CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 bij Afd. motie 357.22

RAAD 5 oktober 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het vervolgonderzoek op de Kinderrechtenscan van de KinderombudsmanVN2022-02929628.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Specifieke aanbevelingen domein gezondheidszorg 1. Benoem bij het identificeren van mogelijke risicofactoren voor ongelijkheid in beleidsdocumenten rondom gezondheidszorg, gender en/of sekse expliciet als een van de factoren voor gezondheidsverschillen. 2. Beweeg van genderneutraal (blind voor gender- en sekseverschillen) naar gendersensitief beleid. Gendersensitief beleid rondom bijvoorbeeld mantelzorg is belangrijk om bij te dragen aan gelijke kansen voor een gelijke verdeling van zorg tussen vrouwen en mannen, maar ook gendersensitief preventiebeleid en gendersensitief beleid op mentale gezondheid is belangrijk. 3. Zorg bij onderzoek van gezondheid en mentale gezondheid dat er altijd gekeken wordt naar gender- en/ of sekseverschillen, inclusief een intersectionele analyse hoe combinaties van factoren op elkaar doorwerken. Garandeer als opdrachtgever dat ook door samenwerkingspartners (bijvoorbeeld het Centre for Urban Mental Health) een genderlens wordt toegepast in onderzoek. 4. Zorg ervoor dat er voldoende aandacht is voor vrouwspecifieke aandoeningen, zoals menstruatie en hormoon-gerelateerde klachten en aandoeningen, ook in relatie tot preventie. Deze klachten kunnen verzuim

38

Movisie, Bestaanszekerheid onder druk, maart 2022 18

RAPPORT

en leed veroorzaken en een grote impact hebben op de gezondheid van vrouwen en meisjes. Dit geldt ook voor de preventie van vrouwspecifieke kankers. 5. Besteed bijzondere aandacht in het beleid aan specifieke groepen vrouwen die grotere risico’s lopen op gezondheidsverschillen, zoals migrantenvrouwen, meisjes, oudere vrouwen, vrouwen die ontheemd zijn of vluchteling, sekswerkers of vrouwen met lichamelijke en geestelijke gebreken. 6. Garandeer de toegang tot zorg voor mensen die moeten wachten op de juiste zorg vanwege wachtlijsten, want hier hebben ook vrouwen baat bij. 7. Raadpleeg verschillende doelgroepen, belangenorganisaties en ervaringsdeskundigen (met name uit geïdentificeerde hoog-risicogroepen die benoemd worden in algemene aanbeveling 24 zoals oudere vrouwen, migrantenvrouwen, vrouwelijke vluchtelingen, meisjes, sekswerkers en vrouwen met een lichamelijke of verstandelijke beperking) bij het maken, evalueren en monitoren van beleid. 8. Voor inclusief en effectief beleid op gezondheid is een genderanalyse nodig. Bij iedere herziening van het beleid de komende jaren wordt aanbevolen om een genderanalyse vast onderdeel te maken van beleid.

Deze analyse richt zich op vragen als: Waar zien we gezondheidsverschillen bij vrouwen en meisjes? Hoe zijn die te verklaren? Wat betekent dit voor preventie, diagnose en behandeling? Hoe worden uitdagingen versterkt door genderstereotypen, discriminatie, traditionele rolpatronen en maatschappelijke factoren? En hoe kan het beleid erop inspelen om deze barrières en gezondheidsverschillen weg te nemen?

5.2 SEKSUELE EN REPRODUCTIEVE GEZONDHEID Corresponderende artikelen VN-Vrouwenverdrag • Algemeen: Artikel 1 t/m 5 • Recht op gezondheidszorg en reproductieve zorg: Artikel 12 • Seksuele vorming: Artikel 10h • Informatie geboorteplanning / anticonceptie/ keuzevrijheid: Artikel 16e • Algemene Aanbeveling: Vrouwen en gezondheid: No. 24 (1999) • Algemene Aanbeveling: Geweld tegen vrouwen en Gendergerelateerd Geweld: No. 35 (2017) 5 beleidsdocumenten • Beleidsbrief Eric van der Burg Seksuele gezondheid 15 mei 2012 • Uitwerking Beleidsbrief Seksuele Gezondheid (Actieplan) Eric van der Burg 20 nov 2012 • Een goede start voor elk Amsterdams kind (Plan van Aanpak Gezonde & Kansrijke start) • Raadsinformatiebrief Marjolein Moorman: Stand van zaken uitvoering programma Gezonde en Kansrijke Start + Bijlage 1: Toelichting activiteiten en projecten Gezonde en Kansrijke Start • Amsterdamse Nota Gezondheidsbeleid 2021-2025 Uitvoerders: Centrum voor Seksuele Gezondheid (GGD)

Introductie

Het huidige overkoepelende beleid van de gemeente op seksuele gezondheid stamt uit 2012. Het bestaat uit een beleidsbrief van de wethouder en een nadere uitwerking daarvan. Dit beleid gaat in op verschillende aspecten van seksuele gezondheid, trends en ontwikkelingen. De prioriteiten van het seksuele gezondheidsbeleid bestaan uit: investeren in seksuele en relationele vorming, voorkomen van ongewenste zwangerschap (met name onder tieners), terugdringen van grensoverschrijdend gedrag en het voorkomen van soa’s en hiv. In de Nota Gezondheidsbeleid (onderdeel van de beleidsstukken van hoofdstuk 5.1) wordt seksuele gezondheid genoemd in paragraaf 9.3. In het Plan van aanpak Gezonde en Kansrijke Start (GKS) staat een gezonde start voor het pasgeboren kind en steun voor de ouders in de eerste 1000 dagen centraal. Ouders worden hierbij ondersteund in hun rol als opvoeder voor, tijdens en na de zwangerschap. Kansengelijkheid begint al voor de geboorte; door actief in te zetten op zorgpreventie, gezondheidsbevordering en samenwerking tussen professionals draagt het plan van aanpak GKS hieraan bij.

19

RAPPORT

1. Grondbeginselen VN-Vrouwenverdrag

In het beleid rondom seksuele gezondheid worden de kernwaarden autonomie, zelfbeschikking, weerbaarheid en respect voor lichamelijke integriteit als uitgangspunt genomen. Deze kernwaarden zijn verankerd in het VNVrouwenverdrag en andere mensenrechtenverdragen. Ook wordt seksuele vorming in de beleidsstukken expliciet benoemd als mensenrecht. De grondbeginselen gendergelijkheid en non-discriminatie zijn niet expliciet genoemd in de beleiddstukken. Dit geldt ook voor de beleidsstukken rondom GKS.

2. Verwezenlijking relevante artikelen VN-Vrouwenverdrag De jure-toetsing van de beleidsstukken In de beleidsbrief, het actieplan seksuele gezondheid en paragraaf 9.3 van de Nota Gezondheidsbeleid zien we de doorvertaling van relevante artikelen uit het VN-Vrouwenverdrag en de algemene aanbeveling nr. 24 op vrouwen en gezondheid. Inhoudelijk vormt het Amsterdamse beleid een sterke basis voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Er is aandacht voor belangrijke thema’s rondom seksualiteit, anticonceptie, seksueel grensoverschrijdend gedrag, informatie en voorlichting die ook terugkomen in het VN-Vrouwenverdrag en de algemene aanbeveling. Hierin staat dat overheden zonder vooroordeel en onderscheid het recht op informatie over seksuele gezondheid, voorlichting en diensten voor alle vrouwen en meisjes moeten verzekeren. Seksuele vorming in het onderwijs Algemene aanbeveling 24 benoemt de taak van de overheid om voorlichting te verzekeren, “door goed geschoold personeel in daarvoor speciaal ontworpen programma’s”, met name gericht op adolescenten.39 In het Amsterdamse beleid wordt het initiatief genomen om seksuele en relationele vorming via het onderwijs te intensiveren en stimuleren.

