CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAG~3.PDF

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 5 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de reactie op motie 465, 10 november 2022 van de raadsleden Moeskops en Garmy over stimuleren private initiatieven groen (VN2024-010487)12.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Handleiding voor groene initiatiefnemers in Amsterdam ‘Van inspirerend idee naar succesvol groen buurtproject’

Auteurs: Annet van Hoorn (Ahorn Projecten), Paul de Dooij (Buurtgroen020) en Lidy Zeinstra (ANMEC) In opdracht van: gemeente Amsterdam en stadsdeel Noord Amsterdam, Oktober 2020

Inhoud 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2

WAAROM een groen buurtproject beginnen? ................................................................................ 4

3.

2.1

Motivatie voor het vergroenen van je buurt........................................................................... 4

2.2

Impact van buurtgroen en medebeheer ................................................................................. 5

HOE te oriënteren en voor te bereiden? ......................................................................................... 6 3.1

Succesfactoren ........................................................................................................................ 6

3.2

Wijkpartners ............................................................................................................................ 7

3.3

Spelregels medebeheer ........................................................................................................... 8

4. WAT voor types buurtgroen zijn er? ................................................................................................. 10

5.

4.1

Groene buurtprojecten ......................................................................................................... 10

4.2

Stappenplan........................................................................................................................... 13

Praktische zaken ............................................................................................................................ 22 5.1

Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 23

5.2

Materialen en planten ........................................................................................................... 23

5.3

Beheerplan ............................................................................................................................ 24

5.4

Het team of de tuingroep ...................................................................................................... 24

5.5

Impact meten ........................................................................................................................ 25

5.6

Verder lezen .......................................................................................................................... 25

Bijlage 1: Voorbeeld toetsingseisen GiB................................................................................................ 27 Bijlage 2: Voorbeeld gebruikersovereenkomst ..................................................................................... 28 Bijlage 3: Keuzelijst ‘Biodiverse en inheemse beplanting’ .................................................................... 31

Foto’s en afbeeldingen: Buurtgroen020, De Gezonde Stad / Park om de Hoek, Ahorn Projecten, Gemeente Amsterdam, Amsterdam Rainproof, RODI, Het Woeste Westen, Van Amsterdamse Bodem, Groene Buurten, Natuur&Milieuteam Zuid. Colofon: Aan de informatie in deze handleiding kunnen geen rechten ontleend worden. De handleiding is samengesteld als een praktijkadvies, niet als een juridisch document. Bovendien kan informatie niet meer actueel zijn door wijzigingen in beleid en regelgeving.

2

1

Inleiding

Sinds 2018 is er de regeling Groen in de Buurt (GiB) in Amsterdam. De regeling is bedoeld om Amsterdammers te stimuleren om groene buurtprojecten op te zetten en te beheren (medebeheer). Jaarlijks is er € 2 miljoen beschikbaar wat grotendeels verdeeld wordt over de (7) stadsdelen. De stadsdelen gebruiken dit budget m.n. voor de uitvoering en ondersteuning van groene buurtprojecten. Door de GiB-regeling is het inrichten en beheren van openbaar groen door bewoners (officieel) onderdeel van het gemeentelijk beleid (stadsbreed). Op basis van de kennis en ervaring die reeds opgedaan is in de stadsdelen en die van betrokken organisaties, is het streven om het voor Amsterdammers zo eenvoudig mogelijk te maken om met buurtgroen aan de slag te kunnen gaan. Door het ontwikkelen en beheren van meer en beter groen kun je als bewoner bijdragen aan het bevorderen van biodiversiteit, biologisch voedsel, klimaatadaptatie, sociaal welzijn en gezondheid in je buurt. De gemeente zet zich in om interne processen zo snel en soepel mogelijk te laten verlopen. Via het online platform buurtgroen020.nl, het Stedelijk Groenpunt (Groenpunt020), groencoaches en organisaties wordt praktische kennis m.b.t. (buurt)groen en (mede)beheer laagdrempelig ontsloten. Deze handleiding biedt praktische handreikingen voor de ontwikkeling en het beheer van (m.n. grotere) groene buurtprojecten.

Voorbeelden zijn buurtmoestuinen, buurtparken, groene pleinen, groene speelplekken of voedselbosjes. Amsterdammers kunnen deze handleiding gebruiken ter inspiratie, informatie en voorbereiding van een groen buurtinitiatief. Groencoaches kunnen deze handleiding gebruiken om hun kennis te ontwikkelen en groene initiatiefnemers vraaggericht te begeleiden. De handleiding is opgebouwd volgens het why, how, what principe. In hoofdstuk 2 worden verschillende motivaties behandeld (het waarom), in hoofdstuk 3 gaat het om methodes (het hoe) en in hoofdstuk 4 komen verschillende typen buurtgroen met bijbehorende maatregelen aan bod (het wat). In Hoofdstuk 5 worden ingegaan een aantal praktische tips om tot een succesvol en duurzaam groen buurtproject te komen. Met deze handleiding wordt een houvast geboden, al blijft bij ieder groen buurtproject maatwerk nodig.

Veel succes en (lees)plezier, groene pionier!

3

2

WAAROM een groen buurtproject beginnen?

2.1

Motivatie voor het vergroenen van je buurt

Vaak is de hoofdmotivatie om een groen buurtproject te starten het verbeteren van de kwaliteit van je eigen leefomgeving. Het geeft veel voldoening wanneer je met eigen handen je buurt een stukje groener, gezonder en duurzamer maakt. Voordat het zover is heb je wel wat hobbels te overwinnen, en daarom is het goed om je bewust te zijn waarom je aan de slag gaat. Door goed na te denken over je motivaties kan je ook bedenken hoe de buurt zich kan ontwikkelen, door jouw initiatief! •

•

•

• •

•

•

•

1 2

Leefbaarheid. Relatief veel Amsterdammers wonen in versteende grijze buurten met weinig tot geen (openbaar) groen. Mensen waarderen een groene buurt omdat het een gevoel van rust en ontspanning geeft; heel belangrijk in een verdichte stad waar maar weinig mensen een tuin hebben. Naarmate Amsterdam autoluw wordt komt hiervoor ook steeds meer ruimte1. Wonen en werken in een groene omgeving heeft positieve effecten op de fysieke en mentale gezondheid. Buiten actief zijn. Er is behoefte om meer buiten te zijn, als tegenwicht tegen het stilzitten in huis of op het werk. Om dit te ondersteunen kan een beweegroute gemaakt worden door uitdagende elementen en obstakels. Ook kunnen bewoners stukken bestaand groen samen gaan onderhouden (plantsoen, bloemrijk gras). Sociale samenhang. Versterk het contact met je buren door samen een project op te zetten, te zorgen voor beheer en onderhoud en een groene ontmoetingsplek in de buurt te creëren. Ook kan een groeninitiatief ervoor zorgen dat mensen van verschillende achtergronden elkaar ontmoeten (bv. om te tuinieren, voedsel te verbouwen, activiteiten te organiseren). En creëert het een gevoel van eigenaarschap over je leefomgeving. Natuurbeleving. Door (nieuw) groen aan te leggen en het natuurvriendelijk2 te beheren leer je over flora, fauna en ecologie.

Ook kan je ervaren dat de mens onderdeel is van de natuur en hoe je hiermee in harmonie kan leven. Biodiversiteit. Mensen lezen en horen dat de variatie in flora en fauna achteruit gaat. Er zijn mensen die graag iets willen bijdragen aan deze teloorgang en creëren samen met andere mensen groene plekken in de omgeving. Door gevarieerd groen te ontwikkelen (o.a. in hoogte, vochtigheid, planten) kan je de (lokale) biodiversiteit een impuls geven. Klimaatbestendigheid. In een stad als Amsterdam zijn de gevolgen van klimaatverandering al goed te merken. Door heftige regenbuien ontstaan er problemen met de waterafvoer en tijdens voorjaar en zomer kan het droog en broeiend heet zijn in de stad. Steeds meer bewoners willen zich actief inzetten om de water-, droogte- en hittebestendigheid van de stad te verbeteren. Het aanleggen en (anders) beheren van (buurt)groen is hiervoor een effectieve oplossing, net als het aanleggen van oplossingen voor hemelwateropvang en het zuiveren van het lokale water. Biologisch voedsel. Door zelf groente te verbouwen leer je natuur en landbouw te combineren. Hierdoor krijg je inzicht in de vele functies van de natuur die nodig zijn om een plantje te laten groeien. Vooral voor kinderen is dit een belangrijk leerproces. Ook geeft het voldoening (en scheelt het geld) wanneer je zelf in je groente en fruit kan voorzien. Experimenteerruimte.

Een groen buurtproject kan een plek zijn voor experiment, waar je inspiratie opdoet, waar nieuwe initiatieven ontstaan, waar proefondervindelijk wordt geleerd. Het kan een broedplek vormen waar vanuit je als stedeling je wijk levendiger, leefbaarder of duurzamer kunt maken.

Agenda Autoluw Zie bijlage Natuurinclusief beheer

4

2.2

Waarde van buurtgroen en medebeheer

Het groener maken van je buurt heeft vele voordelen voor mens, dier, plant en klimaat. Jouw initiatief kan bovendien een voorbeeldwerking hebben voor anderen. Door elkaar te inspireren en te motiveren ontwikkelt zich een kennisnetwerk van groene Amsterdammers. Op buurtgroen020.nl kan je terecht voor een overzicht van groene buurtprojecten in Amsterdam en contacten waar je mee kunt samenwerken. Ook vind je er veel links naar praktische kennis om met buurtgroen aan de slag te (kunnen) gaan. Ook jij kan jouw initiatief op Buurtgroen020 zetten zodat mensen jou kunnen vinden. De waarde van groene buurtprojecten kan grofweg worden onderverdeeld a.d.h.v. 5 verschillende thema’s. In onderstaand schema zijn deze thema’s uitgewerkt in verschillende vormen van waardes. Je kan dit schema gebruiken om je motivatie(s) en gewenste impact van je groene buurtinitiatief helder te krijgen. Ook kan je het schema gebruiken om de resultaten van je groene buurtinitiatief te monitoren na de realisatie. Dit kan ook belangrijk zijn bij de verantwoording van je financiering, en bij het onderhandelen met de gemeente in geval van verschillende ruimteclaims. Gezonde/prettige leefomgeving

Sociale/duurzame samenleving

Voedsel en tuinieren

Klimaat en natuur

Groene/circulaire economie

Aantrekkelijke woonomgeving

Ontmoeting en samenzijn

Biologische, lokale producten

Robuuste biodiversiteit

Gunstig vestigingsklimaat

Inspirerende werkomgeving

Educatie en beleving

Gezond en vers voedsel

Ecologische verbindingen

Werkgelegenheid en vrijwilligerswerk

Schoonheid en esthetiek

Milieubewustzijn

Natuurlijke plaagonderdrukking

Waterberging bij regen

Vastgoedwaarde

Geluk en welzijnsgevoel

Culturele contacten en inclusiviteit

Bestuiving van gewassen

Verkoeling bij hitte

Arbeidsproductiviteit en gezondheid

Sport en beweging

Eigenaarschap en medezeggenschap

Biomassa voor compost

Rust en geluidsdemping

Kringloop stadslandbouw

Recreatie en ontspanning

Spelende kinderen

Korte ketens

Zuivering bodem, lucht en water

Duurzaam materiaal en recycling

Zingeving en experimenteren

Vitale ouderen

Vruchtbare bodems

Minder broeikasgassen

Regeneratief ondernemen

Motivaties voor en waarden van buurtgroen en medebeheer. Bron: De Natuurmakelaar (2020).

De gemeente (het stadsdeel) rapporteert ieder jaar de impact van groene buurtprojecten en richt zich daarbij m.n. op biodiversiteit, klimaatadaptatie, sociaal welzijn en gezondheid. Probeer op voorhand na te denken hoe je deze thema’s mee kan nemen in de planvorming van je groene buurtinitiatief.

5

3.

HOE te oriënteren en voor te bereiden?

3.1

Succesfactoren

Voordat je met een groen buurtproject begint is het van belang je goed te oriënteren en voor te bereiden. Niet alle groene buurtinitiatieven zijn namelijk een lang leven beschoren. Op basis van onderzoeksresultaten en praktijkervaringen kunnen de onderstaande succesfactoren worden benoemd. • • • • • •

• •

•

•

•

Zorg voor één contactpersoon bij de gemeente / stadsdeel / grondeigenaar en onderhoud daar een goede en frequente relatie mee. Organiseer een team van bewoners (en evt. deskundigen) met wie je hetzelfde doel voor ogen heb en maak een duidelijke rol- en taakverdeling. Besteed veel aandacht aan je team, de communicatie en de samenwerking, en een positieve uitnodigende houding naar je bewonersgroep. Als je dit zelf niet kunt of wilt, zorg dan voor een partner die hier goed in is. Vier je successen! Soms is de weg naar realisatie lang; grijp iedere stap aan om je team te bemoedigen. Toon je successen ook aan de buitenwereld (bv. via digitale en lokale media). Zet communicatie ook in voor naamsbekendheid in de buurt: dit maakt het makkelijker om nieuwe vrijwilligers te vinden, en sponsoren (Facebook bv.). Als je als initiatiefnemer wilt stoppen, is het belangrijk dit tijdig te communiceren. Maak het initiatief niet van jou alleen afhankelijk en zorg voor goede opvolging en overdracht. Het vertrek van de initiatiefnemer is een van de belangrijkste oorzaken waardoor groene buurtprojecten uit elkaar vallen. Zorg dat je voor de financiering niet van één bron afhankelijk bent, maar van meerdere (bv. fondsen, crowdfunding of sponsoring, en lidmaatschapsgelden (bv. door het oprichten van een (informele) vereniging); In Amsterdam is een locatie voor een groen buurtproject vaak tijdelijk.

Dit komt o.a. door de hoge grondprijzen en de enorme bouwopgave (verdichting van de stad). Om een geschikte plek te vinden en (langer) te mogen gebruiken heb je een actieve lobby nodig. Gebruik persoonlijke contacten, betrek gemeenteraadsleden, bezoek een portefeuillehouder (stadsdeel) of wethouder (centrale stad), organiseer een petitie en/of zoek de media op. Maak duidelijk wat je zoekt en met welke randvoorwaarden (bv. 500m2 voor minimaal 4 jaar). Er is zeker ruimte, maar er zijn veel concurrerende gebruiksclaims. Laat je hierdoor niet ontmoedigen, maar reken erop dat het tijd kost om een locatie te vinden. Investeer in een netwerk van groene initiatiefnemers en praktijkdeskundigen op stadsdeel- of stedelijk niveau. Er worden geregeld groene bijeenkomsten georganiseerd (zowel stedelijk als lokaal), o.a. vanuit Groenpunt020. Vele groene bijeenkomsten kan je vinden in de activiteitenkalender van op buurtgroen020.nl. Ook kan je hier groene buurtprojecten in je buurt vinden en delen en inspiratie en kennis opdoen voor een nieuw initiatief. Door je gratis aan te melden voor de wekelijkse Buurtgroen020 nieuwsbrief kan je eenvoudig op de hoogte blijven van de laatste groene activiteiten, projecten en nieuwtjes in Amsterdam.

Het is belangrijk dat de (organisatorische) klussen door genoeg mensen worden gedeeld en er genoeg vrijwilligers zijn; signaleer een tekort aan mankracht / handen bijtijds en vlieg hulp in. Je kan denken aan het benaderen van contacten uit persoonlijke netwerken, nldoet.nl, Vrijwilligerscentrale Amsterdam (VCA) (vca.nu), het organiseren van actieve uitjes (bv. voor bedrijven, families, buurt), JeKuntMeer (jekuntmeer.nl), De Groene Academie (degroeneacademie.nl), een pitch of infostand op een groen evenement of een oproep via digitale of lokale media. Als je je initiatief als ondernemer wilt starten, zorg dan dat je meerdere verdienmodellen inbouwt. Mogelijke verdienmodellen zijn: ruimtes verhuren (in de tuin of in een gebouw),

6

verwerkte producten, paddenstoelen kweken, dagbesteding, kinderopvang of naschoolse lessen aanbieden, catering met eigen producten, delicatessen (kruiden, eetbare bloemen), ijsverkoop (Ola of zelfgemaakt), ruimte verhuren aan een buurderij 3 , merchandise, zonnepanelen, kippen (eieren, vlees), bedrijfsuitjes, teambuilding voor bedrijven, (lunch)restaurant, NME-leskistendepot. Ook is er een gemeentelijke subsidieregeling voor de voorbereiding van duurzame initiatieven en kan je fondsen benaderen.

