CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid 2021.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 9 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Amsterdamse Thermometer Bereikbaarheid (ATB) 2021 (ZD2021-010909)10.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid 2021

Voorwoord Dit is de vierde Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid (ATB). In de ATB presenteren we een grote hoeveelheid gegevens, die inzicht geven in de manier waarop mensen (bewoners, bezoekers, toeristen) in de stad zich bewegen. Op een toegankelijke manier laat de ATB 2021 de ontwikkelingen, trends en achtergronden van de mobiliteit in Amsterdam zien. Effecten corona nog niet in deze editie In de ATB kijken we vooral naar het (recente) verleden, omdat we daarvan kunnen leren. Op basis van historische trends kunnen we toekomstige ontwikkelingen voorspellen. De corona-pandemie deed in maart 2020 zijn intrede in Nederland. Dat konden we natuurlijk niet voorspellen, maar het had (en heeft) een enorme impact op de stad en op wie zich hoe, waar en wanneer verplaatst. Thuiswerken, nauwelijks toeristen in de stad, een avondklok, andere invulling van vrije tijd: de gevolgen van de pandemie hadden een sterk effect op het mobiliteitsgedrag van mensen. Dit gaan we natuurlijk terug zien in de cijfers over de mobiliteitsontwikkelingen vanaf 2020. In deze ATB 2021 zijn de effecten van de corona-pandemie echter nog niet zichtbaar. De gegevens die we gebruikt hebben voor deze ATB gaan meestal niet verder dan 2019 of 1 januari 2020. De getoonde cijfers en grafieken gaan dus nog over de situatie vòòr corona.

De impact van de corona-maatregelen op de mobiliteit in de stad wordt ondertussen wel gemonitord. Voor informatie hierover kan contact worden opgenomen via onderstaand e-mailadres. Contact De ATB 2021 is opgesteld door team Onderzoek & Kennis van de directie Verkeer en Openbare Ruimte. Voor vragen en/of reacties kunt u contact met ons opnemen via verkeersonderzoek@amsterdam.nl.

Inhoudsopgave Samenvatting

 4

Invloeden

 6

Aanbod

21

Gebruik

30

Effecten

51

Beleving

 60

Samenvatting

Samenvatting •De groei van de stad zet door. Dit heeft gevolgen voor de mobiliteit. •De groei van het totaal aantal auto’s in de stad stagneert, het aantal auto’s per inwoner daalt. •Duurzame vervoermiddelen zoals elektrische auto’s, elektrische fietsen en deelauto’s zijn in opmars. •Het P&R-gebruik groei fors. •Het aantal OV-reizigers met GVB en NS stijgt. •De files op de rijkswegen rond Amsterdam nemen toe. •Het aantal ernstig gewonden in het verkeer neemt af. •De uitstoot van NO2 neemt af, maar uitstoot CO2 door verkeer neemt toe. •De tevredenheid over het openbaar vervoer in de stad is gestegen. •Het rapportcijfer voor Amsterdam als fietsstad is gedaald. •De overlast door verkeerslawaai is toegenomen.

Aantal inwoners Amsterdam, 2010-2020

Aantal banen, 2010-2019

+14%

Aantal hotelovernachtingen, 2010-2019

+89%

+21%

Aantal auto’s per inwoner, 2010-2020

-5% P+R +62%

P+R-gebruik, 2015-2019

Filezwaarte, 2015-2019

Aantal elektrische auto’s in 2020

Aantal deelauto’s in 2020

10.891

11.111

Reizigersritten GVB, 2015-2019

In-/uitstappers NS, 2015-2019

+20%

+26%

Aantal ernstig gewonden, 2015-2019

+29%

-9%

NO2

Rapportcijfer GVB

Rapportcijfer fietsstad

2015

2015

2019

7,4 7,9

2019

7,1 6,9

CO2

Uitstoot NO2 en CO2, 2015-2019

-13% +2%

Overlast door verkeerslawaai, 2015-2019

+4%

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

5

Invloeden De onderwerpen die een uitwerking hebben op de bereikbaarheid en mobiliteit van Amsterdam.

Inhoudsopgave Invloeden 

8

Nieuw-West en Oost snelst groeiende stadsdelen van afgelopen decennium



9

65-plussers en 20 tot 35-jarigen nemen het snelst toe in Amsterdam

 10

Aandeel samenwoners zonder kinderen sterkst gegroeid, woningbezetting hoogst in Nieuw-West

 11

Opleidingsniveau blijft stijgen, bijna de helft van de Amsterdammers is hoog opgeleid

 12

Grote verschillen tussen stadsdelen in bevolkingsdichtheid en -samenstelling

 13

Meeste voorzieningen dichtbij woning in Centrum en West

 14

Aantal ZZP-ers in tien jaar tijd verdubbeld

 15

Banengroei in heel Amsterdam, grootste toename in Zuidoost

 16

Sterke concentraties banen rondom de stations Zuid, Bijlmer-ArenA, Sloterdijk en Amstel

 17

Sinds 2015 elk jaar gemiddeld 5.000 woningen opgeleverd

 18

Groei toerisme zet onverminderd door

 19

Toename bezoek aan cultuur en congressen vlakt af na 2015

 20

7 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Groei aantal inwoners vooral door buitenlandse migratie

Invloeden

Groei aantal inwoners vooral door buitenlandse migratie 20.000

15.000 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

8

10.000

5.000

0

-5.000

-10.000

-15.000 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Geboorte overschot Binnenlands migratiesaldo Buitenlands migratiesaldo

< Ontwikkeling inwonersaantal 2010-2019 Bron: OIS, 1910-2020

De afgelopen tien jaar is het aantal inwoners van Amsterdam met 14% toegenomen. De laatste 5 jaar komt de toename vooral door migranten uit het buitenland. Het aantal migranten uit

andere plaatsen in Nederland neemt juist af. Buitenlandse migranten kunnen een ander mobiliteitsgedrag hebben dan binnenlandse migranten.

Data in tabelvorm: bijlage 1.1

Groei +19%

Groei +12%

Groei +5%

Groei +9%

83.000

87.000

132.000 132.000 148.000

125.000 135.000 160.000

130.000 134.000 146.000

2000

2010

2020

2000

2000

2000

2010

2020

West (incl. Westpoort)

Groei +21%

2010

2020

Nieuw-West

Groei +15%

117.000 142.000

87.000

86.000

99.000

85.000

82.000

90.000

2000

2010

2000

2010

2020

2000

2010

2020

Oost

Noord

2020

Zuid

Groei +10%

93.000

2020

2010

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

9

80.000

Centrum

Invloeden

Nieuw-West en Oost snelst groeiende stadsdelen van afgelopen decennium

Zuidoost

< Ontwikkeling aantal inwoners per stadsdeel op 1 januari (2000-2020, afgerond op duizendtallen) Bron: OIS, 2010-2020

Als de stad groeit, neemt het verkeer toe. De groei van het aantal inwoners in Amsterdam is niet in alle stadsdelen even sterk. In de stadsdelen Oost en

Nieuw-West nam het aantal inwoners het meest toe. In Noord en Zuidoost groeide het aantal bewoners weer, na een aanvankelijke daling tussen 2000 en

2010. Stadsdeel Centrum is het minst gegroeid.

Data in tabelvorm: bijlage 1.2

90 tot 95 jaar

0%

5%

0%

2%

85 tot 90 jaar 1%

-13%

80 tot 85 jaar

1%

75 tot 80 jaar

2%

70 tot 75 jaar

4%

65 tot 70 jaar

4%

60 tot 65 jaar

5%

55 tot 60 jaar

6%

50 tot 55 jaar

6%

45 tot 50 jaar

7%

40 tot 45 jaar

7%

Gem. NL: 41,7

35 tot 40 jaar

8%

Gem. Adam: 38

30 tot 35 jaar

10%

25 tot 30 jaar

12%

20 tot 25 jaar

8%

15 tot 20 jaar

5%

10 tot 15 jaar

5%

5 tot 10 jaar

5%

0 tot 5 jaar

5%

4% 26%

10

57% 41% 17% 24% 11% -3% -7% 4% 29% 35% 11% 9% 13% Amsterdammers Nederland

< Leeftijdspiramide Amsterdam t.o.v. Nederland (zwarte lijn), 2020,naar leeftijd, % inwoners

3% -2%

< Ontwikkeling Amsterdam 2010-2020 (%) Bron: CBS, 2020; OIS, 2020

Het gebruik en bezit van vervoer­ middelen verandert als men ouder wordt. De leeftijdsopbouw van de

Amsterdamse bevolking wijkt af van die in de rest van Nederland. De gemiddelde leeftijd is lager. Het aandeel 20 tot

35-jarigen is met 30% het grootst. Ook het aantal 65-plussers groeit snel, maar is in omvang nog bescheiden (13%).