In lijn met algemene aanbeveling 24 blijft dit niet beperkt tot informatie over alleen de biologische aspecten, veilig vrijen en anticonceptie maar ook aandacht voor seksuele diversiteit, vriendschappen, relaties, liefde en seksualiteit, wensen en grenzen. Paragraaf 9.3 van de Nota Gezondheidsbeleid maakt een referentie naar seksuele voorlichting voor ouders en kinderen via diverse kanalen, maar geeft geen nadere duiding. Toegang tot goede seksuele gezondheidszorg Daarnaast richt het Amsterdamse beleid zich op toegang tot goede zorg/hulpverlening. Dit zijn ondersteuning en diensten die in algemene aanbeveling 24 benoemd worden; toegang tot anticonceptie en gezinsplanning, het voorkomen van ongewenste (tiener)zwangerschappen, testen op soa’s en hulp bij het maken van een weloverwogen keuze in het geval van ongeplande zwangerschap. Voor hiv is het doel dat er in 2026 geen enkele infectie meer is. Algemene aanbeveling 24 benoemt dat overheden zonder vooroordeel en onderscheid het recht moeten verzekeren tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg. Ook moeten gezondheidsfaciliteiten toegankelijk zijn voor iedereen en fysiek bereikbaar zijn. E-health wordt ingezet om gecombineerde zorg te bieden voor seksuele gezondheid, waarbij zowel webcamconsulten als consulten op locatie en online interventies worden aangeboden.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag In de beleidsbrief ligt de nadruk op preventieve interventies, verbeterde signalering van slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag en zorg dragen voor goede slachtofferhulpverlening. Er is speciale aandacht voor jonge meiden, lhbti mensen, jonge migranten, mensen met een beperking en sekswerkers. Deze specifieke doelgroepen komen ook terug in algemene aanbeveling 24, zoals ook benoemd onder het vorige hoofdstuk over gezondheid. In februari 2020 presenteerde het college nieuwe maatregelen om seksuele intimidatie en geweld te voorkomen en bestrijden.40 Omdat het beleid in de raadsinformatiebrief niet onder de taken van de gemeente onder de WPG en WMO valt is dit geen onderdeel van de scan. Het is wel het vermelden waard dat dit beleid een mooie doorvertaling is van aanbevelingen die voortvloeien uit het VN-Vrouwenverdrag op het tegengaan van seksueel geweld. In de raadsinformatiebrief wordt nader ingegaan op verschijningsvormen van grensoverschrijdend gedrag, cijfers, signalen en grondoorzaken. In de uitvoering spelen het Centrum voor Seksueel Geweld Amsterdam en het Steunpunt Seksueel Geweld Amsterdam een belangrijke rol.

Gezondheidszorg in relatie tot zwangerschap, bevalling en kraambed Het VN-Vrouwenverdrag waarborgt in artikel 12 het recht op gezondheid voor vrouwen en verplicht overheden tot het nemen van maatregelen die leiden tot goede en toegankelijke gezondheidszorg, ook in relatie tot zwangerschap,

39 40

Algemene aanbeveling nr. 24 (Twintigste Zitting, 1999) Vrouwen en gezondheid, artikel 18. Programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld - Gemeente Amsterdam 20

RAPPORT

bevalling en kraambed. Daarnaast erkent het Verdrag het belang van voeding, huisvesting en bestaanszekerheid als voorwaarde voor goede gezondheid. In het plan van aanpak Gezonde en Kansrijke Start staat een gezonde start voor het pasgeboren kind en steun voor de ouders in de eerste 1000 dagen centraal. Hierbij richten de interventies zich op de gezondheid van de ouders, gezonde leefstijl en voeding, ondersteuning in de kraamperiode en in rol als opvoeder. Belangrijke verplichtingen van het VN-Vrouwenverdrag zien we hierin terug. Enkele voorbeelden van interventies in GKS zijn voorlichting en groepsbegeleiding rondom zwangerschap (centering pregnancy), het opleidingen en trainen van zorgmedewerkers die met de doelgroep te maken hebben en vroegsignalering van risicogroepen door professionals. Ook is er een specifieke benadering voor ouders in een kwetsbare situatie, tienermoeders, ouders met een verstandelijke beperking of migratieachtergrond. De wijken Noord, Zuidoost en Nieuw-West zijn het meest kwetsbaar en krijgen de meeste aandacht. Depressie en postnatale depressie Artikel 12 in de algemene aanbeveling 24 verplicht staten om gezondheidsrechten van vrouwen te waarborgen en rekening te houden met behoeften, belangen en factoren die voor vrouwen anders zijn dan mannen.

Overheden dienen onder andere verslag uit te brengen over psychosociale factoren die voor mannen en vrouwen verschillend zijn, onder meer depressie in het algemeen en postnatale depressie in het bijzonder. Om aan deze verplichting te voldoen is het van belang om in het beleidsstuk hier expliciet aandacht aan te besteden. In GKS zien we geen specifiek beleid of referentie naar depressie en postnatale depressie.

De facto-toetsing: ervaringen en knelpunten uit de praktijk Verouderd beleid De afgelopen jaren zijn er in de samenleving, het onderwijs en de gezondheidszorg veel ontwikkelingen geweest op het terrein van seksuele en reproductieve gezondheid. Denk hierbij o.a. aan een veranderende jongerencultuur, de invloed van sociale media, verbeterd lesmateriaal gericht op seksuele vorming en toenemende maatschappelijke verontwaardiging over grensoverschrijdend gedrag.41 Het gemeentebeleid specifiek gericht op seksuele gezondheid werd 12 jaar geleden opgesteld en loopt tot 2015. Dit betekent niet dat het van de agenda gevallen is; naast de (meer actuele) beleidsstukken die onderdeel zijn van deze scan, is seksuele gezondheid onderdeel van de jaarlijkse ASG subsidie bij het RIVM. Ook deed de gemeente in 2023 extra investeringen in seksuele gezondheid.42 Echter, omdat er geen actueel overkoepelend beleid is op seksuele gezondheid kan dit leiden tot fragmentatie. Bovendien kan dit impact hebben op aansturing, monitoring en bijsturing, zeker in een snel veranderende maatschappelijke context en praktijk. Zwangerschapsuitkomsten in de praktijk Aanbeveling nr. 24 verplicht overheden om vrouwen passende diensten met betrekking tot zwangerschap, bevalling en de hierop volgende periode te verzekeren.

Uit onderzoek blijkt dat in Nederland de zwangerschapsuitkomsten voor vrouwen met een migratieachtergrond minder gunstig zijn dan bij vrouwen van westerse afkomst.43 In GKS wordt terecht benoemd dat vrouwen met een migratieachtergrond speciale aandacht behoeven. Pharos bracht in kaart wat de verbanden zijn tussen de discriminatie (direct en indirect) en verschillen in gezondheiden zorg uitkomsten. Hierin wordt bijvoorbeeld onderzoek aangehaald waaruit blijkt dat vrouwen met een migratieachtergrond of vrouwen met onvoldoende Nederlandse taalvaardigheden minder informatie en begeleiding ontvingen rondom prenatale screenings. Hierdoor hadden zwangere vrouwen met een migratieachtergrond geen gelijke toegang tot deze diensten. Onbekendheid met diversiteit bij behandelaars en de houding van hulpverleners speelde hierbij een rol.44 Bufferzones In november 2022 werd, ondanks bezwaren over juridische haalbaarheid, een motie aangenomen voor een ruimere bufferzone bij de abortuskliniek in de Sarphatistraat.45 Intimidatie van demonstranten vormde een belemmering voor de toegang tot de reproductieve gezondheidszorg in de kliniek.

Indien er inderdaad sprake is van intimidatie en belemmerde toegang is dat in strijd met algemene aanbeveling 24, waarin staat dat overheden maatregelen moeten nemen tot wegneming van belemmeringen waarmee vrouwen worden geconfronteerd bij het verkrijgen van toegang tot gezondheidszorg.

