CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Eindrapport Actieonderzoek effectieve inzet Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS).pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 4 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Derde voortgangsrapportage inzet Amsterdamse schoolveiligheid’ (VN2024-015378)12.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deelnemers waren geneigd snel in generiekere termen te spreken over verzuimende jongeren. Om voldoende focus te houden, had het geholpen om definities met elkaar te bepalen van wat iedereen precies onder risicovol gedrag richting criminaliteit verstond, en wanneer we spreken over ‘structureel’ schoolverzuim. Op basis daarvan hadden we vaker en explicieter kunnen nagaan of de kansen en acties die door de werkgroep werden voorgesteld, écht optimaal aansloten bij deze doelgroep. Ook hadden keuzes voor de focus explicieter en in gezamenlijkheid kunnen worden gemaakt. Dit hangt samen met de vraag wie precies ‘aan zet’ is om het onderzoek uit te voeren én de belangrijke keuzes daarin te maken, wat we verderop uitwerken in paragraaf 3.1.5.

3.1.2 Blijf bouwen aan een effectieve samenwerkingsrelatie Een effectief samenspel tussen ketenpartners is geen vanzelfsprekendheid en vereist blijvende inspanning. Daarvoor is nodig dat ketenpartners elkaar leren kennen, elkaar weten te vinden, en elkaar op waarde schatten. Het actieonderzoek biedt op zichzelf al een plek waar ketenpartners elkaar beter leren kennen. Ook hebben deelnemers plannen gemaakt om zulke ontmoetingen mogelijk te maken, bijvoorbeeld door gezamenlijke bijeenkomsten te organiseren waarin wederzijdse rollen en verwachtingen worden besproken. Het is aan te bevelen om dergelijke ontmoetingen een vast onderdeel te maken van de aanpak van structureel schoolverzuim. Verder is het belangrijk om te werken aan een gezamenlijke taal en gedeelde definities, of in ieder geval een beter begrip van elkaars taal en definities. Zo betekent ‘preventie’ iets anders binnen verschillende domeinen. Ook een begrip als ‘risicovol gedrag’ roept regelmatig verwarring op. Vaak gaan ketenpartners er onterecht vanuit dat ze hetzelfde verstaan onder zulke begrippen. Bouw voort op wat er al is en op (vroegere) succesvolle praktijken Om te blijven bouwen aan een effectieve samenwerkingsrelatie is het soms ook nodig om terug te kijken. Zo kan het zijn dat een samenwerkingsrelatie door de jaren heen is veranderd. Verschillende factoren kunnen hierin een rol spelen.

Eerder noemden we al de coronacrisis, die het belang onderstreepte van fysieke ontmoetingen. Ook oud zeer of teleurstellende ervaringen kunnen (onbewust) de huidige samenwerking belemmeren. Een beter begrip voor elkaars werkwijze, perspectieven en afwegingen kunnen helpen om de band te herstellen. Daarbij is het soms nodig om verwachtingen bespreekbaar te maken en actief een stap naar de ander toe te zetten. Het actieonderzoek liet meermaals zien hoe uitdagend dat kan zijn. Er waren momenten waarop deelnemers geneigd waren zichzelf terug te trekken uit het onderzoek of het gesprek. Dit gebeurde bijvoorbeeld wanneer een onderwerp werd besproken waarover de visies van ketenpartners verschilden of als de verwachtingen over elkaars rol in het onderzoek uiteenliepen. In plaats van terugtrekking, is het op die momenten juist belangrijk elkaar op te zoeken om toe te werken naar een effectievere samenwerking in het belang van de jongere.

20

Werk aan duidelijke en gedragen visie Ook is in de werkgroep meermaals de behoefte geuit aan een duidelijke en gedragen visie van leerplicht op de inzet van het strafrechtelijk kader van de MAS. Hoewel zo’n visie kan bijdragen aan een beter samenspel tussen ketenpartners door bijvoorbeeld verwachtingen naar ketenpartners te verduidelijken, is het belangrijk om in de ontwikkeling van zo’n visie ketenpartners voldoende mee te nemen. De meerwaarde van het elkaars inzet wordt vergroot door een effectief samenspel waarin wederzijdse verwachtingen en behoeften worden afgestemd. In het actieonderzoek hebben we daar de eerste, maar nog niet de laatste stappen gezet.

