CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij brief van de minister.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 31 oktober 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief betreffende de stand van zaken invoering Omgevingswet. (VN2023-021241)7.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1. Stand van zaken In aanvulling op de hoofdconclusie en afweging zoals in de brief verwoord, ga ik in deze bijlage nader in op de stand van zaken ten aanzien van de implementatie van de stelselherziening. Het betreft de volgende punten: 1. 2. 3. 4.

Hoofdroute 2024. Wetgeving: overgangstermijnen, onderhoud regelgeving, wetsimplementatie, monitoring en evaluatie van de wet en de regeringscommissaris. Stand van Zaken Digitaal Stelsel Omgevingswet: stabiliteit en performance DSO, functionaliteiten, testen, doorontwikkeling, afbouw en uitbouw. Implementatie: implementatieondersteuning, gebruiksvriendelijkheid en communicatie.

1. Hoofdroute 2024 Zoals aangegeven in mijn brief van januari 20231 heb ik samen met de bestuurlijke partners de ‘Roadmap Route 2022’ vervangen door de Hoofdroute 2024 en in lijn gebracht met de gemaakte afspraken in de verschillende bestuurlijke overleggen. In de Hoofdroute 2024 staan de mijlpalen richting inwerkingtreding voor de koepels en bevoegde gezagen, de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) en de DSO keten als geheel. Hieronder vindt u daarvan een overzicht. Generieke mijlpalen: • Het Indringend Keten Testen loopt zoals aan u toegezegd door na IKT-3. De uitkomst van IKT4 en de bijbehorende rapportage vindt u in bijlage 3 en 4. IKT levert nu geen bevindingen die aan inwerkingtreding per januari 2024 in de weg staan. IKT blijft ook in de komende periode doorlopen; • Het afronden en testen van de relevante Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s) is in uitvoering, de stand van zaken net als het mastertestplan vindt u onder het kopje Stand van zaken DSO; • De MKB-toets is opgeleverd en de vervolgafspraken zijn in gang gezet.

In de brief heeft u de stand van zaken ontvangen, de rapportage is bijgevoegd in bijlage 5; • De gebruiksvriendelijkheid vindt u onder kopje implementatie; • De stand van zaken van het versterken van de serviceketen en calamiteitenmanagement vindt u onder kopje stand van zaken DSO; • Het mastertestplan en de gebruiksvriendelijkheid vindt u onder punt stand van zaken DSO; • De stand van zaken van het versterken van de serviceketen en calamiteitenmanagement vindt u onder het kopje implementatie; • De communicatie naar burgers en bedrijfsleven die het Omgevingsloket gaan gebruiken, vindt u onder het kopje implementatie. De specifieke mijlpalen voor de gemeenten, waterschappen, provincies en rijkspartijen zijn onder andere: • Het aansluiten op het DSO-LV en het ‘afronden’ van de lokale software; • Het laden van inhoud (de inhoudelijke regels); • Het inregelen waaronder (vervolg)opleidingen, trainingen en organisatorische en communicatieve aanpassingen. Deze acties lopen volgens planning en worden gemonitord. Naast bovengenoemde generieke en specifieke mijlpalen, kent de Hoofroute 2024 ook enkele mijlpalen waarvan de datum van de mijlpaal nu definitief is geworden in verband met het publiceren van het Koninklijk Besluit met de datum van inwerkingtreding.

Zoals: het starten van de publiekscampagne drie maanden voor inwerkingtreding, het aansluiten op DigiD zodat burgers zelf aanvragen kunnen indienen en het laden van inhoud in de productieomgeving zoals de bruidsschat en de verordeningen van decentrale overheden. Deze acties zijn deels afgerond dan wel in uitvoering of gepland. Zoals verwacht, komen bij het realiseren van de mijlpalen issues aan het licht. Ik heb met u besproken dat dit hoort bij de fase en de weg richting inwerkingtreding en het steeds zetten van stappen in de ontwikkeling. Op dit moment zien de bestuurlijke partners en ik nog zeker uitdagingen in het zetten van stappen, echter deze zijn niet zodanig dat hier geen oplossingen voor zijn of belemmeringen leveren voor inwerkingtreding. 1

Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EU, Kamerstukken II 2022/23, 33118, nr. 246.

1

2. Wetgeving Overgangstermijnen: omgevingsplan, omgevingsvisie en waterschapsverordening In de Omgevingswet is een aantal overgangstermijnen benoemd. Nu de datum van inwerkingtreding is vastgesteld, kunnen ook de overgangstermijnen met een definitieve datum worden bepaald. Het is de bedoeling om in juli het koninklijk besluit met een aantal benodigde overgangstermijnen voor de nieuwe decentrale instrumenten vast te stellen. In overleg met de bevoegd gezagen en de eerder gemaakte afspraken is de duur van de overgangstermijnen besproken. Hieronder vindt u daarvan de uitkomst. • Voor de waterschapsverordening wordt de datum van 1 januari 2026 vastgelegd. Uiterlijk op die datum moeten de waterschappen de nieuwe waterschapsverordening overeenkomstig de Omgevingswet hebben vastgesteld. De waterschappen geven aan dat dit voor hen haalbaar is. • Voor de gemeentelijke omgevingsvisie wordt opgenomen dat uiterlijk op 1 januari 2027 deze moet zijn vastgesteld. Daarbij is aangesloten bij de termijnen van twee en drie jaar die in de invoeringswetgeving zijn aangekondigd. • Voor het gemeentelijk omgevingsplan is op verzoek van de gemeenten gekozen voor 1 januari 2032. Daarbij wordt uitgegaan van een transitietermijn van acht jaar.

Dit is een haalbare termijn voor gemeenten om tot een gefaseerde ‘ombouw’ te komen van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke planfiguren en lokale verordeningen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Deze termijn geeft naar verwachting voldoende tijd voor het bieden van de nodige participatiemogelijkheden en het voorzien in politiek gevoelige kwesties en discussiepunten. Veel gemeenten zijn met de voorbereiding al gestart. Een heel aantal gemeenten zal daarom naar verwachting (ruim) voor 2032 het omgevingsplan afronden. Het omgevingsplan biedt bevoegd gezagen meer mogelijkheden om in de fysieke leefomgeving integrale afwegingen te maken en zodoende belangrijke transities aan te pakken en daarmee (maatschappelijke) doelen te behalen. Het is voor gemeenten wel een forse klus: het omzetten van alle huidige plannen naar één samenhangend omgevingsplan. De voortgang die gemeenten maken met betrekking tot het omgevingsplan (en het daarbij overhevelen van onderwerpen uit lokale verordeningen) zal jaarlijks worden gemonitord. Na drie jaar wordt, mede in afstemming met de VNG, bezien of het nodig is om de datum, die in dit onderdeel is vastgesteld, te heroverwegen. Ook wordt dan bekeken in hoeverre aanvullende actie, bijvoorbeeld in de vorm van extra ondersteuning, nodig is.

