Bijlage 08 Zienswijze 3.pdf
Tekst van het document
Hieronder mijn beknopte reactie, De gemeente communiceert helder en transparant over het doel. Hoezo is het doel voor meerdere uitleg vatbaar. Participatie kan nooit de democratische lichamen vervangen. Het doel zou altijd moeten zijn lokale kennis, belangen en inzichten boven tafel te krijgen, bijdragen aan de beste oplossing van het voorliggende probleem. De gemeente baseert zich bij het kiezen van een participatiedoel ook expliciet op (de inschatting van) de behoeftes van de (direct betrokken) Amsterdammer Het probleem is juist dat de gemeente de participatie dan gaat gebruiken als instrument om haar inschatting te legitimeren. Beter zou zijn als de gemeente de participatie gebruikt om haar inschatting te toetsten. De gemeente maakt een bewuste afweging wie de belanghebbenden het beste vertegenwoordigt en welke individuele burgers, of organisaties uit het maatschappelijk middenveld, het beste actief betrokken kunnen worden Dit is erg door controle ingegeven. Beter zou zijn de gemeente stimuleert burgers/organisaties zich te laten vertegenwoordigen. Heeft de gemeente veel beleidsruimte, dan zijn er mogelijkheden om zeggenschap deels bij burgers te leggen, bijvoorbeeld in de vorm van samenwerken of meebepalen. Wanneer de gemeentelijke beleidsruimte beperkt is, zijn ook de mogelijkheden voor meebepalen beperkt.
De beleidsruimte wordt op voorhand ingeschat en meegewogen bij het vaststellen van de mate van zeggenschap en invloed Dit is vaag geformuleerd en riekt naar controledrang. Beter zou zijn harde criteria te formuleren. Bv: alle dossiers waarop zienswijzen kunnen worden ingediend met een budget >€… oid . Participatie is vaak geen geschikt instrument om te komen tot complexe en beladen besluiten met een zero-sum element. Burgers willen en laten zich niet gebruiken om politieke hete hangijzers uit het vuur te halen. Bij besluiten met een fundamentele tegenstelling in belangen, waarbij het dienen van het belang van de ene groep bijvoorbeeld ten koste gaat van het belang van een andere groep, dient het besluit niet door middel van participatietrajecten gedepolitiseerd te worden. Dit is een verkeerde benadering van participatie. Wettelijk zijn er rollen vast gelegd mbt democratische vertegenwoordigen. Participanten hoeven niet tot overeenstemming te komen, daarvoor is de raad. Participanten kunnen wel bijdragen aan het op tafel krijgen van relevante informatie voor het nemen van besluiten en het verhelderen van lokaal draagvlak voor voorgenomen besluiten. Toevoegen aan de uitgangspunten: 1. Participatie wordt ingezet ruim voor de besluitvorming zodat de resultaten van de participatie kunnen worden meegenomen in de projectaanpak 2.
Opdrachtgever, beleidsmakers en projectmanagers zijn betrokken bij de participatie en maken in hun processen ruimte voor het meewegen van wat er in het participatietraject naar voren komt 3. In uw beleidskader staat niet wie de ‘eigenaar’ is van het participatietraject. Het zou logisch zijn als dat iemand is die buiten het project staat maar wel baat heeft bij een gedragen, goede oplossing. 4. In uw beleidskader staat niets over wanneer de participatie van start zou moeten. Als u de omgevingswet erop naslaat, leest u dat participatie is bedoeld om gezamenlijk tot de beste oplossing te komen door gebruik van lokale kennis en belangen. Dat betekent dus vroegtijdig in het proces starten met participatie.