Bijlage 1 bij RIB - Eindrapportage Halverwege de Opdracht, Onderzoek Halverwege.pdf
Tekst van het document
Inspelen op veranderende dynamieken Door verwijzing van digitaal nietvaardige Amsterdammers door gemeenten naar de buurtteams.
Ondersteuning bij parkeervergunningen en andere gemeentelijke voorzieningen drijft de bureaucratische druk op.
Vrijwilligers spelen een cruciale rol tijdens het spreekuur, waarbij dergelijke vragen vaak binnenkomen. Professionals ondersteunen hierbij.
Een tweetal onderliggende patronen lijkt de mogelijkheid om in te spelen op veranderende dynamieken te beïnvloeden: > Ongelijke verhouding tussen toenemende digitalisering en noodzakelijke toegankelijkheid voor Amsterdammers. > Onbedoelde functie van buurtteam als 'digitaal loket'.
7. Kwaliteit van eerste inhoudelijke contact Het eerste contact tussen een Amsterdammer en het buurtteam blijkt cruciaal voor het verdere verloop van de ondersteuning. Amsterdammers vertellen dat een eerste contact vertrouwen wekt of wantrouwen oproept. In veel gevallen komen Amsterdammers binnen via de inloopspreekuren, waar zij eerst contact hebben met een vrijwilliger alvorens doorverwezen te worden naar een buurtteamprofessional. De inloopspreekuren lijken voor Amsterdammers een laagdrempelige manier om bij het buurtteam aan te komen, mits dit een positief contactmoment is.
26
Kwaliteit van het eerste contact Inzet van vrijwilligers bij eerste contact, waarbij overdracht en continuïteit niet altijd voldoende geborgd zijn.
Verschillen in intakeprocedures tussen de teams.
Wachttijden bij telefonisch contact.
De wijze waarop intakes georganiseerd zijn, maakt dat Amsterdammers soms meerdere keren hun verhaal vertellen en na een intake soms twee weken wachten op een afspraak met een passende professional of meerdere keren van ondersteuner wisselen voordat zij een passende ondersteuner krijgen. Uit de verhalen van Amsterdammers blijkt dat de manier waarop het eerste contact is georganiseerd, verschilt per buurtteam. Bij sommige buurtteams zijn vrijwilligers het eerste aanspreekpunt bij de spreekuren. Zij leggen de connectie met een passende professional. Bij andere buurtteams zijn professionals bij de spreekuren, zij houden het contact met de Amsterdammer. De capaciteit van buurtteams, hoeveel professionals er aanwezig en beschikbaar zijn, lijkt te beïnvloeden hoe dit eerste inhoudelijke contact georganiseerd is. Onderliggende patronen, die samenhangen met de kwaliteit van het eerste contact, lijken te zijn: > Spanning tussen laagdrempeligheid en professionaliteit. > Verschillende visies op de rol van vrijwilligers of ervaringsdeskundige buurtteammedewerkers. > Worsteling met de capaciteit (beschikbare professionals) versus wens voor toegankelijkheid.
8. Uniformiteit versus lokale verschillen De buurtteamorganisaties proberen een balans te vinden tussen stedelijke uniformiteit en lokaal maatwerk. Uit de verhalen van buurtteammedewerkers blijkt dat de buurtteamorganisaties en medewerkers verschillende afspraken hebben met de ketenpartners. Medewerkers spreken soms met collega’s van andere buurtteams en realiseren zich dat zij op verschillende manieren werken. De buurtteammedewerkers en buurtteams op stadsdeelniveau geven lokaal vorm aan het beleid.
Uniformiteit versus lokale verschillen Verschillende implementaties op lokaal niveau van stedelijke afspraken.
Lokale variatie in samenwerkingsafspraken met ketenpartners.
Moeizame doorvoering van procesverbeteringen.
Buurtteamorganisaties worstelen met manieren om lokaal beleid vorm te geven en te voldoen aan de belofte van een uniforme organisatie. Er ontstaan verschillen in kwaliteit van ondersteuning en toepassingen van protocollen en beleid tussen de verschillende buurtteamorganisaties en locaties. Een aantal onderliggende patronen lijkt de balans vinden tussen uniformiteit en lokale verschillen te beïnvloeden: > Spanning tussen stedelijke sturing en lokale autonomie. > Verschillende interpretaties van 'couleur locale'. > Uitdagingen in kennisdeling tussen teams.
27
9. Continuïteit in dienstverlening Wachtlijsten en overbruggingszorg zorgen voor een complex vraagstuk rond de continuïteit van de dienstverlening. Dit heeft een directe impact op zowel de kwaliteit en doorstroom van ondersteuning als op de werkdruk voor medewerkers. Specialistische hulp in Amsterdam kent soms lange wachttijden, waardoor Amsterdammers 'vastlopen' bij de buurtteams. Buurtteammedewerkers ondersteunen hen soms als ze wachten op specialistische ondersteuning. Overbruggingszorg kan de reguliere caseload verdringen. Daarnaast lijken buurtteamprofessionals niet altijd toegerust om passende overbruggingszorg te bieden.
Continuïteit in dienstverlening Lange wachttijden voor specialistische hulp.
Overbruggingszorg die reguliere caseload verdringt.
Vastlopende doorstroom bij complexe casuïstiek.
Een aantal onderliggende patronen beïnvloedt het complexe vraagstuk rond continuïteit van dienstverlening: > Gebrek aan capaciteit in specialistische zorg. > Buurtteams als 'vangnet' bij wachtlijsten voor specialistische ondersteuning. > Spanning tussen acute hulp en structurele oplossingen.
10. Kennisdeling en expertise-ontwikkeling De brede opdracht van de buurtteams vraagt om continue ontwikkeling van kennis en expertise bij professionals. In de praktijk blijkt deze kennis ongelijk verdeeld en niet altijd goed geborgd. Buurtteammedewerkers zoeken naar aansluiting bij de lokale context en expertisevorming vanuit de praktijk, terwijl de focus van de buurtteamorganisaties op stadsbrede kennisdeling ligt. Er lijkt een kleinere groep medewerkers te zijn die door hun professionele achtergrond meer specialistische kennis heeft. Zij zijn vaak onderdeel van een vakgroep, expertisegroep of aandachtsfunctionarissen. Hier delen gespecialiseerde medewerkers onderling kun kennis. Het blijkt ingewikkeld om deze kennis over te dragen op andere professionals die de expertises (nog) niet hebben. Daarnaast vallen medewerkers soms terug op hun oude werkwijzen en kennis, in plaats van op de werkwijzen, methodes en visie van Buurtteam Amsterdam, zoals de Amsterdamse Maatwerk Methode.
Kennisdeling en expertise ontwikkeling Concentratie van expertise bij een kleine groep medewerkers.
Beperkte structurele kennisdeling tussen teams.
Centrale kenniswerkplaats en scholing zijn vaak te generalistisch en sluiten niet aan bij lokale behoeften.
Onderliggende patronen lijken de mogelijkheid om ruimte te maken voor kennisdeling en expertiseontwikkeling te beïnvloeden: > Spanning tussen generalistische rol en specialistische kennis. > Onvoldoende structuren voor kennisdeling. > Werkdruk die leren belemmert.
28
04
Richtinggevende inzichten en conclusies
29
H4 Richtinggevende inzichten en conclusies Dit hoofdstuk beschrijft de richtinggevende inzichten die tot stand zijn gekomen door het combineren van de patronen uit de perspectieven van beide onderzoekslijnen. Tot slot worden de overkoepelende conclusies gepresenteerd. Richtinggevende inzichten
Lijn 1 van het onderzoek belicht de bestuurlijke en organisatorische context, terwijl lijn 2 de praktijk van de ondersteuning en ervaringen van Amsterdammers vanuit hun leefwereld in kaart brengt. Door de patronen uit deze beide perspectieven te combineren en tegen elkaar af te zetten, ontstaat
een rijker beeld van de mate waarin de buurteams de hen gegeven opdracht realiseren en welke factoren daarbij helpend of belemmerend zijn. De onderbouwing hoe de richtinggevende inzichten zijn ontstaan uit de patronen van lijn 1 en lijn 2 is opgenomen in bijlage 4.