Bij het verlengen wordt wel het bereiken van de maatschappelijke doelen van de wet op de langere termijn gezet. Echter, de gemeenten moet voldoende ruimte hebben om zorgvuldig een omgevingsplan tot stand te laten komen. Voor de provinciale omgevingsvisies, de omgevingsverordeningen, de nationale omgevingsvisie, de algemene maatregelen van bestuur en de ministeriële regeling is geen overgangstermijn nodig. Deze instrumenten van de provincies en het Rijk zijn of zullen nog worden vastgesteld voor inwerkingtreding zodat deze gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treden. Onderhoud regelgeving De wet- en regelgeving van het stelsel van de Omgevingswet (hoofdspoor, invoeringsspoor en aanvullingssporen) is sinds 1 juli 2021 vastgesteld en bekendgemaakt. In mijn brief van 27 mei 2021 is aangekondigd dat er in de periode tot de inwerkingtreding wordt voorzien in onderhoud.2 Het onderhoud bestaat uit technische actualisaties en het oplossen van onvolkomenheden, zoals (redactionele) inconsistenties, verschrijvingen, omissies in het overgangsrecht en omissies bij de omzetting van huidig recht. Deze punten worden onder meer gesignaleerd door de uitvoeringspraktijk die zich voorbereidt op de invoering van de Omgevingswet. Het onderhoud gebeurt via technische verzamelsporen op het niveau van wet, AMvB en ministeriële regeling.

Het voorstel voor de Verzamelwet Omgevingswet is op 24 mei 2023 ingediend.3 Op AMvB-niveau is vorig jaar een eerste verzamelbesluit4 gepubliceerd; een tweede verzamelbesluit is op dit moment aanhangig voor advies bij de Afdeling advisering van de Raad van State. De Verzamelwijziging Omgevingsregeling is in consultatie gebracht. Ook na inwerkingtreding zal behoefte blijven bestaan aan dergelijk onderhoud om het stelsel actueel en op orde te houden. De technische verzamelsporen zullen dan ook worden voortgezet. Daarnaast kunnen signalen uit de uitvoeringspraktijk, jurisprudentie of adviezen van de

Kamerstukken II 2020/21, 33118, nr. 190. Kamerstukken II 2022/23, 36367, nr. 2. 4 Stb. 2022, 172. 2 3

2

evaluatiecommissie aanleiding zijn voor incrementele verbeteringen van het stelsel. Daarvoor zal dan afzonderlijke wet- en regelgeving worden voorbereid.

Wetgevingsevaluatie en monitoring na inwerkingtreding Evaluatiecommissie Omgevingswet Zoals gemeld in de voortgangsbrief van januari 20235 is per 1 januari 2023 de evaluatiecommissie Omgevingswet ingesteld en zijn de leden benoemd. Met het instellen en benoemen van de evaluatiecommissie beschouw ik ook de toezegging op dit punt aan uw Kamer als afgedaan. 6 De evaluatiecommissie is momenteel bezig met het opstellen van een Plan van Aanpak voor de komende jaren dat in het najaar mij wordt gestuurd. Ik zal dit plan van aanpak aan uw Kamer toezenden. Het Plan van Aanpak zal een planning bevatten van deelonderzoeken die in verschillende jaren worden uitgevoerd, hierbij geldt noodzakelijkerwijs een zekere mate van flexibiliteit. Monitor werking Omgevingswet Voor de Monitor werking Omgevingswet is een plan van aanpak in ontwikkeling. Het plan van aanpak beschrijft de operationalisering van de monitor en beschrijft de informatie die de monitor gaat verzamelen. Hierin komt aan de orde hoe overheden de kerninstrumenten van de Omgevingswet inzetten om de verbeterdoelen te bereiken, hoe overheden in de praktijk invulling geven aan de belangrijkste principes van de Omgevingswet en in hoeverre overheden toegerust zijn om aan de verbeterdoelen te werken. Deze drie onderdelen zijn bouwstenen voor de jaarlijkse monitoringsrapportage aan de Kamers.

De monitor is daarnaast ook een belangrijke bron voor de wettelijke evaluatie van de Omgevingswet. Het concept plan van aanpak is voorgelegd aan de onafhankelijke Evaluatiecommissie Omgevingswet. Dit zodat wordt gezorgd dat met de monitor ook de gegevens worden bijgehouden die voor deze commissie bij de evaluatie van belang zijn. De evaluatiecommissie reageert in het najaar op het plan van aanpak. Naar verwachting kan het plan van aanpak vervolgens worden vastgesteld. Ik verwacht het vastgestelde plan van aanpak met de voortgangsbrief van oktober 2023 aan u toe te kunnen sturen. Hiermee geef ik invulling aan de toezegging aan uw Kamer.7 Regeringscommissaris Omgevingswet Zoals met u besproken, is er het voornemen om een regeringscommissaris Omgevingswet in te stellen voor het ondersteun bij het bewaken en borgen van de consistentie, kwaliteit en integriteit van het wettelijk stelsel van de Omgevingswet. De commissaris bevordert dat de potentie van het wettelijk stelsel optimaal wordt benut en doet voorstellen voor de doorontwikkeling van het stelsel als geheel. Zoals ik eerder heb aangegeven, kijk ik samen met de bestuurlijke partners of de regeringscommissaris ook in de uitvoeringspraktijk actief kan zijn. In het functieprofiel is opgenomen dat de regeringscommissaris met nadruk verbinding houdt met de uitvoeringspraktijk.

Dit is van belang voor de goede werking van het stelsel voor de uitvoeringspraktijk. Daarnaast zijn de bestuurlijke partners betrokken bij de werving en selectie van de regeringscommissaris. De regeringscommissaris wordt momenteel geworven via een openbare procedure waarbij de sluitingstermijn 18 juni 2023 was. Het doel is om uiterlijk 1 januari 2024 – op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet – de regeringscommissaris benoemd te hebben. Met het opstellen van het functieprofiel en de start van de werving en selectie van de regeringscommissaris beschouw ik mijn toezegging aan uw Kamer als afgedaan.8 3. Stand van Zaken Digitaal Stelsel Omgevingswet Stabiliteit en performance DSO Landelijke Voorziening Zoals eerder aan u gemeld, onder andere in de brief van 26 januari 20239, voldoet het DSO-LV aan de formele afspraken van stabiliteit, betrouwbaarheid en performance. Het DSO-LV in de architectuur en ontwikkeling zodanig opgezet dat de kans op eventuele problemen met stabiliteit en betrouwbaarheid in de ketens geminimaliseerd worden.

Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EU., Kamerstukken II 2022/23, 33118, nr. 246. T02849. 7 T02857. 8 T03561. 9 Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EU., Kamerstukken II 2022/23, 33118, nr. 246. 5 6

3

Het DSO-LV wordt consequent getoetst op het blijven voldoen aan de marktstandaard10, onder andere als het gaat om uitwisselbaarheid, veiligheid, betrouwbaarheid, overdraagbaarheid, prestatie efficiëntie en bruikbaarheid. De beheerorganisaties monitoren de prestaties van de systemen continue. In het ontwikkelproces van het DSO-LV systeem wordt regelmatig en continue de performance getest. Dit geldt ook voor de prestatie en beschikbaarheid van het DSO-LV. Er worden wekelijks rapporten opgesteld over de beschikbaarheid van de DSO-LV diensten. Al deze informatie is openbaar beschikbaar, zodat alle betrokken ontwikkelpartijen zicht hebben op deze elementen.11 Voor wat betreft de stabiliteit en werking van lokale (commerciële) software is het de verantwoordelijkheid van de bevoegd gezagen partijen zelf om dit goed te borgen met hun softwareleveranciers. Bevoegd gezagen kunnen in het contracteren van deze leveranciers rekening houden met de aspecten zoals stabiliteit, gebruikersvriendelijkheid, voldoen aan generieke- en DSO-standaarden en uitwisselbaarheid met andere systemen en DSO-LV. De IKT testen laten overigens zien dat leveranciers hierin stappen zetten. De beantwoording van 24 februari 202312 geldt daarmee nog steeds: de performance en stabiliteit voldoet op dit onderdeel inmiddels zodanig dat dit voldoende is voor verantwoorde inwerkingtreding op 1 januari 2024.

Functionaliteiten - voortgang acties brief RvS In mijn brief van 9 mei 202313 heb ik aangegeven dat de acties die zijn benoemd in mijn brief14 over de position paper van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State15 (hierna: de Afdeling), in gang zijn gezet. Ook ben ik daarin ingegaan op de passages in het jaarverslag 2022 van de Afdeling16 over de invoering van de Omgevingswet en de beschikbaarheid van de voor de rechtspraak belangrijke functionaliteiten van het digitale stelsel. In onderhavige brief neem ik uw Kamer graag mee in de laatste stand van zaken. Zoals recentelijk gemeld in antwoorden op vragen van uw Kamer,17 zijn er de afgelopen jaren in voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet diverse overleggen geweest met de Afdeling. Deze afstemmingsoverleggen zijn de afgelopen periode, mede naar aanleiding van het position paper van de Afdeling, geïntensiveerd. In deze gesprekken gaat het vooral over de functionaliteiten van het DSO-LV die voor de rechtspraak noodzakelijk zijn. Daarnaast participeert de Afdeling actief in de standaard gebruikersoverleggen van het DSO-LV en speelt de Afdeling ook een belangrijke rol in de begeleidingsgroep rondom de viewer ‘Documenten op de Kaart’. Viewers Voor de raadpleegbaarheid van documenten in het DSO-LV zijn werkende viewers in het stelsel belangrijk.

Om een samenhangende raadpleegbaarheid van het omgevingsplan te bereiken, is twee jaar geleden besloten om naast de viewer ‘Regels op de Kaart’ (VRK) een extra viewer ‘Documenten op de Kaart’ (VDK) te ontwikkelen. Dit is gedaan met een begeleidingsgroep waarin ook, zoals hiervoor gemeld, de Afdeling is vertegenwoordigd. Na een eerste beknopte test vorig jaar met de VDK tijdens IKT-3 is de viewer opnieuw uitvoerig getest in IKT-4 waarbij de verbeteringen zichtbaar zijn geworden. De (veelal kleinere) nieuwe bevindingen worden opgepakt en staan inwerkingtreding niet in de weg. De VDK wordt tijdens IKT-5 uiteraard weer getest. Daarbij merk ik volledigheidshalve op dat, na inwerkingtreding beide viewers worden doorontwikkeld op basis van gebruikerservaringen (onder meer vanuit de rechtspraak). Op deze manier wordt invulling gegeven aan het steeds zetten van een vervolgstap en het aanpassen van de functionaliteiten aan het daadwerkelijk gebruik en de ervaring hiermee. Tijdreizen

Op basis van de marktstandaard ISO 25010. https://tbokadaster.atlassian.net/wiki/spaces/BTR/overview, https://tbokadaster.atlassian.net/wiki/spaces/BTR/pages/110690308/Beschikbaarheid+DSOLV+dienstverlening, https://status.pre.omgevingswet.overheid.nl/ 12 Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EW. 13 Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, FH, p. 4-5. 14 Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, FF. 15 Position paper Omgevingswet-DSO, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, d.d. 24 februari 2023. Https://www.eerstekamer.nl/overig/20230307/position_paper_mr_b_j_van/f=/ vm0vnnplw9kf.pdf. 16 Jaarverslag Raad van State 2022, d.d. april 2023, pg. 75-79. 17 Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, FJ. 10 11

4

De functionaliteit tijdreizen is zoals eerder in antwoorden op vragen van uw Kamer gemeld al enige tijd beschikbaar. In het DSO-LV is tijdreizen naar het verleden mogelijk. Dit is als eerste vorm van tijdreizen ontwikkeld, omdat dit voor de rechtspraak en de juridische uitvoeringspraktijk een essentiële functionaliteit is.18 De Afdeling en de Raad voor de Rechtspraak bevestigen dit. Dit is een belangrijke toevoeging ten opzichte van de huidige versnipperde voorzieningen die door het DSO-LV vervangen worden. Deze vorm van tijdreizen is voor het eerst beknopt getest tijdens IKT-3. Tijdens deze eerste test zijn op basis van de huidige inzichten diverse bevindingen geconstateerd.19 Naar aanleiding van de geconstateerde bevindingen - en de door uw Kamer daarover gestelde vragen20 - heb ik toegezegd om de functionaliteit tijdreizen in IKT-4 opnieuw te testen.21 Doel van het hernieuwd testen is om te kijken of de oplossingen hebben gewerkt. Dit is het geval: de geconstateerde bevindingen in IKT-3 met betrekking tot het tijdreizen naar het verleden zijn opgelost en in IKT-4 succesvol getest. Daarmee beschouw ik de toezegging als afgedaan. Uiteraard is het ook bij deze functionaliteit zo dat de ontwikkeling niet stil staat en het gebruik in de praktijk na inwerkingtreding tot verbeteringen zal leiden.

