BIJLAGE 1 bij Sociale Paragraaf Voedselpark Amsterdam
Tekst van het document
Bijlage 1-Overwegingskader Brede Welvaart in Amsterdam In de Raadsinformatiebrief d.d. 23 april 2024 “Brede Welvaart in Amsterdam” van de wethouders Pels en Mbarki wordt een overwegingskader Brede Welvaart uitgewerkt. De gemeente sluit daarbij aan bij de 8 thema’s die het Centraal Planbureau (CPB), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hanteren voor brede welvaart: 1. Subjectief welzijn 2. Gezondheid 3. Consumptie en inkomen 4. Onderwijs en opleiding 5. Ruimtelijke samenhang en -kwaliteit 6. Economisch kapitaal 7. Natuurlijk kapitaal 8. Sociaal kapitaal. 1.Subjectief welzijn S ubjectief welzijn gaat om de tevredenheid met het leven en de mate van ervaren regie over het eigen leven. Mensen streven niet alleen naar financiële stabiliteit, maar ook naar een breder gevoel van controle en autonomie. Een samenleving waarin brede welvaart wordt nagestreefd, biedt kansen waarmee individuen en groepen zich kunnen blijven ontwikkelen en zich beter kunnen aanpassen aan veranderingen (een leven lang leren). Het is daarmee niet alleen gericht is op materiële welvaart, maar ook op persoonlijke groei en tevredenheid. 2.Gezondheid ezondheid gaat over fysieke en mentale gezondheid. Het gaat over het hebben van gezonde G jaren, ervaren gezondheid en levensverwachting.
Gezondheid kan worden beïnvloed door bijvoorbeeld overgewicht, eenzaamheid of stress. Gezondheid gaat ook over actief en volwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving met of zonder beperking. 3.Consumptie en inkomen onsumptie en inkomen gaat over de financiële situatie op het persoonlijk vlak. Het gaat C hierbij zowel om inkomstensbronnen als om consumptiemogelijkheden. Het betreft de individuele keuze en mogelijkheid om diensten en goederen te kiezen, het opbouwen of hebben van een financiële buffer en de ruimte om een eigen levensstijl te onderhouden. Dit inclusief keuzemogelijkheden in onderwijs en gezondheidszorg. 4.Onderwijs en opleiding nderwijs en opleiding bevat alle onderdelen van overdracht van kennis, leren van O vaardigheden en socialisatie op alle leeftijden. Het bevat zowel officiële en onofficiële kennisoverdrachten. Denk aan stages, verenigingen, opleidingen, cursussen of algemene scholing, maar ook informele leermogelijkheden zoals onderdeel zijn van een jeugdteam of het leren van een muziekinstrument. Het gaat ook over de randvoorwaarden voor onderwijs en opleiding, zoals het aantrekken en behouden van onderwijzend personeel, goede schoolgebouwen, digitale infrastructuur, etc.
21
5.Ruimtelijke samenhang en -kwaliteit E en kwalitatief goede inrichting van de ruimte is een belangrijke randvoorwaarde voor de ervaren brede welvaart. Ruimtelijke Samenhang en Kwaliteit gaat over de staat en gebruik van de bebouwde en onbebouwde omgeving. De inrichting en samenhang is gericht op nu en de toekomst. Ruimtelijke samenhang draagt bij aan een kwalitatieve beleving van stad,
mgeving of aanzicht. Denk bijvoorbeeld aan bereikbaarheid, faciliteiten in de omgevingen o en tevredenheid over groene ruimte. 6.Economisch kapitaal E conomisch kapitaal omvat de verschillende vormen van kapitaal op macroniveau, die nodig zijn voor het opbouwen van materiële welvaart en het genereren van economische groei. Het gaat over bedrijfsvestigingen en aantrekkelijkheid voor bedrijven, werkloosheid, werkgelegenheid, vermogens en vermogensongelijkheid binnen de eigen gemeente maar ook in vergelijking met andere gemeentes. 7.Natuurlijk kapitaal atuurlijk kapitaal gaat om een schone, groene, biodiverse leefomgeving hier en nu, denk N aan schoon drinkwater, schone lucht en voldoende kwalitatief groen in de stad. Het gaat enerzijds dat de stad behouden moet worden voor de toekomst, anderzijds dat de leefomstandigheden op de planeet gunstig moeten blijven voor de mensheid en al het andere leven. Denk aan CO2-vermindering, het beschermen van ecosystemen, het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen nu en in de toekomst. 8.Sociaal kapitaal S ociaal kapitaal gaat over het verbonden voelen met anderen. Belangrijk zijn sociale netwerken (online en fysiek) die zorgen voor toegang tot informatie en het hebben of maken van een sociaal vangnet.
Het gaat om verenigingsgevoel, sociale cohesie, veiligheid om te zijn wie je bent en groepsvorming (bijvoorbeeld met verenigingen of binnen een geloofsovertuigingen). Ook gaat dit thema om vertrouwen in mensen en instituties, maar ook over (financiële) ongelijkheden tussen mensen en groepen.
22