CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Begroting 2026 Gemeente Amsterdam.pdf

RAAD 9 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Algemene Beschouwingen over de begroting 2026 (VN2025-013038)49.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

In 2026 onderzoeken we waar er binnen Amsterdam, en samen met de regio ook buiten Amsterdam, capaciteit kan worden toegevoegd of verbeterd.

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

Aantal toetspunten en straten waar niet wordt voldaan aan EU- grens­ waarde stikstof­dioxide (NO2, 40 μg/m3)

33% (2022)

0%

0%

0%

0%

2

Percentage van de toetspunten waar niet wordt voldaan aan de WHO-advieswaarde voor fijnstof (PM 2,5)

37% (zichtbaar in 2021)

0% (zichtjaar 2023)

25% (zichtbaar 2023)

25%

25%

3

Verminderen aandeel zware voertuigen (maximum massa boven de 30 ton) ten opzichte van alle bestel- en vrachtwagens in de ZZV per jaar binnen de S100.

0,80% (2022); de waarde is bijgesteld

0,80%

0,69%

0,69%

0,68%

4

Stijging van percentage zero emissie bestel- en vrachtwagens

4,5% Geen (2023) betrouw­bare data beschik­baar

6%

6%

7,5%

5

Percentage uitstootvrije taxi’s

12,1% (2020)

23%

25%

30%

21%

Schone Lucht Het Actieplan Schone Lucht (2019) richt zich op het verbeteren van de luchtkwaliteit in Amsterdam, ten behoeve van de gezondheid van bewoners en bezoekers. Het doel is om voor 2030 te voldoen aan de advieswaarden voor luchtkwaliteit van de World Health Organization (WHO) uit 2005. We werken aan deze doelstelling door in te zetten op de verschoning van Amsterdams weg- en vaarverkeer, en de verschoning van mobiele werktuigen die worden ingezet bij werkzaamheden in de stad. Daarnaast dragen onderstaande maatregelen bij aan een reductie van CO2-uitstoot van circa 11 procent in de stad. We dragen daarmee bij aan de totale CO2-reductiedoelstellingen van de gemeente. Het Actieplan Schone Lucht

Begroting 2026

81

H.2.2.1

wordt uitgevoerd binnen het landelijke kader van wetgeving, overgangsregelingen en ontheffingen. In 2026. Zakelijk verkeer Binnen de groep zakelijk verkeer worden veel verkeersbewegingen gemaakt in de stad. De impact van verduurzaming binnen deze groep is dan ook groot. Het aantal uitstootvrije taxi’s in de stad stijgt in 2026 naar verwachting naar een kwart van alle taxi’s. Dat is een ruime verdubbeling ten opzichte van het percentage uitstootvrije taxi’s in 2020. Commercieel vervoer zoals Taxi, Touringcar en Logistiek dragen bij aan de bereikbaarheid en toegankelijkheid van bestemmingen en voorzieningen en de bevoorrading van de stad. Deze ondernemers zorgen dagelijks voor het draaiend houden van de stad. Tegelijkertijd heeft zakelijk verkeer effect op de leefbaarheid, veiligheid en de bruggen en de kademuren in de stad. De opgave is om daar samen met de branche een goede balans in te vinden. In de Agenda Taxi 2020‑2025 staan vier doelen centraal: betrouwbaar, veilig, bonafide taxivervoer, in een leefbare stad. De doelen van de Agenda Taxi 2020‑2025 zijn nog steeds actueel. Daarnaast sluiten we aan op de koers ‘Amsterdam Maakt Ruimte’, waarin bereikbaarheid, toegankelijkheid en leefbaarheid centraal staan. Op deze manier werken we doelgericht verder aan een toekomstbestendige en kwalitatief goede taximarkt in Amsterdam.

Verder bereiden we ons voor op een uitstootvrije zone voor taxi’s binnen de Ring A10. De invoering is uitgesteld, maar we blijven sturen op uitstootvrije ritten door stimulerende maatregelen te nemen. Daarnaast bereiden we de invoering van uitstootvrije zone voor. Voor de logistiek blijft het doel voor 2026 om voertuigen uit de sector efficiënter, veiliger, schoner en lichter te maken. Naast de reguliere taken, zoals adviseren bij logistieke vraagstukken en relatiebeheer met de logistieke branche, lopen een aantal projecten, zoals transport over water, lichter op de wallen en de city Hub Rode Loper ook door in 2026.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Vervoerregio Amsterdam (VRA) De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten rond verkeer en openbaar vervoer. De belangrijkste taken zijn het opdrachtgeverschap van het openbaar vervoer en het verstrekken van subsidies voor infrastructuur. Dit laatste gebeurt via de Investeringsagenda Mobiliteit. De Vervoerregio is ook een partner in de Begroting 2026

Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Vervoerregio wordt volledig bekostigd uit een Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering) van ruim € 400 miljoen per jaar. De regioraad stelt de begroting vast. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten kunnen een zienswijze daarover afgeven. Servicehuis Parkeer en Verblijfsrechten (SHPV) Voor het handhaven van het betaald parkeren gebruiken we het Nationaal Parkeer­ Register (NPR) van de coöperatie Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten (SHPV). Het SHPV beheert namens aangesloten gemeenten het register. Zo kunnen we op dezelfde landelijke digitale manier parkeren registreren en raadplegen voor (digitale) handhaving. Als parkeergarages in eigendom van ons en onderdeel van een gebouwencomplex zijn, dan is de gemeente verplicht lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE). Daarnaast speelt SHPV een coördinerende rol namens gemeenten met een uitstootvrije zone stadslogistiek richting RDW, die namens gemeenten de ontheffingen verleent voor de uitstootvrije zone.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Baten

Jaarverslag Begroting Begroting 2024 2025 2026 72,8

87,8

58,1

Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029 56,3

56,4

56,4

Lasten

246,9

354,9

302,0

284,5

249,0

210,3

Saldo Baten en Lasten

-174,0

-267,1

-243,8

-228,2

-192,6

-154,0

Onttrekking

13,6

392,5

47,7

55,1

27,2

8,8

Toevoeging

132,1

183,7

12,0

12,0

12,0

12,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-118,5

208,8

35,7

43,1

15,2

-3,2

Totaal programma­onderdeel 2.1 Verkeer, Vervoer en Parkeren

-292,5

-58,3

-208,1

-185,1

-177,4

-157,2

Verbeteren voorspellende waarde begroting Een belangrijk onderdeel van dit programmaonderdeel is de Stadsverbetering, die bestaat uit diverse meerjarige projecten. Bij deze projecten wordt sinds de Begroting 2020 rekening gehouden met een mate van overprogrammering. Bij deze methodiek wordt er bij de begroting al vanuit gegaan dat, als gevolg van in een complexe stad als Amsterdam altijd optredende vertragingen, van de geprogrammeerde projecten niet het volledige geraamde budget wordt besteed. Om deze onderuitputting te verminderen wordt met overprogrammering gestimuleerd dat naast de 82

H.2.2.1

geprogrammeerde projecten andere projecten worden opgestart, zodat in de realisatie zoveel als mogelijk het geraamde budget alsnog wordt uitgegeven. Deze nieuwe methodiek is gestart in 2020 en we zien dat de overschatting van uitgaven in de begroting afneemt. In de afgelopen jaren hebben we veel geleerd van de nieuwe methodiek van de overprogrammering en we zetten ons in om dit in de komende jaren verder te verbeteren. Om goed te kunnen sturen op de realisatie van onze projectuitgaven is een eenvoudig werkende financiële administratie een vereiste. Daartoe willen we de huidige financiële administratie vereenvoudigen. Baten en lasten De baten in dit programma­onderdeel van € 58,1 miljoen bestaan voornamelijk uit parkeerinkomsten uit gemeentelijke garages en fietsenstallingen. Voor een kleiner deel uit inkomsten door bijdragen van derden, met name afkomstig van de Vervoerregio Amsterdam (VRA). De lasten van € 302,0 miljoen bestaan voornamelijk uit lasten gerelateerd aan parkeren en projecten en onderhoud in de openbare ruimte. Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten Vanaf 2026 dalen de baten en de lasten. Er is minder budget beschikbaar voor verbe­ teringen of herinrichtingen en investeringen in de groeiende stad. Vanaf 2029 zal het jaarlijkse budget van stadsverbetering ten opzichte van 2025 bijna zijn gehalveerd.

