CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - advies bezwaarschriftencommissie over bezwaar vaststelling Warmteplan Hamerkwartier

RAAD 30 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Ongegrond verklaren van het bezwaarschrift gericht tegen het besluit van de gemeenteraad van 17 februari 2022, inzake de vaststelling van het Warmteplan Hamerkwartier VN2022-0403244.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies inzake bezwaar tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 17 februari 2022 waarbij het Warmteplan Hamerkwartier is vastgesteld DJ.22.007038.001 Advies over het bezwaarschrift ingediend namens besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Albemarle Catalysts Company B.V. tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam van 17 februari 2022. Bij dit besluit heeft de gemeenteraad het Warmteplan Hamerkwartier vastgesteld.

1. Inleiding  Op 17 februari 2022 heeft de gemeenteraad (raad) het Warmteplan Hamerkwartier (hierna: “Warmteplan”) vastgesteld.  Op grond van het Bouwbesluit 2012 geldt er na vaststelling van een warmteplan voor alle nieuwbouw in het gebied voor een periode van maximaal tien jaar een aansluitplicht op een distributienet. Dit houdt in dat in beginsel alle nieuwbouw voor maximaal tien jaar op het distributienet moet worden aangesloten of in elk geval tot het moment dat het maximale aantal aansluitingen is bereikt.  Het Warmteplan levert het uitgangspunt voor het distributienet ten behoeve van regeneratie van de individuele (warmte-koude-opslaginstallatie) WKO-systemen. Dit warmtenet wordt gevoed met energie uit het oppervlakte van het IJ; het Thermische Energie Oppervlaktewater systeem (TEO).  Het Warmteplan vormt samen met het Bodemenergieplan Hamerkwartier het kader waarbinnen ontwikkelende partijen hun warmte/koude voorziening voor te bouwen bouwwerken moeten passen.  Tegen het besluit van de raad om het Warmteplan vast te stellen is namens Albemarle bezwaar gemaakt. Dit (pro forma) bezwaarschrift is op 19 april 2022 ontvangen en daarmee tijdig ingediend.

Advies (vervolg) Pagina 2 van 13

Gemeente Amsterdam

 Op 29 september 2022 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Een verslag van de hoorzitting is als bijlage opgenomen bij dit advies. 2. Juridisch kader Het juridisch kader in deze zaak wordt in algemene zin gevormd door de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In meer specifieke zin is dat het Bouwbesluit 2012. Artikel 1:2, eerste lid van de Awb bepaalt dat onder belanghebbende degene wordt verstaan wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In artikel 1:3, eerste lid van de Awb staat dat een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan is, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Artikel 3:2 van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel 3:4 van de Awb luidt: 1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. 2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Op grond van artikel 7:1, eerste lid van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen, bezwaar te maken.

In artikel 8:1 van de Awb staat dat een belanghebbende tegen een besluit beroep in kan stellen bij de bestuursrechter. Volgens artikel 8:3, eerste lid, onder a van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift. In artikel 1.1, eerste lid van het Bouwbesluit 2012 staat de definitie van een distributienet en een warmteplan: Distributienet voor warmte: collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

2

Advies (vervolg) Pagina 3 van 13

Gemeente Amsterdam

Warmteplan: besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen; In artikel 6.10 van het Bouwbesluit 2012 wordt meer specifiek op warmteplannen ingegaan. Daarin staat: 1.

Een in artikel 6.8, eerste en tweede lid, bedoelde voorziening voor elektriciteit is aangesloten op het distributienet voor elektriciteit indien: a.

de aansluitafstand niet groter is dan 100 m, of

b.

de aansluitafstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

2.

Een in artikel 6.9, eerste en tweede lid, bedoelde voorziening voor gas is aangesloten op het distributienet voor gas indien artikel 10, zesde lid, onderdeel a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is, en de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

3.

Een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte indien: a.

het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op dat distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om vergunning voor het bouwen nog niet is bereikt, en

b.

de aansluitafstand: i.

niet groter is dan 40 m, of

ii.

groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

3. Bezwaren Tegen het besluit zijn - zakelijk samengevat - de volgende bezwaren aangevoerd: 

Het besluit is in strijd met artikel 3.2 van de Awb, omdat de raad bij het vaststellen van het Warmteplan niet de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen heeft vergaard;

Het besluit is in strijd met artikel 3:4 van de Awb, omdat de raad Awb onzorgvuldig de rechtstreeks bij de vaststelling van het Warmteplan betrokken belangen heeft afgewogen.

