Bijlage 1 Adviesrapport route naar herstel april 2024
Tekst van het document
Zijn echtgenote Geertruida Elisabeth Kuvel die in Suriname was geboren was mede-eigenaar van diverse plantages in Suriname, onder meer plantage Beekhuizen, deze plantage was in 1843 echter verkocht. Bij de emancipatie had de familie onder meer belangen in de plantages: Houttuin, Zoelen, Berthandslust en Breukelerwaard. Bij de afschaffing van de slavernij had de familie meer dan vijfhonderdtot slaaf gemaakten in haar ‘bezit’. Door de ‘compensatieregeling’ - ofwel omgekeerde herstelbetalingen - groeide het kapitaal van de familie enorm. De tot slaaf gemaakten bleven uiteraard met lege handen over. Families die van de plantages die eigendom waren van de familie Bosch Reitz en mogelijk in Amsterdam wonen zijn onder meer de families Baag, Bakboord, Getrouw, Kortram, Paal, Vrede en Zuinig. Historicus Mark Ponte vond een zeldzame foto van een Nederlandse familie met tot slaaf gemaakten. Op de foto is Guillaume Bosch Reitz - zoon van G.C. Bosch Reitz - met zijn familie en twee tot slaaf gemaakten Frederica (links) en Maria Lupson (op de grond) te zien.41 Het weerspiegelt de ongelijke verhoudingen ten tijde van de slavernij nu hun doorwerking tot in het heden hebben.
37
5 Doorwerking van het slavernijverleden Aandacht voor de doorwerking van het slavernijverleden is essentieel om de diepgaande noodzaak van herstel te begrijpen en passende vormen van herstel te identificeren die recht doen aan de voortdurende impact van historische onrechtvaardigheden. Hedendaagse vormen van racisme die in instituten, op de arbeidsmarkt en in het onderwijs voorkomen en Zwarte Nederlanders treffen, dienen in de geschetste historische context begrepen te worden. Institutioneel en specifiek anti-Zwart racisme zijn systemen en denkpatronen die zich vanuit een geschiedenis van kolonialisme, imperialisme en slavernij hebben ontwikkeld en nog invloed hebben op de manier waarop vandaag de dag wordt gehandeld en gedacht.42 Racisme is een complex en veelomvattend probleem dat zich in de loop van de geschiedenis op verschillende manieren heeft gemanifesteerd. Het kan zowel op interpersoonlijk niveau plaatsvinden tussen individuen als vanuit instituten zoals de overheid, de politie of een werkgever. Racisme wordt vaak geassocieerd met expliciete en gewelddadige uitingen, zoals rassensegregatie in de VS, Apartheid in Zuid-Afrika of het expliciete racisme van neonazi’s. Het kan zich echter ook uiten in bedekte vormen, via (subtiele) uitsluitingsmechanismen in instituten, goedbedoelde grapjes of ‘onschuldig’ bedoelde kinderfeestjes en tradities.
Hoewel deze vormen van uitsluiting soms subtiel lijken, kunnen ze aanzienlijke gevolgen hebben voor de manier waarop culturele festiviteiten en tradities worden ervaren. Dit wordt bijvoorbeeld duidelijk in de invloed van de gregoriaanse kalender op hoe belangrijke data, zoals 1 juli als de afschaffingsdatum van het Nederlands slavernijverleden, worden waargenomen en gevierd. Deze data worden vaak gemarginaliseerd binnen de huidige kalenderstructuur, wat aangeeft dat er behoefte is aan een meer inclusieve benadering die alle gemeenschapsleden erkent en waardeert.
5.1 Witte onschuld In het boek ‘Dutch Racism’ stellen Essed en Hoving dat Nederlanders hun zelfbeeld van morele en culturele superioriteit waarborgen door de koloniale geschiedenis verkeerd voor te stellen en de onschuld te claimen door beschuldigingen van racisme, soms op een agressieve manier, te ontkennen.43 Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in het zwarte piet-debat. Sociologe Melissa Weiner deed onderzoek naar het Nederlandse geschiedenisonderwijs en onderzocht hoe de transAtlantische slavenhandel in alle boeken sinds 1980 behandeld werd.44 Ze stelt dat het Nederlandse slavernijverleden stelselmatig verzwegen of gebagatelliseerd wordt en dat deze eurocentrische blik op de geschiedenis bijdraagt aan een opzettelijke daad van ‘maatschappelijk vergeten’. Hoewel Nederland meer dan vierhonderd jaar een koloniaal 38
imperium heeft gehad, worden er slechts enkele alinea’s in de geschiedenisboeken aan besteed en domineert het beeld dat het geen sporen heeft achtergelaten in het denken en handelen in het heden. Dit gebrek aan educatie over het koloniale verleden beperkt vele Nederlanders om te begrijpen hoe geïnstitutionaliseerd racisme werkt, waar het vandaan komt en hoe structurele ongelijkheid wordt gereproduceerd. In haar boek ‘Witte Onschuld’ stelt antropoloog Gloria Wekker de vraag hoe het mogelijk is dat een land dat vierhonderd jaar lang een uitgestrekt koloniaal imperium heeft gehad een dusdanig ‘feliciterend zelfbeeld’ heeft kunnen ontwikkelen waarin wordt aangenomen dat dit verleden geen sporen heeft nagelaten in het denken, het doen en de samenleving.45 Wekker beschrijft het dominante Nederlandse zelfbeeld als volgt: “Het omvat een dominante manier waarop de Nederlanders over zichzelf denken, als een klein doch rechtvaardig, ethisch, kleurenblind, vrij van racisme, dus een baken van licht voor andere volkeren en naties.” In tegenstelling tot dit dominante zelfbeeld stelt Wekker dat het koloniale verleden opgeslagen is in het ‘culturele archief’. Dit archief is ‘een opslagplaats van geschiedenis’ dat zowel in de hoofden en harten van mensen, als in instituten, populaire cultuur en ‘het gezonde verstand’ verankerd is.
Deze koloniale beeldvorming wordt onder meer gerepresenteerd in het figuur zwarte piet. Deze beeldvorming is ook terug te zien in de instituten en sociale domeinen waarin mensen dagelijks met elkaar in contact komen. Racistische handelingen en uitspraken worden op basis van dit zelfbeeld afgedaan als incidenten of ‘onschuldige grapjes’, of de nadruk wordt gelegd op de goedbedoelde intentie van de handeling. De geschiedenis van de slavernij en kolonialisme wordt volgens kritische sociale wetenschappers systematisch uit het collectief bewustzijn gehouden, waardoor de huidige maatschappelijke ongelijkheid, institutioneel racisme en de aanwezigheid van Surinamers en andere migrantengroepen in Nederland niet wordt gekoppeld aan het koloniale verleden.46 Vooroordelen en stereotiepe beelden die vandaag de dag nog invloed hebben op het denken en handelen van Nederlandse burgers hebben een historische oorsprong.
