CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 04E Advies Stadsdeel Oost.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de wijzigingen in de Welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’ gezien het geactualiseerde beleidskader Monumenten (VN2026-006631)2.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Beleidskader Monumenten en Welstandsnota: actualisering en wijzigingsvoorstel vanwege

Duurzaam Erfgoed Monumenten, Duurzaamheid, RO Directie: Ruimte en Duurzaamheid, Monumenten en Archeologie Datum behandeling staf WH 30 oktober 2025 Datum adviesaanvraag: 1 december 2025 Deadline ontvangst advies: 3 februari 2026 Advies mailen naar: Anette.van.dijk@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Geactualiseerde Beleidskader Monumenten, wijzigingsvoorstel Welstandsnota Heeft er consultatie vooraf Portefeuillehoudersoverleg Portefeuille:

plaatsgevonden?

Invullen door stadsdeel: Oost … 15 december 2025 Datum stadsdeelcommissie: 13 januari (voorbereidend) en 27 januari 2026 (besluitvormend) Datum dagelijks bestuur: 6 januari (conceptadvies) en 3 februari 2026 (finaal advies) Registratienr. (optioneel): N.v.t. Stadsdeel:

Procesbegeleider: Datum weekstart/staf:

Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en -

bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of (art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in.

DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)

Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur

Het Beleidskader voor het toetsen van ingrepen of herstel van monumenten, hierna te noemen het Beleidskader Monumenten, is na bijna 10 jaar toe aan een actualisatie. Het doel is het kader aan te laten sluiten op de huidige praktijk met de laatste technische inzichten en ook richtlijnen op te nemen voor jongere monumenten. Ook zijn ruimere maatregelen voor verduurzaming verwerkt, zoals opgenomen in de Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed. Hierin zijn stedelijke ambities verdeeld naar vier thema’s: minder CO2 uitstoot, minder energiearmoede, minder grondstoffengebruik en meer dak- en gevelgroen. De verschillende ambities uit de Uitvoeringsagenda landen in verschillende producten zoals beleid en handreikingen, maar worden ook in de praktijk gebracht door dienstverlening via het Loket Duurzaam erfgoed. Actualisatie van het Beleidskader Monumenten is van belang om: • bestuurlijke ambities beter mogelijk te maken • de adviseringsruimte die nu al in de praktijk is opgezocht te expliciteren Pagina 1 van 7

• • •

nieuwe technische inzichten en normen (denk aan bio-based materialen) op te nemen oplossingen voor maatschappelijke opgaven, zoals schimmelwoningen en levensbestendig wonen te expliciteren mogelijkheden van verduurzamen geïntegreerd op te nemen.

Inhoudelijke wijzigingen van het beleidskader In grote lijnen omvatten de wijzigingen: • Ruimte bieden: o Door meer mogelijk te maken voor verduurzaming (zonnepanelen in het zicht, zonwering, raamisolatie, installaties op het dak, groene/blauwe daken) o Door onderscheid te maken naar waardering; zorgvuldige balans ingrepen en behoud monumentwaarden o Door onderscheid te maken naar bouwperiode • Toelichting / explicitering: o Voor beter begrip o Door verwijzen naar verdiepende interne en externe bronnen zoals uitvoeringsrichtlijnen/handreikingen o Door uitleg te geven over het voorkomen van schimmelproblematiek (kierdichting, ventilatie, condensatie) o Door duidelijk te zijn over maatvoering o Door betere toelichting van begrippen zoals “niet zichtbaar” o Door materialen van jongere monumenten toe te voegen o Door groene monumenten (parken, tuinen en begraafplaatsen) toe te voegen • Samenhang met andere stedelijke ambities: o Behouden van oorspronkelijke materialen in samenhang met de circulaire ambities o De mogelijkheden voor levensloopbestendig wonen o Gebruik bio-based materialen Wijzigingen uit het beleidskader Monumenten worden vertaald naar de welstansnota én in lijn met de systematiek van de nota ingepast.

Vraag aan het stadsdeel: In te stemmen met de actualisering van het beleidskader monumenten en het wijzigingsvoorstel welstandsnota zodat deze in lijn kan worden gebracht met de gemeentelijke ambities tot het verruimen en expliciteren van de mogelijkheden voor het verduurzamen van monumenten.

