Bijlage_1 Eerste halfjaarrapportage MIRT-verkenning OVSA.pdf
Tekst van het document
1e halfjaarrapportage
MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum Rapportage over de periode juni 2023 tot en met december 2024
Inhoud 1.
Inleiding
3
2.
Wat hebben we bereikt?
6
3.
Vooruitblik komend half jaar
10
4.
Projectkaders
11
2
1. Inleiding Dit is de eerste halfjaarrapportage van de MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum (OVSA). Eenmalig bestrijkt de halfjaar
rapportage een langere periode. In deze rapportage wordt teruggeblikt op
de voortgang van het project over de periode vanaf de startbeslissing van de MIRT-verkenning in juni 2023 tot en met december 2024. Daarnaast wordt een half jaar vooruitgekeken.
1.1
De opgave
De locatie Haven-Stad in de Metropoolregio Amsterdam
Het huidige OV-netwerk in de MRA staat momenteel
(MRA) is aangewezen als één van de belangrijkste woning-
op verschillende onderdelen al onder druk. Overvolle
bouwlocaties in Nederland. In dit nieuwe stadsgebied
bussen, trams, treinen en metro’s en toenemende on-
is plaats voor 70.000 woningen en 58.000 arbeids
betrouwbaarheid zijn daarvan het gevolg. Daarnaast
plaatsen. Het duurt tot na 2050 totdat Haven-Stad
zorgen bevolkingsgroei, de verstedelijkingsopgave en
helemaal klaar is. Dit vraagt om een integrale bena-
internationaal treinverkeer de komende periode naar
dering van de ontsluiting in dit deel van de stad, en
verwachting voor een forse toename van het aantal
van dit deel van de stad naar de rest van de regio en
reizigers.
het land. Om de leefbaarheid en bereikbaarheid voor Haven-Stad (met de relatief hoge dichtheid) te kunnen
Te hoge aantallen overstappende reizigers kunnen
garanderen, moet het autoverkeer worden beheerst.
leiden tot veiligheids- en comfortproblemen en toe-
3
genomen reistijden. Om dit op te vangen worden nu al
Concreet levert de MIRT-verkenning één voorkeurs
aanpassingen gedaan op stations Amsterdam Cen-
alternatief op: een slimme, duurzame en haalbare
traal en Amsterdam Zuid. Naast de ontwikkeling van
oplossing voor de OV-ontsluiting die de ontwikkeling
Haven-Stad, worden ook op andere plekken in Amster-
van de eerste fase van Haven-Stad Zuid (vanaf 2035)
dam woningen bijgebouwd. Verwacht wordt dat de
mogelijk maakt. Daarbij wordt toekomstvastheid als
transfer druk hierdoor toeneemt, zowel op station
beoordelingscriterium meegenomen.
Amsterdam Sloterdijk als op Amsterdam Centraal. Ook het gebruik van trein, bus, tram en metro zal toe nemen. De huidige problemen van het OV worden – zelfs zonder rekening te houden met de volledige ontwikkeling van Haven-Stad – in de toekomst alleen maar groter. Om Haven-Stad Zuid te ontwikkelen tot een hoogstedelijk, leefbaar en duurzaam ingericht woon- en werkgebied, en om (toekomstige) knelpunten in bestaande OV-netwerken aan te pakken, werken Rijk en regio samen aan de MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum. De startbeslissing hiervoor is met het vaststellen van het startdocument genomen in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) op 15 juni 2023 door de staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daarmee zijn de afspraken uit het Bestuurlijk Overleg MIRT (BO MIRT) van november 2022 voor het starten van de MIRT-
Plangebied aan de noordwestkant van Amsterdam
verkenning bekrachtigd. Medio december 2024 hebben de drie opdrachtge-
1.3
De projectpartners
vende partijen afspraken over de scope, de planning,
De MIRT-verkenning is een nauwe samenwerking
de verantwoordelijkheden en het beschikbare budget
tussen verschillende partijen. Hierin zijn het Ministerie van
voor de uitvoering van de MIRT-verkenning vastge-
Infrastructuur en Waterstaat, de Vervoerregio Amsterdam
legd in een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst
en de gemeente Amsterdam (Verkeer en Openbare
(SOK).
