Bijlage 1.c Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B Toelichting
Ontwerp
Gemeente Amsterdam
Colofon Opdrachtnemer
Gemeente Amsterdam, Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn Datum Planstatus
NL.IMRO.0363.A1907BPSTD-OW01 7 mei 2021 bestemmingsplan (ontwerp)
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
7 Inleiding
9
Bestuurlijk stelsel gemeente Amsterdam Ligging en grenzen van het plangebied Geldend planologisch kader Aanleiding Doel Beschermd stadsgezicht UNESCO Werelderfgoed Digitalisering bestemmingsplannen Crisis- en herstelwet Opzet
9 9 10 13 14 14 15 15 16 16
Beleidskader
17
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Europees beleid Rijksbeleid Provincie Noord-Holland Regionaal beleid Gemeente Amsterdam
17 18 20 23 25
Hoofdstuk 3
Unesco Werelderfgoed
35
Algemeen Waardering van de grachtengordel als Werelderfgoed Verklaring van uitzonderlijke universele waarde Betekenis van de aanwijzing
35 36 37 38
Cultuurhistorie
41
Ligging van Hoogte Kadijk 145B Historische hoofdstructuur Deelgebied Kadijken Plangebied Resumé
41 42 43 50 51
Ruimtelijke beschrijving en uitgangspunten
53
Beschrijving van de bestaande situatie Herontwikkeling
53 61
Functionele beschrijving en uitgangspunten
71
Algemeen Wonen Kantoren Voorzieningen Kinderopvang Galeries Detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening Horeca Hotels
71 71 71 72 73 73 73 74 74
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 Hoofdstuk 2
3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9
Gemeente Amsterdam
blz. 4
6.10 6.11 6.12
Bedrijven Inpandige fietsenstallingen en parkeervoorzieningen Overige functies
74 75 76
Het bestemmingsplan
79
Inleiding Afwijkingsbevoegdheden De verbeelding De bestemmingen De aanduidingen Bouw- en gebruiksregels Algemene regels Algemeen gebruiksverbod Overgangsrecht
79 79 79 80 82 82 83 83 83
Verkeer en parkeren
85
Verkeer Parkeren
85 86
Hoofdstuk 9
Milieu-aspecten
89
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
Geluidhinder Duurzaam bouwen Bedrijfshinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid
89 92 93 94 96
Hoofdstuk 10
Bodem
97
Hoofdstuk 11
Archeologie
99
Hoofdstuk 12
Water
101
12.1 12.2 12.3 12.4 12.5 12.6
Beleid Oppervlaktewater Waterkering Grondwater Riolering Materiaalkeuze
101 101 101 102 102 103
Hoofdstuk 13
Flora en fauna
105
Wettelijk kader Soortenbescherming Gebiedsbescherming
105 105 105
Luchthavenindelingsbesluit
107
Inleiding Bouwhoogte
107 107
Ladder voor duurzame verstedelijking
109
Woningbehoefte Behoefte overige functies
109 110
MER / MER(beoordelings)plicht
111
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9 Hoofdstuk 8 8.1 8.2
13.1 13.2 13.3 Hoofdstuk 14 14.1 14.2 Hoofdstuk 15 15.1 15.2 Hoofdstuk 16
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 5
16.1 16.2
MER beoordelingsplicht Vormvrije MER-beoordeling
111 112
Hoofdstuk 17
Economische uitvoerbaarheid
115
Hoofdstuk 18
Rapportage overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening
117
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 7
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 8
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 9
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Bestuurlijk stelsel gemeente Amsterdam
De gemeenteraad van Amsterdam is sinds 19 maart 2014 het bevoegd gezag om bestemmingsplannen voor het stadsdeel Centrum vast te stellen. De stadsdeelraad van het stadsdeel Centrum is op deze datum opgehouden te bestaan. Het nieuwe bestuurlijk stelsel van de gemeente Amsterdam dat op 19 maart is aangevangen, brengt dit met zich mee. Ook ten aanzien van toepassing van afwijkingsbevoegdheden en het stellen van nadere eisen brengt het nieuwe stelsel verschuivingen met zich mee. Daar waar in de toelichting sprake is van 'het dagelijks bestuur' of 'de (stads)deelraad', verwijst dit naar de bestuursorganen van het stadsdeel Centrum zoals deze voor 19 maart 2014 bestonden.
1.2
Ligging en grenzen van het plangebied
Het plangebied bestaat uit het perceel van de voormalige scheepswerf Koning William aan de Hoogte Kadijk 145B, in het oostelijk deel van de binnenstad. De gronden ter plaatse van het plangebied zijn gelegen binnen de Kadijken en maken onderdeel uit van de noordelijke bebouwingsrand van de Hoogte Kadijk. De Hoogte Kadijk is de centrale corridor van de Kadijken. Het plangebied bevindt zich direct ten noordwesten van de brug bij de Entrepotdoksluis en ten zuidoosten van de Pelikaanbrug (bij de Overhaalsgang). Op de luchtfoto is de ligging en (globale) begrenzing van het plangebied weergegeven.
Afbeelding: ligging en globale begrenzing plangebied (luchtfoto's https://maps.google.com/)
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.3
Geldend planologisch kader
Ter plaatse van het plangebied geldt grotendeels het bestemmingsplan 'Oostelijke binnenstad'. Alleen voor het water is het bestemmingsplan 'Water' van toepassing. Het paraplubestemmingsplan 'Winkeldiversiteit Centrum' is niet relevant voor het plangebied en wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten. 1.3.1
Bestemmingsplan 'Oostelijke binnenstad'
Het bestemmingsplan is op 28 september 2010 vastgesteld door de stadsdeelraad. Het bestemmingsplan is op 4 juli 2012 onherroepelijk geworden door uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Momenteel is een herziening van het bestemmingsplan in voorbereiding. Het betreft een technische reparatie.
