BIjlage 1 - Begroting 2025 Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Begroting 2025
Colofon
Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Leiden Fotografie: Fotobank, Elsbeth van Dam, Ella Krommendijk, Arjan Langeveld Datum: 19 september 2024
Begroting 2025
2
Inkomsten
Inkomsten Waar komt het vandaan?
€ 4.150,4
€ 3.959,1
miljoen
Inkomsten binnen de gemeente
1400 1200 1000 800 600 400 200 0
miljoen
Inkomsten uit het Rijk
3000
12
13
1800 1200
11 1
8
2 4
3
Lokale heffingen
5
6
€ 1.625,5 miljoen
7
14
600
9 10
0
Andere inkomstenbronnen
€ 2.524,8 miljoen
Inkomsten uit het Rijk
€ 3.959,1 miljoen
1
Parkeergelden
€ 363,9 miljoen
8
Grondopbrengsten en winstnemingen
€ 406,0 miljoen
13
Gemeentefonds
2
OZB
€ 393,1 miljoen
9
Erfpacht
€ 230,5 miljoen
14
Specifieke uitkeringen
3
Afvalstoffen-heffing
€ 186,6 miljoen
10
Dividend
€ 66,5 miljoen
4
Toeristenbelasting
€ 265,7 miljoen
11
Overig
5
Drinkwater
€ 187,3 miljoen
12
Onttrekkingen aan reserves
6
Leges
€ 121,8 miljoen
7
Rioolheffing
€ 107,2 miljoen
Begroting 2025
€ 533,3 miljoen € 1.288,6 miljoen
Inkomsten TOTAAL
€ 8.109,5 miljoen
€ 3.079,3 miljoen € 879,9 miljoen
Net als andere gemeenten zit Amsterdam in een lastige financiële positie. Onze inkomsten vanuit het Rijk lopen terug, maar we blijven doen wat nodig is in onze stad. Daarom gaan we bezuinigen en de onroerendezaakbelasting (OZB) verhogen met gemiddeld € 85 per woning. We verhogen de afvalstoffenheffing in de komende twee jaar niet. Ook al doen we in die periode wél extra investeringen in het schoonhouden van de stad. 3
Uitgaven
Uitgaven Waar gaat het naar toe?
€ 8.109,5
miljoen
1600 2
1400
6
1000 800
C
7
1200 1
600 400
B
5
3
200 0
8 A
4
1
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
€ 859,5 miljoen
7
Sociale zaken en Armoede bestrijding
2
Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer
€ 1.410,5 miljoen
8
Veiligheid
€ 307,1 miljoen
3
Economie, kunst, cultuur en erfgoed
€ 267,1 miljoen
A
Algemene dekkingsmiddelen
€ 112,1 miljoen
4
Sport
€ 99,5 miljoen
B
Bestuur en organisatie
€ 852,5 miljoen
5
Onderwijs
€ 334,6 miljoen
C
Toevoegingen aan reserves
6
Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit
€ 1.208,1 miljoen
€ 1.311,6 miljoen
€ 1.346,9 miljoen
Uitgaven TOTAAL Begroting 2025
€ 8.109,5 miljoen
4
Weerbaar & Wendbaar
Financiële positie
Weerbaar
Wendbaar Deze financiële kengetallen geven samen een beeld van de financiële positie en – ontwikkelingen. Eén los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. De waarde van de kengetallen zijn ingedeeld in categorieën. Deze sluiten aan bij de landelijk afgesproken signaalwaarden. Categorie groen is het minst risicovol, categorie rood het meest. We vertalen dit naar hoe weerbaar en wendbaar we zijn. We lichten dit verder toe in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Algemene reserve Dit is het vrij besteedbare eigen vermogen en is een buffer voor het kunnen opvangen van (niet-structurele) financiële tegenvallers. Interne norm (5% van begrotingstotaal) 15% 10%
Onze weerbaarheid is goed. Hierdoor kunnen we tegen een stootje als het een tijdje wat minder gaat.
5% 0%
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote excl. erfpachtschuld
Structurele exploitatieruimte
Grondexploitatie
Solvabiliteit 50
90
Onze wendbaarheid is ruim voldoende. Dit betekent dat we ons relatief snel kunnen aanpassen aan veranderde omstandigheden.
Belastingcapaciteit
0
95
105
35 130 <90%
<20% 20
90-130% >130%
0
64,9%
20
20-50% >50%
220
0
Dit toont de verhouding tussen de schuld en de inkomsten.
46,9%
100
0
Dit toont hoeveel we van ons bezit financieren met eigen vermogen.
<20%
<0%
<95%
20-35%
0%
95-105%
>35%
>0%
>105%
-1,6%
100
-5
Dit toont hoe groot onze grondpositie (de waarde van de grond) is vergeleken met onze totale baten.
3,4%
5
50
Dit toont hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt vergeleken het landelijke gemiddelde.
60%
5%
4,0%
150%
80%
50%
3%
3,0%
130%
70%
40%
1%
60%
30%
-1%
50%
20%
-3%
1,0%
40%
10%
-5%
0,0%
2025
Begroting 2025
2026
2027
2028
2024
2025
2026
2027
2028
110%
2,0%
2024
2025
2026
2027
2028
150
Dit toont hoeveel structurele ruimte we hebben om onze lasten te dragen.
90%
2024
98,0%
90% 70% 2024
2025
2026
2027
2028
50%
2019
2020
2021
2022
5
2023
Inhoudsopgave
Voorwoord7
4
Leeswijzer8 1
Hoofdlijnen10
2
Programma's29 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.A 2.B
3
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport en Bewegen Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale zaken en armoedebestrijding Veiligheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie
30 65 115 139 151 163 194 217 231 248
Verplichte paragrafen
271
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
275 283 289 307 318 325 332
Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
Begroting 2025
Overige paragrafen
339
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
340 354 356 362 369
Investeringsparagraaf Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) Duurzaamheid Ongelijk investeren voor gelijke kansen Integrale aanpakken
5
Afkortingen- en begrippenlijst
6
Bijlagen389 6.1 Overzicht van baten en lasten 6.2 Baten en lasten per programmaonderdeel 6.3 Taakveldenraming 6.4 Reserves 6.5 Voorzieningen 6.6 Subsidieoverzicht 6.7 Overzicht incidentele baten en lasten 6.8 Brugstaat 6.9 Doelenraming 6.10 Budgetten Stadsdelen 6.11 Projectenportfolio
379 390 392 405 408 419 425 431 437 442 458 466
6
Voorwoord
Voorwoord Beste Amsterdammer, Voor u ligt de Begroting 2025. Hierin staan alle begrote uitgaven en inkomsten van de gemeente. De omvang van de begroting is € 8,1 miljard. In deze begroting werken we verder aan de speerpunten van het Amsterdams Akkoord 2022- 2026. Dit voorjaar heeft het college een aantal grote extra investeringen aangekondigd in onder andere onderwijs, bereikbaarheid en duurzaamheid. Deze investeringen werken we in deze begroting verder uit. We presenteren een sluitende begroting. Dat wil zeggen dat we de komende jaren niet meer geld uitgeven dan er binnenkomt. Door teruglopende inkomsten vanuit het Rijk was dat de afgelopen twee jaar niet mogelijk. Ook zetten we geld opzij om financiële schokken op te kunnen vangen. Want net als andere gemeenten krijgt Amsterdam minder geld van het Rijk en zijn nieuwe tegenvallers niet uit te sluiten. Dit college wil niet dat jongeren, ouderen en mensen die in de knel zitten de dupe worden van rijksbezuinigingen. Daarom plussen we bij daar waar we minder geld vanuit het Rijk krijgen. Ook als het gaat om het op niveau houden van maatschappelijke voorzieningen en het culturele leven. Het gat in de begroting dichten en tegelijkertijd het op niveau houden van voorzieningen dwingt ons tot keuzes. We gaan besparen op de eigen organisatie, re-integratie en de openbare ruimte.
We verhogen de onroerende zaakbelasting naar een niveau dat het Rijk reëel acht. Daar staat tegenover dat we de afvalstoffenheffing in de komende twee jaar niet verhogen. Én doen we in die periode extra investeringen in het schoonhouden van de stad. Zo dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. Ik dank alle medewerkers van de gemeente, of dat nou hun werk voor de begroting is of vanwege andere inzet voor onze stad. De komende weken ga ik graag in gesprek over de keuzes die wij in deze begroting maken voor een verbonden en sociaal Amsterdam. Met vriendelijke groet, Hester van Buren Wethouder Financiën
Begroting 2025
7
Leeswijzer
Leeswijzer Dit is de begroting van de gemeente Amsterdam. Voor een groot deel kent deze begroting dezelfde opzet als die van vorig jaar. In deze leeswijzer lichten we kort alle onderdelen van de begroting toe. De Begroting 2025 bestaat uit de volgende onderdelen:
Hoofdstuk 1: Hoofdlijnen In de hoofdlijnen geven we een beschrijving van de belangrijkste ontwikkelingen en beleidsmatige keuzes voor 2025 en de daaropvolgende jaren. We geven op hoofdlijnen een beeld van de budgettaire situatie en de keuzes die zijn gemaakt om tot een meerjarig sluitende begroting te komen.