Data in tabelvorm: bijlage 1.3

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

95 jaar of ouder

Invloeden

65-plussers en 20 tot 35-jarigen nemen het snelst toe in Amsterdam

872

+14%

768

2,2 251

Alleenstaand

+12%

225

201 167

255

Noord

1,8

290

Samenwonend zonder kinderen

Samenwonend met kinderen

1,6 +20%

West

2,3

Nieuw-West

+14%

2,0

Centrum

Oost

2,0

Zuid

96

104

Eenoudergezin

+8%

24

27

Overig

+9%

2010

2020

2,1

Zuidoost

< Ontwikkeling gezinssamenstelling in 1000’en inwoners, 2010-2020

< Gemiddelde woningbezetting per stadsdeel, 2020 Bron: OIS, 2010-2020

Het bezit van vervoermiddelen hangt sterk samen met de samenstelling van een huishouden. De meeste Amsterdamse huishoudens zijn gezinnen met kinderen. Die groep is de afgelopen 10 jaar met 14% gegroeid. Het aantal

samenwonende stellen zonder kinderen is nog sneller gegroeid. Ook het aantal bewoners per woning heeft effect op de hoeveelheid verkeer in een buurt. In een Amsterdams huis wonen gemiddeld 2 mensen.

Stadsdeel Centrum heeft de laagste woningbezetting omdat er relatief veel alleenstaanden wonen. In Nieuw-West is de woningbezetting het hoogst omdat er relatief veel gezinnen met kinderen wonen. Data in tabelvorm: bijlage 1.4

11 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Totaal

Invloeden

Aandeel samenwoners zonder kinderen sterkst gegroeid, woningbezetting hoogst in Nieuw-West

29%

38% 46%

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

12

33%

34% 32%

37%

28%

2001 2011 < Ontwikkeling opleidingsniveau Amsterdammers in %, 2001-2018 (15-74 jarigen)

Opleidingsniveau Hoog Middel Laag

22%

2018

Bron: OIS 2001-2018

De keuze voor bepaalde vervoer­ middelen wordt mede bepaald door iemands opleidingsniveau. De afgelopen

Invloeden

Opleidingsniveau blijft stijgen, bijna de helft van de Amsterdammers is hoog opgeleid

twintig jaar is het opleidingsniveau onder Amsterdammers enorm toegenomen. Dat komt doordat de stad een grote

aantrekkingskracht heeft op hoger opgeleiden en doordat het aantal studenten in de stad is toegenomen.

Data in tabelvorm: bijlage 1.5

% inwoners van niet-westerse afkomst 5.239

Amsterdam Totaal

9.448 4.662 15.440 2.328 13.832

Centrum

31%

Noord

32%

Amsterdam Totaal

25,7

Zuidoost 37,5

Oost

Oost 49,0

Zuid Nieuw-West

29,1

Centrum

Zuid Nieuw-West

36,1

West Noord

16%

Centrum

% inwoners leeftijd 65+

36,4

Amsterdam Totaal Zuidoost

53%

West

Inkomen per inwoner (x € 1.000) per jaar (2018)

13

20%

Zuid Nieuw-West

West Noord

32%

Oost

Zuid Nieuw-West

64%

Zuidoost 7.886

Oost

36%

Amsterdam Totaal

4.431

Zuidoost

West

28,5 44,9

13% 12% 10% 15% 12% 10%

Noord

15%

Centrum

15%

< Karakteristieken stadsdelen Amsterdam, 2019 Bron: OIS, 2018-2019

In Amsterdam wonen ruim 5.200 mensen per vierkante kilometer, maar die zijn niet gelijk over de stad verdeeld. In West wonen er gemiddeld 3 keer zo veel mensen en ook in stadsdeel Centrum is de bevolkingsdichtheid veel hoger

dan het stedelijk gemiddelde. Ook het gemiddelde inkomen in de stad vertoont grote verschillen per stadsdeel. In Zuidoost zijn de inkomens het laagst, in Zuid het hoogst. Hier verdient men gemiddeld bijna twee keer zoveel.

Ruim een derde van de Amsterdamse bevolking is van niet-westerse afkomst. Ook hier grote verschillen per stadsdeel: in Zuidoost is 64% van niet-westerse afkomst, in Centrum 16%. Data in tabelvorm: bijlage 1.6

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Inwoners per km² land

Invloeden

Grote verschillen tussen stadsdelen in bevolkingsdichtheid en -samenstelling

1.189 767

635

Invloeden

Meeste voorzieningen dichtbij woning in Centrum en West 287

14

139

130

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

134

118

72

70

64

56

54

59

54

48

37

34

34

24 11 Centrum

West

Oost

Zuid

22 11

Noord

23 24

23 10

Nieuw-West

6

Huisartspraktijken Kinderdagverblijven Restaurants Grote supermarkten

Zuidoost

< Aantal voorzieningen binnen 3 km van de woning, per stadsdeel, 2018 Bron: CBS, 2018

Wie niet ver hoeft te reizen voor een bezoek aan de supermarkt, de dokter, het kinderdagverblijf of een restaurant, zal eerder de fiets pakken of gaan lopen. Vooral in de stadsdelen Centrum, West

en Zuid zijn veel van deze voorzieningen binnen een straal van 3 kilometer van huis. In andere stadsdelen, met name Noord en Zuidoost, moet men verder reizen. Data in tabelvorm: bijlage 1.7

Groei +27%

584 510

15

Groei +8%

Groei +98%

2010

2013

2016

2020

< Aantal werkzame personen in Amsterdam (x 1.000), 2010-2020, excl. personen die minder dan 12 uur per week werken

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

461

483

Invloeden

Aantal ZZP-ers in tien jaar tijd verdubbeld

38

49

61

2010

2013

2016

76

2020

< Aantal Amsterdamse ZZP’ers (x 1.000), 2010-2020

104

108

104

112

2010

2013

2016

2020

< Aantal studenten hoger onderwijs in Amsterdam (x 1.000), 2010-2020 Bron: OIS, 2010-2020

Het aantal mensen dat in Amsterdam werkt is de afgelopen 10 jaar met ruim een kwart toegenomen. Dat komt onder andere doordat het aantal ZZP-ers in de

stad is verdubbeld. Het aantal studenten in Amsterdam schommelt, maar is in tien jaar tijd toch met bijna 10% gestegen.

Data in tabelvorm: bijlage 1.8

Banengroei in heel Amsterdam, grootste toename in Zuidoost 103.695

Invloeden

116.456

24.844

12.958

10.331

82.845

16 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

81.492

21.643

62.669 50.509

9.187

71.161

34.796 24.751 4.607 20.144

91.612

90.737

5.557

6.848

61.202

53.482 44.952

27.948 Toename aantal banen 2010-2019 2010

Westpoort

Noord

West

Oost

Nieuw-West

Zuidoost

Centrum

Zuid

< Aantal banen per stadsdeel, 2010-2019 Bron: OIS, 2010-2019

Banen zorgen voor meer verkeer in de stad en trekken verkeer aan van buiten de stad. Verkeer van werknemers, maar ook van leveranciers en klanten. De

afgelopen tien jaar zijn er in Amsterdam ruim 20% meer banen bijgekomen. Die groei zien we in alle stadsdelen terug. De grootste toename was in stadsdeel

Zuidoost, met ruim 30% meer banen. De meeste banen zijn te vinden in stadsdeel Zuid.

Data in tabelvorm: bijlage 1.9

Invloeden

Sterke concentraties banen rondom de stations Zuid, Bijlmer-ArenA, Sloterdijk en Amstel

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

17

0-1 1 - 50 50 - 150 150 - 300 > 300

< Aantal banen per hectare per buurt, 2017 Bron: OIS, 2019

Treinstations werken als banenmagneet. De nabijheid van een station maakt het voor werknemers en bezoekers makkelijker om met het openbaar

vervoer te komen. Concentraties van banen zijn vooral zichtbaar rond de stations Zuid, Bijlmer-ArenA, Sloterdijk en Amstel. Het hoogste aantal

banen per hectare vinden we in de buurt Zuidas-Zuid, gevolgd door de Rembrandtpleinbuurt en de Leidsebuurt.

Sinds 2015 elk jaar gemiddeld 5.000 woningen opgeleverd 7.500

Invloeden

2.078

7.193

7.000 6.500

data

6.000

470

528

18

5.500

926

5.016

5.000 4.500

62

4.448

4.490

4.000 3.500

3.801

3.000 2.500

151

2.000

1.890

1.500 275

1.000

1.421

1.274

500 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

Opgeleverde woningen (netto)

< Aantal netto opgeleverde woningen (opgeleverd minus gesloopt) in 2019

< Aantal opgeleverde woningen (netto) Amsterdam Bron: OIS, 2012-2019

Het aantal inwoners in Amsterdam groeit snel. Daarom is in 2015 de woningbouwproductie opgeschroefd. Sinds dat jaar zijn er elk jaar gemiddeld

5000 woningen gebouwd. In 2019 zijn de meeste nieuwe woningen in stadsdeel Noord gebouwd: ruim 2000. In Oost waren het er bijna 1000.