Afbeelding: uitsnede planverbeelding bestemmingsplan 'Oostelijke binnenstad', het binnen het geldende bestemmingsplan 'Oostelijke binnenstad' gelegen deel van het plangebied is aangegeven met een rode stippellijn
De gronden ter plaatse van Hoogte Kadijk 145B zijn bestemd als 'Bedrijf - 1' (B-1). Tevens is het zich op het land bevindende gedeelte van het plangebied dubbelbestemd als 'Waarde - Archeologie C' en 'Waarde - Cultuurhistorie' en aangeduid als 'geluidzone - industrie'. Het deel van de gronden dat is gelegen langs de Hoogte Kadijk is dubbelbestemd als 'Waterstaat/waterkering'. Voor drie bestaande gebouwen geldt tenslotte nog dat de gronden ook zijn aangeduid als 'orde - 3'.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 11
Toegestaan gebruik Binnen de bestemming 'Bedrijf - 1' is het gebruik als scheepswerf, zijnde een categorie V bedrijf als bedoeld in de Staat van Inrichtingen toegestaan. Ook het gebruik als bijbehorende erven is toegestaan, met dien verstande dat de erven mogen worden gebruikt voor opslag en parkeren ten behoeve van de scheepswerf. De geluidsbelasting van industriegebied 'Kadijken Oost' is vastgelegd in een bestaande geluidzone als bedoeld in artikel 53 van de Wet geluidhinder. Deze geluidzone is weergegeven door de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. Toegestane bebouwing Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwde zijnde, gelden binnen de bestemmingen 'Bedrijf - 1', 'Waarde - Archeologie C', 'Waarde - Cultuurhistorie' en 'Waterstaat/waterkering' diverse bouwregels. De volgende regels zijn relevant: a. Voor gebouwen geldt ter plaatse van het plangebied een maximum bouwhoogte van 4 meter en een maximum bebouwingspercentage van 50%; b. Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 2 meter; c.
In verband met de geluidzone als bedoeld in de Wet geluidhinder is binnen de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' geen bouw van een woning of ander geluidgevoelig gebouw toestaan, tenzij een besluit tot vaststelling van een hogere grenswaarde voor de betrokken woning of voor het betrokken gebouw vóór de vaststelling van het bestemmingsplan 'Oostelijke binnenstad' is verleend. d. In verband met de hoge archeologische verwachting dient ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie C' voor bodemverstorende bouwwerkzaamheden groter dan 100 m² en dieper dan 0,50 meter onder maaiveld een archeologisch rapport te worden overlegd; e. In verband met de waterkerende functie van de Hoogte Kadijk is door middel van de dubbelbestemming 'Waterstaat/waterkering' een beschermende regel opgenomen doordat binnen de zone niet mag worden gebouwd, met uitzondering van waterstaatkundige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die noodzakelijk zijn in verband met de waterhuishouding; f. In verband met de ligging binnen beschermd stadsgezicht zijn door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' beschermende regels opgenomen om de met het beschermde stadsgezicht verbonden cultuurhistorische en architectonische waarden te behouden, te herstellen en te versterken.
Sloop van bouwwerken is pas toegestaan nadat hiervoor een omgevingsvergunning is verleend, waarbij voor bouwwerken die in het bestemmingsplan als orde 3 zijn aangewezen (zoals de drie bestaande gebouwen in het plangebied) geldt dat deze wat schaal en detaillering betreft passen in de gevelwand, maar dat deze geen architectonische of stedenbouwkundige meerwaarde hebben. Uitgangspunt is behoud. 1.3.2
Bestemmingsplan 'Water'
Het bestemmingsplan is op 26 juni 2012 door de voormalige stadsdeelraad vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het gehele water binnen stadsdeel centrum.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
Afbeelding: uitsnede planverbeelding bestemmingsplan 'Water', het binnen het geldende bestemmingsplan 'Water' gelegen deel van het plangebied is aangegeven met een rode stippellijn
Het water rondom Hoogte Kadijk 145B is bestemd als 'Water', dubbelbestemd als 'Waarde Archeologie 9', 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' en 'Waarde - Cultuurhistorie' en gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. Het deel rondom de Hoogte Kadijk is tevens dubbelbestemd als 'Waterstaat - Waterkering'. Toegestaan gebruik Binnen de bestemming 'Water' is het gebruik als waterberging, waterwegen, waterhuishouding, waterstaatdoeleinden, tijdelijke (bouw)werken ten behoeve van walkantvernieuwing en ongebouwde afmeerplaatsen voor pleziervaartuigen toegestaan. In een groot deel van het water rondom Hoogte Kadijk 145b is als gevolg van de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkvoorraad' ook het gebruik als werkvoorraad toegestaan. Het gaat daarbij om het afmeren van boten ten behoeve van de werkvoorraad dan wel bedrijfsvoorraad, alsmede voor het innemen van één ligplaats voor een varend bedrijfsvaartuig en één ligplaats voor een niet-varend bedrijfsvaartuig ten behoeve van het ter plaatse van de aanduiding op de wal gevestigde bedrijf.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 13
Toegestane bebouwing Voor het bouwen gelden binnen de bestemmingen 'Water', 'Waarde - Archeologie 9', 'Waterstaat Waterbergingsgebied', 'Waarde - Cultuurhistorie' en 'Waterstaat/waterkering' onder meer de volgende bouwregels: a. Rondom Hoogte Kadijk 145b zijn alleen bouwwerken geen gebouw zijnde toegestaan. Deze mogen maximaal 2 meter bedragen waarbij de bouwhoogte door toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid kan worden verruimd naar 3 meter. b. In verband met de archeologische verwachting dient ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde archeologie 9' voor bodemverstorende bouwwerkzaamheden groter dan 2.500 m² en dieper dan de baggerdiepte (zoals weergegeven op de Baggerdieptekaart in de bijlage van de regels) een archeologisch rapport te worden overlegd; c. In verband met de waterberging zijn door middel van de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterbergingsgebied' beschermende regels opgenomen; d. In verband met de waterkerende functie van de Hoogte Kadijk is door middel van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' een beschermende regel opgenomen doordat binnen de zone niet mag worden gebouwd, met uitzondering van waterstaatkundige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die noodzakelijk zijn in verband met de waterhuishouding; e.
In verband met de ligging binnen beschermd stadsgezicht zijn door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' beschermende regels opgenomen om de met het beschermde stadsgezicht verbonden cultuurhistorische en architectonische waarden te behouden, te herstellen en te versterken.
1.4
Aanleiding
Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld vanwege de voorgenomen herontwikkeling van het perceel Hoogte Kadijk 145B. Op het adres Hoogte Kadijk 145B was scheepswerf Koning William gevestigd. Op deze scheepswerf vond onder meer (woon)bootonderhoud en scheepsreparatie plaats. Door de bedrijfsactiviteiten behoorde de scheepswerf tot categorie C als bedoeld in het Activiteitenbesluit. Een dergelijke bedrijfsfunctie wordt niet meer als passend ervaren in een omgeving die voor een groot deel een woonfunctie heeft. De werf was dan ook al tientallen jaren onderwerp van klachten uit de buurt en handhavingsprocedures bij verschillende (gemeentelijke en milieu-)instanties. Ook was er sprake van een veiligheidsrisico vanwege de mogelijkheid dat een schip op de hellingbaan losschoot en één van de tegenovergelegen woonboten zou raken. Het gebruik als scheepswerf Koning William is vanwege de voorgenomen herontwikkeling per 2017 beëindigd. De wens van ontwikkelaar BLVG en Bootservice Amsterdam is om het plangebied met behoud van de werffunctie en de werfbeleving te herontwikkelen, zonder overlastgevende functies. Dit wordt bereikt door op een deel van het plangebied een jachthaven met ligplaatsen voor 30 elektrische sloepen en boten te realiseren.
