Bijlage 1. Eindrapport Bestuursopracht Governance Waternet.pdf
Tekst van het document
op basis van het burgerlijk wetboek, met een raad van bestuur en een onafhankelijke raad van commissarissen, sluit aan bij de door ILT gehanteerde governance richtlijnen en de drinkwaterwet. • een eenduidige sturing vanuit Amsterdam op de drinkwatertaak; • creëert qua organisatievorm meer aansluiting bij de overige 9 Nederlandse drinkwaterbedrijven; • de mogelijkheid voor optimalisatie van rolverdelingen tussen de gemeente als aandeelhouder en de N.V. als onderneming en de gemeente als opdrachtgever en de N.V. als opdrachtnemer. • de mogelijkheid om externe financiering aan te trekken; • de mogelijkheid om op termijn om dividenduitkeringen te doen; 22
• • • •
een marktgericht karakter kan bijdragen aan optimalisatie van een bedrijfsmatige organisatiecultuur; de mogelijkheid om te voldoen aan de vereisten van de Belastingdienst voor het behoud van de btw- koepelvrijstelling; de mogelijkheid tot gemeentelijke balansverkorting en creëren van investeringsruimte; de mogelijkheid om economische activiteiten te ontplooien en diensten aan derden te verrichten.
Nadelen N.V. drinkwatertaak De nadelen van een separate gemeentelijke drinkwater N.V. zijn onder andere: • het wijzigen van de huidige inrichting van het drinkwaterbedrijf naar een N.V. (al dan niet in substantiële vorm inclusief personeel) is een omvangrijk opgave; • de wijziging naar een separate drinkwater N.V. kan mogelijk een effect hebben op de eindgebruiker; • de drinkwatersector betreft een gereguleerde overheidsmarkt, hierdoor is inrichtingsvrijheid en mogelijk ontplooiing van economische activiteiten van een drinkwater N.V. beperkt; • een marktgericht karakter kan mogelijk conflicteren met politiek-bestuurlijke opgaven, zoals politiek gewenste openbare informatievoorzieningen. • het op afstand plaatsen van de drinkwateractiva aan een separate N.V. kent risico’s, bijvoorbeeld indien de N.V. in financiële nood verkeerd in combinatie met externe financiering en daarbij verschafte zekerheden; • een mogelijk verlies van synergievoordelen door ontvlechting van de drinkwatertaak uit een bestaande samenwerking met het waterschap AGV. Vervolgvragen In het vervolgonderzoek naar een separate drinkwater N.V. zijn o.a. de volgende vragen relevant: • De omvang (met of zonder personeel) van het drinkwaterbedrijf dat wordt ingebracht in de N.V. moet nader worden bepaald en is afhankelijk van gesprekken met de fiscus, ILT en het ministerie van infrastructuur en milieu.
• Hoe kan de continuïteit van de drinkwatertaak, bij afstoting van het drinkwaterbedrijf aan een separate N.V. duurzaam worden geborgd? • Welke financieringsstructuur kan worden toegepast op de N.V. en welke financiële aanpassingen zijn hiervoor nodig aan bestaande leningen en garanties? • Kunnen ook toekomstige en maatschappelijke opgaven die de waterketen raken plaatsvinden binnen de N.V.? • Hoe vindt de waardering plaats van de in te brengen drinkwateronderneming? • Welke juridische aanpassingen zijn noodzakelijk voor de realisatie van een drinkwater N.V. en wat zijn de fiscale aandachtspunten? • Op welke onderwerpen en activiteiten is een nog steeds een vorm van samenwerking met Waternet (Stichting/BVO) wenselijk of noodzakelijk en zo ja op welke wijze? 5.3 AGV en Amsterdam: een versterking van de eigen organisaties ten gunste van een verbeterde sturing op de uitvoering van de (drink)watertaken Beide bestuursorganen zullen het onafhankelijke opdrachtgeverschap versterken door het instellen van een zogenaamde eigen bestuursdienst, zoals bij oprichting van de huidige samenwerkingsvorm was beoogd. Concreet betekent dit versterking van de bestaande ambtelijke organisatie van de gemeente en het inrichten van een eigen ambtelijke organisatie voor het waterschap. Deze bestuursdienst is een organisatorische maatregel en is onafhankelijk van de voorgestelde varianten.
De taken van de eigen bestuursdiensten zijn gericht op ondersteuning van het bestuur, communicatie en concernstrategie en het vormen van een visie op de watercyclus en maatschappelijke opgaven die de watercyclus raken, zoals klimaatadaptatie, drukte op het water 23
en onder de grond. De eigen bestuursdiensten beschikken over voldoende inhoudelijke expertise om te kunnen functioneren als volwaardig opdrachtgever voor Waternet. 5.4 De varianten stichting en bedrijfsvoeringsorganisatie voor de uitvoering van de (riool)watertaken en de waterschapstaken De uitvoering van de overige (riool)watertaken voor de gemeente Amsterdam (met uitzondering van de drinkwatertaken) en de waterschapstaken voor AGV kunnen worden gecontinueerd in een aangepaste Stichting Waternet. Waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen en inzichten qua governance van nu, bestuurlijke wensen en de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek en ILT. Daarnaast biedt ook een publiekrechtelijke bedrijfsvoeringsorganisatie de mogelijkheid tot uitvoering van deze taken. De mogelijkheid voor publiekrechtelijke samenwerking via een bedrijfsvoeringsorganisatie is pas ontstaan na de oprichting van Stichting Waternet en is om die reden bij oprichting van de stichting destijds niet onderzocht. Kenmerkend voor de varianten stichting en een bedrijfsvoeringsorganisatie is dat deze qua juridische inrichting in grote mate overeenkomstig kunnen worden vormgegeven en beide varianten de mogelijkheid bieden om de aanbevelingen uit het Rekenkamer- en ILT-onderzoek te implementeren.
Gezien er toch een aantal verschillen zijn tussen deze twee varianten, zoals juridische vormgeving en wettelijke kaders maar ook qua beeldvorming, worden beide varianten meegenomen in het vervolgonderzoek naar een best passende toekomstige governance vorm voor de uitvoering van de watertaken van de gemeente en het waterschap. 5.4.1. De stichting Beschrijving Een stichting is een privaatrechtelijke rechtsvorm, met rechtspersoonlijkheid. Een stichting wordt beheerst door de wettelijke regels uit boek 2 BW en kent daarnaast haar eigen regels die volgen uit de statuten, reglementen en besluiten, waaruit onder meer een bevoegdheidsverdeling volgt tussen de organen van de stichting. De doelstelling van een stichting kan zuiver worden ingericht op een te verrichten publiekrechtelijke taak. In beginsel kunnen alle (soorten) taken en bevoegdheden overgedragen worden aan een stichting, van beleidsvorming tot uitvoering en bedrijfsvoering.
