CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Amsterdammers over nachtcultuur.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het behoeftenonderzoek Nachtcultuur, de verkenning 21-minners en afdoening motie 527 inzake nachtcultuur opnemen in de stadspas (VN2026-003894)23.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

CENTRUM NIEUW-WEST NOORD

OOST WEESP WEST

ZUID ZUIDOOST

AMSTERDAMMERS OVER NACHTCULTUUR

BEHOEFTENONDERZOEK 2025 1

“Nachtcultuur hoeft niet per se ’s nachts plaats te vinden. Het gaat om bouwen aan alternatieve werkelijkheden en ruimtes waar we kunnen experimenteren met andere vormen van samenleven. Het gaat erom dat je je even kunt onttrekken aan productiviteit; een pauze nemen, dansen, je lichaam bewegen, samen zijn met vrienden. Het draait om experiment, om gemeenschap, om verbinding maken met de stad waar je woont.” Deelnemer focusgroep 2025

Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Amstel 1 1011 PN Amsterdam

2

Geproduceerd door VibeLab B.V. Rapenburg 97-2 1011 TW Amsterdam www.vibe-lab.org

Coverfoto door Raymond van Mil Creative director Thamar Luthart Ontwerp en vormgeving Jack Waghorn

INHOUD

Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Leeswijzer. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Samenvatting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 1. Terminologie en definities nachtcultuur. . . . . . . . . 8 2. Doelstelling, doelgroep, methodiek. . . . . . . . . . . . . 13 2.1. Kwantitatief onderzoek: online enquête.. . . . . . 16 2.2. Kenmerken respondenten enquête. . . . . . . . . . 17 2.3. Kwalitatief onderzoek.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 2.4. Representativiteit en methodologische beperkingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 3. Resultaten, analyse en aanbevelingen. . . . . . . . . . 22 3.1. Participatie & behoeften. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 3.2. Ruimtelijke spreiding.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 3.3. Bereikbaarheid & mobiliteit. . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 3.4. Veiligheid.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 3.5. Inclusiviteit. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 3.6. Betaalbaarheid & toegankelijkheid. . . . . . . . . . . 34 3.7. Overlast. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 4. Conclusie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . 38 Bijlage 1. Resultaten enquête. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42 Participatie & behoeften.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43 Ruimtelijke spreiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 Bereikbaarheid & mobiliteit. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55 Betaalbaarheid & toegankelijkheid.. . . . . . . . . . . . . . . 56 Overlast. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56 Wat kan er beter?. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58 Amsterdammers in hun eigen woorden.. . . . . . . . . . 59 3

Bijlage 2. Resultaten focusgroepen & interviews.. 63 Aanbod, kwaliteit en trends. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64 Mobiliteit, toegankelijkheid en veiligheid.. . . . . . . . . 64 Betekenis van nachtcultuur. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65 Bijlage 3. Resultaten per stadsdeel. . . . . . . . . . . . . . . . 66 Centrum. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68 Nieuw-West. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 Noord.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74 Oost. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77 Weesp. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80 West. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83 Zuid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86 Zuidoost. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89 Bijlage 4. Werving enquête. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93 Bijlage 5. Bronnenlijst. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94 Colofon. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95

INLEIDING

De Amsterdamse nachtcultuur vormt een wezenlijk onderdeel van de identiteit en de aantrekkingskracht van de stad. Ook ’s nachts geldt Amsterdam als de culturele hoofdstad van Nederland, met een sterke internationale reputatie. Met de Nachtvisie was Amsterdam de eerste Nederlandse gemeente die een integrale visie op nachtcultuur presenteerde.1 Hierin werd de sociale, culturele, artistieke en economische waarde van de nacht nadrukkelijk erkend. De Nachtvisie benadrukt ook het belang van een diverse, inclusieve en veilige nacht. Die moet ruimte bieden aan creatieve makers, artiesten en organisatoren, en tegelijk toegankelijk blijven voor alle inwoners en bezoekers van alle delen van Amsterdam. De Uitvoeringsagenda Nachtcultuur 2023-2026 vertaalt de brede doelen van de Nachtvisie naar concrete acties. Onderstaande passage uit de Uitvoeringsagenda vormt de directe aanleiding voor dit rapport. ‘[We] zetten […] waar mogelijk en nodig andere instrumenten in om te meten waar bewoners behoefte aan hebben op het gebied van nacht­ cultuur, aan de hand van enquêtes of andere vormen van raadpleging. Op deze manier kunnen we gerichter beleid maken dat aansluit bij wat er in de stadsdelen speelt.’ 4

Dit onderzoek is de concrete uitvoering van Maatregel 5 van de Uitvoeringsagenda, Onderzoek naar de behoeften van bewoners (tweede helft 2023-2024). Het doel is inzicht te krijgen in hoe inwoners van Amsterdam de nachtcultuur in hun stad ervaren en waarderen. Daartoe brengt het onderzoek wensen, ervaringen en knelpunten van bewoners met betrekking tot de Amsterdamse nacht systematisch in kaart. Het rapport levert kennis die nodig is om de nachtcultuur verder te ontwikkelen en te verankeren in gemeentelijke beleidsterreinen als stadsontwikkeling, gezondheid, veiligheid en economie. Voor het eerst zijn op deze schaal kwantitatieve én kwalitatieve data verzameld over hoe Amsterdammers de nacht­cultuur in hun stad beleven. Daarmee is een solide basis gelegd voor de verdere uitwerking van het nachtbeleid, als integraal onderdeel van een levendige, inclusieve en toekomstgerichte stad.

1.

Gemeente Amsterdam. ‘’Nachtvisie: Toekomst van de nacht. Nachtcultuur in Amsterdam.” openresearch. amsterdam, Open Research Amsterdam, 30 juni 2021.

INLEIDING

LEESWIJZER

In hoofdstuk 1 worden de term nachtcultuur en daaraan gerelateerde begrippen verkend. Hoofdstuk 2 gaat in op de doelstelling, de methodiek en de doelgroepen van het onderzoek. Hoofdstuk 3 behandelt de resultaten op hoofdlijnen en doet naar aanleiding van de analyse een aantal aanbevelingen. De conclusies en aanbevelingen voor toekomstig beleid en uitvoering volgen in hoofdstuk 4. Bijlages 1 en 2 bevatten de uitgebreide resultaten van de enquête, de focusgroepen en de interviews. In bijlage 3 zijn de resultaten uit het kwantitatieve en kwalitatieve onderzoek gecombineerd op stadsdeelniveau. De geanonimiseerde citaten in de tekst zijn van respondenten van de enquête of van deelnemers aan de focusgroepen en de interviews. 5

INLEIDING

SAMENVATTING Met de Nachtvisie (2021) en de Uitvoeringsagenda Nachtcultuur 2023-2026 heeft de gemeente een duidelijke koers uitgezet om de nachtcultuur te ondersteunen en te versterken. Een van de maatregelen in de Uitvoeringsagenda is een onderzoek om de behoeften van bewoners over nachtcultuur in kaart te brengen. Dit Behoeftenonderzoek is uitgevoerd door VibeLab in samenwerking met het Team Nachtcultuur van de gemeente Amsterdam en PennPraxis (Univer­ siteit van Pennsylvania). De centrale vraag was: sluit het aanbod van nachtcultuur aan bij wat Amsterdammers willen en nodig hebben? Aanpak De primaire doelgroep van het onderzoek bestond uit volwassen inwoners van Amsterdam. In het onderzoek is gekozen voor een kwantitatieve enquête aangevuld met kwalitatieve gegevens uit focusgroepen en interviews met experts. In totaal waren er 2.114 respondenten, waarvan 1.331 (63%) de enquête volledig heeft ingevuld. Bij de data-analyse zijn drie criteria gehanteerd. Respondenten moesten woonachtig zijn in Amsterdam, 15 jaar of ouder zijn en ten minste 75% van de enquête hebben voltooid. Dit leverde een dataset van 1.186 respondenten op. Kijkend naar de hele groep respondenten kunnen we vaststellen dat de steekproef representatief is voor dat deel van de Amsterdamse bevolking dat actief deelneemt aan het nachtleven.