39
5.2 Alledaags racisme Het concept ‘alledaags racisme’ is ontwikkeld door de Surinaams-Nederlandse Dr. Philomena Essed naar aanleiding van haar etnografische onderzoek onder Surinaamse en AfroAmerikaanse vrouwen.47 Het onderzoek was een systematische analyse van racisme in Nederland en de Verenigde Staten waarin ‘ras’ in een historische en structurele context werd geplaatst. Ook werd de mythe weerlegd dat racisme wel een structureel probleem is in de VS en niet in Nederland is. Essed erkende dat ‘ras’ een sociaal construct is. Er is namelijk geen biologische of genetische basis om te stellen dat een ‘zwart ras’ onderscheiden kan worden van een ‘wit ras’; er bestaat slechts één menselijk ras. Echter, vanwege een geschiedenis waarin de economie en maatschappij op basis van ‘ras’ zijn geordend, heeft het denken in termen van ‘ras’ nog wel sociale, culturele en politieke gevolgen. Volgens Essed komt racisme zowel in Nederland als in de VS voort uit een ideologie van witte superioriteit, geworteld in een geschiedenis van slavernij en kolonialisme. In de VS komt het over het algemeen echter explicieter en extremer tot uiting vanwege de historische context van slavernij gevolgd door rassensegregatie, terwijl het in Nederland vaak subtieler voorkomt in de vorm van ‘alledaags racisme’, dat Essed als volgt beschrijft:
“Alledaags racisme wordt gedefinieerd door de manier waarop mensen van kleur de alledaagse omgang met witte mensen ervaren. Alledaags racisme wordt ervaren in een racistisch leefklimaat. Het betekent dat de etnische groep waartoe je behoort als ongewenst, inferieur en lastig wordt gezien. Die komt tot uiting in een reeks van (op zich vaak ‘kleine’) voorvallen. Alledaags racisme houdt in dat mensen van kleur potentieel elke dag racisme ervaren. Als gevolg daarvan leren mensen van kleur het gedrag van witte mensen systematisch observeren.” 48 -dr. Philomena Essed
40
5.3 Institutioneel racisme Instituten refereren aan systemen die onderdeel zijn van het heersende apparaat, zoals de wetgevende macht, de overheid en de politie. Op basis van de literatuur stelt Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) dat de term ‘institutioneel racisme’ betrekking heeft op racisme dat ingebed is in instituten. Institutioneel racisme betekent dat de processen, beleid en (geschreven en ongeschreven) regels van instituten ertoe leiden dat er ongelijkheid is tussen mensen van verschillende afkomst, huidskleur of religie. Het gaat om twee typen regels of processen: (1) regels of processen die expliciet onderscheid maken en de bedoeling hebben om ongelijkheid te creëren en (2) regels of processen die niet expliciet onderscheid maken tussen groepen, maar in de praktijk wel ervoor zorgen dat de ene groep benadeeld wordt en de andere groep bevoordeeld.49 In het geval van institutioneel racisme gaat het niet om onderliggende motieven of intenties van
mensen,
maar
over
ongeschreven
mechanismen, regels, tradities, gedrag en omgangsvormen die systematisch etnische groepen achterstellen en discrimineren. Institutioneel
racisme
wordt
ook
wel
‘structureel racisme’ en ‘systemisch racisme’ genoemd. Na de #BlackLivesMatter-protesten in de zomer van 2020 sprak premier Mark Rutte niet over institutioneel racisme maar over “systemische problemen” met racisme en discriminatie.50 Diverse instituten en media wezen daarentegen echter wel op het bestaan van institutioneel racisme in de Nederlandse context.51 Op 1 juli 2020, de dag van de herdenking van de afschaffing van de slavernij, werd naar aanleiding van de #BlackLivesMatter-protesten voor
het
eerst
in
de
Tweede
Kamer
gedebatteerd over institutioneel racisme.52
41
5.4 Anti-Zwart racisme institutioneel racisme als gevolg van de doorwerking van het slavernijverleden wordt ook wel anti-Zwart racisme genoemd. Bij deze specifieke vorm wordt de nadruk gelegd op uiterlijke kenmerken, zoals huidskleur en etnische herkomst. Anti-Zwart racisme is een specifieke vorm van racisme en discriminatie gericht op mensen, groepen, instellingen, eigendommen, instituties en/of religieuze voorzieningen van (vermeende) Afrikaanse herkomst die als ‘Zwart’ worden geracialiseerd. Het heeft betrekking op groepen mensen uit diverse culturen en met uiteenlopende etniciteiten. Net zoals wordt gesproken over islamofobie, anti-moslimracisme, antisemitisme, anti-ziganisme, anti-Aziatisch racisme, homofobie en transfobie kan anti-Zwart racisme worden gezien als een specifieke vorm van achterstelling, onderdrukking en uitsluiting die Zwarte mensen treft.53 Anti-Zwart racisme wordt ook wel aangeduid met ‘Afrofobie’. Die term verwijst naar de discriminatie van dezelfde groep mensen. Deze twee termen kunnen naast elkaar bestaan. Echter, fobie in ‘Afrofobie’ verwijst specifiek naar angst. Terwijl het probleem van anti-Zwart racisme breder is en complexer in elkaar steekt. Daarom gebruiken wij in dit rapport de term anti-Zwart racisme. Anti-Zwart
racisme
kan
zich
zowel
in
institutionele vorm als in de alledaagse vormen voorkomen.
42
5.5 Anti-Zwart racisme in Europa In een rapport van European Network Against Racism concluderen de onderzoekers dat anti-Zwart racisme in Europa een grootschalig probleem is.54 Discriminatie van Zwarte mensen op de arbeidsmarkt komt continu voor, in alle lagen van de arbeidsmarkt. Verder ervaren
Zwarte
scholieren/
studenten
regelmatig
anti-Zwart
racisme
op
onderwijsinstellingen, ook van leraren. Daarnaast wordt in verschillende landen in de media het N-woord nog regelmatig gebruikt, en worden Zwarte mensen stereotyperend afgebeeld als bijvoorbeeld crimineel. Bovendien ervaren Zwarte mensen in verschillende EU-lidstaten ook anti-Zwart racisme in de gezondheidszorg en op de woningmarkt. Zwarte mensen zijn ook extra kwetsbaar voor politiegeweld en etnisch profileren. Op 26 maart 2019 nam de Europese Commissie een resolutie aan waarin anti-Zwart racisme en de fundamentele rechten van mensen van Afrikaanse herkomst worden erkend. Ook roept de EU-lidstaten op om beleid te ontwikkelen dat de positie van deze groepen bevordert.
5.6 Anti-Zwart racisme in Nederland Ook in Nederland zijn er al jaren signalen bekend van anti-Zwart racisme, dat is ook een van de redenen dat de toenmalig minister Lodewijk Asscher het VN Decennium voor mensen van Afrikaanse herkomst inluidde met de volgende woorden: “Juist van een land dat kan worden verweten dat het achteraan liep bij het afschaffen van de slavernij, mag worden verwacht dat het nu voorop gaat in de strijd tegen racisme en discriminatie.” 55
Er zijn tal van voorbeelden van anti-Zwart racisme, bijvoorbeeld van beleid en instructies door wetshandhavers gericht op Zwarte Nederlanders. Denk bijvoorbeeld aan de extra controle van Somaliërs op fraude met uitkeringen waartoe Rutte als voormalig staatssecretaris in 2003 gemeenten opriep en waarover de rechtbank in Haarlem oordeelde dat dit discriminatoir en in strijd met de grondwet was. Een ander voorbeeld is de Koninklijke Marechaussee die tot voor kort nog werkte met risicoprofielen zoals de 'Nigeriaanse geldsmokkelaar': snellopend, goed gekleed met een 'niet-Nederlands uiterlijk'. Dit was reden genoeg voor Amnesty International, Controle Alt Delete, adv RADAR en twee Zwarte-Nederlanders (Mpanzu Bamenga en Robby Gobardhan) een procedure aan te spannen tegen de Nederlandse Staat over de manier waarop de Koninklijke Marechaussee mensen selecteert voor controle op verblijfsstatus na grensovergang.
43
Het gerechtshof gaf de eisers gelijk: “Koninklijke Marechaussee mag bij controles op verblijfsstatus geen gebruik maken van ras als selectie kenmerk." 56 Tot slot het voorbeeld van de ‘Toeslagenaffaire’ waarbij de Belastingdienst jarenlang werkte met risicoprofielen die afkomst, nationaliteit en religie bevatten. Deze ongekend harde ‘fraudejacht’ had tot gevolg dat tienduizenden ouders slachtoffer werden
van
etnisch
profileren
door
de
Belastingdienst. Uit een eerder onderzoek onder gedupeerden bleek dat zeventig procent een migratieachtergrond heeft. Ten
opzichte
van
Nederlanders
zonder
migratieachtergrond waren Caribische Nederlanders – zelfs 32 keer vaker gedupeerd.57 De meeste - 34% van de - gedupeerden van Amsterdam wonen in Amsterdam Zuidoost. 58
5.7 Anti-Zwart racisme in Amsterdam Ook specifiek voor Amsterdam kunnen verschillende voor de hand liggende voorbeelden gegeven worden van anti-Zwart racisme op de arbeidsmarkt, etnisch profileren door de politie en op de woningmarkt. In dit rapport lichtte we enkele voorbeelden uit waar mensen over het algemeen minder bekend mee zijn zoals anti-Zwart racisme dat terug te zien is in technologische toepassingen: een draaideur, zeepdispenser of zelfrijdende auto die niet reageert op een persoon met een Zwarte huidskleur maar wel op een persoon met een witte huidskleur.59 Specifiek haalde Amsterdam het nieuws vanwege anti-spiek software van de VU waarbij een student bio-informatica, Robin Pocornie, tijdens een corona lockdown online niet herkend werd: “bij mijn gezicht kreeg ik de melding dat de ruimte te donker was.” Wanneer ze een lamp in haar gezicht schijnt, wordt ze wel herkend en toegelaten tot haar examens. Ze vermoedt daarom dat de software discrimineert, maar voelt zich door de VU niet gehoord als ze een klacht indient en klopt daarom aan bij Het College voor de Rechten van de Mens.
