CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beweegredenen om de BMR-1 en MenACWY-vaccinatie wel of niet te nemen 20221103

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 31 mei 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief over de stand van zaken van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) (VN2023-011194)2.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAT BEWEEGT OUDERS EN JONGEREN MET EEN MAROKKAANSE OF TURKSE ACHTERGROND OM VACCINATIES TEGEN BOF, MAZELEN EN RODEHOND EN MENINGOKOKKEN WEL OF NIET TE NEMEN? Een kwalitatief onderzoek in Amsterdam

Irma Schellekens en Maarten Schim van der Loeff november 2022

Inhoud Inleiding

3

Bevindingen en aanbevelingen

4

Resultaten interviews met moeders over de BMR-1-vaccinatie

9

Resultaten interviews met jongeren over de MenACWY-vaccinatie

16

Bijlagen:

23

➢ Methode ➢ Dankbetuiging ➢ Contactgegevens

Inleiding ▪ De vaccinatiegraad in Amsterdam ligt voor alle vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma lager dan in Nederland als geheel. Binnen Amsterdam zijn er grote verschillen tussen groepen: Vaccinatiegraad, verslagjaar 2021*

Marokkaanse achtergrond

Turkse achtergrond

Geen migratieachtergrond

Bof, mazelen en rodehond op 2-jarige leeftijd (BMR-1)

83,7%

92,4%

92,8%

MeningokokkenACWY op 14-jarige leeftijd (MenACWY)

54,8%

66,3%

88,6%

▪ Om inzicht te krijgen in de bevorderende en belemmerende factoren ten aanzien van vaccineren, hebben we diepte-interviews gehouden bij twee groepen met een lage vaccinatiegraad: 1. Ouders met een Marokkaanse achtergrond die in Amsterdam wonen en een kind hebben in de leeftijd van 1 tot 3 jaar. Zowel ouders van wie het kind wél als ouders van wie het kind geen BMR-1-vaccinatie heeft gehad konden meedoen.

2. Jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond in de leeftijd van 14 tot 16 jaar die in Amsterdam wonen. Het maakte daarbij niet uit of ze zich wel of niet tegen MenACWY hadden laten vaccineren. * Vaccinatiegraad naar migratieachtergrond – Gezondheid in Beeld (ggdgezondheidinbeeld.nl) 3

Bevindingen en aanbevelingen

4

Persoonlijke voorlichting in de wijk en op scholen werkt beter dan folders en brieven Persoonlijke voorlichting belangrijke bevorderende factor ➢ Moeders hebben onvoldoende kennis van BMR. Zij vinden persoonlijke voorlichting over vaccineren beter dan folders en brieven. Brieven worden vaak niet gelezen en folders zijn lastig voor mensen die de Nederlandse taal niet goed begrijpen. Persoonlijke voorlichting kan individueel, bijvoorbeeld op het OuderKindteam, maar ook groepsbijeenkomsten in de wijk zijn een goed alternatief. ➢ Meningokokken is voor jongeren nieuw en onbekend. Zij willen graag voorlichting over de MenACWYvaccinatie op school. Dit kan tijdens een mentoruur of biologieles, door een docent of iemand van de GGD. Als voordeel noemen zij dat men dan vragen kan stellen.

Aanbevelingen: ➢ Probeer structureel aandacht te besteden aan groepsvoorlichting en voorlichting op scholen in wijken en bij doelgroepen met lage vaccinatiegraad.

➢ Samenwerking met sleutelfiguren in de wijk en met scholen is daarbij belangrijk. ➢ Zorg ervoor dat de voorlichting ook begrijpelijk is voor laaggeletterden en mensen die niet goed Nederlands spreken. 5

Gebruik sociale media om jongeren, maar ook ouders, voor te lichten over vaccineren Sociale media vooral voor jongeren belangrijk ➢ Veel jongeren gebruiken onder andere Instagram, Snapchat, Facebook en Tiktok. Zij vinden dit dan ook geschikte kanalen om voorlichting over vaccinaties te ontvangen. Bij voorkeur door middel van korte, leuke en informatieve video’s. Bij moeders kwam dit niet expliciet naar voren, maar veel moeders maken in de praktijk ook gebruik van sociale media

Aanbevelingen: ➢ Het sociale media gebruik staat nog in de kinderschoenen bij de GGD Amsterdam. Het verdient aanbeveling om bij jongeren en ouders bij wie de vaccinatiegraad laag is, na te gaan welke sociale media kanalen en forums zij gebruiken. ➢ Ontwikkel campagnes die aansluiten bij en begrijpelijk zijn voor de doelgroep (visueel, evt. andere taal). ➢ Wellicht kan samenwerking worden gezocht met de G4.

