CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026.docx

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026 (VN2026-006976)8.304 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BELEIDSKADER KUNST IN DE OPENBARE RUIMTE AMSTERDAM 2026

1

INHOUD

1. Inleiding

3

2. Meer representatie in kunst en herdenkingsmonumenten in de openbare ruimte

7

3. Nieuwe opdrachten

11

4. Omgaan met ter discussie gestelde herdenkingsmonumenten

15

Bijlagen 1. Opdracht- en uitvoeringsstructuur kunst in de openbare ruimte 2. Fasering kunstprojecten: advies en besluitvorming 3. Hantering van begrippen

19 20 21

2

1. INLEIDING Amsterdam staat bekend om haar rijkdom aan kunst en cultuur. Ook in de openbare ruimte. Onze stad kent op dit moment een grote collectie kunst en herdenkingsmonumenten in de openbare ruimte: in de stad zijn meer dan 1.750 kunstwerken te zien.1 Deze kunst kent geen grenzen, geen toegangsprijzen of sluitingstijden. Dag in dag uit, op elk moment van de dag kan kunst in de openbare ruimte je in aanraking brengen schoonheid, verbeelding en verwondering. Het zet je aan het denken of neemt je mee naar een ander land of andere tijd. Of kunst doet je denken aan iets heel dichtbij of herkenbaar. Gewoon op straat of op een plein, in een park, onder een viaduct of aan of op een gebouw. Kunst in de openbare ruimte is ook een afspiegeling van de tijd. Elk tijdperk creëert zijn eigen kunstwerken: standbeelden in de tijd van heldenverering (19e eeuw); volkskunst in de jaren twintig van de vorige eeuw; abstracte kunstwerken sinds de jaren zeventig, en uit al die periodes staan herdenkingsmonumenten van personen en gebeurtenissen die op een bepaald moment belangrijk werden geacht. Denk aan het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark en het Aids-monument aan het IJ.

Daarnaast zijn er de herdenkingsmonumenten of kunst gerelateerd aan mensen die iets hebben bereikt of ergens voor staan, zoals Anton de Kom, Wilhelmina Drucker, Floor Wibaut, Mahatma Gandhi en Nelson Mandela. Maar ook: voor mensen die slachtoffer zijn geworden van (oorlogs)geweld, zoals de kunstwerken voor Gerrit van der Veen, Kerwin Lucas-Duinmeijer, Joes Kloppenburg en Peter R. de Vries. Vaak staan deze individuen voor iets groters. Het zijn werken die een deel van de Amsterdamse geschiedenis representeren en waarin diverse Amsterdammers zich (kunnen) herkennen. Maar er zijn ook kanten van onze geschiedenis en hedendaagse verhalen die nog altijd onderbelicht zijn, of nog niet worden verteld. In het canvas dat de openbare ruimte biedt, herkennen uiteenlopende groepen Amsterdammers zich nog niet (genoeg) terug, of leeft het gevoel dat de gemeenschap waar zij toe behoren (nog) niet gezien wordt. Beweging in de samenleving In reactie hierop is in de afgelopen jaren een brede maatschappelijke beweging in de stad ontstaan die staat voor meer (h)erkenning en representatie in de openbare ruimte van Amsterdam – van straatnamen tot standbeelden. Ook het palet aan kunst in de openbare ruimte wordt zo stap voor stap verrijkt met nieuwe verhalen.

Bijvoorbeeld kunstwerken die op een nieuwe manier kijken naar donkere bladzijden uit onze geschiedenis, zoals Gouden M2 van RAAAF (2025) in Oostenburg of Schaduwen van Ram Katzir (2022) op het Olympiaplein. Of verhalen vertellen die tot nu toe onderbelicht waren, waaronder het werk Iron Lady van Iris Kensmil (2024) in het Brasapark – een ode aan vrouwenrechtenactiviste Hilly Axwijk. Andere werken bieden kritiek op onze maatschappij, zoals het werk Gatekeepers (2022) van Monika Dahlberg op de Oranje Vrijstaatkade. Of geven uiting aan onderwerpen die voor veel Amsterdammers dichtbij staan, zoals het werk Moederste van Susanne Khalil Yusef (2025) op het Bellamyplein. Amsterdammers houden zich uiteraard ook niet stil, als het gaat om kunst in de openbare ruimte. Er zijn meningen over de werken zelf, zoals bijvoorbeeld in Zuidoost bij het beeld van Anton de

1 Een overzicht is te vinden op www.amsterdam.nl/buitenkunst.

3

Kom van Jikke van Loon (2006). Of oproepen tot behoud of verwijdering – zoals recent ook is gebleken in relatie tot de toekomst van het kunstwerk van Henk Duijn (1993) op het Gerard Douplein.2 Ook de precieze plaatsing van kunstwerken roept reacties en discussies tussen bewoners op, zoals bij de recent aangebrachte muurschildering van Nils Westergard aan de Prins Hendrikkade.3 De maatschappelijke discussie over kunst in de openbare ruimte is een groot goed. Dit college vindt het van belang dat ook in die discussie er ruimte is en blijft voor meerstemmigheid en representatie. Actualisatie van het beleid uit 2018 Het vertellen van alle verhalen – en de mogelijkheden hiertoe vergroten – is de rode draad in het cultuurbeleid van het college. Van een instroom van nieuwe instellingen in het Kunstenplan tot het openbreken van de toegang tot broedplaatsen; en van de inzet op een inhaalslag in culturele voorzieningen in Noord, Nieuw-West en Zuidoost tot het ondersteunen en faciliteren van cultuur in de nacht. We richten ons nadrukkelijk op representatie van de grote verscheidenheid die onze stad kent onder haar inwoners binnen de makers, de professionals, culturele organisaties en het publiek in de Amsterdamse cultuursector. Deze doelstelling beperkt zich niet alleen tot de kunst en cultuur die binnen de muren van gebouwen worden vertoond of geproduceerd.

Want juist de openbare ruimte – de sociale ruimte van ons allemaal – biedt ons de gelegenheid om alle Amsterdammers in aanraking te brengen met kunst en cultuur. Het college pakt daarom door en presenteert een actualisatie van het beleid voor kunst in de openbare ruimte uit 2018.4 Om zo de huidige beweging in onze samenleving te borgen en te faciliteren, die staat voor een inclusieve openbare ruimte waarin representatie van meerdere perspectieven en gemeenschappen de norm is. We reflecteren hierbij ook op zowel de motie Inclusieve Openbare Ruimte, aangenomen door de gemeenteraad5 en het advies ‘Practice what you preach! De openbare ruimte, kunst en inclusie’6 van het Stadscuratorium Amsterdam (SCA). We nemen een bijdrage aan de meerstemmigheid en representatie van de verscheidenheid aan inwoners in onze stad als uitgangspunt voor de eigen opdrachtverlening als gemeente. Hierbij is het doel het realiseren van een complete, leefbare en inclusieve stad waarin iedereen zich moet kunnen terug herkennen en zich thuis voelt. Het advies van het SCA om hierbij te kijken naar 2Zie https://www.parool.nl/amsterdam/buurtbewoners-gerard-douplein-in-strijd-over-kunstwerk-beide-groepen-

