Bijlage 1 Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatie 2023-2026.pdf
Tekst van het document
Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026
Inhoud Inleiding .......................................................................................................................................................... 2 Ambitie 1. Antidiscriminatie: naar een stad waar je je vrij en beschermd voelt ............................................ 4 Doelstelling 1.1 Terugdringen van discriminatie en onderliggende vooroordelen .................................... 4 Bestuurlijke prioriteiten: ............................................................................................................................ 5 1.1.1 Bevorderen van de kennis over (de effecten) van discriminatie ......................................................... 5 1.1.2. Bevorderen van inlevingsvermogen en empathie bij mensen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren ......................................................................................... 5 1.1.3 Als gemeente zijn we normstellend, we dragen actief uit dat elke vorm van discriminatie onacceptabel is ........................................................................................................................................ 6 Doelstelling 1.2. Sterkere rol en positie voor de anti-discriminatievoorziening (ADV) .............................
6 Bestuurlijke prioriteiten: ............................................................................................................................ 7 1.2.1 Slachtoffers een luisterend oor, erkenning en praktische hulp bieden .............................................. 7 1.2.2. Effectief opvolging geven aan meldingen ....................................................................................... 7 Doelstelling 1.3. Bestrijden negatieve doorwerking van verleden in samenleving van nu ....................... 8 Bestuurlijke prioriteit: ................................................................................................................................ 8 1.3.1 Gedeeld eigenaarschap van het Amsterdamse koloniale verleden en doorwerking daarvan vergroten ................................................................................................................................................. 8 Verwachte activiteiten 2023-2024 ............................................................................................................ 9 Ambitie 2.
Emancipatie: naar een stad met ruimte om jezelf te zijn ............................................................11 Doelstelling 2.1 Ondersteunen van het zelf-organiserend en emanciperend vermogen in de stad, van individuen en organisaties die zich inzetten voor de emancipatie van verschillende groepen ................11 Bestuurlijke prioriteiten: ...........................................................................................................................11 2.1.1 Verbinden en faciliteren van emanciperende krachten. ...................................................................11 Doelstelling 2.2 Bevorderen van gelijkheid, met nadrukkelijke aandacht voor mensen in een kwetsbare positie ....................................................................................................................................................... 12 Bestuurlijke prioriteiten: .......................................................................................................................... 12 2.2.1 Bevorderen van gendergelijkheid in werk ...................................................................................... 12 2.2.2 Bevorderen van keuzevrijheid en zelfbeschikkingsrecht .................................................................13 Doelstelling 2.3 Betere representatie van en medezeggenschap voor alle Amsterdammers .................
14 Bestuurlijke prioriteiten: .......................................................................................................................... 14 2.3.1 Bevorderen van gelijkwaardige participatie en medezeggenschap ................................................. 14 2.3.2 Doorbreken van stereotype beeldvorming ..................................................................................... 15 Verwachte Activiteiten 2023-2024 .......................................................................................................... 17 Agenderend wethouderschap ...................................................................................................................... 19 Samenwerking met en financiering van maatschappelijke partners ........................................................... 21 Sluitende aanpak: samenspel preventie- en reactieve aanpak .................................................................... 22 Gebiedsgerichte samenwerking ................................................................................................................... 22 Sociale Basis ..................................................................................................................................................
23 Plan van Aanpak: Onderzoek, monitoring en evaluatie............................................................................... 24 Begroting voor 2023-2026 ............................................................................................................................. 26 Terminologie ................................................................................................................................................. 27
Pagina 1 van 32
Inleiding Diversiteit en inclusie bepalen het succes van Amsterdam. Maar helaas is de inclusieve stad nog geen werkelijkheid. Daarom heeft het Amsterdams college zich in het coalitieakkoord (2022-2026) en de visie Inclusie en Antidiscriminatiebeleid (2023-2026) “Amsterdam, een Stad uit Duizenden” gecommitteerd aan een stevig diversiteitsbeleid. Hiermee bouwt het college voort op de inzet van eerdere collegeperiodes. Dit beleidskader brengt focus aan in het beleid op basis van informatie uit een groot aantal gesprekken met Amsterdammers en (grassroots) organisaties, gesprekken met stadsdelen en stadsgebied Weesp, kennissessies met experts en ervaringsdeskundigen, actieonderzoeken, verschillende akkoorden123, de nieuwste inzichten uit onderzoek, en formele adviezen vanuit het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissies van de stadsdelen en stadsgebied Weesp. Het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid richt zich op: het versterken van emanciperende krachten en het bestrijden van discriminatie tegen groepen in de samenleving die structureel zijn en worden buitengesloten, of worden benadeeld op basis van gedeelde persoonskenmerken. Zoals de visie beschrijft, moet er nog hard aan een inclusieve stad worden gewerkt.
Dit blijkt onder andere uit de (actie)onderzoeken naar verschillende vormen van discriminatie die in de afgelopen twee jaar zijn uitgevoerd, cijfers uit andere onderzoeken zoals de “beleidsmonitor Diversiteit” 4, data van het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam en uit onze burgermonitor5, en de legio incidenten die nog altijd in Amsterdam plaatsvinden. Mensen hebben geen gelijke kansen6 en veel Amsterdammers hebben te maken met discriminatie en achterblijvende emancipatie. De huidige crises in ons land - als gevolg van onder andere de coronapandemie, de hoge inflatie en ontwikkelingen elders zoals de oorlog in Oekraïne en de oorlog tussen Israël en Hamas hebben een weerslag op onze stad. Verschillen zijn gegroeid, het vertrouwen in de overheid neemt af, mensen trekken zich terug in hun eigen bubbel, gunnen elkaar minder, zijn huiveriger voor ‘de ander’ en ervaren toegenomen polarisatie wat het risico op vooroordelen, discriminatie en uitsluiting vergroot. Zo zien we dit ook in de toegenomen discriminatie van moslims en voorvallen van antisemitisme als gevolg spanningen in de stad door de oorlog tussen Hamas en Israël.
Mensen voelen zich niet overal veilig5, voelen zich (te) vaak in de steek gelaten en hebben behoefte aan plekken waar men terecht kan voor steun vanuit de groep waar iemand zich onderdeel van voelt, of waar juist ontmoeting en verbinding plaatsvindt met mensen met allerlei verschillende achtergronden en levensovertuigingen. Daarom blijft het college investeren in inclusie, antidiscriminatie en emancipatie. Met het visiedocument “Amsterdam, een Stad uit Duizenden” is een eerste stap gezet richting een meer samenhangend Inclusie en Antidiscriminatiebeleid. Hierin is op hoofdlijnen beschreven hoe het college wil toewerken naar een inclusievere stad waarin iedere Amsterdammer de ruimte heeft om zichzelf te zijn, en zich vrij en beschermd voelt. Dat doen we langs twee sporen, twee zijden van dezelfde medaille. Enerzijds door discriminatie te bestrijden en preventief de voedingsbodem hiervoor weg te nemen, anderzijds door emancipatie te bevorderen en emanciperende initiatieven in onze stad te ondersteunen. Langs deze twee lijnen richt onze inzet zich met name op normstellen, agenderen en faciliteren.