Hieronder vallen ook projecten die geheel of gedeeltelijk worden gedekt door bijdragen van derden, voornamelijk door de VRA. Omdat de gemeente minder kan cofinancieren, zullen ook andere financiers minder bijdragen. De baten uit deze bijdragen van derden dalen dus met de lasten mee. Daarnaast is het budget voor het project Zuidasdok en de bijbehorende personeelskosten overgeheveld van programma 1 naar programma 2. Dit budget laat in 2028 en 2029 lagere lasten zien. Tenslotte zijn de baten uit parkeren in 2025 € 3 miljoen hoger dan in de jaren daarna door de verwachte verkoopopbrengst van een garage en 120 garageboxen. Verder fluctueren de lasten voor parkeren door een aantal incidentele uitgaven, zoals de kosten voor de implementatie van de uitbreiding betaald parkeren, kosten voor het nieuwe vergunningensysteem en de verkoopkosten de hiervoor genoemde verkoop van de garageboxen en garage. Ook de uitgaven uit de geactualiseerde voorziening groot onderhoud voor parkeren fluctueren over de jaren. Reserves De onttrekkingen aan de reserves van € 47,7 miljoen bestaan uit onttrekkingen aan Begroting 2026

de Reserve Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties, Reserve Schaalsprong, Reserve Zuidelijke IJ-oevers, Reserve Coalitiemiddelen 2022-2026, Reserve Vereveningsfonds en Reserve Laadinfra. De toevoeging van € 12,0 miljoen betreft de Reserve Schaalsprong. Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

87,8

58,1

56,3

56,4

56,4

Beginstand Begroting 26

53,9

45,7

45,7

45,7

45,7

Mutaties Begroting 26

33,9

12,4

10,6

10,7

10,6

Begrotingsbijstellingen

33,9

11,0

9,1

9,2

9,2

1,4

1,4

1,5

1,5

(bedragen x € 1 miljoen)

Nominale ontwikkelingen Lasten

354,9

302,0

284,5

249,0

210,3

Beginstand Begroting 26

283,9

227,3

196,5

184,3

186,9

Mutaties Begroting 26

71,0

74,7

88,0

64,7

23,4

Autonome ontwikkelingen

4,9

4,2

4,2

4,2

Eerste wijzigingsverordening Parkeren

0,1

0,0

0,0

0,0

Gebiedsuitbreiding parkeren

0,6

Gevolgen tariefverhoging OZB Gemeentelijk Vastgoed

0,5

0,5

0,5

0,5

Handhaving en uitbreiding bankkosten parkeren

0,6

0,6

0,6

0,6

Handhavingscontract

1,3

1,3

1,3

1,3

Organisatieverandering uitbreiding parkeren

1,3

1,3

1,3

1,3

Uitbreiding werkzaamheden P1

0,5

0,5

0,5

0,5

Nieuw beleid

0,7

Klachtbehandeling parkeerboetes

0,7

Mee- en tegenvallers

-1,7

2,5

8,0

-18,5

Aanbesteding parkeerbeheerdiensten

0,7

0,7

0,7

0,7

Actualisatie onbestemd deel Stadsverbetering Bestedingsplan Stadsverbetering 2025‑2029

-13,4 1,5

5,4

10,2

-22,1

83

H.2.2.1

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Dagelijks onderhoud Amsterdamse Bos

-0,7

-0,5

-0,5

-0,2

Dagelijks onderhoud Groen

-0,8

-0,8

-0,8

-2,5

Formatiekrimp

-0,1

-0,1

-0,1

-0,1

Invulling besparingsopgave

0,3

0,6

1,1

1,1

Knelpunt exploitatielasten Veren

-2,2

-2,2

-2,2

-2,2

(bedragen x € 1 miljoen)

Begroting 2025

Zuidelijke IJ-oevers (POR)

-0,4

Vergroening Westerpark

-0,3

-0,1

Beginstand Begroting 26

12,0

12,0

12,0

12,0

12,0

Mutaties Begroting 26

171,7

-

-

-

-

-

-

171,7

-

-

-

-

Saldo onttrekking en toevoeging

208,8

35,7

43,1

15,2

-3,2

-0,3

Totaal

-58,3

-208,1

-185,1

-177,4

-157,2

Mutaties baten

1,0

0,5

Luchtkwaliteit

-1,0

-0,5

1,0

0,5

Begrotingsbijstellingen

79,6

46,1

53,2

35,9

17,9

Budgetneutrale wijzigingen

7,8

7,2

6,2

6,5

15,6

3,5

3,3

3,3

3,3

3,3

6,6

-4,6

-9,7

10,1

9,6

9,2

9,2

-2,1

1,0

1,2

1,6

1,5

Saldo baten en lasten

-267,1

-243,8

-228,2

-192,6

-154,0

Onttrekking

392,5

47,7

55,1

27,2

8,8

Beginstand Begroting 26

348,3

16,3

10,4

Mutaties Begroting 26

44,2

31,4

44,7

27,2

8,8

Kwaliteitsimpuls Groen

0,4

Reserve Coalitiemiddelen 22-26

-1,0

-0,5

1,0

0,5

Reserve IJ-oeververbinding

0,4 -2,0

-0,6

0,7

1,1

36,4

44,0

25,3

7,0

Actualisatie kapitaallasten

Reserve Laadinfra Reserve Schaalsprong

43,3

Reserve Sprong o/h IJ Reserve Vereveningsfonds Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties

Begroting 2026

0,5 12,0

-0,5

Nominale ontwikkelingen

Begroting 2029

12,0

-1,0

-13,3

Begroting 2028

12,0

Coalitieakkoord

Groei

Begroting 2027

12,0

Infrastructuur, Openbare Ruimte en Groen Reserve Schaalsprong

-0,1

Begroting 2026

183,7

20,3

Opheffing/afsluiting paden Amsterdamse Bos

Begroting 2025

Toevoeging

Onbestemd deel Stadsverbetering inzetten voor knelpunten P2

Intertemporele compensatie

(bedragen x € 1 miljoen)

-3,2

-0,4

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

-

-

-

-

-

Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. Afwijkingen groter dan € 1 miljoen zijn: • Stijging VvE-bijdrage: De gemeente neemt deel in verschillende VvE’s. Hierdoor draagt zij ook bij aan de kosten voor onderhoud. Bij handhaving bestaand beleid is er een kostenstijging. Deze kosten worden gedekt door de hogere opbrengsten binnen garage parkeren (€ 1,5 miljoen in 2025, € 1,8 miljoen in 2026 en € 1,5 miljoen vanaf 2027). • We hebben de tarieven van fiets en garage verhoogd met de generieke index voor inkomsten bij een aantal parkeergaragaes zijn de tarieven hoger dan 3,69% om een taakstelling op te lossen (€ 2,3 miljoen in 2025 en € 2,0 miljoen vanaf 2026). • Verwachte verkoop garage en 120 garageboxen: We stoten een garage en 120 garageboxen af om in de verkoop te zetten (€ 3,0 miljoen in 2025). • Bijdragen Vervoersregio Amsterdam (VRA): − We ontvangen twee bijdragen van VRA in 2025 voor de financiële bijdrage die gemeente Amsterdam aan Prorail levert (€ 20,9 miljoen in 2025). − Op basis van getekende overeenkomsten worden bijdragen van derde partijen (VRA, Zaanstad, Regiodeal) toegevoegd waarmee lasten voor project fietsroute Noorderijplas worden gefinancierd, zoals de brug over zijkanaal H (€ 10,5 miljoen in 2025 en € 1,8 miljoen in 2026).

− In 2025 wordt de resterende bijdrage van de VRA begroot ter dekking van de lasten voor de fietsroute IJ-Geldersekade (€ 2,5 miljoen in 2025). − Het lastenbudget plus de bijdrage waaruit de laten gedekt worden, kunnen 84

H.2.2.1

worden afgevoerd, omdat het project Reconstructie Prins Hendrikkade op verzoek van de Raad is getemporiseerd. Pas na 2025 zal dit project eventueel weer opgestart worden (€ 7,6 miljoen in 2025). • Bijstelling meerjarige begroting Laadinfra: We maken meerjarig gebruik van de inkomsten uit de laadpalen in de stad om de uitgaven met betrekking tot beleid en infrastructuur van laadinfra te kunnen dekken. Zie ook toelichting op de lasten (€ 4,4 miljoen in 2026 en € 4,0 miljoen vanaf 2027). De afwijkingen kleiner dan € 1 miljoen lichten we niet verder toe. Nominale ontwikkelingen Indexatie opbrengsten fiets- en garageparkeren: We verhogen de opbrengsten van fiets- en garageparkeren door middel van indexatie op de tarieven over de jaren 2026 tot en met 2029.