Hoofdstuk 2: Programma’s De Begroting 2025 is opgebouwd uit 8 genummerde beleidsprogramma’s (onder verdeeld in programmaonderdelen), het overzicht A (Algemene dekkingsmiddelen) en het overzicht B (Bestuur en organisatie). Alle programma’s beginnen met een korte toelichting op de investeringen en twee thema’s (digitale stad/informatie en democratisering) per programma. Vervolgens wordt per programmaonderdeel beschreven welke doelen we hebben voor 2025, welke activiteiten we uitvoeren om deze doelen te bereiken en welke verbonden partijen we daarvoor inschakelen. Per programmaonderdeel maken we ook inzichtelijk wat de CO2-uitstoot is. Meer toelichting daarop wordt gegeven in paragraaf 4.3 Duurzaamheid. Verder geven we inzicht in de financiën. Die informatie was voorheen over twee hoofdstukken verdeeld. In deze begroting zijn alle financiële toelichtingen overzichtelijk in één hoofdstuk opgenomen. We gaan kort in op de baten en lasten, en de geraamde onttrekkingen en toevoegingen aan reserves. Tot slot lichten we wijzigingen daarop toe.
Begroting 2025
Hoofdstuk 3 en 4: Verplichte en overige paragrafen De begroting bevat naast programma’s ook een toelichting op programma overstijgende onderwerpen, zoals investeringen die de gemeente heeft gedaan of van plan is te doen. Deze programmaoverstijgende onderwerpen worden beschreven in de paragrafen. Een deel van deze paragrafen is verplicht vanuit het BBV (art. 9 lid 2). Hoofdstuk 3 begint met een korte uiteenzetting van wat in de verplichte paragrafen wordt toegelicht. De verplichte paragrafen zijn: • Lokale heffingen • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen • Grondbeleid Daarnaast kent deze begroting een aantal niet-verplichte paragrafen: • Investeringsparagraaf • Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) • Duurzaamheid • Ongelijk investeren voor gelijke kansen • Integrale aanpakken
Hoofdstuk 5 In hoofdstuk 5 worden de afkortingen en veelvoorkomende begrippen uit de begroting opgesomd en toegelicht.
Hoofdstuk 6 In de bijlagen zijn de financiële overzichten op detailniveau opgenomen. Bijlage 6.1 bevat een overzicht van de baten en lasten per programma. In bijlage 6.2 worden de baten en lasten weergegeven op één aggregatieniveau lager: op het niveau van programmaonderdeel. Bijlage 6.3 bevat de taakveldenraming (de verdeling van de baten en lasten over de taakvelden zoals voorgeschreven in het BBV). In de bijlagen 6.4 en 6.5 geven we een overzicht van de reserves en voorzieningen. Bijlage 6.6 geeft het subsidieoverzicht weer. In bijlage 6.7 wordt een overzicht van de incidentele baten en lasten gegeven. Bijlage 6.8 bevat de brugstaat. In bijlage 6.9 geven we de doelenrealisatie weer met het saldo baten en lasten per programmadoel. Bijlage 6.10 bevat de budgetten per stadsdeel. Tot slot geeft bijlage 6.11 het projectenportfolio met het overzicht van de investeringsprojecten.
8
1
H1
Hoofdlijnen 1.1
Inleiding
Voor u ligt de Begroting 2025 van de gemeente Amsterdam. Hierin ligt vast hoe we het geld verdelen en wat we daarvoor gaan doen. De begroting is voor het eerst ook hier digitaal beschikbaar. We hopen dat de begroting daarmee inzichtelijker en beter navolgbaar wordt voor de lezer. De komende tijd zullen we de digitale begroting verder doorontwikkelen. Op 27 oktober 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. Dat viert de stad groots, een jaar lang, van 27 oktober 2024 tot en met de daadwerkelijke verjaardag een jaar later. De ambitie: een stad die bruist als nooit tevoren! We doen dat met aandacht voor (jong) Amsterdams talent, stimuleren de totstandkoming van nieuwe netwerken en streven ernaar dankzij de viering ook iets na te laten voor de toekomst. Net als andere gemeenten zit Amsterdam in een lastige financiële positie. Dit komt door de forse korting die is toegepast op het gemeentefonds (het zogenaamde ravijn) en door de tekorten in de financiering van de jeugdzorg. Hoewel het Rijk in mei van dit jaar extra geld aan gemeenten ter beschikking heeft gesteld is er nog steeds een groot gat tussen de opgaven waar we als Amsterdam voor staan en de vergoedingen die we van het Rijk krijgen. Om dit gat te dichten gaat Amsterdam bezuinigen en de onroerendezaakbelasting (OZB) verhogen met gemiddeld € 85 per woning naar €400 per jaar.
Daarmee komt de OZB op het niveau dat het Rijk als reëel veronderstelt. De afvalstoffenheffing ligt relatief hoog in Amsterdam. Daarom houden we die constant in 2025 en 2026, hoewel onze uitgaven voor het opruimen van afval flink stijgen. De uitgaven voor afval stijgen door lachgascilinders in het afval en door de overstap naar elektrische afvalwagens. Ondanks de uitdagende tijden zijn we in staat te blijven investeren in zorg voor en welzijn van Amsterdammers, jongeren en ouderen, in een duurzame toekomst, in de bouw van betaalbare woningen en in een schone en goed onderhouden stad. We zorgen bovendien voor een begroting zonder tekorten, waarin inkomsten en uitgaven in evenwicht zijn. Bij het opstellen van deze begroting is nog veel onduidelijk en onzeker over de plannen van het Rijk. Daarom houden we € 100 miljoen achter de hand waarmee we bezuinigingen van het Rijk zo nodig tijdelijk kunnen opvangen. Onze belangrijkste plannen lichten we hieronder toe.
Begroting 2025
Investeren in een sociale en verbonden stad Kinderen en volwassenen met behoefte aan zorg en ondersteuning mogen niet de dupe worden van de financiële tekorten en rijksbezuinigingen in de jeugdhulp en de zorg. We zien dat welzijns- en (jeugd)zorgaanbieders geconfronteerd blijven worden met stijgende lonen en prijzen. Ook zien we dat de bevolking van Amsterdam veroudert. Ouderen maken meer gebruik van de zorg. Om ervoor te zorgen dat de zorg en ondersteuning op niveau kan blijven trekken we veel extra geld uit. Omdat er steeds vaker ernstige incidenten gebeuren met mensen met onbegrepen gedrag, maken we in 2025 extra geld vrij voor de aanpak hiervan. Ook gaat er meer geld naar de sociale basis om te zorgen dat het aantal ontmoetings plekken, activiteiten en voorzieningen in buurten meegroeit met de groei van de stad. Het zijn de plekken waar Amsterdammers elkaar vinden, ontmoeten en ondersteunen. Het Rijk is van plan de landelijke vreemdelingenvoorziening (LVV) te beëindigen. Wij kiezen ervoor onze opvang voor ongedocumenteerden wél te continueren. Om te zorgen dat ieder kind in staat is een zwemdiploma te halen, trekken we extra geld uit voor diplomazwemmen. Kunst en cultuur moet voor iedereen toegankelijk zijn. Zoals al eerder aangekondigd hebben we het budget voor het Kunstenplan 2025-2028 en muziekeducatie verhoogd.
Ook zet Amsterdam in 2025 volgens afspraak met het Rijk een forse stap in de realisatie van het Nationaal Slavernijmuseum. Het bouwtraject op het Java-eiland gaat van start met de werving van een architect en de museumorganisatie krijgt vorm in een eigen stichting.
