CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 07_Advies buurtrechten stadsdeel Oost.docx

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 17 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beleidskader Buurtrechten (ZD2021-011241)3.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Beleidskader Buurtrechten Portefeuille: Democratisering Directie: Team Democratisering / CTO / Dienstverlening Datum behandeling staf WH  Op 14 april 2021 heeft de wethouder in de staf ingestemd met het voorstel beleidskader

buurtrechten en opdracht gegeven een concept beleidskader buurtrechten te ontwikkelen.  Op 7 juni 2021 is het concept beleidskader buurtrechten in de staf behandelt. Daarin zijn een aantal aanbevelingen ter verduidelijk meegegeven door de wethouder. De essentie van het beleidskader blijft overeind.  In augustus 2021 wordt het beleidskader aan geboden aan de vakinhoudelijke wethouders die het meest te maken hebben met buurtrechten. Het kader wordt in oktober ter besluitvorming aangeboden aan het college, in november ter bespreking aan de commissie KDD en begin december ter besluitvorming aan de raad. Datum adviesaanvraag: 10 augustus 2021 Deadline ontvangst advies: 27 september 2021 Advies mailen naar: Machteld Combé m.combe@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Concept-beleidskader Buurtrechten Heeft er consultatie vooraf De opzet van het beleidskader Buurtrechten en de werkwijze zijn opgesteld aan de hand van plaatsgevonden? de ervaringen, de lessen en de aanbevelingen uit de pilots buurtrechten, de onderzoeken van de studenten van de VU (Bestuur en Organisatie) en de sessies met ambtenaren en initiatiefnemers. Ook ervaringen uit andere steden zijn hierin meegenomen. Het doel van de participatie was om zoveel mogelijk te leren van de ambtenaren en initiatiefnemers die in de praktijk met elkaar samenwerken.

 Op 16 juni is het kader besproken met de gebiedsmanagers democratisering.  Op 21 juni is het kader besproken met de projectleiders democratisering.  Op 1 juli is het kader besproken met de portefeuillehouders democratisering Invullen door stadsdeel: Oost Procesbegeleider: … Datum weekstart/staf: 23 augustus 2021 Datum stadsdeelcommissie: 14 september 2021 Datum dagelijks bestuur: 31 augustus conceptadvies, 21 september 2021 finaal advies Registratienr. (optioneel): Z-21-52525 Stadsdeel:

Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.

Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel

-

-

Bieden het beleidskader en de werkwijze voldoende houvast voor de stadsdelen voor de beoordeling van en de samenwerking met initiatieven die een buurtrecht indienen? Hierbij in acht nemende dat er binnen het kader en werkwijze ook een grote rol is weggelegd voor de directies en bestuurders die inhoudelijk met buurtrechten te maken hebben. Is de rol van de stadsdelen voldoende vertegenwoordigd in het beleidskader en de werkwijze?

Pagina 1 van 6

Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

Allereerst willen wij onze waardering uiten voor het feit dat er nu een stevig kader Buurtrechten is ontwikkeld om de uitdaging die beschreven staat in het coalitieakkoord vorm te geven. In het coalitieakkoord heeft het college aangegeven meer ruimte voor zeggenschap en eigenaarschap in de buurten te willen creëren. Buurtrechten dragen daaraan bij. Stadsdelen werken vaak al in partnerschap in co-creatie met maatschappelijk initiatieven die uiteindelijk soms ook aanspraak willen maken op buurtrechten. Wij zijn dan ook blij te lezen dat de rol van het stadsdeel bij het ondersteunen, begeleiden en beoordelen van de (potentiele) waarde van initiatieven expliciet is opgenomen in de werkwijze. Die werkwijze vraagt ons inziens wel om een aanvulling. Omdat, zoals in het kader wordt onderkend, stadsdelen vaak al een lange samenwerking kennen met initiatieven achten wij het van belang dat al bij de eerste contacten tussen initiatieven en Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief (BIMI) -- stap 1 in het schema op pagina 17 -- ook de stadsdelen worden betrokken. BIMI is een goede ingang voor initiatieven. Zeker als die initiatieven stadsdeel- en thema overstijgende activiteiten uitvoeren.