3

Advies (vervolg) Pagina 4 van 13

Gemeente Amsterdam

Het Warmteplan heeft namelijk voor Albemarle en de toekomstige bewoners van het Hamerkwartier nadelige gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen. Voordelen ‘Plan van Albemarle’ Albemarle licht toe dat in strijd met artikel 3:2 en 3:4 van de Awb is gehandeld door voorbij te gaan aan het ‘Plan van Albemarle’, waarmee met de restwarmte van het productieproces van Albemarle in de energievoorziening van gebouwen in het Hamerkwartier wordt voorzien. Albemarle stelt dat het ‘Plan van Albemarle’ de volgende voordelen bevat ten opzichte van het vastgestelde Warmteplan: •

Het gebruik van restwarmte van Albemarle is energiezuiniger dan het Warmteplan, doordat in het Warmteplan gebruik moet worden gemaakt van warmtepompen waarvoor extra elektriciteit nodig is;

•

Het gebruik van restwarmte van Albemarle is kostenefficiënter, doordat Albemarle de warmte kostendekkend zou kunnen aanbieden en doordat het ‘Plan van Albemarle’ een eenvoudiger systeem is waarvoor minder investeringen nodig zijn;

•

Het gebruik van restwarmte van Albemarle is minder geluid belastend, doordat de nodige voorzieningen op het terrein van Albemarle geplaatst kunnen worden in plaats van in het Hamerkwartier.

Weerlegging ongeschiktheid ‘Plan van Albemarle’ Daarnaast heeft bezwaarde de in het voortraject genoemde redenen voor ongeschiktheid van het ‘Plan van Albemarle’ weerlegd: •

Afhankelijkheid van Albemarle: Albemarle heeft voor de komende tien jaar, de periode waarvoor het Warmteplan is vastgesteld, geen plannen om te vertrekken uit AmsterdamNoord. Daarnaast is een betrouwbare back-up voorziening aanwezig in de vorm van het ketelhuis.

•

Geen koudesysteem: Albemarle vraagt zich af of het nodig is om in een koudesysteem te voorzien, in verband met goed geïsoleerde woning en zonwering. Albemarle draagt oplossingen aan indien de raad in dit standpunt volhoudt.

•

Suggestie restwarme bestaande buurten rondom Hamerkwartier: volgens Albemarle bestaan deze buurten uit oudere minder goed geïsoleerde huizen waarvoor de beschikbare watertemperatuur met gebruik van restwarmte vermoedelijk te laag is om goed te kunnen verwarmen.

4

Advies (vervolg) Pagina 5 van 13

Gemeente Amsterdam

Belanghebbende (artikel 1:2 Awb) Desgevraagd heeft Albemarle toegelicht waarom zij als belanghebbende beschouwd moet worden. Albemarle wenst allereerst exploitant te zijn van het warmtenet waarop het Hamerkwartier wordt aangesloten. Door het Warmteplan, dat een TEO-systeem vastlegt, wordt dit Albemarle onmogelijk gemaakt. Daarnaast voorziet Albemarle dat het Warmteplan in het kader van de energiecongestie in Amsterdam(-Noord) problemen zal veroorzaken, die ook Albemarle zullen raken. Albemarle is derhalve belanghebbende nu haar belang rechtstreeks bij het vaststellingsbesluit is betrokken. Albemarle vraagt de raad het bezwaar gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en de raad te veroordelen in de kosten. Daarnaast heeft bezwaarde tijdens de hoorzitting verzocht om een objectief en onafhankelijk vergelijkend onderzoek tussen het TEO-systeem en het WKO-systeem van Albemarle. 4. Verweren Er is ook een verweerschrift ingediend. Daarin is het volgende naar voren gebracht: Totstandkoming Warmteplan Verweerder stelt dat bij het vaststellen van het Warmteplan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen zijn vergaard, zoals vereist op grond van artikel 3:2 van de Awb. De betrokken belangen, ook die van Albemarle, zijn meegewogen bij de vaststelling van het Warmteplan.