Conceptadvies DB Het dagelijks bestuur formuleert hier – indien van toepassing – voor de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost oordeelt positief over de voorgestelde actualisatie van het Beleidskader Monumenten en de daarmee samenhangende wijziging van de Welstandsnota. Het dagelijks bestuur ondersteunt het doel om het beleidskader aan te laten sluiten op de huidige praktijk met de laatste technische inzichten, richtlijnen op te nemen voor jongere monumenten en ruimere maatregelen op te nemen voor verduurzaming. Dit acht het dagelijks bestuur een voor de huidige uitvoeringspraktijk wenselijke aanpassing, die tevens in lijn is met de gewenste verduurzaming van de bebouwde omgeving van Amsterdam. Voldoende bescherming van de monumenten in onze stad blijft van groot belang. Door de regels zo op te stellen dat er uitzonderingen mogelijk worden gemaakt voor delen van de gebouwen die monumentale waarden vertegenwoordigen (bijvoorbeeld “Toegestaan, zolang deze geen monumentale waarden vertegenwoordigt”) is er voldoende mogelijkheid voor nadere bescherming (maatwerk voor de verschillende monumenten). Verder is het dagelijks bestuur positief over de in de actualisatie opgenomen verduidelijkingen, explicitering en uitleg (onder andere over het voorkomen van schimmelproblematiek). Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost adviseert het college om de volgende punten mee te nemen voordat het

Pagina 2 van 7

Beleidskader definitief wordt vastgesteld. Capaciteit voor uitvoering Medewerkers van de (VTH)-uitvoering zijn betrokken bij de ontwikkeling van het voorstel om het Beleidskader Monumenten te actualiseren en daarmee de wijziging van de Welstandsnota. Bij een eerste technische beschouwing lijkt de druk op de bestaande capaciteit niet te worden vergroot. Het voorstel betreft in hoofdzaak een nodige technische actualisatie van een 10 jaar oud beleidskader, waarbij zaken aanvullend worden verduidelijkt c.q. toegelicht en op punt verruimd De druk op de bestaande capaciteit is echter al hoog vanwege de grootschalige stelselherziening onder de Omgevingswet, waarmee zowel door de uitvoerend medewerkers als door externe partijen ervaring moet worden opgedaan. Het dagelijks bestuur vraagt aandacht aan het college voor de waarborging van voldoende capaciteit voor de uitvoering van de wettelijke VTH opgaven. Parallelle trajecten Er wordt vanuit verschillende beleidskaders geadviseerd op aanpassingen van monumenten. Het beschermen van monumenten op detailniveau, zoals materialisering en detaillering, ligt bij de Commissie Omgevingskwaliteit en Monumenten en Archeologie.

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost adviseert in het beleidskader toe te lichten dat bepaalde ingrepen als bijvoorbeeld “zichtbaarheid van installaties op het dak” in dit beleidskader alleen beoordeeld worden vanuit de monumentale waarde van het pand. Buiten dit kader valt advisering op andere onderdelen, bijvoorbeeld op stedenbouwkundige aspecten, waarbij ingrepen in gebouwen vanuit een ander belang in een bredere context worden beoordeeld. Inhoudelijke onderwerpen Het dagelijks bestuur verzoekt het college op onderstaande inhoudelijke onderwerpen de opmerkingen te verwerken. Deze opmerkingen staan cursief in onderstaande tabel. Beleidskader Monumenten WAS DAKEN (6.6. beleidskader Mon.) Installaties mogen niet zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied

Beleidskader WORDT Installaties mogen ondergeschikt zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied. • Geldt dit voor alle installaties, ook bijv. Voor een airco, of alleen voor installaties tbv duurzaamheidsmaatregelen? En voor alle groottes van installaties? • Wat wordt verstaand onder ‘ondergeschikt zichtbaar’? Het plaatsen van installaties (bijvoorbeeld buitenunits voor warmtepompen) op hellende daken is toegestaan mits deze niet hoger komen dan de nok. • Betekent dit dat installaties ook op het vooren zijdakvlak mogen worden geplaatst? • Geldt de regel dat installaties ondergeschikt zichtbaar mogen zijn ook hier? Wat betekent dat voor bijvoorbeeld een voorgestelde installatie op het voordakvlak? Bij platte daken moet bij installaties (bijvoorbeeld buitenunits voor warmtepompen) aan de achterzijde de afstand tot de dakrand minimaal de hoogte van de unit bedragen met een minimum van 1 m. • Hoe zit het aan de voor-en zijkant van het

