CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Begroting 2023.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 13 oktober 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: De Begroting 2023 (VN2022-030500)48.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

3.1.4 Wonen We streven naar voldoende beschikbaarheid van betaalbare, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen. Om dit te realiseren stellen we regels op voor de verdeling van woonruimte om ervoor te zorgen dat de schaarse woningen zo eerlijk mogelijk verdeeld worden en beschikbaar komen en blijven voor de huishoudens die dat het hardst nodig hebben. Om ervoor te zorgen dat woningen worden gebruikt waarvoor deze zijn bedoeld stellen we regels op voor het gebruik van woningen voor toeristische verhuur, kamerverhuur en het tegengaan van leegstand. We zien toe op de naleving van deze regels en handhaven op het woninggebruik. Daarnaast zetten we ons in voor de verbetering van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad in het algemeen en in het bijzonder de verduurzaming onder andere door het isolatieoffensief en de aanpak van energiearmoede met behulp van kleine energiebesparende maatregelen. In Zuidoost zetten we bovendien groots in op de kwaliteitsverbetering en verduurzaming van de voorraad met behulp- van het Volkshuisvestingsfonds.

3.1.5 Vastgoed We zetten ons gemeentelijke vastgoedbezit in om maatschappelijke voorzieningen duurzaam, toegankelijk, betaalbaar en in de hele stad te huisvesten. Onze vastgoedportefeuille verhuren we voor een groot deel aan een zeer verschillende groep huurders waar van het grootste deel aan maatschappelijke huurders. De belangrijkste opgaven voor 2023 lichten we hierna toe. De geplande verkoop van commercieel vastgoed moet de komende jaren in totaal 34 miljoen netto aan opbrengsten te genereren. Daarnaast e werken we aan het opzetten en uitwerken van een visie op gemeentelijk vastgoed om maatschappelijke voorzieningen in de stad goed te faciliteren. Verder wordt er aandacht besteed aan de monitoring van de maatwerkregeling is voor huurders die is opgezet in de periode van Corona. Deze moet steeds geactualiseerd worden mede omdat de terugbetalingsregeling is gestart per 1 juli 2022.

3.1.6 Duurzaamheid en milieubeheer Voor een toekomstbestendige en gezonde stad werken we aan de energietransitie en een circulaire economie. Onze doelstellingen bepalen we samen met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. We letten er op dat de transitie naar een duurzame leefomgeving de ongelijkheid in de stad niet vergroot en bijdraagt aan een verantwoorde groei. Haalbaarheid en betaalbaarheid zijn belangrijke uitgangspunten voor ons. Met gebruikmaking van de methode van de donuteconomie maken we bij de verduurzaming van de stad de koppeling met de ruimtelijke, sociale en economische aspecten om zo bij te dragen aan brede welvaart. We continueren de aanpak uit de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 met een breed maatregelenpakket dat zich richt op energiebesparing en isolatie, het aardgas­ vrij maken, verduurzamen van energiebronnen (zon, wind en warmte), uitstootvrij maken van mobiliteit en de benodigde energie-infrastructuur (zowel in de stad als ten behoeve van de haven en industrie). In 2030 zijn we verplicht om 50 procent minder nieuw gewonnen grondstoffen gebruiken en uiterlijk in 2050 volledig circulair zijn. Als onderdeel van de realisatie van de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 komen we in 2023 met de Agenda Circulair met daarin uiteengezet welke stappen in deze bestuursperiode worden gezet om die doelen te halen.

Begroting 2023

28

H3.1

3.1.7 Begraafplaatsen en crematoria De gemeente Amsterdam kent dertien gemeentelijke begraafplaatsen en twee gemeentelijke crematoria met rouwcentra: begraafplaats/crematorium De Nieuwe Ooster (stadsdeel Oost) en begraafplaats/crematorium De Nieuwe Noorder met zeven dorpsbegraafsbegraafplaatsen (stadsdeel Noord), begraafplaats Driemond (stadsdeel Zuidoost), begraafplaatsen Carspelhof en Landscroon (Weesp) en de - voor begraven – gesloten begraafplaats Huis te Vraag (stadsdeel Zuid). De gemeentelijke begraafplaatsen/crematoria verzorgen ongeveer 35 procent van alle uitvaarten van overleden Amsterdammers. Het overgrote deel van deze uitvaarten vindt plaats op De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder. De aanwezigheid van een grote, onafhankelijke neutrale aanbieder zorgt voor een stabiele factor in de Amsterdamse uitvaartbranche. Behalve begraafplaats Zorgvlied (gemeente Amstelveen) zijn de overige begraafplaatsen en crematoria binnen de gemeentegrenzen in private handen. Met de tariefstelling van grafrechten en bijdrage voor het algemeen onderhoud van de begraafplaats wordt geprobeerd de financiële belemmering om te kiezen voor begraven versus cremeren te verminderen. Doel is dat de keuze minder gestuurd wordt door het financiële aspect maar dat meer Amsterdammers hierbij hun gevoel kunnen volgen.

Alle begraafplaatsen zijn stiltegebieden en hebben een hoge natuurwaarde en een belangrijke maatschappelijke functie. De Nieuwe Ooster maakt daarnaast deel uit van de ecologische hoofdgroenstructuur. Vanaf 2021 is het mogelijk geworden om een graf voor onbepaalde tijd te kopen op de Begraafplaatsen De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder. Aangezien deze graven niet geruimd worden, dient richting toekomst voldoende begraafcapaciteit gegarandeerd te kunnen worden. Het jaarlijks signaleren van een eventuele toename in de behoefte aan graven voor onbepaalde tijd biedt voldoende garanties om tijdig in te kunnen spelen op een eventueel dreigend ruimtegebrek op de lange of zeer lange termijn.

Investeringen De gemeentelijke kosten samenhangend met de grondproductie worden opgenomen in de grondexploitaties. Grondexploitaties zijn de meerjarenbegrotingen van de ruimtelijke projecten, waarin kosten van het verwerven, sloopwerken, bouw- en woonrijp maken van de grond zijn opgenomen evenals de inkomsten uit de

Begroting 2023

erfpachtuitgifte van de grond. In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties Vereveningsfonds en Zuidas (MPG) en de actualisatie van het MPG in het najaar (het AMPG) wordt gerapporteerd over de realisatie van deze grondexploitaties en wordt een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht gemeenten om jaarlijks de saldi van de grondexploitaties vast te stellen. Dit gebeurt jaarlijks op basis van het MPG waarin zowel de grondexploitaties van het Vereveningsfonds als de Zuidas zijn opgenomen.

Thema’s per programma Digitale stad / informatie • Digitaal ontsluiten van informatie over de fysieke leefomgeving is één van de pijlers van de nieuwe Omgevingswet en krijgt daarom veel aandacht en inzet. • De afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in informatievoorziening (IV) om de sterk verouderde applicaties voor de ondersteuning van woonruimteverdeling, urgentieverlening en vergunningverlening te vernieuwen. Dat heeft ertoe geleid dat deze processen voor een belangrijk deel gedigitaliseerd plaatsvinden. Deze ontwikkeling zetten we voort. • Het programma IV-vernieuwing stelt ons in staat meer datagestuurd te handhaven. • We ontsluiten steeds meer informatie voor inwoners zodat zij digitaal inzage hebben in de informatie op het gebied van woonruimteverdeling en woninggebruik. • Digitale middelen worden ingezet om bewoners, bedrijven en andere partijen in de stad te informeren en te betrekken bij duurzaamheid. Voorbeelden hiervan zijn het platform Nieuw Amsterdams Klimaat en de Duurzame Wegwijzer. • Op de website van de begraafplaatsen De nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder is alle relevantie informatie over onze dienstverlening te vinden. De digitale opslag van gegevens van graven, overledenen en rechthebbenden worden op een plek opgeslagen waarvan het beheer bij onze eigen afdeling informatievoorziening is belegd.