Zorgen voor een duurzame toekomst De energietransitie is één van de grote opgaven waar we als stad voor staan. We willen dat die stad duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar is voor alle Amsterdammers. De toenemende elektrificering als gevolg van verduurzaming van de gebouwde omgeving en mobiliteit leidt tot een sterke stijging van de vraag naar elektriciteit. Naar schatting wordt die vraag tot en met 2050 drie tot viereneenhalf keer zo veel. We moeten de elektriciteitinfrastructuur toekomstbestendig maken en congestie tegengaan. Bij de energietransitie gaat het ook om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving, het opwekken van duurzame energie en de verduurzaming van bedrijven en industrie. Dit alles vraagt investeringen van vele miljarden in onze stad door bedrijven, bewoners, maatschappelijke partijen en overheid, met terugverdientijden van decennia. De gemeente heeft in deze brede energietransitie een sleutelrol in sturing op de ruimtelijke ordening, het verlenen van vergunningen, de participatie met buurten en het begeleiden van de uitvoering op straat. De aantallen elektriciteitsstations- en huisjes, meters kabel, straten die open moeten, én de onderlinge afhankelijkheden, zijn groot en noodzakelijk om de transitie in goede banen te leiden.
10
H1
Extra inzet is nodig om problemen met de beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie voor Amsterdammers, nu en in de toekomst, te voorkomen. De opgave rond de energiecongestie is urgent. In delen van de stad zoals Noord, (Nieuw) West en delen van Centrum en Zuid is geen extra netcapaciteit meer beschikbaar voor grootverbruikers. Dat treft bedrijven, maar ook maatschappelijke voorzieningen zoals ziekenhuizen, scholen, sportfaciliteiten en theaters. We maken hier structureel geld voor vrij, bovenop het incidentele geld dat we in de Voorjaarsnota 2024 al hadden gereserveerd.
Investeren in schone stad en in een verantwoorde groei van de stad met voldoende betaalbare woningen en een prettige leefomgeving De stad moet schoner. Er is een groot probleem met zwerfafval, mede veroorzaakt door de introductie van het statiegeld op blikjes en flesjes. Afval is een grote ergernis van burgers. De aanpak ervan is een prioriteit van het college. We verlengen de zomeraanpak, waarbij we onder andere tijdelijke bovengrondse containers plaatsen, in het centrum direct vegen na het ophalen van afvalzakken en strenger handhaven op afval dat op het verkeerde moment buiten wordt gezet. We trekken daarbovenop geld uit voor extra reiniging, extra toezichthouders, activatieteams (dit zijn teams die mensen in parken positief aanspreken en zelf ook opruimen) en communicatie gericht op gedragsverandering. We gaan aan de slag met de adviezen uit het burgerberaad en kijken ook wat we kunnen leren van de aanpak van andere steden. Daarbij kijken we ook of het slimmer en daarmee goedkoper kan. Dat laatste is belangrijk omdat uit de Benchmark Begroting Amsterdam is gebleken dat we als Amsterdam naar verhouding veel geld uitgeven aan het schoonhouden van de stad. De stad groeit. Er is een grote vraag naar betaalbare woningen. Door de nog steeds slechte marktsituatie in de bouw wordt het moeilijker om voldoende betaalbare woningen te realiseren.
We maken geld vrij zodat het mogelijk blijft om betaalbare woningen te bouwen. De groei van de stad is niet mogelijk zonder extra maatregelen op het gebied van mobiliteit, zowel in de nieuwe als de bestaande stad. We hebben zoals eerder aangekondigd ruimte vrijgemaakt om de Oostbrug te kunnen bouwen. Ook is in deze begroting extra investeringsruimte gecreëerd om andere grote projecten mogelijk te maken zoals de Cruciale Mijl IJburglaan, waarmee de bereikbaarheid van Zeeburgereiland en IJburg verbetert. Het is prettiger wonen in een buurt waar de openbare ruimte en het groen er netjes bij liggen. Op sommige plekken is dat niet zo. Daarom gaan we de komende jaren € 45 miljoen extra investeren om bijvoorbeeld de voetpaden in Nieuw-West, West en Zuid
Begroting 2025
aan te pakken en andere achterstanden in te lopen. Ook wordt er extra geld uitgetrokken om het bestaande groen te kunnen behouden en om meer bomen in de stad te krijgen. Naar verwachting zorgt deze impuls ervoor dat de openbare ruimte er voor het grootste gedeelte weer op een acceptabel niveau bij ligt zodat er vanaf 2026 kan worden bespaard door een efficiëntere inzet.
Gezonde financiën en wendbaarheid in de toekomst Sinds de start van deze collegeperiode werken we stapsgewijs toe naar meer inzicht in de begroting. Afgelopen jaar hebben we onze uitgaven vergeleken met die van zes andere grote gemeenten in de Benchmark Begroting Amsterdam. Daaruit kwam naar voren dat Amsterdam vooral op het gebied van openbare ruimte (met name bij straatreiniging, wegenprojecten en civiele kunstwerken) en in mindere mate reintegratie en werk hoger zijn dan bij de andere gemeenten. We gaan daarom jaarlijks € 15 miljoen minder uitgeven aan wegenprojecten en civiele kunstwerken. In de volgende begroting leggen we een voorstel voor hoe we dat doen. We verwachten de komende jaren een deel van de achterstanden in te kunnen lopen met de incidentele middelen die daarvoor beschikbaar worden gesteld. De staat van de openbare ruimte komt daarmee voor een groot deel op het afgesproken niveau. We verwachten dat we kunnen besparen door deze inhaalslag te combineren met het uitgangspunt dat we alleen onderhoudswerkzaamheden doen als er sprake is van een onderhoudsopgave. In de praktijk betekent dit minder tot geen herinrichtingen en scherpere keuzes in welke projecten we wel en niet doen. Bezuinigingen op het schoonhouden van de stad zijn uiteraard niet aan de orde, gezien de omvang van de afvalproblematiek.
Aan re-integratieactiviteiten van de gemeente gaan we jaarlijks € 3 miljoen minder uitgeven. Dat kan ook doordat werkzoekenden in deze arbeidsmarkt minder ondersteuning nodig hebben. Bovendien zijn er minder bijstandsgerechtigden, mede door de extra inspanningen om mensen aan het werk te helpen in de afgelopen jaren. We leggen ook een efficiencykorting op aan de eigen organisatie. We willen dat het geld zoveel mogelijk ten goede komt aan de Amsterdammer. De efficiencykorting komt bovenop de bestaande bezuiniging op huisvesting. Door huisvesting meer te bundelen in een beperkt aantal gebouwen (nieuw of vernieuwbouw) in combinatie met een lager flexnorm kunnen de kosten voor huisvesting worden verlaagd. In het vervolg van dit hoofdstuk lichten we de financiële ontwikkelingen en de bestuurlijke keuzes verder toe.
11
H1
Achterblijven van gemeentefondsinkomsten en de Amsterdamse begroting
1.2
De Begroting 2025 is voor het eerst sinds 2022 weer structureel sluitend. In deze box lichten we toe hoe de uitkering uit het gemeentefonds en het structurele begrotingstekort zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.
In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderwerpen: • Het financiële beeld van de begroting en de belangrijkste bestuurlijke keuzes die we daarbij maken. • De gemeentebalans, oftewel de gemeentelijke bezittingen en de financiering daarvan. • De ontwikkeling van het risicobeeld.
Het destijds aantredende kabinet heeft begin 2022 de uitkering uit het gemeente fonds vanaf 2026 bevroren op het niveau van 2022. Daarmee ontstond een val in de uitkering van 2025 op 2026; dat is te boek komen te staan als het ravijn. Voor Amsterdam betekende dat een € 140 miljoen lagere uitkering dan volgens de gebruikelijke normeringssystematiek het geval zou zijn geweest. Omdat de korting eenzijdig werd opgelegd en niet past in de bestuurlijke verhoudingen tussen overheden hebben Amsterdam en andere gemeenten zich hiertegen verzet en de wettelijke verplichting om een structureel sluitende begroting op te leveren naast zich neergelegd. De Begroting 2023 liet dan ook een structureel tekort zien van € 90 miljoen. Dat is overigens lager dan € 140 miljoen omdat Amsterdam gedeeltelijk al rekening hield met een lagere uitkering. Vervolgens verdiepte het ravijn zich in het voorjaar van 2023 naar € 215 miljoen om in het najaar weer te dalen naar € 140 miljoen. Ondertussen bereidde Amsterdam zich voor op het scenario dat het ravijn niet volledig zou worden gedicht door het Rijk en heeft het in de Begroting 2024 het structureel tekort verlaagd tot € 40 miljoen door een pakket aan maatregelen te nemen. In het voorjaar van 2024 maakte de Vereniging van Nederlandse Gemeenten met het toen demissionaire kabinet de afspraak dat de oploop van de opschalings korting is komen te vervallen.