Afb. 1. Het logo van buurtgroen020.nl symboliseert de samenwerking van groenblauwe partijen in Amsterdam.

3.2

Wijkpartners

Het is raadzaam om de omgeving goed te analyseren om zicht te krijgen op de mogelijkheden en beperkingen. Als je ergens al lang woont, weet je wat er speelt, en komen je wensen en ideeën hier vaak uit voort. Maar ook dan is het goed om in een pril stadium contact te leggen met je wijkpartners. Dat helpt bij het organiseren van lokaal draagvlak en het vinden van medestanders. Doe dit rondje niet alleen; het is belangrijk om de relaties samen op te bouwen. En laat je niet ontmoedigen door scepsis. Vooral als medebeheer ergens nog nieuw is, ziet niet iedereen gelijk de kansen, maar vooral de risico’s. Het bouwen van draagvlak begint door over je initiatief te praten! Voorbeelden van wijkpartners zijn: •

•

•

3

Gebiedsmakelaar. Dit is het eerste aanspreekpunt voor bewoners vanuit het stadsdeel. De gebiedsmakelaar weet welke thema’s er urgent zijn in een buurt, heeft veel lokale contacten en kan je o.a. helpen met het organiseren van lokaal draagvlak. Wie in welke buurt gebiedsmakelaar is kun je online vinden. De gebiedsmakelaars werken samen in gebiedsteams. In de meeste stadsdelen is een Groen in de Buurt (GiB) coördinator actief die bewoners verder kan helpen met groene buurtinitiatieven; de gebiedsmakelaar kan je daarmee in contact brengen. Gebiedsbeheerder. Gebiedsbeheerders zijn het aanspreekpunt voor alles wat met het dagelijks beheer van de openbare ruimte te maken heeft. Vraag de gebiedsmakelaar, Groen in de buurt coördinator of groencoach wie het is in jouw gebied; de namen zijn niet online te vinden. Gebiedsbeheerders werken voor Stadswerken (afdeling Gebied & Gebruik); zij hebben ieder een deel van een stadsdeel (gebied) als werkterrein. Stadswerken is een stedelijke organisatie, in tegenstelling tot de gebiedsteams, die onderdeel zijn van de stadsdelen. Portefeuillehouder Groen of Openbare ruimte. In de stadsdelen zijn 2-4 dagelijks bestuurders. Zij vertegenwoordigen de politiek in de stadsdelen, en hebben ieder een aantal portefeuilles (zoals Groen, Duurzaamheid, Sport ed). Het kan handig zijn om de bestuurder die groen in zijn of haar

www.boerenenburen.nl

7

•

•

•

• • • •

portefeuille heeft, proberen warm te maken voor je plannen door deze bv. uit te nodigen bij een buurtbijeenkomst. Je kunt hun contactgegevens online vinden. Stadsdeelcommissie. Sinds 2018 zijn er in elk stadsdeel 12-18 burgers verkozen die in de stadsdeelcommissie zitten. Zij vergaderen in het stadsdeelkantoor en kunnen onderwerpen op de agenda van het dagelijks bestuur zetten en gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen. Hun taak is voeling houden met wat er gebeurt in het stadsdeel. Om politiek draagvlak voor je plan te ontwikkelen kan het handig zijn iemand binnen de stadsdeelcommissie te zoeken die jouw plan steunt en het evt. op de agenda wilt zetten. Je kunt de contactgegevens van de leden van de stadsdeelcommissies online vinden. Opbouwwerker. In elk stadsdeel zijn welzijnsorganisaties actief die zich bezig houden met participatie en bewonersondersteuning. Opbouwwerkers kunnen je o.a. helpen met het betrekken van kwetsbare groepen en het organiseren van buurtactiviteiten. Ze werken vanuit de Huizen van de Wijk of Buurthuizen; het zijn geen ambtenaren. Wijkbeheerder. Deze zijn in dienst van woningcorporaties en zijn het aanspreekpunt voor de huurders (o.a. sociale huurwoningen). Zij weten goed wat er in een bepaalde straat of woningbouwcomplex leeft en kunnen helpen met het realiseren (ook financieel) van groene buurtprojecten op corporatiegrond4.

Zorginstellingen of verzorgingstehuizen. Deze kunnen interesse hebben in een plek waar hun cliënten kunnen meedoen, of willen mogelijk een stuk van hun tuin beschikbaar stellen. Scholen. Deze kunnen interesse hebben om de schoolpleinen groener te maken (bv. om buitenlessen te kunnen geven). Scholen zijn ook handig om groepen kinderen en ouders te kunnen bereiken. Wijkagent. Deze kan je vragen wat er speelt in de buurt (bv. zijn er hangjongeren of hangouderen? Welke stukken openbare ruimte worden door welke groepen gebruikt?). Groencoach. In ieder stadsdeel is een (andere) vorm van groencoaching beschikbaar waar je terecht kan voor lokale vragen en ideeën m.b.t. groene buurtinitiatieven. Voor inhoudelijke vragen kan je ook contact opnemen met Groenpunt020. Van daaruit zijn verschillende praktijkdeskundigen actief die op locatie kunnen langskomen om inhoudelijk advies te geven.

Afb. 2: Gebruik een pamflet van Loesje (of iets anders ludieks) om op een ‘luchtige’ wijze aandacht te trekken.

3.3

Spelregels medebeheer

Traditioneel gezien wordt de openbare ruimte door de gemeente beheerd. Medebeheer door bewoners is relatief recent toegevoegd aan het beleid. De officiële naam is medebeheer omdat de 4

Zie de publicatie Groen zelfbeheer bij corporaties (2018) op http://bureaubinnentuinen.nl/publicaties/

8

gemeente altijd eindverantwoordelijk blijft voor (het groen in) de openbare ruimte. De meest gangbare zijn spelregels bij buurtgroen en medebeheer zijn: • • • • • • •

• •

De openbare ruimte blijft eigendom van de gemeente en wordt in bruikleen gegeven. Hiertoe wordt een gebruiksovereenkomst afgesloten waarin de wederzijdse rechten en plichten staan vermeld. Vanuit de Groen in de Buurt (GiB)- regeling kunnen alleen projecten in de openbare ruimte worden aangevraagd. Het medebeheer gebeurt zonder vergoeding (vrijwillige inzet). De gemeente vraagt geen pacht. Initiatiefnemers én gemeente hebben het recht om de medebeheerovereenkomst op te zeggen. Voor initiatiefnemers zijn hieraan geen kosten verbonden voor het terugbrengen van de grond in de oorspronkelijke staat, tenzij anders vermeld in de overeenkomst. Medebeheerders zorgen voor voldoende onderhoud en een nette aanblik5 (en verwijderen ook zwerfvuil). De gebiedsbeheerder komt jaarlijks langs om te kijken hoe het gaat (schouw). Er wordt biologisch gewerkt en dit betekent dat er geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt mogen worden. De gemeente faciliteert het medebeheer. Dat wil zeggen dat de gemeente ervoor zorgt dat alle relevante afdelingen weten van het project en de projectafspraken zodat de medebeheerders maar met één of enkele personen te maken hebben. De gemeente kan ook zorgen voor begeleiding en aanleg. Bomen planten vraagt speciale toestemming (via de gebiedsbeheerder). Bomen worden traditioneel door de gemeente beheerd.

Echter, wie een boom aanplant moet zorgen voor vier jaar nazorg (water geven en snoeien), totdat de boom goed is aangeslagen. Er is vanuit Groen in de buurt sinds 2020 de mogelijkheid om bestaande initiatieven jaarlijks te ondersteunen met een kleine bijdrage in het onderhoud (bv. voor plantjes, materialen en gereedschappen). Stem dit af met de gebiedsmakelaar of GiB coördinator van het stadsdeel.

Naast deze praktische spelregels voor buurtgroen en medebeheer hanteert de gemeente Amsterdam specifieke regels en voorwaarden voor grote groene buurtprojecten.

