Bestuurlijke reactie op IV Stoer Spelen.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 8 juli 2025 Openbare Ruimte en Groen, Sport en Bewegen Melanie van der Horst, Sofyan Mbarki Verkeer & Openbare Ruimte, bestuurlijke.zaken.vor@amsterdam.nl Bestuurlijke reactie op initiatiefvoorstel ‘Stoer spelen; het recht om vrij te spelen’
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 28 januari 2025 hebben de raadsleden Hofland (D66) en Norbruis (D66) een initiatiefvoorstel ingediend getiteld: ‘Stoer spelen; het recht om vrij te spelen’. Er worden elf voorstellen gedaan om kinderen meer te laten buitenspelen. Het college heeft met interesse kennisgenomen en omarmt op hoofdlijnen het initiatiefvoorstel en het doel om kinderen op uitdagende en avontuurlijke manieren te laten buitenspelen. Het voorstel bevat elf verschillende besluitpunten. Het college adviseert een aantal voorstellen aan te passen voordat het voorstel opnieuw wordt ingediend. De openbare ruimte is voor kinderen de ideale plek om te kunnen buitenspelen. Veel ruimte om te kunnen bewegen, veel mogelijkheden om spellen te kunnen bedenken en veel kans op contact met allerlei andere kinderen. Door kinderen meer buiten te laten spelen verbetert de fysieke en mentale gezondheid en ontwikkelen zij meer cognitieve en sociale vaardigheden. Hiervoor moet voldoende ruimte zijn, omdat we willen dat kinderen gezond en prettig kunnen opgroeien in Amsterdam. Deze ruimte staat alleen soms onder druk en onder andere daardoor spelen niet alle kinderen voldoende buiten. Het koersverhaal Amsterdam maakt Ruimte wijst dan ook op het belang van voldoende ruimte voor spelen op verschillende schaalniveaus en verspreid over de stad.
In de uitvoeringsagenda van Amsterdam maakt Ruimte besteedt het college aandacht aan de plekken waar stoer spelen al mogelijk is en waar de komende jaren stoere speelplekken worden geplaatst. Zoals het initiatiefvoorstel beschrijft zijn er meerdere oorzaken voor de afname in buitenspelen. Naast de maatschappelijke en sociaal-economische oorzaken kan de inrichting van de openbare ruimte ook een oorzaak zijn dat kinderen minder buitenspelen. Dit kan samenhangen met te weinig in aantal, met te weinig uitdagende of met minder goed onderhouden speelplekken. Ook zijn er speelplekken die niet aansluiten bij de lokale behoefte, moeilijk bereikbaar zijn door een obstakel zoals een drukke weg of door de afwezigheid van de juiste randvoorwaarden zoals voldoende licht, bankjes of fietsparkeerplekken. Een goed ontworpen en functionerende openbare ruimte trekt kinderen meer naar buiten om te bewegen en te spelen.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 2 van 12
Het college zet zich op verschillende manieren en schaalniveaus in om spelen in de stad mogelijk te maken en te stimuleren. Op het gebied van spelen werkt de gemeente zowel centraal als decentraal en daardoor effectief, kostenefficiënt en gebiedsgericht. Het college houdt deze werkwijze vast. De bestaande speelplekken worden schoongehouden en worden gerepareerd of vervangen als de technische staat daarom vraagt. Het college heeft overzicht over het benodigd beheer en onderhoud en gemeentebreed wordt gestuurd op de vervangopgave. Daarnaast wordt op gemeenteniveau en lokaal niveau gewerkt aan de verbetering van speelplekken. Een voorbeeld hiervan is het Impulsbudget Sporten en Spelen dat jaarlijks wordt vrijgemaakt op de sportbegroting om te kunnen investeren in speel- en sportplekken in de stad. De voortgang van dit impulsbudget in 2022, 2023 en 2024 is gedeeld in een brief van 7 maart 2025. Veel van de inzet op spelen gebeurt ook op het niveau van de stadsdelen, omdat daar de meeste kennis zit over de lokale situatie, de projecten en de behoeftes. Per stadsdeel wordt de verbeteringsopgave geformuleerd en wordt geprioriteerd waar een impuls nodig is. Dit kan bijvoorbeeld met een impulsbudget voor spelen voor een bepaald stadsdeel, maar ook met andere incidentele budgetten zoals groengelden of gebiedsgerichte budgetten.
