Bijlage 1 Begroting 2023.pdf
Tekst van het document
Begroting 2023
Colofon
Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Den Haag Fotografie: Fotobank Amsterdam, Arjan Langeveld, Elsbeth van Dam en Ella Krommendijk Datum: 22 september 2022
Begroting 2023
2
Inkomsten Waar komt het vandaan?
Inkomsten
1000
€ 3.187,8
miljoen
€ 3.489,6
Inkomsten binnen de gemeente
Inkomsten uit het Rijk
3000
9
800
13
1800
600 400
miljoen
8
1200
12 1
2
200
4
3
5
600
10 6
7
11
0
0
Lokale heffingen
€ 1.281,4 miljoen
14
Andere inkomstenbronnen
€ 1.906,4 miljoen
Inkomsten uit het Rijk
€ 3.489,6 miljoen
1
Parkeergelden
€ 289,0 miljoen
8
Grondopbrengsten en winstnemingen
€ 482,5 miljoen
13
Gemeentefonds
2
OZB
€ 283,0 miljoen
9
Erfpacht
€ 213,8 miljoen
14
Specifieke uitkeringen
3
Afvalstoffen-heffing
€ 177,4 miljoen
10
Dividend
€ 68,3 miljoen
4
Toeristenbelasting
€ 165,0 miljoen
11
Overig
€ 390,6 miljoen
5
Drinkwater
€ 180,5 miljoen
12
Onttrekkingen aan reserves
€ 751,2 miljoen
6
Leges
€ 99,9 miljoen
7
Rioolheffing
€ 86,7 miljoen
Begroting 2023
€ 2.783,7 miljoen € 706,0 miljoen
Inkomsten TOTAAL
€ 6.677,5 miljoen
3
Uitgaven Waar gaat het naar toe?
Uitgaven
1200
2
1000
€ 6.677,5 7
6
C
1
800
miljoen
B
600 400
5
3
200 0
8 A
4
1
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
€ 886,8 miljoen
7
Sociale zaken en Armoede bestrijding
2
Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer
€ 1.148,5 miljoen
8
Veiligheid
€ 248,2 miljoen
3
Economie, kunst, cultuur en erfgoed
€ 226,8 miljoen
A
Algemene dekkingsmiddelen
€ 104,5 miljoen
4
Sport
€ 81,0 miljoen
B
Bestuur en organisatie
€ 771,7 miljoen
5
Onderwijs
€ 306,6 miljoen
C
Toevoegingen aan reserves
€ 694,8 miljoen
6
Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit
De gemeente Amsterdam heeft de grootste gemeentebegroting van Nederland. De begroting geeft een beeld van de inkomsten en uitgaven van de gemeente Amsterdam. Zo is inzichtelijk waar onze inkomsten vandaan komen en waar we deze weer aan uitgeven. Hiervoor wordt het geld verdeeld over acht beleidsprogramma's. Deze programma's lichten we verder toe in hoofdstuk 3 van de begroting, waar we per programma onderdeel onder andere ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen, de beoogde resultaten en de financiële toelichtingen.
€ 1.039,2 miljoen
€ 1.169,3 miljoen
Uitgaven TOTAAL Begroting 2023
€ 6.677,5 miljoen
4
Inhoudsopgave
Voorwoord6
5
Leeswijzer7 1
Bestuurlijke hoofdlijnen
9
2
Financiële hoofdlijnen
12
Programma's
24
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.A 3.B
25 56 93 107 117 128 147 160 170 179
3
4
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale zaken en Armoedebestrijding Veiligheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie
Programma's
200
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.A 4.B
201 210 222 226 228 231 238 243 246 253
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale zaken en Armoedebestrijding Veiligheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie
Begroting 2023
6 7
Verplichte en overige paragrafen
261
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
262 270 283 290 298 317 322 330 336
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Lokale heffingen Verbonden partijen Onderhoud kapitaalgoederen Grondbeleid Investeringsparagraaf Subsidieoverzicht Bedrijfsvoering
Afkortingen- en begrippenlijst
347
Bijlagen
356
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8
357 359 372 375 384 389 394 399
Overzicht van baten en lasten Baten en lasten per programmaonderdeel Taakveldenraming Reserves Voorzieningen Begrotingsregels Overzicht incidentele baten en lasten Brugstaat
5
Voorwoord
Voorwoord Beste Amsterdammer, Voor u ligt de Begroting 2023. Net als vorig jaar presenteren wij deze begroting in onzekere en onstuimige tijden. Vorig jaar was het de coronapandemie, waarvan de nasleep nog steeds zichtbaar is in de gemeentefinanciën. Sindsdien zijn daar de oorlog in Oekraïne, stijgende energieprijzen, rentestijgingen, hoge inflatie en stijgende bouw- en grondstofkosten bijgekomen. Steeds meer Amsterdammers raken in de knel door de rap stijgende kosten voor levensonderhoud. Amsterdammers met een laag inkomen en de lagere middeninkomens kunnen rekenen op onze hulp. Ook willen we de woon- en klimaatcrisis aanpakken. Dit vraagt om keuzes en wendbaarheid. We investeren ongelijk in de Amsterdammers die dat het hardst nodig hebben. Hoe het met eenieder van ons afzonderlijk gaat, bepaalt in hoge mate hoe het met ons gezamenlijk gaat. Amsterdam is niet een stad waar het recht van de sterkste geldt. We zien om naar elkaar en steunen hen die het nodig hebben. We zijn een sociale stad waarin we gelijke kansen bieden, zodat iedereen mee kan (blijven) doen. Deze keuzes ziet u terug in de begroting.
De komende jaren investeren we ruim 4 miljard in de stad, waarvan aankomend jaar 1 miljard in het ontwikkelen van nieuwe woongebieden, noodzakelijk onderhoud zoals kades en bruggen, de energietransitie, wonen, in scholen, sportfaciliteiten, speeltuinen, parken, buurthuizen, kunst- en cultuurvoorzieningen en infrastructuur. Ondanks dat ook de gemeentefinanciën flink zijn geraakt, is het ons gelukt om dit jaar een sluitende begroting te presenteren. Vanaf 2026 lukt dit niet meer als het Rijk de plannen doorzet om minder geld uit te keren aan gemeenten voor al hun taken. Laten we in deze lastige tijd elkaar steunen en helpen waar dat kan, omdat alle Amsterdammers samen deze prachtige stad maken! Met vriendelijke groet, Hester van Buren Wethouder Financiën
Begroting 2023
6
Leeswijzer
Leeswijzer Dit is de begroting van de gemeente Amsterdam. Dit is de eerste begroting van een nieuwe bestuursperiode. Voor het grootste deel kent deze begroting dezelfde opzet als die van vorig jaar. In deze leeswijzer lichten we kort alle onderdelen van de begroting toe. De Begroting 2023 bestaat uit de volgende onderdelen:
Hoofdstukken 1 en 2 - De bestuurlijke en financiële hoofdlijnen In deze hoofstukken is een beschrijving van de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen voor 2023 en de daaropvolgende jaren opgenomen. In de bestuurlijke hoofdlijnen geven we een beeld van de bestuurlijke keuzes die ten grondslag liggen aan deze begroting. In de financiële hoofdlijnen wordt op hoofdlijnen een beeld gegeven van de budgettaire situatie en de keuzes die zijn gemaakt om tot een meerjarig sluitende begroting te komen.
Hoofdstuk 3 - Programma’s De Begroting 2023 is opgebouwd uit 8 genummerde beleidsprogramma’s (onder verdeeld in programmaonderdelen), het overzicht A (Algemene dekkingsmiddelen) en het overzicht B (Bestuur en organisatie). Alle programma’s beginnen met relevante hoofdpunten uit het coalitieakkoord voor het programma in 2023, een samenvatting van de programmaonderdelen, de belangrijkste investeringen en de thema’s per programma. Vervolgens worden per programma onderdeel de belangrijkste acties uit het coalitieakkoord in 2023 beschreven. Ook beschrijven we onder andere wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen, en welke beleidskaders er gelden. Ook wordt per programmaonderdeel inzicht gegeven in de financiën, de verbonden partijen die bijdragen aan het realiseren van het beleid, in de risico’s en beheersmaatregelen.
Hoofdstuk 4 - Verdieping op de programma’s
Hoofdstuk 5 - Paragrafen De begroting bevat naast programma’s ook een toelichting op programma over stijgende onderwerpen, zoals investeringen die de gemeente heeft gedaan of van plan is te doen. Deze programma overstijgende onderwerpen worden beschreven in de paragrafen. Een deel van deze paragrafen is verplicht vanuit het BBV (art. 9 lid 2 BBV): • weerstandsvermogen en risicobeheersing • financiering • lokale heffingen • verbonden partijen • onderhoud kapitaalgoederen • grondbeleid • bedrijfsvoering Daarnaast kent deze begroting een aantal niet-verplichte paragrafen: • investeringsparagraaf • subsidieoverzicht
Hoofdstuk 6 - Afkortingen en begrippen In hoofdstuk 6 worden de afkortingen en veelvoorkomende begrippen uit de begroting opgesomd en toegelicht.