In een vroegtijdig stadium van de gebiedsontwikkeling is gestart met een uitgebreid participatieproces. Zo is bij de Projectnota en bij het Investeringsbesluit de mogelijkheid gegeven om reactie in te dienen. Albemarle heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en in gesprek (21 december 2017) gemeld dat het bedrijf over restwarmte beschikt. De gemeente is hierover meermaals met Albemarle in gesprek gegaan en heeft gemotiveerd waarom voor een ander systeem gekozen is, dat een toekomstbestendig en duurzame oplossing is voor het energiesysteem in het Hamerkwartier. Hierbij zijn (onder meer) de volgende overwegingen van belang geweest: •

Gemeente Amsterdam heeft de doelstelling om in 2040 aardgasvrij te zijn en in 2050 klimaatneutraal. Deze beleidsdoelstellingen zijn in de projectnota (2017) vertaald naar concrete doelen specifiek voor dit gebied;

•

De restwarmte van Albemarle wordt gerealiseerd met behulp van aardgas. Dit past niet binnen de ambitie van Amsterdam om in 2040 een aardgasvrije stad te zijn. In het

5

Advies (vervolg) Pagina 6 van 13

Gemeente Amsterdam

projectgebied zijn duurzame alternatieven, zoals bodemenergie en thermische energie uit oppervlaktewater beschikbaar en realiseerbaar. Voor deze alternatieven zijn geen aardgasketels als piekvoorziening nodig; •

Bij de ontwikkeling van Hamerkwartier is energie neutrale of energieleverende nieuwbouw het uitgangspunt. Met het systeem van Albemarle is dit niet of zeer lastig haalbaar. Bij de berekening van de energiezuinigheid van een gebouw is de BENG-waarde van belang (Bouwbesluit 2012). Ten gevolge van de gasgestookte ketels (piekvoorziening) zal de BENG2 waarde minder scherp zijn. De ambitie voor energie neutrale of energieleverende nieuwbouw zal daarmee niet bereikt kunnen worden.

Afhankelijkheid restwarme industrie Voor wat betreft de stelling dat Albemarle niet de intentie heeft om binnen tien jaar het gebied te verlaten en dat daarmee de leveringszekerheid voldoende is geborgd, is aangevoerd dat een warmteplan niet voorziet in een energiesysteem voor een periode van ten hoogste tien jaar maar voor een aansluitverplichting op een bepaald energiesysteem. Ook als een warmteplan geen rechtskracht meer heeft omdat het aantal aansluitingen bereikt is of als de termijn van tien jaar verstreken is, moet de leveringszekerheid voldoende zijn geborgd. Het is niet uit te sluiten dat Albemarle op korte of middellange termijn het gebied gaat verlaten. Onbalans in warmte- en koudevraag Ten aanzien van de WKO-installaties is toegelicht dat die nodig zijn, omdat er een hogere warmtedan koudevraag wordt verwacht. In plaats van deze onbalans op te lossen met droge koelers op daken is ervoor gekozen gebruik te maken van het oppervlaktewater van het IJ. Dit is een duurzame en energie-efficiënte wijze en bovendien blijven de daken beschikbaar voor duurzame energieopwekking, groen en waterberging. Geluidsbelasting Ten aanzien van de geluidsbelasting is aangevoerd dat uit de MER volgt dat de geluidbelasting van het gekozen TEO-systeem minimaal is en geen belemmering oplevert voor het realiseren van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Energiezuinigheid warmtesysteem In het verweerschrift is aangevoerd dat de piekvoorziening op gas niet energiezuinig is, noch aansluit bij de doelstelling van aardgasvrije wijken van het Rijk en uitgangspunten voor een gezonde wijk (zie investeringsnota). Het TEO-systeem is een duurzamer, efficiënter en een meer uitvoerbaar alternatief.

