CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Begroting 2024.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 18 oktober 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Begroting 2024 (VN2023-021029)49.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Programma 3 Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Voor het Kunstenplan 2025-2028 is voor de jaren 2027 en 2028 nog € 1,2 miljoen per jaar nodig om het budget op peil te houden, ter voorkoming van aantasting van het culturele aanbod in de stad en de wijken. Daarnaast compenseren we het tekort van € 1 miljoen in 2027 en 2028 van de Publieke Omroep Amsterdam (POA), vanwege haar bewezen meerwaarde voor onze burgers. Een bedrag van € 0,6 miljoen wordt beschikbaar gesteld voor het laten ontwerpen, maken en plaatsen van het Peter R. de Vries monument in 2024. De dood van Peter R. de Vries schokte de hele samenleving. Dit monument moet een blijvende herinnering worden aan zijn leven en werk.

Programma 4 Sport De sportaccommodaties worden geconfronteerd met tekorten in hun begroting door hogere energielasten en inflatie. We dekken deze tekorten voor 2023 (€ 3,2 miljoen) en 2024 (€ 2,6 miljoen) en temporiseren de ombuiging voor het verhogen van de bezettingsgraad en de tarieven. De kosten van de temporisering bedragen € 0,8 miljoen in 2024 en € 0,4 miljoen in 2025. Vanaf 2025 zullen naar verwachting de tarieven weer normaliseren en zijn bovendien de effecten zichtbaar van de duurzaam­ heidsmaatregelen.

Programma 6 Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Naast een complete stad wil Amsterdam nadrukkelijk ook een inclusieve stad zijn en bestaat de ambitie om Amsterdammers, jong en oud, te faciliteren in eigenaarschap en zelforganisatie. We dekken de huur- en programmakosten van elf buurtkamers, twee jongerencentra en een speeltuingebouw in met name Zuidoost, Noord en Nieuw-West. Hiervoor maken we in 2024 € 0,3 miljoen, in 2025 € 1,0 miljoen en in 2026 € 1,1 miljoen vrij.

22

H2

We kennen incidenteel een bedrag toe van € 11,6 miljoen voor de gestegen loonkosten voor welzijn- en (jeugd)zorgaanbieders in 2024. Deze zijn namelijk hoger dan de gemeentelijke nominale compensatie. De uitwerking van een structureel dekkingsvoorstel en maatregelenpakket wordt gezien de verkiezingen en de onduidelijkheid over het landelijk beleid uitgesteld tot de Voorjaarsnota 2024. Voor jeugdzorg is in deze begroting een reëler meerjarenbegroting opgesteld. Uitgangspunt is daarbij het behoud van het dienstverleningsniveau van 2023 en uitvoering geven aan de Hervormingsagenda Jeugd. Dit doen we door de verwachte stijging van de rijksmiddelen voor jeugdzorg in de komende jaren alvast te betrekken in de begroting. We zijn ons ervan bewust dat dit een risico met zich meebrengt als de rijksmiddelen voor jeugd lager uitvallen dan is ingeschat. We stellen geld beschikbaar om invulling te geven aan de Hervormingsagenda Jeugd. We willen met name twee zaken bereiken. De eerste is kwetsbare kinderen eerder te ondersteunen en prioriteit te geven. Het gaat om kinderen en gezinnen in een onveilige situatie of met een hoog risico om in een onveilige situatie te komen. Het tweede punt is het gebiedsgericht inrichten van de jeugdhulp door jeugdspecialisten in de stadsdelen te laten werken en daar een breed netwerk te vormen om samen gezinnen te ondersteunen.

Daarnaast willen we de wachtlijsten voor hoogspecialistische jeugdhulp stabiliseren op het niveau van 2022 en het wachtlijstbeheer verbeteren. Ook willen we dat er adequate ondersteuning komt als het nieuwe contract voor enkelvoudige specialistische jeugdhulp per 1 januari 2024 van start gaat. Omdat onder andere het akkoord over de Hervormingsagenda Jeugd recent gesloten is zal bij de Voorjaarsnota 2024 een geactualiseerd beeld van de jeugdzorg worden voorgelegd. Per saldo leidt dit bij deze begroting tot een verhoging van het jeugdbudget met € 15,1 miljoen in 2023, € 98,5 miljoen in 2024, € 104,0 miljoen in 2025, € 94,9 miljoen in 2026 en € 98,5 miljoen in 2027. Hiertegenover staat een ramingsrisico van € 24 miljoen in 2025, € 62 miljoen in 2026 en € 61 miljoen in 2027. Indien de rijksbijdragen voor jeugdzorg lager liggen dan we verwachten zal het jeugdbudget hierop aangepast worden.

Programma 7 Sociale zaken en Armoedebestrijding De structurele bijdrage vanuit de algemene middelen aan het programma werk en inkomen (€ 1 miljoen in 2024, € 2 miljoen in 2025 en € 3 miljoen vanaf 2026) is niet meer nodig omdat er voldoende ruimte is in het programma.

Begroting 2024

Programma 8 Veiligheid Voor het garanderen van de brandweerzorg door de Veiligheidsregio, het kunnen voldoen aan (nieuwe) wet- en regelgeving en het borgen van een goed personeels­ beleid is het noodzakelijk de bijdrage aan de Veiligheidsregio te verhogen met € 4,2 miljoen in 2024, €4,9 miljoen in 2025, € 5,9 miljoen in 2026 en € 5,5 miljoen structureel vanaf 2027. Voor deze verhoging is structureel €2,3 miljoen dekking gevonden binnen het programma. Het resterende bedrag wordt structureel vrijgemaakt vanuit de algemene middelen. Daarnaast maken we met de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en deelnemende gemeenten de afspraak dat afwijkingen in de cao-loonontwikkeling tot 1 %-punt van de vergoede loonontwikkeling voor rekening en risico komen van de Veiligheidsregio. Het meerdere wordt voortaan gecompenseerd door de deelnemende gemeenten. Deze afspraak wordt opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Voor Amsterdam betekent dat een extra looncompensatie van € 1,9 miljoen met ingang van 2023. We stellen € 1,8 miljoen beschikbaar voor de hogere energielasten van de Veiligheids­ regio (€ 0,9 miljoen in 2023 en 2024). Dekking komt uit de vrijval van middelen uit het Amsterdams noodfonds. We richten de bevolkingszorg en crisiscommunicatie regionaal in en beleggen de regie voor bevolkingszorg bij de Veiligheidsregio.

Voor de crisiscommunicatie geldt dat sprake is van gedeelde regie en beheer tussen de Veiligheidsregio en de gemeente Amsterdam. Hiervoor maken we in 2024 € 0,5 miljoen vrij. Op dit moment zijn vanuit het programma Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG) en de stadsdelen onvoldoende middelen en capaciteit beschikbaar om de ROSA-stadsdelenaanpak na 2022 te coördineren, te borgen en door te ontwikkelen. Vanwege de ernst van de problematiek is het van groot belang om in te blijven zetten op het eerder en beter signaleren van problemen bij meiden en jonge vrouwen in een kwetsbare positie die te maken hebben (gehad) met seksuele intimidatie en seksueel geweld. We stellen hiervoor € 0,5 miljoen beschikbaar voor de jaren 2024 - 2026. Een veilige stad kenmerkt zich door een publieke ruimte waarin iedereen zich prettig en onbedreigd voelt en openlijk zichzelf kan zijn. Het actieplan Aanpak anti-lhbtiq+geweld richt zich op het verbinden van het domein openbare orde en veiligheid met het domein van diversiteit en sociale basis. Juist de uitvoeringsprofessionals op buurtniveau (wijkagent, onderwijzer, jongerenwerker) signaleren als eerste of zich in bepaalde gebieden, in bepaalde periodes of onder bepaalde groepen verontrustende ontwikkelingen voordoen. Het gaat om € 0,3 miljoen in 2024 en € 0,2 miljoen in 2025 en 2026.

