CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Begroting 2026 Gemeente Amsterdam.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 30 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Begroting 2026 Gemeente Amsterdam (VN2025-013800)49.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

61

H.2.1.5

Onderhoud panden: een deel van de onderhoudsbudgetten voor panden stond nog foutief begroot op programma­onderdeel B.5. Met deze wijziging zetten we de budgetten weer neer waar ze horen (€ 1,8 miljoen). Budgetneutrale wijzigingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij de omvang van lasten of baten niet veranderen. Veelal zal dit betekenen dat er sprake is van een verschuiving over programma’s, programmaonderdelen of doelen. De afwijking lichten we verder niet toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

De verduurzamingsoperatie loopt vertraging op doordat de bestedingen achterblijven waardoor we de duurzaamheidsdoelstelling van 2030 om 55% CO2 te reduceren ten opzichte van 1990 niet halen. Aanbestedingen en/ of werkzaamheden moeten worden uitgesteld door krapte op de arbeidsmarkt en schaarste aan materialen.

Middels over-programmering zorgen we ervoor dat er voldoende projecten in uitvoering kunnen gaan en daarmee gewerkt wordt aan de vermindering van de CO2-uitstoot. Door een goede marktbenadering binden we leveranciers en aannemers aan ons programma. Tenslotte zorgen we dat ons personeelsbestand op peil blijft om de projecten uit te voeren.

Onvoldoende investeringsruimte voor bestaand vastgoed (waarin inbegrepen de verduurzamingsopgave) zorgt voor meer achterstallig onderhoud en het niet kunnen voldoen aan het afgesproken kwaliteitsniveau (sober en doelmatig). Voor de verduurzamingsopgave geldt dat het niet mogelijk is te voldoen aan de beoogde CO2-reductie in 2030.

Zorgen voor een adequate planning zodat met de beschikbare middelen zo goed mogelijk wordt voldaan aan de doelstellingen van de gemeente Amsterdam. Tevens transparant zijn over de investeringen die geen doorgang vinden en wat de mogelijke gevolgen hiervan zijn.

Het beheren van vastgoed zit in een fraudegevoelig klimaat. Integriteit kan in het geding komen. De administratieve organisatie is nog niet volledig en de informatievoorziening (financieel en managementinformatie) is nog niet optimaal.

We werken protocollen uit en leggen werkprocessen vast. Er wordt regelmatig gemonitord op de aanbestedingsresultaten.

Beleidskaders • Actualisatie Vastgoedstrategie 2024. Hierin is onder andere het beleid vastgelegd voor de huurprijssystematiek, vrijkomend vastgoed en leegstandsbeheer.

Begroting 2026

62

H.2.1.6

2.1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer Met de inzet op duurzaamheid brengen we de stad op lange termijn binnen planetaire grenzen.

De totale CO2-uitstoot van programma­onderdeel 1.6 is (in tonnen CO2-eq):

Indicatoren doel

Scope 1 en 2 in de stad

- ton CO2

Scope 1 en 2 van de eigen organisatie

1 ton CO2

Scope 3 van de eigen organisatie

1.900 ton CO2

In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn. Met maken we in de programmabladen zichtbaar welke indicatoren van activiteiten bijdragen aan de duurzame opgave. zien welke doelen de duurzame transitie van de stad Aanvullend laat vertegenwoordigen. Zie de duurzaamheidsparagraaf voor verdere toelichting over de iconen en de totale CO2-uitstoot.

Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)? Doel 1.6.1

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

5.000

2.821 -2.936

3.620

*

*

1

Totale CO2-emissies (in kton) verbruik van energie op het Amsterdamse grondgebied

*

Er zijn alleen doelstellingen voor 2025, 2030 en 2050.

Amsterdam streeft naar 60 procent CO₂-reductie in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. Samen met bewoners, ondernemers en organisaties voeren we de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal uit. Met het isolatieoffensief verminderen we energie­ verbruik in wo­ningen. In samenwerking met corporaties werken we aan isolatie, circulair renoveren en klimaatadaptatie. De warmtetransitie krijgt vorm via een gebouwgerichte aanpak met hybride en all-electric warmtepompen en we creëren randvoorwaarden voor de aanleg van warmtenetten. Nieuwe wetgeving biedt extra instrumenten voor de warmtetransitie: de gemeentelijke organisatie wordt hierop ingericht en we richten een publiek warmte­bedrijf op. We stellen een Warmte­ programma vast waarin is vastgelegd wat de geschikte alternatieven voor aardgas zijn. Met Energiebeheer Nederland besluiten we over aard­warmtewinning in Amsterdam. Bewoners worden betrokken bij de keuzes omtrent de energietransitie en we ondersteunen energiegemeenschappen bij de realisatie van projecten. In de industrie en het havengebied stimuleren we waterstof, wind- en zonne-energie, en energie­ besparing. We faciliteren de aanleg van waterstof- en CO₂-leidingen. Als gemeente starten we met een gemeentelijke klimaatbegroting om beter te kunnen sturen op onze doelstellingen en inzet van middelen die nodig zijn om de doelen te halen.

Amsterdam voldoet aan de doelstelling van het Klimaatakkoord Parijs door de stad aardgasvrij te maken voor 2040 en de CO2-uitstoot met 95 procent te verlagen voor 2050 en is een stad met schone lucht waar afval als grondstof wordt gebruikt.

Begroting 2026

63

H.2.1.6

Activiteit 1.6.1.1 We voeren milieutaken uit en beschermen het milieu. Indicatoren activiteit 1

Aantal uitgevoerde milieu­controles bij bedrijven

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1570 (2024)

n.v.t*

n.v.t*

1448

1448

Activiteit 1.6.1.3 We saneren, beheren en controleren vervuilde bodem.

indicator is toegevoegd vanaf begroting 2026

*

tegen te gaan. Door inkoopkracht, regulering en stimulering zorgen we dat overheid, bedrijven en Amsterdammers minder nieuw, niet-herwinbaar materiaal gaan gebruiken. Als gemeente geven we het goede voorbeeld door ons vastgoed, wagenpark, ICT en catering te verduurzamen en hergebruik centraal te stellen bij inrichting en beheer van de openbare ruimte.

Dit betreft een nieuwe indicator, om inzicht te geven in het aantal uitgevoerde milieu­ controles. Het aantal uitgevoerde controles door de Omgevingsdienst Noordzee­ kanaalgebied (OD NZKG) in 2024 is 1570. In 2026 is sprake van een taakstelling op uitvoeringsovereenkomst OD NZKG 2026.

Indicatoren activiteit

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

16,7 mld kg 12,8 mld kg 12,1 mld kg 12,1 mld kg (2020)

11,2 mld kg

Totale hoeveelheid nieuw niet-hernieuw­ baar materiaal­gebruik in Amsterdam

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Het materiaalgebruik neemt onvoldoende af om de doelstelling van 2030 te halen: een halvering van nieuw, niet-hernieuwbaar materiaalgebruik ten opzichte van 2016 (18,6 miljard kg). De grootste reductie komt door minder gebruik van fossiele grond­ stoffen zoals kolen en olie; een gevolg van de stappen die in de energietransitie worden gezet. Het CBS heeft de cijfers herijkt, waardoor de cijfers afwijken van die in de begroting van 2025, maar de trendlijn blijft een lichte daling tonen. Samen met ondernemers, bewoners en initiatieven voert Amsterdam de Agenda Circulair 2023‑2026 uit. We bieden een brede ondersteuningsaanpak voor het MKB, Haven en Industrie en maatschappelijke initiatieven, onder andere door te werken aan ruimte en zichtbaarheid voor circulair ondernemerschap in de stad. We bevorderen circulaire renovatie en isolatie, inclusief ons eigen vastgoed en dat van woningcorporaties. We werken met partners samen om de impact van de textielketen te verminderen en we bieden rechtstreekse ondersteuning aan circulaire initiatieven om voedselverspilling Begroting 2026

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

n.t.b.

n.v.t.*

n.v.t.*

15

15

1

Aantal lopende saneringstrajecten bij grondexploitatieprojecten

*

indicator is toegevoegd vanaf begroting 2026

Activiteit 1.6.1.2 We stimuleren hergebruik en een circulaire economie.