1. Het belang van een zorgvuldig gekozen kerntaak van de buurtteams
2. Een constructieve opdrachtrelatie vraagt om duidelijke kaders en wederzijds vertrouwen
3. De kracht van een consistent beeld in Amsterdam over de identiteit van de buurtteams
4. De voortdurende zoektocht naar balans tussen administratieve processen en menselijk contact
5. De noodzaak om gezamenlijk te reflecteren op de ontwikkeling van het vak ‘generalistisch buurtteamprofessional’
6. Het belang van duurzame relaties in effectieve ondersteuning
7. Lokaal leren en stedelijk delen
8. Collectief leren van het verleden voor een sterker fundament
Figuur 5: Richtinggevende inzichten
1. Het belang van een zorgvuldig gekozen kerntaak van de buurtteams Meerdere patronen wijzen op verwarring van de rol en taken bij de buurtteamorganisaties. Ze stellen zich zowel op het niveau van de professional en het management, als van de partnerorganisaties en Amsterdammers de vraag: welke taken liggen bij het buurtteam? Ook vraagt de toenemende digitalisering van buurtteams onbedoeld om de rol
van 'digitaal loket', wat reflectie vraagt op hun eigenlijke functie.
2. Een constructieve opdrachtrelatie vraagt om duidelijke kaders en wederzijds vertrouwen Een onduidelijke opdracht- en evaluatiestructuur draagt bij aan een terughoudende en afgesloten houding van de buurtteamorganisaties ten op-
30
zichte van de gemeente. Een duidelijke rolverdeling tussen de gemeente als partner en als opdrachtgever is noodzakelijk. Daarnaast vraagt dit om een heldere, maar ruime formulering van de opdracht en prestatie-indicatoren. Dat het uitzonderlijke zorgvuldigheid vraagt om tegelijkertijd partner en opdrachtgever te zijn, is hierbij essentieel. Gezamenlijk leren en controle houden op de opdracht zijn doelen die vragen om een andere dynamiek en relatie. Abrupte koerswijzigingen door de gemeente Amsterdam ijlen door in de samenwerking van de gemeente Amsterdam met de Amsterdamse Buurtteams. Hoewel er wordt gesproken over de ‘gemeente Amsterdam’ komt in de praktijk ook een genuanceerd beeld naar voren van de relaties tussen gemeentelijke ambtenaren, bestuur en management van de buurtteams die beter zijn naarmate ze nauwer en direct samenwerken.
3. De kracht van een consistent beeld in Amsterdam over de identiteit van de buurtteams De communicatie rond de buurtteams heeft geleid tot grote verwachtingen op basis van een ideaalbeeld dat in de praktijk moeilijk waar te maken is. Het beeld dat buurtteams Amsterdammers overal bij kunnen helpen, strookt niet met de realiteit. Hoewel Amsterdammers wel met hun vragen bij het buurtteam terechtkunnen, verwijst het buurtteam in de praktijk regelmatig door naar specialistische ondersteuning of schakelen zij de sociale basis in. De identiteit van de buurtteams (wat de buurtteams doen) en hun imago (wat anderen denken waarvoor de buurtteams zijn) in de stad zijn verschillend. De uitwerking van de zorgvuldige gekozen kerntaak in de identiteit van de buurtteams kan op termijn positief van invloed zijn op het imago.
4. De voortdurende zoektocht naar balans in administratieve processen en menselijk contact Buurtteammedewerkers beschrijven beroeps(z)eer wanneer zij zich voor een groot deel bezighouden met administratieve processen en regie voeren in plaats van op ondersteuning gebaseerd contact met Amsterdammers. Dit weerspiegelt de fundamentele spanning tussen de leef- en systeemwereld die bij de buurtteams merkbaar is. Een balans vinden, is cruciaal voor betekenisvol werk.
5. De noodzaak om gezamenlijk te reflecteren op de ontwikkeling van het vak ‘generalistisch buurtteamprofessional’ De ‘T-shaped professional’ bestaat niet in de ideale vorm. Vakontwikkeling vanuit de praktijk is wenselijk en noodzakelijk. Er is behoefte aan tijd en ruimte om het vak van de buurtteamprofessional te ontwikkelen. Generalistisch werken staat hierbij centraal, terwijl specialistische kennis behouden blijft. Professionals die aansluiten bij de opdracht van de buurtteams is een duidelijke wens.
6. Het belang van duurzame relaties in effectieve ondersteuning Ervaringen van Amsterdammers benadrukken het belang van duurzame ondersteuningsrelaties, waarbij tijd en ruimte voor persoonlijk contact centraal staan. Dit vraagt om een andere kijk op effectiviteit en resultaat.
7. Lokaal leren en stedelijk delen Er is behoefte bij buurtteamprofessionals om scholing en kennisdeling te organiseren op lokaal niveau en bij de buurtteamorganisaties. Voor hen is het belangrijk om van de praktijk te leren. Bij de huidige werkwijze worden grotere stadsbrede kennisbijeenkomsten georganiseerd. Deze sluiten niet direct aan bij de behoeftes van buurtteammedewerkers. Er is de wens voor een manier van leren die balanceert tussen lokale autonomie ('couleur locale') en stedelijke samenhang. Scholing en kennisdeling op lokaal niveau en tussen buurtteamorganisaties bieden kansen. Het gaat erom een lerende context te creëren waar wordt gezocht naar de best mogelijke praktijken in de uitvoering. Er ligt ook een kans voor revitalisatie van de Amsterdamse Maatwerk Methode.
8. Collectief leren van het verleden voor een sterker fundament Het bestuur en management hebben behoefte om als Buurtteam Amsterdam structureel en gezamenlijk te reflecteren en te leren van de keuzes die in de ontwikkeling van de buurtteams in het verleden zijn gemaakt. Gezamenlijk duidelijkheid creëren over de inhoud van een opdrachtformulering en ruimte laten voor de lokale context helpen om vooruit te blikken. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de verschillende rollen die bij de samenwerking een rol spelen.
31
Conclusies
In de hele stad zijn rijke en krachtige ervaringen opgehaald vanuit meerdere perspectieven: inwoners, medewerkers van Buurtteam Amsterdam, medewerkers van organisaties die in contact staan met Buurtteam Amsterdam en sleutelfiguren vanuit de gemeentelijke organisatie. Deze vormden de basis voor betekenisvolle dialogen en een intensieve participatieve duidingssessie en hebben geleid tot een rijk beeld en gelaagde inzichten over de werking van Buurteam Amsterdam. Het middel heeft tot het gewenste doel geleid.
Veel gaat goed Er gaan veel dingen goed bij de Amsterdamse buurtteams. Na een turbulente start tijdens de Covid-19 pandemie en grote personeelsschaarste is de transitie binnen het sociaal domein in Amsterdam geslaagd. De Amsterdamse buurtteams zijn een merk in de stad.
Spanningen in de opdracht Het onderzoek laat zien dat een aantal spanningsvelden de opdracht van de buurtteams kenmerken. Allereerst is er de continue spanning tussen systeemeisen en de leefwereld van Amsterdammers, waarbij uniformiteit, efficiëntie en verantwoording botsen met de behoefte van professionals en Amsterdammers aan maatwerk, vertrouwen en duurzame relaties. Ten tweede worstelen de teams met de balans tussen brede toegankelijkheid en de nabijheid en expertise die nodig is voor effectieve hulpverlening. Deze worsteling manifesteert zich zowel in het dagelijks werk van professionals als in de organisatie als geheel om dit duurzaam te organiseren. Tot slot bestaat er een spanning tussen de ambitie om als één herkenbaar buurtteam in de stad te opereren en de noodzaak om aan te sluiten bij lokale contexten en behoeften.