23

H2

Programma B Bestuur en Organisatie Door de val van het kabinet verschuiven de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 naar november 2023. Er wordt gewerkt aan het opstellen van een definitieve begroting voor het uitvoeren van deze verkiezingen. Vooralsnog worden de uitgaven geschat op een bedrag van € 5 miljoen. Een deel van de dekking kan worden gevonden door beschikbare middelen uit 2025 te verschuiven naar 2023. Dan resteert nog een tekort van geschat € 2,5 miljoen, dat we dekken vanuit de algemene middelen. Wij stellen een bedrag van € 0,4 miljoen in 2024 en 2025 beschikbaar voor de uitvoering van het plan van aanpak voor opkomstbevordering 2024 om in samenspraak met de doelgroepen voor opkomstbevordering ervaring op te doen met opkomst bevorderende maatregelen. Op basis van een evaluatie zal worden bekeken wat hiervoor structureel nodig is.

Overige ontwikkelingen in de programma’s Ongelijk investeren voor gelijke kansen In het coalitieakkoord hebben we extra middelen uitgetrokken voor de integrale aanpakken in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Het kost tijd om de integrale aanpakken goed vorm te geven en effectief te laten zijn. Dat geldt ook voor het traject ‘ongelijk investeren’ waarbij we de beschikbare middelen willen herverdelen voor het inhalen van bestaande achterstanden. Het is belangrijk dat dit zorgvuldig gebeurt. Tegelijkertijd zijn de knelpunten in de drie stadsdelen groot en urgent, terwijl de plannen om de leefbaarheid te verbeteren een lange doorlooptijd hebben. Om deze reden reserveren wij in deze begroting € 10,5 miljoen in 2024 en in 2025 voor de drie stadsdelen met een integrale aanpak (€ 3,5 miljoen per jaar voor Noord, Nieuw-West en Zuidoost). Hiermee verbeteren we de basisdienstverlening en pakken we acute problematiek aan in bijvoorbeeld de openbare ruimte, waaronder groen en speeltuinen, en de sociale basis. Daarnaast stellen we voor alle stadsdelen € 0,5 miljoen en voor het stadsgebied Weesp € 0,15 miljoen beschikbaar. Daarbovenop komt nog € 1 per inwoner per stadsdeel en stadsgebied voor de gebiedsgerichte opgaven. Het mandaat voor de besteding hiervan ligt bij de dagelijks besturen, die de stadsdeelcommissies hierbij betrekken.

Bezoekerseconomie en afvalinzameling Voor de bestrijding van overlast door toerisme en om binnen de bandbreedte van 20 miljoen toeristenovernachtingen te blijven, stelden we in het voorjaar al € 8 miljoen in 2024, aflopend naar € 2 miljoen vanaf 2027, beschikbaar voor het programma Aanpak binnenstad/bezoekerseconomie. Ook extra inzet op afvalinzameling en reiniging in Zuidoost, Nieuw-West en Noord is hier onderdeel van. De middelen brengen we onder in een reserve om te egaliseren over de jaren. Begroting 2024

Aanvullend maken we nu incidenteel € 4 miljoen in 2024 vrij voor het zo goed mogelijk oplossen van de problematiek afval, reiniging en handhaving. We zetten vooral in op samenwerkingen met onze partners, zoals ondernemerscollectieven en belangen­ verenigingen en het wetenschappelijk instituut “Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions”. Daarnaast zetten we ook in op het versneld uitrollen van de succesvolle proeven van het huis aan huis inzamelen van afval. In de voorjaarsnota volgt een meer gedetailleerde uitwerking voor de inzet van deze middelen. Migratie, asiel en ongedocumenteerden Amsterdam blijft een gastvrije stad voor vluchtelingen en ongedocumenteerden. Daarbij laten we asielzoekers en statushouders zo snel mogelijk volwaardig deelnemen aan de maatschappij. We bieden ongedocumenteerden de mogelijkheid voor een menswaardig bestaan. Om dit te bereiken komen de programma’s voor asielzoekers en statushouders, ongedocumenteerden en Oekraïense ontheemden samen in het programma Migratie, Asiel en Ongedocumenteerden. Hiervoor stellen we € 6 miljoen in 2024 en € 9 miljoen in 2025 en 2026 beschikbaar. Amsterdam 750 en overige evenementen De 750e verjaardag van Amsterdam gaan we ‘groots vieren’, met onder andere een groot kunst- en cultuurprogramma en het Vrijdenkersfestival. Het huidige budget is onvoldoende om de ambities voor het jubileum te realiseren.

Naast externe financiering is € 11,5 miljoen extra nodig in de periode 2023-2025. Daarnaast breiden we de capaciteit van het evenementenbureau uit en verhogen we het budget om de verwachte taakinvulling voor alle geplande evenementen waar te maken. Het betreft een aanvullend budget van € 1,6 miljoen in de periode 2024-2026. Het effect voor 2023 (€ 1 miljoen) is in de voorjaarsnota verwerkt. Jongerenadviesraad Amsterdam We vinden participatie van bewoners (en ondernemers) in de totstandkoming van beleid erg belangrijk. Om in het bijzonder jongeren een stem te geven in ons handelen als gemeente, wordt er een vertegenwoordigingsorgaan ingesteld dat deze geluiden op stedelijk niveau verzamelt. Jongeren vormen immers een grote groep binnen de stad, maar stemmen als leeftijdsgroep het minst. Er wordt een grote afstand beleefd tot wat er in het stadhuis gebeurt. Daarom wordt de Jongerenadviesraad Amsterdam (JARA) opgericht. Om deze jongerenadviesraad te bekostigen, stellen we € 0,3 miljoen structureel vanaf 2023 beschikbaar. Het meerjarige effect is in deze begroting opgenomen, de wijziging voor 2023 is verwerkt in de voorjaarsnota.

24

H2

2.4

Balans

De balans laat aan de ene kant de bezittingen van de gemeente zien, en aan de andere kant hoe deze zijn gefinancierd. Onze bezittingen zijn van materiële en van financiële aard. Financiering vindt plaats deels met onze eigen reserves, voor het andere deel met schuld. In de paragraaf Financiering staat een vereenvoudigde balans.

Materiële bezittingen De materiële bezittingen van de gemeente bestaan voor een belangrijk deel uit erfpachtgronden en daarnaast activa zoals de Noord/Zuidlijn, gebouwen, wegen, bruggen, tunnels, riolering en waterleidingen. We investeren jaarlijks vele miljoenen euro’s om de stad in goede staat te houden, te verduurzamen en uit te breiden. Onderstaande grafiek laat de verhouding in ons bezit zien, tussen erfpachtgrond en andere activa.

Figuur 2.6 Materiële bezittingen

Voor onze investeringen hanteren we sinds enkele jaren een ander stelsel qua besluitvorming en sturing. Doel hiervan is om meer onderlinge samenhang in de besluitvorming over investeringen te bewerkstelligen, zowel in de investerings­ portfolio’s als in de tijd. Het stelsel is nog niet uitontwikkeld. Als onderdeel van de bestuursopdracht Inzicht in beleid geld en keuzes werken we aan verdere verbetering van het inzicht in onze investeringen en integrale afweging ervan. In 2024 investeren we voor in totaal circa € 740 miljoen, exclusief grond, verdeeld over de domeinen Openbare ruimte en mobiliteit, Maatschappelijke voorzieningen en Bestuur en organisatie en overig.

Figuur 2.7 Investeringen per domein (bedragen x € 1 miljoen)

Bestuur en organisatie en overig

85

(bedragen x € 1 miljoen) 20.000 18.000 16.000

2.053

2.069

2.098

2.085

2.103

Maatschappelijke voorzieningen

14.000 12.000

7.041

7.494

6.036

6.546

7.605

8.532

8.595

8.670

8.775

8.874

2023

2024

2025

2026

2027

239

419 Openbare ruimte en mobiliteit

10.000 8.000 6.000 4.000

De totale investeringsruimte voor de periode 2023-2027 bedraagt € 3.321 miljoen, dit is € 368 miljoen hoger dan de ruimte voor de periode 2022-2026.

2.000 -

Erfpachtgrond

Gebouwen, infrastructuur etc

Overig

Onze materiële bezittingen nemen de komende jaren toe, vooral door de investeringen die we doen in bijvoorbeeld gebouwen en infrastructuur.

Begroting 2024

25

H2

Meerjarig gezien is het beeld van de uitgaven in de drie investeringsdomeinen als volgt:

Figuur 2.8 Investeringen per domein

We maken ruimte voor verduurzaming en instandhouding van het gemeentelijk vastgoed voor een bedrag van € 150 miljoen. Deze vastgoedopgave was in het verleden onvoldoende in beeld, maar is nu geïnventariseerd en onderdeel van de investeringen in alle drie de domeinen.