Dat betekende voor Amsterdam dat de uitkering uit het gemeentefonds met € 48 miljoen stijgt en dat maakt het mogelijk om in de Begroting 2025 weer een structureel sluitend beeld te laten zien. Met het aantreden van het nieuwe kabinet is duidelijk geworden dat er geen extra middelen meer voor gemeenten zijn te verwachten. In het voorjaar van 2024 maakte de Vereniging van Nederlandse Gemeenten met het toen demissionaire kabinet de afspraak dat de oploop van de opschalings korting is komen te vervallen. Voor Amsterdam betekent dit een toename van de uitkering uit het gemeentefonds. Dankzij deze stijging en eigen maatregelen kan in de Begroting 2025 weer een structureel sluitend financieel beeld worden gepresenteerd. Met het aantreden van het nieuwe kabinet is duidelijk geworden dat er geen extra middelen meer voor gemeenten zijn te verwachten.
Begroting 2025
Financieel beeld en keuzes
Tabel 1.1 Financieel beeld van de begroting (bedragen x € miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) 2024
2025
2026
2027
2028
3
0
0
-40
-40
0,5
1,1
1. BEGINSALDO Startstand Extrapolatie 3
0
0
-40
-39
-6,7
-41,2
-8,1
31,0
139,5
-0,7
-4,2
-0,8
33,1
41,0
19,0
-2,9
-123,1
Volumebijstelling
-11,3
-33,8
-57,5
Oploop opschalingskorting
47,8
47,8
47,9
2. ONTWIKKELINGEN ALGEMEEN BEELD Gemeentefonds, nominale ontwikkeling & volumeontwikkeling Gemeentefondsaccres Indexatie eigen middelen Loon- en prijsbijstelling
-5,4
Overige ontwikkelingen gemeentefonds
6,7
-31,7
-29,5
-23,6
-32,3
Belastingen
0,0
89,6
92,1
94,5
94,5
0,0
16,9
17,5
17,9
17,9
wv. Onroerendezaakbelasting
85,0
85,0
85,0
85,0
wv. Afvalstoffenheffing
-14,3
-19,7
-19,7
-19,7
2,0
9,4
11,3
11,3
wv. Autonome ontwikkeling
wv. Parkeren Dividenden
0,7
-3,6
-4,1
-4,1
9,9
Rente
12,9
18,5
17,4
14,2
-12,6
12
H1
2024
2025
2026
2027
2028
Reserves
-7,6
103,0
-19,0
-14,6
0,4
Overig
-2,5
9,3
9,3
9,3
9,3
Besparingsopgave programma's Totaal algemeen beeld
-1,5
6,3
10,0
21,5
-2
183
116
127
130
-13
-138
-109
-62
-71
3. ONTWIKKELINGEN BELEIDSPROGRAMMA’S Totaal beleidsprogramma's
4. INVESTERINGEN Actualisatie kapitaal- en overige exploitatielasten investeringen
4,7
35,8
46,8
61,1
55,7
Investeringsruimte 2028
-25,0
Investeringsruimte 2029
-35,0
Kapitaal- en overige exploitatielasten Sprong over ’t IJ
-10,0
Overig (XaaS)
-27,6
-22,0
-23,6
-14,4
Totaal investeringen
5
8
25
38
-29
SALDO VOOR KASSCHUIVEN
-7
53
31
63
-9
74,7
-86,7
-20,1
1,4
-12,0
67
-33
11
64
-21
33,4
-11,0
-64,4
20,7
0
0
0
0
1. Beginsaldo Startstand De startstand van deze begroting voor het jaar 2024 is de eindstand van de Voorjaarsnota 2024. De startstand van de jaren daarna wordt gevormd door de eindstand van de Begroting 2024. Dat betekent dat we deze begroting starten op nul in de jaren 2024 tot en met 2026, en vanaf 2027 met een structureel tekort van € 40 miljoen. De oorzaak van dit tekort ligt in de terugval van onze gemeentefondsuitkering van 2025 op 2026 – het bekende ‘ravijn’. Extrapolatie In deze begroting voegen we de jaarschijf 2028 toe. Aangezien het tekort uit de Begroting 2024 een structureel karakter heeft, geldt dat ook als uitgangspunt voor het jaar 2028. Daarnaast bekijken we voor alle budgetten en inkomsten of deze bij ongewijzigd beleid vanuit 2027 moeten worden doorgetrokken naar 2028. Per saldo levert die extrapolatie een voordeel op van € 1,1 miljoen vanaf 2028.
2. Ontwikkelingen in het algemene beeld Gemeentefondsaccres, nominale ontwikkeling & volumeontwikkeling Het Rijk publiceert jaarlijks in mei, september en december de zogenaamde circulaires van het gemeentefonds. In deze circulaires wordt de gemeentefondsuitkering voor alle Nederlandse gemeenten geactualiseerd. In de Voorjaarsnota 2024 zijn de gevolgen voor het lopende jaar van de september- en decembercirculaire 2023 verwerkt. In deze begroting doen we dat voor de jaren 2025 tot en met 2028, en verwerken we voor alle jaren de meicirculaire van dit jaar.
5. KASSCHUIVEN Totaal kasschuiven
SALDO NA KASSCHUIVEN
6. ALGEMENE RESERVE (+ is onttrekking; -/- is toevoeging) Mutaties algemene reserve EINDSALDO
67
Een van de onderdelen van onze gemeentefondsuitkering is een compensatie voor loon- en prijsstijgingen en volumegroei, het zogenaamde accres. In de Miljoenennota 2024 werd een wijziging van de systematiek voor het berekenen van het accres aangekondigd. Het accres wordt voortaan bepaald op basis van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Daarnaast werd aangekondigd dat gemeenten vanaf 2027 weer een volumeaccres zouden ontvangen. Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen wordt het accres bijgesteld aan de hand van het prijspeil van het BBP. Het volumeaccres volgt de omvang van het BBP. De invoering hiervan zou plaatsvinden in 2027. In de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk is aangekondigd dat de nieuwe systematiek per direct wordt ingevoerd. De invoering van de BBP-systematiek leidt vooral in 2024 en 2025 tot een tegenvaller in onze gemeentefondsuitkering. Ter compensatie hiervan ontvangen we een
Begroting 2025
13
H1
incidentele compensatie uit het gemeentefonds. Deze compensatie dekt de tegenvaller in 2024 geheel, en in 2025 gedeeltelijk. Met de invoering van de nieuwe systematiek wordt het gemeentefondsaccres in iedere circulaire geactualiseerd op basis van de laatste groeicijfers van het BBP. Per saldo leiden deze effecten tot tegenvallers in de jaren 2024 tot en met 2026, een kleine meevaller in 2027 en een meevaller van ongeveer € 140 miljoen vanaf 2028. Dit geld zetten we in voor de loon-, prijs- en volumeontwikkeling van onze eigen begroting. Daarvoor gebruiken we ook de indexatie van onze eigen inkomsten. Met die middelen laten we onze begroting meebewegen met de ontwikkeling van lonen en prijzen, en met de groei van de stad. Omdat we pas vanaf 2027 geld voor volumegroei ontvangen in het gemeentefonds, hebben we daarvoor vanaf 2026 zelf nog eenmaal een tranche van € 11,3 miljoen vrijgemaakt. Gemeentefonds: oploop opschalingskorting In de voorjaarsnota van het Rijk is ook bekendgemaakt dat de oploop van de opschalingskorting wordt geschrapt. De opschalingskorting werd in 2015 ingevoerd als prikkel voor gemeenten om te fuseren en samen te werken. Het idee van het toenmalige kabinet was dat grotere gemeenten veel schaalvoordelen hebben, dus dat een korting op het gemeentefonds gerechtvaardigd was. Die beleidsambitie werd losgelaten.
