Bijlage 02_Raadsvoordracht Beleidskader Buurtrechten.pdf
Tekst van het document
Nummer < automatisch > Directie
< automatisch >
Voordracht voor de Raadsvergadering van 1 december 2021
Portefeuille Agendapunt Datum besluit
Democratisering < automatisch > 1 december 2011 Onderwerp Vaststellen Stedelijk Beleidskader Buurtrechten. De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1.
2. 3.
Het Beleidskader Buurtrechten vast te stellen, met als belangrijkste punten: 1. Het belang en het doel van buurtrechten om bewoners meer eigenaarschap te geven en bij te laten dragen aan de oplossing van (complexe) opgaven in Amsterdam. 2. Informatie over wat buurtrechten zijn, met als belangrijkste buurtrechten het uitdaagrecht, het biedingsrecht en het buurtplan recht. 3. Samenwerking, beheersing van risico’s en onze rol als gemeente op ambtelijk, management en bestuurlijk niveau. 4. De voorwaarden voor het indienen van buurtrechten. 5. De mogelijkheden die wij als gemeente de initiatiefnemers van een buurtrecht geven waaronder een beschrijving van de financiële kaders, de mogelijkheden en huidige beperkingen. 6. Een heldere en transparante werkwijze, waarbij kansrijke initiatieven voor akkoord worden voorgelegd aan vakinhoudelijke wethouders en dagelijks bestuursleden van de stadsdelen. 7. Een voorstel om de werking van dit beleidskader te onderzoeken en evalueren Kennis te nemen van de uitwerking van het addendum op de beleidsbrief democratisering. Kennis te nemen van de adviezen van de stadsdelen en Weesp en welke adviezen hebben geleid tot aanpassingen in het beleidskader buurtrechten.
Wettelijke grondslag
Artikel 149 Gemeentewet: Het vaststellen van het onderhavige beleidskader hoort bij de kaderstellende rol van de raad. Het begrip zelf komt niet voor in de Wet dualisering Gemeentebestuur of de Gemeentewet. In de Memorie van Toelichting van de Wet dualisering gemeentebestuur wordt het begrip echter gekoppeld aan de verordende bevoegdheid van de raad. “Met de verordende bevoegdheid stelt de raad vooraf de normen en verschaft hij de kaders waarbinnen het gemeentebestuur opereert”. De memorie van toelichting bij de Wet dualisering gemeentebestuur stelt dat het gaat om twee soorten kaders: 1. Kaderstelling door middel van regelgeving (verordeningen) en budgetrecht (begroting) 2. Kaderstelling door middel van politiek-bestuurlijke instrumenten, zoals de vaststelling van beleidsnota’s/kaders of moties. Bestuurlijke achtergrond
-
-
-
Het college heeft in het coalitieakkoord 2018-2022 aangekondigd om te gaan experimenteren met buurtrechten in de vorm van pilots en buurtrechten te willen vastleggen in beleid. Met de vaststelling van beleidsbrief democratisering op 1 april 2019 hebben het college en de raad ingestemd met het vastleggen van buurtrechten. Op 25 juni 2019 heeft het college ingestemd met het plan van aanpak buurtrechten waarin wordt beschreven dat het beleidskader en de werkwijze worden ingericht aan de
hand van pilots, onderzoeken en participatieve sessies. Onderbouwing besluit
Ad 1. Het Beleidskader Buurtrechten vast te stellen De opzet van het beleidskader De opzet van het conceptbeleidskader is tot stand gekomen door het uitvoeren van pilots in Amsterdam en onderzoek te doen onder ambtenaren en initiatiefnemers. Het is ontwikkeld met andere steden. De leerpunten en aanbevelingen uit de pilots en onderzoeken vormen de basis van dit beleidskader. In interactieve sessies is gewerkt aan de ontwikkeling van een praktische werkwijze. Van dit beleidskader zal een publieksversie worden gemaakt. Hieronder volgt per punt een korte toelichting. 1.1 Het belang en het doel van buurtrechten voor Amsterdam Eén van de ambities in het coalitieakkoord is om meer gebruik te maken van de kennis en ideeën van Amsterdammers. Bewoners ontwikkelen in collectief verband initiatieven en ontwikkelen integrale, lokaal passende oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en leveren impact en meerwaarde voor de stad. Met het ondersteunen van deze initiatieven vergroten we ook de betrokkenheid van bewoners en ondernemers bij hun buurt, ontstaan er meer sociale netwerken en bereiken we meer kwetsbare Amsterdammers. Daarom wil het college de ruimte geven aan initiatieven van Amsterdammers en de samenwerking met hen aangaan om goede en waardevolle ideeën te realiseren. Het doel van buurtrechten Buurtrechten klinken juridisch, maar in feite zijn het democratische rechten.
Rechten voor bewoners om initiatieven te nemen en de samenleving in de buurten van Amsterdam op hun eigen manier vorm te geven. Met dit stedelijk beleidskader buurtrechten willen we de samenwerking met initiatieven die gebruik maken van buurtrechten stroomlijnen, ruimte bieden in onze beleidskaders en zo het eigenaarschap in de buurten van Amsterdam vergroten. Het beleidskader buurtrechten biedt kans om : 1. Maatschappelijke betrokkenheid om te kunnen zetten in maatschappelijke netwerken die bijdragen kunnen leveren aan de uiteenlopende complexe vraagstukken waar Amsterdam voor staat. 2. Als overheid responsiever te kunnen inspelen op geluiden uit de samenleving en samen met bewoners sneller meer resultaat op straat kunnen realiseren. Voor de gemeentelijke organisatie betekent dit dat we: 3. Buurtrechten beter in ontvangst te kunnen nemen . 4. Explicieter en duidelijker kunnen zijn wanneer buurtrechten een kans van slagen hebben en wanneer niet zodat er geen valse verwachtingen worden gewekt. 5. Bestuurlijk en ambtelijk veel eerder dan nu het geval is ook duidelijk en goed onderbouwd ja of nee kunnen zeggen. 6. Duidelijker kunnen zijn in de spelregels en afwegingen die we maken als van het buurtrecht gebruik wordt gemaakt. 7. Bestuurlijke willekeur over het al dan niet toekennen van een buurtrecht verminderen. 8.