Pagina 3 van 7

DAKEN (6.6. beleidskader Mon.) Zendmasten of-installaties zijn op monumenten niet toegestaan

DAKEN (6.6. beleidskader Mon.) Zonnepanelen

platte dak? Hoeft daar geen minimale afstand aangehouden te worden? Of dienen deze installaties zover mogelijk aan de achterzijde (of zijde die niet gekeerd is naar openbaar gebied) gepositioneerd te worden? • Geldt hier ook de ‘ondergeschikte zichtbaarheid’? Is het beleid niet wat te soepel op het punt van installaties? Moet er niet gespecificeerd worden om welk type installaties het gaat, om welke grootte? En is het goed om te beschrijven dat de voorkeur uitgaat naar plaatsing aan de achterzijde (of zijde die niet gekeerd is naar openbaar gebeid) van het pand? Zendmasten of -installaties op monumenten zijn alleen mogelijk wanneer de installatie niet hinderlijk zichtbaar is vanaf openbaar gebied, het beeld niet wordt verstoord en de installatie volledig reversibel kan worden aangebracht. • Wat wordt verstaan onder ‘niet hinderlijk zichtbaar’? • In de advisering wordt vanuit verschillende afdelingen gekeken naar zichtbaarheid. Er kan op stedenbouwkundig niveau nog wel geoordeeld worden dat de zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte of omliggende woningen te groot is. Zonnepanelen of -collectoren zijn mogelijk indien ondergeschikt, met uitzondering van panden die liggen in de kernzone van het UNESCO Werelderfgoed (gebied).

Bij daken die zijn gedekt met leien, koper, losanges of een andere zeldzame dakbedekking zijn zonnepanelen in beginsel niet toegestaan • Wat wordt verstaan onder ‘ondergeschikt’?

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost vraagt het college om een terugkoppeling van de afhandeling van de gevraagde adviezen. Advies stadsdeelcommissie Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

Er is door de stadsdeelcommissie niet aanvullend geadviseerd.

Finaal advies DB Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost oordeelt positief over de voorgestelde actualisatie van het Beleidskader Monumenten en de daarmee samenhangende wijziging van de Welstandsnota. Het dagelijks bestuur ondersteunt het doel om het beleidskader aan te laten sluiten op de huidige praktijk met de laatste technische inzichten, richtlijnen op te nemen voor jongere monumenten en ruimere maatregelen op te nemen voor verduurzaming. Dit acht het dagelijks bestuur een voor de huidige uitvoeringspraktijk wenselijke aanpassing, die tevens in lijn is met de gewenste verduurzaming van de bebouwde omgeving van Amsterdam. Voldoende bescherming van de monumenten in onze stad blijft van groot belang. Door de regels zo op te stellen dat er

Pagina 4 van 7

uitzonderingen mogelijk worden gemaakt voor delen van de gebouwen die monumentale waarden vertegenwoordigen (bijvoorbeeld “Toegestaan, zolang deze geen monumentale waarden vertegenwoordigt”) is er voldoende mogelijkheid voor nadere bescherming (maatwerk voor de verschillende monumenten). Verder is het dagelijks bestuur positief over de in de actualisatie opgenomen verduidelijkingen, explicitering en uitleg (onder andere over het voorkomen van schimmelproblematiek). Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost adviseert het college om de volgende punten mee te nemen voordat het Beleidskader definitief wordt vastgesteld. Capaciteit voor uitvoering Medewerkers van de (VTH)-uitvoering zijn betrokken bij de ontwikkeling van het voorstel om het Beleidskader Monumenten te actualiseren en daarmee de wijziging van de Welstandsnota. Bij een eerste technische beschouwing lijkt de druk op de bestaande capaciteit niet te worden vergroot. Het voorstel betreft in hoofdzaak een nodige technische actualisatie van een 10 jaar oud beleidskader, waarbij zaken aanvullend worden verduidelijkt c.q. toegelicht en op punt verruimd De druk op de bestaande capaciteit is echter al hoog vanwege de grootschalige stelselherziening onder de Omgevingswet, waarmee zowel door de uitvoerend medewerkers als door externe partijen ervaring moet worden opgedaan.