44
Het College gaf haar op 7 december 2022 in een tussenoordeel gelijk, waarna de VU weer met tegenbewijs kon komen.60 Hoewel volgens het College in dit specifieke geval niet onomstotelijk bewezen is dat er gediscrimineerd zou zijn, sluit dit volgens hen niet uit ”dat het gebruik van Proctorio of vergelijkbare AI-software in andere situaties wel tot discriminatie kan leiden.” 61 In de fraude-aanpak van de verschillende onderdelen van de Belastingdienst gebruikten ambtenaren racistische terminologie. Zo werd bijvoorbeeld gesproken over ‘een nest Antillianen’, alsof het over dieren ging, en werd ook de denigrerende term ‘zwartjes’ gebruikt.62 Uit onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) bleek dat de Belastingdienst onder meer specifiek fraudeonderzoek deed naar Ghanezen uit Amsterdam-Zuidoost. De Belastingdienst erkende na onderzoek van Trouw en RTL4 dat het zich jarenlang schuldig had gemaakt aan etnisch profileren bij de controle van aangifte van de inkomstenbelasting.63 Aangezien het in het geval van de Belastingdienst gaat over een overheidsinstituut dat zich systematisch schuldig maakt aan discriminatie ten nadele van bepaalde etnische groepen, kan het worden aangemerkt als een voorbeeld van institutioneel racisme.
In het geval van de groepen mensen die als Zwart worden geracialiseerd, zoals mensen met een Ghanese of Afro-Surinaamse afkomst, kan het tevens worden gekenmerkt als een vorm van anti-Zwart racisme. Institutioneel racisme kan verstrekkende gevolgen hebben. Een van de gedupeerde Zwarte mensen is Cheikhou Mbengue uit Amsterdam-Oost. Hij werd ten onrechte als fraudeur bestempeld en kreeg te maken met een grote schuld van €29.000:
“Ik werd vernederd, het was onmenselijk. Uiteindelijk hebben ze me een uitdraai gegeven waarop mijn schuld stond, met mijn naam, maar met het verkeerde rekeningnummer. Ik dacht: dat kan niet. Het geld dat ik kwijt ben, daar kan ik nog mee leven. Maar alle ellende die erna is gekomen is nog veel erger. Alles wat je binnenkrijgt, gaat naar de Belastingdienst. Dat betekent dat je geen huur kunt betalen, geen energie. Je leeft van droog brood, je kunt geen nieuwe kleding voor je kind kopen. ‘Papa, ik wil dit speelgoed', zei mijn zoontje van vier dan – hoe leg je uit aan je kind dat dat niet kan? Ik werd bijna uit mijn huis gezet, de container stond al klaar voor mijn spullen. Het was kantje boord. Mijn totale schuld liep op naar 29.000 euro.”64
45
5.8 Anti-Zwart racisme in Amsterdam en meldingsbereidheid Anti-Zwart racisme wordt slechts beperkt geregistreerd en er ontbreekt specifiek landelijk en lokaal beleid om het te bestrijden, ondanks de EU-resolutie die in 2019 is aangenomen en enkele projecten die vanuit Zwarte gemeenschappen door het ministerie van Sociale Zaken zijn ondersteund in het kader van het VN-decennium voor mensen van Afrikaanse herkomst. Discriminatie en racisme zijn verboden op grond van Artikel 1 van de Grondwet. Daarnaast verbiedt de Algemene Wet Gelijke Behandeling discriminatie op grond van ras, seksualiteit, gender, nationaliteit, burgerlijke staat, handicap, chronische ziekte, politieke gezindheid en leeftijd. Op grond van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (2009) dienen alle gemeentes een voorziening te hebben waar burgers terechtkunnen voor de behandeling en registratie van klachten over discriminatie.65 In de regio Amsterdam kunnen bewoners terecht bij discriminatie.nl (voorheen: Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam, MDRA). Dit meldpunt is de enige antidizscriminatievoorziening in Nederland die anti-Zwart racisme registreert. Andere antidiscriminatievoorzieningen, de politie en het College voor de Rechten van de Mens doen dit niet. Uit een rapport van de Rijksoverheid 66 blijkt dat de meldingsbereidheid onder de Nederlandse bevolking over het algemeen laag is.
Enkele redenen zijn een gebrek aan bekendheid, een laag vertrouwen in instituties, weinig zicht op wat het resultaat is van melden en het gebrek aan contact met de gemeenschap.67 Andere redenen zijn gewenning aan structurele discriminatie, het als te pijnlijk en energie- en stressverhogend ervaren van melden, de angst om niet serieus genomen te worden, schuld- en schaamtegevoelens, en andere copingstrategieën om te kunnen omgaan met discriminatie. Ook melden slachtoffers van racisme en discriminatie vaak niet omdat zij zich niet herkennen.68
46
Meldingscijfers geven over het algemeen geen betrouwbaar beeld van incidenten van discriminatie in Nederland omdat deze maar een topje van de ijsberg laten zien. Desondanks toont een publicatie, uit juni 2020, van het MDRA aan dat anti-Zwart racisme een alledaags en onderbelicht fenomeen is. Uit registraties van het meldpunt blijkt dat ongeveer een vijfde van de meldingen anti-Zwart racisme betreft. Cijfers uit het jaarverslag tonen aan dat er in 2019 544 meldingen van discriminatie werden gedaan binnen de gemeente Amsterdam. Dit is een kleine stijging van 3% ten opzichte van het jaar 2018, waarin 528 meldingen werden gedaan. Het overgrote deel van deze meldingen (318) werd gedaan op grond van discriminatie op basis van huidskleur of herkomst en ongeveer de helft daarvan kan worden gekenmerkt als anti-Zwart racisme. Naar aanleiding van de recente publicatie schreef het Parool: “Zolang anti-Zwart racisme bij instanties en in het wetenschappelijk onderzoek geschaard wordt onder de algemene noemer ‘discriminatie op huidskleur/afkomst’, blijft het een onderbelicht en onderschat probleem. Dat is onterecht, want het aantal meldingen van anti-Zwart racisme in Amsterdam doet vermoeden dat het een omvangrijk probleem is.”69
47
48
6. Herstel(betalingen) “Wij hebben recht op herstelbetalingen voor 300 jaar kolonialisme” - deze tekst stond op een banner die Surinaamse demonstranten in de jaren ‘70 tijdens bijeenkomsten en protesten met zich meedroegen. Ze waren in die periode actief binnen een beweging voor de onafhankelijkheid van Suriname en verbonden de toenmalige achtergestelde positie van Suriname aan de lange geschiedenis van slavernij en kolonialisme. Dezelfde tekst stond op een banner tijdens een protest welke onderdeel was van de jaarlijkse Bigi Spikri - een mars van het stadhuis naar het Nationale Slavernijmonument in het Oosterpark op 1 juli 2023. In
voorgaande
hoofdstukken
werd
uiteengezet
hoe
de
stad
Amsterdam
medeverantwoordelijk was voor misdaden tegen de menselijkheid en enorm profiteerde van de slavernij en de trans-Atlantische slavenhandel. De slavernij werd weliswaar administratief afgeschaft op 1 juli 1863/1873 maar koloniale onderdrukking, uitbuiting en racisme werden voortgezet. Bovendien kregen niet tot slaaf gemaakten maar juist plantage-eigenaren een vorm van compensatie, ofwel ‘omgekeerde herstelbetalingen’. Na decennia van protest en inzet - veelal vanuit gemeenschappen van nazaten van tot slaaf gemaakten - zijn er in 2021 officieel excuses aangeboden namens de gemeente Amsterdam, in 2022 namens de Nederlandse overheid en in 2023 namens het Koningshuis. Hoewel de excuses, historisch en een belangrijke vorm van erkenning zijn, zijn ze niet genoeg om het leed der slavernij recht te zetten. Het Landelijk Platform Slavernijverleden werd 1999 opgericht als coalitie van diverse grassroots organisaties die zich inzetten voor erkenning van het slavernijverleden. Ze stellen: Herstelbetalingen verwijzen naar financiële compensatie die wordt verstrekt als een vorm van herstel voor de schade die is toegebracht door historische onrechtvaardigheden, “Pas wanneer Reparations (wat meer is dan geld alleen) inclusief het aanbieden van excuses voor het verwerpelijk slavernijverleden door Nederland is gerealiseerd, kan er sprake zijn van de afsluiting van het Nederlandse slavernijdossier.