Data in tabelvorm: bijlage 1.10

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Geen

Groei toerisme zet onverminderd door Groei +89%

898 18.375 Groei +59% 68

50

51

53

55

815 778

72 674

64

13.983 12.898 12.538 11.262 10.564 9.725 9.748

71

900

612

58

556

447

464

45

420

631

322

356

481

19

459

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

16.673 15.858

786

Invloeden

Groei +94%

407

421

295 265 478

199

261

290

338 275

334

441

371

253

Passagiers Riviercruise Zeecruise

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

< Aantal hotelovernachtingen (x 1.000), 2010-2019

< Aantal passagiers Schiphol (x 1.000.000), 2010-2019

< Aantal cruisepassagiers (x 1.000), 2010-2019 Bron: OIS, 2010-2019; CBS, 2018-2019

Het aantal toeristen dat naar Amsterdam komt blijft ieder jaar stijgen. Tussen 2010 en 2019 is het aantal overnachtende toeristen in de stad bijna verdubbeld.

Toeristen maken gemiddeld meer verplaatsingen op een dag dan Amsterdammers.

Data in tabelvorm: bijlage 1.11

Groei +53%

Invloeden

Toename bezoek aan cultuur en congressen vlakt af na 2015 Groei +15%

14.278 12.697

Groei +5%

5.335

Groei +53%

7.495

Groei +15%

5.584

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Groei +36%

20

5.649 4.896

3.920 Groei +76%

3.195

633 2011

2015

2019

< Aantal bezoekers theaters en concerten (x 1.000)

2011

2015

2019

< Aantal rondvaartpassagiers (x 1.000)

2011

2015

2019

< Aantal bezoekers musea (x 1.000)

2011

Groei -9%

1.115

1.013

2015

2019

< Aantal congresbezoekers (x 1.000) Bron: OIS, 2011-2019; amsterdam&partners, 2011-2019

Het bezoek aan culturele instellingen stijgt nog steeds, maar is sinds 2015 minder gegroeid dan in de jaren daarvoor. Het museumbezoek nam sinds 2015 bijvoorbeeld nog maar met

15% toe. In de 5 jaar daarvoor was dat nog meer dan 50%. Het aantal congresbezoekers is sinds 2015 zelfs iets gedaald.

Data in tabelvorm: bijlage 1.12

Aanbod

Het vervoersaanbod: hoe wordt het voor Amsterdammers, bezoekers en toeristen mogelijk gemaakt zich in de stad te verplaatsen?

Inhoudsopgave Aanbod  23

Groei aantal auto’s in de stad stagneert, autobezit per inwoner daalt

 24

Milieuvriendelijke auto en elektrische fiets in opmars

 25

Meeste laadpunten voor elektrische auto’s in Oud-Zuid

 26

Sterke groei deelauto’s, maar nog bescheiden aandeel op totaal aantal auto’s

 27

Vanaf 2016 steeds minder parkeerplaatsen per inwoner, vooral in Zuidoost nog wel toename28 Vanaf 2019 voor het eerst daling van het aantal snorfietsen

 29

22 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Relatief laag autobezit in Amsterdam, onder gezinnen het hoogst

Aanbod

Relatief laag autobezit in Amsterdam, onder gezinnen het hoogst 1,68

23 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

1,24 0,97

0,65 0,54 0,33

0,52

55%

38%

21%

Eenpersoonshuishouden

29% Paar

15%

1,07

26%

Paar + kind(eren)

< Gemiddeld aantal auto’s per type huishouden in Amsterdam en Nederland, 2018/2019

Totaal Amsterdam

Nederland Bron: ODIN 2018+2019

De samenstelling van het huishouden is van invloed op het autobezit. Een alleenstaande, waarvan er in Amsterdam relatief veel zijn, bezit gemiddeld 0,33 auto. Onder gezinnen met kinderen is het autobezit het hoogste (0,97).

Vergeleken met Nederland als geheel is het autobezit in Amsterdam voor alle typen huishoudens laag. Dat komt onder andere te door de aanwezigheid van alternatieven zoals fijnmazig openbaar vervoer, het ruime aanbod

van deelauto’s, en door de nabijheid van voorzieningen. Hierdoor is men minder afhankelijk van een (eigen) auto.

Data in tabelvorm: bijlage 2.1

24.281

23.775

24.068

24.052

23.816

23.870

25.003

25.300

26.002

26.663

27.470

Zakelijke lease- en bedrijfsauto’s

Auto’s op naam van natuurlijk persoon

200.000 150.000 100.000

24

187.678

190.269

193.307

194.111

193.450

194.355

196.743

199.530

202.607

201.998

201.826

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

50.000 0

< Aantal personenauto’s op naam natuurlijk persoon en aantal zakelijke lease- en bedrijfsauto’s in Amsterdam, 2010-2020 290 280 270 260

276

274

275

273

268

265

266

266

268

265

263

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

X1000

250 0

< Aantal personenauto’s per 1000 inwoners, 2010-2020 Bron: RDW, 2010-2020 (bewerking V&OR)

Sinds 2018 neemt het aantal auto’s in de stad nauwelijks nog toe. Het aantal auto’s per inwoner is al langer aan het dalen. Dus hoewel de bevolking van Amsterdam blijft groeien, stagneert de groei van het aantal auto’s in de

stad. Dit past bij het streven van de stad om autogebruik te ontmoedigen en bewoners te laten kiezen voor milieuvriendelijker vervoermiddelen, zoals de fiets en het openbaar vervoer. Data in tabelvorm: bijlage 2.2

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

250.000

Aanbod

Groei aantal auto’s in de stad stagneert, autobezit per inwoner daalt

10.000

45%

9.000

41%

8.000

42%

40%

7.920

35%

7.000 Hybride personenauto’s 2018: 5.663

6.000 5.242 5.000

4.644

4.000

3.505

3.747

2.060

5.436

3.812 15%

2.552

2.606

2.000

22

74

2010

2011

461

573 54

2012

68

2013

106

207

246

2014

2015

2016

17% 14%

19%

Personenauto’s op aardgas 2018: 360

274

31%

21%

15%

Aandeel Amsterdamse huishoudens met elektrische fiets: 6% (2018) 8% (2019)

10%

1.356

1.000

29%

25% 20%

3.936

3.053

3.000

5.014

28%

30%

5% 0

2017

2018

2019

< Aantal milieuvriendelijke auto’s in bezit van Amsterdammers, 2010-2020

2020

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

< Aandeel elektrische fietsen van verkochte fietsen in Nederland, 2010-2019 Bron: OIS, 2010-2020; RAI/BOVAG/GfK, 2010-2019; ODIN, 2018-2019

Onder milieuvriendelijke auto’s verstaan we auto’s die geheel of gedeeltelijk (hybride) elektrisch zijn en auto’s die rijden op aardgas. Sinds 2010 is dit aantal spectaculair toegenomen. Reden

er in 2010 nog maar 22 elektrische auto’s in de stad, inmiddels zijn dat er bijna 11.000. Ongeveer 7% van de auto’s van Amsterdammers is milieuvriendelijk. Ook het aantal elektrische fietsen groeit sterk

in Amsterdam. De elektrische fiets kan een alternatief zijn voor verplaatsingen met de auto of het openbaar vervoer.

Data in tabelvorm: bijlage 2.3

25 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Elektrische personenauto’s per april 2020: 10.891

11.000

0

Aanbod

Milieuvriendelijke auto en elektrische fiets in opmars

Aanbod

Meeste laadpunten voor elektrische auto’s in Oud-Zuid 162

12

26

134 174

150

174 290

400

130

322

120

168 114

204 612

152

480

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

170

256

217 74 60 96

< Aantal laadpunten voor elektrische auto’s per gebied, 2020 Bron: Basisinformatie, 2020

In 2020 zijn er in Amsterdam bijna 5.000 laadpunten voor elektrische auto’s in de openbare ruimte te vinden. Dit aantal groeit snel. De meeste laadpunten zijn in

Oud-Zuid (612), gevolgd door De Pijp/ Rivierenbuurt (480) en Oud-West/De Baarsjes (400).

Data in tabelvorm: bijlage 2.4

Aanbod

Sterke groei deelauto’s, maar nog bescheiden aandeel op totaal aantal auto’s Aantal deelauto’s 12.000

11.111

11.000

8.997

9.000 8.000

202

7.000 6.000

24

5.509

5.000 4.000

9.075

2020

2.391

2.000 1.000

806

2013

2.937

480 204

329 300

4.241

3.000

1.150

0

7.295

855

908

1.293

1.459

Jaartal

0 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Roundtrip Free-floating Community based Peer2peer Business carsharing

< Aantal deelauto’s in Amsterdam, 2010-2020 Bron: CROW-KpVV, 2020

Het aantal deelauto’s in Amsterdam is sinds 2010 meer dan vertienvoudigd. Deelauto’s zijn er in allerlei soorten. Er zijn grote aanbieders die hun auto’s over

de stad verspreid hebben staan, die je voor een bepaalde tijd kunt huren. Maar er zijn ook steeds meer particulieren die hun auto tegen betaling beschikbaar

stellen aan anderen. Vooral deze vorm van autodelen (peer-to-peer) wint de laatste jaren aan populariteit.