Democratisering • Ruimtelijke ordeningsprocessen zijn bijna altijd participatieprocessen en verschillende ontwikkelingen binnen het programma onderdeel Ruimtelijke ontwikkeling zijn gericht zich op het vergroten van de ruimte voor inwoners/ondernemers om meer invloed op beleid uit te kunnen oefenen en ruimte te nemen om zelf initiatieven van de grond te krijgen. • Bij de gebiedsontwikkeling geven wij invulling aan de doelstellingen met betrekking tot participatie. • Participatie is voor het realiseren van de doelstellingen op het gebied van wonen van essentieel belang. De eerlijke verdeling van woonruimte, de regels om woningen

29

H3.1

beschikbaar te krijgen en houden voor de kwetsbaarste huishoudens en de regels voor het gebruik van woningen gaat iedereen aan. We vinden het belangrijk dat er ruimte is voor de inbreng van bewoners en andere belanghebbenden bij het opstellen van deze regels. • De gemeentelijke begraafplaatsen/crematoria verzorgen ongeveer 35 procent van alle uitvaarten van overleden Amsterdammers. Het overgrote deel van deze uitvaarten vindt plaats op De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder.

Duurzaamheid • Ruimtelijk beleid en duurzaamheid zijn zeer nauw verweven. Verdichten van de bestaande stad is in zichzelf duurzaam en ruimtelijk beleid zorgt ook dat de ruimtebehoefte van duurzaamheidsmaatregelen wordt ingepast in de ontwikkeling van de stad. • Verduurzaming van de gebouwde omgeving middels het hanteren van duurzaam­ heidsnormen in de gebiedsontwikkeling. • Met behulp van het volkshuisvestingsfonds wordt grootschalig geïnvesteerd in renovatie en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad in Zuidoost. • We investeren in de bestrijding van energiearmoede door het aanbieden van kleine woningaanpassingen om energie te besparen. • We lanceren een grootschalig isolatie-offensief, samen met woningbouwcorporaties en het Rijk. We zetten extra in op het treffen van isolatiemaatregelen, zoals het vervangen van enkel glas, met de focus op woningen met een slecht energielabel in wijken die dat het hardst nodig hebben. • De begraafplaatsen spannen zich in voor een duurzame bedrijfsvoering. Zo wordt het afval zoveel mogelijk gescheiden ingezameld. De begraafplaatsen voeren een actief beleid om autoverkeer op het park terug te dringen, ter behoud van rust en groen. Ook wordt het park ecologisch beheerd – bestrijdingsmiddelen worden alleen gebruikt indien strikt noodzakelijk – en de oevers zijn ecologisch aangelegd.

Uniek in Nederland is het beleid ten aanzien van het behoud van monumentale grafstenen; hoewel zeer arbeidsintensief restaureert De Nieuwe Ooster deze waar kan. Verder werkt de begraafplaats toe naar hergebruik van grafmonumenten, voor paden en nieuwe grafstenen. • Het gedenkpark De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder beslaan samen in totaal 41 hectare en zijn onderdeel van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur. Door hun omvang en karakter zijn de parken een belangrijke groene plek in de stad, die bovendien een bijdrage levert aan de terugdringing van het CO2-gehalte in Amsterdam. De grote variatie aan vogels en andere dieren vinden op De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder niet alleen voedsel en schuilgelegenheid, maar ook de rust die noodzakelijk is om te kunnen broeden. De Nieuwe Ooster is ook een arboretum (Bomenpark). Het bomenpark telt maar liefst ruim 1.000 verschillende soorten bomen, bijna 3.000 in totaal.

Begroting 2023

Kansengelijkheid • Via ruimtelijke ordening kan sterke invloed worden uitgeoefend op de financiële en letterlijke (ruimtelijke) bereikbaarheid van woonfuncties en economische en maatschappelijke voorzieningen in de stad en een evenwichtige verdeling over de stad, zodat alle inwoners toegang hebben tot groen, sport en andere voorzieningen in of nabij hun woonomgeving. • Het verbeteren van woon- en werkgebieden bij gebiedsontwikkeling in ontwikkel­ buurten. • We spannen ons in om van Amsterdam een stad te maken waar wonen betaalbaar is, passend bij de financiële situatie van elk huishouden. • De woningmarkt is toegankelijk voor iedereen met een passende woningkwaliteit bij iedere levensfase. We zorgen voor onze bewoners door hen een passende woonplek te bieden met de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben. • We stellen de bewoners in de gelegenheid zelf keuzes te maken voor hun woon­ situatie en leefomgeving. • We zetten in op het bestrijden van energiearmoede door energielasten van mensen met lage inkomens te verlagen. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen mee moet kunnen doen en klimaatbeleid ook ten goede komt aan mensen met een smallere beurs door verlaging van de woonlasten. Met partners in de stad werken we aan baankansen en omscholing in duurzame bouw en techniek. Dit levert zowel een bijdrage aan de banen voor alle bewonersgroepen als aan de verduurzaming.

• De medewerkers van de begraafplaatsen en crematoria werken in een veilige (werk) omgeving. Medewerkers beseffen terdege dat het werk wat ze doen dienst­ verlenend is en wat ze doen ertoe doet. Dat zorgt voor plezier in het werk en dat komt de organisatieontwikkeling ten goede. Daarnaast biedt het uitgebreide programma met activiteiten voor alle doelgroepen de mogelijkheid kennis te maken met de groene, literaire en kunstzinnige uitingen in het gedenkpark.

Gebiedsgericht werken • Ruimtelijke ontwikkeling is sterk gebiedsgericht van karakter omdat veel ruimtelijke opgaven vertaald worden in concrete gebieds- of locatieontwikkeling en omdat veel initiatieven die de aanzet of aanleiding geven tot planvorming op buurt- of wijkniveau ontstaan. • Verbeteren van de openbare ruimte vanuit de gebiedsontwikkeling, zoals vergroening en ruimte voor sport en spel. • Bij het ontwikkelen en evalueren van beleid voor de verdeling van woonruimte en het woninggebruik houden we rekening met hoe het beleid uitwerkt in de verschillende stadsdelen. Het is essentieel dat signalen en kennis uit de stadsdelen worden meegenomen bij de beleidsontwikkeling en aanleiding kunnen zijn om een nieuw beleidsonderwerp op te pakken. • Veel duurzaamheidsactiviteiten in de stad zijn gebiedsgericht. Het betreft activiteiten

30

H3.1

die zijn afgestemd op de kenmerken en mogelijkheden van de verschillende gebiedsdelen om zo optimale resultaten te behalen. Voorbeelden hiervan zijn de buurtgerichte aanpak aardgasvrij, faciliteren van duurzame initiatieven in stadsdelen, duurzame gebiedsontwikkeling, projecten in het Haven- en Noordzeekanaalgebied, verduurzaming bedrijventerreinen en gebiedsgerichte collectieve inkoopacties.

Begroting 2023

31

H3.1.1

3.1.1 Ruimtelijke ontwikkeling Ruimtelijke ordening zorgt voor een stad en regio die goed functioneren door ruimtelijke visievorming, planontwikkeling, ruimtelijke kaderstelling, samenwerking met partners en bouwplanadvisering.

Coalitieakkoord Opstellen Ontwikkelstrategie In 2023 wordt de Ontwikkelstrategie 2035 opgeleverd, als opvolger van Koers 2025. Dit product geeft richting aan de hele keten van gebiedsontwikkeling, van strategie tot realisatie, en maakt onderscheid tussen de korte, middellange en lange termijn. Het is een concrete invulling van de in de Uitvoeringsagenda Omgevingsvisie aangekondigde versterking van de stedelijke programmering en de ambitie om langjarig ruimte te bieden voor 7.500 nieuwe woningen per jaar. De Ontwikkelstrategie wordt opgesteld in samenspraak met Rijk, regio en investerende partijen in de stad. Daarbij is ook aandacht voor tijdelijke oplossingen. Hiermee dragen we bij aan de versnellingswens, zoals geformuleerd in het coalitieakkoord, en geven we richting in dilemma’s op het snijvlak van woningbouwambities, complete stadsontwikkeling en beperkte beschikbaarheid van middelen. In dat kader zullen in 2023 naast de ontwikkelstrategie zelf (eind 2023), een aantal nader te bepalen tussenproducten worden opgeleverd.