Afb. 3: De gemeente Amsterdam (stadsdelen) hanteren spelregels voor medebeheer van buurtgroen.

5

Beheerniveau Sober of Basis

9

4. WAT voor types buurtgroen zijn er? 4.1

Groene buurtprojecten

Deze handleiding richt zich op grotere groene buurtprojecten. Is er naar jouw idee nog niet veel draagvlak voor een groter initiatief in jouw wijk, dan kun je bv. beginnen met het aanvragen van een plantenbak of schaal, of het adopteren van een aantal boomspiegels, samen met je buren. Via het Groene Buurt loket van de gemeente kan je geveltuintjes, plantenbakken en boomspiegels online aanvragen. Ook kan je hier grotere groene buurtprojecten kan je online aanvragen via: Samen groen in de buurt beheren. Het is aan te raden om in ieder geval ook je plan met de gebiedsmakelaar in je buurt te bespreken. Onderstaand zijn een aantal vormen van grotere groene buurtprojecten beschreven. Kijk voor meer informatie en inspiratie over grotere groene buurtprojecten op buurtgroen020.nl.

Buurtmoestuin: Je kunt een moestuin gezamenlijk inrichten en bewerken of individuele bewoners kunnen ieder een stuk gebruiken. Of er is een mengvorm, waarbij slechts een gedeelte voor gemeenschappelijk gebruik is (bv. kruiden, aardbeien, bloemen). Als de bodem vervuild is kun je moestuinbakken gebruiken; die heb je in verschillende maten. Het voordeel is dat ze makkelijk te bewerken zijn want je hoeft niet te bukken. Ook zijn deze relatief eenvoudig aan te vragen via de gemeente (gebiedsmakelaar), want ze zijn mobiel. Als je klein wilt beginnen zijn enkele moestuinbakken een goed idee: er zijn meestal weinig tegenstanders, je kunt de reacties naar verloop peilen en kan zo een eerste groep medestanders krijgen. Nadelen van moestuinbakken zijn o.a. dat je vaker water moet geven en planten minder goed groeien dan in de volle grond. Het aanbrengen van een laag hout op de bodem (van bakken van ca. 70cm hoog) maakt de grond beter zodat deze meer water vast kan houden. Als het jou en je groep gaat om grootschaliger tuinieren kan je samen op zoek gaan naar een plek waar getuinierd kan worden in de volle grond (evt. wat verder weg) of misschien kan een bestaand stukje groen omgevormd worden tot een buurt(moes)tuin.

Foto 1&2: Moestuinieren in de volle grond op het Nicolaas Beetspleinen in moestuinbakken in de Curaçaostraat.

Buurtpark: In een park(je) zijn meestal meerdere functies gecombineerd (zoals ontspanning, schoonheid, biodiversiteit). Je hebt er bijvoorbeeld een of meerdere zitplekken en sportfaciliteiten en een speelplek voor kinderen. Het kan een grote verbetering zijn om aan deze locaties (andere) groene elementen toe te voegen en het parkje met de buurt te beheren. Groene elementen kunnen bijvoorbeeld zijn: een vijvertje6 , (fruit)bomen, bloemen en insectenhotels. Ook kan je kijken of een groen speelterrein gerealiseerd kan worden, of een versteend plein (deels) ingericht kan worden als park, of dat een bestaand park verrijkt kan worden met een andere inrichting of beheer. Zie

6

Maar pas op met kleine kinderen! Zet er altijd een hekje omheen, hoe klein de vijver ook is.

10

parkomdehoek.nl voor voorbeelden. Het gaat hierbij vaak om grote bedragen en het kan lang duren totdat je plan gerealiseerd is, maar dan heb je de buurt dan ook een enorme facelift gegeven!

Foto’s 3&4: Bewonersoverleg in buurtparkje Schinkelkade en aanleg van een Park om de Hoek met de buurt.

Groen plein: Veel pleinen in de stad zijn erg versteend; dit is nu eenmaal goedkoper in onderhoud en aanleg. Hier is vaak veel te winnen, want een plein is van nature een ontmoetingsplek, en veel mensen willen dat ‘hun’ plein leefbaar en aantrekkelijk is. Een groene inrichting van een plein kan dit bewerkstelligen; wel is het van belang om zo vroeg mogelijk de belanghebbenden te betrekken (bv. bewoners, ondernemers, gebruikersgroepen) om de wensen en mogelijkheden te verkennen. De gemeente en Rainproof stimuleren het weghalen van tegels en dit vervangen door groen. Kijk hiervoor op rainproof.nl/tegelservice. Via Tegels eruit, groen erin kan er voor een ontwerp en beplanting worden gezorgd in sommige stadsdelen. Kijk hiervoor op tegelseruit.nl. Houd verder de plannen voor je buurt in de gaten (door afstemming met de gebiedsmakelaar); mogelijk is er al een herinrichting van het plein voorzien.

Foto 5&6: Tegels worden verwijderd op versteende plekken en worden vervangen door bloemrijke plantjes.

Groene speelplek: Er zijn tegenwoordig nog maar weinig wilde landjes waar kinderen vrij kunnen spelen. En waar die er nog wel zijn mogen kinderen er vaak niet zonder toezicht naartoe. Zo hebben de kinderen van tegenwoordig veel minder kans om in contact te komen met de natuur, hun grenzen te leren kennen, in bomen te klimmen, vies te worden en avonturen te beleven. Daarom zijn er de laatste 20 jaar steeds meer groene speelplekken aangelegd, met bosjes, wilgenhutten, boomstammen, poeltjes, waterlopen en zand. Kinderen worden uitgedaagd om vrij te spelen, hun motoriek te verbeteren, samen te werken en hun fantasie te gebruiken. Om kennis en inspiratie op te doen kan je kijken op springzaad.nl. Voor groene schoolpleinen van basisscholen heeft de gemeente Amsterdam een aparte subsidieregeling beschikbaar gesteld: Amsterdamse Impuls Schoolpleinen.

11

Foto 7&8: Spelende kinderen in natuurspeeltuin bij het Westerpark en groen schoolplein in de Kinkerbuurt.

Voedselbos: In de permacultuur geldt een voedselbos als de meest natuurlijke manier om voedsel te verbouwen; en daarmee als de meest efficiënte. Bomen en vaste planten zorgen voor een goed bodemleven, en dit leidt weer tot een betere vochthuishouding (waterbestendigheid), luchtigheid en voedingsstoffen. En dit allemaal zonder dat je er veel aan hoeft te doen. Er is de laatste jaren veel geëxperimenteerd met eetbare vaste planten, struiken en bomen. Ook is er al veel bekend over zaaien plantwijzen voor een productieve oogst (waar je relatief weinig werk aan hebt). Een voedselbos kan (deels) gefinancierd worden vanuit de GiB-regeling; ook de gemeentelijke subsidieregeling Stadslandbouw kan hiervoor gebruikt worden. Voor kennis, netwerk en inspiratie over voedselbossen in Amsterdam is er het Voedselbosnetwerk Amsterdam. Voor meer informatie over permacultuur kan je terecht op de website van Permacultuur Nederland (met o.a. een gratis online cursus).

Foto 9&10: Close up in Voedselbos Noordoogst en beheerwerkzaamheden in Voedselbos Hof van Acta.

Stadslandbouwproject: in strikte zin zijn alle tuinen en tuintjes in de stad waar voedsel wordt verbouwd, stadslandbouw. Hier verstaan we onder stadslandbouw de projecten waarmee (wat) geld verdiend wordt, en die dus groter zijn. Vaak zijn het voorbeelden van circulaire economie, omdat er gebruikte materialen en organisch materiaal uit de omgeving worden toegepast en tuinafval en regenwater wordt hergebruikt. De gemeente Amsterdam heeft een aparte (subsidie)regeling Stadslandbouw. Op vanamsterdamsebodem.nl vind je veel voorbeelden. Kijk op maps.amsterdam.nl/stadslandbouw voor een overzichtskaart van Amsterdamse stadslandbouwprojecten. Ook is er het Servicepunt Eetbaar Groen / Stadslandbouw vanuit een samenwerking van Groenpunt020 en Stichting Stadslandbouw Amsterdam (SSLA).

12

Foto 11&12: Stadsboer aan het werk bij project Warmonderhof en luchtfoto van Zuidpark’s Urban Farming dak.