Knelpunt in de uitvoering In de uitvoeringspraktijk is een structurele afweging te zien bij buurtteamprofessionals rondom het behouden van regie en efficiënte afhandeling, en de wens en noodzaak van persoonlijk contact en maatwerk. Buurtteamprofessionals ervaren dat zij in de knel raken tussen de doelstellingen en organisatorische wens voor efficiëntie en uniformiteit enerzijds, en de (vaak persoonlijke) wens en opdracht voor maatwerk, aansluiting en nabij
contact met de Amsterdammers met wie zij contact hebben.
Wisselende ervaringen inwoners Voor Amsterdammers betekent dit dat zij niet allemaal dezelfde ervaringen hebben. Sommigen hebben meteen een geweldige klik met de buurtteamprofessional die zij tegenkomen, die hen langdurig ondersteunt en het vaste gezicht is wat zij nodig hebben. En anderen hebben een minder geslaagde ervaring. Zij moeten bijvoorbeeld lang wachten voordat ze terechtkunnen bij een buurtteamprofessional en krijgen dan niet altijd de ondersteuning die zij nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat de buurtteamprofessional niet de specialistische kennis in huis heeft die nodig is om de vraag van de Amsterdammer te beantwoorden. De ervaringen benadrukken het belang voor Amsterdammers voor het ontwikkelen van duurzame relaties, waarbij tijd en ruimte voor persoonlijk contact centraal staan. Het eerste contactmoment is hierbij essentieel voor de start van een vertrouwensrelatie.
Continue samen leren Deze spanningsvelden zijn inherent aan het werk van de buurtteams en vragen misschien niet om oplossingen, maar eerder een bewuste keuze in het omgaan met deze spanningen. De kunst ligt niet in het opheffen ervan, maar in het samen leren, zodat ondersteuning van Amsterdammers blijft aansluiten bij wat zij nodig hebben. Dit vraagt om een organisatie die bewust differentieert in aanpak, die investeert in duurzame relaties en kennisopbouw, en die de menselijke maat centraal stelt in systemen en processen.
Opdrachtgever én partner Een ander spanningsveld betreft de relatie tussen Buurtteam Amsterdam en de gemeente Amsterdam als opdrachtgever. De balans tussen partnerschap – gericht op gezamenlijk leren en ontwikkelen – en opdrachtgeverschap – gericht op controle en beoordeling – vraagt om zorgvuldige afstemming. Het expliciet maken en bewust hanteren van deze verschillende rollen binnen de samenwerking is essentieel om het vertrouwen te versterken en de gezamenlijke opdracht helder vorm te geven. Intensieve samenwerking zoals die in het gedeeld opdrachtgeverschap voor het onderhavige onderzoek heeft dit aangetoond. Door in vertrouwen te delen in de dilemma’s zowel op bestuurlijk, organisatie als uitvoerend niveau wordt vertrouwen hersteld en gezamenlijk leren
32
mogelijk. Dat daarin de verhalen van alle betrokkenen een rol hebben kunnen spelen is winst voor alle stakeholders, en niet in de laatste plaats de Amsterdammer die geholpen wordt.
Complexiteit erkennen De buurtteams staan niet voor een simpele opdracht, maar voor een complexe praktijk vol spanningen die niet verdwijnen, maar wel te hanteren zijn. Juist in de bewuste omgang met die spanningen – tussen systeem en leefwereld, tussen controle en vertrouwen, tussen een stedelijke lijn en lokale kleur – ligt de sleutel tot betekenisvolle ondersteuning. Dit vraagt om voortdurende reflectie, gezamenlijke leerprocessen en duidelijke keuzes in opdracht en organisatie. Wanneer alle betrokken partijen – professionals, bestuurders, gemeente én Amsterdammers – deze complexiteit erkennen en samen blijven zoeken, ontstaat een stevig fundament voor de toekomst van de buurtteams.
Dialoog stadsbrede beeld
Op 24 maart 2025 zijn de richtinggevende inzichten en de reflecties en de besproken tijdens een dialoog over het stadsbrede beeld. Aan de dialoog namen ruim 25 vertegenwoordigers van Buurtteam Amsterdam en de gemeente Amsterdam deel.
Na een beknopte presentatie over het onderzoek, de gehanteerde methode en het procesverloop, is in groepen de dialoog gestart. In elk van deze groepen waren zowel het perspectief van de gemeente als van de buurtteams vertegenwoordigd.
De centrale vraag was: 'Van welke inzichten moeten we werk maken?' met als deelvragen: > Hoe pakken we dit gezamenlijk op gedurende de resterende subsidieperiode? > Welke prioriteiten stellen we? > Welke inzichten nemen we mee in de voorbereiding van de vervolgopdracht voor de buurtteams? Het memo dat de resultaten van deze dialoog samenvat, is opgenomen als bijlage 5.
33
Bijlagen
Doelen onderzoek Halverwege 1. Ons een stedelijk beeld vormen over in hoeverre Buurtteam Amsterdam bijdraagt aan de transformatie van het sociaal domein in Amsterdam en wat betreft het zo doeltreffend en doelmatig mogelijk ondersteunen van Amsterdammers in de Amsterdamse buurten. 2. Richtinggevende inzichten verkrijgen om de opdracht aan Buurtteam Amsterdam verder te ontwikkelen gedurende de resterende subsidieperiode. 3. Richtinggevende inzichten verkrijgen om te betrekken bij de voorbereiding van de inhoudelijke vervolgopdracht Buurtteam Amsterdam.
Ontwikkeling plan van aanpak
Onderzoekscoalitie fase 1 Werkt de opdracht uit naar een plan van aanpak Integreert daarbij de oorspronkelijke fase 1 en 2 naar 1 fase Coördineert en voert het plan uit Informeert en werkt nauw samen met de begeleidende groep
Begeleidingscommissie fase 1 Draagt het gedeeld opdrachtgeverschap door formulering van de opdracht. Levert relevante input voor het pva. Zorg voor verbinding tussen de opdracht en de achterban Heeft mandaat ten aanzien van besluitvorming over de mijlpalen in het plan van aanpak, opvolging van de uitvoering in deze fase.
Communicatiedoelen fase 1 Communicatieparagraaf pva Informeren sleutelfiguren en stakeholders Uitnodiging deelname onderzoek Opbouwen zorgvuldige communicatie waarin onderwerpen als specifieke aanpak, privacy, doelbinding worden verhelderd.
verhalen en rode draden rondom de dienstverlening/opdracht aan de BTO's
Streefplanning De onderzoekscoalitie houdt een slag om de arm mbt het bereiken van de verschillende doelgroepen rondom het zomerreces. Tussentijds worden al resultaten opgeleverd. Als het onderzoek hierom vraagt moet uitloop bespreekbaar zijn.
procesontwerp onderzoek Halverwege
Tijdlijn met verhalen en rode draden over de lokale organisatie
FASE 1 Kwartiermaken & onderzoeksuitvoer januari – augustus 2024
Communicatieplan
Procesontwerp
collectieplan
identificatie doelgroepen
inclusiecriteria doelgroepen
Procesontwerp
collectieplan
identificatie organisatorische sleutelfiguren
APRIL
Besluitvorming over het plan van aanpak markeert de kwartiermakersfase
Proces verhalen dienstverlening versus opdracht BTO's
FASE 2
Proces tijdlijn
Communicatie zorgt voor tekstvoorstel uitnodiging per doelgroep Secretariaat project zorgt voor maillijst en verstuurt de uitnodiging en plant de afspraken in Waar nodig wordt door of namens de lokale manager of professional uitgenodigd
Per stadsdeel en per doelgroep een fijnmazige collectieplanning opstellen
Resultaat Afspraken voor live collectie per doelgroep/ stadsdeel Ondersteunende campagne voor digitale collectie
Ontwerpen digitale en live collectievormen
Proces tijdlijn van verhalen sleutelfiguren en rode draden over de lokale organisatie/Gemeente ihkv de opdracht
partnerorganisaties worden geïnformeerd over aanpak en uitkomsten beide onderzoekslijnen. Mocht daar aanleiding toe zijn, kunnen ze benaderd worden om een patroon beter te duiden. Hun betrokken professionals worden geïncludeerd in het onderzoek naar dienstverlening versus opdracht BTO's
MEI
a. Literatuurstudie// desktopresearch
voorkeur is om interviews in een groep te laten plaatsvinden
Communicatie zorgt voor tekstvoorstel uitnodiging Secretariaat project zorgt voor maillijst en verstuurt de uitnodiging en plant de afspraken in met sleutelfiguren
Wie gaat de interviews uitvoeren?
