CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Begroting 2026 Gemeente Amsterdam.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 6 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Begroting 2026 Gemeente Amsterdam (VN2025-013794)49.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Begroting 2026

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: TODAY, Utrecht Fotografie: Fotobank Gemeente Amsterdam Datum: 18 september 2025 Begroting 2026

2

Inkomsten

Inkomsten Waar komt het vandaan?

€ 3.659,1

€ 4.099,3

miljoen

Inkomsten binnen de gemeente

9

600 1

400

3.500

12

8

miljoen

Inkomsten uit het Rijk

13

3.000

2

2.500 10

4

200

3

2.000 1.500

5 6

7

14

1.000

11

500

0

0

Lokale Heffingen

€ 1.683,0 miljoen

1

Parkeergelden

2

OZB

3

Afvalstoffenheffing

4

Toeristenbelasting

5

Drinkwater

6

Leges

7

Rioolheffing

Begroting 2026

€ 400,1

miljoen

€ 414,9

miljoen

€ 170,6

miljoen

€ 275,5

miljoen

€ 182,5

miljoen

Andere inkomstenbronnen

€ 1.976,1 miljoen

8

Grondopbrengsten en winstnemingen

€ 481,2

9

Onttrekkingen aan reserves

€ 581,8

10

Erfpacht

11

Dividend

12

Overig

miljoen

miljoen

13

Gemeentefonds

14

Specifieke uitkeringen

€ 3.174,8

miljoen

€ 924,5

miljoen

€ 294,1

miljoen

€ 88,0

miljoen

€ 531,2

miljoen

€ 124,1

miljoen

€ 115,2

miljoen

Inkomsten TOTAAL

€ 7.758,5 miljoen

3

Uitgaven

Uitgaven Waar gaat het naartoe?

miljoen De gemeente Amsterdam heeft de grootste gemeentebegroting van Nederland. Dit overzicht geeft een beeld van de inkomsten en uitgaven van de gemeente Amsterdam. Zo is inzichtelijk waar onze inkomsten vandaan komen en waar we deze weer aan uitgeven. Hiervoor wordt het geld verdeeld over acht beleidsprogramma's. Deze programma's lichten we verder toe in hoofdstuk 2.

6

2

1.500

€ 7.758,5 7

1.200

1

900

B

600 300

A5

5

3

8 A1

4

0

1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

€ 1.005,3

2

Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer

€ 1.470,3

3

Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

4

Sport en Bewegen

miljoen

miljoen

€ 287,4

miljoen

€ 103,7

miljoen

€ 351,0

5

Onderwijs

6

Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

€ 1.478,6

7

Sociale Zaken en Armoedebestrijding

€ 1.292,8

8

Veiligheid

miljoen

miljoen

miljoen

A1

A.1-A.4 onder andere Gemeente­fonds, Belastingen

€ 176,7

A5

A.5 Toevoegingen aan Reserves

€ 451,0

B

B. Bestuur en Organisatie

miljoen

miljoen

€ 818,1

miljoen

€ 323,5

miljoen

Uitgaven TOTAAL Begroting 2026

€ 7.758,5 miljoen

4

weerbaar en wendbaar

Weerbaar

Financiële positie

Wendbaar Deze financiële kengetallen geven samen een beeld van de financiële positie en – ontwikkelingen. Eén los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in categorieën. Deze sluiten aan bij de landelijk afgesproken signaal­ waarden. Categorie groen is het minst risicovol, categorie rood het meest. We vertalen dit naar hoe weerbaar en wendbaar we zijn. We lichten dit verder toe in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Algemene reserve Dit is het vrij besteedbare eigen vermogen en is een buffer voor het kunnen opvangen van (niet-structurele) financiële tegenvallers. — Interne norm (5% van begrotingstotaal) — Stand Algmene reserve* *Stand algemene reserve inclusief verwacht resultaat 2025. 8% 6%

Onze weerbaarheid is voldoende. Hierdoor kunnen we tegen een stootje als het een tijdje wat minder gaat.

4% 2% 0% 2025

2026

2027

2028

2029

Netto schuldquote standaardschuld

Solvabiliteit

Structurele exploitatieruimte

Grondexploitatie

Belastingcapaciteit

0

50

90

Onze wendbaarheid is voldoende. Dit betekent dat we ons relatief snel kunnen aanpassen aan veranderde omstandigheden.

95

105

35 130 <90% 90-130%

20

75,0%

20

20-50%

>130%

0

<20%

<20%

20-35% >35%

>50%

220

0

Dit toont de verhouding tussen de schuld en de inkomsten.

44,0%

0

100

Dit toont hoeveel we van ons bezit financieren met eigen vermogen.

-1,6% 100

-6

Dit toont hoe groot onze grondpositie (de waarde van de grond) is vergeleken met onze totale baten. 5%

6%

50%

3%

5%

40%

1%

30%

-1%

50%

20%

-3%

1%

40%

10%

-5%

0%

2025

2026

2027

2028

2029

2025

2026

2027

2028

2029

>105%

2,6%

6

50

3%

100%

2%

2026

2027

2028

2029

150

110%

4%

2025

101,0%

120%

60%

60%

95-105%

>0%

Dit toont hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt vergeleken het landelijke gemiddelde.

90% 70%

<95%

0%

Dit toont hoeveel structurele ruimte we hebben om onze lasten te dragen.

100% 80%

<0%

90% 80% 2025

2026

2027

2028

2029

2021

2022

2023

2024

2025

We kijken alleen terug, omdat het landelijk gemiddelde voor de toekomst nog niet bekend is.

Begroting 2026

5

Inhoud

Inhoudsopgave Leeswijzer7 1

Hoofdlijnen

9

2

Programma’s

27

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.A 2.B

30 75 138 165 178 194 233 261 278 298

3

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare Ruimte, Water, Groen, Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport en Bewegen Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale Zaken en Armoedebestrijding Veiligheid Algemene Dekkingsmiddelen Bestuur en Organisatie

Verplichte paragrafen

328

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

333 340 347 365 374 381 390

Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid

Begroting 2026

4

Overige paragrafen

395

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

397 413 415 421 428

Investeringsparagraaf Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) Duurzaamheid Ongelijk investeren voor gelijke kansen Integrale aanpakken

5

Balans

440

6

Afkortingen en begrippenlijst

443

7

Bijlagen

452

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9 7.10 7.11

454 456 467 470 480 486 492 498 503 522 528

Overzicht van baten en lasten Baten en lasten per programmaonderdeel Taakveldenraming Reserves Voorzieningen Subsidieoverzicht Overzicht incidentele baten en lasten Brugstaat Doelenraming Budgetten behorende bij taken dagelijksbestuur stadsdelen Projectenportfolio

6

Leeswijzer

Leeswijzer Dit is de begroting van de gemeente Amsterdam. Voor een groot deel kent deze begroting dezelfde opzet als die van vorig jaar. In deze leeswijzer lichten we kort alle onderdelen van de begroting toe. De Begroting 2026 bestaat uit de volgende onderdelen:

Hoofdstuk 1 Hoofdlijnen In de hoofdlijnen geven we een beschrijving van de belangrijkste ontwikkelingen en beleidsmatige keuzes voor 2026 en de daaropvolgende jaren. We geven een beeld van de financiële ontwikkelingen en de keuzes die we gemaakt hebben om tot een meerjarig sluitende begroting te komen.

Hoofdstuk 2 Programma’s De Begroting 2026 is opgebouwd uit 8 beleidsprogramma’s (onderverdeeld in programmaonderdelen), het overzicht A (Algemene dekkingsmiddelen) en het overzicht B (Bestuur en organisatie). Alle programma’s beginnen met een korte toelichting op de investeringen en twee thema’s (digitale stad/informatie en democratisering). Vervolgens wordt per programmaonderdeel beschreven welke doelen we hebben voor 2026, welke activiteiten we uitvoeren om deze doelen te bereiken en welke verbonden partijen we daarvoor inschakelen. Verder geven we inzicht in de financiën van het programma. We gaan kort in op de baten en lasten, en de onttrekkingen en toevoegingen aan reserves. Daarna lichten we in een apart hoofdstuk de wijzigingen in de financiën van het programma toe. Tot slot besteden we aandacht aan de risico’s, beheersmaatregelen en de geldende beleidskaders.

