam of het waterschap bekend over de status van dhr. Kruize als vennoot van Moorga / Organisatie ID?"
24
4. Geen sprake van onrechtmatig handelen door dhr. Kruize Er zijn in het onderzoek geen handelingen van dhr. Kruize bekend geworden waarmee Waternet is benadeeld, dan wel Moorga / Organisatie ID is bevoordeeld. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen.23 5. Er zijn geen integriteitskaders geschonden door dhr. Kruize Vanaf 2012 gelden er ten aanzien van nevenfuncties afspraken binnen Waternet. Deze afspraken zijn niet geschonden. 6. Geen ambtseed geschonden door dhr. Kruize Het afleggen van de ambtseed is binnen Waternet op een gegeven moment ingevoerd voor nieuwe medewerkers, niet voor zittende medewerkers. Dhr. Kruize heeft geen ambtseed afgelegd en daarmee kan er van schending geen sprake zijn. Overigens blijkt uit het onderzoek geenszins dat in strijd met de tekst van de ambtseed is gehandeld.24 7. Geen relevante bevindingen ten aanzien van andere onderzoekslijnen Voorafgaand aan het onderzoek werden de onderzoekslijnen ‘omgang met afgeschreven goederen’ en ‘leveren van fitnessdiensten’ aangedragen als relevant voor het onderzoek. Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden concluderen de onderzoekers dat er geen sprake is geweest van het bevoordelen van een familielid van dhr. Kruize door het laten leveren van de fitnessdiensten, noch van handelen in strijd met de regels waar het de omgang met afgeschreven goederen betreft.
Tot slot Dit onderzoek werd ingesteld na een nieuwsbericht waarin werd gekopt: ‘oud- Waternetbaas gunde jarenlang klussen aan familie’. Deze kop impliceert: -
Dat dhr. Kruize zelf opdrachten heeft verstrekt aan het bedrijf van zijn familie; Dat familie van dhr. Kruize heeft verdiend aan opdrachten van dhr. Kruize; Dat dhr. Kruize hiertoe misbruik maakte van zijn positie als directeur van Waternet.
Uit het onderzoek blijkt dat dit onjuist is. Ook blijkt uit het onderzoek dat de achterliggende feiten, die 13 jaar geleden aanleiding waren voor de Gemeente Amsterdam om een onderzoek te doen, na dat onderzoek niet zijn gewijzigd. Er hebben zich in die tussentijd geen nieuwe feiten voorgedaan.
23 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 15: "Hebben dhr. Kruize of Waternet uitvoering
gegeven aan onrechtmatig handelen?" 24 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 16: "Hoe verhoudt het handelen van dhr. Kruize zich tot de inhoud van een eventueel afgelegde ambtseed of tot andere integriteitskaders van Waternet?"
25
4. Aanbevelingen integriteitszorg Naast het beantwoorden van de onderzoeksvragen die zich specifiek richten op de te onderzoeken casus, heeft dit onderzoek zich ook gericht op het formuleren van aanbevelingen voor de integriteitszorg, gericht op het voorkomen van belangenverstrengeling in de toekomst. Daarbij is de volgende onderzoeksvraag gesteld: Welke controlemechanismen zijn er of kunnen worden ontwikkeld om te voorkomen dat belangenverstrengeling plaatsvindt binnen Waternet? Op basis van de gevoerde gesprekken, de bestudeerde documentatie en de bevindingen van dit onderzoek formuleren de onderzoekers de volgende aanbevelingen.25 1. Zorg voor een eigen integriteitsorganisatie Waternet is een organisatie met ruim 1800 medewerkers. De omvang van de organisatie vraagt om een eigen integriteitsorganisatie met een duidelijke rol en verantwoordelijkheid ten aanzien van het onderwerp integriteit. Door één of meerdere personen aan te stellen met een specifieke verantwoordelijkheid op het gebied van integriteit krijgt deze rol en verantwoordelijkheid een duidelijke plaats in de organisatie. Daarbij kan allereerst gedacht worden aan het aanstellen van een integriteitscoördinator.
Een integriteitscoördinator kan integriteitsbeleid coördineren en implementeren, zorgen voor heldere communicatie over de integriteitskaders, de uitvoering van integriteitskaders bewaken en fungeren als centraal informatiepunt voor medewerkers. Daarnaast kan een integriteitscoördinator de samenhang en volledigheid van het integriteitsbeleid bewaken en zich richten op het verduidelijken van de interne kaders. Tot slot kan deze ook betrokken worden op het moment dat er bij (mogelijke) integriteitsschendingen of meldingen over integriteitsschendingen intern of extern onderzoek nodig is. Het inrichten van de integriteitsorganisatie maakt ook dat de bestaande initiatieven meer in samenhang worden opgepakt en geëvalueerd. 2. Zorg voor een duidelijk kader voor het melden van nevenfuncties In de gevoerde gesprekken kwam naar voren dat er geen eenduidige praktijk is als het gaat om het melden en documenteren van nevenwerkzaamheden. Onduidelijk was wanneer medewerkers nevenwerkzaamheden moesten melden, op welke wijze zij dat moeten doen en op welke manier een leidinggevende toestemming kan geven. Dit geldt voor alle functies; ook voor de directeur. Zorg daarom als organisatie voor een duidelijke afspraak met een uniforme werkwijze voor het melden, goedkeuren en registreren van nevenwerkzaamheden.