3.1.3 Vind elkaar op casusniveau Elke leerling is uniek en vraagt andere hulp. Dat wil ook zeggen dat van tevoren niet te zeggen is welke expertise (en dus ketenpartners) betrokken moet zijn en op welke manier. Het is daarom vooral belangrijk om bij de specifieke casus ervoor te zorgen dat de juiste mensen aan tafel zitten. Er zijn verschillende samenwerkingsvormen die ervoor kunnen worden benut om te onderzoeken wélke expertise en partijen precies van meerwaarde kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de verschillende vormen van samenwerkingen die er al zijn, waaronder het IJO, het uitvoeringsoverleg (UVO), het Zorgen Adviestteam (ZAT), de groepsaanpak, de Amsterdamse Maatwerk-methode die onder andere door leerplicht wordt gebruikt om te escaleren bij complexe casuïstiek, bijeenkomsten waarin leerplicht kennismaakt met de rechtbank, casusoverleggen tussen leerplicht en het OM, het zorgcoördinator overleg op scholen, het Multidisiciplinair Overleg (MDO), et cetera. We hoeven niet van nul af aan te beginnen om een effectief samenspel tussen ketenpartners te versterken op casusniveau. Een ander voorbeeld is het Jeugd casusoverleg (JCO) waar andere gemeenten positieve ervaringen mee hebben. Bij zo’n overleg zijn onder andere leerplicht, het OM, politie, de RvdK, jeugdreclassering en Halt betrokken.

In deze overleggen wordt bijvoorbeeld het verzuim van jongeren met achterliggende problematiek besproken. Leerplichtambtenaren die aan deze overleggen deelnemen zeggen korte lijntjes te hebben met ketenpartners, en voelen zich door hen gesteund (ook in het opmaken van een pv). In de gemeente Amsterdam wordt gewerkt met het Integraal jeugdoverleg (IJO). Een belangrijk verschil tussen een JCO en IJO is dat een IJO wordt gehouden voor casuïstiek waar al een pv is opgemaakt. Bij een IJO heeft een leerplichtambtenaar een pv opgemaakt, waarna de casus wordt besproken door OM en de RvdK voordat het de verdere strafrechtketen ingaat. De senior leerplichtambtenaar is vast onderdeel van het overleg. Bij een JCO is de leerplichtambtenaar een vaste deelnemer aan het overleg, waarbij verzuimcasussen worden besproken waarbij het nog open ligt of er een strafrechtelijke route wordt ingezet. Op het moment dat de juiste partijen bij een casus zijn betrokken, is het belangrijk dat er een gezamenlijk plan wordt opgesteld en samenwerkingsafspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld over rolverdelingen en regievoering. Ook is het belangrijk dat rondom een casus de betrokken personen en partijen elkaar laagdrempelig kunnen bereiken. Daarbij moet oog zijn voor het afstemmen van verschillende tempo’s, werkprocessen en verwachtingen die de verschillende domeinen (zoals zorg en veiligheid) kernmerken.

3.1.4 Geef een vervolg aan kansrijke acties uit het actieonderzoek In het actieonderzoek heeft de werkgroep diverse acties geformuleerd waarvan zij verwachten dat die kansrijk zijn. Bij een aantal van die acties zijn eerste stappen gezet tijdens het actieonderzoek. Binnen de kaders van het onderzoek kon niet alles worden opgepakt. Het is dan ook aan te bevelen om de voorgenomen acties uit te voeren, en de acties waar al stappen in zijn gezet een vervolg te geven. In bijlage 2 ‘Overzicht kansrijke (vervolg)acties’ beschrijven we de huidige stand van zaken en aanbevelingen per actie. De inzichten en de lessen die ten grondslag liggen aan de acties of zijn voortgekomen uit de uitvoering daarvan hebben we verwerkt in de adviezen en de aanbevelingen die we in dit derde hoofdstuk doen. Aan het einde van het actieonderzoek is de werkgroep gevraagd waar zij behoefte aan hebben voor het vervolg. Deelnemers zeiden dat ze elkaar in deze samenstelling graag terugzien na een paar maanden, om te evalueren waar ze dan staan in hun voorgenomen acties. Een aanbeveling is dan ook om de werkgroep te faciliteren om actiegericht te blijven leren en onderzoeken. Daarbij hebben deelnemers de sterke wens om nog meer de betrokken organisaties hierin mee te nemen. Op die manier wordt voorkomen dat de inzichten, de lessen en de acties beperkt blijven tot enkele individuen uit de werkgroep.

Voor het vervolg is het daarom aan te raden om (meer) sleutelfiguren te betrekken van de betrokken organisaties, en de kennis en de verbeterkansen die worden ontwikkeld breder te delen, verrijken, toetsen en borgen.

21

3.1.5 Vergroot gedeeld eigenaarschap Participatie van belanghebbenden is binnen actieonderzoek onmisbaar. Binnen actieonderzoek kan participatie verschillende vormen aannemen, maar het gaat in ieder geval uit van een invloedrijke rol van belanghebbenden in zowel de opzet als de uitvoering van het onderzoek. In ons actieonderzoek kreeg participatie vorm in een werkgroep van belanghebbenden die gezamenlijk acties uitvoerden en onderzochten op basis van de kansen en de behoeften die zij zelf zagen om structureel schoolverzuim tegen te gaan ter preventie van risicovol gedrag. Hoewel de werkgroep ruimte kreeg om sturing te geven aan het onderzoeksproces door bijvoorbeeld eigen thematiek in te brengen, is het de vraag in hoeverre ze zich mede-eigenaar voelden van het onderzoek. Verschillende signalen wekken de indruk dat dit beperkt het geval was. Zo hadden sommige deelnemers de verwachting dat leerplicht meer aan zet was in de uitvoering van het onderzoek dan andere deelnemers; het was immers ‘hun’ onderzoek en ‘hun’ thema. Omgekeerd had leerplicht soms het gevoel dat er te veel focus naar hen uitging, terwijl ze het onderzoek juist gezamenlijk wilden dragen. Voor toekomstig actieonderzoek is het te overwegen om de participatie van belanghebbenden te vergroten.

Dat kan bijvoorbeeld door reflectie, evaluatie en aanpassing van de onderzoeksopzet als geheel explicieter in gezamenlijkheid te maken. Dat gaat verder dan de ruimte geven voor bijsturing en de reflectie en evaluatie van acties die onderdeel zijn van het actieonderzoek. Om het onderzoek echt gezamenlijk te dragen, kan het helpen om het opdrachtgeverschap en het projectteam uit te breiden met vertegenwoordigers van deze belanghebbenden. Dat kan bijdragen aan draagvlak, commitment en eigenaarschap bij belanghebbenden. Het draagt eraan bij dat ketenpartners prioriteit en capaciteit kunnen geven aan het onderwerp. Ook komt het tegemoet aan de zorg die sommige deelnemers aan de werkgroep hadden over de vraag of de inzichten, lessen en aanbevelingen zouden worden opgepakt door de eigen organisaties.

3.2 Adviezen en aanbevelingen per ketenpartner De overkoepelende adviezen en aanbevelingen uit de vorige paragraaf specificeren we in dit onderdeel kernachtig voor de verschillende ketenpartners. Leerplichtambtenaren • Ontwikkel een duidelijke en gedragen visie op, en werkwijze voor de handhavende rol van leerplicht. Besteed daarin aandacht aan de afwegingen om het strafrechtelijk kader (met welk verwacht effect) van de MAS in te zetten. • Gebruik deze visie en werkwijze om met ketenpartners de samenwerking en wederzijdse verwachting (verder) af te stemmen. • Onderzoek de effectiviteit van pv's en de strafrechtelijke route. • Nodig indien mogelijk mensen uit die landelijk betrokken zijn bij de (ontwikkeling van de) MAS, om eventuele aannames over hoe het strafrechtelijk kader zich tot de MAS verhoudt te toetsen. • Verdiep je verder in het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, welke rol leerplicht hierin kan spelen bij structureel verzuim ter preventie van risicovol gedrag en wat dit betekent voor de samenwerking met ketenpartners. • Onderzoek welke aanvullende ondersteuning leerplichtambtenaren nodig hebben in hun afweging om op een effectieve manier pv’s in te zetten. Bouw daarbij voort op de ondersteuning die er nu al is, zoals een werkinstructie en verschillende bijeenkomsten met bijvoorbeeld de rechtbank of casusoverleggen met het OM.

Voor aanvullende ondersteuning kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een richtlijn of een database van casuïstiek waarin afwegingen worden bijgehouden en die als inspiratie kunnen dienen voor toekomstige afwegingen. • Betrek in de ontwikkeling van een visie en eventueel aanvullende ondersteuning de expertises en behoeften van ketenpartners. Vraag hun bijvoorbeeld om casuïstiek aan te leveren waarin zij denken dat het strafrechtelijk kader wel of juist geen meerwaarde had gehad, of waarbij ze inzicht willen in de afwegingen van leerplichtambtenaren. Ga samen in gesprek over hoe de samenwerking in de besproken casuïstiek had kunnen worden verbeterd, om het effect van die samenwerking te vergroten. Bespreek daarbij of en hoe een pv wel of niet bij had kunnen dragen aan een effectievere samenwerking. • Vraag ketenpartners om laagdrempelig (anoniem) mee te denken wanneer je in een casus twijfelt om wel of geen pv op te maken. Dit kan ook anoniem. • Ga met ketenpartners uit het strafrecht in gesprek over mogelijkheden voor samenwerking, ook buiten het gedwongen kader of een pv om. Voorbeelden van mogelijke samenwerking zijn: sparren, informatie of signalen delen, elkaar adviseren en het delen van kennis. • Zorg ervoor dat je zicht hebt op de expertise en de meerwaarde van ketenpartners in de aanpak van structureel schoolverzuim.

Dat kan bijvoorbeeld door een bijeenkomst te organiseren om elkaar beter te leren kennen, of door aan de hand van casuïstiek in gesprek te gaan over elkaars rol, werkwijze en afwegingen.

22

• Maak aan ketenpartners zichtbaar wat leerplicht doet en wat ze kunnen verwachten, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt richting jeugdartsen/jeugdgezondheidszorg. • Voer regelmatig in het schooljaar samen met ketenpartners gesprekken met scholen. Daarmee straal je gezamenlijkheid uit en is afstemming mogelijk over rollen, verwachtingen en verantwoordelijkheden. • Bespreek met ketenpartners welke signalen kunnen duiden op risicovol gedrag richting criminaliteit, en welke expertise er dan beschikbaar is om in te zetten of welke rol ketenpartners op dat moment kunnen spelen. Scholen • Zorg voor een passend onderwijsprogramma dat aansluit bij de leerling, wat kan bijdragen aan het voorkomen van (meer) schoolverzuim. Werk aan een sterk pedagogisch klimaat waarin leerlingen zich begrepen, gezien en gehoord voelen en het snel wordt opgemerkt als een leerling zorgelijk gedrag ontwikkelt. • Ga bij beginnend schoolverzuim in gesprek met leerlingen, ouders of voogden. Schakel tijdig hulp in om het schoolverzuim tegen te gaan van de leerplichtambtenaar en (andere) ketenpartners. • Maak een zorgmelding wanneer er zorgen zijn over een leerling. Stuur ook onderwijspersoneel hierop aan. • Zorg ervoor dat verzuimregistraties en verzuimmeldingen binnen de eigen onderwijsinstelling op orde zijn, en stuur hierop aan waar nodig.

Het is daarbij aan te raden om in gesprek te gaan met onderwijspersoneel over wat hen ervan weerhoudt om te registreren of te melden. Vraag daarbij niet alleen naar randvoorwaarden, maar ook naar aannames of overtuigingen. • Zie structureel schoolverzuim in een bredere context; het kan een indicator of signaal zijn dat er meer aan de hand is met een leerling, waarbij aanvullende expertise nodig is van ketenpartners om de context van het verzuim beter in beeld te brengen en de nodige hulp te bieden. • Zorg voor een vast aanspreekpunt voor ketenpartners. Informeer ketenpartners zo goed mogelijk over het beleid, de werkwijze en de visie op verzuim, en wat mogelijk is om daarbij samen op te trekken. Zeker gezien de verschillen tussen scholen en tussen vo, mbo en po is dit bij lang niet alle ketenpartners bekend. Raad voor de Kinderbescherming • Maak zichtbaar(der) wat je kan betekenen bij structureel schoolverzuim ter preventie van risicovol gedrag, specifiek richting leerplichtambtenaren. Deel de positieve ervaringen met ketenpartners en laat zien welke vormen van samenwerking er mogelijk zijn, ook buiten het gedwongen kader om. • Bespreek met ketenpartners wat hen ervan weerhoudt om de mogelijkheden die er al zijn voor vroegtijdige samenwerking met de RvdK (meer) te benutten, voortbouwend op de behoeften en kansen die in dit rapport worden genoemd voor een effectiever samenspel.

• Wees goed bereikbaar en beschikbaar voor ketenpartners om het zo laagdrempelig en effectief mogelijk te maken om de RvdK te betrekken. • Zorg dat de capaciteit binnen de RvdK op orde is en dat er genoeg raadsonderzoekers die zijn getraind in schoolverzuimonderzoek, om indien nodig na een pv snel en effectief door te kunnen pakken. Politie • Vergroot de zichtbaarheid van politie op scholen en investeer in korte lijnen tussen schoolpersoneel en de desbetreffende schoolcontactpersoon van de politie. • Afhankelijk van de betreffende casuïstiek kan de politie beschikken over informatie die noodzakelijk kan zijn voor hulpverlenende partijen. Benut de mogelijkheden binnen de huidige wet- en regelgeving om deze informatie te delen wanneer dit in het belang is van het welzijn van de leerling. • Nodig de desbetreffende schoolcontactpersoon van de politie uit bij het Plan schoolveiligheid en/of het multidisciplinair Zorg- en Adviesteam (ZAT) wanneer dit noodzakelijk lijkt te zijn in verband met veiligheidsaspecten die de betreffende casuïstiek raken. Het Openbaar Ministerie • Blijf leerplicht uitnodigen voor een open en leerzame uitwisseling over afwegingen die worden gemaakt, bijvoorbeeld rondom de inzet van pv’s, zoals dat tijdens het actieonderzoek ook is gebeurd. Zoek naar mogelijkheden met leerplicht om die uitwisseling duurzaam te verankeren in de organisaties.

• Onderzoek welke (aanvullende) verwachtingen ketenpartners hebben in de samenwerking met het OM nadat een pv is opgemaakt om de effectiviteit ervan te vergroten. Onderzoek daarbij ook óf er mogelijkheden zijn (en zo ja, welke) om ook voorafgaand of buiten een pv samen te werken, bijvoorbeeld door het delen van expertise.

23

• • • •

• •

Bijlagen

24

Bijlage 1: De Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) In maart 2017 is de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS, zie figuur B1) in het leven geroepen. De MAS is tot stand gekomen op basis van de behoefte van een aantal partijen in de leerplichtketen aan een gezamenlijke visie op en aanpak van schoolverzuim, met een coördinerende rol voor leerplichtambtenaren in de bredere keten rondom schoolverzuim. Daarbij wilde men preventieve en vrijwillige (jeugd)hulp meer centraal stellen in plaats van de strafrechtelijker focus in de voorganger van de MAS, de ‘Handleiding Strafrechtelijke Aanpak Schoolverzuim (SAS)’ uit 2012. Met de MAS werd leerplichtambtenaren dan ook meer de ruimte geboden om, afhankelijk van de situatie, gemotiveerd keuzes te maken in de aanpak van verzuimproblematiek en nadrukkelijker te kijken naar (vrijwillige) hulpverlening. In de ‘oude’ situatie voelden veel leerplichtambtenaren zich genoodzaakt proces-verbaal op te maken bij schoolverzuim, terwijl een route met jeugdhulp door de ketenpartners voor het gros van de schoolverzuimers effectiever werd geacht. In de transitie van SAS naar MAS werd hulpverlening dan ook het eerste doel. De focus op hulpverlening hoeft een strafrechtelijke route niet uit te sluiten.