Begroting 2026

Hoofdstuk 3 en 4 Verplichte en overige paragrafen De begroting bevat naast programma’s ook een toelichting op programma overstijgende onderwerpen, zoals investeringen die de gemeente van plan is te doen. Deze programma overstijgende onderwerpen worden beschreven in de paragrafen. Een deel van deze paragrafen is verplicht vanuit het Besluit begroting en verantwoording gemeenten en provincies (BBV) (art. 9 lid 2). Iedere paragraaf begint met een korte uiteenzetting van wat in die paragraaf wordt toegelicht. De verplichte paragrafen zijn: • Lokale heffingen • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen • Grondbeleid Daarnaast kent deze begroting een aantal niet-verplichte paragrafen: • Investeringsparagraaf • Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) • Duurzaamheid • Ongelijk investeren voor gelijke kansen • Integrale aanpakken

Hoofdstuk 5 In dit hoofdstuk staat een compacte balans opgenomen. In voorgaande begrotingen was deze opgenomen in de paragraaf Financiering. Met deze aanpassing is de indeling van de begroting en jaarstukken gelijkgetrokken. De balans geeft inzicht in de ontwikkelingen van bezit en financiering voor de komende 4 jaar. De belangrijkste ontwikkelingen in de balansposten gedurende 2026 worden toegelicht. De geconsolideerde balans en de bijbehorende toelichting zijn opgesteld volgens de verslaggevingsrichtlijnen uit het BBV.

7

Leeswijzer

Hoofdstuk 6 In hoofdstuk 6 zijn de afkortingen en veelvoorkomende begrippen uit de begroting opgesomd en toegelicht.

Hoofdstuk 7 In de bijlagen zijn de financiële overzichten op gedetailleerder niveau opgenomen. Bijlage 7.1 bevat een overzicht van de baten en lasten per programma. Bijlage 7.2 bevat een overzicht van de baten en lasten per programmaonderdeel. Bijlage 7.3 bevat de taakveldenraming (de verdeling van de baten en lasten over de taakvelden zoals voorgeschreven in het BBV). In de bijlagen 7.4 en 7.5 geven we een overzicht van de reserves en voorzieningen. Bijlage 7.6 geeft het subsidieoverzicht weer. In bijlage 7.7 wordt een overzicht van de incidentele baten en lasten gegeven. Bijlage 7.8 bevat de brugstaat. In bijlage 7.9 geven we de doelen­realisatie weer met het saldo baten en lasten per programmadoel. Bijlage 7.10 bevat de budgetten per stadsdeel. Tot slot geeft bijlage 7.11 het projectenportfolio met het overzicht van de investeringsprojecten.

Begroting 2026

8

1 Hoofdlijnen

H.1.0

1.1 Inleiding Op 27 oktober 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. Samen maken we de stad. Dit is de laatste begroting van dit college. In de begroting geven we aan hoe we het komende jaar verder vormgeven aan de stad en welke middelen we daaraan uitgeven. De inzet blijft gericht op de drie pijlers van ons Amsterdams Akkoord 2022-2026. De afgelopen vier jaar hebben we ingezet op een solidaire stad, met plek én kansen voor iedereen en vooral voor degenen die dat het hardste nodig hebben. Voor onze kinderen bijvoorbeeld. Met de extra middelen van het Rijk voor jeugdzorg kunnen we een aantal knelpunten oplossen. Het geld zetten we in om jongeren en gezinnen te helpen op en met school, in de buurt en op het gebied van bestaanszekerheid en gezondheid. Gerichte en passende hulp zodat er op termijn minder jeugdhulp nodig is. We investeren in 2026 en 2027 extra, omdat we vooralsnog geen middelen van het Rijk hebben gekregen voor de periode vanaf 2028. Structurele middelen vanuit het Rijk zijn noodzakelijk om de transformatie van de jeugdzorg tot een succes te maken. Met de integrale aanpakken werken we aan verbetering van de kwaliteit van het bestaan van de inwoners in stadsdelen Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Het doel is om het perspectief van bewoners, en vooral jongeren, structureel te verbeteren. We hebben ons voor 25 jaar lang gecommitteerd.

Het college zorgt verder dat de komende jaren extra kan worden geïnvesteerd in de Oostbrug, zodat er ruimte is om jaarlijkse prijsindexeringen op te vangen. De afgelopen periode vonden er op verschillende plekken in onze regio (AmsterdamAmstelland) ernstige geweldsdelicten tegen vrouwen plaats. Het zijn misdrijven die diep schokken en leiden tot grote en terechte maatschappelijke verontwaardiging, woede en verdriet. Het is onacceptabel dat vrouwen zich onveilig voelen en dat geweld tegen vrouwen nog zo vaak voorkomt. We stellen daarom extra geld beschikbaar om nieuwe preventiemaatregelen te nemen, de openbare ruimte veiliger te maken en om de openingstijden van het inloophuis van het Centrum Seksueel Geweld te verruimen. Ook breiden we de Rosa-aanpak en het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld uit. De gemeente bouwt zelf geen woningen maar we blijven er alles aan doen om woning­ bouwprojecten te laten starten en uitvoeren in 2026. We willen dat Amsterdam een stad is met voldoende betaalbare en goede woningen voor iedereen. De woningbouwopgave is complex en vereist voortdurende inspanning en samen­ Begroting 2026

werking. De netcongestie maakt de uitdaging alleen maar groter. Netcongestie zorgt niet alleen voor vertraging in woningbouwprojecten maar ook de economische ontwikkeling ende verduurzaming van de stad lijdt eronder. Het college spant zich maximaal in om de nadelige effecten hiervan te beperken. We doen wat nodig is voor de stad, en zorgen daarbij voor een solide en toekomst­ bestendige begroting. Sinds de start van deze collegeperiode hebben we stapsgewijs toegewerkt naar meer inzicht in de begroting. De begroting is digitaal gemaakt. Uitgaven zijn vergeleken met die van andere grote gemeenten. En op basis daarvan zijn in de vorige begroting keuzes gemaakt. We laten de financiën op een goede manier achter voor een nieuw college. Ondanks teruglopende rijksmiddelen verhogen we de belastingen niet en is onze financiële positie gezond. De algemene reserve is voldoende om tegenvallers op te kunnen vangen en schuld ontwikkelt zich op een verantwoorde manier. Ook met het oog op een goede start van een nieuw college trekken we geld uit om te zorgen dat een aantal tijdelijke programma’s, door kunnen blijven lopen in 2026 en de jaren daarna. Dan gaat het onder andere om de aanpak dakloosheid, ongedocumenteerden en programma’s op het gebied van armoede. We verlagen de kosten van de ambtelijke organisatie.

Afgelopen zomer is gestart met een opdracht om de gemeentelijke organisatie te veranderen. Doel van deze opdracht is een gemeente die eenvoudiger en slagvaardiger werkt en meer gericht is op uitvoering. Een eenvoudiger organisatie, met meer aandacht voor uitvoering, zorgt ook dat de omvang en kosten van de ambtelijke organisatie omlaag kunnen.

1.2 Financieel beeld en bestuurlijke keuzes In deze paragraaf geven we een toelichting op de belangrijkste financiële ontwikkelingen en bestuurlijke keuze voor het budgettaire kader voor 2025 tot en met 2029. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderwerpen: • Het financiële beeld van de begroting en de belangrijkste bestuurlijke keuzes die we daarbij maken voor de jaren 2025 tot en met 2029. Omdat we richting het einde van deze bestuursperiode komen, geven we ook een korte beschouwing over deze periode. • De gemeentelijke balans, oftewel de gemeentelijke bezittingen en de financiering daarvan. • De ontwikkeling van het risicobeeld.

10

H.1.0

Bestuurlijke keuzes Het is gelukt om een solide en sluitende begroting op te stellen. En dat is belangrijk want dit is de laatste beleidsbegroting van dit college. We willen de financiën op orde hebben, in het belang van de stad en om een volgend college een goede start te kunnen geven. We hebben als college te maken gehad met jaren van tekorten in de begroting door de teruglopende middelen in het gemeentefonds, het zogenoemde ravijn. Dat leverde ons een gat in de begroting op van maar liefst € 140 miljoen. € 50 miljoen konden we bij de Begroting 2023 al zelf oplossen. De resterende € 90 miljoen hebben we in stappen kunnen terugbrengen naar een begroting zonder tekort. Vorig jaar al en dit jaar opnieuw. Ook in ons laatste jaar blijven we de financiën goed in de gaten houden. Als we kijken naar de metertjes in het dashboard over de financiële positie kunnen we tevreden zijn over de huidige stand. We zijn voldoende wendbaar en weerbaar.