- Normstellen: het signaal dat wij als gemeente geen enkele vorm van discriminatie accepteren - Agenderen: het op de agenda zetten van onderbelichte thema’s - Faciliteren van individuen/organisaties/bewegingen in de stad Voor het tegengaan van discriminatie op maatschappelijk niveau is bevordering van empathie en bestrijding van vooroordelen en stereotypen vereist om de voedingsbodem voor discriminatie weg te 1
Regenboog Stembusakkoord 2021 Uitgangspunten voor het Amsterdams Islamitisch Akkoord 2022 3 Amsterdams Joods Akkoord 2018 4 Beleidsmonitor Diversiteit 2022. 5 Amsterdamse Burgermonitor 2021. 6 Factsheet Diversiteit en Inclusie: Commissie Kunst Diversiteit en Democratisering 2021. 2
Pagina 2 van 32
nemen (preventie). Rondom incidenten van discriminatie is het strafrecht onmisbaar bij het geven van opvolging aan aangiftes van discriminatie. De politie en het Openbaar Ministerie hebben een cruciale taak in het opsporen en vervolgen van daders. Voor een sluitende aanpak in het bestrijden van discriminatie is het van belang dat straffen en voorkomen goed op elkaar zijn afgestemd. Het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid is er voor alle Amsterdammers, en daar waar nodig kiest het college voor extra of specifieke inzet op groepen die bijzondere aandacht behoeven. In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen generieke en specifieke activiteiten. Hiervoor focust het college op groepen in de samenleving die structureel zijn en worden buitengesloten, niet in gelijkwaardigheid kunnen deelnemen aan de maatschappij, of worden benadeeld op basis van gedeelde persoonskenmerken. Onze aandacht gaat in het bijzonder uit naar de zwarte, joodse, moslim-, Aziatische en lhbtiq+ gemeenschappen, vrouwen en personen met een (functie)beperking, zoals ook benoemd in het coalitieakkoord. Met deze focus beoogt het college daadwerkelijk impact te maken in onze stad met de beperkte middelen en capaciteit die beschikbaar zijn.
Dit neemt dus niet weg dat ook oog is voor aandachtspunten bij andere gemeenschappen, zoals Roma en Sinti, en zij dus ook doelgroep van het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid zijn. Hoewel we spreken over groepen en gemeenschappen, werken we voor en met individuen. Hierbij is het van belang op te merken dat individuen een of meerdere kenmerken kunnen bezitten op basis waarvan ze gediscrimineerd worden, en op basis waarvan ze zich mogelijk verenigen in het streven naar een gelijkwaardige plek in de maatschappij. Een mens is dus nooit in één groep te ‘vangen’ en er is dus altijd sprake van intersectionaliteit. In de uitvoering van het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid streeft het college er altijd naar dat recht wordt gedaan aan diversiteit binnen gemeenschappen en aan de intersectionaliteit van personen. In dit beleidskader bouwt het college voort op het visiedocument “Amsterdam, een Stad uit Duizenden”. Per ambitie, zoals beschreven in het visiedocument, zijn drie doelstellingen geformuleerd. Deze doelstellingen zijn nader beschreven en vervolgens gespecificeerd in beleidsprioriteiten. Daarin staat op hoofdlijnen beschreven hoe we deze doelstellingen willen realiseren en welke focus we hierin aanbrengen. Om inzicht te geven in wat we dan doen in de stad, is een uitvoeringsagenda opgesteld met verwachte activiteiten voor 2023-2024.
De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks geactualiseerd omdat dit beleidskader een meerjarige aanpak presenteert en het college wil kunnen blijven inspelen op de actualiteiten. De opgaven in de stad op het gebied van antidiscriminatie en inclusie vereisen inzet van het gehele college en daarmee de hele gemeente. De afdeling Diversiteit brengt het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid tot stand en werkt voor de uitvoer hiervan samen met verschillende directies, stadsdelen en stadsgebied Weesp en maatschappelijke partners in de stad. Het beleidskader beschrijft hoe deze samenwerking met de stadsdelen en stadsgebied Weesp is vormgegeven op welke wijze zij werken aan hun gebiedsgerichte speerpunten en daarmee uitvoering geven aan de beleidsprioriteiten (p. 14-15). Verder geeft dit kader weer op welke wijze we samenwerken met maatschappelijke partners in de stad om ons Inclusie en Antidiscriminatiebeleid te realiseren. Antidiscriminatie en emancipatie spelen op vrijwel alle beleidsterreinen. Ook de andere directies en stadsdelen, hebben hierom de afgelopen periode hun rol gepakt en zullen dat blijven doen. Het college neemt met de visie en dit kader zijn verantwoordelijkheid om zich in te (blijven) spannen voor het bestrijden van discriminatie en bevorderen van emancipatie, binnen alle relevante beleidsterreinen.
Dat betekent dat er meer wordt gedaan dan zichtbaar is in de uitvoeringsagenda Inclusie en Antidiscriminatiebeleid. De wethouder Inclusie en Antidiscriminatiebeleid neemt een agenderende rol binnen het college in deze gedeelde verantwoordelijkheid voor het bestrijden van discriminatie en het bevorderen van emancipatie op andere beleidsterreinen.
Pagina 3 van 32
Ambitie 1. Antidiscriminatie: naar een stad waar je je vrij en beschermd voelt Amsterdam accepteert geen enkele vorm van discriminatie. Daar zijn we als stad met z’n allen verantwoordelijk voor. In deze stad worden slachtoffers gesteund, daders aangesproken en voelen omstanders zich medeverantwoordelijk om dit te doen. Als gemeente en als stad zijn we er voor iedereen die gediscrimineerd wordt. Het college zet in op het bestrijden van stereotypen en vooroordelen, en het bevorderen van kennis en inlevingsvermogen om discriminatie te voorkomen. Hiermee werken we toe naar maatschappelijke verandering op de langere termijn. Rondom incidenten van discriminatie is het strafrecht onmisbaar bij het voorkomen van herhaling. Discriminatie in de vorm van een uitings- of uitsluitingsdelict is verboden en strafbaar. De politie en het OM hebben een belangrijke taak en bevoegdheid bij het opsporen en vervolgen van daders. Om die reden wordt bij de aanpak van discriminatie de samenwerking opgezocht met veiligheidspartners. Dit proces wordt gecoördineerd door de afdeling Openbare Orde en Veiligheid en valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de burgemeester. Door samen te werken in de ontwikkeling en uitvoering van preventief en repressief beleid, zetten we in op een sluitende aanpak om discriminatie terug te dringen.
Zoals motie 412 van de leden Garmy, Kabamba, Bons, Khan, Bentoumya en Noordzij inzake “Aandacht voor de oorzaken van discriminatie” verzoekt, schenkt het college in het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid, naast het erkennen en adresseren van de ervaring van slachtoffers, ook aandacht aan de bron van het probleem. Zoals beschreven staat in onderstaande antidiscriminatiedoelstellingen en bijpassende beleidsprioriteiten (bijv. 1.1.2; 1.2.2; 1.3.1), richten we ons hierin op het wegnemen van de voedingsbodem van discriminatie. Ook vanuit de emancipatie-aanpak wordt hieraan bijgedragen (2.3.2). Bij de aanpak van discriminatie vindt het college het van belang dat mensen worden benaderd als individuen, die een veelheid aan overlappende identiteiten in zich dragen. Binnen één persoon kunnen bijvoorbeeld familiegeschiedenissen van onderdrukking en onderdrukker verenigd zijn. Ook kan een dader van discriminatie, in een andere situatie een slachtoffer hiervan zijn. Deze complexiteit wordt continu meegenomen en meegewogen in de aanpak. Het college beoordeelt discriminatie als gedraging en niet als de essentie van iemands zijn. Het college veroordeelt de daad, niet de persoon.
Zoals op pagina 17 staat beschreven werken we samen met het MDRA en Onderzoek & Statistiek aan het beter in kaart brengen van de impact van ons beleid en trends op het gebied van discriminatie en ervaren vrijheid en veiligheid in Amsterdam. In de beleidsmonitor Diversiteit worden indicatoren opgenomen om de resultaten inzichtelijk te maken van ons beleid gericht op het aanpakken van de bron van het probleem. Meer informatie over de beleidsmonitor is opgenomen in het hoofdstuk ‘Onderzoek, monitoring en evaluatie’. Hiermee beschouwt het college bovengenoemde motie (TA2023-000750) als afgehandeld.
