CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 03A Nota van Beantwoording beleidskader-welstandsnota

RAAD 2 juli 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de wijzigingen in de Welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam (VN2026-004048)1.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskader Monumenten 2026

Nota van Beantwoording

Gemeente Amsterdam

Nota van beantwoording Samenvatting en beantwoording zienswijzen naar aanleiding van de actualisatie Beleidskader Monumenten en de bijbehorende wijzigingen in de Welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam. Op het verzoek om zienswijzen (d.d. 11-12-2025) hebben Erfgoedvereniging Heemschut en Eigen Haard een zienswijze ingediend (d.d. 19-1-2026). Deze zienswijzen worden in dit document samengevat en beantwoord (cursief). De integrale zienswijzen worden toegevoegd in de bijlagen van de besluitvorming. Voor de leesbaarheid van deze samenvatting is ervoor gekozen de ingekomen zienswijzen naar verschillende thema’s te verdelen.

Zienswijze Eigen Haard (d.d. 19-1-2026), zie bijlage 03B Waardering Eigen Haard spreekt in zijn zienswijze waardering uit over de voorgenomen wijzigingen, de mogelijkheden te verduurzamen en tegelijk zorg te blijven dragen voor het behoud van monumentale waarden. Proces Eigen Haard geeft aan dat monumentale huurwoningen moeten voldoen aan actuele eisen zoals vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving en door de cultuurhistorische waarde verduurzaming een uitdaging blijft. Zij vragen dan ook een flexibele opstelling van de gemeente om zich niet strikt vast te houden aan alle gestelde eisen, maar maatwerk te bieden per project. Een goede samenwerking is hierbij van belang. Reactie Gezien de verscheidenheid aan monumenten en hun specifieke kenmerken is het werken aan monumenten altijd maatwerk. Bureau Monumenten en Archeologie zoekt hier dan ook graag de samenwerking op met eigenaren om te zoeken naar de best passende oplossingen. Locatiebezoek tijdens de planvorming en tijdens de uitvoering zijn (kosteloze) diensten die worden verleend aan de initiatiefnemer. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat op grond van artikel 2.8 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) erfgoedwaarden die blijken uit een omgevingsvergunning voor een monument voorgaan op technische regels in H3 t/m H5 van het Bbl.

Communicatie Ook een effectieve communicatie naar de verschillende stakeholders (ontwikkelaars, architecten, aannemers) van het complete pakket van richtlijnen telt hierbij. Transparante voorlichting richting verschillende stakeholders van het cultureel erfgoed om meer kennis en duidelijkheid te geven en de samenwerking op te zoeken. Liefst via toegankelijke publicaties op de gemeentelijke website met heldere teksten en illustraties. Reactie Communicatie en het overbrengen van kennis is een belangrijk onderdeel van het werk bij Bureau Monumenten en Archeologie. In de Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed heeft de gemeente ook de ambitie vastgelegd om de verschillende mogelijkheden van verduurzaming voorafgaand aan het planproces te verduidelijken. Onder andere door het Loket Duurzaam Erfgoed op te schalen naar hèt loket voor vragen met betrekking tot het verduurzamen van monumenten. Om het beleid beter 1

Gemeente Amsterdam uitvoerbaar te maken zijn handreikingen gepubliceerd die via de website www.amsterdam.nl/duurzaamerfgoed beschikbaar zijn. Hierin wordt met meer uitleg, heldere illustraties en voorbeelden duidelijk gemaakt wat de mogelijkheden zijn van bijvoorbeeld warmtepompen, zonnepanelen en zonwering. In 2026 werken we verder aan de gebiedsgerichte uitwerking van het beleidskader. Want niet elk monument is gelijk. Hierin zullen initiatiefnemers snel de benodigde criteria voor hun monument kunnen vinden. Ook kunnen voorbeeldprojecten worden opgenomen om inzichtelijke te maken wat mogelijk is.