Medebeheer van bestaand groen: Naast het opzetten van een nieuw project kan je met een groepje bestaand openbaar groen (ecologisch) beheren. Voorbeelden zijn bloemenweides (of -linten) creëren in de wijk, plantsoenen mooier inrichten en diverser maken, of stukjes van een park ecologisch inrichten en beheren. Voorbeelden zijn het Flevopark, het Vondelpark, Park van Darwin, Oeverlanden, Vrije Geer en Bijlmerweide. Vaak zijn er groene buurtorganisaties of werkgroepen actief die dit medebeheer organiseren in afstemming met de gemeente. De gemeente heeft vaak weinig capaciteit om zelf nieuwe projecten te ondersteunen bij het beheer. Probeer dus aansluiting te vinden bij een bestaande (groene) buurtorganisatie, of zet er zelf een werkgroep op met de buurt, voordat je met groene medebeheer aan de slag wilt. Via Groen in de buurt van de stadsdelen zijn er mogelijkheden om materiaal en gereedschappen beschikbaar of vergoed te krijgen. Neem contact op met je gebiedsmakelaar of GIB-coördinator. Check informatie over de bestaande groene buurtorganisaties en werkgroepen in Amsterdam via buurtgroen020.nl/organisaties of Landschap Noord-Holland. Bij de gemeente Amsterdam kan je online je hulp aanbieden bij het onderhoud van je straat, plein of speelplaats via: Straat of speelplaats onderhouden.

Foto 12&13: Bewoners onderhouden een plantsoen in Zuid en helpen mee met het beheer in het Vondelpark.

4.2

Stappenplan

Wanneer je met een groen buurtproject wilt starten is het handig om een stappenplan te maken. Door dit samen met je buurtgenoten op te stellen krijg je grip op het proces. Voor verschillende groene buurtprojecten zijn er verschillende stappenplannen. Hieronder zijn een aantal links weergegeven van bestaande stappenplannen voor grotere groene buurtprojecten. • • • • • •

Buurtpark Buurtmoestuin Buurttuin Natuurspeeltuin Voedselbos Groen schoolplein

13

Stappenplannen voor groene buurtinitiatieven kunnen dus per project verschillen (en per situatie). Voor het aanvragen van een project via de Groen in de Buurt (GiB)-regeling kan je de onderstaande stappen volgen. 1. Lees je in en oriënteer je. …Zoals je nu al doet, en zoek contact met anderen via buurtgroen020.nl. Velen zijn je voorgegaan in Amsterdam! In paragraaf 6.6. van deze handleiding vind je handige tips om je kennis verder te verdiepen. 2. Neem contact op met de gemeente en (praktijk)deskundigen In iedere buurt is er een gebiedsmakelaar die vanuit het stadsdeel als eerste aanspreekpunt voor bewoners fungeert. Dit zijn praktische mensen die de buurt goed kennen en er veel contacten hebben. De gebiedsmakelaar kan je o.a. helpen met het zoeken naar een geschikte locatie (bv door samen met jou langs plekken in de buurt te lopen), met het organiseren van lokaal draagvlak in de buurt en met doorverwijzen binnen de gemeenteorganisatie. De contactgegevens van de gebiedsmakelaars vind je online. De gebiedsmakelaar kan je doorverwijzen naar de gebiedscoördinator of -manager als je plan van belang is voor het hele stadsdeel. De gebiedscoördinator is de teamleider van het gebiedsteam, en de gebiedsmanager staat daar weer boven. Daarnaast is er in de meeste stadsdelen een Groen in de buurt (GIB)-coördinator.

Hij/ Zij is er voor het beheren van het GIB-budget, en voor het faciliteren (ondersteunen) van groene buurtinitiatieven. De contactgegevens van de GiB-coördinatoren zijn niet online te vinden. De gebiedsmakelaar kan je in contact brengen met de GiB-coördinator of evt. een andere ambtenaar. Zorg dat je een vaste contactpersoon vindt die er (mede) voor gaat zorgen dat jouw initiatief in behandeling wordt genomen. Het is belangrijk om deze persoon regelmatig te herinneren aan je project, om de vaart erin te houden. Om een snel antwoord te krijgen, probeer je mail kort te houden en een eenvoudige vraag te stellen. Sluit aan bij wat voor de persoon belangrijk lijkt, en benadruk het resultaat dat er te behalen is. Schroom niet om de persoon nog eens te benaderen en maak je vraag steeds specifieker. Geef ook aan wat je al hebt (steun uit de buurt, een positieve reactie van een wijkpartner). Ook zijn er in sommige stadsdelen groencoaches of groenpunten. Dit zijn initiatiefnemers, ondernemers en/of (buurt)organisaties die ervaring hebben met het succesvol en duurzaam uitvoeren van groene buurtprojecten. Zij kunnen je vraaggericht adviseren bij het opzetten van jouw initiatief. Meer informatie en contactgegevens vind je via de pagina ‘coaching’ op Buurtgroen020.

Voor inhoudelijke vragen kan je bovendien terecht bij het Stedelijk Groenpunt (Groenpunt020) waarbij praktijkdeskundigen op locatiebezoek kunnen komen om je gericht te adviseren. 3. Zoek tenminste 1-2 mede-initiatiefnemers. Zij kunnen samen met jou als kartrekker voor het project fungeren. Leg samen contact met wijkpartners (bv. school, welzijn, zorg, zie paragraaf 3.1) die positief zijn over je plan. Ze hoeven in principe niet actief mee te organiseren. Bedenk vooraf wat eventuele risico’s van het project kunnen zijn (bv. verwaarlozing, vandalisme, hangjeugd). Vaak kunnen deze risico’s afgedekt worden door een handige ruimtelijke inrichting en duidelijke afspraken over beheer en onderhoud. 4. Zoek een geschikte plek. De gebiedsmakelaar in jouw buurt kan je hierbij helpen. Ook is er een gebiedsbeheerder in jouw buurt die kan adviseren of het project past in het beheer van de openbare ruimte. Denk bij het kiezen van een geschikte plek o.a. aan tijdelijkheid van de grond, ander gebruik van de ruimte, bodemkwaliteit, zonuren, wateraanvoer, logistiek, en de voorbeeldlijst met toetsingseisen uit bijlage 1.

14

De openbare ruimte is van iedereen. Wanneer je toestemming (van de gemeente) wilt krijgen om in de openbare ruimte een groen buurtinitiatief te beginnen, is het van belang dat veel mensen uit de buurt er wat aan (kunnen) hebben. Of in ieder geval meer dan nu het geval is. Een plek die niet veel wordt gebruikt heeft dan ook de voorkeur. Of een plek die veel mensen niet mooi vinden. Je kunt overal aan denken (bv. pleintjes, (stukjes) grasveld, plantsoen/kijkgroen, oevers van sloten, stroken, parken, natuur- of groengebieden). Openbare ruimte is eigendom van de gemeente en wordt ook grotendeels door de gemeente beheerd (vaak door uitbesteding aan groenaannemers). Woningbouwcorporaties zijn vaak eigenaar van (groene) ruimte rondom woningen en wooncomplexen (bv. binnentuinen). Om de eigenaar van een stuk grond te weten te komen kun je de gebiedsmakelaar om hulp vragen, of op data.amsterdam.nl kijken7. 5. Presenteer je plan aan de buurt. Met het kernteam maak je een eerste plan voor het groene buurtproject. Denk o.a. het visualiseren van je project met tekeningen en beeldmateriaal en het koppelen aan maatschappelijke thema’s die spelen in de buurt. Met het presenteren van dit plan verkennen jullie het draagvlak en de betrokkenheid in de buurt. De gebiedsmakelaar kan je helpen bij het organiseren van een buurtbijeenkomst waarbij het plan wordt gepresenteerd.

