CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Begroting 2024.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 17 oktober 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Begroting 2024 (VN2023-021151)49.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

• We stellen het Aanvalsplan Voedselverspilling 2024-2026 op, samen met Stichting Samen Tegen Voedselverspilling, het Voedingscentrum, en partijen in de stad. • Als gemeente geven wij zelf het goede voorbeeld door verder te werken aan het verduurzamen van ons vastgoed, het wagenpark, de ICT en de catering. We stellen hergebruik centraal bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte; circulaire principes stellen we centraal waar mogelijk, bijvoorbeeld via de eigen inkoop.

Begroting 2024

15,3% (2016)

Begroting 2023

Begroting 2024

Prognose 2025-2027

2025: 84 / 2026: 96 / 2027: p.m.

16,2% Geen streef- Geen streef- Geen streef(2020) waarden waarden waarden

1.6.1.2.1 Ten tijde van het Jaarverslag 2022 was dit nog niet bekend. Ondertussen is de waarde hiervoor bekend en opgenomen in de meest recente Klimaatrapportage: 88 procent. 1.6.1.2.4 De hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit betreft een landelijk verplichte indicator. Deze indicator maakt geen onderdeel uit van de geformuleerde indicatoren in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal. Hier worden geen streefwaarden voor geformuleerd. De waarden zijn met name afhankelijk van de productie van duurzame elektriciteit bij het AEB en de opwek van wind- en zonne-energie. 1.6.1.2.5 1) Ten tijde van het Jaarverslag 2022 was dit nog niet bekend. Ondertussen is de waarde hiervoor bekend en opgenomen in de meest recente Klimaatrapportage: 1.530. 2) Deze waarde is achteraf beschouwd te hoog ingeschat. 3) Vanwege huidige onzekerheden rondom de Wet collectieve warmte is deze waarde vooralsnog gelijk gehouden aan de realisatie in 2022.

60

H3.1.6

Vanwege huidige onzekerheden rondom de Wet collectieve warmte is het op dit moment niet mogelijk om hier realistische inschattingen voor te geven. 5) Dit is lager dan vermeld in de Begroting 2023 (120.000), vanwege database­ verbeteringen bij Liander. 6) Vanwege huidige onzekerheden rondom de Wet collectieve warmte is de jaarlijkse toename voor de periode 2023 t/m 2024 vooralsnog gelijk gehouden aan de toename in 2022 (1.500 woningequivalenten). 4)

Op verschillende wijzen zetten we in op het betrekken van bewoners en ondernemers in de stad bij de energietransitie. Door middel van informatie, participatie bij grote warmte- of energietrajecten in de wijken (zoals aardgasvrij en locaties windmolens). We zetten in op 100 procent lokaal eigenaarschap bij energieproductie (warmte, zon, wind). Voorbeelden van coöperatieve vormen zijn Energiecoöperatie KetelhuisWG die werkt aan aquathermie met een lokaal bronnet op het WG-terrein en energie­ coöperatie MeerEnergie die werkt aan een warmtenet op basis van restwarmte van een datacentrum in Middenmeer. Ook brengen we continu de mogelijkheden in kaart te om de lasten en lusten van de energietransitie op rechtvaardige wijze te verdelen. Via collectieve inkoopacties voor bewoners maken we verduurzaming aantrekkelijk. We blijven inzetten op het gebruik van alle geschikte daken voor zonne-energie en zetten de doelgroepgerichte aanpak voort. • We zetten o.a. extra in op het benutten zonne-energie in de haven om het grote potentieel aan grote daken te benutten. Samenwerking met het havenbedrijf is gestart. • Dakeigenaren krijgen maatwerkadviezen en we stimuleren nieuwe oplossingen voor constructief zwakke daken. • Mogelijkheden tot verplichting voor het gebruik van daken willen we benutten.

• Met de woningcorporaties maken we afspraken over de verdere uitrol van panelen, waardoor meer huurders kunnen profiteren van zonne-energie Naast de daken benutten we samen met het Rijk, provincie en buurgemeenten het potentieel voor zonne-energie langs Rijkswegen. Eigen(parkeer)terreinen van de gemeente en (tijdelijke) gronden zoals Strandeiland en Buiteneiland worden ingezet voor het opwekken van duurzame energie. We werken ook aan kwalitatieve doelstellingen als lokaal eigendom en het stimuleren van circulariteit en innovatie. Met het Programma Wind Amsterdam (PWA) wordt in 2024 de basis gelegd om windturbines te realiseren. In het programma staan de gebieden waar windturbines ontwikkeld kunnen worden en onder welke voorwaarden. De onderbouwing vindt plaatst door middel van een planMER. Het programma geeft ook de handvatten voor (financiële) participatie, monitoring en handhaving. De afstemming met buur­ gemeenten, stadsdelen, en de Stedelijke Adviesgroep RES Amsterdam (SARA) blijft

Begroting 2024

continu plaatsvinden. Besluitvorming omtrent de vergunningverlening van windturbines bij Noorderijplas wordt in 2024 afgerond. De veranderende landelijke regelgeving (Wet Collectieve Warmtevoorziening) omtrent de eigendom van warmtenetten heeft invloed op de geplande uitbreiding van de warmtenetten. Mede daarom verbreden we de aanpak van de warmtetransitie door ook naar andere technieken te kijken. We kijken hoe we de gewenste versnelling kunnen realiseren. Er komt onder andere meer aandacht voor all-electric –buurten, we verkennen de mogelijkheden voor meer decentrale bronnetten (zoals in Buiksloter­ meer Noord) en in aardgasvrije-gasnetbuurten gaan we hybride warmtepompen stimuleren. Verder ondersteunen we warmte-initiatieven van bewoners/energie coöperaties conform het in 2023 vastgestelde kader, ontwikkelen we een participatiestrategie voor eigenaren van grondgebonden woningen en onderzoeken we kansen voor vve’s met blokverwarming om aan te sluiten bij het warmtenet. Daarnaast gaan we utiliteits­ gebouwen meer en meer bij de buurtaanpak betrekken. We werken met de samenwerkingspartners binnen Warm Amsterdam door aan de uitbreiding van warmtenetten en streven ernaar de buurtprocessen te optimaliseren. We blijven onze informatievoorziening verbeteren, onder andere door inzet van een mobiel loket.

En we werken aan het verbeteren van andere randvoorwaarden zoals klimaatrechtvaardigheid en het wegwerken van belemmerende regelgeving. Tenslotte wordt er een uitvoeringsorganisatie (Energie voor de Stad) ingericht.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Afval Energie Bedrijf (AEB) Het Afval Energie Bedrijf levert duurzame energie in de vorm van warmte en elektriciteit.

Westpoort Warmte (WPW) De gemeente is aandeelhouder van WPW in een joint-venture met Vattenfall. Wij hebben beiden 50 procent van de aandelen. WPW levert duurzame warmte aan een deel van de stad.

Liander Allianders dochteronderneming Liander heeft voor haar verzorgingsgebied de wettelijke taak te zorgen dat bewoners en ondernemers een betrouwbaar en betaal­ baar distributienetwerk van gas en elektriciteit kunnen gebruiken. Liander is partner in de taskforce congestie en Warm Amsterdam.

61

H3.1.6

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Lasten

Rond milieu en de nieuwbouwopgave ligt voor vergunningverlening, toezicht en handhaving een groot deel van het takenpakket bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG).