Preventie van seksueel geweld in de gemeente | Rutgers Raadsinformatiebrief Alexander Scholtes: Tijdelijk extra investering in seksuele gezondheid, juli 2023 43 A.J.M. Waelput, Etniciteit en zorg rondom zwangerschap en geboorte: een verkenning van Nederlands onderzoek, RIVM 2007 44 Pharos, Discriminatie en gezondheid, maart 2022 45 Meerderheid Amsterdamse raad wil een bufferzone tussen abortuskliniek en demonstranten - NH Nieuws 41 42

21

RAPPORT

Menstruatiearmoede Een kwart van de vrouwen in Amsterdam heeft onvoldoende financiële middelen om menstruatieproducten te kopen. Onderzoek van Neighbourhood Feminists wijst uit dat het niet kunnen kopen van tampons en maandverband leidt tot school- en werkverzuim.46 Menstruatiearmoede is diep geworteld in genderongelijkheid, stigma en taboes rondom gezondheid van vrouwen. In artikel 12a van algemene aanbeveling 24 worden overheden verplicht tot het maken van beleid gericht op gezondheidsrechten van vrouwen en meisjes en hoe er wordt omgegaan met de kenmerken en factoren die voor vrouwen anders zijn dan voor mannen, zoals de menstruatiecyclus. De gemeenteraad heeft in 2023 initiatiefvoorstellen voor onderzoek en het bestrijden van menstruatiearmoede aangenomen.47 Het is van belang hierop voort te bouwen en bij het formuleren van strategisch beleid op dit thema ook een gezondheidsperspectief toe te voegen, in lijn met algemene aanbeveling 24. Integrale aanpak op voorlichting en educatie over het normaliseren van menstruatie zou hier onderdeel van moeten zijn. Toegang seksuele en reproductieve gezondheidszorg Het Centrum Seksuele Gezondheid van de GGD geeft aan dat momenteel regelmatig soa-consultverzoeken afgewezen worden vanwege een vraag die groter is dan de capaciteit. Hierdoor heeft niet iedereen toegang tot zorg, waaronder ook vrouwen en meisjes.

Hoewel de verantwoordelijkheid hiervoor bij de landelijke overheid ligt, is het belangrijk dit te benoemen omdat het impact heeft op gemeenteniveau en het direct raakt aan de verplichtingen van het VNVrouwenverdrag. Onderzoek wijst uit dat ongedocumenteerde vrouwen belemmeringen ervaren in de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg. Vaak hebben zij onvoldoende financiële middelen voor anticonceptie en ook abortuszorg komt voor hun eigen rekening.48

3. Consultatie met de doelgroep

Uit de beleidsstukken over seksuele gezondheid wordt niet duidelijk dat er enige vorm van consultatie is geweest in de vormgeving van de beleidsstukken. Uit de enquête onder beleidsmakers is wel gebleken dat bij het Centrum Seksuele Gezondheid beleid en interventies in hoge mate bepaald zijn door behoeftes die vanuit de doelgroep binnenkomen via focusgroepen, interviews en cliëntcontact in de spreekkamer. In het kader van GKS zijn twee projecten in Nieuw West gestart, gericht op het consulteren van de doelgroep en het creëren van interventies die beter aansluiten. Hierbij is gekeken naar behoeften van jonge moeders met Eritrees, Somalische, Syrische, Marokkaanse en Turkse achtergrond op het gebied van ondersteuning tijdens de zwangerschap en de relatie en het contact met (kraam)zorgprofessionals. Een van deze projecten wordt uitgewerkt als case, later in deze rapportage.

4. Gendersensitiviteit, data en intersectionaliteit Gendersensitiviteit Het beleid op seksuele gezondheid is genderneutraal geformuleerd en heeft aldus niet expliciet oog voor genderverschillen. In de beleidsdocumenten wordt niet beschreven wat de effecten (positief of negatief) kunnen zijn van het beleid op seksuele gezondheid en gendergelijkheid. In de uitgangspunten van de beleidsbrief seksuele gezondheid is er aandacht voor traditionele rolpatronen die van invloed kunnen zijn op de autonomie van het individu, maatschappelijke en culturele context. Er wordt echter niet duidelijk gemaakt hoe die rolpatronen doorwerken voor vrouwen, meisjes en mannen & jongens, wat de grondoorzaken zijn, en wat de gemeente zou kunnen doen om hierop in te spelen. In GKS stelt de gemeente dat Amsterdam een goede basisinfrastructuur heeft rondom ondersteuning voor aanstaande ouders en kinderen, maar vanwege barrières door taal, vaardigheden en/of cultuur is deze infrastructuur niet voor iedereen even toegankelijk. Het is onduidelijk of gender en/of discriminatie hierin een rol speelt. In GKS wordt telkens gesproken over “de ouders”. Dit is lhbtiq+ inclusieve taal en doet recht aan diversiteit onder ouders. Dit betekent nog niet dat “de ouders” een opzichzelfstaande eenheid zijn en dat verschillen m/v, traditionele genderrollen en stereotypen hier niet van invloed kunnen zijn.

Denk hierbij aan werk /zorgverlening en hoe dat doorwerkt in het gezin.49

Amsterdam Menstruates: The first quantitative research on period poverty in Amsterdam https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/12530061/1 48 Dokters van de Wereld, Seksuele en Reproductieve Zorg voor Kwetsbare Groepen, 2018 49 Waarom jij grote moeite hebt met het oplossen van een simpel raadsel - WOMEN Inc. 46 47

22

RAPPORT

Aanbesteding Er zijn geen specifieke kaders voor aanbestedingen binnen dit domein. Het beleidsdocument Opdrachtgeven en inkopen met invloed dat geldt voor de hele gemeente wordt in hoofdstuk 5.1 nader beschreven en bevat enkele algemene aanbevelingen voor inclusie en diversiteit. Data Volgens algemene aanbeveling 24 (artikel 9) dienen overheden statistische gegevens over de toegankelijkheid van de zorg en ziektes en omstandigheden die impact hebben de gezondheid van vrouwen te verzamelen, uitgesplitst naar sekse. In het seksuele gezondheidsbeleid is data in sommige gevallen uitgesplitst naar sekse, wanneer dat voor de hand ligt. Bijvoorbeeld de prevalentie van tienermoeders onder bepaalde groepen, of het percentage vrouwen dat te maken krijgt met seksueel geweld. De beleidsstukken erkennen het belang van data bij de monitoring en het updaten van beleid, maar vertellen niet hoe het is gebruikt voor de totstandkoming van beleid. Uitvoerders als het Centrum Seksuele Gezondheid hebben hier veel ervaring mee (zie hierboven onder consultatie met de doelgroep), wat kansen biedt voor nieuw beleid. In GKS wordt een analyse gemaakt van relevante data op het gebied van kansengelijkheid en welke factoren daar invloed op hebben. Denk aan sociaal economische status, niveau van geletterdheid en verstandelijke beperking.

Daarnaast wordt er gekeken naar achterliggende factoren die tot gezondheidsachterstanden leiden (o.a. bestaanszekerheid, stress en voeding). Er wordt echter niet op ingegaan hoe deze ongelijkheden doorwerken voor mannen en vrouwen, wat de verschillen zijn, en of er vanuit een intersectionele benadering specifieke groepen vrouwen zijn die meer risico’s lopen, problemen hebben of andere behoeften hebben. Intersectionaliteit Het beleid op seksuele gezondheid is sterk gericht op jongeren. Er wordt rekening gehouden met identiteitscategorieën binnen de doelgroep. Er worden verschillende risicogroepen geïdentificeerd, waaronder meisjes van Surinaamse en Antilliaanse afkomst, seksueel actieve jongeren, jongeren met een niet westerse culturele achtergrond, lhbti jongeren50, mensen met een verstandelijke beperking en sekswerkers. Maar er wordt geen analyse gemaakt waar deze risicogroepen mee te maken krijgen, tegen welke barrieres ze aanlopen, waarom ze risico lopen en welke factor discriminatie hierin is. Bovendien worden de lagen die iemands identiteit vormen niet gecombineerd. Het Centrum Seksuele Gezondheid geeft aan dat in de uitvoering de huidige focus ligt op laagopgeleide jongeren en het bereiken van transpersonen en sekswerkers in kwetsbare posities.

Voor GKS geldt hetzelfde; risicogroepen worden geïdentificeerd, bijvoorbeeld lage economische status, verstandelijke beperking, geletterdheid, eenoudergezinnen of opleidingsniveau. Echter, ook hierbij geen aandacht voor gender en de diversiteitsfactor.