6

Negatieve verhalen zorgen voor twijfel bij moeders en zijn voor jongeren een reden om niet te vaccineren Negatieve verhalen uit omgeving, van sociale media en internet belemmerende factor ➢ Bij moeders gaat het om het onjuiste verhaal dat kinderen autistisch zouden worden van de BMR prik, maar ook over vermeende andere ernstige bijwerkingen of dat er ‘troep’ wordt ingespoten. Hierdoor zijn zuigelingenvaccinaties niet altijd meer vanzelfsprekend en gaan zelfs ouders die positief zijn ten aanzien van vaccineren twijfelen. ➢ Jongeren kunnen niet altijd aangeven wat de negatieve verhalen zijn die ze horen over de MenACWYvaccinatie. De meesten noemen dat je er ziek van wordt en dat je niet weet wat er in het vaccin zit. Deze verhalen gaan vaak ook rond over de Corona- en HPV-vaccinatie. Voor de jongeren is dit een reden om zich niet te laten vaccineren.

Aanbevelingen: ➢ Het is lastig om ongefundeerde negatieve verhalen en desinformatie over vaccineren te bestrijden. Op kleine schaal kan groepsvoorlichting helpen om desinformatie tegen te gaan. ➢ Op sociale media en internet is het tegengaan van desinformatie meer een taak voor de landelijke overheid en het RIVM en iets minder voor de GGD Amsterdam. 7

Overweeg iets langere eerste consulten op het OKT bij bepaalde groepen Het halen van de vaccinaties gaat goed, maar soms is meer tijd nodig ➢ Veel moeders zijn tevreden over de gang van zaken bij het Ouder- Kindteam (OKT). Voor sommigen gaat het te snel bij consulten waar ook vaccinaties gegeven worden; dan is er weinig persoonlijke aandacht.

Aanbeveling: ➢ Overweeg om bij de eerste consulten op het OKT standaard meer tijd in te plannen voor moeders van groepen met een lage vaccinatiegraad.

8

Resultaten interviews met moeders over de BMR-1-vaccinatie 9

Populatie: 18 moeders geïnterviewd, 5 geboren in Marokko en 13 hebben al hun kinderen gevaccineerd

10

Vier hoofdthema’s en tien subthema’s

• •

• • •

1. Positieve houding ten aanzien van zuigelingenvaccinaties

2. Zuigelingenvaccinaties zijn niet altijd meer een vanzelfsprekendheid

Zuigelingenvaccinaties zijn onderdeel van de opvoeding Vertrouwen in het Rijksvaccinatieprogramma, gezondheidszorg en overheid

• Verhalen uit de omgeving en in de media zorgen voor twijfel • Eigen negatieve ervaringen beïnvloeden vaccinatiebesluit • Door corona minder vertrouwen in overheid en vaccinaties

3. Onvoldoende kennis

4. Het halen van de vaccinaties gaat goed, maar soms is meer tijd nodig

Weinig kennis van BMR en men maakt geen onderscheid in zuigelingenvaccinaties Wisselende mening over informatievoorziening Voorkeur voor persoonlijke voorlichting

• •

Tevreden over praktische zaken Meer tijd nodig tijdens consult

11

1. Veel moeders zijn positief t.a.v. zuigelingenvaccinaties. Zij willen niet het risico lopen dat hun kind ziek wordt en vinden dat het bij de opvoeding hoort. Zij hebben vertrouwen in vaccinaties en het RVP. ▪ Zuigelingenvaccinaties onderdeel van de opvoeding “Ja, precies hetzelfde riedeltje, wat iedereen wel zegt die voorstander is. Ik heb het zelf gehad, mijn

zusjes en broertjes hebben het gehad. Mijn man en zijn hele familie heeft het gehad, dus het is niet zo dat het... Ja, het hoort er gewoon bij of zo, het hoort bij het kind-zijn, vaccineren, en jezelf daarvoor beschermen.”

