CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.6 Notitie Ingredienten ambitie toekomstige samenwerking.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 16 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Principebesluit t.b.v. de herijking governance stichting Waternet (ZD2021-014076)5.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ingrediënten ambitie toekomstige bestuurlijke samenwerking in de watercyclus

20 oktober 2021

Inhoudsopgave 1. Inleiding en opdracht 1.1 Aanleiding evaluatie en herijking 1.2 Opdracht meerwaarde toekomstige samenwerking 1.3 Leeswijzer 2. Maatschappelijke trends en ontwikkelingen 2.1 Huidige uitvoering watertaken 2.2 Maatschappelijke veranderingen 2.3 Schaarste aan ruimte, bronnen, grondstoffen en intellect 3. Effect op rol en verantwoordelijkheden overheid 3.1 Complexe opgave voor openbaar bestuur 3.2 Veranderende opvattingen over besturing en identiteit publieke organisaties 3.3 Functioneren als een overheid 3.4 Herijking rol overheid 4. Effect op waterdomein en watercyclus 4.1 Water als vanzelfsprekend gegeven 4.2 Focus op doelmatigheid 4.3 Verbreding focus naar integrale maatschappelijke opgaven 4.4 Toename omvang en complexiteit watergerelateerde opgaven 4.5 Innovaties 5. Conclusies toekomstige samenwerking in de watercyclus 5.1 Ingrediënten ambitie 5.2 Conclusies

1. Inleiding en opdracht 1.1 Aanleiding evaluatie en herijking Na vijftien jaar samenwerking, een beperkt aantal tussentijdse evaluaties, een veranderde context en conclusies uit recente onderzoeken van o.a. Rekenkamer Metropool Amsterdam en de ILT, ligt het in de rede de samenwerking tussen het waterschap AGV en de gemeente Amsterdam zoals die nu vormgegeven is via Waternet te evalueren en herijken. Deze evaluatie staat in het perspectief van nieuwe maatschappelijke taken die raken aan de watertaken van beide opdrachtgevers, veranderde opvattingen over governance en openbaar bestuur en fiscaal-juridische aspecten. Voor de evaluatie en herijking van de samenwerking is een Bestuursopdracht opgesteld. Deze is op 8 juli jl. bestuurlijk vastgesteld. Het resultaat van deze bestuursopdracht is een besluit aan het einde van dit jaar, over de ambitie, scope en vorm van samenwerking aan de watercyclus. De bestuursopdracht bestaat uit zes deelopdrachten. De eerste en tweede deelopdracht betreffen de verkenning van de bestuurlijke ambitie tot samenwerking: 1. Organiseer het (bestuurlijke) gesprek over wat gezamenlijke en afzonderlijke doelen zijn met de samenwerking op de waterstaken van het waterschap AGV en de gemeente Amsterdam. 2. Verken vervolgens de vraag tussen wie en in welke vorm samenwerking nodig is om deze gezamenlijke doelen te bereiken.

Andere samenwerkingspartners naast de gemeente Amsterdam en waterschap AGV zijn nadrukkelijk onderdeel van deze scope. 1.2 Opdracht meerwaarde toekomstige samenwerking Om te weten wat de samenwerking via de Stichting Waternet tot nu toe heeft opgeleverd, heeft de directie van Waternet in opdracht van beide opdrachtgevers een onderbouwing gegeven van de meerwaarde van de samenwerking aan de watertaken in de afgelopen 15 jaar. Dit betrof voornamelijk een terugblik op het resultaat van de samenwerking. Het eindrapport is op 8 juli aan de Bestuurlijk Opdrachtgevers aangeboden. Deze onderbouwing is door een externe validatiecommissie overwegend positief beoordeeld, met name voor wat betreft bedrijfsmatige efficiency, asset management en doelmatigheid. Voor de synergie in beleid tussen de twee opdrachtgevers zijn positieve voorbeelden te noemen, maar vraagt het nadere uitwerking wat de mogelijkheden zijn voor het versterken van de beleidsinhoudelijke synergie (met behoud van de synergie in assetmanagement processen). In bijlage 1 zijn in matrix vorm voorbeelden uit het verleden en mogelijkheden voor de toekomst weergegeven over de synergie in de samenwerking tussen de gemeente Amsterdam en waterschap AGV. Daarbij is er onderscheid gemaakt tussen wettelijke taken enerzijds en doorsnijdende/nieuwe taken anderzijds.