Als het voor de specifieke situatie nodig is, bijvoorbeeld ter preventie van risicovol gedrag onder jongeren, kan in samenspraak met betrokken ketenpartners worden gekozen voor een strafrechtelijke route of een combinatie van routes (zie ook stap 7 van de MAS in figuur B1). Daarvoor moet de afweging worden gemaakt of dat een passend alternatief is voor (vrijwillige) hulp en daarmee bijvoorbeeld risicovol gedrag onder jongeren wordt tegengegaan. In de praktijk brengt deze ruimte voor afweging door leerplichtambtenaren de nodige uitdagingen met zich mee. Dat geeft aanleiding om het goede gesprek tussen ketenpartners te voeren, met oog voor ieders kennis, kunde en verantwoordelijkheden. Dit is ook gevangen in de symboliek van ‘samen aan tafel zitten’ in de infographic van de MAS (zie figuur B1). Figuur B1

Visuele weergave van de MA

25

Bijlage 2: Overzicht van kansrijke (vervolg)acties Kans Effectiever samenspel tussen ketenpartners

Actie en doel Mogelijkheden bespreken om bij zorgen en twijfels informatie te delen met ketenpartners.

Versterken van de band met scholen

Met scholen in gesprek over hun overwegingen bij het maken van meldingen, hun zorgopties en werkwijze bij verzuim. Met als doel om meer begrip te hebben voor elkaars afwegingen, mogelijkheden en beperkingen.

Versterken van de band met scholen

Jeugdartsen en leerplicht voeren samen gesprekken met scholen ter afstemming van verwachtingen, rollen en verantwoordelijkheden, met als doel de zichtbaarheid van jeugdartsen en leerplicht te vergroten op scholen en de samenwerking te verstevigen.

Vroegtijdig betrekken van ketenpartners: de RvdK

Delen van positieve voorbeelden van de betrokkenheid van RvdK, en het bespreken van casuïstiek waarin de expertise van RvdK mogelijk onvoldoende is benut, met als doel om de expertise van RvdK beter te benutten. Mogelijkheden bespreken om als jeugdbescherming vanuit gedwongen of vrijwillig kader betrokken te zijn bij schoolverzuim, met als doel om wederzijds begrip te vergroten en de expertise van jeugdreclassering en -bescherming beter te benutten. Mogelijkheden bespreken om Halt eerder te betrekken en de zichtbaarheid van Halt op scholen te verbeteren.

Het vroegtijdig betrekken van ketenpartners: jeugdreclassering en -bescherming Het vroegtijdig betrekken van ketenpartners: Halt

Het gelijktijdig of gecombineerd inzetten van zorg en het strafrechtelijk kader

Gezamenlijke (domeinoverstijgende) gesprekken voeren door ketenpartners met ouders, en onderling afspraken maken en verwachtingen uitspreken. Met als doel de mogelijkheden te vergroten om de leerling te helpen.