Herziening groen- en sportnormen In 2023 wordt een voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd voor herziening van de sport- en groennormen. Deze herziening moet vanaf 2026 een structurele bezuiniging opleveren en vanaf 2024 al tot besparingen gaan leiden. De herziening geeft inzicht in de mogelijkheden om de groen- en sportnorm te actualiseren, om flexibeler met de normen om te gaan en om een gecombineerde norm voor groen, sport en spelen in de openbare ruimte in te voeren. Hierbij wordt gekeken hoe we bestaande sportaccommodaties intensiever kunnen gebruiken en hoe we rekening kunnen houden met reeds aanwezig groen in de omliggende gebieden.

die als ‘ankerlocatie’ fungeert voor deze gemeenschap en die aanjager kan zijn van allerlei initiatieven op verschillende plekken in de stad en de regio.

Actualisatie hoogbouwbeleid In 2023 wordt een voorstel voorgelegd aan het bestuur voor de actualisatie van het hoogbouwbeleid. In de Omgevingsvisie (2021) is aangegeven dat het huidige hoogbouwbeleid (uit 2011) in grote lijnen gecontinueerd kan worden maar wel op onderdelen aanpassingen vereist om aan de ene kant (meer) ruimte te bieden aan verdichting door middel van hoogbouw (gezien de grote vraag naar woningen en werkfuncties die zich voor een deel goed laten inpassen via hoogbouw), met name rond OV-knooppunten, en aan de andere kant steviger te sturen op zorgvuldige inpassing in de stad en het beschermen van waardevolle gebieden. De actualisatie van het beleid dient ook om de (vergunning)processen rondom hoogbouwinitiatieven te vereenvoudigen.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? We zorgen voor (wettelijke) kaderstelling en integrale ruimtelijke visievorming op verschillende schaalniveaus. Kaderstelling en visievorming op het schaalniveau van regio, stad en stadsdelen/ gebieden zorgt er voor dat nieuwe beleidsopgaven vertaald worden in uitvoerbaar beleid, zodat maatschappelijke effecten bereikt kunnen worden. Deze kaderstelling en visievorming heeft zowel betrekking op thematisch beleid (zoals groen, water of bouwen) als op gebiedsgericht beleid. Met deze activiteiten zorgt de gemeente dat we voldoen aan wettelijke taken om beleid op orde te hebben en geven we invulling aan onze ambities als gemeente in het domein van de fysieke leefomgeving.

Locatiekeuze experimentele woon-werkgemeenschap

We zorgen voor integrale en kwalitatieve afwegingen bij inzet en prioritering ruimtelijke ontwikkeling.

In 2023 wordt een voorstel voorgelegd aan het bestuur voor het aanwijzen van een locatie voor een permanente experimentele woon-werkgemeenschap. Om een cultuur van vernieuwers en vrijdenkers (‘tegencultuur’) in de stad letterlijk en figuurlijk ruimte te bieden is het belangrijk dat er een permanente plek in de rafelranden van de stad is

Wij richten ons op het optimaliseren van de beleidsprocessen voor de fysieke leef­ omgeving, zodat de beoogde maatschappelijke effecten worden bereikt. Dit betreft zowel de inhoudelijke kant (integrale verbinding en afweging van beleid gericht op

Begroting 2023

32

H3.1.1

maximale effecten op de omgevingskwaliteit) als het aspect tijd (welke keuze met betrekking tot prioriteren en volgordelijkheid van de per definitie gelimiteerde inzet van geld en capaciteit leidt tot de hoogste maatschappelijke effecten?).

We bewaken de ruimtelijke kwaliteit; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) is vanuit een onafhankelijke positie verantwoordelijk voor het bewaken, adviseren en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit van Amsterdam. Wij richten ons op het waarborgen van voldoende kwaliteit in de fysieke leefomgeving voor inwoners, ondernemers, bezoekers en toekomstige generaties. Door het onafhankelijke laten toetsen van vergunningen, advisering met betrekking tot aanwijzen van beschermde gezichten of monumenten en integrale advisering op gebiedsontwikkelingen geven we invulling aan de wettelijke taken en onze ambities als gemeente om de ‘schoonheid’ van de stad te behouden, te versterken en zorgvuldig om te gaan met cultuurhistorische waarden.

Recreatieschappen Inzet op regionaal groen en de recreatiegebieden: de Provincie en de deelnemende gemeenten in de recreatieschappen: • Recreatieschap Groengebied Amstelland • Recreatieschap Twiske Waterland • Recreatieschap Spaarnwoude De uittreding van Amsterdam samen met de provincie Noord-Holland uit het Goois Natuurreservaat is in 2022 definitief gemaakt en financieel afgehandeld. Op basis van de adviezen van het governance-onderzoek uit 2021 is het bestuursbureau voor de recreatieschappen ingericht dat naast de beheerstaken ook een meer beleidsmatige rol vervult. De gemeente Amsterdam oefent geen directe invloed uit op de bezoekers­ aantallen vanwege de minderheidspositie in de besturen. Via goede recreatieve verbindingen en promotie kan Amsterdam het gebruik wel verder stimuleren.

Financiële toelichting

We leveren een bijdrage aan de samenhang in het beheer en de ontwikkeling van het regionale landschap rond Amsterdam.

(bedragen x € 1 miljoen)

We bieden voldoende recreatiemogelijkheden voor inwoners van Amsterdam en versterken landschappelijke en natuurlijke waarden rondom de stad. Als grote en dichtbevolkte stad met een hoge gebruiksdruk op het binnenstedelijke groen zijn de groen- en recreatiegebieden rondom de stad van groot belang voor de leefbaarheid, ontspanning en gezondheid van de inwoners.

Baten

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving werken we rond bouw, milieu en bodem samen met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Wij zijn samen met drie andere gemeenten eigenaar van de Omgevingsdienst. De samen­ werking is gebaseerd op een Gemeenschappelijke Regeling. De OD NZKG werkt in opdracht en mandaat van het college van B en W. Afspraken over de samenwerking leggen we vast in een uitvoeringsovereenkomst, die we jaarlijks bijwerken. Hierin staan onder andere de te leveren producten en diensten. In 2022 is door de fusie het grondgebied van Weesp toegevoegd aan het werkingsgebied van de OD NZKG.

Begroting 2023

Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 16,1

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

39,0

9,2

13,6

12,3

11,2

10,7

Saldo Baten en Lasten

-22,9

-8,6

-13,6

-12,3

-11,2

-10,7

Onttrekking

0,9

-0,1

2,1

2,4

1,0

1,0

Toevoeging

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

0,7

-0,1

2,1

2,4

1,0

1,0

-22,2

-8,7

-11,5

-9,8

-10,2

-9,7

Totaal Programmaonderdeel 1.1 Ruimtelijke ontwikkeling

Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn kleiner dan € 1,0 miljoen, deze lichten we niet toe.

33

H3.1.1

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 13,6 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Dit betreft de gegenereerde omzet van declarabele uren, welke volgens de huidige boekingssystematiek als negatieve lasten wordt weergegeven (€ 68,0 miljoen). • Apparaatskosten (€ 62,7 miljoen). • Beleidsbudgetten voor ruimtelijke ordening (€ 7,1 miljoen). • Voorstel coalitieakkoord C11.2 Gebiedsontwikkeling (€ 3,0 miljoen). • Beleidsbudgetten voor openbare ruimte en groen (€ 1,1 miljoen). • Voorbereiding van de realisatie van De Oeverlanden (€ 1,0 miljoen). Dit is plan­ vorming op basis van de ontwikkelstrategie Landschapspark De Oeverlanden. • Exploitatiebijdragen aan de recreatieschappen: Amsterdam is deelnemer in Groengebied Amstelland, Spaarnwoude en Twiske-Waterland (€ 3,1 miljoen). Digitaliseren van het bouwarchief van Amsterdam en Amstelveen (€ 0,5 miljoen). • Implementatie van de Omgevingswet inclusief de omgevingsvisie (€ 0,4 miljoen). • Herontwikkeling van het gebied Havenstad (€ 0,5 miljoen). • Verkenning van de mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling (Ruimte voor de Stad, € 1,1 miljoen). • Projectmanagement van IJ-Oeververbindingen (€ 1,1 miljoen).