Huidige financiële positie uitgedrukt in financiële kengetallen Financiële kengetallen geven samen een beeld van onze financiële positie. Eén los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. Vooral in onderlinge samenhang zijn ze informatief. In het dashboard van onze huidige financiële positie vertalen we de kengetallen in gezamenlijkheid naar hoe weerbaar en wendbaar we zijn. De signaalwaarden sluiten aan bij de landelijk afgesproken signaalwaarden. Weerbaar Momenteel is onze weerbaarheid voldoende. We kunnen tegen een stootje als het een tijdje wat minder zou gaan. Dit blijkt uit onze solvabiliteit, netto schuldquote en weerstandsvermogen. De solvabiliteit vertelt hoeveel we van ons bezit financieren met eigen vermogen. Met een verwachte solvabiliteit van 44 procent in 2026 blijven we volgens onze toezichthouder voldoen aan de signaalwaarde ‘redelijk’. In de komende jaren neemt de solvabiliteit af naar 42 procent in 2029. De netto schuldquote toont de verhouding tussen de schuld en de inkomsten. Met een verwachte netto schuldquote zonder erfpacht (standaardschuld) van 75 procent in 2026 voldoen we ruim aan de 110 procent waar we ons voor de lange termijn op richten.

Begroting 2026

In de komende jaren loopt deze op naar 89 procent in 2029. De Algemene reserve fluctueert over de jaren heen. De omvang van de reserve voldoet aan onze norm van 5 procent en daarmee toereikend om tegenvallers op te vangen. Wendbaar Onze wendbaarheid is voldoende in deze begrotingsperiode. Dit betekent dat we een solide begroting hebben en ons in de toekomst relatief snel kunnen aanpassen aan veranderde omstandigheden. Dit blijkt uit onze structurele exploitatieruimte van 2,64 procent in 2026. De structurele exploitatieruimte vertelt hoeveel structurele ruimte we hebben om onze lasten te dragen. De belastingcapaciteit vertelt hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. En geeft daarmee aan in welke de mate er kan worden bijgestuurd bij tegenvallers. De belastingcapaciteit in 2025 is gestegen naar 101 procent en komt daarmee uit op het landelijk gemiddelde. We lichten dit verder toe in paragraaf 3.2 Weerstands­vermogen en Risicobeheersing.

We hebben in deze collegeperiode keuzes moeten maken om te besparen op de uitgaven en de eigen inkomsten te verhogen om de inkomsten en uitgaven met elkaar in balans te brengen. Dat raakt bewoners, bezoekers en ondernemers in onze stad. Elk voorjaar maken we die integrale afweging. Wat krijgt meer prioriteit en wat minder. In de begroting leggen we de uitkomst van die keuzes aan u voor. De bestuurlijke keuzes gaan over het beleid voor de Amsterdammer én over de veranderingen die we doorvoeren in de systematiek van de begroting zelf. Die laatste zijn technischer en spelen een kleinere rol in het debat, maar zijn evengoed belangrijk voor de stabiliteit in onze begroting en het voorkomen van tekorten. Zo hebben we in deze collegeperiode de systematiek verbeterd om de budgetten mee te laten bewegen met loon- en prijsstijgingen en met een groeiende stad. Hiervoor ontvangen we compensatie vanuit het rijk, en indexeren we onze eigen inkomsten (de lokale heffingen) op een vergelijkbare wijze en zoveel mogelijk met hetzelfde percentage. Wat we beschikbaar hebben voor loon- en prijsstijgingen en voor een groeiende stad verdelen we op een eenduidige manier over de verschillende budgetten. Dat is nodig om de bestedingskracht van de begroting op peil te houden. Ook voor de investeringen hebben we in deze collegeperiode de systematiek verder uitgewerkt en vastgelegd in een regeling.

De centrale begrippen zijn betaalbaarheid, uitvoerbaarheid en financierbaarheid. Binnen die driehoek bepalen we de investerings­ 11

H.1.0

ruimte waarbinnen de investeringen gedaan kunnen worden. De investeringen presen­ teren we in samenhang in een integraal portfolio bij de begroting. Een belangrijk kader omdat de stad groeit en er dus veel geld nodig is om te investeren. Tegelijkertijd is er ook veel geld nodig om de bestaande stad op orde te houden en achterstallig onderhoud weg te werken. We lenen daarvoor en moeten oppassen dat de schuld financierbaar blijft en we de rentelasten kunnen blijven dragen. Hoe we sturen op de schuldontwikkeling hebben we ook vastgelegd. Het doel is om de schuldontwikkeling op de langere termijn naar een stabiel niveau te brengen.

2025*

2026

Vrijval reserves en voorzieningen

-8,5

0,2

Overig

0,0

Totaal ontwikkelingen algemeen beeld

(bedragen x € 1 miljoen)

2028

2029

41,3

31,0

11,0

11,0

70,2

109,0

85,7

-8,2

-33,2

-49

-120

-93

-13

2

-5,3

-3,9

-7,8

28,9

4,9

3. ONTWIKKELINGEN IN DE BELEIDSPROGRAMMA’S Totaal beleidsprogramma’s 4. INVESTERINGEN Actualisatie exploitatielasten investeringen

Ook hebben we het beleid voor de reserves aangepast. In de beleidsnota reserves en voorzieningen 2025 is het uitgangspunt ‘nee, tenzij’. Zo kan het aantal reserves overzichtelijk blijven. De financieringsreserves zijn opgeheven en de overgebleven middelen overgebracht naar de reserve vermogensopbouw. Met deze reserve financieren we een deel van ons bezit met eigen middelen. Dat helpt om de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen (schuld) gezond en de schuld houdbaar te houden.

2027

Sprong over het IJ Totaal investeringen

-4 -5,3

-3,9

-7,8

28,9

0,9

39

-30

-28

18

25

45

43

-26

-20

0

0

0

0

5. KASSCHUIVEN Totaal kasschuiven

6. ALGEMENE RESERVE (+ is onttrekking; -/- is toevoeging) Mutaties Algemene reserve

Met een zorgvuldig begrotingsbeleid blijven we ons inzetten om onze financiële stabiliteit te behouden en de volgende bestuursperiode onder een goed gesternte te laten beginnen.

EINDSALDO

Tabel 2.1. Financieel beeld van de begroting

1. Beginsaldo

(bedragen x € 1 miljoen)

2025*

2026

2027

2028

0

0

0

0

*

2029

1. BEGINSALDO Startstand Extrapolatie

0

Gemeentefonds 1,6

-12,4

5,3

20,6

36,1

Bijstelling gemeentefonds

-13,0

-32,6

-64,8

-76,5

-87,7

Extra compensatie jeugdzorg

58,4

64,2

62,2

2,4

2,9

Belastingen

23,1

20,0

20,0

18,7

17,4

Rente

2,1

6,1

2,7

0,3

-26,2

Dividenden

6,6

22,1

29,4

15,3

13,2

Begroting 2026

wijzigingen ten opzichte van Voorjaarsnota 2025

Startstand Met de Begroting 2025 presenteerden we een structureel sluitende begroting. Daar­mee is het startsaldo van de Begroting 2026 op nul; de inkomsten en uitgaven zijn gelijk.

25,7

2. ONTWIKKELINGEN IN HET ALGEMENE BEELD

Compensatie prijs en volumestijgingen

56

Extrapolatie In de begroting geven we een doorkijk voor het jaar 2026 en de drie volgende jaren en actualiseren we het lopende jaar 2025. Ten opzichte van de Begroting 2025 voegen we het jaar 2029 toe. Daarbij bekijken we alle begrote inkomsten en uitgaven en toetsen of deze bij ongewijzigd beleid vanuit 2028 moeten worden voortgezet en begroot in 2029. Per saldo levert die extrapolatie een voordeel op van € 25,7 structureel.

2. Ontwikkelingen in het algemene beeld De actualisatie van het algemene beeld laat een tekort zien. De inkomsten van het rijk uit het gemeentefonds nemen verder af ten opzichte van de Begroting 2025. Ook zien we onze rentelasten toenemen, wat samenhangt met onze investeringen. Door mee­ 12

H.1.0

vallende compensatie voor onze lonen, prijzen en groei kunnen we een deel van het tekort dat is ontstaan verminderen. Daarnaast nemen de overige inkomsten uit belas­ tingen en dividend toe. Per saldo bedraagt het tekort ruim € 33 miljoen structureel. Gemeentefonds Een groot deel van de inkomsten van Amsterdam komt vanuit het rijk via een uitkering uit het gemeentefonds. De omvang van dit fonds fluctueert jaarlijks door besluiten van het kabinet over bijvoorbeeld nieuwe gemeentelijke taken en door een jaarlijkse compensatie voor stijgende lonen, prijzen en groei. Het fonds wordt verdeeld over de gemeenten op basis van maatstaven, dit zijn kenmerken van de gemeente zoals het aantal inwoners, woningen en bijstandsgerechtigden. Driemaal per jaar (mei, september en december) stelt het rijk de omvang en de verdeling van het fonds bij en publiceert dit in de zogenaamde circulaires. Compensatie loon-, prijs- en volumeontwikkelingen De ontvangen compensatie voor lonen, prijzen en groei van de stad reserveren we voor onze eigen begroting. Ook indexeren we onze eigen inkomsten. Met deze middelen laten we onze begroting meebewegen met de ontwikkeling van lonen en prijzen, en met de groei van de stad. In 2026 wordt de begroting met 5 procent gecompenseerd voor de stijgende lonen en prijzen.

