Bezwaarschrift VVE De Bakkerij betreffende uitwerking bp Stadswerf Oostenburg
Tekst van het document
Aan
de Gemeenteraad van Amsterdam Amstel 1 Amsterdam Raadsadres
Betreffende: Bezwaarschrift VVE De Bakkerij aan de gemeente Amsterdam betreffende de uitwerking Bestemmingsplan Stadswerf Oostenburg Bijbehorende plankaarten Stadwerf Oostenburg: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view?planidn=NL.IMRO.0363.A1606BPSTD-OW01 Inleiding Stadswerf Oostenburg wordt sinds de verkoop van de voormalige Strokterreinen door Bouwbedrijf Heymans aan Woningbouwvereniging Stadgenoot tot een woon-werkgebied ontwikkeld. Door de betrokken buurtbewoners is steeds loyaal meegedacht en meegewerkt aan de planvorming van het gebied. Betrokkenen zijn de afgelopen dertien jaar via formele en informele overleggroepen o.a. via Buurtorganisatie 1018 en de Werkgroep Oostenburg Noord met alle betrokken partijen in constructief overleg geweest. Bij verschil van inzicht werd de formele daartoe ter beschikking staande beroeps- en bezwaarprocedure eventueel via indienen van zienswijzen op de voorliggende plannen bij de gemeenteraad gevolgd. Naar nu blijkt heeft de gemeente een door haar gegrond verklaarde zienswijze naar woord wel toegezegd, maar in feite niet uitgevoerd. De indieners van de zienswijzen worden nu eenzijdig met de gevolgen geconfronteerd. De indieners vinden dit onacceptabel en vragen u deze omissie met terugwerkende kracht te herstellen om op die wijze recht te doen aan de terecht door de gemeente gegronde zienswijze.
Ter verduidelijking het volgende: Vooraf Een bestemmingsplan is onherroepelijk. In de regels en de verbeelding is het juridisch kader vastgelegd. Eenmaal vastgesteld kan dit niet zomaar gewijzigd worden. Deelplannen binnen het bestemmingsplan dienen zich te houden aan het definitief vastgestelde bestemmingsplan. Derhalve gaat de gemeente zorgvuldig met alle betrokkenen bij het tot stand komen van een bestemmingsplan om en geeft zij alle partijen die belanghebbende menen te zijn de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Deze zienswijzen worden zorgvuldig gewogen en met motivatie of overname van motivatie van de indiener gegrond of ongegrond verklaard. Indien ongegrond wordt de zienswijze verworpen, indien gegrond verklaard wordt de zienswijze in de regels en het bestemmingsplan ingebed en maakt deze deel uit van het juridisch kader. Of zo als de gemeente zelf aangeeft: 'Een zienswijze wordt als gegrond beschouwd als deze aanleiding geeft tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.' Met elkaar is afgesproken dat een indiener van een zienswijze de gemeente kan vertrouwen wanneer deze in haar Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Stadswerf Oostenburg aangeeft dat een zienswijze gegrond is verklaard en in 'de verbeelding', het juridisch kader, is doorgevoerd.
De zienswijze maakt dan onherroepelijk deel uit van het betreffende bestemmingsplan en alle partijen hebben daar met de opvolgende plannen rekening mee te houden, hier mag niet van afgeweken worden. Het falen Bovenstaande is praktijk. Maar wat als blijkt dat bij de uitwerking van de deelplannen de gemeente de gegrond verklaarde zienswijze en het feit dat deze in de verbeelding is doorgevoerd niet is nagekomen? Dit betreft de zienswijze van adressant 5 betreffende de gehanteerde rooilijnen in het plangebied: 25. Volgens de toelichting is met de keuze voor de rooilijnen in het deelgebied Lijnbaan rekening gehouden met de voormalige bakkerij aan de Conradstraat. De minimale afstand van de nieuwbouw tot de eigendomsgrens van het perceel van de voormalige bakkerij bedraagt 6 meter. Volgens de plankaart is deze
afstand slechts 4 meter. Adressant verzoekt de plankaart in overeenstemming te brengen met de toelichting. Beantwoording Naar aanleiding van de zienswijze is de begrenzing op de verbeelding gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de toelichting. (Accentuering SH) De zienswijze leidt tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze is gegrond. De gemeente kan dan in deze ernstige nalatigheid verweten worden en wel hierom: a. De gemeente is de opsteller van het bestemmingsplan, dat, na horing en inspraak van alle betrokkenen en afweging van allerhande belangen, wordt opgesteld en vervolgens wordt vastgesteld. b. De gemeente is verantwoordelijk voor de beantwoording van de op het bestemmingsplan ingediende zienswijzen. c. En tenslotte ziet de gemeente er op toe dat bij gegrond verklaring de nodige wijzigingen in het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hier is drie keer achter elkaar de gemeente de partij die verantwoordelijkheid draagt. De gemeente dient zichzelf dus steeds te controleren op het nakomen van door haar gedane toezeggingen. Daar is het gemeentelijk apparaat op ingericht en heeft daar haar eigen democratische controlemogelijkheden voor. De burger gaat in deze terecht uit van vertrouwen in de gemeentelijke diensten. Correctie onmogelijk? Immers eenmaal vastgesteld is het bestemmingsplan 'onherroepelijk'.