Doelstelling 1.1 Terugdringen van discriminatie en onderliggende vooroordelen Om discriminatie en onderliggende vooroordelen terug te dringen zetten we vooral in op bewustwording en preventie. Het zichtbaar maken van de effecten van discriminatie op de medemens en in de samenleving, het wegnemen van de voedingsbodem voor discriminatie (stereotypen en vooroordelen) door in te zetten op inleving en empathie te bevorderen, en de norm stellen dat discriminatie in welke vorm dan ook onacceptabel is, zijn werkende mechanismen in het terugdringen van discriminatie. Dit is gebleken uit diverse onderzoeken van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) en Movisie die zijn samengevat in het rapport ‘Wat werkt bij het verminderen van discriminatie?’7.
7
Felten, H., & Broekroelofs, R, (2022) Wat werkt bij het verminderen van discriminatie.
Pagina 4 van 32
Bestuurlijke prioriteiten: 1.1.1 Bevorderen van de kennis over (de effecten) van discriminatie Om discriminatie en onderlinge vooroordelen terug te dringen richten we ons allereerst op het vergroten van kennis onder alle Amsterdammers over de effecten van discriminatie. Dit doen we door de impact en gevolgen ervan voor individuen, groepen/gemeenschappen en de maatschappij te laten zien. Hierbij hechten we belang aan de representatie van Amsterdammers in al hun verscheidenheid. Daarnaast bieden we handelingsperspectieven om discriminatie en racisme te herkennen, bestrijden, en bij te dragen aan een inclusievere samenleving. Binnen deze prioriteit is in het bijzonder aandacht voor het stimuleren van intergenerationele samenwerking en daarmee bijvoorbeeld de inclusie van de eerste generatie migranten in onze stad. Op deze manier willen we ervoor zorgen dat het beleid er voor iedereen is en waarborgen dat geen groep naar de achtergrond verdwijnt.
1.1.2. Bevorderen van inlevingsvermogen en empathie bij mensen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren Uit diverse onderzoeken blijkt dat er naar bepaalde groepen in Nederland, een negatieve houding bestaat. Over de aandachtsgroepen in het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid laat (waar mogelijk, recent) onderzoek onder meer zien: - In een steekproef onder 3.792 Nederlandse jongeren gaf iets meer dan 30 procent van de jongens aan negatief tot zeer negatief te denken over moslims. Van de meisjes dacht in dezelfde steekproef 15 procent negatief over moslims8. - Recentelijk onderzoek naar antisemitisme in het Nederlands voortgezet onderwijs laat zien dat 42% van de docenten in 2022 getuige was van antisemitisme voorvallen in de klas9. - 15 procent van de inwoners van Amsterdam heeft er moeite mee als ze twee mannen handin-hand zien lopen10. - 14 procent van de inwoners van Amsterdam gaat liever niet om met mensen die niet duidelijk man of vrouw zijn11. - Van de Caraïbische en de Surinaamse Amsterdammers heeft 32% in 2022 discriminatie ervaren.12 - Het grootste deel van de Nederlandse bevolking van 16 jaar of ouder vindt dat vrouwen in deeltijd zouden moeten werken, ook als ze geen jonge kinderen hebben. 33% van de Nederlanders vond in 2022 dat moeders met een kind van 0-4 maximaal 1 dag in de week zou moeten werken.
83% vindt de ideale arbeidsduur voor deze moeders maximaal 3 dagen in de week. Voor kinderen in de basisschoolleeftijd wordt een werkweek van maximaal 3 of 4 dagen als ideaal gezien. De meesten Nederlanders vinden dat vaders vier (met een kind van 0-4 jaar) of vijf (met een kind in de basisschoolleeftijd) dagen per week zouden moeten werken.13 - Er is geen recent onderzoek beschikbaar over anti-Aziatisch racisme. De laatste cijfers over anti-Aziatisch racisme in Nederland komen uit 2011 en betreffen specifiek Nederlanders met een Chinese afkomst. Een kwart van de Chinese Nederlanders gaf toen aan af en toe gediscrimineerd te worden.14 Organisaties die zich inzetten voor de emancipatie van Aziatische groepen in Nederland, en tegen anti-Aziatisch racisme zoals Pan Asian Collective en Asian Raisins stellen net als het KIS vast dat anti-Aziatisch racisme in Nederland sinds de corona-epidemie is toegenomen in ernst en omvang. 8
Van Wonderen, R., & van Kapel, M. (2017). Oorzaken en triggerfactoren moslimdiscriminatie in Nederland. Panteia (2023). Antisemitisme in het voortgezet onderwijs. Een survey-onderzoek voor de Anne Frank Stichting 10 Burgermonitor Amsterdam 2021, Bureau Onderzoek en Statistiek 11 Idem 12 Veiligheidsmonitor Amsterdam 2022, Bureau Onderzoek en Statistiek 13 Emancipatiemonitor 2022, Centraal Bureau voor de Statistiek 14 Gijsberts, M., Huijnk, W. en Vogels, R. (2011). Chinese Nederlanders: van horeca naar hogeschool. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. 9
Pagina 5 van 32
-
Validisme is in Nederland nog weinig onderzocht. Het SCP voerde in 2021 een verkennend onderzoek uit naar de ervaringen van mensen met een lichamelijke (functie)beperking. In het eindrapport baseren onderzoekers zich op Amerikaans onderzoek om te stellen dat vooroordelen met betrekking tot personen met een lichamelijke of verstandelijke (functie)beperking overeen komen met elkaar en lijken op vooroordelen over ouderen: deze groepen worden vaak gezien als sympathiek, maar minder competent. Dit gaat vaak gepaard met een denigrerende houding.15
Vooroordelen zijn vaak de basis voor discriminatie en kunnen worden weggenomen door het vergroten van empathie en het inlevingsvermogen. Oprechte interesse in de ander en je verplaatsen in en meevoelen met de ander dragen bij aan het tegengaan van vooroordelen en discriminatie. Type interventies die hierbij horen zijn bijvoorbeeld ontmoetingen en de dialoogbijeenkomsten die worden uitgevoerd naar aanleiding van het initiatiefvoorstel ‘Bekend maakt bemind’16 van de leden Khan en Garmy en de hieruit voortvloeiende motie17. Dit initiatiefvoorstel roept het college ertoe op ontmoeting en verbinding tussen verschillende groepen Amsterdammers te faciliteren. De motie vraagt om versnelling in de uitvoering om stigmatiserende discoursen naar aanleiding van de oorlog tussen Israël en Hamas tegen te gaan.
1.1.3 Als gemeente zijn we normstellend, we dragen actief uit dat elke vorm van discriminatie onacceptabel is Als gemeente stellen we de norm dat elke vorm van discriminatie onacceptabel is. We spreken daders aan en sporen omstanders aan om zich uit te spreken. Uit onderzoek van het KIS en Movisie blijkt dat bewustwording creëren niet werkt bij groepen die niet intrinsiek gemotiveerd zijn om niet te discrimineren. Bij deze groep werkt het beter wanneer zij gemotiveerd worden vanuit de sociale norm binnen hun ‘groep’ of omgeving (zoals klasgenoten, collega’s, stadsgenoten). Wanneer ze merken dat anderen om hen heen discriminatie afkeuren, dan gaan ze minder discrimineren 18192021. Om deze reden zijn we normstellend. Hierin werken we onder andere samen met afdeling Onderwijs om stereotypering en discriminatie tegen te gaan vanuit het Amsterdams burgerschapsbeleid (Amsterdammerschap in het onderwijs 2023-2027).