Voor de volumeontwikkelingen ontvangen we meer middelen dan vooraf ingeschat en hebben verdeeld voor de groei van de stad. Gezien de druk op het financieel beeld laten we dit surplus vrijvallen in het algemene beeld met € 5 miljoen in 2027 oplopend naar structureel € 36 miljoen. Actualisatie gemeentefonds (accres en overige ontwikkelingen) Onze inkomsten uit het gemeentefonds dalen structureel met bijna € 90 miljoen door de actualisatie van het gemeentefonds. Dit is voor een groot deel, € 43 miljoen, toe te rekenen aan een daling van het aantal huishoudens met een laag inkomen. Dit hebben we in de Voorjaarsnota 2025 al aangekondigd. In de meicirculaire zien we dat op een paar belangrijke maatstaven de daadwerkelijke ontwikkeling verder afwijkt van de eerdere raming van het rijk, zoals het aantal inwoners en bijstandsgerechtigden. Ook hebben we te maken met een grotere korting in het gemeentefonds voor onze eigen verdiencapaciteit die is gebaseerd op de WOZ-waarden.

Begroting 2026

Extra middelen jeugdzorg Na een lange periode van gesprekken over een toereikende financiering voor de jeugdzorg in Nederland heeft het kabinet in haar voorjaarsnota € 3 miljard extra beschikbaar gesteld voor gemeenten om de hogere kosten van de jeugdzorg te compenseren. Amsterdam krijgt ongeveer € 150 miljoen voor de jaren 2025 tot en met 2027, naast de eerder door het rijk toegezegde middelen. Voor de jaren daarna is het nog onzeker of er blijvend extra middelen beschikbaar komen voor de jeugdzorg. Dit is afhankelijk van een vervolgonderzoek door de commissie Van Ark (verwacht in 2027) en op welke wijze het rijk deze adviezen overneemt. We gaan ervan uit dat er aanvullende middelen van het rijk komen om passende jeugdzorg te kunnen blijven bieden. In de begroting sorteren we hier dan ook op voor en nemen een ramingsrisico op voor nog te ontvangen middelen van het rijk van € 33 miljoen. Ook verwachten we dat het rijk de toezegging nakomt om gemeenten te compenseren voor de tekorten bij de jeugdzorg voor de jaren 2023 en 2024 en verwachten daarvoor bij de septembercirculaire € 38 miljoen. Belastingen De begroting passen we aan met de autonome effecten. Dat zijn wijzigingen in de ramingen door veranderde omstandigheden. Ze zijn dus niet het gevolg van nieuwe beleidsmatige keuzes.

De OZB-inkomsten uit zakelijk vastgoed stijgen met structureel € 10 miljoen, door hogere taxatiewaardes en een nauwkeurigere analyse van het gebruik van zakelijk vastgoed. Voor 2025 verwachten we daarnaast hogere inkomsten uit toeristenbelasten op basis van een bijstelling van de verwachte overnachtings­ aantallen. Deze nemen we niet structureel op, omdat we verwachten dat de aange­ kondigde btw-verhoging voor logies van 9 procent naar 21 procent van invloed kan zijn op de vraag naar overnachtingen en op de kamerprijzen. Dividend Bij het opstellen van de begroting maken we een actualisatie van de verwachte inkomsten uit dividend. In deze begroting begroten we voor het eerst dividend van het Life Sciences Fund Amsterdam. We verwachten in 2025 € 2,7 miljoen en vanaf 2026 € 1,8 miljoen dividend. Voor 2025 zien we dat de dividendinkomsten van Alliander en het havenbedrijf voor 2025 hoger zijn dan ingeschat bij de Voorjaarsnota 2025. We stellen daarom onze verwachting en begroting voor deze instellingen naar boven bij. Voor Schiphol heeft de Autoriteit Consument & Markt de nieuwe tarieven van Schiphol goedgekeurd voor 2025 tot en met 2027. De effecten hiervan zijn verwerkt in de raming. Hierdoor valt het dividend van deelnemingen in 2026 en 2027 hoger

13

H.1.0

uit dan eerder begroot (€ 22 miljoen en € 29 miljoen). Het structurele effect bedraagt € 13 miljoen. Rente Het renteresultaat wordt beïnvloed door twee factoren: de verwachte hoogte van onze schuld, en de verwachte rente die we moeten betalen over nog aan te trekken schuld. De marktrente beweegt momenteel tussen de bandbreedte van 3,0 procent tot 3,5 procent. Wij laten daarom de rente voor nieuwe langlopende schuld onveranderd op 3,25 procent. We verwachten dat de schuld door onze vervangingsinvesteringen en investeringen in de groei van de stad toeneemt. Daardoor neemt ook de leningenportefeuille en te betalen rente toe naar € 242 miljoen in 2029. Overige ontwikkelingen Vrijval van en toevoegingen aan reserves en voorzieningen In deze begroting vullen we de voorziening verlofsparen aan met € 8,7 miljoen. Hiermee is de voorziening toereikend om de kosten van het opnemen van het spaar­ verlof te dekken. Als gevolg van de opheffing van de reserve ROMInWest valt de nog beschikbare reservering van de kapitaallasten vrij ten gunste van de algemene middelen voor een bedrag van € 0,2 miljoen in 2025 en € 0,2 miljoen in 2026. Vrijvallende middelen Vanuit de actualisatie van de frictiekosten laten we in 2026 en 2027 een bedrag van € 20 miljoen vrijvallen. Ook bij stelposten laten we er een aantal vrijvallen, omdat we verwachten dat hier geen uitgaven meer tegenover staan.

Dit gaat om een incidenteel bedrag van € 21 miljoen in 2026 en structureel € 10 miljoen.

Sprong over ‘t IJ De huidige systematiek voor indexatie houdt geen rekening houdt met prijsstijgingen. We willen dat de eerder vrijgemaakte investeringsruimte voor de brug over het IJ toereikend is om deze te realiseren. Daarom verhogen we de investeringsruimte en de bijbehorende kapitaallasten. Renovatie Amsterdam Museum Het investeringsbudget voor de renovatie van het Amsterdam Museum is verhoogd met € 28,5 miljoen. Hiervoor is € 15 miljoen afkomstig uit de algemene middelen en het resterende deel ad € 13,5 miljoen is toegekend vanuit bestaande investeringsruimte Maatschappelijke Voorzieningen, indexering en verduurzaming. Hiermee komt er een taakstellend budget beschikbaar voor de totale renovatie van het Amsterdam museum. De hogere benodigde investeringsruimte wordt veroorzaakt door de vertraging in het project door de beroepen en bezwarenprocedure tot aan de Raad van State, de marktomstandigheden en de complexiteit van het project en haar omgeving.

5. Kasschuiven We verwerken het incidentele effect van de voorgestelde kasschuiven. Een kasschuif is een (beleidsarme) verschuiving van budgetten van het ene naar het andere jaar. In het voorjaar hebben we het effect van de in de voorjaarsnota voorgestelde kasschuiven voor 2025 reeds verwerkt. In deze begroting verwerken we dus de meerjarige effecten van de kasschuiven uit de voorjaarsnota, naast de kasschuiven uit de begroting zelf. In tabel 2.1 is de optelling van die twee zaken per jaar weergegeven.

3. Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s De ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s worden toegelicht in paragraaf 1.4.

4. Investeringen In de begroting actualiseren we de exploitatielasten die samenhangen met onze investeringen. De exploitatielasten bestaan uit kosten die we maken voor rente, afschrijving, beheer en onderhoud van investeringen. Deze lasten zijn bijgesteld, in lijn met het uitvoeringstempo van onze investeringen.