Data in tabelvorm: bijlage 2.5

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

27

10.000

Totaal Amsterdam Gaasperdam, Driemond Bijlmer-Oost Bijlmer-Centrum, Amstel III Noord-Oost Oud-Noord Noord-West IJburg, Zeeburgereiland Watergraafsmeer Indische Buurt, Oostelijk Havengebied Oud-Oost De Pijp, Rivierenbuurt Buitenveldert, Zuidas Oud-Zuid Slotervaart De Aker, Sloten, Nieuw-Sloten Osdorp Geuzenveld, Slotermeer, Sloterdijken Oud-West, De Baarsjes Bos en Lommer Westerpark Centrum-Oost Centrum-West

2018

2020

32

31

31

41

42

24

42

23

19

29

24 46 61

46 56

39

54

38

18

39

17

16

41

37

19

35

19

22

18

20

25

20 24

24

67

60

38

57

38

32

38

29

26

44

44

41

45

40

44

39

42

20

43

20 28

19 28

21

27

19

20

19

19

16

0

28

28

47

18

15

70

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

2016

Aanbod

Vanaf 2016 steeds minder parkeerplaatsen per inwoner, vooral in Zuidoost nog wel toename

0

14

70

0

70

< Ontwikkeling aantal straatparkeerplekken per 100 inwoners, per gebied, 2016-2020 Bron: Parkeren, 2020

In 2016 waren er voor elke honderd Amsterdammers 32 parkeerplekken beschikbaar op straat. In 2020 waren dat er 31. Een afname van ongeveer 4%. Deze afname is vrij gelijkmatig

verdeeld over alle wijken in de stad. Een uitzondering zijn de wijken in stadsdeel Zuidoost. Hier is het aantal parkeerplaatsen per 100 inwoners iets gestegen. Data in tabelvorm: bijlage 2.6

Aanbod

Vanaf 2019 voor het eerst daling van het aantal snorfietsen

26

28

30

37

37

29

35

32 29 25

26

25

22

24

24

23

23

19

22

20

20 18

2010

2020

< Aantal snorfietsen in bezit van Amsterdammers 2010-2020, (x 1.000)

2010

2020

< Aantal bromfietsen in bezit van Amsterdammers 2010-2020, (x 1.000) Bron: CBS, 2020

Sinds 2010 is het aantal snorfietsen in de stad jaar na jaar toegenomen. Tot in 2019. Toen gingen nieuwe regels voor snorfietsers in: binnen de ring A10 mogen snorfietsers niet langer op het fietspad, maar moeten zij uitwijken

naar de rijbaan. En ze moeten een helm op. Sindsdien is het aantal snorfietsen afgenomen van 37.000 in 2018 naar 29.000 in 2020. Daar staat een lichte stijging van het aantal bromfietsen tegenover. Data in tabelvorm: bijlage 2.7

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

35

Gebruik

Het gebruik van het aanwezige vervoersaanbod in de stad.

Inhoudsopgave Gebruik  33

Vervoerwijzekeuze van bewoners van Amsterdam

 34

Vervoerwijzekeuze van bezoekers van Amsterdam

 35

Bewoners Centrum kiezen het vaakst voor de fiets; auto het meest gebruikt in Noord

 36

Mobiliteitsgedrag varieert per leeftijdsgroep

 37

Ook opleidingsniveau en reismotief van invloed op keuze vervoerwijze

 38

Meeste bezoekers Amsterdam afkomstig uit Noord-Holland

 39

De meeste forenzen komen nog steeds uit Zaanstad, grootste groei vanuit Utrecht

 40

Meeste forensen uit Amsterdam werken in Haarlemmermeer

 41

Ochtend- en avondspits duidelijk zichtbaar, vooral bij fiets en OV

 42

Tussen 8 en 9 uur gaan meeste Amsterdammers naar werk of onderwijs

 43

Forse groei P+R gebruik, vooral bij RAI en Noord

 44

Al 10 jaar gemiddeld 4% groei treinreizigers, grootste toename op Bijlmer ArenA en Zuid

 45

Al bijna 10 jaar gemiddeld 4% groei afgelegde kilometers in lokaal openbaar vervoer

 46

31 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Vervoerwijzekeuze van bewoners en bezoekers van Amsterdam

Inhoudsopgave Gebruik  47

Aantal voertuigkilometers in Amsterdam redelijk stabiel

 48

Aantal taxichauffeurs met Amsterdamse vergunning daalt, aantal zelfstandigen groeit

 49

Aantal vracht- en bestelauto’s in de stad gestegen in 2019

 50

32 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Groei pontgebruik vlakt af, Buiksloterwegveer blijft belangrijkste verbinding

2%

2%

1%

2%

27%

26%

26%

29%

28%

22%

23%

25%

18%

32%

2015

19%

30%

2016

19%

27%

2017

26%

16%

27%

2018*

33

25%

16%

29%

Hoofdvervoermiddel

2015

2016

2017

2018*

2019

Brom-/snorfiets

32

38

55

37

52

Fiets

710

665

637

871

801

OV

573

570

616

786

713

Lopen

476

482

450

464

444

Auto

826

757

658

815

806

Totaal

2.617

2.512

2.416

2.973

2.816

2019

* vanaf 2018 andere bron, zie toelichting

< Modal split verplaatsingen van/naar/binnen Amsterdam (door bewoners en bezoekers, excl. toeristen) per werkdag

< Aantallen verplaatsingen (x 1.000) van/naar/binnen Amsterdam (door bewoners en bezoekers, excl. toeristen) per werkdag Bron: OVIN, 2015-2017; ODIN 2018-2019

Voor de informatie op deze pagina wordt gebruikt gemaakt van landelijk verplaatsingsonderzoek van het CBS. Vanaf 2018 is de naam hiervan gewijzigd van OVIN naar ODIN. Omdat met de nieuwe naam ook enkele uitgangspunten zijn gewijzigd, zijn cijfers van 2018 en 2019 niet één op één te vergelijken

met eerdere jaren. In de grafieken wordt dit aangeduid met een stippellijn. Daarnaast zien wij in de resultaten voor Amsterdam tussen 2018 en 2019 enkele opvallende verschillen waarvoor geen goede verklaring gevonden is. Zo is het aantal verplaatsingen in Amsterdam ondanks de

groei van de stad gedaald, met name met het openbaar vervoer. Dit beeld wordt niet door andere bronnen (GVB, NS) ondersteund. Omdat er geen andere bron is om de modal split (vervoerwijzekeuzeverdeling) uit af te leiden, wordt de informatie hier wel getoond. Gebruik van de cijfers is voor eigen risico. Data in tabelvorm: bijlage 3.1

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

1%

Gebruik

Vervoerwijzekeuze van bewoners en bezoekers van Amsterdam

2%

2%

1%

2%

36%

34%

35%

39%

38%

16%

17%

19%

17%

23%

24%

2015

24%

22%

2016

19%

24%

19%

2017

20%

21%

2018*

34

22%

21%

Hoofdvervoermiddel

2015

2016

2017

2018*

2019

Brom-/snorfiets

24

29

39

26

43

Fiets

666

615

602

798

709

OV

301

309

327

390

319

Lopen

433

437

404

421

405

Auto

440

401

324

432

393

Totaal

1.864

1.791

1.697

2.067

1.869

2019

* vanaf 2018 andere bron, zie toelichting

< Modal split verplaatsingen van/naar/binnen Amsterdam door bewoners per werkdag

< Aantallen verplaatsingen (x 1.000) van/naar/binnen Amsterdam door bewoners per werkdag Bron: OVIN, 2015-2017; ODIN 2018-2019

Voor de informatie op deze pagina wordt gebruikt gemaakt van landelijk verplaatsingsonderzoek van het CBS. Vanaf 2018 is de naam hiervan gewijzigd van OVIN naar ODIN. Omdat met de nieuwe naam ook enkele uitgangspunten zijn gewijzigd, zijn cijfers van 2018 en 2019 niet één op één te vergelijken

met eerdere jaren. In de grafieken wordt dit aangeduid met een stippellijn. Daarnaast zien wij in de resultaten voor Amsterdam tussen 2018 en 2019 enkele opvallende verschillen waarvoor geen goede verklaring gevonden is. Zo is het aantal verplaatsingen in Amsterdam ondanks de

groei van de stad gedaald, met name met het openbaar vervoer. Dit beeld wordt niet door andere bronnen (GVB, NS) ondersteund. Omdat er geen andere bron is om de modal split (vervoerwijzekeuzeverdeling) uit af te leiden, wordt de informatie hier wel getoond. Gebruik van de cijfers is voor eigen risico. Data in tabelvorm: bijlage 3.2

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

1%

Gebruik

Vervoerwijzekeuze van bewoners van Amsterdam

1%

1%

2%

1%

1%

6%

7%

5%

8%

10%

Gebruik

Vervoerwijzekeuze van bezoekers van Amsterdam

36%

6%

51%

2015

36%

6%

49%

2016

40% 44%

42%

5%

4%

6%

46%

2017

42%

2018*

2015

2016

2017

2018*

2019

Brom-/snorfiets

7

9

16

11

8

Fiets

44

51

35

74

92

OV

272

261

289

396

394

Lopen

43

45

46

43

39

Auto

385

356

334

383

413

Totaal

751

722

720

907

946

Hoofdvervoermiddel

44%

* vanaf 2018 andere bron, zie toelichting

2019

< Model split verplaatsingen van/naar/binnen Amsterdam door bezoekers per werkdag