Uitnodiging en planning
Resultaat Uitnodiging is gemaakt en verstuurt Afspraken zijn ingepland
b. Ontwerp uitlokkende vragensets
De onderzoekscoalitie legt een onderbouwd voorstel voor aan de begeleidingscommissie. Desgewenst kunnen leden van de begeleidingscommissie participeren in de processtappen a en b.
Ontwerp format Tijdlijn & uitlokkende vragen
Resultaat Format tijdlijn Uitlokkende vragen
Uitvoering overige 7 interviews
Resultaat Bijgestelde set vragen en format tijdlijn
Communicatie zorgt voor tekst en ondersteunende communicatie rondom collectie
Uitwerking naar alternatieve collectie zoals observatie
Uitwerking naar vertelkringprotocol
Uitwerking naar interviewprotocol
Uitwerking naar digitaal vertelpunt
Resultaat protocollen live collectie vertelpunt versie 1.0
Secretariaat project zorgt voor terugkoppeling verslag en tijdlijn
Uitvoering proef-groepsinterview
Resultaat Bijgestelde set vragen en format tijdlijn
Testen, bijstellen, besluitvorming
Ontwikkeling dashboard
Resultaat Live collectie en digitale collectie wordt uitgevoerd
Secretariaat project zorgt voor terugkoppeling concept verslag en tijdlijn
Uitwerking naar rode draden en validatie door geïnterviewden
Resultaat Dashboard en queries Tussentijdse terugkoppeling aan begeleidende groep
JUNI/JULI
Communicatie zorgt voor tekst en ondersteunende communicatie rondom lokale eerste resultaten -routekaart?Secretariaat zorgt voor reminders Lokale managers nemen info mee in nieuwsbrieven en vergaderingen
eerste en volgende rapportages uit dashboard
Uitvoering en monitoring voortgang
Presentatie over Reflectie uitkomsten versus doelstelling 1 Stedelijk beeld op niveau van organisatie
De mogelijkheid bestaat om de gevalideerde tijdlijnen per stadsdeel terug te koppelen als deelresultaat van het onderzoek
Iom secretariaat bepalen datum/locatie/tijd/catering
Draaiboek maken voor procesbegeleiding
Iom communicatie opstellen uitnodiging
augustus/september
Communicatie zorgt voor uitnodigingen Secretariaat zorgt voor proces uitnodigen/reminder/aanmelden
Voorbereiding duidingssessies
adhv dashboard bepalen focus
Iom sleutelfiguren bepalen focusgroep
oktober
Secretariaat zorgt voor centrale verzending en ontvangst reacties
Verslaglegging duidingssessies en validatie door deelnemers
Resultaat Verslagen met akkoord van deelnemers Rode draden en betekenissen zijn duidelijk
De mogelijkheid bestaat om de gevalideerde verslagen per stadsdeel terug te koppelen als deelresultaat van het onderzoek
Communicatie zorgt voor passende uitnodiging voor eindpresentatie en kijkt mee naar de vormgeving/huisstijl waar nodig
Reflectie uitkomsten versus doelstellingen
Resultaat Reflectieverslag, geordend naar bevindingen per doelstelling
Eindpresentatie opstellen en toetsen bij begeleidende groep
Resultaat Eindpresentatie tbv opdrachtgever versie 1,0
november
specificeren wat wordt opgeleverd bespreken begeleidingscommissie En wie de doelgroep is van deze presentatie
Eindpresentatie opleveren
Resultaat Eindpresentatie tbv opdrachtgever versie 2.0 Decharge onderzoekscoalitie
december
34
Bijlage 1: Onderzoeksproces
Aan het begin van dit onderzoeksproces is door Story Connect, Buurtteam Amsterdam en gemeente Amsterdam een aantal processtappen en deliverables geformuleerd en vastgesteld. Deze zijn gevisualiseerd via de applicatie Mural.
35
Bijlage 2: Methodische verantwoording Participatory Narrative Inquiry De methode die is ingezet voor lijn 2 van het onderzoek Halverwege de Opdracht is een door StoryConnect doorontwikkelde toepassing van het PNI-onderzoeksraamwerk2. PNI staat voor Participatory Narrative Inquiry. De methode beoogt dat direct betrokkenen – in dit geval inwoners van Amsterdam en professionals in en rond Buurtteam Amsterdam – volwaardig deelnemen (participeren) in het onderzoeksproces (inquiry) door het delen van en werken met ervaringsverhalen (narratieven) van henzelf en anderen.
Figuur 6: Landingspagina vertelpunt
De vertellers maken zelf de keuze waarover zij willen vertellen en dus wat zij relevant vinden aangaande de ondersteuning en Buurtteam Amsterdam. Direct na het delen van ervaringsverhaal reflecteren zij op hun eigen ervaring door het beantwoorden van vragen over de situatie en hun beleving daarvan. Dit levert kwantitatieve data op over de kwalitatieve verhalen. Een aantal vertellers onderzoekt de verhalen de
Working with Stories in Your Community or Organization. Participatory Narrative Inquiry. Third Edition. Cynthia F. Kurtz, 2014. 2
patronen en signalen in werksessies én bepaalt mede de inzichten die moeten helpen de ondersteuning in de buurten te verbeteren en de transformatie te versnellen – een taak die normaliter is voorbehouden aan beleidsmakers en onderzoekers.
Narratieven Het is essentieel om te begrijpen waarom vertelde of geschreven ervaringen (narratieven) centraal staan in de onderzoeksaanpak. De reden is tweeledig: > Narratieven zijn de natuurlijke manier voor mensen om kennis te delen. Als mensen om een mening gevraagd, bestaat het risico dat ze sociaal wenselijke antwoorden geven. Als zij echter de kans krijgen om te vertellen/schrijven over iets wat ze meegemaakt hebben, dan is de kans veel groter dat houdingen, façades en grenzen die normaliter aanwezig zijn worden doorbroken. Dit heeft te maken met de manier waarop hersenen werken tijdens vertel- of schrijfproces. > In sociale systemen is kennis gedistribueerd in het systeem aanwezig. Er is geen centrale entiteit die alle informatie heeft die nodig is om het systeem goed te laten werken3. Het systeem bestuurt en verandert zichzelf grotendeels zelf. Een logisch gevolg is dat er ook geen centrale entiteit is die weet om welke informatie ze moet vragen om het systeem te kunnen besturen, bijsturen of veranderen. Een passende onderzoeksmethode vraagt daarom aan de mensen in het systeem wat zíj denken dat anderen moet weten.