De opschalingskorting bleef echter wel, maar de oploop daarvan wordt dus nu geschrapt. Voor Amsterdam betekent dat een positief en structureel effect van € 47,9 miljoen. Gemeentefonds: overig De hoogte van onze gemeentefondsuitkering wordt bepaald op basis van ongeveer zestig maatstaven. De circulaires geven op basis van de laatste gegevens de actualisatie van deze maatstaven voor alle gemeenten. Daarnaast ontvangen we een actualisatie van onze eigen verdiencapaciteit voor bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting (OZB). Een hogere eigen verdiencapaciteit betekent een lagere gemeentefonds uitkering omdat het Rijk ervan uitgaat dat we meer eigen inkomsten kunnen binnenhalen. Per saldo zorgen deze actualisaties voor een tegenvaller vanaf 2025, oplopend naar ruim € 32 miljoen vanaf 2028. Belastingen In deze begroting verwerken we allereerst de autonome effecten op onze belasting inkomsten. Dat zijn wijzigingen in de ramingen van onze inkomsten door veranderde omstandigheden waar we geen invloed op hebben. Ze zijn dus niet het gevolg van beleidsmatige keuzes. In deze begroting tellen deze effecten op tot een meevaller die oploopt naar bijna € 18 miljoen vanaf 2028. Deze meevaller ontstaat door naar boven
Begroting 2025
bijgestelde verwachtingen van de inkomsten uit parkeren, precario voor terrassen en de vermakelijkhedenretributie. Deze ontwikkelingen zijn voor 2024 al verwerkt en toegelicht in de voorjaarsnota. Daarnaast maken we in deze begroting beleidsmatige keuzes op het gebied van de gemeentelijke heffingen. We verhogen de raming van de OZB-opbrengst met € 85 miljoen vanaf 2025. Daarmee komt de opbrengst op het niveau dat het Rijk als reëel veronderstelt bij het berekenen van onze gemeentefondsuitkering. Mede hierdoor zijn we in staat om weer een structureel sluitende begroting te presenteren. De afgelopen twee jaar was dat niet het geval. Tegenover de stijging van de OZB staat dat de afvalstoffenheffing in 2025 en 2026 niet stijgt. De kosten hiervoor lopen op tot bijna € 20 miljoen vanaf 2026. Tot slot nemen de parkeerinkomsten structureel met ruim € 11 miljoen toe door de uitbreiding van betaald parkeren in Noord en Sloterdijk. Dividenden De actualisatie van de dividenden laat voor 2024 een kleine meevaller zien, voor de jaren 2025 tot en met 2027 een tegenvaller van circa € 4 miljoen. Vanaf 2028 nemen de verwachte dividendinkomsten met ongeveer € 10 miljoen toe. De meevaller in 2024 wordt veroorzaakt doordat RAI vanaf 2024 weer dividend verwacht uit te keren.
De tegenvaller in de jaren daarna komt door een daling van het dividend van het Havenbedrijf van circa € 5 miljoen vanaf 2025. Oorzaken zijn een verschuiving in overslagactiviteiten van fossiel naar niet-fossiel en een verwachte toename van de kosten van (transitie)investeringen en rente. Tot slot verwachten we dat Schiphol vanaf 2028 weer dividend zal uitkeren. Rente In de Begroting 2024 was de raming van de rentelasten gebaseerd op een marktrente van 3,5% voor langlopende leningen. Sindsdien is de marktrente iets gedaald. De actualisatie van de rentelasten in deze begroting gaat net als in de voorjaarsnota uit van een rentepercentage van 3,25%. Op basis van de huidige inzichten stijgt de schuld in 2024 met € 0,2 miljard, van € 6,7 miljard eind 2023 naar € 6,9 miljard eind 2024. In de jaren daarna stijgt de schuld naar € 8,9 miljard in 2028. De stijging van de schuld komt voornamelijk door onze investeringsambitie. De lichte daling van de rentetarieven en de lager dan verwachte schuldgroei zorgen ervoor dat de verwachte rentelasten dalen tot en met 2027. In 2028 zien we een tegenvaller. Die ontstaat doordat de rente waartegen we nieuwe leningen af moeten sluiten weliswaar lager is dan we in de Begroting 2024 verwachtten, maar nog altijd
14
H1
flink hoger dan de rente die we op dit moment gemiddeld over onze leningen betalen. De leningen die we afsluiten hebben een gemiddelde looptijd van tien jaar, waardoor de effecten van rentebewegingen vertraagd doorwerken in onze cijfers. Volgens de huidige raming zal de schuld eind 2028 op € 8,9 miljard uitkomen tegen een gemiddelde rente van 2,4 %. Zolang de marktrente hoger is dan de gemiddelde rente zullen de rentelasten geleidelijk oplopen. Ook na de begrotingsperiode. Als de rente na 2028 stabiel blijft op 3,25% moeten we onze volledige schuld op termijn tegen dat tarief herfinancieren. Dat zou ruim € 80 miljoen hogere jaarlijkse rentelasten met zich meebrengen dan we nu hebben opgenomen in onze begroting. Reserves Een aantal ontwikkelingen in de reserves heeft een effect in de algemene middelen. Allereerst is sprake van een overschot uit de bekostigingsregeling Oekraïners 2022 van ongeveer € 8 miljoen. Dit reserveren we in 2024 om het beschikbaar te houden voor aanschaf of huur van duurzame opvanglocaties. Tot januari 2020 konden erfpachters gebruik maken van de aanbieding om tegen gunstige voorwaarden over te stappen van voortdurende erfpacht naar eeuwigdurende erfpacht. Na januari 2020 is besloten tot een spijtoptantenregeling voor erfpachters die tot dat moment nog geen gebruik hadden gemaakt van de aanbieding.
Tussen november 2022 en augustus 2023 was er nog een extra overstapmogelijkheid. Deze laatste mogelijkheid zorgde voor aanvullende opbrengsten van € 100 miljoen. Die maken we in deze begroting beschikbaar voor de dekking van incidentele knelpunten. We voegen € 20 miljoen in 2025 en 2026 en € 15 miljoen in 2027 toe aan de frictiekostenreserve. Frictiekosten ontstaan wanneer we incidentele kosten maken om te komen tot structurele besparingen. Met deze toevoeging kunnen we frictiekosten in de komende jaren vanuit de reserve blijven dekken. In 2025 valt nog € 23 miljoen vrij uit een aantal reserves. € 20 miljoen daarvan komt uit de egalisatiereserve inkomensdeel en conjunctuur. Deze reserve gebruiken we voor het egaliseren van overschotten en tekorten bij de uitvoering van de Participatiewet voor het inkomensdeel (bijstandsuitkeringen). Overig De overige ontwikkelingen zorgen voor een tegenvaller in 2024. Vanaf 2025 is sprake van een plus van € 9,3 miljoen. Beide ontwikkelingen betreffen in hoofdzaak middelen die we van het Rijk ontvangen uit de Single use plastics zwerfafvalvergoeding. Voor 2024 zijn deze middelen al verwerkt in de voorjaarsnota, waarbij we op basis van een proefberekening uitgingen van € 12 miljoen per jaar. In deze begroting verwerken we deze vergoeding voor de andere jaren.
Die is sinds de publicatie van de voorjaarsnota definitief vastgesteld, en valt € 2,5 miljoen lager uit dan de proefberekening. Begroting 2025
Besparingsopgave programma’s We presenteren dit jaar weer een structureel sluitende begroting. Hiervoor zetten we de verhoging van de OZB in, maar we besparen ook op onze eigen uitgaven. Dat levert vanaf 2028 € 23 miljoen op, met in 2026 en 2027 een ingroeipad daarnaartoe. We besparen op taken waar Amsterdam volgens de uitgevoerde benchmark meer dan gemiddeld aan uitgeeft, zoals openbare ruimte en re-integratie. Daarnaast besparen we op de ambtelijke organisatie. Dit betekent een besparingsopgave in de programma’s 2, 7 en B. Voor programma 2 loopt de besparing op naar € 15 miljoen vanaf 2028, voor programma 7 naar € 3 miljoen en voor programma B naar € 5 miljoen. Deze opgave zal in de Begroting 2026 verder worden ingevuld. Onderdeel van het coalitieakkoord was een besparing als gevolg van het terugdringen van de overlap tussen de beleidsterreinen jeugd en veiligheid van € 1,5 miljoen per jaar. De taakstelling laten we vervallen. Hetzelfde doen we met de ombuiging op evenementenleges (€ 0,5 miljoen vanaf 2025). De totale ombuiging op leges betrof € 2,0 miljoen. Het overige deel is eerder al wel ingevuld.
3. Ontwikkelingen in de beleidsprogramma's De ontwikkelingen in de beleidsprogramma's worden toegelicht in paragraaf 1.3 van deze financiële hoofdlijnen.
4. Investeringen In de begroting actualiseren we de exploitatielasten die samenhangen met onze investeringen. De exploitatielasten bestaan uit kosten die we maken voor rente, afschrijving, beheer en onderhoud van investeringen. Deze lasten zijn bijgesteld in lijn met het uitvoeringstempo van onze investeringen. Hiermee maken we ruimte vrij om ook de komende jaren de in de stad noodzakelijke investeringen te kunnen blijven doen. Hier trekken we in totaal € 70 miljoen voor uit. Dit omvat € 25 miljoen voor de exploitatielasten van investeringsruimte in 2028, € 35 miljoen voor de exploitatielasten van investeringsruimte in 2029, en € 10 miljoen voor de exploitatielasten van de Oostbrug over ’t IJ waar we in de voorjaarsnota toe besloten. De reserve Xaas wordt per 1 januari 2025 opgeheven en het geld dat nog in de reserve zit valt vrij. De reserve had als doel om pieken in de uitgaven voor digitaliserings- en ICT projecten te egaliseren. Het uitgavenpatroon voor deze projecten is inmiddels zodanig dat we jaarlijks ongeveer evenveel middelen aan de reserve toevoegen en onttrekken. De reserve is daarom niet langer nodig. We ramen de benodigde budgetten rechtstreeks in de programma’s.