Mutaties lasten Autonome ontwikkelingen Eerste wijzigingsverordening Parkeren We passen de meerjarige budgetten aan door de Eerste wijzigingsverordening Parkeren. Dit betreft de invoering van het progressief parkeertarief bij meerdere sportparken, het extra verstrekken van maatschappelijke vergunningen aan scholen en andere maatschappelijke instellingen en de start van betaald parkeren inclusief handhaving in gebied de Amstelglorie. Een progressief parkeertarief betekent dat de kosten voor de parkeerder stijgen naarmate de parkeerduur langer wordt. Hier staan parkeerinkomsten in programma­onderdeel A.1 tegenover. Gebiedsuitbreiding parkeren In deelprojecten wordt het gebied voor betaald parkeren verder uitgebreid. De implementatie van de uitbreiding is onvoldoende begroot. Activiteiten betreffen bijvoorbeeld markering van parkeervakken, bebording plaatsen, aanwezige blauwe lijnen verwijderen en algehele communicatie. Daarnaast worden bewoners met bepaalde rechten gehoord en eventueel gecompenseerd. Gevolgen tariefverhoging OZB Gemeentelijk Vastgoed Door de stijging van het tarief en een hogere WOZ-waarde van parkeerobjecten in ons bezit, neemt de OZB afdracht toe.

Begroting 2026

Handhaving en uitbreiding bankkosten parkeren We investeren in een uitbreiding van betaald parkeren in de stad. Dat betekent dat parkeeropbrengsten uit naheffingsaanslagen (naar aanleiding van handhaving) en belparkeren ook stijgen. Daardoor maakt de gemeente extra kosten, zowel voor de verwerking van aanslagen als de verwerking van betalingen. Handhavingscontract We investeren in de uitbreiding van betaald parkeren in de stad. Hierdoor breiden ook de werkzaamheden voor de handhaving uit (met scanauto’s). De lasten van het handhavingscontract zijn geïndexeerd. Organisatieverandering uitbreiding parkeren We investeren in de stad. Door de uitbreiding van het gebied waar betaald parkeren geldt, en het nieuwe handhavingscontract, groeit ook de gemeentelijke organisatie mee. Om ook in de toekomst de handhaving, klachtenafhandeling en verwerking van de parkeeropbrengsten goed uit te kunnen voeren. Daarmee leveren we de parkeerdienstverlening die burgers en bedrijven van ons mogen verwachten. Uitbreiding werkzaamheden P1 We investeren in de gebiedsuitbreiding voor betaald parkeren in de stad. Nieuw beleid Klachtbehandeling parkeerboetes We stellen incidentele middelen beschikbaar voor het bemensen van de loketten voor de afhandeling van klachten over parkeerboetes.

Mee- en tegenvallers Aanbesteding parkeerbeheerdiensten Door te kiezen voor een hoger social return percentage dan volgens het gemeentelijk beleid, namelijk ongeveer 65 procent in plaats van 5 procent, verwachten wij meerkosten bij de aanbesteding parkeerbeheerdiensten voor garages, stallingen en terreinen. Dit leidt tot een overheveling van budget van programma 7 naar 2. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal. Actualisatie onbestemd deel Stadsverbetering We hebben bij de Voorjaarsnota 2025 het bestedingsplan van programma Stads­ verbetering geactualiseerd ten opzichte van de meerjarenbegroting 2025‑2028. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het budget in 2025 en een overheveling van 85

H.2.2.1

budget van programma­onderdeel 2.1 naar 2.2. De mutaties zijn over de verschillende boekjaren neutraal, omdat het programma Stadsverbetering een gesloten systeem is waar geprogrammeerd wordt over meerdere jaren (2025‑2029). Deze mutatie heeft samenhang met andere mutaties met betrekking tot bestedingsplan Stadsverbetering. Bestedingsplan Stadsverbetering 2025‑2029 We wijzigen de bestedingsplannen voor een aantal projecten binnen het programma Stadsverbetering. Bij de Voorjaarsnota 2025 is het bestedingsplan van programma Stadsverbetering geactualiseerd ten opzichte van de meerjarenbegroting 2025‑2028. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het budget in 2025. De mutaties zijn over de verschillende boekjaren neutraal, omdat het programma Stadsverbetering een gesloten systeem is waar geprogrammeerd wordt over meerdere jaren (2025‑2029). Dagelijks onderhoud Amsterdamse Bos We verlagen structureel het budget van het programma Stadsverbetering ten gunste van Stadsbehoud voor het beheer en onderhoud van het Amsterdamse Bos. Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.1 en 2.2 naar 2.6. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal. Dagelijks onderhoud Groen We verlagen structureel het budget van het programma Stadsverbetering ten gunste van Stadsbehoud voor de contracten voor dagelijks beheer om de prijsstijgingen met € 1,0 miljoen te compenseren.

Hiermee komen we tegemoet aan de wens van de Stadsdelen om extra middelen beschikbaar te stellen tegen het ‘ontgroenen’. Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.1 naar 2.6. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal. Formatiekrimp We krimpen de formatie door besparingsmaatregelen. Dekking vindt plaats vanuit de frictiekostenreserve. Invulling besparingsopgave We vullen de besparingsopgave voor programma 2 in door het budget voor programma Stadsverbetering structureel te verlagen. Dit leidt tot een overheveling van budget van programma­onderdeel 2.1 naar 2.2.

Knelpunt exploitatielasten Veren We dekken het knelpunt van de exploitatielasten van Veren uit een verlaging van het budget van programma Stadsverbetering. Het huidige exploitatiecontract met GVB Veren loopt sinds 2019. Het tekort is opgelopen tot € 2,2 miljoen structureel, omdat de werkelijke indexatie van de kosten van het contract (onder andere door CAO GVB) jaarlijks hoger is dan de toegekende centrale indexatie van het budget. Dit leidt tot een overheveling van budget van programma­onderdeel 2.1 naar 2.2. Onbestemd deel Stadsverbetering inzetten voor knelpunten Programma 2 We zetten het onbestemde deel van het budget voor programma Stadsverbetering in om knelpunten van programma 2 op te lossen. Opheffing/afsluiting paden A’damse Bos We lossen het knelpunt van het afsluiten van paden in het Amsterdamse Bos op door het meerjarige programmabudget voor Stadsverbetering te verlagen. De gevolgen van het afsluiten van paden (niet opheffen) zijn onomkeerbaar: de gebruikersdruk in andere delen neemt toe, publieke weerstand en historisch ontwerp loslaten. Door het opheffen van paden ontstaat er meer ruimte voor de natuur en voor biodiversiteit. Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.1 en 2.2 naar 2.6. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal.

Vergroening Westerpark We verlagen incidenteel het budget van het programma Stadsverbetering ten gunste van Stadsbehoud voor het vergroenen van het Westerpark. Dit is een budget­ verschuiving van programma­onderdeel 2.1 en 2.2 naar 2.6. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal. Coalitieakkoord Coalitiemiddelen Luchtkwaliteit We hebben het deel van de begrote onttrekking aan de reserve coalitiemiddelen in verband met luchtkwaliteit wat niet in 2024 is uitgegeven overgeheveld naar 2025 om dan te worden uitgegeven. Door deze overheveling stijgen de lasten in 2025 wat wordt gedekt door een onttrekking uit de reserve coalitiemiddelen. Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. Afwijkingen groter dan € 1 miljoen zijn:

Begroting 2026

86

H.2.2.1

• Zuidasdok: We hevelen het budget voor het project Zuidasdok en de bijbehorende personeelskosten over van programma 1 naar programma 2. De bijbehorende onttrekkingen aan de reserve Vereveningsfonds worden ook overgeheveld. Zie ook toelichting op de baten (€ 44,0 miljoen in 2025, € 37,1 miljoen in 2026, € 44,7 miljoen in 2027, € 26,0 miljoen in 2028 en € 7,7 miljoen in 2029). • Lasten gedekt door Bijdragen Vervoersregio Amsterdam (VRA): − Voor de financiële bijdrage die de gemeente Amsterdam levert aan Prorail voor het project Fietsparkeren Station CS Zuidoost ontvangen we in 2025 2 bijdragen van Vervoerregio Amsterdam. Zie ook toelichting op de baten (€ 20,9 miljoen in 2025). − Op basis van getekende overeenkomsten worden bijdragen van derde partijen (VRA, Zaanstad, Regiodeal) toegevoegd waarmee lasten voor project fietsroute Noorderijplas worden gefinancierd, zoals de brug over zijkanaal H. Zie ook toelichting op de baten (€ 10,5 miljoen in 2025 en € 1,8 miljoen in 2026). − In 2025 wordt de resterende bijdrage van de VRA begroot ter dekking van de lasten voor de fietsroute IJ-Geldersekade. Zie ook toelichting op de baten (€ 2,5 miljoen in 2025). − Het lastenbudget plus de bijdrage waaruit de laten gedekt worden, kunnen worden afgevoerd, omdat het project Reconstructie Prins Hendrikkade op verzoek van de Raad is getemporiseerd.