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

De hoge en snelle woningbouwproductie geeft een risico voor de integrale kwaliteit van de stad, op gebieden als: bereikbaarheid, openbare ruimte, groen, maatschappelijke en economische voorzieningen en energievoorziening en warmte. Hierdoor is het risico aanwezig dat we de duurzaamheidsambities en de kwalitatief hoogwaardige woonmilieus die we willen niet behalen. De druk op de gemeentelijke financiën kan het risico vergroten dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor alle gewenste investeringen in publieke voorzieningen.

Binnen Ruimte voor de Stad houden we de ontwikkeling van de plancapaciteit in de gaten en brengen we daaruit voortkomende knelpunten rond de randvoorwaarden voor stedelijke kwaliteit in beeld. De Ontwikkel­ strategie Koers 2025 formuleert hierbinnen hoe we kunnen handelen. We organiseren binnen de gemeente op structurele wijze middelen voor investeringen in groen, openbare ruimte en maatschappelijke voorzieningen. Randvoorwaarden voor kwalitatieve groei krijgen eerder aandacht in de fases van het Plaberum. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 draagt zorg voor een goede verdeling van functies over de stad en geeft sturing op complexe ruimtelijke afwegingen. Zo vervult de Omgevingsvisie een belangrijke rol als beleidskader om ervoor te zorgen dat alle ruimteclaims in de stad op evenwichtige wijze worden afgewogen (‘complete stad’). Via versnelde en opgeschaalde aanpak van grote opgaven zoals dreigende congestie op het elektriciteitsnetwerk (programma EVA) wordt gewerkt aan het beperken of elimineren van risico’s. Om voldoende planontwikkeling in de komende 10 jaar mogelijk te maken wordt een nieuwe Ontwikkelstrategie, als opvolger van Koers 2025.

Onvoldoende ambtelijke capaciteit: De grote maatschappelijke dynamiek en vele bestuurlijke wensen kunnen zorgen voor onvoldoende ambtelijke sturingsmogelijkheden (juridisch planologisch, ontwerp, procesbegeleiding en management). Dit kan leiden tot een onevenwichtige verdeling van functies en suboptimale ruimtelijke keuzes. De hoge druk op de woningmarkt en de bestuurlijke ambities zorgen voor een forse toename van de vraag naar juridische (planologische) vastlegging in bestemmingsplannen/omgevingsplan.

Prioritering door in overleg met opdrachtgevers de capaciteit en behoefte af te stemmen. Prioritering door de capaciteitsvraag en werving binnen Ruimte en Duurzaamheid centraal aan te sturen. Steeds meer bouwontwikkelingen vinden plaats in transformatiegebieden. De voorbereidingen hiervan kosten momenteel veel tijd en energie omdat we nog geen routine hebben opgebouwd met deze vorm van ontwikkeling. We verwachten dat onze omgang hiermee doelmatiger wordt naarmate we er meer ervaring mee opdoen.

Reserve Onttrekkingen reserve In de reserve IJ-Oeververbindingen is nog € 3,8 miljoen beschikbaar voor het programmamanagement van de twee projecten Sprong over het IJ en Oostbrug. De onttrekking in 2023 is € 2,1 miljoen.

Toevoegingen reserve In dit programmaonderdeel zijn er geen toevoegingen aan de reserve.

Begroting 2023

34

H3.1.1

Beleidskaders • Nationale wetgeving voor ruimtelijke ordening en bouwen, zoals de Wet op de Ruimtelijke Ordening (vanaf 2023 de Omgevingswet) die regelt hoe ruimtelijke plannen van Rijk, provincie en gemeenten tot stand komen. • De Omgevingsvisie Amsterdam 2050, waarin het toetsingskader voor de ruimtelijke plannen, voor gebiedsgericht en thematisch beleid en de investeringsagenda’s staan, en een toekomstbeeld over hoe we de fysieke leefomgeving kunnen invullen en gebruiken. • Ontwikkelstrategie Koers 2025, de stadsbrede inventarisatie en aansturing van stedelijke bouwlocaties om de gemeentelijke opgaven voor woningbouw, werkruimte en voorzieningen te kunnen vervullen. Deze ontwikkelstrategie wordt in 2022-23 geactualiseerd met een horizon van 10-15 jaar. • MRA agenda, de actie­agenda van de Metropoolregio Amsterdam voor de periode 2020 tot en met 2024 (ruimtelijk vertaald in de regionale Verstedelijkingsstrategie).

Begroting 2023

35

H3.1.2

3.1.2 Grond Het duurzaam realiseren van de gewenste woningbouwproductie in gemengde wijken.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Coalitieakkoord • We streven ernaar langjarig 7.500 woningen te bouwen waarbij 40 procent sociaal, 40 procent middensegment en 20 procent vrije sector het uitgangspunt blijft. • We werken een nieuwe ontwikkelstrategie uit om te zorgen dat Amsterdam langjarig kan voorzien in de bouw van nieuwe woningen. • Bij de bouw houden we rekening met de behoeften van de woningzoekenden in de stad. Dat betekent onder andere dat er een goede mix in woninggrootte is. • We bezien in hoeverre we de projecten in de stedelijke ontwikkeling kunnen versnellen en versimpelen. Daartoe maken we samenwerkingsafspraken met corporaties en met institutionele beleggers en grote ontwikkelaars.

De cijferreeksen in dit programmaonderdeel zijn over het algemeen nog gebaseerd op het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2022 (MPG) dat in juni door de gemeenteraad is vastgesteld. Aanvullend daarop zijn de in het Coalitieakkoord opgenomen afdrachten uit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen in de begroting opgenomen. Over de feitelijke ontwikkelingen wordt periodiek separaat gerapporteerd bij het MPG en de actualisatie van het MPG (AMPG).

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? GEM Lutkemeer (CV, GEM Lutkemeer BV, Gemeente Amsterdam, Participatie Lutkemeer BV (GAP)) / Schiphol Area Development Company (SADC) Amsterdam werkt samen met SADC in een deelneming (Lutkemeer CV/BV) aan de ontwikkeling van het Businesspark Amsterdam Osdorp in stadsdeel Nieuw-West.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)

Het Amsterdams Akkoord gaat uit van een verantwoorde groei. We streven naar een jaarlijkse start bouw van 7500 woningen in de verhouding 40 procent sociaal, 40 procent middelduur en 20 procent markt. Het programmaonderdeel Grond is daarbij sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. Onzekerheid over deze marktontwikkelingen zal een onmiskenbaar effect hebben op het Vereveningsfonds. Omdat het Vereveningsfonds (inclusief de reserve Zuidas) een afgescheiden financieel onderdeel vormt van de gemeentebegroting, raken kosten en opbrengsten van grondexploitaties niet direct de algemene middelen. Vanzelfsprekend raakt dit wel de financiële stromen binnen het Vereveningsfonds en is dit van invloed op de mogelijkheid om nieuwe verlieslatende plannen te starten en te voldoen aan de afdrachten uit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen.

Begroting 2023

Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Baten

952,2

513,6

482,5

707,5

549,9

591,3

Lasten

795,9

510,8

526,1

625,7

532,3

555,6

Saldo Baten en Lasten

156,3

2,8

-43,6

81,8

17,6

35,7

Onttrekking

262,8

200,6

144,2

144,0

154,4

162,3

Toevoeging

309,5

163,0

104,0

220,2

163,8

186,3

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-46,7

37,6

40,3

-76,2

-9,5

-24,0

Totaal Programmaonderdeel 1.2 Grond

109,6

40,3

-3,3

5,6

8,1

11,6

36

H3.1.2

Het programmaonderdeel Grond heeft voornamelijk betrekking op grondexploitaties. De opbrengsten en kosten in de grondexploitaties kunnen van jaar tot jaar sterk verschillen. De financiële ontwikkelingen moeten daarom over de gehele looptijd van de grondexploitaties worden bezien. De huidige meerjarenbegroting is gebaseerd op het MPG 2022. Een uitgebreide toelichting op de meerjarige ontwikkelingen in de gemeentelijke grondexploitaties en de samenhangende fondsen is opgenomen in de aparte paragraaf ’Grondbeleid’ in deze begroting. Het overgrote deel van de baten en lasten in dit programmaonderdeel wordt verrekend met de balans of reserves en heeft daardoor geen relatie met de algemene middelen. In de begroting is uitgegaan van een afdracht vanuit de reserve Vereveningsfonds aan de algemene middelen van € 22,2 miljoen in 2023 oplopend tot € 38,2 miljoen structureel vanaf 2026.