Doelstelling 1.2. Sterkere rol en positie voor de anti-discriminatievoorziening (ADV) Op grond van de Wet Gemeentelijke anti-discriminatievoorzieningen (WGA) zijn gemeenten verplicht hun inwoners toegang te bieden tot een anti-discriminatievoorziening (ADV). Voor Amsterdam is via een verordening22 bepaald dat dit het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA) is. Het MDRA is een onafhankelijke stichting die in opdracht van de gemeente twee wettelijk voorgeschreven kerntaken uitvoert: 15
Vermeij, L. en Hamelink, W. (2021). Lang niet toegankelijk. Ervaringen van Nederlanders met een lichamelijke beperking als spiegel van de Nederlandse samenleving. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. 16 Initiatiefoorstel ’Bekend maakt bemind’ van de leden Garmy en Khan. 17 Motie 576 van de leden Khan, Garmy, Veldhuyzen, Bouhassani, Bentoumya, Kabamba, Bakker Lust en Havelaar inzake het per direct opstarten van de dialoog tussen de geraakte gemeenschappen door het Israëlisch-Palestijns conflict 18 Bennett, J. E., & Sekaquaptewa, D. (2014). Setting an egalitarian social norm in the classroom: Improving attitudes towards diversity among male engineering students. Social Psychology of Education, 17, 343-355. 19 Munger, K. (2017). Tweetment effects on the tweeted: Experimentally reducing racist harassment. Political Behavior, 39, 629-649. 20 Carnaghi, A., & Yzerbyt, V. Y. (2006). Social consensus and the encoding of consistent and inconsistent information: When one's future audience orients information processing. European journal of social psychology, 36(2), 199-210. 21 Sechrist, G. B., & Milford, L. R. (2007). The influence of social consensus information on intergroup helping behavior. Basic and Applied Social Psychology, 29(4), 365-374. 22 Amsterdam. (2016, January 3). Verordening Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam. Lokale Wet- En Regelgeving.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR394338/1
Pagina 6 van 32
1. het verlenen van onafhankelijke bijstand en advies bij discriminatieklachten 2. het registreren van klachten over discriminatie. Hulp aan slachtoffers van discriminatie en de registratie is van groot belang. Om discriminatie terug te dringen is het ook nodig om - samen met een groot aantal ketenpartners - opvolging te geven aan de meldingen en daardoor discriminatie een halt toe te roepen (zie bij 1.2.2.) Hiervoor willen we het MDRA verder versterken.
Bestuurlijke prioriteiten: 1.2.1 Slachtoffers een luisterend oor, erkenning en praktische hulp bieden Het MDRA registreert klachten over discriminatie en biedt slachtoffers een luisterend oor, geeft hun erkenning en/of biedt praktische hulp zoals bemiddeling of hulp bij het doen van een aangifte. Het werk dat het MDRA verricht is niet alleen belangrijk voor de slachtoffers van discriminatie, maar ook om discriminatie in de toekomst tegen te gaan. Door opvolging te geven aan de melding – bij de organisatie waar het plaats heeft gevonden – kan het MDRA het verschil maken in Amsterdam. Uit de Amsterdamse beleidsmonitor Diversiteit van 202223 bleek dat slechts 8% van degenen die afgelopen 12 maanden discriminatie hebben ervaren, daarvan melding hebben gemaakt. Het vaakst gaat het om melding bij de politie (38% van de meldingen) of bij de betreffende organisatie (24%). Daarna zijn de werkgever (13%) of het MDRA (Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam, 12%) het vaakst genoemd. Ook wist 16% van de mensen die discriminatie hebben ervaren niet dat het mogelijk was om melding van de ervaren discriminatie te doen. Dit beeld wordt bevestigd in diverse actie-onderzoeken die in de vorige collegeperiode door de gemeente zijn uitgevoerd (o.a.
naar moslimdiscriminatie, antisemitisme en antizwart racisme) waaruit bleek dat mensen onvoldoende weten dat ze bij het MDRA terecht kunnen, of waarvoor. Om onze wettelijke taken goed uit te voeren en meer zicht te krijgen op de ervaren discriminatie in onze stad is het van essentieel belang dat mensen weten dat ze melding kunnen maken van discriminatie en waarvoor ze bij het MDRA terecht kunnen. Om hieraan bij te dragen zorgen we dat de bekendheid van het MDRA groter wordt, door onder andere samenwerking met andere instanties waar meldingen worden gedaan verder te verbeteren. Het MDRA had een samenwerking met het Transhuis om de laagdrempeligheid van melden van discriminatie van trans personen te bevorderen. Deze samenwerking is sinds de corona-periode op een laag pitje komen te staan. De verbinding tussen beide organisaties en tussen het MDRA en het in 2024 te openen Regenbooghuis zal worden aangemoedigd. Een andere wijze waarop we de zichtbaarheid van het MDRA in de stad vergroten is door campagnes en door aanwezigheid van het MDRA bij evenementen. De stadsdelen worden hier actief bij betrokken; oa door het MDRA presentaties te laten geven aan de stadsdeelcommissies. Ook wordt de voorziening onder de aandacht gebracht bij onder meer groepen die vaker te maken krijgen met discriminatie, zoals statushouders.
Dat gebeurt via bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk, het COA en onze gemeentelijke klantbegeleiders, zodat zij op de hoogte zijn van de mogelijkheden en meerwaarde om discriminatie te melden. Hiermee beschouwt het college motie 401 van de leden Koyuncu, Garmy, Bakker, Kabamba, Bentoumya en Noordzij inzake “Informeer statushouders over het MDRA” als afgehandeld.
1.2.2. Effectief opvolging geven aan meldingen Hoe belangrijk het bieden van hulp aan slachtoffers van discriminatie en het monitoren en zichtbaar maken van discriminatie in de stad ook is, daarmee lossen we het probleem nog niet op. We willen niet alleen de slachtoffers helpen, we willen ook toekomstige slachtoffers voorkomen. Het effectief opvolging geven aan meldingen boven op de wettelijke taken is daarom voor dit college essentieel. Vanuit de wettelijke taak biedt het MDRA hulp aan personen 23
Gemeente Amsterdam, Onderzoek, Informatie en Statistiek (2022), Beleidsmonitor Diversiteit
Pagina 7 van 32
die discriminatie hebben ervaren. De hulpvraag van de melder is hierin leidend. Soms is een gesprek met de dader en een excuus voor de melder voldoende. Maar in een aantal gevallen is ook hulp gewenst om het incident te doen opvolgen met een strafrechtelijke of civiele procedure. Dit type hulp biedt het MDRA binnen de huidige opdracht, maar door de manier waarop de samenwerking met ketenpartners nu is ingericht en door de brede inzet op slachtoffers een luisterend oor bieden, kunnen zij dit soort trajecten minder effectief uitvoeren dan gewenst. Om effectief opvolging te geven aan meldingen richting strafrechtelijke en civiele procedures is een uitbreiding van de opdracht aan het MRDA nodig. In samenwerking met ketenpartners zoals het OM, politie en reclassering kan met voorlichting, ondersteuning en rapporteren een gerichte aanpak worden ontwikkeld. De Diversiteitsmonitor24 laat zien dat ruim de helft (56%) van diegenen die discriminatie hebben ervaren en dit niet hebben gemeld, geen melding van het voorval maakten omdat ze denken dat melden geen zin heeft. Met de hierboven beschreven aanpak hoopt het college door zichtbaarder te maken dat discrimineren weldegelijk consequenties heeft voor daders, de meerwaarde van het maken van een melding en dus de meldingsbereidheid te vergroten.
Hiermee wordt de positie van het MDRA en daarmee de slagkracht in het tegengaan van discriminatie, vergroot .
Doelstelling 1.3. Bestrijden negatieve doorwerking van verleden in samenleving van nu Met doorwerking van het slavernij- en koloniale verleden verwijzen we naar de negatieve impact die beide tot de dag van vandaag hebben op de Nederlandse samenleving. Omdat niet iedereen hiervan overtuigd is, willen we kennis over doorwerking vergroten. Om doorwerking te bestrijden in Amsterdam willen we bewerkstelligen dat alle Amsterdammers zich kunnen herkennen in de brede geschiedenis van de stad, waaronder specifiek het koloniale en slavernijverleden. Dit betreft het brede Nederlandse koloniale en slavernij verleden in zowel het westen, oosten, als het zuiden. De geschiedenissen van onder meer contractarbeid, slavernij op de Molukken, in Suriname en Zuid-Afrika zijn verbonden aan de stad en zijn daardoor geschiedenissen van alle Amsterdammers.