Het (beter kunnen) tijdreizen naar toekomstige omgevingsdocumenten is nog in ontwikkeling. In de huidige geplande IKT-fase(s) blijf ik de verbeteringen in het tijdreizen in het testen meenemen, inclusief de gebruiksvriendelijkheid van het tijdreizen op basis van ervaringen van gebruikers. Publiceren van ’kennisgeving voornemen’ De afgelopen periode is met de bestuurlijke partners gekeken naar de (on)mogelijkheden om opvolging te geven aan de motie Moonen22 en zijn eventuele gevolgen in beeld gebracht. De motie Moonen verzoekt om binnen het DSO-LV het mogelijk te maken om voornemens van besluiten te publiceren vergelijkbaar met het voorontwerp van een bestemmingsplan om participatie te bevorderen zodat er één vindplaats is voor alle voorgenomen besluiten waarover nog participatie moet plaatsvinden. Bij het wijzigen van het omgevingsplan doorlopen bevoegd gezagen een aantal fasen. Bevoegd gezagen beginnen in de voorbereiding met belanghebbenden (burgers, bedrijven en medeoverheden) verplicht in kennis te stellen van het voornemen om het omgevingsplan (de regeling) te wijzigen, de zgn. ‘kennisgeving voornemen’.23 Dit is vergelijkbaar met de huidige ‘vooraankondiging’.24 Een dergelijke kennisgeving wordt bekendgemaakt via officielebekendmakingen.nl.

Deze kennisgeving bevat - om vroegtijdige publieksparticipatie te bevorderen - in ieder geval informatie over de wijze waarop belanghebbenden door het bevoegd gezag worden betrokken.25 In lijn met de motie en de discussie hierover tijdens het plenaire debat op 7 maart jl. kijk ik met de bestuurlijke partners of de ‘kennisgeving voornemen’ ook via het DSO-LV kan worden ontsloten.26 Het DSO-LV voorziet nu al in het ontsluiten van – voor inspraak vrijgegeven ontwerpregelingen en (definitief) vastgestelde regelingen. Het publiceren van de ‘kennisgeving voornemen’ is een eventueel aanvullende functionaliteit die niet voorzien is in de huidige uitbouw van het stelsel. Gelet op het voorgaande wordt de wens om de ‘kennisgeving voornemen’ via het DSO-LV landelijk te ontsluiten meegenomen in de toekomstige ontwikkeling van het DSO-LV. Een dergelijke ontwikkeling vraagt tijd en kost, op dit moment, schaarse ontwikkelcapaciteit. Allereerst werk ik verder aan de afgesproken uitbouw. Op een later moment wordt verder gekeken wat mogelijk is. Testen IKT-4

Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EW, pg. 45-46. Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EU, bijlage 3. 20 Zowel schriftelijk (Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EW) als tijdens het debat op 7 maart 2023. 21 T03566. 22 Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, FB. 23 Artikel 16.29 Omgevingswet. 24 Artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening. 25 Artikel 10.2 Omgevingsbesluit. 26 Handelingen I 2022/23, nr.21, item 9, pg. 67 18 19

5

Door het project Indringend Ketentesten (IKT) is Fase 4 uitgevoerd in de periode medio januari 2023 tot medio april 2023. De rapportage vindt u in lijn met mijn toezegging27 aan uw Kamer in bijlage 3. In deze fase is weer een niveau complexer, indringender en risico gestuurd getest, zoals aangegeven in plan van aanpak IKT-4. Elke navolgende IKT-fase wordt met de testaanpak juist de complexiteit en de nieuw beschikbare functionaliteit in het DSO-stelsel 'opgezocht' ten opzichte van de vorige testronde. In de uitvoering van IKT-4 zijn praktisch alle doelstellingen uit het plan van aanpak, gerealiseerd. Tijdens IKT-4 heeft – ten opzichte van IKT-3 - een aantal nieuwe bevoegd gezagen en planleveranciers deelgenomen aan de test. Ook is nieuwe testcasuïstiek uitgevoerd, in het bijzonder interbestuurlijk. In de rapportage IKT-4 is een trendanalyse opgenomen over de gehele looptijd van IKT (fasen 1 tot en met 4). Het aantal bevindingen daalt licht in aantal en urgentie. Er worden minder testbevindingen gedaan en die zijn ook minder ernstig van aard. Geconstateerd is dat de lokale software voor de Planketen stappen heeft gezet, waarbij tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat de lokale software voor de Planketen nog niet volledig is ontwikkeld.

Na het beschikbaar komen van deze functionaliteiten worden deze nog indringend getest in samenhang met de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSOLV) en de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). Als een bevoegd gezag onverhoopt niet kan beschikken over lokale software om plannen in het DSO te tonen kan zij terugvallen op de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s). Uit de IKT-testen blijkt verder dat de benodigde functionaliteiten voor de Toepasbare Regels keten en de vergunningenketen werken. Het werken van deze keten is belangrijk omdat hiermee bevoegd gezagen hun informatie ontsluiten op basis waarvan burgers en bedrijven hun vergunningcheck kunnen doen. Als zogenaamde ‘bijvangst’ (vanuit het perspectief van IKT) is geconstateerd dat het testen van de inrichting van de lokale werkprocessen en configuratie van de lokale software een belangrijk en iteratief proces is, waar de bevoegd gezagen al lerende komen tot een werkbaar werkproces. Zo is opnieuw vastgesteld dat het belangrijk is dat bevoegd gezagen in hun aanpak goed de relatie te bewaken tussen de juridische regels uit de plannen en de toepasbare regels voor de vergunningcheck en de formulieren voor vergunningaanvragen en meldingen. Dit betreft niet zozeer technische softwarefunctionaliteiten, als wel inspanning door de bevoegde gezagen om correct te implementeren.