5. Samenhang overig beleid

In de beleidsstukken seksuele gezondheid is er expliciete aandacht voor de samenwerking met andere beleidsterreinen. Bij elk van de speerpunten wordt uitgelegd hoe en op welke wijze de samenwerking gezocht wordt. Bij seksuele vorming is er bijvoorbeeld aandacht voor de samenwerking met scholen, gezondheidsonderzoek van de JGZ, online aanbod via de GGD Amsterdam, contact met zelforganisaties die voorlichting geven aan groepen Amsterdammers afkomstig uit Sub-Saraha Afrika, Suriname en de Antillen en partijen als COC, SoaAidsNL en Rutgers. Door de uitgebreide aandacht voor samenhang met overig beleid wordt mooi duidelijk hoe partijen aan het speerpunt bijdragen. Omdat het overkoepelend beleid op seksuele gezondheid gedateerd is, is er voor deze rapportage geen zicht op hoe deze samenwerking er nu uitziet en/of er eventuele geleerde lessen zijn. In GKS wordt benoemd dat er vaak achterliggende factoren zijn die tot gezondheidsachterstanden leiden en dat er daarom de noodzakelijke verbinding met thema’s als bestaanszekerheid, stress, voeding en voor- en vroegschoolse educatie wordt gelegd. Dit betekent dat er vanuit het programma actief de samenwerking gezocht wordt met andere gemeentelijke onderdelen zoals Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Werk, Participatie en Inkomen (WPI), Wonen, en Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD).

Er wordt echter niet nader ingegaan over hoe een integrale aanpak er in de praktijk uitziet en of en hoe dit bijdraagt aan gendergelijkheid.

50

In het kader van intersectionaliteit is het van belang te benadrukken dat er ook binnen de lhbti onderling grote verschillen zijn. 23

RAPPORT

Samenvatting en conclusie domein seksuele en reproductieve gezondheid • De getoetste beleidsstukken op seksuele en reproductieve gezondheid zijn over het algemeen een sterke doorvertaling van het VN-Vrouwenverdrag en de algemene aanbeveling op gezondheid. • Hoewel de grondbeginselen van het VN-Vrouwenverdrag niet expliciet benoemd worden, is de link met kernwaarden als zelfbeschikking, lichamelijke integriteit en recht op gezondheid evident. • Een belangrijke kanttekening bij deze analyse is dat het overkoepelend beleid op seksuele gezondheid meer dan 12 jaar oud is en daarmee niet actueel. Hierdoor sluit het onvoldoende aan op ontwikkelingen op seksuele gezondheid in de samenleving, het onderwijs en de gezondheidszorg. • Consultatie met de doelgroep zien we sterk terug bij GKS, en bij het Centrum Seksuele Gezondheid. • Hoewel het beleid genderneutraal geformuleerd is, wordt duidelijk dat de gemeente zich bewust is van genderstereotypen en rolpatronen in de analyse. Dit heeft zich echter niet doorvertaald in een gendersensitieve lens in het beleid. • Data worden in de beleidsstukken gebruikt ter illustratie en in sommige gevallen uitgesplitst naar geslacht. • In de beleidsstukken worden risicogroepen geïdentificeerd. Het zou nog sterker zijn als ook wordt toegelicht waar deze groepen tegenaanlopen, wat hun behoeften zijn, en wat de rol van gender en/of discriminatie hierin is.

• Indien geactualiseerd is het seksuele gezondheidsbeleid een mooi voorbeeld van hoe per interventie domeinoverstijgend werken expliciet maakt.

Specifieke aanbevelingen seksuele en reproductieve gezondheid 1. Actualiseer het overkoepelend beleid op seksuele gezondheid, zodat het beter aansluit bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en de leefwereld en uitdagingen van jongeren. Een actueel beleid draagt bij aan impact, legitimiteit, monitoring en bijsturing en gaat fragmentatie tegen. 2. Besteed expliciet aandacht aan toegankelijkheid van seksuele en reproductieve gezondheidszorg, zwangerschapsuitkomsten van verschillende groepen en psychosociale factoren om aan de verplichtingen van het VN-Vrouwenverdrag te voldoen. Daarnaast is er beleid nodig over depressie en postnatale depressie en verder onderzoek naar verschil in zwangerschapsuitkomsten bij vrouwen met een migratieachtergrond. Indien dit in de praktijk wel gebeurt, is het advies om dit explicieter te maken in de beleidsstukken. 3. Raadpleeg verschillende doelgroepen, belangenorganisaties en ervaringsdeskundigen (met name uit de hoog-risicogroepen die de gemeente identificeert in de beleidsstukken) bij het maken, evalueren en monitoren van beleid. 4. Voor inclusief en effectief beleid op seksuele en reproductieve gezondheid is een sterke genderanalyse nodig.

Deze analyse speelt in op vragen als: Wat zijn de belemmeringen en barrières op het gebied van seksuele gezondheid specifiek voor vrouwen en meisjes? En hoe zijn die weer anders voor mannen en jongens? Hoe worden uitdaginen versterkt door genderstereotypen, discriminatie, traditionele rolpatronen en maatschappelijke factoren? Hoe kan het beleid erop inspelen om deze barrières weg te nemen? Voor een herziening van het beleid wordt aanbevolen een genderanalyse onderdeel te maken van beleid. Op deze manier gaat het beleid van genderneutraal naar gendersensitief. 5. Gebruik uitgesplitste en gender- en seksespecifieke data voor probleemanalyse in beleid en beleidsmonitoring. Niet alleen om trends te beschrijven, maar juist ook om meer zicht te krijgen op de (seksuele) gezondheid, seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag, behoeften van bepaalde doelgroepen, toegankelijkheid van seksuele gezondheidsdiensten en de uitdagingen waar vrouwen bij zwangerschap, geboorte en kraambed tegenaan lopen. 6. In alle beleidsstukken over seksuele en reproductieve gezondheid is er ruimte voor versterking van een intersectionele blik. Dit impliceert niet alleen het identificeren van hoogrisico groepen, maar ook het onderzoeken van de overlappende kenmerken van deze groepen, de uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd en de rol van discriminatie hierin.

24

RAPPORT

5.3 GEWELD Corresponderende artikelen VN-Vrouwenverdrag • Algemeen: Artikel 1 t/m 5 • Gendergerelateerd geweld: Artikel: 12 • Algemene aanbeveling Harmful practices: No. 31 (2015) • Algemene aanbeveling Geweld tegen vrouwen en gendergerelateerd geweld: No. 35 (2017) 3 beleidsstukken: • Handboek samen sterker tegen huiselijk geweld en kindermishandeling • Regioaanpak 2020-2024 Veiligheid voor elkaar • Aanpak VGV 2022-2023 GGD Amsterdam (intern document) Uitvoerders: Centrum Seksueel geweld, Veilig Thuis, Blijf Groep, Leger des Heils, HVO Querido, Per Mens en de Regenboog Groep, en wijkteams (Ouder- en Kindteam, Buurtteams)

Introductie

Dit beleidsdomein bestaat uit verschillende beleidsstukken. Het handboek Samen sterker tegen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM) is bedoeld om de kennis en kunde van informele en formele organisaties inzichtelijk te maken, de samenwerking tussen deze partijen te verbeteren en handvatten te bieden aan informele organisaties die zich willen gaan inzetten voor preventie of ondersteuning van betrokkenen bij situaties van HGKM. De regioaanpak voor 2020-2024 richt zich op het voorkomen, stoppen en structureel oplossen van geweld. Dit wordt uitgewerkt via drie speerpunten. Speerpunt 1: zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid, Speerpunt 2: verantwoord ouderschap en veilige relaties en Speerpunt 3: geweld stoppen en structureel oplossen. Tot slot is de aanpak VGV bekeken, met de missie, de visie en de ideale aanpak ter besluitvorming rondom vrouwelijke genitale verminking. Dit interne document bevat achtergrond en cijfers, implementatie van wetenschappelijk onderzoek, knelpunten in de ketensamenwerking, informatie over de ervaringen en behoeftes van de doelgroep, en een prioriteitenplan van de samenwerkingspartners waarin taken per ketenpartner uitgewerkt worden.