De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 77,1 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Budgetten voor duurzaamheidsactiviteiten (€ 49,2 miljoen). Deze budgetten worden als volgt besteed: – Bijdragen aan projecten vanuit het Klimaatfonds (€ 37,3 miljoen). – Lasten voor de uitvoering van activiteiten die gericht zijn op de ambities voor een klimaat neutrale en aardgasvrije stad en jaarprogramma duurzaamheid (€ 10,7 miljoen); – Lasten voor circulaire economie (€ 1,2 miljoen); • Exploitatiebijdrage aan de Omgevingsdienst voor uitvoeren van milieutaken (€ 12,3 miljoen). • Middelen vanuit het coalitieakkoord voor Circulaire economie (€ 4,1 miljoen), Aardgasvrij (€ 2,0 miljoen) en Congestie (€ 1,0 miljoen). • Bodemsaneringen op diverse locaties en voor het voortzetten van nazorg (€ 4,4 miljoen). • Budget van de door het Rijk toekende specifieke uitkering voor het opzetten van een proeftuin aardgasvrije wijk om te leren hoe de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald (€ 3,7 miljoen). • Dierplaagbeheersing (€ 0,9 miljoen). Hierbij moet gedacht worden aan de bestrijding van plaagdieren zoals kakkerlakken, ratten, etc. • De overige lasten zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Port of Amsterdam De Amsterdamse haven is een Europese zeehaven die het voortouw neemt in het versnellen van duurzaamheid. De gemeente is de enige aandeelhouder van de Port of Amsterdam.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Baten

1,1

19,1

4,9

0,3

0,3

0,3

Lasten

49,3

93,8

77,1

38,6

38,1

28,4

Saldo Baten en Lasten

-48,2

-74,7

-72,2

-38,2

-37,8

-28,1

Onttrekking

106,8

51,7

49,3

12,9

12,9

5,4

Toevoeging

49,4

1,8

1,7

1,6

1,6

1,5

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

57,5

50,0

47,6

11,2

11,3

4,0

Totaal

9,2

-24,7

-24,6

-27,0

-26,5

-24,1

Reserves Onttrekkingen reserves

Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn € 4,9 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Specifieke uitkering van het Rijk (SPUK) voor het opzetten van proeftuinen van aardgasvrije wijken (€ 3,7 miljoen). • Rijksbijdrage voor bodemsanering en nazorg (€ 0,9 miljoen) • Bijdragen voor onderzoeken en adviezen ten behoeve van dierplaagbeheersing (€ 0,3 miljoen).

Begroting 2024

De onttrekkingen uit reserves bedragen in 2023 € 49,3 miljoen en bestaan uit: • Een onttrekking van € 37,3 miljoen aan de reserve klimaatfonds ter dekking van de bestedingen klimaatfonds. • Een onttrekking van € 4,7 miljoen aan de reserve bodemsanering voor de uitvoering van de bodemsaneringsprojecten en nazorg en personele kosten (voor bodemsaneringsprojecten). • Een onttrekking van € 7,3 miljoen aan de reserve coalitiemiddelen 22 – 26. Deze worden ingezet voor Circulaire economie (€ 3,3 miljoen), de energietransitie en het aardgasvrij maken (€ 2 miljoen), het versneld vergroten van het areaal zonnepanelen in Amsterdam (€ 1,0 miljoen) en voor Congestie (€ 1,0 miljoen).

62

H3.1.6

Toevoegingen reserves

Actuele risico’s

De toevoegingen aan de reserves bedragen in 2023 € 1,7 miljoen en bestaan uit: • De toevoeging aan de reserve bodemsanering bedraagt € 1,3 miljoen. Dit betreft de jaarlijkse 2% indexatie over de reserve; • Overige toevoeging aan de reserves van € 0,4 miljoen betreft de rentetoevoeging over uitgezette leningen aan het duurzaamheidsfonds.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

Voor het behalen van de doelstellingen voor Naast het scala aan activiteiten die we uitvoeren CO2-vermindering en aardgasvrij zijn we voor de energietransitie, proberen we met afhankelijk van een aantal factoren met verschillende maatregelen de risico’s voor het bijbehorende risico’s, zoals: behalen van de doelstellingen te beperken, zoals: • Verduurzaming landelijke elektriciteitsmix blijft • Amsterdam draagt binnen zijn mogelijkheden/ achter. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeentegrenzen maximaal bij aan de de elektriciteitsmix in 2030 voor 75 procent verduurzaming van de elektriciteitsmix en duurzaam is. Amsterdam is hiervan afhankelijk spreekt het Rijk aan op haar rol. voor het behalen van de doelstelling. • Via onze lobby vragen we het Rijk om passende • Het Rijk biedt niet of te laat aan gemeenten een regelgeving, financiële bijdrages en een instrumentarium, zoals het afsluitrecht voor gas, daadkrachtig gemeentelijk instrumentarium. en niet voldoende financiële middelen om de • We anticiperen in nauwe samenwerking met doelen voor de energietransitie te halen. onze partners op de verwachte ontwikkelingen • De energietransitie zorgt voor een overbelasting van gebiedsontwikkeling, aardgasvrije wijken, van de energie-infrastructuur. Er zijn grote elektrisch vervoer en duurzame opwekking.

boven- en ondergrondse aanpassingen nodig • We stemmen binnen het programma met netvoor de inpassing van benodigde • beheerders en met het Rijk af om investeringen elektriciteitsinfrastructuur. Hiervoor is ruimte in de toekomst mogelijk te maken en om nodig, maar ook aangepaste financiële en voorrang te kunnen geven op het aansluiten van wettelijke kaders op Rijksniveau. Netbeheerders functies met maatschappelijke waarde. moeten de mogelijkheid krijgen te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen om congestie te voorkomen. Er is een groot tekort aan vakmensen voor de energietransitie. Techniek en bouw zijn nu al sectoren die kampen met te weinig personeel en de vraag naar gekwalificeerde mensen zal door de transitie alleen maar toenemen. Onderzoek naar de ontwikkelingen van de circulaire economie laat zien dat ook daar meer mensen nodig zijn.

Begroting 2024

We bouwen een netwerk van werkgevers, brancheorganisaties en opleiders om (zij-)instroom in de sector te faciliteren en bevorderen, bijvoorbeeld met informatiecampagnes, voor­schakeltrajecten, bemiddeling van werk­zoekenden en financiële regelingen om een (over)stap naar de sector te vergemakkelijken. Bij investeringen in duurzame maatregelen vragen we onze opdrachtnemers mee te werken aan deze maatregelen.

Maatregelen

Voor onze bijdrage aan het behalen van de De gemeente schrijft circulaire tenders uit en landelijke doelstellingen op de circulaire integreert circulair inkopen in het beleid. Er economie zijn we afhankelijk van maatregelen die worden in MRA verband ook afspraken gemaakt op Rijks- of EU-niveau genomen moeten worden. over onder andere houten woningbouw zodat de Daarnaast staat de huidige bouwopgave op markt zicht heeft op de groei van die markt en gespannen voet met duurzaamheidsdoelstellingen daarop in kan spelen. wegens grootschalige toepassing van beton en staal in de huidige bouwmethoden. Daarom moet naast scherpere nationale criteria in wetgeving voor circulair bouwen, renovatie en sloop, harder moeten worden ingezet op verduurzaming van de bouw, maar ook op verhoging van bewonings­ graad van woningen te stimuleren met bijvoor­ beeld woongroepen etc. Om een eerlijker speel­veld te creëren moeten biobased en houten materialen beter gewaardeerd worden in landelijke instrumenten. De woningbouwopgave staat op gespannen voet met duurzaamheidsopgaven, onder meer door een toenemende vraag naar materialen.

Via de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting wordt het gebruik van de bestaande woningvoorraad verbeterd en wordt voor een deel in de woonbehoefte voorzien zonder nieuw te bouwen.

Beleidskaders Nationaal • De Klimaatwet stelt vast met hoeveel procent ons land de CO2-uitstoot moet terugdringen. De wet gaat uit van 95 procent minder CO2-uitstoot in 2050 (en al 55 procent in 2030). In het Klimaatakkoord (waarvan de uitgewerkte versie eind 2018 verscheen) staan afspraken met de sectoren over hoe de klimaatdoelen kunnen worden gehaald. • Volgens de landelijke klimaatambities moet in 2030 de CO2-uitstoot in Nederland met ten minste 55 procent zijn gedaald, als opmaat naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. In juni 2022 heeft het kabinet het beleidsprogramma klimaat gepresenteerd. Het beleidsprogramma is gericht op 60 procent CO2-reductie in 2030 en beschrijft de hoofdlijnen van het klimaatbeleid voor de komende jaren. Het beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving maakt onderdeel uit van het beleidsprogramma Klimaat en beschrijft hoe de verduurzaming van woningen, scholen, winkels en kantoren wordt versneld.