6

Advies (vervolg) Pagina 7 van 13

Gemeente Amsterdam

5. Overwegingen 5.1 Ontvankelijkheid Voordat de commissie inhoudelijk op de zaak in kan gaan, moet de commissie beoordelen of het bezwaar ontvankelijk is. Dit in de eerste plaats omdat niet op voorhand vaststaat dat er sprake is van een besluit dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Als dat het geval is, dan is vervolgens de vraag of de Albemarle als belanghebbende kan worden aangemerkt. Naar aanleiding daarvan overweegt de commissie als volgt. Besluit in de zin van de Awb Het besluit van de raad om het Warmteplan vast te stellen is een besluit in de zin van de Awb. In artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 wordt het warmteplan als besluit gedefinieerd en in artikel 6.10, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 wordt daar een rechtsgevolg aan verbonden. Dit wordt bevestigd in het vaststellingsbesluit van 17 februari 2022 waarin onder f staat dat het plan de aansluitplicht op het warmtenet vaststelt en regelt wanneer afwijking van de aansluitplicht mogelijk is De vervolgvraag is echter wat het karakter van het besluit is. Als het een algemeen verbindend voorschrift is, kan daar gezien artikel 8:3, eerste lid, onder a van de Awb geen bezwaar of beroep tegen worden ingesteld. Als het besluit van de raad geen algemeen verbindend voorschrift is, maar een concretiserend besluit van algemene strekking, kan daar wel tegen worden opgekomen.

Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak) blijkt dat een algemeen verbindend voorschrift zich van andere besluiten onderscheidt doordat het algemene abstracte regels bevat, die zich zonder nadere normering voor herhaalde concrete toepassing lenen. Een besluit waarin nader naar plaats, tijd of object de toepassing van een in een algemeen voorschrift besloten liggende norm wordt bepaald, kan volgens de Afdeling bestuursrechtspraak zelf geen algemeen verbindend voorschrift zijn (zie bijvoorbeeld ABRvS

16

oktober

2013,

ECLI:NL:RVS:2013:1987,

ABRvS

24

september

2014,

ECLI:NL:RVS:2014:3465 en ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:838). Specifiek met betrekking tot het vaststellen van een eerder door de raad vastgesteld warmteplan heeft de Afdeling bestuursrechtspraak recentelijk geoordeeld dat bepaalde hoofdstukken uit dat warmteplan als een concretiserend besluit van algemene strekking moeten worden aangemerkt. In de betreffende hoofdstukken wordt een inkadering van de aansluitplicht gegeven die met vaststelling van het warmteplan is ontstaan. Die aansluitplicht is in het warmteplan het rechtsgevolg. De hoofdstukken concretiseren onder andere de ligging en de kenmerken van een warmtenet,

7

Advies (vervolg) Pagina 8 van 13

Gemeente Amsterdam

elementen die uit artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012 volgen en die relevant zijn voor het bestaan en de reikwijdte van de aansluitplicht (ABRvS 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:517). Gelet op bovenstaande jurisprudentie is de commissie van oordeel dat het Warmteplan is aan te merken als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het bezwaar van Albemarle richt zich met name op de keuze voor het TEO-systeem, aangezien Albemarle een alternatief systeem voorstelt. De TEO-installatie wordt in hoofdstuk 3 van het Warmteplan beschreven. In dat hoofdstuk wordt tevens de aansluitverplichting in het leven geroep voor een bepaald warmte-koudesysteem. Aangezien de vaststelling van het TEO-systeem onlosmakelijk een nadere concretisering is van artikel 1:1 van het Bouwbesluit 2012, is er naar het oordeel van de commissie sprake van een appellabel besluit. Belanghebbende in de zin van de Awb Vervolgens is de commissie nagegaan of Albemarle als belanghebbende kan worden aangemerkt. De commissie merkt op dat partijen beide van mening zijn dat Albemarle belanghebbende is. Uit artikel 1:2, eerste lid, van de Awb volgt dat een belanghebbende degene is wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken.

Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat sprake moet zijn van een objectief bepaalbaar, actueel, eigen en persoonlijk belang dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit (zie bijvoorbeeld ABRvS 27 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4007). Ten aanzien van deze afzonderlijke criteria overweegt de commissie als volgt. Aan de vereisten van een eigen en objectief belang wordt voldaan. Albemarle komt op voor haar eigen belang en behartigt niet de belangen van anderen. Ook is het belang objectief bepaalbaar. Voor het aannemen van een persoonlijk belang is vereist dat het belang van Albemarle voldoende onderscheidend is ten opzichte van anderen die enig belang hebben bij het besluit (zie bijv. ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2020:2365). Albemarle is een bedrijf grenzend aan het Hamerkwartier, dat haar restwarmte wil aanbieden als alternatief voor het huidige Warmteplan. Hiermee onderscheidt zij zich voldoende van anderen met enig belang bij het vaststellingsbesluit. Ten aanzien van het rechtstreeks belang is vereist dat een voldoende nauw causaal verband bestaat tussen het besluit en de belangenaantasting. Met de vaststelling van het Warmteplan wordt onder andere het gebruik van het TEO-systeem vastgelegd.