starten-petitie-de-buurt-wordt-te-conservatief~bcf0b26e/ 3 Zie https://www.parool.nl/amsterdam/mag-deze-muurschildering-blijven-in-amsterdam-een-pandeigenaarhoudt-vaak-geen-rekening-met-wie-uitkijkt-op-de-muur~b59c01ab/ 4 Het Uitvoeringskader Kunst in de Openbare Ruimte, is in 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. In dit beleidsstuk werd kunst in de openbare ruimte in Amsterdam voor het eerst behandeld als een collectie. Het Uitvoeringskader beoogde de omgang met de collectie te reguleren, door in te zetten op het actief beheren van de collectie, gereguleerde uitbreiding met nieuwe werken en het ontsluiten en zichtbaar maken van de collectie. Er waren richtlijnen vastgelegd voor het opdrachtgeverschap bij nieuwe kunstprojecten in ontwikkelgebieden en in de bestaande stad. Ook was opgenomen hoe om te gaan met maatschappelijke initiatieven voor nieuwe kunstwerken en het creëren van draagvlak voor nieuwe kunst. En hoe om te gaan met kunst die is gemaakt zonder opdracht (street art). Uiteengezet werd hoe de inhoudelijke advisering en uitvoeringsbegeleiding kon worden georganiseerd. Hieruit volgde het besluit tot oprichting van het Stadscuratorium (2019) en is de Percentageregeling Kunst in de Openbare Ruimte ingesteld (2020). 5 Motie Inclusieve Openbare Ruimte van de raadsleden Nadif (GL), Blom (GL), Taimounti (Denk) en Mbarki (PvdA) (motie 839; 2 juli 2020).

6 Advies-inclusieve-openbare-ruimte-SCA.pdf (2022)

4

onder andere diversiteit, migratiegeschiedenis, de LHBTIQ+ gemeenschap en vrouwen nemen we over. We hanteren hierbij de inhoudelijke kaders van het door de gemeenteraad vastgestelde Visiedocument Inclusie en Antidiscriminatiebeleid stelt.7 En sluiten aan op de uitvoering van het door de gemeenteraad vastgestelde Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatie 2023-2026.8 We brengen met een nulmeting in kaart wat de huidige mate van representatie is en houden dit in de komende jaren bij. Het college blijft zich inzetten op het realiseren van nieuwe kunstwerken als toevoeging aan de inrichting van de openbare ruimte, ook in de ontwikkelgebieden. We gaan ook door met de percentageregeling voor kunst in de openbare ruimte. De inhoudelijke uitgangspunten van dit beleidskader dienen hierbij als leidraad. Meerstemmigheid krijgt niet alleen een plek in de te kiezen thematiek voor een kunstwerk. Om representatie te kunnen borgen is het van belang te kijken naar het volledige proces, van initiatief tot uitvoering. Daarom zetten we extra in op een dialoog met de inwoners van onze stad om te komen tot keuzes en draagvlak voor specifieke thema’s. Participatie is en blijft – conform de huidige regelgeving – een onderdeel van de totstandkoming en realisatie van kunstwerken en monumenten in de openbare ruimte.

Nieuwe bemiddelaars en kunstenaars Bij nieuwe kunstopdrachten is het gebruikelijk om bemiddelaars in te zetten. Dit zijn kunstexperts die zowel de opdrachtgever (de projectleider) als de kunstenaar bijstaan. Zij vervullen de rol van artistiek-inhoudelijke sparringpartner. In die zin zijn ze ook gatekeepers. Zo speelt de bemiddelaar zowel een belangrijke rol in de selectie van de kunstenaar als in de begeleiding van de kunstenaar bij het ontwerpproces. Hun visie, taal en manier van werken is medebepalend voor het eindresultaat. Ze worden ook wel curatoren of kunstadviseurs genoemd. De begeleiding van kunstopdrachten is nu nog grotendeels in handen van een (kleine) eenzijdige kern van ervaren curatoren, kunstadviseurs en producenten.9 Momenteel heeft slechts een beperkt deel van de kunstenaars ervaring met het in opdracht maken van kunst in de openbare ruimte. Voor veel (jonge) kunstenaars is dit onbekend terrein, waarvan het soms moeilijk is te doorgronden hoe hier ‘tussen te komen’. Procedures zijn vaak complex en zonder ervaring is opdrachten verwerven in dit veld moeilijk. Om vernieuwing te krijgen in het bestand van kunstenaars die ervaring hebben met kunst in de openbare ruimte, is het daarom van belang jonge kunstenaars een kans te geven ervaring op te doen.

7 Amsterdam, een stad uit duizenden; Visiedocument Inclusie en Antidiscriminatiebeleid

2023|2026, p.25 8 Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatie 2023-2026, p. 15b ‘We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan gelijkwaardige representatie van alle Amsterdammers in de verhalen die verteld worden over heden en verleden, en die daarmee stereotype beeldvorming en eenzijdige belichting van de verhalen van groepen in de stad tegengaan. Verhalen kunnen bijvoorbeeld gedeeld worden via kunstprojecten, podcasts of radio-interviews.’ 9 ‘Verbinders in een gedeelde stad. Over de toekomst van het bemiddelaarschap voor kunst in de openbare ruimte van Amsterdam’ (2025).

5

Het college zal daarom actief inzetten op de instroom van nieuwe bemiddelaars en kunstenaars met een diverse achtergrond om zo bij te dragen aan een meer diverse en meerstemmige opdrachtenpraktijk. De kunst is en blijft leidend Alhoewel kunst natuurlijk altijd een vrije uiting is van een kunstenaar, is bij kunst die in opdracht wordt gemaakt het verlenen van de opdracht ook medebepalend voor het eindresultaat. De opdrachtgever geeft de kunstenaar randvoorwaarden mee, waaronder praktische kaders gebaseerd op de locatie, maar ook de thematiek waar het kunstwerk aan moet voldoen. Een kunstwerk moet bijvoorbeeld inspelen op de geschiedenis van een buurt; of een belangrijke gebeurtenis verbeelden; of een bijzonder persoon eren. De opdrachtverlening bepaalt daarmee mede welke kunstwerken we in de openbare ruimte tegenkomen. Is de kunstenaar dan ook verplicht om de gekozen thematiek letterlijk te verbeelden? Net als het SCA is het college van mening dat ‘een diverse en inclusieve openbare ruimte vraagt om kunstwerken die meer zijn dan letterlijke beeltenissen of representaties op een sokkel.’ Er dient ruimte te zijn voor vrije vormen van representatie.

Het uitgangspunt is dat het programma van eisen voor een kunstwerk of herdenkingsmonument gericht is op ‘een zeggingskracht die universeler is dan alleen een letterlijke beeltenis of afbeelding.’ Tegelijkertijd betekent vrije vorm van representatie ook dat er ruimte kan zijn voor een ‘persoon op een sokkel’ als dat in grote mate tegemoetkomt aan de behoefte en het draagvlak in een gemeenschap. De uiteindelijke uitingsvorm is natuurlijk aan de kunstenaar. De kunstenaar is en blijft verantwoordelijk voor zijn ontwerp. Als overheid blijven wij hierbij op gepaste afstand. Omgaan met oude en nieuwe herdenkingsmonumenten De gemeente is afgelopen jaren veelvuldig benaderd met verzoeken om herdenkingsmonumenten in de vorm van kunstwerken in de openbare ruimte te plaatsen. Dit betrof onder andere aanvragen voor monumenten voor bekende (overleden) Amsterdammers, Nederlanders of internationale figuren, maar soms ook voor mensen die slechts een bekendheid in een specifieke buurt hadden. Ook kwamen verzoeken binnen om belangrijke gebeurtenissen te herdenken in de vorm van een kunstwerk in de openbare ruimte. Om hier goed gehoor aan te geven maar ook afgewogen keuzes te kunnen maken in het geval van beperkt beschikbare ruimte en budget, presenteren we nieuwe richtlijnen voor herdenkingsmonumenten.