Begroting 2026

14

H.1.0

Tabel 2.2. Kasschuiven (bedragen x € 1 miljoen) Programma

Onderwerp

2025

2026

2027

2028

2029

1,8

-5,8

-1,0

4,0

3,5

Programma 2 o.a. Parkeerhandhaving, Programma Stadsverbetering, Achterstallig onderhoud

-15,9

-4,5

-8,0

5,0

11,5

Programma 3 o.a. Aanpak binnenstad, Nationaal Slavernijmuseum

-6,1

-7,5

0,7

0,8

0,0

Programma 4 o.a. Renovatie De Mirandabad

-0,4

0,9

0,1

0,1

0,0

Programma 5 o.a. MBO-agenda, BSO-plus

-1,3

-0,6

-0,8

0,0

0,0

Programma 6 o.a. Social Labs, Diversiteit, Dakloosheid

-13,5

-12,7

-11,4

0,3

0,0

Programma 7 o.a. MA&O Buurtbanen, BASIS, CLV, Panthar

-15,2

-7,5

-15,1

5,2

1,8

Programma 8 Meldpunt Zorg & Woonoverlast, Horecabeleid

-1,8

0,0

0,0

-2,0

-0,3

Programma 1 o.a. Omgevingswet, AAV, Zuidas, Omgevingsdienst Noordzeekanaal

Programma A Generatiepact, XAAS

4,5

2,0

2,5

0,4

-0,4

Programma B o.a. Inclus, Verkiezingen, Taakstelling I-domein

8,8

5,8

4,8

4,4

9,4

-39,2

-29,7

-28,2

18,3

25,4

Totaal

6. Algemene reserve De raad heeft de norm voor de algemene reserve vastgesteld op 5 procent van de begrote lasten, exclusief de mutaties in de reserves. Deze normhoogte is belangrijk om de financiële gevolgen van risico en van crises op te vangen. Dit zorgt voor veer­ kracht, flexibiliteit en voldoende tijd om te herstellen van of aan te passen aan een crisis­ situatie. De omvang van de reserve fluctueert jaarlijks met het saldo van de begroting. In de verschillende jaren is wel sprake van een incidenteel saldo. De mutaties voor de jaren 2026 tot en met 2029 worden toegevoegd (bij een positief saldo) of ont­trokken (bij een negatief saldo) aan de reserve. Daardoor schommelt de hoogte van de algemene reserve over de jaren heen. De reserve komt in 2029 uit op de norm van 5 procent.

1.3 Ontwikkeling baten en lasten

De inkomsten van het Rijk bestaan uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds en specifieke uitkeringen. De lokale heffingen bestaan uit heffingen voor enerzijds specifieke wettelijke taken zoals riool-, drinkwater- en afvalstoffenheffing en anderzijds uit gemeentelijke belastingen zoals onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting en parkeerbelasting. De overige eigen middelen zijn de inkomsten uit bezit zoals erfpacht, dividend en grondopbrengsten door verkopen. De categorie overig in figuur 1.4 bestaat uit huuropbrengsten, dividend en andere kleinere inkomstenbronnen. Meerjarig laten de baten het volgende beeld zien. Figuur 2.1 Ontwikkeling baten meerjarig (bedragen x € 1 miljoen)

8.000 7.000

935,8

925,0

878,9

874,3

836,3

2.238,1

2.128,9

1.991,1

2.030,5

2.120,5

355,2

421,4

476,4

529,1

578,7

1.831,9

1.891,4

1.870,8

1.835,4

1.834,1

1.913,7

1.963,1

1.946,9

1.945,0

1.937,1

2025

2026

2027

2028

2029

6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 -1.000 Kapitaallasten

Personele lasten

Inkomensoverdrachten

Ontwikkeling baten

Goederen & diensten

Subsidies en kapitaaloverdrachten

De baten kunnen globaal worden onderverdeeld in drie categorieën: • Inkomsten van het Rijk • Lokale heffingen • Overige eigen middelen

Overig

Begroting 2026

15

H.1.0

Ruim de helft van de baten bestaan uit rijksbijdragen: het gemeentefonds en specifieke uitkeringen. De andere categorieën zijn de eigen inkomsten van de gemeente. Ontwikkeling lasten De verdeling van de lasten (uitgaven) over de programma’s in de begroting maakt duidelijk aan welke opgaven we het geld besteden. We onderscheiden zes categorieën: • Personele lasten: salarislasten inclusief werkgeverslasten voor het gemeentelijk personeel en inhuur. • Inkomensoverdrachten: lasten die de gemeente heeft aan uitkeringen, vergoedingen (met name aan instellingen voor WMO en jeugdzorg) en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. • Kapitaallasten: rente- en afschrijvingslasten voor gemeentelijke bezittingen. • Goederen & diensten: lasten voor aanschaf van goederen, zoals materiaal voor beheer en onderhoud. • Subsidies en kapitaaloverdrachten: lasten voor subsidies en kapitaaloverdrachten aan andere instanties. • Overig: lasten die niet in een andere categorie vallen, zoals toevoegingen aan voorzieningen en interne doorbelastingen van personeelskosten.

Figuur 2.2 Ontwikkeling lasten meerjarig per kostensoort (bedragen x € 1 miljoen)

8.000 7.000 6.000 5.000 4.000

513,1

649,3

497,8

495,5

513,5

794,1

775,2

730,2

753,6

756,3

636,0

664,9

683,3

694,6

701,3

1.097,7

1.139,4

1.176,7

1.212,0

1.244,8

1.107,8

924,5

852,4

841,2

836,2

3.182,1

3.174,8

3.242,2

3.261,0

3.383,5

2025

2026

2027

2028

2029

3.000 2.000 1.000 0

Gemeentefonds

Specifieke uitkeringen

Parkeren, OZB en toeristenbelasting

Grond- erfpachtopbrengsten

Afvalstoffen-, rioolheffing, drinkwater, leges

Overig

Bovenstaande figuur laat zien hóe we het geld in de begroting inzetten. De totale uitgaven (exclusief de toevoegingen aan reserves) bedragen in 2026 € 7,3 miljard. Amsterdam investeert met de beschikbare middelen de afgelopen en komende jaren fors. Dit resulteert in een toename van het aandeel kapitaallasten in de begroting.

1.4 Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s Ondanks de budgettaire krapte investeren we in de meest urgente opgaven van de stad. Naast incidentele intensiveringen zetten we ook structureel middelen in om impulsen uit het coalitieakkoord voort te zetten. Deze structurele middelen zijn deels mogelijk door de bijstelling van de ramingen voor de bestaanszekerheid en Wmo. Daarnaast besparen we ook op de organisatie met € 15 miljoen. De tabel hieronder geeft een overzicht van de ontwikkelingen in de programma’s. Het gaat om wijzigingen waarover we een bestuurlijke keuze hebben gemaakt, die Begroting 2026

16

H.1.0

een gevolg hebben voor het saldo van onze begroting. Onder de tabel lichten we per programma de belangrijkste bestuurlijke keuzes toe. In hoofdstuk 4 van deze begroting lichten we alle mutaties in de programma’s toe. Dat zijn de bestuurlijke keuzes én de neutrale en technische mutaties. Net als in tabel 2.1 tonen we de wijzigingen ten opzichte van de Begroting 2025 voor de jaren 2026-2029. De kolom 2025 bevat de mutaties sinds de Voorjaarsnota 2025. Tabel 2.4. Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s (bedragen x € 1 miljoen) Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s

2025*

2026

2027

2028

2029

1 – Bouwen, wonen en duurzaamheid

-0,4

-2,4

-4,7

-1,2

-1,2

2 – Openbare ruimte, groen, water, vervoer

0,0

-6,1

-1,5

-1,7

-1,5

3 – Economie, kunst, cultuur en erfgoed

-2,2

-2,9

-0,2

-0,1

0,0

4 – Sport en bewegen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

5 – Onderwijs

0,0

-2,2

-2,0

0,0

0,0

-20,5

-63,7

-67,1

-12,9

-2,7

7 – Sociale zaken en armoedebestrijding

0,0

-10,3

-11,5

0,0

0,0

8 – Veiligheid

-0,1

-10,3

-10,0

-3,0

-3,0

B – Bestuur en organisatie

-15,3

3,7

-9,4

-8,8

-5,1

15,0

15,0

15,0

6 – Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit

Organisatietaakstelling Toekomst Joods Amsterdam

-25,1

Systematisch evalueren

-0,5

Generatiepact

-1,5

-1,45

-120,5

-92,8

Overheadtoerekening en marktconformiteitstoeslag

-10,1

Totaal ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s

-48,5

*

-12,6

1,6

Wijzigingen ten opzichte van Voorjaarsnota 2025

Voor kwetsbare groepen in corporatiewoningen verzorgen zorgpartijen, woning­ corporaties en de gemeente gezamenlijk de verhuurconstructie. We zetten deze zogenaamde intermediaire verhuur in 2026 en 2027 voort met ieder jaar € 1,5 miljoen. Pilot doorstroomcoaches wonen We starten een pilot met doorstroomcoaches om op deze wijze het doorstromen naar beter passende huisvesting te stimuleren en ondersteunen voor een bedrag van € 0,3 miljoen. Voorziening groot onderhoud De voorziening voor groot onderhoud moet jaarlijks toereikend worden aangevuld, zodat er voldoende middelen beschikbaar zijn om het groot onderhoud gedurende de komende 25 jaar uit te voeren. Eind 2024 heeft een herberekening plaatsgevonden die leidt tot een stijging van de jaarlijkse dotatie van € 2,9 miljoen. Deze stijging kan slechts deels worden opgevangen door een indexatie van de huren. Beleid als schaars goed We gaan minder beleid maken, beleid uitstellen en afwijkingsmogelijkheden van beleid verminderen. Omdat beleid een schaars goed is en de middelen beperkt zijn, sturen we breder en kritischer op het starten van nieuw of te wijzigen beleid, met oog voor eventuele nevenschade. Door beleid uit te stellen, kunnen we kosten drukken en met minder ambtenaren werken, hoewel dit kan betekenen dat beleid minder actueel wordt of later juridisch geborgd kan worden.