Dit draagt bij aan de gebruikersvriendelijkheid Ook in IKT-4 zijn de maatregelen naar aanleiding van de eerder door AcICT geformuleerde adviezen krachtig doorgezet. Meest in het oog springend zijn daarbij de verbeteringen in de testregistratie, de testtooling en de testrapportages. In de vorm van een geslaagde 'proeftuin' is gewerkt aan deze verbetermaatregelen. Deze zijn vanaf de start van IKT-5 in productie genomen. In het algemeen is door de IKT-deelnemers ervaren dat de functionaliteit van het DSO (inclusief de TAM’s), zoals die per april 2023 beschikbaar was, werkbaar is en daarmee gereed is voor inwerkingtreding. Dat is daarmee een herbevestiging van de conclusie uit de fase-rapportage IKT3. Meest in het oog springende verbeteringen zijn de integrale tekstvervanging in de Planketen bij de lokale softwareleveranciers en meerdere verbeteringen in de Viewer(s) van het Omgevingsloket. Zoals u weet en met u is besproken staat vast dat in de komende periode het omgevingsloket en de viewers nog verder worden doorontwikkeld. Zoals u weet en aan u is toegezegd loopt IKT door. Ook IKT-5 zal weer bijdragen aan duidelijkheid en zekerheid over de werking van het DSO als geheel. De focus van IKT-5 zal liggen op de nieuw beschikbare functionaliteit in lokale software. Waarbij ook de verbeteringen in de landelijke voorziening getest zullen worden. De focus ligt daarbij op de planketen.

De testcasuïstiek in de volgende IKT-fasen zal scherp gestuurd blijven op de punten die voor inwerkingtreding de grootste risico’s opleveren. Stand van zaken Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s) Voor de gevallen dat een bevoegd gezag onverhoopt niet kan beschikken over (bepaalde functionaliteiten van) lokale software zijn TAM’s ingericht. Daarmee wordt zorggedragen dat een bevoegd gezag een tijdelijke uitwijkmogelijkheid heeft en daarmee de dienstverlening kan waarborgen. In mijn eerdere brieven en rapportages heb ik hierover uitvoerig bericht. Meest

27

T03422.

6

recent in mijn brief van januari 202328 en in antwoorden op gestelde vragen.29 In deze beantwoording ben ik ook uitgebreid ingegaan op de werking van TAM-IMRO Omgevingsplan.30 Daarmee beschouw ik de toezegging op dit onderwerp als afgedaan.31 Ten opzichte van de laatste informatie richting uw Kamer kan ik melden dat tijdens IKT-4 de 'TAM Voorbereidingsbesluit met meervoudige tijdelijke regelingdelen’ succesvol is getest. Er resteren nog drie TAM’s voor provincies in de planketen. De ‘TAM Reactieve Interventie’ is inmiddels in het kader van IKT-5 getest en de ‘TAM Instructie’ en TAM ‘Projectbesluit’ staan ook gepland voor IKT5. Afhankelijk van eventuele bevindingen volgen in latere IKT-testen nog aanvullende testen. De TAM’s zijn daarmee voor inwerkintreding getest. In de voortgangsbrief van oktober 2023 zal ik u rapporteren over de uitkomst van IKT-5. Aanvullende (centrale) integrale testomgeving voor leveranciers na inwerkingtreding Op de zogenaamde pre-productieomgeving kunnen bevoegd gezagen en softwareleveranciers testen en oefenen. Voor na inwerkingtreding heb ik u toegezegd32 dat er een aanvullende integrale testomgeving voor leveranciers wordt opgezet waarin zij na inwerkingtreding kunnen testen.

In deze testomgeving worden nu drie functies voorzien: • Vrije ruimte ten behoeve van ontwikkeling voor softwareleveranciers tegen meerdere versies van de DSO LV software (concurrent versioning) • Ruimte om nieuwe software te testen door softwareleveranciers op basis van voor gedefinieerde content (inhoudelijke input). • Omgeving waar testen worden uitgevoerd t.b.v. een conformiteitstoets. Met de conformiteitstoets worden een aantal scenario’s gesimuleerd om te kunnen testen of het berichtenverkeer/ communicatie tussen decentrale applicaties en de Landelijke Voorziening van het DSO goed werkt. Als de test succesvol is doorlopen, wordt de applicatie vermeld op de lijst met conform verklaarde applicaties. Het opzetten is voorzien in fases33. Voorzien is dat in het eerste kwartaal van 2024 softwareleveranciers kunnen starten in een omgeving, in het tweede kwartaal ligt de nadruk op de content die vrij gebruikt kan worden door softwareleveranciers (beschikbaarheid) en in het derde kwartaal komen er testscenario’s, met content en inrichting ten behoeve van conformiteitstoetsen (inclusief eventuele testrobots). Ik ben dit verder aan het uitwerken en doe dit samen met de Tactische beheersorganisaties, operationele beheersorganisaties en inhoudelijk betrokkenen bij de bevoegd gezagen.

Ik benadruk dat ik daarbij te maken heb met een groot aantal partijen met uiteenlopende (commerciële) belangen. Uiteraard vraagt dit ook overleg met de medeoverheden en rijkspartijen, omdat met een dergelijk extra voorziening de beheerskosten stijgen en dit instemming van de bevoegd gezagen behoeft. Overigens worden de initiële kosten voor de realisatie van deze testomgeving gedragen door het ministerie van BZK. Opvolging AC-ICT en Integraal mastertestplan AcICT heeft in haar laatste advies van december 19 maatregelen geadviseerd, waaronder de optie van een integraal mastertestplan. Het overzicht van de maatregelen heeft u ontvangen bij brief van 17 januari 2023.34 De voortgang wordt nauwgezet gemonitord samen met de betrokken partijen. Zo wordt er voor centrale regie gezorgd op het ketentesten en de aanscherpingen hiervan, in de breedte van het DSO-stelsel. Inmiddels is een groot deel van de 19 maatregelen afgerond. Er wordt onder andere gewerkt aan een integrale testregistratie waar resultaten van de DSO-testorganisatie worden samengebracht zodat er een integraal beeld ontstaat van deze resultaten. Axini, het in eerdere brieven genoemde specialistisch en onafhankelijk bureau ondersteunt hierbij. Axini heeft de testaanpak en de 19 maatregelen in januari positief beoordeeld.

