CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap AGV gemeente Amsterdam.pdf

RAAD 10 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen over het uitwerkingsbesluit aangaande de ontvlechting van de stichting Waternet. (VN2025-008423)7.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijke samenwerkings­ genda a

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

Inleiding: Waarom een samenwerkingsagenda Met deze bestuurlijke samenwerkingsagenda geven we, de gemeente Amsterdam en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV), richting aan onze hernieuwde samenwerking.1 Die samenwerking is urgent. De stad Amsterdam is kwetsbaar voor wateroverlast, droogte en overstromingen. Daarnaast vormt klimaatverandering een existentiële bedreiging voor de leefbaarheid en economische kracht van de stad en is de waterkwaliteit nog niet goed genoeg. Het waterschap en de gemeente moeten zich hier samen sterk voor maken (zie ook figuur 1). Amsterdam is de grootste stad in het werkgebied van AGV en AGV is waterbeheerder voor het grootste gedeelte van Amsterdam. Met deze agenda borgen we dat ook ná de ontvlechting van Waternet2 er voldoende (maar niet te veel) en schoon water in de stad én in het bredere regionale watersysteem is en blijft. Vanuit onze eigen taken en verantwoordelijkheden3 ontmoeten we elkaar in het fysieke domein bij het duurzaam vormgeven van de toekomst van de stad en regio. Dat gaat ook over maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en de woningbouw en steeds meer ook over sociale rechtvaardigheid en participatie. Vanzelfsprekend is juist na de ontvlechting van Waternet duidelijkheid over doorlopende samenwerking en overleg tussen beide besturen nodig.

De verbondenheid van onze opgaven maakt het noodzakelijk om met elkaar bestuurlijk in gesprek te blijven over wat we hierbij als uitdagingen en elkaars rol zien. Bovendien biedt de ontvlechting ook de kans om opnieuw te kijken naar waar we over vijf of tien jaar willen staan: een strategisch gesprek waarbij we de toekomst van het watersysteem opnieuw durven vorm te geven.

De onderwerpen worden vanuit de inhoudelijke opgaven geduid. Met de bestuurlijke infrastructuur en de inhoudelijke bestuurlijke agenda kunnen we de komende jaren waar nodig toewerken naar bestuurlijke afspraken over de gedeelde vraagstukken in Amsterdam. Opvolging van de agenda gaat niet vanzelf. Dat vraagt een goede ambtelijke voorbereiding en samenwerking, waarin de gespreksonderwerpen verder worden uitgewerkt en concrete bestuurlijke keuzes worden opgewerkt. Na vaststelling van de agenda wordt de opvolging per thema geconcretiseerd wat betreft de benodigde inzet en de planning in de tijd. Tot slot benadrukken we dat in ons toekomstperspectief vooruitstrevendheid en regionale samenwerking centraal staan. Of het nu gaat om onze wettelijke taken, onze ambities of onze rollen in transitieopgaven, wij zullen altijd op zoek blijven naar nieuwe manieren om onze gedeelde doelen te halen en om onze samenwerking te verbeteren. Tegelijkertijd durven we ook verder naar buiten te kijken. Water stroomt én dus is de toekomst van de samenwerking regionaal. We betrekken graag andere partners, zoals het Hoogheemraadschap van Rijnland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Rijkswaterstaat, naastliggende drinkwaterbedrijven, gemeenten of regio’s.

Deze bestuurlijke samenwerkingsagenda legt de basis voor het bestuurlijke gesprek. Dat doet ze door inhoudelijke onderwerpen te agenderen en de benodigde bestuurlijke infrastructuur neer te zetten. De agenda is bestuurlijk: ze bevat de strategische en tactische vraagstukken, waarvoor bestuurlijke richting en keuzes nodig zijn. Ook stelt ze bestuurlijke vragen: Waar kunnen we elkaar helpen en van elkaar leren? Waar zien we dilemma’s en mogelijke keuzes? Waar geven of nemen we ruimte om eigen afwegingen te maken? En, wellicht ten overvloede, de agenda gaat niet over de ontvlechting zelf. Daarover maken we separaat afspraken. Deze agenda gaat over de samenwerking ná de ontvlechting.

1 2 3

1

Daarmee is de bestuurlijke samenwerkingsagenda ook de opvolger van Strategische samenwerkingsagenda uit 2022. De ontvlechting van Waternet naar de drie hoofdbestandsdelen: drinkwaterbedrijf, AGV-organisatie en watertaken gemeente Amsterdam. Op hoofdlijnen zijn dat voor AGV in de eerste plaats waterveiligheid, waterkwantiteit (droge voeten), waterkwaliteit en het regionaal zuiveren van afvalwater. Voor de gemeente gaat dat in de eerste plaats om de wettelijke zorgtaken voor grond- en hemelwater en de drinkwatervoorziening.

Deltaregio Centraal Holland

Figuur 1

Ons speelveld

Werkgebied AGV

Gemeente Amsterdam

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

Leeswijzer Deze bestuurlijke samenwerkingsagenda gaat achtereenvolgens in op: y

De inhoudelijke agenda: het vertrekpunt voor de te bespreken onderwerpen. Het betreft inhoudelijke vraagstukken die actueel zijn en waar bestuurlijke samenwerking gewenst is. De onderwerpen (waterkwantiteit, waterkwaliteit en groeithema’s) worden vanuit de ontwikkelopgaven inhoudelijk geduid.

y

De bestuurlijke infrastructuur: we treffen elkaar tenminste vier keer per jaar op bestuurlijk niveau – twee keer in een halfjaarlijks bestuurlijk overleg, één keer in een gezamenlijke bijeenkomst tussen college en dagelijks bestuur en één keer in de vorm van een bestuurlijke conferentie, waarin we ook breder onze belangrijkste bestuurlijke partners zullen uitnodigen.

y

De bestuurlijke samenwerkingsprincipes: hoe gaan we – met inachtneming van de verschillen – bestuurlijk met elkaar om? Op de grote onderwerpen ontmoeten we elkaar bestuurlijk en zorgen daarbij vooraf scherp te krijgen waar de overeenkomsten en verschillen in scope, belangen en rollen kunnen liggen.

y

De organisatie van de bestuurlijke agenda: het maken van een bestuurlijke agenda is één. Het daadwerkelijk goed voorbereiden, afhechten en uitvoeren van de uitkomsten is een ander verhaal. Dit vraagt om commitment vanuit beide organisaties én een goede ambtelijke structuur zodat er daadwerkelijk stappen kunnen worden gezet; ook dit zal in deze agenda op hoofdlijnen worden geschetst.