Bij deze jachthaven komt een servicecenter/werkplaats (80 m² bvo) met bedrijfswoning voor onderhoud en reparatie van elektrische sloepen, het inbouwen van elektrische binnen- en buitenboordmotoren en het ombouwen van boten met dieselmotoren naar een elektrische aandrijving. Ook zal er verkoop van elektrische binnen- en buitenboordmotoren plaatsvinden. Doordat er niet langer meer sprake is van een overlastgevende functie, ontstaat er ook ruimte voor het realiseren van woningen om zo bij te dragen aan de grote woningbouwopgave in Amsterdam. In het gebouw van de bedrijfswoning en het servicecenter/werkplaats zijn daarom 4 appartementen op de bovengelegen verdiepingen voorzien, terwijl achter het gebouw ruimte is voor een werfgebouw op palen. Met het werfgebouw wordt voorzien in de behoefte om sociale woningen voor studenten en starters te realiseren en middensegment woningen voor senioren. Het werfgebouw zal 88 woningen voor studenten, starters en senioren bevatten.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
De beoogde herontwikkeling van Hoogte Kadijk 145B past niet in het geldende bestemmingsplan 'Oostelijke binnenstad', zoals is omschreven in paragraaf 1.3. Om de herontwikkeling te kunnen realiseren is een planologische procedure noodzakelijk. Omdat de voormalige scheepswerf onderdeel uitmaakte van een gezoneerd industrieterrein is daarbij gekozen voor een bestemmingsplanprocedure.
1.5
Doel
Met het voorliggende bestemmingsplan wordt beoogd om de herontwikkeling van het perceel Hoogte Kadijk 145B tot jachthaven, een bij een jachthaven behorend servicecenter/werkplaats en 93 woningen mogelijk te maken. Als gevolg van de herontwikkeling zal bovendien het gezoneerde industrieterrein ter plaatse van het plangebied van het bestemmingsplan worden opgeheven (aangezien de activiteiten van de scheepswerf zijn beëindigd). Doordat het plangebied wel in de geluidszone van het resterende industrieterrein komt te liggen zal deze geluidszone ter plaatse van het plangebied via het bestemmingsplan worden vastgelegd. Door de beoogde herontwikkeling worden de ruimtelijke en functionele structuur ter plaatse van het plangebied aan de Hoogte Kadijk 145B gewijzigd. Voor de ruimtelijke structuur zetten de regels van het voorliggende bestemmingsplan in op het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden. Voor het gebruik wordt in de regels uitgegaan van enige mate van flexibiliteit, zoveel mogelijk conform de flexibiliteit die in de geldende bestemmingsplannen voor grote delen van de binnenstad is vastgelegd. Op die manier wordt de dynamiek die de binnenstad eigen is, zoveel mogelijk recht toegedaan. De beoogde herontwikkeling van het plangebied heeft geen onaanvaardbare gevolgen voor de vergunde werkzaamheden van de nabijgelegen museumwerf 't Kromhout (Hoogte Kadijk 147).
De museumwerf kan zodoende als gezoneerd industrieterrein blijven functioneren.
1.6
Beschermd stadsgezicht
In januari 1999 is de binnenstad aangewezen als Beschermd Stadsgezicht. Het aanwijzingsbesluit is onherroepelijk geworden op 24 januari 2003. De aanwijzing heeft ertoe geleid dat in zowel het geldende als het voorliggende bestemmingsplan regels zijn opgenomen ter bescherming en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Deze regels zijn van toepassing op het hele plangebied. De bestaande bebouwing op Hoogte Kadijk 145B is niet aangewezen als rijksmonument of gemeentelijk monument. Op de Waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht Centrum zijn de bestaande gebouwen wel aangeduid als orde 3. In het geldende bestemmingsplan 'Oostelijke binnenstad' zijn mede daarom beschermende bouwregels opgenomen. Bouwwerken met een aanduiding als orde 3 zijn bouwwerken van vóór 1970, die wat schaal en detaillering betreft, passen in de gevelwand, maar geen architectonische of stedenbouwkundige meerwaarde hebben. Binnen de orde 3 panden is sprake van grote kwaliteitsverschillen. Op basis van een kwaliteitstoets dient daarom bepaald te worden of sprake is van panden met cultuurhistorische, bouwhistorische, architectuurhistorische en/of stedenbouwkundige waarden. Wanneer dat het geval is, is behoud uitgangspunt. Het kwaliteitsniveau van deze genoemde waarden is bepalend of sprake kan zijn van sloop/nieuwbouw.
De bedoeling is om de als orde 3 aangewezen bestaande gebouwen in het plangebied te slopen. Voor de gebouwen is daarom door de gemeente een kwaliteitstoets uitgevoerd (d.d. 16 januari 2018, zie bijlage 1). Daaruit blijkt dat sloop van de huidige opstallen op zich te rechtvaardigen is, maar dat het
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 15
aanbeveling verdient om bij nieuwbouw de stedenbouwkundige waarden van het terrein te behouden. De opstallen dienen namelijk niet als incidentele objecten gezien te worden, maar als onderdeel van het grotere geheel, de scheepswerf. Bebouwing op het terrein van de scheepswerf dient de aanzienlijke aanwezige stedenbouwkundige waarden te respecteren. Bij de herontwikkeling van het projectgebied is rekening gehouden met de stedenbouwkundige waarden als bedoeld in de kwaliteitstoets. Kortheidshalve wordt verwezen naar subparagraaf 5.2.5. Op 25 mei 2018 is door Buurtorganisatie 1018 een verzoek gedaan om de voormalige scheepswerf Koning William aan te wijzen als gemeentelijk monument. Dit verzoek is op basis van advies van Monumenten en Archeologie (MenA) en de subcommissie Aanwijzing Monumenten van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) afgewezen. In paragraaf 4.4 is daar nader op ingegaan.
1.7
UNESCO Werelderfgoed
Op 1 augustus 2010 is de zeventiende-eeuwse grachtengordel van Amsterdam geplaatst op de Lijst van het Werelderfgoed van Unesco. Hiermee wordt bijgedragen aan het versterken van het bewustzijn, het begrip en de waardering van de wereldgemeenschap voor dit waardevolle culturele en architectonische erfgoed. Met dit erfgoed moet zorgvuldig worden omgegaan. Het gevolg van de plaatsing is dat het stadsdeel de 'outstanding universal values' van het kerngebied beschermt. Wat met deze 'outstanding universal values' wordt bedoeld, is omschreven in hoofdstuk 3. Het beschermen van deze waarden betekent behoud van de historische uniciteit van de grachtengordel als stedenbouwkundig en cultuurhistorisch complex. Dit vereist zorgvuldige toetsing om aantasting van de 'outstanding universal values' te voorkomen. De bestemmingsplannen spelen bij de toetsing een zeer belangrijke rol. De zeventiende-eeuwse grachtengordel vormt het kerngebied (de 'property'), het gebied dat is geplaatst. Het plangebied Hoogte Kadijk 145B maakt deel uit van de voor een Werelderfgoed vereiste aan te wijzen bufferzone.