Peilwaarde (peiljaar)

Dit betrekt een nieuwe indicator. We werken mee aan saneringen bij grondexploitatie­ projecten om te komen tot een bodemkwaliteit die geschikt is voor toekomstig gebruik. We hebben de verplichting om grond te leveren zonder onaanvaardbare milieuhygiënische risico’s. Activiteit 1.6.1.4 We versnellen de overgang naar duurzame energie. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

Deel van Amster­ dammers dat zegt de overstap naar duur­zame energie een goede zaak te vinden

75% (2019)

*

75%

75%

75%

2

Totaal opgesteld vermogen (in MW) zonne-energie op het Amsterdamse grondgebied

46 (2018)

310

350

400

450-550

3

Totaal extra opgesteld vermogen windenergie op het Amsterdamse grondgebied

66 (2019)

84

84

84

110

64

H.2.1.6

Indicatoren activiteit 4

Aantal woning­ equivalenten waar­voor in het betref­fende jaar met WAM-aanpak een investeringsbesluit is genomen om aardgasvrij te worden

5

Totaal aantal woningequivalenten aardgasvrij

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

n.v.t.

855

1.500

6.000

21.000

123.700 (2024)

123.700

124.000

126.500

134.000

6

Aantal locatiebesluiten elektriciteitsstations (onderstations)

1

15

22

22

22

7

Aantal locatiebesluiten elektriciteitshuisjes (MSR’s)**

353

433

583

753

1.228

* **

In 2024 is er geen onderzoek uitgevoerd. Deze waarde is nu nog niet bekend, omdat de data van Liander nog gevalideerd dient te worden. De waarde wordt opgenomen in de monitor uitvoering energietransitie 2025.

Indicator 1 Op verschillende wijzen betrekken we bewoners en ondernemers in de stad bij de energietransitie. Door middel van informatie en participatie bij het opstellen van het warmteprogramma en warmte- en energietrajecten. Lokale initiatieven worden gefaciliteerd en bij het opwekken van energie (als wind) zetten we in op ontwikkeling in lokaal eigendom. Vanaf 2025 is een energiediensten organisatie gestart. Deze organisatie helpt energiegemeenschappen zich te ontwikkelen en projecten te realiseren. De lessen van het buurtberaad en bewonersonderzoeken naar over­ stapbereidheid en betaalbaarheid worden ten uitvoer gebracht. De gemeente ondersteunt en faciliteert bewoners die hun woning willen verduurzamen of van het gas willen halen met een warmtepomp. De regels hiervoor worden vereenvoudigd waar dat kan. Indicator 2 We blijven inzetten op het gebruik van alle geschikte daken voor zonne-energie. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor grote en middelgrote daken met veel potentie en een gebiedsgerichte aanpak in combinatie met andere opgaven. Langs rijkswegen starten we met gronduitgifte voor het gebruik voor het opwekken van Begroting 2026

zonne-energie; dit doen we samen met provincie, andere gemeenten en Rijks­water­ staat. We ondersteunen zonprojecten van bewoners, coöperaties, bedrijven, vve’s en maatschappelijke organisaties, door middel van adviezen, onderzoek en expertise. Naast kwantitatieve doelstellingen voor zonne-energie stimuleren we eerlijke, her­ gebruikte en lichtgewicht zonnepanelen. Voor het hergebruiken van zonnepanelen hebben we met diverse partners een hergebruikketen opgezet. Via de Energiebank Zon laten we mensen in energiearmoede profiteren van hergebruikte zonnepanelen. Indicator 3 Het programma Windenergie Amsterdam is voorjaar 2025 bestuurlijk vastgesteld. In het programma staan de gebieden waar windturbines ontwikkeld kunnen worden en onder welke voorwaarden. De onderbouwing vindt plaatst door middel van een planMER. We hebben een sterke voorkeur om de windopgave zoveel mogelijk in het havengebied te realiseren. De klimaatcrisis vraagt tegelijkertijd om urgentie en het behalen van de gestelde doelen in 2030.Daarom neemt de gemeente in de gebieden knooppunt Holendrecht, de Diemerscheg, en Weesperkarspel, samen met grond­eigenaren, de omgeving, medeoverheden waaronder het bevoegd gezag en overige belang­ hebbenden, initiatief om de verkenningsfase te starten.

In het Havengebied zet de gemeente met Port of Amsterdam benodigde de stappen om de mogelijkheden voor wind zoveel mogelijk te benutten. Amsterdam gaat in beroep tegen de weigering van de provincie om een vergunning te verlenen voor de windturbines bij de Noorderijplas. Indicator 4-5 In ongeveer 30 buurten werkt de gemeente samen met woningcorporaties, vve's en bewoners aan de overstap van aardgas naar duurzame warmte. In drie buurten – waar­ onder de Wildemanbuurt en de K-buurt Midden – is de aanleg van een warmtenet inmiddels gestart of in uitvoering. Aardgasvrijregisseurs vervullen hierin een sleutelrol als schakel tussen uitvoerende partijen, corporaties en bewoners. De betaalbaarheid van de businesscase blijft echter een belangrijk knelpunt: hoe zorgen de betrokken partijen ervoor dat bewoners niet met hogere lasten worden geconfronteerd? Het wegvallen (leeglopen) van de SAH-subsidie maakt deze opgave extra uitdagend. Voor 2026 wordt gerekend op een toename van circa 1.000 woningen waarvoor een investeringsbesluit aardgasvrij mogelijk is. Het is nog onduidelijk in hoeverre de inzet op All Electric hierin een rol gaat spelen. Door het toepassen van hybride warmte­ pompen kan op korte termijn weliswaar CO₂-reductie op gebouwniveau worden gerealiseerd, maar dit leidt nog niet tot volledige uitstootvrijheid.

65

H.2.1.6

Het totale aantal gasvrije woningen zal in 2026 naar verwachting verder toenemen, met een gemiddelde groei van 2.000 tot 3.000 woningequivalenten (WEQ) per jaar. Indicator 6 De druk op het elektriciteitsnet in Amsterdam blijft toenemen, terwijl de ruimtelijke vraag naar woningbouw, mobiliteit en economische functies verder groeit. Om het net te versterken en congestie te voorkomen, worden in de komende jaren ongeveer 30 nieuwe elektriciteitsstations gerealiseerd en 13 bestaande stations uitgebreid. Hiervoor zijn naar verwachting eind 2025 alle 22 benodigde locatiebesluiten genomen. De overige stations vielen al onder eerdere procedures en vereisten daardoor geen locatiebesluit. Voor een ander deel ligt het besluit bij het havenbedrijf. De stations worden onderling en met het middenspanningsnet verbonden via nieuwe kabeltracés; daarvoor moeten in de toekomst nog wel locatiebesluiten vallen. Indicator 7 Voor het uitbreiden van het elektriciteitsnet op wijkniveau zijn inmiddels 353 van de in totaal 2.612 geplande extra middenspanningsruimtes (MSR’s) geplaatst. Deze elektriciteitshuisjes zijn noodzakelijk om de toenemende vraag naar aansluitingen mogelijk te maken en netcongestie lokaal tegen te gaan. Ook hier is de gemeente is verantwoordelijk voor de locatiekeuze, ruimtelijke inpassing en procesbegeleiding. Liander verzorgt de technische plaatsing.

In de afgelopen periode is een duidelijke versnelling zichtbaar in het aantal locatiebesluiten. Dankzij verbeterde afstemming en stedelijk overleg neemt het tempo in de besluitvorming toe, met de verwachting dat het volume de komende jaren verder groeit.

Liander Allianders dochteronderneming Liander heeft voor haar verzorgingsgebied de wettelijke taak te zorgen dat bewoners en ondernemers een betrouwbaar en betaalbaar distributienetwerk van gas en elektriciteit kunnen gebruiken. Liander is partner in de taskforce congestie en Warm Amsterdam. Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een basistakenpakket op het gebied van ver­ gunning­verlening, toezicht en handhaving onder te brengen bij Omgevingsdiensten en daarnaast kan de gemeente de keuze maken om ook andere taken door de Omgevings­ dienst te laten uitvoeren. Voor de gemeente Amsterdam gaat het om de Omgevings­ dienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Het college is bevoegd gezag voor het uitvoeren van deze taken die de OD NZKG voor Amsterdam vervult. De OD NZKG heeft als voornaamste verantwoordelijkheid de beoordeling en goedkeuring of afwijzing van vergunningsaanvragen en het toezicht houden op en handhaven van regelgeving met betrekking tot activiteiten op het gebied van milieu, bodem en bouw (VTH-taken). Ze speelt een rol in het bevorderen van een duurzame en veilige leefomgeving. De OD NZKG heeft een adviserende rol bij gebieds- en beleids­ontwikkeling en op het gebied van energietransitie, klimaatverandering, verduurzamen en circulair economie.