BIMI is ook wenselijk omdat zij kennis en expertise bundelt en initiatieven kan helpen om makkelijker en sneller in contact te komen met directies die nodig zijn voor de uitvoering van hun activiteiten. Wel pleiten we voor een heldere rolverdeling en taakverantwoordelijkheid tussen BIMI en stadsdelen, inclusief lokaal bestuur; de rol van het stadsdeel moet méér zijn dan een gebiedsadviseur bij aanvragen. De beslissingsbevoegdheid t.a.v. financiering van initiatieven zou sterker ingebed moeten worden in de context van de lokale kleur van de buurt, het gebied, het stadsdeel. Het lokaal bestuur moet mandaat en zeggenschap hebben om een lokale afweging te maken en een beslissing te nemen. De kennis en expertise van het BIMI kunnen hierbij juist behulpzaam zijn en ingezet worden door de verschillende stadsdelen en het lokaal bestuur. Zo zorgen we ervoor dat het kader buurtrechten juist versterkend werkt op maximaal gebiedsgericht werken, binnen de lijnorganisatie. Voor initiatieven die stadsdeeloverstijgend werken zou, mocht er sprake zijn van een tegengesteld advies vanuit de betreffenden stadsdeelbesturen, de escalatielijn naar centraal bestuur met advies van de betrokken DBs en het BIMI tot een uitkomst leiden.

De afgelopen periode zijn, vanuit de stedelijk geformuleerde ambitie op het thema Democratisering, meerdere beleidskaders opgesteld en deels al vastgesteld, zoals het beleidskader Buurtbudgetten en het beleidskader Participatie. Deze beleidskaders hebben onderlinge samenhang en moeten elkaar te versterken. Met dat doel, en met name voor de minder met dit thema bekende lezer, zou het behulpzaam zijn om in de tekst (en liefst ook visueel) te verhelderen wat die samenhang is. In paragraaf 2.3 op p.10 worden enkele landelijke voorbeelden gegeven van buurtplannen, met daarbij de woorden: “Op dit moment wordt er in Amsterdam niet veel gebruik gemaakt van het buurtplan recht.” In stadsdeel Oost hebben we in Buurtcoöperatie De Eester in het Oostelijk Havengebied juist een zeer succesvol voorbeeld; deze vereniging van actieve bewoners heeft, naast de vele activiteiten in m.n. het sociale domein, oa in 2019 een Buurttop georganiseerd waarna een gezamenlijke Toekomstagenda 2025 voor de buurt is opgesteld. De Eester zet zich in voor realisatie van deze agenda. Dit voorbeeld verdient ons inziens vermelding in het kader.

In de oplegger worden enkele belangrijke, nog openstaande bestuurlijke besluitpunten benoemd, zoals: hoe geven we inzicht in lokale budgetten? Zonder dergelijk inzicht compliceren we implementatie van het kader buurtrechten. Hoewel met recht en reden wordt uitgelegd waarom dit een complexe exercitie kan zijn, vinden wij het belangrijk hier concrete acties te benoemen om inzicht in budgetten te vergroten, zoals ook wordt belooft op pagina 11, waar staat dat “[in] paragraaf 5 over de financiële kaders wordt uitgelegd wat Amsterdam gaat doen om inzicht te krijgen in deze budgetten.” Overigens zou beter inzicht in (lokale) budgetten ook het proces van buurtbudgetten zoals Oost Begroot verstevigen: wanneer bewoners inzicht hebben in huidige uitgaven aan thema’s kunnen zij beter afwegen waar extra inzet nodig is.

Pagina 2 van 6

Onder het kopje “Recht op informatie” staat de ambitie verwoord om bewoners een gelijkwaardige informatiepositie te geven. Terecht, want toegang tot informatie – waaronder inzicht in budgetten -- is een belangrijke voorwaarde voor het kunnen opstellen van een plan en (daarmee) voor het kunnen voldoen aan de in paragraaf 4 genoemde voorwaarden. Wij zijn dan ook warm voorstander van het verbeteren van inzicht (ook bínnen onze organisatie) en toegang tot informatie, ter versterking van de positie en ondersteuning van initiatiefrijke bewoners. Met dat doel heeft Oost in 2014 de “pilot Buurtbegroting Indische Buurt” opgestart met als doel de opgaven, de daarop inspelende plannen en projecten in de Indische Buurt én de daaraan gerelateerde kosten en begrotingsposten inzichtelijk te maken – zoals een transparante overheid betaamt. Ondanks enthousiasme binnen en buiten de gemeentelijke organisatie heeft deze pilot geen navolging gekregen. Ook in het voorliggende concept-beleidskader wordt geen enkele concrete uitspraak gedaan over hóe we als gemeente gaan zorgen dat we bewoners hierin tegemoet kunnen komen. Wij zien graag dat hiertoe concretere voornemens worden geformuleerd. In paragraaf 4 worden 13 “lichte” voorwaarden voor het beroepen op een buurtrecht genoemd.