Huisvesting statushouders We stellen aanvullend € 1,4 miljoen beschikbaar voor het huisvesten van statushouders. De huidige begroting voorziet in het huisvesten van ongeveer 1.000 statushouders. De impact op de toekomstige kosten is onzeker. Om deze reden zijn er vooralsnog incidentele middelen vrijgemaakt. Daarmee hebben wij voldoende middelen voor de opvang van 1.200 statushouders.

Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

Programma 2 Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer

Frictieleegstand, schimmelaanpak en intermediaire verhuur Voor 2026 en 2027 jaren compenseren we frictieleegstand bij woningcorporaties door actief bij te dragen aan de doorstroming van ouderen en zetten we extra in op de aanpak van schimmelproblematiek voor € 2,0 miljoen per jaar.

Capaciteitsuitbreiding parkeren Door de gebiedsuitbreiding van betaald parkeren in Nieuw-West en Zuidoost is er structureel extra inzet nodig van € 1,5 miljoen vanaf 2025.

Begroting 2026

17

H.1.0

Daarnaast vraagt de afhandeling van parkeerboetes een meer menselijke maat. We zetten de pilot in 2026 voort om te bezien of het meer persoonlijk in behandeling nemen van vragen en klachten over parkeerboetes kan helpen bij het voorkomen van onterechte stapeling van boetes en alle gevolgen daarvan We stellen hiervoor € 0,7 miljoen voor 2026 beschikbaar. Nieuw passagiersvaartbeleid Dit jaar zijn we gestart met een onderzoek en projectorganisatie voor een onder­ bouwing van een nieuw beleid passagiersvaart. Dit onderzoek wordt in 2026 afgerond, we dekken de extra kosten van € 0,1 miljoen. Motie 563: Heel jaar gratis OV voor kinderen We maken in 2026 € 3,0 miljoen vrij om de motie gratis openbaar vervoer voor kinderen te kunnen uitvoeren zodat we in 2026 kinderen tot 12 jaar gratis openbaar vervoer kunnen aanbieden. Aanpak Noord We investeren extra in het inlopen van de achterstalligheid van onderhoud van de voetpaden in Noord. We stellen € 0,5 miljoen in 2026 beschikbaar voor een extra impuls. Actualiseren bestedingsplannen Stadsverbetering en Stadsbehoud Hierbij is de focus gelegd op het onderhouden van de bestaande stad door een verschuiving van de middelen voor stadsverbetering naar stadsbehoud. Terugbrengen achterstallig onderhoud In totaal is incidenteel € 45 miljoen beschikbaar gesteld om achterstallig onderhoud in te lopen.

Dit wordt voornamelijk besteed aan het verder wegwerken van achterstallig onderhoud op de voetpaden, achterstalligheid op dagelijks onderhoud civiele constructies, extra schoonmaken van speeltuinen en inlopen achterstalligheid op de baggerwerkzaamheden.

samen te bouwen aan een leefbaarder Amsterdam voor iedereen. Voor de komende 4 jaar draagt de gemeente Amsterdam in totaal € 0,5 miljoen bij aan de oprichting en ter ondersteuning van het verbond. Compensatie bezuinigingen Rijk op Kunst en Cultuur Wij compenseren het wegvallen van rijksmiddelen in 2025-2026 voor Amsterdamse culturele instellingen. Onevenredig veel Amsterdamse instellingen zijn vanaf 2025 hun landelijke subsidie van de rijkscultuurfondsen misgelopen. Hiervoor maken we incidenteel € 1,5 miljoen euro vrij. H’ART Museum We ondersteunen het H’ART Museum met een eenmalige subsidie van € 2 miljoen in 2025 en € 1,2 miljoen in 2026 om financiële problemen op de korte termijn af te wenden. Deze middelen verstrekken we onder voorwaarden als een ondernemings­ plan waarin structurele maatregelen worden genomen om een rendabele exploitatie te realiseren.

Programma 4 Sport In de begroting zijn geen aanvullende middelen beschikbaar gesteld. De knelpunten van dit programma zijn binnen het programma opgelost door herprioritetern. Deze worden toegelicht op het programmablad.

Programma 5 Onderwijs

Programma 3 Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

Besparingen onderwijs We ontvangen van het rijk de komende periode minder geld voor onderwijs. Door deze teruglopende inkomsten staan we voor een forse besparingsopgave. Dit leidt onder andere tot de besparingen op de voorschool, kansenaanpakken po en vo, verlaging van subsidies voor vroegschoolse educatie, verlaging subsidies voor de MBO-Agenda, het stoppen van het Onderwijsgala. De bezuiniging van het rijk op de voorschool hebben we voor 2026 op kunnen vangen. Daarmee hoeven we de leeftijdsgrens niet te verhogen.

Bijdrage Nieuw Amsterdams Verbond Het Nieuw Amsterdams Verbond is een onafhankelijke vereniging die mensen en organisaties bij elkaar brengt. Ondernemers, maatschappelijke initiatieven, fondsen, betrokken Amsterdammers en de gemeente versterken elkaar via het Verbond, om

Nieuwe initiatieven Om alle kinderen een goede start en een kans te geven om zich te ontwikkelen maken we extra middelen vrij voor: • een zorgstructuur in de voor- en vroegschoolse educatie (VVE).

Begroting 2026

18

H.1.0

• het Passend Onderwijs door inclusieve groepen op te zetten voor jonge kinderen die nu thuis zitten, mede door wachtlijsten voor jeugdzorg en/of speciaal onderwijs. • het programma Liefde voor lezen met extra in op communicatie om het bereik te vergroten en daarnaast bieden we leraren een gratis OBA. Woningen voor leraren Vanuit het coalitieakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor het programma woningen voor leraren. Vanuit dit programma worden verschillende initiatieven opgestart om leraren een passende woning te laten vinden. Zo wordt onder andere gewerkt aan een tool voor betere matching van de vraag van leraren, aan de trans­ formatie van een bestaand gebouw naar woningen voor leraren en aan communicatie aan leraren over de beschikbare ondersteuning in het vinden van een passende woning.

Programma 6 Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Nominale compensatie De sociale basis is het fundament van ons stelsel voor zorg, ondersteuning en mee­ doen. Onze huidige compensatie voor inflatie en loonstijgingen is niet toereikend en verschilt per aanbieder. Vanaf 2026 werken we met een uniforme systematiek. We verhogen de compensatie en gaan voortaan uit van de OVA-systematiek. OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling) is een percentage dat de overheid vaststelt om jaarlijks de loonkosten in de zorg te indexeren. Hiermee trekken we de compensatie in de sociale basis gelijk met de vergoede loon- en prijscompensatie in de domeinen jeugd, zorg en opvang. Actualisatie Wmo-voorzieningen In de begroting stellen we de prognoses bij op basis van een inschatting van het gebruik van de regelingen. Structureel verlagen we het budget met € 3,5 miljoen. World Pride 2026 In 2026 vindt de World Pride plaats in Amsterdam. De organisatie is in handen van Stichting Pride Amsterdam, die hiervoor een beroep doet op sponsorbijdragen, Europese en rijksmiddelen en gemeentelijke subsidie. We stellen € 0,7 miljoen beschikbaar voor een aanvullende programmering, waaronder recepties in combinatie met EuroPride en diverse (inter)nationale evenementen zoals de Human Rights Conference en een Human Rights TV-concert.