In de organisatie efficiënter en effectiever kunnen werken met initiatief van buiten en bureaucratie te verminderen . 9. Inhoud en vorm kunnen geven aan een actieve kort cyclische en agile leeromgeving samen met Amsterdamse initiatiefnemers. De plek van buurtrechten binnen democratisering Buurtrechten geven ruimte aan bewoners die zelf een initiatief nemen. Dit is meteen het onderscheid met de participatieparagraaf, het participatiebeleid en de
referendumverordening waarbij bewoners invloed uit kunnen oefenen op beleid en plannen van de gemeente. Er is ook een onderscheid met maatschappelijke initiatieven die gebruik maken van de subsidieregeling Integraal Maatschappelijk Initiatief. Deze maatschappelijke initiatieven nemen geen specifieke taak over van de overheid, maar dragen in algemene zin bij aan meerdere maatschappelijke thema’s in de stad zoals armoede, duurzaamheid, groen in de stad en werkgelegenheid. Ook met de inzet van buurtbudgetten krijgen bewoners de gelegenheid om initiatieven in te dienen. Dit is op uitnodiging van de gemeente. De besluitvorming of de plannen al dan niet worden uitgevoerd ligt bij de bewoners. Buurtbudgetten ondersteunen doorgaans eenmalige initiatieven. Initiatiefnemers die gebruik maken van buurtrechten hebben duurzame plannen. Bij buurtrechten doen bewoners een bod. Ze willen taken overnemen van de gemeente, een pand gebruiken voor een maatschappelijke functie of een andere inrichting van een straat, plein of park. Er kan wel sprake zijn van initiatieven die zowel een buurtrecht betreffen als aansluiten op de subsidieregeling maatschappelijk initiatief of andere bestaande gemeentelijke ondersteuningsmaartregelen. In de samenwerking met initiatieven zal goed uitgezocht worden met welke instrument(en) het initiatief zo goed mogelijk wordt ondersteund.
Een andere manier van samenwerken De plannen van initiatiefnemers raken vaak meerdere beleidsterreinen. Ze ontwikkelen een integrale en lokale aanpak voor opgaven die spelen in de buurt of bij een specifieke doelgroep. Daardoor passen ze niet één op één in onze beleidskaders. Bij gebrek aan integrale voorwaarden vanuit buurtrechten worden initiatieven op dit moment vanuit al die verschillende beleidsterreinen beoordeeld. Dit zorgt voor onduidelijkheid in de organisatie en bij initiatiefnemers. Het veroorzaakt wantrouwen en jaagt zelfs initiatieven van ons weg. Vanuit zowel ambtenaren als initiatiefnemers is er behoefte aan een duidelijk kader en een eenduidige werkwijze waarin afspraken over samenwerking, inzet van expertise en budget worden vastgelegd. De werkwijze in dit beleidskader biedt een richtlijn voor de beoordeling van buurtrechten en beschrijft een heldere taakverdeling. Zo willen we initiatieven makkelijker door de bureaucratie heen helpen. Niet door het optuigen van een nieuw bureaucratisch systeem maar met een duidelijk proces en een heldere taakverdeling. Om initiatieven op de juiste manier te ondersteunen bieden we hen samenwerking, expertise en budget. Bij buurtrechten werken we andersom. Ons uitgangspunt is het idee van de initiatiefnemers, niet onze gemeentelijke kaders. Dit is anders dan we gewend zijn.
We willen maatwerk leveren dat past bij de aanpak van het initiatief. De expertise van verschillende ambtenaren is nodig om gezamenlijk met het initiatief te zoeken naar oplossingen binnen de kaders of, indien nodig daarbuiten. In deze samenwerking wordt het oorspronkelijke plan van de initiatiefnemers aangescherpt en verbeterd. Dit betekent niet dat onze bestaande kaders niet meer geldig zijn, die blijven gewoon bestaan. We zoeken wel naar mogelijkheden en bekijken met een integraal team of we beargumenteerd af kunnen wijken. Daar waar het besluit op management of bestuurlijk niveau moet worden genomen organiseren we besluitvorming. Deze werkwijze is een belangrijk onderdeel van dit beleidskader en wordt in paragraaf 6 verder uitgewerkt. 1.2 Wat zijn buurtrechten? Buurtrechten zijn in het leven geroepen om bewoners uit te nodigen en te stimuleren initiatief te nemen. Ze zijn in Engeland ontstaan (Community Rights) waar ze vastgelegd zijn in de Localism Act. Verschillende landen hebben buurtrechten omarmd en geven daar op hun eigen manier vorm aan. Ook de Nederlandse overheid stimuleert gemeenten om buurtrechten vast te leggen in een beleidskader en/of verordening. 1.
Uitdaagrecht (right to challenge ): Initiatiefnemers hebben het recht om een plan in te dienen om bestaande taken van de gemeente zelf uit te voeren of te coproduceren, wanneer zij denken dat het op deze wijze beter aansluit bij wat er speelt in de buurt of stad. 2. Biedingsrecht op maatschappelijk vastgoed of openbare grond (right to bid):
initiatiefnemers hebben het recht om een bod te doen op de huur of koop van een pand of de huur van grond voor de realisatie van een maatschappelijke functie. 3. Buurtplan recht (right to plan): initiatiefnemers hebben het recht een plan in te dienen voor de inrichting van de openbare ruimte. Er zijn nog drie aanvullende buurtrechten die de bovengenoemde buurtrechten versterken. Dit zijn het recht op informatie, oftewel open overheid, recht op toegang tot geld (budget) en recht op zelfgekozen ondersteuning (inhuren van expertise door een initiatief). Meer informatie over buurtrechten is te vinden in het concept beleidskader met praktijkvoorbeelden uit Amsterdam en andere steden (paragraaf 2) . Wie maken er gebruik van buurtrechten? Initiatiefnemers maken niet zomaar gebruik van buurtrechten. Ze onderscheiden zich van kleine, startende en eenmalige initiatieven die vaak ontstaan in de stadsdelen. Wel zijn ze vaak gestart als klein initiatief. Het overnemen van een publieke taak, beheer van een pand en ontwerp van de openbare ruimte vraagt veel deskundigheid en uithoudingsvermogen. Het zijn organisaties die al langer bestaan, draagvlak hebben in de buurt en gemeentelijke beleidsdoelen dienen. Ze hebben voldoende expertise en kennis in huis hebben om een werkende organisatie op te tuigen en hun plan ten uitvoering te brengen.
Het zijn vaak volwassen initiatieven met veel ervaring. Doordat maatschappelijk initiatieven zich al doende ontwikkelen en reageren op opgaven in de buurt hebben ze een integrale aanpak waarmee ze meerdere beleidsdoelen bereiken. Dit maakt maatschappelijke initiatieven ook anders dan onze vaste partners die hun aanpak hebben ontwikkeld aan de hand van onze van tevoren vastgestelde kaders. Bij het uitdaagrecht wordt naast de taken ook het bijbehorende budget dat daarvoor op de begroting staat overgedragen aan het initiatief. Dit betekent dat wij hen behandelen als een volwaardige en gelijkwaardige partner. Zij voeren immers een publieke taak uit. In het kader van het uitdaagrecht moeten wij hen daarvoor ook dienovereenkomstig financieren. In paragraaf 5 over de financiële kaders is hier meer informatie over te vinden. Een uitzondering voor de individuele voorzieningen jeugd (specialistisch) en zorg Vanuit zorg en jeugd wordt verzocht in elk geval de komende drie jaar een uitzondering op de algemene toegankelijkheid van het buurtrecht te maken voor de individuele voorzieningen. Argumenten voor uitzondering Het college heeft aangegeven dat het belangrijk is met minder partijen te werken als het gaat om individuele voorzieningen jeugd (specialistisch) en zorg. Ook heeft het college opdracht gegeven de noodzakelijke samenwerking tussen de partijen beter vorm te geven.