Zienswijze Erfgoedvereniging Heemschut (d.d. 19-1-2026), zie bijlage 03C Waardering Ook Erfgoedvereniging Heemschut geeft in haar zienswijze aan zich te kunnen vinden in de voorgestelde aanpassingen op het vlak van verduurzaming. Ook worden andere wijzigingen gewaardeerd, zoals meer aandacht voor behoud van pleisterwerk, betimmering, behang en moderne gevelbekleding. Inhoudelijk Inhoudelijk vraagt Erfgoedvereniging Heemschut om een wijziging wat betreft het toestaan van ventilatieroosters in het glas bij ramen met een indifferente of positieve monumentwaarde. Gesteld wordt dat bij positief gewaarde ramen geen ventilatierooster zou mogen worden toegepast omdat het gaat om monumenten die als geheel beschermd dienen te worden, ook de gevels die niet aan de openbare ruimte grenzen. Reactie Het beleidskader beoordeelt ingrepen aan de hand van vastgestelde criteria voor monumentale waarden. Deze criteria c.q. monumentwaarden zijn ‘indifferent’, ‘positief’ of ‘hoog’. Bij indifferente of positieve waarden zijn er mogelijkheden om, bij ramen die niet grenzen aan de openbare ruimte, ventilatieroosters toe te passen. Bij hoog monumentale ramen wordt er naar andere mogelijkheden gezocht. In de praktijk wordt de afweging gemaakt tussen goede ventilatievoorzieningen en aangetroffen waarden. Ventilatie is noodzakelijk om het binnenklimaat gezond te houden en vocht in pand af te voeren.

Bij monumenten is het vinden van een oplossing met respect voor de monumentale waarden en ventilatie te realiseren vaak te vinden. Vandaar dat voor ramen met geen of een positieve monumentwaarde niet grenzend aan de openbare ruimte de mogelijkheid van een rooster in het glas wordt geboden. Het monument wordt daarmee nog steeds als geheel beschermd, maar er wordt wel onderscheid gemaakt naar monumentwaarden voor deze reversibele toevoeging. Voor zonnepanelen en zonwering geeft Heemschut aan het niet duidelijk te vinden waarom er onderscheid gemaakt wordt tussen panden binnen en buiten de UNESCO-zone en geeft zij aan geen reden te zien voor een verschil tussen de kern- en bufferzone. Reactie De juridische bescherming voor kern- en bufferzone is gebaseerd op het feit dat dit gehele gebied Rijksbeschermd stadsgezicht is. Voor de kernzone geldt, dat inspanning van de ‘siteholder’ – de gemeente Amsterdam - om de Outstanding Universal Value van het UNESCO Werelderfgoed (kernzone) naar het beste van haar vermogen moet beschermen. Daarbij wordt ook de integrity and authenticity van het kerngebied meegewogen, net als de ‘visual impact’. De uitkomsten van

2

Gemeente Amsterdam zorgvuldig onderzoek hiernaar is leidend om de voorgestelde maatregelen binnen de kernzone mogelijk te maken. Heemschut constateert dat de vele nuanceringen of handreikingen in de voorstellen de duidelijkheid niet verbeteren. Zij verzoekt termen zoals ‘tenzij deze afbreuk doet aan’, ‘in beginsel niet toegestaan’, ‘ondergeschikt zichtbaar’, ‘niet hinderlijk zichtbaar’, ‘het beeld niet wordt verstoord’ en ‘niet of nauwelijks zichtbaar’ te schrappen of duidelijk te maken wat hieronder wordt verstaan om discussies te voorkomen. De term ‘niet hinderlijk zichtbaar’ lijkt Erfgoedvereniging Heemschut volstrekt niet hanteerbaar en niet te handhaven. Reactie Het doel van het beleidskader is richtlijnen te bieden voor de beoordeling van ingrepen aan monumenten. Dit biedt de monumentadviseurs van Bureau Monumenten en Archeologie en de Commissie Omgevingskwaliteit de kaders voor hun advisering. Aangezien het beoordelen altijd maatwerk is gezien de vele verschillende situaties, dienen de beleidsregels enige ruimte te bieden om deze veelvoud aan unieke situaties te kunnen beoordelen. In 2026 wordt gestart met een gebiedsgerichte uitwerking van het beleidskader. Hierin wordt aansluiting gezocht bij het ruimtelijk systeem van de Commissie Omgevingskwaliteit en onderscheid gemaakt naar gebouwtypologie. Goede voorbeeldprojecten dienen ter inspiratie.