In de afgelopen periode zijn sommige bestaande kunstwerken en herdenkingsmonumenten in de openbare ruimte (en aan gebouwen) ook ter discussie gesteld. Hoe we met ter discussie staande beelden omgaan, is essentieel bij het komen tot een inclusieve openbare ruimte. Daarom wordt in deze actualisatie van het beleid aangegeven hoe Amsterdam in de toekomst met omstreden beelden om zal gaan. Hierbij verhouden we ons tot het rapport ‘Wankele sokkels. Omstreden monumenten in de openbare ruimte’10 uit 2023 van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hiermee geven we ook uitvoering aan één van de door het college overgenomen aanbevelingen uit het rapport ‘Route naar Herstel’, dat naar aanleiding van de excuses voor de rol van het stadsbestuur in het slavernijverleden is opgesteld.

10 Omstreden monumenten - KNAW

6

2. MEER REPRESENTATIE IN KUNST EN HERDENKINGSMONUMENTEN IN DE OPENBARE RUIMTE De huidige collectie kunst en herdenkingsmonumenten in de openbare ruimte is tot stand gekomen in een periode van ruim anderhalve eeuw. Eerst door particulier opdrachtgeverschap (zoals bij het standbeeld van Rembrandt op het Rembrandtplein) maar later veelal in opdracht van de gemeente. Sinds de stadsuitbreiding van de jaren twintig van de vorige eeuw heeft de gemeente structureel geïnvesteerd in verfraaiing van de openbare ruimte door toevoeging van kunst aan parken, gebouwen, bruggen en in de straten. Naast de geplande kunstwerken, zijn ook veel kunstwerken op basis van particulier initiatief in de openbare ruimte terechtgekomen. Zo zijn veel oorlogsmonumenten voortgekomen uit maatschappelijk initiatieven. Dat leverde een zowel privaat als publiek geïnitieerde collectie voor en door de gemeenschap op. En die lijn wordt tot op de dag van vandaag voortgezet, bijvoorbeeld met de nieuwe beeldentuin van het Rijksmuseum in het Carel Willinkplantsoen.11 Elk tijdperk heeft zijn eigen soort kunstwerken voortgebracht, met uitbeelding van thema’s of vormen van schoonheid die gerelateerd zijn aan de desbetreffende tijd. Dat heeft een groot palet aan kunstwerken opgeleverd. De collectie is daarmee een weerspiegeling van de tijd. Voor een beperkt deel van de inwoners van onze stad levert dit herkenning op.

Met de tijd komt logischerwijs ook een grotere roep om duiding en discussie, en stellen steeds meer mensen vragen bij wat ze zien. Een ander (groeiend) deel van onze inwoners herkent zich daardoor dan ook niet of nauwelijks in de collectie. Inzicht in de huidige mate van representatie De beschikbare data ondersteunen het beeld van een disbalans in herkenning. Uit onderzoek van de organisatie We Rise naar representatie van vrouwen in de publieke ruimte bleek in 2021 dat in Amsterdam 353 beelden van mannen en 245 beelden van vrouwen te zien waren.12 Nadere analyse bracht aan het licht dat de vrouw veelal als een symbool van schoonheid, vruchtbaarheid en moederlijkheid werd verbeeld. Na het uitfilteren van deze symbolische representatie kwamen de onderzoekers op 122 beelden waarin daadwerkelijk bestaande mannen waren vereeuwigd en slechts 29 beroemde vrouwen. De Groene Amsterdammer constateerde in 2024 dat in de periode 2020-2024 bij nieuw gerealiseerde kunstwerken in Amsterdam meer vrouwen dan mannen werden verbeeld.13 Ook personen met een niet-westerse migratieachtergrond waren in die tijd in sommige nieuwe werken te herkennen. Alleen de vertegenwoordiging van de LHBTIQ+ gemeenschap was minder vaak terug te vinden in de nieuwe buitenkunst.

11 Zie https://www.rijksmuseum.nl/nl/pers/persberichten/rijksmuseum-krijgt-beeldentuin-voor-internationale-

beeldhouwkunst 12 Zie De buitenkunst in Amsterdam is een waar mannenbolwerk | Het Parool 13 Zie Het patriarchaat in brons en steen – De Groene Amsterdammer

7

Vrouwen van West In stadsdeel West is een project gestart om meer representatie van vrouwen in kunst in de openbare ruimte tot stand te brengen. Zowel in de kunstwerken zelf als door het geven van opdrachten aan vrouwelijke kunstenaars. Zo werkt kunstenaar Narges Mohammadi met vier vrouwen uit West samen aan een nieuw beeld. Het moet een hedendaagse moslima voorstellen, die met hamer en beitel ‘zelf’ bezig is om haar onderlichaam uit het marmeren blok te hakken. Het beeld wordt naar verwachting in 2026 in de Kolenkitbuurt geplaatst. Kunstenaar Susanne Khalil Yusef maakte in 2025 in opdracht van Stadsdeel West een nieuw kunstwerk over huiselijk geweld. Het beeld is ter ere van het 50-jarig bestaan van het Oranje Huis (voorheen Blijf van mijn Lijf huis) op het Bellamyplein geplaatst. De kunstroute Vrouwen van West draagt zo bij aan een stevigere representatie van buitenkunst voor en door vrouwen. Voorrang voor onderbelichte verhalen De mate van representatie in kunst in de openbare ruimte is scheef verdeeld. Dit past niet bij de stad die we zijn. Het college omarmt de roep om meer herkenning van de verscheidenheid van de Amsterdammers en meerstemmigheid in de openbare ruimte.

In navolging van eerder genomen stappen – zoals op het gebied van straatnamen in onze stad – wil het college daarom bij de toevoeging van nieuwe kunst in de openbare ruimte voorrang geven aan de verhalen van tot nu toe onderbelichte of nog niet vertegenwoordigde gemeenschappen. Hierbij laten we ons onder andere leiden door het kader dat is meegegeven met de door de gemeenteraad aangenomen motie 839 – gericht op het toevoegen van ‘standbeelden, monumenten en kunstwerken (…) die de Amsterdamse en wereldlijke geschiedenis beter representeren, met specifieke aandacht voor culturele diversiteit, migratiegeschiedenis, de LHBTIQ+ gemeenschap en vrouwen’. De strekking van de motie werd ook onderstreept in een gesprek van het college met betrokken mensen uit het veld14, waarbij werd geconstateerd dat in de openbare ruimte er meer zichtbaarheid van vrouwen in alle leeftijden moet komen en dat het queer-perspectief, migratie en mensen van kleur veelal ontbreekt in de openbare ruimte van onze stad. We nemen geen absolute streeftallen per thema op. En de kunst is leidend. Het is ook afhankelijk van de specifieke locatie en de omstandigheden welk thema de voorkeur krijgt. Een goed kunstwerk in de openbare ruimte is een werk dat reflecteert op de historie of inrichting van de omgeving.

Daarom zal het gemeentebestuur per opdracht dienen af te wegen wat het kunstwerk op die locatie kan bijdragen aan de representatie, en daarmee aan een inclusievere openbare ruimte. Belangrijk om in acht te nemen is dat de thematiek niet altijd letterlijk vorm hoeven te krijgen in een kunstwerk. Soms kan een thema aanleiding zijn, zonder dat dit expliciet zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld bij de kunstwerken ter ere van Nelson Mandela, Theo van Gogh en Peter R. de Vries, waarbij de personen zelf niet zijn afgebeeld, maar waarvan de werken meer een vertaling van hun gedachtengoed zijn. Of wanneer geweld tegen een persoon uit racistische motieven aanleiding is om een kunstwerk te plaatsen, maar waarin de betreffende persoon niet zelf in het kunstwerk wordt verbeeld. Zoals het beeld ‘Mama Baranka’ van Nelson Carrilho in het Vondelpark, het monument ter nagedachtenis aan de op 20 augustus 1983 om het leven gebrachte Kerwin LucasDuinmeijer. Het thema is dan impliciet aanwezig.