Dit legt de gemeente ook nadrukkelijk uit in de eerder genoemde Nota van beantwoording nadat de indiener van de zienswijze heeft verzocht in het bestemmingsplan op te nemen dat een inspraakmogelijkheid wordt geboden bij het opstellen van de uitwerkingsplannen en dat deze worden voorgelegd aan de bestuurscommissie Centrum c.q. de gemeenteraad. Beantwoording: De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast met daarin een uitwerkingsplicht met uitwerkingsregels. Hiermee geeft de gemeenteraad aan het college van burgemeester en wethouders de plicht om tijdens de planperiode een uitwerkingsplan op te stellen binnen de kaders van de uitwerkingsregels. Volgens de inspraakverordening wordt geen inspraak verleend op een besluit dat rechtstreeks voortvloeit uit een besluit waarover inspraak heeft plaatsgevonden. In de voorbereiding van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Stadswerf Oostenburg heeft inspraak plaatsgevonden. De uitwerkingsplannen vloeien rechtstreeks voort uit het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan, dit betekent dat bij de uitwerkingsplannen geen inspraak zal plaatsvinden.(Accentuering SH) Hierbij wordt opgemerkt dat een uitwerkingsplan wordt voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Het ontwerpuitwerkingsplan wordt gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd met de mogelijkheid voor belanghebbenden een zienswijze in te dienen. Een uitwerkingsplan wordt voorbereid door het stadsdeel en voor vaststelling wordt advies gevraagd aan het Algemeen Bestuur van de bestuurscommissie Centrum. Bij de behandeling van het advies over het ontwerpbestemmingsplan in januari 2015 heeft het Algemeen Bestuur ook nadrukkelijk verzocht om een gelegenheid tot het geven van advies over de uitwerkingsplannen. Het advies van de bestuurscommissie wordt betrokken bij de besluitvorming. Volgens artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het vaststellen van een uitwerkingsplan. De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze is ongegrond. Hieruit kan geconcludeerd worden: dat, eenmaal vastgelegd, het uitwerkingsplan het bestemmingsplan volgt en dat het niet meer voor beroep ontvankelijk is. Dus het niet uitvoeren van de door de gemeente gedane toezegging leidt tot een niet meer voor beroep vatbare beslissing daar er immers al inspraak op heeft plaatsgevonden! Verwijtbare nalatigheid Omdat de gemeente in deze ernstige nalatigheid verweten kan worden, zij is immers haar eigen toezegging
niet nagekomen zonder daarvoor, met wettelijke bekendgeving aan alle betrokkenen, een voor beroep vatbaar besluit genomen te hebben. Welk doel de gemeente dient met het niet uitvoeren van het toegezegde besluit is onduidelijk. Dit is een onrechtmatige daad. Wij eisen dan ook dat de gemeente alsnog de door haar gegrond verklaarde zienswijze als toegezegd in de Nota van beantwoording nakomt en alle daaraan verbonden uitwerkingsplannen aan dit onherroepelijke bestemmingsplan toetst en in overeenstemming brengt. In de Toelichting op het Bestemmingsplan van maart 2016, pagina 31, verwoordt de gemeente het als volgt: Met de keuze voor de rooilijnen in dit deelgebied is rekening gehouden met de voormalige bakkerij aan de Conradstraat. De minimale afstand van de nieuwbouw tot de eigendomsgrens van het perceel van de voormalige bakkerij bedraagt 6 meter. In het verlengde van de kade wordt de ruimte tussen de nieuwbouw en het perceel van de voormalige bakkerij ingericht als fiets- en voetpad. Haaks op de Conradstraat kan de ruimte worden uitgegeven als tuin. De rooilijn van de nieuwbouw aan de Conradstraat ligt in het verlengde van de voormalige bakkerij.