1.8
Digitalisering bestemmingsplannen
Onder de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening, worden verplichtingen opgelegd ten aanzien van de opzet en de presentatie van het bestemmingsplan. Zij hebben tot doel meer eenheid te brengen in de opbouw en de presentatie van bestemmingsplannen. De verplichting om bestemmingsplannen digitaal op te stellen, is op 1 januari 2010 in werking getreden. Dit heeft onder meer geleid tot de introductie van twee nieuwe begrippen: 'analoge verbeelding' en 'digitale verbeelding'. Onder analoge verbeelding wordt verstaan: alle te verbeelden informatie van een ruimtelijk plan op papier. De term analoge verbeelding is dus een synoniem voor de tot nu toe altijd gebruikte term plankaart. Onder digitale verbeelding wordt verstaan: een cartografische weergave door middel van kleuren en symbolen, inclusief een zekere dynamiek en interactie met de digitale informatie. Deze digitale verbeelding is een interactieve raadpleegomgeving via het internet, die de gehele inhoud van het bestemmingsplan ontsluit. Door een muisklik op een bepaalde plek verschijnen de bijbehorende regels voor die plek in beeld. Onder de term digitale verbeelding wordt dan ook niet alleen het ruimtelijk beeld, maar ook de daarbij behorende regels verstaan. Indien de digitale en de analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend.
De regelgeving geeft standaarden voor bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen ten aanzien van de digitale verbeelding, de regels en de toelichting. De bestemmingsplannen Oostelijke eilanden en Oostelijke binnenstad zijn in stadsdeel Centrum de eerste plannen geweest die volgens de nieuwe standaard zijn opgesteld. Daarna volgden de bestemmingsplannen Zuidelijke binnenstad, Westelijke binnenstad, postcodegebied 1012, Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden, Nieuwmarkt en tenslotte Gemeente Amsterdam
blz. 16
bestemmingsplan Groot Waterloo. Met het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B wordt een klein deel van het bestemmingsplan Oostelijke binnenstad vervangen, alsmede het bestemmingsplan 'Water'. Er is daarbij aansluiting gezocht bij de eerder opgestelde bestemmingsplannen, waarbij gestreefd wordt naar uniformiteit van bestemmingen en regelgeving.
1.9
Crisis- en herstelwet
De Crisis- en herstelwet beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis. Hiertoe zijn tijdelijke wijzigingen in de ruimtelijke procedures (bijvoorbeeld het bestemmingsplan) van toepassing verklaard op verschillende soorten projecten. Zo zijn bijvoorbeeld de behandelingstermijnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verkort en is het belanghebbende begrip aangepast. De projecten waarvoor dit geldt zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet. In bijlage I van de Crisis- en herstelwet is als categorie van gevallen onder andere genoemd de 'ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 of afdeling 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden'. Het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B maakt de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk binnen een aaneengesloten gebied en er is eveneens sprake van een herstructurering van een woon-werkgebied. Om deze redenen valt het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B onder het toepassingsbereik van de Crisis- en herstelwet.
1.10
Opzet
De toelichting op het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader geschetst. Hierin zijn zowel de relevante beleidsnota's van het rijk en de provincie, als die van de gemeente Amsterdam opgenomen. De betekenis en gevolgen van de plaatsing van de grachtengordel op de Lijst van het werelderfgoed van Unesco voor het bestemmingsplan worden beschreven in hoofdstuk 3. De beschrijving van de historische ontwikkeling van het plangebied is opgenomen in hoofdstuk 4. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de bestaande ruimtelijke situatie geanalyseerd en beschreven welke ontwikkeling wordt beoogd in het plangebied. Hoofdstuk 6 bevat een beschrijving en analyse van de functionele structuur van de omgeving van het plangebied en het beleid ten aanzien van de diverse functies. Ook worden de functionele uitgangspunten benoemd. In hoofdstuk 7 wordt aandacht besteed aan de juridische aspecten van het bestemmingsplan. Het hoofdstuk geeft verantwoording van de in de regels gemaakte keuzes. Hoofdstuk 9 betreft de milieuaspecten, zoals geluidhinder, bedrijvigheid en de luchtkwaliteit. In de hoofdstukken 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 16 worden achtereenvolgens de aspecten bodem, archeologie, water, flora en fauna. het luchthavenindelingsbesluit, de ladder voor duurzame verstedelijking en de MER/MER(beoordelings)plicht beschreven.
De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan komen aan de orde in hoofdstuk 17. De rapportage als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening is opgenomen in hoofdstuk 18.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 17
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Europees beleid
2.1.1
Europese kaderrichtlijn Water
Op grond van de Kaderrichtlijn Water (KRW) moeten lidstaten ervoor zorgen dat uiterlijk in het jaar 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon (chemisch op orde) en gezond (ecologisch in evenwicht) is. Om deze doelen te bereiken moeten de landen van de Europese Unie een groot aantal maatregelen nemen. Zowel om de kwaliteit van de 'eigen' wateren op peil te brengen, als om ervoor te zorgen dat andere landen geen last meer hebben van de verontreinigingen die hun buurlanden veroorzaken. Door middel van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW omgezet in Nederlandse wetgeving. Deze wet regelt aanpassing van de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet op de waterhuishouding (Wwh). De milieudoelstellingen als bedoeld in artikel 4 van de KRW zullen worden geïmplementeerd door vaststelling van milieukwaliteitseisen in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) of provinciale verordeningen op grond van artikel 5.2b Wm. Deze regelgeving zal ook moeten gaan bepalen hoe de normen doorwerken in besluiten op de verschillende terreinen van het omgevingsrecht, zoals ruimtelijke plannen op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Tot het moment waarop de implementatie van de KRW gereed is, moeten lidstaten voorkomen dat besluiten worden genomen die leiden tot een achteruitgang van de waterkwaliteit.