< Aantallen verplaatsingen (x 1.000) van/naar/binnen Amsterdam door bezoekers per werkdag Bron: OVIN, 2015-2017; ODIN 2018-2019

Voor de informatie op deze pagina wordt gebruikt gemaakt van landelijk verplaatsingsonderzoek van het CBS. Vanaf 2018 is de naam hiervan gewijzigd van OVIN naar ODIN. Omdat met de nieuwe naam ook enkele uitgangspunten zijn gewijzigd, zijn cijfers van 2018 en 2019 niet één op één te vergelijken

met eerdere jaren. In de grafieken wordt dit aangeduid met een stippellijn. Daarnaast zien wij in de resultaten voor Amsterdam tussen 2018 en 2019 enkele opvallende verschillen waarvoor geen goede verklaring gevonden is. Zo is het aantal verplaatsingen in Amsterdam ondanks de

groei van de stad gedaald, met name met het openbaar vervoer. Dit beeld wordt niet door andere bronnen (GVB, NS) ondersteund. Omdat er geen andere bron is om de modal split (vervoerwijzekeuzeverdeling) uit af te leiden, wordt de informatie hier wel getoond. Gebruik van de cijfers is voor eigen risico. Data in tabelvorm: bijlage 3.3

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

35

35

43

16

24

15 18

46

1

27 8

31 18

2

17

36

44 22

16 17

43 18 17

18

2

Centrum

18

Nieuw-West

3

Noord

West

32

28 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

geen data

Gebruik

Bewoners Centrum kiezen het vaakst voor de fiets; auto het meest gebruikt in Noord

1

Oost

21 2

Zuid

28 29

22 3

18

Auto OV Fiets Brom/snor Lopen

Zuidoost

< Modal split per stadsdeel, % van alle verplaatsingen door bewoners op een gemiddelde werkdag (2018/2019) Bron: ODIN, 2018-2019

In de stadsdelen met de hoogste bevolkingsdichtheid en de meeste voorzieningen (West, Centrum, Zuid en Oost) pakken bewoners het vaakst de fiets of gaan lopen om op hun

bestemming te komen. In stadsdelen met minder voorzieningen in de buurt kiezen bewoners vaker voor de auto (Noord, Nieuw-West) of het openbaar vervoer (Zuidoost). Data in tabelvorm: bijlage 3.4

14%

22%

27%

26%

24%

25%

21% 32%

37

26%

16%

13%

10%

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

6%

Gebruik

Mobiliteitsgedrag varieert per leeftijdsgroep

18%

14% 15%

28% 40%

53% 43%

0%

14%

12 - 17

18 - 29

2%

2% 34%

3%

16%

38% 1%

1%

28%

35%

21%

22%

30 - 44

45 - 59

60 - 64

31%

0%

2% 11%

32%

65 - 79

21%

21%

80 e.o.

Amsterdam

< Modal split Amsterdammers per leeftijdscategorie, 2018/2019, % van verplaatsingen

4%

4%

18 - 29

30 - 44

6%

45 - 64

6%

65 e.o.

Amsterdam

< Geen verplaatsingen tijdens gemiddelde werkdag, 2018/2019, % van Amsterdammers Bron: ODIN, 2018-2019

Amsterdammers pakken vaker de fiets dan de auto of het openbaar vervoer. Onder 60+-ers wordt het vaakst gelopen. Het is opvallend dat inwoners boven de 30 minder gebruik maken van het openbaar vervoer dan jongeren. Dit komt

waarschijnlijk omdat veel studerende jongeren een OV-studentenkaart hebben. Niet alle Amsterdammers komen elke dag hun huis uit. Op een gemiddelde werkdag blijft 11% van de 65+-ers de hele dag binnen. Data in tabelvorm: bijlage 3.5

24%

2% 34%

Winkelen

6%

14% 17%

16%

Werk

17%

22%

9%

39% 41%

21%

29%

41%

33%

2% 22%

30%

43%

2%

31%

2%

Onderwijs 1% 3% 22%

1%

7% 8%

Op bezoek bij familie/vrienden 2%

11% 32%

19%

47%

37%

30% 24%

Laag

Midden

38

9%

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

28%

Vrijetijdsbesteding

20%

Gebruik

Ook opleidingsniveau en reismotief van invloed op keuze vervoerwijze

Hoog

< Modal split per opleidingsniveau, % van verplaatsingen door Amsterdammers van 18 jaar en ouder, 2018/2019

Auto OV Fiets Brom/snor Lopen

< Modal split per verplaatsingsmotief, % van verplaatsingen door Amsterdammers, 2018/2019 Bron: ODIN, 2018-2019

Behalve leeftijd is ook het opleidings­ niveau van de Amsterdammers van invloed op de keuze voor een vervoermiddel. Midden- en hoogopgeleide inwoners kiezen het

vaakst voor de fiets. Lager opgeleide inwoners lopen meer en kiezen vaker voor de auto. Het maakt ook uit wat het doel van iemands verplaatsing is. Wie naar school of naar het werk gaat,

neemt de fiets. Wie op bezoek gaat, pakt meestal de auto. Winkelen doen we lopend of op de fiets.

Data in tabelvorm: bijlage 3.6

Gebruik

Meeste bezoekers Amsterdam afkomstig uit Noord-Holland 1% 0% 1%

14%

0%

7%

14%

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

53%

39

2%

3%

3% 0%

< Herkomstprovincie Nederlandse bezoekers (incl. forensen) aan Amsterdam (in aandeel van alle bezoekersverplaatsingen), excl. bewoners Amsterdam, 2019 Bron: CBS, 2019

Meer dan de helft van alle bezoekers aan Amsterdam, zowel dagjesmensen als forensen, komt uit Noord-Holland. De

overige bezoekers komen voornamelijk uit de provincies Zuid-Holland en Utrecht, gevolgd door Flevoland.

Data in tabelvorm: bijlage 3.7

Gebruik

De meeste forenzen komen nog steeds uit Zaanstad, grootste groei vanuit Utrecht

Purmerend 13

Purmerend +4%

Zaanstad 23 Haarlem 18 Haarlem 9 mermeer 16 Amstelveen 19 ‘s-Gravenhage 9

Almere 21 Diemen 7

Hilversum

Utrecht 22

Zaanstad Haarlem +15% +12%

Totaal forensen 2018 345 Groei: +12%

Almere +18%

Haarlem+10% Diemen mermeer +8% Amstel21% Hilversum veen +15% ‘s-Gravenhage Utrecht +41% +4%

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

40

2014 2018 Amsterdam

< Dagelijks aantal forensen (x 1.000) in top 10 forensensteden van Amsterdam, 2018

< Groei dagelijks aantal forensen 2018 ten opzichte van 2014

< Totaal forensen van buiten de stad (x 1.000) en groei aantal 2018 ten opzichte van 2014 Bron: CBS, 2014-2018

De meeste mensen die in Amsterdam werken, maar er niet wonen, komen uit Zaanstad. Dagelijks zijn dat er 23.000. Op een goede tweede plaats staat Utrecht met 22.000 forensen. Sinds

2014 is het aantal forensen uit die stad met maar liefst 41% gestegen. Daarna volgen Almere, Haarlem en Amstelveen met dagelijks ongeveer 20.000 forensen die naar Amsterdam komen. Het aantal

banen in Amsterdam is de afgelopen 4 jaar met 12% gegroeid. Dat hield gelijke tred met de groei van het aantal forensen.