Hoofdstuk 7 - Bijlagen In de bijlagen zijn de financiële overzichten op detailniveau opgenomen. In bijlage 7.1 is een overzicht van de baten en lasten per programma opgenomen. In bijlage 7.2 worden de baten en lasten weergegeven op één aggregatieniveau lager: op het niveau van programmaonderdeel. Bijlage 7.3 bevat de taakveldenraming (de verdeling van de baten en lasten over de taakvelden zoals voorgeschreven in het BBV). In de bijlagen 7.4 en 7.5 geven we een overzicht van de reserves en voorzieningen. De begrotingsregels zijn opgenomen in bijlage 7.6. Bijlage 7.7 bevat de incidentele baten en lasten. Ten slotte bevat bijlage 7.8 de brugstaat. De losse bijlagen bij de begroting bevatten het projectenportfolio (het overzicht van de investeringsprojecten) en de doelenboom.
In de programmabladen in hoofdstuk 3 is een toelichting geschreven op de (stand van) baten en lasten per programmaonderdeel voor 2023. In het verdiepende hoofdstuk 4 gaan we verder in op de ontwikkelingen in de baten en lasten in 2023 ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting bij de Viermaandsrapportage 2022.
Begroting 2023
7
1
H1
Bestuurlijke hoofdlijnen Voor u ligt de Begroting 2023. In de begroting staat wat we als gemeente willen bereiken, wat we daarvoor doen, hoeveel geld we daaraan uitgeven en waar het geld vandaan komt. Amsterdam staat voor grote uitdagingen en opgaven. Of het nu gaat om het klimaat, ongelijkheid, huisvesting, of de koopkracht, iedere Amsterdammer wordt erdoor geraakt. Als stad en als gemeentebestuur willen we daar iets aan doen. We willen Amsterdammers helpen en de stad klaar maken voor de uitdagingen van nu en in de toekomst. In het coalitieakkoord zijn onze ambities opgenomen. Maar in een samenleving en in een wereld die snel verandert, is het belangrijk om snel in te spelen op die veranderingen. Dat doet de stad en deze coalitie binnen de huidige financiële mogelijkheden.
Extra steun voor hen die het hardst getroffen worden De stijging van de energieprijzen en de inflatie raken iedereen en alle onderdelen van de begroting. Om te zorgen dat alle activiteiten van subsidiepartners en van de gemeente zelf op hetzelfde niveau kunnen doorgaan, is de vergoeding voor de loonen prijsontwikkeling bijgesteld. Het Rijk heeft een stevig maatregelenpakket aangekondigd om met ingang van 2023 de pijn van met name de lage inkomens te verlichten. In aanvulling daarop neemt Amsterdam de volgende maatregelen: • Amsterdams noodfonds van € 20 miljoen voor MKB-ers en maatschappelijke organisaties die in de knel komen door de hoge energieprijzen We reserveren € 10 miljoen voor het steunen van MKB-ers en € 10 miljoen voor het steunen van maatschappelijke organisaties zoals sportverenigingen en kunst instellingen die hard zijn geraakt door de hogere energieprijzen. De criteria voor het fonds en het soort steun worden nog uitgewerkt. De steun die wij bieden is mede afhankelijk van de maatregelen waar het Rijk mogelijk nog mee komt bij Prinsjesdag.
• Verhogen van de inkomensgrens voor minimavoorzieningen van 120% naar 130% van het sociaal minimum, met ingang van 1 januari 2023 Deze maatregel betekent dat met ingang van 1 januari 2023 ook werkende minima, minima met een inkomen tussen 120% en 130% van het sociaal minimum, gebruik kunnen maken van de gemeentelijke regelingen voor minima. Dit is hard nodig in deze tijd van hoge energieprijzen en algemene inflatie. Bovendien laat onderzoek van het Nibud zien dat hierdoor de armoedeval afneemt, met name bij werkende minima met kinderen. Dit is nog meer van belang nu de armoedeval in 2022 groter is geworden door de eenmalige energietoeslag. De kosten van deze maatregel
Begroting 2023
bedragen jaarlijks circa € 5 miljoen (incl. uitvoeringskosten). Het eerste jaar zullen de kosten iets lager zijn, omdat het enige tijd duurt voordat iedereen op de hoogte is van de regeling en een aanvraag doet. • Extra kindtegoed op de stadspas (€ 25 - € 100 afhankelijk van de leeftijd van het kind), eenmalig in 2022 Het bestrijden van kinderarmoede blijft een prioriteit van het college, zeker ook op dit moment. Het kindtegoed is een tegoed dat ouders ontvangen op de Stadspas van hun kind, en is bestemd voor bijvoorbeeld kleding en schoolspullen (te besteden bij tientallen retailers in Amsterdam). De hoogte van het tegoed is afhankelijk van de leeftijd van het kind en varieert tussen € 25 en € 200. We verhogen het kindtegoed met een bedrag dat oploopt van € 25 voor het jongste kind tot € 100 voor de oudste categorie (12-14). Dit sluit aan bij de constatering van het Nibud dat ouders met kinderen in de middelbare schoolleeftijd over het algemeen het moeilijkst kunnen rondkomen. De kosten worden begroot op circa € 1,5 miljoen en ruimte hiervoor wordt gezocht in de lopende begroting 2022.
• Verhoging van de energiecomponent met €100 voor Amsterdammers met een chronische ziekte en een laag inkomen, eenmalig in 2022 Amsterdammers met een chronische ziekte en een laag inkomen kunnen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten (RTM) aanvragen voor de meerkosten die zij maken vanwege hun chronische ziekte (die niet worden vergoed via de zorgverzekering). De vergoeding bestaat uit een basisbedrag (€ 25) en een aantal componenten voor specifieke kosten, o.a. meerkosten energie (€ 20 per maand). 14.375 Amsterdammers ontvangen deze energiecomponent in het kader van de RTM (peildatum juni 2022). We betalen in 2022 eenmalig een extra bedrag van € 100 uit. Kosten zijn circa € 1,5 miljoen en de ruimte hiervoor wordt gezocht in de lopende begroting 2022. • Extra subsidie aan maatschappelijke organisatie die minima(kinderen) onder steunen, eenmalig in 2022 De gemeente werkt samen met maatschappelijke organisaties om minimahuis houdens en/of specifiek kinderen in minimahuishoudens te ondersteunen. We trekken extra middelen uit voor een eenmalige extra subsidie voor 2022. De kosten van deze maatregel bedragen eenmalig € 500.000 en de ruimte hiervoor wordt gezocht in de lopende begroting 2022.
• Een pauzeknop/tijdelijke aflosstop in de schuldsanering, in het vierde kwartaal 2022 Amsterdammers die in de schuldsanering zitten en in de knel komen door de hoge energieprijzen, hoeven in het vierder kwartaal van 2022 tijdelijk de maandelijkse aflossing aan de Kredietbank van hun minnelijke schuldregeling niet (volledig) te betalen. Dit gebeurt op aanvraag. Eenzijdig en generiek stopzetten voor de hele groep is niet uitvoerbaar (klanten/werkgevers maken vaak zelf de betalingen over). Schatting van de kosten bij aflosstop op eigen verzoek is € 100.000 tot het einde van het jaar 2022 en de ruimte wordt gezocht in de lopende begroting 2022.
9
H1
Uiteraard werken we ook verder aan energiebesparing in bestaande woningen. We nemen maatregelen om energie te besparen (en daarmee energiearmoede tegen te gaan) via kleine aanpassingen aan de woning (denk bijvoorbeeld aan tochtstrips), die bewoners zelf of met hulp (bijvoorbeeld van de Fixbrigade) kunnen uitvoeren. Over het plan voor het isolatieoffensief, waar in het coalitieakkoord € 32 miljoen voor is uitgetrokken, wordt de raad in oktober geïnformeerd.