Door de grote mate van flexibiliteit, zijn er grofweg twee hoofdvarianten te onderscheiden voor de versterking van de governance van Waternet in de stichtingsvorm, namelijk de huidige variant waarbij de wethouder namens de gemeente en de dijkgraaf of een DB-lid namens het waterschap in het stichtingsbestuur deelnemen, eventueel onder toezicht van een onafhankelijke raad van toezicht (variant A) en de variant waarbij een onafhankelijk bestuur van de stichting wordt benoemd door het waterschap en de gemeente, eventueel onder toezicht van een onafhankelijke raad van toezicht (variant B). Voor beide varianten A en B geldt dat de sturing door de opdrachtgevers op de uitvoering van de (drink)watertaken door Waternet, primair plaatsvindt via de opdracht- en mandaatrelatie. Voordelen Stichting A • Aanbevelingen van het Rekenkameronderzoek kunnen geïmplementeerd worden door onder andere versterking van de verantwoordingsproces, bijv. strakkere P&C cyclus en het beter stroomlijnen van de informatie en informatievoorziening richting bestuurders. Mogelijkheid om democratische legitimiteit te versterken.
24
• •
•
De statuten, samenwerkingsovereenkomst, reglementen en mandaten kunnen zo ingericht worden dat deze passend zijn bij de gewenste verdeling van verantwoordelijkheden, verhoudingen en werkwijzen. De opdrachtgevers, AGV en de gemeente: (i) hebben zeggenschap over de beleidsvelden waarvoor zij verantwoordelijk zijn, (ii) gaan over de activa die op de balans van de opdrachtgevers staan en (iii) schade of calamiteiten bij de ene opdrachtgever (denk bv aan het drinkwaterlek bij VUmc in 2015, of slibcrisis AEB in 2019) kunnen niet doorslaan naar de andere opdrachtgever. Aan de door AGV gewenste ‘nabijheid’ is in deze variant invulling gegeven door vertegenwoordiging in het bestuur van Waternet. Weinig verandermoeite.
Nadelen Stichting A • De variant als zodanig biedt nog geen oplossing voor de constateringen uit het Rekenkameronderzoek met betrekking tot de gewenste versterking van de taakinhoudelijke kennis, ervaring en expertise van het bestuur van Stichting Waternet. Bij continuering van huidige samenstelling zijn aanvullende maatregelen nodig zodat de constateringen van het rekenkameronderzoek en ILT met betrekking tot de gewenste versterking van de taakinhoudelijke kennis, ervaring en expertise van het bestuur van Stichting Waternet; • Het inrichten van onafhankelijk toezicht ligt niet voor de hand bij een bestuur-directie model waarbij het bestuur wordt gevormd door politiek bestuurders. Het is politiek-bestuurlijk onwenselijk als politiek bestuurders naast de reguliere politiek bestuurlijke verantwoordingslijnen ook verantwoording moeten afleggen aan een ander orgaan zoals een RvT. Dit past niet binnen het politiek-bestuurlijke stelsel. • Niet alle aanbevelingen van de ILT over gewenste governance inrichting, op basis van de corporate governance code, kunnen geïmplementeerd worden. • Voldoet niet aan het verbonden partijen beleid van de gemeente Amsterdam. Het uitgangspunt is dat voorkomen moet worden dat bestuurders meerdere petten dragen/ rollen vervullen met verschillende belangen die soms kunnen conflicteren.
Bestuurders of ambtenaren oefenen daarom geen functies uit als bestuurder of toezichthouder van een verbonden partij. • Informatievoorziening en verantwoording richting gemeenteraad en algemeen bestuur waterschap is niet wettelijk verankerd zoals bij de Wgr, maar dient via maatwerk te worden ingericht. Voordelen Stichting B • Het bestuur is hierbij onafhankelijk, welke zal worden geselecteerd op inhoudelijke expertise en capaciteit die vereist is voor het doeltreffend uitvoeren van de taken en verantwoordelijkheden als bestuurder van Waternet voor o.a. de dagelijkse leiding van Waternet en/ of daar toezicht op te houden. Hiermee kan invulling worden gegeven aan de constateringen uit het Rekenkameronderzoek en ILT met betrekking tot de gewenste versterking van de taakinhoudelijke kennis, ervaring en expertise van het bestuur van Stichting Waternet; • Voldoet aan het verbonden partijen beleid van de gemeente Amsterdam, er is geen sprake van een dubbele petten problematiek en draagt bij aan een duidelijkere rollenscheiding tussen opdrachtnemer en opdrachtgever.
• Biedt de mogelijkheid om een controlerend mechanisme in te stellen in de vorm van een onafhankelijke raad van toezicht (RvT) die past binnen een bestuur-rvt model, welk model aansluit bij de WBTR; • De aanbevelingen van de ILT over gewenste governance inrichting, op basis van de corporate governance code, kunnen makkelijker geïmplementeerd worden binnen een bestuur-rvt model; • De aanbevelingen van het Rekenkameronderzoek kunnen geïmplementeerd worden door onder andere versterking van de verantwoordingsproces, bijv. strakkere P&C cyclus en het
25
•
•
•
•
beter stroomlijnen van de informatie en informatievoorziening richting bestuurders. Mogelijkheid om democratische legitimiteit te versterken; De statuten, samenwerkingsovereenkomst, reglementen en mandaten kunnen zo ingericht worden dat deze passend zijn bij de gewenste verdeling van verantwoordelijkheden, verhoudingen en werkwijzen: belangrijke strategische besluiten van (het Bestuur van) Waternet kunnen bijv. voorafgaande bestuurlijke goedkeuring van het waterschap en de gemeente vereisen. De Stichting kan zo worden ingericht dat het waterschap en de gemeente zeggenschap hebben over/invloed kunnen uitoefenen over alle belangrijke, beleidsmatige en/of strategische besluiten van (het Bestuur van) Waternet, onder meer door daarvoor voorafgaande bestuurlijke goedkeuring te vereisen; dit wordt statutair verankerd. De opdrachtgevers, AGV en de gemeente: (i) hebben zeggenschap over de beleidsvelden waarvoor zij verantwoordelijk zijn, (ii) gaan over de activa die op de balans van de opdrachtgevers staan en (iii) schade of calamiteiten bij de ene opdrachtgever (denk bv aan het drinkwaterlek bij VUmc in 2015, of slibcrisis AEB in 2019) kunnen niet doorslaan naar de andere opdrachtgever. De door AGV gewenste ‘nabijheid’ is in deze variant invulling gegeven door de verregaande (op maat te maken) statutaire zeggenschap en invloed in Waternet (zie hierboven).
Relatief weinig verandermoeite.