Ruimte (V&OR)) de drie opdrachtgevende partijen. De programmaorganisatie Haven-Stad, ProRail, de
1.2
De projectdoelstelling
Nederlandse Spoorwegen (NS), GVB en het Ministerie
De gemeente Amsterdam, de Vervoerregio Amsterdam
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)
en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
zijn de adviserende partijen.
voeren deze MIRT-verkenning uit met als doel het (eventueel gefaseerd) ontwikkelen van robuuste en
De Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie (UIE)
hoogwaardige OV-verbindingen in het gebied tussen
van de gemeente Amsterdam is opdrachtnemer voor
Sloterdijk en Amsterdam centrum. Het gaat daarbij om
het projectmanagement van de MIRT-verkenning en
een werkend vervoersysteem in de oost-westelijke en
heeft een onafhankelijke projectorganisatie ingericht.
de noord-zuidelijke richting.
De projectorganisatie is in februari 2024 gestart.
4
1.4
Systematiek van de MIRT-verkenning
zet om vervolgens te trechteren naar één slimme, duur-
Deze verkenning maakt gebruik van de MIRT-syste-
zame en haalbare oplossing: het voorkeursalternatief.
matiek. MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infra-
De verkenningsfase eindigt met een voorkeursbeslissing
structuur, Ruimte en Transport en is een gebruikelijke
over het voorkeursalternatief voor de OV-ontsluiting voor
systematiek voor projecten en programma’s die de
het mogelijk maken van de ontwikkeling van de eerste
bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van
fase van Haven-Stad Zuid (vanaf 2035).
Nederland bevorderen. Een project of programma dat de MIRT-systematiek volgt kent vier fasen: de voorberei-
De MIRT-verkenning richt zich ook op de toekomst-
dingsfase, de verkenningsfase, de planning- en studiefase
vastheid en robuustheid van de oplossing op de lan-
en de aanlegfase. De komende jaren wordt in de MIRT-
ge termijn (2050), passend bij de ontwikkeling van
verkenning OVSA gewerkt aan de verkenningsfase.
Haven-Stad. Voor de eerste fase (vanaf 2035) is zicht op financiering. Keuzes voor de eerste fase moeten
In de MIRT-verkenning worden alle denkbare oplossin-
toekomstvast en robuust zijn.
gen verzameld en de haalbare oplossingen uiteenge-
Systematiek van de MIRT-verkenning
5
2. Wat hebben we bereikt? Na het nemen van de startbeslissing in juni 2023, is UIE gevraagd om te
starten met de uitvoering van de MIRT-verkenning en is door de opdrachtgevende partijen gestart met het maken van samenwerkingsafspraken, het inrichten van de governance van het project en het vastleggen van mandaten. In februari 2024 is de projectdirecteur na een zorgvuldig wervings- en selectieproces bij UIE gestart. Tot eind 2024 is gewerkt aan het verder opstarten van
de MIRT-verkenning in december 2024 afgerond.
de MIRT-verkenning. In deze periode lag de focus op het vormen van een projectorganisatie en het opstellen
Parallel aan de opstart van het project, is in de zomer
van het project- en inkoopplan. Daarnaast is de aanbe
en in het najaar van 2024 is een aantal belangrijke
stedingsprocedure voor het werven van een ingenieurs-
producten opgesteld, waaronder het risicodossier, het
bureau doorlopen. In september 2024 is het project-
participatieplan en de eerste versie van de nota van uit-
plan vastgesteld door de opdrachtgevende partijen.
gangspunten. Besluitvorming hierover vindt in het eerste
Met de ondertekening van de SOK tussen de opdracht-
halfjaar van 2025 plaats. In de paragrafen hierna wordt
gevende partijen en de voorlopige gunning van de
teruggeblikt op de belangrijkste ontwikkelingen en mijl-
aanbestedingsprocedure, is de fase van opstarten van
palen in de rapportageperiode.