Begroting 2026

Aanpak onbegrepen gedrag We intensiveren de aanpak van onbegrepen gedrag in 2026 en 2027 met € 1,4 miljoen per jaar. Hiermee verminderen we de overlast in de stad en versterken we de onder­ steuning binnen de portefeuilles zorg en opvang. Op die manier loopt de aanpak lang genoeg door om een volgend college de tijd te geven een besluit te nemen over de voortzetting ervan. Jeugdzorg: inzet extra middelen rijk Door de incidentele extra middelen van het rijk kunnen we tot 2028 een aantal knelpunten in de jeugdzorg opvangen. Voor de periode van 2025 t/m 2027 trekken we jaarlijks € 10 miljoen extra uit voor de jeugdzorg voor onder andere de versterking van de Ouder- en Kindteams. En we zetten de komende twee jaar in totaal € 30 miljoen in voor de uitvoering van bestuursopdracht Uitvoering jeugdvisie Amsterdam. Doel daarvan is om ervoor te zorgen dat minder kinderen jeugdzorg nodig hebben door de omgeving van het kind te versterken. We hebben in onze begroting een ramingsrisico Jeugd. Dit is geld dat we van het Rijk verwachten te ontvangen, maar waarvan het nog niet zeker is dat we het zullen krijgen. Met de inkomsten uit de meicirculaire brengen we het ramingsrisico in 2026 en 2027 naar nul. Voor de jaren 2028 en 2029 is dat nog niet mogelijk, de meicirculaire bevatte per saldo geen structurele middelen. Vanaf 2028 wordt het ramingsrisico Jeugd beperkt tot € 33 miljoen.

Om dit mogelijk te maken is er een extra taakstelling op de jeugd­begroting nodig van € 4,4 miljoen in 2028 en € 1,2 miljoen vanaf 2029. De rijksmiddelen voor de jeugdzorg vanaf 2028 zijn nog onzeker. We verwachten daar begin 2027 meer duidelijkheid over, wanneer de commissie Van Ark met een tweede rapport komt. Knelpunten jeugd Naast bovenstaande extra inzet lossen we binnen de bestaande budgetten een aantal knelpunten op. Dat zijn onder andere extra kosten voor forensische zorg voor jongeren, maatwerktrajecten voor jeugdigen die 24-uursbegeleiding nodig hebben, en het verhogen van de bijdrage voor het aanbod van Veilig Thuis, het Centrum Seksueel Geweld en de Blijfgroep. Het betreft ook de implementatiekosten voor het beleidskader toezicht en handhaving. Door dit kader wordt de kwaliteit van ondersteuning en naleving van regelgeving geborgd, en wordt misbruik en fraude zoveel mogelijk voorkomen. 19

H.1.0

Aanpak dakloosheid Met coalitiemiddelen hebben we gewerkt aan de intensiveringsaanpak tegengaan dakloosheid. In deze aanpak is het aantal opvangplekken in de stad uitgebreid, zijn inloopvoorzieningen gerealiseerd en is er meer begeleidingscapaciteit beschikbaar gesteld voor Amsterdammers die genoodzaakt zijn om te wachten op een passende plek. We stellen structureel € 4 miljoen beschikbaar om deze aanpak voor te zetten. Wel worden een aantal activiteiten binnen het de aanpak dakloosheid afgeschaald en wordt in de komende jaren een besparing gerealiseerd. Programma ongedocumenteerden In oktober 2024 heeft de gemeenteraad het beleidskader ‘De Amsterdamse inzet voor vluchtelingen en ongedocumenteerden aangenomen. Dit beleidskader reikt tot en met 2027. We stellen in 2027 € 7 miljoen en structureel € 4 miljoen beschikbaar om de opvang en begeleiding van ondersteuning aan ongedocumenteerden te continueren. De middelen lopen daardoor vanaf 2027 af met € 3 miljoen, dit betekend dat het nieuwe college keuzes moet maken over welke voorzieningen we nog aanbieden.

Programma 7 Sociale Zaken en Armoedebestrijding Actualisatie budget bijstand We hebben de verwachte uitgaven en inkomsten voor de bijstand (BUIG) in programma 7 geactualiseerd. De begroting wordt bijgesteld met de verwachte ontwikkeling van het bijstandsbestand. Dit geeft structureel € 12 miljoen aan begrotingsruimte. Re-integratie en bestaanszekerheid Om te kunnen blijven investeren in de re-integratie en bestaanszekerheid stelellen we, vanuit de vrijvallende middelen uit de actualisatie bijstand, structureel € 4 miljoen beschikbaar. Motie 564: De kindregelingen voortzetten We maken € 0,4 miljoen vrij om de kindregelingen ook voor het schooljaar 2026-2027 voort te zetten. Zo behouden we de opgebouwde ondersteuning voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Armoedebestrijding De budgetten van armoedebestrijdingen lopen terug door onder andere taak­ stellingen, en afloop coalitiemiddelen en rijksmiddelen. We willen de armoede­ Begroting 2026

bestrijding op het huidige niveau blijven uitvoeren en stellen daarom structureel € 3 miljoen beschikbaar om de terugloop te compenseren. Dienstverlening vluchtelingen We continueren de dienstverlening voor de opvang, begeleiding en ondersteuning van vluchtelingen. Ook vanaf 2027 stellen we daarom € 5 miljoen euro structureel beschikbaar aan het programma om vluchtelingen in Amsterdam een (tijdelijk) onderkomen te bieden, te begeleiden om inwoner te zijn van onze stad en in verbinding te staan met andere Amsterdammers.

Programma 8 Veiligheid Aanpak Noord / meldpunt zorg en woonoverlast We maken structureel € 3 miljoen vrij voor de Aanpak Noord en de meldpunten zorg- en woonoverlast. Met de middelen voor Noord werken, op een duurzame manier, lang­jarig aan de grote opgaven in Noord en borgen hiermee de continuïteit van de aanpak. Ook zetten we extra mensen in voor veiligheidsaanpakken. Het aantal incidenten met mensen die onbegrepen en onveilig gedrag vertonen, neemt toe, en als stad willen we dit verminderen. In 2024 zijn we gestart met een pilot om ernstige overlast achter de voordeur aan te pakken. Extra inzet op de Meldpunten is nodig om deze pilot te laten slagen. World Pride 2026 Ook voor veiligheid zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor de World Pride. Zie toelichting bij programma 6. Handhaving toeristische winkels Door de invoering van een vergunningsplicht voor toeristenwinkels willen we onder­ mijnende activiteiten in deze sector tegen te gaan. We maken € 0,5 miljoen vrij voor de handhaving van de vergunningplicht. Maatregelen tegengaan seksueel geweld In totaal stellen we € 6 miljoen beschikbaar om seksuele straatintimidatie beter te handhaven, de openbare ruimte veiliger te maken en om de openingstijden van het inloophuis van het Centrum Seksueel Geweld te verruimen. Ook breiden we de Rosa-aanpak en het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld uit.

20

H.1.0

Programma B Bestuur en Organisatie Aanpak Online Leefwereld In de voorjaarsnota 2025 hebben voor het kenniscentrum Online leefwereld Jongeren extra middelen beschikbaar gesteld. Zodat voldoende kennis beschikbaar is, een lobby-agenda uitgevoerd wordt en interventies met gebruikers worden vormgegeven. In 2026 zetten we deze aanpak voort en stellen hier € 1,5 miljoen voor beschikbaar. AI Agenda Met de komst van AI en de snelle adoptie van de techniek, veranderen de mogelijk­ heden om bijvoorbeeld informatie op te vragen en werkzaamheden uit te voeren snel. Deze techniek biedt veel mogelijkheden en kent ook risico’s. Voor Amsterdam zetten we een AI-agenda, met daarin de prioritering en randvoorwaarden voor het toepassen en experimenteren met deze techniek. Hiervoor maken we € 0.6 miljoen vrij. Inclusie en Diversiteit Wij hechten veel waarde aan een inclusieve en diverse organisatie. Om dit te realiseren is het Bureau Inclusiviteit en diversiteit opgericht. Het bureau ontwikkelt zich tot het kennis- en expertisecentrum van de gemeente. Organisatieonderdelen krijgen vanuit dit bureau ondersteuning om een vellig en inclusieve werkomgeving te creëren. We stellen hiervoor structureel € 1 miljoen beschikbaar. MBO-traineeship Amsterdam heeft ook voor mbo-schoolverlaters een traineeship.