Nadelen Stichting B • Geen deelname aan dagelijkse leiding via stichtingsbestuur; mogelijk hebben betrokken stakeholders de perceptie dat de gemeente en het waterschap meer ‘op afstand’ van Waternet staat en dus minder grip heeft en/ of onvoldoende mogelijkheid voor werken als één overheid, zoals omschreven in de notitie Ingrediënten ambitie toekomstige samenwerking. Dit is overigens niet noodzakelijkerwijs het geval doordat (i) stevigere invulling wordt gegeven aan sturing in de opdracht- en mandaatrelatie en (ii) aan Waterschap en gemeente statutaire goedkeuringsrechten worden toegekend zodat zij kunnen sturen en zeggenschap hebben over op alle belangrijke en/of strategische onderwerpen. • Informatievoorziening en verantwoording richting gemeenteraad en algemeen bestuur waterschap is niet wettelijk verankerd zoals bij de Wgr, maar dient via maatwerk te worden ingericht. Vervolgvragen In het vervolgonderzoek naar de stichting zijn o.a.
de volgende vragen relevant: • Welke maatregelen zijn nodig bij variant A om de constateringen van het rekenkameronderzoek en ILT met betrekking tot de gewenste versterking van de taakinhoudelijke kennis, ervaring en expertise van het bestuur van Stichting Waternet te realiseren? • Kan de BTW-koepelvrijstelling behouden worden bij variant B? • hoe kan variant B in combinatie met een versterking van de eigen organisatie zo worden ingericht dat de opdrachtgevers voldoende sturing en zeggenschap kunnen uitoefenen op de uitvoering van de watertaken? • Welke aanpassingen zijn nodig voor een optimalisatie van de governance structuur: juridisch (bijvoorbeeld welke aanpassingen zijn nodig op basis van de inwerkingtreding wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) per juli 2021? Hoe wordt voorkomen dat het stichtingsbestuur mogelijk kwalificeert als RvC in de zin van de WBTR?), fiscaal, financieel en op organisatie niveau? • Hoe kan het beste worden geborgd bij een governance aanpassing van de stichting dat beide opdrachtgevers, AGV en de gemeente, (i) zeggenschap houden over de beleidsvelden waarvoor zij verantwoordelijk zijn, (ii) gaan over de activa die op de balans van de opdrachtgevers staan 26
• • •
en (iii) schade of calamiteiten bij de ene opdrachtgever (denk bv aan het drinkwaterlek bij VUmc in 2015, of slibcrisis AEB in 2019) kunnen niet doorslaan naar de andere opdrachtgever. Welke mate van samenwerking met andere partijen is beoogd voor de realisatie van (toekomstige) maatschappelijke opgaven die de waterketen raken en hoe kan dit het beste worden ingericht binnen de stichting? Op welke onderwerpen en activiteiten is het wenselijk/ noodzakelijk om een vorm van samenwerking te realiseren met de gemeentelijke drinkwater NV en zo ja, op welke wijze? Hoe en op welke wijze kan de stichting bijdragen aan de ambitie van één overheid van de gemeente en het waterschap? Hoe is geborgd dat de (aansprakelijkheids)risico’s met betrekking tot de uitvoering van aan Waternet opgedragen taken wordt gedragen door de partij wiens taken het betreft.
5.4.2 Bedrijfsvoeringsorganisatie, Wet gemeenschappelijke regelingen Beschrijving In deze variant wordt Waternet omgezet naar een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO), een relatief nieuwe vorm op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De bedrijfsvoeringsorganisatie heeft, net als het openbaar lichaam, rechtspersoonlijkheid. De bedrijfsvoeringsorganisatie heeft een ongeleed bestuur (dus geen AB en DB zoals bij een openbaar lichaam). De leden van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie worden door het college van B&W van de gemeente Amsterdam en het DB van het waterschap uit hun midden aangewezen. Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie kan een directie aanstellen die verantwoordelijk is voor de feitelijke uitvoering, dagelijkse gang van zaken. Aan het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie kunnen alleen bevoegdheden van het college en het DB worden overgedragen. Verordenende bevoegdheden en bevoegdheden van de raad en AB kunnen niet worden overgedragen. Het voorgaande brengt in ieder geval met zich mee dat dergelijke (extern bindende) beleidsbepaling door de raad en AB niet in een bedrijfsvoeringsorganisatie kan worden ondergebracht. Met betrekking tot beleid ten aanzien van de uitvoering van de ingebrachte taken kan de bedrijfsvoeringsorganisatie wel voornoemd beleid voorbereiden.
De vaststelling van dat beleid dient plaatst te vinden bij de betrokken publieke partijen, het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie mag derhalve niet beleidsbepalend zijn. Het beleggen van de huidige taken en formatie van Waternet in een Bedrijfsvoeringsorganisatie biedt juridisch gezien geen belemmeringen. Voordelen bedrijfsvoersingsorganisatie • Past binnen de door de wetgever uitgesproken voorkeur dat samenwerking tussen overheden verloopt via de Wet gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijk). • Informatievoorziening en verantwoording richting gemeenteraad en algemeen bestuur waterschap is door een duidelijk wettelijk kader (inlichtingenplicht, rekening en verantwoording) zoveel mogelijk gewaarborgd. • Aanbevelingen van het Rekenkameronderzoek kunnen geïmplementeerd worden door onder andere versterking van de verantwoordingsproces, bijv. strakkere P&C cyclus en het beter stroomlijnen van de informatie en informatievoorziening richting bestuurders. Mogelijkheid om democratische legitimiteit te versterken. • Het is mogelijk om aanvullend een vorm van onafhankelijk toezicht op (onderdelen van) de bedrijfsvoering te stellen. • de BVO kan zo ingericht worden dat deze passend is bij de gewenste verdeling van verantwoordelijkheden, verhoudingen en werkwijzen.
• de opdrachtgevers, AGV en de gemeente: (i) hebben zeggenschap over de beleidsvelden waarvoor zij verantwoordelijk zijn, (ii) gaan over de activa die op de balans van de 27
opdrachtgevers staan en (iii) schade of calamiteiten bij de ene opdrachtgever (denk bijvoorbeeld aan het drinkwaterlek bij VUmc in 2015, of slibcrisis AEB in 2019) kunnen niet doorslaan naar de andere opdrachtgever als binnen de BVO aansprakelijkheden naar elkaar zijn uitgesloten. Nadelen bedrijfsvoeringsorganisatie • Grote verandercomplexiteit ten opzichte van aanpassing stichting. Dit betreft een omvangrijke (juridische) operatie met een behoorlijke doorlooptijd. • Met de Belastingdienst moet (opnieuw) worden afgestemd of de GR de btw-koepelvrijstelling kan toepassen Continuering van btw-koepelvrijstelling binnen de stichting geeft meer zekerheid tot behoud van de btw-koepelvrijstelling dan wanneer de organisatievorm wordt aangepast naar een bedrijfsvoeringorganisatie. • Onafhankelijk toezicht kent geen wettelijke basis binnen een Bedrifsvoeringsorganisatie en heeft daardoor minder bekendheid en automatische wettelijk verankerde waarborgen. • De voordelen van de bedrijfsvoeringsorganisatie in vergelijking met de stichtingsvorm, zijn betrekkelijk, met name omdat ook in de stichtingsvorm de sturing en rekening en verantwoording tot op grote hoogte vergelijkbaar kan worden vormgegeven.
• Bij wijziging van de organisatievorm van een stichting naar een Bedrijfsvoeringsorganisatie met soortgelijke bestuur-directie model zijn aanvullende maatregelen nodig zodat de constateringen van het rekenkameronderzoek en ILT met betrekking tot de gewenste versterking van de taakinhoudelijke kennis, ervaring en expertise van het bestuur van Stichting Waternet worden geadresseerd; • Een faillissementsprocedure zoals bij de stichting is niet van toepassing op de Bedrijfsvoeringsorganisatie hierdoor is er een groter risico op langer doorlopen van financiële lasten dan voorzien. Vervolgvragen In het vervolgonderzoek naar de bedrijfsvoeringsorganisatie zijn o.a.
de volgende vragen relevant: • Welke (juridische) aanpassingen zijn noodzakelijk voor de realisatie van een Bedrijfsvoeringsorganisatie en wat zijn de juridische, fiscale en financiële aandachtspunten en/ of impact hiervan? • Hoe kan het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie worden ingericht waarbij de constateringen van het rekenkameronderzoek naar de uitoefening van de rol van bestuurders binnen het gehanteerde bestuur-directie model worden opgelost? • Kan de BTW-koepelvrijstelling behouden worden bij een Bedrijfsvoeringsorganisatie? • Hoe vindt de waardering plaats van activa/passiva voor overdracht van stichting aan Bedrijfsvoeringsorganisatie? Op welke wijze dient deze overdracht plaats te vinden en wat zijn de juridische en fiscale consequenties hiervan? • Hoe kan de continuïteit van de watertaken bij wijziging van de governance vorm duurzaam worden geborgd? Hoe en op welke wijze kan de Bedrijfsvoeringsorganisatie bijdragen aan de ambitie van één overheid van de gemeente en het waterschap? • Kunnen ook toekomstige en maatschappelijke opgaven die de waterketen raken plaatsvinden binnen de Bedrijfsvoeringsorganistatie en hoe kunnen andere partners flexibel toetreden? • Op welke onderwerpen en activiteiten is het wenselijk/ noodzakelijk om een vorm van samenwerking te realiseren met de gemeentelijke drinkwater NV en zo ja, op welke wijze? • Hoe is geborgd dat de
(aansprakelijkheids)risico’s met betrekking tot de uitvoering van aan Waternet opgedragen taken wordt gedragen door de partij wiens taken het betreft.
28
5.4.3 Schematische weergave van bovenstaande beschreven varianten
5.5 Governancemodel vraagt altijd om invulling randvoorwaarden Inrichting model en randvoorwaarden In voorgaand hoofdstuk en voorgaande paragrafen is de inhoudelijke redenering opgezet richting twee denkbare governancemodellen (stichting en BVO) – en een separate de Overheids-NV voor de drinkwatertaak – die onderwerp worden van nader onderzoek in de volgende fase. Pas daarna kan tot een finale afweging worden gekomen voor de best passende governance voor de watertaken van waterschap AGV en de gemeente Amsterdam. Ongeacht de uiteindelijke keuzen voor de best passende juridische constructies en de daarbij behorende toedeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor bestuurders (DB/ college) en politici (AB/ gemeenteraad) rondom de watertaken, is in alle gevallen aandacht nodig voor de inrichting van het betreffende model en een aantal randvoorwaarden. Governancestructuur ondersteunend aan ambitie en opgave De structuurkeuze (governancemodel) is altijd ondersteunend aan de maatschappelijke opgaven en de politiek-bestuurlijke ambities. De governance moet zodoende bijdragen aan een rolzuivere, effectieve en efficiënte uitvoering van de binnen de organisatievorm belegde taken.
Daarbij is het altijd de uitdaging om te zoeken naar een zo optimaal mogelijke ‘fit’ tussen de governance (en de daarbinnen uit te werken structuur en sturing) en de context van de betreffende organisatie. Als sprake is van een zo optimaal mogelijke ‘fit’ tussen de governance en de context (opgaven, ambities) rondom Waternet, zal dat tot uiting komen in: • Duidelijkheid over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden (ten opzichte van elkaar). • Een scherpe koers, heldere (sturings)prioriteiten en de realisatie van de strategische doelen. • Tevreden in-en externe klanten: structuur/ sturing afgestemd op de behoefte van deze klant. • Een zo beperkt als mogelijk aantal managementlagen, met een beheersbare bedrijfsvoering. • Het benutten van schaalvoordelen en kennisdeling. • De wendbaarheid en transparantie van de organisatie, gekoppeld aan een reductie van de complexiteit. 29
• •
De kwaliteit van en integrale verantwoordelijkheid voor processen, producten en diensten. Het beheersbaar houden van de veelheid aan afstemming en overleg (hulpstructuren).
Daarbij is het belangrijk dat een eventuele nieuwe governance en de daaronder in te richten (management)structuur en sturingsconcept een andere werkwijze faciliteert en dat deze bijdraagt aan het doorbreken van ingesleten patronen in werkwijzen en/ of tussen personen. Aanvullende maatregelen organisatieontwikkeling Het is belangrijk te realiseren dat de optimale governance niet bestaat. Structureren is het reduceren van nadelen. De resterende nadelen moeten worden ondervangen door aanvullende maatregelen, werkwijzen, houding en gedrag en overlegvormen. Daarom zal in de volgende fase, na het principebesluit, naast de uitwerking van de (resterend) denkbare governancemodellen uitgebreid aandacht besteed worden aan de aspecten die ingevuld moeten worden om ‘het systeem’ te kunnen laten werken in de dagelijkse praktijk.
Daarbij denken wij aan de ‘harde en zachte’ aspecten van organisatieontwikkeling: • Visie op de watercyclus, doorvertaald in een missie en visie voor de gezamenlijke organisatie; • Stabiliteit organisatie in relatie tot het leggen van nieuwe verbindingen (partnerships); • Samenwerkingscultuur: bestuurlijk en ambtelijk houding en gedrag; • Besturingsfilosofie: rolverdeling eigenaren, opdrachtgevers en opdrachtnemer; • Bestuurlijke rolneming, met aandacht voor identiteit/ zichtbaarheid en ‘couleur locale’; • Sturingsconcept (managementfilosofie) binnen de organisatie; • Directie-, management- en hoofdstructuur binnen de organisatie; • Organisatiecultuur (huidig en gewenst); • Continuïteit dienstverlening richting inwoners en ondernemers.
30
6. Vervolgproces 6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is geschetst hoe gekomen is tot een integrale oplossing, met drie mogelijke varianten ter ondersteuning van de bestuurlijke samenwerking. Dat is de opmaat naar de laatste stap in de bestuursopdracht: het nemen van een besluit op basis van een gewogen advies. Daarmee is de eerste fase – de denkfase - tot herijking van de governance rondom de watertaken afgerond. Daarna start de volgende fase, de uitwerkings- of onderzoeksfase. In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat de stappen in de tijd zijn om tot dit besluit te komen en wat aanvullend moet worden onderzocht om tot een finaal besluit te komen wat daadwerkelijk kan worden geïmplementeerd (haalbaar en uitvoerbaar). 6.2 Bestuurlijke route Besluitvormingsproces Met de oplevering van alle deelproducten, en de synthese daarvan in dit eindrapport en met een gewogen advies, is invulling gegeven aan de bestuursopdracht. Er ligt een voorstel op basis waarvan een principebesluit door waterschap AGV en de gemeente Amsterdam kan worden genomen.
Het vervolgtraject ziet er naar verwachting als volgt uit: • Eind oktober vindt besluitvorming in DB van het waterschap AGV en college van de gemeente Amsterdam plaats over het principebesluit • Begin november ligt deze voor in de commissie van het waterschap AGV en de commissie MLW van de gemeente Amsterdam • Uiterlijk half december nemen zowel het AB van het waterschap en de gemeenteraad van Amsterdam een definitief prinicpebesluit over het governancemodel en de kaders waar de implementatie ervan dient te voldoen. Vervolgens vindt nadere uitwerking plaats. Adviesaanvraag Ondernemingsraad In de Bestuursopdracht is aangegeven dat het goed informeren van de medewerkers van Waternet alsmede participatie belangrijk zijn. Regelmatig worden berichten op intranet van Waternet gepubliceerd over de voortgang van dit traject. Ook worden zogenaamde kwartaalsessies georganiseerd (Waterkring genoemd) om alle medewerkers live bij te praten over relevante ontwikkelingen en de voortgang. De Ondernemingsraad van Waternet is nauw betrokken bij dit traject. Wekelijks worden zij geïnformeerd door de WOR-bestuurder en worden tussentijdse resultaten gedeeld. Ze hebben reeds geadviseerd over de Bestuursopdracht en de beschrijving van de governancemodellen en de gehanteerde ontwerpprincipes.
Omdat de bestuurlijk opdrachtgevers veel waarde hechten aan het geluid vanuit de organisatie, zullen zij na besluitvorming door het DB van het waterschap en het college van Amsterdam eind oktober, de WOR-bestuurder verzoeken om de Ondernemingsraad ook om advies te vragen op het door hen voorgenomen besluit. De precieze adviesvraag moet nog worden geformuleerd. 6.3 Aanpak volgende fase Met het nemen van een bestuurlijk principebesluit door het AB van waterschap AGV en de gemeenteraad van Amsterdam, wordt de eerste fase (de denkfase) tot herijking van de governance rondom de watertaken af. Daarna treedt de volgende fase in: de onderzoeksfase.
31
Inrichting organisatie Gedurende de onderzoeksfase worden de gekozen combinaties van governancemodellen nader uitgewerkt en van elkaar onderscheiden. Daarvoor worden de politiek-bestuurlijke (sturing, democratische controle), organisatorische, juridische, financiële (incidenteel en structureel), fiscale en personele gevolgen van de herijking van het governancemodel in kaart gebracht. Tijdens de onderzoeksfase wordt ook een visie gevormd over de inrichting en besturing van de organisatie en reguliere evaluaties daarvan, de rol en invulling van de actieve betrokkenheid van het waterschap en de gemeente op de verbonden partij en de wijze waarop het toezicht wordt vormgegeven. Ook wordt in de onderzoeksfase onderzocht op welke wijze de huidige organisatie omgevormd kan worden tot de nieuwe organisatie (exit strategie). Hierbij wordt onder andere gekeken naar juridische, financiële en personele consequenties. Financieel Om de haalbaarheid te toetsen worden de bedrijfsmatige baten, kosten en risico’s van de op te richten rechtsvorm(en) geanalyseerd. Er wordt een businesscase/ worden businesscases opgesteld en er zal een (externe) validatie uitgevoerd worden. Bij het oprichten van bijvoorbeeld een overheids-NV voor de drinkwatertaken zal worden bekeken welke financiële aanpassingen nodig zijn aan de bestaande leningen en garanties conform het geldende leningen- en garantiebeleid.
In het geval van bijvoorbeeld een separate gemeentelijke drinkwater N.V moet ook inzichtelijk gemaakt worden wat de uitgangspunten en achtergronden van de (financiële) ontvlechting zijn. Ook wordt een berekening van de waarde van de activa en de passiva gemaakt, eventueel inclusief externe validatie, ten behoeve van de verwerking in de financiële administraties. Voor de onderzoeksfase wordt direct na het principebesluit een projectplan uitgewerkt, waarin de projectstructuur, aanpak, planning, doorlooptijd/ planning en de financiële aspecten worden gedetailleerd. Voorstel is dat dit projectplan valt binnen het mandaat (van DB waterschap AGV en college gemeente Amsterdam) van de bestuurders binnen het BOGO om dit in het BOGO vast te stellen. Organiseren van tegenspraak Eén van de risico’s bij een complex proces, zoals het wijzigen van de governance, is het fuik-en of wensdenken. Het organiseren van tegenspraak voorkomt tunnelvisie en helpt bij het opsporen van mogelijke blinde vlekken en ongefundeerde aannames op het traject en de aanpak in de onderzoeksfase en het toetsen van de haalbaarheid van de beoogde herijking. In samenwerking met het Programma LetOp van de gemeente Amsterdam, het Programmabureau dat meedenkt hoe tegenspraak dit proces kan versterken, zal het meest passende tegenspraakinstrument toegepast worden in de onderzoeksfase van het traject.
Binnen de gemeente Amsterdam bestaat de Regeling Risicovolle Projecten (RRP). De RRP geldt voor projecten en programma’s die voldoen aan één of meerdere in die regeling vastgelegde indicatoren, zoals een omvangrijk budget, een grote impact op maatschappij of gemeentelijke bedrijfsvoering, politieke gevoeligheid etc. In deze fase van de herijking is RRP niet aan de orde, op termijn zal een heroverweging op de RRP-criteria moeten plaatsvinden, naar gelang de ontwikkeling van de scope van het herijkingtraject. Bestuurlijke besluitvorming De planning is dat voor het zomerreces van 2022 de onderzoeksfase afgerond kan worden, met een voorgenomen besluit van het AB van het waterschap en de gemeenteraad van Amsterdam en zal ter wensen en bedenkingen worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Als er sprake is van financiële consequenties, die het budgetrecht raken van de gemeenteraad, dan wordt het besluit ter instemming aan de raad voorgelegd. Voor het treffen van een bedrijfsvoeringorganisatie op 32
basis van de wet gemeenschappelijke regelingen is toestemming van de gemeenteraad noodzakelijk. Dit impliceert dat de daartoe benodigde producten eind maart 2022 afgerond moeten zijn om vervolgens een zorgvuldig besluitvormingstraject te kunnen doorlopen met betrokkenheid van de medezeggenschapsorganen van Waternet en waar nodig ook van de gemeente Amsterdam (in het kader van de vorming van een strategische kop, waarbij sprake is van een latende en ontvangende organisatie). Kostenraming onderzoeksfase Voor dit moment worden grofweg de volgende incidentele lasten die gepaard gaan met de onderzoeksfase geraamd. Daarbij is vanuit gegaan dat de deelnemende partijen in het project (AGV, Waternet en Amsterdam) – de kosten gerelateerd aan – hun inzet/ de interne capaciteit die zij naar rato inzetten voor dit traject niet doorbelasten aan de projectorganisatie.
Kostensoort Procesmanager/ projectleider(s) Externe inhuur expertises, met name: - Juridisch - Fiscaal Kosten voor ‘tegenspraak’ en reflecties (inzet van Projectmanagementbureau Amsterdam en eventuele externen) Facilitaire kosten t.b.v. werksessies en communicatie Totaal raming onderzoeksfase
Raming bedrag (EUR *1000) 200 330
10
10 550
33
Bijlage 1: Eerste ambtelijke beeld synthese modellen Stichting A
Stichting B
Bedrijfsvoeringsorganisatie
Volledige ontvlechting
Contract
Centrumregeling
NV/BV
++ o Geschikt voor implementatie aanbevelingen *) +/o Geschikt voor implementatie meeste aanbevelingen *) o Voorziet niet in aandachtspunt onafhankelijk toezicht
++ o Geschikt voor implementatie aanbevelingen *) ++ o Geschikt voor implementatie aanbevelingen *) o Voorziet in heldere rollenverdeling en onafhankelijk toezicht
++ o Geschikt voor implementatie aanbevelingen *)
n.v.t.
-o
-o
++ o Geschikt voor implementatie aanbevelingen *)
+/o Geschikt voor implementatie aanbevelingen *) o Voorziet echter niet (automatisch) in onafhankelijk toezicht cf. RvT / RvC; hoewel juridisch niet onmogelijk, past een onafhankelijk toezichthouder niet zo goed in de (wettelijke) opzet van de BVO; anders dan een toezichthouder RvT / RvC in een privaatrechtelijke rechtsvorm is de positie van een toezichthouder in een BVO niet wettelijk geregeld en ook niet met wettelijke waarborgen voor diens functioneren omkleed.
n.v.t
o o
++ o Dubbele pettenproblematiek opgelost, doordat wethouder en dijkgraaf niet langer in RvB van Stichting zitten (zie ook Stichting A)
+ o
+ o
Randvoorwaarden Rapport Rekenkamer
Rapport ILT
Nota verbonden partijen A'dam
Deelnemingenbeleid AGV
-Dubbele pettenproblematiek blijft, afwijking van hoofdregel (nee, tenzij): de bestuurder van de Stichting (wethouder/dijkgraaf) wordt enerzijds juridisch geacht de belangen en continuïteit van de rechtspersoon voorop te stellen, terwijl deze belangen strijdig zijn met de belangen van de publieke partijen (vertegenwoordigd door wethouder/dijkgraaf). Dit kan leiden tot belangenverstrengeling en met bestuurdersaansprakelijkheid als ultieme sanctie.
o
De dubbele pettenproblematiek juridisch niet aan de orde, betreft publiekrechtelijke organisatievorm als verlengstuk van beide publieke partijen, dubbele petten kan politiekbestuurlijk nog steeds wel zo worden ervaren, maar dat is ook inherent aan keuze voor de BVO; BVO is minder geschikt voor (instellen van) onafhankelijk toezichthouder (zie ook boven)
-o
Ontvlechting past in beleid, mits publiek belang daarmee het beste gediend wordt;
+ o
Aanbevelingen *) moeilijk toepasbaar op deze vorm
Aanbevelingen *) moeilijk toepasbaar op deze vorm
Contract past in beleid, mits publiek belang daarmee het beste gediend wordt;
-o
+ o
Aanbevelingen *) moeilijk toepasbaar op deze vorm
Aanbevelingen *) moeilijk toepasbaar op deze vorm
Centrumregeling past in beleid, mits publiek belang daarmee het beste gediend wordt;
++ o Geschikt voor implementatie aanbevelingen *) o Voorziet in heldere rollenverdeling en onafhankelijk toezicht o Bij uitstek geschikt voor toepassing corporate governance code
++ o Dubbele petten opgelost door rolverdeling AvA (gemeente), RVB/directie en RvC)
Het deelnemingenbeleid resulteert in deze fase van het proces in deze matrix niet in een waardering van de governance modellen in de theoretische / juridische vorm. Het deelnemingenbeleid beschrijft voor waterschap AGV de afwegingskaders waarlangs het waterschap besluit een functie al dan niet onder te brengen in een deelneming en de voorwaarden, sturings- en inrichtingsprincipes voor de toekomstige inrichting van functies in een deelneming. In de inrichtingsfase zal hier nader op in worden gegaan.
Uitgangspunten Overdracht activa/passiva (balansverkorting)
+
+
-/+
--
Classificatie: Vertrouwelijk
--
--
++
Versterken rol overheid AGV
Stichting A
Stichting B
Bedrijfsvoeringsorganisatie
Volledige ontvlechting
Contract
Centrumregeling
NV/BV
o
o
o
o
o
o
Geen overdracht mogelijk (geen rechtspersoonlijkheid)
o
Bij een centrumorganisatie zal het waterschap namens de gemeente taken uitvoeren, of vice versa. In beide gevallen kan daarmee onduidelijk zijn “waar het waterschap van is”.
0
Is mogelijk want rechtspersoon, minder flexibel dan NV/BV
-
Is mogelijk want rechtspersoon, minder flexibel dan NV/BV
+ o
o
o
o
o
+ o
Huidige situatie voldoet niet vanwege het gebrek aan politieke sturing, identiteit en herkenbaarheid, dat door het AB van waterschap AGV wordt ervaren; Optimalisaties zijn in deze variant mogelijk m.b.t. rolverdeling, processen en de invulling van het opdrachtgeverschap. Bemensing van bestuur blijft gelijk. Dubbele petten problematiek blijft bestaan en mogelijkheden om toe te zien en te sturen op de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het waterschap zijn beperkt. Mogelijke bedrijfsmatige cultuur door privaatrechtelijke vorm. Organisatie AGV en Waternet blijven naast elkaar bestaan. Mogelijk onduidelijk voor buitenwereld.
Is mogelijk want rechtspersoon, minder flexibel dan NV/BV
o
o
o
Optimalisaties zijn in deze variant mogelijk m.b.t. rolverdeling, processen en de invulling van het opdrachtgeverschap. Bemensing van bestuur wordt gewijzigd. Dubbele petten problematiek valt weg en mogelijkheden om toe te zien en te sturen op de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het waterschap neemt toe. Mogelijke bedrijfsmatige cultuur door privaatrechtelijke vorm. Organisatie AGV en Waternet blijven naast elkaar bestaan. Mogelijk onduidelijk voor buitenwereld.
Geen overdracht mogelijk (geen rechtspersoonlijkheid)
+ o
o
o
Optimalisaties zijn mogelijk m.b.t. rolverdeling, processen en de invulling van het opdrachtgeverschap. Mogelijk afname van bedrijfsmatige cultuur door publiekrechtelijke vorm. Organisatie AGV en Waternet blijven naast elkaar bestaan. Mogelijk onduidelijk voor buitenwereld.
o
o
Bij volledige ontvlechting zal het waterschap een compleet eigen ambtelijk apparaat hebben en zijn daarmee de randvoorwaarden aanwezig om naar buiten toe op te treden als een eigenstandige en herkenbare organisatie. Dit kan echter alleen voor de eigen taken, waarmee het minder in beeld is voor en identiteit kan hebben op stedelijke watertaken.
Geen overdracht mogelijk (geen rechtspersoonlijkheid)
+ zie ‘volledige ontvlechting’.
Meest flexibele rechtsvorm om activa en passiva in onder te brengen en te financieren (koop, inbreng op aandelen)
o
o
o
o
Bij een NV/BV is in elk geval sprake van een combinatie tussen de NV/BV en een andere rechtsvorm. Welke taken er in de NV/BV belegd worden, en het al dan niet bestaan van een eigen ambtelijke organisatie, bepalen in welke mate de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het waterschap versterkt kan worden. Optimalisaties zijn mogelijk m.b.t. rolverdeling, processen en de invulling van het opdrachtgeverschap. Mogelijk bedrijfsmatige cultuur door privaatrechtelijke vorm Organisatie AGV, NV/BV en mogelijke andere rechtsvorm Waternet bestaan naast elkaar. Mogelijk onduidelijk voor buitenwereld.
Criteria Zeggenschap/ sturing en verantwoording
+/o Door implementatie aanbevelingen *) verbetering t.o.v. nu o Echter: de dubbele pettenproblematiek wordt in deze variant niet weggenomen o op grond van de wet Toezicht en bestuur rechtspersonen zijn op termijn enkele aanpassingen en verduidelijkingen vereist
+ o
o
o o
Door implementatie aanbevelingen *) verbetering t.o.v. nu Einde aan de dubbele petten constructie in het geval gekozen wordt door een onafhankelijk toezicht. Duidelijke(re) rolverdeling met aansturing door: Het Bestuur is onafhankelijk en beschikt over inhoudelijke expertise en capaciteit
+/++ o De democratische legitimiteit is door een duidelijk wettelijk kader (inlichtingenplicht, rekening en verantwoording) zoveel mogelijk gewaarborgd o Dubbele petten-problematiek niet aan de orde (zie boven)
n.v.t.
Classificatie: Vertrouwelijk
+/o Overeenkomst biedt ruimte voor maatwerkafspraken die zeggenschap, sturing en verantwoording waarborgen; o Echter: door het gebrek aan rechtspersoonlijkheid ontstaat wel de complexiteit dat het personeel en/of de organisatie bij een of beide partijen is
o
Doordat de centrumorganisatie de uitvoering van de taken (ook die van de andere publiek partij) voor haar rekening neemt, ontstaat bij calamiteiten en gebrekkige uitvoering een complex beeld wie hiervoor politiekbestuurlijk verantwoordelijk is
+/++ o Door implementatie aanbevelingen *) verbetering t.o.v. nu o Geen dubbele petten- pettenproblematiek o Duidelijke(re) rolverdeling met aansturing door: o Een onafhankelijke RvB die beschikt over inhoudelijke expertise en capaciteit; o Belangrijke strategische besluiten van (het Bestuur van) Waternet vereisen voorafgaande
Stichting A
Stichting B o
o
o
Doelmatigheid Toekomstbestendigheid
Fiscaal/ juridisch
Bedrijfsvoeringsorganisatie
Volledige ontvlechting
Belangrijke strategische besluiten van (het Bestuur van) Waternet vereisen voorafgaand bestuurlijke goedkeuring van het waterschap en de gemeente. Een Raad van Toezicht – wettelijk geborgd in de WBTR- zorgt voor adequaat en professioneel toezicht op de uitoefening van watertaken door Waternet in opdracht van Amsterdam en op de bedrijfsvoering van Waternet Sturing door de gemeente op de uitvoering door Waternet van de gemeentelijke (drink)watertaken vindt primair plaats via de opdracht- en mandaatrelatie en via specifieke statutaire bevoegdheden zoals instructiebevoegdheden en/of goedkeuringsbevoegdheden
Contract
o
ondergebracht, en daarmee onderhevig aan eigen verantwoordingslijnen en sturing; dit doorkruist mogelijk een effectieve gezamenlijke sturing Bij een gebrekkige uitvoering van de taken ontstaan mogelijk aansprakelijkheidsrisico’s voor de uitvoering van de taken van de andere publieke partij
Niet (primair) afhankelijk van organisatievorm ++ o Toetreding door andere partners is juridisch gezien mogelijk o Aanpassing van statuten en samenwerkingsovereenkomst is nodig o Instemming van het Algemeen bestuur en Burgemeester en Wethouders is nodig
Niet (primair) afhankelijk van organisatievorm ++ o Toetreding door andere partners is juridisch gezien mogelijk o Aanpassing van statuten en samenwerkingsovereenkomst is nodig o Instemming van het Algemeen bestuur en Burgemeester en Wethouders is nodig
Niet (primair) afhankelijk van organisatievorm ++ o Toetreding door andere partners is juridisch gezien mogelijk, met een beperking tot gemeenten, provincies en waterschappen o Aanpassing van regeling is nodig o Instemming van het Algemeen bestuur en Gemeenteraad is nodig
Zie effecten rapport Berenschot Toetreding van andere partners is niet van toepassing.