63

H3.1.6

• Op 26 april 2023 heeft het kabinet aanvullende klimaatmaatregelen aangekondigd, in navolging van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Klimaat. Met deze klimaatmaatregelen wil het kabinet het klimaatdoel, minstens 55 procent co-reductie in 2030 ten opzichte van 1990, halen. Het kabinet ziet af van de meeste normerende en beprijzende maatregelen. Wel zullen de maatregelen en extra middelen invloed hebben op onder andere de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, elektriciteit en circulair. • Wet collectieve warmtevoorziening WCW. Het doel van de WCW is om de klanten te beschermen, net als in de huidige Warmtewet, én om de overheden meer sturings­ mogelijkheden te geven om warmtenetten uit te breiden. In oktober 2022 maakte de minister voor Klimaat en Energie bekend dat hij in de Wet collectieve warmte­ voorziening (Wcw, de opvolger van de Warmtewet) wil vastleggen dat warmte­ netwerken voor merendeel in publieke handen moeten komen. Amsterdam steunt deze lijn en gaat hier invulling aan geven. De voorziene ingangsdatum is verschoven naar 1 januari 2025. • Wet gemeentelijke instrumentarium warmtetransitie.

Deze wet regelt de bevoegd­ heden waarmee gemeenten gebieden kunnen aanwijzen die van het gas afgaan (inclusief regels voor het beëindigen van gaslevering en duurzaamheidseisen voor gebouwen en de alternatieve energievoorziening) en is essentieel voor het vervullen van de gemeentelijke regierol. De wet wijzigt de Gaswet en de Omgevingswet inclusief onderliggende regels. Inwerkingtreding is gepland op 1 juli 2024. • Aanpassing Energiewet waarin moet worden voorzien in een modern, geactualiseerd integraal en toekomstbestendig ordeningskader gericht op de markt voor elektriciteit en gas dat (1) de energietransitie optimaal ondersteunt en stimuleert en (2) bijdraagt aan het generieke doel van het Nederlandse energiebeleid, namelijk het realiseren een schone, CO2-arme, energievoorziening die ruimtelijk inpasbaar, veilig, betrouwbaar en betaalbaar is. Dit wetsvoorstel is in juni 2023 naar de Tweede Kamer gestuurd. • In het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en klimaat (MIEK) werkt de overheid samen met industrie, energieproducenten en netbeheerders om projecten voor de infrastructuur van energie en grondstoffen te versnellen. De provincies stellen een provinciaal MIEK (pMIEK) op, daarin krijgt het integraal programmeren vorm.

In het pMIEK staan welke investeringen voor uitbreiding van regionale energie-infrastructuur het meest nodig zijn en hoe deze keuzes in investerings­ plannen van netbeheerders en in het ruimtelijk beleid van provincies en gemeenten ondergebracht worden. In 2023 is het eerste pMiek vastgesteld. • Met het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) wordt sinds eind 2022 gewerkt aan landelijke en regionale oplossingen voor netcongestie (samen met onder andere netbeheerders, ACM, medeoverheden, het Rijk en marktpartijen).

Begroting 2024

• EU Fit for 55 pakket (EU, juli 2021), een pakket beleidsvoorstellen om het Europese Klimaatbeleid in lijn te brengen met de doelstellingen uit de Europese Klimaatwet. In februari 2023 is het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) gepubliceerd. Het NPCE bevat onder andere maatregelen om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen. Verdere concretisering en uitwerking is nodig om koers te zetten naar een volledige circulaire economie in 2050.

Lokaal • De strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 bevat een groot aantal maatregelen voor bedrijven, gemeente en burgers. • De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 is een ambitiedocument met een langetermijnvisie op de Amsterdamse energietransitie en met acties voor de korte termijn. • Strategie ‘Naar een stad zonder aardgas’ (december 2016) met daarin de aanpak om de overgang naar een aardgasvrije stad te versnellen, in nauwe afstemming met betrokken partijen in de stad. • De Transitievisie Warmte (vastgesteld gemeenteraad september 2021) geeft voor alle Amsterdamse buurten aan op welke termijn zij overstappen van aardgas op een alternatieve manier van verwarmen. • De afspraken van het landelijke Klimaatakkoord zijn uitgewerkt in 30 Regionale Energie Strategieën (RES). In de RES1.0 (gemeenteraad, 2021) is bepaald waar er mogelijkheden zijn voor duurzame elektriciteitsopwekking, zoals windturbines, zonnepanelen en duurzame warmtebronnen. In 2024 vindt een herijking van RES plaats; de zoekgebieden in Amsterdam worden aangepast als de planMER voor Programma Wind Amsterdam daar reden voor geeft. • Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 (B&W, 2022).

Het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van de hoofd elektriciteitsinfrastructuur in Amsterdam voor de periode 2022 tot 2035 • Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam (B&W, 2023). In het Ontwikkelperspectief Distributienet leggen gemeente Amsterdam en Liander hun gezamenlijk belang in de verzwaring en uitbreiding van het distributienet vast. • In Uitvoeringsagenda Naar een Duurzame Organisatie 2020-2030 (2020) is de weg uitgestippeld naar een volledig duurzame organisatie in 2030. Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040 (Gemeenteraad, december 2020) beschrijft hoe de stad samen met het Havenbedrijf, Noordzeekanaalgebied en bedrijven in het havengebied werkt aan een toekomstbestendige en duurzame Amsterdamse haven. • CES 1.0, Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied 1.0 (2021) is een aanbod voor CO2-reductie van de industrie in het Noordzeekanaalgebied.

64

H3.1.7

3.1.7 Begraafplaatsen en crematoria Door de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria maken we uitvaarten mogelijk met ruimte voor ieders persoonlijke wens, ongeacht sociale, religieuze of culturele achtergrond.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)?

Activiteit 1.7.1.1 We faciliteren begravingen, crematies en herdenkingen, en onderhouden het culturele erfgoed van de begraafplaatsen; de parken en monumenten (het stenen archief van de stad). Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Doel 1.7.1

1

Aantal begravingen

756 (2017)

722

700

700

700

Amsterdam geeft tegen kostendekkende tarieven de mogelijkheid tot begraven en cremeren, waarbij ruimte is voor ieders persoonlijke wens, ongeacht sociale, religieuze of culturele achtergrond.

2

Aantal crematies

2.141 (2017)

1.987

2.250

2.250

2.250

Indicatoren doel 1

Kostendekkendheid leges lijkbezorgingsrechten

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 95% (2018)

97,6%

Begroting 2023 99,6%

Begroting Prognose 2024 2025-2027 100%

100%

Amsterdam geeft tegen kostendekkende tarieven de mogelijkheid tot begraven en cremeren, waarbij ruimte is voor ieders persoonlijke wens, ongeacht sociale, religieuze of culturele achtergrond. De hoogte van de verschillende leges die vallen onder de noemer lijkbezorgings­ rechten is op begrotingsbasis zo bepaald dat het totaal van de opbrengst lijkbezorgingsrechten 100 procent kostendekkend is.

Begroting 2024

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

We faciliteren begravingen, crematies en herdenkingen, en onderhouden het culturele erfgoed van de begraafplaatsen; de parken en monumenten (het stenen archief van de stad). De gemeentelijke begraafplaatsen streven naar behoud van marktaandeel van het aantal uitvaarten in Amsterdam. Er wordt gestreefd naar een marktaandeel van ongeveer 35 procent.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? We schakelen geen verbonden partijen in voor dit programmaonderdeel.

65

H3.1.7

Financiële toelichting

Reserves

(bedragen x € 1 miljoen)

Op dit programmaonderdeel zijn geen reserves van toepassing. Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

Baten

8,3

8,8

9,0

9,0

9,0

9,0

Risicobeheersing

Lasten

8,2

9,0

9,4

9,3

9,3

9,3

Risico’s

Maatregelen

Saldo Baten en Lasten

0,2

-0,1

-0,4

-0,3

-0,3

-0,3

Onttrekking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bij de begraafplaatsen en crematoria is sprake van een aantal kwetsbare functies, zoals die van de ovenist. De bedrijfsvoering van de crematoria is volledig afhankelijk van enkele ovenisten. Bij uitval kan het crematieproces volledig stil komen te liggen.

Met andere crematoria in de regio Amsterdam en een externe aanbieder voor uitvaart personeel een flexibele pool van ovenisten creëren die voldoende geëquipeerd en gecertificeerd zijn zodat zij direct en roulerend kunnen worden ingezet bij de verschillende crematoria.