Sociale stad, duurzame toekomst en verantwoorde groei Op 1 juni 2022 is het coalitieakkoord vastgesteld. Dat akkoord is de basis van de Begroting 2023. Het coalitieakkoord heeft drie prioriteiten: ongelijk investeren voor gelijke kansen, het aanpakken van de wooncrisis en het bestrijden van de klimaatcrisis. Voor een belangrijk deel bouwen we voort op de plannen en activiteiten uit de vorige collegeperiode, met nog meer focus op activiteiten en projecten die aan de drie prioriteiten bijdragen. De plannen uit het coalitieakkoord worden de komende tijd verder vormgegeven en aan de gemeenteraad voorgelegd. Voor het college blijft de verantwoorde groei van Amsterdam topprioriteit. We streven naar het jaarlijks bouwen van 7.500 woningen en wel zo duurzaam en betaalbaar mogelijk. Belangrijk blijft dat we een complete stad bouwen, met genoeg voor zieningen zoals scholen, cultuur, sport en groen. Daarom investeert dit college fors. Tegelijkertijd zijn we realistisch en zien we dat de uitdagingen groter worden, zoals de bouwkostenstijging en de tekorten aan materiaal en arbeidskrachten. Dit zal de komende jaren het tempo van de uitvoering beperken. In de begroting vindt u een eerste uitwerking van de plannen en de ombuigingen uit het coalitieakkoord.
Niet alles kan, we moeten keuzes maken De eerstkomende jaren is de financiële situatie nog positief, vooral dankzij extra incidentele middelen vanuit het Rijk. Vanaf 2026 heeft Amsterdam echter een tekort in de begroting van € 90 miljoen. Dit gat in de begroting ontstaat doordat gemeenten vanaf 2026 fors minder geld ontvangen van het Rijk. Gemeenten zijn in gesprek met het Rijk over dit ‘ravijn’ in de middelen en dringen aan op een oplossing. Als het Rijk de verlaging van de middelen daadwerkelijk doorzet, zullen we bovenop de ombuigingen uit het coalitieakkoord nog scherpere keuzes moeten maken. We bereiden ons hier de komende tijd op voor met de bestuursopdracht Inzicht in beleid, geld en keuzes. Doel is dat we in staat zijn om tijdig onze uitgaven bij te sturen. Doel van de bestuursopdracht is ook meer inzicht te krijgen in de doelmatigheid en doeltreffendheid van ons beleid. Hiermee leggen we een basis voor het periodiek evalueren van ons beleid.
Begroting 2023
In deze begroting is een meerjarig pakket (2022-2026) opgenomen van voorgenomen investeringen van ongeveer € 4,1 miljard. Het is een actualisering en indexering van het pakket dat vorig jaar bij de begroting is vastgesteld. In 2023 gaat het om ongeveer € 1 miljard. Niet alle investeringen die we willen doen, passen op dit moment binnen de investeringsruimte. Dat geldt voor alle domeinen. We stellen een bestuursopdracht op om tot een passend investeringsprogramma te komen. Hierin houden we de investeringen tegen het licht en beoordelen we of ze op dit moment noodzakelijk zijn, of ze wenselijk zijn, of ze op een andere manier kunnen worden uitgevoerd of dat ze kunnen worden uitgesteld. Investeringen die energiereductie mogelijk maken krijgen prioriteit. Verder onderzoeken we of er private partijen zijn die (een deel van) bepaalde investeringen voor hun rekening willen nemen. Ook bekijken we of de investeringsruimte kan worden vergroot. Daarbij zijn drie zaken van belang: Kunnen we de jaarlijkse kosten zoals rente, afschrijving en beheer en onderhoud betalen, kunnen we het geld voor de investeringen lenen en is de schuld ook in de toekomst houdbaar en tot slot is er voldoende capaciteit in de organisatie en in de markt om de investeringen te realiseren? Bij de Voorjaarsnota 2023 vindt – op basis van de uitkomsten van de bestuursopdracht – nadere besluitvorming plaats.
Gezonde financiën en wendbaarheid in de toekomst Gezonde financiën zijn nodig om te zorgen dat we niet alleen de vraagstukken van nu aankunnen, maar ook die van de toekomst. Gezonde financiën betekent een meerjarig sluitende begroting, een buffer voor het opvangen van risico’s en een houdbare schuld. Het baart ons zorgen dat de begroting niet sluit in 2o26. We vertrouwen erop dat het Rijk snel met oplossingen komt voor het ‘ravijn’. Positief nieuws is dat de algemene reserve, de buffer voor risico’s, in 2024 weer voldoende gevuld zal zijn. Door de coronacrisis was deze onder het gewenste niveau gekomen. We investeren veel in het onderhoud, de verbetering en de groei van de stad. Hierdoor loopt de schuld op van € 7,0 miljard in 2022 naar € 9,1 miljard in 2026. Dit betekent een stijging van de schuldquote exclusief erfpacht van 58%in 2022 naar 82% in 2026. Bij de Voorjaarsnota 2023 bepalen we welke ontwikkeling van de schuldquote we verantwoord vinden. We leven in een onzekere tijd en dat vraagt van ons dat we wendbaar blijven. We zullen soms terug moeten komen op de keuzes die in het verleden zijn gemaakt. Keuzes zijn ook nodig met het oog op een houdbare schuld en een sluitende begroting. Die keuzes zullen we als collectief maken, waarbij we de effecten van de keuzes in samenhang bezien.
10
2
H2
Financiële hoofdlijnen Inleiding Op 31 mei 2022 presenteerden we ons coalitieakkoord. De coronacrisis heeft stevige sporen nagelaten in de financiën van Amsterdam. Om de stad door de crisis heen te loodsen zijn in 2020 forse kostenbesparende maatregelen afgesproken. Daarvan hebben we er in het coalitieakkoord een aantal teruggedraaid om de Amsterdammers zo goed mogelijk te ondersteunen. De oorlog in Oekraïne, rentestijgingen, toenemende inflatie en stijgende bouw- en grondstofkosten zetten de begroting verder onder druk. Bij de Voorjaarsnota 2023 zal het college van b en w aan de gemeenteraad de uitkomsten van de bestuursopdracht voorleggen, gericht op meer inzicht in beleid, geld en keuzes. In deze begroting staan de verwerking van het coalitieakkoord, prijs- en rentestijgingen, de herziene uitkering uit het gemeentefonds en de voorgenomen investeringen centraal.
De lokale heffingen bestaan uit enerzijds specifieke wettelijke taken zoals riool-, drinkwater- en afvalstoffenheffing en anderzijds uit gemeentelijke belastingen die in principe vrij besteedbaar zijn zoals onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting en parkeerbelasting. De overige eigen middelen zijn de inkomsten uit bezit zoals erfpacht, dividend en grondopbrengsten door verkopen. De onderstaande figuur geeft dit grafisch weer.
Figuur 2.1. Inkomsten per categorie Begroting 2023 (bedragen x € 1 miljoen)
Overig Grond- en erfpachtopbrengsten
493
Gemeentefonds
697 De financiële hoofdlijnen gaan in op de volgende onderwerpen: • Het financieel beeld van de programmabegroting en de belangrijkste bestuurlijke keuzes die we daarbij maken. • De gemeentebalans, oftewel de gemeentelijke bezittingen en de financiering daarvan. • De ontwikkeling van het risicobeeld. • Wijzigingen in de zogenoemde ‘doelenboom’, begrotingsstructuur en rechtmatigheid.
2.1
Ontwikkeling baten en lasten
De gemeentelijke baten (exclusief onttrekkingen reserves) zijn in 2023 € 5,9 miljard. De baten kunnen globaal worden onderverdeeld in drie categorieën: • Inkomsten van het Rijk • Lokale heffingen • Overige eigen middelen
Afvalstoffen-, rioolheffing, drinkwater, leges
2.784
506
740 Parkeren, OZB en toeristenbelasting
706
Specifieke uitkeringen
In onderstaande grafiek die meerdere jaren weergeeft, zien we een verhoging van de lokale heffingen parkeren, OZB en toeristenbelasting in de komende jaren. Op de algemene uitkering uit het gemeentefonds is een verbetering zichtbaar van € 2,7 miljard in 2022 tot ruim € 2,9 miljard in 2025. Vanaf 2026 zullen gemeenten echter minder geld ontvangen van het Rijk, dit lichten we later toe.
De inkomsten van het Rijk bestaan uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds en specifieke uitkeringen. De algemene uitkering mogen gemeenten vrij besteden aan de gemeentelijke taken en we mogen hierin dus eigen afwegingen maken. Dit in tegen stelling tot de specifieke uitkeringen, die gemeenten moeten besteden aan bepaalde taken (medebewindstaken).