Dit werkt over het algemeen goed, maar gaat in elk stadsdeel op een andere manier. Doordat veel van de kennis en de uitvoering van verbeteringsprojecten in de stadsdelen ligt is er minder zicht op de gemeentebrede verbeteropgave en de behaalde resultaten. Hierdoor is het centraal sturen op een divers speelaanbod en op het bereiken van bepaalde doelgroepen niet altijd mogelijk. Deze laatste observatie komt overeen met een aanbeveling uit het rapport van de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad. Op 6 november 2024 publiceerde de Rekenkamer haar onderzoeksrapport over 'Sport- en speelplekken in de openbare ruimte'. De conclusie van het onderzoek is dat Amsterdam te weinig geld inzet voor het beheer van sport- en speelplekken voor de doelen die ze heeft. Bovendien kan te weinig onderhoud leiden tot extra kosten in de toekomst. Daarnaast wijst het rekenkamerrapport op het ontbreken van geschikte informatie om te sturen op het aanbod en het onderhoud van sport- en speelplekken en is het niet goed te volgen welk deel van de sporten speelplekken op welk onderhoudsniveau is. De rekenkamer deed drie aanbevelingen: 1. Kijk goed of er meer geld moet komen, of dat de doelen moeten worden aangepast. 2. Combineer meer informatie en houd waar nodig extra informatie bij, zodat beter kan worden gestuurd op beleidsdoelen (bereiken van doelgroepen, divers speelaanbod, spreiding etc.) 3.
Zorg voor betere informatie richting raad en bewoners over de staat van de openbare ruimte. Het college komt op een later moment, na bespreking van dit initiatiefvoorstel, met een plan van aanpak op hoe wordt opgegaan met de aanbevelingen van de Rekenkamer AmsterdamZaanstad.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 3 van 12
1. Een uitvoeringsagenda buitenspelen te schrijven In Amsterdam is een breed aanbod sport- en speelplekken. Amsterdam beheert ruim 1600 plekken. Deze worden weergegeven op de openbare kaart: www.buitenspeelkaart.nl/amsterdam. Daarnaast zijn er sportvelden, skatebanen, openbare grasvelden, maar ook pleinen, brede trottoirs en openbare schoolpleinen waar gespeeld kan worden. Bij de aanleg van deze speelplekken wordt gekeken naar de behoefte van de kinderen in de buurt. Bij een herinrichting van een speelplek wordt op basis van participatie gekeken wat een passende invulling is. Ook bij groot onderhoud of bij kleine vervangingsopgaven vindt in principe participatie plaats. Alleen bij 1-op-1 vervanging vindt geen participatie plaats. Participatie vindt plaats in samenwerking met de stadsdelen, omdat hier de meeste kennis zit over de gebruiksdruk en de lokale behoeftes. Het college onderschrijft de observatie dat op dit moment niet voldoende zicht is op de gebruiksdruk en of de speelplekken voldoende aansluiten bij de behoefte in het gebied. De beschikbare kennis hierover verschilt per gebied en per stadsdeel. Het college is daarom begonnen met het beter in kaart brengen van huidig gebruik van de speelplekken en hoe dit past bij de bevolkingssamenstelling in dat gebied. Bij het plan van aanpak in reactie op het rekenkamerrapport meer over deze inventarisatie.
Het college constateert dat de huidige werkwijze en het maken van dit overzicht in lijn is met wat de initiatiefnemers in gang willen zetten met de uitvoeringsagenda voor het bevorderen van stoer buitenspelen. De initiatiefnemers stellen voor om een uitvoeringsagenda naast de bestaande fysieke omgeving te leggen en te kijken hoe, wat en waar we de fysieke omgeving moeten aanpassen om stoer buitenspelen te bevorderen. Bestaande speelplekken op de lijst zetten voor aanpassing gebeurt in principe vanuit de beheeropgave en op basis van een technische noodzaak en niet omdat ze onwenselijk zijn in de speelmogelijkheid. Er zijn wel incidentele budgetten om speelplekken te verbeteren. Zoals bijvoorbeeld het impulsbudget voor sporten en spelen in de openbare ruimte vanuit de portefeuille Sport, maar ook de budgetten bij stedelijk beheer en bij de stadsdelen om speelplekken te verbeteren. Behaalde resultaten op basis van zo’n budget staan bijvoorbeeld in de Monitor Speelruimteaanpak Oost. Daarnaast zijn er ook budgetten vanuit masterplannen in Noord, Nieuw-West en Zuidoost die gebruikt worden voor een impuls. Niet alle stadsdelen hebben een eigen uitvoeringsbudget en zijn dus afhankelijk van gemeentebreed impulsbudget. Op dit moment werkt het college aan afstemming tussen deze budgetaanvragen van de stadsdelen.
Het college omarmt dit voorstel en gaat de huidige werkwijze voor het verbeteren van de speelvoorzieningen opnemen in een uitvoeringsplan. Dit op basis van bestaande (impuls) budgetten. Hier vraagt het college geen nieuw budget voor aan. De inventarisatie van speelbehoefte per gebied wordt gebruikt bij het maken van keuzes waar impulsbudget wordt ingezet. Het college betrekt hierin het aandachtpunt dat een plek uitdagend gemaakt moet worden.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 4 van 12
Als uit de inventarisatie blijkt dat meer impulsbudget nodig is zal een volgend college hiervoor extra investeringsbudget moeten verzorgen. Aandachtspunt is hierbij wel dat de huidige (nietstructurele) beheerbudgetten voor spelen op dit moment niet voldoende zijn voor de beheeropgave, zo ook geconcludeerd door de Rekenkamer. Hiervoor is meer en structureel budget nodig. Uit dit budget worden ook speelplekken onderhouden en bij vervanging verbeterd.
2. Bij herinrichtingen te kijken hoe en waar we kinderen uitnodigen om in de openbare ruimte te spelen Spelen in de openbare ruimte gebeurt niet alleen op speelplekken, maar kan ook op (brede) trottoirs, pleinen, grasvelden of in openbaar groen. Dit kan door bijvoorbeeld een gebied open te houden, het gebruik van bepaalde verharding, verhoogde delen / zitranden of bepaalde beplanting. Hiermee vormen we een spelaanleiding, ruimte voor creativiteit en kan spelen gestimuleerd worden. Deze open ruimte, vrij voor invulling, behouden in de openbare ruimte is van belang voor kinderen zodat zij ook hier kunnen spelen. Het college omarmt het voorstel van de initiatiefnemers en blijft bij het inrichten van de openbare ruimte oog houden voor ruimte die open en vrij is voor kinderen om in te spelen, ook als daar geen speeltoestellen of duidelijke speelaanleiding zijn geplaatst.
3. Samen met kinderen een Puccini-vrije en catalogus-vrije speelplek te ontwerpen Een speelplek ontwerpen heeft in principe weinig te maken met de Puccinimethode. De Puccinimethode gaat onder andere over de materialen en het straatmeubilair rond de speelplek. Dus een bankje, een groenvak, een lichtmast en de betontegels of klinkers eromheen. De valondergrond of het speeltoestel is geen onderdeel van de Puccinimethode. Bij de aanleg of vervanging van een speelplek wordt geput uit raamovereenkomsten voor toestellen of ondergronden. Reden hiervoor is dat een toestel uit een raamovereenkomst gecertificeerd, inkoopbaar, leverbaar en beheerbaar is. Als een speelplek wordt vervangen vanuit de onderhoudsopgave wordt in principe uit de catalogus besteld. Dit wil niet zeggen dat er geen participatie plaatsvindt, want dat hoort bij de opgave. Een voorbeeld hiervan is de speelplek aan de Simon Vestdijkstraat waar kinderen mochten stemmen op hun favoriete toestel. Een uitzondering is als het oude toestel niet-standaard was, dan zijn afwijkende speelplekken/ toestellen mogelijk. Een voorbeeld hiervan is een toestel rond een boom, bij Natureluur. Dit was een toestel speciaal voor de plek en hier is geen catalogus-toestel voor in de plaats gekomen. Een ander voorbeeld is de speelplek op het Transvaalplein of de aanstaande vervanging van de speeleilanden in het Amsterdamse Bos.
In het bos worden veel toestellen in en rondom het water speciaal voor de
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 5 van 12
locatie op maat gemaakt. Catalogus-vrije plekken komen vaker voor bij herinrichtingen of nieuwe delen van de stad. Daar is vaak meer ruimte en meer budget beschikbaar om het traject van een nieuw ontwerp, inclusief de certificering, te doorlopen. Het college adviseert om dit voorstel aan te passen. Puccini-vrije speelplekken bestaan niet, omdat een speelplek geen Puccini is. Daarnaast zijn de raamovereenkomsten de basis, maar is er ook ruimte voor speelplekken die niet uit de catalogus komen. Bij herinrichtingen of waar impulsbudget wordt besteed wordt samen met de stadsdelen gekeken waar eventueel ook catalogus vrije toestellen mogelijk zijn.
4. Het beheer van sommige buitenspeelplekken bij bewonerscollectieven, buurtorganisaties of stichtingen te beleggen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en dus ook voor het beheer van de speelplekken. De gemeente houdt de speelplekken veilig en schoon. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om ervoor te zorgen dat een openbare speelplek voldoet aan de wettelijke veiligheidseisen. Onderhoud en reparaties worden door de gemeente zelf of door gespecialiseerde aannemers gedaan. Het schoon en netjes houden van de speelplekken gebeurt door of in opdracht van Stadswerken. Op dit moment is de wijze van dagelijks beheer in de praktijk niet voldoende om alle speelplekken in de stad voldoende netjes en schoon te houden. Het dagelijks bestuur van Nieuw-West heeft daarom een pilot gedaan met de inzet van een integraal beheerteam dat alle facetten (groen, toestel, ondergrond, vuilnis, meubilair) van een speelplek op één moment aanpakt. De inzet van dit team, genaamd de Speeltuinbrigade, was een zichtbaar succes en gaf een directe impuls aan de gebruikskwaliteit van de speelplek. Op dit moment wordt onderzocht of de inzet van deze beheerwijze breder kan worden opgezet in meerdere stadsdelen. Naast deze inzet door de gemeente is er bij dagelijks beheer van de openbare ruimte ook een mogelijkheid tot medebeheer.
Voorbeelden hiervan gaan met name over beheer van de omgeving, en niet de toestellen zelf. Denk aan schoonhouden van een speelplek, onderhouden van omliggend groen, of toezicht houden. Voorbeelden hiervan zijn het speeltuintje aan de Tweede Looiersdwarsstraat en Speeltuin de Waag. Bij een speeltuinvereniging wordt een deel van het beheer vaak opgepakt door buurtorganisaties of door stichtingen. Een voorbeeld daarvan is SPIN in stadsdeel Noord. SPIN is daarnaast een goed voorbeeld van uitdagend spelen. In de speeltuinen kunnen kinderen aan uitdagende activiteiten meedoen, vies worden in de modderkeuken, bij de waterbaan of in de moestuin en spelen met hutten van wilgentakken. In samenwerking met dergelijk organisaties wordt speelaanbod georganiseerd en worden speelplekken beheerd.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 6 van 12
Het college omarmt het voorstel en zet zich in voor de uitbreiding van het aantal speeltuinverenigingen. Een buurtvereniging zit dichter op de lokale behoefte en kan dagelijks beheer anders organiseren. Uitdagend spelen met meer afwijkende vormen van spelen kunnen daar gemakkelijker georganiseerd worden.