Met buurtrechten laten we meer partijen toe wat botst met deze opdracht. Daarnaast is er het toezichtskader WMO en Jeugdwet voor individuele voorzieningen waar de maatschappelijke initiatieven die gebruik maken van buurtrechten aan moeten voldoen. Dit vraagt de komende periode uitwerking. Voornemen is daarom de komende drie jaar de individuele voorzieningen niet open te stellen voor de buurtrechten. Na drie jaar kan op basis van de situatie op dat moment besloten worden dit wel te doen. Wel kan expliciet in de procedures rondom subsidies en aanbestedingen ruimte gemaakt worden voor maatschappelijk initiatieven die gebruik maken van buurtrechten 1.3 Samenwerking, risico beheersing en onze rol als gemeente op ambtelijk, management en bestuurlijk niveau (dagelijks bestuursleden, wethouders en raad) Rol ambtelijk, management en bestuurlijk (dagelijks bestuursleden, wethouders en raad) Om buurtrechten werkzaam te maken en initiatieven te realiseren is er samenwerking, expertise en budget nodig vanuit de gemeente. In het kader met de daarin opgenomen werkwijze worden een proces van samenwerking en taken en rollen beschreven. - Ambtenaren: worden vanaf het begin betrokken bij initiatieven die buurtrechten
-
-
-
indienen. Zij geven advies op basis van hun inhoudelijke expertise en bereiden het bestuurlijk advies voor over het aangaan van een buurtrecht. In de samenwerking met initiatieven geven zij advies op de verdere uitwerking van het plan van de initiatiefnemers en leggen afspraken vast over resultaten, verantwoordelijkheid, overdacht van taken en budget en monitoring. Management: Samenwerking binnen buurtrechten vraagt ruimte in de kaders, een andere manier van denken en oplossingen op maatwerk ontwikkelen. Daar waar tijdens de samenwerking met het initiatief op ambtelijk niveau geen besluit kan worden genomen wegens gebrek aan mandaat wordt de mogelijkheid geboden om op te schalen naar het management. Bestuur: De dagelijks bestuursleden en wethouders geven vanuit hun portefeuille al dan niet akkoord of de samenwerking met het initiatief wordt aangegaan. Op deze manier is er meer handelingsvrijheid en zijn ambtenaren beter in staat creatieve oplossingen te ontwikkelen die afwijken van de reguliere manier van werken. Dat is nodig omdat de praktijk leert dat bij bijna elk buurtrecht dilemma’s opduiken die adequaat moeten worden geduid en gewogen. Elk toegekend buurtrecht raakt immers de uniformiteit binnen onze stad aan. Raad: In het vinden van oplossingen om plannen van initiatieven te realiseren zoeken we naar ruimte in de regels maar soms ook naar afwijking van regels.
Onze bestaande kaders en de daarbinnen geldende regels zijn uiteraard opgesteld met een doel. Het komt voor dat diezelfde regels ook doelen in de weg zitten die we als gemeente toch graag willen bereiken. Of regels zijn tegenstrijdig aan elkaar. In dat geval wordt gemotiveerd waarom we willen afwijken van de regels en dit wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het college en de raad.
Samenwerken en leren Als gemeente hebben we in samenwerking met maatschappelijk initiatieven al veel geleerd. Wat samenwerken is laat zich niet makkelijk op papier vastleggen. Samenwerken heeft ook een menselijke kant zoals open en transparant en flexibel zijn, stimuleren, inspireren en creativiteit toepassen. Dit laatste laat zich niet afdwingen. In de samenwerking met initiatieven kunnen we als gemeente nog verder leren. Hoe we de samenwerking verbeteren, hoe we omgaan met de ruimte in de regels, welke afspraken we vastleggen, hoe we kunnen leren van de oplossingen die we bedenken en hoe we omgaan met terugkerende vraagstukken. Dit is onderdeel van een cultuuromslag waar buurtrechten deels aan bijdraagt. Ook binnen het participatiebeleid, de omgevingsvisie en diverse programma’s die samenwerken met initiatieven is behoefte aan een andere manier van werken. Hiervoor zal een gezamenlijke leeromgeving worden opgezet die bij kan dragen aan die cultuuromslag. Samenhang met bestaande kaders Buurtrechten raken bijna alle beleidsterreinen van de gemeentelijke organisatie. Het beleidskader buurtrechten schept voorwaarden voor samenwerking waarbij alle bestaande kaders blijven bestaan. Het vastleggen van buurtrechten betekent niet dat er afgeweken wordt van wettelijke kaders en regelgeving. Dat is niet mogelijk en ook niet wenselijk.
Het doel van buurtrechten is om plannen en oplossingen van bewoners mogelijk te maken die niet helemaal binnen gemeentelijke beleidskaders passen. In die gevallen wordt dus maatwerk gevraagd van de gemeente. Dit vraagt om passende oplossingen daar waar een initiatief lokaal verbetering oplevert ten opzichte van de huidige aanpak of daar waar verschillende beleidsmaatregelen niet op elkaar aansluiten. Voorwaarde is uiteraard wel dat het praktisch mogelijk is, dat er draagvlak is, dat het een verbetering oplevert voor de bewoners en de omgeving en dat de buurt zich inzet om het mogelijk te maken. En dat het binnen het daarvoor beschikbare budget blijft. De werkwijze in het beleidskader voorziet in besluitvorming op bestuurlijk niveau daar waar afwijking van de kaders besluitvorming nodig is.
Standaardisering Vanuit het gemeentelijke bestuur en het management wordt momenteel gestuurd op efficiëntie en eenduidige aanpak, bijvoorbeeld centrale inkoop bij grote partijen. Tegelijkertijd wil het college ruimte bieden aan ideeën van bewoners die niet in deze standaardisatie passen maar wel een verbetering zijn voor de buurt en haar bewoners. Dit lijkt een tegenstelling. Toch kunnen deze twee bestuurlijke opdrachten naast elkaar bestaan en ervoor zorgen dat er lokale oplossingen worden gevonden daar waar vastgesteld beleid en een standaard aanpak niet het gewenste effect heeft. Bewoners die gebruik maken van buurtrechten zien oplossingen die beter passen bij de situatie in hun buurt of de doelgroep die ze graag willen helpen. Als oplossingen en ideeën verbeteringen opleveren kunnen we goed gemotiveerd afwijken van de standaard. Risico’s en beheersing Samenwerking met initiatieven roept vraagstukken op in de gemeentelijke organisatie. Dit zijn terugkerende vraagstukken die gaan over draagkracht, continuïteit, capaciteit, professionaliteit, verantwoordelijkheid, inclusiviteit, concurrentie en verdringing. Deze vragen stellen we onszelf vaker in samenwerking met initiatieven dan met vaste partners. Dit heeft een aantal oorzaken.
Op dit moment ontbreekt er een gezamenlijk kader en een gezamenlijke werkwijze en er worden geen gezamenlijke afspraken over beoordeling, resultaten en verantwoording gemaakt. Sommige directies werken intensiever samen met initiatieven dan anderen. Hierdoor bestaan er ook verschillende beelden over initiatieven. De werkwijze in het beleidskader buurtrechten biedt een oplossing voor een gezamenlijke beoordeling, toetsing aan bestaande kaders en het maken van afspraken over resultaten, verantwoordelijkheid en verantwoording. Deze is integraal waarbij alle vakinhoudelijk betrokken ambtenaren vanaf het begin van het indienen van een buurtrecht aangehaakt worden. Ook spelen de stadsdelen een belangrijke rol die al langer samenwerken met initiatieven en de opgaven in het gebied goed kennen. Door de integrale betrokkenheid kan, daar waar nodig, gecontroleerd en gemotiveerd ruimte in de kaders worden gezocht of via bestuurlijke besluitvorming worden afgeweken. Zo houden we stapje voor stapje gezamenlijk met het initiatief de controle en kunnen we eventuele risico’s tijdig voorzien. Net als bij de samenwerking met onze vaste partners zullen er bij de samenwerking met initiatieven risico’s optreden. Landelijke en Amsterdamse ervaringen leren ons dat deze risico’s niet vaker optreden bij maatschappelijk initiatieven.
Dit beleidskader met de daarin opgenomen werkwijze zorgt ervoor dat de genoemde risico’s verkleind worden. Zonder beleidskader lopen we als gemeente meer risico’s dan met een vastgesteld beleidskader. 1.4 De voorwaarden voor het indienen van buurtrechten. Uit de Amsterdamse en landelijke praktijk blijkt dat het vaak voldoende is om een aantal lichte voorwaarden op te stellen bij de start. De belangrijkste voorwaarden bij het indienen van een buurtrecht zijn dat initiatieven aansluiten op de opgaven in de buurt of de stad, dat ze de capaciteit hebben om het initiatief uit te voeren en dat ze voldoende draagvlak hebben in de buurt. De stadsdelen spelen bij de beoordeling van buurtrechten met hun kennis van de gebiedsopgaven en de ervaring met initiatiefnemers en de buurt een belangrijke rol. Met deze voorwaarden en de toetsing aan bestaande kaders kunnen we voldoende gemotiveerd in gesprek met initiatiefnemers om te bepalen of het indienen van een buurtrecht nodig en kansrijk is Indien een initiatief ook door de vakinhoudelijke dagelijks bestuursleden en wethouders kansrijk wordt bevonden dan worden tijdens de samenwerking tussen initiatief en de gemeente meer specifieke afspraken vastgelegd die passen bij de situatie, de doelgroep en de lokale aanpak van het initiatief (maatwerk).
Daarbij sluiten we aan op de bestaande gemeentelijke kaders zoals bijvoorbeeld Puccini, het werkende subsidiestelsel en op de beleidsdoelstellingen zoals die door de raad zijn vastgesteld. Daar waar ruimte moet worden geboden om maatwerk te kunnen leveren wordt beargumenteerd afgeweken. Indien er bestuurlijke besluitvorming nodig is dan wordt dit voorgelegd aan het college en de raad.
1.5 Welke mogelijkheden we de initiatiefnemers van een buurtrecht geven. We bieden als gemeente initiatiefnemers in ieder geval samenwerking, expertise en budget. Dat betekent dat de gemeente capaciteit beschikbaar stelt om die samenwerking vorm te geven. Als er een bestuurlijk akkoord is gegeven om de samenwerking met het initiatief dat gebruik maakt van buurtrechten aan te gaan krijgt de initiatiefnemer: - een accounthouder en wordt er een werkgroep met de vakinhoudelijke experts samengesteld. - Een samenwerkingsovereenkomst waarin afspraken worden vastgelegd. - Voor zover mogelijk inzicht in het budget dat op de begroting staat voor een bepaalde publieke taak of de herinrichting of het ontwerp van de openbare ruimte. In het geval van een pand of grond worden de kosten voor huur of koop bekend gemaakt. - Onze medewerking om pragmatische oplossingen te vinden voor de knelpunten in subsidieverlening en aanbesteding. Financiële kaders, de mogelijkheden en huidige beperkingen Voor het uitdaagrecht en het buurtplanrecht geldt dat de middelen die op de begroting staan voor de uitvoering van de publieke taak die het initiatief wil overnemen of de herinrichting of het ontwerp van de openbare ruimte worden overgedragen aan het initiatief. Dit betekent dat initiatiefnemers voor de uitwerking van hun plan inzicht moeten hebben in de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn.
Initiatiefnemers ontwikkelen doorgaans een integraal plan dat diverse beleidsterreinen raakt. Daardoor is het vaak lastig om op lokaal niveau uit te zoeken hoeveel geld er beschikbaar is voor de integrale aanpak van het initiatief. Ook bij overdracht van middelen is deze integraliteit een lastig vraagstuk voor de gemeente doordat de budgetten per beleidsterrein zijn ingericht. De initiatiefnemer zal bij meerdere subsidieregelingen moeten aanvragen en, in het geval van inkoop, aan meerdere aanbestedingen mee moeten doen om een sluitende begroting voor hun initiatief te krijgen. De voorwaarden binnen aanbestedingen zijn echter dusdanig opgesteld dat initiatiefnemers weinig kans maken. Vaak heeft dit te maken met de grootte van de organisatie en reikwijdte van het initiatief. Landelijk wordt gezocht naar oplossingen voor deze dilemma’s. Ook de gemeente Amsterdam zal nog verder uitzoeken wat de huidige mogelijkheden voor initiatiefnemers zijn en advies uitbrengen over praktische oplossingen die ruimte bieden aan initiatiefnemers in de bestaande kaders. 1.6 Een heldere werkwijze met een definitief akkoord van dagelijks bestuursleden en wethouders Het ontbreken van een kader voor buurtrechten en een werkwijze zorgt voor onduidelijkheid zowel in de organisatie als bij initiatiefnemers en een willekeurige, ondoorzichtige aanpak.
Met het inrichten van een heldere en transparante werkwijze zorgen we voor eenduidigheid in de aanpak. De werkwijze biedt een richtlijn voor de beoordeling van buurtrechten en beschrijft een heldere taakverdeling. In het beleidskader buurtrechten is een praktisch samenwerkingsmodel te vinden. Bij de uitleg van dit model wordt een proces beschreven vanaf de start van het initiatief tot de uitvoering. Voor het verder bevorderen van de expertise wordt er een centrale plek ontwikkeld waar initiatieven worden begeleid. Daarvoor is een speciaal Bureau integraal Maatschappelijk Initiatief (BIMI) in oprichting. Dit bureau bekijkt samen met de betrokken beleidsafdeling(en) of en hoe een samenwerking met het initiatief kan worden aangegaan. Akkoord dagelijks bestuursleden bestuur en wethouders Bij het beoordelen van initiatieven die gebruik maken van buurtrechten is betrokkenheid van bestuur relevant voor commitment en draagvlak in de verschillende directies en stadsdelen. In de werkwijze wordt daarom voorgesteld om de vakinhoudelijke dagelijks bestuursleden en
wethouders akkoord te vragen over het aangaan van een buurtrecht. Dit geeft de ambtelijke organisatie draagvlak om ruimte te zoeken in beleid en het leveren van maatwerk en echt de samenwerking met initiatieven aan te gaan, en voorkomt dat initiatieven die maatschappelijk gewenst zijn niet de bestuurlijke tafel bereiken. 1.7 Een voorstel voor onderzoek en evaluatie Dit beleidskader biedt een handvat, een proces en een structuur voor de samenwerking met initiatieven die gebruik maken van buurtrechten. Maar om ook echt meer ruimte te geven aan initiatieven, is het vooral belangrijk hoe de gemeentelijke organisatie dit beleidskader toepast. Daarvoor is kennis en expertise nodig, maar ook een mentaliteitsverandering. Het mogelijk maken van buurtrechten is daarom nadrukkelijk een proces, en zal in de praktijk verder vorm moeten krijgen. Het is belangrijk dat we als gemeente leren van dit proces, evalueren wat we doen en met de aanbevelingen die daaruit voortkomen dit beleidskader aanscherpen. Dit proces zal daarom worden gevolgd door onderzoekers die ervaring hebben met democratische processen en bestuurskundig zijn onderlegd. Planning In Q2 van 2022 zal er een onderzoeksopzet aan het college en de raad worden voorgelegd. In Q 4 van 2022 en Q2 van 2023 zullen er tussentijdse rapportages aan het college en de raad worden voorgelegd. In Q4 van 2023 volgt het definitieve advies.
Het oplossen van dilemma’s en knelpunten Naast een helder proces voor samenwerking biedt buurtrechten ook een handvat om dilemma’s gezamenlijk met initiatieven op te lossen als onderdeel van een leeromgeving. Vaak zijn dit vraagstukken die regelmatig terugkeren in onze samenwerking met initiatieven. In dit kader staan een aantal acties benoemd waarmee deze vraagstukken integraal zullen worden opgepakt. De integrale werkwijze binnen buurtrechten biedt mogelijkheden om deze dilemma’s te identificeren als ze optreden in onze samenwerking met initiatiefnemers. De voorbeelden zullen worden verzameld en geanalyseerd, er zullen (maatwerk)oplossingen worden ontwikkeld en, indien waardevol gebleken, na bestuurlijke besluitvorming worden geïmplementeerd in beleid en onze manier van werken. Enkele voorbeelden van dergelijke knelpunten uit de huidige praktijk: 1. De uitwisseling van privacy gegevens op het gebied van welzijn en zorg is een terugkerend vraagstuk. Veel waardevolle informatie gaat hiermee verloren tussen bewonersinitiatieven en maatschappelijke instanties. 2. Om in de praktijk uit te zoeken hoe bepaalde ideeën en maatregelen uitpakken willen we experimenteren. Er zijn beleidskaders en verordeningen die dat niet toestaan. 3. Er zijn weinig subsidies die locatiehuur financieren waardoor het lastig is voor initiatieven om een locatie te bekostigen.
Verder onderzoek in stedelijk en landelijk verband Met dit beleidskader geven we bewoners ruimte om initiatief te nemen en leveren we maatwerk. De eenduidige werkwijze en integrale voorwaarden in dit beleidskader bieden helderheid en transparantie in de samenwerking met initiatieven. Zo krijgen initiatiefnemers betere ondersteuning van de gemeente. Om maatwerk te kunnen leveren moeten we ruimte vinden in bestaand beleid. Er zijn een aantal beleidsterreinen waarvan we uit ervaring (gemeentelijke en landelijk) weten dat er niet voldoende ruimte te vinden is om initiatieven goed te kunnen ondersteunen. Het gaat dan om de regels omtrent subsidies en inkoop en de huur en koop van panden. Deze dilemma’s worden hieronder kort uitgewerkt. Soms heeft dit te maken met wettelijke regelgeving waar we niet vanaf mogen wijken, soms gaat het om gemeentelijk beleid. Ook kan het zijn dat beleidsregels niet op elkaar aansluiten waardoor er een onduidelijke situatie ontstaat. Landelijk en in Amsterdam wordt gezocht naar oplossingen. Daar waar oplossingen ruimte kunnen bieden middels bestuurlijk besluit wordt
dit voorgelegd aan college en raad. Inzicht in budgetten op thema in een buurt Voor het uitdaagrecht en het buurtplan recht geldt dat de middelen die op de begroting staan voor de taken die het initiatief wil overnemen of de herinrichting of het ontwerp van de openbare ruimte worden overgedragen aan het initiatief. Vaak blijkt het lastig om exact te berekenen wat de gemeente aan budget beschikbaar heeft voor een bepaalde taak of plan in een buurt. Amsterdam werkt samen met Rotterdam, Utrecht, Tilburg en Groningen aan een benchmark van de taken waarop de gemeenten het meest worden uitgedaagd. Dit om richtlijnen op te stellen die gemeenten kunnen helpen tarieven en budgetten beter te kunnen bepalen. Ruimte in aanbestedingen Een deel van de gemeentelijke taken is voor de uitvoering via aanbestedingen belegd bij externe partijen. Een initiatief dat de gemeente uitdaagt om de desbetreffende taak zelf uit te voeren voor een specifieke wijk of doelgroep kan geen aanspraak maken op dat budget gedurende de looptijd van de aanbesteding. Deelnemen aan reguliere aanbestedingen die door de gemeente worden uitgezet is voor initiatieven vaak onmogelijk. De voorwaarden zijn dusdanig opgesteld dat initiatiefnemers geen kans maken. Vaak heeft dit te maken met de grootte van de organisatie en reikwijdte van het initiatief.
Landelijk zijn er diverse voorbeelden te vinden waarbij een (gedeeltelijke) oplossing is gevonden voor dit vraagstuk. Er zal worden uitgezocht welke oplossingen geschikt zijn voor toepassing in Amsterdam. Vastgoed Alhoewel het biedingsrecht af en toe wel wordt ingediend, geven initiatiefnemers aan dat het lastig is om een businesscase rond te krijgen. Vanwege de maatschappelijke aard van het initiatief is het lang niet altijd haalbaar om de kosten te dekken met inkomsten. Voor de huur van een pand of stuk grond zijn initiatiefnemers dan aangewezen op de verschillende subsidies en aanbestedingen van de diverse beleidsterreinen waar ze aan bijdragen. Dit betekent dat ze bij meerdere afdelingen subsidie aan moeten vragen of moeten voldoen aan de inkoop- en aanbestedingsvoorwaarden van het desbetreffende beleidsterrein. De voorwaarden zijn vaak dusdanig opgesteld dat initiatiefnemers niet voldoen. Aanbestedingen zijn meestal bedoeld voor grote kavels en organisaties waardoor initiatiefnemers geen kans maken. Er zijn subsidieregelingen die maatschappelijke initiatieven integraal ondersteunen, maar deze regelingen subsidiëren doorgaans voornamelijk activiteiten. Dit is zowel bij gemeentelijke subsidies het geval als bij stedelijke of landelijke fondsen. Bij de gemeente Amsterdam zijn middelen voor huur vaak bestemd voor vaste partners die een gemeentelijk beleidsdoel dienen.
Binnen het huidige Amsterdamse beleid zijn de mogelijkheden voor initiatiefnemers op dit moment beperkt als het gaat om vastgoed en grond. Ook tijdelijk gebruik in leegstaande ruimte is gebonden aan strikte regels. Via een evaluatie zal worden geïnventariseerd wat de mogelijkheden op dit moment zijn voor initiatiefnemers om in aanmerking te komen voor maatschappelijk vastgoed. Ook zal in andere steden worden gekeken naar oplossingen die daar worden geboden. Met de opgehaalde informatie zullen scenario’s worden ontwikkeld voor de gemeente Amsterdam. Ontwikkeling in de praktijk Op sommige beleidsterreinen is nog niet voldoende ervaring opgedaan met buurtrechten. Een voorbeeld is het buurtplan recht. De verwachting is dat met de komst van de omgevingswet hier vaker gebruik van zal worden gemaakt. Daar willen we samen met initiatiefnemers uitzoeken hoe het werkt en wordt een voorstel gedaan om in sessies gezamenlijk verder te leren en hiermee dit kader aan te scherpen.
Ad 3. Kennis te nemen van de uitwerking van het addendum op de beleidsbrief democratisering
Op 8 mei 2019 heeft de raad het addendum van de beleidsbrief democratisering aangenomen. Hierin zijn door de commissie KDD 4 uitgangspunten geformuleerd voor experimenten met buurtrechten en commons. De uitgangspunten met een daaraan gekoppelde werkwijze voor beoordeling zijn geformuleerd om er voor te zorgen dat initiatieven op de juiste manier worden beoordeeld, voldoende draagvlak in de buurt hebben en anderen geen schade toebrengen. In het concept beleidskader buurtrechten zijn voorwaarden en een werkwijze uitgewerkt die overeenstemmen met het advies van de commissie KDD. Vanuit de ervaring met de pilots en de praktijk in andere steden is wel gekozen voor een andere werkwijze. Hieronder wordt aangegeven waar de verschillen zitten en op welke manier de uitgangspunten van de commissie KDD in het kader zijn verwerkt. De volgende uitgangspunten zijn opgesteld door de commissie KDD: 1. Inhoudelijke en financiële uitgangspunten waarbinnen een initiatief ruimte krijgt om met een eigen voorstel te komen; 2. Onderdeel van een initiatief kan een draagvlakpeiling zijn; 3. Er wordt vooraf bepaald wie de uiteindelijke beslissing neemt over het initiatief; 4. Elk initiatief beantwoordt de vraag wat de impact van het initiatief voor de buurt, de omringende buurten en/of de stad is. De volgende werkwijze wordt aan deze uitgangspunten gekoppeld. 1.
De gemeente zorgt voor de beleidsuitgangspunten en financiële kaders waarbinnen initiatiefnemers een plan moeten schrijven. 2. De initiatiefnemers wordt gevraagd een inclusieve werkgroep op te richten en, in verregaande voorstellen, een draagvlakpeiling over het voorstel te organiseren. 3. In het geval van een draagvlakpeiling stelt de representatieve democratie de eisen ten aanzien van de besluitvorming op. 4. De initiatiefnemers wordt gevraagd zichtbaar te maken wat de impact van hun initiatief is op de buurt, de omringen de buurten en/of de stad. Uitwerking in de praktijk Inhoudelijke en financiële uitgangspunten In het coalitieakkoord heeft het college aangegeven tijdens de pilots gebruik te willen maken van de ervaringen van andere steden. Ook de gemeente Amsterdam werkt al langer samen met integrale maatschappelijke initiatieven in de stadsdelen en verschillende directies die maatschappelijk initiatieven ondersteunen. Met deze ervaringen zijn een aantal inhoudelijke en financiële voorwaarden opgesteld. Met de ervaringen uit de pilots, de onderzoeken en de sessies op het gebied van buurtrechten zijn deze voorwaarden aangescherpt. Deze voorwaarden zijn opgenomen in paragraaf 4 van het beleidskader. Inclusieve werkgroep en draagvlakpeiling Over het algemeen zijn initiatiefnemers die gebruik maken van buurtrechten al langer bezig.
Ze zijn klein gestart, door ervaring beter en professioneler geworden en hebben een groeiend netwerk aan deelnemers in de buurt. Stadsdelen zijn vaak een belangrijke partner voor initiatieven. Initiatieven hebben zich, met steun van het stadsdeel, ontwikkeld van een startend idee naar een volwassen organisatie met draagvlak in de buurt. Stadsdelen weten duidelijke adviezen te formuleren over de capaciteit, het draagvlak en de waarde (impact) van deze initiatieven voor de buurt. Zij hebben dan ook een belangrijke rol bij de beoordeling van initiatieven die gebruik maken van buurtrechten. Indien een initiatief onbekend is zal een gezamenlijk met de stadsdelen worden uitgezocht hoe vorm gegeven kan worden aan een draagvlakpeiling. Daarbij zal uitgezocht worden of de beschreven methodiek in het addendum een mogelijk handvat kan bieden. Besluitvorming bij draagvlakpeiling De werkwijze in het addendum omschrijft ook een besluitvormingsproces bij draagvlakpeiling
waarbij alleen de stadsdelen een stem krijgen. Stadsdelen hebben al veel ervaring met de ondersteuning van dergelijke initiatieven en weten dat ook besluitvorming binnen de stedelijke directies nodig is. Anders is er niet voldoende draagkracht om expertise en capaciteit te leveren vanuit de diverse directies om het initiatief te beoordelen en verder te helpen. In het beleidskader buurtrechten wordt daarom een werkwijze voorgesteld waarbij directies en bestuur ook worden betrokken bij de besluitvorming. Alleen dan kunnen we als gemeente initiatieven goed ondersteunen. De impact van het initiatief voor de buurt of stad Naast de expertise vanuit de stadsdelen die kunnen beoordelen of initiatieven aansluiten op de opgaven in de buurt of stad, worden initiatieven en commons gevraagd een social handprint aan te maken op de Maatschappelijke AEX (MAEX). Deze social handprint maakt zichtbaar op welke sustainable development goals (SDG’s) een initiatief aansluit. Binnen de SDG’s categoriseert de MAEX verschillende maatschappelijke doelstellingen. De diverse beleidsdirecties kunnen zo inzien wat de link is met hun beleidskaders en programma’s. Uitwerking in het beleidskader Er is begrip voor de zorgen van de commissie dat er initiatiefnemers kunnen zijn die alleen uit eigen belang handelen of schade toebrengen aan anderen.
Daarom zijn er in dit beleidskader voorwaarden opgenomen die aansluiten op de uitgangspunten die zijn geformuleerd in het addendum. De werkwijze en besluitvorming is echter anders ingericht. 1. 2.
3.
4.