In dit licht is aanvullend behoefte aan een vooruitblik: welke trends en ontwikkelingen zien we, welke ambities hebben de bestuurlijke opdrachtgevers op basis van deze ontwikkelingen, en wat zijn de mogelijkheden van samenwerking in de toekomst? De bestuurlijke opdrachtgevers hebben het OGO1 verzocht om in de vorm van een korte notitie antwoord te geven op deze vragen. Daaraan is met de onderhavige notitie invulling gegeven. Dit vormt, naast de bestuurlijke gesprekken, een bouwsteen voor het formuleren en aanscherpen van de gezamenlijke ambitie. Van daaruit kan het domein waarop wordt samengewerkt worden bepaald (functie) en het uiteindelijk het gewenste organisatiemodel (vorm) worden ontworpen voor het ondersteunen van deze samenwerking. 1.3 Leeswijzer De notitie is als volgt opgebouwd:

1

Ambtelijk Opdrachtgevers Overleg Governance Waternet

• • • •

In hoofdstuk 2 worden maatschappelijke trends en ontwikkeling beschreven die van invloed zijn op de wijze waarop huidige en toekomstige watertaken invulling gegeven worden. In hoofdstuk 3 wordt aangegeven wat het effect daarvan is op de verschillende rollen en verantwoordelijkheden van overheden en dus ook die van waterschap AGV en de gemeente Amsterdam. In hoofdstuk 4 wordt het effect van de beschreven trends, ontwikkelingen en verbreding van rollen en verantwoordelijkheden voor het waterdomein en de watercyclus geduid Tot slot wordt in hoofdstuk 5 een aantal conclusies getrokken over relevante elementen voor het bepalen van de ambitie voor de toekomstige samenwerking.

2. Maatschappelijke trends en ontwikkelingen Maatschappelijke ontwikkelingen zijn van invloed op de wijze waarop huidige en toekomstige watertaken invulling gegeven worden. De complexiteit van de opgaven neemt toe en daarmee verandert de rol en verantwoordelijkheid van overheden. Zo ook die van waterschap AGV en de gemeente Amsterdam in relatie tot hun watertaken. 2.1 Huidige uitvoering watertaken Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en de gemeente Amsterdam hebben hun samenwerking op de uitvoering van hun watertaken op dit moment georganiseerd via de Stichting Waternet. Waternet voert in opdracht van de gemeente verschillende watertaken uit: de beleidsvoorbereiding en uitvoering van de riool- en grondwatertaken, de drinkwatertaken en de binnenwaterbeheertaken (baggeren, druifvuilvissen, en brug- en sluisbediening). Daarnaast is in opdracht van het waterschap AGV de organisatie Waternet verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding en uitvoering van alle watertaken in opdracht van het waterschap: waterkwantiteitsbeheer (peil en keringen) en waterkwaliteitsbeheer (inclusief afvalwaterzuivering). Alle medewerkers die werken aan de genoemde taken van zowel de gemeente Amsterdam als het waterschap AGV zijn ondergebracht in de Stichting Waternet.

Om verwarring te voorkomen en ook om aan te geven waar de transitie zit met het oog op integrale maatschappelijke opgaven, is het belangrijk helder te zijn in het onderscheid tussen de begrippen waterketen, watercyclus en watersysteem(/kringloop). De watercyclus bestaat uit het watersysteem en de waterketen. De waterketen omvat de productie van drinkwater, de distributie van drinkwater, de inzameling, transport en zuivering van afvalwater, vaak in combinatie met de afvoer van regenwater in stedelijk gebied. Het watersysteem is het natuurlijke samenhangende systeem van oppervlaktewater en grondwater. 2.2 Maatschappelijke veranderingen De afgelopen decennia is de maatschappij in verschillende opzichten sterk veranderd: • Sociologisch en politiek: individualisering in gedrag, betrokken en ondernemende burgers, versplintering en verlies van vertrouwen in de politiek, en vervluchtiging van institutionele macht. • Technisch: internet, vergaande digitalisering, social media, cyberveiligheid, en de macht van de Big Tech. • Economisch: na een grote recessie ongekende economische groei, negatieve rente, virtuele munten, en beurskoersen die nauwelijks een relatie met de reële economie lijken te hebben. • Duurzaamheid: klimaatverandering en de effecten daarvan op het watersysteem, grondstoffen schaarste, verdroging, bodemdaling, en schaarste aan natuur en biodiversiteit.

• Fysieke leefomgeving: schaarste aan ruimte, zowel boven- als ondergronds. Deze maatschappelijke veranderingen zijn van invloed op de manier waarop invulling gegeven wordt en kan worden aan de uitvoering van watertaken. 2.3 Schaarste aan ruimte, bronnen, grondstoffen en intellectuele capaciteit Door demografische groei in de regio en het bijkomende consumptiepatroon ontstaat in toenemende mate schaarste. Aan ruimte, aan bronnen, aan grondstoffen en aan intellect2 om de

2

Om voldoende intellectuele capaciteit te beschikken is een goede positie op de arbeidsmarkt cruciaal. De arbeidsmarkt is op dit moment krap. Het werken aan complexe maatschappelijke opgaven in het belang van

toegenomen afhankelijkheden en complexiteit van opgaven het hoofd te bieden. Overheden kunnen steeds minder zelfstandig doelen realiseren. Binnen en tussen overheden maar ook tussen overheden en private partijen is samenhang en verbinding noodzakelijk om alle doelen te kunnen realiseren.

3. Effect op rol en verantwoordelijkheid overheid 3.1 Complexe opgave voor openbaar bestuur De hiervoor beschreven ontwikkelingen leiden tot (nieuwe) maatschappelijke vraagstukken. Deze zijn integraal en trekken zich niets aan van overheden die functioneel, territoriaal of thematisch ingericht zijn. Dat heeft geleid tot een nieuw inrichtingsprincipe, waarin niet de eigen indeling, maar de aard van het vraagstuk leidend is voor wie eraan werkt. Ofwel, opgave gericht werken: wie aan de aanpak iets kan bijdragen doet mee, wie dat niet kan, doet dat niet. Dat betekent dat de partijen die een mogelijke inbreng hebben kunnen meedoen, maar dat anderen die dat op dat moment voor dat vraagstuk niet hebben even niet meedoen. Zo verschilt de samenstelling van de partijen die werken aan het vraagstuk niet alleen per onderwerp, maar ook per periode. Het betekent dat partijen veel meer ruimte hebben om facultatief mee te doen en afhankelijk van de mogelijke bijdrage en belangen, rol en positie innemen. Het betekent ook een proactieve rol: de rol zelf pakken als er een belang is, regie nemen en positie aan de juiste overlegtafel innemen. Dit krachtenveld kent echter geen hiërarchie, wel een opgave die aangepakt, geregeld, ontwikkeld, opgelost moet worden. Per onderwerp, gebied, thema, vraagstuk wordt de rol en positie in een netwerk van partners bepaald.

Dat vergt veel van het openbaar bestuur. Als bestuurlijke wegbereider van de organisatie, als kadersteller en als bestuur dat kerntaken en maatschappelijke opgaven integraal benadert. Voor het openbaar bestuur zijn opgaven steeds meer verknoopt en verbonden. Het vraagt om regie op de ambitie en de kaders, en minder op de uitvoering. Want opgavegericht werken betekent dat met partners in een opgave of gebied wordt afgesproken wie wat doet en wanneer. Aan de gespreks- en overlegtafels worden de plannen concreet gemaakt. 3.2 Veranderende opvattingen over besturing en identiteit publieke organisaties Door gewijzigde (maatschappelijke) opvattingen over governance en openbaar bestuur veranderen de beelden over de besturing van publieke organisaties. Het marktdenken en het New Public Management (de overheid zien als efficiënt bedrijf) is op haar retour. Doelmatigheid is niet langer een doel maar meer een randvoorwaarde. Er bestaan inmiddels meerdere Govenance Codes met als rode draad een explicieter onderscheid en afbakening tussen de rollen besturen, uitvoeren, verantwoorden en toezichthouden. Daarnaast leidt de politiek-bestuurlijke ontwikkeling van de waterschappen sinds de verkiezingen van 2008 tot een groeiende behoefte aan een eigen identiteit en invloed op de besturing van hun organisaties. 3.3 Functioneren als één overheid Gebiedsgericht werken als één overheid.

Het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen bekrachtigden in 2018 het Interbestuurlijk Programma (IBP), met als doel optimale samenwerking tussen overheden te bereiken. Rond een aantal belangrijke maatschappelijke opgaven zou een meer gezamenlijke aanpak tot stand komen. In het IBP hebben overheden samen ambities en

meerder overheden en middels verschillende partnerships kan aantrekkelijk zijn voor deze hoog opgeleide doelgroep.

heldere regels afgesproken voor samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Daardoor heeft het programma het werken als één overheid versneld. In september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze visie legt de Rijksoverheid de ambities vast voor de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De Nationale Omgevingsvisie is vervolgens vertaald in een uitvoeringsagenda van het Rijk en een Omgevingsagenda per landsdeel. De Omgevingsagenda is de basis voor de samenwerking tussen Rijk en regio bij opgaven in de fysieke leefomgeving en is gebaseerd op de omgevingsvisies van Rijk, provincie en gemeenten en de visies van de waterschappen. De samenleving wordt hierbij betrokken. De Omgevingsagenda agendeert en zorgt ervoor dat deelnemende partijen hun bevoegdheden, instrumenten, middelen, kennis en expertise inzetten. Zodanig dat deze bijdragen aan de realisatie van de gedeelde opgaven, en het functioneren van één Overheid. Dit geldt ook op regionale schaal voor de lagere overheden: provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies, het daarin opnemen van de water(schaps) elementen en de samenwerkingsprogramma's op regionale schaal.

3.4 Herijking rol overheid Om dit richting de toekomst te blijven waarborgen dient er een sterke overheid te staan die midden in de samenleving staat en samen met andere partijen en met zijn eigen inzet zorg draagt voor de belangrijkste basis van de leefomgeving in het gebied van de Amstel, Gooi en Vecht, water. Dit is de nieuwe realiteit, waarin het waterschap AGV en gemeente Amsterdam natuurlijke partners zijn. Immers, veel inwoners in het gebied van waterschap AGV wonen in Amsterdam en genieten van het waterrijke gebied. Waterkwaliteit, waterkwantiteit en (drink)watergebruik zijn nauw vervlochten. Grensoverschrijdende institutionele samenwerking is noodzakelijk. Opgave- en gebiedsgericht werken vraagt om sterkere bestuurlijke positionering vooraf, mét ruimte om lerend te ontwikkelen tijdens de rit. Een grootstedelijke omgeving met hoge bebouwingsdichtheid en veel verschillende activiteiten dicht op een, biedt kansen voor slimme en innovatieve oplossingen. Bestuurlijke afstand kan daarbij remmend zijn.

4. Effect op waterdomein en watercyclus 4.1 Water als vanzelfsprekend gegeven Gemeenten en waterschappen hebben duidelijke watertaken die veel raakvlakken hebben. Gemeenten zorgen voor afvalwaterinzameling en grondwaterbeheer, en hebben een groot belang bij de openbare drinkwatervoorziening van haar burgers. Het waterschap zorgt voor een veilig en toekomstbestendig watersysteem. Water is in Nederland onderdeel van de gehele fysieke leefomgeving. We streven naar grip op water en dat lukt de waterschappen en andere betrokken overheden al eeuwen heel goed. Het lijkt voor de burger vanzelfsprekend. Die vanzelfsprekendheid maakt ook dat de rol van de waterbeheerder (drinkwater, afvalwater en watersysteem) niet altijd even zichtbaar is. Tenzij het fout gaat. Inmiddels komen de grenzen van het systeem aan het licht; wateroverlast, droogte, en onvoldoende waterkwaliteit. Het wordt noodzakelijk om de opgaven meer zichtbaarheid te geven. 4.2 Focus op doelmatigheid De afgelopen 10 jaar is in Nederland de focus in de waterketen veelal gericht geweest op doelmatigheid. Niet alleen bij de opdrachtgevers van Waternet ten tijde van de oprichting in 2005, maar ook landelijk. In 2010 heeft de Commissie Feitenonderzoek in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu haar bevindingen gepubliceerd.

Belangrijke conclusie was dat door verbetering van de samenwerking in de waterketen in 2020 jaarlijks 450 miljoen euro kon worden bespaard. Waternet was in de rapportage van de Commissie Feitenonderzoek één van de aansprekende voorbeelden. In het eindrapport Onderbouwing Meerwaarde samenwerking

watertaken (juli 2021) is eveneens gekwantificeerd welke doelmatigheid in de afgelopen 15 jaar is gerealiseerd. In 2011 is het Bestuursakkoord Water (BAW; Rijk, IPO, UvW, VNG en VEWIN) gesloten, dat deels op dit Feitenonderzoek was gebaseerd. In het BAW is afgesproken de doelmatigheid van het waterbeheer te vergroten en is de besparingsopgave uit het Feitenonderzoek opgenomen. Het Bestuursakkoord Water is in 2013 opgevolgd door de Visitatiecommissie Peijs die de voortgang van deze besparingsopgave ging monitoren. Op 10 december 2014 is het eindrapport van de Visitatiecommissie door mevrouw Peijs overhandigd aan minister Schulz van Haegen. De conclusie was dat de ambities van de waterschappen, gemeenten, en drinkwaterbedrijven in het Bestuursakkoord Water ambitieus waren, maar wel gehaald gaan worden. In 2018 zijn aanvullende afspraken op het Bestuursakkoord Water gemaakt, en is nogmaals het besparingspotentieel in 2020 bevestigd. 4.3 Verbreding focus naar integrale maatschappelijke opgaven Water wordt steeds meer onderdeel van het publieke domein. Dat maakt dat de focus in de waterketen op doelmatigheid verbreed wordt met nieuwe maatschappelijke opgaven waarbij het gaat om het combineren van o.a. inhoudelijk-technische, sociale, culturele, economische en ruimtelijke belangen. Klimaatverandering heeft een enorme impact op de fysieke leefomgeving.

De afgelopen jaren zijn grote landelijke programma’s ontwikkeld om klimaatverandering tegen te gaan en om ermee om te gaan. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de ruimtelijke inrichting en functionaliteit van zowel de stad als het landelijk gebied. Het uitvoeren van kerntaken in het fysieke domein is voor zowel gemeente als waterschap complexer geworden. Ze gaan allang niet meer alleen over hun kerntaken. Groepen burgers nemen bijvoorbeeld soms eigen initiatieven en gemeente en waterschap zijn voor een effectieve uitvoering van hun kerntaken ook steeds afhankelijker van anderen. Ook ontstaan nieuwe maatschappelijke opgaven. Dit vraagt van hen om te innoveren, ontwikkelen en investeren. En dat alles in samenwerking met een breed palet aan stakeholders. Water speelt niet alleen steeds duidelijker een rol bij ontwikkelingen als klimaatverandering, de teruggang in biodiversiteit en bodemdaling, maar ook in een aantal grote actuele (transitie)vraagstukken. Denk daarbij aan de Omgevingswet, de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie. We bewegen van een sectorale naar een integrale benadering van water. En dat heeft consequenties voor de manier waarop betrokken overheden – gemeente én waterschap – werken en besturen.