Brede definitie nachtcultuur De respondenten van het onderzoek hanteren een brede definitie van nachtcultuur. Het gaat niet uitsluitend om nachtelijke clubprogrammering, maar ook om sociale en artistieke praktijken die de ‘geest van de nacht’ dragen – vrijheid, experiment, gemeenschap en inclusie – doorgaans ná 22.00 uur, maar soms ook eerder of veel later. Voor de respondenten telt de kwaliteit van de ontmoeting en de ervaren veiligheid minstens zo zwaar als de line-up. Bij gecureerde programmering is er een voorkeur voor een diverse line-up met ruimte voor lokaal talent. 6

Participatie en behoeften De participatie aan de nachtcultuur is hoog: de meeste deelnemers aan het onderzoek gaan enkele keren per maand tot wekelijks uit. Jongere respondenten bewegen later en vaker, en wensen ruimere of vrije eindtijden, terwijl oudere respondenten eerder naar huis gaan. De Amsterdamse nachtcultuur leeft vooral in de stadsdelen Centrum, West en Noord. Deze gebieden bevatten veruit de meeste eerste-keuzebestemmingen; bewoners van die stadsdelen gaan bovendien relatief vaak uit in hun eigen stadsdeel. Gevraagd naar wat ontbreekt, noemen Amsterdammers vooral meer variatie: meer en meersoortige clubs, alternatieve ruimtes, buitenlocaties en hybride formats waarin eten, cultuur en dans door elkaar lopen. In Nieuw-West, Weesp, Zuid en Zuidoost zijn de knelpunten het duidelijkst: permanente nachtplekken met culturele signatuur en laagdrempelige ontmoetingsruimtes ontbreken, waardoor bewoners uitwijken naar andere stadsdelen.

Resultaten enquête in vogelvlucht Meer dan 90% van de respondenten nam het afgelopen jaar regelmatig deel aan nachtcultuur. Cafés en restaurants vormen de basis; clubs, liveoptredens en festivals trekken sterk betrokken, maar minder frequente bezoeken. Gewenste eindtijden lopen uiteen: 41,7% verkiest (zeer) late of vrije eindtijden. Voor een deel van de respondenten weegt divers en lokaal talent in de programmering zwaarder dan headliners. Ruimtelijke spreiding, bereikbaarheid, betaalbaarheid Opvallend is dat 61,2% van de respondenten vooral buiten het eigen stadsdeel uitgaat. Men volgt in de praktijk de combinatie van community, sfeer en programma, ook als dat extra reistijd kost. Betaalbaarheid is de hoogste verbeterprioriteit, en het ontbreken van snel, voorspelbaar nacht-OV maakt langere afstanden duurder en soms onveiliger, zeker voor vrouwen, queer personen en mensen met een beperking. INLEIDING

Resultaten enquête in vogelvlucht Centrum (43,6% eerste keuze), West (18,6%) en Noord (17,8%) vormen samen 80% van de favoriete bestemmingen. In Centrum bezoeken de meeste inwoners het eigen stadsdeel (68,6%), in Oost is dat 42%. In Noord, Nieuw-West en Zuidoost is behoefte aan meer bars/cafés, in Zuid, Zuidoost en Weesp aan permanente locaties voor nachtculturele activiteiten. Bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde (vooral voor <24 en 45+). 61,2% gaat vooral buiten het eigen stadsdeel uit. De meest geaccepteerde reistijd is 15–30 minuten (49,4%); ruim een derde reist 30–60 minuten. Onvoldoende nacht-OV zorgt voor hogere reiskosten en zorgen omtrent veiligheid. Gemiddelde besteding per avond: € 41–€ 60 (inclusief toegang). Jongeren (<25) besteden minder; hogere uitgaven concentreren zich in Centrum en Zuid.

Veiligheid en inclusie Veiligheid en inclusie worden binnen en buiten de locaties steeds belangrijker; duidelijke huisregels, awareness teams en toegankelijke infrastructuur verhogen de ervaren kwaliteit en verlagen drempels. Er is expliciet behoefte aan open, publieke vormen boven besloten ledenclubs; aan plekken voor queer com­­­ munity’s en personen van kleur; en aan betere rolstoel­ toegankelijkheid. Dit vraagt om regelruimte: flexibele en passende sluitingstijden waar de context dit toelaat, en flexibiliteit bij het oprichten van tijdelijke én permanente plekken. Daarnaast is gebiedsgerichte ontwikkeling nodig in stadsdelen met minder nacht­cultuur.

Resultaten enquête in vogelvlucht Circa 70% ervaart geen overlast in de eigen buurt, 18,1% ervaart lichte overlast. In Centrum ervaart 53,8% hinder. Overlast is vooral zwerfafval/ schade, luidruchtige groepen en slaapverstoring.

Conclusie Het Amsterdamse nachtlandschap heeft inhoudelijk veel te bieden en wordt breed gedragen. De volle aansluiting op behoeften valt of staat met drempelverlaging: betaalbaar kunnen meedoen, veilig en zelfstandig kunnen reizen, ruimte hebben om te programmeren en te ontmoeten, en je overal welkom voelen. Als die randvoorwaarden worden versterkt – 7

vooral in Zuid, Zuidoost, Nieuw-West en Weesp – zal de nachtcultuur niet alleen eerlijker verspreid, maar ook creatiever, diverser en toekomstbestendiger zijn.

Resultaten enquête in vogelvlucht Verbeterprioriteiten De top drie bestaat uit 1) Betaalbaarheid (64,3%); 2) Meer diversiteit in aanbod (39,7%); 3) Beter nacht-OV (38,8%). Respondenten vragen daarnaast om meer clubs (51,9%), alternatieve ruimtes (50,7%) en buitenlocaties (44,5%); lage waardering voor besloten ledenclubs.

Het rapport toont aan wat velen in de stad allang denken of voelen: nachtcultuur is meer dan een verzameling plekken en een lijst events. Het is een sociaal weefsel waarin ontmoeting, experiment, veiligheid en plezier elkaar versterken. Amsterdammers kiezen primair voor een gemeenschap en een sfeer. Dat vraagt om vertrouwen in makers en om ruimte voor hybride vormen. Dat kunnen plekken zijn waar eten, kunst en dans samenkomen. Of formats die ook vóór 22.00 uur de ‘geest van de nacht’ dragen. Of programma’s die lokaal talent en diverse scenes zichtbaar maken. Daarbij horen heldere normen voor veiligheid en inclusie – van deurbeleid tot huisregels en toegankelijkheid – zodat iedereen naar binnen kan en er kan blijven. De route vooruit is gebaat bij concrete maatregelen. Zo zijn investeringen gewenst in een robuust nachtnet (metro, bus, veer, fiets), met extra aandacht voor niet-centrale routes en voor mensen met een beperking. Verder is het zaak drempels te verlagen via betaalbare zalen, sociale-ticketmodellen en slim dubbelgebruik van gemeentelijk vastgoed. Karakteristieke panden die cultuur dragen, verdienen bescherming, met duidelijke spelregels rond geluid en gebiedsinpassing.

Door consequent te meten wat werkt (veiligheid, overlast, bereikbaarheid, diversiteit), door bevindingen te publiceren, door beleid bij te stellen en door op te schalen is het mogelijk om van beleid voor nachtcultuur een continu leerproces te maken. Amsterdam heeft alle ingrediënten voor een nachtcultuur die recht doet aan de diverse, nieuwsgierige, eigenzinnige stad. Als we drempels verlagen en ruimte maken, ontstaat een nacht die niet alleen bruist, maar ook eerlijk voelt – dichterbij, veiliger, betaalbaarder en meer van ons allemaal.

INLEIDING

CENTRUM NIEUW-WEST NOORD

OOST WEESP WEST

ZUID ZUIDOOST

1. TERMINOLOGIE EN DEFINITIES NACHTCULTUUR

De afgelopen jaren laten steeds meer steden onderzoek doen naar nachtcultuur. In Berlijn vormt dergelijk onderzoek een pijler van het stedelijk beleid.2 Amsterdam is een van de eerste internationale (hoofd-) steden die specifiek onderzoek heeft laten doen naar de waarde en de functie van het nachtleven. Ook (grootschalige) bewonersonderzoeken als dit Behoeftenonderzoek zijn schaars.3 De stad toont zich hiermee internationaal een voorloper.