Tijdens deze periode doen de trainees praktijkervaring op bij 3 verschillende werkplekken en wordt aandacht besteed aan persoonlijke en professionele ontwikkeling. Na de geslaagde pilot mbo-traineeship zetten we het traineeprogramma in 2026 voort door hier € 1,4 miljoen voor beschikbaar te maken. Dit traineeship is belangrijk voor het aantrekken en behouden van jong talent uit verschillende opleidingsachtergronden en past binnen de ambitie van de gemeente om een voorbeeldfunctie te vervullen als werkgever.

Knelpunten programma B De budgettaire opgave programma B is groot. Deze is hoofdzakelijk opgebouwd uit knel­ punten op het gebied van huisvesting, bedrijfsvoering en activiteiten in het I-domein. Wij dekken deze lasten de komende jaren door het treffen van beheers- en besparings­ maatregelen. We weten nu al dat in 2025 niet alle beheers- en besparings­maatregelen tot voldoende resultaat leiden. Wij dekken dit knelpunt de komende jaren door het verhogen van de opgave. Echter op het gebied van huisvesting kan de eerste jaren niet geheel worden gerealiseerd. De taakstelling op huisvesting willen we dekken door realiseren van één gemeentelijk kantoor. Dan kan vanaf 2032. De taakstelling kan in de jaren daarvoor dus niet gerealiseerd worden. Daarom corrigeren we de taakstelling met € 27,8 miljoen.

Overige ontwikkelingen in de programma’s In programma A worden de Algemenen middelen geactualiseerd. Dit zijn veelal autonome ontwikkelingen. Deze staan toegelicht onder paragraaf 2. Ontwikkelingen in het algemeen beeld. Ook hebben we ook een aantal beleidskeuzes gemaakt in dit programma, deze lichten we hieronder toe. Organisatietaakstelling De afgelopen periode is de ambtelijke organisatie net als de stad gegroeid. We zien dat op een aantal plekken de effectiviteit kan worden vergroot en meer aandacht nodig is voor de uitvoering. Om dit te realiseren hebben we vanaf 2027 een taakstelling op de organisatie ingeboekt van € 15 miljoen. Systematisch evalueren In het coalitieakkoord 2022-2026 is opgenomen om ieder begrotingsonderdeel periodiek te evalueren op doeltreffendheid en doelmatigheid. Op dit moment evalueren we dit niet voldoende systematisch (ieder begrotingsonderdeel periodiek). Om deze ambitie te realiseren maken ook in 2026 hiervoor € 0,5 miljoen vrij.

Onderhoud canon Amsterdam Om de canon van Amsterdam ook de komende jaren te kunnen blijven onderhouden stellen we voor de periode van 4 jaar € 0,2 miljoen beschikbaar.

Generatiepact We hebben met de bonden afspraken gemaakt over een pact voor medewerkers van 64 jaar en ouder. Ook voor de jaren 2026 en 2027 maken we € 1,5 miljoen vrij voor dit ‘generatiepact’.

Maatschappelijke Weerbaarheid Wij hebben € 0,4 miljoen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de weerbaar­ heid bij grootschalige en langdurige stroomuitval voor het gemeente breed programma.

Cultureel Joods leven In de Voorjaarsnota 2025 hebben we geld vrijgemaakt voor het instellen van een commissie die het college adviseert over de kaders en voorwaarden voor het uitgeven

Begroting 2026

21

H.1.0

van geld om te investeren in de toekomst van Joods leven in de stad. In 2026 hebben we voor deze investering eenmalig € 25 miljoen gereserveerd.

1.5 Ontwikkelingen bezit, schuld en reserves

Overig Om het effect van de wijziging in de systematiek van de overheadtoerekening en het vervallen van de marktconformiteitstoeslag te compenseren stellen we € 10,1 miljoen beschikbaar in 2025.

De balans van de gemeente laat aan de ene kant onze bezittingen zien, en aan de andere kant de financiering ervan. Onze bezittingen zijn te onderscheiden naar materieel bezit, zoals grond, gebouwen en wegen, en financieel bezit, zoals deelnemingen. Ons bezit financieren we deels met onze eigen reserves, en deels met schuld. In hoofdstuk 5 Balans is een vereenvoudigde balans opgenomen.

Frictiekosten

Bezittingen

Frictiekosten ontstaan wanneer het behalen van een structurele besparingsmaatregel gepaard gaat met kosten om deze besparing te realiseren. We streven ernaar frictie­ kosten altijd zo laag mogelijk te houden. Ook verwachten we van alle organisatie­ onderdelen dat zij zoveel mogelijk zelf dekking vinden voor frictiekosten. Wanneer dit niet mogelijk is, kan een beroep worden gedaan op de frictiekostenreserve.

Bezittingen van de gemeente bestaan voor een belangrijk deel uit erfpachtgronden en daarnaast activa zoals de Noord/Zuidlijn, gebouwen, wegen, bruggen, tunnels, riolering en waterleidingen. We investeren jaarlijks vele miljoenen euro’s om de stad in goede staat te houden, te verduurzamen en uit te breiden. De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van en de verhouding in ons bezit zien, bestaande uit erfpachtgronden en andere bezittingen.

In onderstaande tabel staan de voorgestelde onttrekkingen en toevoegingen uit de Voorjaarsnota 2025 welke bij de Begroting 2026 geactualiseerd zijn.

Figuur 1 Bezittingen (bedragen x € 1 miljoen)

Onderwerp EZ&C – Reorganisatie Sport – Extern plaatsen sportotheek

2025

2026

2027

2029

0,2

18.000

0,2

16.000 0,2

0,1

R&E – Ontvlechting Waternet

0,6

2,5

ICT – Digitale Stad 0,5

P&O – Eigen Risicodragerschap

0,2

1.395 1.273

1.397 1.286

1.402 1.227

0,1

0,1

12.000

1.330 1.192

7.041

7.571

8.568

6.642

7.947

6.305

8.520

8.644

8.788

8.962

9.136

9.310

2024

2025

2026

2027

2028

2029

10.000 8.000 6.000 4.000

P&O – Besparing ERD

-0,1 -

1.203 1.095

1.397 1.256

14.000 0,1

1,1

P&O – Besparingsopgave ambtelijke huisvesting/ Hybride werken

3,0

6,0

-0,6

1,0

2.000 0

P&O – Verandertraject

1,0

P&O – Kwaliteitimpuls

-

3,0

FB – Besparingsopgave ambtelijke huisvesting/ Hybride werken

2,6

0,5

F&I – Verandertraject/ Personeelsreductie

0,5

3,8

2,6

2,3

0,0

Totaal

6,1

14,1

11,8

3,3

-0,5

Begroting 2026

22.000 20.000

0,3

Besparingsopgave organisatie Samen Sterker uit de Crisis

P&O – Personeelsreductie

2028

Erfpachtgronden

3,0

Materieel bezit

Financieel bezit

Overig bezit

Zowel ons bezit aan erfpachtgronden als onze andere bezittingen nemen toe. Dit komt doordat we investeren in gebiedsontwikkeling, openbare ruimte, maatschappelijke voorzieningen en onze eigen huisvesting. 22

H.1.0

De investeringsruimte 2025-2029 van € 4.197 miljoen vertaalt zich naar een pro­gram­ mering van € 5.256 miljoen in de portfolio’s. Dit is een overprogrammering van € 1.053 miljoen, ofwel 25 procent. Door deze overprogrammering kunnen de domeinen gericht sturen op de gewenste realisatie van het portfolio. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat dit realistisch is. Er zijn meerjarige portfolio’s met investeringen opgesteld die passen binnen deze investeringsruimte, verdeeld naar de domeinen Openbare ruimte en mobiliteit, Maatschappelijke voorzieningen en Bestuur en organisatie. Onderstaande tabel laat de investeringsruimte, de programmering en overprogrammering zien. Totaal

2025

2026

2027

2028

2029

Totaal

Investeringsruimte

681

761

915

786

1.053

4.197

Programmering

840

977

1.163

998

1.277

5.256

Overprogrammering

159

681

761

915

786

1.053

Figuur 2 Financiering (bedragen x € 1 miljoen)

22.000 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000

De keuzes voor nieuwe investeringen binnen de beschikbare investeringsruimte vloeien voort uit een zo goed mogelijk evenwicht tussen groei van de stad, instandhouding van de bestaande stad, verduurzaming van ons bezit en ongelijk investeren voor gelijke kansen. De keuzes per domein zijn afhankelijk van de specifieke opgaven en omstandigheden van dat domein. In de paragraaf Investeringen worden deze keuzes toegelicht. Financiering van ons bezit We financieren ons bezit met eigen middelen, die we hebben gespaard in onze reserves, of met schuld, waarvoor we bij externe financiers aankloppen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16121354/1