(bedragen x € 1 miljoen)

Het portfolio van maatschappelijke investeringen voor de ‘specials’ loopt door tot en met 2033 en is doorgelicht om een voorstel op te stellen voor de uit te voeren projecten. De ‘reguliere’ ruimte is opgehoogd met € 10 miljoen voor duurzame investeringen en met € 50 miljoen om rekening te kunnen houden met de wens tot verduurzaming en renovatie van het Bijlmer Parktheater en een extra podiumfunctie in Zuidoost. Van de verhoging van € 60 miljoen heeft € 23 miljoen betrekking op de periode 2023-2027.

800 700 600 500

85

81

239

268

57

91

164

339

400

64

We zetten in op de realisatie van de Smart mobility hub en verhogen voor het mobiliteitsonderdeel de investeringsruimte met € 57 miljoen.

240

Ook reserveren we € 100 miljoen binnen de reserve erfpacht voor de aanleg van een fietsbrug over ’t IJ aan de oostkant van de stad. Voor de verkenning stellen we € 10 miljoen beschikbaar, en we hebben vooralsnog € 90 miljoen gereserveerd voor de volgende fase.

300 200

399

419

407

345

100 122 2023

2024

Openbare ruimte en mobiliteit

2025 Maatschappelijke voorzieningen

2026

2027

Bestuur en organisatie en overig

De investeringen in 2027 zijn een stuk lager dan in de jaren ervoor. Dit is met name terug te voeren op het portfolio van het domein Openbare ruimte en mobiliteit. Om te komen tot een sluitend investeringsvoorstel voor de periode 2023-2027 zijn in dat portfolio middelen voor de vervangingsprogramma’s 2027 van Stedelijk Beheer, Programma Bruggen & Kades en Afvalcontainers en Wagenpark naar voren geschoven en ingezet voor andere investeringen. De investeringsruimte 2023-2027 van € 3.321 miljoen vertaalt zich naar een programmering van € 4.150 miljoen in de portfolio’s. Dat is dus een overprogrammering van € 833 miljoen, ofwel 25%. We houden op het niveau van de domeinen rekening met overprogrammering om gericht te kunnen sturen op de gewenste realisatie van het portfolio. De beschikbare ruimte is daarmee ruim 12% hoger dan de ruimte die beschikbaar was voor de periode 2022-2026. De voornaamste redenen voor deze stijging zijn de indexatie, investeringen in duurzaamheid, instandhouding van ons vastgoed, de fietsbrug over ‘t IJ en de realisatie van de Smart mobility hub.

Begroting 2024

Naast deze investeringen hebben we ook middelen gereserveerd voor een deel van het pakket schaalspronginvesteringen van € 600 miljoen dat we zijn overeengekomen met het Rijk. Voor onze bijdrage aan Zuidasdok, het doortrekken van de N/Z-Lijn en het tekort op het derde perron van station Zuid is € 294 miljoen gereserveerd. De investering voor het sluiten van de ringlijn van € 306 miljoen zullen we in volgende jaren gaan inpassen onder het dan nader vast te stellen investeringsplafond. Op Prinsjesdag heeft het kabinet de Miljoenennota gepresenteerd met daarin een pakket aan taakstellingen en bezuinigingen. Onderdeel hiervan is dat het Rijk een tekort van € 1,7 miljard laat ontstaan bij de reservering voor de realisatie van het doortrekken van de N/Z-Lijn. We kwamen met de betrokken regionale partners overeen dat gezien de demissionaire status van dit kabinet het nu niet het moment is om consequenties te verbinden aan de keuzes in de Miljoenennota. We houden dit en het volgende kabinet aan de gemaakte afspraken. De paragraaf Investeringen licht de investeringen in 2024 en de periode 2023-2027 ende afwegingen daarbij nader toe. Ook de programmabladen gaan in op de investeringen in 2024 voor het programma. De portfoliobijlage laat de investeringen in de domeinportfolio’s zien.

26

H2

Financiële bezittingen

Figuur 2.9 Schuldontwikkeling

De financiële bezittingen van de gemeente, zoals deelnemingen in bijvoorbeeld Schiphol en het GVB en verstrekte leningen, nemen de komende jaren licht toe:

(bedragen x 1 miljoen)

Figuur 2.9 Ontwikkeling financieel bezit

9.000

(bedragen x 1 miljoen)

8.000

1.500

7.000

10.000

120%

100% 82% 69%

6.000

83% 80%

72%

62%

1.250

60%

5.000 1.206

1.222

1.000

1.238

1.251

1.256

4.000 6.932

3.000 750

7.510

7.901

8.476

8.660 40%

2.000

20%

1.000 500

0%

0 2023

2024

2025

2026

2027

250 Externe schuld

0 2023

2024

2025

2026

2027

De toename heeft te maken met de stijging van het aandelenbelang in Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InWest en de opbouw van aandelenkapitaal bij Watertransportmaatschappij Rijn-Kennemerland.

Schuld De schuld blijft de komende jaren stijgen. De ontwikkeling van de schuld is getemperd door de ingestelde meerjarige investeringsplafonds in het investeringsstelsel. Onderstaande figuur geeft de voorspelde ontwikkeling van onze schuld gedurende de komende vier jaar weer.

Begroting 2024

Schuldquote standaardschuld

Vooral door onze investeringsambitie stijgt onze schuld, we verwachten nu dat de schuld in 2027 uitkomt op € 8,7 miljard. Dit betekent in 2027 een schuldquote voor de standaardschuld van 83%.

Reserves Reserves zijn bedoeld om geld voor een langere termijn dan één jaar vast te houden. We sparen bijvoorbeeld budgetten in het ene jaar, om deze vervolgens met een bepaalde bestemming uit te geven in een later jaar. De grootste bestemmingsreserve is de reserve afkoopsommen. In deze reserve houden we de ontvangen afkoopsommen voor erfpachtgrond aan. Er is daarnaast een algemene reserve die, zoals de naam al aangeeft, algemeen van aard is en de buffer vormt die de gemeente uiteindelijk beschermt voor tegenvallers.

27

H2

Onderstaand diagram geeft meerjarig inzicht in de belangrijkste bestemmingsreserves en de algemene reserve.

Figuur 2.10 Ontwikkeling reserves (bedragen x 1 miljoen) 9.000 8.000 7.000 6.000

1.176

1.110

846

823

773

835

1.123

1.204

1.285

812

794

776

861

871

880

5.000 4.000 3.000

4.770

4.782

4.820

4.882

4.942

313

317

485

372

365

2023

2024

2025

2026

2027

2.000 1.000 0

Algemene reserve VEF en Zuidas

Afkoopsommen erfpacht

Financiering erfpachtgrond

Overig

Economische ontwikkelingen Hoewel Nederland in het tweede kwartaal van 2023 in een milde recessie is geraakt zijn de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau dat de economie groeit in 2023 met 0,7% en in 2024 met 1,4%. De koopkracht herstelt na eerdere forse daling dankzij stijgende lonen in 2024. Het aantal mensen dat leeft in armoede kan stijgen wanneer aanvullend beleid uitblijft. De werkgelegenheid zal naar verwachting iets teruglopen. De inflatie is weliswaar in 2023 gedaald maar blijft met circa 4% hoog. We krijgen hiervoor achteraf compensatie vanuit het Rijk en lopen het risico dat die compensatie niet voldoende zal zijn om de stijging van de lasten (volledig) op te vangen. In de loop van 2023 is de langetermijnrente gestegen naar 3,5%. Deze gestegen rente zorgt voor extra rentelasten bij herfinanciering van onze schulden. Het risico is dat, mede gelet op de verwachte ontwikkeling van de schuld, die rentelasten verder oplopen en andere uitgaven in het gedrang kunnen brengen. AEB De positie van AEB is uitdagend. Onze blootstelling op risico loopt via het aandelen­ belang en de leningen aan AEB. Met de investeringsvoornemens van AEB in een CO2-afvanginstallatie zal AEB belangrijk gaan bijdragen aan de CO2-doelstellingen. Een investering in een dergelijke installatie is voor AEB op dit moment uitdagend en kan leiden tot vraag naar extra garanties door de gemeente.