In principe wordt er met dit systeem gebruik gemaakt van oppervlaktewater van het IJ en is het ‘Plan van Albemarle’, waarin de restwarmte van

8

Advies (vervolg) Pagina 9 van 13

Gemeente Amsterdam

Albemarle wordt gebruikt, niet meer mogelijk. Als gevolg hiervan wordt Albemarle in haar belangen geschaad, waarmee een voldoende causaal verband kan worden aangenomen. Ten slotte is de commissie van oordeel dat er sprake is van een actueel belang. Hoewel Albemarle nog geen restwarmte levert aan het Hamerkwartier of andere gebieden, is voldoende onderbouwd dat Albemarle concrete plannen heeft voor de uitvoering hiervan. Zo heeft Albemarle aantoonbare initiatieven getoond, waaronder de uitwerking van de inzet van restwarmte, en heeft Albemarle gesprekken met de gemeente hierover gehad in een vroegtijdig stadium van de gebiedsontwikkeling. Het belang van Albemarle is in die zin actueel. Overigens acht de commissie het argument van Albemarle dat de gevolgen van het Warmteplan met het oog op de energiecongestie in Amsterdam(Noord) ook Albemarle raken, niet leidt tot het aannemen van een actueel belang. Vrees voor ontwikkelingen die zich zouden kunnen voordoen betreffen te onzekere en toekomstige factoren. Gezien het bovenstaande is de commissie dan ook van oordeel dat Albemarle als belanghebbende bij het besluit tot vaststelling van het Warmteplan kan worden beschouwd. De commissie is van oordeel dat aan het vereiste van een appellabel besluit en belanghebbendheid is voldaan. Het bezwaarschrift van bezwaarde is tijdig ingediend.

Ook is voldaan aan de vormvereisten van artikel 6:5 van de Awb. De commissie is dan ook van oordeel dat het bezwaarschrift ontvankelijk is. 5.2 Inhoudelijke overwegingen Tussen partijen is niet in geschil dat het besluit voldoet aan alle relevante wettelijke bepalingen uit het Bouwbesluit 2012. Zoals hiervoor is geconstateerd komen de bezwaren van Albemarle er kort samengevat op neer, dat a) het besluit in strijd is met het beginsel van een zorgvuldige voorbereiding als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb, en b) er geen zorgvuldige belangenafweging n heeft plaatsgevonden als bedoeld in artikel 3:4 van de Awb. a) Beginsel van de zorgvuldige voorbereiding (artikel 3:2 Awb) Op grond van artikel 3:2 van de Awb dient een bestuursorgaan een besluit zorgvuldig voor te bereiden en te nemen. Voor het bestuursorgaan bestaat een onderzoeksplicht om de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen. De commissie dient derhalve na te gaan of de raad bij de vaststelling van het Warmteplan aan deze plicht heeft voldaan. Ter onderbouwing van het argument dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid, voert Albemarle een aantal stellingen aan waaruit zou volgen het ‘Plan van Albemarle’ een beter alternatief is dan het TEO-systeem. De commissie maakt hieruit op dat Albemarle stelt dat het gebrek in de voorbereiding

9

Advies (vervolg) Pagina 10 van 13

Gemeente Amsterdam

niet zozeer gevormd wordt door het onvoldoende vergaren van kennis over de keuze voor het TEOsysteem, maar door het onvoldoende vergaren van kennis over het door Albemarle voorgestelde alternatief (inzet restwarmte). Uit diverse door verweerder aangevoerde stukken komt naar voren dat het besluitvormingsproces zo was ingericht dat betrokkenen op verschillende momenten konden participeren en in de gelegenheid zijn gesteld om zienswijzen te geven. Zo is onder andere ten aanzien van de Projectnota Hamerkwartier en het Investeringsbesluit een participatietraject doorlopen. De bij deze inspraken ontvangen reacties zijn in de besluitvorming betrokken. Albemarle heeft middels inspraak te kennen gegeven dat het restwarmte beschikbaar kan maken voor het Hamerkwartier en graag in gesprek gaat over de mogelijkheden. In de ‘Nota van Beantwoording inspraak Projectnota Hamerkwartier’ is opgemerkt dat de gemeente graag in gesprek gaat met Albemarle over in hoeverre ‘de gemeente, Albemarle en Westpoort Warmte iets voor elkaar en het Hamerkwartier kunnen betekenen m.b.t. de duurzaamheidsambities en calorische restwarmte van Albemarle.’1 Albemarle heeft geen zienswijze ten aanzien van het Investeringsbesluit ingediend. Ook heeft er een marktconsultatie plaatsgevonden waarbij aan marktpartijen het TEO-systeem is voorgelegd. Albemarle heeft aan deze marktconsultatie niet deelgenomen.