1. Grondbeginselen VN-Vrouwenverdrag

In de beleidsstukken staan duidelijke verwijzingen naar de grondbeginselen van het VN-Vrouwenverdrag. In het handboek is er aandacht voor gendergelijkheid; “In de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling moet er oog zijn voor interculturele sensitiviteit en genderaspecten. Dat betekent; bewustzijn van de rol van gendergerelateerde en cultuurgerelateerde verwachtingen, machtsverschillen en afhankelijkheden, rolpatronen, taboes en opvattingen over HGKM bij de cliënt en zijn/haar omgeving. Het betreft hierbij verwachtingen en rolpatronen voor zowel mannen als vrouwen”. In de regioaanpak staan ook sterke verwijzingen naar gendergelijkheid, namelijk: “Het risico op huiselijk geweld (inclusief seksueel geweld en intimidatie) is voor meisjes en vrouwen groter dan voor jongens en mannen. Daar komt bij, dat het geweld tegen meisjes en vrouwen vaak ook ernstiger is. Dit verschil hangt samen met opvattingen in de samenleving over man-vrouw verhoudingen, macht en controle. Ook financiële redenen spelen mee. In de hele samenleving zijn vrouwen minder vaak economisch zelfstandig dan mannen.

Het geweld hangt dus samen met ongelijkheid, kwetsbaarheid en afhankelijkheid.” In de aanpak rond vrouwelijke genitale verminking is een duidelijke verwijzing gemaakt naar mensenrechten en de grondbeginselen van het VN-Vrouwenverdrag, te weten in de tekst: “VGV/VB wordt internationaal erkend als een schending van de mensenrechten van meisjes en vrouwen en weerspiegelt de diepgewortelde ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. De praktijk schendt ook hun recht op gezondheid, veiligheid en fysieke integriteit, en het recht om vrij te zijn van marteling en wrede, onmenselijke of vernederende behandeling.”

2. Verwezenlijking relevante artikelen uit het VN-Vrouwenverdrag

Veel artikelen in de algemene aanbeveling 35 (die nadere uitleg en duiding geeft van artikelen uit het Verdrag) rond de aanpak van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen en meisjes gaan over de juridische kant van geweld. Aangezien dit met name verantwoordelijkheden zijn voor de landelijke overheid, laten we de juridische dimensie in deze scan buiten beschouwing. De preventie van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen en meisjes, de bescherming van vrouwen en meisjes en de opvang is echter zeer relevant in de lokale context.

25

RAPPORT

In de beleidsstukken zien we de doorvertaling van relevante artikelen uit het VN-Vrouwenverdrag en de algemene aanbeveling 35 op gendergerelateerd geweld tegen vrouwen en meisjes veel terug. Inhoudelijk vormt het beleid van de gemeente een sterke basis en er is aandacht voor een systeemgerichte en gendersensitieve aanpak van geweld.

De jure-toetsing van de beleidsstukken Samenwerken met mannen De algemene aanbeveling 35 benadrukt het belang van het aankaarten van sociale normen rond mannelijkheid, waarbij de samenwerking met mannen onontbeerlijk is.51 In het handboek wordt informele organisaties geadviseerd om met name in de preventie en nazorg, ook oog te hebben voor doelgroepen als de (mogelijke) pleger en mannen. In de uitvoeringsagenda van de regioaanpak staat dat er genderspecifiek gewerkt wordt door te onderzoeken hoe in het bijzonder mannen en jongens actief kunnen bijdragen aan het voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarbij oriënteert de gemeente zich op deelname aan het Deltaplan (Ministerie van OCW, UN Women), waarvan diverse uitvoeringsorganisaties in de regio al partner zijn. Deelname aan het Deltaplan zou in lijn zijn met de verplichtingen en aanbevelingen uit het VN-Vrouwenverdrag. Ook heeft de gemeente een specifieke plegeraanpak. Verschillende contexten De algemene aanbeveling 35 geeft aan dat gendergerelateerd geweld tegen vrouwen en meisjes zich in verschillende contexten voordoet: thuis, maar ook in gemeenschappen, de publieke ruimte, op de werkvloer, tijdens hobbies, in de politiek, bij het sporten, in de gezondheidszorg en in het onderwijs.

En dat in alle contexten geweld kan voorkomen vanwege het ontbreken van acties van de overheid.52 Niet alle contexten komen terug in de beleidsdocumenten, maar dat is begrijpelijk, want zij zijn gericht op huiselijk geweld. Er moet bovendien speciale aandacht zijn voor de digitale omgeving. Geweld binnen de digitale omgeving komt binnen de beleidsdocumenten rondom HGKM niet voor. We weten uit onderzoek van Women’s Aid dat 45% van de slachtoffers van huiselijk geweld online een vorm van misbruik ervaren tijdens hun relatie, terwijl 48% van de slachtoffers meldde online te zijn lastiggevallen of gestalkt na het beëindigen van de relatie.53 Campagnes en trainingen De algemene aanbeveling 35 schrijft voor dat staten maatregelen nemen om vooroordelen, stereotypen, patriarchale denkbeelden en ongelijkheid in de familie te doorbreken, en tegelijkertijd de stem van vrouwen te vergroten en te werken aan empowerment om geweld te voorkomen. Ook zijn bewustzijnscampagnes voor omstanders nodig als ook voor professionals die werken op lokaal niveau en bijvoorbeeld over stigma en victim blaming gaan. Tot slot zijn er verplichte trainingen nodig voor mensen die werken bij politie en justitie en in de zorg, het onderwijs, en alle andere professionals die te maken hebben met preventie en bescherming.

Deze zouden over trauma, genderstereotypen, gender bias, machtsverhoudingen, de rechten van slachtoffers, en de intersectionele dimensie van geweld moeten gaan. In het bijzonder worden nog werknemers van verpleeghuizen, asielzoekerscentra en gevangenissen genoemd.54 Veel groepen professionals worden ook benoemd in de regioaanpak als doelgroep voor vroegsignalering, zoals leerkrachten en medewerkers van dagbesteding en deze professionals krijgen ook trainingen aangeboden. Het grootste deel van de trainingen is echter gericht op het toepassen van de Meldcode en niet op de onderwerpen die de aanbeveling 35 hierboven noemt. Ook de minimale voorwaarden in de basistraining in het handboek voor informele ondersteuners verwijzen niet naar bovengenoemde onderwerpen. In de verdiepende training zijn wel aanknopingspunten te vinden in de training empowerment en emancipatie van vrouwen en mannen, en opvoeding en/ of vaderschap. Voor de oproep in het verdrag om omstanders van geweld bewust te maken zien we binnen speerpunt 1 van de regioaanpak wel maatregelen terug.

Ook het College voor de Rechten van de Mens adviseert om beleid te ontwikkelen over het tegengaan van het vergoelijken van (partner)geweld tegen vrouwen, het bevorderen van onafhankelijkheid van en besluitvorming door vrouwen, genderstereotypen en traditionele maatschappelijke genderrollen ter discussie te stellen, positieve, gelijkwaardige en respectvolle relaties te versterken en het normaliseren van gendergelijkheid in het publieke en private leven te bevorderen. Deze aanbeveling en de focus op genderrollen en positieve relaties is breder dan de concrete maatregelen die we terugzien in de beleidsdocumenten.55 Voorlichting op scholen over gendergelijkheid Voorlichting voor alle leerlingen van alle leeftijden op scholen over gendergelijkheid vanuit een mensenrechtenaanpak Algemene aanbeveling nr. 35 (2017) Gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, artikel 19 Ibid, artikel 20 53 Digitaal geweld - Moviera 54 Algemene aanbeveling nr. 35 (2017) Gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, artikel 30 55 Ibid, artikel 30 51 52

26

RAPPORT

is een belangrijke aanbeveling om geweld te voorkomen.56 Het is belangrijk dat genderstereotiepe rollen en vrouwelijkheid/mannelijkheid daarin besproken worden. In de beleidsstukken is hier geen verwijzing naar gemaakt. Hulp vrouwen na geweld Traumabehandeling is een belangrijk onderdeel van algemene aanbeveling 35. Hier zijn in de regioaanpak meerdere aanknopingspunten voor te vinden, bijvoorbeeld via Traumabehandeling Online. Een andere aanbeveling is om 24/7 gratis hulplijnen beschikbaar te stellen. Veilig Thuis en Centra Seksueel Geweld zijn beide 24 uur per dag beschikbaar. Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) Het CEDAW Comité noemt in algemene aanbevelingen 14 en 31 op om basisgegevens over het voorkomen van VGV te verzamelen en te verspreiden, vrouwenorganisaties te steunen, leiders op alle niveaus aan te moedigen om samen te werken bij het beïnvloeden van opvattingen ten aanzien van het uitroeien van vrouwenbesnijdenis; en passende onderwijs- en scholingsprogramma’s en seminars op te zetten. De GGD organiseert huiskamerbijeenkomsten met sleutelpersonen, er wordt onderzoek gedaan, er wordt samengewerkt met vrouwenorganisaties en er is in de aanpak uitgebreid aandacht voor scholing. De aanbeveling schrijft voor om ten minste gendersensitief te werken bij de aanpak, daar voldoet het beleid van de gemeente aan.