14 Sessie actualisatie beleid kunst in de openbare ruimte Amsterdam, 25 november 2025

8

Het verloop van de tijd is ook bepalend voor de keuzes die het gemeentebestuur maakt. Wanneer in de komende periode al meerdere kunstwerken zijn gerealiseerd die een bepaalde gemeenschap representeren, dan kan het goed zijn niet nog een herdenkingsmonument voor deze groep op te richten. Maar juist eens de keuze maken voor een andere groep die in het uitgangspunt is opgenomen en op dat moment nog minder wordt gerepresenteerd in de openbare ruimte. Om tot een beter beeld te komen over de mate van representatie van de genoemde gemeenschappen in de kunst, zal het college in 2026-2027 een onderzoek doen naar de mate van representatie in de huidige collectie kunst in de openbare ruimte (een zogeheten nulmeting). Ook zal het college in de komende jaren monitoren welke toegevoegde kunstwerken de genoemde gemeenschappen representeren en hierover rapporteren. Cultuur in de openbare ruimte Meer aandacht voor de in het uitgangspunt genoemde thema’s kan volgens het college ook worden bevorderd door het organiseren van culturele activiteiten rond een kunstwerk, zoals herdenkingsbijeenkomsten of performances. Of door het plaatsen van tijdelijke kunstwerken of het organiseren van programmatische vormen van herdenken. Om zo bij te dragen aan een betere representatie en meerstemmigheid in de openbare ruimte.

Juist het gebruik van herdenkingsmonumenten voor rituelen draagt bij aan een grotere beleving van onderbelichte verhalen in de openbare ruimte. Ook het SCA onderschrijft deze verrijking: performances (al dan niet bij bestaande beelden) of andere vormen kunnen net zo impactvol zijn als een fysiek beeld.15 We moedigen daarom deze vorm van cultuur in de openbare ruimte toe. In dialoog met de stad Het is belangrijk om de stem van de stad te laten spreken als het gaat over welke verhalen binnen de gekozen thema’s een plek in de openbare ruimte zouden moeten krijgen. Representatie vereist per definitie draagvlak en betrokkenheid. Ook het SCA benadrukt in zijn advies het belang van een participatief proces om te komen tot gedenktekens die ‘passend’ zijn voor de stad. Het college start daarom in het najaar van 2026 een participatief programma in de stad – geïnspireerd door het door het SCA aangedragen model van het Monument Lab in Philadelphia (Verenigde Staten)16 – om te komen tot een verdieping van de te vertellen verhalen voor nieuwe kunstwerken en gedenktekens in de openbare ruimte van Amsterdam. De uitkomsten van dit programma zullen werken als een creatieve dataset, dienen als een routekaart en mogelijk ook als basis dienen voor (tijdelijke) kunstwerken of -uitingen.

Hierbij putten we ook inspiratie uit beleid zoals toegepast in Londen, specifiek de door de Mayor of London geïnitieerde Commission for Diversity in the Public Realm.17 Een vergelijkbare commissie zal in Amsterdam aan de hand van de opbrengst van de dialoog met de stad met voorstellen komen voor een meer representatieve collectie van kunst in de openbare ruimte. Eveneens kijken we naar de ervaringen van een vergelijkbaar programma in New York genaamd She Built NYC.18 Een concrete uitwerking volgt na de zomer van 2026.

15 Advies-inclusieve-openbare-ruimte-SCA.pdf; 2022 16 Meer info: https://monumentlab.com 17 Meer info: Diversity in the Public Realm | London City Hall 18 Meer info: She Built NYC

9

Instroom van bemiddelaars en kunstenaars Nieuwe bemiddelaars met verschillende achtergrond dragen bij aan een meer diverse opdrachtenpraktijk, en daarmee meer representatie bij kunst in de openbare ruimte. De instroom van nieuwe bemiddelaars is nog te beperkt. Voor het vak van bemiddelaar is geen opleiding. Het SCA adviseert daarom te investeren in het uitbreiden van het netwerk van bemiddelaars en andere professionals op het gebied van kunst in de openbare ruimte. Vanuit die gedachte zet het college daarom meer in op het inschakelen van partijen die beschikken over kennis van onderbelichte thema’s en die beschikken over een netwerk van kunstenaars die aansluiten op deze thema’s. Ook de aanwezigheid van kennis over de maatschappelijke situatie en omgeving waar het kunstwerk moet komen zijn een pré. Het inschakelen van lokaal gewortelde presentatie-instellingen, zoals bijvoorbeeld CBK Zuidoost, De Appel en Framer Framed als bemiddelaars zou hieraan bij kunnen dragen. Ook kan gedacht worden aan de instroom van nieuwe bemiddelaars vanuit kunstsectoren die zich tot nu toe niet op kunst in de openbare ruimte richtten. Te denken valt aan (voormalige) cultuurverkenners van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) en (oud) deelnemers aan het Curatorial Programme van De Appel.

Om vernieuwing te krijgen in het bestand van kunstenaars die ervaring hebben met kunst in de openbare ruimte, is het ook van belang jonge kunstenaars een kans te geven ervaring op te doen. Te denken valt aan recent afgestudeerde kunstenaars van de Gerrit Rietveld Academie en deelnemers aan de 3 Package Deal van het AFK. We starten daarom in het najaar van 2026 een pilot om bij te dragen aan meer representatie in de opdrachtenpraktijk. Deze pilot zal nieuwe generaties bemiddelaars en kunstenaars ruimte bieden om ervaring op te doen, om zo toegang te krijgen tot de wereld van opdrachtgeverschap in de openbare ruimte en bij te dragen aan meer representatie in de opdrachtenpraktijk. De pilot zal worden opengesteld voor kunstenaars zonder ervaring met kunstopdrachten in de openbare ruimte, met de nadruk op jonge kunstenaars. In de pilot zullen de kunstenaars in samenwerking met de bemiddelaars werken aan de realisatie van een aantal tijdelijke kunstwerken. We zetten in op kunstwerken die tijdelijk worden geplaatst in een specifiek gebied in de bestaande stad, zoals het Vondelpark of Amsterdamse Bos, of in een wat breder gebied als de ontwikkelgebieden Zeeburgereiland of Amstel III. Onder ervaren begeleiding zullen zij op laagdrempelige manier in de praktijk kennis maken met alle aspecten die rond kunstopdrachten voor de openbare ruimte spelen.

Een uitgewerkt voorstel presenteren we in het najaar van 2026.

10

3. NIEUWE OPDRACHTEN Er zijn meerdere partijen betrokken bij de totstandkoming van kunst in de openbare ruimte. De gemeente heeft daarin de omvangrijkste taak. De gemeente (inclusief de zeven stadsdelen en stadsgebied Weesp) doet dat vanuit verschillende rollen die per project verschillen en soms samenvallen: opdrachtgever, toetser van initiatieven uit de gemeenschap, procesbegeleider van de realisatie en vergunningverlener. In al deze rollen is het volgens het college van belang om bewust te zijn van het belang van meerstemmigheid en representatie. De gemeente is daarin voorbeeldstellend, dit draagt ze actief uit. Daarnaast vervullen anderen een actieve rol. Hieronder volgt per rol de taak die de gemeente en andere betrokkenen (kunnen) vervullen om tot een meer representatieve samenstelling van de collectie te komen. Nieuwe opdrachten op initiatief van de gemeente De gemeente geeft geregeld op eigen initiatief opdracht tot de realisatie van kunstwerken in de openbare ruimte. De stadsdelen en stadsgebied Weesp zijn verantwoordelijk voor het geven van opdracht tot realisatie van kunst in de openbare ruimte binnen het stadsdeelgebied en voor het adviseren over kunstopdrachten in ontwikkelgebieden die niet tot de bevoegdheid van het stadsdeel behoren (taak 15.4 uit het taken- en bevoegdhedenregister van de stadsdelen).