Belangrijke pijlers zijn: erkenning, rechtvaardigheid en ontwikkeling vanuit het perspectief van de nazaten van de slachtoffers van het Nederlands Slavernijverleden.” 70
49
zoals slavernij, kolonialisme, of andere vormen van systematische onderdrukking en discriminatie. Er is vaak onduidelijkheid over dit vraagstuk. In dit hoofdstuk geven we inzicht in de verschillende perspectieven en inzichten rondom het vraagstuk van herstel(betalingen).
6.1 Complexiteit herstel(betalingen) Zowel uit de literatuur als uit gesprekken met verschillende personen blijkt dat het leed van tot slaaf gemaakten niet in geld uit te drukken is. Het is uitermate complex om te bepalen hoeveel geld er verdiend is door de gedwongen arbeid van tot slaaf gemaakten, en wie recht heeft op eventuele herstelbetalingen. Dit is echter geen excuus om er geen onderzoek naar te doen. Naar de economische schade die tot slaaf gemaakten door het handelen van de gemeente Amsterdam hebben geleden is nog weinig tot geen onderzoek gedaan. De Surinaamse econoom en historicus Armand Zunder heeft onderzoek gedaan naar het economische aspect van herstelbetalingen in de context van Suriname. Zunder schreef het boek 'Herstelbetalingen': de ‘wiedergutmachung’.71 Daarmee verwijst Zunder naar het Duits systeem waarmee de Duitse regering na de Tweede Wereldoorlog geld uitkeerde aan overlevenden van de Holocaust en anderen die direct slachtoffer werden van de nazi's. Zunder pleit voor iets vergelijkbaars in relatie tot de schade die Suriname en haar bevolking hebben geleden onder het Nederlands kolonialisme’ en stelde na de gemaakte excuses dat Nederland naar schatting minstens 20 miljard euro aan nazaten van tot slaaf gemaakten verschuldigd is.72 Tien aan de CARICOM gelieerde landen zijn in 2013
een
rechtszaak
begonnen
waarin
herstelbetalingen van Europese landen werd geëist.73 Net als Nederland betaalden Engeland en Frankrijk ‘compensatie’ ofwel ‘omgekeerde herstelbetalingen’ uit aan plantage-eigenaren bij de afschaffing van de slavernij. In het Verenigd Koninkrijk is er meer dan twintig miljoen pond uitgekeerd aan plantage-eigenaren, dit was ca. 40% van het overheidsbudget en werd tot 2015 uit belastingen betaald.74
50
Na de excuses voor het slavernijverleden van premier Rutte heeft het kabinet 200 miljoen euro gereserveerd voor maatregelen op het terrein van bewustwording, betrokkenheid en doorwerking.75 In de context van de eerdergenoemde hoeveelheid ‘omgekeerde herstelbetalingen’, het economische belang van de slavernij voor Nederland en de stad Amsterdam en het niet in geld uit te drukken leed is het ‘bewustwordingsfonds’ van €200 miljoen erg karig te noemen.76 In 2021 heeft het Rijk €150 miljoen uitgetrokken voor een schilderij van Rembrandt.77 De Zuid-Afrikaanse auteur Panashe Chigumadzi noemde de excuses een ‘belediging’ en berekende dat de €200 miljoen slechts 0.02% van het Nederlandse Bruto Nationaal Product vertegenwoordigt.78 Bij de afschaffing van de slavernij stond de hoeveelheid ‘compensatiegelden’ ofwel ‘omgekeerde herstelbetalingen’ die aan plantage-eigenaren werd uitgekeerd gelijk aan ca 10% van het BNP. Zo zijn er nog vele voorbeelden te noemen om aan te tonen dat het bedrag van €200 miljoen te karig is om als een vorm van herstelbetaling gezien te kunnen worden. Psychiater Glenn Helberg was in een interview erg kritisch over de excuses van de regering: “Volgens Helberg zijn excuses van de regering een wassen neus. ‘In de VN heeft de Derde Wereld gevraagd de schade die het Westen heeft aangericht, te vergoeden. Dat gaat om tientallen miljarden.
De westerse landen, ook Nederland, hebben die resolutie verworpen, twee maanden voor de excuses werden uitgesproken. Nederland had hier een gidsland kunnen zijn, maar Rutte zegt: hier heb je 200 miljoen, doe het daar maar mee. Hij heeft een gebrek aan moreel besef.” 79
51
Ook de onlangs benoemde hoogleraar Guno Jones, die de Anton de Kom leerstoel aan de Vrije Universiteit bekleedt, was kritisch over de gemaakte excuses. Hij stelt dat de excuses
betekenisvolle
momenten
waren
die
het
resultaat
waren
van
emancipatieprocessen van meerdere generaties nazaten van tot slaaf gemaakten en hun bondgenoten. Hij vreest echter dat de excuses oppervlakkig waren omdat er een verschil is tussen symbolisch herdenken en echt rekenschap geven aan het koloniale verleden. Zo worden mensen nog steeds gecategoriseerd op basis van hun achtergrond. Er is een categorie burgers die ‘onvoorwaardelijk burgerschap’ hebben en een categorie burgers die constant signalen krijgen dat ze hier eigenlijk niet helemaal thuishoren, al zijn ze hier geboren. Hij noemt het Toeslagenschandaal als voorbeeld maar ook de uitslag van de verkiezingen: “Dezelfde partij die de excuses aangeboden heeft (de VVD, red.), onderhandelt nu met een extreemrechtse partij, die in haar verkiezingsprogramma en politieke retoriek in essentie tweederangs burgerschap voorstaat. Dan heb je de les niet geleerd, uit de excuses. (...) ‘Als je je bewust bent van hoe classificatie werkte in de koloniale tijd en direct erna, dan zorg je dat er géén ‘toeslagenaffaire’ wordt gecreëerd door onderscheid te maken tussen twee categorieën burgers.” 80
52
6.2 Herstelbetalingen in Nederland Voor de verkenning van herstel(betalingen) van nazaten van het trans-Atlantisch slavernijverleden hebben we gesprekken gevoerd met experts van verschillende gemeenschappen die al eerder herstel(betalingen) hebben ontvangen. Uit de gesprekken met experts van de Joodse gemeenschap bleek dat het rechtsherstel van Joden na de Tweede Wereldoorlog tekort schoot en dat om die reden de Rijksoverheid €181,5 miljoen ter beschikking stelde aan de slachtoffers en hun nabestaanden. Ook Sinti, Roma en vervolgingsslachtoffers na de Japanse bezetting in Nederlands-Indië kregen een tegemoetkoming.81 Joodse gemeenschap Na een internationale discussie over Joodse tegoeden gaf de Rijksoverheid opdracht tot verschillende onderzoeken. Daaruit bleek dat rechtsherstel nodig was. De overheid en de samenleving waren onvoldoende doordrongen van wat Joden tijdens de oorlog is aangedaan.82 De Rijksoverheid sloot tussen 1999 en 2000 verschillende overeenkomsten met de Joodse gemeenschap.