Sta open voor aanvullingen en/ of aanpassingen. Voor promotie en aankondiging van de buurtbijeenkomst kan je een flyer met een inspirerende foto of tekening maken. Verspreid deze 1-2 weken voor de bijeenkomst bij de bewoners die direct rondom de locatie wonen. Als er een Facebook-pagina of Whatsappgroep is van je buurt kan je daar handig gebruik van maken. Ook kan je het project alvast plaatsen op buurtgroen020.nl waarbij je aangeeft dat het project in de ‘voorstel’-fase is. Het is handig om de buurtbijeenkomst te houden op een locatie die zo dicht mogelijk bij de beoogde plek voor het project ligt – bv. een school of horecagelegenheid. Gebruik bij de presentatie inspirerende foto’s, plaatjes en tekeningen. Bereid een duidelijk, bondig en inspirerend verhaal voor. Ook is het fijn om vooraf al een aantal buurtgenoten enthousiast te maken voor je plan zodat er al enige betrokkenheid en steun is. De gebiedsmakelaar kan een rol spelen om o.a. aan te geven dat het plan past binnen het beleid van de gemeente en dat er mogelijk geld voor is. Leg na de buurtbijeenkomsten goed vast wie er voor het plan zijn en wie tegen. Vraag ook aan mensen wie mee willen doen: maak een aanmeldlijst en geef een aantal mogelijke bijdragen aan (plannen maken, aanleggen, mensen betrekken, voor gezelligheid zorgen etc.). Met eventuele tegenstanders kan je in gesprek gaan om tot een compromis te komen.

De gebiedsmakelaar kan hierbij helpen. Ook is het handig om langs de deuren te gaan van direct omwonenden. Niet iedereen is aanwezig bij zo’n buurtbijeenkomst. Zorg voor een handtekeningenlijst met voorstanders zodat je kan bewijzen dat er lokaal draagvlak is voor je plan. Een lastige afweging is op welk moment je het plan moet laten toetsen door het stadsdeel. Als je het in dit stadium doet heb je je plan nog niet helemaal rond. Als je het later doet wel, maar dan loop je het risico dat het aangepast moet worden, naar aanleiding van de toetsing. Bekijk 7

In data.amsterdam.nl typ je een straat in. Kies in het kaartje paginaweergave. In de linkeronderhoek zie je een symbooltje met drie papieren op elkaar (Kaartlagen). Als je hierop klikt kun je kiezen voor de laag Kadastrale eigenaren. Vink alleen Gemeente Amsterdam en Woningcorporaties aan, en je ziet dat de grond van de gemeente blauw is en die van corporaties oranje.

15

de voorwaarden in Bijlage 1 en overleg met de gebiedsmakelaar, GiB-coordinator en/of gebiedsbeheerder (je contactpersoon bij de gemeente). 6. Toetsing. Als je een plek gevonden hebt en bewijs hebt voor draagvlak in de buurt, kun je je plan laten toetsen door het toetsteam van de gemeente in jouw stadsdeel. Via je contactpersoon bij de gemeente kan je te weten komen wat je daarvoor moet aanleveren: bv. bewijs dat de plek openbare ruimte is, een kaartje van de locatie, tekening of schets van het plan, bewijs dat er draagvlak is in de buurt, namen of handtekeningen van actieve buren die willen meedoen. In het toetsteam zit(ten) de gebiedsbeheerder(s), en daarnaast kunnen stedenbouwkundigen, stadsecologen en beleidscoördinatoren worden betrokken. Bij de toetsing wordt gelet op vele zaken zoals de veiligheid en toegankelijkheid. Een voorbeeldlijst van toetsingseisen vind je in bijlage 1. Je hoort van de GiB-coördinator of gebiedsmakelaar of het initiatief kan doorgaan en of er budget is vanuit Groen in de buurt (en als het een (te) groot initiatief is, uit een andere gemeentelijke financieringsbron). Het kan gebeuren dat je initiatief te veel gaat kosten of te complex is voor Groen in de Buurt.

Als jullie plan verder voldoet aan de toetsingsvoorwaarden, betekent het niet automatisch dat het initiatief dan wordt afgekeurd; de coördinator van het toetsteam dient dan op zoek te gaan naar extra geld en er moet een gemeentelijk projectleider worden aangesteld. Dit betekent meestal wel dat het veel langer kan duren totdat er iets van je initiatief kan worden gerealiseerd, en het kan moeilijker zijn om betrokken te blijven bij de uitvoering. Je doet er goed aan om in de gaten te houden of de betrokken ambtenaar actief bezig blijft met het zoeken naar financiering en een projectleider. 7. Kennismaking met deelnemers / uitbreiding kernteam. Wanneer de toetsing goed is verlopen en er geen (onoverkomelijke) bezwaren zijn uit de buurt, is het goed om een tweede buurtbijeenkomst te organiseren. Je hebt de reacties van buurtgenoten verwerkt in het conceptplan. Dit plan wordt opnieuw voorgelegd aan de mensen die mee willen doen. Deze bijeenkomst is kleiner en informeler. Het doel van deze bijeenkomst is nog niet om besluiten te nemen maar vooral om kennis te maken met elkaar. Belangrijk is om bij de buurtbijeenkomsten voor een goede voorbereiding te zorgen om doordacht en uitnodigend over te komen. Denk o.a. aan het op tijd gereed zijn met de koffie en thee, iets lekkers erbij serveren, de tijd nemen om mensen (kort) vooraf te spreken en persoonlijk te ontvangen.

Ook is het belangrijk om aan het einde van de bijeenkomst tijd over te houden om o.a. het besprokene samen te vatten, (nieuwe) aanmeldingen voor deelname te noemen en concrete acties en afspraken uit te zetten. Houd er rekening mee dat er van de deelnemersgroep mensen kunnen afvallen en dat er later nog mensen kunnen bijkomen. 8. Besteed aandacht aan je kernteam. Dit is een belangrijke taak, en kan het beste door iemand anders dan de initiatiefnemer (eerste trekker) worden gedaan. Het kernteam kan bestaan uit de kartrekkers (initiatiefnemers), deskundigen en vertegenwoordigers van betrokken lokale organisaties. Neem de tijd om elkaar te leren kennen. Het is goed om te weten met wie je samenwerkt. Hiervoor kan je het volgende vragenlijstje gebruiken.

16

o o o o o o o o o o o o o o

Wat kan je bijdragen aan de aanpak van het groene buurtproject? Waar sta jij voor (of waar staat jouw organisatie voor)? Welke positie/rol heb jij of wil je hebben binnen de buurt en het project? Welke (on)mogelijkheden horen daarbij? Vind je het leuk om met medebewoners in contact te komen en samen te werken? Waarom werken andere mensen graag met je samen? Waar word je blij van? Wat zijn je sterke en zwakke punten? Welke karaktereigenschappen typeren je? Wat zijn je passies en allergieën? In hoeverre heeft je persoonlijke omgeving invloed op je persoonlijke energie? Waarom doe je mee? Hoeveel uur kan je per week/maand investeren? Wat zie je jezelf straks doen op het terrein of in de tuin?

Het is aan te raden om meerdere bijeenkomsten te organiseren met het kernteam om de samenwerking te verkennen. Hierbij kan je denken aan: • • • • •

Tijd nemen om als team samen iets te doen (bv. op bezoek gaan bij een vergelijkbaar project). Een gezamenlijk doel (of missie) voor het project formuleren. Tussentijds reflecteren hoe de samenwerking gaat en hoe dit eventueel beter kan. Zorgen voor een veilige, open en constructieve sfeer waarin ieder zich gehoord voelt. Naar elkaar omkijken, van elkaar leren en vaardigheden doorgeven en versterken.

9. Ontwikkelen van een plankaart. Aan de hand van de ideeën en reacties uit de buurtbijeenkomsten kan je het plan in kaart gaan brengen. Deze belangrijke stap doe je met de mensen die dan betrokken zijn. Zorg voor een goede plattegrond op schaal van de locatie. Ga met elkaar naar de plek en houd een eerste verkenning. Praktische tips zijn: •

•

• •

Laat eerst ieder voor zich over het terrein lopen. Zo kan iedereen de plek ervaren en op zich in laten werken. Maak foto’s en tekeningen van dingen die je opvallen. Vertel elkaar na afloop in twee minuten je bevindingen. Wat valt je op? Hoe ervaar je het terrein? Wat was je eerste gedachte toen je naar het terrein keek? Wat zie je jezelf hier doen? Laat daarna ieder voor zich op een plek staan die hij of zij als aangenaam ervaart. Wat maakt die plek prettig? Wat gebeurt hier straks, wat zie je voor je? Kijk dan samen of er plekken zijn waar meerdere mensen staan of die heel dicht bij elkaar liggen. Markeer deze op de plattegrond. Bekijk samen waar deze plekken voor zouden kunnen dienen. Maak een eerste observatie van het gehele terrein en de favoriete onderdelen. Kijk hierbij o.a. naar: ligging (met GPS of kompas), zonnestand, beschutting (tegen wind en regen), natte of lagere delen. Maak de observatie compleet door (technische) eigenschappen van het terrein in kaart te brengen. Je kunt hierbij de onderstaande checklist gebruiken.

17

o

o o o o

o

o

Grondsoort: zand/klei/leem, vruchtbaar of niet, humus, compact, los? Neem een handje aarde en knijp erin. Als het uit elkaar valt heb je zand en moet er veel compost bij. Als het zwart en kruimelig is zit er humus in. Als het blijft plakken, heb je klei. Vegetatie. Noteer de plantensoorten die er al voorkomen. Hieruit kan je o.a. afleiden wat voor soort planten hier goed zullen groeien. Randen, afscheiding, toegang (o.a. van belang voor logistiek) Bereikbaarheid, zichtbaarheid, geluidsniveau, verkeer (soort), bebouwing. Voorzieningen (riool, stroom, gas), en water: zijn er gebouwen om regenwater op te vangen in regentonnen? Van een klein gebouwtje kun je al honderden liters regenwater opvangen. Hoever is het dichtstbijzijnde waterpunt of sloot? Kun je een watertank plaatsen of ingraven? Dieren: zoogdieren, vogels, insecten? Als er ratten of konijnen zijn is het een risico om groenten in de volle grond te planten. Je kunt dan beter in verhoogde bedden of moestuinbakken werken. Groene omgeving. Zijn er akkers of tuinen in de buurt waar mogelijk gif gespoten wordt of die last kunnen krijgen van de zaden van jouw planten? Of zijn er juist groene gebieden en/of elementen die goed aansluiten bij het plan? Kan je groene verbindingen of corridors maken met andere projecten en gebieden? Dit zou de biodiversiteit een boost kunnen geven.

10. Maak een ontwerp. Wanneer de observatie en inventarisatie van de huidige situatie van het projectgebied is afgerond, kan de ontwerpfase beginnen. Laat je niet verleiden om het ontwerp te snel te willen doen. Je loopt dan het risico dat je (een deel van) de groep verliest of niet de juiste keuzes maakt. Plan een aantal ontwerpsessies en laat iedereen weten wanneer die zijn. Dan kan later niemand het gevoel krijgen dat hij of zij niet betrokken is. Je kunt een ontwerp met de hand tekenen (zorg dan wel dat alles op schaal is) of je kunt digitaal een luchtfoto (bv. vanuit Google Maps) bewerken met een tekenprogramma. Onderstaand vind je (ter inspiratie) een lijst van elementen die in het ontwerp van een groen buurtproject kunnen worden opgenomen.

o o o o o o o o o o o o o

Moestuinbakken of verhoogde bedden Pomp of wateropslag container Composthoop Zitje / bankje / tafel Hek en /of haag Mededelingenbord / naambord Wilgentenenkoepel of –hut Gereedschapsopslag Insectenhotel / bijenkasten (Pluk)bloemenbed of -rand Kinder(speel)tuin Toegangsplekken / poortjes Ontmoetingsplek (voor buurt en/of kinderen)

18

Afb. 4: Digitaal ontwerp van een buurttuin op het Smaragdplein in Amsterdam Zuid.

11. Opstellen van projectplan. Om financiering aan te vragen voor het project is het van belang om een SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdsgebonden) geformuleerd projectplan op te stellen. Een projectplan hoeft niet heel lang te zijn. Een gebruikelijke indeling heeft de volgende kopjes: • • • •

•

•

•

Inleiding / Motivatie: Hoe ben je tot het plan gekomen? Hoe sluit het plan aan bij de situatie in de buurt? Hoe willen jullie daarop inspelen? Bij je motivatie kun je verschillende voordelen van groene buurtprojecten noemen (zie paragraaf 2.1 en 2.2). Doel: Wat is kort en bondig jullie doel en hoe heb je dat afgestemd met het kernteam en buurtgenoten? Het doel kan verschillende invalshoeken hebben zoals sociaal, gezondheid, biodiversiteit, klimaat en voedsel. Doelgroepen: Wat zijn de doelgroepen van het project en hoe wil je die bereiken? Probeer zo veel mogelijk doelgroepen te betrekken in je project om een breed draagvlak te realiseren. Organisatie: Hoe is je (kern)team opgebouwd en hoe zijn de taken verdeeld? Wie is waarvoor verantwoordelijk en hoeveel tijd besteden ze daaraan? Hoeveel overlegmomenten zijn er? Is er een formele organisatie die verantwoordelijkheid kan nemen (bv. een stichting of een vereniging)? Voorbereiding: Wat zou er moeten gebeuren om het terrein in te richten? Bijvoorbeeld uithalen van bestaande beplanting (kan gebruikt worden om een takkenril te maken langs de rand), frezen van het terrein, inzaaien van wilde bloemen, plaatsen van moestuinbakken, plaatsen van kastanje- of schapenhek, plaatsen van waterpomp en/of regentonnen, plaatsen van wormen/insecten/bijenhotel en het organiseren van openingsevenement.

Planning: Het groeiseizoen loopt van maart-april tot oktober-november. Vaste planten, struikjes en bomen kun je het beste planten in het najaar of voorjaar. Van april t/m juni kun je de meeste groenten en eenjarigen zaaien. Zorg dat er in de zomervakantie mensen zijn om de tuin bij te houden. Maak een jaarplanning met werkdagen en (buurt)activiteiten. Resultaat: Wat levert het project op voor de buurt (liefst in concrete resultaten)? Bijvoorbeeld 15 mensen gaan ervaren hoe het is om met de buurt voedsel te verbouwen, 50 mensen gaan meegenieten door 3x per jaar een buurtevenement; in de jaren erna

19

•

• •

kunnen buurtbewoners van dit initiatief gebruik maken om te experimenteren met stadslandbouw en/of natuureducatie. Begroting: Deze kan het beste in Excel worden gemaakt. Als het plan vanuit GIB wordt uitgevoerd kan de GIB-coördinator (evt. met hulp van een groencoach) de begroting maken; overleg dan goed of en in hoeverre jullie als groep betrokken willen zijn bij de aanleg. Als je andere financiering hebt, ben je vrijer. Rubriceer de kosten in groepjes: bv. aanleg, plantgoed en zaden, evenementen, communicatie. Vraag voor grote kostenposten offertes of prijzen op. Beheerplan: Hoe wordt er gezorgd voor een bepaald kwaliteitsniveau van het beheer en onderhoud? Zie ook paragraaf 7.2 Het is handig om een e-mailadres bij het project aan te geven zodat buurtgenoten eventuele klachten en complimenten kunnen doorgeven. Kaart of plattegrond: Hoe komt het project eruit te zien op kaart? Dit kan je zelf doen of misschien ken je een buurtbewoner of professionele relatie die een mooie tekening kan maken. Dat is erg belangrijk voor het krijgen van financiering, en is ook een verplichte bijlage voor een GIB-aanvraag. Te gebruiken zijn softwareprogramma’s als Office Paint / Powerpoint, Adobe Illustrator, en Google Maps). Soms kan er professionele hulp geboden worden vanuit de gemeente; overleg dit met je contactpersoon bij de gemeente.

Voor het schrijven van je plan is het soms raadzaam om online research te doen, om je argumentatie te baseren op feiten en cijfers. Vaak is er veel informatie te vinden over de gebiedskenmerken van je wijk. Voorbeelden zijn: •

• • •

Hoe gezond is je wijk of stadsdeel? Het verbeteren van de gezondheid kan een belangrijke motivatie zijn van bewoners om actief mee te doen aan een groen buurtproject en/of medebeheer. De GGD Amsterdam heeft per gebied in Amsterdam een gezondheidsprofiel samengesteld. Hoe versteend is je wijk of stadsdeel en waar liggen de waterknelpunten? Meer groen kan bijdragen aan minder hittestress en meer waterbergingscapaciteit. Amsterdam Rainproof heeft voor heel Amsterdam een regenwaterknelpuntenkaart gemaakt. Zijn er veel jonge gezinnen of kinderen in de wijk, of juist veel ouderen? Demografische en vele andere gegevens over de stad vind je op data.amsterdam.nl en maps.amsterdam.nl. Er is door de Wageningen UR i.s.m. het Groen Platform Amsterdam een digitale inspiratiekaart met (potentieel) geschikte locaties voor grotere groene buurtprojecten ontwikkeld.

12. Regelen van financiering Als het plan en de kosten uitgewerkt zijn kan je de financiering gaan regelen. Probeer een ‘hybride financieringsplan’ (met meerdere financieringsbronnen) te maken, zodat je risico’s kan spreiden. In alle stadsdelen van Amsterdam is er een GiB-budget. Als je project door de toetsing komt en er is nog budget, kan dit een mogelijkheid zijn voor (een deel van de) aanleg, inrichting, beplanting en materiaal. Het budget kan ook voor educatie, externe begeleiding en evenementen gebruikt worden. Je ontvangt het geld niet zelf; het stadsdeel draagt zorg voor de betaling van (officiële) ondernemers en bedrijven – zie paragraaf 4.3. Voor een aanvraag bij GiB moet je in ieder geval de onderstaande zaken aanleveren; je doet dat via het online gemeentelijk Groene Buurt loket of via de GIB-coördinator / gebiedsmakelaar. • Kaartje van de locatie • Tekening of plaatje van hoe jullie het project voor je zien Voor het (deels)• financieren vanbegroting het project en/of het organiseren van groene Projectplan met • je Handtekeningenlijst van bewoners die willenen meedoen buurtactiviteiten kan ook gebruik maken van subsidies fondsen. Onderstaand zijn

20

subsidies en fondsen weergegeven die in principe in heel Amsterdam beschikbaar zijn. In sommige stadsdelen en (ontwikkel)buurten kunnen extra subsidies beschikbaar zijn; check dit bij de gebiedsmakelaar. • • • • • • • • • • • • • • •

Buurtfondsen voor Noord / Centrum / Zuid / West / Oost / Nieuw-West / Zuidoost Activiteitenbudget vanuit Huizen v/d Wijk en/of buurcentra in het stadsdeel Subsidieregeling Bewonersinitiatieven via stadsdeel Gemeentelijke subsidies: Duurzaam initiatief NME-Fonds Amsterdam Betrekken bij Groen Fonds Noord-Holland Postcode Loterij Buurtfonds Oranjefonds Crowdfunding voor Natuur Prins Bernhard Cultuurfonds, Nationaal Fonds NME VSB fonds Kern met Pit Fonds Triodos Foundation Rabobank Stimuleringsfonds

•

Kijk op Fondsen in Nederland voor een totaaloverzicht van beschikbare fondsen

13. Relatiebeheer Tussen het moment van aanvragen van je initiatief en evt. toekenning vanuit GiB zit meestal vier tot acht weken, maar het kan ook langer duren. Gebruik deze tijd om activiteiten te organiseren (bv. bezoek aan andere projecten of teambuilding), evt. extra financiering aan te vragen en vergeet niet je contactpersoon bij de gemeente regelmatig te benaderen. Een belangrijk onderdeel van de relatie met de buurt is de brief die uitgaat naar omwonenden om hen te informeren over de komst van het groeninitiatief. Deze brief heeft het stadsdeel als afzender en wordt door iemand van het gebiedsteam verspreid. Check altijd of deze brief daadwerkelijk wordt opgesteld en verspreid, en tijdig, en vraag of je hem eerst mag zien. Staat de contactpersoon van jullie team er goed in? Worden er geen verkeerde verwachtingen geschept? 14. Uitvoering / aanleg Als je toestemming hebt en financiering vanuit GIB, wordt er standaard een aannemer/uitvoerder gezocht die het initiatief gaat aanleggen. Als je dat zelf wilt doen, of samen met een specifieke aannemer, dien je dat gemotiveerd aan te geven. Er moet in ieder geval altijd gewerkt worden in opdracht van het stadsdeel, en er mogen geen particulieren worden betaald. Je kunt dus als particulier niet (direct) aanspraak maken op GiB-budget, en je kunt door jou gemaakte kosten niet declareren.

Normaal wordt de aanleg gedaan door de gemeentedienst (Stadswerken), of een groenaannemer die een raamcontract heeft met de gemeente. Dit heeft te maken met het inkoopbeleid van de gemeente. Tot € 50.000 mogen in principe andere professionals of aannemers opdrachten uitvoeren voor de gemeente, maar doorgaans kan dit alleen door facturering achteraf, en zonder voorschot. Je contactpersoon bij de gemeente kan voor je navragen of je een (lokale) ondernemer mag benaderen die de materialen inkoopt en/of jullie assisteert/adviseert. Ook kan je bespreken of er (als uitzondering) een voorschot aan zo’n ondernemer kan worden gegeven. Het valt aan te raden om samen te werken met een (buurt)organisatie (evt. als rechtspersoon) en aanwezig te zijn bij de uitvoering /aanleg om het eigenaarschap over het project zo groot mogelijk te houden.

21

15. Gebruiksovereenkomst Vlak voor de aanleg wordt meestal de gebruiksovereenkomst getekend tussen de initiatiefnemers en de gemeente (Stadswerken). Hiermee wordt het perceel overgedragen aan jullie als medebeheerders. In zo’n overeenkomst worden de beheerafspraken van het groene buurtproject vastgelegd. Er kan een standaardtekst worden gebruikt als uitgangspunt, maar bij grotere initiatieven zijn de afspraken die worden gemaakt altijd op maat. Zie bijlage 2 voor een voorbeeldovereenkomst. Hoe groter het stuk grond dat jullie in beheer krijgen, hoe meer mensen zullen moeten tekenen als initiatiefnemers en/of medebeheerders. De gebiedsbeheerder tekent namens de gemeente, in zijn/haar rol als dagelijks beheerder van de openbare ruimte. Overweeg het tekenen van deze overeenkomst te vieren met de betrokkenen bij je project en eventueel met de portefeuillehouder Groen van je stadsdeel. Benut dit moment ook voor een stukje in de wijkkrant en promotie via social media en websites.

Afb. 5: Met een gebruikersovereenkomst wordt de samenwerking met de gemeenten officieel beklonken.

5.

Praktische zaken

22

5.1

Bodemkwaliteit

Vanwege de aansprakelijkheid en gezondheidsrisico’s geeft de gemeente vaak de voorkeur aan het verbouwen van voedsel in moestuin- of plantenbakken. Voor grotere oppervlakten is het echter goedkoper en duurzamer om in de volle grond te werken. Wanneer je kiest voor een natuur- of siertuin kan dit in principe ook op vervuilde grond gedaan worden. Met behulp van bepaalde planten (bv. een helofytenfilter) kan de bodem zelfs op een natuurlijke wijze worden gereinigd. De bodem is in potentie het meest diverse ecosysteem op aarde. Door dit systeem kunnen planten essentiële mineralen en micro-elementen de voedselketen in brengen. Het bodemleven is een complex systeem en letterlijk de basis voor een voedselinitiatief. Voordat je begint met zaaien of planten van eetbare gewassen is het van essentieel belang dat er een schone, vruchtbare bodem ligt. Bodems in de oude stad zijn echter vaak vervuild. Wanneer je eetbare planten wilt gaan kweken (bv. in een moestuin in de volle grond) is eerst een bodemonderzoek nodig. Wanneer de grond vervuild is, kunnen er altijd nog moestuinbakken geplaatst worden, of verhoogde bedden worden aangelegd. Veel stukken grond in Amsterdam zijn al eens onderzocht (voor eerdere projecten). De gemeente beschikt over een digitale kaart waar de gegevens over de bodemkwaliteit in zijn opgenomen.

De gebiedsmakelaar kan je hier verder mee helpen of kijk op maps.amsterdam.nl. Wanneer er geen gegevens beschikbaar zijn kan een bodemonderzoek worden uitgevoerd. Als je dit niet zelf wilt betalen moet dit in opdracht van de gemeente gebeuren (dus schiet het niet zelf voor). Goede en gecertificeerde laboratoria zijn Eurofins (eurofins.nl ) en Eurolab (eurolab.nl).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14447379/1