Bestuurlijke prioriteit: 1.3.1 Gedeeld eigenaarschap van het Amsterdamse koloniale verleden en doorwerking daarvan vergroten Door gedeeld eigenaarschap van het Amsterdamse koloniale verleden en de doorwerking hiervan te vergroten, creëren we meer empathie. Wanneer Amsterdammers zich beter kunnen inleven in de gedeelde koloniale- en slavernijgeschiedenis, kunnen ze zich ook beter inleven in de positie van personen die door deze geschiedenis zijn achtergesteld. Wanneer mensen zich beter kunnen inleven zijn ze vaker en meer gemotiveerd om gezamenlijk de negatieve doorwerking van het koloniale- en slavernijverleden te beperken. Inzetten op empathie om vooroordelen weg te nemen is een werkend mechanisme in het bestrijden van discriminatie25 .
24 25
Gemeente Amsterdam, Onderzoek, Informatie en Statistiek (2022), Beleidsmonitor Diversiteit Felten, H., & Broekroelofs, R, (2022) Wat werkt bij het verminderen van discriminatie.
Pagina 8 van 32
Verwachte activiteiten 2023-2024 Hieronder is een overzicht te vinden met de verwachte activiteiten in 2023 -2024 op het gebied van antidiscriminatie. De activiteitenagenda voor 2025-2026 wordt in 2024 gemaakt. Een tweejaarlijkse activiteitenagenda zorgt ervoor dat we wendbaar blijven en kunnen inspelen op actualiteiten en veranderingen in de stad die van invloed kunnen zijn op onze beleidsprioriteiten. Nr. 1
3
4 5
6
7
8
9
10
11
12
26
Activiteit We ontwikkelen een 2-jaarlijkse discriminatiemonitor die wordt opgesteld door O&S in samenwerking met het MDRA. De monitor wordt breed gedeeld via de gemeentelijke communicatiekanalen en specifiek met organisaties en groepen die zich richten op het bestrijden van discriminatie We subsidiëren de alliantie ´Bevorderen van de kennis over (de effecten van) discriminatie´ voor de duur van 2 jaar op basis van de subsidieregeling ´Allianties inclusie en antidiscriminatie 2024-2025´. We maken een doorontwikkeling van de Website Eerste Hulp Bij Discriminatie. We stellen een Plan van Aanpak Moslimdiscriminatie op, als uitwerking van de aanbevelingen uit het actieonderzoek Moslimdiscriminatie en het Islamitisch akkoord. We laten een actieonderzoek gericht op anti-Aziatisch racisme uitvoeren, na afronding van het onderzoek worden acties ingezet op basis van de aanbevelingen. We laten een actieonderzoek gericht op validisme uitvoeren, waarbij ook aandacht wordt gegeven aan neurodiversiteit. Na afronding van het onderzoek worden acties ingezet op basis van de aanbevelingen. We ondersteunen vanuit de preventieve kant de aanpak anti-lhbtiq+ geweld, dat valt onder verantwoordelijkheid van de burgemeester.
We subsidiëren de alliantie ´Bevorderen van inlevingsvermogen en empathie´ voor de duur van 2 jaar op basis van de subsidieregeling ´Allianties inclusie en antidiscriminatie 2024-2025’. We faciliteren ontmoetingen en dialoogbijeenkomsten in de stad, tussen groepen met verschillende culturele achtergronden en uit verschillende levensbeschouwelijke stromingen. Hiermee geven we uitvoering aan het initiatiefvoorstel ‘Bekend maakt bemind’26 van de leden Khan en Garmy en de hieruit voortvloeiende motie. We lanceren een campagne, waarbij we ons net als in de voorgaande bestuursperiode richten op omstanders die voor hun mede Amsterdammers opkomen wanneer die gediscrimineerd worden. We zetten in op projecten waarbij Amsterdammers of organisaties geëerd worden omdat zij als omstander ingrepen of als organisatie zich op een effectieve
Prioriteit 1.1.1
Jaar 2023
1.1.1
2024/2025
1.1.1
2023/2024
1.1.1
2023/2024
1.1.1
2023/2024
1.1.1
2023/2024
1.1.1
2023/2024
1.1.2
2024
1.1.2
2023/2024
1.1.3
2024
1.1.3, 2.3.1
2024
Initiatiefoorstel ’Bekend maakt bemind’ van de leden Garmy en Khan.
Pagina 9 van 32
14
15
17
18
19
20
21
22
manier inzetten voor het tegengaan van discriminatie en bevorderen van inclusie. We inventariseren bestaande projecten met een award/uitreiking component en verkennen in hoeverre daar het criterium ‘bijdrage aan diversiteit en inclusie’ kan worden toegevoegd. We financieren het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA) voor het uitvoeren van de wettelijke taken. We verbreden de opdracht aan het MDRA zodat het MDRA, in samenwerking met ketenpartners, meer effectief opvolging kan geven aan meldingen richting strafrechtelijke en civiele procedures. We subsidiëren de alliantie ´Vergroten van een gedeeld eigenaarschap van het Amsterdamse (koloniale) verleden en de doorwerking´ voor de duur van 2 jaar op basis van de subsidieregeling ´Allianties inclusie en antidiscriminatie 2024-2025´. We maken een plan van aanpak voor herstel van de negatieve doorwerking van het slavernijverleden op het hedendaagse Amsterdam. Dit plan wordt gebaseerd op de aanbevelingen die worden gedaan naar aanleiding van gesprekken die in 2023 met verschillende groepen in de stad zijn gevoerd en op basis van wetenschappelijk onderzoek naar doorwerking. We volgen de landelijke wetenschappelijke onderzoeken die worden gedaan op het gebied van doorwerking van het slavernijverleden in het heden, en waar nodig vullen we deze aan door een expertmeeting.
We laten nog minimaal vier projecten uitvoeren in het kader van het Herdenkingsjaar Slavernijverleden. Deze projecten zijn gericht op kennisdeling, bewustwording en dialoog. We werken aan de totstandkoming van het Nationaal Slavernijmuseum waarbij na afronding van de participatie in 2023, gestart wordt met de tijdelijke programmering in 2024.
1.1.3, 2.3.1
2024
1.2.1
2023/2024
1.2.2
2023/2024
1.3.1
2024
1.3.1
2023/2024
1.3.1
2023/2024
1.3.1
2023/2024
1.3.1
2023/2024
Pagina 10 van 32
Ambitie 2. Emancipatie: naar een stad met ruimte om jezelf te zijn Als gemeente willen we de stad zo inrichten dat iedereen die vrijheid en gelijkheid zoekt, weet wat er allemaal mogelijk is en waar ze moeten zijn voor ondersteuning. Of je nou een nieuw collectief wilt vormen of je juist wilt ontworstelen aan een groep – de gemeente wil al deze Amsterdammers ondersteunen. Emancipatie is het streven naar en de ontwikkeling van gelijke rechten en een gelijkwaardige positie in de maatschappij van groepen vanuit een achtergestelde positie. Emancipatiebeleid in Nederland betreft traditioneel vrouwen en recenter een steeds verder uitgebreide groep uit de lhbtiq+ gemeenschap. Ook het Amsterdamse emancipatiebeleid richtte zich tot de afgelopen bestuursperiode op deze groepen. We breiden de ondersteuning voor emanciperende krachten in de stad in deze bestuursperiode uit met steun voor de aandachtsgroepen die in de visie Amsterdam: een stad uit duizenden aanvullend zijn benoemd: de Aziatische, islamitische, joodse en zwarte gemeenschap en mensen met een (functie)beperking. Individuen, groepen en organisaties die hun stem laten horen en zich inzetten voor meer gelijkheid, kunnen rekenen op de steun van de gemeente. Hiermee willen we bijdragen aan de kracht van netwerken van groepen die zich emanciperen, of zichzelf ‘empoweren’27, om maatschappelijke veranderingen teweeg te brengen.
Deze groepen weten zelf het beste wat ze willen, en hoe zij daar willen komen. De gemeente ondersteunt en faciliteert emancipatieprocessen, maar is hierin niet richtinggevend. Eigen regie is een essentieel aspect van emancipatie. Iedereen mag diens eigen lot bepalen en op een eigen manier emanciperen.