Data in tabelvorm: bijlage 3.8

Gebruik

Meeste forensen uit Amsterdam werken in Haarlemmermeer

Haarlem

4

5 Haarlemmermeer 27

-33%

-2%

10 Amstelveen 9 4 OuderAmstel

Totaal forensen 2018 138 Groei: +14%

Diemen

Diemen

Haarlem+56% Hilversum mermeer +13% +25% Amstelveen +17% +48% OuderUtrecht Amstel +48%

Hilversum 5

Utrecht 12

‘s-Gravenhage

‘s-Gravenhage

5

+2% Rotterdam

Rotterdam

4

+19%

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Haarlem

41

Zaanstad

Zaanstad

2014 2018 Amsterdam

< Dagelijks aantal forensen (x 1.000) naar top 10 forensensteden vanuit Amsterdam, 2018

< Groei dagelijks aantal forensen vanuit Amsterdam 2018 ten opzichte van 2014

< Totaal forensen vanuit Amsterdam (x 1.000) en groei aantal 2018 ten opzichte van 2014 Bron: CBS. 2014-2018

Er zijn ook Amsterdammers die buiten de stad werken. De meeste van hen werken in de Haarlemmermeer. Hier reizen dagelijks 27.000 Amsterdammers naartoe. Het totale aantal Amsterdamse

forensen dat buiten de stad werkt (138.000) is ongeveer 40 procent van het aantal forensen dat van buiten de stad naar Amsterdam komt om te werken (345.000). Data in tabelvorm: bijlage 3.9

6

5

30

37

42 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

220 210 200 190 180 170 160 150 140 130 120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10

Gebruik

Ochtend- en avondspits duidelijk zichtbaar, vooral bij fiets en OV

5

100

4 23

3

9

5

31

4 32

30

3 5

4

84

3

55

22

30 46

51 42 40

34

17

16

13

23

25

25

28

22

27

13 23

6

7

8

9

10

11

12

13

13 32 23

11 29

29

35

35

12

5

1

41

30 21

2 22

47

35 24

42

30 20

57

43

35 3

32

27

28

23

6 10

6

34

4

14

15

16

17

22

20

18

19

7 13

5 11

20

21

3 12 20 11

1 5 18

11

6 7

22

23

Overig Lopen Fiets OV Auto

< Aantal verplaatsingen (x 1.000) per uur van de dag door Amsterdammers op een gemiddelde werkdag, 2018-2019 Bron: ODIN, 2018-2019

Tussen 8 en 9 uur ’s morgens worden door Amsterdammers de meeste verplaatsingen gemaakt (ruim 210.000). Ook is een duidelijke avondspitspiek waarneembaar, vooral tussen 5 en 6 uur.

Met name het aantal verplaatsingen per fiets en met het openbaar vervoer is in de ochtend- en avondspits aanzienlijk hoger dan de rest van de dag.

Data in tabelvorm: bijlage 3.10

26 54

43 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

220 210 200 190 180 170 160 150 140 130 120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10

Gebruik

Tussen 8 en 9 uur gaan meeste Amsterdammers naar werk of onderwijs

47 18

23 16

7 27 23

33

22

16 17

5 8

26

32

38 30

12

2

9

64 46

25 5

5

6

7

8

9

12

39

5

9

13

6 27

31

8

48

41

31

39

47

8

35 26 35

30

39

31

14

16 105

21

10

20

16

20

19

23

10

11

12

13

14

48

46 29

15

2 46

5

8

76

12 9

51

16

17

18

13

15 5

40

1 27

19

16 3 8

23 3 7

11

7

19

20

21

22

23

2

Overig Sociaal/ recreatief Winkelen Onderwijs Werken

< Aantal verplaatsingen (x 1.000) per uur van de dag door Amsterdammers op een gemiddelde werkdag, 2018-2019 Bron: ODIN, 2018-2019

Het aantal verplaatsingen per uur van de dag hangt sterk samen met de reden waarom mensen de deur uitgaan. Tussen 8 en 9 uur ’s morgens gaan de meeste

Amsterdammers naar hun werk of naar school. In de middag is het motief voor verplaatsingen vaak een andere, bijvoorbeeld winkelen of boodschappen

doen. ’s Avonds is het gros van de verplaatsingen sociaal-recreatief van aard: bijvoorbeeld naar het café, de bioscoop of naar vrienden.

Data in tabelvorm: bijlage 3.11

Forse groei P+R gebruik, vooral bij RAI en Noord Gebruik

812

176

24

595

474 11 28

480 29 16 30

98 110

34 17 37

155

133

490 13 22 35

129 67

71 67

40

66

110

140

115

120

117

115

2010

2011

2012

148

2013

24

50

72

505 16 37

44

46

47

134

136

154

36

41

126

111

110

2014

2015

43

525 20

503 14 38

136 143

44

43

39

169

156

40

184

46

55

129

100

93

90

82

86

84

2016

2017

2018

2019

139

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

517

37 12 39

578

Noord (nieuw sinds 2018) VU MC (nieuw sinds 2014) RAI (nieuw sinds 2014) WFC (gesloten in 2014) Gaasperplas (gesloten in 2014) Bos en Lommer Zeeburg Sloterdijk Olympisch Stadion ArenA

< P+R-gebruik (Park+Ride) per jaar, aantal parkeeracties (x 1.000) Bron: Parkeren, 2020

Tussen 2010 en 2020 is het gebruik van P+R-terreinen bijna verdubbeld. In 2014 zijn de regels voor P+R-terreinen aangepast. Het voordeligste tarief gold vanaf toen als men na de ochtendspits op een P+R-terrein had geparkeerd

en gebruik had gemaakt van een OVhalte in het Centrumgebied. Na een aanvankelijke daling steeg daarna het aantal parkeeracties weer. De locaties RAI en Noord zijn de grootste stijgers. Locatie RAI was vaker open

en er kwamen meer parkeerplekken beschikbaar. Noord is in 2018 tegelijk met de Noord/Zuidlijn geopend en is sindsdien één van de meest gebruikte P+R-terrein. Data in tabelvorm: bijlage 3.12

Gebruik

Al 10 jaar gemiddeld 4% groei treinreizigers, grootste toename op Bijlmer ArenA en Zuid 45

Sloterdijk

Amsterdam Centraal

60

42%

Amsterdam Centraal

200

19%

Muiderpoort

Lelylaan Amstel

16 Zuid

69

15

36 5

Science Park

5

3

Duivendrecht 13 Bijlmer ArenA

4

Zuid

Diemen

Diemen Zuid

5

< Aantal in- en uitstappers per dag (x 1.000) bij treinstations in Amsterdam, 2019

60%

45%

-2%

94% -23% RAI Schiphol

68%

30

Amstel

44%

RAI

Schiphol

98

Muiderpoort

Lelylaan

Duivendrecht Bijlmer ArenA

Diemen

-39% Diemen Zuid -1%

66%

Holendrecht

< Ontwikkeling aantal in- en uitstappers per dag bij treinstations in Amsterdam, periode 2009-2019

44%

Holendrecht

Bron: NS, 2009-2019

Het aantal mensen dat gebruikt maakt van de treinstations in Amsterdam is in 10 jaar tijd met 40% gestegen. De stations Zuid en Bijlmer ArenA groeiden

het meest. Station Amsterdam Centraal is nog steeds het station met de meeste reizigers. In 2019 stapten daar dagelijks bijna 200.000 mensen in en uit. Dat is

een groei van 19% ten opzichte van 10 jaar eerder. Van de kleinere stations is de groei van station Muiderpoort opvallend (+60%).

Data in tabelvorm: bijlage 3.13

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Sloterdijk

1100

Gebruik

Al bijna 10 jaar gemiddeld 4% groei afgelegde kilometers in lokaal openbaar vervoer Groei kilometers +37%

1000

46 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

900 800 700 600 500 400 Groei ritten +37%

300 200 100

2010 2011 2012 2019 2013 2014 2015 2016 2017 2018 < Aantal reizigerskilometers GVB per jaar (x 1.000.000) en het aantal reizigersritten GVB per jaar (x 1.000.000) Bron: GVB, 2010-2019

Het aantal ritten met bus, tram, metro en veerponten in Amsterdam is sinds 2010 gestegen van 200 miljoen naar 273 miljoen per jaar. Dat is een stijging van 4% per jaar. Ook het aantal kilometers dat de reizigers in de stad hebben

afgelegd is in die periode gestegen, met gemiddeld 4% per jaar. De stijging van het gebruik van het lokale openbaar vervoer wordt mede veroorzaakt door toeristen. Data in tabelvorm: bijlage 3.14

Gebruik

Groei pontgebruik vlakt af, Buiksloterwegveer blijft belangrijkste verbinding 1 CS – Buiksloterweg 2 CS – IJplein

47 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

3 CS – NDSM 42.766

41.150 3 29.000 1

22.250

2 7.900 6.600

7.550

2013

2015

8.480 8.750

8.173

2017

2019

9.969

4.700

< Totaal aantal reizigers voor gemiddelde weekdag per verbinding, 2013-2019, groei 2013-2019 Bron: GVB, 2013-2017; V&OR, 2019

Amsterdam Noord wordt steeds populairder. Dit zien we terug in de groei van het aantal mensen dat dagelijks van en naar Noord gaat met de pont. De pont tussen het Centraal Station

en de Buiksloterweg is verreweg de drukste met bijna 43.000 passagiers per dag. In 2013 waren dit er nog 22.000. Om die groei op te vangen zijn er de laatste jaren extra veerponten op deze

verbinding gezet. Na de opening van de Noord/Zuidlijn in juli 2018 is de groei van het aantal reizigers op de veren enigszins afgevlakt.