De gemeente is via de directie Grond en Ontwikkeling opdrachtgever voor kunst in de ontwikkelgebieden. Bij opdrachtverlening krijgen kunstenaars een thema voor een kunstwerk mee. Die thematiek kan zeer uiteenlopend zijn en varieert van historische verhalen over de locatie tot hedendaagse maatschappelijke thema’s. In die gevallen waar het voor het kunstwerk gekozen thema daar aanleiding toe geeft, zal in de opdrachtverlening aandacht moeten zijn voor betere representatie en het vertellen van onderbelichte verhalen. Zowel opdrachtgevers als betrokken adviseurs (van bijvoorbeeld het Stadscuratorium) hebben dan de taak om zowel bij de opdrachtverlening aan de kunstenaar als bij het vervolgtraject er zich van te vergewissen dat meerstemmigheid als vanzelfsprekend in het gehele traject is verankerd. Bij nieuwe wijken in Amsterdam passen straatnamen steeds vaker bij een inclusievere openbare ruimte. Bij de realisatie van kunstwerken in die wijken kan goed worden aangesloten bij de voor de desbetreffende wijk gekozen thematiek in straatnamen. Maar ook in de bestaande stad zijn aanleidingen om aan te sluiten bij de naamgeving van de openbare ruimte. Een voorbeeld is de vernoeming van het voormalige Bijlmerpark tot Nelson Mandelapark, gevolgd door de plaatsing van een kunstwerk ter herdenking van Nelson Mandela en zijn gedachtengoed.

Maatschappelijke initiatieven De laatste jaren wordt de gemeente steeds vaker benaderd met het verzoek om een monument in de vorm van een kunstwerk ter herdenking van bijvoorbeeld een overleden persoon, een vervolgde groep of een belangrijke gebeurtenis in de openbare ruimte te plaatsen. Het college moet dan beslissen of het meewerkt aan een dergelijk maatschappelijk initiatief voor een herdenkingsmonument. Beperkte middelen en beschikbare ruimte dwingen het bestuur echter tot het maken van keuzes. Ook niet alle initiatieven dragen meteen bij aan een meer representatieve openbare ruimte. Het is 11

daarom van belang om richtlijnen voor herdenkingsmonumenten in de vorm van een kunstwerk op te stellen. Hiermee kan al in een vroeg stadium aan initiatiefnemers duidelijkheid worden verschaft over aan welke initiatieven de gemeente wel of niet meewerkt. De richtlijnen moeten allereerst duidelijkheid bieden over het draagvlak voor een nieuw initiatief in de samenleving. Ook kan het college zo gerichter bijdragen aan de eerdergenoemde inhaalslag op meerstemmigheid en representatie in de openbare ruimte. Het college presenteert daarom nieuwe richtlijnen voor herdenkingsmonumenten. Om voor plaatsing in aanmerking te komen moeten nieuwe herdenkingsmonumenten voortaan voldoen aan de volgende criteria: 1. Er dient een relatie te zijn tussen het thema van het herdenkingsmonument (de persoon, de groep of de gebeurtenis) en de historie of het heden van de stad Amsterdam en zijn inwoners. 2. De persoon, de groep of gebeurtenis waarvoor het herdenkingsmonument is bedoeld heeft een grote symbolische waarde en betekenis voor een aantoonbaar betekenisvolle groep Amsterdammers of Weespers en Driemonders . 3. Er is een directe relatie tussen het thema van het herdenkingsmonument en de voorgestelde locatie voor het herdenkingsmonument in Amsterdam. 4.

Het herdenkingsmonument draagt bij voorkeur bij aan het vertellen van onderbelichte verhalen in de openbare ruimte, zoals van migratiegeschiedenis, de LHBTIQ+ gemeenschap en vrouwen. 5. Er is maatschappelijk draagvlak voor het herdenkingsmonument in de vorm van breed gedragen steunbetuigingen van bij het thema betrokken Amsterdammers of (belangen)organisaties. 6. Er zijn minimaal vijf jaar verstreken sinds het overlijden van de persoon of nadat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden waarvoor het gedenkteken een eerbetoon is. 7. Het herdenkingsmonument dient tot stand te komen via het gemeentelijke proces voor kunst in de openbare ruimte en ontworpen te worden door een professionele kunstenaar. Het bestuurlijke en besluitvormende orgaan binnen de gemeente (College van Burgemeester en Wethouders, Dagelijkse Besturen van stadsdelen en stadsgebied) zal op basis van deze richtlijnen besluiten of medewerking aan een initiatief zal worden verleend. Veel van de initiatieven voor kunstwerken die de gemeente ontvangt, komen vaak bij het college binnen, zeker als het gaat om herdenkingsmonumenten voor nationale of internationale personen of gebeurtenissen. Zie bijvoorbeeld de initiatieven voor een monument Peter R. de Vries en de gastarbeiders. Het college besluit dan over het gehoor geven aan het initiatief, in overleg met het stadsdeel waar het herdenkingsmonument is gedacht.

De opdracht tot uitvoering wordt vervolgens door het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel gegeven. Om lukrake plaatsing van herdenkingsmonumenten te voorkomen, is het van belang dat voor het herdenkingsmonument een plek wordt gevonden die een relatie heeft met het thema dat wordt uitgebeeld. En voor alle gevallen geldt dat een herdenkingsmonument in de openbare ruimte wordt gedragen door een brede groep mensen; dat er een representatieve groep mensen zich hard moet maken voor de komst van het herdenkingsmonument, om zo te garanderen dat het nieuwe kunstwerk op brede steun kan rekenen en draagvlak in de stad heeft. Het SCA zal in 2026 door het college worden gevraagd een nadere duiding van voldoende draagvlak bij initiatieven voor herdenkingsmonumenten te geven. Om overhaaste beslissingen over herdenking van overleden personen of recente gebeurtenissen te voorkomen, wordt – net als bij vernoeming bij straatnamen – een periode van minimaal vijf jaar 12

na het overlijden of gebeurde gehanteerd. Om tot herdenkingsmonumenten te komen die een kwalitatieve toevoeging zijn aan de collectie van kunst in de openbare ruimte wordt verlangd dat het herdenkingsmonument wordt ontworpen door een professionele kunstenaar19 en tot stand komt via het in Amsterdam toegepaste proces om tot kunst in de openbare ruimte te komen.20 Deze richtlijnen zullen worden gepubliceerd als ‘Beleidsregels herdenkingsmonumenten in de openbare ruimte van Amsterdam 2026’. Op de website van de gemeente zal informatie beschikbaar komen over het doen van een verzoek tot plaatsing van een herdenkingsmonument, voorzien van een aanvraagformulier dat aandacht besteed aan alle richtlijnen voor herdenkingsmonumenten. Hierdoor wordt het voor initiatiefnemers ook direct duidelijk waar een verzoek aan moet voldoen om gehonoreerd te kunnen worden. Verzoeken zullen in behandeling worden genomen door het stadsdeel of stadsgebied waar het herdenkingsmonument is gedacht. Opdrachtgeving Na een positieve beoordeling van het initiatief voor een herdenkingsmonument door het Dagelijks Bestuur volgt de uitvoeringsfase. In principe ligt de verantwoordelijkheid voor het realiseren van het project bij het desbetreffende stadsdeel of stadsgebied waar het kunstwerk is gedacht.