Begroting 2023
12
H2
Figuur 2.2 Ontwikkeling inkomsten meerjarig
Figuur 2.3. Uitgaven per categorie Begroting 2023 (bedragen x € 1 miljoen)
4.000
Bedragen x € 1 miljoenen
3.500
Personele lasten
Overige goederen & diensten
3.000
1450 1991
2.500 2.000
297
Kapitaallasten
189
1.500
Overig
675
1.000
Subsidies
500
1380 Inkomensoverdrachten
0
2021
2022
2023
Gemeentefonds
2024
2025
2026
Specifieke uitkeringen
Afvalstoffen, rioolheffing, drinkwater, leges
Overig
Parkeren, OZB en toeristenbelasting
Grond- en erfpachtopbrengsten
In het meerjarig beeld blijven de begrote lasten exclusief toevoegingen aan reserves in de begroting de komende jaren vooralsnog stabiel.
De verdeling van de lasten (uitgaven) over de programma’s in de begroting maakt duidelijk aan welke opgaven het geld wordt besteed. Onderstaande figuur laat zien hóe we het geld in de begroting inzetten. De totale uitgaven (exclusief de toevoegingen aan reserves) bedragen in 2023 € 6,0 miljard. We onderscheiden 6 categorieën: • Personele lasten: salarislasten inclusief werkgeverslasten voor het gemeentelijk personeel en inhuur. • Goederen en diensten: uitgaven voor de aanschaf van goederen en diensten, zoals beheer en onderhoud. • Inkomensoverdrachten: dit zijn uitgaven die de gemeente heeft aan uitkeringen (met name bijstand), vergoedingen (met name aan instellingen voor Wmo en jeugdzorg) en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. • Kapitaallasten: rente- en afschrijvingslasten voor gemeentelijke bezittingen die meerdere jaren meegaan (gebouwen, bruggen, werktuigen). • Subsidies: de lasten voor subsidies in de programma’s. • Overige lasten: bijvoorbeeld toevoegingen aan voorzieningen.
Begroting 2023
13
H2
Figuur 2.4 Ontwikkeling lasten (uitgaven)
Gemeentefonds Meer dan de helft van de Amsterdamse inkomsten komen van het Rijk via specifieke uitkeringen en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Drie keer per jaar actualiseert het Rijk de gemeentefondsuitkeringen die we ontvangen en communiceert dit via zogeheten circulaires. De meest recente is de meicirculaire. Deze verscheen kort na de presentatie van het Amsterdamse coalitieakkoord. Uit die circulaire volgde een hoger dan verwacht positief beeld voor de jaren 2023 tot en met 2025. Dit heeft twee hoofdoorzaken. Het Rijk trok meer geld uit voor Defensie vanwege de oorlog in Oekraïne en verhoogde het wettelijk minimumloon en de AOW. De uitkering die gemeenten uit het gemeentefonds ontvangen gaat hand in hand met de uitgaven van het Rijk. Als het Rijk meer uitgeeft, ontvangen gemeenten ook meer. Daarnaast zit er in de meicirculaire ook een compensatie voor de inflatie. Gebaseerd op de inflatiecijfers uit het voorjaar van 2022 ontvangen we op deze wijze extra middelen uit het gemeentefonds.
9.000
Bedragen x € 1 miljoenen
8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0
2021
2022
Lasten (uitgaven) voor bestemming
2023
2024 Dotaties aan reserves
2025
2026
Geen structureel sluitende begroting vanaf 2024 Het positieve beeld blijft echter beperkt tot de jaren 2023 tot en met 2025. Vanaf 2026 is er voor gemeenten sprake van een financieel tekort omdat de algemene uitkering uit het gemeentefonds drastisch terugvalt. Waar de algemene uitkering normaal gesproken jaar op jaar groeit, is deze voor 2026 en verder vastgeklikt op een vast bedrag. Hierdoor vallen de jaar-op-jaarontwikkelingen weg en valt de algemene uitkering die we vanaf 2026 van het Rijk ontvangen met bijna € 200 miljoen terug. Dat leidt ertoe dat we nu geen structureel sluitende begroting kunnen opleveren. Het is de bedoeling dat er een nieuwe financieringssystematiek komt voor de gemeenten, maar hoe dat vorm gaat krijgen is nog niet duidelijk. Daarnaast wordt het geld uit het gemeentefonds per 1 januari 2023 op een andere manier tussen de gemeenten verdeeld (vanwege de herijking van het gemeentefonds). Ten opzichte van de eerdere verdeling ontvangt Amsterdam hierdoor jaarlijks € 34 miljoen minder aan gemeentefondsgeld.
Begroting 2023
14
H2
Figuur 2.5 Structurele exploitatieruimte
Het coalitieakkoord vormt het belangrijkste uitgangspunt voor de Begroting 2023 en is verwerkt in de begroting. De besluitvorming over de begroting is, naast het coalitie akkoord, niet uitgesproken rijk aan beleid. Wel vinden we, door de ingrijpende gevolgen van de gestegen energiekosten voor inwoners met lage inkomens, het midden- en kleinbedrijf en maatschappelijke organisaties, extra inzet bovenop het coalitieakkoord en de maatregelen van het Rijk nodig. Daarvoor richten we een tijdelijk Amsterdams noodfonds op en verhogen we structureel de inkomensgrens voor minimaregelingen naar 130% van het sociaal minimum.
6.000
3%
5.000
2%
4.000
1%
3.000
0%
2.000
-1%
1.000
-2%
0
2021 Structurele baten
2022
2023
2024
2025
2026
Structurele exploitatieruimte
2.2
Bedragen in miljoenen €
Structurele exploitatieruimte
Financieel beeld en bestuurlijke keuzes
Tabel 2.1 geeft de aanpassingen aan de begroting en het financiële beeld van de Begroting 2023 weer. Het beginsaldo van de Begroting 2023 is het eindsaldo van de Viermaandsrapportage 2022 inclusief een toevoeging aan de reserve om de voor de komende jaren benodigde investeringsruimte voor een groter deel te financieren met eigen vermogen en zo de groei van de schuld te matigen. Hiertoe is besloten in de Begroting 2022. Het coalitieakkoord is de basis voor beleidsontwikkelingen in deze begroting en dat akkoord is hieronder in een kader uitgelicht.
-3%
Structurele exploitatieruimte
Structurele lasten
De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten. De maatstaf geeft aan hoeveel ruimte we hebben om onze structurele lasten te dragen. Het percentage geeft aan hoeveel de structurele lasten nog kunnen stijgen of de structurele baten kunnen dalen, voordat we de structurele lasten niet meer volledig kunnen dragen. Er is geen norm voor het niveau van dit kengetal, een negatief percentage geeft echter aan dat de begroting niet structureel sluit. Dit betekent eigenlijk dat je incidenteel geld nodig hebt om de structurele lasten te bekostigen. Een negatief saldo kan leiden tot een negatieve beoordeling van de toezichthouder, de provincie Noord-Holland. Het structureel saldo bedraagt 1,8% in 2023. Vanaf 2026 bedraagt het structureel saldo -1,4%. Hieruit blijkt dat we, door het terugvallen van de inkomsten uit het gemeente fonds, vanaf 2026 niet meer structureel sluiten en niet genoeg geld hebben om de structurele uitgaven te bekostigen. Omdat er in de jaren hiervoor incidenteel wel genoeg geld beschikbaar is, maar dus niet structureel, is het structurele saldo ook in 2024 en 2025 negatief.
Begroting 2023
15
H2
Tabel 2.1 Financieel beeld Begroting 2023
De rentelasten zijn de komende jaren hoger door de stijging van de rentepercentages in de afgelopen periode.
(bedragen x € 1 miljoen; +=meevaller, -=tegenvaller) 2022
2023
2024
2025
2026
-37,1
-60,3
-134,3
-150,9
-210,9
Lokale Heffingen
0,0
46,4
68,2
82,3
92,3
Ombuigingen
38,0
60,0
129,4
142,5
109,5
Intensiveringen
0,0
-82,8
-92,6
-95,5
-103,9
Meerjarig incidentele intensiveringen
-0,8
-76,2
-76,2
-76,2
-76,2
-5,0
-5,0
-5,0
-5,0
Eindsaldo Viermaandsrapportage 2022*
Coalitieakkoord
Ontwikkelingen na coalitieakkoord Amsterdams noodfonds
-20,0
Minimaregelingen naar 130% sociaal minimum Gemeentefondsontwikkelingen
93,4
229,7
351,9
406,5
215,6
Prognose Septembercirculaire
0,0
46,7
46,7
46,7
46,7
Rentelasten
5,2
-7,6
-20,0
-36,7
-50,6
Actualisatie nominale ontwikkeling
0,0
-131,8
-138,6
-146,2
-153,7
Kasschuiven
44,8
-17,6
-15,5
-1,9
-9,8
Overig**
-11,0
12,5
4,4
7,0
-4,0
Resultaat naar algemene reserve
-112,5
-14,1
-118,4
-172,6
60,0
0,0
0,0
0,0
0,0
-90,0
Totaal geraamd resultaat
*Incl. toevoeging investeringsruimte vanaf 2024 zoals besloten in de Begroting 2022 **Kapitaallasten, dividend en programmalasten De verwerking van het coalitieakkoord in de begroting lichten we hieronder in een kader toe. Zoals we hierboven in het kader over het gemeentefonds al aangaven, zorgt de gemeentefondsuitkering voor een grote meevaller. Deze meevaller is hard nodig voor de grote uitdagingen door de stijgende lonen, prijzen en rente. De inflatie is in de afgelopen periode erg hoog geweest waardoor ook de gemeente hogere kosten heeft bij een gelijkblijvende productiviteit. Vanwege het hoge inflatiepercentage vinden we het verstandig om de stijgende loon- en prijsontwikkelingen in de begroting mee te nemen en daarom hebben we compensatie voor deze kosten in onze begroting verwerkt. Ook houden we rekening met hogere bouwkosten bij investeringsprojecten.