Openeinderegelingen In 2023 is het wettelijk minimumloon met 10,15% verhoogd. Hierdoor zijn de uitkeringslasten voor inkomensondersteuning dit jaar aanzienlijk gestegen. Het risico dat dit tot tekorten leidt is bij deze begroting toegenomen doordat het eigen risico voor de gemeente is gestegen en doordat de egalisatiereserve is afgenomen.

De reserveontwikkeling laat de komende jaren een stabiel beeld zien.

2.5

Risico’s

Er is in 2023 voor het risicomanagement een aantal belangrijke ontwikkelingen dat zich in 2024 waarschijnlijk zullen doorzetten: Klimaatverandering De effecten van klimaatverandering tekenen zich af en de onzekerheid over de gevolgen voor de gemeente neemt toe. De risico’s zullen vooral impact hebben in de openbare ruimte en de infrastructuur en neerslaan in de investeringen die de gemeente daarin moet doen. Voor het behalen van onze klimaatdoelen zijn onder meer grote boven- en ondergrondse aanpassingen nodig voor de inpassing van benodigde elektriciteitsinfrastructuur. We hebben ook te maken met botsende belangen bij woningbouw, CO2- en fijnstofemissies en duurzaamheid. Begroting 2024

Krapte op de arbeidsmarkt Voor de dienstverlening en de bedrijfsvoering van de gemeente lopen we het risico van zowel beschikbaarheid als kosten van het personeel. Dit geeft in combinatie met de ambities het risico van stijgende werkdruk en hoger ziekteverzuim. Weerstandscapaciteit Bij de Begroting 2024 is de normhoogte voor weerstandscapaciteit € 327 miljoen. De algemene reserve en daarmee de beschikbare weerstandscapaciteit stijgt naar verwachting in 2024 naar € 321 miljoen. Het weerstandsvermogen is de actuele stand van de algemene reserve gedeeld door de normhoogte (5% van het begrotingstotaal) voor de algemene reserve. Iets voorlopend op het herstelplan zal dat niveau naar verwachting in 2023 uitkomen op 1,0.

28

H2

Figuur 2.11 Algemene reserve 2023– 2027 550

450

485

350 313

317

2023

2024

372

365

2026

2027

250

150

50 2025

-50 Algemene reserve

Normhoogte (5% begrotingstotaal)

Van het rekeningresultaat 2022 is in 2023 € 122 miljoen toegevoegd aan de algemene reserve. Mede daarom loopt het herstel van de Algemene Reserve voor op het herstelplan en zal naar verwachting dit jaar op normhoogte zijn. De toevoeging is gedaan om de verwachte negatieve incidentele effecten in 2024-2027 te dragen. Vanaf 2026 kan een stabiel niveau van 1 procentpunt boven de normhoogte worden gehaald.

Begroting 2024

29

3

H3

3 Begroting 2024

3 Programma's 3.1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid 

32

3.2

Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer

67

3.3

Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

113

3.4

Sport

137

3.5

Onderwijs

147

3.6

Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

159

3.7

Sociale zaken en armoedebestijding

188

3.8

Veiligheid

208

3.A

Algemene dekkingsmiddelen

222

3.B

Bestuur en organisatie

235

31

H3.1

3.1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

Programma 1 | Portefeuillehouder: Van Dantzig, Pels, Groot Wassink, Van der Horst, Van Buren

H3.1

3.1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten

977,3

824,9

931,6

876,8

872,0

862,7

Lasten

811,1

747,1

923,2

820,3

799,1

766,2

Saldo Baten en Lasten

166,2

77,8

8,3

56,5

72,9

96,6

Onttrekking

544,7

563,8

267,8

171,2

145,5

135,7

Toevoeging

677,7

343,3

244,4

197,2

178,1

181,5

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-132,9

220,5

23,4

-26,0

-32,5

-45,8

33,3

298,3

31,7

30,5

40,3

50,8

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

279,9

252,9

257,9

255,4

254,4

254,2

Totaal Programma Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

(bedragen x € 1 miljoen)

Apparaatslasten

3.1.1 Ruimtelijke ontwikkeling We zorgen door goede ruimtelijke ordening voor een stad en regio die door ruimtelijke visievorming, planontwikkeling, kaderstelling en door kwaliteits­ borging en bouwplantoetsing goed en duurzaam functioneren. Amsterdam groeit hard, in aantal inwoners en nog sneller in aantal arbeidsplaatsen, en ook de bezoekersaantallen zijn na de terugval tijdens de coronapandemie weer sterk toegenomen. Deze groei heeft veel positieve aspecten maar levert ook veel druk op de ruimte, leefbaarheid en vastgoedprijzen op. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) biedt de

Begroting 2024

overkoepelende visie hoe we de fysieke leefomgeving willen ontwikkelen en om willen gaan met deze groei, met oog voor de samenhang van alle ruimtelijke opgaven, belangen en ontwikkelingen in de stad. De bevolking groeit (weer) met ongeveer 10.000 inwoners per jaar en de druk op de woningmarkt blijft enorm hoog. Daarom werken we aan voldoende ruimte voor nieuwe woningen en de bijbehorende voorzieningen en investeringen in bereikbaarheid. Naast woningbouw is er ook veel behoefte aan (betaalbare) bedrijfsruimte en het inpassen van verschillende gebouwde en ongebouwde voorzieningen op maatschappelijk gebied en in het kader van de verduurzaming van de stad. Al deze functies vragen om ruimte en afstemming en daar is integrale ruimtelijke planvorming voor nodig.

Belangrijk gebiedsontwikkelingen die gestart zijn of in voorbereiding zijn bieden ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven, scholen, sportvoorzieningen en groen in aantrekkelijke gemengde stadswijken. Waar nodig actualiseren we de beleidskaders (zoals groenbeleid, hoogbouwbeleid, welstandsbeleid) en brengen ze in lijn te met de (ambities en doelen van) de Omgevingsvisie. Via gebiedsgerichte uitwerkingen sturen we er op dat de gewenste verdichting hand in hand kan gaan met bescherming en verbetering van belangrijke waarden en kwaliteiten in de stad. Om de bevolkingsgroei te accommoderen en Amsterdammers bewegingsruimte te bieden op de woningmarkt, sturen we op ruimte voor een langjarig

33

H3.1

hoge bouwambitie van 7.500 woningen per jaar, waarvan een aanzienlijk deel gelabeld als betaalbaar. Hiervoor is voldoende uitvoeringsklare ‘planvoorraad’ nodig want voordat de woningen daadwerkelijk gebouwd kunnen worden door corporaties, ontwikkelaars, coöperaties en zelfbouwers is veel voorbereiding nodig. Voor de komende jaren is voldoende harde planvoorraad opgebouwd maar daarna (vanaf circa 2028) valt deze scherp terug. De Omgevingsvisie biedt de ruimte en richting om de huidige planvoorraad voor de periode daarna aan te vullen. De Ontwikkelstrategie 2035 zorgt voor de komende 10-15 jaar voor ruimte om nieuwe gemengde stadswijken te realiseren; deze wordt naar verwachting einde voorjaar 2024 aan de raad voorgelegd voor besluitvorming. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gaan we op een meer integrale wijze adviseren over ruimtelijke kwaliteit in de fysieke leefomgeving. Dit heeft gevolgen voor de werkwijze van de Commissie Omgevingskwaliteit (COK; voorheen Commissie Ruimtelijke Kwaliteit). De nieuwe werkwijze behelst meer informatie en begeleiding vooraf en minder/lichtere toetsing achteraf.

Het aantal adviezen in het kader van vergunningaanvragen blijft desondanks op hoog niveau, enerzijds vanwege de vele kleine aanvragen, waarmee bewoners en ondernemers hun woningen of bedrijfspanden verduurzamen, vergroten of verbeteren, en anderzijds omdat in bepaalde delen van de stad de planvorming voor grote projecten op niveau blijft.