De facto-toetsing: ervaringen en knelpunten uit de praktijk Meldingen Aanbeveling 35 schrijft voor vrouwen en meisjes te beschermen tegen geweld.57 Meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn daarvoor essentieel. De veiligheid van melders is een randvoorwaarde voor een tijdige en goede verwijzing naar passende hulp en bescherming en weerhoudt melders momenteel nog te vaak. Het vergroten van het aantal meldingen is speerpunt 1 en 2 in de regioaanpak. Het College voor de Rechten van de Mens adviseert daarnaast om vanuit gemeenten onderzoek te doen naar welke belemmeringen slachtoffers, betrokkenen en omstanders ervaren om partnergeweld te melden in de gemeente. Ook kun je onderzoeken hoe tevreden slachtoffers en andere betrokkenen zijn met de afhandeling van hun melding bij de politie en Veilig Thuis in de regio. Een focusgroep van ervaringsdeskundigen kan meer vertellen over wat hen echt zou hebben geholpen.58 Dit gebeurt in de gemeente momenteel onder jongeren. Dit kan breder uitgevraagd worden bij andere doelgroepen en hierbij zouden ook de ervaringen met de politie meegenomen kunnen worden, als ook de relatie van meldingsbereidheid met het afhankelijk verblijfsrecht en het risico de verblijfsvergunning te verliezen.

Beschermende maatregelen bij risico op geweld Als beschermende maatregelen voor gendergerelateerd geweld worden in de algemene aanbeveling 35 bijvoorbeeld een straatverbod genoemd, maar ook toegang tot financiële ondersteuning, gratis of goedkope juridische bijstand, psychologische ondersteuning, onderwijs, kinderopvang, huisvesting, training en mogelijkheden tot werk voor slachtoffers.59 Het ontbreken van betaalbare woningen voor slachtoffers van huiselijk geweld kan ertoe leiden dat sommige slachtoffers langer in een opvang blijven dan ze zouden hebben gewild of dat ze zich gedwongen voelen weer bij hun mishandelende partner te gaan wonen.Ook plegers kunnen hierdoor niet uit huis, wat kan leiden tot nieuwe gevaarlijke situaties. De gemeente zet in op het gebruik van een tijdelijk straatverbod als beschermende maatregel. Ook hebben via de vrouwenrechtswinkels vrouwen in Amsterdam toegang tot gratis juridische ondersteuning. De locaties voor deze rechtswinkels zijn via een intersectionele analyse tot stand gekomen en opgericht op locaties waar relatief veel vrouwen wonen met meervoudige vormen van discriminatie. Bureau Clara Wichmann geeft echter aan dat er niet altijd voldoende advocaten voorhanden zijn, in het bijzonder op het snijvlak van familierecht en strafrecht, dus van vrouwen die het slachtoffer zijn van partnergeweld en tegelijkertijd willen scheiden.

Femicide herkennen en voorkomen De algemene aanbeveling 35 geeft aan dat het belangrijk is om inzicht te krijgen wanneer bescherming heeft gefaald en wat er in die gevallen mis ging, om zo preventie te verbeteren, zeker ook in het geval van gendergerelateerd dodelijk geweld tegen vrouwen (femicide)60. Volgens Valente (de beroepsvereniging van vrouwenopvang organisaties) en het Verwey-Jonker instituut staat in Nederland het (h)erkennen van de rode vlaggen en fasen van intieme terreur nog in de kinderschoenen. Kennis over femicide ontbreekt vaak bij professionals in de zorg en het sociaal domein

Ibid, artikel 30 Ibid, artikel 24 58 College voor de Rechten van de Mens, Gendersensitieve aanpak van levensbelang om partnergeweld te bestrijden - Checklist en acties voor lokale beleidsmakers, juni 2021 59 Algemene aanbeveling nr. 35 (2017) Gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, artikel 31 60 Ibid, artikel 32 56 57

27

RAPPORT

en is geen onderdeel van het basiscurriculum of bijscholingsprogramma’s.61 Ook het College voor de Rechten van de Mens merkt dit op: “Professionals moeten worden opgeleid om risico’s en patronen te herkennen die duiden op escalerend geweld en femicide. Onderdeel daarvan is het onderkennen van de relatie tussen gender en geweld in de privésfeer.” Ook hulporganisatie Sterk Huis wijst op het ontbreken van een goede aanpak rond femicide. Volgens hen is een grootschalige bewustwordingscampagne noodzakelijk om de samenleving te informeren over de ernst en omvang van partnermoord en femicide, en de risicofactoren hiervoor. Ook zijn preventieprogramma’s nodig op scholen, bij voorlichting aan professionals in het brede sociale domein en bij hulpverleners met speciale nadruk op het bevorderen van seksegelijkheid, het respecteren van elkaars grenzen en het herkennen van tekenen van geweld. In 2023 is er door de gemeente een conferentie georganiseerd over intieme terreur en femicide, en in december heeft een campagne plaatsgevonden om (potentiële) slachtoffers aan te spreken op hun onderbuikgevoel. Hiermee zijn eerste stappen zijn Amsterdam gezet en liggen er plannen voor de toekomst om hier extra aandacht aan te geven binnen de gemeente.

Capaciteit opvang Vrouwen en meisjes moeten beschermd worden tegen verder geweld.62 Zoals in vrijwel alle opvanglocaties in Nederland is er een blijvende druk op de capaciteit. Enkele jaren geleden werd door de Federatie Opvang geschat dat twee van de drie vrouwen die opvang zoeken, dit niet kunnen vinden. Veilig Thuis heeft dit probleem bevestigd en uitgelegd dat er vaak aanzienlijk veel tijd wordt besteed aan het vinden van een opvangplaats, waardoor de tijd die overblijft voor het slachtoffer minder wordt.63,64 De Amsterdamse opvang voor huiselijk geweld zat volgens het Parool in februari 2022 bomvol, slachtoffers moesten in hotels worden opgevangen. Om deze reden heeft het bestuur van de gemeenschappelijke regeling GGD Amsterdam-Amstelland besloten om een tweede Oranjehuis te openen, om tegemoet te komen aan de hoge bezetting van de opvang. In de tussentijd zijn tijdelijke maatregelen genomen, in afwachting van de opening van de tweede locatie, om de druk op te vangen. Daarnaast is het problematisch dat vrouwen die in de vrouwenopvang verblijven geen onderdeel zijn van de tellingen op dak- en thuisloosheid. Huiselijk geweld is een van de hoofdoorzaken van dakloosheid onder vrouwen.

Doorgeleiding naar opvang van migrantenvrouwen Migrantenvrouwen die hulp en opvang zoeken omdat ze slachtoffer zijn van huiselijk geweld en seksueel geweld, blijven vaak ‘hangen’ bij informele vrouwenorganisaties en komen zo niet terecht bij instanties als de politie of Veilig Thuis, zocht Pointer uit bij 17 informele vrouwenorganisaties in 2023 in geheel Nederland. Extra lastig bleek het voor de organisaties die zich inzetten voor vrouwen die ongedocumenteerd of vluchteling zijn. Algemene aanbeveling 35 geeft aan dat iedere vrouw toegang zou moeten hebben tot de opvang en in het bijzonder voor vrouwen die te maken hebben met intersectionele vormen van discriminatie. Het is niet duidelijk of deze landelijke situatie ook speelt in Amsterdam. Het Handboek biedt aanknopingspunten om beter samen te werken met informele organisaties. Transgender personen De algemene aanbeveling 35 benoemt dat transgender personen in meerdere mate te maken kunnen krijgen met gendergerelateerd geweld.65 Uit onderzoek van o.a.