Doelstelling 2.1 Ondersteunen van het zelf-organiserend en emanciperend vermogen in de stad, van individuen en organisaties die zich inzetten voor de emancipatie van verschillende groepen Met deze prioriteit ondersteunen we de eigen inzet van groepen met een achtergestelde positie voor gelijke rechten en een gelijkwaardige positie in de maatschappij.
Bestuurlijke prioriteiten: 2.1.1 Verbinden en faciliteren van emanciperende krachten. Het college zet zich in om discriminatie tegen te gaan, en gelijkheid en emancipatie te bevorderen. Honderden organisaties en nog veel meer individuen zetten zich dagelijks in voor rechtvaardigheid en gelijke kansen. Dit zijn de emanciperende krachten die wij willen faciliteren om hun denk én doe kracht te bundelen rondom gedeelde doelen. We blijven ondersteuning bieden aan organisaties en netwerken die zich inzetten voor de emancipatie van vrouwen en lhbtiq+ personen, en breiden dit uit met steun voor organisaties die werken aan de emancipatie, of empowerment, van de Aziatische, islamitische, joodse en zwarte gemeenschap en mensen met een (functie)beperking.
27
Emancipatie en empowerment duiden op een vergelijkbare ontwikkeling, maar worden gebruikt in relatie tot en door andere groepen en soms ook in andere contexten. Het woord emancipatie wordt in Nederland doorgaans gehanteerd in relatie tot vrouwen en lhbtiq+ personen. Voor en door andere groepen wordt vaker gesproken over empowerment. We hanteren als definitie van empowerment, in navolging van het VerweyJonker Instituut: een proces waarin gewerkt wordt aan zelfversterking (‘empowering’), maar ook een gewenste toestand of uitkomst (‘empowered’). De gewenste uitkomst van empowerment is een samenleving waarin mensen gelijkwaardig zijn en eenieder goed tot zijn recht kan komen. Empowerment gaat dus om het wegwerken van achterstand.
Pagina 11 van 32
Daarom ondersteunen we als gemeente groepen die hun krachten willen bundelen, en bevorderen we verbinding en kennisuitwisseling. Met het verbinden van grassroots organisaties en initiatieven in onderlinge samenwerkingsverbanden met een gedeeld maatschappelijk doel, geven we invulling aan een faciliterende rol als gemeente en een regierol voor maatschappelijke organisaties in emancipatie-opgaven van de groepen die zij vertegenwoordigen. Evaluatie wijst uit dat deze werkwijze bijdraagt aan meer sturing op de gedeelde doelstellingen van maatschappelijke organisaties en overheid, en meer samenhang in de inzet rondom gedeelde doelen2829. Door de regie over de aanpak van emancipatie-opgaven bij de maatschappelijke organisaties te leggen, geven we invulling aan onze ambitie om groepen te ondersteunen op hun eigen manier te emanciperen. Zo worden er interventies door en voor specifieke groepen gecreëerd, gericht op empowerment van Amsterdammers die discriminatie, uitsluiting en/of achterstelling ervaren. Voorbeelden hiervan zijn de door gemeenschappen zelf geëxploiteerde safe spaces (Regenbooghuis, Transhuis), allianties inclusiviteit en antidiscriminatie (zie ook p. 13), het ServicePunt Emancipatie en de (koepel)organisaties die de Queer & Pride 2023 organiseren. Onze maatschappelijke partners vertegenwoordigen heel diverse gemeenschappen.
Binnen gemeenschappen bestaan verschillende emancipatie-behoeften en verschillende ideeën over wat emancipatie van de groep vraagt. Deze diversiteit is niet altijd in een overkoepelende strategie en gemeenschappelijke doelen te vangen. Denk hierbij aan de zwarte gemeenschap die bestaat uit verschillende groepen, maar ook de lhbtiq+ gemeenschap waarbinnen verschillende emancipatieprocessen en behoeften bestaan. Naast het faciliteren van samenwerkingsverbanden, maken we hierom ruimte voor op zich staande initiatieven van diverse (sub)doelgroepen die specifieke achterbannen en belangen vertegenwoordigen.
Doelstelling 2.2 Bevorderen van gelijkheid, met nadrukkelijke aandacht voor mensen in een kwetsbare positie Voor de wet is iedereen gelijk, maar sociale normen en structuren leiden in de dagelijkse levens van mensen tot ongelijke uitkomsten afhankelijk van hun gender(identiteit), geloof, culturele identiteit, uiterlijke kenmerken zoals huidskleur, seksuele oriëntatie en/of (functie)beperking. Deze ongelijkheid tekent zich af in alle domeinen van het leven. We onderscheiden onder andere economische (gelijke kansen en uitkomsten in het onderwijs en op de arbeidsmarkt), sociale (veiligheid en toegankelijkheid), gezondheids- (mentaal en fysiek welbevinden) en ongelijke representatie. Het college wil tegenwicht bieden aan bestaande structuren en normen die gelijke rechten en gelijkwaardigheid van gediscrimineerde groepen in de weg staan.
Bestuurlijke prioriteiten: 2.2.1 Bevorderen van gendergelijkheid in werk In te veel gezinnen (in het bijzonder in een traditionele samenstelling) zijn het de vrouwen die minder uur gaan werken en loon inleveren wanneer ze kinderen krijgen, maar tegelijkertijd de grootste lasten dragen bij het opvoeden van onze nieuwe generaties en bij het verlenen van (mantel)zorg aan de oudere generaties. Deze rolverdeling komt voort uit een sterke moederschapsideologie in Nederland, waarbij vrouwen als de beste zorgverleners en primair
28
Synergie in en met allianties, Verwey-Jonker Instituut (2020) Evaluatie Subsidieregeling ‘Diversiteit en inclusiviteit voor allianties Amsterdam 2021-2023’, Verweij-Jonker Instituut (2023) 29
Pagina 12 van 32
verantwoordelijken voor de kinderen worden gezien30. De vaderschapsideologie schrijft tegelijkertijd voor dat mannen de primaire kostwinnaar zijn in gezinnen waarin zowel een vader als moeder aanwezig is31. Vrouwen zijn mede hierdoor vaker niet-economisch zelfstandig dan mannen32. Dit leidt tot grotere armoede onder vrouwen. Bovendien kunnen vrouwen die financieel afhankelijk zijn van hun partner, minder makkelijk zelfstandig deelnemen aan de samenleving33. Dit kan en moet anders. Vrouwen moeten ook daadwerkelijk kunnen kiezen hoe zij hun tijd en talenten inzetten, en gelijke kansen hebben om economisch zelfstandig te zijn en een adequate levensstandaard te hebben. Daarom heeft het college aandacht voor een gelijkere verdeling van zorg en arbeid. Hierbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor vrouwen in een kwetsbare positie, in het bijzonder voor vrouwen die niet of praktisch zijn opgeleid. In het streven van het college naar gendergelijkheid (in werk) is aandacht voor de rol van mannen een integraal onderdeel; de emancipatie van mannen en jongens is nodig voor de emancipatie van meisjes en vrouwen. Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis Atria raadt aan juist in te zetten op normverandering bij mannen, omdat zij zich meer dan vrouwen laten leiden door normen in hun professionele keuzes. Er bestaat een sterke norm onder mannen om voltijds te werken.
Dit heeft als gevolg dat nog steeds minder dan 10% van de vaders structureel minder gaat werken na de komst van een kind, terwijl de meesten ouders werk en zorg gelijk willen verdelen en 20% van alle mannen aangeeft minder uur te willen werken34. Ook arbeidsmarktdiscriminatie - zoals zwangerschapsdiscriminatie, ongelijke beloning en ongelijke promotiekansen voor mannen en vrouwen - draagt bij aan de gemiddeld zwakkere economische positie van vrouwen35. Hiervoor hebben we aandacht met activiteiten gericht op antidiscriminatie, waar het MDRA een belangrijke rol in heeft, en vanuit de aanpak arbeidsmarktdiscriminatie die het college op dit moment herijkt.