In totaal keerde de overheid €181,5 miljoen uit: ● €159,7 miljoen voor uitkeringen en Joodse doelen via Stichting Collectieve Maror-gelden Nederland; 83 ● €21,8 miljoen voor steun aan Joodse gemeenschappen in Europa via Stichting Joods Humanitair Fonds.84 Naast de rijksoverheid zijn er ook andere organisaties die herstelbetalingen hebben verstrekt aan de joodse gemeenschap die ondergebracht zijn in een stichting en/of fonds. Een voorbeeld is Stichting Collectieve Maror-gelden Nederland.85 Maror staat voor: Morele Aansprakelijkheid Roof en Rechtsherstel. De stichting beheert de Maror-gelden van private partijen (zoals banken en verzekeraars) die bestemd zijn voor collectieve doelen binnen de Joodse gemeenschap in Nederland en verstrekt daaruit subsidies. Het is een fonds in eigen beheer dat subsidieaanvragen behandelt van belanghebbenden die zich structureel inzetten voor de Nederlands-Joodse gemeenschap. Er kan een uitkering worden aangevraagd voor een activiteit of een investering. Onderdeel van de stichting is ook het Herstructureringsfonds dat in 2016 van start ging en met als bedoeling de Nederlands-Joodse infrastructuur te versterken.
53
Het heeft als doel om Joodse organisaties proactief levensvatbaar en zelfredzaam te maken en hen te helpen om te kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen.86 Organisaties die een beroep willen doen op het Herstructureringsfonds worden verzocht hun verzoek van maximaal 1 A4 in te sturen ten behoeve van een quick scan door het bestuur. Een dergelijk verzoek zal worden geagendeerd voor de eerstvolgende bestuursvergadering. Daarna zal het bestuur met een reactie komen en een organisatie eventueel uitnodigen tot het verstrekken van andere stukken. Het bestuur wil een aanvraag in principe binnen 60 dagen na dit eerste verzoek om aanvullende informatie kunnen afronden. Het is daarom van belang steeds spoedig te reageren op vragen. Als standaard responstijd hanteren zij een termijn van 14 dagen. Bij wet is de PUR, oftewel de Pensioen- en Uitkeringsraad, geregeld. De PUR is een onderdeel van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en richt zich op het verstrekken van pensioenen en
uitkeringen
aan
verschillende
groepen,
waaronder
nabestaanden
van
verzetsdeelnemers en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de Slachtoffers van de Indonesische onafhankelijksoorlog aan Nederlandse zijde.87 De pensioenen en uitkeringen die door de PUR worden verstrekt, zijn bedoeld als vorm van rechtsherstel en erkenning van het leed dat deze groepen hebben ervaren. Inmiddels heeft de NS besloten om over te gaan tot ‘individuele financiële tegemoetkomingen’.88 De Nederlandse Spoorwegen heeft in 2020 aangegeven “500 Holocaust-overlevenden en duizenden directe nabestaanden financieel tegemoet te komen.” Het gaat om Joden, Roma en Sinti die met NS-treinen naar kamp Westerbork zijn getransporteerd, waarna ze door de nazi’s naar vernietigingskampen in Oost-Europa werden vervoerd. Ongeveer 500 overlevenden hebben 15.000 euro gekregen, de 5500 nabestaanden en weduwen kregen een vergoeding van 7500 euro, tenzij de kinderen geboren zijn na 7 mei 1945, dan bedroeg de vergoeding 5000 euro. Met uitzondering van de ‘individuele tegemoetkoming’ door de NS hebben er geen vormen van rechtsherstel plaatsgevonden aldus experts van de getroffen gemeenschappen. ”Een geldbedrag om leed te compenseren valt niet te noemen.” - Burgemeester Job Cohen
54
In een gesprek met gemeenteambtenaren is gevraagd welke vormen van rechtsherstel de gemeente biedt aan de Joodse gemeenschap en waarom: “De gemeente ondersteunt, faciliteert en financiert verschillende initiatieven om de herinneringen aan de Holocaust levend te houden, zodat de gruwelen van de geschiedenis nooit worden vergeten.” Voorbeelden zijn: ● De gemeente Amsterdam faciliteert jaarlijks herdenkingsbijeenkomsten en evenementen ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Holocaust, zoals de Nationale Holocaust Herdenking op de laatste zondag van januari. ● De gemeente Amsterdam heeft financiële compensatie verstrekt aan overlevenden van de Holocaust en hun nabestaanden als erkenning voor het leed en de materiële verliezen die zij hebben geleden tijdens de oorlog. ● De gemeente Amsterdam heeft verschillende monumenten en gedenktekens gefaciliteerd ter ere van de slachtoffers van de Holocaust, waaronder het Nationaal Holocaust Museum, het Joods Verzetsmonument en het Auschwitzmonument. ● De gemeente Amsterdam ondersteunt educatieve programma's en initiatieven die gericht zijn op het onderwijzen van de geschiedenis van de Holocaust en het bevorderen van bewustwording over antisemitisme en discriminatie. ● De gemeente Amsterdam heeft zich uitgesproken en blijft zich uitspreken tegen antisemitisme.
Naast deze lopende activiteiten heeft Amsterdam als gemeente de erfpachtboetes van de Joden terugbetaald. Overlevenden en nabestaanden van Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog ten onrechte erfpacht moesten betalen, konden in 2015 een aanvraag tot terugbetaling doen. Er was daartoe een onafhankelijke Stichting Individuele Terugbetalingen Amsterdam opgericht, die alle aanvragen heeft verwerkt.89 ‘Andere groepen’ vervolgingsslachtoffers voor vervolgingsslachtoffers stelde de rijksoverheid, in 2000, geld beschikbaar via verschillende organisaties: ● €174 miljoen voor uitkeringen en doelen van slachtoffers na de Japanse bezetting in Nederlands-Indië via Stichting Het Gebaar. ● €13,6 miljoen voor de Sinti- en Roma Gemeenschap via onder meer Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma.90 ● €1,6 miljoen, onder meer voor de huisvesting van het Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief.91
55
De experts namens de Roma, Sinti en Reizigers vinden het vooral wrang dat ze tot en met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben moeten strijden om te vechten tegen het actieve ‘uitsterfbeleid’ in Nederland, ook in de gemeente Amsterdam.92 Het ‘uitsterfbeleid’ met betrekking tot woonwagens, ook in de gemeente Amsterdam, was een beleid dat gericht was op het verminderen van het aantal woonwagenstandplaatsen en het ontmoedigen van het gebruik van woonwagens als permanente woongelegenheden. Concreet betekende dit dat er geen nieuwe standplaatsen werden gecreëerd en bestaande standplaatsen niet werden vervangen bij vertrek van bewoners. Hierdoor nam het aantal beschikbare standplaatsen geleidelijk af, waardoor gemeenschappen die in woonwagens wonen werden getroffen. Het beleid werd bekritiseerd vanwege de beperkingen die het oplegde aan de traditionele woonwijze van woonwagenbewoners en werd later herzien vanwege nieuwe inzichten in de behoeften van deze gemeenschappen en het belang van behoud van cultureel erfgoed. Er is nog steeds veel kritiek: “We gaan van uitsterfbeleid, naar uitstelbeleid.” Rawagede en Zuid-Sulawesi In dit gesprek werd vooral duidelijk dat leed niet uit te drukken is in geld.
“Ondanks dat de rechtszaken gewonnen zijn, voelt het niet als rechtsherstel omdat Nederland zelf geen verantwoordelijkheid heeft genomen, een afwachtende houding aannam en vertragingstactieken toepaste." De eerste rechtszaak duurde 5 jaar. Ze begonnen in 2006 en in 2011 kwam de eerste uitspraak. Minder dan 100 mensen hebben een vergoeding ontvangen. Er zijn hele concrete ideeën over wat er op het gebied van rechtsherstel moet plaatsvinden. “Het perspectief van de onderdrukte zou leidend moeten zijn, experts uit de gemeenschappen moeten worden betrokken bij het vormgeven van rechtsherstel, en kunst die is gestolen moet direct worden teruggegeven zonder te wachten op claims.” “Daarnaast moeten koloniale termen zoals ‘voormalig Nederlands-Indië’ worden stopgezet, moeten fondsen in eigen beheer worden gehouden, en moeten herstelbetalingen worden berekend op basis van de daadwerkelijke geleden schade in plaats van wat er nog over is in de begroting.”