Het Poortgebouw en de historische muren springen in de rooilijn iets naar voren, zodat de entree van het gebied gemarkeerd wordt.' Op pagina 128 van dezelfde toelichting komt de gemeente hier nog eens, maar dan anders geformuleerd, op terug: Achter de Bakkerij (Conradstraat 423) is een ontsluitingsweg geprojecteerd. Het heeft de voorkeur hier geen auto's toe te laten. Laden en lossen kan op de weg tussen het INIT-gebouw en het blok De Lijnbaan. Het pad tussen de Bakkerij en De Lijnbaan moet een groen gebied blijven, uitsluitend toegankelijk voor voetgangers en fietsers. Beantwoording In het concept-ontwerpbestemmingsplan is, met uitzondering van het water, alle onbebouwde ruimte bestemd als bestemming 'Verkeer'. Binnen deze bestemming zijn zowel alle vormen van weggebruik mogelijk, als ook groenvoorzieningen en verblijfsgebieden. In het ontwerpbestemmingsplan is de bestemming rondom de Bakkerij aangepast. Het heeft nu de bestemming 'Gemengd – uit te werken 1'. Met een bouwvlak binnen deze bestemming wordt voorkomen dat nieuwe bebouwing te dicht op de Bakkerij wordt gesitueerd. De onbebouwde ruimte kan nu ook worden uitgegeven als tuin.
De mogelijkheid om het in te richten als fiets- en of voetpad blijft ook bestaan.' In Hoofdstuk 4 Juridische planbeschrijving (pag 42) geeft de gemeente het gewicht van de toelichting aan: De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de bestemming en overige regels. In de toelichting wordt ook een relatie met het relevante beleid gelegd en een gebiedsbeschrijving gegeven. Op basis van het beleid en de gebiedsbeschrijving zijn vervolgens de uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd. Met betrekking tot De Verbeelding is dezelfde Juridische Planbeschrijving glashelder: 'Het (juridisch deel van het) bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding heeft een functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken.' De genoemde burger mag in deze dus verwachten dat de gemeente haar eigen toezeggingen op gegronde bezwaren nakomt.
Zij garandeert dat immers in deze toelichting. De toelichting bevat geen 'praatjes voor de vaak'. Als de begrenzing op de verbeelding is gewijzigd maakt zij dus onderdeel uit van het juridisch plan. Dat de gemeente dit nalaat benadeeld direct de betrokken partijen. Ten overvloede, maar zeker niet minder belangrijk: -Niets garandeert ons dat de weg die nu minimaal 4 meter 15, en maximaal 4 meter 50, breed is afdoende is als ontsluiting voor het voetpad en tweerichting fietsverkeer alsmede bij brand de nood- en hulpdiensten een
voldoende werkbreedte geeft. Kavel 11 is namelijk zeer breed 28 meter, indien ongecorrigeerd), hoog (maximaal 19 meter) en vooral lang (105 meter) en is bij calamiteiten alleen via de aan het INIT grenzende Titsingkade bereikbaar. De vraag is: of de beoogde breedte van het voet- fietspad afdoende is en later niet, ten koste van wie?, gecorrigeerd moet worden. Wij willen dit zwart op wit hebben aangezien dit in de overleggen in deze hoedanigheid nimmer ter sprake is geweest en later de ontbrekende meters aan ons terrein onttrokken moeten worden. -Door de grotere diepte van het blok, indien niet gecorrigeerd, is er minder bezonning van de gevels en het achterterrein van Conradstraat 423. -Door dichter, dan toegezegd, op de bestaande bebouwing aan de Conradstraat te bouwen wordt de privacy van de daarliggende woningen geschaadt. Die immers daar hun verblijfsruimtes hebben. De panden op kavel 11 hebben hun voorgevel aan de Titsingkade. -Door dichter, dan toegezegd, op de bestaande bebouwing te bouwen is er sprake van planschade. -Door dichter, dan toegezegd, op de bestaande erfgrens te bouwen worden de op het erf van Conradstraat 423 aanwezige veertig- tot vijftigjarige bomen in hun kroon aangetast. Indien deze bomen beschadigd of verwijderd zouden moeten worden zorgt dit voor een negatieve balans in het CO2-paspoort van de boogde nieuwbouw.
Het verleden kan niet meer in de toekomst gecompenseerd worden. Namens betrokkenen Conradstraat 419, 421, 423 VVE De Bakkerij Sybrand Hekking e: hekking@xs4all.nl mobiel: 06.30988289 Conradstraat 423D 1018 NE Amsterdam