4.4 Toename omvang en complexiteit watergerelateerde opgaven Het gebied van gemeente Amsterdam en waterschap AGV is een bijzonder waterrijk gebied waarbij een goed functionerend watersysteem onlosmakelijk is verbonden met alles in de fysieke leefomgeving, en een basis vormt voor andere functies. De uitdagingen om goed drinkwater te blijven produceren, het functioneren van het watersysteem in al zijn facetten toekomstbestendig te maken en houden, en de waterkwaliteit goed te houden worden alleen maar groter. Hoe zorgen we ervoor dat gebieden echt klimaatadaptief worden ingericht en ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot het vergroten van onze wateropgaven? Hoe lang houden we het Amsterdam-Rijnkanaal nog zoet, dat in de toekomst steeds meer een belangrijkere bron voor drinkwater wordt? Hoe zorgen we voor een goede waterkwaliteit als ook met hevige piekbuien overstorten vaker gaan lopen? Hoe benutten we nieuwe kansen, zoals Temmen van Brakke Kwel en nieuwe samenwerkingen zoals Herstel Heuvelrug? Hoe kunnen we deze en vele andere opgaven zoals energietransitie of circulaire economie echt in gezamenlijkheid oppakken en in een vroeg stadium met elkaar aan tafel zitten, zoals in het kader van de RES of samenwerking met gemeenten

in het Gooi reeds gebeurt? Hoe kunnen we kennis en kunde op tijd benutten en vroegtijdig input leveren, kunnen sturen, samenwerken in in- en externe programma’s en projecten? 4.5 Inhoudelijke raakvlakken van waterschap AGV en gemeente Amsterdam Wettelijke taken De uitvoering van de watertaken via de Stichting Waternet heeft in de afgelopen 15 jaar op diverse vlakken meerwaarde opgeleverd. Dit geldt voor zowel de bedrijfsvoering van de gezamenlijke organisatie, als op inhoudelijk vlak door samenwerking op de wettelijke taken van de bestuurlijke opdrachtgevers. De belangrijkste meerwaarde van de samenwerking tot op heden is gelegen in de bedrijfsmatige efficiency. Dit zit op verschillende vlakken: integraal asset management, reductie van administratieve werkzaamheden, gezamenlijke dienstverlening en daarmee gepaard gaande kostenbesparing (mede als gevolg van reductie in FTE’s). Voor wat betreft de wettelijke taken is op basis van verschillende casussen duidelijk dat er voor beide opdrachtgevers meerwaarde is bereikt door de samenwerking. Voorbeelden zijn de grootschalige verandering van de afvalwaterketen (RWZI Westelijk Havengebied, AEB, 2002-2006), toepassing van drinkwatertechnologie in afvalwaterzuivering, kennisdeling over grondwaterzorg met andere gemeenten, pilot temmen van de brakke kwel, de aanpak van het herstel van de Bethunepolder, etc.

Deze voorbeelden laten zien dat er op inhoud en daarmee voor de uitvoering van de wettelijke taken meerwaarde is gerealiseerd. Daarmee kan overigens niet geconcludeerd worden dat dit het gevolg is van totstandkoming van gezamenlijk beleid. Een duidelijke visie op de watercyclus en de synergie van beleid op de wettelijke taken van beide opdrachtgevers, is van belang om dit in de toekomst te versterken. Samenwerken aan de watercyclus met en zonder gemeenschappelijke organisatie Het voorbeeld van de Bethunepolder, maar ook de pilot temmen van de brakke kwel en de waterleidingduinen, laten zien dat de meerwaarde van de samenwerking in de watercyclus zich niet beperkt tot de grenzen van de gemeente Amsterdam. Ook buiten de gemeentegrenzen is er mede door de waterketensamenwerking binnen Waternet meerwaarde aangetoond voor de watercyclus. In het recente WAAG project (Water Aanvoer en Aanvulling Gooi) komen ook verschillende belangen van de bestuurlijk opdrachtgevers aan de orde en wordt getracht een optimalisatie te vinden voor de drinkwatertaak, grondwaterbeheer en stedelijk waterbeheer. Deze voorbeelden laten ook zien dat samenwerken in de watercyclus niet voorbehouden is aan alleen AGV en Amsterdam in de samenwerking binnen Waternet. In het merendeel van het grondgebied van AGV komt de samenwerking in de watercyclus tot stand zonder een gemeenschappelijke organisatie.