Daarbij zal de binnen Amsterdam gangbare werkwijze worden gehanteerd om tot een kunstwerk in de openbare ruimte te komen. Elk kunstproject heeft een ambtelijk opdrachtgever en een projectleider, die verantwoordelijk zijn voor het goed verlopen van het proces van totstandkoming. De ambtelijk opdrachtgever en de projectleider hebben tot taak om toe te zien op toepassing van het uitgangspunt dat moet leiden tot meer representatie van onderbelichte verhalen in de collectie. Zie voor de verdere verantwoordelijkheden van bestuur, ambtelijk opdrachtgever, projectleider en andere betrokkenen bij het proces van kunst in de openbare ruimte de opdracht- en uitvoeringstructuur voor kunst in de openbare ruimte zoals opgenomen in bijlage 1. Participatie bij totstandkoming kunstwerken Participatie bij kunstprojecten kent vele vormen. Er is niet één methode om Amsterdammers te betrekken. Elk kunstproject is uniek. De wijze van participatie is afhankelijk van een locatie of de gekozen thematiek van het kunstwerk. Meerdere methodes zijn mogelijk en kunnen ook naast elkaar worden ingezet: bijvoorbeeld via deelname aan een begeleidings- of adviesgroep, inbreng op bewonersavonden of door kennis te nemen van de ontwikkelingen van het kunstproject via toepasselijke communicatiekanalen.

We volgen het 2021 door het gemeentebestuur vastgestelde Beleidskader Participatie de in 2024 Participatieverordening21. De opdrachtgever dient in lijn met dit beleid vooraf een participatieplan te maken, waarin is opgenomen voor welke doelgroep en op welke wijze de participatie plaatsvindt. En hoeveel ruimte er is voor invloed op de beslissingen. Bij kunstprojecten blijft het altijd belangrijk oog te houden voor de vrijheid van de kunstenaar om zijn ontwerp te maken.

19 Professionele kunstenaars zijn kunstenaars die aantoonbaar actief zijn in de beeldende kunst, waaronder recent

afgestudeerde kunstenaars, kunstenaars die deelnemen aan erkende trajecten voor professionele ontwikkeling of kunstenaars die anderszins blijk geven van een serieuze en actieve kunstpraktijk 20 Zie: handreiking_kunst_in_de_openbare_ruimte_deel_i_-_het_kunstwerk (1).pdf 21 Bewonersparticipatie | Gemeente Amsterdam

13

Betrokkenheid kan zorgen voor meer herkenbaarheid; en daarmee voor acceptatie en draagvlak. Dit geldt ook bij de ontwikkeling van nieuwe kunstprojecten. De wijze van inbreng is afhankelijk van het project en kan verschillen van fase tot fase. Zo kan het soms juist van belang zijn verschillende vertegenwoordigers van een gemeenschap te betrekken bij de keuze voor het wel of niet starten met een specifiek kunstwerk. In latere fasen (selectie van de kunstenaar of selectie van het schetsontwerp) kan weer een adviescommissie met draagvlak en representatie uitkomst bieden. Bij alle vormen van participatie is de wijze van communicatie van belang, al dan niet toegespitst op een specifieke gemeenschap. Vergunningverlening Voor elk object dat permanent in de openbare ruimte van onze stad wordt geplaatst, is een omgevingsvergunning verplicht. De gemeente (als vergunningverlener) beoordeelt of het object voldoet aan het bestemmingsplan, de bouweisen en het welstandsbeleid.22 Daarbij schakelt de gemeente de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (COK) in. Als het object een kunstwerk is, dan vraagt de COK ook advies aan het SCA.23 Het SCA voorziet de COK dan van een artistiek oordeel of advies over het kunstontwerp. Daarbij wordt getoetst op kwaliteit.

Omdat het SCA bij veel gemeentelijke kunstopdrachten al in het selectie- en ontwerpproces betrokken is bij de advisering over een kunstwerk, is de beoordeling tijdens het vergunningsproces meestal een formaliteit. Zie voor de momenten van advisering in het besluitvormingsproces het schema in bijlage 2.

Anton de Kom In 2006 is op het plein in Zuidoost dat zijn naam draagt een beeld van Anton de Kom geplaatst. Het ontwerp van Jikke van Loon was na een participatieproces met een bewonerscommissie en een jury verkozen uit vier schetsvoorstellen. Na de onthulling bleek een actiegroep het beeld niet waardig genoeg te vinden: door het naakte lichaam en de ‘afgehakte’ arm zou het beeld geen recht doen aan verzetsstrijder Anton de Kom. Bovendien werd gesteld dat het beeld refereerde aan het koloniale verleden, wat oneervol werd gevonden. De discussie hierover hield aan. Recent liet de kunstenaar in het Parool weten te snappen waarom het ook als kwetsend kan worden opgevat. Gemeente en stadsdeel Zuidoost zullen het gesprek over het beeld van Anton de Kom faciliteren.

22 Beoordeling van de thematiek van het kunstwerk is in het stadium van vergunningverlening niet aan de orde. Dit

dient te gebeuren aan het begin van het proces, als het bevoegd gezag besluit tot medewerking aan een initiatief tot een kunstwerk of herdenkingsmonument. En bij de opdrachtverlening voor kunstwerken in nieuwe gebieden. 23 Meer info over de wijze van advisering van het SCA: https://stadscuratorium.nl/advies/

14

4. OMGAAN MET TER DISCUSSIE GESTELDE HERDENKINGSMONUMENTEN Toen in 2020 op diverse plekken in de stad beelden die met de koloniale geschiedenis te maken hadden door actievoerders werden beklad, heeft het college verklaard geen voorstander te zijn van het ‘uitwissen’ van beelden. Vernieling werd niet geaccepteerd, daar zou tegen worden opgetreden. Er werd geconstateerd dat de Amsterdamse geschiedenis rijk en soms pijnlijk was. En dat dat niet moet worden verstopt, maar worden besproken. Het college gaf toen aan voorstander te zijn van het uitleggen en duiden, zodat mensen zelf een geïnformeerd oordeel kunnen vormen. Gesteld werd dat het niet aan de politiek is om voor te schrijven wat omstreden is, maar dat het onderwerp van de maatschappelijke discussie moet zijn. Vernieling zou niet zou worden geaccepteerd; daar zou tegen worden opgetreden. De personen die in de openbare ruimte worden geëerd met een beeld, krijgen een dergelijk eerbetoon vanwege de verdiensten die anderen deze personen toedichten op een bepaald moment. De kijk op een persoon of het betreffende beeld of monument kan in de loop der tijd echter veranderen. Minder positieve eigenschappen of acties van die persoon, die eerder onderbelicht waren, kunnen voor sommige groepen aanleiding zijn een herdenkingsmonument uit de openbare ruimte te willen halen.

Terwijl voor andere groepen de afgebeelde persoon een held of idool blijft. Ook kan de (kunstzinnige) wijze waarop eerbetoon aan een specifiek persoon of thema is gebracht wordt in de loop der jaren bevraagd of bekritiseerd. Zo is er discussie over de manier waarop de persoon van Anton de Kom is afgebeeld (naakt) in het beeld ter ere van hem in Zuidoost. Het SCA heeft hier opvolgend in 2021 een essay over betwiste beelden geschreven.24 Gericht op herdenkingsmonumenten in Amsterdam die in de loop van de tijd omstreden raakten, zoals Naatje op de Dam, het Van Heutszmonument op het Olympiaplein en de Olympische Groet/het Van Tuyll monument bij het Olympisch Stadion. Het SCA vraagt zich af wat de juiste manier is om met dergelijk erfgoed om te gaan. Het stelt dat in de discussie over het mogelijk verwijderen van beelden altijd de vraag naar boven komt of je daarmee de geschiedenis uitwist. Beelden hebben betekenislagen. De oorspronkelijke betekenis verandert als de tijden veranderen, of als verzwegen of onzichtbare geschiedenissen naar boven komen. Na verloop van tijd kan de visie op een persoon of gebeurtenis veranderen. Nieuwe inzichten na realisatie van een kunstwerk of herdenkingsmonument kunnen aanzetten tot discussie over het bestaansrecht van een dergelijk werk.