2.2.2 Bevorderen van keuzevrijheid en zelfbeschikkingsrecht Zelfbeschikking is het recht op zelfstandigheid en het maken van eigen keuzes. Amsterdammers hebben het recht om keuzes over hun eigen leven te maken, bijvoorbeeld over werk, partnerkeuze, leefvorm, het eigen lichaam en religie. Zelfbeschikking wordt door mensenrechtenorganisatie Amnesty International beschouwd als een grondslag voor mensenrechten, maar is helaas niet vanzelfsprekend. Binnen deze prioriteit brengen we focus aan op de aandachtsgroepen vrouwen en lhbtiq+ personen. Patriarchale normen en heter0normatieve opvattingen belemmeren de vrijheid van vrouwen en lhbtiq+ personen. In de extreemste gevallen worden vrijheden zover ingeperkt dat vrouwen niet mogen beslissen over hun eigen zwangerschap, transpersonen niet mogen beslissen over hun eigen genderexpressie, en zowel vrouwen als lhbtiq+ personen niet zelf mogen beslissen over met wie zij samenleven36. Amsterdam blijft organisaties ondersteunen die zich inzetten voor het behoud van verworven vrijheden en het bestrijden van onvrijheden voor vrouwen en lhbtiq+ personen. Hierbij gaat het college uit van ieders eigen lichamelijke integriteit.
30
Doorne-Huiskes, A. van & Doorten, I. (2011). The complexity of parenthood in modern societies. In: Beets, G., Schippers, J. & Te Velde, E. (eds.). The future of motherhood in western societies. Late fertility and its consequences. Dordrecht, Heidelberg, London, New York, Springer, 107-124. 31 Vrij om te kiezen? Genderstereotypen en de levensloop | Combinatie zorg en werk. Atria, 24-5-2022 32 Emancipatiemonitor 2022, Centraal Bureau voor de Statistiek 33 Hoe gender(on)gelijk is Nederland? Vrouwen in armoede. College voor de Rechten van de Mens, 14-12-2022 34 Emancipatiemonitor 2022 35 Hoe gender(on)gelijk is Nederland? Vrouwen in armoede. College voor de Rechten van de Mens, 14-12-2022 36 KIS, 2022
Pagina 13 van 32
Een voorwaarde voor (keuze)vrijheid en zelfbeschikking is veiligheid. Hier liggen opgaven voor zowel het sociaal als het ruimtelijk domein, die vanuit diverse portefeuilles, waaronder in het bijzonder Openbare Orde en Veiligheid (OOV), en zowel vanuit de centrale stad als in de stadsdelen worden opgepakt. Op het gebied van veiligheid van lhbtiq+ personen in de openbare ruimte is in 2022-2023 het Actieplan anti-lhbtiq+ geweld ontwikkeld. De doorontwikkeling hiervan is opgenomen onder doelstelling 1.1.1 van het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid. Hiernaast wordt in samenwerking met OOV en andere betrokken portefeuilles onderzocht hoe vanuit het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid met preventie kan worden bijgedragen aan de sociale veiligheid van meisjes, vrouwen en lhbtiq+ personen in de openbare ruimte. Sociale veiligheid gaat over het verlagen van de kans op het plaatsvinden van feitelijke intimidatie en (seksueel) geweld en het vergroten van het gevoel van veiligheid. Onder deze prioriteit valt ook het toewerken naar structurele gelijke rechtstoegang voor alle vrouwen, waarbij we bijzondere aandacht hebben voor vrouwen in een kwetsbare positie. Hiermee bouwen we voort op de Vrouwenrechtswinkels die in de vorige bestuursperiode zijn opgericht.
Doelstelling 2.3 Betere representatie van en medezeggenschap voor alle Amsterdammers Iedere Amsterdammer is mede-eigenaar van deze stad en moet mede kunnen bepalen hoe die eruitziet. Iedere Amsterdammer moet zichzelf kunnen herkennen op allerlei posities en wezenlijk de kans krijgen om zelf ook zo’n positie te bekleden. Hiermee baseert het college zich op het principe ‘you can't be what you can't see’: als je jezelf niet in een rol gerepresenteerd ziet, kan je jezelf je ook niet in die rol voorstellen en zal je minder geneigd zijn dit na te streven.37 Deze doelstelling richt zich op gelijkwaardige toegang tot allerlei posities, gelijke toegang tot invloed en gelijkwaardige representatie in de verhalen die verteld worden over (de geschiedenis van) onze samenleving.
Bestuurlijke prioriteiten: 2.3.1 Bevorderen van gelijkwaardige participatie en medezeggenschap Hiervoor is het belangrijk dat iedereen de kans krijgt om mee te denken en praten over hun stad: Om te zorgen dat iedere Amsterdammer zich herkent in ons beleid zorgen we dat we Amsterdammers in al hun diversiteit betrekken in de ontwikkeling hiervan. Het college vindt het belangrijk dat ook andere dan de gebruikelijke perspectieven aan bod komen. We willen eraan bijdragen dat juist die groepen die minder de mogelijkheid hebben invloed uit te oefenen, gelijkwaardig kunnen bijdragen aan de stad. Bovendien is gelijkwaardige medezeggenschap een randvoorwaarde in de uitvoering van al het inclusie en antidiscriminatiebeleid. Vanuit de agenderende rol van de wethouder inclusie en antidiscriminatiebeleid wordt in samenwerking met de portefeuille Personeel en Organisatie (programmateam Inclusie en Diversiteit) een handreiking opgesteld voor inclusieve participatie in de ontwikkeling en evaluatie van al het gemeentelijk beleid. In het streven naar toegankelijke participatie voor alle Amsterdammers wordt ook aansluiting gezocht bij het participatiebeleid en de portefeuille Democratisering.
37
Het adagium ‘you can’t be what you can’t see’ werd geintroduceerd door de Amerikaanse burger- en kinderrechtenactivist Marian Wright Edelman en duidt op het belang van representatie in de emancipatie van achtergestelde groepen.
Pagina 14 van 32
2.3.2 Doorbreken van stereotype beeldvorming Het college spant zich in voor een gelijkwaardige samenleving waarin het van belang is dat iedereen gelijke kansen heeft, en dat dit zich vertaalt in een representatieve verdeling van invloedrijke posities. Hierbij zetten we op het bestrijden van de onderliggende factoren stereotypering, vooroordelen en – in het bijzonder - een gebrek aan rolmodellen. Representatie gaat ook over wiens verhalen gezien en gehoord worden. We hechten groot belang aan het betrekken van rolmodellen die Amsterdammers in al hun verscheidenheid representeren waaronder rolmodellen uit verschillende levensbeschouwelijke stromingen die vanwege hun sleutelpositie veel Amsterdammers kunnen bereiken en sociale normen van wederzijds respect, gelijkwaardigheid en inclusie kunnen versterken. Stereotypen en vooroordelen vormen een voedingsbodem voor discriminatie en ongelijkheid. Een vaak aangehaald experiment dat de verregaande effecten van negatieve vooroordelen ten opzichte van bepaalde groepen aantoont, is het ‘poppenonderzoek’ van Kenneth en Mamie Clark uit de jaren dertig van de vorige eeuw. In dit experiment werd aangetoond dat zwarte kinderen negatieve denkbeelden over zwarte Amerikanen al op jonge leeftijd hadden geïnternaliseerd.