2

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

HOOFDSTUK 1

Op de agenda: inhoudelijke gespreksonderwerpen Strategisch, tactisch en operationeel Met de bestuurlijke samenwerkingsagenda geven we richting aan de bestuurlijke gesprekken die we vanaf de ontvlechting met elkaar gaan voeren. We zien dat onze gezamenlijke opgaven een strategische, een tactische en een operationele component hebben: y

y

y

Strategisch: gaat over wat de brede opgave is, zowel voor de stad als voor de regio. Het gaat ook om de vraag in hoeverre die opgave urgent is en in welke richting de aanpak ervan zich moet ontwikkelen. Het dagelijks bestuur en het college in het algemeen en specifiek de betreffende portefeuillehouders zijn hier verantwoordelijk voor. Tactisch: de vertaling van de brede opgave naar de grote dossiers en locaties binnen de stad. Bestuurlijke strategische keuzes materialiseren zich in bestuurlijke tactische keuzes. Dit is het niveau waar je er als inwoner direct wat van gaat merken. De portefeuillehouders op de strategische thema’s én op de locaties waar die mogelijk knellen zijn hier verantwoordelijk voor. Operationeel: betreft de implementatie van de gezamenlijke keuzes, hier valt onder meer aanleg, onderhoud, beheer en toezicht onder. Dit is in de kern een meer ambtelijke aangelegenheid, waarover normaal gesproken nauwelijks interbestuurlijk gesprek plaatsvindt. Lopende afspraken hierover worden in het ontvlechtingsdocument vastgelegd.

Samenwerking is op alle drie de componenten belangrijk. We richten ons met de bestuurlijke samenwerkingsagenda echter op de strategische en tactische component, omdat daar het bestuurlijke gesprek het meest nodig is. Wanneer het strategische en/of tactische beeld niet gedeeld is,4 ontstaat er moeilijk een gezamenlijk handelingsperspectief en hebben we daar bestuurlijk wat te doen. Maar ook wanneer dit beeld wel gedeeld wordt, kunnen we tegen zaken aanlopen die om een bestuurlijk gesprek vragen.

Onderstaande tabel geeft methodisch inzicht in wat er van onze samenwerking wordt gevraagd op de combinaties van verschillende strategische en tactische gedeelde beelden. In het kader op de volgende pagina lichten we toe hoe we omgaan met verschillende strategische beelden. Verder vormen de tactische vraagstukken de kern van de inhoudelijke agenda. Die moeten—goed voorbereid—besproken worden in de bestuurlijke overleggen en uiteindelijk uitmonden in bestuurlijke keuzes. Onze centrale bestuurlijke opdracht is daarom om vanuit de gedeelde strategische beelden waar nodig tot een gezamenlijke aanpak op de tactische vraagstukken te komen. In de rest van het hoofdstuk schetsen we per hoofdthema de opgave en de mate waarin het strategische en tactische beeld gedeeld is en welke bestuurlijke vraagstukken daaruit volgen.

Als er geen gedeeld strategisch beeld is

Als er geen gedeeld tactisch beeld is

Als er wel een gedeeld tactisch beeld is

Strategisch niveau:

Hoewel het gedeelde

een bestuurlijke zoektocht

strategisch beeld niet

naar een gedeelde

altijd expliciet gemaakt is,

strategische basis.

komt dit in de praktijk niet

Tactisch niveau:

vaak voor.

elkaar informeren over het

Wanneer het strategische

voorgenomen handelen

beeld echt ontbreekt,

van ieders organisatie én

behouden we de

de effecten daarvan voor

samenwerking totdat die

het beoogde handelen

ook tactisch gaat knellen.

van de andere organisatie.

Het gaat dan om geen gedeeld strategisch en tactisch beeld.

Als er wel een gedeeld strategisch beeld is

Strategisch niveau:

Dit is waar de

vasthouden van het

samenwerking al

gedeelde strategische

vruchtbaar en intensief

beeld.

is. Dat behouden we.

Tactisch niveau:

Werkbezoeken lenen zich

afspraken over de vertaling

dan bijvoorbeeld goed

van de strategische

om de samenwerking

uitgangspunten naar het

zichtbaar te maken.

tactisch beleid op de grote Amsterdamse dossiers. Tabel 1 Wat er vanuit de bestuurlijke agenda wordt gevraagd op de verschillende gespreksthema’s

4

3

Met een gedeeld beeld bedoelen we dat we er hetzelfde overdenken. Dat kan formeel afgestemd en bekrachtigd zijn, het kan ook informeel besproken of onafhankelijk van elkaar tot stand gekomen zijn.

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

Wat als er helemaal geen gedeeld strategisch beeld is? De kans bestaat dat we in de toekomst op een opgave niet een voldoende gedeeld strategisch beeld hebben. Als het beeld van de omvang en urgentie van de opgave niet gedeeld is, ontstaat het gevaar dat niet (voldoende) of niet goed met elkaar wordt samengewerkt op de grote dossiers (de tactische opgaven). In dat geval handelen we als volgt:

Brengen we bestuurlijke scherpte in het vormen van een gedeeld strategisch beeld. Dat vraagt om een bestuurlijk gesprek langs de volgende lijnen: y Wat is de aard, omvang en urgentie van de maatschappelijke opgave? Wat zijn de maatschappelijke, juridische, financiële en bestuurlijke gevolgen? En in hoeverre vinden we die aanvaardbaar? y Wat is de relatie tussen deze maatschappelijke opgave en andere belangen. y Welke rol en bijdrage verwachten we van elkaar bij het agenderen of realiseren van die opgaven? Wat hebben we gezamenlijk te doen op deze opgaven? Afhankelijk van de uitkomst van dat gesprek zijn er vervolgens twee uitkomsten en bijbehorende handelingsperspectieven: 1. Waar een gedeeld strategisch beeld ontstaat, vertalen we dit naar een samenwerking op tactisch niveau. 2. Waar geen gedeeld strategisch beeld ontstaat, spreken we af dat we elkaar in dat geval goed informeren over de voorgenomen handelingen van de eigen organisatie en de verwachte gevolgen daarvan voor de ander. Twee voorbeelden van onderwerpen waar we scherper tot een gedeeld strategisch beeld zouden kunnen komen: y De weging van water in de ruimtelijke ordening. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen van grote invloed zijn op de waterhuishouding. Het is dan ook essentieel dat de waterbelangen goed worden afgewogen en geborgd in ruimtelijke plannen, waarin ook andere publieke belangen landen.

y Bronnenbeleid en waterbeschikbaarheid. Zoet water wordt schaars. Als we nu niets zouden doen, komt er na 2030 niet meer uit elke kraan in Noord-Holland water. Waterschappen, drinkwaterbedrijven en gemeenten hebben een gemeenschappelijk belang om hun bronnen schoon te houden en nieuwe bronnen en technologieën te gebruiken om de watervoorziening voor burgers, bedrijven en de levende omgeving goed te houden. Er is geen onbetwiste bron voor industrieel water of drinkwater terwijl de vraag daarnaar stijgt. Een gedeeld strategisch beeld is nodig om de juiste tactische keuzes te maken, zowel aan de vraagkant als aan de productiekant.