15
H1
1.3
5. Kasschuiven We verwerken het incidentele effect van de voorgestelde kasschuiven. Een kasschuif is een (beleidsarme) verschuiving van budgetten van het ene naar het andere jaar. In de voorjaarsnota hebben we het effect van de kasschuiven voor 2024 verwerkt. In deze begroting verwerken we de meerjarige effecten van de kasschuiven uit de voorjaarsnota, naast de kasschuiven uit de begroting zelf. In tabel 1.2 is de optelling van die twee zaken per jaar weergegeven.
Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s
De tabel hieronder geeft een overzicht van de ontwikkelingen in de programma’s. Het gaat om wijzigingen waarover we een bestuurlijke keuze hebben gemaakt, die een gevolg hebben voor het saldo van onze begroting. Onder de tabel lichten we per programma de bestuurlijke keuzes toe. In hoofdstuk 3 van deze begroting lichten we alle mutaties in de programma’s toe. Dat zijn de bestuurlijke keuzes én de neutrale en technische mutaties.
Tabel 1.2 Kasschuiven (bedragen x € miljoen) 2024
2025
2026
2027
2028
1 - Bouwen, wonen en duurzaamheid
2,8
-1,2
-1,5
0,0
0,0
2 - Openbare ruimte, groen, water, vervoer
30,3
-42,5
-27,2
-1,1
-11,1
3 - Economie, kunst, cultuur en erfgoed
5,6
-6,8
-1,5
2,4
-2,0
4 - Sport en bewegen
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
5 - Onderwijs
0,6
-0,7
-1,0
-0,5
6 - Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit
17,3
-17,6
-1,1
7 - Sociale zaken en armoedebestrijding
16,7
-6,0
8 - Veiligheid
1,1
A - Algemene middelen
Net als in tabel 1.1 tonen we de wijzigingen ten opzichte van de Begroting 2024 voor de jaren 2025-2028. De kolom 2024 bevat de mutaties sinds de Voorjaarsnota 2024.
Tabel 1.3 Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s (bedragen x € miljoen) 2024*
2025
2026
2027
2028
1 - Bouwen, wonen en duurzaamheid
-0,5
-54,4
-46,9
-25,8
-25,4
0,0
2 - Openbare ruimte, groen, water, vervoer
-1,0
-25,6
-18,6
-16,3
-2,8
0,1
-0,4
3 - Economie, kunst, cultuur en erfgoed
-0,2
-1,9
-5,3
-7,0
-12,4
4 - Sport en bewegen
-0,2
-2,2
-2,0
-2,1
-2,1
-10,1
-0,3
-0,3
5 - Onderwijs
0,0
-4,0
-4,0
-1,5
-1,5
0,8
-0,5
-0,6
0,0
-20,5
-28,2
-13,5
-24,0
-9,5
18,3
0,0
0,0
6 - Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit
-8,2
0,0
B - Bestuur en organisatie
0,2
-3,3
4,5
1,5
1,8
7 - Sociale zaken en armoedebestrijding
0,0
-17,8
1,0
6,7
0,0
Intertemporele compensatie
74,7
-86,7
-20,1
1,4
-12,0
8 - Veiligheid
-5,5
-3,5
-1,8
-1,2
-1,2
B - Bestuur en organisatie
2,3
-7,8
-3,6
-1,5
-1,9
Als gezegd laat de Begroting 2025 een structureel sluitend beeld zien. In de verschillende jaren is wel sprake van een incidenteel saldo. Door een onttrekking aan de algemene reserve (bij een negatief saldo) of toevoeging (bij een positief saldo) egaliseren we deze saldi in de jaren 2025 - 2028.
Totaal ontwikkelingen in de beleidsprogramma's
-13,3
-137,6
-109,4
-62,1
-71,3
In 2024 zien we onderaan de streep een positief saldo van € 67 miljoen in 2024. Dit saldo zal aan het eind van het jaar onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat, dat we in de Voorjaarsnota 2025 toevoegen aan de algemene reserve.
Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
6. Algemene reserve
Begroting 2025
* Wijzigingen ten opzichte van Voorjaarsnota 2023
Energietransitie en klimaat- en energiebeleid Amsterdam gaat de komende jaren flink op de schop om aan de toekomstige energievraag te kunnen voldoen en de overgang van fossiele naar hernieuwbare bronnen mogelijk te maken. Het inpassen en aanleggen van de daarvoor benodigde elektriciteitsstations, warmtesystemen, zonneprojecten, windturbines en bijbehorende
16
H1
kabels en leidingen raakt alle Amsterdammers en vraagt een zorgvuldige aanpak. Grote vraagstukken als de invulling van de publieke rol in het warmtebedrijf worden opgepakt. Er is een gemeentelijke regie- en uitvoeringsorganisatie opgericht om de uitvoering te versnellen: Energie voor de stad. We trekken vanaf 2025 structureel € 15 miljoen uit voor het behalen van onze doelstellingen in de energietransitie. Daarnaast steken we, zoals bij de Voorjaarsnota 2024 al aangekondigd, incidenteel € 50 miljoen extra in ons klimaat- en energiebeleid. Verlaging winstafdracht Vereveningsfonds (VEF) De slechte economische ontwikkelingen van de afgelopen periode met extreem hoge prijsstijgingen, grondprijsdaling en vertraging van gronduitgiften zetten het Vereveningsfonds onder druk. De ambitie is te blijven investeren in betaalbare woningen, stedelijke vernieuwing en gelijke kansen. We verlagen de winstafdracht vanuit het VEF in 2025 van € 30,2 miljoen naar € 22,4 miljoen en vanaf 2026 naar € 23,9 miljoen. Zo blijft het fonds robuust, en kunnen we onze ambities waar blijven maken. Lerarencampus Voor de doelgroep docenten in het primair en voortgezet onderwijs creëren we woningen in Amsterdam. Hiervoor hebben we € 15 miljoen gereserveerd, waarvan we in deze begroting € 3,4 miljoen inzetten. Daarmee gaan we een tender opzetten waarin 60 tot 65 middeldure huurwoningen zijn opgenomen.
De start van de bouw is op zijn vroegst in 2027. Toezicht naleving middeldure huur afspraken erfpacht Huurwoningen in het middensegment zijn en blijven hard nodig. In het coalitieakkoord is het streven afgesproken dat middeldure huurwoningen ook middeldure huurwoningen moeten blijven. We maken structureel € 0,4 miljoen vrij zodat alle middeldure huurwoningen om de vijf jaar kunnen worden gecontroleerd. Het meerjarige effect is in deze begroting opgenomen, de wijziging voor 2024 is verwerkt in de voorjaarsnota. Transitiekosten omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Er is in beeld gebracht wat de uitvoering van de Omgevingswet voor ons betekent. De netto transitiekosten tot en met 2026 zijn geraamd op € 16 miljoen. Deze kosten dekken we deels vanuit de incidentele rijksbijdrage die we hiervoor via het gemeentefonds ontvangen. We vullen het resterende tekort aan met € 3,7 miljoen in 2025 en € 0,8 miljoen in 2026. Omgevingsdienst Noordzeekanaal Gebied (OD NZKG) Er is een structureel tekort op het budget voor de Gemeenschappelijke Regeling OD NZKG. In deze begroting maken we € 2,3 miljoen in 2025 vrij voor de uitvoering van
Begroting 2025
een aantal wettelijke (basis)takken die bij de OD NZKG dienen te worden belegd. In de voorjaarsnota trokken we hier al € 0,7 miljoen in 2024 voor uit. Havenstad In het programma Havenstad werken we aan de ontwikkeling van een nieuw stuk Amsterdam met een omvang van 70.000 woningen en 58.000 arbeidsplaatsen en drie stadsparken. We maken in 2025 en in 2026 € 0,3 miljoen vrij voor de voortgang van het programma. Volkstuinen De Aanpak voor ontwikkeling van de Amsterdamse volkstuinparken is op 22 december 2021 door de Raad vastgesteld. Voor het uitwerken van de aanpak wordt een programmaorganisatie opgezet. Hiervoor maken we € 0,6 miljoen vrij, verdeeld over de jaren 2025 – 2027, naast de € o,3 miljoen uit de Voorjaarsnota 2024. Correctie canonindexering erfpacht In 2023 is de canon voor de canonbetalende erfpachtrechten die uitgegeven zijn onder de Algemene Bepalingen 2000 geïndexeerd met de inflatie minus eén procentpunt. Achteraf moeten we concluderen dat voor deze rechten de indexering te hoog is vastgesteld. We steken in 2025 € 0,4 miljoen in de afhandeling van de correctie hiervan. Programma Eeuwigdurende Grafrust We zetten in 2025 € 0,2 miljoen in om de aanvraag voor een locatie voor eeuwig durende grafrust af te handelen. In de voorjaarsnota deden we dat al voor 2024. Het geld wordt gebruikt voor coördinatie, communicatie en planologisch-juridisch advies.