Atria uit 2022 blijkt dat transgender personen veel vaker slachtoffer worden van huiselijk geweld en dat adequate hulpverlening nog ontbreekt.66 Transgender hulpvragers blijven vaak dubbel onzichtbaar: in de huiselijk geweld-keten blijft de mogelijke rol van transgenderthematiek onzichtbaar, en in de transgenderzorg, -belangenbehartiging en zelforganisaties blijft huiselijk geweld vaak onzichtbaar. Er is onder andere een gebrek aan (trans) gender sensitiviteit bij zorg- en hulpverleners (huisartsen, politie, opvang, OM). De kennis van transgenderthematiek in de huiselijk geweld-keten, en aandacht voor (herkennen van) huiselijk geweld in de transgender zorg kan beter. De beleidsdocumenten van de gemeente benoemen transgender personen als een (diverse) groep, die extra en passende aandacht nodig heeft om discriminatie en uitsluiting te voorkomen; uit de praktijk moet nog blijken of bovengenoemde knelpunten voldoende opgelost zijn en toegang tot zorg, hulpverlening, opvang en bescherming zonder barrières voor transgender personen gegarandeerd is.67 Aanbod voor plegers De algemene aanbeveling 35 benoemt een plegeraanpak om het herhalen van geweld te voorkomen.68 Het College voor de Rechten van de Mens benoemt als aandachtspunt het aanbod voor plegers, die goed toegankelijk moet zijn

Veel meer aandacht nodig voor femicide - Sociaal Domein (sociaal-domein.nu) Algemene aanbeveling nr. 35 (2017) Gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, artikel 31 63 GREVIO’s evaluatierapport | Rapport | Rijksoverheid.nl 64 Opvang huiselijk geweld zit na de lockdown vol, slachtoffers in hotels opgevangen (parool.nl) 65 Algemene aanbeveling nr. 35 (2017) Gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, artikel 12 66 Hulp aan transgender slachtoffers van huiselijk geweld schiet tekort | Beeldvorming en stereotypering | Atria 67 Ibid. 68 Algemene aanbeveling nr. 35 (2017) Gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, artikel 30 61 62

28

RAPPORT

en langdurig gefinancierd dient te worden.69 In de regioaanpak zijn hier meerdere aanknopingspunten voor terug te vinden via de plegergerichte aanpak, bijvoorbeeld in de pilot Veelplegers HGKM. Geweld bij vrouwen en meisjes met een beperking Uit onderzoek van Regioplan in 2021 blijkt dat niet elke gemeente voorziet in de vereiste gespecialiseerde ondersteuning en opvang voor meisjes en vrouwen met een handicap en slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld.70 Bovendien constateren ngo’s een gebrek aan kennis over migrantenvrouwen met een handicap, die mogelijk een hoger risico lopen op huiselijk geweld en isolatie vanwege taboes rond hun handicap binnen hun familie/ gemeenschap. Dit werpt extra barrières op om toegang te krijgen tot steun en zorg.71 Erkenning daarvan is nodig om slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld beter te beschermen en steun te kunnen bieden. Ook de toegankelijkheid van de vrouwenopvang voor vrouwen met een beperking laat landelijk nog te wensen over. Dat betreft zowel een gebrek aan informatie op de betreffende websites over de (fysieke) toegankelijkheid van deze locaties, als de toegankelijkheid van de websites zelf.72 Het zou goed zijn om inzicht te verkrijgen in hoeverre deze landelijke bevindingen ook voor de gemeente Amsterdam gelden.

3. Consultatie met de doelgroep

Consultatie is een belangrijk onderdeel in algemene aanbeveling 35, waarbij consultatie van vrouwen (en in het bijzonder vrouwen die te maken krijgen met meervoudige vormen van discriminatie) voor de uitvoering en het opstellen van het beleid belangrijk is.73 Handboek In het handboek wordt aan organisaties die het handboek gebruiken aangeraden om waar nodig aansluiting te zoeken met organisaties die zich specialiseren in ondersteuning van mannen of vrouwen (zoals mannengroepen en vrouwengroepen), om alle betrokkenen in de situatie voldoende te kunnen bereiken. Bij het opstellen van het handboek is de gemeente samen met dertien organisaties, te weten Nisa4Nisa, Stichting Malak, Stichting Buurvrouwennetwerk Gaasperdam, Stichting ProFor, Stichting Kezban, Stichting Aminah, Stichting Prachtvrouw, Stichting Zeker-zien, Samen Sterk, Gouden mannen, Blijf Groep, Venzo, Vrijwilligerscentrale Amsterdam (zowel informeel als formeel), een project gestart om de kennis en kunde van informele en formele organisaties inzichtelijk te maken, de samenwerking tussen deze partijen te verbeteren en handvatten te bieden. Dit is een mooie uitvoering van consultatie, zoals beschreven in algemene aanbeveling 35. Financiële ondersteuning van deze (vrouwen)organisaties is echter belangrijk om hen in staat te stellen deze (informele) rol op zich te nemen bij het helpen bij het opstellen van beleid.

Staten en daarmee ook lokale overheden zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor de preventie en signalering van gendergerelateerd geweld. Bij consultatie is het belangrijk om hier een passende financiële compensatie tegenover te zetten. Niet alle groepen kunnen zich gratis laten vertegenwoordigen. Regioaanpak Tientallen organisaties zijn bij de Regioaanpak betrokken bij het opstellen van het beleid, met name uitvoeringsorganisaties. In de lijst met formele partijen staan echter geen specifieke vrouwenorganisaties die vanuit vrouwen zelf spreken. VGV De gemeente heeft door middel van financiering van ZonMw uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar het beleid ten aanzien van VGV en de behoeften en wensen van de doelgroep. Het onderzoek liep van september 2020 tot oktober 2022, en heeft in kaart gebracht of en hoe in de praktijk uitvoering wordt gegeven aan de ketensamenwerking en wat succesfactoren, barrières en eventuele verbeterpunten zijn. Deze manier van werken sluit goed aan op de eisen en algemene aanbevelingen.

69 College voor de Rechten van de Mens, Gendersensitieve aanpak van levensbelang om partnergeweld te bestrijden - Checklist en acties voor lokale beleidsmakers, juni 2021 70 Regioplan, Gendersensitiviteit in de Nederlandse aanpak van huiselijk geweld: nadere concretisering van de GREVIO-aanbevelingen, 2021 71 Netwerk VN-Vrouwenverdrag (30 maart 2023). The NGOs’ comments on the reply of the Netherlands to the reporting form on the implementation of the Recommendation of the Committee of the Parties on 30 January 2020 (IC-CP/Inf(2023)3). 72 Alliantie VN-Verdrag Handicap en Netwerk VN-Vrouwenverdrag, Dubbel benadeeld, 2024 73 Algemene aanbeveling nr. 35 (2017) Gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, artikel 31 en 32

29

RAPPORT

4. Gendersensitiviteit, data en intersectionaliteit Gendersensitiviteit Zoals de staatssecretaris van VWS van Ooijen in maart 2022 al aangaf: “We hebben lang gedacht dat we met een genderneutrale aanpak de juiste dingen deden. Dat blijkt niet zo te zijn. Mannen en vrouwen zijn gelijk maar niet hetzelfde. De verschillen tussen mannen en vrouwen vragen dus om een verschillende aanpak van partnergeweld. Rolopvattingen kunnen leiden tot ongelijkheden, afhankelijkheden, machtsverschillen en controle. Door hiermee rekening te houden, kunnen we de aanpak effectiever maken.”74 Janine Janssen, hoofd onderzoek Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nationale Politie noemt de noodzaak van een genderanalyse: “Als we geweld in de intieme sfeer effectief aan willen pakken, dan dienen we een genderanalyse van dit geweld te maken: welke verwachtingen over het gedrag van mannen, vrouwen en andere genders, agressie in de hand werken. Denk bijvoorbeeld aan de ontkenning van de gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen. Of het prijzen van de viriliteit van mannen en maagdelijkheid van vrouwen.