Baten De baten in dit programmaonderdeel in 2023 zijn € 482,5 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Erfpachtuitgiften en overige baten in de grondexploitaties (€ 396,6 miljoen). • Winstnemingen en planafsluitingen (€ 73,0 miljoen). Dit zijn afdrachten uit de grond­ exploitaties aan de reserve Vereveningsfonds als gevolg van baten uit het verleden. • Erfpachtbaten en bijdragen van woningcorporaties als meerwaarde ontstaat bij canonherziening (aan het einde van een tijdvak) of bij verkoop of liberalisering van sociale woningen (€ 12,9 miljoen). Dit is conform de samenwerkingsafspraken met de corporaties. Deze baten worden aan de reserve vereveningsfonds toegevoegd.

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn in 2023 € 526,1 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Projectuitgaven, zoals het bouwrijp maken van grond, het inrichten van de openbare ruimte en infrastructurele werken en projectmanagement in de grondexploitaties. (€ 475,0 miljoen). • Administratieve verrekeningen met balansposten (€ 51,1 miljoen). Dit zijn geen uitgaven, maar technische verrekeningen met de balans. Deze technische verrekeningen zijn nodig om grondexploitaties saldoneutraal in de exploitatie te laten verlopen.

Begroting 2023

Reserves De lasten en baten in programmaonderdeel 1.2 Grond worden grotendeels verrekend met balansposten, waaronder de reserve Vereveningsfonds en de reserve Zuidas. Daarnaast wordt een beperkt deel ten laste gebracht van het Stedelijk mobiliteitsfonds. In dit programmaonderdeel wordt in 2023 € 144,2 miljoen onttrokken en wordt € 104,0 miljoen toegevoegd aan de reserves. Van de onttrekking van € 144,2 miljoen wordt in 2023 € 22,2 miljoen afgedragen aan de algemene middelen. De resterende onttrekking van € 122,0 en de toevoeging van € 104,0 miljoen bestaan uit: • Een onttrekking van € 92,9 miljoen voor lasten in projecten die vanuit het oogpunt van prudentie direct ten laste worden gebracht van de reserve Vereveningsfonds en apparaatskosten die indirect aan de grondexploitaties worden toegerekend. Een toevoeging van € 81,9 miljoen aan de reserve Vereveningsfonds als gevolg van winstnemingen en planafsluitingen, indexatievergoeding en inkomsten uit erfpachtafspraken. • Een onttrekking van € 29,2 miljoen voor lasten in het project Zuidasdok en apparaatskosten die indirect aan de grondexploitaties worden toegerekend en een toevoeging van € 22,0 miljoen aan de reserve Zuidas als gevolg van winstnemingen, planafsluitingen en de indexatievergoeding.

Risicobeheersing Risico’s

Maatregelen

Gebiedsontwikkeling heeft een lange looptijd en kent een grote mate van onzekerheid. Bij de actualisatie van de grondexploitaties moet noodzakelijkerwijs worden uitgegaan van langjarige aannames. Bij de realisatie van de plannen zal blijken dat de werkelijkheid zal afwijken van deze aannames. Door G&O en Zuidas wordt een gezamenlijke scenarioanalyse uitgevoerd, deze is opgenomen in het MPG. De grootste generieke risico’s en onzekerheden zijn gelegen in verslechterende marktomstandigheden.

Om de relatief grote risico’s te beheersen zijn verschillende beheersmaatregelen getroffen. De belangrijkste is dat reserveringen worden getroffen bij majeure (voor)investeringen en het gaan anticiperen op de toekomstige bovenplanse voorzieningen. Daarnaast wordt er een financiële buffer aangehouden in de reserves om project specifieke risico’s op te vangen en om in geval van crisis de proceskosten te kunnen dekken die niet meer terugverdiend kunnen worden. Deze financiële buffer wordt het weerstandsvermogen genoemd. Verder worden direct verliesvoorzieningen gevormd voor projecten met een geraamd financieel tekort.

37

H3.1.2

Beleidskaders • Structuurvisie Amsterdam 2040: economisch sterk en duurzaam. • Spelregels voor woningbouwprogrammering: de spelregels gaan over de toepassing van de gewenste woningbouwprogrammering (40 procent sociale huurwoningen, 40 procent middeldure huur- en koopwoningen en 20 procent dure huur- en koopwoningen) in de projecten. • In het woningbouwplan 2018-2025 staat de ambitie voor de nieuwbouw de komende jaren. De ambitie is om gemiddeld 7.500 woningen per jaar en gemiddeld 2.500 sociale huurwoningen door corporaties en 1.670 middeldure huurwoningen aan de woningvoorraad toe te voegen. Deze ambitie maken we waar door nieuwe woningen te bouwen, maar ook door transformatie van bestaande (monofunctionele) gebieden. • Vervolg Actieplan Meer Middeldure Huur 2020: in dit actieplan zijn de voorwaarden voor nieuwe middeldure huurwoningen met een instandhoudingstermijn van 25 jaar in 2020 herijkt. Verder is dit plan het beleidskader voor het realiseren van eeuwigdurende middeldure huurwoningen. • Plaberum: procesbeschrijving die dient als leidraad voor de inrichting van de planvorming van ruimtelijke projecten. • Kantorenplan 2019-2026: Dit plan moet zorgen voor een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt, waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woon-werkmilieus beschikbaar zijn voor de netto uitbreidingsvraag van 125.000 m2 kantoor per jaar.

• Selectiebeleid woningcorporaties: corporaties hebben een voorrangspositie bij de bouw van sociale woningen. Het selectiebeleid woningcorporaties beschrijft hoe het proces verloopt om voor een kavel te komen tot een selectie van een corporatie. • Grondprijsbeleid: het beleid op basis waarvan de grondwaardes worden berekend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid voor nieuwe uitgiftes en het beleid voor de bestaande erfpachtrechten.

Begroting 2023

38

H3.1.3

3.1.3 Erfpacht Het beheren van de door de gemeente Amsterdam uitgegeven erfpachtrechten en het uitvoeren van de overstapregeling naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Coalitieakkoord • We voeren een spijtoptantenregeling in voor erfpachters die vóór 8 januari 2020 erfpachter waren en aan alle overstapvoorwaarden voldeden. Deze regeling wordt zo breed mogelijk opgezet onder die voorwaarden dat de regeling uitvoerbaar moet zijn. Alle spijtoptanten worden geïnformeerd, waarbij de hefboomwerking door een stijgende WOZ-waarde wordt uitgelegd. Spijtoptanten hebben na ontvangst van de informatie 6 maanden de tijd om gebruik te maken van de spijtoptantenregeling. • De overstapkorting blijft, met terugwerkende kracht, staan op 35 procent in plaats van dat deze terugvalt naar 25 procent. • We voeren een vaste, onafhankelijke, externe adviescommissie die op basis van een vast beoordelingskader voorgenomen erfpacht beleids- en rekenwijzigingen beoordeelt. Ook onderzoeken we de invoering van een onafhankelijke geschillencommissie waarbij onder meer de reikwijdte en afbakeningen van deze commissie nog nader wordt onderzocht. Door het erfpachtstelsel houdt de gemeente grip op het gebruik van de grond en komt de waardevermeerdering van de grond die ontstaat bij functiewijzigingen of bij het einde van een tijdvak, ten goede aan de gemeenschap. We doen dit door grond uit te geven in erfpacht bij nieuwe vastgoedontwikkelingen en door de bestaande erfpachtrechten te beheren.