Pas na 2025 zal dit project eventueel weer opgestart worden. Zie ook toelichting op de baten (€ 7,6 miljoen in 2025). • Verkoop garage en 120 garageboxen: De lasten bestaan uit een verwachte afwaardering van de boekwaarde, verkoopkosten, de sloop van de fietsflat en reorganisatiekosten (€ 3,0 miljoen in 2025). • Stijging lasten fiets – en garageparkeren: We zien hogere lasten veroorzaakt door prijsstijgingen(€ 2,3 miljoen in 2025 en € 2,0 miljoen vanaf 2026). • Stijging VvE-bijdrage: De gemeente neemt deel in verschillende VvE’s. Hierdoor draagt zij ook bij aan de kosten voor onderhoud. Bij handhaving bestaand beleid is er een kostenstijging. Deze kosten worden gedekt door de hogere opbrengsten binnen garageparkeren (€ 1,5 miljoen in 2025, € 1,7 miljoen in 2026 en € 1,5 miljoen vanaf 2027). • Bijstelling meerjarige begroting Laadinfra: We maken meerjarig gebruik van de inkomsten uit de laadpalen in de stad om de uitgaven met betrekking tot beleid en infrastructuur van laadinfra te kunnen dekken (€ 2,5 miljoen in 2026, € 3,4 miljoen in 2027, € 4,7 miljoen in 2028 en € 5,1 miljoen in 2029). De afwijkingen kleiner dan € 1 miljoen lichten we niet verder toe.

Begroting 2026

Budgetneutrale wijzigingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij de omvang van lasten of baten niet veranderen. Veelal zal dit betekenen dat er sprake is van een verschuiving over programma’s, programmaonderdelen of doelen. Afwijkingen groter dan € 1 miljoen zijn: • Bestedingsplan Stadsverbetering 2025‑2029 : Bij de Voorjaarsnota 2025 is het bestedingsvoorstel 2025-2030 vastgesteld. In de meerjarenbegroting 2026-2030 wordt een aantal wijzigingen voorgesteld, namelijk: − Actualiseren aantal projecten binnen het bestedingsvoorstel Stadsverbetering − Het onderbrengen van wettelijke activiteiten inclusief budget vanuit Stadsverbetering naar Stadsbehoud, waaronder aanpak blackspots en verkeerveiligheidsmaatregelen (betreft wettelijke taken artikel 15 en 18, eerste lid van de Wegenverkeerswet (Wvw)). Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.1 naar 2.2, 2.4 en B.5. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal (€ 5,4 miljoen vanaf 2026). − Voortzetten activiteiten taxibeleid, beleid touringcar en structureel inbedden. − Effectueren van de tariefsverlaging als gevolg van marktconformiteitstoeslag: aan exploitatieprojecten mogen alleen directe kosten worden toegerekend. In het gehanteerde tarief van de binnengemeentelijk uitvoeringsonderdelen mag geen overhead (=marktconformiteitstoeslag) worden toegerekend.

− Reguliere actualisatie van projecten in het boekjaar 2025. Dit betreffen verschuivingen in de tijd van het budget van 2025 naar latere jaren in verband met aanpassing in de planning. • Kostenverdeelstaat: Volgens de BBV dienen overheadkosten te worden begroot en verantwoord op een daarvoor aangewezen taakveld. Daarop bestaat één uitzondering: overheadkosten ten behoeve van geactiveerde investeringen en grondexploitaties mogen wel worden doorbelast. Omdat met ingang van 2025 de baten van de doorbelasting bij een centrale directie en niet meer bij individuele directies worden verantwoord worden alle oude doorbelastingen naar individuele directies verwijderd. De lasten in dit programma­ onderdeel stijgen met € 12,2 miljoen. • Decentrale overhead: De overhead van directies die werkzaam zijn op de programma’s, wordt niet langer in Programma B begroot. Met deze mutatie voldoet de gemeente aan de aangepaste kaders van het BBV. Het inzicht in de programmakosten neemt daardoor toe. Deze mutatie is budgetneutraal omdat deze lasten van Programma B naar de overige programma’s gaan (naar dit programma­ onderdeel: € 1,6 miljoen in 2025, € 8,3 miljoen in 2026, 2027 en 2028 en € 7,5 miljoen in 2029).

87

H.2.2.1

• Invulling Taakstelling P2 PBK: We verschuiven de bijdrage van het programma bruggen en kademuren aan de besparingsopgave van programma­onderdeel 2.4 naar 2.1. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal (€ 0,4 miljoen in 2026, € 0,8 miljoen in 2027 en € 1,6 miljoen vanaf 2028). • Invulling taakstelling hervormen en besparen: We verlagen het budget in het kader van de taakstelling hervormen en besparen. • Herverdeling nominaal Stadsverbetering: We herverdelen de ontvangen nominale compensatie over het programma Stadsverbetering. Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.1 naar 2.2. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal (€ 1,3 miloen in 2026, € 1,1 miljoen in 2027 en € 0,8 miljoen vanaf 2028). De afwijkingen kleiner dan € 1 miljoen lichten we niet verder toe.

Reserve IJ-oeververbinding Deze mutatie lichten we niet verder toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.

Groei Dit betreft de toedeling van de gereserveerde middelen voor de groei van de stad.

Reserve Sprong over het IJ We onttrekken minder aan de reserve Sprong over het IJ. Dit betreft een correctie die we doen zodat na de vrijval van de reserve Sprong over IJ die is gestort in de reserve Vermogensopbouw er geen saldo achterblijft in de reserve Sprong over het IJ.

Intertemporele compensatie Hogere/lagere lasten door verschuivingen van middelen over de jaren. We passen de lasten per jaar aan maar het totaal aan lasten blijft gelijk. We doen dit voor projecten in het kader van het programma Stadsbehoud, parkeren en luchtkwaliteit. Nominale ontwikkelingen Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkelingen van lonen en prijzen.

Reserve Laadinfra We onttrekken minder aan de reserve Laadinfra. Zie toelichtingen op de baten en lasten. De reserve Zuidas wordt opgeheven met ingang van 2025. Het bedrag van € 162,9 miljoen dat bestemd is voor het project Zuidasdok wordt toegevoegd aan de reserve incidentele schaalspronginvesteringen. Dit is een verschuiving van programma 1 naar programma 2. We onttrekken de geplande uitgaven uit dezelfde reserve. Verder voegen we in 2025 de indexering van 2 procent over de periode 2025-2029 toe aan de reserve incidentele schaalspronginvesteringen.

Reserve Vereveningsfonds Deze mutatie lichten we hier niet verder toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. Zie toelichting hieronder bij Reserve Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties.

Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio.

Reserve Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties We hevelen het budget voor het project Zuidasdok, de bijbehorende personeelskosten en de bijbehorende onttrekkingen aan de reserve Vereveningsfonds over van programma 1 naar programma 2.

Mutaties onttrekkingen

Mutaties toevoegingen

Totaal onttrekkingen Reserve Kwaliteitsimpuls Groen De reserve Kwaliteitsimpuls Groen wordt in 2025 opgeheven.

Totaal toevoegingen Reserve Schaalsprong De reserve Zuidas wordt opgeheven met ingang van 2025. Het bedrag van € 162,9 miljoen dat bestemd is voor het project Zuidasdok wordt toegevoegd aan de reserve incidentele schaalspronginvesteringen. Dit is een verschuiving van programma 1 naar programma 2. We onttrekken de geplande uitgaven uit dezelfde reserve. Verder voegen we in 2025 de indexering van 2% over de periode 2025-2029 toe aan de reserve incidentele schaalspronginvesteringen.