56
6.3 Zorgen bij herstel(betalingen) Er zijn diverse zorgen en kritieken met betrekking tot herstelbetalingen. Ten eerste is er bezorgdheid over de financiële haalbaarheid ervan en de vraag waar de financiering vandaan zou moeten komen, wat een te grote last zou kunnen vormen voor de overheid of belastingbetalers. De Nederlandse overheid heeft zich officieel uitgesproken tegen herstelbetalingen, er is wel een ‘bewustwordingsfonds’ van €200 miljoen in het leven geroepen. Een journalist van het AD schreef hier het volgende over: “Waar in Nederland de oprichting van een bewustwordingsfonds (200 miljoen euro) en slavernijmuseum (27 miljoen euro) de gemoederen al bezighoudt, schiet de term ‘herstelbetalingen’ velen in het verkeerde keelgat. Om hoeveel geld gaat het en aan wie moet het betaald worden?”93 Verder bestaat er vrees voor potentiële verdeeldheid in de samenleving, waarbij sommige groepen het gevoel zouden kunnen krijgen dat zij moeten opdraaien voor daden uit het verleden waar zij geen directe verantwoordelijkheid voor dragen. Ook is er debat over wie recht heeft op herstelbetalingen en hoe de bedragen moeten worden vastgesteld, wat het vraagstuk van rechtvaardigheid met zich meebrengt. Bovendien wordt gevreesd dat herstelbetalingen afhankelijkheid kunnen creëren en een stigma kunnen veroorzaken voor degenen die ze ontvangen.
Naast bovenstaande bestaat ook de vrees van schadeclaims. Dit is een zorg die ook uitgekomen is, uit documenten waar RTL over beschikt heeft het kabinet meerdere claims voor schadevergoedingen ontvangen na de slavernijexcuses.94 Dit blijkt uit documenten die RTL Nieuws heeft opgevraagd bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Tot slot is er twijfel over de effectiviteit van herstelbetalingen in het aanpakken van diepgewortelde structurele ongelijkheden en het bereiken van werkelijke verzoening tussen gemeenschappen, waarbij velen betogen dat andere vormen van herstel naast financiële compensatie nodig zijn om echte verandering te bewerkstelligen.
57
In de Tweede Kamer bestaat er ook grote verdeeldheid over herstelbetalingen in welke vorm dan ook. Er werd wel ingestemd met een ‘bewustwordingsfonds’ van €200 miljoen en €27 miljoen voor het Nationaal slavernijmuseum in oprichting. Historicus Karwan FatahBlack merkte op dat er een wezenlijk verschil is tussen sociaal beleid tegen discriminatie en uitsluiting, een campagne die historische bewustwording versterk en de betaling van schadevergoeding aan nazaten: “Herstelbetalingen kunnen slechts een onderdeel zijn van een groter proces richting heling en herstel, en moeten niet de hele discussie domineren en daarmee vertroebelen. Een analogie maakt het wellicht duidelijker: een bewustwordingscampagne rond geweld op straat kan uit diverse bronnen worden betaald. Het is echter niet logisch om een dergelijke publiekscampagne te betalen uit de schadevergoeding die daders moeten betalen aan slachtoffers. En, beleid dat gericht is op het voorkomen van geweld is meer dan bewustwording of schadevergoeding. Dit lijkt heel logisch, maar in het debat over het slavernijverleden lopen herstelbetalingen, bewustwordingscampagnes en sociaal beleid telkens door elkaar.” - Karwan Fatah-Black, historicus universiteit Leiden95
58
6.4 Geleerde lessen m.b.t. herstel(betalingen) Uit diverse gesprekken met begunstigden van herstelmaatregelen, experts en activisten die betrokken zijn geweest bij herstel initiatieven, kunnen lessen worden getrokken over de mogelijke vormen van herstel met betrekking tot het trans-Atlantische slavernijverleden. Deze lessen bevatten inzichten in welke herstelmaatregelen wel of niet positief zijn ontvangen, evenals de redenen daarachter. We hebben getracht een samenvatting te maken van alle besproken aspecten:
● Geef erkenning, maak officiële excuses voor het leed dat is aangedaan en benadruk het de verantwoordelijkheid van de daders. Deze combinatie wordt gezien als eerste stap naar herstel; ● Zorg op eigen initiatief voor materiële compensatie aan overlevenden en hun nabestaanden, evenals ondersteuning bij het herstellen van verloren eigendommen en bezittingen; ● Erken de rechten van slachtoffers en verleen toegang tot gerechtigheid, inclusief procedures voor het indienen van claims en het vervolgen van daders; ● Help het maatschappelijk bewustzijn te vergroten door herdenking(en) en educatieve initiatieven te faciliteren; ● Respecteer de culturele identiteit, tradities, normen, waarden en praktijken van deze gemeenschappen; ● Bied psychosociale ondersteuning aan overlevenden en hun families om hen te helpen bij het verwerken van traumatische ervaringen en het herstellen van hun geestelijke gezondheid; ● Investeer in onderwijs en wetenschappelijk onderzoek naar historische onrechtvaardigheden en de doorwerking ervan om een dieper begrip te krijgen en ervoor te zorgen dat toekomstige generaties leren van het verleden en/of niet langer last ervaren.
59
We hebben ook gesprekken gevoerd met experts van gemeenschappen in Amsterdam die nazaten zijn van slavernij en/of ander koloniaal geweld buiten het trans-Atlantische kader. Hierbij kan gedacht worden aan nazaten van slavernij rond de Indische Oceaan en contractarbeiders in Suriname en andere (voormalige) Nederlandse koloniën. De behoeften van deze gemeenschappen zijn interessant voor de gemeente om in overweging te nemen:
● Erken de historische onrechtvaardigheden: Het is essentieel om de historische onrechtvaardigheden tegenover deze gemeenschappen te erkennen en te begrijpen hoe ze hebben bijgedragen aan hun huidige omstandigheden; ● Betrek de gemeenschappen door te luisteren naar hun ervaringen, specifieke wensen en behoeften bij het ontwikkelen van herstelmaatregelen; ● Hou rekening met de intersectionaliteit van een gemeenschap. Erken dat individuen binnen een gemeenschap verschillende identiteiten en ervaringen kunnen hebben die elkaar overlappen en beïnvloeden; ● Creëer gemeenschap gebonden herstel door rekening te houden met de culturele achtergrond en sociale context van de betrokken gemeenschappen. Dit omvat het erkennen en respecteren van de culturele identiteit, tradities, normen, waarden en praktijken van deze gemeenschappen; ● Organiseer een serie van gesprekken over geschiedenis waarin alle dimensies van slavernij en contractarbeid met elkaar vergeleken worden, zowel de verschillen als de overeenkomsten (economische, sociale, politieke, culturele en geografische dimensie). Het doel van die gesprekken is om te komen tot activiteiten in de komende jaren die gestalte geven aan het idee van eenheid boven verdeeldheid. Het gaat om de geschiedenis van alle voormalige Nederlandse koloniën.
Bijna alle experts gaven aan dat geen enkele herstelmaatregel de daden van de Nederlandse overheid goed maakt. Ze benadrukten vooral de noodzaak van rechtsherstel dat de positie van nazaten in het heden verbetert op sociaal, economisch, psychologisch en spiritueel gebied. Dit wordt in de literatuur aangeduid als holistische reparaties. In het volgende hoofdstuk zullen we dit concept verder uitdiepen.
60
61
7 Holistische Reparaties Historische
onrechtvaardigheden
kunnen
niet
worden
rechtgezet zonder het gebruik van holistische reparaties, een concept dat voortkomt uit de bredere discussie over herstelrecht en sociale rechtvaardigheid. Holistische reparaties verwijzen naar een benadering van herstel die een alomvattende aanpak hanteert om schade te herstellen die is toegebracht aan individuen, gemeenschappen of groepen.96 De term 'holistisch' verwijst naar het idee van heelheid en integratie, waarbij alle aspecten van een persoon of een gemeenschap in aanmerking worden genomen bij het streven naar herstel. Holistische reparaties erkennen dat schade vaak meerdere dimensies heeft die niet alleen fysiek, maar ook emotioneel, psychologisch, sociaal en spiritueel van aard kan zijn. Door een holistische benadering te hanteren, streven holistische reparaties ernaar om een duurzaam herstelproces te bevorderen dat niet alleen gericht is op het corrigeren van specifieke onrechtvaardigheden, maar ook op het creëren van een rechtvaardiger, inclusieve en veerkrachtige samenleving. Een route naar herstel dat past en hoort in een stad als Amsterdam. De aangeboden excuses vanuit de Nederlandse overheid, het koningshuis, de gemeente Amsterdam en diverse bedrijven toont aan dat er voortschrijdend inzicht is geweest over de noodzaak om de doorwerking van slavernij en kolonialisme, inclusief het daaraan verbonden institutionele en anti-Zwart racisme, aan te pakken.