Totaal

0,2

-0,1

-0,4

-0,3

-0,3

-0,3

Baten

Beleidskaders • De Nieuwe Ooster; Structuurplan 2005, geactualiseerd in 2016.

De baten in dit programmaonderdeel zijn € 9,0 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Leges lijkbezorgingsrechten € 7,1 miljoen; • Baten uitvaarten van gemeentewege georganiseerd € 0,7 miljoen; • Baten consumptiegoederen uitvaarten € 0,8 miljoen; • De overige baten bedragen zijn minder dan € 1 miljoen en lichten we ook niet verder toe.

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 9,4 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Uitvoeren van uitvaarten op de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria en het onderhoud van de begraafplaatsen en de gebouwen (€ 7,4 miljoen). De lasten worden gedekt uit de leges lijkbezorgingsrechten. • Organiseren van uitvaarten van gemeentewege. De gemeente wordt opdrachtgever als iemand binnen de gemeentegrens komt te overlijden en er geen nabestaanden (bekend) zijn of dat er wel nabestaanden zijn, maar dat zij de uitvaart niet willen regelen (€ 0,8 miljoen). De lasten hiervan worden 100% gedekt door de baten. • Doorbelastingen vanuit informatievoorziening voor het beheer en onderhoud van applicaties (€ 0,2 miljoen). • Overige lasten zijn toe te rekenen aan o.a. inkoop van consumptiegoederen en lasten die niet specifiek toe te rekenen zijn aan lijkbezorgingsrechten (€ 0,9 miljoen).

Begroting 2024

66

H3.2

3.2

3.2 Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer

Programma 2 | Portefeuillehouder: Van der Horst, Scholtes, Pels

H3.2

3.2 Openbare ruimte, water, groen, vervoer (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten

850,7

577,5

611,0

645,0

589,0

592,8

Lasten

1.129,8

1.222,3

1.265,0

1.270,3

1.208,6

1.194,7

Saldo Baten en Lasten

-279,1

-644,7

-654,0

-625,3

-619,6

-601,9

Onttrekking

297,5

252,0

154,9

140,1

138,3

122,8

Toevoeging

185,4

430,8

137,4

140,0

148,3

147,2

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

112,1

-178,7

17,6

0,1

-10,0

-24,3

Totaal Programma 2 Openbare ruimte, water, groen, vervoer

-167,0

-823,5

-636,5

-625,2

-629,6

-626,2

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

243,7

180,9

197,1

183,5

183,2

183,2

P

123456

(bedragen x € 1 miljoen)

Apparaatslasten

3.2.1 Verkeer, vervoer en parkeren In 2024 zetten we in verder in op het verbeteren van de verkeersveiligheid in de stad, het verlagen van de maximumsnelheid op veel wegen naar 30km/u gaat hier aan bijdragen, het verder autoluw maken van de stad, verbeteringen voor fietsers en aan fietsstimulering en het verbeteren van de luchtkwaliteit.

3.2.2 Openbaar vervoer We verwachten dat in 2024 het gebruik van het openbaar vervoer zich meer en meer zal herstellen. GVB verwacht dat het aantal reizigers bij aanvang van 2024 zo’n 95 procent van 2019 zal zijn. De (financiële) uitdagingen voor het openbaar vervoer zijn daarmee echter nog niet achter de rug, onder andere door stijgende kosten en personeelskrapte.

Begroting 2024

We dragen eraan bij dat het openbaar vervoer voor iedereen zoveel mogelijk toegankelijk en inclusief is. Onder andere door het toegankelijk maken van OVhaltes. Ook werken we aan OV-doorstromings­ maatregelen, om de effecten van de invoering van 30 kilometer per uur op bus en tramroutes zoveel mogelijk te verminderen.

3.2.3 Afval en reinigen openbare ruimte

partners uitgevoerd. Wij hebben een specifieke aanpak voor elk stadsdeel en zetten extra in op masterplan­ gebieden en Noord met meer veegploegen en buurtconciërges. We werken ook aan het verminderen van grof afval en karton, en er is een zomeraanpak met extra afvalbakken in parken en recreatiegebieden. De stad werkt samen met de verpakkingsindustrie en burgers om verpakkingsafval te voorkomen en voert uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) in om producenten verantwoordelijk te maken voor het afvalbeheer van hun producten.

We zetten in op een schone stad met afvalvrije straten, parken en pleinen. Dit wordt bereikt door gerichte reiniging, efficiënte en duurzame afvalinzameling, en het bevorderen van afvalscheiding en hergebruik. De aanpak wordt samen met bewoners, ondernemers en

68

H3.2

3.2.4 Beheer en onderhoud openbare ruimte Amsterdam beschikt over een groot areaal aan openbare ruimte met verhardingen, civiele constructies en installaties. In deze bestuursperiode gaan we extra geld uitgeven aan het beheer en onderhoud: € 80 miljoen incidenteel en vanaf 2026 jaarlijks € 20 miljoen. Het coalitieakkoord heeft het programma Stadsbehoud vier prioriteiten meegegeven. Vanuit ‘de solidaire stad’ gaan we aan de slag met de opgave in de Masterplan gebieden; ongelijk investeren voor gelijke kansen; in Nieuw-West en Zuidoost en bij de Aanpak Noord. Vanuit ‘de duurzame toekomst’ staat levensduurverlenging voorop en verlagen we onze ecologische voetafdruk; geen onderhoudswerkzaamheden zonder aantoonbare technische noodzaak. Vanuit ‘verantwoorde groei’ kiezen we bewust voor een meer gestandaardiseerde werkwijze waarbij we minder herinrichten, maar waar het kan de openbare ruimte ‘versterken’ met noodzakelijke ambities zoals klimaatadaptatie en verkeersveiligheid. En vanuit ‘samenwerking en organisatie’ zoeken we de verbinding en samenwerking in de stad, stadsdelen en gebieden op.

3.2.5 Water Amsterdam is een waterstad: we leven met en aan het water. De havens, het openbare water, de kades, oevervoorzieningen en sluizen moeten schoon, goed onderhouden en veilig zijn. De verdere groei van het aantal bewoners en bezoekers zorgt voor meer druk op de openbare ruimte en dus ook op het water. In een autoluwe stad komt bouw- en afvallogistiek waar mogelijk over het water, via overslagpunten op de kades. We dragen hierbij zorg voor de veiligheid op het water.

3.2.6 Groen en Dierenwelzijn Het juiste groen op de juiste plek is essentieel voor de leefbaarheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid van de stad. In een stad waar de komende jaar vele woningen bij komen moeten we óók vergroenen en het groen onderhouden en toegankelijk houden. Het groen in Amsterdam wordt intensief gebruikt om te recreëren, activiteiten te organiseren, te sporten en te spelen. Dit betekent dat het groen ook intensief beheerd moet worden om slijtage en achterstallig onderhoud te voorkomen.

Begroting 2024

In 2024 (e.v.) werken we aan: • Meer en beter groen in Amsterdam, projecten gefinancierd via SHP-Bovenwijks Groen zoals o.a.: vergroenen van de Boelenlaan; Knowledge Mile Park Valkenburg­ straat en Hortusplantsoen; Erasmuspark, Spoorpark Zuid, Renovatie Gaasperplas . • Bestrijden van (boom) ziekten zoals iepziekte en plagen, waaronder de Japanse Duizendknoop. • Verduurzamen van Artis • Uitvoering Bestuursopdracht Amsterdamse Bos: wegwerken van resterend achterstallig onderhoud en het op orde brengen van het regulier beheer en onderhoud; • Herplant van bomen: 1.700 bomen worden in 2024 herplant. • Renovatie plantvakken en gazons: 80.000 vierkante meter. In 2024 wordt de Voedselstrategie verder uitgevoerd waarbij de gemeente een actieve bijdrage levert aan de voedseltransitie naar een gezond, sociaal en duurzaam voedselsysteem. De nieuwe Agenda Dieren wordt in 2024 aan de raad aangeboden ter vaststelling, met daarin de nieuwe ambities voor de dierdoelgroepen: gezelschapsdieren, dieren in relatie tot sport en ontspanning, vee en wilde dieren.

3.2.7 Riool en Drinkwater We voorzien alle Amsterdammers van toegang tot schoon drinkwater. We zorgen voor goed werkende en degelijke riolering die bestand is tegen extreem weer door klimaat­ verandering. Daarnaast zorgen we ervoor dat het grondwater op de juiste hoogte staat.