Stand van zaken en aanbevelingen Binnen de politie is intern onderzocht hoe, binnen de grenzen van de privacywetgeving, informatie met ketenpartners gedeeld kan worden. Met betrekking tot schoolverzuim heeft de politie geen specifieke rol, maar wel een algemene signalerende en adviserende functie die binnen de politietaak past. Afhankelijk van de partners kan de politie structureel, incidenteel en casusafhankelijk informatie delen. Het gaat daarbij veelal om partners als Openbaar Ministerie, het college van Burgemeester en Wethouders (Openbare Orde en Veiligheid), Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering en Gemeente/stadsdeel (jeugd en veiligheid). Daarbij dient de informatie juist en actueel te zijn en het delen van de informatie moet noodzakelijk zijn voor het doel dat de beoogde ontvanger daarmee nastreeft. Kan het met minder gegevens of kunnen dezelfde gegevens ook van anderen dan de politie verkregen worden? Dan is verstrekken niet toegestaan. Voor de politie is het mogelijk om advies te geven zonder specifieke details van individuele gevallen te delen. Gedeeltelijk is deze actie uitgevoerd in het actieonderzoek en verwerkt in de resultaten. Dat beperkt zich echter tot de deelnemers aan de werkgroep, en specifiek het mbo.

Zeker gezien de grote verschillen in werkwijzen en beleid van mbo, vo en po, is het nodig om dit gesprek breder te voeren en inzichten breder te delen, zodat ze niet afhankelijk zijn van individuele personen of scholen. In verschillende stadsdelen worden deze gesprekken al gevoerd, of zijn ze voorgenomen. Dit wordt gedaan door leerplicht, jeugdartsen en scholen. De eerste ervaringen zijn positief en verdienen het om verder uitgewerkt en uitgebreid te worden. Het is het onderzoeken waard wat hierin de werkzame elementen zijn en hoe andere ketenpartners hierbij eventueel betrokken kunnen worden. Er zijn afspraken gemaakt tussen RvdK en leerplichtambtenaren om verdiepend in gesprek te gaan over de expertise van de RvdK. Het bespreken van positieve voorbeelden of concrete casuïstiek kan hiervoor worden gebruikt. Medewerkers van jeugdbescherming en leerplicht hebben binnenkort een gesprek waarin leerplicht wordt geïnformeerd over de veranderende rol van jeugdbescherming en wederzijdse verwachtingen worden afgestemd en bepaalde discussiepunten (zoals de rol van terugmeldingen in de aanpak van schoolverzuim) worden beslecht. Op drie scholen is er een initiatief gestart om de samenwerking met Halt te versterken door middel van spreekuren.

Deze introductie verhoogt de zichtbaarheid van Halt, wat het makkelijker maakt om afstemming met leerplicht te realiseren en deel te nemen aan Veilig School-overleggen. Bovendien krijgt Halt beter inzicht in de situatie van jongeren en kan het sneller ondersteuning bieden bij opkomende zorgen of problemen. Verwijzing naar het spreekuur gebeurt via de verzuimcoördinator van de school. Dit is een kansrijke actie die nog verder moet worden uitgewerkt en moet worden uitgevoerd. Een begin is al gemaakt door de gezamenlijke gesprekken op/met scholen tussen jeugdartsen en leerplicht. Het breder betrekken van andere ketenpartners is hierin nog een belangrijk aandachtspunt.

26

Kans Het effectiever inzetten van pv’s

Actie en doel Casuïstiek verzamelen om aan de hand daarvan in gesprek te gaan over de visie op het effectief inzetten van pv’s. Op basis daarvan handvatten opstellen (binnen leerplicht intern, en extern met partners), met als doel om een pv op een effectievere wijze in te zetten.

Stand van zaken en aanbevelingen De leerplichtambtenaren uit de werkgroep zijn positief over dit initiatief: het is een mooie opening voor een gesprek om elkaar als ketenpartners beter te begrijpen en een visie te vormen. De eerste casussen zijn voorgelegd aan leerplichtambtenaren. Het is aan te bevelen om zulke casuïstiek te verzamelen in een ‘database’ waar leerplichtambtenaren zich door kunnen laten inspireren in het maken van een afweging. Zo’n database kan tevens aanleiding geven om handvatten te ontwikkelen die ondersteunen bij de afweging. Het is de vraag hoe dit een blijvend onderdeel kan worden van leren en kwaliteitsverbetering binnen leerplicht.

27

Regioplan Jollemanhof 18 1019 GW Amsterdam T +31(0)20 531 53 15 www.regioplan.nl

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14847557/1