Concurrent mixed-method research PNI werkt over het algemeen met zowel kwalitatieve informatie (tekst, geluid, beeld) als kwantitatieve data (cijfers, statistieken). In dit onder-
Dit is dé reden waarom meten en analyseren niet voldoende is om dit soort systemen te besturen. 3
36
zoek is gewerkt met taal: opgeschreven, gesproken en getypte tekst van Amsterdammers en buurtteammedewerkers. Uniek aan PNI is dat de kwalitatieve en kwantitatieve informatie gelijktijdig bij dezelfde persoon worden verkregen. De verteller van een ervaring is immers ook de beantwoorder van de vragen over de ervaring. Hierdoor behoort PNI tot de klasse van concurrent mixed-method research methoden.
bewijs voor een hypothese te leveren, en ook geen statistisch representatieve meting. De methode beoogt het onderzoekend vermogen van het systeem aan te boren en te versterken om leren, handelen en transformeren te bevorderen. Om te reflecteren, te leren en tot actie over te gaan is het niet nodig dat informatie compleet en statistisch representatief is. Belangrijk is vooral dat er relevante informatie moet zijn.
Warme data
Narratieve aanpakken zijn gericht op het opmerken van aanwijzingen die de basis kunnen vormen tot leren en handelen. Betrouwbaarheid van die aanwijzingen wordt gerealiseerd door het gedegen ontwerp van het onderzoek en te zorgen voor voldoende aantallen relevante narratieven van alle beoogde doelgroepen. Validiteit kent vele verschillende vormen, waarvan er veel betrekking hebben op hypothese-toetsend onderzoek en niet relevant zijn voor het doel van PNI.
Het gaat bij veel vragen in het vertelpunt over subjectieve inschattingen of afwegingen van de verteller, niet om objectieve ‘metingen’. De data zeggen bijvoorbeeld iets over relaties tussen mensen of over hoe zaken samenhangen. Nora Bateson heeft de term ‘warme data’4 geïntroduceerd voor dit soort data. De ‘warme data’ geeft aanwijzingen over de allesbepalende relaties in de complex-adaptieve systemen.
PNI maakt gebruik van statistische analyses, maar niet voor bewijsvoering. Ze worden alleen gebruikt om opvallende signalen te vinden die statistisch afwijken. Deze opvallende signalen worden gecombineerd met de onderliggende verhalen waarmee de deelnemers in duidingsbijeenkomst zelf betekenis kunnen geven vanuit hun perspectief en praktijk.
Figuur 7: Voorbeeld visualisatie data in dashboard
Representativiteit en validiteit De onderzoekaanpak is wetenschappelijk gefundeerd, maar mag niet zomaar langs de meetlat van klassiek en “hard” wetenschappelijk worden gelegd. De data die PNI verzamelt en onderzoekt in het algemeen geen ‘harde data’ die gebruikt kan worden voor metingen en voor het ‘bewijzen’ van hypotheses. Maar data die is gebaseerd op grotere aantallen verhalen geeft wel aanwijzingen om ergens aandacht aan te besteden5. Daarom wordt wel gezegd dat PNI harde(re) data levert over zachte (sociale) systemen. Begrippen als betrouwbaarheid, validiteit en representativiteit spelen geen hoofdrol voor PNI. De methode beoogt geen reproduceerbaar en te falsificeren
4 Warm data. International Bateson Institute. http://internationalbatesoninstitute.org/warmdata.
5 Bijvoorbeeld als er veel negatieve emoties worden genoemd bij ervaringen rondom een bepaald onderwerp
37
Bijlage 3: Overzicht van de gedeelde verhalen uit lijn 2 Deze bijlage omvat de presentatie van informatie over de verhalen uit onderzoekslijn 2 die is getoond tijdens de duidingssessie op 3 februari 2025. Het betreft de verhalen die zijn gedeeld door Amsterdammers, medewerkers van de buurtteams en medewerkers van organisaties in contact met de buurtteams via het vertelpunt. De visualisaties zijn afkomstig uit het interactieve verhalendashboard.
A. Alle vertellers
Aantal gedeelde verhalen Observaties:
Aantal gedeelde verhalen
Aantallen per groep vertellers
Aantal gedeelde verhalen over tijd
164 (38%)
Medewerker organisatie in contact mer Buurtteam
Medewerker Buurtteam
Inwoner van Amsterdam
Aantal verhalen
113 (25%)
• Medewerkers van de Buurtteams vormen de kleinste groep vertellers (25%), de beide andere groepen zijn vrijwel even groot. Aantal verhalen
161 (37%)
• In totaal zijn 438 verhalen gedeeld door 3 groepen vertellers; veel meer dan mogelijk zou zijn met traditioneel kwalitatief onderzoek en ruim voldoende om inzichten op te bouwen en te leren.
• De aantallen zijn niet voldoende om per Stadsdeel / Buurtteam een beeld op te bouwen. Onderlinge vergelijkingen zijn dan ook niet gemaakt.
Waarover gaan de gedeelde verhalen vooral? 185 176
Observaties: • De meeste verhalen gaan over: 1. Zorg
144
2. Geld Aantal verhalen
3. Wonen • Dit geld voor alle drie de groepen vertellers.
97
73 62
Deze observatie heeft er toe geleid om de tafels te groeperen rond deze drie onderwerpen.
Zo rg
W on en
er k W
G el d G ez on dh ei d O nt m oe te n Ve i li gh ei d
45
38
B. Inwoners
39
C. Medewerkers buurtteams
40
41
42
Bijlage 4: Van patronen naar richtinggevende inzichten Deze bijlage omvat de presentatie die onderbouwt hoe de richtinggevende uitzichten (hoofdstuk 4) zijn opgebouwd uit de onderliggende patronen uit de onderzoeken in lijn 1 en lijn 2 (hoofdstuk 3). Aan de hand van deze presentatie zijn de richtinggevende inzichten doorontwikkeld, geduid en gevalideerd in dialoog met de begeleidingscommissie en toegelicht aan de deelnemers aan de dialoog over het stadsbrede beeld op 24 maart 2025 (zie bijlage 5).
inzicht 2
Een constructieve opdrachtrelatie vraagt om duidelijke kaders en wederzijds vertrouwen
Een onduidelijke opdracht- en evaluatiestructuur draagt bij aan een terughoudende en afgesloten houding van de buurtteamorganisaties ten opzichte van de gemeente. Een duidelijke rolverdeling tussen de gemeente als partner en als controleur is noodzakelijk. De les dat leren en controleren niet tegelijkertijd kunnen plaatsvinden is hierbij essentieel - beide doelen vragen om een andere dynamiek en relatie. Onderliggende patronen lijn 2
Onderliggende patronen lijn 1
Onderliggende patronen lijn 2
Partner of opdrachtgever (2)
Communicatie en verwachtingen (2)
Persoonlijk contact en bureaucratie (3)
• De positionering van buurtteams als
• Uit de gedeelde verhalen blijkt dat in het • De buurtteamorganisaties dagelijks werk van de buurtteams zich een worstelen met de balans tussen continue spanning manifesteert tussen stedelijke uniformiteit en lokaal administratieve vereisten en de behoefte maatwerk. Dit speelt zowel op
• Er is rolverwarring en disbalans bij gemeente en buurtteams over partnerschap versus opdrachtgeverschap. Deze rolverwarring blijft impliciet • In reactie op deze rolverwarring ontstaat terughoudendheid en argwaan
Meervoudige perspectieven op de opdracht (4) • Meervoudige interpretatie heeft geleid tot onduidelijkheid. • Dynamiek rondom stadsbrede uniforme uitwerking versus lokale uitwerking speelt een rol • Tussentijdse extra taken vragen aandacht in een fase waar ontwikkeling kerntaken nog volop aandacht vraagt
centraal aanspreekpunt voor alle hulpvragen, is volgens de vertellers gelukt. Dit creëert hoge verwachtingen bij zowel Amsterdammers als netwerkpartners. Er ontstaat een kloof tussen identiteit en imago.
van buurtteammedewerkers (en Amsterdammers) aan ruimte voor persoonlijk contact. Dit spanningsveld heeft vergaande gevolgen voor zowel medewerkers als Amsterdammers.