Begroting 2023
Met kasschuiven verplaatsen we budgetten naar het jaar waarin we de activiteiten waarvoor het budget bedoeld is, gaan uitvoeren. Bijvoorbeeld door een aangepaste planning. Wanneer de kasschuiven van de verschillende jaren opgeteld worden is het totaal nul, per saldo is er geen financieel effect. De overige ontwikkelingen zijn relatief beperkt en bestaan met name uit: • kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten van investeringen) zijn geactualiseerd zodat deze goed aansluiten op de actuele planning en realisatie van investerings projecten. • dividend dat iets naar beneden is bijgesteld. • hogere programmalasten doordat uitvoeringskosten hoger zijn dan eerder verwacht. Ook leidt het terugdraaien van de besparing op het actieplan Wonen en bouwen zoals besloten bij het herstelplan “Samen Sterker uit de Crisis” tot hogere programmalasten, hierdoor kan bijvoorbeeld de uitvoering van het huisvestings beleid voor leraren, politie en ouderen doorgaan. We verwachten met de septembercirculaire 2022 extra compensatie van het Rijk voor de hoge inflatie in de afgelopen periode. Vanwege het hoge inflatiepercentage vinden we het verstandig om deze verwachting in de begroting mee te nemen zodat de begroting ook kan worden aangepast voor deze ongewone loon- en prijsontwikkelingen.
Door de inzet van de algemene reserve in de afgelopen jaren om de effecten van de coronacrisis op te vangen, bereikte deze per eind 2021 een dieptepunt. In 2021 hebben we voor € 216 miljoen aan tekorten als gevolg van de coronamaatregelen opgevangen met de algemene reserve. Door het toevoegen van de verwachte overschotten in de jaren 2022 tot en met 2025 laat de algemene reserve de komende jaren een stevig herstel zien, onder andere door de ontvangen coronacompensatie. Door het herstel van de algemene reserve als gevolg van de overschotten is het niet meer nodig om de algemene reserve aan te vullen met eigen baten uit de overstap regeling voor eeuwigdurende erfpacht, zoals we met het herstelplan voor ogen hadden (€ 150 miljoen in 2022 en € 200 miljoen in 2023). Vanaf 2026 zien we weer een tekort ontstaan en een daling van de algemene reserve. Van dit verwachte tekort in 2026 is € 60,0 miljoen eenmalig en € 90,0 miljoen structureel.
16
H2
Amsterdams coalitieakkoord 2022-2026
Tabel 2.2 Verwerking ombuigingen coalitieakkoord naar programma
De basis van de besluitvorming over de Begroting 2023 is de financiële verwerking van het coalitieakkoord. Het coalitieakkoord bevat een financiële tabel met daarin de financiële keuzes over lokale heffingen, ombuigingen en intensiveringen. De financiële tabel hebben we in deze begroting verwerkt.
( + is saldoverbeterend / bedragen x € 1 miljoen)
Bij de Voorjaarsnota 2023 leggen we de uitkomsten van de bestuursopdracht Inzicht in beleid, geld en keuzes voor. Alle begrotingsprogramma’s worden doorgelicht onder regie van een bestuurlijk team.
2024
2025
Capaciteitsreductie PMB en IB
2022
2023
2,0
5,0
10,0
ntb
Aanpassen referentiennormen groen en sport
1,9
4,5
4,5
5
Onderwijs, waarvan:
1,9
4,5
4,5
5
Reduceren vervangende huisvesting
0,3
0,3
0,3
5
Cultuurcoaches onderbrengen bij cultuureducatie
0,9
0,9
0,9
5
1,1
1,1
5
0,7
1,7
1,7
5
0,5
0,5
5
10,0
2,0
5,0
7
Afloop programma Impuls schoolpleinen
Met ingang van de Begroting 2023 worden de parkeeropbrengsten volledig onder gebracht in de algemene middelen en niet langer geoormerkt voor uitgaven voor de verbetering van verkeer- en vervoerssystemen en de openbare ruimte. De benodigde budgetten voor verkeer, vervoer en openbare ruimte brengen we onder bij de desbetreffende beleidsprogramma’s in de begroting. Hiermee versterken we de integrale afweging van budgettaire middelen. We borgen meerjarige zekerheid over de beschikbaarheid van budget en creëren flexibiliteit om te kunnen schuiven tussen jaren. Daarmee blijft geld beschikbaar voor de programma’s, projecten, producten en pilots als vertraging optreedt. De ontwikkelingen van de lokale heffingen zijn verwerkt in programma A. Algemene dekkingsmiddelen. De ombuigingen hebben we geplaatst bij de betreffende beleidsprogramma’s, onderstaande tabel 2.2 geeft aan welke ombuiging in welk programma is verwerkt. De middelen die samenhangen met de intensiveringen hebben we zo mogelijk geplaatst bij de betreffende beleidsprogramma’s, zie onderstaande tabel 2.3. In veel gevallen is doorverdeling op dit moment nog niet mogelijk. Dit komt doordat de activiteiten nog niet concreet zijn uitgewerkt of nog niet duidelijk is bij welk programmaonderdeel het geld thuishoort. In dat geval is het geld centraal geplaatst in programma A.
Algemene dekkingsmiddelen en volgt doorverdeling bij de Voorjaarsnota 2023 of een andere begrotingswijziging.
Begroting 2023
2026 Programma
Reduceren VLOA Taakstelling VVE Bestandsreductie bijstand en uitname egalisatiereserve
10,0
Optimaliseren opvangketen
1,5
1,5
1,5
6
Zorg (o.a. WMO)
3,0
5,5
5,5
6
Sport: verhogen bezettingsgraad en tariefverhoging
1,0
1,0
1,0
4
Armoede: aanbod stadspas
0,5
0,5
0,5
7
Overlap jeugd en veiligheid
0,5
1,5
1,5
6
Subsidietaakstelling
8,5
8,5
8,5
ntb
5,0
5,0
3
10,0
10,0
10,0
ntb
-5,5
-5,5
-5,5
ntb
2,0
2,0
2,0
ntb
OBA verplaatsen naar Zuidoost Ramingsbijstelling Europese subsidies
10,0
Legeseffect invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Taakstelling leges Uitname Amsterdams Kimaat- en Energiefonds
30,0
Taakstelling reserves
1 30,0
ntb
Algemene reserve
30,0
30,0
Temporisering taakstelling investeringen
50,0
50,0
12,0
16,0
30,0
A A
Uitname surplus en verhoging winstafdracht Vereveningsfonds
8,0
10,0
20,0
Totaal ombuigingen
38,0
60,0 129,4 142,5 109,5
A
17
H2
2.3
Tabel 2.3 Verwerking intensiveringen coalitieakkoord
Balans
( - is saldoverslechterend / bedragen x € 1 miljoen) 2023
2024
2025
2026 Programma
Aanpak Binnenstad
-3,3
-3,3
-3,3
Programma bruggen en kademuren (exploitatie)
-25,0
-25,0
-25,0
-25,0
2
OBA
-1,0
Lerarenagenda, kansenaanpak en PIEK-aanpak Volwasseneducatie
-2,0
Preventief Interventieteam (PIT)
-1,0
-1,0
-0,8
3
Bezittingen
-5,3
-5,3
-4,0
5
-2,5
-2,5
-1,9
7
-1,0
-1,0
-0,8
5
-2,3
5
De bezittingen van de gemeente bestaan voor een belangrijk deel uit erfpachtgronden en daarnaast activa zoals de Noord/Zuidlijn, (school)gebouwen, bruggen, kades, tunnels, riolering en drinkwatervoorziening. Onderstaande grafiek laat de verhouding in ons bezit zien, tussen erfpachtgrond en overige activa.
-1,0
-1,0
-0,8
5
Figuur 2.6 Materiele vaste activa
-1,0
-1,0
-1,6
5
(bedragen x € 1 miljoen)
Leerlingenvervoer Cultuurcoaches Gezonde schoollunches
-0,4
8
Schoolveiligheid
-1,0
-1,0
-1,0
5
Kenniscentrum ongelijkheid
-1,3
-1,3
-1,3
5
Werk
-9,0
-9,0
-9,0
-6,8
7
Armoedebestrijding
-7,0
-7,0
-7,0
-5,3
7
Jongerenwerk
-2,0
-2,0
-2,0
-1,5
6
-0,7
-0,7
6
Terugdraaien eigen bijdrage voormalige ambulante ondersteuning dagbesteding Anti-discriminatiebeleid
-1,5
-1,5
-1,5
-1,1
6
Opvang
-2,0
-2,0
-2,0
-1,5
6
-1,0
-1,0
-1,0
1
Zonne-energie Luchtkwaliteit
De balans laat aan de ene kant de materiële en financiële bezittingen van de gemeente zien en aan de andere kant hoe deze zijn gefinancierd. In de paragraaf Financiering staat een vereenvoudigde balans.
-2,0
-2,0
-2,0
1
Gebiedsontwikkeling
-2,0
-2,0
-2,0
-1,5
1
Reiniging
-2,0
-2,0
-2,0
-1,5
2
Fractiebudgetten
-1,0
-1,0
-1,0
-1,0
B
Raadsondersteuning bij griffie
-0,4
-0,4
-0,4
-0,4
B
20.000 18.000
Bedragen x € 1 miljoenen
2022
16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0
2021 Erfpachtgrond
2022
2023
Materiële vaste activa
2024
2025
2026
Overig
We investeren jaarlijks vele miljoenen euro’s om de stad in goede staat te houden, te verbeteren en uit te breiden. Per saldo nemen de afgelopen jaren onze materiële bezittingen toe. Dit komt voort uit de grond die we produceren en in erfpacht uitgeven en de investeringen die we doen, verminderd met afschrijvingen en verkopen. Op grond schrijven we niet af, omdat grond zijn waarde behoudt.
Begroting 2023
18
H2
In 2023 investeren we voor in totaal circa € 1.013 miljoen. Dit is verdeeld naar drie investeringsdomeinen (openbare ruimte en mobiliteit, maatschappelijke voorzieningen en bestuur en organisatie en overig) en erfpachtgrond. De overprogrammering in de investeringsdomeinen bedraagt € 160 miljoen. De verdeling van alle investeringen is als volgt:
Figuur 2.8 Investeringen per domein (bedragen x € 1 miljoen) 1.400
Figuur 2.7 Investeringen 2023 (bedragen x € 1 miljoen)
Erfpacht
385,7 504,3
Openbare ruimte en mobiliteit
Bedragen x € 1 miljoenen
1.200
1.000
800
600
400
200
0
76 Bestuur en Organisatie en Overig
206,3
2021
2022
2023
2024
Openbare ruimte en mobiliteit
Bestuur en Organisatie en Overleg
Maatschappelijke voorzieningen
Erfpachtgrond
2025
2026
Totaal (correctie voor overprogrammering)
Maatschappelijke voorzieningen
In de paragraaf investeringen en in de programmabladen staan nadere toelichtingen over de investeringen in 2023 per domein en per programma. In de meerjarige periode 2021 – 2026 is het beeld van de uitgaven in de investerings domeinen en voor erfpachtgrond als volgt:
De basis voor de omvang van de investeringsruimte voor 2022-2026 is de afspraak in het coalitieakkoord: Het investeringsplafond voor 2026 is opgehoogd tot het gemiddelde van 2022-2025. Dit zorgt voor een ophoging van de investeringsruimte met € 640 miljoen voor de jaarschijf 2026. Daarnaast is de meerjarige investerings ruimte 2022 – 2026 geïndexeerd vanwege de toegenomen inflatie. De meerjarige investeringsportfolio’s worden jaarlijks bij de begroting geactualiseerd, passend binnen de beschikbare ruimte. Ze omvatten de geraamde uitgaven voor het huidige jaar en de komende vier jaar, van zowel lopende als nieuwe investeringen. De investeringsruimte voor de portfolio’s is vanuit drie perspectieven begrensd: betaalbaarheid, financierbaarheid en realiseerbaarheid. De financiële bezittingen van de gemeente, zoals deelnemingen (in bijvoorbeeld Schiphol en het GVB) en verstrekte leningen, vertonen door de jaren heen een redelijk stabiel beeld. In 2023 kan de verkoop van AEB zijn beslag krijgen mits de autoriteit Consument en Markt de transactie goedkeurt. In dat geval leidt dit tot een afname van het financiële bezit.
Begroting 2023
19
H2
Financiering
Reserves
Met de ingestelde meerjarige investeringsruimte in het nieuwe investeringsstelsel is de ontwikkeling van onze schuld getemperd, maar de schuld blijft de komende jaren stijgen. Onderstaande figuur geeft de voorspelde ontwikkeling van onze schuld gedurende de komende collegeperiode weer. Vooral door onze investeringsambitie stijgt onze schuld al enige jaren sterk, en we verwachten nu dat de schuld in 2026 uitkomt op € 9,1 miljard. Dit betekent in 2026 een netto schuldquote van 144%, wat neerkomt op een schuldquote van 82% exclusief erfpacht. In 2020 en 2021 is de netto schuldquote licht gedaald terwijl de schuld sterk opliep. Dit is het gevolg van een eveneens sterk gestegen begrotingstotaal in deze jaren. Dat kwam door enkele zeer grote incidentele baten zoals de Rijks-coronacompensatie voor de TOZO-uitkeringen waarmee gemeenten zzp’ers ondersteunden. Dit zijn echter tijdelijke effecten waardoor het begrotingstotaal vanaf 2022 weer naar het normale, lagere niveau terug zal gaan en de netto schuldquote weer zal stijgen.
Onderstaand diagram geeft inzicht in de belangrijkste bestemmingsreserves en de algemene reserve. Reserves zijn bedoeld om geld voor een langere termijn dan 1 jaar vast te houden, dus om budgetten te ‘sparen’ in het ene jaar, om vervolgens uit te geven in een later jaar. De gemeenteraad moet expliciet instemmen met het vormen van reserves en met het doel van een reserve. Er is daarnaast een algemene reserve die, zoals de naam al aangeeft, algemeen van aard is en de buffer vormt die de gemeente uiteindelijk beschermt voor tegenvallers. De reserve afkoopsommen en erfpacht en de reserve financiering erfpachtgrond dient voor de financiering van de waarde van de in erfpacht uitgegeven gronden. In het Vereveningfonds zijn de financiële effecten van de grondexploitaties opgenomen.
Figuur 2.10 Reserves in 2023 Bedragen x € 1 miljoen
Algemene Reserve
Figuur 2.9 Schuldontwikkeling 2017 - 2026 144%
Bedragen x € 1 miljoenen
9000 121%
8000
123%
129%
160% 140%
110%
120%
93%
7000 95%
96%
6000
80%
74%
4000
60%
3000 40% 2000
444 Reserve vereveningsfonds
385
Reserve financiering erfpachtgrond
966 4592
Reserve afkoopsommen erfpacht
20%
1000 0
958
Reserve Zuidas
100%
77% 5000
191
Overig
10000
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
0%
Schuld Netto schuldquote (BBV) Schuldquote gecorrigeerd voor erfpacht
Begroting 2023
20
H2
Risico’s
De belangrijke thema’s voor het risicomanagement in 2023 zijn het nieuwe coalitie akkoord 2022-2026 en de verbreding van het risicomanagementbeleid. We staan voor een sociale stad met kansen voor iedereen. Samen geven wij vorm aan hoe de stad zich verder ontwikkelt. De lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen laat de noodzaak zien om te werken aan het vergroten van vertrouwen. Dat doen we ook met een nieuw en breder risicomanagementbeleid: daarin stellen we goed en behoorlijk bestuur centraal en nemen de maatschappelijke doelen als uitgangspunt. Het college van b en w verbreedt het beleid door niet meer alleen de financiën als uitgangspunt te nemen maar de Nederlandse code voor goed openbaar bestuur als bestuurlijk vertrekpunt te kiezen. Het college zal nog in 2022 dit nieuwe beleid aan de gemeenteraad voorstellen met de Nota Risicomanagement 2022-2026. Er zijn in 2023 voor het risicomanagement een aantal belangrijke ontwikkelingen die worden toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Actuele ontwikkelingen in het risicobeeld zijn de aanhoudende stijging van lonen, inkoop prijzen en inflatie en de geopolitieke ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne.
Stijging van het loon- en prijspeil als gevolg van inflatie en stijgende rentelasten De inflatie is in 2022 tot recordhoogte gestegen en werkt door in onze lasten. We hebben vanuit het Rijk loon- en prijscompensatie gekregen in de gemeente fondsuitkering en houden rekening met een verdere compensatie in het najaar. Het risico is dat de kosten boven het niveau van de compensatie uitstijgen. Dat zou betekenen dat we onze ambities moeten bijstellen. Stijgende rentelasten zijn het gevolg van stijgende rentes op de kapitaalmarkt en te verwachten ingrepen door de Europese Centrale Bank. Het is onzeker hoever de stijging zal doorzetten maar de trend is omhoog. We staan bloot aan dit risico omdat elk jaar van een deel van de schuld de rente wordt herzien en wanneer we nieuwe financiering aantrekken voor onze investeringen. Rentestijgingen leiden daarom onherroepelijk tot hogere lasten. Deze tegenvallers moeten in de begroting worden verwerkt omdat ze structureel zijn. De beheersingsmaatregelen zijn conform wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) gericht op het vertragen van de door werking van rentestijging door de lastenverzwaring over langere tijd te spreiden.
Begroting 2023
Actualisatie van de benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om met enige zekerheid niet begrote kosten te kunnen dekken in de komende twee jaar. Die kosten komen voort uit risico’s en onzekerheden die nog resteren ook na het nemen van redelijke maatregelen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Bij de Begroting 2023 is de benodigde weerstandscapaciteit € 299 miljoen (5% van het begrotingstotaal). De algemene reserve en daarmee de beschikbare weerstandscapaciteit stijgt naar verwachting in 2023 naar € 191 miljoen en zit daarmee met 3,2% van het begrotingstotaal nog onder de normhoogte van 5%. Vanaf 2024 verwachten we wel boven de normhoogte uit te komen. Het gunstige verloop van de algemene reserve is het gevolg van de ontvangen coronasteun van het Rijk van in het totaal € 323 miljoen en de hoger dan verwachte gemeentefondsuitkering van de meicirculaire 2022.
Figuur 2.11 Algemene reserve 2018 – 2026 600
Bedragen x € 1 miljoenen
2.4
500
400
300
200
100
0
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Algemene reserve Normhoogte (5% van de begrotingsomvang exc. Reserves)
21
H2
2.5
Overige ontwikkelingen
Verbeterde doelenboom
Nieuwe programma-indeling In de bestuursperiode 2022 – 2026 werken we met een nieuwe indeling van begrotings programma’s. Met deze indeling sluiten we beter aan bij de maatschappelijke opgaves in de stad, kunnen we beter opgavegericht samenwerken en wordt het handelen van de gemeente nog meer in samenhang bezien, met betere resultaten voor de stad. De nieuwe programma-indeling bestaat uit 8 beleidsprogramma’s en de programma’s A (algemene dekkingsmiddelen) en B (bestuur en organisatie). Deze nieuwe indeling is verwerkt in de Begroting 2023. Daarnaast ontwikkelen we een manier om beter te sturen op begrotingsbrede (‘horizontale’) thema’s, zoals duurzaamheid, en om beter gebiedsgericht te kunnen werken. Daartoe zetten we een eerste stap in deze begroting, maar dit ontwikkelen we verder richting de Begroting 2024. Onderstaande figuur 2.12 geeft de nieuwe begrotingsstructuur weer, met daarin de integrale thema’s die in alle beleidsprogramma’s terugkeren.
Figuur 2.12 Programma-indeling Begroting 2023
Gebiedsgericht werken
Kansengelijkheid
Invoering rechtmatigheidsverantwoording Vanaf verslagjaar 2023 moeten we een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Daarmee legt het college van b en w verantwoording af over de naleving van de regels die gelden voor het financiële handelen van onze organisatie. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording houdt in dat de accountant vanaf de jaarrekening 2023 geen verklaring meer zal afgeven over de rechtmatigheid (‘zijn de baten, lasten en balansmutaties in overeenstemming met regelgeving?’) maar alleen over de getrouwheid (‘zijn de opgenomen bedragen juist en volledig?’). Nieuw is ook dat de wetgever verwacht dat college en gemeenteraad door het jaar heen een gesprek over rechtmatigheid voeren en niet alleen achteraf naar aanleiding van de jaarrekening.
B. Bestuur en organisatie 7 €0,
A. Algemene dekkingsmiddelen 0 €1,
8. Veiligheid
Democratisering
2 €0,
7. Sociale zaken en armoedebestrijding
Digitale stad / Informatie
1 €1,
6. Gezondheid, zorg, jeugd, opvang, diversiteit 0 €1,
5. Onderwijs 3 €0,
4. Sport
3. Economie, kunst, cultuur en erfgoed 2 €0,
Begroting 2023
1 €0,
2. Openbare ruimte, water, groen, vervoer 1 €1,
,8 €0
1.Bouwen, wonen en duurzaamheid
Duurzaamheid
Een onderdeel van de begroting zijn de doelen, activiteiten en indicatoren, oftewel de ‘doelenboom’. Bij de Begroting 2023 is een verbeterde doelenboom opgeleverd. De maatschappelijke opgaven zijn beter vertaald naar doelen, de activiteiten dragen bij aan het behalen van de doelen en de doelen en activiteiten zijn zo veel als mogelijk voorzien van meetbare indicatoren. Vanwege onder meer de samenloop met de nieuwe begrotingsindeling, is de doelenboom in deze begroting niet opgenomen in de programma’s (hoofdstuk 3) maar in een aparte bijlage. De verbeterslag van de doelenboom is nog niet afgerond, zo zijn nog niet voor alle doelen en activiteiten indicatoren opgenomen en zijn niet alle indicatoren voorzien van streefwaarden. Verder zijn in deze begroting de horizontale thema’s (zoals duurzaamheid en de Masterplannen) nog niet opgenomen in de doelenboom van de verticale programma’s. Ook is het coalitieakkoord in deze begroting nog niet volledig verwerkt in de doelen boom. De Voorjaarsnota 2023 en de Begroting 2024 bieden de mogelijkheid om de horizontale thema’s en (de verdere verwerking van) het coalitieakkoord door te voeren in de doelenboom en verdere verbeteringen, zoals nieuwe en aanvullende indicatoren en streefwaarden, op te nemen in de verschillende begrotingsprogramma’s. Eind 2022 wordt de doelenraming ter kennisname aan de raad gestuurd.
Deze raming toont hoe de budgetten uit de begroting zijn gekoppeld aan de doelen binnen de programma’s.
*in € mld
22
3
H3
3 Begroting 2023
3 Programma's 3.1
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
25
3.2
Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer
56
3.3
Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed
93
3.4
Sport
107
3.5
Onderwijs
117
3.6
Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit
128
3.7
Sociale zaken en Armoedebestrijding
147
3.8
Veiligheid
160
3.A
Algemene dekkingsmiddelen
170
3.B
Bestuur en organisatie
179
24
H3.1
3.1
3.1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
Programma 3 | Portefeuillehouder: Van Dantzig, Pels, Groot Wassink, Van der Horst, Van Buren
H3.1
3.1 Bouwen, wonen en duurzaamheid (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten
1.373,0
927,2
869,1
1.057,9
892,2
931,4
Lasten
1.122,6
884,2
886,8
967,2
806,2
821,1
Saldo Baten en Lasten
250,4
43,0
-17,7
90,7
86,1
110,3
Onttrekking
729,3
518,6
338,6
255,8
166,1
174,0
Toevoeging
739,9
537,8
280,9
297,0
195,0
217,7
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
-10,5
-19,2
57,7
-41,2
-28,8
-43,7
Totaal Programma Bouwen, wonen en duurzaamheid
239,9
23,9
40,0
49,6
57,2
66,6
Jaarverslag 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
267,7
236,3
259,4
251,4
250,2
249,1
(bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatslasten
Coalitieakkoord
3.1.1 Ruimtelijke ontwikkeling
Klimaatverandering behoort tot de allergrootste uitdagingen. De afgelopen jaren zijn er flinke stappen gezet maar we zijn er nog lang niet. We blijven streven naar 60% reductie in 2030 en gaan door met de routekaart Klimaatneutraal en Agenda Circulair. In onze aanpak zetten we extra in op het bestrijden van energie armoede door energielasten van mensen met lage inkomens te verlagen. We stimuleren verduurzaming bij ondernemers, Amsterdammers en in de eigen organisatie. We ondersteunen energiecoöperaties en klimaatrechtvaardigheid. Deze ambities kunnen we niet bereiken zonder een intensieve samenwerking met het Rijk en ander partners als woningbouwcorporaties en ontwikkelaars.