3.1.2 Grond Het Amsterdams Akkoord gaat uit van een verantwoorde groei van de stad. We streven naar een jaarlijkse start bouw van 7500 woningen in de verhouding 40 procent sociaal, 40 procent middelduur en 20 procent markt. Het resultaat van programmaonderdeel Grond is sterk afhankelijk van marktont­ wikkelingen. Op dit moment is sprake van een dalend consumentenvertrouwen, personeelstekorten, stijgende rente en gestegen bouwkosten. Dit heeft tot gevolg dat de woningbouwdoelstelling in 2024 mogelijk niet wordt gehaald. Niettemin zullen alle mogelijkheden om de projecten kunnen uit te voeren worden verkend. Ook al omdat de druk op de woningmarkt vooralsnog blijvend is, waarbij met name de betaalbaar­ heid en een goede mix van woningen belangrijke aandachtspunten blijven. Bij de gebiedsontwikkeling staat het maken van een complete stad centraal waarbij de bouw van woningen samen op moet gaan met bijbehorende voorzieningen als groen, bereikbaarheid en maatschappelijke voorzieningen zoals scholen. Onderdeel van de gebiedsontwikkeling is de transformatie van monofunctionele (werk)gebieden naar aantrekkelijke wijken met een goede menging van wonen, werken en voorzieningen. De gebiedsontwikkeling past binnen de strategie van de Metropoolregio Amsterdam.

Begroting 2024

De huidige marktsituatie kenmerkt zich door grote onzekerheid. Dit zal een onmiskenbaar effect hebben op de ontwikkelingen in de grondproductie en op de resultaten in het Vereveningsfonds. Hoe groot dit effect is, weten we nog niet. Periodiek rapporteren we over de voortgang van de woningbouwproductie en de ontwikkelingen in het Vereveningsfonds.

3.1.3 Erfpacht Door het erfpachtstelsel houden we grip op het gebruik van de grond en komt de waardevermeerdering van de grond die ontstaat bij functiewijzigingen of bij het einde van een tijdvak, ten goede aan de gemeenschap. We doen dit door grond uit te geven in erfpacht bij nieuwe vastgoedontwikkelingen en door de bestaande erfpachtrechten te beheren. In 2016 is Amsterdam bij nieuwe gronduitgiftes overgegaan van voortdurende erfpacht naar eeuwigdurende erfpacht. Daarnaast is in 2017 de overstapregeling vastgesteld, waardoor erfpachters met een woning kunnen overstappen van het voortdurende naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel. Van deze regeling is goed gebruik gemaakt. 85 procent van de erfpachters die in aanmerking kwamen hebben een overstap­ aanvraag gedaan onder de relatief gunstige overstapvoorwaarden zoals die in 2017 zijn vastgelegd en tot 8 januari 2020 golden. De invoering van eeuwigdurende erfpacht biedt de erfpachter de gewenste (financiële) duidelijkheid en zekerheid voor de toekomst, zo bleek onderzoek, dat in 2021 in opdracht van de gemeente is uitgevoerd. In het coalitieakkoord is aangegeven dat er een spijtoptantenregeling wordt ingevoerd.

Na een inspraakperiode is de Spijtoptantenregeling vastgesteld om erfpachters die in eerste instantie geen aanvraag hebben ingediend of gedurende het proces de aanvraag niet hebben gecontinueerd alsnog de gelegenheid te bieden tegen gunstige voorwaarden over te stappen. Tot 1 augustus 2023 konden spijtoptanten zich aanmelden. Dit heeft geleid tot ca. 19.000 nieuwe aanvragen. Vrijwel alle spijtoptanten hebben een persoonlijke brief ontvangen. In 2024 zal ook nog inzet nodig zijn voor de afwikkeling van de resterende aanvragen Om ervoor te zorgen dat erfpachters in de toekomst transparanter en efficiënter worden geholpen, investeren we in het erfpachtinformatiesysteem en in data­ management. Datamanagement zorgt voor volledigere data van onze erfpachtdossiers, waardoor erfpachters beter worden geïnformeerd vanuit de gemeente door onder andere de servicedesk, e-mails en MijnErfpacht. Ook kunnen nieuwe aanvragen tot wijzigingen van het erfpachtrecht sneller opgepakt worden.

34

H3.1

3.1.4 Wonen

3.1.5 Vastgoed

We streven naar voldoende beschikbaarheid van betaalbare, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen. Om dit te realiseren stellen we regels op voor de verdeling van woonruimte om ervoor te zorgen dat de schaarse woningen zo eerlijk mogelijk verdeeld worden en beschikbaar komen en blijven voor de huishoudens die dat het hardst nodig hebben.

Onze vastgoedportefeuille (exclusief scholen en parkeergebouwen) bestaat uit bijna 2.400 eenheden in circa 1.000 gebouwen en ongeveer 2.000 gronden. Die verhuren we voor een groot deel aan een grote verscheidenheid aan huurders. Het grootste deel van de vastgoedportefeuille verhuren we aan maatschappelijke huurders, zoals: • Musea • Theaters • Kunstenaarsateliers • Jongerencentra • Welzijnsorganisaties

Om ervoor te zorgen dat woningen worden gebruikt waarvoor deze zijn bedoeld stellen we regels op voor het gebruik van woningen voor toeristische verhuur, kamerverhuur en het tegengaan van leegstand. We zien toe op de naleving van deze regels en handhaven op het woninggebruik. Daarnaast zetten we ons in voor de verbetering van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad in het algemeen en in het bijzonder de verduurzaming onder andere door het isolatieoffensief en de aanpak van energiearmoede met behulp van kleine energiebesparende maatregelen. In Zuidoost zetten we bovendien groots in op de kwaliteitsverbetering en verduurzaming van de voorraad met behulp- van het Volkshuisvestingsfonds. Een woonplek vinden in Amsterdam is bijzonder moeilijk. Een woning vinden die naar je zin is en bij je past is nog moeilijker. Het gebrek aan passende en betaalbare woningen in Amsterdam is erg groot. Daarom werken we als stad aan de implementatie en uitvoering van een plan om dit te veranderen. Dit plan is de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV). De AAV is een woonvisie (met daarin de Woonzorgvisie geïntegreerd) én een actieplan om de grote vraagstukken over volkshuisvesting in Amsterdam aan te pakken. We hebben in dit plan moeilijke keuzes gemaakt om op de korte én lange termijn te werken aan een stad met voldoende betaalbare en goede woningen in een stad voor iedereen.

Met de AAV streven we 7 doelen na: meer woningen en meer woonplekken, betaalbaarder wonen, meer woningen voor hen die ze het meest nodig hebben., passender wonen, duurzame woningen van goede kwaliteit, een betere positie voor Amsterdammers en leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen.

Een ander deel bestaat uit overige huurders, bijvoorbeeld: • Winkels • Huisartsen • Horeca • Sport- en fitnesscentra • Veilinghuizen • Internationale scholen • Kinderdagverblijven • Fysiotherapeuten De gemeentelijke huisvesting voor het ambtelijk apparaat staat in programma­ onderdeel B.5 Overhead en niet in dit programmaonderdeel. De geplande verkoop van commercieel vastgoed (panden zonder beleidsdoel en zonder strategisch doel) is met een jaar verlengd tot en met 2024. Er is opdracht gegeven om in totaal circa € 33 miljoen netto aan opbrengsten te genereren via het verkoopprogramma. Tegelijkertijd gaan er stemmen op om te kijken of vastgoed niet strategisch zou moeten worden aangekocht, bijvoorbeeld ten behoeve van huisvesting van special groepen. Tot en met 2022 is circa € 28 miljoen gerealiseerd. Over de periode 2023-2024 wordt het resterende deel verwacht. De belangrijkste doelstelling van de gemeente op het gebied van verduurzaming is het terugbrengen van de CO2-uitstoot. Voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed is een meerjarig programma opgesteld met als uitgangspunt 55% CO2-reductie te realiseren in 2023 (t.o.v. 1990). Voor de periode 2024-2027 is € 150 miljoen vrijgemaakt, waarvoor de helft van de doelstelling zal worden gerealiseerd.

Hiervan is € 120 miljoen voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en € 30 miljoen voor overige instandhoudingsinvesteringen. De verduurzaming wordt gedekt uit verschillende incidentele en structurele dekkingsbronnen.

Begroting 2024

35

H3.1

3.1.6 Duurzaamheid en milieubeheer We werken samen met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties aan de energietransitie en een circulaire economie. Klimaatrechtvaardigheid voor iedereen in deze stad is een belangrijk uitgangspunt voor deze transitie. We continueren, versnellen waar kan, en stellen waar nodig bij, de aanpak uit de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 met een breed maatregelenpakket dat zich richt op energiebesparing, het aardgasvrij maken van de stad, verduurzamen van energiebronnen (zon, wind en warmte), de benodigde energie-infrastructuur (zowel in de stad als ten behoeve van de haven en industrie) en verduurzaming van bedrijven. De nadruk komt te liggen op de uitvoering van de energietransitie. Bijvoorbeeld met het isolatieoffensief. Hiermee wordt het isolatietempo van woningen en gebouwen versneld. Dit zorgt voor meer wooncomfort, energiebesparing en daardoor een betaalbaardere energierekening. De nadruk op uitvoering geldt ook voor de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur en warmtenetten. Hiervoor wordt een uitvoerings­ organisatie ingericht (Energie voor de Stad). In 2030 zijn we verplicht om 50 procent minder nieuwe, niet-herwinbare grondstoffen te gebruiken en in 2050 een volledig circulaire economie te hebben.

Om de doelen te halen werken we met de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en de uitvoerings­ agenda Circulair 2023-2026 intensief samen met bewoners, bedrijven en instellingen aan de verandering naar een stad waarin we zoveel mogelijk schadelijk materiaal­ gebruik voorkomen, materiaal hergebruiken of zo duurzaam mogelijk verwerken.

3.1.7 Begraafplaatsen en crematoria De gemeente Amsterdam kent dertien gemeentelijke begraafplaatsen en twee gemeentelijke crematoria met rouwcentra: begraafplaats/crematorium De Nieuwe Ooster (stadsdeel Oost) en begraafplaats/crematorium De Nieuwe Noorder met zeven dorpsbegraafsbegraafplaatsen (stadsdeel Noord), begraafplaats Driemond (stadsdeel Zuidoost), begraafplaatsen Carspelhof en Landscroon (Weesp) en de - voor begraven – gesloten begraafplaats Huis te Vraag (stadsdeel Zuid). De gemeentelijke begraafplaatsen/crematoria verzorgen ongeveer 35 procent van alle uitvaarten van overleden Amsterdammers. Het overgrote deel van deze uitvaarten vindt plaats op De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder. De aanwezigheid van een grote, onafhankelijke neutrale aanbieder zorgt voor een stabiele factor in de Amster­damse uitvaartbranche. Behalve begraafplaats Zorgvlied (gemeente Amstelveen) zijn de overige begraafplaatsen en crematoria binnen de gemeentegrenzen in private handen.

Begroting 2024

Met de tariefstelling van grafrechten en bijdrage voor het algemeen onderhoud van de begraafplaats wordt geprobeerd de financiële belemmering om te kiezen voor begraven versus cremeren te verminderen. Doel is dat de keuze minder gestuurd wordt door het financiële aspect maar dat meer Amsterdammers hierbij hun gevoel kunnen volgen. Alle begraafplaatsen zijn stiltegebieden en hebben een hoge natuurwaarde en een belangrijke maatschappelijke functie. De Nieuwe Ooster maakt daarnaast deel uit van de ecologische hoofdgroenstructuur.

Gebieden Ruimtelijke ontwikkeling is sterk gebiedsgericht van karakter omdat veel ruimtelijke opgaven vertaald worden in gebieds- of locatieontwikkeling en omdat veel initiatieven die de aanzet of aanleiding geven tot planvorming op buurt- of wijkniveau ontstaan. De gebiedsontwikkeling vindt plaats in (nieuwe) projecten. Deze zijn per definitie lokaal georiënteerd en gericht op de ontwikkeling van een complete stad. Naast woningbouw is daarbij ook aandacht voor maatschappelijke voorzieningen, aanpak van de openbare ruimte zoals vergroening en ruimte voor sport en spel. Bij het ontwikkelen en evalueren van beleid voor de verdeling van woonruimte en het woninggebruik houden we rekening met hoe het beleid uitwerkt in de verschillende stadsdelen. Het is essentieel dat signalen en kennis uit de stadsdelen worden meegenomen bij de beleidsontwikkeling en aanleiding kunnen zijn om een nieuw beleidsonderwerp op te pakken. Activiteiten om de leefbaarheid in de stadsdelen te vergroten, de bestaande bouw te verduurzamen en woonconcepten te realiseren die passen bij de specifieke kenmerken van een stadsdeel, buurt of wijk, zijn gebiedsgericht. Zo spelen in Nieuw-West vraagstukken op het snijvlak van verdichting, verduurzaming en behoud van cultuurhistorische waarden.

In Zuidoost wordt de uit de groei van het stadsdeel voortkomende opgave op het gebied van sport en groen afgewogen tegen andere ruimtevragen. In de gebieden binnen de Ring A10 spelen vooral vraagstukken met betrekking tot behoud en toevoeging van (betaalbare) ruimte voor voorzieningen en druk op de openbare ruimte. In lijn met de keuze voor meerkernige ontwikkeling uit de Omgevingsvisie is de opgave voor alle gebieden in stad en regio om deze vanuit hun eigen identiteit en kwaliteiten te ontwikkelen. Hier worden zo veel mogelijk maatregelen getroffen die zijn afgestemd op de behoeften van de stadsdelen zodat optimale resultaten worden behaald. Veel duurzaamheidsactiviteiten in de stad zijn gebiedsgericht. Het betreft activiteiten die zijn afgestemd op de kenmerken en mogelijkheden van de verschillende gebieden

36

H3.1

om zo optimale resultaten te behalen. Voorbeelden hiervan zijn de buurtgerichte aanpak aardgasvrij, faciliteren van duurzame initiatieven in stadsdelen, duurzame gebiedsontwikkeling, projecten in het Haven- en Noordzeekanaalgebied, verduur­ zaming bedrijventerreinen en gebiedsgerichte collectieve inkoopacties.

Investeringen De gemeentelijke kosten samenhangend met de grondproductie worden opgenomen in de grondexploitaties. Grondexploitaties zijn de meerjarenbegrotingen van de ruimtelijke projecten, waarin kosten van het verwerven, sloopwerken, bouw- en woonrijp maken van de grond zijn opgenomen evenals de inkomsten uit de erfpachtuitgifte van de grond. In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties Vereveningsfonds en Zuidas (MPG) en de actualisatie van het MPG in het najaar (het AMPG) wordt gerapporteerd over de realisatie van deze grondexploitaties en wordt een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen. Het Besluit Begroting en Verantwoording Grondexploitaties (BBV) verplicht gemeenten om jaarlijks de saldi van de grondexploitaties vast te stellen. Dit gebeurt jaarlijks op basis van het MPG waarin zowel de grondexploitaties van het Vereveningsfonds als de Zuidas zijn opgenomen. Vanwege de stijgende gasprijs en onze verduurzamingsambities willen De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder de gasgestookte ovens vervangen door elektrische ovens. Vervanging van de gasoven door een elektrische oven is ook noodzakelijk vanwege de nog beperkte levensduur en vraagt om forse bouwkundige ingrepen op De Nieuwe Ooster. Hiervoor is in de voorjaarsnota 2023 een investeringsbudget beschikbaar gesteld. De voorbereidingen van de vervanging van de gasoven starten in 2024.

Het in productie nemen van de elektrische oven op De Nieuwe Ooster staat gepland in 2026. De gasoven op De Nieuwe Noorder is eind 2027 afgeschreven. De investeringsaanvraag voor de vervanging van de gasoven op De Nieuwe Noorder wordt ingediend bij het investeringsprogramma 2025 – 2029.

Thema’s Digitale stad / Informatie • Digitaal ontsluiten van informatie over de fysieke leefomgeving is één van de pijlers van de Omgevingswet (gelijke informatiepositie voor burgers, organisaties en overheden) en krijgt daarom veel aandacht en inzet. • We ontsluiten steeds meer informatie over woonruimteverdeling en woninggebruik, zodat deze informatie digitaal beschikbaar is voor inwoners. • Digitale middelen worden ingezet om bewoners, bedrijven en andere partijen in de

Begroting 2024

stad te informeren en te betrekken bij duurzaamheid. Voorbeelden hiervan zijn het platform Nieuw Amsterdams Klimaat, de Duurzame Wegwijzer en het Regionaal Energieadvies.