1.1

Samen willen we we Amsterdam waterrobuust maken en zorgen we voor voldoende water: niet te veel en niet te weinig. Amsterdam ligt als Deltastad deels onder zeeniveau en dat maakte haar altijd al kwetsbaar voor wateroverlast. Met de gevolgen van klimaatverandering—extremer weer zoals hevige regenval, lange periodes van droogte en hitte en zeespiegelstijging—is die kwetsbaarheid alleen maar toegenomen. Niet alleen voor overstromingen en wateroverlast maar ook voor waterschaarste. Die kwetsbaarheid bedreigt de leefbaarheid en veiligheid in de stad. Daarom werken de gemeente en het waterschap samen aan het verbeteren van de weerbaarheid van burgers, waterveiligheid5 en klimaatadaptatie6. Die samenwerking moet ambtelijk en bestuurlijk structureel blijven om de uitdagingen het hoofd te bieden en om ervoor te zorgen dat Amsterdam ook in de toekomst een veilige, groeiende stad blijft voor mens, dier, natuur en economie.

Het strategische beeld Hoe we waterveiligheid en klimaatadaptatie verbinden met andere opgaven blijft een gezamenlijk vraagstuk dat nader verkend moet worden. Daarom werken we aan een gedeeld gezamenlijk beeld van waar het naartoe moet dat ook onder meer ruimtelijk ontwikkeling en economische aspecten verbindt. We hebben een gezamenlijk belang bij het voorkomen van overstromingen en wateroverlast of -schaarste. Als die situaties dan toch optreden, moeten we er samen voor zorgen dat ook dan de stad veilig en leefbaar is. Er is bestuurlijk commitment op de gezamenlijke opgave en ambtelijk wordt er hard aan gewerkt. Meerlaagsveiligheid (zie kader) is het fundament onder het gezamenlijke strategische beeld. Beide organisaties hebben een grote rol in het veilig houden van de stad en we zien dat we daarvoor op meerdere nieaus moeten samenwerken. De kern van de meerlaagsveiligheid voor Amsterdam is:

Wat is meerlaagsveiligheid Meerlaagsveiligheid is in het Nationaal Waterplan geïntroduceerd om een duurzaam waterveiligheidsbeleid te vormen voor overstromingen in het hoofdwatersysteem. Meerlaagsveiligheid gaat uit van een risicobenadering, het gaat om zowel kansen op als mogelijke gevolgen van overstromingen. De oorspronkelijke lagen richtten zich op (1) Preventie: maatregelen die de kans op overstroming verkleinen, (2) Watersysteem en ruimtelijke ordening: gevolgbeperkende maatregelen en (3) Crisisbeheersing: maatregelen gericht op de rampenbeheersing. Inmiddels zijn daar de lagen (0) bewustwording en (4) herstelvermogen aan toegevoegd. Bron: Stowa (2015) Meerlaagsveiligheid in de praktijk.

5 6

4

Waterkwantiteit: waterveiligheid en klimaatadaptatie

Het voorkomen en beperken van de gevolgen van overstromingen en wateroverlast. Het aanpassen van de stad aan het veranderende klimaat.

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

0. Waterbewustzijn: We zijn ons ervan bewust dat absolute (water)veiligheid niet bestaat. We werken gezamenlijk aan de bewustwording en acceptatie van risico’s die komen kijken bij extreem weer. We hebben een belangrijke rol in het vergroten van de zelfredzaamheid van burgers door meer bewustzijn over extreem weer te creëren. 1. Preventie: We werken bijvoorbeeld samen met partners in Deltaregio Centraal Holland en nemen maatregelen om de kans op een overstroming of wateroverlast klein te houden. We verwachten dat de samenwerking in Centraal Holland in de komende jaren een aantal besluiten oplevert met invloed op de waterveiligheid in onze regio. Daarbij zullen niet alleen aanpassingen in de waterinfrastructuur en het waterbeheer voldoende zijn om de waterveiligheid op het huidige niveau te borgen. 2. Watersysteem en ruimtelijke ordening: We verkennen welke maatregelen we te nemen hebben in het watersysteem en in de ruimtelijke ontwikkeling. Die volgen uit het gezamenlijke beeld van waar het naartoe moet, waar we aan gaan werken. Een waterrobuuste, klimaat­adaptieve inrichting zorgt ervoor dat de omgeving er beter op is ingericht om de gevolgen van te veel of te weinig water op te vangen. De ruimtelijke ordening is primair een taak van de gemeente, maar het waterschap heeft een sterke adviserende rol.

Er wordt al samengewerkt voor onder meer de Strategie Klimaatadaptatie (2020), de Agenda Klimaatadaptatie 20242026 en het Programma Bruggen en kademuren. 3. Crisisbeheersing: In het crisismanagement werken we samen, zowel in de stad als op regionaal en nationaal niveau, om goed voorbereid te zijn op een overstroming of een andere hoogwater-calamiteit. We leren hierbij van de ervaringen van de hoogwater-situatie op 2 november 2023. 4. Herstelvermogen: We zetten samen met andere partners in de stad in op het zo lang mogelijk blijven functioneren van vitale en kwetsbare functies in tijden van overstroming of wateroverlast. Ook zetten we in op het snel kunnen herstellen van de vitale en kwetsbare functies na overstroming of overlast. Met name de energie- en drinkwatervoorziening kennen lange hersteltijden en kunnen een enorme impact hebben op de sociale en economische veerkracht van de regio. Het belang van klimaatadaptatie in de ruimtelijke ordening, zowel voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als voor de bestaande stad, is gebaseerd op onzekere toekomstscenario’s. Het gaat niet alleen om strategische vraagstukken voor de lange termijn, maar raakt ook aan ruimtelijke keuzes die nu spelen bij nieuwbouw, binnenstedelijke verdichting of renovatie. Ook zien we dat Nieuw-West, Zuidoost, Noord en het landelijk gebied rond de stad hun eigen wateropgaven en waterkansen kennen.

Die benutten we nu niet altijd voldoende. Deels omdat vanuit waterveiligheid de focus in Amsterdam doorgaans op stadsboezem en de binnenstad gericht is.

5

Tactische vraagstukken De vertaling van het gedeelde strategische beeld naar het tactische niveau leidt tot de volgende discussiepunten waarop we een gezamenlijke aanpak formuleren. 0. Bewustzijn: a. De samenwerking voor het creëren van bewustzijn blijven opzoeken. 1. Preventie: a. We werken samen aan de betrouwbaarheid van de waterinfrastructuur. Het is de vraag of de stad en regio voldoende afvoercapaciteit hebben en of die voldoende bedrijfszeker is. Daarbij is er mogelijk behoefte aan extra afvoercapaciteit op een andere plek. Bijvoorbeeld om de afhankelijkheid van de gemalen IJmuiden en Zeeburg te verminderen. b. Deltaregio Centraal Holland staat voor een regionale aanpak van waterbeheerders, provincies, rijk en gemeenten. Doel is om te komen tot een gemeenschappelijk toekomstbeeld voor de ruimtelijke inrichting en het waterbeheer in relatie tot de verstedelijkingsopgaven. We intensiveren de inzet vanuit beide partijen en stemmen onderling beter af. c. Om mogelijke wateroverlast te voorkomen is er voldoende afvoercapaciteit nodig van het hoofdwatersysteem en aanvullend waterberging op alle schaalniveaus (van straat tot wijk, tot polder tot grootschalige nood- en piekwaterberging). Dit vraagt om een groot ruimtebeslag dat waarschijnlijk niet of nauwelijks binnen de gemeentegrenzen past en valt.