Om hieraan te voldoen heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat een stappenplan opgesteld waarmee overheden kunnen beoordelen of de KRW een belemmering vormt voor de uitvoering van een project, zoals een bestemmingsplan. Uitgangspunt van dit stappenplan is dat in een vroeg stadium van de planvorming moet worden beoordeeld of het project een risico vormt voor de chemische of ecologische waterkwaliteit. 2.1.2 Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (herzien) Valletta, 16 januari 1992 (Verdrag van Malta) Het Verdrag van Malta, opgesteld door de Raad van Europa, geeft aan dat archeologische vindplaatsen in de bodem behouden moeten blijven (behoud in situ) door het nemen van planologische maatregelen. De overheid dient ervoor zorg te dragen dat archeologische vindplaatsen op kaarten worden aangegeven, zodat ze zichtbaar zijn en er bij het opstellen van bouwplannen en ruimtelijke ordeningsplannen rekening mee kan worden gehouden. Is behoud in situ niet mogelijk, dan zullen de vindplaatsen door middel van een archeologische opgraving moeten worden veiliggesteld (behoud ex situ). Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar Hoofdstuk 11 van deze toelichting. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het beleid opgesteld.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
2.2
Rijksbeleid
2.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 14 juni 2011 heeft het kabinet het ontwerp van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) aan de Tweede Kamer gestuurd met daarbij een ontwerp Algemene maatregel van bestuur (Amvb) Ruimte (het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening: Barro). De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en treden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid.
Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, electriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Plangebied Hoogte Kadijk 145B is een binnenstedelijke locatie waarbij de in het Barro aangegeven Rijksbelangen niet in het geding zijn. 2.2.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Het ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 aan de Tweede Kamer verzonden en richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De NOVI helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
Plangebied De beoogde herontwikkeling heeft betrekking op een transformatie binnen bestaand stadsgebied waarmee wordt bijgedragen aan het leefbaarder maken van dit deel van de stad.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 19
2.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Per 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) op enkele onderdelen gewijzigd. Zo is een aantal digitale eisen voor ruimtelijke plannen gewijzigd en verbeterd. Een andere wijziging is de toevoeging van een artikellid aan artikel 3.1.6 Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is nu voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. De formulering van dit artikel (3.1.6 Bro lid 2) is aangepast en luidt met ingang van 1 juli 2017 als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De voorgaande systematiek is niet nieuw en werd voorheen de SER-ladder genoemd. Het Rijk adviseerde dit afwegingskader al op enkele beleidsterreinen zoals bij bedrijventerreinen. De SER-ladder is ook in enkele beleidsregels overgenomen. Nu wordt deze systematiek algemeen voorgeschreven bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en deze wordt ook wel de 'ladder voor duurzame verstedelijking' genoemd.
In voorliggend bestemmingsplan is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er dient daarom te worden aangetoond dat er een behoefte bestaat aan de realisatie van 93 woningen. De behoefte aan woningen in de binnenstad van Amsterdam is groot. In de structuurvisie van de provincie is aangegeven dat de woningbehoefte voor de metropoolregio Amsterdam circa 150.000 woningen bedraagt voor de periode tot 2040. In de structuurvisie van de gemeente Amsterdam is vanwege de trek naar de stad een opgave van 75.000 woningen vermeld. In Amsterdam en omgeving zijn diverse plannen in uitvoering en in voorbereiding om de grote vraag naar woningen op te lossen (de zogenaamde planvoorraad) en tevens te voorzien in een woningvoorraad die aansluit bij de vraag vanuit de markt. Het voorliggende project is één van die projecten, zoals ook blijkt uit de provinciale en regionale kaders (zie paragrafen 2.3.2 en 2.4). In hoofdstuk 15 wordt nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. 2.2.4
Vierde nationaal milieubeleidsplan
Het doel van het Nederlandse beleid voor luchtkwaliteit is het beschermen van de bevolking en de natuur tegen de negatieve effecten van blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen. Om dit te bereiken staan in de wet zowel emissiedoelstellingen om de milieudruk te verminderen als normen waaraan de luchtkwaliteit moet voldoen. Voor de stoffen zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx ), ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen (VOS) zijn verplichte emissiedoelstellingen geformuleerd in het kader van de Europese NEC-richtlijn. Het gaat hierbij om nationale emissieplafonds, waarboven de emissies in Nederland met ingang van 2010 niet mogen uitkomen. In het kader van het Nationaal Milieubeleidsplan 4 zijn voor de emissies van dezelfde vier stoffen inspanningsverplichtingen genoemd die strenger zijn dan de NEC-richtlijn. In paragraaf 9.4 wordt ingegaan op het aspect luchtkwaliteit.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
2.2.5
Nationaal Waterplan 2016
Het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 is het rijksplan voor het waterbeleid. Dit nieuwe Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn verwerkt: Hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid Gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van de watersystemen in Nederland Benodigde maatregelen en ontwikkelingen Beheerplannen voor de stroomgebieden Beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico Mariene Strategie Beleidsnota Noordzee Functies van de rijkswateren Het Nationaal Waterplan vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen.
Er is geen formele hiërarchie tussen deze plannen, maar op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) kan bij het vaststellen van een regionaal waterplan of een beheerplan niet zo maar worden afgeweken van het Nationaal Waterplan. In Hoofdstuk 12 wordt ingegaan op het aspect water.
2.3
Provincie Noord-Holland
2.3.1
Omgevingsvisie NH2050
Op 19 november 2018 heeft Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH2050 "Balans tussen economische groei en leefbaarheid" vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Ten aanzien van de metropool Amsterdam wordt geconstateerd dat deze zich snel ontwikkeld. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer.
Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 21
andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan lang is gedacht. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moeten worden ingezet op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij onderkent de provincie dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij dient oog te worden gehouden voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. Ook dient er een vinger aan de pols te worden gehouden voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag door er voor te zorgen dat regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen bij de vraag blijven aansluiten. De bestaande voorraad woningen wordt daarbij betrokken. Plangebied Het bestemmingsplan maakt de transformatie van een voormalige scheepswerf naar wonen (93 woningen) en recreatieve en bedrijfsmatige functies (jachthaven met servicecenter en werkplaats) mogelijk in binnenstedelijk gebied. Door deze transformatie verdwijnt een overlastgevende functie en wordt tegelijkertijd invulling gegeven aan de vraag naar woningen.