De excuses zijn een belangrijke en historische vorm van erkenning van de misdaden tegen de menselijkheid die met de slavernij zijn begaan en de erfenis, maar excuses zijn niet genoeg om de ongelijkheid die voortkomt uit het heden te herstellen. In zijn toespraak tijdens de nationale slavernijherdenking op 1 juli 2023 zei Koning Willem-Alexander het volgende: ”Er is geen blauwdruk voor het proces van heling, verzoening en herstel. We betreden samen nieuw gebied. Laten we elkaar steunen en vasthouden!
62
Het is vandaag zestig jaar geleden dat een groep Surinaamse Nederlanders door de binnenstad van Amsterdam trok met spandoeken waarop stond ‘Ketie Kotie fri moe de’. Zij ontstaken het herdenkingsvuur dat wij vandaag brandend houden.” Er bestaat inderdaad geen blauwdruk voor herstel, er is echter wel een lange geschiedenis van maatschappelijk debat, onderzoek, jurisprudentie en activisme rondom het vraagstuk van herstel, herstelbetalingen en reparaties. Herstel wordt in het maatschappelijke debat vaak gereduceerd tot een eenmalige financiële uitkering aan nakomelingen van tot slaaf gemaakten om pijn uit het verleden goed te maken. De pijn en ongelijkheid uit het slavernijverleden is echter onmogelijk met een (eenmalige) financiële transactie recht te zetten. Zoals de reparatiedeskundige EstherStandford Xosei aangeeft gaan herstel(betalingen) niet alleen over geld, het gaat over heling, wederopbouw en herstel op het gebied van cultuur, psychologie, economie, technologie, spiritualiteit en andere gebieden.97 Het is belangrijk dat mensen uit gemeenschappen die getroffen zijn door de misdaad tegen de menselijkheid een stem krijgen in wat herstel of reparatie voor hen betekent. Naast ‘reparations’ (herstelbetalingen) wordt er ook wel gesproken van ‘reparatory justice’, wat zoveel betekent als ‘rechtsherstel’.
De gedachte is dat er vanwege de aanhoudende structurele ongelijkheid in inkomen en vermogen op een brede manier naar herstel gekeken moet worden. In dit adviesrapport ligt de focus op een brede definitie op herstel, en niet slechts op herstelbetalingen. Wel is het van belang om te benadrukken dat een breed pakket aan herstelmaatregelen geld zullen kosten en dat het te reserveren bedrag in verhouding dient te staan met het leed dat tot slaaf gemaakten is aangedaan en de ‘omgekeerde herstelbetalingen’ die plantage-eigenaren hebben ontvangen. De richtlijnen van de VN in combinatie met het 10-puntenplan van CARICOM en literatuur over rechtsherstel vormen het raamwerk voor dit adviesrapport.98
63
7.1 De vijf categorieën van herstel De VN veroordeelt de trans-Atlantische slavernij en de trans-Atlantische slavenhandel als een schending van de menselijke waardigheid en de fundamentele mensenrechten.99 Ook benadrukt de VN de ernstige gevolgen van de slavenhandel voor de getroffen bevolkingen, waaronder gedwongen arbeid, mishandeling, culturele onderdrukking en trauma's die generaties lang hebben voortgeduurd. Verder spreekt de VN over de vernietigende impact op de Zwarte identiteit en wijst het op het systematische proces van ontmenselijking, onderdrukking en culturele uitbuiting dat heeft geleid tot de ontwrichting van Zwarte gemeenschappen en de onderdrukking van hun identiteit en cultuur. Daarnaast erkent de VN dat de gevolgen van deze historische praktijken tot op de dag van vandaag voortduren, met blijvende trauma's, culturele vervormingen en sociaaleconomische ongelijkheden als gevolg. Verschillende VN rapporteurs benadrukken de noodzaak van erkenning, herstel en verzoening om de getroffen gemeenschappen te ondersteunen bij het herstellen van hun identiteit en het herstellen van de schade die is toegebracht door eeuwen van slavernij en uitbuiting.
Bovendien roept de VN op tot erkenning van de historische verantwoordelijkheid van landen die betrokken waren bij de slavenhandel, evenals tot maatregelen ter bevordering van verzoening, herstel van de rechten van de slachtoffers en bewustwording van deze bladzijde uit de geschiedenis. Tot slot adviseert de VN maatregelen in lijn met het reparatiebeleid. Deze categoriseert verschillende elementen die moeten bijdragen aan ‘Holistisch Herstel’. Waarbij in deze context het uiteindelijke doel is dat Zwarte gemeenschappen hersteld zijn in Waardigheid, Identiteit en bovenal autonomie. De VN gebruikt de volgende vijf categorieën: ● Stoppen en voorkomen van herhaling ; ● Restitutie in de zin van het herstellen van onrecht en het rechtzetten van historische fouten; ● Compensatie voor geleden schade; ● Rehabilitatie gericht op het welzijn en de functionaliteit van individuen en gemeenschappen die schade hebben geleden, zoals fysieke of mentale trauma's; ● Genoegdoening voor het leed uit het verleden.100
64
Onder elke categorie valt een wijd scala aan doelstellingen en beleidsmaatregelen. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch wees erop dat de Nederlandse overheid kan leren van de mislukte poging van Duitsland en de manier waarop het heeft getracht om compensatie aan te bieden voor haar koloniale misdaden in Namibië. Het heeft hierbij gefaald om de getroffen gemeenschappen te consulteren waardoor de deal door de Namibische overheid en volksvertegenwoordigers werd afgewezen. Ook de gemeente Amsterdam kan van deze casus leren. Human Rights Watch stelt:
“Een waarachtige erkenning van koloniale misdaden, waaronder slavernij en andere vormen van uitbuiting, vergt herstelmaatregelen die dienen als een vorm van verantwoording en erkenning van de hedendaagse impact van kolonialisme. Reparaties kunnen veel vormen aannemen, waaronder restitutie, compensatie, rehabilitatie, tevredenstelling, en garanties tegen herhaling van gebeurtenissen. Luisteren naar getroffen gemeenschappen is een belangrijke stap in het vaststellen van de juiste vorm voor reparatie maatregelen." 101 Ook hoogleraar rechtsfilosofie aan de VU Wouter Veraert benadrukt dat ‘passende herstelmaatregelen in nauw overleg met de betrokken gemeenschappen’ van belang zijn, anders zijn ze ‘puur symbolisch’.102 De VN onderstreept het belang van een gezamenlijke aanpak en verwijst naar het 10-puntenplan van CARICOM. Het CARICOM-collectief is een goed voorbeeld van een gedupeerde belangenorganisatie die zich inzet voor erkenning, excuses en herstel voor de historische onrechtvaardigheden die hun samenlevingen hebben beïnvloed. Het 10-puntenplan bestaat uit: een volledige formele verontschuldiging, repatriëring, inheemse ontwikkelingsprogramma's, culturele instellingen, steun voor de volksgezondheid, uitroeiing van analfabetisme, een Afrikaans kennisprogramma, psychologische rehabilitatie, technologieoverdracht en kwijtschelding van schulden.
De eisen kunnen worden gecategoriseerd op basis van het raamwerk van de VN. Schuldkwijtschelding kan worden gelezen als een vorm van compensatie, aangezien schulden vaak ontstaan als gevolg van koloniale uitbuiting waarbij rijkdom werd onttrokken aan de gekoloniseerde gebieden. Het kwijtschelden van schulden kan worden gezien als een stap om de ongelijkheid en het onrecht dat voortkomt uit dit verleden recht te zetten. Echter, het kan ook gezien worden als Stoppen, het vereist namelijk het ontmantelen van systemen die de onderdrukking voortzetten, maar ook maatregelen om vergelijkbare situaties in de toekomst te voorkomen.