In paragraaf 4 van het concept beleidskader staan inhoudelijke en financiële voorwaarden geformuleerd op grond waarvan een initiatief gebruik kan maken van buurtrechten. De volgende voorwaarden zijn opgenomen in het concept beleidskader: - De initiatiefnemer is geworteld in en wordt gedragen door de buurt. - Het initiatief is inclusief en toegankelijk Bij de beoordeling van een initiatief dat een buurtrecht indient is de ervaring van de stadsdelen op deze punten belangrijk. In de werkwijze die is uitgewerkt in paragraaf 6 van het concept beleidskader wordt omschreven hoe de besluitvorming plaatsvindt. Er is gekozen voor een model waarbij ook de directies en het bestuur betrokken zijn. De volgende voorwaarde is opgenomen in het concept beleidskader: - De initiatiefnemers maken een social handprint aan op de Maatschappelijke AEX (MAEX). Deze social handprint maakt duidelijk aan welke maatschappelijke doelstellingen een initiatief bijdraagt www.maex.nl. Ook hier zijn de stadsdelen weer een belangrijke adviseur. Zij kennen de opgaven van het gebied en kunnen aangeven of het initiatief daar aan bijdraagt.
Ad5. Kennis te nemen van de adviezen van de stadsdelen en Weesp De stadsdelen zijn, conform de verordening op het lokaal bestuur, om advies gevraagd. Alle 7 stadsdelen hebben advies uitgebracht. In alle 7 stadsdelen heeft het DB de stadsdeelcommissie om advies gevraagd en dit advies meegewogen in het uiteindelijke advies (zie bijlage 5 t/m 12 voor alle adviezen). In Stadsdeel Zuidoost dient ten tijde van het opstellen van deze Nota van Beantwoording het advies nog formeel door het Dagelijks Bestuur vastgesteld te worden. Daarvan is het voorlopige advies bijgevoegd. Gezien de komende bestuurlijke fusie is ook de Gemeente Weesp om advies gevraagd. Daar heeft het college een zienswijze op ingediend. Een aantal adviezen van de stadsdelen en Weesp hebben op een aantal punten tot aanpassingen in het beleidskader buurtrechten geleid (zie voor een nadere toelichting de Nota van Beantwoording). Deze wijzigingen worden hieronder uitgewerkt. Vervolgens worden de belangrijkste adviezen die leiden tot acties in de uitwerking van het beleidskader weergegeven.
Aanpassingen van het beleidskader: 1.
Een adviserende dan wel besluitvormende rol voor het dagelijks bestuur vanuit de stadsdelen op alle ingediende buurtrechten vanuit de integrale gebiedsopgave. Reactie college: het college vindt het belangrijk dat de gebiedsgerichte invalshoek goed wordt vertegenwoordigd bij het aangaan van een buurtrecht. Daarom zal bij het aangaan van een buurtrecht altijd akkoord worden gevraagd aan de vakinhoudelijke leden van het dagelijks bestuur die vanuit hun portefeuille zijn betrokken bij een buurtrecht. Aanpassing van het beleidskader: bij elk buurtrecht dat wordt ingediend zal niet alleen een akkoord worden gevraagd van de vakinhoudelijke wethouders maar ook een akkoord van de vakinhoudelijke dagelijks bestuursleden in het stadsdeel waar het maatschappelijk initiatief actief is. Dit is op verschillende plekken in het kader aangepast. 2. Voorwaarden buurtplanrecht uitbreiden met externe financiering Reactie college: over financiering binnen het buurplan recht is in het beleidskader de volgende voorwaarde opgenomen: Voor kleinere projecten in de openbare ruimte kunnen plannen worden ingediend als ze kunnen worden bekostigd met bestaande subsidieregelingen, buurtbudgetten, gebiedsmiddelen of middelen uit (tijdelijke) programma’s. Daar kan aan worden toegevoegd. Of als het initiatief externe financiering weet te genereren.
Aanpassing van het beleidskader: in het kader is de volgende zin aan de voorwaarde toegevoegd. Of als het initiatief externe financiering weet te genereren. 3. Meten van de sociale cohesie als onderdeel van onderzoek en evaluatie Stadsdeel Oost bepleit dat het meten van sociale cohesie geen onderdeel kan zijn van het onderzoek en evaluatie van de werking van het beleidskader buurtrechten. Groei van de sociale cohesie wordt niet als voorwaarde gesteld aan initiatieven bij het indienen van een plan. Dan kan daar ook niet op gemeten worden. Reactie College: Het meten van de sociale cohesie is niet bedoeld als beoordelingscriterium maar om de sociale bijvangst van initiatieven zichtbaar te maken. In Rotterdam is de ervaring met buurtrechten dat de sociale cohesie groeit. Zij vinden dat als gemeente een belangrijke bijvangst. We hebben als gemeente vaak de neiging om ons te concentreren op de afspraken en voorwaarden die gemaakt worden in beschikkingen en opdrachten. We vergeten te kijken naar wat het nog meer oplevert. Er zal een andere formulering worden gemaakt zodat dit niet wordt gezien als beoordelingscriterium voor de initiatieven die een buurtrecht indienen maar om te onderzoeken of er naast de vastgelegde resultaten ook sociale bijvangst optreedt. Conclusie: dit advies leidt tot de volgende aanpassing in het beleidskader.
De zin: “Als met het realiseren van de initiatieven de sociale cohesie en leefbaarheid in de wijken van Amsterdam groeit.” Onder punt 5 in paragraaf 7 zal worden vervangen door de zin “Als we de sociale bijvangst van initiatieven in de buurten inzichtelijk kunnen maken.” Uitwerking van het beleidskader: 1.
Gemotiveerd afwijken als een rechtspersoon niet nodig is voor het indienen van een plan Reactie college: Doorgaans hebben initiatiefnemers die gebruik maken van buurtrechten al een rechtspersoon opgericht. Het zijn vaak grotere initiatieven die verantwoordelijkheid willen nemen voor maatschappelijke opgaven. Om afspraken te maken over de verdeling van die verantwoordelijkheid zal de gemeente bekijken op welke manier het initiatief is georganiseerd. We willen ervoor waken dat een natuurlijk persoon teveel
verantwoordelijkheid op zich neemt. Ook is er bij subsidiëring van initiatieven een verplichting om boven een subsidie van €50.000,- een rechtspersoon op te richten. Indien het gaat om kleinere plannen of wordt er in het kader van het buurtplan recht alleen een ontwerp ingediend dan zal worden bekeken of het al dan niet nodig is om een rechtspersoon op te richten. We kunnen dan gemotiveerd afwijken Conclusie: dit advies leidt niet tot een aanpassing van het beleidskader. In de uitwerking zal per situatie bekeken worden of het oprichten van een rechtspersoon nodig is en zo niet, of we gemotiveerd af kunnen wijken. 2. Het beleidskader is niet toegankelijk qua taal Reactie college: het beleidskader gaat over de manier waarop de gemeente zijn werk doet. Een van de doelstellingen van dit beleidskader is om meer transparantie te betrachten over deze werkwijze. Daarom wordt er van dit beleidskader een publieksvriendelijke versie gemaakt. Uitwerking van het beleidskader: deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van het beleidskader. Wel wordt er een publieksvriendelijke versie van gemaakt. 3. Buurtrechten moeten voor iedereen toegankelijk zijn Reactie college: na vaststelling van dit beleidskader zal op verschillende manieren worden gecommuniceerd over het bestaan, de mogelijkheden en de werking van dit kader.