Democratisering • De gemeenteraad van Amsterdam heeft ingestemd met het verzoek tot het houden van een raadgevend referendum over het ontwerp raadsbesluit 'Vaststellen van het (geamendeerde) Beleidskader Hoofdgroenstructuur’ d.d. 25 januari 2023. Het referendum is vastgesteld na van het overleggen van de vereiste 10.000 geldige ondersteuningsverklaringen. • Bij de ruimtelijke ontwikkeling betrekken we de bewoners en belanghebbenden via participatietrajecten bij de ontwikkeling van de nieuwbouwprojecten. In 2024 zal door de komst van de omgevingswet de participatieverantwoordelijkheid ook meer bij de initiatiefnemers ligt. Ook zal de nieuwe participatieverordening in Amsterdam gereed zijn. In de Gebiedsontwikkeling zullen beide nieuwe ontwikkelingen ook een plek krijgen in de participatietrajecten. • Op verschillende wijzen zetten we in op het betrekken van bewoners en ondernemers in de stad bij de duurzame transities bijvoorbeeld door participatie bij grote warmte- of energietrajecten in de wijken. We streven naar 100% lokaal eigenaarschap van duurzame energiebronnen.

Duurzaamheid • De Omgevingsvisie richt zich op verdichten van bestaand stedelijk gebied, zodat er minimaal beslag wordt gelegd op de groene buitengebieden en maximaal wordt ingezet op benutten van bestaande (en toekomstig) OV-locaties en reeds aanwezige voorzieningen en kwaliteiten. Verdichting is één van de belangrijkste ruimtelijke principes om duurzaamheid te bevorderen. De strategische keuzes ‘groeien binnen grenzen’ en ‘gezonde en duurzame mobiliteit’ richten zich specifiek op het duurzaam omgaan met ruimtegebruik, energie en mobiliteit. • We lanceren een grootschalig isolatie-offensief, samen met woningbouwcorporaties en het Rijk. We zetten extra in op het treffen van isolatiemaatregelen, zoals het vervangen van enkel glas, met de focus op woningen met een slecht energielabel in wijken die dat het hardst nodig hebben. • De belangrijkste doelstelling van de gemeente op het gebied van verduurzaming is het terugbrengen van de CO2-uitstoot. Voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed is een meerjarig programma opgesteld met als uitgangspunt 55% CO2reductie te realiseren in 2030 (t.o.v. 1990). • Het gedenkpark De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder beslaan samen in totaal 41 hectare en zijn onderdeel van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur.

Door hun omvang en karakter zijn de parken een belangrijke groene plek in de stad, die boven­ dien een bijdrage levert aan de terugdringing van het CO2-gehalte in Amsterdam.

37

H3.1

Kansgelijkheid • Via ruimtelijke ordening oefenen we invloed uit op de op de toegankelijkheid, inrichting en begaanbaarheid van de stad voor alle mensen, de bereikbaarheid (financieel en ruimtelijk) van woonfuncties en economische en maatschappelijke voorzieningen en een evenwichtige verdeling over de stad. Hiermee zorgen we dat alle inwoners toegang hebben tot groen, sport en andere voorzieningen in of nabij hun woonomgeving en zich thuis en veilig voelen in de stad. Andere manieren van werken vergroten de ruimte voor Amsterdammers om eisen en wensen kenbaar te maken en eigen initiatieven te realiseren. • We spannen ons in om van Amsterdam een stad te maken waar wonen betaalbaar is, passend bij de financiële situatie van elk huishouden. • De woningmarkt is toegankelijk voor iedereen met een passende woningkwaliteit bij iedere levensfase. We zorgen voor onze bewoners door hen een passende woonplek te bieden met de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben. • We stellen de bewoners in de gelegenheid zelf keuzes te maken voor hun woonsituatie en leefomgeving. • We bestrijden energiearmoede door energielasten van mensen met lage inkomens te verlagen. Uitgangspunt is dat iedereen mee moet kunnen doen in de energietransitie. De baten van klimaatbeleid moeten vooral ook ten goede komen aan mensen met een smallere beurs.

Begroting 2024

38

H3.1

3.1.1 Ruimtelijke ontwikkeling Indicatoren activiteit

We zorgen voor een stad en regio die door ruimtelijke visievorming, planontwikkeling, kaderstelling en door kwaliteitsborging en bouwplantoetsing goed en duurzaam kunnen functioneren.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)?

Amsterdam geeft ruimtelijke voorwaarden voor nieuwe woon, werken leefmilieus om demografische en economische groei mogelijk te maken.

1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

Geen indicator beschikbaar

Aantal verkenningen en onderzoeken (gebieden)

2 (2020)

6

4

Percentage demografische druk (BBV-verplicht)

46,6 (2017)

47,2

Begroting 2024

Prognose 2025-2027

5

5

5

Geen Geen Geen streefwaarde streefwaarde streefwaarde

Activiteit 1.1.1.2 We zorgen voor integrale en kwalitatieve afwegingen bij inzet en prioritering ruimtelijke ontwikkeling.

De vaststelling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 in juli 2021 heeft invulling gegeven aan deze doelstelling, omdat dit product een integraal toetsings- en sturingskader biedt voor de opvang en geleiding van de groei van de stad op langere termijn. Via tweejaarlijkse en regelmatige actualisatie van de Omgevingsvisie zorgen we dat dit ruimtelijke beleid actueel, samenhangend en uitvoerbaar blijft.

Indicatoren activiteit 1

Activiteit 1.1.1.1 We zorgen voor (wettelijke) kaderstelling en integrale ruimtelijke visievorming op verschillende schaalniveaus. Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

1

Aantal verkenningen en onderzoeken (thema’s)

17 (2017)

2

Waarvan thema studies duurzame gebiedsontwikkeling

3 (2020)

Begroting 2024

3

Begroting 2023

We zorgen er met kaderstelling en visievorming op het schaalniveau van regio, stad en stadsdelen/gebieden voor dat de beoogde sociaal-maatschappelijke effecten bereikt kunnen worden. Het gaat zowel om thematisch beleid (zoals groen, verduurzaming, water of bouwen, bedrijvigheid) als om (integraal) gebiedsgericht beleid. Met deze activiteiten voldoen we aan wettelijke taken om het beleid voor de fysieke leefomgeving op orde te hebben en geven we invulling aan onze ambities als gemeente.

Doel 1.1.1

Indicatoren doel

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Prognose 2025-2027

9

10

9

9

2

5

2

2

Aantal vastgestelde principe­ besluiten

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 4 (2020)

0

Begroting 2023 5

Begroting Prognose 2024 2025-2027 3

3

We richten ons op het optimaliseren van de beleidsprocessen voor de fysieke leefomgeving, zodat de beoogde sociaal-maatschappelijke effecten worden bereikt. Dit gaat om de inhoud (wat: inhoudelijke sturing gericht op maximale effecten op de omgevingskwaliteit), de realisatie (hoe: met welke processen en samenwerkingen bereiken we deze effecten?) en de tijd (wanneer: op welke momenten en in welke volgorde leidt de gemeentelijke inzet tot de beste effecten?).

39

H3.1.1

Activiteit 1.1.1.3 We bewaken de ruimtelijke kwaliteit; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) is vanuit een onafhankelijke positie verantwoordelijk voor het bewaken, adviseren en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit van Amsterdam. Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

We bieden voldoende recreatiemogelijkheden voor Amsterdammers en versterken de landschappelijke en natuurlijke waarden rondom de stad. Voor Amsterdam als grote dichtbevolkte stad met een hoge gebruiksdruk op het binnenstedelijke groen en beperkte mogelijkheden om het groenareaal binnen de stad uit te breiden, zijn de groen- en recreatiegebieden rondom de stad van groot belang voor de leefbaarheid, ontspanning en gezondheid van de inwoners.