Uniform vs lokale verschillen (8)
het niveau van werkprocessen als in de aansluiting bij de lokale context.
43
inzicht 3
De kracht van een consistent beeld in Amsterdam over de identiteit van de buurtteams
De communicatie rond de buurtteams heeft geleid tot grote verwachtingen op basis van een ideaalbeeld dat in de praktijk moeilijk waar te maken is. Het beeld dat buurtteams Amsterdammers overal bij kunnen helpen, strookt niet met de realiteit. Alhoewel Amsterdammers wel met hun vragen bij het buurtteam terecht kunnen, verwijst het buurtteam in de praktijk regelmatig door naar specialistische ondersteuning of schakelen zij de sociale basis in. De identiteit van de buurtteams en hun imago in de stad zijn verschillend. De uitwerking van de zorgvuldige gekozen kerntaak in de identiteit van de buurtteams kan hierbij op termijn positief van invloed zijn op het imago. Onderliggende patronen lijn 2
Onderliggende patronen lijn 1
Onderliggende patronen lijn 2
Buurtteams zijn een merk in de stad (1)
Communicatie en verwachtingen (2)
Uniform vs lokale verschillen (8)
Continuïteit in dienstverlening (9)
• Herkenbaar en zichtbaar in de stad. • Dit is ‘goed gelukt’
• De positionering van buurtteams als centraal aanspreekpunt voor alle
• De buurtteamorganisaties worstelen met de balans tussen
• Wachtlijsten en overbruggingszorg creëren een complex vraagstuk rond
• Het aantal locaties is gegroeid. • Partner-organisaties kennen, herkennen en werken samen met
hulpvragen, is volgens de vertellers gelukt. Dit creëert hoge
stedelijke uniformiteit en lokaal maatwerk. Dit speelt zowel op
continuïteit van dienstverlening. Dit heeft directe impact op zowel de kwaliteit van
Buurtteams. In de samenwerking tussen buurtteamorganisaties en partner-
verwachtingen bij zowel Amsterdammers als netwerkpartners.
het niveau van werkprocessen als in de aansluiting bij de lokale
ondersteuning als de werkdruk van medewerkers. Specialistische hulp in
organisaties ontstaan grijze gebieden in rol- en taakverdeling. Dit creëert zowel ruimte voor innovatie als onduidelijkheid (3)
Er ontstaat een kloof tussen identiteit en imago.
context.
Amsterdam kent soms lange wachttijden, waardoor Amsterdammers "vastlopen" bij
• De rol- en taakverdeling tussen de buurtteams en partnerorganisaties is niet overal helder.
de buurtteams
• Hierdoor ontstaat een grijs gebied, waarin onduidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. • Een gebied dat, naast onduidelijkheid, ook aanzet tot nieuwe oplossingen en samenwerking. Meervoudige perspectieven op de opdracht (4)
inzicht 4
De voortdurende zoektocht naar balans tussen administratieve processen en menselijk contact
Buurtteammedewerkers beschrijven beroeps(z)eer wanneer zij zich voor een groot deel bezighouden met administratieve processen en doorverwijzen, in plaats van het daadwerkelijke contact met Amsterdammers. Dit weerspiegelt de fundamentele spanning tussen leef- en systeemwereld die binnen de buurtteams merkbaar is. Het vinden van een balans is cruciaal voor betekenisvol werk. Onderliggende patronen lijn 1 Spanning tussen op maat bedienen, beschikbare
Onderliggende patronen lijn 2 Onderliggende patronen lijn 2 Persoonlijk contact en bureaucratie (3)
middelen en bijkomende extra taken (6)
• Uit de gedeelde verhalen blijkt dat in het dagelijks werk van de buurtteams zich een continue spanning
• De ambitie om maatwerk te leveren aan Amsterdammers, de beschikbare capaciteit en middelen en het beleggen van nieuwe taken levert een spanningsveld op .
manifesteert tussen administratieve vereisten en de behoefte van buurtteammedewerkers (en Amsterdammers) aan ruimte voor persoonlijk contact. Dit spanningsveld heeft vergaande gevolgen voor zowel medewerkers als Amsterdammers.
Duurzame relatie versus kort contact (5) • Het hart van het buurtteamwerk ligt in het opbouwen en onderhouden van vertrouwensrelaties met Amsterdammers, een essentiële voorwaarde voor succesvolle ondersteuning. Deze kernwaarde staat echter onder druk door verschillende systemische factoren, zoals taakgerichtheid en de wens tot het benutten van de sociale basis.
44
inzicht 5
De noodzaak om gezamenlijk te reflecteren op de ontwikkeling van het vak ‘generalistisch buurtteamprofessional’
De ‘T-shaped professional’ bestaat niet in de ideale vorm. Vak ontwikkeling vanuit de praktijk is wenselijk en noodzakelijk. Er is behoefte aan tijd en ruimte om het vak van de buurtteam–professional te ontwikkelen. Hierbij staat centraal om generalistisch te werken, terwijl specialistische kennis behouden blijft. Het roept ook de vraag op of het mogelijk is om generalistische kennis te ontwikkelen en het specialisme niet te verliezen. Er is een duidelijke wens dat professionals aansluiten bij de opdracht van de buurtteams. Onderliggende patronen lijn 2
Onderliggende patronen lijn 1 Vakmanschap van de buurtteammedewerker in
Onderliggende patronen lijn 2
ontwikkeling (9)
• De keuze van de buurtteams om te werken
• De buurtteammedewerkers komen uit verschillende vakgebieden. • Deze diversiteit wordt nog vergroot door de snelle groei van de buurtteams waardoor het aantal jaren dienstverband en opleiding een rol spelen. • Deze professionals nemen allen hun eigen professionele achtergrond en ervaring mee en vallen daarop terug. • In deze diversiteit wordt vanuit buurtteams ingezet op de ontwikkeling naar generalist. • Er bestaat echter spanning rondom het profiel van buurtteammedewerkers in de praktijk: moet deze een
Generalistische versus specialistische rol (4) met buurtteammedewerkers in de functie als generalist of 'T-shaped professional' vormt
Kennisdeling en expertiseontwikkeling (10) • De brede opdracht van de buurtteams vraagt om continue ontwikkeling van kennis en expertise. In de praktijk blijkt deze kennis ongelijk verdeeld en niet altijd goed geborgd.
een van de fundamenten van de buurtteams. In de praktijk blijkt deze keuze echter complexer dan voorzien, vooral wanneer specialistische kennis noodzakelijk is voor adequate hulpverlening. Voor buurtteamprofessionals lijkt nog niet genoeg tijd en ondersteuning ingeruimd te zijn om zich te ontwikkelen als T-shaped professional.
generalist zijn of juist een specialist?
inzicht 6
Het belang van duurzame relaties in effectieve ondersteuning
Ervaringen van Amsterdammers benadrukken het belang van duurzame relaties, waarbij tijd en ruimte voor persoonlijk contact centraal staan. Dit vraagt om een andere kijk op effectiviteit en resultaat. Onderliggende patronen lijn 1 Spanning tussen op maat bedienen, beschikbare middelen en bijkomende extra taken (6) • De ambitie om maatwerk te leveren aan Amsterdammers, de beschikbare capaciteit en middelen en het beleggen van nieuwe taken levert een spanningsveld op .
Onderliggende patronen lijn 2
.