2. The Power of the Nighttime Economy: Fueling Culture and Community After Dark,’ Global Leaders Institute, 30 oktober 2024 3. Zie bijlage 5, Bronnenlijst

9

TERMINOLOGIE EN DEFINITIES NACHTCULTUUR

Terminologie Voordat het Behoeftenonderzoek kon plaatsvinden, was het belangrijk om te bepalen wat er onder het begrip ‘nachtcultuur’ wordt verstaan. De nachtcultuur is onderdeel van wat internationaal vaak de night (time) economy wordt genoemd. Hiervoor wordt doorgaans een brede omschrijving gehanteerd, met alle sociale, culturele en economische activiteiten tussen 18.00 en 06.00 uur. Veelgebruikte begrippen zijn ‘uitgaansleven’, ‘nachtleven’ en ‘clubcultuur’. Uitgaansleven is breder dan nachtleven. Musea, bioscopen, concertzalen en horeca trekken ook overdag grote aantallen bezoekers. In de uitgaansagenda van IAmsterdam staat het nachtelijke aanbod onder het aparte kopje Nachtleven (in de Engelse versie: Clubbing and nightlife). Nachtleven Nachtleven is net als nachtcultuur deel van de night time economy. Voor het internationale onderzoeksproject Creative Footprint formuleerde VibeLab de volgende definitie van deze term: ‘… het nachtleven [is] een sociale en creatieve cultuur die traditioneel ’s nachts tot uiting komt en wordt ervaren. Dit is het uitvloeisel van een brede groep creatieven, ondersteunende werknemers, belanghebbenden en consumenten. Samen vormen zij de nachtelijke gemeenschap.

Deze personen maken deel uit van de nachteconomie, die alle activiteiten, bedrijven en werknemers omvat die actief zijn in het nachtleven, de horeca en de vrije tijd, evenals nachtwerkers, nachttransport, detailhandel en meer.’4 Clubcultuur De term clubcultuur heeft betrekking op een specifiek aspect van het nachtleven, en speelt zich vooral af in nachtclubs die dj’s, vj’s en aanverwante makers programmeren. In 2019 kwam de Berlijnse Club Commission met deze definitie: ‘Clubcultuur beschrijft het fenomeen van mensen die elkaar ontmoeten in clubs of soortgelijke ruimtes (bijvoorbeeld bij openluchtconcerten, raves of festivals) die worden gekenmerkt door een programma gericht op muziek, door beperkte toegang van een bepaalde aard om een beschermde ruimte te creëren met eigen regels, en door een gemeenschap om naar muziek te luisteren, te dansen en elkaar te ontmoeten. Clubcultuur is een deelsector van de culturele economie.’5

ding voor een bepaald type culturele activiteiten. In het Amsterdams coalitieakkoord 2018 wordt het begrip voor het eerst expliciet gebruikt als onderdeel van een beleidsdoel: ‘Nachtcultuur wordt omarmd. We onderzoeken of broedplaatsen dan wel gebieden in aanmerking komen voor een 24-uurs programmering. We stimuleren cross-overs tussen nachtleven en culturele instellingen zoals musea.’6 In 2018 heeft de gemeente Amsterdam echter nog geen strikte definitie geformuleerd van wat nachtcultuur inhoudt. In de Nachtvisie (2021) staat vervolgens dat de nachtcultuur geen vastomlijnd domein betreft. De Uitvoeringsagenda Nachtcultuur2023-2026 stelt wel een definitie voor: ‘Nachtcultuur omvat alle kunst en cultuur die tussen 22.00 en 6.00 uur wordt aangeboden, waaronder bijvoorbeeld muziekpodia en de ontmoetings­ plaatsen die voornamelijk een sociaal-culturele rol vervullen in het nachtleven.’7 Nachtcultuur vormt hiermee een deel van het bredere nachtleven, samen met clubcultuur, uitgaansleven en andere vormen van nachtelijke vrijetijdsbesteding. Deze afbakening is gebaseerd op het onderzoek De waarde van de kleine uurtjes.8 Inmiddels heeft de gemeente gemerkt dat deze definitie onvoldoende recht doet aan de betekenis en breedte van de nachtcultuur. Ook kan een dergelijke tamelijk nauwe definitie een knelpunt vormen voor de uitvoering van beleid.

Voortschrijdend inzicht heeft geleerd dat het bij nachtcultuur zowel kan gaan om geprogrammeerde kunst- en cultuuractiviteiten die veelal tussen 22.00 en 06.00 uur plaatsvinden, als om dag- of vooravondformats ‘in de geest van de nacht’. Meerdere dimensies In dit Behoeftenonderzoek is bewust afgezien van een strikte definitie, zodat respondenten hun eigen interpretatie konden geven. Dit zou de gemeente Amsterdam belangrijke inzichten kunnen opleveren in

Nachtcultuur in beleid Amsterdam De term ‘nachtcultuur’ is een relatief nieuwe aandui-

4. https://www.creative-footprint.org 5. Damm, Steffen, & Lukas Drevenstedt. Club Culture Berlin. Clubcommission Berlin e.v., 2019 https://www.clubcommission.de/ wp-content/uploads/sites/2/2019/10/club-culture-study.pdf 6. Een nieuwe lente en een nieuw geluid, Coalitieakkoord GroenLinks/D66/PvdA/SP, mei 2018 7. Uitvoeringsagenda Nachtcultuur 2023–2026, p. 20 8. Blaker, Nancy & Joost Poort. De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam. Atlas Research, apr. 2021

10

TERMINOLOGIE EN DEFINITIES NACHTCULTUUR INLEIDING

wat bewoners onder nachtcultuur verstaan. Uitgangspunt was dat de precieze betekenis kan variëren per persoon, locatie en situatie. Voor de één is nachtcultuur misschien nauw verbonden met de underground, voor de ander gaat het juist om activiteiten die eerder in de mainstream worden ingedeeld. Sommigen zullen de nadruk leggen op kunst en persoonlijke ontwikkeling, anderen zien het vooral als een ruimte voor ontspanning en viering. Het onderzoek richtte zich daarom op twee dimensies van de nachtcultuur. De eerste dimensie is een sociale infrastructuur die ontmoeting en een gevoel van belonging mogelijk maakt.9 Steekwoorden zijn veilig, inclusief, gastvrij, toegankelijk. De tweede dimensie is de artistiek-culturele motor, met als kenmerken curatie, programmering, lokaal talent en diversiteit. De resultaten van de enquête bevestigen de keuze voor deze twee dimensies. Respondenten zoeken zowel laagdrempelige, buurtgedragen plekken waar mensen samenkomen voor sociale interactie en gemeenschapsvorming, als gecureerde plekken (clubs, podia, zalen, hybride locaties) met aansprekende programmering waarvoor zij verder reizen. Naar een brede werkdefinitie Om consistente meting, waardering en beleid mogelijk te maken is er een werkdefinitie nodig die beide dimensies verbindt. Een toereikende werkdefinitie draagt bij aan de verbinding tussen praktijk en beleid.

Deze definitie moet recht doen aan de gelaagdheid van de nachtcultuur. Een breed hanteerbare definitie kan rekening houden met onder meer de volgende drie elementen: ×

× ×

Sociaal: betaalbaarheid, identiteits- en relatie­ vorming, met inbegrip van normen voor inclusie en toegankelijkheid zoals safe(r) spaces, rolstoel­ toegang; Cultureel: ruimte voor artistieke programmering, met inbegrip van experiment, lokaal talent en genderdiversiteit; Ruimtelijk-temporeel: maatwerk per gebied, inclusief late/variabele sluitingstijden en erkenning van dag-naar-nachtformats.

ook daarbuiten. Nachtcultuur manifesteert zich op publiek toegankelijke locaties – permanent, tijdelijk of mobiel – die óf gecureerde activiteiten bieden, óf laagdrempelige nachtelijke ontmoeting en verblijf mogelijk maken waar deze waarden zonder formele programmering actief worden beleefd. Aanbeveling De bovengenoemde (aanzetten tot) definities maken duidelijk dat er vooralsnog geen algemeen geaccepteerde definitie van nachtcultuur bestaat. De vraag is ook of die er komt, aangezien de lading van het begrip steeds afhankelijk blijkt van de context waarin het wordt gebruikt. Los van de overeenkomsten verschilt de nachtcultuur van een provinciestad bijvoorbeeld wezenlijk van die van Amsterdam, alleen al door het schaalniveau van aanbod en de hoeveelheid bezoekers. De uiteindelijke definitie die past bij Amsterdam, moet gebruikt kunnen worden voor vergunningen, subsidies en monitoring. Daarbij moet succes niet alleen worden gemeten in cijfers, zoals omzet of bezoekersaantallen, maar ook in community-indicatoren (ervaren veiligheid, inclusie, bereikbaarheid, betaalbaarheid, makers­ participatie). Om robuust beleid voor de Amsterdamse nachtcultuur te kunnen maken is het bovendien belangrijk dat er een brede consensus is over wat er wel en wat er niet binnen de definitie valt.