Ruimtelijke ordening zorgt voor een stad en regio die door ruimtelijke visievorming, planontwikkeling, ruimtelijke kaderstelling en bouwplantoetsing goed functioneren. • Amsterdam groeit hard, zowel in inwoners als arbeidsplaatsen, en ook de bezoekersaantallen zijn (weer) sterk toegenomen. Deze groei heeft veel positieve aspecten maar levert ook veel druk op de ruimte, leefbaarheid en vastgoedprijzen op. In juli 2021 is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. Hiermee hebben we weer een bijgewerkte, overkoepelende visie hoe we de fysieke leefomgeving willen ontwikkelen en om willen gaan met deze groei. Daarbij letten we op alle ruimtelijke opgaven, belangen en ontwikkelingen in de stad. Begin 2022 is de Uitvoeringsagenda voor de Omgevingsvisie vastgesteld. Daarin staat hoe we de Omgevingsvisie gaan uitvoeren. In 2021 nam de
Begroting 2023
bevolking met meer dan 10.000 inwoners toe, op het niveau van voor de coronacrisis. De buitenlandse migratie is wederom bepalend voor de sterke groei. De druk op de woningmarkt (wachttijden, prijsontwikkeling) blijft daardoor hoog en wordt steeds hoger. Daarom blijven we werken aan voldoende ruimte voor nieuwe en betaalbare woningen en de bijbehorende voorzieningen. Inzet voor de komende jaren is een woningbouwproductie van 7.500 woningen per jaar. Hiervoor is nieuwe ‘planvoorraad’ nodig want voordat de woningen daadwerkelijk gebouwd kunnen worden is veel voorbereiding nodig om locaties geschikt te maken en alle benodigde procedures te doorlopen. Naast woningbouw is er ook veel behoefte aan (betaalbare) bedrijfsruimte en het inpassen van allerlei voorzieningen op maatschappelijk gebied en in het kader van de verduurzaming van de stad. Al deze functie vragen om ruimte en afstemming en daar is integrale ruimtelijke planvorming voor nodig.
26
H3.1
• Belangrijk gebiedsontwikkelingen die gestart zijn of in voorbereiding zijn bieden ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven, scholen, sportvoorzieningen en groen in aantrekkelijke gemengde stadswijken. Met het nieuwe beleidskader voor de vernieuwing van de Hoofdgroenstructuur wordt gezorgd dat alle verdichting hand in hand gaat met bescherming en verbetering van de belangrijkste groengebieden in de stad. Dit is een uitwerking van de Omgevingsvisie. Dat geldt ook voor het nieuwe hoogbouwbeleid dat wordt opgesteld om de verdichtingsopgave in goede banen te leiden. • Om de bevolkingsgroei te accommoderen en te voorkomen dat de wooncrisis de stad verder ontwricht, willen we de woningproductie in de stad langdurig op een hoog niveau houden van 7.500 woningen per jaar. Hiervoor is het noodzakelijk om over voldoende uitvoeringsklare planvoorraad te beschikken. Voor de komende circa 3 jaar is voldoende harde planvoorraad opgebouwd om het huidige productie niveau te kunnen volhouden. Daarna valt de harde planvoorraad scherp terug. De Omgevingsvisie biedt de planologische ruimte om de huidige planvoorraad voor 10 jaar of langer aan te vullen. Het omzetten van die planologische ruimte in uitvoeringsklare planvoorraad kost enkele jaren voorbereiding.
In het coalitie akkoord is hiervoor een nieuw op te stellen Ontwikkelstrategie aangekondigd waarmee voor de komende 10-15 jaar de ontwikkeling van nieuwe gemengde stadswijken wordt geborgd. • De invoering van de Omgevingswet vraagt dat we anders gaan adviseren over ruimtelijke kwaliteit in de fysieke leefomgeving. We zagen in 2021 dat het aantal formele adviesverzoeken over aanvragen Omgevingsvergunning afneemt. Tegelijkertijd nam de werklast toe door meer serviceverlening aan burgers en initiatiefnemers (meer ruimte voor initiatieven, minder starre regelgeving) en meer adviestaken. Deze verschuiving zal zich naar verwachting doorzetten in de toekomst, met meer informatie en begeleiding vooraf en minder/lichtere toetsing achteraf.
3.1.2 Grond Het Amsterdams Akkoord gaat uit van een verantwoorde groei van de stad. We streven naar een jaarlijkse start bouw van 7500 woningen in de verhouding 40 procent sociaal, 40 procent middelduur en 20 procent markt. Het resultaat van programmaonderdeel Grond is sterk afhankelijk van marktont wikkelingen. Op dit moment is sprake van een dalend consumentenvertrouwen, personeelstekorten, stijgende rente en gestegen bouwkosten. Tegelijkertijd is de druk op de woningmarkt vooralsnog blijvend, waarbij met name de betaalbaarheid en een goede mix van woningen belangrijke aandachtspunten blijven. We werken aan het maken van een complete stad, waarbij de bouw van gemiddeld 7.500 woningen per
Begroting 2023
jaar samen op moet gaan met bijbehorende voorzieningen als groen, bereikbaarheid en maatschappelijke voorzieningen zoals scholen. Hierbij wordt in de verschillende gebieden ook gebouwd voor de verschillende doelgroepen zoals jongeren, studenten, ouderen, zelfbouwers en wooncoöperaties. Onderdeel van de gebiedsontwikkeling is de transformatie van monofunctionele (werk)gebieden naar aantrekkelijke wijken met een goede menging van wonen, werken en voorzieningen. De gebiedsontwikkeling past binnen de strategie van de Metropoolregio Amsterdam. De gemeente heeft de komende jaren voldoende potentiële plannen om woningen te realiseren, maar moet er ook voor zorgen dat er voldoende planvoorraad voor de toekomst blijft. De gemeente bouwt niet zelf, maar werkt in de gebiedsontwikkeling samen met vele verschillende partners zoals woningcorporaties, wooncoöperaties, beleggings- en investeringsfondsen en ontwikkelaars. De laatste jaren verschuift de gebiedsontwikkeling steeds meer naar transformatiegebieden waarbij afspraken moeten worden gemaakt met zittende erfpachters. De ambities vanuit het coalitieakkoord worden uitgewerkt in een aantal beleids producten. Zo wordt het nieuwe woningbouwplan 2022-2028 opgesteld en aan de raad voorgelegd en zullen voorstellen voor de mogelijkheden om sociale koop te stimuleren worden onderzocht.
De beoogde rijksmaatregelen voor de huurmarkt worden nauwlettend gevolgd en getoetst op de effecten op de Amsterdamse woningmarkt en mogelijk noodzakelijke beleidsaanpassingen. De samenwerking en contacten met de verschillende marktpartijen en corporaties worden voorgezet; zeker van belang in de huidige onzekere marktsituatie. De huidige marktsituatie kenmerkt zich door grote onzekerheid. Dit zal een onmiskenbaar effect hebben op de ontwikkelingen in de grondproductie en op de resultaten in het Vereveningsfonds. Hoe groot dit effect is, kunnen we niet op voorhand beantwoorden. Jaarlijks wordt gerapporteerd over de voortgang van de woningbouw productie en de ontwikkelingen op de kantorenmarkt.
3.1.3 Erfpacht Door het erfpachtstelsel houdt de gemeente grip op het gebruik van de grond en komt de waardevermeerdering van de grond die ontstaat bij functiewijzigingen of bij het einde van een tijdvak, ten goede aan de gemeenschap. We doen dit door grond uit te geven in erfpacht bij nieuwe vastgoedontwikkelingen en door de bestaande erfpachtrechten te beheren.
27
H3.1
In 2016 is Amsterdam bij nieuwe gronduitgiftes overgegaan van voortdurende erfpacht met tijdvakken naar contracten op basis van eeuwigdurende erfpacht. Daarnaast hebben we in 2017 de overstapregeling vastgesteld, waardoor erfpachters met een woning kunnen overstappen van het voortdurende naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel. Vanwege de gunstige voorwaarden die golden voor een overstap tot 8 januari 2020, hebben we veel (circa 165.000) overstapaanvragen ontvangen. De verwerking van de aanvragen vraagt ook in 2023 nog veel inzet. Daarnaast is een nieuwe spijtoptantenregeling vastgesteld om erfpachters die in eerste instantie geen aanvraag hebben ingediend of gedurende het proces de aanvraag niet hebben gecontinueerd alsnog de gelegenheid te bieden tegen gunstige voorwaarden over te stappen. Om ervoor te zorgen dat erfpachters in de toekomst transparanter en efficiënter worden geholpen, investeren we in het erfpachtinformatiesysteem en in datamanagement.