Data in tabelvorm: bijlage 3.15

Gebruik

Aantal voertuigkilometers in Amsterdam redelijk stabiel 115

110

103

105

100

104

103

103

2018

2019

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

48

100

95

90

85

80 2015

2016

2017

< Ontwikkeling aantal voertuigkilometers van gemotoriseerd verkeer in Amsterdam (indexcijfer t.o.v. 2015) Bron: V&OR, 2020

Tussen 2015 en 2019 is de hoeveelheid gereden voertuigkilometers op het Amsterdamse wegennet redelijk stabiel gebleven. De groei is gemiddeld minder dan 1% per jaar, terwijl het aantal

inwoners en arbeidsplaatsen in dezelfde periode groeide met respectievelijk 5 en 13%. Het betreft het totaal van gemotoriseerd verkeer (personenauto’s, taxi’s, bestelauto’s en vrachtauto’s). Data in tabelvorm: bijlage 3.16

Gebruik

Aantal taxichauffeurs met Amsterdamse vergunning daalt, aantal zelfstandigen groeit 4.161 3.932

3.901 3.623

3.594 3.265

49 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

3.175

1.902 1.560 1.261

585

2013

1.354

758

668

Taxivergunningen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Zelfstandige chauffeurs met LBO

< Aantal chauffeurs met Amsterdamse taxivergunning en aantal zelfstandige chauffeurs met lijnbusbaanontheffing (LBO), 2013-2019 Bron: V&OR, 2020

Het aantal taxichauffeurs met een Amsterdamse vergunning daalt, in 2019 waren dit er 3.265. Het aantal zelfstandige chauffeurs met een lijnbusbaanontheffing (LBO) is sinds

2016 sterk gestegen. Dit zijn chauffeurs die alleen op de bestelmarkt (vooraf gereserveerde ritten) werkzaam zijn en geen Amsterdamse Taxivergunning hebben. Een LBO is niet verplicht. Het

totaal aantal zelfstandige taxichauffeurs dat actief is op de Amsterdamse bestelmarkt ligt een stuk hoger (cijfers onbekend).

Data in tabelvorm: bijlage 3.17

Gebruik

Aantal vracht- en bestelauto’s in de stad gestegen in 2019 50

36.700

36.800

6.400

7.000

6.900

29.300

30.500

29.700

29.900

31.100

2015

2016

2017

2018

2019

6.500

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

38.300

36.900

35.800

7.200

Bestelauto’s

Vrachtauto’s (incl. bus)

< Gemiddeld aantal voertuigen (bestelauto en vrachtauto) dat per werkdag de milieuzone binnen rijdt Bron: V&OR, 2020

Het aantal mensen in de stad is de laatste jaren flink toegenomen. Meer bewoners, meer bezoekers en meer toeristen. Al deze mensen maken

gebruik van winkels, horeca en andere voorzieningen die bevoorraad moeten worden. Het aantal vrachtauto’s en bestelauto’s dat dagelijks vanaf de Ring

A10 de stad in komt is in de periode 2015-2019 dan ook gestegen, van 35.800 naar 38.300.

Data in tabelvorm: bijlage 3.18

Effecten Onderwerpen die laten zien welke effecten er optreden als gevolg van het aanwezige verkeer in en rond de stad.

Inhoudsopgave Effecten  53

Aan westzijde stad snelheid auto op diverse plekken gemiddeld lager dan 20 km/u

 54

Gemiddelde snelheid fiets in buitenwijken hoger dan in centrumgebied

 55

Filezwaarte in 2019 fors toegenomen

 56

Aantal verkeersslachtoffers fluctueert al jaren, laatste 2 jaar daling te zien

 57

Afname NO2-concentraties in Amsterdam, toename CO2-uitstoot verkeer

 58

Na jaren van daling stijgt het aantal wachtenden op parkeervergunning weer

 59

52 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Bromfiets veruit meest belastend voor maatschappij

Effectem

Bromfiets veruit meest belastend voor maatschappij 0,8 0,7

53 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 Congestie Geluid Luchtkwaliteit Klimaat Verkeersveiligheid Ruimtegebruik

0,1 0,0

< Externe (maatschappelijke) kosten per vervoerswijze in euro per reizigerskilometer/voertuigkilometer (prijspeil 2019) Bron: CE Delft

De kosten die het verkeer veroorzaakt en waar de maatschappij als geheel voor opdraait noemen we externe kosten. Denk aan de kosten als gevolg van

geluidsoverlast en ruimtegebruik. Deze kosten kunnen per gereisde kilometer uitgedrukt worden. Die kosten variëren per vervoermiddel. De bromfiets

heeft de hoogste externe kosten: 70 eurocent per reizigerskilometer. De trein is het voordeligst: 2 eurocent per reizigerskilometer.

Data in tabelvorm: bijlage 4.1

Effectem

Aan westzijde binnenstad snelheid auto op diverse plekken gemiddeld lager dan 20 km/u

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

54

0.0 - 15.0 15.0 - 20.0 20.0 - 25.0 25.0 - 30.0 30.0 - 40.0 >40.0

20

< Gemiddelde snelheid autoverkeer in de avondspits (16:00-18:00), 2019 Bron: Tomtom, 2019 (bewerking V&OR)

De gemiddelde snelheid van auto’s in de stad tijdens de avondspits verschilt per locatie. Aan de zuidwestkant van de binnenstad is die snelheid soms lager dan

20 km per uur. Op de wegen die vanuit het noorden en oosten naar het centrum leiden, is de gemiddelde snelheid hoger.

Effectem

Gemiddelde snelheid fiets in buitenwijken hoger dan in centrumgebied

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

55

0.0 - 10.0 10.0 - 12.5 12.5 - 15.0 15.0 - 17.5 17.5 - 31.4

15

< Gemiddelde snelheid fietsverkeer, 2017 Bron: Fietstelweek 2017

Er wordt niet overal in de stad even hard gefietst. Over het algemeen wordt er in de drukke gebieden van de stad minder hard gefietst dan in de minder drukke

delen. In de oude stad is de ruimte schaars, waardoor de fietspaden smaller zijn. Dat drukt de gemiddelde snelheid.

Effectem

Filezwaarte in 2019 fors toegenomen 132 114

113

2016

2017

116

56 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

102

100 80

2000

2014

2015

2018

2019

< Filezwaarte (lengte file vermenigvuldigd met duur van de file) t.o.v. referentiejaar 2000 (indexcijfer), 2000-2019 Bron: RWS, 2020

Waar doorgaand autoverkeer door de stad met autoluw beleid zoveel mogelijk wordt geweerd, is het op snelwegen rond de stad juist drukker geworden.

Sinds 2015 zijn de files op de snelwegen rond Amsterdam weer toegenomen. Na een aantal jaar van lichte groei nam de filezwaarte in 2019 fors toe.

Data in tabelvorm: bijlage 4.2

Aantal verkeersslachtoffers fluctueert al jaren, laatste 2 jaar daling te zien 1.435

1.307

1.260 1.270

1.240

Effectem

1.370

1.210 1.146

1.140 1.120 1.070 1.060

57

730

114 1970

759

752

760

786

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

950 Doden in verkeer Ernstig gewonden in verkeer (incl. doden)

785

68

43

41

30

24

15

15

19

20

25

13

12

11

19

15

15

19

11

12

14

16

15

1980

1990

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

< Aantal doden en ernstig gewonden in het verkeer in Amsterdam per jaar Bron: V&OR, 2020

Het aantal verkeersdoden in de stad is tussen 1970 en 2000 sterk afgenomen. De laatste 10 jaar ligt het aantal doden in het verkeer vrij stabiel op gemiddeld 15 per jaar. Het aantal ernstig gewonde

verkeersslachtoffers fluctueert al jaren. De laatste jaren lijkt er sprake te zijn van een dalende trend.

Data in tabelvorm: bijlage 4.3

730 53

2014

2015 2016 2017 Amsterdam

2018

< Totale CO -uitstoot verkeer Amsterdam, 2 in kiloton per jaar

Haarlemmerweg

Stadhouderskade

Einsteinweg

Van Diemenstraat

37

2019

2017

2015

44 43 44

2013

2019

2017

37 37 35 37

2015

37 35 32

2013

46 44 41

2019

40

2017

2019

2017

2015

2013

37

2015

49 48

2013

53

2019

724

2017

721

2015

718

2013

728

58

NO2

Jan van Galenstraat

< Totale NO -concentraties op meetlocaties in Amsterdam, micrgr/m³ (jaargemiddelde per straatstation) 2

Bron: Klimaatmonitor RWS, 2014-2018; OIS, 2013-2019

De uitstoot van stikstofdioxide (NO2) is een belangrijke graadmeter voor de luchtkwaliteit in de stad. Sinds 2013 is de uitstoot afgenomen. In vrijwel de hele stad blijft de concentratie

stikstofdioxide onder de Europese norm van 40 microgram per kubieke meter. De uitstoot van kooldioxide (CO2) door wegverkeer blijft sinds 2015 echter stijgen. Data in tabelvorm: bijlage 4.4

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

CO2

Effectem

Afname NO2-concentraties in Amsterdam, toename CO2-uitstoot verkeer

Effectem

Na jaren van daling stijgt het aantal wachtenden op parkeervergunning weer 6.247 131

59 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

1.226

3.744 2.206

127 660

2.683 100 241

1.693 1.409 2.684

1.748 80 139 702

1.027 83 1.264

2013

2015

933 2016

502 2017

916

62 502 55 2018

3

530 66

309 25 2019

49

163 185 451 113 2020

1

Stadsdeel Noord Zuidoost Oost Zuid West Centrum

< Wachtlijstlengte parkeervergunning 2013-2020 (per 1 januari), aantal personen op wachtlijst Bron: Parkeren, 2020

Voor het eerst sinds jaren stijgt het aantal mensen dat op een parkeervergunning wacht weer. Dat komt onder andere door het verlagen

van het maximaal toegestane aantal vergunningen in diverse gebieden. De wachttijd is niet overal in de stad even lang. In sommige stadsdelen kun

je meteen een vergunning krijgen. In andere gebieden is er een wachtlijst. In stadsdeel West is de wachtlijst op dit moment het langst.