Ook hier wordt duidelijk hoe essentieel het is dat informatie bij indieners, maar ook binnen onze organisatie beschikbaar en toegankelijk is. Bij zowel het uitdaagrecht en buurtplan-recht staat als voorwaarde: “De kosten van het plan zijn niet hoger dan de kosten die hiervoor op de begroting staan.” In het geval van buurtplan-recht roept dit een vraag op: Want wat als er, naast een beroep op gemeentelijke budgetten, ook financiering uit andere bronnen beschikbaar is? Dan is het totaal benodigde budget weliswaar hoger dan de gemeente heeft begroot, maar de gemeente hoeft niet alle kosten te dragen. Ons inziens is deze voorwaarde dan ook te nauw geformuleerd; we zien liever dat ruimte wordt geboden aan aanvullende alternatieve financieringsbronnen. Het stadsdeel wordt gezien als een belangrijke informatiebron om initiatieven te kunnen beoordelen. Tegelijkertijd wordt ook – terecht—genoemd dat een stadsdeel vaak al een lange samenwerking met een initiatief(nemer) kent. Het ambtelijk ondersteunen van een initiatief bij het indienen van een recht of plan én hiervan ook de mede-beoordelaar zijn kan schuren. Wel hebben wij de wens om, voorafgaand aan een definitief oordeel over een indiening, een bestuurlijk advies vanuit het stadsdeel uit te brengen.

De uitleg van de werkwijze op p18, stap 3 is nu: “Vervolgens leggen zij, afhankelijk van de bevoegdheid, een advies voor aan de vakinhoudelijke wethouders en/of leden van het dagelijks bestuur.“ Wat ons betreft wordt ‘en/of’ vervangen door en. De vraag: “Bieden het beleidskader en de werkwijze voldoende houvast voor de stadsdelen voor de beoordeling van en de samenwerking met initiatieven die een buurtrecht indienen?” moeten wij op dit moment met “nee” beantwoorden omdat de toetsingselementen voor initiatieven nog niet voldoende helder zijn. Daarnaast is de vraag is of initiatiefnemers wel grip kunnen hebben/ krijgen op de kwaliteit van samenwerking, waarbij niet (alleen) over hen wordt geoordeeld maar mét hen kwaliteitscriteria worden vastgesteld. Het accounthouderschap van maatschappelijke partners is een kwetsbaar punt in de stedelijke- en stadsdeelorganisatie, en zonder een echt betrokken partner in de gemeentelijke organisatie is de samenwerking structureel kwetsbaar. In de slotparagraaf worden 6 evaluatiepunten genoemd die bepalen wanneer we als gemeente tevreden zijn met de uitwerking van het kader Buurtrechten. Het is goed dat hier expliciet bij wordt stilgestaan.

Wel zouden enkele aanscherpingen hier nuttig zijn, bijvoorbeeld bij punt 2 “Als op basis van een nulmeting de samenwerking tussen initiatiefnemers en de gemeente Amsterdam is toegenomen.” Wanneer vindt de 1-meting (of metingen) plaats en wat verstaan we onder (goede?) samenwerking? Punt 5: “Als met het realiseren van de initiatieven de sociale cohesie en leefbaarheid in de wijken van Amsterdam groeit.” Wij vinden dit punt hier niet op zijn plek omdat het gaat over de uitkomsten die initiatieven moeten of kunnen opleveren, terwijl dit punt niet is genoemd als doelstelling van het beleidskader en ook niet wordt vermeld bij de voorwaarden die aan initiatieven worden gesteld. Tot slot pleiten wij voor het breed bekendmaken van de mogelijkheden voor verschillende vormen van buurtrechten zodat elke Amsterdammer tot in ieder geval deze informatie laagdrempelige toegang heeft.

Pagina 3 van 6

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

De stadsdeelcommissie heeft tijdens de behandeling geen wijzigingen in stemming gebracht.

Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Allereerst willen wij onze waardering uiten voor het feit dat er nu een stevig kader Buurtrechten is ontwikkeld om de uitdaging die beschreven staat in het coalitieakkoord vorm te geven. In het coalitieakkoord heeft het college aangegeven meer ruimte voor zeggenschap en eigenaarschap in de buurten te willen creëren. Buurtrechten dragen daaraan bij. Stadsdelen werken vaak al in partnerschap in co-creatie met maatschappelijk initiatieven die uiteindelijk soms ook aanspraak willen maken op buurtrechten. Wij zijn dan ook blij te lezen dat de rol van het stadsdeel bij het ondersteunen, begeleiden en beoordelen van de (potentiele) waarde van initiatieven expliciet is opgenomen in de werkwijze. Die werkwijze vraagt ons inziens wel om een aanvulling. Omdat, zoals in het kader wordt onderkend, stadsdelen vaak al een lange samenwerking kennen met initiatieven achten wij het van belang dat al bij de eerste contacten tussen initiatieven en Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief (BIMI) -- stap 1 in het schema op pagina 17 -- ook de stadsdelen worden betrokken. BIMI is een goede ingang voor initiatieven. Zeker als die initiatieven stadsdeel- en thema overstijgende activiteiten uitvoeren.