Gebieden per programma In het coalitieakkoord is afgesproken vooral te investeren op die plekken en in die opgaven waar dat het hardste nodig is en waar we samen het grootste verschil kunnen maken. Dit is ook als belangrijk uitgangspunt voor de programmering Stadsbehoud en Stadsverbetering gehanteerd, waarbij met name voor de stadsdelen Noord, Nieuw West en Zuidoost voorrang is gegeven aan specifieke opgaven aldaar. Bijvoorbeeld een impuls voor Sport & Spel in Zuidoost en meer focus in Noord (projecten Plejadenplein, Schellingwouderbreekpark) en Nieuw West (project Plein ’40-’45) op maatregelen in de openbare ruimte (ook in de parken), daar waar ook sprake is van een ontwikkelopgave. Vanuit de nieuwe bestedingsruimte voor projecten in Stadsverbetering (€ 55 miljoen) gaat bijna 60 procent van de nieuwe bestedingen naar stadsdelen buiten de Ring. Eenzelfde richting is te vinden voor de vervanging en het onderhoud van verhardingen (47 miljoen in 2024 voor de vervangingsinvesteringen en het groot onderhoud).

69

H3.2

Investeringen Er wordt veel geïnvesteerd in de openbare ruimte om deze stad een prettige verblijfplaats te laten zijn voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Voor de periode 2023-2027 ligt er een investeringsopgave van circa € 3,1 miljard voor het domein Openbare Ruimte en Mobiliteit. Hiervan is € 2,2 miljard ingepast in de beschikbare investeringsruimte. Dit is inclusief 30 procent overprogrammering.

Programma verhardingen per stadsdeel 2024

De beperkingen van de beschikbare investeringsruimte dwingen ons tot het maken van keuzes, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de afgesproken opgave uit het coalitie­ akkoord; Instandhouding, Verantwoorde Groei, Duurzame Toekomst en Solidaire Stad en Kansgelijkheid.

Programma SV per stadsdeel

Stad 4%

Weesp 5%

Centrum 4%

West 9%

Nieuw-West 23%

Zuid 17%

Noord 21%

Zuidoost 6%

Oost 10%

Centrum 2%

Weesp 7%

Nieuw-West 17%

West 6%

Noord 24%

Zuid 16%

Oost 10%

Zuid-Oost 18%

We investeren in ‘stad zijn’ (bestaande stad), ‘stad verbeteren’ en ‘stad maken’. Het grootste deel van de investeringen wordt aangewend voor de instandhouding van de stad ofwel voor Stad Zijn. Dit betreft 70 procent van de totale investeringen en bestaat uit de vervangingsprogramma’s voor Stedelijk Beheer (verhardingen, openbare verlichting, groen, etc.), Programma Bruggen en Kades, Wegtunnels, Afvalinzameling, Drinkwater en Riolering. Hiernaast zijn er een aantal grootstedelijke projecten waaronder de Oranje Loper. Het gewenste investeringsniveau blijft achter bij het benodigde investeringsniveau, waardoor de achterstalligheid oploopt wat onder andere tot uiting komt bij het Programma Bruggen & Kaders, maar ook bij Stedelijk Beheer en Waternet. Voor Stad Verbeteren betreffen de opgenomen investeringen vooral projecten die al in uitvoering zijn en de komende jaren worden afgerond zoals de Oranje Loper, Singelgrachtgarage, Middelveldse Akerpolder en Herinrichting Prins Hendrikkade. Hiernaast wordt ook veel geïnvesteerd (€ 60 miljoen) in het Programma Bovenwijks Groen in de komende periode. Voor Stad Maken is door de beperkingen in de beschikbare investeringsruimte geprioriteerd binnen de vastgestelde mobiliteitsplannen. De mobiliteitsplannen zijn

Begroting 2024

70

H3.2

nodig om als bereikbare en complete stad met 7500 woningen per jaar te groeien. Hiervoor wordt een beperkt aantal investeringen opgenomen voor een bedrag van € 75 miljoen voor de periode 2023-2027. In aanvulling hierop is ook € 69 miljoen vrijgemaakt voor de Smart Mobility Hub in Zuid-Oost. Daarnaast zijn uitbreidingen voor Afvalinzameling en Drinkwater en Riolering opgenomen alsmede een aantal projecten waaronder uitbreiding IJ-veren.

Thema’s per programma Duurzaamheid Bij het opstellen van de investeringsplannen is het thema duurzaamheid voor drie transities meegenomen. Circulaire economie, Groene en gezonde stad (incl. klimaat­ adaptatie) en de energietransitie. Voor de circulaire economie is momenteel het uitgangspunt hergebruik tenzij en verlenging van de levensduur. Voor een groene en gezonde stad is duurzaamheid een uitvoeringsonderdeel van de raamcontracten. Ook worden klimaatadaptieve ingrepen bij herinrichtingen door toevoegen groen of hemelwaterafvoer doorgevoerd. Voorbeelden van investeringen in de energietransitie zijn de verledding van openbare verlichting, vervanging wagenpark afvalinzameling, straatreiniging en dagelijks onderhoud openbare ruimte, onderzoek naar rio-thermie, overstap naar duurzaam cremeren en vervangen van diesel veerponten op het IJ voor elektrische veren. Het ambitieniveau ten aanzien van de vervanging van het gemeentelijk wagenpark is en blijft hoog. Het realiseren van deze ambitie zal meer tijd vergen. Hier is de ambitie om voor circa € 37 miljoen sneller wagens te vervangen dan de uitvoering nu mogelijk maakt. Dit wordt ingegeven door de beperkte beschikbaarheid van de niet-fossiele alternatieven en de lastige aanbestedingsprocedures die hiermee gepaard gaan. Ook willen we voor circa € 40 miljoen veerponten vervangen en uitbreiden.

Door de lastige aanbestedingsprocedures loopt de doelstelling voor verduurzaming vertraging op.

Kansengelijkheid De investeringsportefeuille Openbare Ruimte en Mobiliteit voor Amsterdam is € 2,2 miljard voor de komende periode 2023-2027. Hiernaast investeren we ook € 1,1 miljard vanuit de programma’s Stadsverbetering/Stadsbehoud, maar deze investeringen worden niet geactiveerd en maken onderdeel uit van de exploitatie begroting. De investeringen in de stad zijn onder te verdelen in de investeringen die al in uitvoering zijn en nieuwe investeringen. Bij de nieuwe investeringen is de tendens dat

Begroting 2024

relatief meer wordt gedaan voor de Stadsdelen Noord, Nieuw West en Zuid-Oost wat met name is terug te zien bij de programma’s Stadsverbetering/Stadsbehoud. Binnen het investeringsportfolio zien we dat 75 procent van de investeringen Stadsbreed is. Een belangrijke oorzaak hiervoor is gelegen bij de tariefdiensten die 2 procent van de totale investeringsportefeuille uitmaken en nagenoeg allemaal stadsbreed zijn. Daarnaast maken de stadsbrede programma’s Bruggen Kaders en Oranje Loper ook ruim 25% uit van de investeringsportfolio. De overige 25% stadsbrede investeringen heeft betrekking op een oa Wegtunnels (9%), groot deel Stedelijke Beheer (8%) en verder overige groot stedelijke projecten en parkeren. Van de 25 procentinvesteringen die niet stadsbreed zijn wordt iets meer dan gemiddeld geïnvesteerd in Noord en Zuid-Oost en Oost. Dit zien we terug bij Verhardingen, waar 33 procent van de investeringsruimte van € 100 miljoen in Noord wordt geïnvesteerd. Bij het programma SHP Groen wordt bijna de helft van de investeringsportefeuille van € 60 miljoen besteed in Nieuw West en Zuid Oost. De geplande investeringen in de Smart Mobility Hub van € 69 miljoen heeft ook grote impact voor Zuid-Oost.

Digitalisering • Monitor Groen als dashboard met o.a. de hoeveelheid (incl. boom kronen) en nabijheid van groen en ook de waarde van groen i.r.t. Sociaal Welzijn, Gezondheid, Klimaatadaptatie en Natuur. • Met de Digitale Gracht beheren we een volledig geanonimiseerd monitorings­ systeem op de Amsterdamse binnenwateren.