Dat neemt niet weg dat de afwegingen over waar de bergingen moeten komen, gevolgen hebben voor de (water)inrichting in de stad, de directe omgeving en de prioritering van de activiteiten die het waterschap uitvoert in en rondom Amsterdam, zoals het vergroten van de gemaalcapaciteit. 2. Watersysteem en ruimtelijke ordening: a. De vertaling van het gedeelde strategische beeld naar een aantal grote dossiers zoals de aanpak ten behoeve van de waterveiligheid in Haven-Stad en de Lutkemeerpolder. Dit gaat om het maken van de afweging tussen (a) (niet of aangepast) bouwen op locaties die daar (niet of minder) geschikt voor zijn, (b) vergroten van de gemaalcapaciteit en andere waterhuishoudkundige maatregelen (c) hoogtestrategie, waaronder het ophogen van het maaiveld (d) het inzetten van beheermaatregelen. Voor de grote dossiers in de ruimtelijke ontwikkeling gaat die afweging over grote belangen. Dit verkennen we verder in het gezamenlijke beeld van waar het naartoe moet. 3. Crisisbeheersing: a. Op crisisbeheersing wordt samengewerkt. De Evaluatie hoogwater 2 november 2023 laat zien dat er nog verbeteringen nodig zijn. Dit zijn in de kern operationele aspecten. Op tactisch niveau is het nieuwe streven dat het IJ-front naar een gegarandeerde sluitingstijd van maximaal 3 uur gaat. Daarnaast moeten beide partijen gezamenlijk de opvolging van diverse evaluaties van

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

partners, zoals die van Rijkswaterstaat volgen om de crisisbeheersing in de toekomst te verbeteren. 4. Herstelvermogen: a. De vertaling van de strategie naar het tactische niveau aan de hand van de lessen van de overstromingen en wateroverlast in Limburg, Zuid- en Centraal-Europa vullen beide partijen in. b. Het vestigingsbeleid voor functies met een grote (zoet) watervraag in de stad verkennen we verder in het gedeelde gezamenlijk beeld van waar het naartoe moet.

1.2

Waterkwaliteit

Samen zorgen we voor schoon water (voor mens, plant en dier). Waternatuur en een rijke biodiversiteit zijn belangrijk voor een leefbare stad. In Amsterdam gebruiken we steeds meer drinkwater en zwemmen we steeds vaker in het Amsterdamse water. Ook willen we de biodiversiteit in de stad vergroten. Tegelijkertijd neemt de drukte op het water ook toe. Voor al deze zaken is het cruciaal dat het water schoon en gezond is, oftewel dat het van goede kwaliteit is. Ook geldt er een harde wettelijke verplichting voor Nederland om in 2027 de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen.7 Voor Amsterdam gaat het om 16 aangewezen KRW-waterlichamen, waarvan 6 in het AGV-werkgebied, met verbeterdoelen voor 2027. Daarnaast zijn er ook voor het overige water verbeterdoelen afgeleid en geldt voor al het water dat dit niet in kwaliteit achteruit mag gaan. Die doelen halen we, mede door klimaatverandering en intensivering van het ruimtegebruik, naar verwachting niet met de huidige inzet. De afgelopen jaren stagneert de verbetering van de waterkwaliteit. Op een aantal plekken met goede waterkwaliteit constateren we nu structureel achteruitgang. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de ecologie en volksgezondheid in de stad, maar kan ook juridisch-bestuurlijke en economische consequenties hebben.8 Denk daarbij aan opgelegde instructie(regel)s of (via rechtszaken) aanpassingen van vergunningen.

Om te voorkomen dat waterschap en gemeente zo onbedoeld in een dwangpositie tegenover elkaar of private partijen komen te staan is het nodig meer gezamenlijk op te trekken.

nodig. We erkennen dat de gevolgen voor de biodiversiteit en de gezonde leefomgeving het onoverkomelijk maken dat we meer gaan doen om de waterkwaliteit te verbeteren. Bovendien zijn de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) een harde juridische werkelijkheid waar we ons toe te verhouden hebben. Ten behoeve van de waterkwaliteit in Amsterdam voert het waterschap als een van de waterbeheerders in Amsterdam een maatregelenpakket9 uit en zet de gemeente een werkprogramma stedelijke waterkwaliteit op met het oog op de gemeentelijke taken. Tegelijkertijd hebben we een aantal samenwerkingen op dit onderwerp. Zo werken we binnen de afvalwaterketen nauw samen en is het zuiveringsniveau erg hoog. Met de nieuwe Europese richtlijn stedelijk afvalwater zullen we deze samenwerking moeten behouden en versterken. Daarnaast zijn we trots op de vele plekken met officieel zwembaar water. De bestuurlijke realiteit is echter ook dat de oplossing niet vanzelf komt. Ook spelen er een aantal grote factoren mee waarbij het handelingsperspectief voor beide overheden beperkt is, zoals landbouwemissies en verzilting. Waterkwaliteit verbetert alleen snel en duurzaam als het systematisch en gezamenlijk wordt aangepakt, door iedere partij vanuit zijn eigen verantwoordelijkheden.

Hierover is een indringend bestuurlijk gesprek nodig en zullen we in gebiedsontwikkeling soms ook bestuurlijk kort op de bal moeten spelen.

Tactische vraagstukken We zien gezamenlijk op een aantal thema’s doelstellingen en belangen die elkaar mogelijk in de weg kunnen zitten. Denk bijvoorbeeld aan warmtewinning uit oppervlaktewater, wat een forse impact heeft op het waterleven. In hoeverre willen we de mogelijkheden benutten en welke ruimte scheppen we dan om de waterkwaliteit een impuls te geven? Bijvoorbeeld door water te defosfateren of te kiezen voor groene grachten waar waterleven voorrang heeft op recreatie? In het kader op de volgende pagina schetsen we een aantal mogelijke combinaties van doelen die vragen om scherpe gezamenlijke keuzes. Over deze en andere belangen voeren we het bestuurlijke gesprek in scherpte en verkennen we waar de gezamenlijke inzet kunnen versterken. Ter voorbereiding op het bestuurlijk gesprek brengen we ook de consequenties van en mogelijke mitigerende maatregelen voor verschillende afwegingen in kaart.

Het strategische beeld Het waterkwaliteitsprobleem wordt door ons beide gevoeld, maar over het gewicht van deze opgave in relatie tot andere urgente maatschappelijke opgaven is nog een bestuurlijk gesprek 7

8

6

De waterkwaliteit en het halen van de KRW-doelen zijn een gedeelde verantwoordelijkheid van het Rijk, provincie, gemeente en waterschap. Specifieke bevoegdheden i.r.t. waterkwaliteit voor het waterschap zijn beheer regionale wateren, zuivering van stedelijk afvalwater, bevoegd gezag t.a.v. lozingen en het adviesrecht voor indirecte lozingen in regionale oppervlaktewaterlichamen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van afvalwater via de riolering, hebben een hemel- en grondwaterzorgplicht en stellen een omgevingsplan op. Wat betreft de zwemwaterkwaliteit hebben voornamelijk het waterschap (en de provincie, omgevingsdienst en Rijkswaterstaat) een rol. In 2023 waarschuwde de Raad voor de Leefomgeving dat net als bij stikstof dit ertoe kan leiden dat economische activiteiten op slot gaan. Raad voor de Leefomgeving (2023). Goed water, goed geregeld.

9

Dat pakket is op een breder gebied gericht, dan alleen Amsterdam.

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

Mogelijke tegenstrijdige doelen in relatie tot waterkwaliteit in Amsterdam we verkennen gezamenlijk hoe we om kunnen gaan met deze vraagstukken

slechte chemische toestand leiden. Aquathermie uit oppervlaktewater leidt mogelijk ook tot een verstoring van de natuurlijke toestand door het onttrekken en lozen van oppervlaktewater. Waterkwaliteit moet in dat opzicht dan ook worden afgewogen ten opzichte van de ambities voor klimaatneutrale energieopwekking. y Medicijnresten, afvalwater en het belang van goede zorg. Amsterdam kent naast haar vele inwoners die medicijnen gebruiken ook veel hoogwaardige ziekenhuizen. Die goede zorg is belangrijk voor de gezondheid en kwaliteit van leven van de Amsterdammer. Een nadelig effect van het medicijngebruik zijn verhoogde concentraties van medicijnresten in het afvalwater. Die moeten uit het water worden gefilterd om te voorkomen dat de chemische kwaliteit te slecht wordt. Daarover gaan we ook graag het gesprek met de Amsterdamse ziekenhuizen aan. y Schaarse ruimte langs het water. Ruimte is in Amsterdam erg schaars en voor een groot aantal maatschappelijke opgaven gewenst. De waterkwaliteit is bijvoorbeeld sterk gebaat bij natuurvriendelijke oevers, maar die oevers vragen relatief veel schaarse ruimte. Andere afwegingen langs het water gaan over steigers en bomen die langs het water de biodiversiteit en leefbaarheid verhogen en hittestress verlagen, maar vaak een negatief effect op de waterkwaliteit zelf hebben.

y Afvalwater: riooloverstort, foutaansluitingen, volkstuinen. Het effluent van het afvalwater in Amsterdam is relatief schoon omdat we beschikken over een goed functionerende afvalwaterketen. Met de bevolkingsgroei en de aangescherpte eisen vanuit de herziene Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater, vraagt dit wel om tactische keuzes over de toekomst van de afvalwaterketen. Hoe wordt die ingericht en uitgebreid? Daarbij gaan we in principe ook voor de toekomst uit van centrale rioolwaterzuivering. Daarnaast spelen er belangrijke vraagstukken rondom de inzameling en de verwerking van het afvalwater: foutaansluitingen, riooloverstort en de niet op het riool aangesloten volkstuinen zetten de waterkwaliteit onder druk. y Vaarbeleid en waterkwaliteit. Het Amsterdamse binnenwater wordt druk bevaren. Vaarbewegingen verstoren het waterleven en leiden tot hogere emissies. Door de toenemende drukte verslechtert de waterkwaliteit. Aanpassing van het vaarbeleid op bepaalde plekken zal de waterkwaliteit ten goede komen maar vraagt ook wat van de maatschappij. y Lozingen, aquathermie en waterkwaliteit. Lozingen op het oppervlaktewater leiden tot verstoring van de natuurlijke situatie en kunnen eventueel tot matige of

1.3

Groeithema’s

y

Samen halen we meer (waarde) uit water (energie en grondstoffen).

We brengen strategische en tactische vraagstukken op de gezamenlijke agenda wanneer die om bestuurlijke keuzes vragen.

We lichten de thema’s hieronder kort toe. Op een aantal thema’s (klimaatrechtvaardigheid, energietransitie, circulariteit en biodiversiteit en dierenwelzijn) hebben we een gedeelde strategische uitgangspositie. Hiermee bedoelen we dat beide organisaties beseffen dat ze belangrijk zijn omdat ze de kern van de transitie naar een duurzamer en veerkrachtiger systeem vormen. Daarom willen we ze een belangrijke plek geven in ons eigen handelen én onze samenwerking. De invulling en prioritering binnen deze thema’s kan wel per organisatie verschillen en het zijn ‘jonge’ thema’s die nog niet of beperkt tot tactische samenwerkingsvraagstukken hebben geleid. We verwachten dat ze dat in de toekomst wel meer gaan doen. Daarom noemen we ze ‘groeithema’s’. De samenwerkingsagenda gaat over de invulling van de thema’s vanuit beide organisaties.

Klimaatrechtvaardigheid Met voortdurende klimaatverandering in het vooruitzicht wordt stedelijke klimaat(on)rechtvaardigheid steeds relevanter. Klimaatverandering heeft vaak een onevenredige impact op kwetsbare en lagere inkomensgroepen, terwijl die over minder middelen beschikken om zich aan te passen aan de gevolgen van extreem weer (wateroverlast, droogte en hitte). We zien ook dat deze problematiek zich concentreert in specifieke buurten die kwetsbaarder zijn of minder profiteren van de kansen die voortkomen uit klimaatadaptatie en de energietransitie. We zien twee potentiële tactische gezamenlijke handelingsperspectieven die we verder kunnen verkennen.

We spreken af dat we als volgt omgaan met groeithema’s: y

7

We ontwikkelen de groeithema’s door binnen de eigen organisatie. Waar dat kan doen we dat zelfstandig, waar het moet doen we dat gezamenlijk. Dat betekent dat we op ambtelijk niveau sterke verbinding houden en verkennen waar samenwerking cruciaal is. Waar nodig leggen we dat bestuurlijk vast.

y

In hoeverre verdeel je de impact van klimaatverandering en het opvangen daarvan over de stad en het minder dichtbevolkte en landelijke gebied daaromheen? Dit leidt mogelijk tot aanvullende investeringen of andere kostenverdelingen tussen beide gebieden.

y

Aangepaste heffings- en kwijtscheldingsbeleid tussen verschillende groepen in de stad.

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

Energietransitie – aquathermie De gemeente Amsterdam en het Waterschap AGV delen de ambitie om in 2040 aardgasvrij en in 2050 klimaatneutraal te zijn. Gezamenlijke belangen komen onder andere samen in de ontwikkeling van aquathermie. Met aquathermie kan warmte en koude uit oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) of drinkwater (TED) worden onttrokken. Aquathermie is een relatief jong thema waarin zowel het waterschap als de gemeente een rol heeft. Op het thema aquathermie wordt al nauw samengewerkt tussen Amsterdam en AGV. Zo wordt er vanuit beide organisaties ingezet op het mogelijk maken van een aquathermie installatie bij het KetelhuisWG project (Jacob van Lennepkanaal). Ook wordt er vanuit het Warmteprogramma Amsterdam waarbij duurzame alternatieven voor aardgas in beeld worden gebracht, opgetrokken met Waternet/AGV om de potentie van water goed in beeld te krijgen. Als die potentie er is dan ligt verder intensivering van de samenwerking voor de hand.

y

Het verder brengen van industriewater uit effluent van de rioolwaterzuivering in Haven-Stad. We maken hiervoor afspraken over eigenaarschap, financiering en de organisatievorm.

y

Nieuwe sanitatie: het lokaal zuiveren van afvalwater en het lokaal terugwinnen van energie en grondstoffen.

Biodiversiteit en dierenwelzijn Met name op het gebied van biodiversiteit is er een gedeeld beeld van de noodzaak tot samenwerking. Het raakt hierbij ook meteen aan het thema waterkwaliteit en de KRW. Op het gebied van dierenwelzijn zien we dat de samenwerking nog in de kinderschoenen staat. Tactische samenwerkingsvraagstukken richten zich op: y

De belangenafweging van biodiversiteit en dierenwelzijn ten aanzien van andere belangen. Bijvoorbeeld bij het inzetten op aquathermie wat een negatieve invloed kan hebben op biodiversiteit.

y

Het vergroten van de aquatische biodiversiteit door een natuurlijker stedelijk watersysteem en de ruimte die dat vergt. Dit kan ten koste gaan van ruimte voor woningen en economische ontwikkelingsruimte. Hierover moet het gesprek gevoerd worden. Waar liggen prioriteiten en welke keuzes maken we? Met de beperkte ruimte in de stad ontkomen we niet aan bestuurlijke keuzes over wateren ruimtegebruik. We streven ernaar om biodiversiteit een integraal onderdeel te laten zijn van de stedelijke ontwikkeling.

y

Dierenwelzijn: intentie om trajecten af te stemmen en met het toekomstperspectief te richten op een diervriendelijke gemeente. Hier liggen veel gezamenlijke kansen bijvoorbeeld in de samenwerking met natuurverenigingen voor gezamenlijke monitoring (van otters, bevers, muskusratten en de Amerikaanse rivierkreeft) of het maken van afspraken over visbeheer (uitzetten van vissen, verbeteren van trekmogelijkheden, verminderen gebruik lood). Er is hier een koppelkans met samenwerking op het gebied van waterkwaliteit.

Tactische vraagstukken die we hier zien ontstaan zijn: y

y

Aquathermie kan negatieve effecten hebben op het wateren ecosysteem. De afwegingen met betrekking tot de energietransitie en waterkwaliteit worden daarmee steeds belangrijker. Ook wat betreft de samenwerking rondom het gemeentelijke warmteprogramma. Bij het vergroten van de publieke rol van de overheid in warmte- en koudevoorzieningen, zal de samenwerking in de stad moeten intensiveren. Bijvoorbeeld in een toekomstig publiek warmtebedrijf. De afweging tussen de energietransitie, en bijvoorbeeld waterkwaliteit wordt daarmee steeds belangrijker.

Circulaire economie We kampen met een aantal stevige uitdagingen: oplossingen van vroeger werken niet altijd meer. We gebruiken milieu­ belastende materialen en sommige grondstoffen raken simpelweg op. Onze manier van werken is nog niet schoon genoeg. We gaan beide uit van de uitgangspunten die voortvloeien uit het Nationaal Grondstoffenakkoord10. In 2050 werken we volledig circulair, zijn we gestopt met het verspillen van grondstoffen en gebruiken we reststromen opnieuw. Ook voorkomen we milieuschade zoveel mogelijk en compenseren we die waar nodig. Daarmee is er een gedeeld strategisch startpunt, maar hebben we nog niet een uitgewerkt strategisch beeld noch een gezamenlijk handelingsperspectief op circulariteit. Tactische samenwerkingsvraagstukken tussen gemeente en waterschap zijn: y

Een Routekaart grondstoffen waarin terugwinning van grondstoffen vanuit een gedeeld belang en met oog voor de schaarste van die grondstoffen een plek krijgen. Uit de routekaart volgt het gezamenlijk handelingsperspectief.

10

https://open.overheid.nl/documenten/ ronl-e7081689-7484-40ac-b339-bcb2af364769/pdf

8

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

HOOFDSTUK 2

Bestuurlijke infrastructuur en samenwerkings-principes We leggen in negen samenwerkingsprincipes vast hoe we bestuurlijk met elkaar samenwerken en wat we hierin van elkaar verwachten. Het waterschap AGV en de gemeente Amsterdam spreken af elkaar tenminste vier keer per jaar op bestuurlijk niveau te ontmoeten over de grote bestuurlijke en inhoudelijke thema’s. Ook spreken we uit dat het belangrijk is dat beide organisaties elkaar blijven opzoeken voor samenwerking en uitwisseling van ontwikkelingen en innovaties. Dit geven we bijvoorbeeld vorm met gezamenlijke werkbezoeken. Daarnaast stellen we een gezamenlijke kennisagenda op waarin we innovatie stimuleren.

2.1

Bestuurlijke samenwerkingsprincipes

Om een gedeeld begrip van onze samenwerking te creëren, hebben we samenwerkingsprincipes opgesteld. Die zullen de komende vier jaar leidend zijn in onze omgang met en verwachtingen naar elkaar. 1. Agenda als strategische hoofdlijn Deze bestuurlijke samenwerkingsagenda vormt de strategische hoofdlijn van waar we ons bestuurlijk op zullen richten. 2. Bestuurlijk commitment Voor elk onderwerp op de agenda geldt dat er bestuurlijk commitment op is. Dat betekent dat bestuurders een boegbeeld zijn voor onderwerpen op de agenda. We leggen vast dat we elkaar regulier op bestuurlijk niveau treffen. 3. Verschillen mogen er zijn De gemeente en het waterschap werken samen aan wateropgaven, maar zijn verschillende organisaties met eigen taken, bevoegdheden en culturen. Deze verschillen worden erkend en gerespecteerd binnen deze samenwerking. 4. Ambtelijke samenwerking De ambtelijke samenwerking tussen beide organisaties op inhoudelijke onderwerpen blijven we stimuleren door het relatiebeheer op een duidelijke plek in beide organisaties te beleggen. 5. Gezamenlijke uitdagingen, gezamenlijke aanpak In de samenwerking handelt ieder vanuit eigen verantwoor­ delijk­heid, maar met hetzelfde doel. Dit betekent dat waar we gezamenlijke uitdagingen of gedeelde verantwoordelijkheden hebben, we deze gezamenlijk aanpakken.

9

6. Gezamenlijke werkbezoeken We organiseren jaarlijks tenminste vier bestuurlijke werkbezoeken, twee georganiseerd door de gemeente en twee georganiseerd door het waterschap. Zo blijven we verbonden met wat er speelt in de uitvoering. De werkbezoeken dienen als input voor de kwartaal bijeenkomsten. 7. Afgestemde uitvoering van de bestuurlijke agenda We stellen een gezamenlijke projectenagenda met afgestemde budgettering op die we inhoudelijk benaderen vanuit de thema’s in deze bestuurlijke samenwerkingsagenda. Voor de uitwerking van de agenda wordt ambtelijke capaciteit vrijgemaakt. De huidige ambtelijke inzet vanuit Waternet wordt doorgezet tenzij daar expliciet andere afspraken over worden gemaakt. 8. Voortgang en evaluatie We bespreken tijdens een bestuurlijk voortgangsoverleg twee keer per jaar de voortgang op alle gezamenlijke lopende dossiers en elke vier jaar herijken we de samenwerkingsagenda. 9. Samenwerking binnen een bredere context De samenwerking beperkt zich niet tot alleen elkaar, beide partijen staan open voor het verbreden van de strategische samenwerking met derden.

2.2 Bestuurlijke infrastructuur We ontmoeten elkaar op bestuurlijk niveau via drie verschillende overlegstructuren: een halfjaarlijks bestuurlijk voortgangsoverleg, een jaarlijkse lunchbijeenkomst en een jaarlijkse bestuurlijke conferentie. Zo treffen we elkaar idealiter elk kwartaal in verschillende vormen en samenstellingen.

Halfjaarlijks bestuurlijk voortgangsoverleg Allereerst ontmoeten we elkaar als portefeuillehouders van het dagelijks bestuur van AGV en de portefeuille-houdende wethouder water twee keer per jaar in een bestuurlijk overleg. In deze overleggen worden grote inhoudelijke onderwerpen, gezamenlijke werkbezoeken en de lobby geagendeerd. Wanneer het onderwerp van overleg daar om vraagt, sluiten ook andere bestuurders aan. Daarnaast monitoren we de voortgang van de bestuurlijke agenda en herijken we de agenda waar nodig, één keer per jaar.

Jaarlijkse lunchbijeenkomst De integrale opgaven vragen om een integrale aanpak. Uit ervaring blijkt dat een jaarlijkse lunchbijeenkomst tussen het dagelijks bestuur en het college zorgt voor verbinding tussen het waterdomein en de andere portefeuilles. Daarom zetten we het jaarlijkse lunchgesprek tussen dagelijks bestuur en

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

college voort. Het doel van deze bijeenkomst is afstemming en samenwerking tussen verschillende domeinen stimuleren.

Jaarlijkse bestuurlijke conferentie De stad maakt deel uit van een uitgebreider watersysteem waar verschillende maatschappelijke opgaven elkaar raken. Deze opgaven zijn breed van aard en omvatten thema’s zoals woningbouw, klimaatverandering en klimaatrechtvaardigheid. De samenwerking op deze thema’s reikt verder dan die tussen de gemeente en het waterschap onderling. Daarom ontmoeten we elkaar jaarlijks in een bestuurlijke conferentie, waarbij we andere partijen uit het bredere watersysteem actief uitnodigen, zoals uit de deltaregio Centraal Holland. In deze conferentie

staan innovatie en brede samenwerking op inhoudelijke thema’s centraal. Ook is er ruimte voor internationale samenwerking. Dit is de plek waar we regiobrede spanningen, zoals tussen snel en betaalbaar bouwen nu en de toekomstige leefbaarheid en waterveiligheid, bespreekbaar maken. Dit leidt tot concrete keuzes, bijvoorbeeld voor ruimtelijke ordening of het opwaarderen van de waterinfrastructuur. We maken deze onderwerpen bespreekbaar door de conferentie te vullen met een programma waarin werksessies en netwerkactiviteiten worden afgewisseld. We bespreken scenario’s en creëren zo ruimte voor oordeelsvorming op deze bestuurlijke dilemma’s.

Figuur 2 Indicatieve planning bestuurlijke infrastructuur. Onderwerpen kunnen in de planning nog verschuiven.

2.3 Gedeelde kennis- en innovatieagenda Met onderzoek en innovatie wordt de toekomst van waterbeheer vormgegeven. Gezamenlijk kunnen de partijen meer bereiken op het gebied van onderzoek en innovatie. We werken daarom gezamenlijk aan een gedeelde kennis- en innovatieagenda. Zo voorkomen we aan de voorkant dat er op dit gebied afwijkende richtingen worden gekozen. De inhoudelijke onderwerpen van deze samenwerkingsagenda vormen het uitgangspunt voor de eerste versie. Nieuw voor deze kennis- en innovatieagenda is dat we de scope verbreden. Er is naast technologische innovatie ook een prominente plaats voor groeithema’s als klimaatrechtvaardigheid, energietransitie, biodiversiteit en dierenwelzijn. Vervolgens bespreken we elke twee jaar of er nieuwe ontwikkelingen spelen die invloed hebben op onze gezamenlijke agenda.

10

Concreet betekent dit naast nieuwe afspraken ook dat we samen vaststellen op welke gebieden we kennis blijven delen en op welke gebieden we gezamenlijk op investeren, eventueel in een gezamenlijk programma. Kennisdeling kan met name op jonge thema’s, zoals de warmtetransitie en circulariteit, cruciaal zijn om innovatie te stimuleren.

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

2.4 Gezamenlijke lobby

2.5 Gezamenlijke werkbezoeken

Daar waar de gemeente en het waterschap een gezamenlijk of hetzelfde belang hebben, trekken we samen op in de lobby. Zo bundelen we onze krachten en oefenen we effectiever invloed uit op beleidsmakers en financiers. Hierbij ligt de focus op afstemming en gezamenlijk optrekken binnen de Deltaregio Centraal Holland, het Rijk en Wereld Waternet. Ieder met andere accenten en eigen onderwerpen.

Ter versterking van de bestuurlijke samenwerking tussen onze organisaties, organiseren we gezamenlijke werkbezoeken die parallel lopen aan onze kwartaalbijeenkomsten. Deze werkbezoeken zijn ervoor om de samenwerking zichtbaar te maken en om waardevolle input te bieden voor onderwerpen die tijdens de bestuurlijke bijenkomsten worden besproken.

1. Gezamenlijk optrekken in Deltaregio Centraal Holland In de Deltaregio Centraal Holland werken de gemeente en het waterschap samen aan een leefbare, toekomstbestendige regio en een klimaatrobuust watersysteem, onder andere om de waterveiligheid te borgen. De veiligheid van het gebied is sterk afhankelijk van het grotere watersysteem en de samenwerking met andere partijen. Door gezamenlijk op te trekken, kunnen we als gemeente en waterschap elkaars bestuurskracht en netwerken benutten. Dit versterkt onze positie in de lobby en maakt het mogelijk om effectiever te pleiten voor noodzakelijke maatregelen en investeringen voor de stad. Door bijvoorbeeld de optelsom van afzonderlijke inspanningen in dijkversterking en het onderhoud van waterkeringen, en in het beperken van de gevolgen van overstromingen, kunnen we de veiligheid voor inwoners en voor de regio vergroten. Daarnaast kunnen we samen optrekken ter verbetering van de waterkwaliteit. 2. Lobby richting het Rijk, ook met het oog op Brussel Klimaatadaptatie is een opgave die op de lange termijn om een structurele samenwerking vraagt. Samen kunnen we op dit onderwerp een sterke positie innemen richting het Rijk en Europese instellingen. Zo kunnen we vanuit een voorloperpositie pleiten voor investeringen en subsidiemogelijkheden in groenblauwe infrastructuur en in collectieve warmtevoorzieningen.

Maatregelen ter bevordering van de klimaatbestendigheid kunnen zo ook de leefbaarheid in de stad vergroten. 3. Wereld Waternet Op internationaal niveau biedt Wereld Waternet een platform voor kennisuitwisseling en samenwerking. Door deel te nemen aan internationale netwerken en projecten, kunnen we leren van best practices en innovatieve oplossingen toepassen in onze eigen regio. Gezamenlijk lobbyen we voor internationale financiering en subsidies. Hierin lopen we voorop en dit blijven we vanuit deze samenwerking doen. Zo kunnen we projecten realiseren die bijdragen aan ons watersysteem en nemen we een stevige positie in de regio in.

11

In het eerste jaar stellen we ‘waterkwantiteit: waterveiligheid en klimaatadaptatie’ centraal tijdens de bestuurlijke conferentie. Voorafgaand aan deze bijeenkomst organiseren we werkbezoeken die onder het thema waterkwantiteit vallen, met als doel kennis en inspiratie op te doen. Enkele voorbeelden van deze werkbezoeken, gericht op waterveiligheid en klimaatadaptatie zijn: 1. Casus bestaande bouw y Amsterdam Zuidoost: Tijdens dit werkbezoek bespreken we waterveiligheid en de problematiek van grondwateroverlast in woningen en openbare ruimtes. Hierbij ligt de focus op de impact die dit heeft op de leefbaarheid bij met name sociaal kwetsbare groepen. Dit sluit aan bij het groeithema klimaatrechtvaardigheid. 2. Casus nieuwe ruimtelijke ontwikkeling y De toekomstige Haven-Stad: Dit toekomstproject verandert huidige bedrijfsgebieden in stedelijke wijken die geschikt zijn voor wonen en werken. Dit project leent zich uitstekend als leercasus voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Tijdens het werkbezoek kunnen plannen en maatregelen worden besproken die worden genomen om deze stadsontwikkeling waterveilig en klimaatbestendig te maken. y Zuidas: Dit werkbezoek richt zich op klimaatadaptatie met een specifieke focus op water en ruimtelijke ordening. We bespreken de integratie van waterbeheer in de Zuidas en hoe deze aanpak bijdraagt aan een klimaatbestendige en leefbare omgeving. 3.

Gemaal IJmuiden: Dit werkbezoek richt zich op de gezamenlijke aanpak voor een klimaatbestendig en robuust watersysteem binnen Centraal Holland. Hier bespreken we hoe samenwerking kan bijdragen aan effectieve waterbeheersing strategieën en bescherming tegen overstromingen.

Bestuurlijke samenwerkingsagenda waterschap Amstel, Gooi en Vecht – gemeente Amsterdam

HOOFDSTUK 3

Het borgen van de bestuurlijke agenda De bestuurlijke samenwerkingsagenda is een groeidocument en het vertrekpunt voor de hernieuwde samenwerking tussen gemeente en waterschap. Er zijn vier bestuurlijke momenten per jaar. Met de samenwerkingsagenda markeren we de overgang van fase 1 naar fase 2 in onze nieuwe samenwerking. We hebben op de agenda gezet waar we al een goed gedeeld beeld hebben en waar het nog schuurt. Ook hebben we de bestuurlijke infrastructuur opgezet om de noodzakelijke gesprekken te voeren en afspraken te maken. In fase 2 gaan we hiermee aan de slag. De agenda werken en zetten we op onderdelen verder uit, daarmee laden we de ambtelijke voorbereiding voor de bestuurlijke overleggen, lunchbijeenkomsten en conferenties. Zo ontstaat er nieuw ritme in onze samenwerking. Daarnaast dragen we zorg voor de afhechting van genomen besluiten en uitwerking daarvan. Na vaststelling van de agenda wordt de opvolging per thema geconcretiseerd wat betreft de benodigde inzet en de planning in de tijd. Voor de verdere ambtelijke uitwerking van de afspraken en het voorbereiden van de inhoudelijke bestuurlijke infrastructuur zijn de Secretaris-Directeur van het waterschap en de Stedelijk Directeur Ruimte en Economie van de gemeente eindverantwoordelijk; zij vormen de opdrachtgeverstafel ter voorbereiding en afhechting van de bestuurlijke overleggen.

Beide organisaties leveren daarbij twee mensen voor het kernteam dat de algemene opvolging van de samenwerking langs de strategische agenda overziet en coördineert. Op inhoudelijke thema’s wordt het werk in het ambtelijke apparaat, specifieke projectteams en door accounthouders ingevuld en gecoördineerd. Voor de procesmatige opvolging van de agenda maken beide organisaties naast eerder gemaakte afspraken (zie kader) budget en fte’s vrij.

12

Daarnaast worden concrete samenwerkingstrajecten ingericht met trekker, personele bemensing, budget en mandaat om de samenwerking een stap verder te brengen. Daarbij denken we aan de volgende samenwerkingstrajecten: y KRW Waterkwaliteit (nog op te richten) y Waterveiligheid, Zuidoost (bestaand) y Centraal Holland (bestaand) y Bruggen en kades (bestaand) y Programma Onderzoek en Innovatie (op te richten) y Aquathermie (bestaand) Ten slotte werken we samen aan een gezamenlijk beeld van waar het naartoe moet, waarin ruimtelijke en economische aspecten een belangrijke plek krijgen. We agenderen de voortgang hiervan op het eerstvolgende bestuurlijke overleg in Q1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15784655/1