Data in tabelvorm: bijlage 4.5

Beleving De subjectieve aspecten van bereikbaarheid en mobiliteit in Amsterdam.

Inhoudsopgave Beleving  62

Overlast verkeerslawaai neemt sinds 2013 gestaag toe

 63

Tevredenheid autoparkeervoorzieningen al jaren redelijk stabiel

 64

Amsterdammers vrij ontevreden over fietsparkeer­voorzieningen, vooral in Centrum en West 65 Overlast door te hard rijden toegenomen

 66

Gevoel van veiligheid gedaald bij gemotoriseerde tweewielers

 67

61 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Tevredenheid OV flink verbeterd, fietstevredenheid neemt af

Veren

8,0

2013

2018

8,1

7,5 7,0

+7%

+2% Tram Metro Bus

Fiets

8,3

2010

2019

6,7

7,8

Veren

Bus

+13%

+16%

6,5 2010

2019

6,7

6,0

8,0

2010

2019

6,6

7,9

Tram

Metro

-5%

-3%

Taxi

5,5 5,0

2010

2019

7,2

6,9

Fiets

0,0 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2013

2018

5,9

5,7

Taxi

2019

< Tevredenheid GVB- en taxireizigers en fietsers in Amsterdam 2010-2019, cijfer (1-10) Bron: GVB, V&OR, 2010-2019

Regelmatig wordt onderzocht hoe tevreden men is over de verschillende vormen van vervoer in de stad. Sinds 2010 zijn de reizigers in tram, bus en metro hun vervoermiddel meer gaan waarderen. Zij geven gemiddeld een

rapportcijfer van 7,9 in 2019. Hoewel het de laatste jaren steeds drukker is geworden op de veren, scoort dit vervoermiddel het hoogst: een 8,3. Minder tevreden is men over de taxi’s in Amsterdam. Die krijgen gemiddeld een

5,7. De waardering voor Amsterdam als fietsstad is gedaald van een 7,3 in 2010 naar een 6,9 in 2019.

Data in tabelvorm: bijlage 5.1

62 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

8,5

Beleving

Tevredenheid OV flink verbeterd, fietstevredenheid neemt af

Beleving

Overlast verkeerslawaai neemt sinds 2013 gestaag toe 7,2 7,0

6,9 6,7

6,7

6,8

Oost

West

7,5

7,4

Zuid

6,9

6,8

6,6

Zuidoost

2019

2015

2013

2019

2017

2015

6,6

2013

2019

2015

2013

6,7

2017

6,8

6,5

2019

6,6

2017

2015

6,7

6,8

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

7,7

2017

2017

2019

7,6

Noord

7,0 6,8

2013

6,9

2015

2013

2019

Nieuw-West

2019

7,0

2017

2015

2013

7,1

2017

2019

63

Centrum 7,1

6,7 6,4

2015

6,3

2013

6,3

2017

2015

2013

6,5

6,9

Amsterdam

< Ervaren overlast door verkeerslawaai 2013-2019, rapportcijfer (1 = ernstige overlast, 10 = geen overlast) Bron: WIA, 2013-2019

Sinds 2013 hebben Amsterdammers steeds meer last van het verkeerslawaai. In stadsdeel Zuidoost ervaren de bewoners de minste geluidsoverlast

door het verkeer, in Centrum de meeste overlast. In de stadsdelen Nieuw-West en Noord is de overlast het meest toegenomen.

Data in tabelvorm: bijlage 5.2

7,0

6,9

6,7

Oost

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

2019

6,5 64

2019

West

Zuid

Zuidoost

6,4

6,3

6,3

2019

6,4

2017

2017

2015

2013

2019

6,4

2015

6,6

2013

6,9

6,3

2017

2015

2013

6,8

2019

6,6 6,4

6,1

2019

2015

6,0

2017

2013

6,5 6,1

2017

Noord

6,6 6,1

2015

2013

Nieuw-West

2019

6,5

2017

2015

2013

6,6

2015

2013

2017

Centrum

6,5

6,2

5,7 2019

5,6

2015

2013

5,6

6,2

2017

6,6 6,4

5,6

Beleving

Tevredenheid autoparkeervoorzieningen al jaren redelijk stabiel

Amsterdam

< Tevredenheid onder bewoners over aanbod autoparkeervoorzieningen per stadsdeel (2013-2019) Bron: WIA, 2013-2019

Parkeren in de stad is al vele jaren problematisch. Amsterdammers waarderen de parkeervoorzieningen in de stad met een zuinige voldoende: 6,3. Dat is niet hoog, maar al tien jaar min of

meer stabiel. In stadsdeel Centrum is de ruimte schaars en zijn de parkeertarieven het hoogst. De parkeervoorzieningen scoren daar het laagst: een 5,7.

Data in tabelvorm: bijlage 5.3

Beleving

Amsterdammers vrij ontevreden over fietsparkeer­ voorzieningen, vooral in Centrum en West

West

6,1

Zuid

5,8

Zuidoost

5,6 2019

5,5 2017

2019

5,8

2015

5,7

5,5 2017

5,7 2015

5,2 2019

5,3 2017

5,6 2015

2019

2017

2015

Oost

5,8

5,9

2019

6,1 5,6

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

Noord

2017

Nieuw-West

5,5 2019

2019

5,6 2017

5,6 2015

5,6

2015

Centrum

2015

5,2 2019

5,1 2017

2015

5,3

65

6,0

2017

6,0

Amsterdam

< Tevredenheid onder bewoners over aanbod fietsparkeervoorzieningen per stadsdeel (2015-2019) Bron: WIA, 2015-2019

Amsterdammers geven een onvoldoende voor de mogelijkheden om fietsen te parkeren. Sinds 2015 is de waardering gedaald van 5,8 naar 5,6 in 2019. Geen enkel stadsdeel scoort een 6 of hoger. Data in tabelvorm: bijlage 5.4

Beleving

Overlast door te hard rijden toegenomen 45% 42%

40% 40%

39%

38%

66 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

38%

35% 30% 25% 20% 15%

17%

21%

19%

19%

10%

10%

9%

21%

11%

10%

11%

5% 0%

Te hard rijden Parkeerproblemen Agressief gedrag in verkeer

2015

2016

2017

2018

2019

< Deel van Amsterdammers dat verkeersoverlast ervaart (2015-2019) Bron: OIS, 2015-2019

De laatste 5 jaar is de verkeersoverlast toegenomen. Hierbij valt op dat meer mensen overlast ervaren door te hard rijden. Ook ervaren iets meer mensen overlast van agressief gedrag in het

verkeer. De grootste ergernis van Amsterdammers met een auto is nog steeds de overlast die men ervaart bij het parkeren. Al is dat sinds 2018 wel iets afgenomen. Data in tabelvorm: bijlage 5.5

Beleving

Gevoel van veiligheid gedaald bij gemotoriseerde tweewielers 7,5 7,0 Voetgangers

6,5

15-24

24-44

6,3

6,1

6,1

6,2

60-64

65-74

75 jaar en ouder

5,5

6,5 Motor Fietsers

6,0

Snorfiets

5,5 5,0 4,5

Bromfiets

2015

2017

2019

<15 jaar

< Ervaren verkeersveiligheid naar vervoerswijze in 2015-2017-2019

45-59

< Ervaren verkeersveiligheid fiets naar leeftijd 2019 Bron: V&OR, 2015-2019

Vooral snorfietsers en bromfietsers voelen zich in toenemende mate onveilig in het Amsterdamse verkeer. Snorfietsers geven met een 5,0 zelfs een onvoldoende. Dat kan veroorzaakt

worden door nieuwe verkeersregels, die voorschrijven dat snorfietsers sinds april 2019 binnen de ring A10 op de autorijbaan moeten rijden (met helm) in plaats van op het fietspad. Hierdoor is

het op de fietspaden veiliger geworden. Dat zien we ook terug in de waardering die fietsers geven aan hun veiligheid.

Data in tabelvorm: bijlage 5.6

Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

67

6,5

Colofon •De gebruikte cijfers zijn gebaseerd op de meest recent beschikbare data. •Fotografie Edwin van Eis Rick Keus •Vormgeving en opmaak Ontwerpwerk •Voor vragen, opmerkingen en/of suggesties kunt u contact opnemen met: het team Onderzoek & Kennis via verkeersonderzoek@amsterdam.nl •Website www.amsterdam.nl/ATB

68 Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid

De Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid (ATB) 2021 is een uitgave van de gemeente Amsterdam, afdeling Verkeer en Openbare Ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469012/1