Port of Amsterdam De Amsterdamse haven is een Europese zeehaven die het voortouw neemt in het versnellen van duurzaamheid. De gemeente is de enige aandeelhouder van de Port of Amsterdam.

Financiële toelichting Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Afval Energie Bedrijf (AEB) Het Afval Energie Bedrijf levert duurzame energie in de vorm van warmte en elektriciteit. Naast levering van warmte wordt ook ingezet op de levering van stoom aan de industrie. Westpoort Warmte (WPW) WPW levert duurzame warmte in delen van de stad waaronder Amsterdam Noord en West. De gemeente is aandeelhouder van WPW in een joint-venture met Vattenfall. Er wordt nagegaan welke rol WPW kan spelen bij het opzetten van een publiek warmtebedrijf voor de hele gemeente. Begroting 2026

(bedragen x € 1 miljoen)

Jaarverslag Begroting Begroting 2024 2025 2026

Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029

Baten

20,7

36,0

9,4

0,6

0,6

0,6

Lasten

63,5

125,1

107,2

70,6

94,4

47,3

Saldo Baten en Lasten

-42,8

-89,1

-97,8

-70,0

-93,8

-46,7

Onttrekking

19,6

54,1

54,6

28,3

52,2

5,1

Toevoeging

2,1

1,7

1,6

1,5

1,4

1,5

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

17,5

52,5

53,0

26,8

50,8

3,6

Totaal programma­onderdeel 1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer

-25,2

-36,6

-44,8

-43,2

-43,0

-43,2

66

H.2.1.6

Baten en lasten

(bedragen x € 1 miljoen)

De baten in dit programma­onderdeel bestaan voornamelijk uit Rijksbijdragen voor duurzaamheid en de energietransitie (€ 35,3 miljoen in 2025 en € 8,7 miljoen in 2026). Daarnaast ontvangen wij ook structurele bijdragen voor bodemsanering en nazorg (€ 0,4 miljoen). De lasten in dit programma­onderdeel bestaan voornamelijk uit middelen voor de energietransitie (€ 29,0 miljoen), de uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad (€ 17,6 miljoen), de exploitatiebijdrage aan de Omgevingsdienst voor uitvoeren van milieutaken (€ 13,7 miljoen), het klimaatfonds (€ 18,2), middelen vanuit het coalitieakkoord voor Circulaire economie (€ 7,5 miljoen) en Aardgasvrij (€ 3,5 miljoen), bodemsaneringen voor het voortzetten van nazorg (€ 5,6 miljoen), budgetten voor het jaarprogramma duurzaamheid (€ 4,8 miljoen), onderzoeksbudget naar aardgaswarmte (€ 4,1 miljoen) en dierplaagbeheersing (€ 1,7 miljoen). Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten Vanaf 2027 nemen de lasten af. Dit is hoofzakelijk het gevolg van aflopen van diverse incidentele coalitiemiddelen. Dit betreffen voornamelijk de middelen voor de energietransitie, circulaire economie, en de meerjaren raming van het klimaatfonds.

Autonome ontwikkelingen

0,2

Algemene uitkering en verwerking circulaires

0,2

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

36,0

9,4

0,6

0,6

0,6

Beginstand Begroting 26

15,3

0,9

0,9

0,9

0,9

Mutaties Begroting 26

20,8

8,5

-0,4

-0,4

-0,4

Begrotingsbijstellingen

20,8

8,5

-0,4

-0,4

-0,4

Lasten

125,1

107,2

70,6

94,4

47,3

Beginstand Begroting 26

100,5

97,5

67,6

91,4

43,5

Mutaties Begroting 26

24,9

9,7

3,0

2,9

3,8

(bedragen x € 1 miljoen)

Begroting 2026

Begroting 2026

Ombuiging

-0,8

Taakstelling programma 1

-0,8

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Nieuw beleid

-

-

-

-

Beleid als schaars goed

-

-

-

-

Coalitieakkoord

1,2

-1,2

Kasschuif Coalitiemiddlen Uitvoeringsagenda Circulair

1,2

-1,2

Begrotingsbijstellingen

24,2

9,7

0,9

0,9

2,0

Budgetneutrale wijzigingen

-1,1

-2,6

-1,9

-1,9

-2,2

Groei

1,3

1,3

1,3

1,3

Intertemporele compensatie

0,5

Nominale ontwikkelingen

2,6

2,6

2,6

2,6

0,0

0,1

0,2

0,1

0,1

Saldo baten en lasten

-89,1

-97,8

-70,0

-93,8

-46,7

Onttrekking

54,1

54,6

28,3

52,2

5,1

Beginstand Begroting 26

49,1

54,1

26,6

50,5

3,4

Mutaties Begroting 26

5,0

0,5

1,7

1,7

1,7

Reserve Coalitiemiddelen 22-26

1,2

-1,2

Reserve duurzaamheidsfonds

3,9

Stedelijke Bodemsanering en Nazorg

-0,1

1,7

1,7

1,7

1,7

Toevoeging

1,7

1,6

1,5

1,4

1,5

Beginstand Begroting 26

1,7

1,6

1,6

1,5

1,5

-0,1

-0,1

-0,1

-

-

-

-

-0,1

-0,1

-0,1

Actualisatie kapitaallasten

Reserves De toevoegingen aan reserves is voornamelijk de jaarlijkse 2 procent indexatie over de reservebodemsanering. De onttrekkingen aan reserves in 2026 bedragen € 54,6 miljoen. Dit zijn de onttrekkingen uit de reserve coalitiemiddelen (€ 31,1 miljoen), Klimaatfonds (€ 18,2 miljoen) en vanuit de reserve bodemsanering (€ 5,1 miljoen).

Begroting 2025

Mutaties Begroting 26 Reserve duurzaamheidsfonds Stedelijke Bodemsanering en Nazorg Saldo onttrekking en toevoeging

52,5

53,0

26,8

50,8

3,6

Totaal

-36,6

-44,8

-43,2

-43,0

-43,2

67

H.2.1.6

Mutaties baten Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen lichten we verder niet toe, wanneer deze kleiner zijn dan € 1 miljoen. Onderstaande afwijkingen zijn groter dan € 1,0 miljoen: Klimaatakkoordmiddelen: we ramen de ontvangen Rijksmiddelen voor het klimaat- en energiebeleid (€ 20,7 miljoen in 2025 en € 8,7 miljoen in 2026) en verrekenen deze met de vrijgevallen middelen uit de reserve duurzaamheidsfonds. Zie ook de toelichting bij de lasten en de onttrekkingen van reserves. Aardwarmteonderzoek: we ontvangen een bijdrage van € 3,4 miljoen voor een aardwarmteonderzoek. De bijdragen komen vanuit de Provincie (€ 2,0 miljoen) en andere betrokken partijen (€ 1,4 miljoen). Onze eigen bijdrage dekken wij uit het jaarprogramma duurzaamheid (€ 0,7 miljoen) en stond al begroot.

Mutaties lasten Ombuiging Taakstelling programma 1 We laten de exploitatiemiddelen voor de investering op solar carports vrijvallen. Omdat de investeringsaanvraag nog niet is ingepast in de beschikbare ruimte, kunnen deze middelen nu vrijvallen. Dit heeft geen consequenties voor de uitvoering van de aanpak coöperatieve zonnecarports. Coalitieakkoord Kasschuif Coalitiemiddelen Uitvoeringsagenda Circulair We verschuiven middelen voor circulaire economie van 2026 naar 2025. Dit doen wij omdat er kansen liggen voor versnelling van de Uitvoeringsagenda Circulair 2023‑2026.