Daarnaast worden de 19 maatregelen en de aanvullende adviezen van Axini en de BZK interne adviezen (CIO BZK) samengebracht in een mastertestplan om de huidige testaanpak ook voor de toekomst te borgen en verder aan te scherpen als ontwikkelingen daarom vragen. Het Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EU, bijlage 1 en Kamerstukken II 2022/23, 33118, nr. 246, bijlage1. 29 Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EW, pg. 107-108. 30 Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EW, pg. 102-105. 31 T03420. 32 T03562. 33 Waarbij wordt gewerkt binnen de kaders van de wet Markt en Overheid. 34 Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, ET. 28

7

mastertestplan wordt momenteel opgesteld onder leiding van een projectleider met specifieke expertise op dit gebied. Dit gebeurt in samenwerking met alle betrokken (testende) partijen. In de voortgangsbrief van oktober 2023 zal ik u nader informeren over de voortgang. Vervolg DSO: doorontwikkelen en afbouw In de periode tot inwerkingtreding is alles gericht op het afbouwen van noodzakelijke features en het stabiliseren van het DSO. Met de bevoegde gezagen is afgesproken om alleen urgente doorontwikkeling toe te staan die voor bevoegde gezagen noodzakelijk is om in het laatste half jaar goed te kunnen oefenen en testen. Na inwerkingtreding verwachten we een toename van verzoeken tot doorontwikkeling omdat het DSO dan echt in de ‘live’ omgeving (productieomgeving) beproefd gaat worden. Daarnaast blijft er gewerkt worden aan afbouw tot het afgesproken niveau en bereiden we verdere uitbouw van het DSO voor. Dit alles met als doel om de komende jaren via afbouw van het basisniveau DSO-LV stap voor stap het eindambitieniveau van het DSO-LV te bereiken. 4. Implementatie

Versterkte Serviceketen en calamiteitenmanagement Voor de serviceketen zelf – die de bevoegd gezagen ondersteunt bij het primaire proces – wordt monitoring verder ingericht en aangescherpt zodat duidelijk is waar nog mogelijke aanpassing of aanvulling nodig is richting inwerkingtreding. Volgens de gemaakte afspraken ligt er de komende periode wordt voorstel voor het versterken van de serviceketen uitgewerkt. Het gaat om het versterken van de ondersteuning van initiatiefnemers, de front- en backoffice van bevoegd gezagen, extra benodigde inzet bij het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), TBO en het Rijk. Het verder uitvoeren hiervan wordt nog vastgesteld. Zoals aangegeven in mijn brief van januari en de schriftelijke beantwoording van juni 202335 wordt er momenteel geoefend het calamiteitenmanagement. Daaruit volgen zoals verwacht verbeteringen en verduidelijkingen van het calamiteitenplan. Deze wijzigingen worden momenteel verwerkt. Dit is een doorlopend proces richting inwerkingtreding. In mijn brief van februari 2022 en in antwoorden op vragen van uw Kamer heb ik aangegeven dat ik bij de inwerkingtreding mogelijk een tijdelijke ‘dip’ in de dienstverlening verwacht. Dit zoals gebruikelijk bij grote stelselwijzigingen.

Met de acties rondom de (versterkte) serviceketen – waaronder het versterken van de ondersteuning van initiatiefnemers, de front- en backoffice van bevoegd gezagen de inzet bij IPLO, oefenen en inregelen, de ondersteuning van bevoegd gezagen en crisis en calamiteiten wordt er op ingezet de periode met verminderde dienstverlening zo beperkt mogelijk te houden, dit zodat urgente gebiedsontwikkeling door kan gaan.36 Ondersteuning bevoegd gezagen, (keten)partners, burgers en bedrijven Met het inregelen van de lokale systemen gaat de laatste fase in van de voorbereidingen van bevoegde gezagen op inwerkingtreding. Met het inregelen wordt de voorbereiding van de gehele lijnorganisatie geactiveerd. Om te zorgen dat overheden, bevoegde gezagen, burgers en bedrijven bij inwerkingtreding kunnen werken met de Omgevingswet is er de afgelopen jaren veel inzet geweest met oefenen en inregelen. Om te voorzien in de ondersteuningsbehoeften van de bevoegd gezagen, blijft voor, tijdens en geruime tijd na inwerkingtreding de implementatieondersteuning doorlopen. Dit zodat kan worden ingespeeld op de ondersteuningsbehoeften van bevoegde gezagen. Het inregelen van systemen en (werk)processen en het opdoen van kennis is voor bevoegde gezagen belangrijk om per 1 januari 2024 te kunnen werken onder de Omgevingswet.

Daarbij houden zij de verantwoordelijkheid voor hun eigen organisatie en wordt volop gezorgd voor ondersteuning die op basis van behoefte wordt en ook weer kan worden bijgesteld. Oefenen helpt om te kunnen voldoen aan de gestelde (minimale) randvoorwaarden. Oefenen door de bevoegd gezagen is nodig en nuttig omdat zij zo zien welke stappen initiatiefnemers zetten in het Omgevingsloket. Daarmee wordt duidelijk welke informatie nodig is, nog ontbreekt of wat er beter kan in inrichting. Daarnaast oefenen bevoegd gezagen zodat zij voor hun eigen organisatie kunnen inschatten wat er verandert aan de rollen en posities van medewerkers in de organisatie 35

Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, EU., Kamerstukken II 2022/23, 33118/34986, nr. 246, Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, FJ. 36

Kamerstukken I 2021/22, 33118/34986, DJ en Kamerstukken I 2021/22, 33118/34986, DN.

8

en wat er nodig is voor de beoogde nieuwe manier van integrale samenwerking. Daarmee kunnen zij de veranderingen in hun eigen organisaties inzetten en tot stand brengen. Dit proces loopt al geruime tijd en zal ook de komende periode doorlopen, ook na inwerkingtreding voor het nemen van vervolgstappen en aanpassingen op basis van de eerste ervaringen met het nieuwe stelsel. Daarnaast draagt het oefenen bij aan het verbeteren van het Omgevingsloket en de (digitale) samenwerkingsketens. Naast het algemene oefenen zijn er onder andere ook klikdemonstraties, verdiepende sessies voor specifieke doelgroepen en werkplaatsen. Ook is er ondersteuning bij het maken van toepasbare regels door bevoegd gezagen. Dit is ook belangrijk voor de inrichting van het Omgevingsloket en voor het kunnen voldoen aan de aan de overgangstermijnen voor bijvoorbeeld de omgevingsplannen. Bij gemeenten wordt zo tijd en aandacht geschonken aan de opbouw en structuur van het nieuwe omgevingsplan Daarnaast worden er bijvoorbeeld werkplaatsen georganiseerd over wijzigingsbesluiten, en de buitenplanse omgevingsactiviteit. Zo worden steeds verdere verbeter stappen gezet. Dit overeenkomstig de manier van werken die ik met u heb besproken. Verder krijgt de dienstverlening richting 1 januari 2024 toenemende mate aandacht.