Democratisering • De groene inrichting van de openbare ruimte wordt vaak in participatie ontwikkeld met de buurt en ook in co-creatie (bv. Het BrasaPark in Zuidoost). • Medebeheer van het openbare Groen is al jaren gebruikelijk in Amsterdam en wordt ook weer in 2024 voortgezet. Waar dit mogelijk en wenselijk is breiden we dit uit.

Harmonisatie Stadsverbetering - Stadsbehoud De programma’s Stadsverbetering (SV, met vooral bestedingen in de programma­ onderdelen 2.1, 2.2 en 2.6) en Stadsbehoud (SB, 2.4) werken in gezamenlijkheid aan een toekomstbestendige openbare ruimte. Beide programma’s zijn voor het eerst in een gezamenlijk proces geprioriteerd en geprogrammeerd, waarbij de onderhouds­ opgave als leidend principe is gehanteerd. Immers, zoals ook in het coalitieakkoord is opgenomen: we blijven ons inzetten om de leefbaarheid van buurten te verbeteren en we investeren duurzaam in het onderhoud van de stad. Via verkennende gesprekken

71

H3.2

en een prioriteringsgesprek per stadsdeel, en met input van portefeuillehouders en stadsdeelcommissies, is uitgaande van de beperkte beschikbare middelen, een financieel sluitend bestedingsvoorstel tot stand gekomen. Met het bestedingsvoorstel voor de programma’s Stadsverbetering en Stadsbehoud geven we eveneens invulling aan de opdracht uit het Coalitieakkoord om te onderzoeken of en in hoeverre een verdere verlegging van de focus van stad verbeteren naar stadsbehoud budgettair mogelijk is, en welke inhoudelijke consequenties dit heeft.

Verschuiving Stadsverbetering – Stadsbehoud De verschuiving van middelen van het programma Stadsverbetering naar Stadsbehoud heeft gevolgen voor beide programma’s. Vanuit het programma Stadsverbetering werden projecten uitgevoerd op het gebied van Autoluw, Touringcar, Luchtkwaliteit en Taxi. Binnen de resterende middelen van Stadsverbetering moeten er keuzes gemaakt worden binnen en tussen deze onderdelen. De verschuiving is ingevuld door in de periode 2023-2027 een budget van € 21 miljoen over te hevelen van Stadsverbetering naar Stadsverbetering en door een extra overheveling van € 25 miljoen waarmee Stadsverbetering-opgaven meegenomen kunnen worden bij Stadsbehoud-projecten. Denk hierbij aan rainproof-maatregelen, verkeersveiligheid en bijvoorbeeld vergroening. In het verleden werden deze kosten vooral gedragen vanuit Stadsbehoud. De laatste verschuiving is mede op basis van de nieuwe Uitvoeringsstandaard Werken aan de Openbare Ruimte, waarin is vastgelegd dat in de regel nieuwe projecten bij Stadsverbetering voortkomen uit een noodzakelijke onderhoudsopgave. Hiermee wordt een duurzamer en efficiënter werkproces bewerkstelligd, bestaande materialen en kapitaal beter benut om zodoende een grotere maatschappelijke meerwaarde per euro te realiseren.

Groeiende stad Amsterdam heeft een grote woningbouwopgave. Deze groei is niet mogelijk zonder maatregelen op het gebied van mobiliteit, zowel in de nieuwe stad als in de bestaande stad. Naast het bieden van voldoende capaciteit op de wegen, de fietspaden en in het openbaar vervoer, is er ook een overgang van autogebruik naar openbaar vervoer, fiets en deelmobiliteit nodig. Dat vraagt om een verandering in gedrag van Amsterdammers en een aantrekkelijk alternatief aanbod (goede OV-ontsluiting, ruimte om prettig en veilig te fietsen en te lopen en aanbod van deelmobiliteit). In vijf mobiliteitsplannen van Noord, Zeeburgereiland en IJburg, de Zuidoostflank, Nieuw-West en Haven-Stad Zuid, is inzichtelijk gemaakt welke maatregelen op welk moment nodig zijn. De verwachting is dat het mobiliteitsplan Zuidflank (Zuidas en aanliggende gebieden) na vaststelling eind 2023 ook in uitvoering komt. In 2024 werken we verder aan de maatregelen uit de verschillende mobiliteitsplannen, waaronder de Cruciale Mijl (Zeeburgereiland en IJburg), de S111 en station Amsterdam Bijlmer Arena (Zuidoostflank) en de Johan van Hasseltknoop (Noord).

Ondanks de financiële verschuiving blijft de opgave van Stadsbehoud groot en is het budget niet toereikend voor het gestelde onderhoudsniveau. We verwachten wel dat door de verschuiving het achterstallig onderhoud minder snel oploopt en door slim te programmeren vooral beperkt blijft tot onderdelen van assets waar dat geen grote gevolgen heeft (parkeerterreinen, parkeerstroken). Ten aanzien van veiligheid zijn er geen verhoogde risico’s. We doen wat nodig is om de stad bereikbaar en veilig voor de Amsterdammer te houden. Ondanks de extra middelen, zien we dat er bij verschillende assets achterstallig onderhoud zal blijven bestaan en in sommige gevallen zal toenemen. Bij een aantal functies (parkeren) hoeft dat geen probleem op te leveren. Ondanks extra middelen voor Stadsbehoud is het niet mogelijk de achterstalligheid voor alle assets op te lossen.

Begroting 2024

72

H3.2.1

3.2.1 Verkeer, vervoer en parkeren Een verbonden stad voor iedereen, waar we aangenaam kunnen verblijven en verplaatsen. In deze programmabegroting komt meer geld beschikbaar voor het onderhoud van de stad. Hiermee wordt niet het achterstallig onderhoud aan de openbare ruimte opgelost. We blijven werken aan de kwaliteit en versterking om zo de openbare ruimte, infrastructuur en groen functioneel, aantrekkelijk en duurzaam te houden. Aan de andere kant komt er minder budget beschikbaar voor stad verbeteren en stad maken. Omdat er wel volop ambities zijn vanuit bijvoorbeeld de mobiliteitsplannen, het verbeteren van de verkeersveiligheid en de omgevingsvisie, zal nader bepaald moeten worden aan welke projecten en ambities de middelen worden besteed. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met krapte op de arbeidsmarkt waardoor het lastiger is om voldoende capaciteit te vinden om het werk te doen en is er kostenstijging als gevolg van inflatie. Daarnaast is de druk op de openbare ruimte de afgelopen jaren flink toegenomen door de groei van bezoekers en bewoners. En ook leggen de verschillende ambities zoals energietransitie, klimaatadaptatie, vergroening, gebiedsontwikkeling een extra claim op de openbare ruimte, zowel onder als boven de grond.

Het is belangrijk om goede afwegingen te maken over de inrichting en het gebruik van de ruimte, zowel op stedelijk niveau (stedelijke functies zoals OV, logistiek) als op gebiedsniveau.

Stadsverbetering en Stadsbehoud Stadsverbetering gaat over gerichte ingrepen om de stad beter te laten functioneren en staat niet los van stadsontwikkeling, stadsbehoud en stedelijke opgaven zoals aardgasvrij, klimaataanpassing en verduurzaming. Onderdeel van het coalitieakkoord is meer nadruk op stadsbehoud en minder op stadsverbetering. Dat betekent dat er minder financiële ruimte is voor herinrichtingen. Daarom moeten stevige keuzes gemaakt worden. De Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte (2023) legt daar de basis voor. We kijken nog kritischer welke maatregelen waar en wanneer nodig zijn. Dat is duurzamer en kostenefficiënter.