Naast deze participatietrajecten blijkt uit de stukken dat er meerdere gesprekken met Albemarle hebben plaatsgevonden. Tijdens deze gesprekken heeft Albemarle gewezen op de mogelijkheid om haar restwarmte in te zetten voor het Hamerkwartier. Albemarle is samen met E.ON in het voorjaar van 2020 in de gelegenheid gesteld om in een presentatie de plannen met betrekking tot de restwarmte toe te lichten. Verweerder heeft in het verweerschrift en tijdens de hoorzitting toegelicht dat zij uitgebreid kennis genomen heeft van de plannen van Albemarle, maar op basis van een gegronde motivering geen aanleiding te zien om voor het alternatief van Albemarle te kiezen. Overigens is komen vast te staan dat het systeem zoals Albemarle dat voorstelde, niet zal voldoen aan de eisen zoals deze in de aanbesteding van de gemeente voor het TEO-systeem zullen worden opgenomen. Een reactie op de marktconsultatie door Albemarle lag dan ook niet voor de hand. Het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur waarborgt dat de raad bij de voorbereiding van het besluit kennisneemt van de relevante feiten en af te wegen belangen.

Gezien de uitvoerige voorbereidingsprocedure, waarbij meerdere mogelijkheden tot inspraak is geboden en waarvan de reacties vervolgens zijn meegenomen en afgewogen in de besluitvorming, en gezien de gesprekken die specifiek met Albemarle zijn gevoerd waarbij zij de mogelijkheid heeft gehad haar voorstel toe te lichten, komt de commissie tot het oordeel dat de raad voldoende kennis heeft

1

Nota van Beantwoording inspraak Projectnota Hamerkwartier, augustus 2018, p. 37.

10

Advies (vervolg) Pagina 11 van 13

Gemeente Amsterdam

vergaard ten aanzien van de relevante feiten en af te wegen belangen. Dat verweerder ervan heeft afgezien een haalbaarheidsstudie te doen naar de toepassing van de door Albemarle voorgestelde Ectogrid-technologie, betekent niet dat er sprake is van onzorgvuldige voorbereiding. Verweerder heeft toegelicht over voldoende kennis te beschikken om hier destijds gemotiveerd van af te zien. Artikel 3:2 van de Awb vereist niet dat de kennisvergaring verder gaat dan voor de besluitvorming nodig is. Bovendien is de commissie van mening dat hetgeen door bezwaarde aangevoerd tijdens de hoorzitting of ingebracht middels stukken geen aanleiding vormt voor het uitvoeren van een aanvullend onafhankelijk vergelijkend onderzoek. Gelet op het bovenstaande concludeert de commissie dat er geen sprake is van strijd met het beginsel van zorgvuldige voorbereiding, artikel 3:2 van de Awb. Het bezwaar op dit onderdeel slaagt niet Belangenafweging en evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 Awb) Bezwaarde heeft tevens aangevoerd dat het besluit in strijd is met artikel 3:4 van de Awb.

Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de raad de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt, het tweede lid bepaalt dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen Ter onderbouwing hiervan voert bezwaarde aan dat de voordelen die het ‘Plan van Albemarle’ heeft ten opzichte van het huidige warmteplan onterecht ter zijde zijn geschoven. Bezwaarde stelt dat het ‘Plan van Albermarle’ energiezuiniger, kostenefficiënter en minder geluid belastend is. Door voorbij te gaan aan deze voordelen, en de belangen die hier mee gemoeid zijn, stelt Albemarle dat de raad in strijd heeft gehandeld met artikel 3:4 van de Awb. De commissie begrijpt deze bezwaargrond zo dat Albemarle betoogt dat zowel haar eigen belang, als de publieke belangen die met haar plan worden gediend onvoldoende bij het bestreden besluit zijn betrokken. De commissie volgt deze redenering niet. Zoals hierboven opgemerkt heeft de raad het belang van Albemarle om restwarmte te leveren, en meer in het algemeen het ‘Plan van Albemarle’, betrokken in de voorbereiding van de besluitvorming. De raad heeft vervolgens geoordeeld dat het TEOsysteem de publieke belangen beter dient dan dat plan.