Tot 8 januari 2020 bestond de mogelijkheid om tegen gunstige voorwaarden over te stappen naar het eeuwigdurende stelsel. De verwerking van de grote hoeveelheid overstapaanvragen (circa 165.000) is door de verscheidenheid aan erfpachtbepalingen en de verschillende benodigde databronnen een complex proces. De verwerking van de aanvragen vraagt ook in 2023 nog veel inzet. Daarnaast is een nieuwe spijtoptanten­ regeling vastgesteld om erfpachters die in eerste instantie geen aanvraag hebben ingediend of gedurende het proces de aanvraag niet hebben gecontinueerd alsnog de gelegenheid te bieden tegen gunstige voorwaarden over te stappen.

Erfpachtinformatiesysteem In 2021 is gestart met de ontwikkeling van het Nieuwe Informatie Systeem Erfpacht (programma NISE). Het nieuwe systeem is nodig, omdat het huidige systeem verouderd is, waardoor aanpassingen en onderhoud relatief duur zijn. Het nieuwe systeem zal zorgen voor meer efficiency en betere dienstverlening aan de erfpachters. Dit programma wordt in 2023 gecontinueerd en zal ook in 2024 nog doorlopen.

Nieuw erfpachtstelsel en overstapregeling In 2016 is Amsterdam voor nieuwe gronduitgiftes overgegaan van het voortdurende erfpachtstelsel met tijdvakken naar contracten op basis van eeuwigdurende erfpacht. Daarnaast heeft de gemeenteraad in 2017 een overstapregeling vastgesteld, waardoor erfpachters met een woning kunnen overstappen van het voortdurende naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Er worden geen verbonden partijen ingeschakeld voor dit programmaonderdeel.

De vraag in Amsterdam naar nieuw uit te geven grond, onder andere voor woningen en commercieel vastgoed, is groot.

Begroting 2023

39

H3.1.3

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Baten

249,4

244,1

213,8

196,6

194,9

199,7

Lasten

49,0

53,9

56,8

47,8

47,1

48,6

Saldo Baten en Lasten

200,3

190,2

157,0

148,8

147,8

151,1

Onttrekking

439,1

244,1

126,9

40,7

2,0

2,0

Toevoeging

377,7

325,9

174,5

74,4

28,9

29,2

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

61,5

-81,8

-47,6

-33,8

-26,8

-27,2

Totaal Programmaonderdeel 1.3 Erfpacht

261,8

108,3

109,3

115,1

120,9

123,9

Financiële toelichting De financiële stromen in de erfpachtexploitatie, de reserve afkoopsommen en de reserve financiering erfpachtgrond worden in dit programmaonderdeel toegelicht. In de door de raad vastgestelde Nota Financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgifte is vastgelegd hoe deze financiële stromen administratief worden verwerkt en (een deel van) de baten en lasten met de reserves worden verrekend. De financiële stromen zijn het meest eenvoudig op te splitsen in canon, reguliere afkoopsommen en afkoopsommen overstap. De canon betalende rechten zijn reguliere (jaarlijkse) inkomsten voor de algemene middelen. Deze nemen toe bij nieuwe uitgiften. De grondwaarde bij uitgifte wordt door het onderdeel erfpacht als het ware “aangekocht” van de grondexploitatie en wordt gefinancierd met een binnengemeentelijke lening. Over deze lening wordt rente betaald. • Als de canon in het voortdurende stelsel wordt afgekocht, ontvangt de gemeente een afkoopsom. Deze afkoopsom wordt aan de reserve afkoopsommen toegevoegd. De reserve Afkoopsommen is altijd gelijk aan de grondwaarde bij uitgifte. Mocht de ontvangen afkoopsom hoger (of evt. lager) zijn dan de grondwaarde), dan wordt dit verschil verrekend met de reserve financiering erfpachtgrond. • De gemeente is in 2016 overgestapt van een voortdurend erfpachtstelsel naar een eeuwigdurend erfpacht stelsel.

Een overgestapt eeuwigdurend afgekocht recht heeft geen financiële waarde meer voor de gemeente en deze rechten worden voor € 1 op de balans gezet. Bij een overstap van het voortdurend stelsel naar het

Begroting 2023

eeuwigdurend stelsel wordt allereerst de afkoopsom aangewend voor de aflossing van de bestaande grondwaarde op de balans waarna de meerwaarde conform de Nota Financiële Verantwoording Grondexploitaties en erfpachtbeheer wordt toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgrond. Van 2021 tot en met 2023 wordt in totaal € 500 miljoen afgedragen aan de algemene reserve van de gemeente, waarvan € 200 miljoen in 2023. Dit betreft de afkoopsommen uit de Overstap en dit wordt aangevuld met de reeds beschikbare middelen in de reserve Financiering Erfpachtgrond. • De rente over de reserve afkoopsommen en de reserve financiering erfpachtgrond komt ten gunste van de jaarlijkse exploitatie.

Baten De baten in dit programmaonderdeel in 2023 zijn € 213,8 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Jaarlijkse canonbaten uit niet afgekochte erfpachtcontracten van € 156,0 miljoen. De canon betalende rechten zijn reguliere (jaarlijkse) inkomsten voor de algemene middelen. Deze nemen toe bij nieuwe uitgiften. De grondwaarde bij uitgifte wordt door het onderdeel erfpacht als het ware “aangekocht” van de grondexploitatie en wordt gefinancierd met een binnengemeentelijke lening. Over deze lening wordt rente betaald (zie lasten). • Afkoopsommen Overstapregeling. Dit zijn de eenmalige afkoopsommen in het eeuwigdurende stelsel afkoopsommen minus de afwaardering van de boekwaarde (per saldo € 34,2 miljoen). Bij een overstap van het voortdurend stelsel naar het eeuwigdurend stelsel wordt allereerst de afkoopsom aangewend voor de aflossing van de bestaande grondwaarde op de balans waarna de meerwaarde wordt toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgrond. • Reguliere afkoopsommen in het voortdurende stelsel (Per saldo € 22,9 miljoen). Als de canon in het voortdurende stelsel wordt afgekocht, ontvangt de gemeente een afkoopsom. Deze afkoopsom wordt aan de reserve afkoopsommen toegevoegd. Indien de afkoopsom hoger is dan de grondwaarde wordt het verschil gedoteerd aan de reserve Financiering Erfpachtgrond.

• Overige baten zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn in 2023 € 56,8 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Beheer van het erfpachtstelsel € 32,3 miljoen, waarvan € 9,5 miljoen betrekking heeft op de overstapregeling. Dit deel wordt onttrokken uit de reserve Financiering erfpachtgrond. In het bedrag van € 32,3 miljoen is een extra toegekend structureel budget opgenomen voor inflatie (€ 0,9 miljoen). • Ontwikkeling en implementatie Nieuw Informatie Systeem Erfpacht (NISE) (€ 2 miljoen). • Rentelasten van € 22,6 miljoen.

40

H3.1.3

Reserves

Beleidskaders

De ontvangen afkoopsommen worden verrekend met de reserves Afkoopsommen Erfpacht en reserve Financiering Erfpachtgrond. Daarnaast worden de kosten van de overstapregeling onttrokken uit de reserve Financiering Erfpachtgrond.

• Diverse Algemene Bepalingen, de door de raad vastgestelde bepalingen voor het uitgeven van grond in erfpacht. • Grondprijsbeleid: het beleid op basis waarvan de grondwaardes worden berekend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid voor nieuwe uitgiftes en het beleid voor de bestaande erfpachtrechten. • Overstapregeling (inclusief nieuwe Spijtoptantenregeling), de regeling waarmee erfpachters met een woning kunnen overstappen van het voortdurende naar het eeuwigdurende stelsel.