Ook zal naar behoefte middels fysieke bijeenkomsten uitleg worden gegeven over dit kader waarbij een gesprek kan worden aangegaan over de mogelijkheden voor initiatiefnemers. Wij realiseren ons als college dat we via de traditionele communicatie niet alle bewoners in de stadsdelen zullen bereiken. Uitwerking van het beleidskader: deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van het beleidskader. In de uitwerking van dit kader zal wel via een publieksvriendelijke versie en fysieke bijeenkomsten meer bekendheid worden gegeven aan de mogelijkheden van dit kader op een laagdrempelige manier. In overleg met de stadsdelen zal bekeken worden waar en voor wie specifieke aandacht nodig is en waar ondersteuning kan worden geboden om gebruik te maken van de mogelijkheden die buurtrechten bewoners bieden. 4. Voeg een indicatie of maximum termijnen toe aan de beoordeling en looptijd binnen buurtrechten Reactie College: Elk initiatief is anders, heeft een ander plan en raakt verschillende beleidsterreinen. Omdat niet te voorspellen is wat er in de samenwerking met elkaar moet worden geregeld, wat er nog moet worden uitgezocht of en hoe er ruimte moeten gevonden in de regels is het lastig hier termijnen aan te koppelen. Wel kan er een termijn worden gekoppeld aan de beoordeling van een ingediend buurtrecht.
Op basis van ervaring kan bekeken worden of er voor meerdere stappen in het proces van samenwerking tussen initiatiefnemers en de gemeente meerdere termijnen kunnen worden vastgesteld zodat initiatiefnemers beter weten waar ze aan toe zijn. Uitwerking van het beleidskader: Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. Wel zal er in de uitwerking van het beleidskader een termijn van orde worden opgesteld voor de beoordeling van een buurtrecht. Gaandeweg het proces worden bekeken of er meerdere termijnen kunnen worden vastgesteld. 5.
een rol voor bewoners en de stadsdeel commissie bij de beoordeling en van monitoring van buurtrechten Reactie college: over het algemeen zijn initiatiefnemers die gebruik maken van buurtrechten al langer bezig. Ze zijn klein gestart, door ervaring beter en professioneler geworden en hebben een groeiend netwerk aan deelnemers in de buurt. Stadsdelen zijn vaak een
belangrijke partner voor initiatieven. Initiatieven hebben zich, met steun van het stadsdeel, ontwikkeld van een startend idee naar een volwassen organisatie met draagvlak in de buurt. Stadsdelen weten duidelijke adviezen te formuleren over de capaciteit, het draagvlak en de waarde (impact) van deze initiatieven voor de buurt. Zij hebben dan ook een belangrijke rol bij de beoordeling van initiatieven die gebruik maken van buurtrechten. Het college kan zich voorstellen dat deze initiatieven ook bekend zijn bij bewoners en de SDC. De SDC heeft een vertegenwoordigende en adviserende rol in het stadsdeel en zal naar alle waarschijnlijkheid bekend zijn met de bestaande initiatieven die een bijdrage leveren aan de opgaven in de buurt en een netwerk bieden voor kwetsbare bewoners. In dit geval kunnen de stadsdeel ambtenaren in het stadsdeel bij beoordeling van een initiatief ook advies ophalen bij de SDC. Extra beoordeling van initiatieven kan ook vertraging in de beoordeling met zich mee brengen. Ook kan het gebeuren dat initiatiefnemers die al jaren lang hebben laten zien dat ze capaciteit en een draagvlak hebben alsnog worden gevraagd om dit aan te tonen.
Het college ziet waarde in het betrekken van de SDC en bewoners bij het beoordelen en monitoren van initiatieven die een buurtrecht indienen, maar wil wel een aantal voorwaarden meegeven bij de inrichting van die beoordeling en monitoring. 1. Zorg ervoor dat het weinig vertraging veroorzaakt in de beoordeling en monitoring van buurtrechten. 2. Als initiatieven al jaren laten zien waarde te hebben voor de buurt dan hoeven ze niet opnieuw aan te tonen dat ze capaciteit, draagvlak en een netwerk in de buurt hebben als ze gebruik maken van buurtrechten. Zorg in het stadsdeel voor goede onderlinge afstemming over wat er al bekend is over het initiatief en gebruik dat bij de beoordeling. 3. Zorg dat initiatieven zelf ook gebruik kunnen maken van de beoordeling en monitoring door de resultaten zichtbaar te maken zodat initiatieven die kunnen gebruiken voor hun communicatie. 4. Voorkom dat initiatieven in ieder staddeel op een verschillende manier worden beoordeeld en gemonitord zodat er een ongelijkwaardige situatie ontstaat. Uitwerking van het beleidskader: dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. Wel kunnen SDC’s gezamenlijk in de uitwerking van het kader voorstellen doen voor het betrekken van bewoners bij het beoordelen en monitoren van buurtrechten met in achtneming van bovenstaande voorwaarden.
Het BIMI kan faciliteren in het verzorgen van een bijeenkomst over dit onderwerp. Financiële onderbouwing
Financiële onderbouwing: Ja Het Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief (BIMI) in oprichting zal bestaan uit 3 fte, de kosten bedragen 0,4 miljoen structureel met ingang van het jaar 2022 en worden gedekt uit programma 12.2 democratisering. Budgetten die nu in de begroting staan, kunnen worden overgedragen naar initiatiefnemers van buurtrechten. Soms worden uit deze budgetten ook ambtelijke capaciteit gedekt. Overheveling van budgetten moet binnen de regels van de FSA plaatsvinden en mag niet leiden tot extra kosten doordat de ambtelijke capaciteit niet evenredig afneemt. Uitgangspunt is dat de nieuwe wijze van werken, niet leidt tot verhoging van de begroting van Amsterdam.
Consequenties gedekt? Ja
Geheimhouding
n.v.t Welke stukken treft u aan? Registratienr.
Naam
<automatisch>
Concept beleidskader buurtrechten
<automatisch>
Nota van beantwoording buurtrechten
<automatisch>
Advies 1: Stadsdeel Centrum
<automatisch>
Advies 2: Stadsdeel Nieuw-West
<automatisch>
Advies 3: Stadsdeel Noord
<automatisch>
Advies 4: Stadsdeel Oost
<automatisch>
Advies 5: Stadsdeel West
<automatisch>
Advies 6: Stadsdeel Zuid
<automatisch>
Advies 7: Stadsdeel Zuidoost
<automatisch>
Advies 8: College Weesp
<automatisch>
Ter inzage: Onderzoeksrapporten buurtrechten. Studenten Bachelor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Vrije Universiteit
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Dienstverlening en Informatie, CTO, Team democratisering, Machteld Combé, 06-20728894, m.combe@amsterdam.nl