2.1
Voorgeschiedenis
2.1.1
MIRT-onderzoek
sies uit het MIRT-onderzoek ZWASH vastgesteld. Op dat moment waren geen financiële middelen beschikbaar om een startbeslissing te kunnen nemen voor de MIRT-verkenningen OV-verbinding Amsterdam
De MIRT-verkenning kent een lange voorgeschiede-
– Haarlemmermeer (OVAH) en OVSA. Rijk en regio
nis. Om verschillende bereikbaarheidsaspecten nader
spraken af om geen tijd te verliezen en inhoudelijk door
te onderzoeken, is in 2017 onder de vlag van het rijks/
te werken om een startbeslissing voor te bereiden.
regioprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) het MIRT-onderzoek Zuidwest Amsterdam-
2.1.2
Schiphol Hoofddorp (ZWASH) gestart. Fasen 1 tot en
Vooruitlopend op de MIRT-verkenning OVSA en in
Pre-verkenning
met 4 van het MIRT-onderzoek ZWASH vonden plaats
afwachting van zicht op financiering zijn een aan-
van 2018 tot en met 2020.
tal onderzoeken uitgevoerd in de pre-verkenning ‘MIRT Metroringlijn’. Onderdeel van de opgeleverde
Parallel aan het MIRT-onderzoek ZWASH vond het
producten uit deze pre-verkenning zijn de concept
project MASH plaats (2018-2020). MASH staat voor
Nota van Uitgangspunten en de concept Notitie Kans-
toekomstbestendig Mobiliteitssysteem Amsterdam –
rijke Oplossingsrichtingen. Deze rapportages zijn op
Schiphol – Hoofddorp. Het betrof een onderzoek naar
18 maart 2022 vastgesteld door de Programmaraad
het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp,
SBaB. Deze stukken hebben de status ‘concept’ ge-
in combinatie met het sluiten van de metroringlijn naar
kregen, omdat ze voorafgaand aan de verkennings-
Amsterdam Centraal. Als toekomstvaste oplossing
fase zijn opgesteld. De opgeleverde producten richten
voor de problematiek op station Schiphol en de bereik-
zich op uitgangspunten en oplossingsrichtingen voor
baarheidsopgave aan de westkant van Amsterdam.
het sluiten van de gehele OV-ring tussen Sloterdijk en
In het BO MIRT van 2020 hebben Rijk en regio de conclu-
Amsterdam centrum.
6
2.1.3
Startbeslissing
nen de kaders van de opdracht. In het midden van de
In het BO MIRT van 11 november 2022 hebben de be-
zandloper is sprake van een ‘single point of contact’
stuurders van Rijk en regio besloten tot het starten van
tussen de ambtelijk opdrachtgever(s) en de project-
directeur, die samen voor regie zorgen van het maakMIRT-traject zandloper proces en besluitvorming daarover. Hiermee zijn ook van de metroringlijn’. Deze eerste fase is ingegeven vaneen MIRT-verkenning naar de eerste fase van ‘het sluiten
uit de beschikbare financiële middelen. Voor de realisatie
de informatiestromen eenduidig gekanaliseerd (zowel
van het eerste deel van de meest voor de hand liggende
binnen het project als naar de omgeving) en wordt
oplossing uit de eerder uitgevoerde onderzoeken hebben
overleg en besluitvorming transparant vastgelegd.
Rijk en regio zicht op 100% financiering, geheel gedragen
Het doel van het governancemodel is dat de MIRT-
door de regio als onderdeel van het samenhangende
verkenning binnen de gestelde kaders van scope, geld,
pakket investeringen uit het BO MIRT van 2022.
tijd en kwaliteit wordt uitgevoerd.