In dit programmaonderdeel wordt in 2023 € 126,9 miljoen onttrokken en € 174,5 miljoen toegevoegd aan de reserves: • een onttrekking uit de reserve Financiering Erfpachtgrond van € 9,5 miljoen voor lasten van de Overstapregeling en een toevoeging van € 156,5 miljoen aan de reserve Financiering Erfpachtgrond, door ontvangen afkoopsommen in het eeuwigdurende stelsel, ontvangen meerwaarde in het voortdurende stelsel en erfpachters die al hadden afgekocht in het voortdurend stelsel en zijn overgestapt naar het eeuwigdurende stelsel met de keuze canon, waarvan de keuze op een later moment in de toekomst ingaat. • een onttrekking aan de reserve Afkoopsommen Erfpacht doordat rechten overgaan naar het eeuwigdurende stelsel of erfpachters die binnen het voortdurend stelsel na afloop van het tijdvak kiezen voor canon (€ 117,3 miljoen). De toevoeging van € 18,0 miljoen betreft de nieuwe erfpachtcontracten binnen het voortdurend stelsel.

Risicobeheersing Risico’s

Maatregelen

Door de vele afwijkende situaties en de complexheid van het huidige erfpachtstelsel bestaat het risico dat niet de juiste aanbieding aan de erfpachter wordt verstrekt of dat de erfpachter lang moet wachten totdat de aanvraag wordt afgewikkeld.

Beheersmaatregel is dat er een gespecialiseerd team klaarstaat om maatwerkaanbiedingen op te stellen. Om wachttijden te verkorten streven we ernaar om zoveel mogelijk (overstap-)aanvragen automatisch af te wikkelen.

Begroting 2023

41

H3.1.4

3.1.4 Wonen We streven naar voldoende beschikbaarheid van betaalbare, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? We willen dat er voldoende betaalbare woningen zijn in Amsterdam. Het is belangrijk dat de woningvoorraad voor alle typen huishoudens in alle delen van de stad toegankelijk is. Hiervoor maken we beleid om ervoor te zorgen dat de schaarse woningen zo eerlijk mogelijk verdeeld worden en beschikbaar komen en blijven voor de huishoudens die dat het hardst nodig hebben. We bieden woonondersteuning voor kwetsbare groepen en stellen gericht woningen beschikbaar voor onderwijs-, zorg- en politiepersoneel.

Woninggebruik We beschermen de (gewenste) samenstelling van de woningvoorraad en de leefbaarheid. Daarom streven we ernaar zo veel mogelijk onrechtmatig gebruik te beëindigen, leegstaande woningen weer in gebruik te (laten) nemen en opgeknapte woningen toe te voegen aan de woningvoorraad.Hiervoor stellen we regels op en we houden toezicht op en handhaven de naleving van die regels. bewoners van Amsterdam kunnen meldingen doen van een vermoeden van onrechtmatig woninggebruik. Mede op basis daarvan vinden huisbezoeken plaats en die leiden in geval de regels niet worden nageleefd tot handhavend optreden.

Amsterdamse aanpak Volkshuisvesting en Wonen/ Woonvisie

Woningen zijn bedoeld om in te wonen. Daarom maken we regels voor het gebruik van woningen voor toeristische verhuur, kamerverhuur en het tegengaan van leegstand. We zien toe op de naleving van deze regels en handhaven op het woninggebruik.

In 2023 leggen we een nieuwe Amsterdamse aanpak Volkshuisvesting en Wonen/ Woon­visie voor aan de Raad waarin we aanpak presenteren hoe we de wooncrisis willen bestrijden en ambities zoals geformuleerd in het Amsterdams akkoord te realiseren. In 2023 worden nieuwe samenwerkingsafspraken gemaakt met de woningcorporaties, huurderskoepels en gemeente. De nieuwe Amsterdamse aanpak Volkshuisvesting en Wonen/ Woonvisie is daarvoor de gemeentelijke inzet waarop de corporaties hun bod gaan realiseren. Eind 2023 worden de nieuwe samenwerkingsafspraken vastgesteld.

Woonruimteverdeling

Woonruimteverdeling

We verdelen de woningen rechtvaardig en geven voorrang aan diegenen die de woning het hardst nodig hebben. Daarom streven we ernaar dat kwetsbare huishoudens binnen 3 maanden een woning kunnen vinden en dat de gemiddelde wachttijd, voor mensen die actief zoeken naar een huurwoning, omlaag gaat. Om het tekort aan leraren, politie- en zorgpersoneel aan te pakken wijzen we daarnaast met voorrang woningen toe aan deze beroepsgroepen.

In het coalitieakkoord hebben we voor deze coalitieperiode € 18 miljoen gereserveerd voor de huisvesting van kwetsbare groepen. In 2023 werken we plannen uit hoe we deze middelen zo effectief mogelijk kunnen inzetten zodat zo veel mogelijk woningen beschikbaar komen voor deze doelgroep.

Woning kwaliteit en duurzaamheid We streven naar een toekomstbestendige woningvoorraad die duurzaam en veilig is en beschikt over een minimale basiskwaliteit. Dit doen we door het toezicht op en de handhaving van de wettelijke minimumkwaliteit. Daarnaast ondersteunen we bewoners en eigenaren bij het verduurzamen van woningen.

Begroting 2023

16 januari 2023 gaat de nieuwe woonruimteverdeling van start. Woningzoekenden krijgen wachtpunten voor het aantal jaren inschrijfduur, zoekpunten door actief te reageren op een woning en in dringende omstandigheden situatiepunten. Deze punten bepalen samen de volgorde van de reguliere woningzoekende bij het toewijzen van een woning. In 2023 wordt gestart met de uitvoering van het nieuwe beleidskader woonwagens en standplaatsen.

42

H3.1.4

Regulering (woningvoorraad) In 2023 kijken we, mede op basis van een evaluatie van het woningdeel-beleid, hoe we het woningdelen eenvoudiger kunnen maken. Ook onderzoeken we de effecten van de opkoopbescherming en de mogelijkheden om het bereik van de regeling uit te breiden. Daarnaast bereiden we de invoering voor van de Wet goed verhuurderschap voor en onderzoeken we de mogelijkheden voor het herinvoeren van de verbods­ wijken voor vakantieverhuur. In 2023 nemen we ook de gewijzigde administratieve boetes voor vakantieverhuur op in de Huisvestingsverordening. Op basis van de nieuwe leegstandsverordening die in het najaar van 2022 is vastgesteld, gaan we sneller en intensiever handhaven op leegstand en benutten we daarmee de experimenteerruimte die we van het Rijk hebben gekregen.

Verduurzamen bestaande voorraad De gemeente breidt haar inzet op energiebesparing in de bestaande woningvoorraad uit. Er wordt ingezet op korte termijn oplossingen die bewoners zelf of met hulp kunnen installeren en die bijdrage aan het beperken van het energiegebruik en daarmee energiearmoede. Tevens zijn er verschillende projecten gericht op meer structurele bouwkundige aanpassingen aan de woningen om energie te besparen, zoals isolatie. Deze projecten zijn veelal gericht op een doelgroep, zoals verenigingen van eigenaren (vve’s), corporaties of eigenaar-bewoners. In 2022 heeft Amsterdam ruim € 41 miljoen ontvangen van het Rijk uit het volkshuis­ vestingsfonds. De komende jaren kunnen huiseigenaren in een vve in Zuidoost subsidie aanvragen bij de gemeente om woningen in een vve te renoveren en tegelijkertijd te verduurzamen. De renovatie heeft tot doel het achterstallig onderhoud op te lossen, minimaal 3 energielabelstappen omhoog te maken en de inpandige installaties zoals cv-ketels en ventilatiesystemen beter te laten functioneren. In 2023 pakken we met een grote financiële impuls de energiearmoede aan. De beschikbare € 8,5 miljoen wordt ingezet om energie te besparen met kleine aanpassingen aan de woning. De Fixbrigade helpt hierbij.

Deze brigade is in te schalen voor het uitvoeren van kleine isolatiemaatregelen bij mensen thuis, het zodanig instellen van de cv-installatie dat het cv-water gelijkmatig wordt verspreid over de verwarmingselementen en het maken van een scan van de woning waardoor zichtbaar wordt waar warmte via kieren en gaten de woning ontsnapt.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Er worden geen verbonden partijen ingeschakeld voor dit programmaonderdeel.