De uitkomsten van dit rapport vormen een aanbeveling om met vertegenwoordigers van de sector, beleidsmakers en andere stakeholders nader te verkennen welke definitie Amsterdam wil hanteren. Waarschijnlijk is het daarbij zinvol om ruimte te laten voor het aanpassen van de definitie aan toekomstige ontwikkelingen. De nachtcultuur blijft immers altijd in beweging, net als de stad zelf.

Op grond van de onderzoeksresultaten zou bijvoorbeeld de volgende brede werkdefinitie kunnen worden voorgesteld: Nachtcultuur is het geheel van sociale en artistieke praktijken die de waarden en esthetiek van de nacht – vrijheid, experiment, inclusie en gemeenschap – uitdragen. Activiteiten vinden overwegend plaats tussen 22.00 en 06.00 uur, maar waar relevant 11

9. Oldenburg, Ray, and Karen Christensen. ‘Third Places, True Citizen Spaces.’ The UNESCO Courier, 22 Mar. 2023, https://courier.unesco. org/en/articles/third-places-true-citizen-spaces

TERMINOLOGIE EN DEFINITIES NACHTCULTUUR INLEIDING

12

CENTRUM NIEUW-WEST NOORD

OOST WEESP WEST

ZUID ZUIDOOST

2. DOELSTELLING, ONDERZOEKSVRAGEN, DOELGROEP

Dit onderzoek heeft als doel inzicht krijgen in hoe inwoners van Amsterdam de nachtcultuur in hun stad ervaren en waarderen. De centrale vraag is in hoeverre het aanbod van nachtcultuur aansluit bij de behoeften van de deelnemers. Onderliggende vragen daarbij zijn gericht op participatie en waardering: wat is de betekenis van nachtcultuur voor Amsterdammers? Hoe vaak, wanneer en waar nemen Amsterdammers deel aan nachtcultuur? Is men tevreden met het huidige aanbod? Welke plekken en welke soort locaties zijn geliefd en waarom?

Daarnaast is de ruimtelijke spreiding onderzocht: in welke stadsdelen wordt het aanbod het meest dan wel het minst gewaardeerd. Past het aanbod in het eigen stadsdeel bij de wensen, of vraagt deelname juist om reizen door de stad? In hoeverre speelt bereikbaarheid mee bij de waardering en keuzes? Vormt betaalbaarheid een drempel? Ook is gekeken naar de sociale randvoorwaarden voor een goede nachtcultuur. Voelen mensen zich welkom en veilig of ervaren zij overlast? Tot slot richt het onderzoek zich op wat ontbreekt en welke nieuwe initiatieven bewoners graag zien opbloeien.

14

De primaire doelgroep van het onderzoek bestond uit volwassen inwoners van Amsterdam. In het onderzoek is gekozen voor een kwantitatieve enquête aangevuld met kwalitatieve gegevens uit focusgroepen en interviews met experts. Thema’s behoeftenonderzoek × Participatie & behoeften × Ruimtelijke spreiding × Bereikbaarheid & mobiliteit × Veiligheid × Inclusiviteit × Betaalbaarheid & toegankelijkheid × Overlast DOELSTELLING, ONDERZOEKSVRAGEN, DOELGROEP

Tijdlijn behoeftenonderzoek

Literatuuronderzoek & ontwikkeling deelnemersdatabase september-oktober 2024

1

× × × ×

Verkenning en literatuuronderzoek Ontwikkeling database bewoners en belanghebbenden door VibeLab en gemeente Amsterdam Voorbereiding focusgroepen Ontwikkeling communicatiematerialen

Kwalitatieve dataverzameling december 2024-maart 2025 × × × ×

Interviews kunst- en cultuurafdelingen stadsdelen (3–23 december 2024) Werving deelnemers (januari–februari 2025) Focusgroepen (4–24 februari) Interviews (maart 2025)

2

Ontwikkeling en werving bewonersenquête januari 2025-april 2025 3

× ×

Ontwikkeling bewonersenquête (januari 2025) Enquête open 25 februari–25 maart 2025

Analyse en rapportage april 2025-oktober 2025 ×

4

Data-analyse en ontwikkeling rapport Rapport vormgeving en presentatie november-december 2025 5

× ×

15

Vormgeving rapport (november 2025) Oplevering rapport (december 2025)

DOELSTELLING, ONDERZOEKSVRAGEN, DOELGROEP

vragenlijst dat die vooral is ingevuld door bewoners 2.1. Kwantitatief die zich sterk – positief dan wel negatief – betrokken onderzoek: online enquête voelen bij het onderwerp, in dit geval de nachtcultuur. De enquête is ontwikkeld door VibeLab in samenwerking met Team Nachtcultuur en PennPraxis. Van 24 februari tot en met 25 maart 2025 was de enquête in het Nederlands en in het Engels beschikbaar via de website van de gemeente Amsterdam en gehost door platform Qualtrics. De vragen in de enquête hadden betrekking op de nachtcultuur in Amsterdam over de voorgaande twaalf maanden (op het moment van invullen). De enquête was online openbaar toegankelijk voor alle Amsterdammers. Respondenten van de enquête zijn geworven via een brede publiekscampagne, zowel online (social media, nieuwsbrieven, gemeentelijke website) als offline (fysieke posters, outreach via lokale netwerken). De bewonersenquête is gericht onder de aandacht gebracht van het publiek van de nachtcultuur (zie bijlage 4). Ook zijn bewoners benaderd via e-mail en via ambtelijke contactpersonen in de stadsdelen. Herhaaldelijk kwam daarop de respons dat men zich niet gekwalificeerd achtte om de vragenlijst in te vullen omdat het aan kennis over de nachtcultuur ontbrak.

Net als bij andere enquêtes waar in principe een hele populatie aan kan deelnemen, geldt ook voor deze VibeLab Onderzoeks- en adviesbureau VibeLab zet zich in voor de nachtcultuur en creatieve gemeenschappen wereldwijd. VibeLab werkt samen met overheden, culturele instellingen en onafhankelijke makers om strategieën te ontwikkelen die het nachtleven ondersteunen en zichtbaar maken. VibeLab helpt complexe data inzichtelijk maken en bouwt bruggen tussen beleidsmakers, nachtcultuurmakers en gemeenschappen.

PennPraxis, Universiteit van Pennsylvania PennPraxis is het praktijkgerichte onderzoeksplatform van de Weitzman School of Design aan de Universiteit van Pennsylvania. PennPraxis ontwikkelt maatwerk open-source software tools voor data-analyse, die flexibiliteit, reproduceerbaarheid en complexiteit mogelijk maken bij uiteenlopende vraagstukken. PennPraxis is sinds 2016 partner van VibeLab in o.a. de Creative Footprint studies.

Dit verschijnsel wordt ook wel zelfselectie genoemd. De meeste respondenten van de vragenlijst blijken regelmatig of vaak bezoeker van nachtcultuur. Daarnaast zijn er respondenten die doorgaans niet zelf deelnemen aan de nachtcultuur, maar die de enquête invulden om te laten blijken dat zij in hun woon- of leefomgeving overlast ervaren van uitgaanslocaties of uitgaanspubliek. Hun antwoorden beperken zich dan ook tot het thema overlast. In totaal waren er 2.114 respondenten, waarvan 1.331 (63%) de enquête volledig heeft ingevuld. Bij de data-analyse zijn drie criteria gehanteerd. Respondenten moesten woonachtig zijn in Amsterdam, 15 jaar of ouder zijn en ten minste 75% van de enquête hebben voltooid. Dit leverde een dataset van 1.186 respondenten op. Kijkend naar de hele groep respondenten kunnen we vaststellen dat de steekproef representatief is voor dat deel van de Amsterdamse bevolking dat actief deelneemt aan het nachtleven. Binnen deze groep zijn de demografische kenmerken (zoals leeftijdsverdeling, gender, spreiding over stadsdelen) voldoende uitgebalanceerd om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over hun wensen en behoeften. Vraagstelling De enquête telde negentien vragen, onder andere naar de demografische kenmerken van de respondent.

De volgende vragen hadden betrekking op de nachtcultuur: × Hoe hoog is uw nachtcultuurparticipatie? × Is de participatie het afgelopen jaar gestegen of gedaald ten opzichte van het jaar ervoor en zo ja waarom? × Wat voor type bestemmingen bezoekt u en hoe vaak? × Wat zou voor u het beste eindtijd zijn?10 × Hoeveel besteedt u gemiddeld? × Welke stadsdelen heeft u het afgelopen jaar het vaakst bezocht? × Hoe lang bent u bereid om te reizen? × In hoeverre bent u tevreden met het aanbod in uw buurt? × Ondervindt u overlast in uw buurt en zo ja welke vormen? × Welke aspecten zijn volgens u voor verbetering vatbaar? × Overige zaken (open vraag) 10. In de enquête hanteren we de term eindtijd in plaats van sluitingstijd, waar het gaat om de voorkeurstijd waarop de respondent diens deelname aan de nachtcultuur beëindigt.

16

DOELSTELLING, ONDERZOEKSVRAGEN, DOELGROEP

2.2. Kenmerken respondenten enquête 15-18 0.4%

Geen antwoord 2.1% Non-binair 2.1%

19-25 10.8%

65+ 5.6%

45-64 23.5%

Verdeling naar gender

Vrouw 41.3%

Leeftijdsverdeling

Man 54.5%

25-44 59.7%

Wat betreft gender identificeerde 54,4% zich als man, 41,3% als vrouw, 2,1% als non-binair en koos 2,1% ervoor geen antwoord te geven.

De grootste leeftijdsgroep bestond uit mensen tussen de 25 en 44 jaar (59,6%), gevolgd door respondenten van 45 tot 64 jaar (23,5%) en 19 tot 25 jaar (10,8%). De leeftijdsgroep 65+ was relatief klein (5,6%). Die van 15 tot 18 was nauwelijks vertegenwoordigd (0,4%).

Regelmatig 9.8%

Engels 32.7% Soms 19.0%

Taalkeuze enquête

Nederlands 67.3%

Iets meer dan twee derde van de respondenten vulde de enquête in het Nederlands in (67,3%), 32,7% koos voor de Engelse versie. 17

Werken in de nacht

Niet 71.2%

Bijna drie op de tien respondenten gaf aan ook in de nacht te werken: 9,8% van alle respondenten doet dit regelmatig, 19% doet dit soms. DOELSTELLING, ONDERZOEKSVRAGEN, DOELGROEP

De meeste respondenten kwamen uit West (22,5%), op de voet gevolgd door inwoners van Centrum (22,3%). Oost leverde de op twee na grootste groep deelnemers (14,5%), gevolgd door Zuid met 12,1%. Noord en Nieuw-West leverden vergelijkbare aantallen respondenten, respectievelijk 10,4% en 9,9%. Zuidoost vertegenwoordigde een kleiner deel van de steekproef (5,6%), terwijl inwoners van Weesp slechts 2,4% uitmaakten. Westpoort had de kleinste vertegenwoordiging met slechts vier respondenten (0,3%).

Weesp 2,4% Westpoort 0,3%

Zuidoost 5,6%

West 22,5% Nieuw-West 9,9%

Noord 10,4%

Woongebieden

Centrum 22,3%

Zuid 12,1%

Oost 14,5%

18

DOELSTELLING, ONDERZOEKSVRAGEN, DOELGROEP

vonden negen verdiepende interviews 2.3. Kwalitatief onderzoek Daarnaast plaats, waaronder interviews met een nachtcultuurFocusgroepen en interviews In aanvulling op de enquête zijn zes online focusgroepsessies en negen interviews gehouden. De focusgroepen waren samengesteld uit Amsterdammers met verschillende achtergronden en diverse persoonlijke betrokkenheid bij de nachtcultuur. Dit zorgde ervoor dat uiteenlopende perspectieven werden belicht. Met uitzondering van Nieuw-West, waar een fysieke bijeenkomst plaatsvond, vonden de focusgroepen plaats via Google Meet, met ondersteuning van interactieve tools (MURAL). Bewoners, creatieven en nachtwerkers namen deel aan gesprekken over de volgende onderwerpen: × Betekenis nachtcultuur; × Kwaliteit van het aanbod in het stadsdeel in het algemeen; × Kwaliteit van het lokale aanbod in verhouding tot het algehele aanbod in de stad; × Verbeterpunten. In totaal namen 41 personen deel aan de focusgroepen. De leeftijden lagen grotendeels tussen de 25 en 44 jaar (85,4%) met een kleiner deel tussen de 45 en 65 jaar (14,6%). Wat betreft gender identificeerde 51% zich als vrouw en 49% zich als man.

onderzoeker, een museumcurator en een vertegenwoordiger van een queer collectief dat zich richt op toegankelijkheid in de nacht. Daarnaast zijn zes aanvullende interviews gehouden om de lagere respons in stadsdeel Zuid en stadsgebied Weesp te compenseren. De geïnterviewden variëren in leeftijd van midden twintig tot eind vijftig, met een diverse achtergrond. Hun betrokkenheid bij nachtcultuur loopt uiteen van beleidsmatige en artistieke invalshoeken tot gespecialiseerde kennis over de historische context van de stad. Focusgroepen De focusgroepen waren bedoeld om verdiepend, kwalitatief inzicht te krijgen in de waardering van de nachtcultuur per stadsdeel. Om input voor de gespreksthema’s te krijgen zijn de kunst- en cultuurmedewerkers van de stadsdelen geraadpleegd. Vervolgens zijn deelnemerslijsten met bewoners en sleutelfiguren uit lokale cultuur- en nachtnetwerken opgesteld. Zij zijn via e-mail en telefonisch benaderd. Minder bereikbare gemeenschappen zijn via culturele organisaties benaderd. Aanvragers/betrokkenen van de AFK-projectsubsidie Nachtcultuur 2024 kregen een directe uitnodiging. Er is nadrukkelijk gekozen voor een brede afspiegeling van de Amsterdamse bevolking.

Dataverzameling stadsdelen focusgroepen 2025 4 februari

Centrum

9 deelnemers

5 februari

Noord

8 deelnemers

6 februari

West

6 deelnemers

12 februari

Oost

5 deelnemers

24 februari

Zuidoost

8 deelnemers

25 februari

Nieuw-West (op locatie)

5 deelnemers

interviews 2025

19

17 maart

Zuid

3 interviews

25 maart

Weesp

1 interview

27 maart

Zuid

2 interviews

DOELSTELLING, ONDERZOEKSVRAGEN, DOELGROEP

2.4. Representativiteit en methodologische beperkingen De steekproef is gehouden onder een selecte populatie. De uitkomsten van de steekproef zijn representatief voor de respondenten, niet voor de gehele Amsterdamse bevolking. De verdeling naar leeftijd en stadsdeel is geen weerspiegeling van de demografie van de stad, maar van de respons op de outreach campagne. Ook is de geografische spreiding van

respondenten niet representatief voor de bevolkingssamenstelling per stadsdeel. Enkele stadsdelen zijn oververtegenwoordigd. Ondanks deze uitdagingen schetst het onderzoek een rijk en genuanceerd beeld van de Amsterdamse nachtcultuur. De data zijn geanalyseerd met kruistabellen en thematische analyses, waardoor verbanden tussen demografische kenmerken en antwoordpatronen zichtbaar zijn. Door de enquête-uitkomsten te combineren met de inzichten uit de focusgroepen en interviews vormt het onderzoek een basis voor verdere beleidsontwikkeling rond de Amsterdamse nachtcultuur.

(Mogelijke) beperkingen methodologie

20

Zelfselectie

Scheve geografische verdeling

Respondenten die zichzelf aanmelden, zijn vaak bovengemiddeld betrokken bij het onderwerp. Dit kan leiden tot uitgesprokener meningen (zowel positief als negatief) en tot ondervertegenwoordiging van neutralere stemmen.

De procentuele spreiding van respondenten komt niet overeen met de inwoneraantallen per stadsdeel. De resultaten zijn daarom niet volledig representatief voor alle bewonersgroepen in elk stadsdeel.

Oververtegenwoordiging van actieve deelnemers nachtcultuur

Beperkingen in de kwalitatieve dataverzameling

De werving richtte zich vooral op mensen met affiniteit voor de nachtcultuur. Hierdoor kan het beeld afwijken van het gemiddelde profiel van de Amsterdamse bevolking. Daarnaast zijn cultuurtafels en broedplaatsen benaderd. Ook jongerenorganisaties en culturele organisaties hebben een uitnodiging ontvangen om deel te nemen aan het onderzoek. Benaderde bewonersgroepen zijn niet ingegaan op de uitnodiging.

De werving voor focusgroepen was uitdagend door de tijdsinvestering en het beperkte directe belang voor deelnemers. Dit leidde in sommige stadsdelen tot lagere deelname aan of uitval van sessies. Individuele interviews hebben dit gedeeltelijk gecompenseerd.

DOELSTELLING, ONDERZOEKSVRAGEN, DOELGROEP

21

CENTRUM NIEUW-WEST NOORD

OOST WEESP WEST

ZUID ZUIDOOST

3. RESULTATEN, ANALYSE EN AANBEVELINGEN 22

Dit hoofdstuk bevat de analyse van de resultaten uit enquête, focusgroepen en interviews, en de aanbevelingen die daaruit voortvloeien. De analyse sluit aan bij de in hoofdstuk 2 genoemde thema’s: Participatie & behoeften; Ruimtelijke spreiding; Bereikbaarheid & mobiliteit; Veiligheid; Inclusiviteit; Betaalbaarheid & toegankelijkheid; Overlast.

In deze analyse worden de resultaten op hoofdlijnen besproken, de gedetailleerde uitkomsten inclusief percentages zijn te vinden in bijlage 1. De aanbevelingen zijn samengesteld op basis van de respons uit de enquête en de focusgroepen, alsmede op grond van de inzichten van de onderzoekers en hun kennis van de Amsterdamse nachtcultuur. Bij de aanbevelingen volgt steeds een overzicht van de sleutelspelers die nodig zijn om de aanbevelingen in actiepunten te vertalen. Bij elk thema zijn good practices uit andere steden opgenomen. Deze praktijkvoorbeelden laten zien welke opties beschikbaar zijn binnen de verschillende beleidsterreinen die de nachtcultuur raken. Het beleid rond nachtcultuur ontwikkelt zich snel – zowel in Nederland als internationaal – terwijl de impact van nieuwe maatregelen nog beperkt wordt gemeten. Voor alle aanbevelingen geldt dat gerichte dataverzameling, monitoring en periodieke evaluatie nodig zijn om effecten op de lange termijn te kunnen beoordelen. Daarom de algemene aanbeveling om voor alle uiteindelijke actiepunten een monitormodel te hanteren waarin de opbrengst zichtbaar wordt op grond van een duidelijke voor/na-vergelijking. Kies bij 23

iedere maatregel voor een vaste nulmeting, tussentijdse evaluatiemomenten en transparante, publieke rapportage van de voortgang en resultaten. Dit bevordert de vergelijkbaarheid, maakt bijsturen mogelijk en vergroot het vertrouwen van stakeholders in de doeltreffendheid van acties.

‘Laat de gemeente onderzoeken hoe we met een narratief over de nachtcultuur de impact ervan kunnen laten zien op de creativiteit, op jongeren, op de welvaart en de economie en ga zo maar door.’ – Deelnemer enquête 2025 RESULTATEN, ANALYSE EN AANBEVELINGEN

Resultaten enquête in vogelvlucht

Participatie

Reisgedrag

Meer dan 90% van de respondenten nam het afgelopen jaar regelmatig deel aan nachtcultuur. Cafés en restaurants vormen de basis; clubs, liveoptredens en festivals trekken sterk betrokken, maar minder frequente bezoekers. Eindtijden lopen uiteen: 41,7% verkiest (zeer) late of vrije eindtijden.

61,2% gaat vooral buiten het eigen stadsdeel uit. De meest geaccepteerde reistijd is 15–30 minuten (49,4%); ruim een derde reist 30–60 minuten. Onvoldoende nacht-OV zorgt voor hogere reiskosten (taxi’s) en zorgen omtrent de veiligheid.

Keuzemotieven

Centrum (43,6% eerste keuze), West (18,6%) en Noord (17,8%) vormen samen 80% van de favoriete bestemmingen. In Centrum bezoeken de meeste inwoners het eigen stadsdeel (68,6%). In Noord, Nieuw-West en Zuidoost is behoefte aan meer bars/cafés, in Zuid, Zuidoost en Weesp aan permanente locaties voor nachtculturele activiteiten.

Sfeer en sociale veiligheid zijn doorslaggevend: ‘vriendelijk/gastvrij publiek’ (63,7%), ‘gezellige, intieme sfeer’ (60,8%) en ‘veilige, inclusieve omgeving’ (57,3%). Bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde (vooral voor <24 en 45+). Voor een deel van de respondenten weegt divers en lokaal talent in de programmering zwaarder dan headliners.

Verbeterprioriteiten De top drie bestaat uit 1) Betaalbaarheid (64,3%); 2) Meer diversiteit in aanbod (39,7%); 3) Beter nacht-OV (38,8%). Respondenten vragen daarnaast om meer clubs (51,9%), alternatieve ruimtes (50,7%) en buitenlocaties (44,5%); lage waardering voor besloten ledenclubs.

24

Ruimtelijke spreiding

Uitgaven & drempels Gemiddelde besteding per avond: € 41–€ 60 (inclusief toegang). Jongeren (<25) besteden minder; hogere uitgaven concentreren zich in Centrum en Zuid. Overlast Circa 70% ervaart geen overlast in de eigen buurt, 18,1% ervaart lichte overlast. In Centrum ervaart 53,8% overlast. Overlast is vooral zwerfafval/schade, luidruchtige groepen en slaapverstoring.

RESULTATEN, ANALYSE EN AANBEVELINGEN

3.1. Participatie & behoeften Resultaten en analyse Participatie in de nachtcultuur is hoog binnen de steekproef: meer dan 90% van de respondenten ging het afgelopen jaar minstens enkele keren per maand uit. Restaurants en cafés zijn het populairst. Liveoptredens worden door meer dan de helft enkele keren per jaar bezocht. Nachtcultuur wordt dus in uiteenlopende vormen beleefd en is meer dan alleen clubbezoek. Respondenten beginnen vroeger op de avond en gaan door tot laat. Veel respondenten rekenen activiteiten in de (voor)avond ook tot de nachtcultuur. Meer dan vier op de tien wenst vrije of zeer late sluitingstijden (4.00 tot 8.00 uur). De gewenste eindtijd weerspiegelt vooral het uitgaansgedrag van respondenten, niet per se hun algemene opvatting over openingstijden.

‘Alternatieve locaties hebben langere openingstijden nodig. Plekken met de beste muziek gaan meestal om drie uur ‘s nachts al dicht.’ – Deelnemer enquête 2025 Vergeleken met twee jaar geleden is er een lichte daling in participatie. Dit valt deels te verklaren door demografisch verloop. Een derde noemt ‘leeftijd en levensfase’ als reden voor minder deelname, vooral binnen de groep 25-44 jaar. Betere informatie en kennis over het aanbod worden genoemd als redenen om mogelijk vaker uit te gaan. Sociaal en cultureel Respondenten ervaren de nacht als sociale infrastructuur. Bij favoriete bestemmingen scoren ‘vriendelijk en gastvrij publiek’, ‘gezellige sfeer’ en ‘veilige en inclusieve omgeving’ het hoogst. Deze aspecten sluiten aan bij een brede definitie van nachtcultuur, waarbij het niet enkel gaat om culturele programmering. Sociale beleving telt bij elk type locatie, van buurtcafé tot club met gecureerd cultureel programma. De populairste locaties leunen wel degelijk op hun programma. Respondenten benadrukken het belang 25

van de line-up, die niet per se uit bekende namen hoeft te bestaan. ‘Lokaal talent en diversiteit’ scoort bij de respondenten hoger dan ‘headliners’, terwijl die laatste vooral voor clubbers aantrekkelijk zijn. Uit de open antwoorden en de focusgroepen blijkt dat voor veel bezoekers een combinatie van factoren, zoals de kwaliteit van de programmering, het publiek, de community, de identiteit van de organisatoren en de mate van inclusiviteit, doorslaggevend is. Er is een verschil tussen wensen en gedrag. Enerzijds is er behoefte aan laagdrempelige, buurtgerichte nachtcultuur – café of bar – om de hoek. Anderzijds zoeken respondenten locaties met een hoogwaardig programma waar zij zich thuis voelen. Vooral voor clubs is men bereid verder te reizen. Diversiteit in inhoud én locatie Respondenten zijn in meerderheid tevreden met het huidige aanbod in de buurt. Tegelijk wensen zij méér mogelijkheden: extra clubs, meer alternatieve ruimtes en meer buitenlocaties. Men waardeert wat er is, maar ziet ruimte voor meer keuze en variatie. Besloten ledenclubs zien respondenten liever minder. Bij vrijwel alle groepen staan betaalbaarheid, diversiteit in aanbod en beter (nacht-)OV bovenaan het lijstje gewenste verbeteringen. Bijna 40% wenst meer diversiteit in evenementen; na betaalbaarheid het hoogst scorende verbeterpunt.