Niet (primair) afhankelijk van organisatievorm, ++ Het is juridisch gezien mogelijk dat andere partners toetreden tot een contract. Dit vraagt aanpassing van het contract.
+ Fiscaal: o Voorwaarde voor deze waardering is behoud van btw-koepelvrijstelling. Dit vereist voor A’dam een overdracht van drinkwaterbedrijf; o Goede afstemming met Belastingdienst is nodig.
+ Fiscaal: o Voorwaarde voor deze waardering is behoud van btw-koepelvrijstelling. Dit vereist voor A’dam een overdracht van drinkwaterbedrijf. Goede afstemming met Belastingdienst noodzakelijk. Bij verandering naar een onafhankelijk bestuur is ivm
+/Fiscaal: o Voorwaarde voor deze waardering is behoud van btwkoepelvrijstelling. Dit vereist voor A’dam een overdracht van drinkwaterbedrijf o Goede afstemming met Belastingdienst is nodig. De gesprekken met de Belastingdienst focussen zich tot dusver op instandhouding in geval van een stichting. Het
+/Fiscaal: o Geen sprake van koepelvrijstelling, niet van toepassing, geen rechtspersoon
Fiscaal: o geen sprake van koepelvrijstelling, niet van toepassing
Classificatie: Vertrouwelijk
Centrumregeling o
o
Bij een gebrekkige uitvoering van de taken loopt de centrumorganisatie aansprakelijkheidsrisico’s voor de uitvoering van de taken van de andere publieke partij. Door het gebrek aan rechtspersoonlijkheid ontstaat wel de complexiteit dat het personeel en/of de organisatie bij een of beide partijen is ondergebracht, en daarmee onderhevig aan eigen verantwoordingslijnen en sturing; dit doorkruist mogelijk een effectieve gezamenlijke sturing
Niet (primair) afhankelijk van organisatievorm ++ o Het is juridisch gezien mogelijk dat andere partners toetreden tot de centrumorganisatie, met een beperking tot gemeenten, provincies en waterschappen o Aanpassing van regeling is nodig o Instemming van het Algemeen bestuur en Gemeenteraad is nodig Fiscaal: o Behoud van btwkoepelvrijstelling vereist voor A’dam een overdracht van drinkwaterbedrijf. In dit governancemodel worden de taken ondergebracht bij een van de moederorganisaties waardoor instandhouding niet mogelijk is.
NV/BV
o o
o
bestuurlijke goedkeuring van het waterschap en de gemeente (AvA). Een RvC zorgt voor adequaat en professioneel toezicht Sturing door de gemeente op de uitvoering door Waternet van de gemeentelijke (drink)watertaken vindt plaats via de opdracht- en mandaatrelatie en via specifieke statutaire bevoegdheden zoals instructiebevoegdheden en/of goedkeuringsbevoegdheden Deze vorm ligt wel meer voor de hand bij economische activiteiten met een winstoogmerk / wens tot winstuitkering, hetgeen niet het geval lijkt te zijn
Niet (primair) afhankelijk van organisatievorm ++ Het is juridisch gezien mogelijk dat andere partners toetreden tot de NV/BV, door het verwerven van aandelen.
Fiscaal: o Behoud van btw-koepelvrijstelling vereist voor A’dam een overdracht van drinkwaterbedrijf. Een vennootschap past niet bij de voorwaarden voor btwkoepelvrijstelling. Vennootschap is mogelijk wel geschikt om alleen drinkwatertaken in onder te brengen, maar niet als het samenwerkingsverband.
Stichting A
Stichting B de btw-koepelvrijstelling vereist dat Amsterdam en AGV blijvend invloed op Waternet uitoefenen.
Juridisch: o Beperkte (maar wel te checken) aandachtspunten mbt aanbestedingsrecht, staatsteun, drinkwaterwet, impact op lopende contracten, aanpassing van de huidige financieringsstructuur, mandatering en opstellen van DVO. En WTBR
Veranderconsequenties
++
Bedrijfsvoeringsorganisatie
Volledige ontvlechting
Contract
Centrumregeling
NV/BV
Juridisch: o Zie advies Nauta DutilH o Adviesrecht OR
Juridisch: o Betreft herstructurering huidige organisatiestructuur – zie hiervoor ook advies Nauta Dutilh en de mogelijke risico’s bij herstructurering voor: aanbestedingsrecht, drinkwaterwet, impact op lopende contracten en mandaten. o Aansprakelijkheidsrisico’s voor de uitvoering van de taken van de andere publieke partij. o Adviesrecht OR
Juridisch: o Betreft herstructurering huidige organisatiestructuur – zie hiervoor ook advies Nauta Dutilh en mogelijke risico’s bij herstructurering voor: aanbestedingsrecht, drinkwaterwet, impact op lopende contracten, aanpassing financieringsstructuur en mandaten. o Aansprakelijkheidsrisico’s voor de uitvoering van de taken van de andere publieke partij. o Adviesrecht OR
Juridisch:
-zie ook advies Berenschot en Nauta Dutilh
-zie ook advies Berenschot en Nauta Dutilh
+/zie ook advies Berenschot en Nauta Dutilh
gesprek zal opnieuw moeten worden gevoerd wanneer we van rechtsvorm wisselen.
Juridisch: o Beperkte (maar wel te checken) aandachtspunten mbt aanbestedingsrecht, staatsteun, drinkwaterwet, impact op lopende contracten, aanpassing van de huidige financieringsstructuur, mandatering en opstellen van DVO. o Vereist aanpassing van juridische organisatiestructuur o Adviesrecht OR o Check op WBTR
Juridisch: o Betreft herstructurering huidige organisatiestructuur – zie hiervoor ook advies Nauta Dutilh en de mogelijke risico’s bij herstructurering voor: aanbestedingsrecht, drinkwaterwet, impact op lopende contracten, aanpassing financieringsstructuur en mandaten. o Adviesrecht OR
+
+/o zie ook advies Berenschot en Nauta Dutilh
-o
zie ook advies Berenschot en Nauta Dutilh
Overige opmerkingen
Classificatie: Vertrouwelijk
o
o o o
Betreft herstructurering huidige organisatiestructuur – zie hiervoor advies Nauta Dutilh en mogelijke consequenties voor aanbestedingsrecht, staatsteun, drinkwaterwet, impact op lopende contracten, aanpassing van de huidige financieringsstructuur, mandatering en opstellen van DVO. Beperking van aansprakelijkheid Adviesrecht OR Check op WTBR