Begroting 2023

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Baten

69,4

84,2

86,1

80,1

76,5

69,2

Lasten

142,0

176,5

158,4

156,3

130,1

120,7

Saldo Baten en Lasten

-72,5

-92,4

-72,3

-76,2

-53,5

-51,6

Onttrekking

6,5

23,9

17,4

22,8

0,0

0,0

Toevoeging

2,0

1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

4,5

22,9

17,4

22,8

0,0

0,0

-68,0

-69,5

-54,9

-53,4

-53,5

-51,6

Totaal Programma­onderdeel 1.4 Wonen

Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn € 86,1 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Opbrengsten uit de leges voor de omgevingsvergunningen en overige leges. Dit betreffen geïntegreerde vergunningen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Deze komen voort uit de Omgevingswet (€ 65,7 miljoen). • Een specifieke uitkering van het Rijk voor aanpak energiearmoede. Deze middelen worden ingezet om huishoudens te ondersteunen bij het nemen van maatregelen om de energierekening te verlagen (€ 8,4 miljoen). • Een Rijksbijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds voor woningverbetering in grote delen van Amsterdam Zuidoost. (€ 7,7 miljoen). • Baten uit opgelegde bestuurlijke boetes vanwege handhaving woninggebruik (€ 2,0 miljoen). • Een bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor projecten voor de Sanering van Verkeerslawaai (€ 1,0 miljoen). • Verschillende kleinere baten van in totaal € 1,3 miljoen die afzonderlijk kleiner zijn dan € 1,0 miljoen. Deze baten lichten we niet verder toe.

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 158,4 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Apparaatslasten voor onder andere de uitvoering van de Omgevingswet, beleidsadvisering, toezicht en handhaving Woninggebruik en behandeling van juridische zaken (€ 65,6 miljoen). • Kosten voor het opdrachtgeverschap van de projecten in de openbare ruimte bij de gebiedsgerichte aanpak (€ 18,7 miljoen).

43

H3.1.4

• Lasten voor de uitvoering van de bouwtaken en vergunningverlening door de stadsdelen voor onder andere capaciteit, kosten voor de inzet van de brandweer en juridische ondersteuning (€ 17,2 miljoen). • Subsidies aan woningcorporaties vanuit het corporatiebudget voor onrendabele vastgoedinvesteringen in de stedelijke vernieuwingsgebieden. Deze subsidies zijn bedoeld voor stimulering, herstructurering en verbetering van de woningvoorraad in Amsterdam (€ 12,0 miljoen). • Lasten voor de milieutaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving op bodemactiviteiten) van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (€ 11,2 miljoen). • Huisvesting van bijzondere en kwetsbare groepen, ouderen en statushouders (€ 8,7 miljoen). • Lasten voor de aanpak van energiearmoede. Deze middelen worden ingezet om huishoudens in een kwetsbare positie vanwege gestegen energielasten op korte termijn te ondersteunen bij het nemen van maatregelen om de energierekening te verlagen (€ 8,4 miljoen). • Subsidies vanuit het Volkshuisvestingsfonds voor woningverbetering en verduurzaming van woningen in grote delen van Amsterdam Zuidoost. Met deze subsidies worden in deze buurten achterstallig onderhoud weg gewerkt en de energielabels van de woningen verbeterd (€ 7,7 miljoen). • Subsidies voor bewonersondersteuning en de behartiging van huurdersbelangen (€ 6,6 miljoen).

• Een extra toegekend structureel budget voor inflatie (€ 1,6 miljoen). • Lasten voor onderhoud aan bestaande en aanleg van nieuwe locaties voor woonwagens (€ 1,3 miljoen). • Een negatieve last vanuit de marktconformiteitstoeslag voor bepaalde binnen­gemeente­ lijke dienstverlening naar het correcte begrotingsprogramma (-€ 6,3 miljoen). • Verschillende kleinere lasten die afzonderlijk kleiner zijn dan € 1,0 miljoen. Deze lasten lichten we niet verder toe.

Reserves Onttrekkingen reserves De onttrekkingen in dit programmaonderdeel zijn in 2023 € 17,4 miljoen: • Een onttrekking van € 12,3 miljoen vanuit de reserve Corporatiebudget ten behoeve van onrendabele vastgoedinvesteringen in stedelijke vernieuwingsgebieden. • Een onttrekking van € 4,4 miljoen uit de reserve Bouwstimulering voor het stimuleren van de woningbouw. • Een onttrekking van € 0,7 miljoen vanuit de reserve Coalitiemiddelen 2022-2026 voor uitwerking woonruimteverdeling en huisvesting statushouders. Begroting 2023

Toevoegingen reserves In 2023 worden geen toevoegingen aan reserves voorzien.

Risicobeheersing Risico’s

Maatregelen

Woningcorporaties hebben onvoldoende mutaties in de woningvoorraad waardoor minder woningen beschikbaar komen voor urgenten/ kwetsbare groepen/ ouderen/ statushouders. Hierdoor kan mogelijk niet 80 procent van de urgenten binnen drie maanden een woning vinden

Om de druk op het aantal beschikbare woningen voor kwetsbare groepen te verlagen worden de urgentiecriteria aangepast. Het verwachte effect is dat mensen met de hoogste urgentie sneller aan een passende woning kunnen worden geholpen. De druk op het aantal voor kwetsbare groepen beschikbare woningen neemt daardoor af.

Beleidskaders • Samenwerkingsafspraken met de corporaties en huurderskoepels. Deze gaan onder andere over de groei van de voorraad, de betaalbaarheid, de duurzaamheid en de beschikbaarheid van woningen voor alle doelgroepen. Ook staan er afspraken in over de nieuw te bouwen sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen en over de grondprijzen. • Woonagenda 2025 en spelregels voor woningbouwprogrammering. De Woon­ agenda heeft als uitgangspunten voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025. Voor het uitgangspunt voldoende is de ambitie om de woningvoorraad en ­behoefte in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. Betaalbare woningen heeft onder meer betrekking op de herziening van de woonruimteverdeling, het gerichter verhuren van middeldure huurwoningen aan middeninkomens en passend wonen in de sociale huursector. Het uitgangspunt goede woningen richt zich onder andere op onderzoek naar de mogelijkheden voor een Registratiesysteem Woningkwaliteit, afspraken tussen corporaties en huurders over aanvullende duurzaamheidseisen voor nieuwbouw en aanvullende duurzaamheidsprestaties voor bestaande woningen. • Vervolg Actieplan Meer Middeldure Huur 2020: Hierin zijn de voorwaarden voor nieuwe middeldure huurwoningen met een instandhoudingstermijn van 25 jaar herijkt. Tevens is dit plan het beleidskader voor het realiseren van eeuwigdurende middeldure huurwoningen.

• Begin 2020 hebben we met beleggers en ontwikkelaars een intentieverklaring afgesloten om de productie van nieuwe en het behoud van bestaande betaalbare woningen te borgen. De daarin gemaakte afspraken zijn inmiddels omgezet in beleid. Dit betekent dat de voorwaarden voor nieuwe middeldure huurwoningen zijn aangepast in het hiervoor genoemde Actieplan Middeldure huur. Tevens is de 44

H3.1.4

uitpondtermijn van private sociale huurwoningen verlengd naar 25 jaar en zijn de afwijkingsmogelijkheden in het Stedelijk kader Transformaties verruimd. • MRA Agenda 2020-2024: vertaling naar vier uitvoeringslijnen: – De samenwerking verder versterken – Werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone MRA-economie – Bouwen voor de woningbehoefte en met groei de leefkwaliteit van het geheel versterken. – Vaart maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem • Woningwet (2015), geeft richtlijnen voor volkshuisvesting partijen over wie wat mag doen en wie waar over gaat. • De Huisvestingswet (2014), biedt instrumentarium om in te grijpen in de woonruimteverdeling en de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Zo kunnen we de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten bestrijden die het gevolg zijn van de schaarste aan betaalbare woonruimte. • Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, beschrijft instrumentarium en de toepassing hiervan, in relatie tot woonruimteverdeling en woningvoorraad. • Leegstandswet (2015), wet ter bestrijding van leegstand van woningen en gebouwen. • Stedelijk Handhavingsprogramma richt zich op het tegengaan van woonfraude.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11896001/1