Reserve Coalitiemiddelen 2022-2026 Deze mutatie lichten we niet verder toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. Reserve Zuidelijke IJ-oevers (POR) Deze mutatie lichten we niet verder toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.

Begroting 2026

88

H.2.2.1

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

Geen risico’s

-

Beleidskaders • Koersdocument Amsterdam Maakt Ruimte (2023) • Uitvoeringsplan Voetganger, Verkeersveiligheid en Fiets (2023) • Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte (2023) • Ruimte voor de voetganger (2023) • Nota Deelmobiliteit (2023) • Amsterdamse P+R-maatregelen Actualisatie (2023) • Werkplan Stedelijke Logistiek 2023-2025 (2023) • Logistieke Strategie (2022) • Omgevingsvisie Amsterdam 2050 • Hubsvisie 2021 • Gefundeerd herstellen, Actieplan bruggen en kademuren 2023‑2026 • Agenda Touringcar 2020‑2025 (2020) schetst het kader voor de manier waarop de gemeente om gaat met touringcars. • Agenda Taxi 2020‑2025 beschrijft de ambities en het eindbeeld voor de taxi in Amsterdam voor de komende jaren. • Agenda Amsterdam Autoluw (2020) • Strategie Klimaatadaptatie (2020) • Programma Stadsbehoud. • Programma Stadsverbetering • Programma aanpak wegtunnels Amsterdam.

• Amsterdam veilig en leefbaar – 30 km/u in de stad (2021) • Beleidskader Verkeersnetten (2018) waarin de belangrijkste netwerken voor de bereikbaarheid van en in de stad zijn aangegeven, inclusief de bijbehorende eisen en richtlijnen • In het Beleidskader “1Amsterdam Heel & Schoon” (2017) staan de principes voor onderhoud,reiniging en assetmanagement • De Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld (Beleidskader Puccinimethode, 2018, actualisatie 2024) bevat standaard inrichtingsprincipes, profielen en materiaalkeuzes voor het ontwerpen en aanleggen van de openbare ruimte, gekoppeld aan de centrale inkoop van materiaal

Begroting 2026

• Het Beleidskader Verlichting (2017) definieert de rol van verlichting in Amsterdam en stelt de kaders waarbinnen de gemeente haar taken voor de verlichting uitvoert, waaronder de transitie naar 100 procent LED verlichting • Het Beleidskader Buitenreclame (2020) bepaalt de randvoorwaarden voor het toestaan van reclame in de openbare ruimte • Uitvoeringsagenda uitstootvrije Mobiliteit 2023‑2026 (vastgesteld in juni 2023) Parkeren • Nota Parkeernormen Auto (2017). Deze nota stelt parkeernormen vast voor nieuwbouw en transformatieprojecten in de stad. Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen leidt tot extra parkeerdruk en op omliggende straten wordt afgewenteld. • Nota Parkeernormen fiets en scooter (2018). Geeft normen en richtlijnen voor fiets- en scooterparkeren bij nieuwbouw en functiewijziging. • De (jaarlijkse) gemeentelijke parkeerverordening – regelgevingskader parkeerbeleid, waarin geboden en verboden rondom parkeren staan, en de typen parkeervergunningen. • Nadere regels Parkeerverordening Amsterdam 2025, met daarin parkeer­ vergunningvoorwaarden, parkeervergunninggebieden, parkeer­vergunningen­ plafonds, aantallen vergunningen dat wordt uitgegeven etc.

89

H2.2.2

2.2.2 Openbaar Vervoer Openbaar vervoer (OV) vervult in onze stedelijke mobiliteit een belangrijke rol als ruimte-efficiënte, duurzame en inclusieve vorm van mobiliteit voor iedereen. Veel Amsterdammers zijn voor hun werk en sociale leven afhankelijk van goed ov. Vervoerregio Amsterdam, GVB en gemeente Amsterdam werken daarom samen aan het verbeteren ervan. Het ov in Amsterdam staat echter op meerdere manieren onder druk.

De totale CO2 -uitstoot van programma­onderdeel 2.1 is (in tonnen CO2-eq): Scope 1 en 2 in de stad

35.889 ton CO2

Scope 1 en 2 van de eigen organisatie

0,3 ton CO2

Scope 3 van de eigen organisatie

0,3 ton CO2

In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.

Het openbaar vervoer in Amsterdam staat onder druk. Een van de uitdagingen is de stijgende kosten en personeelskrapte. GVB kan door een iets teruglopend personeelstekort in 2026 wel 4 procent meer aanbod aanbieden. Fijnmazigheid en Toegankelijkheid OV In 2026 gaan we door met het toegankelijk maken van OV-haltes, zowel versneld als bij werkzaamheden. Daarmee worden naar verwachting ongeveer 20 bus- en tramhaltes toegankelijk gemaakt.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)?

In het concept Jaarplan Vervoer 2026 van GVB worden geen verbeteringen van de fijnmazigheid voorgesteld. Wel worden in de gebiedsontwikkelingen nieuwe haltes gerealiseerd, en wordt voorgesteld om buslijn 18 door te trekken naar de Nieuwe Meer.

Doel 2.2.1

Activiteit 2.2.1.1

Amsterdam is voor iedereen op een prettige en aantrekkelijke manier bereikbaar via het openbaar vervoer.

We faciliteren en verbeteren het openbaar vervoer.

Indicatoren doel

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

Tevredenheid reizigers over GVB bus, tram en metro (0-10)

8,2 (2022)

8,0

8,0

8,0

8,2

2

De passagiers zijn tevreden over de veren (0-10)

7,8 (2022)

8,3

8,3

8,3

7,5

Begroting 2026

1

Het aandeel volledig toegankelijke OV haltes

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

30% (2022)

35%

35%

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

38% 40% 42% en 44%

Toegankelijk OV Iedereen zou met het OV moeten kunnen reizen. Daarom maakt de gemeente jaarlijks ongeveer 20 bushaltes toegankelijk voor mensen met een beperking. Dit doen we zowel versneld als bij reguliere werkzaamheden. De gemeente heeft voor het versnel­ len een jaarlijks budget van € 500.000. De Vervoerregio geeft ook nog 95 procent subsidie tot en met eind 2026. De precieze aantallen die met het budget gerealiseerd kunnen worden verschillen behoorlijk per halte. Begin 2025 was 36 procent van de haltes volledig toegankelijk, een toename van 5 procent ten opzichte van het jaar 90

H2.2.2

ervoor. Voor 2026 streven we naar 38 procent. De Vervoerregio is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het tram- en metrosysteem. Gratis OV voor kinderen De gemeenteraad wil kinderen (en hun ouders) stimuleren om het openbaar vervoer te gebruiken. Een bezoek aan een museum, op visite bij familie of vrienden, of samen naar het park of zwembad. Het zijn uitstapjes die de wereld van de kinderen in onze stad verrijken. De gemeenteraad heeft daarom structureel € 1 miljoen beschikbaar voor gratis openbaar vervoer voor Amsterdamse kinderen van 4 tot en met 11 jaar. In de Begroting van 2026 is nog eens € 3 miljoen extra vrijgemaakt, waardoor deze actie vanaf de zomer van 2025 voor anderhalf jaar kan worden verlengd. Kinderen kunnen gratis reizen tussen 7.00 en 21.00 uur tot en met de kerstvakantie van 2026. Wij hopen dat in 2025 de helft van alle kinderen gebruik zal maken van dit aanbod. Metro-uitbreidingen De duurzame toekomst en verantwoorde groei van de stad, vragen om een schaal­ sprong in het OV. Vorig jaar en dit jaar zijn verkenningen gestart naar de OV-verbinding tussen Amsterdam Zuid, via Schiphol naar Hoofddorp en de OV-verbinding tussen Sloterdijk en Amsterdam Centrum (MIRT-verkenning). Het is hierbij van belang dat verschillende varianten objectief worden afgewogen.