Dit gaat bijvoorbeeld om de opleiding van frontofficemedewerkers bij bevoegd gezagen en verdere organisatorische voorbereiding op verwachte vragen van burgers en bedrijven en het goed positioneren van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) die zoals u weet de backoffice is voor inhoudelijke vragen oer beleid- en regelgeving en vragen over het DSO. Voor het goed voorbereiden van frontoffice en backoffice van bevoegde gezagen op inwerkingtreding, wordt onder meer gewerkt met een door de VNG ontwikkelde Vergunning, toezicht en handhaving (VTH)inregeltest. In die test stelt een ‘testrobot’ voorgebouwde aanvragen voor die het betreffende bevoegd gezag in zijn zaaksystemen kan voeren om te kijken of de vergunningketen werkt. Op deze manier kan het bevoegd gezag testen of de eigen VTH-software, in combinatie met het DSO-LV, klaar is voor de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Ook biedt Geonovum werkplaatsen aan voor het implementeren van de STOP/TPOD-standaard in omgevings-documenten. Los van de hierboven beschreven ondersteuning bij oefenen wordt er door de verschillende overheden ook zelfstandig geoefend voor de invoering van de Omgevingswet. Zoals bij u bekend loopt de algemene ondersteuning bij de implementatie – in verband met de nog te zetten vervolgstappen – nog vijf jaar door.

Daarmee wordt voldaan aan de aan u gedane toezeggingen om in die periode door te gaan met de ondersteuning van omgevingsdiensten bij de implementatie van de Omgevingswet.37 En de toezegging dat het programma aan de slag anderhalf jaar na 1 januari 2024 blijft voortbestaan.38 Hiermee beschouw ik deze toezeggingen als afgedaan. Gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket Doorlopend verbeteren gebruiksvriendelijkheid Bij de ontwikkeling van het nieuwe Omgevingsloket is digitale toegankelijkheid een belangrijk aspect. Iedereen moet kennis kunnen nemen van regels en plannen. In het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) doen burgers en bedrijven dat via het Omgevingsloket waarmee ze zich op hun leefomgeving kunnen oriënteren en waarmee ze ook hun vergunningen kunnen aanvragen en meldingen kunnen doen. Het Omgevingsloket is doorlopend in ontwikkeling, zoals dit bij moderne IT-projecten inmiddels gebruik is. Daarbij is doorlopend aandacht voor digitale toegankelijkheid, begrijpelijkheid en gebruikersvriendelijkheid. Dat gebeurt door gebruikerstests, waarbij willekeurige burgers gevraagd wordt om in het loket een bepaald proces te doorlopen en ook specifiek met mensen met een beperking of handicap getest wordt.

Er wordt gekeken waar gebruikers in het Omgevingsloket tegenaan lopen, wat zij wel en niet begrijpen van de informatie die zij krijgen en of zij de juiste informatie en ‘knoppen’ kunnen vinden om te weten hoe zij verder moeten of waar zij hulp kunnen vinden. Op deze manier geef ik uitvoering aan de motie Van Otterloo39 over digi-toegankelijkheid en de toezegging op dit punt aan de Eerste Kamer.40

T02855, T03558 en Kamerstukken II 2021/22, 33118, nr. 227. T03564. 39 Kamerstukken II 2020/21, 33118, nr. 164. 40 T02881. 37 38

9

Technisch wordt gemonitord hoe de gebruikers door het loket ‘heen lopen’ zodat duidelijk is of de informatie op de digitale platforms wordt gebruikt en doorlopen zoals verwacht. Deze informatie kan gebruikt worden voor technische aanpassingen, maar bijvoorbeeld ook om bevoegd gezagen te ondersteunen bij het beter formuleren van de vragen die in het loket doorlopen moeten worden (zogenaamde vragenbomen). Ook de vragen die aan IPLO worden gesteld over het Omgevingsloket worden in de gaten gehouden om te kijken of er technisch of inhoudelijke verbeteringen nodig zijn. Het is op dit punt dat ik graag de verwachting over de gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket verduidelijk. De informatie die via het loket wordt getoond is afkomstig van bevoegd gezagen en wordt daar samengebracht. Formuleert een bevoegd gezag besluiten in een voor burgers en bedrijven onbegrijpelijke taal dan toont het Omgevingsloket dat ook. Het is daarom van groot belang dat alle bevoegd gezagen in hun werkzaamheden goed het aspect gebruikersvriendelijkheid blijven bewaken en bijvoorbeeld de formulieren voor vergunningaanvragen en meldingen op een voor burgers en bedrijven begrijpelijke wijze vormgeven. Zoals ik eerder aan u heb gemeld vraagt dit een lange adem en zal niet alles in een keer af zijn.

De aandacht voor de gebruikersvriendelijkheid stopt niet bij de implementatie na 1 januari 2024, maar een continu proces en moet daarmee onderdeel zijn van reguliere activiteiten en werkzaamheden. Ten behoeve van de implementatie van de Omgevingswet is extra aandacht wenselijk. Met de bevoegd gezagen worden daarom in de aanloop naar en na 1 januari 2024 stappen gezet in het ordenen, onderling afstemmen en verduidelijken van regelgeving. Niet eerder hebben overheden zo bij elkaar de regelgeving en informatie kunnen zien. Dit zo samen oppakken is onderdeel van de veranderopgave die de Omgevingswet bedoelt te organiseren. Dat er tussen de verschillende werkwijzen en regelingen van overheden onduidelijkheden zitten wordt door de nieuwe manier van werken beter zichtbaar. Daarmee kan het Omgevingsloket nog niet voor iedereen meteen vanaf 1 januari 2024 een gebruiksvriendelijkere ervaring geven.41 In de komende periode heb ik overleg met de bestuurlijke partners om naast de lopende verbeteringen ook de laatste inzichten die nu in het vullen en oefenen naar voren komen te kunnen verwerken. Dit zodat deze inzichten door alle betrokken overheden en verantwoordelijke partijen kunnen worden gebruikt voor hun verbeteringen in de gebruikerservaringen. In de voortgangsbrief van oktober 2023 zal ik op dit punt u nader informeren.