De raad heeft bovendien de keuze voor het TEO-systeem in het Hamerkwartier uitgebreid gemotiveerd, mede aan de hand van de daarvoor door de gemeente vastgestelde beleidskaders waaronder de Routekaart, het Amsterdamse Bronnenboek, het Afwegingskader betaalbaar-open-duurzaam voor uniforme besluitvorming warmtesystemen in gebiedsontwikkeling, het Ontwikkelbeeld preferente warmtesystemen in gebiedsontwikkeling en de Agenda Duurzaam Amsterdam. De commissie is daarom van oordeel dat de belangen van Albemarle,

11

Advies (vervolg) Pagina 12 van 13

Gemeente Amsterdam

en de publieke belangen die haar plan dienen, wel degelijk zijn meegewogen en zijn afgewogen tegen de keuze voor het TEO-systeem. Ten aanzien van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb is de commissie van mening dat de mogelijke nadelige gevolgen van de vaststelling van het Warmteplan voor Albemarle niet onevenredig zijn. Het is een feit dat door de vaststelling van het Warmteplan Albemarle haar restwarmte niet kan leveren aan het Hamerkwartier. Bezwaarde heeft echter onvoldoende aangevoerd tot welke nadelige gevolgen dit leidt. De commissie stelt vast dat het niet kunnen leveren van restwarmte aan het Hamerkwartier het reguliere productieproces niet in gevaar brengt. De commissie ziet in dat het leveren van restwarmte aan het Hamerkwartier past in de duurzaamheidsambities van Albemare, maar stelt tegelijkertijd vast dat het uitvoeren van die ambities niet afhankelijk is van levering aan het Hamerkwartier en/of levering ten behoeve van andere gebieden. De commissie acht het in dit kader van belang dat verweerder tijdens de hoorzitting heeft benadrukt dat de inzet van restwarmte een duurzame bron kan zijn en dat de gemeente bereid is het gesprek met Albemarle te voeren of de restwarmte in andere delen van Amsterdam kan worden gebruikt. Er is geen sprake van een onevenredige benadeling van Albemarle met dit besluit.

Voor zover Albemarle heeft betoogd dat de belangen van bewoners van het Hamerkwartier onevenredig worden geraakt door het bestreden besluit, volgt de commissie deze stelling niet. Nog los van de vraag of Albemarle de belangen van bewoners kan behartigen, heeft verweerder uitgebreid gemotiveerd waarom het TEO-systeem voor het Hamerkwartier het beste aansluit bij het gebied en de doelstellingen die de gemeente heeft vastgesteld op het gebied van duurzaamheid. Gelet op het bovenstaande concludeert de commissie dat de raad zowel de belangen van Albemarle als het publieke belang voldoende heeft betrokken in de belangenafweging en de belangenafweging niet tot onevenredige nadelige gevolgen heeft geleid. Het bezwaar op dit onderdeel slaagt niet. 6. Conclusie en advies De commissie is van oordeel dat het besluit rechtmatig is en zorgvuldig tot stand is gekomen, waarbij de raad voldoende kennis heeft vergaard van de relevante feiten en af te wegen belangen. Voor het instellen van een onafhankelijk vergelijkend onderzoek, zoals verzocht door Albemarle, bestaat dan ook geen aanleiding. De commissie is voorts van oordeel dat een zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden. De commissie adviseert de raad dan ook het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.

Dit maakt dat er ook geen grond is voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar ex artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht. Amsterdam, 22 november 2022

12

Advies (vervolg) Pagina 13 van 13

Gemeente Amsterdam

De bezwaarschriftencommissie van de raad van Amsterdam,

Nienke van Renssen,

Lisanne van Langen,

Voorzitter

Secretaris

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12087908/1