De aanvraag is gedaan door het Islamitisch genootschap Amsterdam, dat een groot deel van de soennitische moskeeën voor onder andere de MarokkaansAmsterdamse gemeenschap vertegenwoordigt. Stimuleringsbeleid wooncoöperaties Met het stimuleringsbeleid wooncoöperaties verstrekken we leningen waarmee een wooncoöperatie de ontwikkeling en bouw van een gebouw kan financieren, of bijvoorbeeld de overname van een wooncomplex van een woningcorporatie. Hiervoor maken € 1,2 miljoen vrij, verdeeld over de jaren 2025 tot en met 2027. In de voorjaarsnota trokken we hiervoor al € 0,4 miljoen in 2024 uit. Huisvesting Statushouders We trekken in 2025 incidenteel € 2,5 miljoen extra uit om te voldoen aan de jaarlijkse opgave voor de huisvesting van statushouders. Het huidige budget is gebaseerd op de huisvesting van ongeveer 1.000 statushouders, terwijl de wettelijke door het Rijk
17
H1
opgelegde taakstelling groter is. Met deze middelen kunnen we voldoen aan de jaarlijkse opgave en delen van de achterstanden uit voorgaande jaren oplossen.
Voor de resterende € 33,5 miljoen werken we de komende tijd de plannen uit. Die presenteren we in de Begroting 2026.
Burgerberaad Naar aanleiding van het referendum over de hoofdgroenstructuur heeft de gemeenteraad een motie aangenomen. Hierin wordt het college opgedragen om een burgerberaad te organiseren dat zich richt op de opgave om te vergroenen in een groeiende en verdichtende stad (motie 247.24). Deze motie is aangenomen zonder dekking. Voor dit burgerberaad is een budget nodig van € 250.000 in 2024 en € 600.000 in 2025.
Dagelijks beheer groen In de periode 2025-2028 zetten we € 2,0 miljoen per jaar in voor het dagelijks beheer van het groen. Met deze middelen dempen we het tekort als gevolg van hogere kosten door inflatie. Daarnaast dragen deze middelen bij aan het voorkomen van achterstallig onderhoud.
Nulmeting woonboten De Aanpak Nulmeting Amsterdam (handhaving woonboten) loopt nu ruim drie jaar. De problematiek die voortkomt uit deze aanpak blijkt groter dan verwacht. Voor de continuïteit van de Aanpak Nulmeting Woonboten trekken we in € 0,5 miljoen, verdeeld over 2024 en 2025 uit. VTH Brandveiligheid In 2023 zijn er branden geweest bij de tijdelijke woonlocatie Riekerhaven en het appartementencomplex aan de Joan Muyskenweg. Naar aanleiding van deze branden gaan we de brandveiligheid van woonfuncties nadrukkelijker oppakken. Dit doen we zowel door het verbeteren van de risicogerichte uitvoering van toetsing en toezicht, als door het inzetten op meer preventieve maatregelen voor bewustwording en gedragsbeïnvloeding. Voor beide maatregelen trekken we in 2025 € 0,4 miljoen uit voor het verhogen van de brandveiligheid bij woonfuncties. Begraafplaatsen Het onderhoudsniveau van de begraafplaatsen De Nieuwe Ooster en de Nieuwe Noorder is gemeten. Daaruit blijkt dat er sprake is van achterstallig onderhoud. Voor het wegwerken van dat achterstallig onderhoud maken we in 2025 € 0,3 miljoen vrij.
Programma 2 Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer Achterstallig onderhoud We maken de komende jaren € 45 miljoen vrij voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud in de stad. De eerste € 11,5 miljoen hiervan is in deze begroting in concrete plannen uitgewerkt. Met € 4,0 miljoen pakken we de voetpaden in de stadsdelen Nieuw West, West en Zuid aan. We starten daar in 2025 mee. Met de overige € 7,5 miljoen maken we de openbare speelbaden toekomstbestendig, door onder andere de aanschaf van waterzuiveringsinstallaties.
Begroting 2025
Klimaatadaptatie / vergroenen In 2025 maken € 2 miljoen extra vrij voor klimaatadaptatie. Dat zetten we in voor de aanleg van een natuurgrasveld met waterberging, van (blauw-) groene daken, voor het uitvoeren van voorbereidend onderzoek voor het aanpakken van de meest urgente knelpunten in de openbare ruimte en het uitbreiden van onze Weerproof Wijkaanpak. Verwijderen fietswrakken Voor de periode 2025-2026 wordt € 2 miljoen (incidenteel) beschikbaar gesteld voor het verwijderen van fietswrakken in de diverse stadsdelen. Verlenging zomeraanpak afval Met de zomeraanpak nemen we extra maatregelen voor een schonere stad. Zo plaatsen we tijdelijke bovengrondse containers, vegen we direct na het ophalen van afvalzakken en handhaven we strenger op afval dat op het verkeerde moment buiten wordt gezet. We willen de aanpak voortzetten. Daarvoor trekken we in 2024 en 2025 in totaal € 3 miljoen uit, voor reiniging en bovengrondse containers in het centrumgebied. Intensivering aanpak Schoon Naast de verlenging van de zomeraanpak zetten we nog eens € 10 miljoen in vanuit de egalisatiereserve afval voor extra inzet op een schoner Amsterdam. Met deze extra middelen richten we ons op zwerfafval en grof afval. Dit willen we doen door op de korte termijn daar waar nodig extra schoon te maken met reinigers en afvalmedewerkers.
We voorkomen (zwerf)afval door onder andere eraan bij te dragen dat er minder statiegeldverpakkingen in afvalbakken worden gedaan, het stimuleren van hergebruik (bring your own initiatieven) en het verminderen van wegwerpproducten. We streven naar gedragsverandering met toezichthouders, communicatie-inzet en activatieteams. En we komen samen met de stad tot oplossingen. Hiervoor gebruiken we de adviezen van het burgerberaad en ideeën die we eerder al vanuit de raad hebben ontvangen
18
H1
Doorstroming McGillavrylaan We maken € 2 miljoen in 2025 vrij om de verkeersdrukte en verkeersveiligheid op de Middenweg, de Kruislaan, de Kruislaanonderdoorgang en het Galileiplantsoen te verbeteren. De huidige verkeers(onveilige)situatie vraagt aandacht en maatregelen. Nominaal Programma 2 We maken vanaf 2025 € 0,6 miljoen structureel extra beschikbaar voor de compensatie van gestegen lonen en prijzen. Bouwhubs In de voorjaarsnota hebben we € 45 miljoen uitgetrokken om achterstanden in de openbare ruimte weg te werken. Daarmee gaan we flink aan de slag met de verhardingen in de stad. Met € 0,5 miljoen extra in 2025 kunnen we een extra duurzame impuls geven. Dat doen we door zoveel mogelijk herbruikbare tegels en materialen op een centraal gelegen plek (minder verkeersbewegingen) te verzamelen. Kortingsregeling op binnenhavengeld (BHG) voor uitstootvrije pleziervaart In 2024 zien we een terugval in de baten binnenhavengelden. Wij verwachten dat deze terugval zich in 2025 zal voortzetten. Om die reden verlagen we eenmalig de begrote baten binnenhavengeld van 2025 met € 0,5 miljoen voor de gederfde inkomsten. In 2025 onderzoeken we een aantal maatregelen met als doel de inkomsten weer te verhogen. Inkomstenderving nieuwe steigers Open Haven Front Twee steigers van de Middenkom zullen worden opengesteld voor algemeen gebruik van de rederijen.
Hierdoor kunnen ze niet verhuurd worden aan een specifieke rederij. Dit zorgt voor gederfde inkomsten van € 15.000 per steiger. We verlagen daarom de verwachte baten met € 30.000 in 2024 en 2025.