Er bestaan vanuit het voor­ onderzoek wel voor de hand liggende oplossingsrichtingen, namelijk het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp, het sluiten van de metroring tussen Isolatorweg en Amsterdam Centraal Station en de het doortrekken van tramlijn 5 richting de Minervahaven. Het doortrekken van de Noord-Zuidlijn is belangrijk om de Schipholtunnel te ontlasten en ruimte te geven voor meer (internationaal) treinverkeer. Het sluiten van de metroring maakt het metrosysteem robuuster en betrouwbaarder. Het doortrekken van tramlijn 5 is wenselijk om de groei van het aantal reizigers op te kunnen vangen. Deze verkenningen lopen in 2026 door. Volgens de huidige planning wordt eind 2026 het formele voorkeursalternatief voor de OVverbinding tussen Amsterdam Zuid en Haarlemmermeer vastgesteld. Het onderzoek naar de OV-verbinding tussen Sloterdijk en Amsterdam Centrum loopt in 2026 door. Volgens de huidige planning gaat deze verkenning in 2027 richting besluitvorming. Spoor Het spoor is belangrijk voor een (snelle) verbinding tussen Amsterdam en de regio, de rest van Nederland en Europa. Het betreft zowel personen- als goederenvervoer. Amsterdam werkt mee aan de plannen om bij station Zuid een vijfde en zesde perron aan te leggen en onder de grond een internationale terminal te bouwen waar vanuit in de Begroting 2026

toekomst reizigers naar Londen kunnen vertrekken. Door de aanleg van de extra perrons ontstaat er ruimte om internationale treinen voortaan vanaf Amsterdam Zuid te laten vertrekken, waarmee de drukte op Amsterdam Centraal minder wordt, dat is hard nodig. Internationaal werkt Amsterdam aan een lobby voor snelle spoorverbindingen tussen grote steden, ook om de overgang van vliegen (Schiphol) naar treinen mogelijk te maken. De lobby richt zich vooral op de Europese Commissie, maar ook op de grote steden aan routes die voor Amsterdam belangrijk zijn. Dit project zal de komende drie jaar uitgebouwd worden. Cruciale mijl IJburglaan in de Oostflank De Cruciale Mijl IJburglaan loopt van de Piet Heintunnel tot en met Steigereiland. De ontwikkeling van Zeeburgereiland, IJburg en andere plekken in de stad, zorgt voor meer gebruik van fiets, openbaar vervoer en auto. Naast deze extra verkeers­ bewegingen door nieuwe bewoners, neemt de drukte op de IJburglaan ook toe door de maatregelen die we nemen op andere plekken in de stad, bijvoorbeeld door de invoering van Agenda Autoluw en 30km/u in de stad. Met het project de Cruciale Mijl IJburglaan gaat Amsterdam zorgen voor meer ruimte voor voetganger, fiets en OV op de kruising Zuiderzeeweg-IJburglaan.

Dat doen we door de vervoersstromen op het kruispunt te ontvlechten door het bouwen van een relatief korte auto-onderdoorgang (circa 170 meter). Daarnaast wordt de trambaan verplaatst naar het noorden van de IJburglaan om zo de dienstvoering van de tramlijn nog robuuster te maken. Ten slotte vergroten we de capaciteit Enneüs Heermabrug door extra rijbanen op de bestaande brug en een nieuwe bredere fiets- en voetgangersbrug naast de Enneüs Heermabrug aan te leggen. Dit samenhangende pakket aan maatregelen wordt op dit moment nader uitgewerkt. HOV Sloterdijk – Amsterdam In het noordwesten van Amsterdam wordt de komende 35 jaar gewerkt aan de ontwikkeling van Haven-Stad. In Haven-Stad is er minder ruimte voor de auto, daarom wordt ingezet op maatregelen voor goede en snelle voetganger-, fiets- en OVverbindingen. De HOV-bus wordt een snelle en betrouwbare buslijn tussen Sloterdijk en Centraal Station voor de toekomstige bewoners van Haven-Stad en bewoners van de al bestaande buurten op de route. We gaan de openbare ruimte langs het traject aanpakken. Bijvoorbeeld bij het Piarcoplein en de Transformatorweg. We komen met voorstellen die rekening houden met de sterke groei van wonen en werken. Ook ontwerpen we maatregelen die duurzamer zijn en een antwoord bieden op het veranderend klimaat. De aanleg start in 2026, de lijn gaat waarschijnlijk in 2028 rijden. 91

H2.2.2

Investeren in knooppunten Station Amsterdam Lelylaan wordt vernieuwd. Het is een belangrijk knooppunt voor openbaar vervoer. Straks kunnen Amsterdammers en bezoekers hier overzichtelijk, veilig, snel en prettig overstappen op metro, tram, trein, bus of fiets. De vernieuwing van station Lelylaan gaat onder andere over de stationshal, het middeneiland en de fietsenstallingen. Ook het busstation Bijlmer ArenA wordt aangepakt, zodat het makkelijker toegankelijker wordt voor (regionale) reizigers die daar instappen of overstappen. Reizigers hebben baat bij goed toegankelijke metrostations. Bij metro­ station Bijlmer ArenA wordt onderzocht of een oostelijke ingang kan worden aan­ gelegd. Aan die zijde van het station worden de komende jaren veel woningen bijgebouwd met bijkomende grotere reizigersstromen.

reizigersaantallen. Ook proberen we drukte beter te spreiden, bijvoorbeeld door betere informatie bij het IJpleinveer als alternatief voor het Buiksloterwegveer.

Ook wordt op diverse stations geïnvesteerd in verbeteringen of uitbreidingen van fietsenstallingen.

Als gevolg van de gebiedsontwikkeling Hamerkwartier en de groeiende vloot werken we aan de planvorming voor een nieuwe Ponthaven. Tot slot wordt de aanlanding bij de NDSM-werf, die einde levensduur is, vervangen voor een definitieve aanlanding.

Investeringen in de bestaande stad • In 2026 wordt gewerkt aan de Oranje Loper, waarbij onder andere wordt gestuurd op een betere doorstroming van het openbaar vervoer. Dit is in uitvoering. • In 2026 zal de trambaan op de Boelelaan West worden omgezet in een gecombineerde bus-trambaan. Hiermee zal de doorstroming van het (regionale) busverkeer substantieel verbeteren. Activiteit 2.2.1.2 We beheren en verbeteren veerverbindingen. Indicatoren activiteit 1

Percentage van afvaarten waarbij passagiers moeten achterblijven op de kade of is te onaangenaam druk op de pont.

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

≤3% (2022)

≤3%

≤3%

≤3%

≤3%

Veren Voor fietser en voetgangers zijn de veren de manier om naar de overkant van het IJ te komen. De veren krijgen de laatste jaren een hoge klanttevredenheidswaardering. De doelstelling blijft om de passagiers snel, frequent en veilig te vervoeren over het IJ. We zorgen voor een flexibel verensysteem met voldoende capaciteit. GVB Veren doet dit voor ons en wij meten de bezetting en spelen flexibel in op hogere of lagere Begroting 2026

De aanbesteding voor vier elektrische veren is in 2023 niet gelukt door het ontbreken van een geldige inschrijving. In 2025 starten we een nieuwe Europese aanbesteding. De voorbereidingen voor deze aanbesteding kosten meer tijd omdat belangrijke keuzes gemaakt moeten worden over de manier van elektrisch laden. De nieuwe emissievrije veren zullen als eerste ingezet worden op de verbindingen IJplein – CS en Buiksloterweg CS. De doelstelling is dat deze twee verbindingen in 2030 volledig elektrisch varen waarmee de CO2-uitstoot van de veren flink wordt teruggebracht. Ondertussen worden voorbereidingen getroffen voor de overige verbindingen.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? GVB Holding NV Het GVB zorgt in Amsterdam voor het openbaar vervoer. Het GVB heeft verschillende dochterondernemingen, of heeft een belang in ondernemingen. Het gaat hier om: • GVB Activa BV • GVB Infra BV • GVB Veren BV • GVB Exploitatie BV GVB Activa BV is eigenaar van de zogenaamde strategische ov-activa. Dit zijn onder andere railvoertuigen, werkplaatsen, remises en eindpuntvoorzieningen. GVB Infra BV is onze opdrachtnemer voor met name dagelijks onderhoud aan railinfra en tramvervangingsprojecten. Wij zijn opdrachtgever voor de veerverbindingen over het IJ en het Noordzeekanaal. GVB Veren BV voert dit uit volgens het Contract voor Exploitatie Beheer en Onderhoud 2019-2024 en de aanbesteding van de verschillende investeringen. Wij zijn 100 procent eigenaar van GVB Holding NV.