Klimaatakkoordmiddelen: met de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat-en energiebeleid (CDOKE) ontvangen we van het Rijk subsidie voor personeel gericht op het uitvoeren van klimaat- en energietaken. Met deze wijziging begroten wij de middelen voor 2025 (€ 20,7 miljoen) en 2026 (€ 8,7 miljoen). Aardwarmteonderzoek: in samenwerking met de Vattenfall en EBN aardwarmte B.V. wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar het aardwarmtepotentieel in Amstelland. Samen met de provincie en de deelnemende partijen dragen we bij in de onderzoekskosten. Bodemsanering: we verhogen de lasten bij het beheer en nazorg van bodem­ saneringsprojecten, omdat er meer saneringswerkzaamheden worden uitgevoerd bij grondexploitatie projecten en nazorgprojecten (€ 1,4 miljoen). De lasten worden gedekt door de reserve Bodemsanering en Nazorg en uitkeringen van het Rijk. Budgetneutrale wijzigingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij de omvang van lasten of baten niet veranderen. Veelal zal dit betekenen dat er sprake is van een verschuiving over programma’s, programmaonderdelen of doelen. De afwijking lichten we verder niet toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. Intertemporele compensatie Wij verschuiven het restant van het opdrachtgeversbudget van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) naar 2026.

Dit budget is in 2025 incidenteel verhoogd om de kosten te dekken. In de tussentijd is stevig ingezet op het bezuinigen op de uitvoeringsovereenkomst. Daardoor blijft dit bedrag over. Het gaat om € 0,4 miljoen op programma­onderdeel 1.4 en € 0,5 miljoen op programma­onderdeel 1.6. Nominale ontwikkelingen Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkelingen van lonen en prijzen. Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio.

Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen lichten we verder niet toe, wanneer deze kleiner zijn dan € 1 miljoen. Onderstaande afwijkingen zijn groter dan € 1 miljoen:

Begroting 2026

68

H.2.1.6

Mutaties onttrekkingen Totaal onttrekkingen Reserve Coalitiemiddelen 2022-2026 We verschuiven middelen voor circulaire economie van 2026 naar 2025. Zie ook de toelichting bij de lasten. Reserve Duurzaamheidsfonds We heffen de reserve Duurzaamheidsfonds op. Deze bevatte nog klimaatakkoordmiddelen uit oude jaren. Omdat de reserve niet meer voldoet aan de gemeentelijke richtlijnen, zetten we de middelen in voor 2025. Stedelijke bodemsanering en nazorg We verhogen de lasten bij het beheer en nazorg van bodemsaneringsprojecten, zie ook de toelichting bij de lasten.

Mutaties toevoegingen Totaal toevoegingen Stedelijke Bodemsanering en Nazorg Deze mutatie lichten we niet verder toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Naast het scala aan activiteiten die we uitvoeren voor de energietransitie, proberen we met verschillende maatregelen de risico’s voor het behalen van de doelstellingen te beperken, zoals: • Amsterdam draagt binnen zijn mogelijkheden/ Verduurzaming landelijke elektriciteitsmix blijft gemeentegrenzen maximaal bij aan de achter. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat verduurzaming van de elektriciteitsmix en spreekt de elektriciteitsmix in 2030 voor 75 procent het Rijk aan op haar rol. duurzaam is. Amsterdam is hiervan afhankelijk • Via onze lobby vragen we het Rijk om passende voor het behalen van de doelstelling. regelgeving, financiële bijdrages en een daadkrachtig en passend gemeentelijk Het Rijk is te laat met goed juridisch instrumentarium. instrumentarium, zoals de WCW en de WGIW, en • We anticiperen in nauwe samenwerking met onze biedt gemeenten niet voldoende financiële partners op de verwachte ontwikkelingen van middelen om de doelen voor de energietransitie gebiedsontwikkeling, aardgasvrije wijken, te halen. elektrisch vervoer en duurzame opwekking. • We stemmen binnen het programma met De energietransitie zorgt voor een overbelasting netbeheerders en met het Rijk af om investeringen van de energie-infrastructuur.

Er zijn grote in de toekomst mogelijk te maken en om voorrang boven- en ondergrondse aanpassingen nodig voor te kunnen geven op het aansluiten van functies de inpassing van benodigde met maatschappelijke waarde. elektriciteitsinfrastructuur.

Voor het behalen van de doelstellingen voor CO2-vermindering en aardgasvrij zijn we afhankelijk van een aantal factoren met bijbehorende risico’s, zoals:

Hiervoor is ruimte nodig, maar ook aangepaste financiële en wettelijke kaders op Rijksniveau. Netbeheerders moeten de mogelijkheid krijgen te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen om congestie te voorkomen. Er is een groot tekort aan vakmensen voor de energietransitie. Techniek en bouw zijn nu al sectoren die kampen met te weinig personeel en de vraag naar gekwalificeerde mensen zal door de transitie alleen maar toenemen. Onderzoek naar de ontwikkelingen van de circulaire economie laat zien dat ook daar meer mensen nodig zijn.

Begroting 2026

Maatregelen

We bouwen een netwerk van werkgevers, brancheorganisaties en opleiders om (zij-) instroom in de sector te faciliteren en bevorderen, bijvoorbeeld met informatiecampagnes, voorschakeltrajecten, bemiddeling van werkzoekenden en financiële regelingen om een (over) stap naar de sector te vergemakkelijken. Bij investeringen in duurzame maatregelen vragen we onze opdrachtnemers mee te werken aan deze maatregelen.

69

H.2.1.6

Actuele risico’s

Maatregelen

Voor onze bijdrage aan het behalen van de lande­lijke doelstellingen op de circulaire economie zijn we afhankelijk van maatregelen die op Rijks- of EU-niveau genomen moeten worden. Het uitblijven van ingrijpende maatregelen maken dat het halen van het halveringsdoel in 2030 buiten beeld blijft. Daarnaast staat de huidige bouw­opgave op gespannen voet met duurzaam­heids­doelstellingen wegens grootschalige toe­passing van beton en staal in de huidige bouw­methoden. Naast scher­pere nationale criteria in wetgeving voor circulair bouwen, renovatie en sloop, zou harder ingezet moeten worden op verduurzaming van bestaande gebouwen met bio­based isolatiemateriaal. Om een eer­lijker speelveld te creëren moeten het gebruik van biobased materialen en recycling van materialen meer ondersteund worden zodat dat kan con­cur­reren met conventionele productieprocessen.

De gemeente schrijft circulaire tenders uit en integreert circulair inkopen in het beleid. Er worden in MRA verband ook afspraken gemaakt over o.a. biobased/ houten woningbouw zodat de markt voor circulaire bouwmaterialen zicht heeft op de groei van die markt en daardoor nieuwe investeringen en mogelijke schaalvoordelen kunnen gaan ontstaan.

De woningbouwopgave staat op gespannen voet met duurzaamheidsopgaven, onder meer door een toenemende vraag naar materialen.

Via de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting wordt het gebruik van de bestaande woningvoorraad verbeterd en wordt voor een deel in de woonbehoefte voorzien zonder nieuw te bouwen.

Beleidskaders Nationaal • De Klimaatwet stelt vast met hoeveel procent ons land de CO2-uitstoot moet terugdringen. De wet gaat uit van nul uitstoot van broeikasgassen in 2050 (en 55 procent in 2030) en negatieve emissies na 2050. Conform de Klimaatwet, Europese afspraken en het klimaatakkoord van Parijs moet in 2030 de CO2-uitstoot in Nederland met ten minste 55 procent zijn gedaald, als opmaat naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. • Wet collectieve warmtevoorziening (WCW) is naar de Tweede Kamer gestuurd. Het doel van de WCW is om de klanten te beschermen én om de overheden meer sturingsmogelijkheden te geven. • EU Fit for 55 pakket (EU, juli 2021), een pakket beleidsvoorstellen om het Europese Klimaatbeleid in lijn te brengen met de doelstellingen uit de Europese Klimaatwet. • In februari 2023 is het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) gepubliceerd. Lokaal • De strategie Amsterdam Circulair 2020‑2025 bevat een groot aantal maatregelen voor bedrijven, gemeente en burgers. Begroting 2026

• De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 is een ambitiedocument met een langetermijnvisie op de Amsterdamse energietransitie en met acties voor de korte termijn. • Onze Stad van morgen: In de raadsinformatiebrief Onze stad van morgen uit 2023 geeft het college een overzicht van de klimaatinspanningen en committeert zich gezamenlijk aan de duurzame doelen. • De Transitievisie Warmte (vastgesteld gemeenteraad september 2021) geeft voor alle Amsterdamse buurten aan op welke termijn zij overstappen van aardgas op een alternatieve manier van verwarmen. We zijn gestart met het opstellen van het Warmteprogramma. In dit programma komt per buurt te staan welke duurzame warmte-oplossingen het meest geschikt zijn en wanneer de buurt bij voorkeur van het aardgas af gaat. • In januari 2025 is de nieuwe koers warmtetransitie gedeeld met de raad. Voor de korte termijn zetten we vooral in op zoveel mogelijk CO2-reductie, onder andere met warmtepompen en energiebesparing. Ondertussen werken we verder aan het verbeteren van de randvoorwaarden voor de middellange termijn. Een belangrijke stap in de nieuwe koers is de deelname in een publiek warmtebedrijf, waarmee de kansen voor collectieve warmtenetten worden verbeterd. • De afspraken van het landelijke Klimaatakkoord zijn uitgewerkt in 30 Regionale Energie Strategieën (RES).