Vervolgens hebben de projectpartners het startdocument opgesteld. In het BOL van 15 juni 2023 is het start-
Bestuur
document vastgesteld. Daarmee is de startbeslissing voor de MIRT-verkenning genomen en zijn de afspraken uit het BO MIRT van november 2022 voor het starten van
Besturen
Opdrachtgevende partijen
de MIRT-verkenning bekrachtigd. Vervolgens hebben de
Adviserende partijen
drie opdrachtgevende partijen medio december 2024 de SOK getekend. Aansturen
2.2
Inrichting projectgovernance
In het startdocument is een beschrijving op hoofdlijnen
Projectorganisatie partijen
Opdrachtgevende
Marktpartijen
voor de inrichting van de governance in de MIRT-verkenning opgenomen. Dit is uitgewerkt door de gedelegeerd opdrachtgevers (de gemeente Amsterdam en Vervoer-
Voor het (dagelijkse) besturen en aansturen is een
regio Amsterdam) in een nieuw samenwerkingsmodel
mandaatregeling opgesteld die borgt, dat binnen de
en overlegstructuur. De lessen uit voorgaande grote,
opdracht op een efficiënte en slagvaardige manier
complexe projecten zijn hierin meegenomen.
sturing kan worden gegeven aan het maakproces. Het geeft de projectorganisatie ruimte om zelfstandig te handelen (en verplichtingen aan te gaan), binnen de gestelde kaders en het mandaat van hun opdracht. Tegelijkertijd houden de opdrachtgevende partijen regie op de koers van het project door besluitvorming in geval van voortschrijdend inzicht, afwijkingen en/of voorstellen tot wijzigen van de kaders. In februari 2024 zijn het governancemodel en de man-
Het samenwerkingsmodel gaat uit van ‘Samen Be-
daatregeling vastgesteld. Dat was ook het moment
sturen’ wat betekent dat de projectpartners op alle
van aanstelling van de projectdirecteur door UIE.
niveaus streven naar unanieme besluitvorming in het belang van het ‘beste voor het project’. De positie en
2.3 Aanscherpen opdracht: scope en procedurekeuze
rollen van de projectpartners en hun omgeving zijn
In het voorjaar en de zomer van 2024 hebben diverse
gevisualiseerd in een zandloper. In de bovenste drie-
overleggen plaatsgevonden over de scope van de
hoek vindt de besturing van het project plaats door de
MIRT-verkenning en de te volgen ruimtelijke procedure
bestuurlijke opdrachtgevers. In de onderste driehoek
in de verkenning. Verschillende mogelijkheden voor
wordt het maakproces per projectfase, met integraal
zowel de scope als de te volgen ruimtelijke procedure
projectmanagent, resultaatgericht aangestuurd bin-
zijn onderzocht.
7
Studiegebied verkeerskundige onderzoeken OVSA 2.3.1
Scope
voerde onderzoeken, zijn de beschikbare financiële
In het BO MIRT van 11 november 2022 zijn financiële af
middelen. Deze zijn gebaseerd op de aanleg van het
spraken gemaakt over de eerste fase van ‘het sluiten van
eerste deel van de meest voor de hand liggende op-
de metroringlijn’. In het startdocument wordt nadruk-
lossing. Rijk en regio hebben gezamenlijk zicht op 100%
kelijk genoemd dat ook het ‘eindbeeld’, het eindbeeld
financiering voor de aanleg van een slimme, duurzame
van de OV-verbinding tussen Sloterdijk en Amsterdam
en haalbare oplossing voor de OV-ontsluiting, voor
centrum ten behoeve van het eindbeeld Haven-Stad
het mogelijk maken van de ontwikkeling van de eerste
Zuid, moet worden onderzocht. De uitkomst van het
fase van Haven-Stad Zuid. Het nadeel van deze aan-
scopeonderzoek is dat de verkenningsfase eindigt met
scherping van de scope is dat de onderzoeken uit de
een voorkeursalternatief dat de bereikbaarheid van het
pre-verkenning, die zich allemaal richten op de langere
gebied verbetert en aansluit bij de eerste fase van de
termijn en grotendeels buiten de financiële kaders
ontwikkeling van Haven-Stad (vanaf 2035). Dat kan bij-
vallen, beperkt bruikbaar zijn.