65
Restitutie, waarbij families worden herenigd en gevangenen worden vrijgelaten, kan worden gezien als een onderdeel van de eis tot repatriëring, waarbij nazaten het recht krijgen om terug te keren naar een historisch thuisland. Dit wordt bemoeilijkt in het geval van slavernij, waar de vernietiging van gemeenschap en identiteit een groot deel van de aangerichte schade vormt. Waar horen mensen thuis die niet meer kunnen achterhalen waar hun etnische wortels liggen? Mensen uit het Afrikaans continent die tot slaaf zijn gemaakt en naar andere delen van de wereld zijn verscheept, kunnen vaak niet meer traceren waar ze exact vandaan komen. Zoals burgemeester Halsema in haar toespraak op 1 juli 2021 zei: “Tussen 1500 en 1880 vielen tenminste 12,5 miljoen mensen aan de trans-Atlantische slavenhandel ten prooi. Zij werden uit hun huizen gesleurd, families werden uiteengereten, hun vrijheid werd vermorzeld. Mensen werden beroofd van hun familienamen, van hun geschiedenis, hun identiteit. Zij werden vernederd, geslagen, vermoord.” 103 Onderdeel van het systeem van slavernij was dat hun taal, cultuur en identiteit werd uitgewist. Wanneer er meerdere, elkaar kruisende misdaden zijn gepleegd, wordt het moeilijker om de specifieke situatie te vinden die kan worden hersteld.
CARICOM stelt dat burgerschapsprocessen en het traceren van genealogie gebruikt moet worden om dit aspect van herstelrecht te vervullen. Medische, psychologische en educatieve ondersteuning worden beschouwd als aspecten van Rehabilitatie. CARICOM pleit voor de financiering en bouw van centra, evenals culturele educatiecentra, om de bevolking te rehabiliteren en hen te transformeren tot zelfbewuste 'veranderaars'. Structurele herstelinvesteringen zouden significante resultaten opleveren. Men is van mening dat investeringen in de regio gepaard gaan met meer externe investeringen in een land. Het beperken van deze investeringen kan echter het progressieve doel en de stabiliteit van investeringen belemmeren. Daarom wordt er gepleit voor herstelbetalingen als middel voor dergelijke investeringen.
66
Nederland heeft al excuses aangeboden voor de slavernij en verschillende daden tegen hun voormalige koloniën. Echter, veel daden zijn tot op heden ook onbesproken gebleven. De breedste verontschuldiging werd gegeven voor de trans-Atlantische slavernij, met specifieke vermelding van enkele voormalige gekoloniseerde gebieden. De inheemse gemeenschappen die werden ontworteld om plaats te maken voor de slavenplantages werden vaak buiten beschouwing gelaten. CARICOM blijft excuses eisen voor deze daden als onderdeel van hun eis voor Genoegdoening. Het verzoek om een Afrikaans kennisprogramma valt ook onder deze categorie. De gemeenschap beschrijft hun gebrek aan identiteit niet alleen als gevolg van de vernietiging ervan, maar ook door het gebrek aan historische erkenning en waarde die eraan wordt gehecht in de internationale historische wereld. Al deze elementen zijn essentieel voor genoegdoening, omdat het een volledige erkenning van de fouten impliceert en de introductie van dit verhaal in het binnenlandse en internationale discours bevordert. De vraag van CARICOM naar technologieoverdracht past binnen het kader van Compensatie. Het wordt steeds complexer om de benodigde vaardigheden en het intellectuele eigendom te verkrijgen voor het produceren, implementeren, onderhouden en gebruiken van hoogwaardige technologie.
Hiervoor zijn vaak geavanceerde opleidingen en wereldwijde netwerken van hulpbronnen en handel nodig. Het achterhouden van technologieën was een wijdverbreid fenomeen tijdens het kolonialisme, zoals CARICOM aangeeft met de slogan 'In de koloniën mag geen spijker worden geslagen'. Maatregelen om deze historische ongelijkheid te herstellen gaan verder dan restitutie. Het bieden van toegang verbetert wel de autonomie van deze gebieden, en het kan een vorm van materiële compensatie zijn voor de onderdrukking waar de gemeenschappen onder hebben geleden.
67
68
8 Aanbevelingen voor herstel in Amsterdam In Amsterdam zijn diverse Zwarte gemeenschappen te vinden, bestaande uit onder andere verschillende generaties mensen die afkomstig zijn uit voormalige koloniën en zich hebben gevestigd in de hoofdstad van Nederland om te wonen, werken en leven. Diverse onderzoeken tonen aan dat nazaten van tot slaaf gemaakten al geruime tijd te maken hebben met institutioneel racisme, anti-Zwart racisme, en verschillende vormen van uitsluiting en discriminatie, ook in Amsterdam.104
“Het is nu tijd voor het stadsbestuur om conclusies te trekken. Het is tijd om het grote onrecht van de koloniale slavernij* te metselen in de identiteit van onze stad. Met een ruimhartige en onvoorwaardelijke erkenning. Omdat wij een overheid willen zijn van diegenen bij wie het verleden pijn doet en de doorwerking van dat verleden een last is. Een overheid voor alle Amsterdammers.” - Burgemeester Femke Halsema 105 * De grassroots organisaties, met wie is gesproken, hebben aangegeven dat ze deze term niet wenselijk vinden. Ze stellen voor om te spreken over het koloniale en slavernijverleden, of over het trans-Atlantische slavernijverleden.
In dit hoofdstuk hebben we de verzamelde inzichten, wensen, behoeften en aanbevelingen uit de focusgroepen, diepte-interviews en enquêtes gestructureerd. Hierbij hebben we gebruikgemaakt van het raamwerk van de Verenigde Naties voor 'holistisch herstel', het 10-puntenplan van CARICOM, evenals relevante literatuur over rechtsherstel.
8.1 Stoppen en voorkomen Het ontnemen van autonomie en de onderdrukking van identiteit spelen een grote rol in de eis voor reparaties. Uit interviews met verschillende Zwarte gemeenschappen en gemeenschappen van kleur blijkt dat velen zich ontmenselijkt voelen in hun interacties met de Amsterdamse gemeente, vanwege diverse oorzaken zoals een gebrek aan representatie en complexe bureaucratische systemen die toegang bemoeilijken. Het Zwart Manifest eist de verzekering van diversiteitssensibiliteit in het ambtelijk apparaat, waarbij publieksgerichte of beleidsadviseurs anti-racisme trainingen volgen bij Zwarte instituten en professionals om het contact met Zwarte Nederlanders te verbeteren.
69
Verschillende deelnemers aan de gesprekken merkten op dat “Zwarte ambtenaren die zich uitspreken tegen onrechtvaardigheden vaak in conflictsituaties belanden en zelfs hun baan kunnen verliezen of met een burn-out thuis komen te zitten.” Het is essentieel voor het stoppen en voorkomen van gemeentelijke ontmenselijking en het ondersteunen van de autonomie in de Zwarte gemeenschap dat de gemeente een toegankelijk, inclusief en anti-racistisch beleid implementeert en concrete maatregelen neemt om dit te waarborgen. De missie van wijlen Perez Jong Loy sluit hier mooi op aan: "Saamhorigheid en eenheid onder de nazaten van de tot slaafgemaakten bevorderen en etaleren, voor ultieme gelijkwaardige behandeling van de nazaten van de tot slaafgemaakten op elk gebied in de Nederlandse samenleving."
70
●
Zet mechanismen op voor het monitoren en evalueren van de effectiviteit van het Amsterdamse gemeentelijke beleid en de genomen maatregelen om de positie van Zwarte gemeenschappen te verbeteren en (anti-Zwart) racisme tegen te gaan. Zorg daarnaast voor regelmatige monitoring en evaluatie van de voortgang op het gebied van het bestrijden van racisme en discriminatie op de arbeidsmarkt, in het Amsterdamse onderwijs, op de woningmarkt en bij wetshandhavers.