Bijlage 1. Afhandelingsbrief motie 100.20 derde onderdeel.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening motie
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 29 maart 2021 Openbare orde en veiligheid Femke Halsema OOV/DWS, secretariaatOOV@amsterdam.nl Afdoening punt 3 van de motie 20201/100 van de leden Poot (VVD) en Boomsma (CDA)
Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad is op 23 januari 2020 motie 2020/100 van de leden Poot (VVD) en Boomsma (CDA) aangenomen waarin het college wordt gevraagd om: 1) Een aanpak te ontwikkelen in samenwerking met de branche waarbij in aangewezen delen van de stad vastgoedtransacties gecheckt worden alvorens deze tot uitvoer gebracht kunnen worden; 2) Hierbij te kijken naar de ervaringen opgedaan in het project 1012 (waarbij wekelijks vastgoedtransacties in dit gebied werden besproken in een multidisciplinair team); 3) Tevens te kijken naar het zogenaamde 'Franse Model' waarbij een wachttijd geldt voor de effectuering van de transactie zodat de lokale overheid verschillende informatiebronnen kan raadplegen zoals Kadaster, belastingdienst, FIOD etc.” Het college geeft als volgt uitvoering aan punt 3 van de motie. Onderzoek naar Franse Model In ‘De achterkant van Amsterdam’ (Tops en Tromp, 2019) wordt gerefereerd aan het zogenoemde ‘Franse Model’ om als gemeente meer grip te krijgen op “foute” vastgoedtransacties (bijvoorbeeld tegengaan van witwassen). Vanuit het programma De Weerbare Stad is opdracht gegeven aan Deloitte om de structuur en werking van het Franse Model nader te onderzoeken.
Om het in perspectief te plaatsen, is ook verzocht beknopt in te gaan op het huidige instrumentarium dat door de gemeente wordt gebruikt (Wet Bibob, BIO, Van Traa-bepalingen). Tot slot is aan Deloitte gevraagd te beschrijven wat de (on)mogelijkheden van het Franse Model zijn voor Amsterdam. Hoe zou het model – of een variant daarop/elementen ervan – in Amsterdam gebruikt kunnen worden? Het rapport van Deloitte treft u als bijlage aan. Graag informeer ik u over de mogelijkheden van de systematiek van het Franse Model (het als gemeente kunnen toetsen van voorgenomen vastgoedtransacties), de implicaties ervan en de vervolgstappen.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 maart 2021 Pagina 2 van 4
Hoofdlijnen van het Franse Model De situatie in Frankrijk rond vastgoedtransacties is volgens Deloitte op hoofdlijnen als volgt. Als er binnen een Franse gemeente (de gehele gemeente of een aangewezen deel van die gemeente) een voorlopige koopovereenkomst is gesloten, dan is de verkoper van het onroerend goed verplicht dit te melden bij de betreffende gemeente. De gemeente kan dan uit ‘publiek belang’ besluiten het pand te kopen. In het Franse Model is het tegengaan van ondermijning daarbij niet als publiek belang gedefinieerd. Doorvertaling van het Franse Model naar de aanpak van “foute vastgoedtransacties” in Amsterdam De gemeente kan indien zij zelf de (ver)kopende partij is, potentiele kopers screenen op grond van de BIO en de Wet Bibob, waarmee (mogelijk) “foute” transacties voorkomen kunnen worden. Bij vastgoedtransacties tussen derden kunnen nu de Van Traa-bepalingen – indien opgenomen – worden toegepast en onderzoekt de gemeente de integriteit van de potentiele koper op grond van deze Van Traa-bepalingen. Bij alle andere vastgoedtransacties kan er mogelijk wel worden gesignaleerd dat er sprake was van een foute transactie, maar ligt het aanpakken - al dan niet in RIEC-verband - bij partners als politie, Belastingdienst en FIOD. Of dit ook concreet tot aanpakken leidt, hangt dan af van bijvoorbeeld de beschikbare capaciteit.
NB: de gemeente kan op dit moment ook zelf actief panden opkopen om ondermijning tegen te gaan. Hiervoor is enerzijds nodig dat er voldoende budget voor de aankoop is en anderzijds dient de gemeente wel tijdig / vooraf voldoende zicht te hebben op alle voorgenomen transacties / te koop komende panden met een mogelijk ondermijningsrisico. Dit laatste kan niet worden gegarandeerd. Het achteraf aan de hand van Kadastergegevens constateren dat er mogelijk een foute vastgoedtransactie heeft plaatsgevonden, is in die aankoopstrategie te laat. Als een toepassing van het Franse Model wordt opgevat als een aanpak om foute vastgoedtransacties tegen te kunnen houden, zijn volgens het Deloitte-rapport twee denkrichtingen mogelijk (waaraan eventueel nog een combinatie van de twee denkrichtingen is toe te voegen): - een voorkeursrechtmodel om als gemeente een pand te kunnen kopen. De eigenaar dient bij een voorgenomen verkoop de onroerende zaak eerst aan de gemeente aan te bieden. Het college kan beslissen of zij tot aankoop wil overgaan (= denkrichting 1). Als voor deze richting wordt gekozen kan de gemeente als eigenaar van een voor ondermijning gevoelig pand rechtstreekse invloed uitoefenen op het feitelijke gebruik van het pand onder meer door onderzoek te doen naar de integriteit van eventuele huurders.