voorbeeld zijn een metro-oplossing in combinatie met een tram, maar het zou ook om een treinverbinding in
2.3.2
Ruimtelijke procedure
combinatie met een bus kunnen gaan. Alle mogelijk-
De uitkomst van het onderzoek ten aanzien van de ruim-
heden worden onderzocht. In de verkenning wordt ook
telijke procedure is, dat de projectprocedure onder
gekeken naar de lange termijn (2050), passend bij de
de Omgevingswet wordt gevolgd. De belang rijkste
ontwikkeling van Haven-Stad Zuid. Voor de ‘eerste fase’
reden voor een besluit over de te volgen ruimtelijke
is zicht op financiering, voor het ‘eindbeeld’ is hier nog
procedure is de inwerkingtreding van de Omgevings-
geen zicht op. Keuzes voor de eerste fase moeten toe-
wet per 1 januari 2024. Er zijn verschillende instrumen-
komstvast en robuust zijn.
ten onder de Omgevingswet om het voorkeursalternatief vast te leggen. De projectprocedure sluit aan bij het
De belangrijkste reden voor het wijzigen en aanscher-
startdocument.
pen van de scope ten opzichte van de eerder uitge-
8
2.4 Omgeving, communicatie en participatie In 2024 is gestart met het opzetten van een omgevingsteam in de projectorganisatie. In het omgevingsteam komen de disciplines omgeving, communicatie en participatie samen. De focus lag in 2024 op kennismaken met de omgeving, het opstellen van het participatieplan en het ontwikkelen van een communicatiestrategie. 2024 stond daarmee in het teken van het ontwikkelen van de basis voor communicatie, participatie en omgevingsmanagement. Kennismaken met de omgeving. In 2024 heeft het project kennisgemaakt met de omgeving. Er hebben verschillende kennismakingsgesprekken plaatsgevonden met projectpartners, verschillende omgevingspartijen, gebiedsmakelaars en raakvlakprojecten. Daarin zijn ook lessen en ervaringen uit andere projecten gedeeld. Opstellen participatieplan.
Het participatieplan is
2.5 Inkoop en contract
in 2024 opgesteld. Als basis voor het participatieplan
Aanbestedingsprocedure. Het project heeft na de
zijn medio 2024 verschillende kwesties, waarover een
start van de projectorganisatie prioriteit gegeven aan
verschil van mening kan bestaan (‘issues’) en belang-
de aanbestedingsprocedure om een ingenieursbureau
hebbenden van het project in kaart gebracht.
te contracteren, dat samen met de projectorganisa-
Ontwikkelen communicatiestrategie. De basis voor
tie de MIRT-verkenning gaat uitvoeren. In 2024 is deze
communicatie is in 2024 gelegd met het ontwikkelen
aanbestedingsprocedure via de concurrentiegerichte
van een communicatiestrategie. Daarin is een mix van
dialoog doorlopen. Na het beoordelen van de vier in-
communicatiemiddelen voor de publiekscommunica-
gediende inschrijvingen was de voorlopige gunning op
tie uitgedacht, een project specifieke huisstijl ontwik-
20 december 2024.
keld en de kernboodschap van het project uitgewerkt. nicatieadviseurs van de verschillende projectpartners.
2.6 Techniek, werkend vervoersysteem en integraal onderzoek
Kennismaking bevoegde gezagen. In het najaar van
Technische verdieping pre-verkenning.
2024 is kennisgemaakt met de bevoegde gezagen van
gestart met een nadere verdieping van de oplossingen
het project: het Ministerie van Infrastructuur en Water-
uit de pre-verkenning. Daarmee is inzicht verkregen in
staat en de gemeente Amsterdam. Het project heeft
de mogelijkheden voor- en uitdagingen van de oplos-
met de bevoegde gezagen afgestemd over de te vol-
singen voor de eerste fase (vanaf 2035) en de lange
gen ruimtelijke procedure en de coördinerende rol.
termijn (2050).
Dit gebeurde in nauwe samenwerking met de commu-
In 2024 is
Opstellen nota van uitgangspunten. In het najaar is samen met inhoudelijke specialisten van de verschillende projectpartners de nota van uitgangspunten versie 1 opgesteld1. Begin 2025 wordt de nota van uitgangspunten versie 1 vastgesteld. In de komende fasen worden de uitgangspunten aangevuld en verdiept in samenwerking met het ingenieursbureau en de projectpartners.
1
Met de nota van uitgangspunten voor de MIRT-verkenning wordt niet bedoeld een nota van uitgangspunten zoals bekend binnen PBI
van de gemeente Amsterdam.
9
3. Vooruitblik komend half jaar Het komende half jaar staat het project in de Analytische fase in het teken
van het verzamelen en verrijken van oplossingen, het opstellen van de longlist van oplossingen en het opstellen van het beoordelingskader
voor de eerste trechterstap van longlist naar shortlist: ‘zeef 0’. Het ingenieursbureau start in het eerste kwartaal van 2025. Ook gaat de website
live en wordt de kennisgeving voornemen en participatie samen met het participatieplan door bevoegde gezagen ter inzage gelegd. 3.1
Vooruitblik omgeving, communicatie en participatie
plan-milieueffectrapportage (mer) onderzocht en opgenomen in een milieueffectrapportage (MER).
Informeren en betrekken van belanghebbenden. In 2025 ligt de focus van het omgevingsteam op het
3.3 Vooruitblik inkoop en contract
betrekken en informeren van belanghebbenden bij de
Start raamovereenkomst ingenieursbureau. Na de
MIRT-verkenning. Daarvoor worden verschillende com-
formele afronding van de aanbestedingsprocedure
municatiestrategieën en -middelen ingezet. In het
(eind januari 2025) gaat de projectorganisatie aan de
eerste kwartaal van 2025 wordt bijvoorbeeld de website
slag, om samen met het gecontracteerde ingenieurs-
www.ovsloterdijkamsterdam.nl gelanceerd, de eerste
bureau voortvarend de MIRT-verkenning op te pakken
nieuwsbrief verzonden en een animatievideo over ‘wat
en te komen tot een goede samenwerking.
een MIRT-verkenning is’ geproduceerd. Inloopbijeenkomst longlist. In het tweede kwartaal van 2025 wordt de eerste fysieke inloopbijeenkomst georganiseerd. De omgeving wordt in deze bijeenkomst geïnformeerd over de longlist van oplossingen en kan daarvoor ideeën aandragen. 3.2 Vooruitblik ruimtelijke procedures Terinzagelegging kennisgeving voornemen en parti2025 wordt de kennisgeving voornemen en participa-
3.4 Vooruitblik techniek, werkend vervoersysteem en integraal onderzoek
tie gepubliceerd en ter inzage gelegd samen met het
Actualiseren probleemanalyse. De probleemanalyse
participatieplan. Na de zienswijzeperiode wordt een
wordt in het eerste kwartaal van 2025 geactualiseerd
reactienota op de zienswijzen opgesteld. Bevoegde
met een verkeersmodel.
gezagen maken samen met het project proces
Genereren oplossingen voor de longlist. In 2025 wor-
afspraken over de coördinerende rol, taken en verant-
den de oplossingen voor de longlist gegenereerd door
woordelijkheden.
het combineren van verschillende vervoersopties en
Opstellen ontwerp-Notitie Reikwijdte en Detailniveau
aangedragen ideeën vanuit de omgeving.