Begroting 2024

Een belangrijk uitgangspunt is dat de technische staat van de openbare ruimte bepalend is om daar wel of geen werkzaamheden uit te voeren. Pas als noodzakelijk onderhoud of vervanging nodig zijn, kijken we of ook aanpassingen in de openbare ruimte wenselijk zijn. Alleen waar het echt noodzakelijk is, gelet op beleidsdoelstellingen en maatschappelijke opgaven (o.a. klimaatadaptatie, verkeersveiligheid, mobiliteitstransitie), veranderen we op dat moment de indeling en de functie van de openbare ruimte. Door deze herinrichting pas toe te passen wanneer de straat technisch gezien aan vervanging toe is, voorkomen we dat er onnodig kapitaal en materiaal verloren gaat. Stadsverbetering financieren we vooral vanuit investeringskredieten voor de grote investeringen. Daarbij werken we aan co-creatie en cofinanciering met: • Stadsontwikkeling (Vereveningsfonds, Grondexploitatie). • Stadsbehoud (reserve Stadsbehoud). • Derden (Vervoerregio Amsterdam, Rijk, ProRail). Door de impuls voor het onderhoud van de bestaande stad (€ 80 miljoen incidenteel, vanaf 2026 structureel € 20 miljoen ) blijft er minder geld over voor stadsverbeterings­ projecten en beleidsprogramma’s in de openbare ruimte.

Oranje Loper Het programma Oranje Loper vernieuwt de Nieuwezijds Voorburgwal en de bruggen en straten van de Raadhuisstraat tot aan Mercatorplein. De uitvoering aan Nieuwezijds Voorburgwal Noord is in 2023 gestart om in 2024 te kunnen afronden. Ook de vernieuwing van brug 108 over de Da Costakade is in uitvoering. De planning van de zogenaamde corridor Raadhuisstraat – Mercatorplein gaat wijzigen. De periode waarin de trams tussen Raadhuisstraat en Mercatorplein buiten gebruik worden gesteld start niet eerder dan in 2024. Het programmateam kijkt opnieuw naar de planning, de kosten (mede in het licht van aanhoudende inflatie) en de omvang. Daarbij wordt bekeken voor welke bruggen kan worden volstaan met een minder ingrijpende aanpak. Ook wordt onderzocht in hoeverre gemeentelijke doelstellingen gerealiseerd kunnen worden met een minder ingrijpende aanpak van de openbare ruimte.

73

H3.2.1

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 2.1.1 De openbare ruimte van Amsterdam is een plek waar bewoners en bezoekers prettig, veilig en gezond kunnen verblijven en verplaatsen. Indicatoren doel 1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

Geen indicator beschikbaar

Zie indicatoren onder activiteit 2.1.1.1 / 2.1.1.2 en 2.1.1.3.

Activiteit 2.1.1.1 We beperken het ruimtebeslag van de auto, zowel rijdend als geparkeerd. Indicatoren activiteit 1

Opgeheven parkeerplaatsen

2

Aantal gereden autokilometers in Amsterdam

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Naar aanleiding van het coalitieakkoord is vanaf juli 2023 een aantal aanscherpingen van het parkeerbeleid doorgevoerd. Het betreft onder meer een verhoging van de kortparkeertarieven, een harmonisatie van de tarieven van parkeervergunningen en verruimingen van de bloktijden van betaald parkeren (24 uur betaald parkeren in het centrum en een verruiming van de venstertijden in gebieden met een hoge parkeerdruk). De extra bruto parkeerinkomsten voor 2024 zijn geraamd op € 10,9 miljoen (in 2023: € 5,3 miljoen). Ook de tarieven voor evenementparkeren in het Arenagebied zijn in 2023 verhoogd. Met de extra inkomsten worden de stijgende kosten gedekt voor verkeers- en parkeerregelaars bij evenementen. In juni 2023 heeft de gemeenteraad besloten om betaald parkeren in te voeren in een groot deel van Nieuw-West en Zuidoost. Uitbreiding van betaald parkeren treedt gefaseerd in werking vanaf 2024. Na plaatsing van de parkeerautomaten en verlening van parkeervergunningen, zijn de bruto extra parkeerinkomsten geraamd op € 20,8 miljoen per jaar. Eind 2023 wordt een voorstel vrijgegeven voor inspraak om betaald parkeren in te voeren in een groot deel van Amsterdam Noord en Sloterdijk. Besluitvorming over betaald parkeren in Noord en Sloterdijk is voorzien in 2024.

Deel- en ketenmobiliteit en Smartmobility

Begroting Prognose 2024 2025-2027

2020 - 2025: 5.000 - 7.000 parkeer­ plaatsen

1.376

1.000

1.000

1.000

4.463.000 KM (2018)

4.400.000 KM

4.800.000 KM

4.800.000 KM

4.700.000 KM

Autoluw Door uitvoering van de Agenda Amsterdam Autoluw zorgen we voor meer ruimte voor lopen, fietsen, openbaar vervoer, groen, voorzieningen, spelen en verblijven. Voor schoon en gezond verplaatsen en verblijven is fysieke ruimte nodig. In 2024 ronden we een aantal grote projecten af, waaronder de verbeterde fietsroute tussen het IJ en het Mr. Visserplein en een autoluwe noordelijke Van Woustraat. We blijven daarnaast kansen benutten voor fiets en voetganger met kleine en slimme ingrepen, bijvoorbeeld het optimaliseren van de verkeersregelinstallaties.

Begroting 2024

Parkeren

Deelmobiliteit is belangrijk om te komen tot een autoluwe en schonere stad. Deelvoertuigen, zoals uitstootvrije deelauto’s, -scooters en -(bak)fietsen, kunnen helpen het aantal privéauto’s en autoritten te verminderen, de parkeerdruk te verlagen, de uitstoot te verminderen en de deur-tot deurreis te verbeteren. Amsterdam zet in op meer aanbod van deelmobiliteit en betere spreiding over de stad. Met een campagne bevorderen we dat Amsterdammers meer gebruik maken van deelvervoer. We staan aan de vooravond van een nieuwe uitvraag voor deel(bak)fietsen en deelscooters. In 2024 wordt de Nota Deelvervoer (2023) verder uitgewerkt. Binnen de lijn “van bezit naar gebruik” onderzoeken we hoe Amsterdammers, bezoekers en forensen slim en schoon kunnen reizen. We focussen in 2024 op toegankelijkheid en werken in Europees verband aan het opzetten van coöperatieve deelmobiliteit voor bewoners (Mobility as a Common). In 2024 zal ook het eerste tankstation van de toekomst worden gestart (E-Lympic). Binnen de programmalijn “Amsterdam heeft regie op het (digitale) mobiliteit systeem” onderzoeken we op welke manier nieuwe technologieën, zoals ISA, bijdragen aan een veiliger fiets klimaat.

74

H3.2.1

Hubs en P+R In 2023 zijn nieuwe tarieven vastgesteld waarmee de P+R’s kostendekkend zijn geworden. Verder onderzoeken we hoe de huidige Amsterdamse P+R-locaties en andere parkeergarages op afstand kunnen worden ingezet voor bewonersparken in combinatie met vervolgvervoer als lopen, fiets, OV en deelmobiliteit. Een plek waar overgestapt kan worden op andere vormen van vervoer noemen we een hub. Met de MRA-partijen werken we aan een regionale hubstrategie. Het is essentieel om een duurzame gedragsverandering tot stand te brengen, waarbij mensen bij voorkeur kiezen voor lopen, fiets of het OV.

Activiteit 2.1.1.2 We maken meer ruimte voor fietsers, voetgangers en verblijfsruimte. Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

In 2024 ligt de nadruk op de buurtgerichte aanpak fietsparkeren, vooral in de buurten waar de toegankelijkheid van de stoepen in het geding is. Verder zetten ons in voor het bevorderen van de fietsvaardigheid en fietsbeschikbaarheid voor verschillende doelgroepen.

Doorstroming en veilige bereikbaarheid We zorgen dat verplaatsen en verblijven in de drukke openbare ruimte van Amsterdam mogelijk blijft door de inzet van verkeers-, mobiliteits- en crowdmanagement. We waarborgen de veiligheid in de vijf Amsterdamse tunnels door deze 24/7 te bewaken en te bedienen. Bewoners en bezoekers kunnen zich verplaatsen van, naar en binnen Amsterdam

Activiteit 2.1.1.3

Begroting Prognose 2024 2025-2027

1

Tevredenheid over fietsparkeren (wordt 2-jaarlijks gemeten)

5,8

7,0

7,0

7,0

7,0

2

Tevredenheid over fietsrit (wordt 2-jaarlijks gemeten)

6,7

7,0

7,0

7,0

7,0

We zorgen voor een veilige doorstroming van voetgangers op drukke verblijfsplekken en momenten en rond evenementen in de openbare ruimte. Indicatoren activiteit 1

Ruimte voor lopen Doordat de stad verdicht, de ambities in de openbare ruimte groot zijn en de druk vanuit economische functies en bezoekers hoog is, zien we dat de ruimte voor de voetganger onder druk staat. Fietsenrekken, nutsvoorzieningen, afvalcontainers, groen en terrassen zijn allemaal belangrijk voor de stad, maar maken ook gebruik van schaarse ruimte op het trottoir. Daarom maken we bij herinrichtingen meer ruimte voor de voetganger, met een waar mogelijk minimale vrije doorloopruimte van 2 meter op het trottoir, conform de Agenda Amsterdam Autoluw. Op drukke voetgangersroutes houden we meer loopruimte vrij, zoals beschreven in de normen uit beleidskader ‘Ruimte voor de voetganger’.