Respondenten signaleren een toenemende homogeniteit, waarbij sommigen de coronapandemie als keerpunt markeren. De combinatie eten/cultuur/dans is in trek bij oudere doelgroepen (45>). Jongeren (<25) hebben een voorkeur voor clubhoppen en formats die dag en nacht combineren. De roep om alternatieve ruimtes wijst op behoefte aan betaalbare, flexibele omgevingen waar experiment, ontmoeting en community-eigenaarschap centraal staan.

‘Ik mis broedplaatsen die eigen initiatieven ondersteunen, zoals de Graansilo of Vrieshuis Amerika in de jaren ’90.’ – Deelnemer enquête 2025 RESULTATEN, ANALYSE EN AANBEVELINGEN

Aanbevelingen De deelnemers aan het onderzoek hebben behoefte aan een nachtleven dat dichtbij en toegankelijk is, met kleinschalige, buurtgedragen plekken waar je spontaan binnenloopt en je welkom voelt. Er is ruimte voor meer inclusieve locaties waar ruimte is voor kwalitatieve programmering. Tijdelijke en modulair in te richten ruimtes (pop-ups, ateliers, broedplaatsen) en hybride formats kunnen voor een doorlopend dag/nachtaanbod zorgen. Ruimere, flexibelere – bij voorkeur vrije of zeer late – sluitingstijden in het weekend sluiten beter aan op verschillende ritmes en generaties. Er is een voorkeur voor openbaar toegankelijke nachtcultuur boven besloten ledenclubs. Lokaal talent verdient zichtbaarheid. Variatie per stadsdeel voorkomt monocultuur en spreidt de drukte, terwijl cocreatie met lokale scenes en buurtgemeenschappen het gevoel van eigenaarschap versterkt. Tot slot helpt een stadsbreed, actueel overzicht – met agenda, uitleg van formats, toegankelijkheidsinfo en tijden – bewoners om geïnformeerde keuzes te maken. Aanbeveling 1: Nachtagenda Ontwikkel een centrale nachtagenda met toegankelijke informatie over nachtcultuur, programmering en locaties, waarin de focus ligt op onafhankelijke en grassroots initiatieven. Gebruik eenvoudige taal en pictogrammen, en zorg voor meertaligheid. Onderzoek bestaande platforms en potentiële partners.

Aanbeveling 2: Subsidie AFK Zorg voor voortzetting van de regeling talentsubsidie nachtcultuur van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) of een vergelijkbare subsidie. Het is aan te bevelen dat nachtcultuurinitiatieven die ruimte bieden aan lokaal talent en het profiel van het stadsdeel versterken, hierbij voorrang krijgen.

Sleutelspelers participatie & behoeften Stadsdeelbesturen, afdeling Vergunningen Toezicht & Handhaving (VTH), afdeling Kunst en Cultuur, afdeling Openbare Orde en Veiligheid, politie, gebiedsmanagers, AFK, Stichting N8BM A’DAM, Amsterdam en Partners, Overleg Amsterdamse Clubs andere stakeholders. Praktijkvoorbeeld Toronto11 Toronto’s Music Industry Strategy (2022-2026) is een strategisch beleidsplan ontwikkeld om de muzieksector van Toronto te versterken. Toronto is een van de meest diverse steden ter wereld. Het is van belang dat het muzikale aanbod deze diversiteit weerspiegelt en representeert. Actiepunten rondom diversiteit en inclusiviteit zijn onder andere het uitbreiden van het gebruik van gebouwen in eigendom van de stad voor gemeenschaps- of kunstevenementen en het faciliteren van culturele evenementen waarin inheemse en kunstenaars van kleur centraal staan. Praktijkvoorbeeld Sydney12 Sydney’s Vibrancy Reform introduceerde hervormingen die in 2023 stapsgewijs zijn ingevoerd om de regelgeving rond nachthoreca, livemuziek en evenementen te versoepelen. Dit is een reactie op de ‘lockout laws’ (2014-2020), die openingstijden verkortten en de tijden beperkten waarop alcohol mocht worden geschonken in populaire uitgaansgebieden. Daardoor moesten 176 nachtclubs, muziekcafés en bars sluiten.

Belangrijke maatregelen van de Vibrancy Reform zijn hogere drempels voor geluids- en overlastklachten, versoepelde regels voor buitenactiviteiten, planning en verlichting, kortere aanvraagprocedures, lagere licentiekosten voor livemuziek en financiële ondersteuning voor artiesten en horecazaken.

Aanbeveling 3: Openingstijden en locatie/ruimtegebruik Zorg voor structurele samenhang tussen het Horeca­ bleid 2025, de Uitvoeringsagenda Nachtcultuur en de uitkomsten van het behoeftenonderzoek, zodat beleidskaders aansluiten op feitelijk gebruik, wensen en trends binnen de nachtcultuur. Vertaal deze inzichten naar concrete kaders voor verruiming van sluitingstijden, diversiteit in aanbod en de inzet van alternatieve en (semi)tijdelijke locaties. Borg binnen dit integrale kader ruimte voor gebiedsgerichte variatie, versterking van lokaal talent en laagdrempelige, publiek toegankelijke nachtcultuur, met aandacht voor inclusiviteit, sociale veiligheid en spreiding van bezoekersstromen. Het beleid dient hiermee zowel regulerend als faciliterend van aard te zijn. 26

11. Nordicity. Music Industry Strategy: 2022– 2026. Toronto Music Office, City of Toronto, maart 2022 12. Office of the 24-Hour Economy Commissioner. “Vibrancy Reforms.” NSW Government

RESULTATEN, ANALYSE EN AANBEVELINGEN

3.2. Ruimtelijke spreiding Resultaten en analyse Stadsdeel Centrum is voor respondenten de favoriete bestemming, gevolgd door West, dat een rijk ecosysteem heeft van zowel gevestigde als alternatieve locaties. Noord is een uitgesproken secundaire ‘hub’ met een sterke lokale oriëntatie. Oost toont potentie rond creatieve, experimentele plekken, maar er is behoefte aan meer variatie én minder tijdelijkheid van locaties. Zuid heeft geen structurele nachtruimte. Wel is er veel horeca in de Pijp en ontwikkelt het Schinkelgebied zich tot nachtcultuurhub. Nieuw-West heeft enkele van de populairste clubs, maar die liggen vooral in het industriële Westpoort. Op buurtniveau is er in Nieuw-West, Zuidoost en Noord vraag naar meer bars en cafés. Weesp en Zuidoost hebben weinig nachtcultuur en worden dan ook het minst bezocht. In Zuidoost ontbreken vaste nachtcultuurlocaties – ondanks het vele aanwezige talent in het stadsdeel. Weesp heeft weinig aanbod voor jongeren en is relatief slecht bereikbaar.

Er zijn (oudere) respondenten die afhaken omdat zij het aanbod in Centrum minder aantrekkelijk vinden en andere stadsdelen te ver. Anderen ervaren de ‘rafelranden’ als spannend, authentiek en minder toeristisch. Bovendien vinden zij daar aansprekende plekken met ruimere openingstijden, buitenruimtes en alternatieve programmering. Ruimtelijke identiteit doet ertoe: Noord, West en Westpoort zijn in trek dankzij de beleving en eigenheid van industriële panden. Tegelijkertijd wordt er gewezen op praktische bezwaren als de afgelegen ligging en slechte bereikbaarheid. Aantrekkingskracht locaties Toonaangevende locaties werken als magneten voor bezoekers uit alle stadsdelen (en daarbuiten). In Centrum zijn Paradiso en Melkweg publiekstrekkers. In Noord zijn Garage Noord en Skatecafé Karin & Yvonne geliefd. In Nieuw-West trekken Club RAUM, Radion en Lofi bezoekers uit de hele stad. Tijdelijke clubs kunnen grote impact hebben: De School (gesloten begin 2024) en Marktkantine (gesloten juni 2022) in West worden nog steeds regelmatig genoemd, net als Trouw (gesloten 2015) in Oost. Dit onderstreept hoe nachtlocaties een gebied aantrekkelijk kunnen maken.

‘Ik vind het jammer dat er zo weinig is in Zuidoost. Er Aanbevelingen is veel plaats voor, maar Uit het onderzoek blijkt dat er behoefte is aan meer voor nachtcultuur. Elk stadsdeel vraagt om uiteindelijk moet je steeds plekken een eigen aanpak met heldere afspraken over bereiknaar het centrum of andere baarheid, veiligheid en inpassing in de buurt. Voor de ontwikkeling van nachtcultuurlocaties is er oog nodig stadsdelen.’ voor lokale dynamiek, draagvlak (vroegtijdige betrok– Deelnemer enquête 2025

kenheid van bewoners) en fasering.