(NRD). In 2025 wordt de ontwerp-NRD opgesteld. In de
Opstellen beoordelingskader ‘zeef 0’. Het beoorde-
ontwerp-NRD staat welke milieueffecten (veroorzaakt
lingskader voor het beoordelen en afwegen van de
door de nieuwe OV-verbindingen) onderzocht gaan
oplossingen uit de longlist wordt in de eerste helft van
worden, en op welk detailniveau. Dit wordt vervolgens
2025 opgesteld.
cipatie en participatieplan. In het eerste kwartaal van
in de Beoordelingsfase van de MIRT-verkenning in een
10
4. Projectkaders 4.1
Scope
fase grotendeels te doorlopen. In deze fase wordt de
De scope van het project is nader uitgewerkt in het
longlist van oplossingen opgesteld en verrijkt en vervol-
projectplan en vervolgens aangescherpt vastge-
gens getrechterd, met een beoordelingskader tot een
legd in de SOK tussen de opdrachtgevende partijen.
shortlist van oplossingen. Vaststelling van de shortlist
De scope van de MIRT-verkenning is gedurende de
wordt in 2025 afgerond.
rapportageperiode aangescherpt en daarmee gewijzigd ten opzichte van de eerder uitgevoerde onder
In 2026 wordt de shortlist van oplossingen verder
zoeken. Dit is toegelicht in paragraaf 2.3. Sinds het
getrechterd naar een select aantal kansrijke oplossin-
vaststellen van het projectplan en de SOK is de scope
gen (‘zeef 1’). Dit wordt vastgelegd in een notitie kans-
niet meer gewijzigd.
rijke oplossingsrichtingen. Vervolgens worden in de Beoordelingsfase (2026-2027) deze kansrijke oplossin-
4.2
Planning
gen in meer detail onderzocht en afgewogen (‘zeef 2’),
In september 2024 is het projectplan vastgesteld door
resulterend in een advies voorkeursalternatief: een
de opdrachtgevende partijen. In dit projectplan is de
slimme, duurzame en haalbare oplossing. In 2027 is
planning voor de MIRT-verkenning opgenomen met
naar verwachting het inhoudelijke deel van de ver-
de meest actuele inzichten van de projectorganisatie.
kenning gereed. Daarna vindt besluitvorming plaats in
In 2025 verwacht de projectorganisatie de Analytische
de Besluitvormingsfase.
11
Deze planning is vastgelegd in het projectplan. In de SOK is opgenomen dat in het vierde kwartaal van 2026 de informatie ten behoeve van de voorkeursbeslissing gereed is. De planning in de SOK is daarmee niet meer actueel. De redenen hiervoor zijn: } Het heeft meer tijd gekost dan vooraf gedacht om een projectdirecteur te werven en een aanbestedingsprocedure te doorlopen voor het werven van een ingenieursbureau; en } De aanscherping van de scope van de MIRT- verkenning naar het faciliteren van de eerste fase van de ontwikkelingen van Haven-Stad Zuid, zorgt ervoor dat de informatie uit het MIRT-onderzoek en de pre-verkenning beperkt bruikbaar is. Er zullen nieuwe oplossingen ontwikkeld worden.
Het afgelopen jaar is de projectorganisatie snel gestart
gende start kunnen maken en verdere vertraging uit
met het doorlopen van een aanbestedingsprocedure
blijft. Met het doorlopen van deze aanbestedingspro-
om verdere vertraging te voorkomen. Het toepassen
cedure is er vanaf januari 2025 een ingenieursbureau
van een concurrentiegerichte dialoog heeft ervoor
voor de verkenningsfase. In de overeenkomst met dit
gezorgd dat samen met gegadigden het contract is
ingenieursbureau is ook een optie tot verlenging opge-
geoptimaliseerd. In de aanbesteding is de winnen-
nomen voor de planning- en studiefase. Hiermee wordt
de inschrijver niet alleen geselecteerd op de prijs in
de kennis geborgd en voorkomen dat er dan opnieuw
combinatie met het beste plan van aanpak, maar ook
een aanbesteding moet worden uitgevoerd.
op het management van de opgave dat getoetst is met een casus en een interview. Ook is er bij gunning
De planning van de projectorganisatie zoals vast-
een plan gevraagd voor de eerste 14 weken, zodat de
gelegd in het projectplan wordt nu als vigerend be-
projectorganisatie en het ingenieursbureau een vlie-
schouwd.