Als gevolg van de beoogde herontwikkeling zal de bestaande stedelijke structuur worden versterkt waarbij is uitgegaan van functiemenging. Op deze wijze wordt de beschikbare binnenstedelijke ruimte zo optimaal mogelijk benut. Dit past binnen de hoofddoelstellingen in het provinciale beleid. 2.3.2
Omgevingsverordening NH2020
De provincie heeft op 22 oktober 2020 een nieuwe verordening vastgesteld, zijnde de Omgevingsverordening NH2020. In de Omgevingsverordening NH2020 worden de eerste stappen gezet om de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: We gaan uit van het principe 'Lokaal wat kan, regionaal wat moet', gelet op de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Voor de projectlocatie zijn met name de regels ten aanzien van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en regioale waterkeringen relevant: Nieuwe stedelijke ontwikkeling: een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Regionale waterkering: ter plaatse van een regionale waterkering als de Hoogte Kadijk voorziet het bestemmingsplan in bescherming van de waterkerende functie door op deze functie toegesneden bestemmingen en regels. Een bestemmingsplan voorziet verder in een beschermingszone aan weerszijden van de waterkering waar in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan zijn. Nieuwe ontwikkelingen zijn binnen de beschermingszone alleen mogelijk indien hierover blijkens de toelichting bij het bestemmingsplan overeenstemming is bereikt tussen betrokken gemeenten, waterbeheerder en provincie. Plangebied De voorliggende herontwikkeling is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het woningbouwprogramma dient daarom te passen binnen de in de regio gemaakte schriftelijke afspraken.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Amsterdam werkt met omliggende gemeenten samen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA, zie ook paragraaf 2.4). De gemeenten in de MRA monitoren al een aantal jaren gezamenlijk hun woningbouwcapaciteit. Het overzicht van de woningbouwcapaciteit is weergegeven op de website plancapaciteit.nl. Op deze website is aangegeven dat het plangebied tot een potentiële woningbouwlocatie behoort. Er is daarbij uitgegaan van 90 huurwoningen in de periode 2017-2019. Met de voorliggende herontwikkeling wordt beoogd om 93 woningen te realiseren. Dat is 3 woningen meer dan waar tot op heden van uit is gegaan binnen de regionale afspraken. Deze beperkte toename van het aantal woningen past echter in de urgente woningbouw- en versnellingsopgave voor de MRA en in het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (zie paragraaf 2.4.1). In het bestemmingsplan is rekening gehouden met de regionale waterkering van de Hoogte Kadijk door de toepassing van een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Deze dubbelbestemming waarborgt de bescherming van de waterkerende functie. Bouwen vanwege de medebestemming is daardoor alleen toegestaan indien het belang dat met de waterkering wordt gediend niet onevenredig wordt aangetast. Of daar sprake van is wordt vooraf met Waternet afgestemd.
Omdat over het project al overleg heeft plaatsgevonden tussen Waternet, provincie en de gemeente is er geen belemmering om de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling toe te staan in de beschermingszone. 2.3.3
Provinciaal Milieubeleidsplan 2015 - 2018
In het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015 - 2018 heeft de provincie Noord-Holland haar visie beschreven over diverse milieuaspecten en de rol van de provincie daarbij. De drie pijlers die behoren bij de provinciale rol zijn: 1. het borgen van de basiskwaliteit; 2. verleiden tot duurzame, gezonde en veilige ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving; 3. stimuleren van technische en sociale innovatieve oplossingen voor de milieuopgave. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met deze visie. In hoofdstuk 9 wordt ingegaan op de diverse milieuaspecten. 2.3.4
Watervisie 2021 'Buiten de oevers' en het Uitvoeringsprogramma 2016-2021
Het Deltaprogramma Watervisie 2021 'Buiten de oevers' leert ons dat het watersysteem zijn grenzen kent bij het oplossen van watervraagstukken. Om Noord-Holland veilig, leefbaar en groen te houden en tegelijkertijd een goed investeringsklimaat te hebben, is het nodig om over grenzen heen te kijken. Oplossingen zullen meer buiten het eigenlijke waterdomein worden gevonden, met water als vanzelfsprekend onderdeel van ruimtelijke gebiedsontwikkelingen. De Watervisie zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur. Alleen door water goed mee te nemen, kunnen duurzame integrale afwegingen worden gemaakt. In het waterveiligheidsbeleid wordt landelijk een overstap gemaakt naar een risicobenadering, waarbij ook het effect van een overstroming op het achterland wordt meegewogen. Met de waterpartners zorgt de provincie voor veilige dijken en keringen en met het waterrobuust inrichten van de omgeving en goede evacuatiemogelijkheden en wordt het effect van een eventuele overstroming beperkt. Schoon en voldoende water is onmisbaar voor een gezonde, productieve en aangename leefomgeving en een soortenrijke natuur. Er wordt gezorgd dat het grond- en oppervlaktewater duurzaam kan worden gebruikt en dat voorraden zorgvuldig worden beheerd, zonder uitputting of verontreiniging. Diepe, watervoerende lagen kunnen worden gebruikt voor energieopslag.
In Hoofdstuk 12 van dit bestemmingsplan wordt nader ingegaan op het water als zodanig.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 23
2.4
Regionaal beleid
Voorheen was er op regionaal verband sprake van de Stadsregio Amsterdam. De Stadsregio Amsterdam was een samenwerkingsverband van zestien gemeenten. De stadsregio werkte onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld. Op groter schaalniveau is er inmiddels sprake van de Metropoolregio Amsterdam. Dit is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leefen woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd.
De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 2.4.1
Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020
De provincie Noord-Holland vraagt vanuit haar rol als woningmarktregisseur alle regio's binnen de provincie een RegionaalActieprogramma (RAP) Wonen op te stellen. Doel van zo'n RAP is vooral de borging van de regionale afstemming over woningbouwprogrammering, zodat vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. In 2016 is voor de drie deelregio's het RAP tot stand gekomen. De provincie heeft de drie deelregio’s vervolgens in januari 2017 laten weten vooralsnog niet in te kunnen stemmen met het RAP 2016-2020. Door de deelregio's is vervolgens een oplegger opgesteld, welke onderdeel uitmaakt van de RAP 2016-2020. Voor woningbouwplannen in Amsterdam is de gehele (voormalige) stadsregio te beschouwen als marktregio. De actuele woningbehoefte voor de periode 2017-2027 binnen deze marktregio bedraagt 79.510 woningen. De harde plancapaciteit (plannen waarvoor een onherroepelijk bestemmingsplan geldt) bedraagt 62.440 woningen waardoor er sprake is van een tekort van 17.070 woningen aan harde plancapaciteit. Plangebied Het plangebied behoort volgens het overzicht op de website www.plancapaciteit.nl nog niet tot de harde plancapaciteit maar tot een potentiële woningbouwlocatie. De woningen die door middel van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zullen derhalve bijdragen aan het oplossen aan het tekort aan harde plancapaciteit (17.070 woningen). 2.4.2
Regionaal Verkeer & Vervoerplan
Het Regionaal Verkeer & Vervoerplan (RVVP) is het beleidskader op het gebied van verkeer en vervoer van de stadsregio Amsterdam. Het is richtinggevend voor de beleidsontwikkeling, voor de uitvoering van de exploitatie van het openbaar vervoer en de subsidieverlening op het gebied van infrastructuur en verkeersveiligheid. Dit RVVP is opgesteld binnen de ambities die de stadsregio-gemeenten gezamenlijk hebben geformuleerd. Deze ambities zijn:
Gemeente Amsterdam
blz. 24
het creëren van een gezonde, gedifferentieerde economie met internationale concurrentiekracht; het bieden van een goed sociaal klimaat aan de inwoners; het zorgen voor een duurzame leefomgeving. De hoofdlijnen van het beleid zijn samen te vatten in een aantal strategieën: een samenhangend netwerk, gebiedsgerichte aanpak, prijsbeleid, duidelijke keuze voor leefbaarheid en veiligheid en een slagvaardige samenwerking en financiering. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de hoofdlijnen van het beleid. 2.4.3
Plabeka
Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht. In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. Er vindt regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit van werklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. Ter uitvoering van de doelstelling van het Plabeka is een uitvoeringsstrategie vastgesteld. De op 23 juni 2017 vastgestelde Uitvoeringsstrategie 'Ruimte voor werken in de MRA van morgen 2017-2030; Plabeka 3.0' (US 3.0) van de Metropoolregio Amsterdam richt zich op een gezonde kantoren- en bedrijventerreinmarkt in de gehele Metropoolregio. Daar waar in eerdere Plabeka-afspraken met succes de reductie van het planaanbod centraal stond, is nu gekozen voor meer flexibiliteit zodat in regionaal verband goed ingespeeld kan worden op de economische dynamiek.