Bestaande afspraken, bijvoorbeeld ten aanzien van het bespreken van nevenfuncties bij indiensttreding, kunnen dan opnieuw onder de aandacht worden gebracht. Een afwegingskader ten aanzien van nevenfuncties, biedt houvast bij de beslissing om een nevenfunctie te (gaan) vervullen of goed- dan wel af te keuren.
25 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 13: " Welke controlemechanismen zijn er of kunnen
worden ontwikkeld om te voorkomen dat belangenverstrengeling plaatsvindt binnen Waternet?"
26
3. Zet in op het vergroten van het integriteitsbewustzijn in de organisatie Met het oprichten van een eigen integriteitsorganisatie kan herhaaldelijk het gesprek gevoerd worden over het onderwerp integriteit om het bewustzijn op het onderwerp te vergroten. Een integriteitsorganisatie kan als aanjager dienen voor de uitvoering van het bestaande beleid. Daarnaast kan een zelfstandige integriteitsorganisatie als centraal orgaan de verbinding leggen tussen de directie en de medewerkers. Belangrijk is dat er binnen de gehele organisatie van Waternet stelselmatig aandacht komt voor de rol van integriteit in de dagelijkse praktijk. Integriteit en integriteitsbewustzijn is niet iets wat kan worden afgevinkt maar moet onderdeel worden van de organisatie en de werkhouding van medewerkers. Dit vereist een blijvende dialoog door middel van trainingen, bijeenkomsten en het bespreken van dilemma’s. Er worden op dit moment trainingen aangeboden via de Waternet Academie en ook op andere momenten wordt het onderwerp geagendeerd. Hier kan bij worden aangesloten. Ook een jaarlijks terugkerend moment om te spreken over integriteit, nevenfuncties en aanpalende zaken, draagt er aan bij dat zaken preventief (kunnen) worden besproken. 4. Richt een screeningsbeleid in Het screeningsbeleid is in ontwikkeling.
Neem hier in mee dat er gedifferentieerd kan worden naar functionaris als het gaat om de benodigde screening en bepaal per functie een passende en proportionele wijze van screening.
27
5. Zienswijzen 5.1. Zienswijze dhr. Kruize
28
5.2. Zienswijze Waternet
29
Bijlage 1. Overzicht geïnterviewden Naam: Mw. De Haas Dhr. Kruize Dhr. Van Houten Mw. Bekkenutte Dhr. Van den Berge Mw. Gehrels Dhr. De Bondt Dhr. Van den Berge en mw. Hekkenberg Melder open lijn Dhr. Den Blanken Dhr. Faber
Functie: Directeur Assets en Operatie Waternet Voormalig directeur Waternet Directeur Strategie en Ontwikkeling Waternet Directeur KNW, secretaris IWC Programmamanager financiën, voormalig directeur F&C en CFO Voormalig wethouder gemeente Amsterdam Voormalig dijkgraaf AGV Voormalig directeur F&C en CFO en medewerker Financiën Waternet Huidige voorzitter stichtingsbestuur Waternet Voormalig voorzitter stichtingsbestuur Waternet
30
Bijlage 2. Overzicht personen met bestuurlijke verantwoordelijkheid voor Waternet, periode 2002-2022 Huidige leden bestuur Waternet Joyce Sylvester Melanie van der Horst Martien den Blanken
Functie Dijkgraaf AGV Wethouder Amsterdam Voorzitter
Periode
Voormalig leden bestuur Waternet Wim Faber Johan de Bondt Gerhard van den Top Albertine van Vliet-Kuiper Saskia Bruines Duco Stadig Maarten van Poelgeest Carolien Gehrels Udo Kock Sharon Dijksma Egbert de Vries
Functie Voorzitter Dijkgraaf AGV Dijkgraaf AGV Dijkgraaf AGV Wethouder Amsterdam Wethouder Amsterdam Wethouder Amsterdam Wethouder Amsterdam Wethouder Amsterdam Wethouder Amsterdam Wethouder Amsterdam
Periode
Huidige directie Waternet Miranda Diependaal Saskia de Haas Sylvie van Roozendaal Marc Kosman Eric van den Bos Renze van Houten Koen de Snoo
Functie Secretaris-directeur AGV a.i. Directeur Assets en Operatie Directeur Dienstverlening a.i. Directeur Financiën en Control a.i. Directeur Informatievoorziening en ICT Directeur Strategie en Ontwikkeling Algemeen directeur a.i.
Periode
2022 (okt 25)-heden 2022 (jun 28)-heden 2018-heden
2005-2018 2003-2014 2014-2022 (feb 16) 2022 (maa 11)-2022 (okt 25) 2001-2002 2002-2006 2006-2010 2010-2014 2014-2018 2018-2020 (dec 16) 2021 (jan 26)-2022
2024-heden 2005-heden 2022-heden 2023-heden 2023-heden 2015-heden 2023-heden
31