BIMI is ook wenselijk omdat zij kennis en expertise bundelt en initiatieven kan helpen om makkelijker en sneller in contact te komen met directies die nodig zijn voor de uitvoering van hun activiteiten. Wel pleiten we voor een heldere rolverdeling en taakverantwoordelijkheid tussen BIMI en stadsdelen, inclusief lokaal bestuur; de rol van het stadsdeel moet méér zijn dan een gebiedsadviseur bij aanvragen. De beslissingsbevoegdheid t.a.v. financiering van initiatieven zou sterker ingebed moeten worden in de context van de lokale kleur van de buurt, het gebied, het stadsdeel. Het lokaal bestuur moet mandaat en zeggenschap hebben om een lokale afweging te maken en een beslissing te nemen. De kennis en expertise van het BIMI kunnen hierbij juist behulpzaam zijn en ingezet worden door de verschillende stadsdelen en het lokaal bestuur. Zo zorgen we ervoor dat het kader buurtrechten juist versterkend werkt op maximaal gebiedsgericht werken, binnen de lijnorganisatie. Voor initiatieven die stadsdeeloverstijgend werken zou, mocht er sprake zijn van een tegengesteld advies vanuit de betreffenden stadsdeelbesturen, de escalatielijn naar centraal bestuur met advies van de betrokken DBs en het BIMI tot een uitkomst leiden.

De afgelopen periode zijn, vanuit de stedelijk geformuleerde ambitie op het thema Democratisering, meerdere beleidskaders opgesteld en deels al vastgesteld, zoals het beleidskader Buurtbudgetten en het beleidskader Participatie. Deze beleidskaders hebben onderlinge samenhang en moeten elkaar te versterken. Met dat doel, en met name voor de minder met dit thema bekende lezer, zou het behulpzaam zijn om in de tekst (en liefst ook visueel) te verhelderen wat die samenhang is. In paragraaf 2.3 op p.10 worden enkele landelijke voorbeelden gegeven van buurtplannen, met daarbij de woorden: “Op dit moment wordt er in Amsterdam niet veel gebruik gemaakt van het buurtplan recht.” In stadsdeel Oost hebben we in Buurtcoöperatie De Eester in het Oostelijk Havengebied juist een zeer succesvol voorbeeld; deze vereniging van actieve bewoners heeft, naast de vele activiteiten in m.n. het sociale domein, oa in 2019 een Buurttop georganiseerd waarna een gezamenlijke Toekomstagenda 2025 voor de buurt is opgesteld. De Eester zet zich in voor realisatie van deze agenda. Dit voorbeeld verdient ons inziens vermelding in het kader.

In de oplegger worden enkele belangrijke, nog openstaande bestuurlijke besluitpunten benoemd, zoals: hoe geven we inzicht in lokale budgetten? Zonder dergelijk inzicht compliceren we implementatie van het kader buurtrechten. Hoewel met recht en reden wordt uitgelegd waarom dit een complexe exercitie kan zijn, vinden wij het belangrijk hier concrete acties te benoemen om inzicht in budgetten te vergroten, zoals ook wordt belooft op pagina 11, waar staat dat “[in] paragraaf 5 over de financiële kaders wordt uitgelegd wat Amsterdam gaat doen om inzicht te krijgen in deze budgetten.”

Pagina 4 van 6

Overigens zou beter inzicht in (lokale) budgetten ook het proces van buurtbudgetten zoals Oost Begroot verstevigen: wanneer bewoners inzicht hebben in huidige uitgaven aan thema’s kunnen zij beter afwegen waar extra inzet nodig is.