Personen kunnen – figuurlijk èn letterlijk – van hun voetstuk vallen, door het bekend worden van informatie die ten tijde van het oprichten hun beeld nog niet bekend was. Maar de aanleiding voor de oprichting van een herdenkingsmonument blijft ook relevant. En kunstwerken waar jaren aan is gewerkt en die vast onderdeel van de openbare ruimte zijn geworden, zouden niet bij de eerste tegenstand gelijk verwijderd moeten worden. Dan verdwijnt ook hun verhaal. We dienen hier daarom op een verantwoordelijke en sensitieve wijze mee om te gaan. ‘Wankele sokkels’ als leidraad Omdat ook in de toekomst eerder in de openbare ruimte van Amsterdam geplaatste herdenkingsmonumenten ter discussie kunnen komen te staan, is het van belang vast te stellen hoe hier mee om kan worden gegaan en welke uitgangspunten hierbij kunnen worden gehanteerd. Het college kiest ervoor om de lijn in het adviesrapport ‘Wankele sokkels’ te volgen – en bekrachtigd hiermee een eerder genomen besluit als onderdeel van de bestuurlijke reactie van 24 Stadscuratorium Amsterdam – Betwiste beelden (2021)

15

het college op het advies De Route naar Herstel van 16 september 202525. In 2023 heeft een commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) het rapport ‘Wankele sokkels. Omstreden monumenten in de openbare ruimte’26 uitgebracht. Hierin worden zes handelingsopties voor de omgang met omstreden monumenten genoemd: ▪ ▪

▪ ▪

▪

▪

Status quo handhaven: In feite niets doen. Dit komt in de praktijk vaak voor, maar neemt de onrust niet weg. Het kan leiden tot jarenlange slepende discussies Context bieden: Bij beelden kan een verklarend tekstbord worden geplaatst of een QRcode die verwijst naar online informatie. Deze aanpak wordt door betrekkelijk veel mensen geaccepteerd en geeft lucht aan de spanningen. Reclassificatie: Het geven van een nieuwe naam en/of nieuwe functie. Dat is gebeurd bij het oude Van Heutszmonument in Amsterdam. Verplaatsen: een monument naar een kelder, depot of museum verplaatsen is onderwerp van veel debat, maar het gebeurt zelden. Een voorbeeld hiervan is de Olympische Groet/Van Tuyll-monument bij het Olympisch Stadion. Conceptuele vernieuwing: Kunstenaars kunnen een omstreden monument kritisch omlijsten, symbolisch tegenspreken, artistiek transformeren of de lege plek van een verwijderd monument vormgeven. Als monumenten in nieuwe contexten en tijdframes worden geplaatst kan dat voorbijgangers bewust maken van hun eigen blik en zicht bieden op nieuwe culturele kaders. Vernietiging: Omstreden monumenten vernietigen is ingrijpend, met als risico de ‘onthistorisering’ van de openbare ruimte. Toch is dit geen onmogelijke optie. Direct na de Tweede Wereldoorlog en na de val van de Sovjet-Unie zijn in diverse landen standbeelden van politieke leiders omvergetrokken of verwoest.

Nieuwe werkwijze Eén van de aanbevelingen in het rapport ‘Route naar Herstel’ (dat is opgesteld naar aanleiding van de excuses voor de rol van het stadsbestuur in het slavernijverleden) is om ons als stad te verhouden tot het KNAW-rapport. Op basis van de handelingsopties die de KNAW aanbiedt, komt het college tot een aanscherping van de werkwijze waarop het college met ter discussie gestelde herdenkingsmonumenten wil omgaan. In het geval van omstreden beelden of herdenkingsmonumenten committeert het college zich aan een nieuw handelingsperspectief op basis van het KNAW-rapport. De lijn uit de eerdere bestuurlijke verklaring van 2020 – context bieden – is voortaan één van mogelijkheden om met omstreden beelden en monumenten om te gaan. Dit wordt uitgebreid met reclassificatie, verplaatsen en conceptuele vernieuwing. Als controverse over een kunstwerk ontstaat, is het belangrijk dat eerst een maatschappelijk debat plaatsvindt over wat er met het herdenkingsmonument zou moeten gebeuren. Het college hecht hierbij aan het belang van de dialoog en zet daarom in op het organiseren van bijeenkomsten (stadsgesprekken27) met voor- en tegenstanders, waarin door uitwisseling van gedachten begrip voor elkaars standpunt kan ontstaan. Aan de hand van het KNAW-rapport biedt het college

25 Zie https://raadzaam.amsterdam.nl/instrument/bestuurlijke-reactie-route-naar-herstel 26 Omstreden monumenten - KNAW 27 De stadsgesprekken in Hoorn over het beeld van J.P. Coen zijn gevoerd volgens de methode ‘Emotienetwerken’.

Dit is een methode die is ontwikkeld door de Reinwardt Academie en Imagine IC, gericht op het onderzoeken van de complexe interacties tussen mensen en erfgoed. Gemeente Hoorn - Veel animo voor Stadsgesprek en oproep kijk...

16

meerdere handelingsperspectieven voor dit debat en mogelijke oplossingen. Deze omvatten: context bieden, reclassificatie, verplaatsen en conceptuele vernieuwing.

Kunstwerken in Amsterdam die eerder ter discussie stonden en de gekozen handelingsoptie Gevelbeeld J.P. Coen (Beurs van Berlage) Het door Lambertus Zijl gemaakte beeld van J.P. Coen maakt onderdeel uit van de monumentale Beurs van Berlage. Het is te zien op de hoek van het Damrak en de Oudebrugsteeg. Bij het beeld is een bordje met een QR-code geplaatst, dat leidt naar een toelichting met verschillende perspectieven op de rol van J.P. Coen. Dit is een voorbeeld van de handelingsoptie ‘context bieden’.

Van Heutszmonument – Monument Indië Nederland (Apollolaan) Het monument ter ere van generaal en gouverneur Van Heutsz was vanaf plaatsing in 1935 al omstreden. Na vele pogingen om het ereteken te beschadigen (o.a. door bomaanslagen), besloot toenmalig stadsdeel Oud-Zuid in 2004 tot aanpassing van het monument met nieuwe elementen door een hedendaagse kunstenaar en naamswijziging: monument Indië Nederland. Hiermee werd de betekenis veranderd van een eerbetoon aan één persoon in een gedenkteken dat herinnert aan de relatie tussen Indië en Nederland in de koloniale tijd. Dit is een voorbeeld van de handelingsoptie ‘reclassificatie’ en ‘conceptuele vernieuwing’.

17

Het bekladde monument Indië Nederland op de Apollolaan.

De Olympische Groet/Van Tuyll-monument (Olympisch Stadion) Het beeld is geplaatst bij de Olympische Spelen in 1928. Kunstenaar Gerarda Rueb heeft een sportman met een gestrekte rechterarm afgebeeld, in de veronderstelling dat dit de Olympische groet verbeeldde. Omdat het beeld nadien vooral met het fascisme en nazisme werd geassocieerd, wat tot protesten leidde, heeft de eigenaar (VvE Olympisch Stadion) na historisch onderzoek in 2022 besloten het beeld uit de publieke ruimte te halen en in het trappenhuis van het stadion te plaatsen. Dit is een voorbeeld van de handelingsoptie ‘verplaatsen’.