92

H2.2.2

Vervoerregio Amsterdam (VRA) De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten rond verkeer en openbaar vervoer. De belangrijkste taken zijn het opdrachtgeverschap van het openbaar vervoer en het verstrekken van subsidies voor infrastructuur. Dit laatste gebeurt via de Investeringsagenda Mobiliteit. De Vervoerregio is ook een partner in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Vervoerregio wordt volledig bekostigd uit een Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering) van ruim € 400 miljoen per jaar.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)

Jaarverslag Begroting Begroting 2024 2025 2026

Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029

Reserves De onttrekking van € 2,4 miljoen in 2025 betreft een onttrekking aan de reserve Reguliere vervanging IJveren te dekking van de kapitaallasten van veren. Er zijn geen onttrekkingen aan de reserves vanaf 2026. Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

73,4

25,3

15,7

8,6

8,6

-70,0

Beginstand Begroting 26

66,0

14,6

14,6

14,6

14,6

0,0

0,0

Mutaties Begroting 26

7,4

10,7

1,1

-6,0

-6,0

0,0

0,0

0,0

Begrotingsbijstellingen

7,4

10,7

1,1

-6,0

-6,0

Lasten

136,3

91,3

77,0

70,8

78,6

0,0

0,0

0,0

0,0

Beginstand Begroting 26

129,9

72,2

75,2

81,5

79,1

-66,0

-61,4

-62,2

-70,0

Mutaties Begroting 26

6,4

19,1

1,8

-10,7

-0,6

-5,6

-9,6

10,4

21,9

73,4

25,3

15,7

8,6

8,6

Lasten

68,8

136,3

91,3

77,0

70,8

78,6

Saldo Baten en Lasten

-46,9

-62,9

-66,0

-61,4

-62,2

Onttrekking

0,6

2,4

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

0,6

2,4

-46,3

-60,5

Baten en lasten De baten in dit programma­onderdeel van € 25,3 miljoen bestaan voornamelijk uit bijdragen derden voor openbaarvervoerprojecten waaronder externe financiering Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) verkenningen 2025‑2027, bijdragen van de Vervoerregio Amsterdam (VRA) en daarnaast uit inkomsten voor reclame in en bij openbaarvervoerstations -en haltes. De lasten van € 91,3 miljoen bestaan voornamelijk uit projecten in het kader van het programma stadsverbetering, exploitatie IJ veren, kapitaallasten (afschrijvingen) voor de Noord/ Zuid lijn en onderhoud en incidentele projectlasten. De laatstgenoemde bestaat uit de MIRT verkenningen over de periode 2025‑2027 naar nieuwe OV-verbindingen tussen Sloterdijk en Amsterdam Centrum en tussen Amsterdam Zuid en Haarlemmermeer. Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten Zowel de baten als de lasten dalen na 2025. Dit wordt veroorzaakt door een aantal projecten die gedekt worden uit bijdragen van derden (voornamelijk door de VRA) zoals Businfra Oostflank ABA, Cruciale mijl HOV Oostflank, Verlenging IJtram en Begroting 2026

Voor al deze projecten dalen dus zowel de baten als de lasten voor hetzelfde bedrag.

Begroting 2025

Baten

Totaal programma­onderdeel 2.2 Openbaar Vervoer

Vernieuwing Stat. A’dam Lelylaan. Daarnaast dalen de baten voor de OV verbindingen tussen Sloterdijk en Amsterdam Centrum en tussen Amsterdam Zuid en Haarlemmermeer.

(bedragen x € 1 miljoen)

Nieuw beleid

3,0

Motie 563: Heel jaar gratis OV voor kinderen

3,0

Mee- en tegenvallers

-0,9

Actualisatie onbestemd deel SV

13,4

Bestedingsplan Stadsverbetering 2025‑2029

-2,5

-6,8

-10,4

16,6

Dagelijks onderhoud Amsterdamse Bos

-0,1

-0,1

-0,1

-0,0

Dagelijks onderhoud Groen

-0,2

-0,2

-0,2

-0,5

Invulling besparingsopgave SB en SW vanuit SV

-0,3

-0,6

-1,1

-1,1

Knelpunt exploitatielasten Veren

2,2

2,2

2,2

2,2

Onbestemd deel SV inzetten voor knelpunten P2

-20,3

93

H2.2.2

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Opheffing/afsluiting paden Amsterdamse Bos

-0,0

-0,1

-0,1

Vergroening Westerpark

-0,1

-0,0

(bedragen x € 1 miljoen)

Begroting 2025

Begroting 2029

Begrotingsbijstellingen

7,5

10,7

1,1

-6,0

-6,0

Budgetneutrale wijzigingen

0,1

1,8

-0,1

0,0

-8,8

Intertemporele compensatie

-2,0

-0,0

1,1

-1,5

-1,6

2,8

2,4

2,4

2,4

0,8

1,8

2,9

3,9

3,1

-62,9

-66,0

-61,4

-62,2

-70,0

Nominale ontwikkelingen Actualisatie kapitaallasten Saldo baten en lasten Onttrekking

2,4

Beginstand Begroting 26

2,4

Mutaties Begroting 26

0,1

Reserve IJ-oeververbinding

0,1

Saldo onttrekking en toevoeging

2,4

-

-

-

-

-60,5

-66,0

-61,4

-62,2

-70,0

Totaal

Mutaties baten Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. Afwijkingen groter dan € 1 miljoen zijn: • Bijdrage derden voor het project Binnenring: We verhogen de baten- en lasten­ budgetten voor het project Binnenring op basis van bijdragen die zijn afgesproken met het GVB en de VRA worden. Zie ook toelichting op de lasten (€ 0,3 miljoen in 2025, € 4,4 miljoen in 2026 en € 2,0 miljoen in 2027). • Bijstellen verrekeningen MIRT: We passen de baten en lasten aan van MIRT – verken­ ningen. We voeren deze verkenningen uit in opdracht van het ministerie van Infra­ structuur en Waterstaat en de VRA. Het gaat om de OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer (doortrekken Noord/Zuidlijn) en om de OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam Centrum (sluiten van de metro ringlijn). Deze verkenningen worden extern door de VRA gefinancierd. Zie ook toelichting op de lasten (€ 7,4 miljoen in 2025, € 10,7 miljoen in 2026, € 1,0 miljoen lager in 2027, € 6,0 miljoen lager in 2028 en 2029). De afwijkingen kleiner dan € 1 miljoen lichten we niet verder toe. Begroting 2026

Mutaties lasten Nieuw beleid Motie 563: Heel jaar gratis OV voor kinderen We stellen incidentele middelen beschikbaar voor het aanbieden van een heel jaar gratis OV voor kinderen. Mee- en tegenvallers Actualisatie onbestemd deel We hebben bij de Voorjaarsnota 2025 het bestedingsplan van programma Stadsverbetering geactualiseerd ten opzichte van de meerjarenbegroting 2025‑2028. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het budget in 2025 en een overheveling van budget van programma­onderdeel 2.1 naar 2.2. De mutaties zijn over de verschillende boekjaren neutraal, omdat het programma Stadsverbetering een gesloten systeem is waar geprogrammeerd wordt over meerdere jaren (2025‑2029). Bestedingsplan Stadsverbetering 2025‑2029 We wijzigen de bestedingsplannen voor een aantal projecten binnen het programma Stadsverbetering. Bij de Voorjaarsnota 2025 is het bestedingsplan van programma Stadsverbetering geactualiseerd ten opzichte van de meerjarenbegroting 2025‑2028. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het budget in 2025. De mutaties zijn over de verschillende boekjaren neutraal, omdat het programma Stadsverbetering een gesloten systeem is waar geprogrammeerd wordt over meerdere jaren (2025‑2029). Dagelijks onderhoud Amsterdamse Bos We verlagen structureel het budget van het programma Stadsverbetering ten gunste van Stadsbehoud voor het beheer en onderhoud van het Amsterdamse Bos.

Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.1 en 2.2 naar 2.6. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal. Dagelijks onderhoud Groen We verlagen structureel het budget van het programma Stadsverbetering ten gunste van Stadsbehoud voor de contracten voor dagelijks beheer om de te compenseren. Hiermee komen we tegemoet aan de wens van de Stadsdelen om extra middelen beschikbaar te stellen tegen het ‘ontgroenen’. Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.2 naar 2.6. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal.