De term ‘ondergeschikt zichtbaar’ wordt in het beleidskader gebruikt bij zonnepanelen en -collectoren, installaties op daken en kelders en souterrains. Zichtbare, maar onopvallende, maatregelen zijn mogelijk en leiden niet af van de beeldkwaliteit van het betreffende pand en/of de omgeving. Bij iedere aanvraag zal opnieuw de zichtbaarheid en gevolgen voor het monument en stadsbeeld worden beoordeeld, deze is afhankelijk van de ruimtelijke context waarin het zich begeeft. Gezien de noodzaak voor maatwerk zijn algemene regels hier niet te formuleren, uiteindelijke beoordeling vindt plaats in het kader van de advisering door de Commissie Omgevingskwaliteit. Dit is verduidelijkt in het beleidskader. De term ‘niet hinderlijk zichtbaar’ wordt in het beleidskader gebruikt bij zendmasten en -installaties en binnen-voorzetramen. Het streven is hier dat de installatie of voorzetramen niet storend in het oog vallen. Het hanteren van het begrip ‘niet hinderlijk zichtbaar’ is nodig om het dilemma te duiden: enerzijds plaatsing mogelijk maken maar anderzijds aandacht te besteden aan een zo onopvallend mogelijke plaatsing. Gezien de noodzaak voor maatwerk zijn algemene regels hier minder goed te formuleren, uiteindelijke beoordeling vindt plaats in het kader van de advisering door de Commissie Omgevingskwaliteit.

De term ‘tenzij deze afbreuk doet aan’ wordt in het beleidskader gebruikt bij zonwering. Deze term wordt gehanteerd omdat er per situatie andere criteria kunnen gelden. Bij iedere aanvraag zal de gevolgen voor het aanzicht van het pand worden beoordeeld, deze is afhankelijk van de architectuur en de ruimtelijke context waarin het zich begeeft. Gezien de noodzaak voor maatwerk zijn algemene regels hier minder goed te formuleren, uiteindelijke beoordeling vindt plaats in het kader van de advisering door de Commissie Omgevingskwaliteit. De term ‘het beeld niet wordt verstoord’ wordt in het beleidskader gebruikt bij zendmasten en installaties en bij schilderwerk. Deze term wordt gehanteerd omdat er per situatie andere criteria kunnen gelden. Bij iedere aanvraag zal opnieuw de zichtbaarheid en gevolgen voor het aanzicht van het monument en/of de omgeving worden beoordeeld, deze is afhankelijk van de ruimtelijke context waarin het zich begeeft. Gezien de noodzaak voor maatwerk zijn algemene regels hier minder goed te 3

Gemeente Amsterdam formuleren, uiteindelijke beoordeling vindt plaats in het kader van de advisering door de Commissie Omgevingskwaliteit. Voor de term ‘in beginsel niet toegestaan’ is gekozen omdat het eerste uitgangspunt dan is dat de bedoelde ingreep niet voldoet aan het beleidskader. Echter zijn er dan situaties voorstelbaar waarbij er bij uitzondering toch in gezamenlijkheid oplossingen te vinden zijn. Met behulp van handreikingen zoals gepubliceerd op de website www.amsterdam.nl/duurzaamerfgoed wordt met meer uitleg en illustraties duidelijk gemaakt wat er mogelijk is.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17132434/2