De Olympische Groet/Van Tuyll-monument bij het Olympisch Stadion in vroegere tijden.

Speciale aandacht gaat vanuit het college uit naar conceptuele vernieuwing door middel van ruimte geven aan nieuwe perspectieven, fysieke omlijsting of culturele reflecties op omstreden beelden. Het college koppelt deze mogelijkheid ook nadrukkelijk aan de eerder hierboven genoemde keuze om tot meer representatie te komen van kunst in de openbare ruimte en werken in opdracht van de gemeente. Zowel het College van Burgemeester en Wethouders als een Dagelijks Bestuur van een stadsdeel of stadsgebied kan uitvoering geven aan deze werkwijze, afhankelijk van de locatie van het kunstwerk en de mate van discussie over het werk.

18

Bijlage 1. OPDRACHT- EN UITVOERINGSSTRUCTUUR KUNST IN DE OPENBARE RUIMTE

Initiatiefnemer

Taken: Neemt initiatief tot een kunstwerk/herdenkingsmonument Doet een (schriftelijk) verzoek aan de gemeente Organiseert steun medestanders Regelt zo nodig financiering

Bestuur

Beslist over start opdracht (op basis van een maatschappelijk verzoek of een gemeentelijk plan) Beslist over uit te voeren ontwerp

Ambtelijk Opdrachtgever

Verleent opdracht aan kunstenaars voor schetsontwerp Verleent opdracht aan kunstenaar voor uitvoering ontwerp

Projectleider

Organiseert bestuurlijke besluitvormingsproces Draagt zorg voor het financiële proces Schept randvoorwaarden voor uitvoering Organiseert participatie en communicatie betrokkenen/belanghebbenden

Bemiddelaar

Adviseert opdrachtgever over te selecteren kunstenaars Faciliteert opdrachtgever bij het selectie- en opdrachtproces Adviseert en assisteert opdrachtgever over het participatieproces Staat kunstenaar artistiek-inhoudelijk ter zijde bij ontwerpproces Staat kunstenaar artistiek-inhoudelijk ter zijde bij uitvoeringsproces Adviseert en assisteert opdrachtgever bij communicatie Adviseert en assisteert opdrachtgever bij documentatie van het kunstproject

Kunstenaar

Ontwerpt kunstwerk Produceert kunstwerk of geeft opdracht tot productie kunstwerk

Producent

(Coördineert) productie kunstwerk in opdracht van de kunstenaar (Coördineert) plaatsing kunstwerk

Adviescommissie

Adviseert opdrachtgever over ontwerpopgave (analyse ruimtelijke opgave) Adviseert de opdrachtgever over selectie kunstenaars voor schetsontwerp Adviseert de opdrachtgever over te selecteren ontwerp voor uitvoering

Beheerder

Adviseert de opdrachtgever over beheerbaarheid van het ontwerp Neemt kunstwerk in beheer

19

Bijlage 2. FASERING KUNSTPROJECTEN: ADVIES EN BESLUITVORMING

FASERING KUNSTPROJECTEN: ADVIES EN BESLUITVORMING

INITIATIEF

Besluit

VOORLOPIG ONTWERP

Besluit

Besluit

DEFINITIEF ONTWERP

UITVOERING

Advies COK: Commissie Omgevingskwaliteit

STADSCURATORIUM/ADVIESCOMMISSIE ADVISEERT OVER: Is het een toevoeging aan

Aanpassingen van het

Aanpassingen van het

de collectie?

Schetsontwerp naar

Voorlopig Ontwerp

Selectie kunstenaars

Voorlopig Ontwerp

naar het Definitief

Keuze schetsontwerp

Kwaliteit uitvoering

Ontwerp

Een initiatief voor een kunstproject komt voort uit:  een gemeentelijk projectplan  een maatschappelijk initiatief Een besluit wordt genomen door het college van B&W of het Dagelijks Bestuur van een stadsdeel, dan wel de door het bestuur gemandateerde opdrachtgever.

20

Bijlage. 3 HANTERING VAN BEGRIPPEN Het begrip is een complexer gegeven. Een ‘inclusieve openbare ruimte’ is afhankelijk van allerlei factoren, zoals de ruimtelijke inrichting, het type bebouwing, voorzieningen en de toegankelijkheid van de infrastructuur. Ook het gedrag van de gebruikers speelt een grote rol, waarbij dit sterk wordt beïnvloed door interactie met de ruimte. Kunst is een van de elementen die bijdragen aan het gedrag en de beleving van degenen die zich in de openbare ruimte bewegen of ophouden. Kunstwerken bieden uiting aan meerdere perspectieven en daarmee aan meerstemmigheid. Kunst draagt daarmee bij aan de mate van inclusiviteit van de openbare ruimte; aan de mate waarin mensen zich welkom voelen en ze uitgedaagd voelen om er gebruik van te maken. In zijn advies maakt het SCA een verdieping en geeft als het gaat om diversiteit een duiding met twaalf diversiteitsfactoren: gender & sekse, leeftijd, uiterlijke kenmerken, seksuele oriëntatie, sociaal-culturele achtergrond, gezondheid, religie & levensbeschouwing, financiële situatie, educatie, (arbeids)participatie, taal & geletterdheid en sociale status. Voor elke Amsterdammer geldt volgens het SCA dat diens identiteit wordt gevormd door een combinatie van deze factoren. In die zin is dè Amsterdammer – en daarmee iedere Amsterdammer – per definitie divers.

In dit beleidskader wordt zowel gesproken over kunstwerken in de openbare ruimte als herdenkingsmonumenten. ‘Kunstwerken’ zijn in de meeste gevallen driedimensionale objecten die door een kunstenaar zijn ontworpen en die in de openbare ruimte zijn geplaatst. ‘Herdenkingsmonumenten’ zijn kunstwerken die tot doel hebben een persoon, een groep mensen of een gebeurtenis te herdenken. ‘Herdenkingsmonumenten’ zijn dus een specifiek soort kunstwerken. Niet elk kunstwerk is een herdenkingsmonument. Kunstwerken kunnen ook een andere thematiek verbeelden. Of in abstracte vorm een kunstwerk op zich zijn. Herdenkingsplaquettes, gedenktekens (bermmonumenten) en struikelstenen (Stolpersteine) rekenen we in relatie tot dit beleidskader niet tot de kunstwerken. Dit zijn ‘platte’, tweedimensionale herdenkingsuitingen, vaak aangebracht in de bestrating of aan de gevel van een gebouw. Dit is een aparte categorie waar andere uitgangspunten en plaatsingsvoorwaarden voor gelden.28 Herdenkingsmonumenten onderscheiden zich ook van rijks- en gemeentelijke monumenten. Deze laatste categorie heeft in de meeste gevallen betrekking op gebouwen met een bijzondere betekenis (qua architectuur of cultuurhistorie). Een rijks- of gemeentelijk monument is als zodanig door de overheid aangewezen en opgenomen in het Monumentenregister en heeft daarmee een beschermde status.

In een aantal gevallen in Amsterdam is een kunstwerk ook aangewezen als gemeentelijk monument: bijvoorbeeld het Homomonument aan de Westermarkt en de Poort van Constant in Nieuw-West.

28 Zie: Handboek Inrichting Openbare Ruimte: Richtlijn voor het aanbrengen van gedenktekens in de openbare

ruimte (hior.amsterdam.nl , 2021)

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041365/1