Fiets In 2024 werken we verder aan verbeteringen voor fietsers en aan fietsstimulering. Zo worden in 2024 op de Tt. Vasumweg over een lengte van twee kilometer fietsstroken aangelegd. Er wordt een ontwerp gemaakt voor de uitbreiding van de fietsenstalling bij station Bijlmer ArenA en we breiden het aantal fietsparkeerplekken bij metrostation Noorderpark verder uit.

Begroting 2024

We beperken het aantal Crowd Control situaties (politie inzet) als gevolg van drukte bij geplande activiteiten/evenementen en te voorspellen drukte

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 -

1

Begroting 2023 1

Begroting Prognose 2024 2025-2027 0

0

Doel 2.1.2 Bewoners en bezoekers kunnen zich verplaatsen van, naar en binnen Amsterdam. Indicatoren doel 1

Dodelijk slachtoffers verkeersongevallen (ambitie 0 in 2050, streefgetal halvering in 2030 t.o.v. 2010)

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 15

-

Begroting 2023 <15

Begroting Prognose 2024 2025-2027 <15

<15

75

H3.2.1

Activiteit 2.1.2.1

Regionale samenwerking op bereikbaarheid

We werken aan een verkeersveilige en rustige stad waarin je onbezorgd van A naar B kunt bewegen. Indicatoren activiteit 1

Ernstig gewonden verkeers­ ongevallen (ambitie 0 in 2050, streefgetal halvering in 2030 t.o.v. 2010)

2

Beleving ervaren verkeersveiligheid

Peilwaarde Jaarverslag Begroting Begroting Prognose (peiljaar) 2022 2023 2024 2025-2027 1.150

-

1.100

1.000

1.000

-

-

7,0

7,0

7,0

We blijven werken aan verbetering van de verkeersveiligheid, ervan uitgaande dat in een stad iedereen, van jong tot oud en met of zonder beperking, zich veilig moet kunnen verplaatsen. Het uitrollen van de maximumsnelheid van 30 kilometer per uur in de stad draagt hier aan bij. Daarnaast geven we in 2024 een vervolg aan het Meerjarenplan Verkeersveiligheid. En spannen we ons, samen met het bedrijfsleven waaronder logistiek en taxi, in voor meer bewustwording over verkeersveiligheid.

Activiteit 2.1.2.2 We voeren regie op het gebruik van het mobiliteitsnetwerk van de stad. Indicatoren activiteit 1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

Geen indicator beschikbaar

Indicatoren nog in ontwikkeling.

Mobiliteitsregie Om werkzaamheden in afstemming te kunnen uitvoeren in een steeds vollere en drukkere stad, zetten we in op samenwerking tussen interne stakeholders en opdrachtgevers van werkzaamheden. We maken op tijd afspraken over noodzakelijke verkeersmaatregelen en communicatie bij de uitvoering van werkzaamheden en we investeren in een goed inzicht in het beschikbare verkeersnetwerk van vandaag en de geplande werkzaamheden in de toekomst. In aanvulling hierop zijn in de Westelijke Grachtengordel, de Zuidelijke Grachtengordel en in het Wallengebied ook lokale netwerkregisseurs aangesteld om zicht te houden en te sturen op alle ontwikkelingen in die gebieden. Begroting 2024

We zorgen ervoor dat werkzaamheden kunnen doorgaan in de openbare ruimte met zo min mogelijk hinder voor burgers, ondernemers en bezoekers van Amsterdam. Dit doen we onder andere door regionale afstemming met Rijkswaterstaat, ProRail, de Provincie en de Vervoerregio binnen Regioregie en de interactieplatform Amsterdam Bereikbaar. We zetten in regionaal verband in op (mobiliteits-)maatregelen, communicatie, monitoring en evaluatie van onze projecten en ontwikkelen daarvoor instrumenten in samenwerking met onze partners. We monitoren en stemmen dynamische verkeersmanagement maatregelen regionaal af in het Regionaal Tactisch Team (onderdeel van het Regieteam Verkeersmanagement Noord-Holland).

Activiteit 2.1.2.3 We verbeteren de luchtkwaliteit en verminderen de CO2 uitstoot door in te zetten op uitstootvrije mobiliteit. Indicatoren activiteit 1

Aantal toetspunten en straten waar niet wordt voldaan aan EUgrenswaarde stikstofdioxide (NO2, 40 μg/m3)

2

Percentage van de toetspunten waar niet wordt voldaan aan de WHO-advieswaarde voor fijnstof (PM 2,5)

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

33%

0%

0%

0%

0%

37% (zichtbaar in 2021)

-

35% (zichtbaar 2022)

25% (zichtbaar 2023)

25% (zichtbaar tov 2024

Actieplan Schone Lucht Het Actieplan Schone Lucht (2019) richt zich op het verbeteren van de luchtkwaliteit in Amsterdam. Het doel is om in 2030 te voldoen aan de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit uit 2005 door in te zetten op de transitie naar uitstootvrij verkeer in de stad. Daarnaast dragen onderstaande maatregelen bij aan een reductie van CO2uitstoot van circa 11 procent in de stad. We dragen daarmee bij aan de totale CO2reductiedoelstellingen van de gemeente. Het Actieplan Schone Lucht wordt tevens uitgevoerd binnen het landelijke kader van wetgeving, overgangsregelingen en ontheffingen.

76

H3.2.1

In 2024 werken we onder andere aan de volgende activiteiten: • Uitvoering geven aan de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit 2023-2026 (vastgesteld juni 2023). Voorbereiden van de uitstootvrije zones voor stadslogistiek (bestel- en vrachtwagens), taxi’s, brom- en snorfietsen, en varen. Daarnaast vinden ook de voorbereidingen plaats voor de aanscherping van de milieuzone voor personenauto’s naar emissieklasse 5 diesel, evenals voorbereiding van de aanscherping van beleid voor nieuwe parkeervergunningen voor oude benzine­ voertuigen. • We gaan invulling geven aan een Amsterdamse Aanpak voor schonere mobiele werktuigen. • Het publieke laadnetwerk – zowel gewoon als snelladen – gaan we verder uitbreiden, op basis van het Strategisch plan Laadinfrastructuur 2020-2030. • Om de uitstoot door particuliere houtstook terug te dringen wordt ingezet op bewustwording en voorlichting en wordt er gewerkt aan een beleidskader.

Activiteit 2.1.2.4

We stimuleren schoon, licht, verkeersveilig en efficiënt (goederen)vervoer door bundeling van goederen (logistieke hubs), intensiever gebruik van water en specifieke aandacht voor gebieden in de stad waar de (logistieke) druk hoog is. Indicatoren activiteit 1

Verminderen aandeel zware voertuigen (maximum massa boven de 30 ton) ten opzichte van alle bestel- en vrachtwagens in de ZZV per jaar binnen de S100

2

Stijging van de gemiddelde beladingsgraad van bestel- en vrachtauto’s in de hele stad

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

2022: 0,72%

0.72%

0,70%

0,68%

0,68%

peilwaarde 2022: 8%

-

2%

2%

2%

Logistiek

We maken parkeren van auto en fiets duurzaam en kosteneffectief mogelijk. Indicatoren activiteit

Activiteit 2.1.3.1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

1

Aantal gemeentelijke garages met led-verlichting

-

24

27

28

30

2

Aantal garages voorzien van laadpalen. In 2026 zijn alle garages in eigendom voorzien van laadpalen

-

21

28

29

30

Doel 2.1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13282911/1