Concentratie versus spreiding Hoewel bijna twee derde van de respondenten meestal buiten het eigen stadsdeel uitgaat, zijn er per stadsdeel duidelijke verschillen in lokale binding. Vooral in Centrum, West en Noord kiezen bewoners het eigen stadsdeel als eerste uitgaansoptie. Respondenten geven aan graag in hun eigen stadsdeel te willen blijven, maar vinden daar lang niet altijd waar zij naar op zoek zijn. Stadsdelen met meer nachtcultuur scoren hoger als eerste keuze en zijn meer in trek bij de eigen bewoners. Centrum is – ondanks kritiek op toeristische druk – favoriet dankzij het uitgebreide aanbod. Voor uitgaansgebieden Leidseplein, Rembrandtplein en de Wallen is de waardering hoog. Hoewel men in algemene zin tevreden is met het aanbod, verschillen de wensen per stadsdeel en demografische groep.

Dat vergt gebiedsgerichte strategieën die rekening houden met huidige én toekomstige ontwikkelingen, met prioriteit voor Noord, Nieuw-West, Zuidoost en Weesp. Centrum blijft de voornaamste uitgaanskern, terwijl daarnaast sterke lokale hubs worden ontwikkeld. Aan de rafelranden liggen kansen: karaktervolle industriële panden kunnen uitgroeien tot buurthubs, mits goed ontsloten en functioneel uitgerust.

Er zijn gemengde gevoelens over de verschuiving van nachtcultuur naar de randen van de stad. Respondenten willen graag dat Centrum aantrekkelijk blijft als primair uitgaansgebied voor Amsterdammers. 27

Locaties buiten het centrum horen veilig en eenvoudig bereikbaar te zijn via OV en fiets, met nachtvervoer, goede verlichting, duidelijke wayfinding en basisvoorzieningen. Dergelijke voorzieningen moeten meegroeien met de gebiedsontwikkeling, zodat huidige en toekomstige bewoners én bezoekers van buiten het gebied ervan profiteren. Resultaat: uitgaan dichter bij huis, minder reistijd en drukte, meer keuze, veiliger nachten en sterkere buurten met ruimte voor lokale makers. Spreiding wordt eerlijker: minder overlast in het centrum en meer kansen in stadsdelen waar minder nachtcultuur is. RESULTATEN, ANALYSE EN AANBEVELINGEN

Inzoomen op kansen en hiaten Het Schinkelgebied in Zuid laat zien hoeveel creatieve potentie vrijkomt zodra er ruimte is. Het bundelt eten, dans en kunst en trekt een breed publiek. Met structurele ondersteuning kan het uitgroeien tot een volwaardige nachtkern en bijdragen aan een betere spreiding van de nachtcultuur. In Zuidoost ontbreekt een stabiele nachtinfrastructuur. Bewoners wijken uit naar andere stadsdelen of organiseren informele feesten. Te vaak wordt Zuidoost benaderd vanuit ‘risicobeheersing’ in plaats van ‘mogelijkheden’, wat de ontwikkeling van lokale initiatieven – vooral van jongeren – remt. Het Hamerkwartier is een dynamisch gebied voor de nachtcultuur. Het staat echter onder druk van stedelijke ontwikkeling. Hier is structurele bescherming van de nachtcultuur nodig én een heldere visie op buurt­ initiatieven en participatie.

28

RESULTATEN, ANALYSE EN AANBEVELINGEN

Aanbeveling 1. Spreiding locaties Veranker de nachtcultuur in gebiedsontwikkeling en bestemmingsplannen, en zorg voor een evenwichtige spreiding van nachtcultuurlocaties. Anticipeer op aflopende vergunningen, waarbij de gemeente de doorstart van succesvolle initiatieven actief ondersteunt. Aanbeveling 2. Overzicht aanwezige functies Maak voor alle belanghebbenden (bewoners, beleidsmakers, ontwikkelaars, etc.) inzichtelijk welke functies – zoals muziekstudio’s, broedplaatsen, nachtclubs en horeca – al actief zijn op locaties binnen ontwikkelgebieden, om bewustzijn te vergroten en verdringing te voorkomen. Koppel dit aan het lopende locatieonderzoek naar nachtcultuurlocaties.13 Aanbeveling 3. Spreiding zaalcapaciteit Analyseer samen met de particuliere sector en vastgoedpartijen voor welk type en formaat zalen er kansen liggen.14 Spreiding van zaalcapaciteit (<200 tot >1500 bezoekers) zorgt voor betere doorstroming van talent. Aanbeveling 4. Zuidoost Creëer samen met nachtcultuurmakers een visie op de nachtcultuur in Zuidoost en faciliteer op korte termijn pilotevents voor activatie en dataverzameling. Integreer nachtcultuur in de bestaande cultuurstrategieën voor het stadsdeel. Kies een helder doel; bijvoorbeeld binnen drie jaar twee nachtcultuurlocaties (<200 en >400 bezoekers). Aanbeveling 5.

Weesp Identificeer een locatie voor nachtcultuur en start daar een pilot via een participatietraject met de lokale jeugd. Realiseer een eerste initiatief in winter 2026.

Praktijkvoorbeeld Melbourne15 In 2014 voerde Melbourne als eerste stad het zogeheten Agent of Change-principe in: wie verandering brengt, is ook verantwoordelijk voor het voorkomen van negatieve gevolgen. Zo moeten nieuwe woonprojecten binnen 50 meter van een bestaande livemuzieklocatie verplicht geluidsisolatie aanbrengen. Australische steden passen dit vaak toe in gebieden met duidelijke regels voor geluid, openingstijden en voorafgaande informatie voor nieuwe bewoners. Deze instrumenten bieden zekerheid voor ondernemers én bewoners, en beschermen bestaande nachtcultuur tegen verdringing.

Praktijkvoorbeeld Lissabon16 De gemeente Lissabon stelde voor de wijk Alcântara een culturele ontwikkelvisie op, in cocreatie met creatieve ondernemers en bewoners. Vergunningen, infrastructuur en programmering werden gezamenlijk afgestemd. Projecten als LX Factory17 en Village Underground18 combineren werkruimtes, galeries, horeca en nachtelijke evenementen. Deze aanpak leverde een inclusieve en dynamische nachtcultuur op die economisch en sociaal duurzaam is, met aandacht voor leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. Lissabon paste ook een model toe om ondervertegenwoordigde stadsdelen van (nacht-) cultuur te voorzien. Dit zorgde voor minder druk op het centrum, en de herwaardering van ontwikkeling in andere stadsdelen. In de wijk Marvila was lang sprake van onderontwikkeling. Culturele straatprojecten hebben gezorgd voor meer cohesie en binding met de eigen buurt.

Aanbeveling 6. Schinkelgebied Wijs het Schinkelgebied in Zuid aan als ontwikkelzone voor culturele nachtfuncties; investeer hierbij in langdurige vergunningen. Sleutelspelers ruimtelijke spreiding Stadsdeelbesturen en vergunningsafdelingen, Omgevingsdienst, afdeling Kunst en Cultuur, Bureau Broedplaatsen, Openbare Orde en Veiligheid, gebiedsmanagers, afdeling Ruimte en Duurzaamheid, afdeling Grond en Ontwikkeling, gebiedsontwikkeling, belangenorganisaties, lokale gemeenschappen, afdeling Kunst en Cultuur stadsgebied Weesp, Cultureel Zuidoost, de AFK Cultuurverkenners in Zuid en Zuidoost, Stichting N8BM A’DAM en jongerenorganisaties verspreid over alle stadsdelen.

29

13. Maatregel 1 Uitvoeringsagenda: Gemeente Amsterdam. Uitvoeringsagenda nachtcultuur 2023–2026. 2023. 14. Creative Footprint. VibeLab, https://www. creative-footprint.org 15. Music Victoria. ‘How To: Agent of Change.’ Music Victoria 16. Chaves, H., R. Falanga, and M. C. Nunes. ‘Community Engagement in Urban Regeneration: Highlights from the ‘Sê Bairrista’ Project in Marvila (Lisbon).’ Social Cohesion and Resilience through Citizen Engagement, Edward Elgar Publishing, 2024, pp. 140–162. 17. Brito, M., and L. Zarrilli. ‘From Industry to Tourism: The Case of LX Factory in the Alcântara District (Lisbon).’ GeoJournal of Tourism and Geosites, vol. 39, no. 4, 2021, pp. 1354–1362. 18. Village Underground Lisboa. https://vulisboa. com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788720/1