In de RES1.0 (gemeenteraad, 2021) is bepaald waar er mogelijkheden zijn voor duurzame elektriciteitsopwekking, zoals windturbines, zonnepanelen en duurzame warmtebronnen. • Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 (B&W, 2022). Het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van de hoofd elektriciteitsinfrastructuur in Amsterdam voor de periode 2022 tot 2035 • Het programma Windenergie Amsterdam is voorjaar 2025 bestuurlijk vastgesteld. In het programma staan de gebieden waar windturbines ontwikkeld kunnen worden en onder welke voorwaarden. • Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam (B&W, 2023). In het Ontwikkelperspectief Distributienet leggen gemeente Amsterdam en Liander hun gezamenlijk belang in de verzwaring en uitbreiding van het distributienet vast. • In Uitvoeringsagenda Naar een Duurzame Organisatie 2020-2030 (2020) is de weg uitgestippeld naar een volledig duurzame organisatie in 2030. Gemeentelijke Visie Haven 2020‑2040 (Gemeenteraad, december 2020) beschrijft hoe de stad samen met het Havenbedrijf, Noordzeekanaalgebied en bedrijven in het havengebied werkt aan een toekomstbestendige en duurzame Amsterdamse haven. • CES 1.0, Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied 1.0 (2021) is een aanbod voor CO2-reductie van de industrie in het Noordzeekanaalgebied. 70

H.2.1.7

2.1.7 Begraafplaatsen en Crematoria De gemeente Amsterdam kent dertien gemeentelijke begraafplaatsen en twee gemeentelijke crematoria met rouwcentra: begraafplaats/ crematorium De Nieuwe Ooster (stadsdeel Oost) en begraafplaats/crematorium De Nieuwe Noorder met zeven dorpsbegraafs­ begraafplaatsen (stadsdeel Noord), begraafplaats Driemond (stadsdeel Zuidoost), begraafplaatsen Carspelhof en Landscroon (Weesp) en de – voor begraven – gesloten begraafplaats Huis te Vraag (stadsdeel Zuid). De gemeentelijke begraafplaatsen/crematoria opereren in een concurrerende markt.

De totale CO2-uitstoot van programma­onderdeel 1.7 is (in tonnen CO2-eq): CO2-emissies Scope 1 en 2 in de stad

De hoogte van de verschillende leges die vallen onder de noemer lijkbezorgings­ rechten is op begrotingsbasis zo bepaald dat het totaal van de opbrengst lijk­ bezorgingsrechten 100 procent kostendekkend is.

- ton CO2

Scope 1 en 2 van de eigen organisatie

126 ton CO2

Scope 3 van de eigen organisatie

300 ton CO2

Activiteit 1.7.1.1 We beheren begraafplaatsen en crematoria.

In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.

Indicatoren activiteit

Met maken we in de programmabladen zichtbaar welke indicatoren van activiteiten bijdragen aan de duurzame opgave. Zie de duurzaamheidsparagraaf voor verdere toelichting over het icoon en de totale CO2-uitstoot.

Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Amsterdam geeft tegen kostendekkende tarieven de mogelijkheid tot begraven en cremeren, waarbij ruimte is voor ieders persoonlijke wens, ongeacht sociale, religieuze of culturele achtergrond. Indicatoren doel 1

Kostendekkendheid leges lijkbezorgingsrechten

Begroting 2026

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

95% (2018)

95,3%

100%

100%

100%

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

Aantal begravingen

756 (2017)

719

750

750

750

2

Aantal crematies

2.141 (2017)

2.035

2.050

2.050

2.050

3

Marktaandeel uitvaarten overledenen in Amsterdam

35% (2024)

32,2%

35%

35%

35%

Score C = Nulmeting is Score C = voldoende uitgevoerd voldoende (2024)

Score C = voldoende

Score C = voldoende

4

Doel 1.7.1

Peilwaarde (peiljaar)

NL Terreinlabel: duurzaam­heids­ambities begraaf­plaatsen De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder

We faciliteren begravingen, crematies en herdenkingen, en onderhouden het culturele erfgoed van de begraafplaatsen; de parken en (rijks)monumenten. De gemeentelijke begraafplaatsen streven naar behoud van marktaandeel van het aantal uitvaarten in Amsterdam. Er wordt gestreefd naar een marktaandeel van ongeveer 35 procent.

71

H.2.1.7

NL Greenlabel heeft de organisatie ondersteund bij het opstellen van een duurzaam­ heidsambitie en het beoordelen van de huidige kwaliteit op het gebied van samen­ hangende duurzaamheid van het terrein De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder. Een belangrijke stap is het uitvoeren van een nulmeting en het bepalen van de ambitie, beide voorkomend uit de duurzaamheidsdoelen uit het coalitieakkoord. Medio 2024 is de beoordelingsnotitie van NL greenlabel opgeleverd. Deze stap is het resultaat van samenwerking tussen de begraafplaatsen, Ruimte en Duurzaamheid en het programma Green Office van de gemeente. Het doel van deze samenwerking is om tot een 100 procent duurzame organisatie in 2030 te komen. Het NL Terreinlabel is een proces­tool om de mate van duurzaamheid van terreinen aantoonbaar te maken. Op basis van 6 thema’s en 27 indicatoren wordt de mate van duurzaamheid inzichtelijk gemaakt. De nulmeting heeft voor beide begraafplaatsen een score opgeleverd van C (voldoende). In de prognose is geen hogere duurzaamheidsscore opgenomen, omdat hiervoor op dit moment de benodigde middelen ontbreken.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? We schakelen geen verbonden partijen in voor dit programma­onderdeel.

de begraafplaatsen en de gebouwen (€ 9,0 miljoen). Daarnaast het organiseren van uitvaarten gemeentewege (€ 0,8 miljoen). Dit zijn begrafenissen of crematies die de gemeente regelt wanneer niemand anders daarvoor verantwoordelijk is of zich ervoor meldt. En de inkoop van consumptiegoederen en inhuur voor de aula’s en koffiekamers (€ 0,7 miljoen). Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

10,4

11,0

11,4

11,8

12,2

Beginstand Begroting 26

10,2

10,1

10,1

10,1

10,1

Mutaties Begroting 26

0,3

0,9

1,3

1,7

2,2

Begrotingsbijstellingen

0,3

0,5

0,6

0,6

0,6

Budgetneutrale wijzigingen

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominale ontwikkelingen

0,4

0,8

1,2

1,6

(bedragen x € 1 miljoen)

Lasten

11,1

11,3

11,5

11,4

11,4

10,4

10,4

10,4

10,4

Beginstand Begroting 26

11,3

Financiële toelichting

Mutaties Begroting 26

-0,2

0,9

1,0

1,0

1,0

(bedragen x € 1 miljoen)

Begrotingsbijstellingen

0,1

0,4

0,4

0,4

0,4

Budgetneutrale wijzigingen

0,0

0,6

0,6

0,6

0,6

0,2

0,2

0,2

0,2

-0,3

-0,3

-0,2

-0,1

-0,2

-0,6

-0,3

-0,1

0,4

0,8

-

-

-

-

-

-0,6

-0,3

-0,1

0,4

0,8

Jaarverslag Begroting Begroting 2024 2025 2026

Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029

Baten

9,7

10,4

11,0

11,4

11,8

12,2

Lasten

10,2

11,1

11,3

11,5

11,4

11,4

Saldo Baten en Lasten

-0,5

-0,6

-0,3

-0,1

0,4

0,8

Onttrekking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal programma­onderdeel 1.7 Begraafplaatsen en Crematoria

-0,5

-0,6

-0,3

-0,1

0,4

0,8

Nominale ontwikkelingen Actualisatie kapitaallasten Saldo baten en lasten Saldo onttrekking en toevoeging Totaal

De baten in dit programma­onderdeel bestaan voornamelijk uit de leges op de lijkbezorgingsrechten (€ 9,0 miljoen), consumptiegoederen van uitvaarten (€ 0,9 miljoen) en uitvaarten van gemeentewege (€ 0,8 miljoen). De lasten in dit programma­onderdeel bestaan voornamelijk uit het uitvoeren van uitvaarten op de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria en het onderhoud van Begroting 2026

72

H.2.1.7

Mutaties baten Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijking lichten we verder niet toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. Budgetneutrale wijzigingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij de omvang van lasten of baten niet veranderen. Veelal zal dit betekenen dat er sprake is van een verschuiving over programma’s, programmaonderdelen of doelen. De afwijking lichten we verder niet toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. Nominale ontwikkelingen Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkelingen van lonen en prijzen.

Mutaties lasten Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijking lichten we verder niet toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

Het huidige drainagesysteem op de begraafplaats De Nieuwe Ooster functioneert niet meer. Hierdoor is het grondwaterpeil niet meer te reguleren, In de nattere perioden wordt dan het risico gelopen dat het grondwaterpeil te hoog is, waardoor op De Nieuwe Ooster gedurende deze periode wettelijk gezien niet begraven mag worden.

Inmiddels zijn onderzoeken gestart om het huidige drainagesysteem te vervangen. In de voorjaarsnota is een investeringskrediet aangevraagd om in 2026 met de daadwerkelijke vervanging te starten. Het drainagesysteem zal fasegewijs worden vervangen, zodat de bedrijfsvoering op de begraafplaats gewoon voort kan gaan. Het nieuwe drainage systeem moet dan in 2029 weer volledig operationeel zijn.

De huidige gas gestookte crematieovens van De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder worden in deze verslagperiode vervangen door elektrische crematieovens. De kans op stroomstoringen vanwege de toenemende druk op het elektriciteitsnet gaat de komende jaren alleen maar toenemen. Het risico van stroomuitval neemt toe en hiermee ook de uitval van de elektrische crematieovens, waardoor het crematieproces stil komt te liggen.

Gedurende de tijdsduur van toenemende druk op het elektriciteitsnet willen wij de bestaande gas gestookte crematieovens in productie blijven houden, zodat de bedrijfsvoering van het crematie­ proces ook bij stroomuitval niet stil komt te liggen. Ook bij grootonderhoud aan de crematieovens kan de bedrijfsvoering gewoon voortgezet worden.

Beleidskaders • De Nieuwe Ooster; Structuurplan 2005, geactualiseerd in 2016.

Budgetneutrale wijzigingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij de omvang van lasten of baten niet veranderen. Veelal zal dit betekenen dat er sprake is van een verschuiving over programma’s, programmaonderdelen of doelen. De afwijking lichten we verder niet toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio.

Begroting 2026

73

H.2.2

2.2

Openbare Ruimte, Water, Groen, Vervoer

H.2.2

2.2 Openbare Ruimte, Water, Groen, Vervoer Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

645,3

710,2

655,3

659,9

661,4

666,8

Lasten

1.310,4

1.506,8

1.470,3

1.443,1

1.410,5

1.367,9

Saldo Baten en Lasten

-665,0

-796,5

-815,0

-783,2

-749,2

-701,0

Onttrekking

212,6

416,0

65,7

66,2

38,6

15,8

Toevoeging

161,3

185,1

14,7

16,9

16,8

16,8

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

51,3

230,8

51,0

49,3

21,8

-1,1

Totaal 2 Openbare Ruimte, Water, Groen, Vervoer

-613,8

-565,7

-764,0

-733,9

-727,4

-702,1

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

286,2

274,7

290,4

289,5

289,5

278,8

(bedragen x € 1 miljoen)

P

123456

Apparaatslasten (bedragen x € 1 miljoen) Apparaatslasten

Investeringen

Digitale stad / Informatie

Programma 2 kent veel grote investeringen, waarvan de grootste zijn: • Programma Bruggen en Kademuren: € 103 miljoen • De vervangingsprogramma’s Civiel, Groen, Verhardingen, OVL, VRI/VIS: € 77 miljoen • Distributie & Productie van het drinkwater € 45 miljoen • Aanpakwegtunnels: € 42 miljoen • Programma Bovenwijksgroen € 22 miljoen • Vervangingsprogramma’s materieel, openbare ruimte en straatreiniging € 22 miljoen • Renovatie Riolering € 19 miljoen

• Via Opgavegericht en Wendbaar Werken (OWW) werken we steeds slimmer en efficiënter in een ketensamenwerking voor het inrichten, beheren en gebruiken van de openbare ruimte met directies binnen de clusters SDB, R&E en Sociaal. Dit leidt tot nog betere samenwerking, verbeteren van processen en digitalisering te versterken. • We zetten in op datagestuurd werken om tot een betere informatiepositie te komen en slimme keuzes te maken. • We werken toe naar 1 architectuur voor asset­ management (Verkeer en Openbare Ruimte, Programma Bruggen & Kademuren, Stadwerken, Ingenieurs­bureau) om tot 1 informatiepositie te komen door een informatiemodel op te leveren.

Begroting 2026

Om ook de samen­werking met aannemers te verbeteren. • We betrekken privacy, security en compliance bij elke fase van digitalisering.

Democratisering Onder de noemer ‘Amsterdam Maakt Ruimte’ werken we aan een transitie van onze openbare ruimte en ons mobiliteitssysteem, gericht op een toekomstbestendige stad. Amsterdammers, ondernemers en bezoekers worden actief bij deze transitie betrokken. We voeren het gesprek met de stad over lastige keuzes die de komende jaren gemaakt moeten worden om de stad bereik­baar en leefbaar te houden, klimaatverandering op te vangen en te zorgen dat iedereen mee kan blijven doen in Amster­dam. Dat gesprek voeren we onder 75

H.2.2.1

andere via een digitale raadpleging, thematafels met belang­hebbenden over specifieke onderwerpen, ontwerp­sessies met kinderen, stadsbrede bijeen­kom­ sten en gesprekken met bewoners en ondernemers op straat.

Begroting 2026

76

H.2.2.1

2.2.1 Verkeer, Vervoer en Parkeren Een toegankelijke stad voor iedereen, waar we aangenaam kunnen opgroeien verblijven en verplaatsen. Daar waar er verbeteringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn, geven we voorrang aan verbeteringen op het gebied van klimaatadaptatie, verkeersveiligheid en toegankelijkheid. We volgen hierbij de werkwijze zoals beschreven in Uitvoeringsstandaard Toekomstgericht werken aan de Openbare Ruimte en gaan pas ergens aan het werk als er sprake is van technische noodzaak.

De totale CO2 -uitstoot van programma­onderdeel 1.1 is (in tonnen CO2-eq): Scope 1 en 2 in de stad

825.421 ton CO2

Scope 1 en 2 van de eigen organisatie

24 ton CO2

Scope 3 van de eigen organisatie

57.000 ton CO2

De focus op het onderhouden van de bestaande stad, komt ook terug in de verdeling van middelen: er is minder budget beschikbaar voor verbetering of herinrichting en investeringen in de groeiende stad. Vanaf 2029 zal het jaarlijkse budget van stads­ verbetering ten opzichte van 2025 bijna zijn gehalveerd. Dit betekent dat er steeds minder geld is voor herinrichtingen of op zichzelf staande investeringen in bijvoor­ beeld klimaatadaptatie, autoluwe inrichting, vergroening of andere beleidsambities.

In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn. Met maken we in de programmabladen zichtbaar welke indicatoren van activiteiten bijdragen aan de duurzame opgave. Zie de duurzaamheidsparagraaf voor verdere toelichting over het icoon en de totale CO2-uitstoot.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 2.1.1 De openbare ruimte van Amsterdam is een plek waar bewoners en bezoekers prettig, veilig en gezond kunnen verblijven en verplaatsen. Indicatoren doel 1

*

WiA onderzoek; gemiddelde rapportcijfer leefbaarheid buurt.

De grootste opgave is het onderhouden van de openbare ruimte in de bestaande stad; gevolg is dat minder beschikbaar zijn voor groei in de bestaande stad. Met een breed programma stadsbehoud, plegen we onderhoud waar dit nodig is en vervangen we onze kapitaalgoederen bij einde van de levensduur. Zo blijft de stad veilig, functioneel en aantrekkelijk.

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

7,5 (2023)

n.v.t.

7,5

7,5

7,5

Om de beschikbare middelen efficiënt in te zetten én de stad duurzaam te ontwikkelen, hanteren we de uitvoeringsstandaard toekomstbestendig werken (USTOR). We programmeren het onderhoudswerk op basis van technische noodzaak en hebben oog voor het ongelijk investeren in gelijke kansen. Onderhoud en vervanging voeren we duurzaam uit en waar nodig combineren we het werk met slimme verbeteringen. Hierbij kijken we in eerste instantie naar klimaatadaptatie, veiligheid en toegankelijkheid. Ondanks de dalende budgetten voor grote verbeteringen en herinrichtingen, wordt zo wel gewerkt aan het toekomstbestendig maken van de stad.

Wia onderzoek wordt een keer per twee jaar uitgevoerd.

Begroting 2026

77

H.2.2.1

Activiteit 2.1.1.1 We verbeteren de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1.000

1.000

1

Herbestemde parkeerplaatsen

2020‑2025: 5.000 – 7.000 parkeer­ plaatsen

1.500

1.000

2

Aantal gereden autokilometers in Amsterdam

4.463.000 km 4.550.000 km (2018)

4.800.000 km

4.800.000 4.700.000 km km

3

Tevredenheid over fietsrit (wordt 2-jaarlijks gemeten)

6,7 (2022)

7,0 (2 jaarlijkse gemeten)

7,0

7,0 (2 jaarlijkse meting)

7,0

4

Ernstig gewonden verkeersongevallen (ambitie 0 in 2050, streefgetal halvering in 2030 t.o.v. 2010)

1.1501.256 (betreft (2022) data over 2023)

1.000

950

900

5

Beleving ervaren verkeersveiligheid

7,1 (2023)

7,0

7,0

7,0

6

Dodelijk slachtoffers verkeersongevallen (ambitie 0 in 2050, streefgetal halvering in 2030 t.o.v. 2010)

15 (2022)

*

Onderzoek beleving verkeersveiligheid wordt niet jaarlijks uitgevoerd

14

<15

<14

<13

De druk op de openbare ruimte is de afgelopen jaren flink toegenomen. De groei en verdichting van de stad zorgt voor meer bezoekers en bewoners. Ook leggen de verschillende ambities zoals energietransitie, klimaatadaptatie, vergroening, gebieds­ ontwikkeling een extra claim op de openbare ruimte, zowel onder als boven de grond. Om goede afwegingen te kunnen maken over de inrichting en het gebruik van de ruimte, zowel op stedelijk niveau als op gebiedsniveau is in 2023 het Koersdocument Amsterdam maakt Ruimte opgesteld. Amsterdam maakt Ruimte Het Koersdocument Amsterdam maakt ruimte (college, 2023) is leidend. Hiermee zetten we als stad een nieuwe koers uit voor een toekomstbestendige openbare ruimte en mobiliteit. We willen dat Amsterdam een stad is waar de voetganger veilig kan lopen, waar de auto een plek heeft maar niet dominant is, waar kinderen veilig kunnen Begroting 2026

spelen en waar de lucht schoon is. Bij alle activiteiten binnen het programma, kijken we expliciet naar de ecologische, sociale en uitvoerbaarheidsgrens. Zo bouwen we aan een toekomst­bestendige stad, waarin iedereen mee kan doen. We zoeken een nieuwe balans tussen de ruimte voor mobiliteit en de ruimte voor groen en verblijven. Zo bouwen we aan een toekomstbestendige stad, waarin iedereen mee kan doen. In 2026 geven we verder invulling aan Amsterdam maakt Ruimte door de principes uit de koers toe te passen in de projecten die we uitvoeren in de openbare ruimte. Een voorbeeld is het van der Helstplein. Van opgave naar geprogrammeerd project In de programma’s Stadsbehoud en Stadsverbetering worden de onderhouds- en verbeterprojecten in de openbare ruimte geprogrammeerd. Jaarlijks actualiseren we deze programma’s en nemen we nieuwe opgaven op als project. Nieuwe verbeter­ projecten die we in de meerjarige programmering hebben opgenomen zijn bijvoor­ beeld de Aanpak Burgemeester Vening Meiniszlaan in Nieuw West en diverse verkeers­ veiligheidsmaatregelen in Zuidoost. In Noord is budget gereserveerd voor verschillende vegroeningsprojecten. Er vindt een grote verschuiving plaats van stadsverbetering naar stadsbehoud, als bijdrage aan de grote onderhoudsopgave die de stad heeft.

Hierdoor hebben we minder budget beschikbaar voor grootschalige herinrichtingen van straten (stads­ verbetering). Stadsverbetering kent een besparingsopgave van € 12 miljoen per jaar vanaf 2028, met een ingroei naar dit bedrag in 2026 en 2027. Dat betekent dat er de aankomende jaren minder geld beschikbaar is voor het verbeteren van de stad, terwijl het aantal opgaves groot blijft. Ruimte voor veilig fietsen en lopen We blijven in 2026 en verder werken aan verkeersveiligheid, voetganger en fiets met maatregelen en via projecten in de openbare ruimte. We verbeteren de verkeersveiligheid met het doel dat iedereen, van jong tot oud en met of zonder beperking, zich veilig kan verplaatsen. We blijven werken aan de aanpak schoolstraten en maken de 30-kilometer wegen steeds veiliger. We blijven investeren in bredere fietspaden, veilige kruisingen en oversteken. Ook gaan we door met digitaal handhaven op brom- en snorfietsen, snelheid en inrijverboden. We hebben specifiek extra aandacht voor de aanpak van veilige schoolomgevingen, voetgangersoversteek­ plaatsen, opgevoerde e-bikes en verkeershandhaving.

78

H.2.2.1

Daarnaast realiseren we meer fietsparkeerplekken bij ov-haltes om de combinatie fietsen en openbaar vervoer te stimuleren. We verbeteren fietsroutesen stimuleren het fietsgebruik, bijvoorbeeld door het aanbieden van fietsvaardigheids- en reparatie­ trainingen en het beschikbaar stellen van fietsen aan kinderen. Het Rijk werkt aan een nationaal toelatingskader voor lichte elektrische voertuigen dat in de loop van 2026 zal gaan gelden. We gaan na of hiervoor aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld in onze beleidsdocumenten. De ruimte voor de voetganger is vaak beperkt door de grote hoeveelheid objecten op de stoep zoals fietsenrekken, terrassen en nutsvoorzieningen. Bij herinrichtingen zorgen we er daarom voor dat er een (object)vrije doorloopruimte van 2 meter of meer op drukke routes komt. We realiseren meer doorloopruimte bij groot onderhoud als dat kan, we verbeteren oversteekvoorzieningen en leggen geleide-lijnen aan waar deze ontbreken. Ook doen we experimenten in een aantal straten om te leren hoe we de voetgangersruimte en de toegankelijkheid in de bestaande stad kunnen vergroten respectievelijk verbeteren. In 2025 en het eerste kwartaal van 2026 houdt Amsterdam daarnaast het Jaar van de Voetganger.

Tijdens dit jaar worden onder anderen bewust­ wordingsacties georganiseerd over oversteken en het vrijhouden van de stoep, geëxperi­menteerd met tijdelijke oplossingen in de openbare ruimte in samenwerking met buurtbewoners en belangenverenigingen en een boekje gemaakt met groene koele wandelingen in elk stadsdeel.

autogebruik naar openbaar vervoer, fiets en deelmobiliteit nodig. Dat vraagt om een verandering in gedrag van Amsterdammers en een aantrekkelijk alternatief aanbod. Een goede OV-ontsluiting, ruimte om prettig en veilig te fietsen en te lopen en aanbod van deelmobiliteit. Om de groei van de stad in goede banen te leiden, maken we ruimte vrij om de Oostbrug over het IJ te realiseren. Daarnaast werken we in 2026 samen met het rijk verder aan de voorbereiding van de metrolijnen Ringlijn en de verlenging van de Noord-Zuidlijn. Grote projecten waar we de aankomende jaren verder aan werken zijn de Cruciale Mijl IJburglaan inclusief verplaatsing Tramstalling (Zeeburgereiland en IJburg), station Amsterdam Bijlmer Arena (Zuidoostflank), de Johan van Hasseltknoop en de Hoogwaarijdige Openbaar Vervoer verbinding ZaanIJ (Noord), de HOV-verbin­ ding van CS naar Sloterdijk en uitbreiding van het aantal veren over het IJ. Ook worden relatief kleinere projecten opgepakt, zoals bijvoorbeeld het optimaliseren van het fietsnetwerk in Zuidoost. Vanwege de beperkte financiële ruimte, wordt ook een aantal projecten uitgesteld. Investeringen waar we nu (nog) niet mee aan de slag gaan, bevinden zich vooral rondom de Zuidas (bijvoorbeeld Schinkelbrug en ongelijkvloerse fietsoversteken Zuidas), en in mindere mate in Weesp en Zeeburgereiland / IJburg.