Kinderen kregen de keus om te spelen met een pop met een lichte huidskleur en een pop met een donkere huidskleur waarna hen vragen werden gesteld. Veruit de meeste (zwarte) kinderen hadden meer positieve gevoelens voor de witte pop dan voor de zwarte pop. Dit onderzoek is nog vaak herhaald en recent in Nederland nagebootst in zowel wetenschappelijk onderzoek, van Armine Stepanyan, als in de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. Deze testen bevestigden de voorkeur voor poppen met een lichte huidskleur. Hiermee werd onder andere aangetoond dat vooroordelen al op jonge leeftijd invloed hebben op het zelfbeeld van kinderen. Met het bestrijden van vooroordelen, bestrijden we ook de negatieve gevolgen van internalisering van negatieve beeldvorming rondom bepaalde groepen en/of kenmerken in de maatschappij. Ook de raad onderschrijft het belang van het tegengaan van stereotypen en vooroordelen en eenzijdige beeldvorming. Zoals raadsleden Khan en Garmy in hun motie 626 “inzake campagne om joden en moslims een gezicht te geven” aangeven, is het van belang om persoonlijke gezichten te verbinden aan de beeldvorming rondom groepen om vijandige beeldvorming te bestrijden. Opvattingen over groepen worden genuanceerder wanneer mensen meer bekend zijn met de individuele leden van die groep, en daarmee met de diversiteit die er binnen groepen bestaat.
Genderstereotypen zijn de basis voor maatschappelijke normen over de rollen die de verschillende genders in de maatschappij ‘mogen’ innemen. Culturele stereotypen zijn de basis voor discriminatie en uitsluiting van individuen vanwege hun culturele identiteit. Met de verhalen die we vertellen en de beelden die we tonen kunnen we stereotypen en eenzijdige beeldvorming (single stories) in stand houden, of hier juist tegenwicht aan bieden.38 We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan gelijkwaardige representatie van alle Amsterdammers in de verhalen die verteld worden over heden en verleden, en die daarmee stereotype beeldvorming en eenzijdige belichting van de verhalen van groepen in de stad tegengaan. Verhalen kunnen bijvoorbeeld gedeeld worden via kunstprojecten, podcasts of radiointerviews. Inhoudelijk voorbeelden zijn verhalen en ervaringen van jonge Joodse Amsterdammers over hun Joodse cultuur, en verhalen van Islamitische Amsterdammers over de lange geschiedenis van hun religie in de stad.
38
Chimamanda Ngozi Adichie: The danger of a single story | TED Talk TED, 7-10-2009
Pagina 15 van 32
Vanuit het Inclusie en Antidiscriminatiebeleid wordt aansluiting gezocht bij de gemeentelijke inzet gericht op het bevorderen van burgerschap en diversiteit in het onderwijs conform de doelstellingen in het beleid Amsterdammerschap in het onderwijs 2023-2027. Deze prioriteit sluit aan bij de prioriteit (1.1.2.) “Bevorderen van inlevingsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren”. Via deze twee wegen werken we toe naar het overkoepelende doel van minder discriminatie en meer ruimte voor iedereen om zichzelf te zijn. De doelstelling ‘Betere representatie van en medezeggenschap voor alle Amsterdammers’ wordt verder uitgewerkt door middel van een verkenning naar realisatiemogelijkheden in Q4 van 2023.
Pagina 16 van 32
Verwachte Activiteiten 2023-2024 Hieronder staat een overzicht met de verwachte activiteiten in 2023 -2024 op het gebied van Emancipatie. De activiteitenagenda voor 2025-2026 wordt in 2024 gemaakt en t.z.t. aan uw raad gestuurd. Een jaarlijkse activiteitenagenda zorgt ervoor dat we wendbaar blijven en kunnen inspelen op actualiteiten en veranderingen in de stad die van invloed kunnen zijn op onze beleidsprioriteiten. 23 24 25 26
27
28
29
30
31
32
33 34 35
36
37
We ondersteunen de totstandkoming en exploitatie van het Regenbooghuis We ondersteunen de safe space Trans-Huis, i.s.m. Zorg We ondersteunen de Queer & Pride 2023 en programmering i.h.k.v. Pride 2024, i.s.m. het Stedelijk Evenementen Bureau We geven opdracht aan het ServicePunt Emancipatie als kennisknooppunt voor vrouwenemancipatie in Amsterdam We onderzoeken emancipatiebehoeften en laten een verkenning uitvoeren voor steun aan emancipatieinitiatieven uit de aandachtsgroepen lhbtiq+ personen, Aziatische, islamitische, joodse en zwarte gemeenschap gemeenschap en mensen met een (functie)beperking We subsidieerden de alliantie ‘BIPOC’ voor het tweede jaar, op basis van de subsidieregeling ´Allianties inclusie en antidiscriminatie 2021-2023´ We subsidieerden de alliantie ‘Zichtbaarheid en pride’ voor het tweede jaar, op basis van de subsidieregeling ´Allianties inclusie en antidiscriminatie 2021-2023´ We subsidiëren de alliantie ´Emancipatie van (kwetsbare en bi-culturele) lhbtiq+ personen ´ voor de duur van 2 jaar op basis van de subsidieregeling ´Allianties inclusie en antidiscriminatie 2024-2025´ We subsidieerden de alliantie ‘Gendergelijkheid in werk’ voor het tweede jaar, op basis van de subsidieregeling ´Allianties inclusie en antidiscriminatie 2021-2023´ We subsidiëren de alliantie ´Gendergelijkheid in werk´ voor de duur van 2 jaar op basis van de subsidieregeling
´Allianties inclusie en antidiscriminatie 2024-2025´ We geven Onderzoek en Statistiek opdracht om een vrouwenemancipatiemonitor uit te voeren We subsidiëren vrouwenrechtswinkels We lieten een evaluatie uitvoeren naar de resultaten van de vrouwenrechtswinkels ter optimalisatie en verduurzaming hiervan We onderzochten of en hoe de kosten voor het aanpassen van de genderaanduiding op identiteitsdocumenten voor transpersonen en non-binaire personen vergoed kan worden39 We vergoeden kosten voor het aanpassen van de genderaanduiding op identiteitsdocumenten voor
2.1.1; 2.2.2 2.1.1; 2.2.2 2.1.1; 2.3.2 2.1.1; 2.2.1; 2.2.2 2.1.1; 2.3.2
2023/2024
2.1.1
2023
2.1.1; 2.3.2
2023
2.1.1; 2.2.2
2024
2.2.1
2023
2.2.1
2024
2.2.2
2024
2.2.2 2.2.2
2023/2024 2023
2.2.2
2023
2.2.2
2024
2023/2024 2023/2024 2023/2024
2023/2024
39
Deze activiteit is toegevoegd aan de activiteitenagenda naar aanleiding van Motie 414 van de leden Bentoumya, Lust, Noordzij, Bons, Bakker, Garmy en Kabamba inzake vergoeding wijziging geslachtsregistratie transgender- en nonbinaire personen (TA2023-000751 ) en wordt middels een aanvullende brief afgedaan.
Pagina 17 van 32
38
39
40
41
42
43 44
45
46
transpersonen en non-binaire personen, i.s.m. WMO en loketten We versterken de verbindingen met het NNID - Nederlandse organisatie voor seksediversiteit en andere belangenorganisaties betreffende seksediversiteit en de rechten van interseksepersonen, i.h.k.v. de Nederlandse Intersekse Verklaring waar gemeente Amsterdam ondertekenaar van is. We onderzoeken hoe vanuit het inclusie en antidiscriminatiebeleid kan worden bijgedragen aan de sociale veiligheid van meisjes en vrouwen in de openbare ruimte en online. Vanuit de portefeuille Inclusie en Antidiscriminatiebeleid zal worden verkend hoe samen met het stedelijk team Participatie en de portefeuille democratisering inclusiviteit in participatie versterkt kan worden .Het college betrekt ook de stadsdelen graag in deze verkenning. We dragen bij aan het Vrouwennetwerk, een initiatief van de burgemeester. Activiteiten in het kader van de erkenning voor de rol van de gastarbeiders voor Amsterdam, bijvoorbeeld de publieksuitgaven van het onderzoek ‘Migratie als DNA van Amsterdam’ breed te verspreiden40 We laten een verkenning uitvoeren voor invulling van de prioriteiten op het gebied van representatie We dragen bij aan de opschaling van het project de Joodse Stad om in verschillende stadsdelen de geschiedenis van Joodse geschiedenis zichtbaarder te maken.