▪ Vertrouwen in RVP, gezondheidszorg en overheid [INTV: Wat is het eerste waar je aan denkt als je denkt aan het Rijksvaccinatieprogramma?] “Het

eerste waar ik aan denk is onderzoeken. Onderzoeken. Ja, vaccins. Ja, onderzoeken, vaccins. Ja, grondig onderzoek. Ja, echt onderzoeken. Betrouwbaar, dat is ook eerste waar ik aan denk. Betrouwbaar. Ja, ik heb er heel veel vertrouwen in. Anders zou ik mijn kinderen, hè, toch niet inenten”

* Alle citaten op deze en volgende pagina’s zijn letterlijk overgenomen van respondenten, inclusief eventuele taalfouten. 12

2. Door verhalen uit de omgeving, in de media of door eigen slechte ervaringen, is vaccineren niet altijd meer een vanzelfsprekendheid. Ook door corona is er minder vertrouwen in vaccinaties. ▪ Verhalen uit de omgeving en in de media zorgen voor twijfel “Ja, mijn eerste kinderen heb ik allemaal gevaccineerd, want er was niet veel ophef over vaccinatie. Nu bij mijn laatste kind…. Laatst lees ik een artikel over vaccinatie, het tegengeluid van vaccineren. Bij de laatste ging ik over nadenken, over om het niet te doen.”

▪ Eigen negatieve ervaringen beïnvloeden vaccinatiebesluit “Mijn derde heb ik tot aan zijn tweede levensjaar gevaccineerd, totdat m’n tweede na zijn vaccinatie, even kijken, de tweejarige vaccinatie, ging het met mijn kind eigenlijk al mis. Later, een paar jaar later kregen wij ook een brief binnen van de kinderen die in 2015 de Mien Dobbelsteen vaccinatie hebben gekregen, ik weet niet meer hoe de vaccinatie heet, die hebben grote kans dat ze autisme hebben gekregen en dat was dan bij mij wel het geval. En sindsdien ben ik eigenlijk al gestopt met vaccineren.”

▪ Door corona minder vertrouwen in overheid en vaccinaties “Ik had altijd wel zoiets, van ja, nou, de Nederlandse overheid doet het goed. En goed dat ik hier zit. Alhamdoelillah woon ik niet in Marokko bijvoorbeeld, of... Maar de laatste jaren, dus rondom alles wat er nu gaande is met corona en zo... Ja, heb ik wel, begin ik wel mijn twijfels te krijgen. Dat ik denk: Ik weet niet of ze het wel zo goed bedoelen.” 13

3. Moeders weten weinig van BMR; de informatie van de GGD en het RIVM is lang niet altijd voldoende. Persoonlijke voorlichting werkt beter dan folders en brieven. ▪ Weinig kennis van BMR en men maakt geen onderscheid in zuigelingenvaccinaties “Heel eerlijk, besmettelijke ziektes die vroeger waren. Bof, rode stippen op je gezicht of zo. Geen flauw idee, echt niet.”

▪ Wisselende mening over informatievoorziening “Als je daar naar vraagt bij het consultatiebureau, wat zit er nou eigenlijk in, niemand kan je vertellen wat erin zit. Dat vind ik best wel, ja, schrikwekkend, dat je eigenlijk zelf op onderzoek

moet uitgaan, want zij kunnen het je niet vertellen.”

▪ Voorkeur voor persoonlijke voorlichting [INTV: En als jij meer informatie zou krijgen over vaccinatie. Hoe wil je dat weten?] “Met praten, omdat bijvoorbeeld ik kan niet, ik heb niet zo goed gestudeerd in Nederlands. Dus ik kan niet lezen. Dus in mijn taal wel om mij

begrijpen, maar niet of iets lezen of via email of die niet. Niet alleen ik. Dat is heel veel vrouwen hier in de buurt.”

14

4. Bereikbaarheid van het OKT is goed en het maken van een afspraak is gemakkelijk. Veel moeders zijn tevreden over het consult op het OKT, maar voor sommigen gaat het te snel. ▪ Tevreden over praktische zaken “Ja, eigenlijk altijd heel makkelijk als ik dan naar de GGD toega dan wordt eigenlijk altijd de volgende afspraak al gelijk ingepland. En als het dan een keer niet door kan gaan door ziekte of iets, plant ze een

nieuwe afspraak, komt dat niet uit, kan je bellen. En ik heb dat onlineportal waar ik ook dingen in kan wijzigen en zo en kan zien welke afspraak ik heb.”

▪ Meer tijd nodig tijdens consult “Ja, ik vind wel geef een ouder even de tijd om bij te komen. Het is soms heel emotioneel, een prikje, dat vind je zielig. Voor sommige ouders is dat ook iets nieuws, een nieuwe ervaring wat natuurlijk ook onprettig is. Maar het gaat soms zo snel, dat ik bijvoorbeeld bij mijn zoontje, de eerste prik dat de pleister zat er niet eens goed op. Dus het was heel snel van oké u mag, de deur ging open van succes, ga de deur maar uit. Zoek het lekker uit.”

15

Resultaten interviews met jongeren over de MenACWY-vaccinatie 16

Populatie: 15 jongeren geïnterviewd, 3 jongens en 12 meisjes. Eén heeft een Turkse achtergrond en 5 hebben zich laten vaccineren.

17

Vier hoofdthema’s en acht subthema’s

• • •

1. Wisselende houding ten aanzien van vaccineren

2. Meningokokken is nieuw en onbekend

Slechte verhalen reden om niet te vaccineren Wil zich per definitie niet laten vaccineren Staat positief tegenover vaccineren

• Hoort er niets over, dus vaccinatie lijkt niet nodig • Doet geen moeite om meer informatie te krijgen • Weet wat men wil wat betreft informatievoorziening

3. Mening omgeving belangrijk

• •

4. Groepsvaccinatie kan beter wat betreft logistiek

Ouders spelen een rol in besluitvorming Jongeren worden beïnvloed door vrienden en klasgenoten

18

1. Jongeren hebben een wisselende houding t.a.v. vaccineren: een deel wil specifieke vaccinaties niet vanwege slechte verhalen, een deel wil zich sowieso niet laten vaccineren en een deel is positief. ▪ Slechte verhalen reden om niet te vaccineren “Ik hoor van de meningokokken heel veel nadelen en slechte verhalen. Coronavaccin hetzelfde. Dus nee, ik vertrouw het niet helemaal, nee.”

▪ Wil zich per definitie niet laten vaccineren “Maar ik wil me persoonlijk sowieso niet laten vaccineren. Want ik ben gewoon gezond en sowieso als er iets gebeurt, dan denk ik zelf van je weet toch Allah heeft mij zo gemaakt dus ja.”

▪ Staat positief tegenover vaccineren “Positief, ik heb nooit klachten gehad. Voor zover ik weet heb ik elke vaccinatie gehad, ook de laatste vaccinatie voor corona heb ik ook gehad. En ik heb er geen problemen mee.”

* Alle citaten op deze en volgende pagina’s zijn letterlijk overgenomen van respondenten, inclusief eventuele taalfouten. 19

2. Jongeren hebben vaak nog nooit over meningokokken gehoord waardoor het niet nodig lijkt om de vaccinatie te nemen. Ze kunnen goed aangeven hoe ze geïnformeerd zouden willen worden. ▪ Hoort er niets over, dus vaccinatie lijkt niet nodig “En je hoort er ook niet zoveel over eigenlijk. Buiten dat je een brief ontvangt, heb ik er nooit eerder over gehoord. Niet op tv, niet op school, dus het lijkt alsof het een bijzaak is, dus niet zo belangrijk, lijkt het wel.”

▪ Doet geen moeite om meer informatie te krijgen [INTV: Nee, maar je vond het niet nodig meer informatie erover op te zoeken of je erin te verdiepen?] “Nee, ik heb het eigenlijk gewoon nog niet gedaan, dat is nog niet in mij opgekomen.”

▪ Weet wat men wil wat betreft informatievoorziening “Een voorbeeld, ze sturen nu een brief op en niet iedereen leest die brief. Ze zien gewoon die prik en denken ze: oké, laat maar. Bijvoorbeeld gewoon op school even een half uurtje nemen. Er komt bijvoorbeeld iemand van de GGD en die geeft dan voorlichting erover, dat het goed is, et cetera.” “Ik kijk niet echt tv, dus ik denk wel gewoon op sociale media, dat ik het meer daarop te zien krijg.” 20

3. Ouders spelen vaak een belangrijke rol bij het besluit om wel of niet te vaccineren, maar jongeren worden ook beïnvloed doordat ze weten dat hun vrienden/klasgenoten zich wel of niet laten vaccineren. ▪ Ouders spelen een rol in besluitvorming “Eigenlijk, mijn vriendin had hem wel genomen. En dus ik ging met haar mee naar de GGD waar ze de prik kreeg. En toen zeiden die GGD wel van tegen me, van, ja je moet hem eigenlijk ook gewoon nemen. Heb ik nog wel over nagedacht en nog één keer aan mijn moeder nagevraagd, maar mijn moeder zei van, ze wou het echt niet. Prima.”

▪ Jongeren worden beïnvloed door vrienden en klasgenoten “Ja, met mijn klasgenoten. Hun zeiden ook allemaal dat ze het niet hadden gedaan. Dus toen was ik ook overtuigd van oké, dan is het echt slecht.”

21

4. Jongeren die zich hebben laten vaccineren zijn in het algemeen tevreden over de gang van zaken, maar logistiek gezien kan het soms wat beter. ▪ Vijf van de geïnterviewde jongeren hebben zich laten vaccineren “Gewoon dat de rijen worden verdeeld bijvoorbeeld, want er was gewoon één mega rij. Ik denk beter dat je rijen kan verdelen. En dat er verschillende mensen staan om je te ontvangen en de weg beter te wijzen. Dat denk ik.”

22

Bijlagen

23

Methode ▪ Werving van respondenten via verschillende kanalen: ➢ Bestaande contacten GGD Amsterdam, zoals Marokkaanse en Turkse organisaties, jongerenwerkers en moskeeën ➢ Jeugdartsen van Ouder- en Kindteams ➢ ‘Snowballing’, waarbij respondenten nieuwe interviewkandidaten aandroegen ➢ Responenten.nl, waarbij in hun panel is gevraagd of er leden waren die tot de doelgroep Marokkaanse ouders behoorden en of zij mee wilden doen aan een interview

▪ Afname en uitschrijven van de interviews is uitbesteed aan Labyrinth Onderzoek & Advies. Zij hebben interviewers met een Marokkaanse en Turkse achtergrond zodat de interviewer dezelfde culturele achtergrond had als de respondent. Indien nodig kon het interview in een andere taal dan het Nederlands plaatsvinden ▪ Semi-gestructureerde interviews van 45 tot 60 minuten ▪ Face-to-face, m.u.v. één interview dat online heeft plaatsgevonden ▪ Respondenten ontvingen een VVV cadeaubon voor hun deelname

▪ Interviewperiode: september 2021 tot en met januari 2022 ▪ Gespreksverslagen zijn thematisch geanalyseerd door twee onderzoekers (Irma Schellekens en Amina Aljic) met behulp van het programma MAXQDA 24

Dankbetuiging Graag bedanken we de volgende personen voor hun bijdrage aan dit onderzoek: ➢ Leden van de onderzoeksgroep Nieuw Onderzoek Vaccinaties Amsterdam (NOVAM) en Vincent Busch (GGD Amsterdam) voor hun advies gedurende het hele onderzoekstraject ➢ Amina Aljic (GGD Amsterdam) voor haar hulp bij het coderen en analyseren van de transcripten ➢ Kim van Zoonen en Christiaan Oostdijk van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voor hun feedback op de interviewleidraad

Onderstaande personen voor hun hulp bij het werven van respondenten: ➢ Afdeling sport van stadsdeel West, Firdaouss Zoubir ➢ Ara Cora, Mustafa Akka en Houssain Bakahlakh ➢ Doras, Els Annegarn ➢ Dynamo Amsterdam, Oscar Bodelier ➢ Emcemo, Abdou Menehbi ➢ Groeikasteel, Willy ➢ Leefkring Noord, Ismail Jopek ➢ Moederskracht, Ilhame Grinate ➢ Moskee El Oumma, Lahcen Farah

➢ Moskee IJburg, Mimoun ➢ Nisa for Nisa, Sarah Attannaz ➢ SAAAM, Fatima Alahyane en Annet Sabander ➢ Sezo, Marlijn van de Pol en Maartje Salomons ➢ Stichting Argan, Iris Workum ➢ Studiezalen, Ferhat Özbek ➢ Unite Fit, Abdellah Saidi ➢ Young Amsterdam/ Young Nieuw-West, Mourad el Otmani

Dit onderzoek is gefinancierd door het R&D fonds van de afdeling Infectieziekten en door de afdelingen Jeugdgezondheidszorg en Gezond Leven van de GGD Amsterdam. 25

Contactgegevens

Voor meer informatie over dit onderzoek of voor de uitgebreide rapportage kun je contact opnemen met: Irma Schellekens Onderzoeker Afdeling Gezond Leven Team Fysiek en Economische omgeving GGD Amsterdam

06-28501886 ischellekens@ggd.amsterdam.nl

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12813204/1