94

H2.2.2

Invulling besparingsopgave SB en SW vanuit SV We vullen de besparingsopgaven van Stadsbehoud en Stadswerken in door het budget voor programma Stadsverbetering te verlagen. Dit leidt tot een overheveling van budget van programma­onderdeel 2.2 naar 2.1. Knelpunt exploitatielasten Veren We dekken het knelpunt van de exploitatielasten van Veren uit een verlaging van het budget van programma Stadsverbetering zoals in de GMT-bespreking van de bestuurlijke brief van Programma 2 voor de Voorjaarsnota 2025 is besloten. Het huidige exploitatiecontract met GVB Veren loopt sinds 2019. Het tekort is op­ gelopen tot € 2,2 miljoen structureel, omdat de werkelijke indexatie van de kosten van het contract (o.a. door CAO GVB) jaarlijks hoger is dan de toegekende centrale indexatie van het budget. Dit leidt tot een overheveling van budget van programma­ onderdeel 2.1 naar 2.2. Onbestemd deel SV inzetten voor knelpunten programma 2 We zetten het onbestemde deel van het budget voor programma Stadsverbetering in om knelpunten van programma 2 op te lossen. Dit leidt tot een overheveling van budget van programma­onderdeel 2.1 naar 2.2. Opheffing/afsluiting paden A’damse Bos We lossen het knelpunt van het afsluiten van paden in het Amsterdamse Bos op door het meerjarige programmabudget voor Stadsverbetering te verlagen.

De gevolgen van het afsluiten van paden (niet opheffen) zijn onomkeerbaar: de gebruikersdruk in andere delen neemt toe, publieke weerstand en historisch ontwerp loslaten. Door het opheffen van paden ontstaat er meer ruimte voor de natuur en voor biodiversiteit. Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.1 en 2.2 naar 2.6. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal. Vergroening Westerpark We verlagen incidenteel het budget van het programma Stadsverbetering ten gunste van Stadsbehoud voor het vergroenen van het Westerpark. Dit is een budget­ verschuiving van programma­onderdeel 2.1 en 2.2 naar 2.6. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal.

Begroting 2026

Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. Afwijkingen groter dan € 1 miljoen zijn: • Bijdragen Vervoerregio Amsterdam (VRA): We verhogen zowel de baten als de lasten op basis van de afgesproken bijdragen van het GVB en de VRA voor het project Binnenring. Zie ook toelichting op de baten (€ 0,3 miljoen in 2025, € 4,4 miljoen in 2026 en € 2,0 miljoen in 2027). • Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT): We voeren 2 MIRTverkenningen uit in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de VRA. Het gaat om de OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer (doortrekken Noord/Zuidlijn) en om de OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam Centrum (sluiten van de metro ringlijn). Deze verkenningen worden extern door de VRA gefinancierd. Met deze bijstelling begroten we de juiste lasten en baten. Zie ook toelichting op de baten (€ 7,4 miljoen in 2025, € 10,7 miljoen in 2026, € 1,0 miljoen lager in 2027, € 6,0 miljoen lager in 2028 en 2029). De afwijkingen kleiner dan € 1 miljoen lichten we niet verder toe. Budgetneutrale wijzigingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij de omvang van lasten of baten niet veranderen. Veelal zal dit betekenen dat er sprake is van een verschuiving over programma’s, programmaonderdelen of doelen.

Afwijkingen groter dan € 1 miljoen: • Bestedingsplan Stadsverbetering 2025‑2029: Bij de Voorjaarsnota 2025 is het bestedingsvoorstel 2025-2030 vastgesteld. In de meerjarenbegroting 2026-2030 wordt een aantal wijzigingen voorgesteld, namelijk: − Actualiseren aantal projecten binnen bestedingsvoorstel Stadsverbetering − Het onderbrengen van wettelijke activiteiten vanuit Stadsverbetering naar Stadsbehoud, waaronder aanpak blackspots en verkeerveiligheidsmaatregelen (betreft wettelijke taken artikel 15 en 18, eerste lid van de Wegenverkeerswet (Wvw)). Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.1 naar 2.2, 2.4 en B.5. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal. − Voortzetten activiteiten taxibeleid, beleid touringcar en structureel inbedden. − Effectueren van de tariefsverlaging als gevolg van marktconformiteitstoeslag: aan exploitatieprojecten mogen alleen directe kosten worden toegerekend. In het gehanteerde tarief van de binnengemeentelijk uitvoeringsonderdelen mag geen overhead (=marktconformiteitstoeslag) worden toegerekend. − Reguliere actualisatie van projecten in het boekjaar 2025. Dit betreffen verschuivingen in de tijd van het budget van 2025 naar 2026 in verband met aanpassing in de planning. 95

H2.2.2

(€ 1,3 miljoen in 2025, € 0,6 miljoen in 2026, € 0,4 miljoen lager in 2027, € 0,2 miljoen lager in 2028 en € 0,4 miljoen lager in 2029). • Herverdeling nominaal Stadsverbetering: We herverdelen de ontvangen nominale compensatie over het programma Stadsverbetering. Dit is een budgetverschuiving van programma­onderdeel 2.1 naar 2.2. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal (€ 1,3 miloen in 2026, € 1,1 miljoen in 2027 en € 0,8 miljoen vanaf 2028). De afwijkingen kleiner dan € 1 miljoen lichten we verder niet toe. Intertemporele compensatie Verschuivingen van middelen over de jaren. Nominale ontwikkelingen Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkelingen van lonen en prijzen. Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio.

Mutaties onttrekkingen Totaal onttrekkingen Reserve IJ-oeververbinding Deze mutatie lichten we niet verder toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

Doordat de veren de groeiende passagiersstroom onvoldoende aankunnen bestaat de kans dat potentiële passagiers niet met de pont mee kunnen en moeten wachten op de volgende vaart waardoor dit kan leiden tot stagnatie van reizigers op de kade en daardoor mogelijk onveilige situaties.

Actieve monitoring van de reizigersstromen, diverse maatregelen aan de wal en de aanschaf van extra veren over het IJ.

Begroting 2026

Actief spreiden van passagiers, verwijzen naar andere verbindingen of modaliteiten (bus of metro).

Beleidskaders • Amsterdam maakte ruimte; dit koersdocument geeft richting aan het toekomstbeeld van Amsterdam op het gebied van ruimte en vervoer. • Toekomstvisie Sociaal Vervoer (2023) beschrijft de mogelijkheden voor mensen met een handicap en de verschillende vervoersmogelijkheden, die zij hebben. • Update Nota Veren (2021), dit document beschrijft de reizigersgroei tot 2030 en de maatregelen die genomen zullen worden voor uitbreiding en verduurzaming van de vloot en het verensysteem als geheel (vloot, verbindingen, aanlandingen en havenfaciliteiten). • Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt voor meer regie op ontwikkelen, inrichten, beheren en gebruiken van de openbare ruimte op stadsniveau. • MobiliteitsAanpak Amsterdam 2030 (2013), het overkoepelende kader voor het Mobiliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam in de periode tot 2030. • Ruimtelijk Kader Hoogfrequent Spoorvervoer Amsterdam. • Structuurvisie Amsterdam (2011)/Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) • Beleidskader Inclusieve Mobiliteit (2020) van de Vervoerregio, waarin staat beschreven hoe het OV fysiek, visueel, qua datavoorziening en mentaal toegankelijker kan worden gemaakt en de samenwerking tussen OV en AOV kan worden verbeterd.

• Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015), de agenda die Amsterdam bereikbaar en aantrekkelijk houdt, met maatregelen voor meer ruimte en betere doorstroming voor voetganger, fietser, openbaar vervoerreiziger en de automobilist. • Beleidskader Verkeersnetten (2017). Hierin staan de ambities uit Mobiliteitsaanpak en Uitvoeringsagenda uitgewerkt met een afwegingskader bij conflicterende belangen. • Wet lokaal spoor, in werking getreden op 1 december 2015; deze wet maakt de VRA verantwoordelijk voor aanleg, beheer en veiligheid van lokale railinfrastructuur. VRA stelt een vervoerder aan via de OVconcessie en VRA mag een beheerder van de infrastructuur aanwijzen. Vanaf 2022 is GVB de aangewezen beheerder. • De metronetvisie Amsterdam (2020) en de metrovisie Amsterdam (2021) van de Vervoerregio Amsterdam. • De in 2015 vastgestelde Lijnennetvisie is het beleidskader voor het ontwikkelen van vervoerplannen. De gemeente voert overleg met vervoerbedrijven over inpassing van nieuwe vervoerplannen. • Taxiverordening Amsterdam 2012 (laatst gewijzigd in 2018). • Visie Lokaal Spoor (2015), vastgesteld door het dagelijks bestuur van de VRA en bindend kader voor de beheerder van het lokaal spoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16072283/1