Activiteit 2.1.1.2

Doorontwikkeling beleidsprogramma’s Het programma Stadsverbetering kent nog een aantal deelprogramma’s met een specifiek doel. Een deel van de programma’s eindigt eind 2025. De structurele taken uit de mobiliteitsprogramma’s Autoluw, Taxi, Touringcar, Logistiek, Deelmobiliteit, Fiets en Verkeersveiligheid worden vanaf 2026 minder als losse opgaves aangepakt, maar als opgaves integraal meegenomen in de lopende projecten. De veranderende opgave en beschikbare financiële ruimte vragen namelijk om een andere manier van werken: meer integraal en gebiedsgericht.

1

De groei van de stad & de bestaande stad Amsterdam heeft een grote woningbouwopgave. Deze groei is niet mogelijk zonder maatregelen op het gebied van mobiliteit, zowel in de nieuwe stad als in de bestaande stad. Tegelijkertijd zijn de middelen om te investeren in mobiliteit in de groeiende stad beperkt, dat zorgt ervoor dat scherpe keuzes gemaakt moeten worden over waar we wel en niet in investeren op dit moment. Naast het bieden van voldoende capaciteit op de wegen, de fietspaden en in het openbaar vervoer, is er ook een overgang van

Crowd management De gemeente is bij evenementen verantwoordelijk voor het crowd management in de openbare ruimte. Dit doen we door inzet van maatregelen zoals onder andere hosts, hekken, bewegwijzering, tijdelijke afsluitingen en eenrichtingsverkeer. In samen­ werking met de politie zorgen we ervoor dat gebeurtenissen die veel bezoekers trekken zoals voetbalwedstrijden, evenementen in de Ziggo Dome en in de ArenA en grootstedelijke evenementen zoals Koningsdag en de Pride goed verlopen.

Begroting 2026

We sturen en beheren verkeersstromen in de stad. Indicatoren activiteit We beperken het aantal Crowd Control situaties (politie inzet) als gevolg van drukte bij geplande activiteiten/ evenementen en te voorspellen drukte

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

-

0

0

0

0

79

H.2.2.1

Draaiende stad We zorgen voor een draaiende stad door ervoor te zorgen dat de stad bereikbaar blijft tijdens de uitvoering van werkzaamheden en evenementen in de openbare ruimte. Dit doen we onder andere door goed plannen en afstemming van werkzaamheden met partijen als: Brandweer, Ambulance, GVB, interne stakeholders en opdrachtgevers van werkzaamheden. We maken op tijd afspraken over noodzakelijke verkeersmaatregelen en communicatie bij de uitvoering van deze werkzaamheden. Ook investeren we in een goed inzicht in het beschikbare verkeersnetwerk van vandaag en de geplande werk­ zaamheden en evenementen in de toekomst. Om dit goed te kunnen doen in de drukke stedelijke gebieden zijn er voor de Westelijke Grachtengordel, de Zuidelijke Grachtengordel en het Wallengebied lokale netwerkregisseurs aangesteld. Regionale samenwerking op bereikbaarheid Op regionaal niveau zorgen we voor goede afstemming met partijen als: Rijks­waterstaat, ProRail, de Provincie en de Vervoerregio. We werken samen met deze partijen aan mobiliteitsmaatregelen, communicatie, monitoring en evaluatie van onze projecten. Activiteit 2.1.1.3 We reguleren en beheren straatparkeren. Indicatoren activiteit 1

Aantal openbare parkeervakken dat in een fiscaal regime valt

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

2024

190.600 vakken

232.850 vakken

237.950

237.200

Activiteit 2.1.1.4 We faciliteren parkeren in garages en voor fietsen. Indicatoren activiteit 1

Tevredenheid over fietsparkeren (wordt 2-jaarlijks gemeten)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

6,0 (2022)

n.v.t. (2 jaarlijkse gemeten)

7,0

7,0

7,0

2

Aantal gemeentelijke garages met led-verlichting

24 (2022)

37

30

30

30

3

Aantal garages voorzien van laad­palen. In 2027 zijn alle garages in eigen­dom voorzien van laadpalen

21 (2022)

26

30

30

30

Parkeren In 2023 en 2024 heeft de gemeenteraad besloten om betaald parkeren in te voeren in bijna heel Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Deze uitbreidingen zorgen in 2025 voor een groei van ruim 40.000 parkeervakken in het fiscale gebied van de stad. De uitbreiding van betaald parkeren treedt gefaseerd in werking. Voor het voorjaar van 2026 staat het gebied Gein (Zuidoost) als laatste op de planning. Dit zorgt voor nog eens een groei in het aantal fiscale vakken (parkeervakken waar je moet betalen of een vergunning nodig hebt om te parkeren) in de stad van circa 5.000 vakken. Daarmee zal de uitvoering van de uitbreiding van betaald parkeren zijn afgerond in heel Amsterdam. Parkeerhandhaving is een grootschalige operatie met geautomatiseerde processen waaraan vele honderden collega’s werken. Op het moment dat schrijnende gevallen in beeld komen, past de gemeente de menselijke maat toe en zijn we coulant. Incidenten waarbij een voertuigeigenaar verstrikt raakt in het proces, zijn verhoudingsgewijs gelukkig schaars; maar als het misgaat zijn het voor de betrokkenen al snel schrijnende situaties. Er wordt daarom een loket ingericht waarnaar parkeerders verwezen kunnen worden die ‘vastlopen’ in hun parkeerdossier. Daar gaat een casemanager die de hele keten kent en doorzettingsmacht heeft, de problemen bespreken met de parkeerder.

Voor deze casemanagement-aanpak zijn in 2026 middelen toegekend. De uitbreidingen van betaald parkeren in Nieuw-West, Zuidoost en Noord vragen veel van de lijnorganisatie. Het is belangrijk dat met de groei van het fiscale parkeergebied met 40 procent, ook de organisatie meegroeit om zo de dienstverlening op peil te

Begroting 2026

80

H.2.2.1

houden. Ook de portefeuille garages en stallingen is in de loop van afgelopen jaren ver­dubbeld. Voor deze groei zijn er vanaf 2025 extra middelen toegekend.

Activiteit 2.1.1.5 We verbeteren de luchtkwaliteit.

Naast extra middelen voor de groei van de organisatie is er ook een besparingsopgave binnen parkeren. De besparingen lopen op, waarbij in 2026 0,3 miljoen wordt be­ spaard, in 2027 0,7 miljoen en daarna structureel 1,5 miljoen vanaf 2028. Het gaat om een mix van maatregelen , waaronder het vanaf 2026 ook structureel ter beschikking stellen van plekken in een aantal garages aan kortparkeerders, het stoppen met het inhuren van een geselecteerd aantal parkeerplekken voor vergunninghouders en het vanaf 2026 structureel additioneel verhogen van tarieven in een aantal garages en daarnaast de tarieven voor P&R Noord te harmoniseren en de extra opbrengsten in te zetten voor het realiseren van de besparingsopgave. In juni 2025 heeft de gemeenteraad progressieve parkeertarieven vastgesteld bij sport­voorzieningen en begraafplaatsen. Met een progressief tarief wordt bedoeld dat voor de eerste drie uur een lager parkeertarief geldt dan voor de uren daarna. In het najaar van 2025 worden deze tarieven ingeregeld. Ook zijn de regels voor maat­ schappelijke parkeervergunningen verduidelijkt. Net als in 2025 worden ook in 2026 de vergunning- en kortparkeertarieven geïndexeerd. Hubs en P+R Een hub is een plek waar overgestapt kan worden van de ene vorm van vervoer op de andere, zoals een P+R.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16103189/1