Toegankelijkheid van het Omgevingsloket De overheid is op basis van het Besluit Digitale Toegankelijkheid verplicht te voldoen aan de WCAG (Web Content Accessibility Guidelines) normen A en AA. In de motie Janssen42 heeft uw kamer aangegeven dat het DSO aan de eisen van niveau A en AA van de WCAG 2.1 norm moet voldoen. Bij het ontwerp van het DSO-LV wordt rekening gehouden met de criteria van de WCAG. Het DSOLV wordt regelmatig door een externe partij volgens de voorgeschreven methode (WCAG-EM) onderzocht om na te gaan in hoeverre de digitale middelen voldoen aan de gestelde criteria. Er is veel aandacht voor digitale toegankelijkheid. Ontwikkelteams van het DSO zijn bijvoorbeeld getraind in digitale toegankelijkheid. Een specialistische adviseur digitale toegankelijkheid staat de ontwikkelteams bij met kennis en kunde. Samen met burgers met een beperking wordt de opzet en werking van het Omgevingsloket getest. Zo is met mensen met een visuele beperking vergunningaanvraagproces getoetst. Daarnaast is in een werkgroep Digitale Inclusie gewerkt aan de toegankelijkheid, begrijpelijkheid en gebruikersvriendelijkheid van het Omgevingsloket. Het voldoen aan de WCAG-normen vereist dat voortdurend wordt bekeken hoe het staat met de digitale toegankelijkheid van een digitaal middel, net zoals dat bijvoorbeeld het geval is met beveiligingsmaatregelen van systemen.

Dit is bij het digitaal stelsel Omgevingswet - die een continue ontwikkeling kent met nieuwe of aangepaste functionaliteiten en steeds informatie wordt ontsloten – een doorlopend proces van controle op de WCAG-normen. In april 2023 is een nieuwe WCAG-toets uitgevoerd op het DSO-LV. Daar is niveau “B” uitgekomen, wat betekent dat de toegankelijkheid onder controle is, alleen moet er voor het voldoen aan niveau A en AA een aantal bevindingen opgelost worden. Dit gaat bijvoorbeeld om een hyperlink in een toegevoegd omgevingsdocument die alleen een andere letterkleur weergeeft in plaats van ook een tweede visuele markering zoals een onderstreping. Met het toevoegen van een tweede markering wordt een dergelijke hyperlink ook goed zichtbaar voor slechtziende of kleurenblinde gebruikers. In de komende periode wordt gewerkt aan het oplossen en verbeteren van deze bevindingen.

41 42

Kamerstukken II 2021/22, 33118, nr. 236, pg 15. Kamerstukken I 2022/23, 33118/34986, FA.

10

Informatie over de Omgevingswet is op verschillende overheidswebsites te vinden. Niet al deze websites vallen onder verantwoordelijkheid van BZK. WCAG is generieke wetgeving en geldt voor alle overheidswebsites. De direct betrokken partijen bij de implementatie van de Omgevingswet heb ik gevraagd om onderzoek te doen naar de toegankelijkheid van hun websites en waar nodig maatregelen te treffen om de toegankelijkheid te verbeteren. Dit wordt door hen opgepakt. Daarnaast vraag ik in de komende periode voor het voldoen aan de generieke wetgeving WCAG extra aandacht bij bevoegd gezagen en alle andere relevantie overheidsinstanties.43 Overigens ligt de verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de WCAG-normen op basis van de wet bij ieder bestuursorgaan afzonderlijk. Hierop wordt gestuurd via het BZK-programma “DigiToegankelijk TOP”.44 Naast het voldoen aan de WCAG-normen zelf wordt ook steeds gekeken wat er gedaan kan worden om te zorgen dat er ook een gelijkwaardige manier van toegang is voor het DSO-LV. Daarom worden regelmatig testen uitgevoerd waarbij mensen met een beperking betrokken zijn, zowel om vast te stellen of de functionaliteit goed te gebruiken is als voor advies welke wijzigingen verder kunnen helpen de toegankelijkheid van het DSO-LV te verbeteren.

Daarbij is de wijze van ontsluiten van informatie (plannen, regels, vragenbomen) - naast de techniek – heel belangrijk voor de begrijpelijkheid, wat een stap verder gaat dan toegankelijkheid. Officieel is deze ontsluiting nu geen onderdeel van de WCAG-criteria. Op het geheel van digitale toegankelijkheid, begrijpelijkheid en gebruikersvriendelijkheid wordt in samenhang regie gevoerd onder de noemer “digitale inclusie”. In het vervolg in de komende maanden blijf ik partijen waarmee ik samenwerk wijzen op het belang en de noodzaak om te voldoen aan de wettelijk voorgeschreven toegankelijkheidsvereisten en het voldoen aan de wettelijke verplichtingen. In de voortgangsbrief van oktober 2023 zal ik terugkomen op de stand van zaken van de toegankelijkheid van het Omgevingsloket en de aanverwante DSO-overheid websites. Communicatie richting inwerkingtreding De afgelopen jaren is er vanuit het programma Aan de slag met de Omgevingswet veel geïnvesteerd in het voorlichten en begeleiden van bevoegde gezagen.45 Met de bestuurlijke partners wordt gekeken naar wat de bevoegd gezagen aanvullend nog nodig hebben aan informatie en communicatie richting inwerkingtreding. Dit zodat zij ook in deze laatste fase voor inwerkingtreding geïnformeerd zijn over de gevolgen van de inwerkingtreding en de stappen die er voor die tijd gezet moeten worden.

Dit zoals beschreven in de hierboven genoemde Hoofdroute 2024. Naast de informatieverstrekking aan overheden vindt er communicatie naar burgers en bedrijven plaats, De voorbereidingen voor de publiekscampagne zijn gereed. De campagne start zoals afgesproken drie maanden voor inwerkingtreding. Hiermee beschouw ik de toezeggingen op dit onderdeel als afgedaan.46 In de komende periode worden ook de met het bedrijfsleven gemaakte afspraken en over de brede communicatie nog een keer doorgelopen

43

Onder andere KOOP en GEONOVUM.

44

https://www.toegankelijkheidsverklaring.nl/ voor alle toegankelijkheidsverklaringen van de

overheid en een toegankelijke digitale overheid, DigiToegankelijk<https://www.digitoegankelijk.nl/, voor meer uitleg over de WCAG en het dashboard waarin de status van alle overheidswebsites is te volgen. 45 Zie aangeboden instrumentarium en ondersteuning via Ondersteuning bij implementatie van de Omgevingswet | Aan de slag met de Omgevingswet. 46 T03560.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13372890/1