Dit onder andere via de bestuurlijke samenwerking binnen BOWA. Samenwerken in een gemeenschappelijke organisatie is dus geen voorwaarde voor het samenwerken in de watercyclus. Ruimtelijke ordening Het gezamenlijke belang op het gebied van ruimtelijke ordening bestaat uit: - Het reserveren van voldoende ruimte voor het (hoofd)watersysteem om veilig te kunnen wonen en leven - De noodzaak tot een meer sturende rol van water in de ruimtelijke ordening - Goede waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid - De verwevenheid van de water- en klimaatopgaven met andere opgaven. Idealiter vindt de bestuurlijke samenwerking aan de voorkant plaats door het uitwisselen van elkaars belangen, bedoelingen en de mogelijke bijdrage aan een opgave. Waar dit opportuun is kan uitwerking plaats vinden in een gezamenlijke bestuursopdracht.

Duurzaamheid Het thema duurzaamheid leent zich in de volle breedte voor vergaande samenwerking vanuit de watercyclus en integrale bestuurlijke én ambtelijke strategische programma’s. Zowel waterschap AGV als de gemeente Amsterdam werken met de programma's en thema's: a. Klimaatadaptatie b. Energietransitie c. Circulaire Economie d. Grondwater e. Biodiversiteit en waterkwaliteit f. Drinkwaterbronnen Het waterschap en de gemeente Amsterdam werken al intensief samen op de diverse duurzaamheidsthema's, direct en via de diverse (bestuurlijke) gremia in de regio. Tegelijk biedt juist de samenwerking in de watercyclus kansen om de samenwerking op de duurzaamheidsopgaven te intensiveren, werk met werk te maken - samen vanuit de watercyclus doelgericht invulling geven aan de opgaven in de regio. Bovendien biedt een mogelijke intensivering van de bestuurlijke samenwerking vanuit de watercyclus ook kansen om als kennishouder steviger in positie te komen bij het Rijk. De gezamenlijke ambities op de strategische duurzaamheidsprogramma's en samenwerkingsthema's zijn als volgt. Ad a. Klimaatadaptatie Gemeente Amsterdam en waterschap AGV werken samen in een integraal programma klimaatadaptatie Amsterdam en in Amsterdam Rainproof aan een klimaatbestendige stad, ook met een gezamenlijk ambtelijk programmateam.

Gezamenlijk zijn een strategie (2020) en een uitvoeringsagenda (2021) opgesteld, die door beide besturen zijn vastgesteld. De samenwerking in het programma klimaatadaptatie Amsterdam stelt AGV in staat om de primaire opgaven van AGV (boezembeheer, waterkwaliteit, waterveiligheid) sterker te verbinden met de stedelijke omgeving, de gemeente en andere partners. Binnen de gemeente is bijv. de uitvoeringsagenda een belangrijke ingang om te sturen in de ruimtelijke ordening. Daarnaast ontstaan binnen deze samenwerking de komende jaren kansen voor AGV om als partner aan te sluiten bij nieuwe innovatieve projecten van de gemeente Amsterdam. In samenwerking met AMS Institute, bouwen AGV en Amsterdam gezamenlijke kennis en capaciteit op en zijn AGV en Amsterdam samen koplopers met o.m. Amsterdam Rainproof. De urgentie en het besef dat water cruciaal wordt voor andere opgaven van Amsterdam, groeit. In de jaarlijkse financiële stresstest van de gemeente zijn ook risico’s van het veranderende klimaat meegenomen. Actie om risico’s te beperken is onder meer intensiever samen optrekken met de waterschappen, zeker met waterschap AGV. Ad b. Circulaire Economie In 2021 heeft het waterschapsbestuur de Visie AGV Circulair 2050 vastgesteld, inclusief bijkomende middelen ter operationalisering van de visie. Tegelijkertijd wil Amsterdam in 2050 een circulaire stad zijn.

In de Visie AGV Circulair 2050 wordt onderscheid gemaakt tussen 3 horizonnen: de eigen bedrijfsvoering circulair, de watercyclus circulair en de omgeving circulair. Voor het waterschap AGV is de gemeente Amsterdam een belangrijke ketenpartner voor het realiseren van een circulaire watercyclus en het gezamenlijk bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie in de regio. Waterschap AGV en gemeente Amsterdam kunnen kennis en capaciteit goed bundelen, werk met werk maken en hier doelgericht vanuit een gezamenlijk strategisch duurzaamheidsprogramma invulling aangeven. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de gezamenlijke ambitie op het gebied van Nieuwe Sanitatie.