Onderliggende patronen(5) lijn 2 Duurzame relatie of kort contact
Kwaliteit van het eerste inhoudelijke contact (7)
• Het hart van het buurtteamwerk ligt in het
• Het eerste contact tussen Amsterdammer en het buurtteam
opbouwen en onderhouden van vertrouwensrelaties met Amsterdammers,
blijkt cruciaal voor het verdere verloop van de ondersteuning. Uit de verhalen van Amsterdammers blijkt
een essentiële voorwaarde voor succesvolle ondersteuning. Deze
dat de manier waarop dit contact wordt georganiseerd verschilt per buurtteam. De wijze waarop intakes
kernwaarde staat echter onder druk door verschillende systemische factoren, zoals
georganiseerd zijn maakt dat Amsterdammers soms meerdere keren hun verhaal vertellen, na een intake op
taakgerichtheid en de wens tot het benutten van de sociale basis.
een wachtlijst komen of meerdere keren van ondersteuner wisselen voordat zij een passende ondersteuner krijgen.
45
inzicht 7
Lokaal leren en stedelijk delen
Er is behoefte bij buurtteamprofessionals om scholing en kennisdeling te organiseren op lokaal niveau en tussen de buurtteam-organisaties. De huidige werkwijze, van grotere bijeenkomsten, sluit niet direct aan op de behoefte van buurtteammedewerkers. Er is de wens voor een balans tussen lokale autonomie ('couleur locale') en stedelijke samenhang. De vraag of het samenwerkingsverband dat Buurtteam Amsterdam is, als eenheid kan opereren, is hierbij relevant. Scholing en kennisdeling op lokaal niveau én tussen buurtteamorganisaties biedt kansen. Er ligt ook een kans voor revitalisatie van de Amsterdamse Maatwerk Methode. Onderliggende patronen lijn 2
Onderliggende patronen lijn 1
Onderliggende patronen lijn 2
Gezamenlijk leren komt nog onvoldoende van de grond (8)
Generalistische versus specialistische rol (4)
Kennisdeling en expertiseontwikkeling (10)
• De keuze van de buurtteams om te werken met
• De brede opdracht van de buurtteams vraagt om
• De intentie om gezamenlijk te leren wordt vaak
buurtteammedewerkers in de functie als generalist of 'T-shaped professional' vormt een
continue ontwikkeling van kennis en expertise. In de praktijk blijkt deze kennis ongelijk verdeeld en niet altijd
van de fundamenten van de buurtteams. In de praktijk blijkt deze keuze echter complexer dan
goed geborgd.
uitgesproken. • Er zijn enkele aansprekende voorbeelden wat wordt geprobeerd. • Toch komt dit in de praktijk nog onvoldoende van de grond. • Dit geldt zowel voor het leren tussen buurtteams en gemeente als voor het leren tussen buurtteams onderling en met partners.
inzicht 8
voorzien, vooral wanneer specialistische kennis noodzakelijk is voor adequate hulpverlening. Voor buurtteamprofessionals lijkt nog niet genoeg tijd en ondersteuning ingeruimd te zijn om zich te ontwikkelen als T-shaped professional.
Collectief leren van het verleden voor een sterker fundament
Vanuit bestuur en management is er behoefte om als Buurtteam Amsterdam structureel en gezamenlijk te reflecteren en te leren van keuzes die in de ontwikkeling van de buurtteams in het verleden zijn gemaakt. Gezamenlijk duidelijkheid creëren over de inhoud van een opdrachtformulering, die duidelijkheid geeft en ruimte laat voor de lokale context kan helpen om vooruit te blikken. Het is hierin belangrijk om aandacht te hebben voor de verschillende rollen die binnen de samenwerking een rol spelen. Onderliggende patronen lijn 1 Er is bij de start te eenvoudig gedacht over de
Onderliggende patronen Onderliggende patronen lijn lijn 2 2
Toegangsrol (6)
Uniform vs lokale verschillen (8)
ontwikkeling van ‘buurtteams’ (10)
• De buurteams hebben te maken met een
• De buurtteamorganisaties worstelen met
• Het proces van afgelopen drie jaar kan worden geduid als een diepgaande verandering, een transformatie. • Transformatie is ook van toepassing op de stelselwijziging in het sociale domein. • Er is ‘verbouwd met de winkel open’ door de buurtteams. • Bij de start van de buurtteams is over deze grote verandering te eenvoudig is gedacht.
Partner of opdrachtgever (2) • Er is rolverwarring en disbalans bij gemeente en buurtteams over partnerschap versus opdrachtgeverschap. Deze rolverwarring blijft impliciet • In reactie op deze rolverwarring ontstaat terughoudendheid en argwaan
veranderende samenleving en veranderende behoeftes van
de balans tussen stedelijke uniformiteit en lokaal maatwerk. Dit speelt zowel op
Amsterdammers. Het stelt buurtteams voor een groeiend dilemma: in hoeverre
het niveau van werkprocessen als in de aansluiting bij de lokale context.
hoort het ondersteunen van Amsterdammers bij vragen die voortkomen uit digitalisering tot hun kerntaken?
46
Bijlage 5: Memo uitkomsten dialoog stadsbrede beeld Aan: Datum: Onderwerp:
Opdrachtgever gemeente Amsterdam & Buurtteam Amsterdam 13 april 2025 Reflectie op richtinggevende inzichten uit het onderzoek Halverwege de opdracht – Buurtteam Amsterdam
Inleiding De gemeente Amsterdam en Buurtteam Amsterdam hebben samen onderzocht hoe de buurtteams halverwege de contractperiode functioneren. In een participatief proces zijn verhalen gedeeld over de rol en positie van de buurtteams met actieve betrokkenheid van medewerkers, bewoners en partners. Na een stapsgewijs doorlopen participatief onderzoeksproces zijn alle verhalen uit de twee lijnen van het onderzoek 'Halverwege de opdracht' geduid en verwerkt tot richtinggevende inzichten. Op 24 maart 2025 hebben we de uitkomsten, de gedeelde reflecties en de vervolgstappen besproken. Deze memo is een weerslag van deze dialoog en kan helpen om voort te bouwen op wat tijdens deze bijeenkomst naar voren is gebracht en anderen, die niet aanwezig konden zijn, op de hoogte brengen over wat er is besproken. Aan de dialoog over het stadsbrede beeld namen ruim 25 vertegenwoordigers van Buurtteam Amsterdam en de gemeente Amsterdam deel. Na een beknopte presentatie over het onderzoek, de gehanteerde methode en het procesverloop, is in groepen de dialoog gestart. In elk van deze groepen waren zowel het perspectief van de gemeente als van de buurtteams vertegenwoordigd. De centrale vraag was: 'Van welke inzichten moeten we werk maken?' met als deelvragen: • • •
Hoe pakken we dit gezamenlijk op gedurende de resterende subsidieperiode? Welke prioriteiten stellen we? Welke inzichten nemen we mee in de voorbereiding van de vervolgopdracht voor de buurtteams?
Van succesvolle opbouw naar gezamenlijke reflectie De richtinggevende inzichten zijn besproken tegen de achtergrond van de bijzondere ontwikkeling die Buurtteam Amsterdam de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Sinds de start, midden in de coronaperiode, is in korte tijd een laagdrempelige en toegankelijke organisatie neergezet, die inmiddels stevig verankerd is in de stad. Deze transitie brengt ook nieuwe vraagstukken mee. Uit de dialoog kwam naar voren dat het belangrijk is om samen te blijven reflecteren op de opdracht, de positie van de buurtteams en de manier waarop veranderingen in de samenleving blijvend zijn op te vangen. Werken vanuit ervaringen en verhalen als basis van ontwikkeling zijn nadrukkelijk herkend als kracht. Tijdens de bijeenkomst benadrukten de deelnemers herhaaldelijk dat de dialoog als constructief en waardevol is ervaren. De richtinggevende inzichten zijn herkend, net als de samenhang met de patronen in de uitvoeringspraktijk en organisatieontwikkeling. Tegelijkertijd is erkend
47
dat een concreet vervolg en een verdere ontwikkeling om meerdere stappen vraagt.