Het dagelijks bestuur vraagt aandacht aan het college voor de waarborging van voldoende capaciteit voor de uitvoering van de wettelijke VTH opgaven. Parallelle trajecten Er wordt vanuit verschillende beleidskaders geadviseerd op aanpassingen van monumenten. Het beschermen van monumenten op detailniveau, zoals materialisering en detaillering, ligt bij de Commissie Omgevingskwaliteit en Monumenten en Archeologie. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost adviseert in het beleidskader toe te lichten dat bepaalde ingrepen als bijvoorbeeld “zichtbaarheid van installaties op het dak” in dit beleidskader alleen beoordeeld worden vanuit de monumentale waarde van het pand. Buiten dit kader valt advisering op andere onderdelen, bijvoorbeeld op stedenbouwkundige aspecten, waarbij ingrepen in gebouwen vanuit een ander belang in een bredere context worden beoordeeld. Inhoudelijke onderwerpen Het dagelijks bestuur verzoekt het college op onderstaande inhoudelijke onderwerpen de opmerkingen te verwerken. Deze opmerkingen staan cursief in onderstaande tabel. Beleidskader Monumenten WAS DAKEN (6.6. beleidskader Mon.) Installaties mogen niet zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied

Beleidskader WORDT Installaties mogen ondergeschikt zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied. • Geldt dit voor alle installaties, ook bijv. Voor een airco, of alleen voor installaties tbv duurzaamheidsmaatregelen? En voor alle groottes van installaties? • Wat wordt verstaand onder ‘ondergeschikt zichtbaar’? Het plaatsen van installaties (bijvoorbeeld buitenunits voor warmtepompen) op hellende daken is toegestaan mits deze niet hoger komen dan de nok. • Betekent dit dat installaties ook op het voor-en zijdakvlak mogen worden geplaatst? • Geldt de regel dat installaties ondergeschikt zichtbaar mogen zijn ook hier? Wat betekent dat voor bijvoorbeeld een voorgestelde installatie op

Pagina 5 van 7

het voordakvlak?

DAKEN (6.6. beleidskader Mon.) Zendmasten of-installaties zijn op monumenten niet toegestaan

DAKEN (6.6. beleidskader Mon.) Zonnepanelen

Bij platte daken moet bij installaties (bijvoorbeeld buitenunits voor warmtepompen) aan de achterzijde de afstand tot de dakrand minimaal de hoogte van de unit bedragen met een minimum van 1 m. • Hoe zit het aan de voor-en zijkant van het platte dak? Hoeft daar geen minimale afstand aangehouden te worden? Of dienen deze installaties zover mogelijk aan de achterzijde (of zijde die niet gekeerd is naar openbaar gebied) gepositioneerd te worden? • Geldt hier ook de ‘ondergeschikte zichtbaarheid’? Is het beleid niet wat te soepel op het punt van installaties? Moet er niet gespecificeerd worden om welk type installaties het gaat, om welke grootte? En is het goed om te beschrijven dat de voorkeur uitgaat naar plaatsing aan de achterzijde (of zijde die niet gekeerd is naar openbaar gebeid) van het pand? Zendmasten of -installaties op monumenten zijn alleen mogelijk wanneer de installatie niet hinderlijk zichtbaar is vanaf openbaar gebied, het beeld niet wordt verstoord en de installatie volledig reversibel kan worden aangebracht. • Wat wordt verstaan onder ‘niet hinderlijk zichtbaar’? • In de advisering wordt vanuit verschillende afdelingen gekeken naar zichtbaarheid. Er kan op stedenbouwkundig niveau nog wel geoordeeld worden dat de zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte of omliggende woningen te groot is.

Zonnepanelen of -collectoren zijn mogelijk indien ondergeschikt, met uitzondering van panden die liggen in de kernzone van het UNESCO Werelderfgoed (gebied). Bij daken die zijn gedekt met leien, koper, losanges of een andere zeldzame dakbedekking zijn zonnepanelen in beginsel niet toegestaan • Wat wordt verstaan onder ‘ondergeschikt’?

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost vraagt het college om een terugkoppeling van de afhandeling van de gevraagde adviezen.

Reactie college op advies dagelijks bestuur < Invulinstructie: Na collegebesluit hier de reactie van het college op het finaal advies van het dagelijks bestuur. Het ingevulde formulier meesturen naar de gemeenteraad en gelijktijdig naar de stadsdelen. > …

Pagina 6 van 7

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041389/1