Ad c. Energietransitie Aquathermie is een belangrijke bouwsteen in de energietransitie. De ontwikkeling en toepassing van aquathermie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de transitie naar aardgasvrij. Waterschap AGV en gemeente Amsterdam werken op basis van hun visies beide aan hun eigen rol in aquathermie, die nauw met elkaar is verweven. Waterschap AGV loopt als waterschap voorop binnen de waterschapswereld en Amsterdam loopt voorop met de ontwikkeling en toepassing van lage temperatuur warmte en koude in de transitie naar aardgasvrij. Om goed invulling te geven aan deze strategische ontwikkelopgave dient nieuwe kennis en capaciteit te worden opgebouwd en doorontwikkeld, onder meer rondom vergunningverlening, impact op de waterkwaliteit en het organiseren van warmtesystemen. Het waterschap en de gemeente treffen elkaar al volop binnen projecten als de Mirandabad en het Wilhelmina Gasthuis terrein. Een eventueel integraal bestuurlijk én ambtelijk programma van het waterschap en de gemeente voor lage temperatuur warmte waarin de ambities en opgaven van beiden samen komen biedt kansen om werk met werk te maken, gezamenlijke kennis en capaciteit op te bouwen, en samen als koplopers de ontwikkeling en toepassing van aquathermie een impuls geven. Ad d. Grondwater Voor grondwater is bestuurlijke samenwerking van groot belang.

Het is een thema dat voor zowel Amsterdam als AGV speelt, zij het met andere rollen en bevoegdheden, maar die raken wel aan elkaar. Belangrijke thema's waar grondwater een rol speelt zijn bodemdaling, energietransitie, klimaatadaptatie en droogte, waterkwaliteit en droogte. Bovendien biedt grondwater vaak de randvoorwaarden voor gebiedsontwikkelingen en daarin willen Amsterdam en AGV samen optrekken. Ad e. Biodiversiteit en waterkwaliteit Zowel de gemeente Amsterdam als het waterschap hebben een belangrijke opgave in het behalen van KRW doelen. Zowel op het gebied van waterkwaliteit als biodiversiteit. Een betere integratie van natuur en water is een noodzakelijk in de afstemming van het biodiversiteitsbeleid van Amsterdam en AGV. Ad f. Drinkwaterbronnen De drinkwatervoorziening van Amsterdam en de waterschapstaken ontmoeten elkaar op het gebied van de bronnen. De waterkwaliteit en -kwantiteit van grond- en oppervlaktewater zijn van groot belang voor de drinkwatervoorziening. Verzilting, en watersysteemherstel Heuvelrug in het Gooi zijn aansprekende voorbeelden waar deze belangen de komende tijd samen komen. 4.6 Innovaties Zowel waterschap AGV als de gemeente Amsterdam hebben de afgelopen periode vanuit hun coalitie- of bestuursakkoord aandacht gevraagd voor innovatie.

De praktijk wijst uit dat veel innovaties plaatsvinden binnen verschillende delen van de watercyclus en ook op het raakvlak tussen beleidsvelden (tussen water, energie, grondstoffen en IT). De complexiteit van bestaande en nieuwe opgaven stimuleert ook technologische, bestuurlijke en sociale innovaties. Dat vereist multidisciplinaire samenwerking tussen kennispartners.

5. Conclusies Waar dient rekening mee gehouden te worden bij het formuleren van de inhoudelijke ambities voor samenwerking (en de daarvan afgeleide samenwerkings- en organisatievorm) door het waterschap AGV en de gemeente Amsterdam? En wat betekent dit voor de sturing en het toezicht op de publieke watertaken? 5.1 Ingrediënten ambitie De complexiteit van de opgaven in combinatie met de veranderende rol en verantwoordelijkheid van overheden, vraagt van het waterschap AGV en de gemeente Amsterdam het volgende: 1. Inhoudelijke samenhang en verbinding vanuit de watercyclus Het zelfstandig realiseren van waterdoelen en het daarvoor uitvoeren van watertaken is steeds ingewikkelder. Niet alleen omdat er sprake is van schaarste (ruimte, grondstoffen, bronnen, middelen), maar ook omdat schoon en voldoende water en waterveiligheid bijdragen aan het realiseren van brede maatschappelijke doelen: leefbaarheid, bereikbaarheid, duurzaamheid. Dat vraagt steeds nadrukkelijker beleid en uitvoering van andere overheids- en gebiedspartners. Op inhoud is er dus samenhang en verbinding nodig van doelen en taken, binnen en buiten de watercyclus. In paragraaf 4.5 is een uitwerking gegeven van de terreinen waarop dit van toepassing is en wat de inhoudelijke voordelen van een gezamenlijke aanpak zijn. 2.