Een scherp gekozen kerntaak is essentieel voor de buurtteams Het operationele vervolg vraagt om reflectie, samen leren en tijd om hier aandacht aan te geven. Dit past in een nieuwe vorm van sturing bij de voortdurende veranderende omgeving en de impact op de kerntaak van buurtteams. Het is van belang dat de versnippering van beleid in het sociale domein wordt tegengegaan, zodat er te werken is aan duidelijk eigenaarschap en aan het versterken van de positie van buurtteams in het bredere sociale stelsel. Deze punten hangen nauw samen met andere inzichten en zijn tijdens de bijeenkomst aangemerkt als hoogste prioriteit. Focus op samen leren Een constructieve opdrachtrelatie tussen gemeente en buurtteams vereist naast een heldere kerntaak wederzijds vertrouwen. Belangrijke randvoorwaarden zijn rust en stabiliteit voor de kerntaak, heldere afspraken over wat als succes te zien is, rekening houdend met wat redelijkerwijs mogelijk is. Een stapsgewijze en gezamenlijke ontwikkeling is essentieel. Met een onderliggend proces waar ruimte is om samen informatie te delen, te leren en te werken aan een verbeterde uniformiteit bij de buurtteams. Het is belangrijk om oog te hebben voor wederzijdse verschillende rollen en belangen waarbij verantwoording over het eigen handelen en controleren van elkaars werkwijze aan de orde zijn.
Realistisch beeld en duidelijke positionering van buurtteams nodig Het imago (het beeld dat Amsterdammers en partnerorganisaties van het buurtteam hebben) en de identiteit van de buurtteams in de stad vragen ook aandacht. Het is belangrijk dat inwoners en partnerorganisaties duidelijk weten wat de positie en de kerntaak van de buurtteams zijn. Er is behoefte aan regelmatige afstemming van de communicatie bij de gemeente en Buurtteam Amsterdam met als doel verwachtingen te sturen en te laten aansluiten op de positie en kerntaak van buurtteams. Ook is het nodig om in de sturing van het stelsel regie te houden op de ‘grijze gebieden’, waar verantwoordelijkheden kunnen vervagen of niet duidelijk zijn. Door de kerntaak beter te verbinden aan de identiteit van de buurtteams is het imago realistischer en sterker. Dit hangt nauw samen met een duidelijke kerntaak en heeft eveneens de hoogste prioriteit. Menselijk contact boven administratie Voor medewerkers van buurtteams vraagt de balans tussen administratieve processen en menselijk contact om structurele aandacht. In de aansturing is er behoefte aan een heldere en haalbare kerntaak, zodat duidelijk is wanneer het werk geslaagd is. Daarmee is te voorkomen dat administratieve verantwoording te veel de boventoon voert. Dit knelpunt blijft onverminderd actueel en belemmert integraal werken.
Er is aangegeven dat hier wellicht op korte termijn 'quick wins' mogelijk zijn. Vakontwikkeling als speerpunt De ontwikkeling van het vak van buurtteamprofessional vergt verdere investering. Stadsbrede ontwikkeling, erkenning en positionering van het vak in het sociaal werk zijn nodig, net als het bepalen van een gemeenschappelijk standpunt over de verhouding tussen generalisme en specialisme.
48
Vakontwikkeling is buurtteam-breed op te pakken met oog voor praktijkervaring en in verbinding met partnerorganisaties en door de landelijke ontwikkelingen van het vak ‘social work’ te volgen. Ook dit is een van de drie aandachtsgebieden met hoogste prioriteit.
Duurzame relaties zijn een kernwaarde in de ondersteuning Amsterdammers benadrukken de behoefte aan langer durend, persoonlijk contact in plaats van steeds bij een volgende professional je verhaal te doen. De mogelijkheid om minder intensief, maar wel als een 'professionele vriend' contact te behouden met Amsterdammers is een kans. Rolverduidelijking kan helpen om de verwachtingen bij deze relaties beter te sturen en te ontwikkelen. De kwaliteit van de relatie is steeds meer een kwaliteitskenmerk van het werk van buurtteammedewerkers, waarbij vertrouwen de kern vormt van effectieve ondersteuning. Leren op maat: lokaal, kleinschalig en praktijkgericht Er is behoefte aan meer en effectiever lokaal leren en stedelijk delen. Professionals geven aan dat kleinschalige, buurtgerichte scholing en kennisdeling beter aansluiten dan grootschalige bijeenkomsten. Lokale goede praktijkervaringen zijn beter stadsbreed te delen. Een balans tussen lokale autonomie en stedelijke samenhang is noodzakelijk en er liggen kansen om bestaande methodieken, zoals de Amsterdamse Maatwerk Methode, te revitaliseren. Samen leren van verleden en heden voor een stevig fundament Tot slot is het belangrijk om structureel te leren van het verleden en te kijken naar het heden.
Dit vraagt om tijd en ruimte op de agenda, netwerkpartners erbij betrekken en doorbouwen op bestaande structuren in plaats van telkens opnieuw te beginnen. Ook dit punt hangt nauw samen met de ontwikkeling van een duidelijke kerntaak en is als prioriteit 1 aangemerkt. Vertrouwen en verdieping als basis voor de volgende stap Tijdens de dialoog is nadrukkelijk benoemd dat een heldere kerntaak voor de buurtteams formuleren absolute prioriteit heeft. Deze kerntaak geeft richting aan de ontwikkeling van de organisatie, verduidelijkt de positie en rolverdeling in het sociale domein en draagt bij aan realistische verwachtingen in de stad. Ook het vakmanschap van buurtteamprofessionals versterken is als prioriteit aangemerkt met de inzet op gezamenlijke vakontwikkeling en positionering in het bredere sociale werk (social work). Daarnaast is het essentieel om de relatie tussen gemeente en buurtteams te verduidelijken, de balans tussen leren en controleren te verbeteren en structureel te leren van de ervaringen van de afgelopen jaren. Deze thema’s zijn onlosmakelijk verbonden en vormen het fundament voor verdere groei en duurzame samenwerking. De gezamenlijke reflectie toont niet alleen herkenning en trots op wat in korte tijd is opgebouwd, maar ook realisme over de uitdagingen die voor ons liggen. De complexiteit van de samenleving neemt niet af.
Het is dan ook essentieel om blijvend te investeren in vakmanschap, helderheid in de opdracht en samenwerking. Duidelijkheid en samen een duidelijke koers formuleren waar ondersteuning aan Amsterdammers centraal staat, is cruciaal. Een manier van samen reflecteren en leren is nodig om te blijven ontwikkelen en wendbaar te zijn wanneer de omstandigheden dit vragen. Er is vertrouwen in de continuïteit die is opgebouwd, in de kracht van verbinding in de stad en in het vermogen om als netwerk van buurtteams en gemeente samen verder te groeien. De basis is gelegd, nu vraagt het vervolg om verdieping, verdere duidelijkheid en ruimte voor duurzame ontwikkeling. Deze dialoog vormt een uitnodiging en een fundament.
49
50
Colofon Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Buurteam Amsterdam Begeleidingscommissie Berend de Groote Ben Booij Renske Goldhoorn Jerry Galesloot Roos Marijn Kok Anja Hommel (tot september 2024) Onderzoekscoalitie Caroline de Bes Erwin Duurland Eileen Berkvens Esmeralda van der Naaten Mireille Koomen Michiel Boot Wytske de Vries Amsterdam, april 2025 Met dank aan: Tristan van Alphen, Jeroen Groen,
Ireen van der Lande, Dora Weijers, Sander Kelderman, Marleen van Stokkum, Iris Kwakman, Joost van Run, Cherin ImrahArdeen, Carlinke Jansen, Frea de Jong, Houda Boutachekourt, Jacqueline Kramer, Wim Jan Hollebeek, Jacqueline Kramer, Annette van de Merwe, alle buurtteammedewerkers, vrijwilligers in de huizen van de wijk en alle behulpzame en spraakzame Amsterdammers.