Er zijn legio voorbeelden te bedenken van ideeën en aannames die een negatieve invloed hebben op machtsongelijkheid tussen man, vrouw en andere genders.” Het gendersensitief werken is een belangrijk uitgangspunt in het handboek, maar niet duidelijk wordt hoe dit uitgangspunt zich precies vertaalt naar de praktijk. Zijn er specifieke richtlijnen waarin de gendersensitieve aanpak is opgenomen of zijn er aanbestedingscriteria voor uitvoerende organisaties? In de regioaanpak is ervoor gekozen in te zetten op een preventieve, integrale, systeemgerichte en gendersensitieve aanpak. In de monitoring wordt expliciet gekeken naar gendergerelateerde effecten van de maatregelen die worden ingezet. Dit is een mooi voorbeeld van het meenemen van effecten op gendergelijkheid in de monitoring van beleid. Aanbesteding Er zijn geen specifieke kaders voor aanbestedingen binnen dit domein. Het beleidsdocument Opdrachtgeven en inkopen met invloed dat geldt voor de hele gemeente wordt in hoofdstuk 5.1 nader beschreven en bevat enkele algemene aanbevelingen voor inclusie en diversiteit.

Suzanne Bouma, senior onderzoeker bij Avans Hogeschool in het Centre of Expertise Veiligheid en Veerkracht en Gregor Walz, onderzoeker bij Verwey Jonker, geven in een artikel in Sociale Vraagstukken aan dat er een belangrijke taak bij gemeenten ligt om gendersensitief te werken: “Het is aan gemeenten om gendersensitief werken door te vertalen naar de lokale visievorming en de aansturing van uitvoerende partijen. Dat kan onder meer door gendersensitiviteit onderdeel te maken van de trainingen van professionals en door gendersensitieve monitoring op te zetten en hierop toe te zien.”75 Het College voor de Rechten van de Mens doet op basis van dit onderzoek aanbevelingen om gendersensitiviteit aan te jagen, bijvoorbeeld gendersensitiviteit in de beleidsvisies beter te positioneren, prioriteren en operationaliseren. En om in gesprek te gaan met ketenpartners, afspraken te maken en te evalueren.76 Data Het is waar dat ook mannen slachtoffer worden van huiselijk geweld, dus de termen ´slachtoffer´ en ´pleger´ is een wijze van aanduiding die recht doet aan de realiteit. Echter bij het presenteren van data is het belangrijk om juist wel duidelijk de kwantitatieve verschillen te laten zien tussen genders indien die significant zijn. Bijvoorbeeld door cijfers over ernstig partnergeweld zonder overlijden apart te presenteren naar gender.

Er wordt in het Regioplan overigens wel benoemd dat de risico´s groter zijn voor meisjes en vrouwen, maar nog niet hoe groot: vrouwen hebben 6 keer vaker kans om slachtoffer te worden van ernstig partnergeweld. Aanbeveling 35 adviseert bovendien om data hieromtrent intersectioneel te beschouwen. Zowel ngo’s als het CEDAW-Comité hebben vaker gewezen op het gebrek aan systematische dataverzameling met intersectionele blik door de Nederlandse overheid over geweld tegen vrouwen en meisjes, uitgesplitst naar o.a. soort geweld en groepen slachtoffers, zoals vrouwen met een beperking (en zo mogelijk uitgesplitst naar vorm van beperking).77 Internationale toezichthouders op de naleving van Verdragen zoals GREVIO hebben Nederland aanbevolen om gestandaardiseerde gegevens categorieën te ontwikkelen – met verplichte toepassing door de politie, het OM, de rechterlijke macht en alle overige relevante partijen – inzake sekse en leeftijd van het slachtoffer en de pleger, hun Gender en huiselijk geweld - Augeo Magazine Special - Gender en huiselijk geweld - Augeo Magazine Special Rijk en gemeenten moeten huiselijk geweld gendersensitiever aanpakken – Sociale Vraagstukken 76 Gendersensitief beleid door gemeenten in de aanpak van partnergeweld | College voor de Rechten van de Mens (mensenrechten.nl) 77 Alliantie VN-Verdrag Handicap en Netwerk VN-Vrouwenverdrag, Dubbel benadeeld, 2024 74 75

30

RAPPORT

relatie, het soort geweld en de geografische locatie. Dit was landelijk in 2020 nog niet op orde. Het is de vraag of dit in Amsterdam inmiddels wel gebeurt.78,79 Intersectionaliteit In de algemene aanbeveling 35 staat een duidelijke bevestiging dat gendergerelateerd geweld vrouwen op verschillende wijze en intensiteit raakt en dat daarop aangepaste juridische en beleidsmatige reacties moeten worden geformuleerd gebaseerd op een intersectionele benadering.80 Factoren die volgens de aanbeveling impact hebben op het risico op geweld zijn bijvoorbeeld: vrouwen met een lagere socio-economische status, leeftijd, een beperking, ongeletterdheid, asielzoekers, vluchtelingen, mensen zonder legale status, weduwen, vrouwen met HIV/AIDS en sekswerkers. De regioaanpak benoemt specifieke risicogroepen zoals slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating, opsluiting, eergerelateerd geweld, mensenhandel, lhbtiq mensen, en ouderen. Andere hierboven genoemde groepen worden echter niet genoemd, zoals vrouwen met een beperking, vrouwelijke vluchtelingen, vrouwen zonder legale status etc. Uit landelijke data (CBS Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling) blijken met name jonge vrouwen kwetsbaar als ook bi+ vrouwen. Cultuursensitief werken is naast gendersensitief werken een belangrijk onderdeel van het handboek.

Dat betekent bewustzijn van de rol van gendergerelateerde en cultuurgerelateerde verwachtingen, machtsverschillen en afhankelijkheden, rolpatronen, taboes en opvattingen over huiselijk geweld en kindermishandeling bij de cliënt en zijn/ haar omgeving. Het betreft hierbij verwachtingen en rolpatronen voor zowel mannen als vrouwen.

5. Domeinoverstijgend

In de regioaanpak worden inhoudelijk belangrijke verbanden gelegd met risicofactoren voor geweld zoals inkomen, economische zelfstandigheid, kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Bij het aanpakken van deze afhankelijkheden wordt met name gekeken naar de wijkteams. Niet duidelijk wordt welke concrete maatregelen wijkteams hiervoor kunnen gebruiken. Het College voor de Rechten van de Mens adviseert een gecoördineerde en integrale aanpak waar emancipatie en inclusie, werk en inkomen, zorg en onderwijs en veiligheid voor de aanpak van geweld sterk geïntegreerd worden.81 In het beleidskader Inclusie en Antidiscriminatie staat geweld in huiselijke kring en seksueel geweld niet heel uitgebreid vermeldt. Ook kan de link met geweld in de publieke ruimte (OOV) duidelijker. De algemene aanbeveling 35 schrijft voor expliciet vrouwen te betrekken bij het vormgeven van het beleid in de publieke ruimte. Expertise rondom preventie van geweld, gendersensitief werken en aandacht voor gendernormen spelen in beide beleidsdomeinen.

Samenvatting en conclusie domein geweld • De beleidsstukken bevatten duidelijke verwijzingen naar gendergelijkheid en leggen goed bloot hoe gender van invloed kan zijn op gendergerelateerd geweld. • In de beleidsstukken zien we de doorvertaling van relevante artikelen uit het VN-Vrouwenverdrag en de algemene aanbeveling nr. 35 op gendergerelateerd terug, zoals aandacht voor traumabehandeling, een plegeraanpak, en de noodzaak om omstanders te stimuleren melding te doen van geweld. • Ook sluit de aanpak tegen vrouwelijke genitale verminking goed aan bij de vereisten uit de algemene aanbeveling 31 van het CEDAW Comité. • Inhoudelijk vormt het beleid van de gemeente een sterke basis en er is aandacht voor een systeemgerichte en gendersensitieve aanpak van geweld. • Er is nog geen aandacht voor de digitale omgeving van huiselijk geweld in het beleid terwijl een deel van misbruik en geweld online plaatsvindt. • In het kader van preventie zien we dat sommige groepen professionals, zoals leerkrachten en medewerkers van dagbesteding, trainingen krijgen aangeboden. Het grootste deel van de trainingen is echter gericht op het toepassen van de Meldcode en niet op de andere onderwerpen die de algemene aanbeveling noemt zoals gender bias, genderstereotypen, signalering of victim blaming. • Ook is voorlichting op scholen over gendergelijkheid geen vast onderdeel van de preventieve aanpak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14482336/1