Als wordt gekozen voor (door-) verkoop kan de gemeente - nadat zij een pand heeft verworven- bij de verkoop en levering (aan deelnemingen of aan derden) Van Traa-bepalingen in de leveringsakte of akte uitgifte erfpacht opnemen. Op basis hiervan zal de gemeente de integriteit van opvolgende eigenaren kunnen screenen en daarmee blijvend invloed kunnen uitoefenen. - een blokkeringsmodel waarin alle voorgenomen vastgoedtransacties verplicht aan de gemeente kunnen worden voorgelegd. Hiermee kan de gemeente inzage krijgen in wie de feitelijke koper is en waar de geldstromen vandaan komen. De gemeente kan vervolgens een transactie weigeren, als screening van de aankopende partij een negatief oordeel oplevert (= denkrichting 2). In dit model kan ondermijning worden voorkomen doordat de gemeente dus verkoop aan een mogelijk malafide partij blokkeert, op basis van een screening, vergelijkbaar
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 maart 2021 Pagina 3 van 4
met Bibob-wetgeving. Een dergelijke malafide partij zou het pand immers kunnen verwerven met illegaal verkregen vermogen of het na verwerving kunnen verbouwen met illegaal verkregen vermogen. Ook kan het pand mogelijkerwijs worden misbruikt voor illegale activiteiten. Beide modellen bieden reële mogelijkheden om ondermijning tegen te gaan. Als gedacht wordt aan een combinatie van beide modellen, kan melding van een voorgenomen verkooptransactie bij de gemeente worden vereist, waarna de gemeente de keuze krijgt tussen aankoop en blokkering. Implicaties: van theorie naar praktijk Het concept van het Franse Model biedt de gemeente in theorie de mogelijkheid om vastgoedtransacties te kunnen toetsen en daarmee “foute” vastgoedtransacties te voorkomen. In het rapport van Deloitte worden verschillende implicaties genoemd, zoals: - een wettelijke basis voor het Franse Model ontbreekt - de benodigde ambtelijke capaciteit voor het uitvoeren van de toets op vastgoedtransacties en de inrichting van een uitvoeringsorganisatie - de gevolgen voor de financiële positie van de gemeente als de aankoopvariant zou worden gekozen - vraagstukken rond (principes van) het eigendomsrecht en de impact op het vestigingsklimaat en de Amsterdamse vastgoedmarkt De implicaties zijn nog niet nader onderzocht.
Hierbij is ook de politiek-bestuurlijke afweging relevant hoe ver de gewenste gemeentelijke rol en reikwijdte bij het screenen van vastgoedtransacties tussen derden en het voorkomen van malafide vastgoedtransacties moet gaan, naast/in aanvulling op de bestaande verantwoordelijkheden die poortwachters als notaris en makelaar al hebben. Vervolgstappen Een toepassing van het Franse Model biedt nieuwe kansen om ondermijning in/met vastgoed verder terug te dringen. Wel is het noodzakelijk om de genoemde implicaties eerst nader te verkennen; ook op aspecten als proportionaliteit, noodzakelijkheid en privacy. Hiertoe is een ambtelijke, gemeente-brede werkgroep ingesteld om de hiervoor genoemde en eventuele andere implicaties nader te onderzoeken. De uitkomsten daarvan zullen verder richting kunnen geven bij beantwoording van de vraag of invoering van een gemeentelijke toets bij vastgoedtransacties (in lijn met het Franse Model) noodzakelijk en wenselijk is, en eveneens juridisch en praktisch haalbaar is. Het college beschouwt het derde onderdeel van motie Poot/Boomsma hiermee als afgedaan. Over de invulling van de eerste twee onderdelen wordt u op een later moment nader geïnformeerd.
Ten aanzien van het tweede punt van de motie, kan het college alvast aangeven dat vanuit de ervaringen van het project 1012 er in de binnenstad inmiddels is gestart met een breed, structureel afstemmingsoverleg vastgoed/ondermijning. Verder geldt dat de gemeente in het
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 maart 2021 Pagina 4 van 4
kader van de aanpak Binnenstad de samenwerking en afstemming met de maatschappelijke vastgoeddeelnemingen heeft versterkt.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Femke Halsema Burgemeester
Bijlagen 1. Deloitte, Onderzoek het Franse model, december 2020
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl