bijl 2. 27-12-2023 weerwoord op nader verweer 21-12-2023
Tekst van het document
Aan de Bezwaarschriftencommissie van de Gemeenteraad van Amsterdam p/a de ambtelijk Secretaris xxxxxxxxxxxxxxxxxx KOPIE 27-12-2023
Betreft: weerwoord op het nader verweer namens B&W dd. 21-12-2023 van de directies Wonen, DS&I en DJZ; DJ.23.018441
Geachte Commissie, Op 21-12-2023 stuurde u me het nader verweer namens B&W, in weerwoord daarop het volgende. Ook al staat het er niet bij, het verweer is kennelijk opgesteld in overleg met de directie DJZ zodat DJZ ook na zijn interventie in augustus 2023 en de hoorzitting dd. 8-12-2023 aan het hoor & wederhoor heeft deelgenomen. Immers, de directies Wonen en DS&I gaan in het verweer dd. 21-12-2023 gedetailleerd in op het overleg van DJZ met zijn Bezwaarcommissie in augustus 2023 terwijl Wonen en DS&I als primair beslissende organisatie-onderdelen aan dat overleg evident niet hebben deelgenomen. Paragraaf 1 t/m 5 onderstaand gaat op het verweer nader in, bijgaand voor zo ver ik overzie het tijdpad van het WOO-verzoekje van 4-1-2023 tot 25-1-2024.
Samenvattend & concluderend gaat het geschil met de directies Wonen, DS&I en DJZ namens B&W niet alleen over de WOO-weigeringen dd. 27-2-2023, 25-9-2023 en 9-11-2023 als zodanig maar ook over de wijze waarop B&W en zijn ambtelijk apparaat in een geschil als dit te werk gaan; primair en zelfs in her-overweging op bezwaar is bijna elke stap een stap in de verkeerde richting, een eenvoudig WOO-verzoekje is door doen & laten van de directies DS&I, Wonen en DJZ in bijna een jaar uitgebouwd tot het monster-dossier zoals het nu bij de Raad en bij de Rechtbank voorligt, de wederzijdse verspilling van de aan de kant van de gemeente duurbetaalde tijd & energie is enorm. Op 13-1-2022 zijn de B&W-programma’s Juridische vernieuwing en Vertrouwen begint bij de overheid gestart, alleen al het in de bijlage tijdpad gespecificeerde doen & laten rond het WOO-verzoekje dd. 4-1-2023 en rond de bezwaren tegen de WOO-weigering dd. 27-2-2023 en het daarover zwijgen in de verweerschriften dd. 28-11-2023 en 21-12-2023 laat zien dat de directies niet kunnen of niet willen begrijpen waar het in de WOO, de Awb, de Regeling Bezwaar & Beroep en de ambtseed om gaat. Zelfs in het verkeer met B&W en de Raad gaat het mis, de directies hebben in hun voordrachten voor het B&W-besluit dd. 21-2-2023 en de raadsbesluiten dd.
16-3-2023 en 9-11-2023 voor B&W en Raad ten onrechte achter gehouden dat de voorgestelde besluiten in werkelijkheid mede en na de doorzending aan de Raad dd. 17-7-2023 zelfs uitsluitend strekken tot weigering van het
WOO-verzoekje dd. 4-1-2023 en tot afwijzing van de bezwaren daartegen; een combinatie van misbruik van de bevoegdheid te beslissen tot geheimhouding en misleiding van B&W en Raad. In het pleidooi dd. 7-12-2023 heb ik dan ook gevraagd om de Raad op 24-1-2024 de voorstellen A t/m F te doen voor de beslissingen op bezwaar en om herhaling te voorkomen, op 15-12-2023 aangevuld met G inzake de behandeling van bezwaarschriften door de Raad. Op grond van onderstaand weerwoord 1 t/m 5 is B* toegevoegd, D geactualiseerd, F gecorrigeerd en G geconcretiseerd in een voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde van de Raad. Graag uw voorstel aan de Raad om het in bezwaar en beroep aangevoerde dd. 27-2-2023, 23-10-2023, 24-10-2023, 26-11-2023 en 8-12-2023 gegrond te verklaren, de beslissing van de directie DJZ dd. 25-9-2023 en het raadsbesluit dd. 9-11-2023 met een herstel-besluitje in de zin van Awb artikel 6:19 in te trekken, het besluit van de directies Wonen en DS&I dd. 27-2-2023 en het raadsbesluit dd. 16-3-2023 in afwachting van een oplossing in overleg in stand te houden en: A. B&W te vragen om de instructies voor de behandeling van de informatie-verzoeken uiterlijk ingaande 1-3-2024 zo aan te scherpen dat herhaling van het doen & laten en de verspilling van tijd & energie rond het WOO-verzoekje dd. 4-1-2023 wordt voorkomen; B.
B&W te vragen om de Toelichting op art 4.3 lid 1 en art 4.6 lid 1 van de Regeling Bezwaar & Beroep zo aan te scherpen dat voor de directies DJZ en Wonen duidelijk wordt dat de plicht tot hoor & wederhoor van de vertegenwoordiger het primaire organisatie-onderdeel in aanwezigheid van de bezwaarindiener(s) ook voor hen geldt en dat de Bezwaarcommissies hun (concept-)advies niet mogen afstemmen met de ambtelijke en/of bestuurlijke organisatie buiten ( nader ) hoor & wederhoor van de bezwaarindiener(s) om; B*. B&W te vragen om de in het verweer dd. 21-12-2023 beschreven werkwijze te doen stoppen waarbij de directie DJZ ingrijpt op en meeschrijft aan adviezen van Bezwaarcommissies; C. B&W te vragen om met de voorstellen aan de Raad te komen die nodig zijn om de zogenaamde “ juridische kwetsbaarheden “ in de Huisvestingsverordening en de vergunning-besluiten sinds 1-1-2016 uiterlijk ingaande 1-7-2024 alsnog op orde te brengen; D. B&W opdracht te geven om de bezwaarindiener in het kader van Awb art 7:4 lid 2 uiterlijk 1-2-2024 alsnog inzage te bieden in de stukken voor zo ver die nog niet in zijn bezit zijn, waaronder 3 van de 4 stukken van paragraaf 12 van het pleidooi dd. 7-12-2023; E.
B&W opdracht te geven om het besluit dat de Raad op uw voorstel al dan niet na amendering gaat nemen in het kader van Awb art 6:19 en art 6:20 uiterlijk 1-2-2024 alsnog “ onverwijld “ naar de Rechtbank te sturen, voorzien van de stukken die op de zaak betrekking hebben in de zin van Awb art 8:42; F. een externe Bezwaarcommissie van de Raad aan te wijzen, bijvoorbeeld onder de leden van de externe bezwaarcommissies van B&W, die ter uitvoering van als eerste art 3.1 van de Verordening op de bezwaarschriften met de directies DJZ en Wonen en de bezwaarindiener zoekt naar een oplossing in overleg voor het WOO-verzoekje dd. 4-1-2023 en het bezwaar dd. 27-2-2023;
G. aan artikel 46 lid 1-b van het Reglement van Orde ingaande 1-2-2024 toe te voegen: “ dit met uitzondering van de bezwaarschriften, die stuurt het Presidium meteen bij binnenkomst naar de Bezwaarschriftencommissie van de Raad, met vermelding van de doorgeleiding bij de opgave van de ingekomen stukken van de eerstvolgende raadsagenda. “ .
Met vriendelijke groet, xxxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
bijlage: tijdpad 27-12-2023
Weerwoord op het nader verweerschrift van directies Wonen, DS&I en DJZ dd. 21-12-2023
1. Bezwaren niet ondervangen of weerlegd Evenals het verweer dd. 28-11-2023 en 8-12-2023 gaat ook het nader verweer dd. 21-12-2023 nauwelijks of niet in op het in bezwaar en beroep aangevoerde en gevraagde dd. 27-2-2023, 23-10-2023, 24-10-2023, 26-11-2023 en 8-12-2023, laat staan dat het aangevoerde en gevraagde zou zijn ondervangen of zijn weerlegd. In tegendeel, het nader verweer geeft nu juist aanleiding om het pleidooi A t/m F aan te vullen met B*, behandeld in paragraaf 4 hierna. Op de agendering van de bezwaarschriften waarop de Raad moet beslissen gaat paragraaf 5 nader in. . .
2. Opheffings-voorstel ten onrechte achter gehouden Met email dd. 26-6-2023 hebben de directies Wonen en DS&I in antwoord op de bezwaren dd. 27-2-2023 de geruststelling gegeven dat een voorstel tot opheffing van de geheimhouding bij B&W of Wethouder Wonen is ingediend en dat B&W spoedig een aanvullend WOO-besluit neemt. Vervolgens heeft de Bezwaarcommissie van DJZ de geruststelling dd. 26-6-2023 en het opheffingsvoorstel willens & wetens buiten zijn procesdossier gehouden en de directies Wonen en DS&I doelbewust niet opgeroepen voor hoor & wederhoor in mijn aanwezigheid op 12-7-2023. Ook na deze hoorzitting is het op 26-6-2023 aangekondigde nader bericht over het opheffingsvoorstel met aanvullend B&W-besluit op het WOO-verzoekje uitgebleven. In plaats daarvan ontdekte ik op 31-10-2023 bij toeval de raadsvoordracht dd. 26-9-2023; daaruit blijkt dat het in juni 2023 ingediende opheffings-voorstel door Wethouder Wonen of B&W is afgewezen maar dit maakt de overwegingen van het opheffings-voorstel en van Wethouder of B&W evident niet ongedaan en het belang daarvan voor de nu voorliggende her-overweging eerder groter dan kleiner. Immers, het bezwaar dd. 27-2-2023 is nu juist de aanleiding tot het opheffings-voorstel.
Echter, nu komen Wonen, DS&I en DJZ in het nader verweer dd. 21-12-2023 ineens met een verhaal dat géén opheffings-voorstel zou zijn gedaan, hetgeen evident niet aannemelijk is te achten: de Bezwaarcommissie van DJZ heeft in zijn adviezen dd. 20-7-2023 en 31-8-2023 in overleg met DJZ de overwegingen van het voorstel weliswaar buiten beschouwing gelaten maar de indiening van het voorstel is door de Bezwaarcommissie wel behandeld en dan ook niet ontkend. Ook in het hoor & wederhoor dd. 8-12-2023 hebben de directies Wonen en DS&I het in juni 2023 ingediende opheffings-voorstel niet ontkend. Kortom, het in juni 2023 bij B&W ingediende opheffings-voorstel en de reactie daarop van B&W of Wethouder ontbreken ten onrechte in uw procesdossier en in het nader verweer, de overwegingen van de directies Wonen en DS&I van juni 2023 tot opheffing van de geheimhouding hunnen niet buiten de nu voorliggende her-overweging blijven.
3. Kwetsbaarheden in de HVV; herstel en oplossing in overleg geboden In de bezwaarschriften dd. 27-2-2023 en 26-11-2023 heb ik opgeroepen tot oplossing in overleg. Nu blijkens het verweer dd. 28-11-2023 de reeks besluiten tot geheimhouding en WOO-weigering van 21-2-2023 tot 9-11-2023 is genomen om zogenaamde kwetsbaarheden in de HVV-verordening sinds 1-1-2016 niet te herstellen en Wonen, DS&I en DJZ in het nader verweer dd. 21-12-2023 niet alsnog hebben waargemaakt dat het herstel van de kwetsbaarheden nog langer mag & kan uitblijven, ligt een oplossing in overleg te meer voor de hand door de tekortkomingen in de HVV nu uiterlijk ingaande 1-7-2024 alsnog te herstellen en het WOO-verzoekje dd. 4-1-2023 alsnog te honoreren.
4. Bezwaren ook verder niet naar behoren behandeld a. De directies Wonen, DS&I en DJZ betogen namens B&W: " Bij de voorbereiding van het advies van de bezwaarschriftencommissie op het bezwaarschrift van 27 februari 2023 is er overleg geweest tussen juristen van het Juridisch Bureau en Dienst Juridische Zaken. In dat proces zijn er meerdere concepten geweest. " Hierbij is de formulering " juristen van het JB " verhullend, het overleg was niet met zo maar juristen van het JB maar met de 2 leden van de Bezwaarcommissie. In dit voorbereidings-proces zou volgens DJZ onderscheid gemaakt moeten worden tussen het “ vaststellen “ van een advies van een Bezwaarcommissie en het ondertekenen van het advies, waarbij het advies kennelijk wordt vastgesteld na wijziging door en instemming van de directie DJZ. In dit geval is het door de Bezwaarcommissie ondertekende advies dd. 20-7-2023 door DJZ niet goedgekeurd en om die reden zou het advies ondanks de ondertekening slechts een “ concept “ zijn. Echter, in artikel 4.9 van de Regeling Bezwaar & Beroep schrijft B&W voor: “ 1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. ( . . . . . ) 5. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. “
Daarmee kwalificeert deze werkwijze van DJZ als ronduit onrechtmatig, inbreuk op en obstructie van het functioneren van de Bezwaarcommissies, het door DJZ onderscheiden van ondertekenen van een advies en vaststellen van een advies is simpelweg niet rechtsgeldig, met de ondertekening door de Bezwaarcommissie is het advies vastgesteld. En dit alles in het kader van het project Passende Aanpak , onderdeel van de op 13-1-2022 gestarte programma’s Juridische vernieuwing en Vertrouwen begint bij de overheid . b. Meer specifiek betogen Wonen, DS&I en DJZ in het nader verweer: " DJZ heeft de beslissing op bezwaar van 25 september 2023 na akkoord naar het Juridisch Bureau gestuurd, met het advies met datum 20 juli 2023. " Dit bevestigt te meer dat het door de Bezwaarcommissie op 20-7-2023 ondertekende en daarmee vastgestelde advies de uiteindelijk ook door DJZ beoogde motivering van het besluit dd. 25-9-2023 is en dat de namens B&W beslissende directie DJZ het door de Bezwaarcommissie op 31-8-2023 tevens ondertekende en vastgestelde advies in zijn beslissing op bezwaar dd. 25-9-2023 nu juist niet ter motivering heeft overgenomen. c. Niettemin, ter motivering van zijn beslissing op bezwaar dd. 25-9-2023 heeft DJZ het door DJZ herziene advies dd. 31-8-2023 in verweer zowel naar de Rechtbank als naar uw Bezwaarcommissie gestuurd zodat DJZ zijn beslissing op bezwaar namens B&W dd.
25-9-2023 en impliciet de voordracht van B&W aan de Raad dd. 26-9-2023 en het raadsbesluit dd. 9-11-2023 heeft gemotiveerd met twee adviezen, dd. 20-7-2023 en 31-8-2023; zacht gezegd ietwat rommelig & bizar maar voor zo ver ik als niet-jurist overzie in beginsel juridisch niet onmogelijk. d. Natuurlijk staat het B&W of een namens B&W beslissende directie vrij om het advies van een Bezwaarcommissie in de beslissing op bezwaar deugdelijk gemotiveerd niet over te nemen of aan te vullen, de contrair adviesprocedure van artikel 4.11 en artikel 5.1 van de Regeling Bezwaar & Beroep voorzien hierin. Echter, ook die transparante en koninklijke weg willen DJZ en zijn Bezwaarcommissie kennelijk niet volgen, na het hoor & wederhoor van de directies Wonen en DS&I buiten de hoorzitting dd. 12-7-2023 om ook nog eens heimelijk ingrijpen op de advisering. De reden voor deze schending van de contrair adviesprocedure is dezelfde als voor het niet oproepen van Wonen en DS&I voor het hoor & wederhoor van 12-7-2023: onkenbaar maken van andere beoordelingen en standpunten dan die van de directie DJZ. En dit terwijl de Raad openbaarheid & transparantie al sinds het programakkoord van 2018 boven-wettelijk hoog in zijn vaandel heeft staan. Maar ere wie ere toekomt, hoe onrechtmatig ook, DJZ is hiermee wel consequent: eerst het door Wonen en DS&I achterhouden van het advies van de gemeente-advocaat dd.
5-12-2022 in het besluit dd. 27-2-2023, vervolgens het hoor & wederhoor van de directies Wonen en DS&I buiten de hoorzitting dd. 12-7-2023 om, achterhouden van het bij B&W in juni 2023 ingediende opheffingsvoorstel en in de raadsvoordracht dd. 26-9-2023 verzwijgen dat het voorgestelde besluit in werkelijkheid strekt tot afwijzing van het WOO-verzoekje en van de bezwaren dd. 27-2-2023. . Kortom, met a t/m d faalt nu ook het nader verweer van Wonen, DS&I en DJZ dd. 21-12-2023, het door de Bezwaarcommissie op 20-7-2023 ondertekende advies waarmee de directie DJZ zijn beslissing op bezwaar dd. 25-9-2023 tegenover mij heeft gemotiveerd is géén concept. Dat de directie DJZ na 20-7-2023 is gaan meeschrijven om te komen tot een door de Bezwaarcommissie eveneens ondertekend herzien advies dd. 31-8-2023 dat DJZ in zijn verweer bij de Rechtbank en bij uw Bezwaarcommissie heeft ingediend maakt dit niet anders,
er liggen simpelweg twee adviezen en daarmee twee door of namens B&W overgenomen motiveringen van de beslissing op bezwaar dd. 25-9-2023 naast elkaar, de motivering dd. 20-7-2023 en de motivering dd. 31-8-2023. Ook al is het onrechtmatige ingrijpen van DJZ op een door de Bezwaarcommissie vastgesteld en ondertekend advies in dit geval aan het licht gekomen, herhaling moet worden uitgesloten; paragraaf 5 van het weerwoord dd. 23-10-2023 en voorstel B van het pleidooi dd. 7-12-2023 over het reeds gebleken disfunctioneren van de Bezwaarcommissie van DJZ vul ik hierbij als volgt aan: B*. B&W te vragen om de in het verweer dd. 21-12-2023 beschreven werkwijze te doen stoppen waarbij de directie DJZ ingrijpt op en meeschrijft aan adviezen van Bezwaarcommissies;
5. Agendering van de bezwaarschriften waarop de Raad moet beslissen Het door B&W / DJZ op 17-7-2023 ter behandeling naar de Raad doorgezonden bezwaar dd. 27-2-2023 verscheen in september en oktober 2023 ten onrechte niet op de raadsagenda, mogelijk ook niet op de termijn-agenda, en bleek eind oktober 2023 ook nog eens niet te zijn aangekomen bij uw Bezwaarcommissie. Ook het bezwaarschrift dd. 26-11-2023 verscheen aanvankelijk niet op de raadsagenda dd. 20-12-2023. Daarom heb ik op 15-12-2023 het voorstel G gedaan om het Reglement van Orde van de Raad op dit punt op enigerlei wijze te herzien. Na rappel dd. 12-12-2023 heeft de Raadsgriffie een prima oplossing bedacht die recht doet aan zowel het wettelijke tempo-vereiste van de bezwaarbehandeling als de wettelijke informatie-plicht jegens de raadsleden. Deze werkwijze is reeds toegepast op het bezwaar dd. 26-11-2023, ingekomen stuk 12 van de supplement-agenda dd. 18-12-2023 voor de Raad van 20-12-2023. De nieuwe werkwijze voldoet nu alsnog aan de plichten van Awb artikel 7:10 lid 1 en Gemeentewet artikel 74 lid 2 maar is in strijd met RvO artikel 46 lid 1-b; daarom concretiseer ik voorstel G van het pleidooi als volgt: G.
aan artikel 46 lid 1-b van het Reglement van Orde ingaande 1-2-2024 toe te voegen: “ dit met uitzondering van de bezwaarschriften, die stuurt het Presidium meteen bij binnenkomst naar de Bezwaarschriftencommissie van de Raad, met vermelding van de doorgeleiding bij de opgave van de ingekomen stukken van de eerstvolgende raadsagenda. “ https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2023-08-01/0#Hoofdstuk7_Afdeling7.2_Artikel7:10 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2023-04-01/0#TiteldeelII_HoofdstukIV_Artikel74 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR647756/3
Waardoor het bezwaar dd. 27-2-2023 na doorzending niet bij uw Bezwaarcommissie is aangekomen is me niet bekend gemaakt. Het zoek-maken of zoek-raken van het bezwaar staat in ieder geval los van de wijze van raads-agendering zodat de nieuwe wijze van agendering voor dit falen geen oplossing biedt en op dit punt nadere afspraken binnen en tussen de Raadsgriffie en de directie DJZ nodig zijn, alsmede over de verzuimde acties in de zin van Awb artikel 7:10 lid 4 en 5.