Onder het kopje “Recht op informatie” staat de ambitie verwoord om bewoners een gelijkwaardige informatiepositie te geven. Terecht, want toegang tot informatie – waaronder inzicht in budgetten -- is een belangrijke voorwaarde voor het kunnen opstellen van een plan en (daarmee) voor het kunnen voldoen aan de in paragraaf 4 genoemde voorwaarden. Wij zijn dan ook warm voorstander van het verbeteren van inzicht (ook bínnen onze organisatie) en toegang tot informatie, ter versterking van de positie en ondersteuning van initiatiefrijke bewoners. Met dat doel heeft Oost in 2014 de “pilot Buurtbegroting Indische Buurt” opgestart met als doel de opgaven, de daarop inspelende plannen en projecten in de Indische Buurt én de daaraan gerelateerde kosten en begrotingsposten inzichtelijk te maken – zoals een transparante overheid betaamt. Ondanks enthousiasme binnen en buiten de gemeentelijke organisatie heeft deze pilot geen navolging gekregen. Ook in het voorliggende concept-beleidskader wordt geen enkele concrete uitspraak gedaan over hóe we als gemeente gaan zorgen dat we bewoners hierin tegemoet kunnen komen. Wij zien graag dat hiertoe concretere voornemens worden geformuleerd. In paragraaf 4 worden 13 “lichte” voorwaarden voor het beroepen op een buurtrecht genoemd.

Ook hier wordt duidelijk hoe essentieel het is dat informatie bij indieners, maar ook binnen onze organisatie beschikbaar en toegankelijk is. Bij zowel het uitdaagrecht en buurtplan-recht staat als voorwaarde: “De kosten van het plan zijn niet hoger dan de kosten die hiervoor op de begroting staan.” In het geval van buurtplan-recht roept dit een vraag op: Want wat als er, naast een beroep op gemeentelijke budgetten, ook financiering uit andere bronnen beschikbaar is? Dan is het totaal benodigde budget weliswaar hoger dan de gemeente heeft begroot, maar de gemeente hoeft niet alle kosten te dragen. Ons inziens is deze voorwaarde dan ook te nauw geformuleerd; we zien liever dat ruimte wordt geboden aan aanvullende alternatieve financieringsbronnen. Het stadsdeel wordt gezien als een belangrijke informatiebron om initiatieven te kunnen beoordelen. Tegelijkertijd wordt ook – terecht—genoemd dat een stadsdeel vaak al een lange samenwerking met een initiatief(nemer) kent. Het ambtelijk ondersteunen van een initiatief bij het indienen van een recht of plan én hiervan ook de mede-beoordelaar zijn kan schuren. Wel hebben wij de wens om, voorafgaand aan een definitief oordeel over een indiening, een bestuurlijk advies vanuit het stadsdeel uit te brengen.

De uitleg van de werkwijze op p18, stap 3 is nu: “Vervolgens leggen zij, afhankelijk van de bevoegdheid, een advies voor aan de vakinhoudelijke wethouders en/of leden van het dagelijks bestuur.“ Wat ons betreft wordt ‘en/of’ vervangen door en. De vraag: “Bieden het beleidskader en de werkwijze voldoende houvast voor de stadsdelen voor de beoordeling van en de samenwerking met initiatieven die een buurtrecht indienen?” moeten wij op dit moment met “nee” beantwoorden omdat de toetsingselementen voor initiatieven nog niet voldoende helder zijn. Daarnaast is de vraag is of initiatiefnemers wel grip kunnen hebben/ krijgen op de kwaliteit van samenwerking, waarbij niet (alleen) over hen wordt geoordeeld maar mét hen kwaliteitscriteria worden vastgesteld. Het accounthouderschap van maatschappelijke partners is een kwetsbaar punt in de stedelijke- en stadsdeelorganisatie, en zonder een echt betrokken partner in de gemeentelijke organisatie is de samenwerking structureel kwetsbaar. In de slotparagraaf worden 6 evaluatiepunten genoemd die bepalen wanneer we als gemeente tevreden zijn met de uitwerking van het kader Buurtrechten. Het is goed dat hier expliciet bij wordt stilgestaan.

Wel zouden enkele aanscherpingen hier nuttig zijn, bijvoorbeeld bij punt 2 “Als op basis van een nulmeting de samenwerking tussen initiatiefnemers en de gemeente Amsterdam is toegenomen.” Wanneer vindt de 1-meting (of metingen) plaats en wat verstaan we onder (goede?) samenwerking? Punt 5: “Als met het realiseren van de initiatieven de sociale cohesie en leefbaarheid in de wijken van Amsterdam groeit.” Wij vinden dit punt hier niet op zijn plek omdat het gaat over de uitkomsten die initiatieven moeten of kunnen opleveren, terwijl dit punt niet is genoemd als doelstelling van het beleidskader en ook niet wordt vermeld bij de voorwaarden die aan initiatieven worden gesteld.

Pagina 5 van 6

Tot slot pleiten wij voor het breed bekendmaken van de mogelijkheden voor verschillende vormen van buurtrechten zodat elke Amsterdammer tot in ieder geval deze informatie laagdrempelige toegang heeft.

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10732643/1