1

Aantal toetsen van aanvragen omgevingsvergunning aan redelijke eisen van welstand en monumentenbeleid

8.900 (2020)

9.540

9.000

9.000

9.800

2

Aantal adviezen voor het plaatsen van gebouwen of stads- en dorpsgezichten op de gemeentelijke of rijksmonumentenlijst

22 (2020)

29

25

25

20

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Aantal integrale adviezen (vanuit de domeinen stedenbouw, architectuur, landschap en cultuurhistorie) aan initiatief­ nemers en bestuurders

22 (2020)

25

Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving werken we rond bouw, milieu en bodem samen met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Amsterdam is samen met drie andere gemeenten eigenaar van de Omgevingsdienst en de samenwerking is gebaseerd op een Gemeenschappelijke Regeling. De OD NZKG werkt in opdracht en mandaat van het college van B en W. Afspraken over de samen­ werking leggen we vast in een jaarlijkse uitvoeringsovereenkomst. Hierin staan de te leveren producten en diensten en de prioriteiten in de taakuitvoering.

3

18

25

25

We richten ons op het waarborgen van voldoende kwaliteit in de fysieke leefomgeving voor inwoners, ondernemers, bezoekers en toekomstige generaties. Door de onafhankelijke toetsing en advisering met betrekking tot vergunningen, aanwijzen van beschermde gezichten of monumenten en gebiedsontwikkelingen geven we invulling aan de wettelijke taken en onze ambities om de schoonheid en ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de stad te behouden en te versterken.

Activiteit 1.1.1.4 We leveren een bijdrage aan de samenhang in het beheer en de ontwikkeling van het regionale landschap rond Amsterdam. Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag Begroting Begroting Prognose (peiljaar) 2022 2023 2024 2025-2027

1

Bezoekersaantallen Amstelland

€ 3,1 miljoen (2019)

Geen gegevens beschikbaar

€ 3,2 miljoen

€ 3,3 miljoen

€ 3,4 miljoen

2

Bezoekersaantallen Twiske Waterland

€ 1,3 miljoen (2019)

€ 1,7 miljoen

€ 1,3 miljoen

€ 1,4 miljoen

€ 1,5 miljoen

3

Bezoekersaantallen Spaarnwoude

€ 5,1 miljoen (2019)

€ 6,0 miljoen

€ 6,8 miljoen

€ 6,1 miljoen

€ 6,2 miljoen

Begroting 2024

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in?

Recreatieschappen Samenwerking in de recreatieschappen richt zich op verbetering van regionaal groen en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de recreatiegebieden. Voor een dichtbevolkte en -bebouwde stad als Amsterdam zijn dit belangrijke groenvoorzieningen. Amsterdam neemt met de Provincie en overige gemeenten deel in: • Recreatieschap Groengebied Amstelland • Recreatieschap Twiske Waterland • Recreatieschap Spaarnwoude Voor de recreatieschappen zetten we in op het continueren en borgen van de huidige situatie. We houden daarbij rekening met een bescheiden autonome groei van de bezoekersaantallen, in lijn met de (bevolkings)groei van de stad en de regio. De gemeente Amsterdam oefent geen directe invloed uit op de bezoekersaantallen vanwege de minderheidspositie in de besturen. Via goede recreatieve verbindingen en promotie kan Amsterdam het gebruik wel verder stimuleren.

40

H3.1.1

Financiële toelichting

Reserves

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Baten

4,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

15,7

16,3

17,9

14,5

14,1

12,8

Saldo Baten en Lasten

-11,6

-16,3

-17,9

-14,5

-14,1

-12,8

Onttrekking

0,8

7,9

2,4

1,0

1,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

0,8

7,9

2,4

1,0

1,0

0,0

-10,9

-8,5

-15,5

-13,5

-13,1

-12,8

Totaal

Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn kleiner dan € 1,0 miljoen, deze lichten we niet toe.

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 17,9 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Apparaatskosten, inclusief toerekenbare overhead (€ 66,8 miljoen) • Doorbelastingen van projectmatige werkzaamheden aan andere programmaonderdelen (€ 72,4 miljoen). Deze lasten worden in de projecten in de openbare ruimte in de andere programmaonderdelen opgenomen en zorgen daarom voor een verlaging van de lasten in dit programmaonderdeel. • Beleidsbudgetten voor ruimtelijke ordening (€ 7,5 miljoen). • Ruimte voor de stad (3,7 miljoen), verkenning van de mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling. • Implementatie van de Omgevingswet inclusief de omgevingsvisie (€ 3,6 miljoen). • Exploitatiebijdragen aan de recreatieschappen: Amsterdam is deelnemer in Groengebied Amstelland, Spaarnwoude en Twiske-Waterland (€ 3,2 miljoen). • Projectmanagement van IJ-Oeververbindingen (€ 1,4 miljoen). • Commissie Omgevingskwaliteit (€ 1,4 miljoen). Deze ziet toe op de integrale wijze van adviseren over ruimtelijke kwaliteit in de fysieke leefomgeving. • Beleidsbudgetten voor openbare ruimte en groen (€ 1,1 miljoen). • De overige lasten zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Begroting 2024

Onttrekkingen reserves • Projectmanagement van IJ-Oeververbindingen (€ 1,4 miljoen). • Middelen uit de reserve coalitiemiddelen ter dekking van de begrote incidentele lasten op gebiedsontwikkeling (€ 1,0 miljoen)

Toevoegingen reserves • In dit programmaonderdeel zijn er geen toevoegingen aan de reserves.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

De hoge en snelle woningbouwproductie geeft een risico voor de integrale kwaliteit van de stad, op aspecten als: voorzieningen voor energie en warmte, leefbaarheid en bereikbaarheid, kansengelijkheid, openbare ruimte, groen, en maatschappelijke en economische voorzieningen. Hierdoor is het risico aanwezig dat we de duurzaamheidsambities en de kwalitatief hoogwaardige woonmilieus die we willen niet behalen. De druk op de gemeentelijke financiën kan het risico vergroten dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor alle gewenste investeringen in publieke voorzieningen. Door de druk op de bouwprijzen (inflatie, materiaalkosten) en afkoeling van de woningmarkt dreigen er ook bouwplannen uitgesteld te worden en dreigt het terugverdienmoment voor voorinvesteringen (planvoorbereiding) later in de tijd te schuiven of onzeker te worden.

Binnen Ruimte voor de Stad houden we de ontwikkeling van de plancapaciteit in de gaten en brengen we daaruit voortkomende knelpunten rond de randvoorwaarden voor stedelijke kwaliteit in beeld. Met de Ontwikkelstrategie 2035 ontwikkelen we een sturingsinstrument om hieraan richting te geven. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 draagt zorg voor een goede verdeling van functies over de stad en geeft sturing op complexe ruimtelijke afwegingen. Zo vervult de Omgevings­ visie een belangrijke rol als beleidskader om ervoor te zorgen dat alle ruimteclaims in de stad op evenwichtige wijze worden afgewogen (‘complete stad’). Via versnelde en opgeschaalde aanpak van grote opgaven zoals dreigende congestie op het elektriciteitsnetwerk (programma EVA) wordt gewerkt aan het beperken of elimineren van risico’s.

Onvoldoende ambtelijke capaciteit: de grote maatschappelijke dynamiek, vele bestuurlijke wensen en zeer krappe arbeidsmarkt kunnen zorgen voor onvoldoende ambtelijke sturings­ mogelijkheden (juridisch planologisch, ontwerp, procesbegeleiding en management). Dit kan leiden tot een onevenwichtige verdeling van functies en suboptimale ruimtelijke keuzes. De hoge druk op de woningmarkt en de bestuurlijke ambities zorgen voor een forse toename van de vraag naar juridische (planologische) vastlegging in bestemmingsplannen/omgevingsplan en voor stedenbouwkundige en planologische advisering.

Prioritering door in overleg met opdrachtgevers de capaciteit en behoefte af te stemmen. Prioritering door de capaciteitsvraag en werving binnen Ruimte en Duurzaamheid centraal aan te sturen. Brede inzet op werving en bezetting van vaste en tijdelijke medewerkers via stages, traineeplekken, startersbanen en omscholing.

41

H3.1.1

Actuele risico’s

Maatregelen

Onvoldoende planvoorraad op middellange termijn. Ondanks het grote aantal woningen dat binnen de huidige gebiedsontwikkeling wordt voorbereid, loopt de planvoorraad op de middellange termijn terug. Hierdoor komt op de middellange termijn de bouwambitie onder druk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13273067/1