12
4.3
Financiën
Doorlooptijd besluitvorming | Governance van het
Voor werkzaamheden die nodig zijn om de verkenning
project. De governance van het project is georgani-
uit te voeren en te komen tot een voorkeursbeslissing,
seerd volgens een zandlopermodel. Producten worden
is in de SOK afgesproken dat de gemeente Amsterdam
vastgesteld in de governance van het project en door-
en de Vervoerregio Amsterdam, zijnde de financieren-
lopen een besluitvormingsproces. De doorlooptijd in
de partijen van het project, een taakstellend budget
de besluitvorming van een conceptversie van een pro-
beschikbaar stellen van € 25 miljoen (prijspeil 2024,
duct tot een definitief vastgesteld product is daarmee
exclusief btw). De uitgaven tot en met de rapportage-
lang. De behandeling in de verschillende gremia ver-
periode zijn in lijn met de prognose.
groot de kans op ‘rework’ en herbehandeling van een product. Dit vertraagt de besluitvorming. Om te voorkomen dat er ‘rework’ ontstaat wordt besluitvorming zorgvuldig gepland en worden werkgroepen opgericht om partijen vroegtijdig bij producten te betrekken. Ook zorgt de projectorganisatie voor een ‘zachte landing’ van producten door uitvoerig uitleg te geven over het doorlopen proces en het resultaat.
4.4
Uitdagingen en risico’s
De MIRT-verkenning kent verschillende uitdagingen en risico’s. Voor het project wordt een overzicht bijgehouden van risico’s, die de voortgang of kwaliteit van het onderzoek kunnen beïnvloeden. In 2024 is dit overzicht opgesteld. Regelmatig wordt aan de hand van eventuele nieuwe inzichten het overzicht bijgewerkt en met de betrokken partijen gedeeld. Binnen het project wordt dan ook actief gestuurd op de beheersing van de belangrijkste risico’s. Een aantal van de grootste uitdagin-
Buffers in de planning | Niet te veel en niet te weinig
gen en belangrijkste risico’s wordt uitgelicht.
onderzoeken. De huidige planning om te komen tot
Scope voorkeursbeslissing | Verwachtingen over
een voorkeursbeslissing bevat weinig buffers. Het risico
de beste oplossing. De verkenningsfase eindigt met
bestaat dat de projectorganisatie te veel oplossingen
een voorkeursbeslissing over een slimme, duurzame
moet onderzoeken en/of te veel de diepte ingaat. Hier-
en haalbare oplossing voor de OV-ontsluiting, voor
door is de kans op vertraging groot. Het is een uitda-
het mogelijk maken van de ontwikkeling van de eerste
ging om niet te veel en niet te weinig te onderzoeken,
fase van Haven-Stad Zuid (vanaf 2035). De scope van
op een niveau dat past bij een MIRT-verkenning en
de voorkeursbeslissing is daarmee anders dan de
benodigd voor het nemen van een voorkeursbeslissing.
scope van de onderzoeken die voorafgaand aan deze
Het durven maken van keuzes over de hoeveelheid op-
MIRT-verkenning hebben plaatsgevonden. Door deze
lossingen die onderzocht moeten worden, samen met
wijziging kan het voorkeursalternatief anders zijn dan
de betrokken partijen is hierin van belang.
verwacht wordt door partijen of zelfs als ‘ongewenst’ worden beschouwd door partijen. Als gevolg hiervan kan vertraging tijdens de MIRT-verkenning ontstaan of worden besloten om niet door te gaan naar de planning- en studiefase. Om dit te voorkomen worden tijdig realistische verwachtingen geschept, over de oplossingen passend binnen het huidige financiële kader.
13
De MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk - Amsterdam centrum is een samenwerking tussen de
gemeente Amsterdam, de Vervoerregio Amsterdam en Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Colofon: MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum Documentnummer: OVSA/00618 Februari 2025 www.ovsloterdijkamsterdam.nl
V&OR
Haven-Stad