Het doel is om voldoende ruimte én kwaliteit van werkmilieus in de MRA te creëren, om zo bij te dragen aan de internationale concurrentiepositie van de MRA. De MRA behoort binnen Nederland tot de economisch goed presterende regio's. Zowel in bevolking als in banen wordt op langere termijn een groei verwacht die op of boven die voor Nederland als geheel ligt. Maar binnen de MRA nemen de verschillen toe. De werkgelegenheid groeit hard in Amsterdam en in iets mindere mate in Amstel-Meerlanden (met name Haarlemmermeer), maar daar staat een krimp tegenover in de regio's Haarlem en Gooi en Vechtstreek. De behoefte aan bedrijventerreinen is lager in vergelijking tot de periode voor de crisis en op de kantorenmarkt is er een flinke leegstand, al neemt die in sommige deelregio's snel af en met name in Amsterdam. Kwalitatief is – mede onder invloed van schaalverkleining in het bedrijfsleven, digitalisering en verduurzaming - een toenemende populariteit waar te nemen van meer gemengde multifunctionele gebieden: centrumgebieden, gemengde woon-werklocaties, knooppuntlocaties en third places als koffiegelegenheden en dergelijke – in vergelijking tot traditionele, meer monofunctionele en op functiescheiding gerichte formele werklocaties (bedrijventerreinen en formele kantorenlocaties).
De toenemende vraag naar multifunctionele gebieden vertaalt zich in de US3.0 onder meer in een flinke transformatie-opgave voor zowel kantoren als bedrijventerreinen, als substantieel en min of meer nieuw element in de US3.0. Amsterdam is het economische en culturele centrum van de MRA en omstreken, en heeft zeker in de afgelopen jaren een sterke aantrekkingskracht op burgers en bedrijven uit binnen- en buitenland. De stad kent dan ook veel sectorale winnaars aangezien onder meer de ICT, zakelijke diensten, creatieve industrie en horeca groeien. Dankzij haar internationale bereikbaarheid en aantrekkingskracht en aansprekende woon- en werkmilieus staat Amsterdam voor de opgave om de groei van economie en bevolking ruimtelijk te accommoderen. Door verdichting binnen het stedelijk weefsel, en transformatie van werklocaties naar gemengde hoogstedelijke woonwerkmilieus, vult de gemeente in de komende jaren deze opgave in.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 25
Plangebied In het plangebied was tot voor kort een scheepswerf aanwezig. Een scheepswerf is vanwege de bijkomende overlast voor de omgeving niet langer wenselijk op een binnenstedelijke locatie. Om toch bij te dragen aan het gemengd woonwerkmilieu zal er, naast woningen, ook een jachthaven met servicecenter en werkplaats worden gerealiseerd.
2.5
Gemeente Amsterdam
2.5.1
Beleidsplan Binnenstad
De binnenstad is door de eeuwen heen het centrum geweest van economische activiteiten. Het feit dat er ongeveer evenveel mensen in de binnenstad wonen als er werken, is uniek en draagt bij aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam. In 1993 is het beleid voor de binnenstad uiteengezet in het Beleidsplan Binnenstad. De belangrijkste hoofddoelstelling is toen geformuleerd als: het versterken van de centrumpositie en het handhaven van de functiemenging. Deze hoofddoelstelling is nog steeds actueel, evenals de andere hoofddoelstellingen. Dit zijn: behoud van de kwaliteit van het historisch stadsbeeld; verbeteren van de veiligheid en de leefbaarheid; verbeteren van de bereikbaarheid. Met de vaststelling van het Meerjarenperspectief Binnenstad in 1999 is een vijfde hoofddoelstelling toegevoegd: zorgen voor een adequaat activiteiten- en voorzieningenniveau voor bewoners. Het vinden van de juiste balans tussen wonen, werken en vrijetijdsbesteding en tussen de verschillende economische functies onderling is de voortdurende opdracht voor bestuurders, ondernemers en bewoners van de binnenstad. 2.5.2
Structuurvisie Amsterdam 2040, economisch sterk en duurzaam
Algemeen Op 16 februari 2011 is de structuurvisie Amsterdam 2040, economisch sterk en duurzaam vastgesteld door de gemeenteraad. De centrale ambitie van de structuurvisie is: Amsterdam ontwikkelt zich verder als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Daarom slaat Amsterdam de volgende richting in: Intensiever gebruik bestaande stad, openhouden van landschap; Systeemsprong regionaal openbaar vervoer; Hoogwaardiger inrichting openbare ruimte; Investeren in recreatief gebruik groen en water; Amsterdam maakt zich op voor het postfossiele brandstoftijdperk; Olympische Spelen Amsterdam 2028. Cruciaal voor de verdere ontwikkeling als kernstad van de metropool is de kwantitatieve en kwalitatieve groei van het aantal woningen in Amsterdam. Die leidt tot het toevoegen van 70.000 woningen aan de voorraad met bijbehorende (maatschappelijke) voorzieningen (periode tot 2030). Woonkwaliteit en de wensen van de eindgebruiker staan daarbij voorop, de verdichting met netto 70.000 woningen is geen doel op zich. De stad moet er namelijk ook voor zorgen dat de juiste woningen op de juiste plek komen te staan. Om variatie en creativiteit in de stad te behouden en monotone woonwijken te vermijden, moet
Gemeente Amsterdam
blz. 26
worden gezocht naar instrumenten voor een meer flexibele productie. Diversiteit en een gemengde bevolking zijn belangrijke aantrekkingsfactoren van Amsterdam. Er is veel vraag naar kwalitatief goede en voldoende ruime woningen, maar deze moeten voor een belangrijk deel betaalbaar blijven. De motor achter de groei van Amsterdam en de regio is de aantrekkingskracht op jongeren. Deze voelen zich het meest aangetrokken tot het unieke hoogstedelijke milieu van het Amsterdamse centrum. Het gaat daarbij o.a. om de vestiging van studenten in de stad. Er is sprake van een toenemende concentratie van veelal hoogopgeleid jong talent, die de regio ook nodig heeft om als motor van de Nederlandse economie te kunnen functioneren. Daarom moet er ingezet worden op het bieden van voldoende mogelijkheden voor jong talent om zich te vestigen in hoogstedelijke woonmilieus. Amsterdam heeft daarbij een lange historie als studentenstad, en blijft als zodanig onverminderd populair. Bij voortduring is er een nijpend tekort aan woonruimte voor studenten. De vraag naar woonruimte zal verder stijgen, mede door internationalisering. Er worden pogingen gedaan om het aanbod te verruimen. De Structuurvisie vormt de basis van alle ruimtelijke plannen die de komende jaren tot ontwikkeling komen.
Vandaar dat juridisch-planologische plannen en stedenbouwkundige plannen van stad en stadsdelen worden getoetst aan de structuurvisie. Stadsdeel Centrum Het hoogstedelijke centrumgebied wordt steeds intensiever gebruikt en breidt zich uit, zelfs tot over de Ringweg A10 en het IJ. Mensen, ondernemingen en instellingen vestigen zich zo dicht mogelijk bij deze bron. Dit proces wordt de uitrol van het centrum genoemd. De binnenstad heeft een belangrijke functie bij deze uitrol. Meer nog dan in het verleden vormt het centrum het kerngebied voor de gehele metropoolregio, wat zal leiden tot een verdere stijging van het aantal bezoekers. De projecten bestaan vooral uit investeringen in de publieke ruimte en infrastructuur waarmee het centrumkarakter wordt versterkt en het centrumgebied wordt vergroot zodat er sprake kan zijn van meer spreiding van de bezoekers. Bij de uitrol van de binnenstad hoort een minder dominante plek van geparkeerde auto's op straat ten gunste van de verblijfsruimte en de ruimte voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. Belangrijk voor het centrum zijn: het opstellen van bestemmingsplannen die de versterking van het centrumkarakter mogelijk maken en het faciliteren en activeren van de partijen die vorm geven aan die ontwikkeling.
Kenmerken van de binnenstad zijn de historische waarde en de grote hoeveelheid en diversiteit aan (kleinschalige) particuliere initiatieven. Het eerste vergt vooral bescherming, terwijl het tweede element om flexibiliteit vraagt. Optimale flexibiliteit binnen de grenzen van de historische waarde dus. Plangebied De beoogde herontwikkeling van Hoogte Kadijk 145B komt overeen met de doelstelling om de bestaande stad optimaal en intensiever te gebruiken. De herontwikkeling zorgt voor behoud van werkgelegenheid doordat op de locatie meerdere personen werkzaam zullen zijn en leidt tegelijkertijd tot een toename van het aantal woningen zodat als gevolg van het project wordt bijgedragen aan de gewenste kwantitatieve en kwalitatieve groei van het aantal woningen in Amsterdam. Een groot deel van het woonprogramma heeft betrekking op studentenwoningen, starterswoningen en seniorenwoningen (88 van de 93 woningen).
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 27
2.5.3
Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (ontwerp)
Vanaf donderdag 21 januari tot en met woensdag 3 maart heeft de ontwerp-omgevingsvisie Amsterdam 2050 met bijbehorende omgevingseffectrapportage ter visie gelegen. Deze omgevingsvisie zal de structuurvisie gaan vervangen. Momenteel is nog niet bekend of de ontwerp-omgevingsvisie gewijzigd zal worden vastgesteld en wanneer. Tot die tijd wordt daarom uitgegaan van het nu geldende beleid. 2.5.4
Wonen in de metropool, woonvisie Amsterdam tot 2020
De stedelijke woonvisie is in 2008 vastgesteld door de gemeenteraad. De woonvisie bevat een aantal thema's die enerzijds de bestaande stad Amsterdam schetsen en anderzijds de ambities verwoorden. De ambitie is gericht op zowel een attractieve stad met nadruk op de economische kracht als een ongedeelde stad, gericht op het voorkomen van sociale segregatie en ruimtelijke tweedeling. In de woonvisie zijn zeven thema's met speerpunten voor de toekomst beschreven: Emancipatiestad: nieuwkomers en jongeren moeten zich kunnen blijven vestigen, bewoners moeten wooncarrière kunnen maken; Ongedeelde stad: binnen de ring A10 bescherming van de onderkant van de woningmarkt, elke buurt blijft toegankelijk voor mensen met lagere inkomens, meer verscheidenheid in woonmilieus, meer aanbod voor gezinnen, ruimte voor verschillen, streven naar gemengdheid; Betaalbare stad: woningen voor lage inkomensgroepen, lage middeninkomensgroepen en middeninkomens; Vernieuwde stad: wijkaanpak en transformatie bij wijken waar de leefbaarheid onder druk staat; Topstad: kwaliteit van woningen en voorzieningen bieden om mensen en talent aan te trekken en te behouden, verruiming (tijdelijke) vestigingsmogelijkheden voor expats, buitenlandse studenten, kunstenaars en startende ondernemers; Zorgzame stad: woonservicewijken realiseren, aanpasbaar bouwen, huisvesting dak- en thuislozen; Duurzame stad:
energiebesparing in de bestaande woningvoorraad, duurzaam en flexibel bouwen, beperken watergebruik. Stadsdeel Centrum valt in de centraal stedelijke zone, het centrum van de Metropool Amsterdam. Uitwerking van de zeven thema's levert de volgende specifieke speerpunten op: behoud van een groot deel van de kleine oude woningen; behoud van gemengdheid; aanbod creëren in het middensegment, ook voor (kleine)gezinnen; hoogstedelijk woonmilieu is uitgangspunt voor nieuwbouw; benutten van locaties voor topsegment; oases behouden en creëren; toevoegen ouderenwoningen, zowel in nieuwbouw als bestaande bouw; illegale hotels en woonfraude bestrijden. Plangebied De beoogde herontwikkeling leidt tot nieuwbouw die bijdraagt aan een hoogstedelijk woonmilieu. Er wordt deels voorzien in woningen voor senioren (9).