Programma 3 Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Publieksbereik Archeologie De ondergrond van Amsterdam herbergt een rijk bodemarchief dat tot het collectief geheugen van de stad en haar inwoners behoort. De komende jaren willen we een brede doelgroep enthousiasmeren voor de ondergrond van de stad. Om een groter publiek, jong en oud, in alle stadsdelen te bereiken maken we in 2025 en 2026 € 0,3 miljoen vrij, bovenop de € 0,2 miljoen in 2024 uit de voorjaarsnota.
Impuls kunstenplan We trekken € 3 miljoen per jaar extra uit voor het Kunstenplan in de jaren 2025 tot en met 2027. Veel van de instellingen die we in het Kunstenplan steunen krijgen te maken met kortingen op rijkssubsidies, of zijn voor hun exploitatie en programmering mede afhankelijk van instellingen en makers die mogelijk ook gekort worden op beschikbare budgetten vanuit het Rijk. Om deze instellingen te ondersteunen maken we in totaal € 9 miljoen vrij. Cultuureducatie Sinds 2013 kunnen alle scholen gebruikmaken van dertien uur gratis muziekonderwijs voor leerlingen van groep 3 tot en met 8, aangeboden door de muziekscholen. Door gestegen docentkosten was het financieel niet meer haalbaar om muziekonderwijs op scholen aan te bieden. Daarom verhogen we het beschikbare budget voor de meerjarige subsidies op het gebied van muziekeducatie in de periode 2025-2028 jaarlijks met € 1 miljoen. Deze bijdrage is bedoeld om het muziekonderwijs in het basispakket gratis te kunnen blijven aanbieden. Riviercruises Het college heeft op 16 april 2024 ingestemd met een halvering van het jaarlijks aantal riviercruises dat naar Amsterdam komt. De afbouw vindt gefaseerd plaats. Een redelijke termijn van afbouw is twee tot drie jaar, in verband met de lopende contracten tussen reders, touroperators en hotels in Amsterdam.
Dit betekent dat vanaf 2026 onze inkomsten op twee vlakken terug zullen lopen: inkomsten uit dagtoerismebelasting cruisepassagiers en de dividenduitkering van Havenbedrijf Amsterdam. Het gaat om € 1,0 miljoen in 2026, € 1,5 miljoen in 2027 en € 2,1 miljoen vanaf 2028. Nationaal Slavernijmuseum Op 29 mei 2024 hebben we met het Rijk een bestuursovereenkomst afgesloten. We zijn overeengekomen dat Amsterdam € 2,2 miljoen meer aan de museumorganisatie van het Nationaal Slavernijmuseum bijdraagt en € 2,2 miljoen minder aan de investeringen in het gebouw. De Rijksbijdrage aan de investering wordt verhoogd, waardoor het investeringsbudget gelijk blijft. In deze begroting voeren we de overeenkomst uit: we verlagen onze bijdrage aan de investering met € 2,2 miljoen van € 47,4 miljoen naar € 45,2 miljoen. Die € 2,2 miljoen steken we in de museumorganisatie, verdeeld over 2024 (€ 0,2 miljoen), 2027 (€ 1,5 miljoen) en 2028 (€ 0,6 miljoen). Daarnaast maken we vanaf 2028 jaarlijks € 1 miljoen vrij voor de dekking van de structurele exploitatie van het Nationaal Slavernijmuseum na oplevering.
Begroting 2025
19
H1
Herfundering Nieuwe kerk Acht zuilen in De Nieuwe Kerk hebben dringend een nieuwe fundering nodig. De Nieuwe Kerk voert sinds mei 2023 actie om de financiering van het bouwproject rond te krijgen. Ze komen nog € 1,0 miljoen tekort om aan het restauratieproject te beginnen. Als herfundering niet nu start is de kerk gedurende het jubileumjaar dicht. Veel fondsen willen pas instappen als gemeente dat ook doet. We dekken daarom de helft van het tekort met een bijdrage van € 500.000 in 2025.
Sport en Bewegen duurzaam in conditie Sport en Bewegen duurzaam in conditie is een veranderopgave waar we in 2025 € 0,1 miljoen voor vrijmaken. Hiermee willen we de bedrijfsvoering voor exploitatie van gemeentelijke sportaccommodaties en stimulering van bewegen en sport toekomstbestendig houden.
Programma 4 Sport en Bewegen
BSO+ We maken in 2025 en 2026 2,5 miljoen vrij voor BSO+. BSO+ is buitenschoolse opvang voor kinderen met een extra zorgvraag of ondersteuningsbehoefte.
Diploma- / schoolzwemmen Met het vangnet schoolzwemmen, het zwemarrangement diplomazwemmen en de sportvergoeding jeugd helpen we kinderen en jongeren die dat nodig hebben en bieden rechtstreekse ondersteuning bij het behalen van het zwemdiploma of lidmaatschap voor sportdeelname. Hiervoor stellen we in 2025 € 1,3 miljoen en in 2026 € 1,4 extra beschikbaar. Compensatie sportverenigingen voor precariobelasting terrassen Nadat een aantal jaar vanwege corona geen precario is geheven op terrassen, wordt dit vanaf 2023 weer gedaan. Met € 0,1 miljoen in 2024 compenseren we sportverenigingen die hiermee over 2023 te maken hebben. In overleg met deze sportverenigingen wordt gekeken naar aanpassing van de huurovereenkomsten, zodat het gebruik van het terras onder de huurovereenkomst valt en precario voor terrassen vanaf 2024 niet meer aan de orde is. Versterken meiden- / vrouwenvoetbal We maken in de periode 2024 – 2028 jaarlijks € 0,6 miljoen vrij voor het versterken van meiden- en vrouwenvoetbal. We koppelen dit aan de Voetbalagenda. Daarbij investeren we in het opbouwen van een meidenvoetbaltak bij een aantal geselecteerde verenigingen in de stad en het vergroten van de betrokkenheid van vrouwen in de verenigingsorganisatie.
Ook willen we jonge meiden en Amsterdamse amateurvoetbal verenigingen perspectief en inspiratie bieden door het oude Amsterdam 700 toernooi voor internationale vrouwentopteams vanaf 2025 in een nieuw jasje te steken. Paralympisch talentenfonds Met het bestaande talentenfonds zorgen we dat deelnemers aan het Amsterdamse Urban en Vechtsportprogramma en de Amsterdamse topsportverenigingen kunnen meeprofiteren van de TeamNL-programma's in de nieuwe olympische cyclus. In de periode 2025-2028 breiden we het bestaande talentenfonds voor paralympische sporters jaarlijks met € 0,1 miljoen uit.
Begroting 2025
Programma 5 Onderwijs
Programma 6 Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Gestegen loon- en prijsontwikkeling voor welzijns- en (jeugd)zorgaanbieders We zien dat welzijns- en (jeugd)zorgaanbieders geconfronteerd blijven worden met stijgende lonen en prijzen. Om ervoor te zorgen dat zij hun taken en zorgverlening op niveau kunnen houden trekken we daar extra geld voor uit. In totaal maken we voor deze stijgende kosten bij onze maatschappelijk partners structureel bijna € 20 miljoen extra per jaar vrij. In 2025 en 2026 stellen we hier bovenop nog eens € 5,5 miljoen per jaar beschikbaar voor jeugdzorgaanbieders. Dat betekent dat het budget vanaf 2027 € 5,5 miljoen lager is dan in 2026. Dat budget is het kader voor de nieuwe aanbesteding van specialistische jeugdhulp per 2027. Ook met deze extra nominale compensatie voor welzijns- en (jeugd)zorgaanbieders blijft de stijging van lonen en prijzen in de zorgsector een aandachtspunt, aangezien de landelijke compensatie hiervoor vooralsnog lager ligt dan de sectorspecifieke indexcijfers. Individuele betalingsovereenkomsten We maken in 2024 € 8 miljoen en in 2025 € 5 miljoen vrij voor individuele betalings overeenkomsten in de specialistische jeugdzorg. Dit zijn behandeltrajecten die niet vallen onder de ingekochte (landelijke, regionale of lokale) jeugdhulp van de gemeente.
In de meeste gevallen wordt deze zorgvorm verleend met het oog op zorgcontinuïteit, rechterlijke uitspraken voor een specifieke aanbieder of in crisissituaties. De afgelopen periode zien we een sterke groei in het aantal individuele behandelopdrachten en toename in de gemiddelde kosten per traject. Sociale basis De verdeelsystematiek van de sociale basis moest worden aangepast, omdat de hiervoor gebruikte indicatoren niet meer gemeten worden door het Rijk. De nieuwe verdeelsystematiek, die meer recht doet aan de opgaven in de stadsdelen, pakte