Werken vanuit een gemeenschappelijke ambitie Werk samen aan een toekomstbestendige leefomgeving waar water in al haar facetten voor nu en in de toekomst de functie krijgt die maatschappelijk noodzakelijk is. Formuleer doelen en prestaties waar je zelf als overheid verantwoordelijk voor bent vanuit een brede maatschappelijke context. Dat betekent ook vanuit de gezamenlijke opgaven zoeken naar wat samen nodig is om te realiseren (mutual gains). En dat vraagt naast bestuurlijke sturing op de eigen taken ook om sturing op de noodzakelijke samenwerking vanuit de brede wateropgave. 3. Huidige en nieuwe opgaven, professioneel, flexibel en integraal Geef professioneel en doelmatig invulling aan traditionele watertaken en speel flexibel in op nieuwe integrale, sector- en gebiedsoverstijgende opgaven, die watergerelateerde kennis en expertise vragen. Water staat in het hart van grote maatschappelijke transities. Dit vraagt een organisatie die enerzijds in staat is de watercyclus en de wateropgaven daarin centraal te stellen, en tegelijkertijd heel scherp is op wat de bijdrage vanuit de eigen taken en verantwoordelijkheden van de partners zou kunnen of moeten zijn. Het is dus geen kwestie van of zelf, of samen, maar van én zelf, én samen. 4. Presteren en netwerken, verschillende rollen naast elkaar Geef vorm en inhoud aan zowel een presterende als een netwerkende rol als overheid.

Dat vereist verschillende vaardigheden, vormen van sturen en beheersen, van verantwoorden en plannen, en van samenwerken en faciliteren. Het is ook hier niet of-of maar en-en. Het vraagt de bereidheid om over traditionele functionele grenzen heen te stappen om samen naar nieuwe rollen en coalities te zoeken. En tegelijkertijd de bereidheid om effectiviteit en efficiency in de uitvoering centraal te stellen en als organisaties duidelijkheid te bieden over de prestaties die je levert en waarop je afrekenbaar bent. 5. Eén overheid, herkenbaar en bereikbaar Organiseer je als bestuur zodanig dat je rondom wateropgaven gezamenlijk kunt opereren als één overheid, herkenbaar en bereikbaar voor burgers en ondernemers.

6. Brede samenwerking, aangaan partnerships Beperk de samenwerking niet tot die tussen AGV en Amsterdam maar ga bewust allianties aan met andere partners wanneer de aard, omvang, integraliteit en/of complexiteit van de opgaven daarom vragen. Nodig als AGV en Amsterdam nadrukkelijk andere partners in de regio uit om aan te sluiten. In eerste instantie door kennis over de watercyclus te delen (expertisecentrum), maar mogelijk doorgroeiend naar gezamenlijke beleidsvorming en gezamenlijke uitvoering. 7. Doelmatigheid Naast het samenwerken aan integrale sector- en gebiedsoverstijgende opgaven, blijft doelmatigheid in de toekomst een belangrijke randvoorwaarde. De ervaring laat zien dat samenwerking tussen AGV en Amsterdam hier een belangrijke bijdrage aan levert. 5.2 Conclusies Op basis van het voorgaande valt op dat er vele inhoudelijke raakvlakken zijn in de watertaken die waterschap AGV en gemeente Amsterdam uitvoeren en die een gezamenlijke aanpak vragen. De complexiteit en intensiteit van de samenwerking op deze inhoud bepaalt de meerwaarde om deskundigheid op al deze terreinen te bundelen, zowel in de beleidsvoorbereiding als in de uitvoering. Er is echter niet alleen synergie op inhoud en bedrijfsvoering. Ook op het vlak van maatschappelijke belangen biedt de samenwerking onderscheidende meerwaarde.

Bij de strategie en beleidsvoorbereiding zitten gemeente Amsterdam en waterschap AGV met Waternet (ambtelijk) aan overlegtafels waar zij afzonderlijk onvoldoende toegang toe hebben, of waarbij zij vanuit de aard en omvang van een eigen organisatie geen positie zouden kunnen krijgen. Zo wordt het waterschapsbelang meegenomen in gesprekken over ruimtelijke ordening, klimaatadaptatie en energietransitie met de VNG, MRA, en het Rijk in Den Haag. Andersom wordt het waterbelang van Amsterdam (kunnen wonen en werken in een waterrijke delta) meegenomen in de gesprekken over regionale toekomstbestendig waterbeheer met de collega-waterschappen en RWS. Voor wat betreft de wettelijke taken is op basis van verschillende casussen duidelijk dat er voor beide opdrachtgevers meerwaarde is bereikt door de samenwerking. Daarmee kan niet geconcludeerd worden dat dit het gevolg is van totstandkoming van gezamenlijk beleid. Een duidelijke visie op de watercyclus en de synergie van beleid op de wettelijke taken van beide opdrachtgevers, is van belang om dit in de toekomst te versterken. Een aantal elementen in paragraaf 5.1. hebben betrekking op de wijze waarop die inhoud ten uitvoer kan worden gebracht (het ‘hoe’, in de vorm van afspraken over de inrichting van de governance en bijbehorende werkwijzen). Daarbij geldt dat ‘de wijze waarop’ niet direct afhangt van het te kiezen governance model.

Wel kan het gekozen governancemodel een (extra) stimulans zijn om tot deze afspraken en werkwijzen te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10876579/1