5. In samenwerking met dagelijks bestuur, recreatieschappen, stedelijke ontwikkelaars, en volkstuincomplexen te kijken waar en hoe stoere speelplekken toe te voegen, en waar kan budget vrij te maken Het toevoegen van speelplekken die passen in een gebied gebeurt veelal in samenwerking met partners. Het aanleggen van saaie of weinig uitdagende speelplekken is daarbij nooit het doel. Op een kleine speelplek is minder mogelijk en bij een 1-op-1 vervanging worden simpele toestellen, overwegend vervangen door andere simpele toestellen. Niet elke speelplek kan de meest stoere en uitdagende plek zijn of worden. Dit betekent alleen niet dat we op andere plekken ook geen uitgebreide en uitdagende speelplekken aanleggen. Zoals eerder beschreven vindt bij herinrichting, groot onderhoud of vervanging afstemming plaats met het stadsdeel over hoe de speelplek wordt ingericht. Bij veel speelplekken vindt samenwerking plaats met onafhankelijke partijen die ontwerpen of adviseren bij de aanleg van een speelplek. Zo zorgen we door goede samenwerking met partners voor een passende speelplek als deze wordt aangepast. Als voorbeeld hiervan kan je denken aan het schoolplein van de Zevensprong en de naastgelegen speeltuin aan het Kortenbergpad.
Er waren te weinig speelplekken, maar na de herinrichting is er meer ruimte voor sporten en spelen voor jongere en oudere kinderen en is er ruimte om buiten les te geven. Daarnaast kan je denken aan de nieuwe inrichting van het Tweede Weteringplantsoen. Er komt een nieuw speeltuingebouw met parkachtige uitstraling. In het gebouw komt een kinderopvang, ouderensociëteit en buurtkamer. De speeltuin krijgt nieuwe speeltoestellen, die toegankelijk zijn voor kinderen met een lichamelijke beperking. Op deze plek kan stoer gespeeld worden met een wilgentunnel, klimboom en boomstammen. Daarnaast zien we sportparken bij uitstek als belangrijke plekken waar omliggende buurten niet alleen kunnen sporten, maar ook kunnen bewegen, spelen en ontmoeten. Ondersteunend hieraan is in 2024 de Visie Amsterdamse Sportparken: Gastvrij en Verbonden vastgesteld. We willen buitenspelen ook hier aantrekkelijker maken en kinderen aanmoedigen om te bewegen. (Rest)ruimtes op onze sportparken bieden hiervoor plek. Participatie met de buurt en de gebruikers speelt daarin een cruciale rol. Ook onderzoeken we de mogelijkheid voor beheerde speeltuinen op sportparken. Hierbij betrekken wij de gebruikers van de sportparken.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 7 van 12
De stichting Jantje Beton is een goede partner in het stimuleren van spelen in de openbare ruimte. Bij de tweejaarlijkse wedstrijd hebben we in april 2025 de Jantje Beton supportprijs ontvangen. Dit jaar is voor Amsterdam gekozen door de inzet op sociale veiligheid in de openbare ruimte. De vakjury van Jantje Beton ziet de enorme inspanningen in Amsterdam en daarom willen zij hun waardering uitspreken en naast Amsterdam gaan staan bij deze opgave. De vakjury en Jantje Beton willen ons ondersteunen in advies en kennis en spreken de hoop uit dat Amsterdam ervaringen wil gaan delen met andere gemeentes met soortgelijke uitdagingen. Daarnaast ziet de vakjury het als stimulans om door te gaan op de ingeslagen weg. Concluderend omarmt het college dit voorstel. Zoals beschreven werkt het college samen met de stadsdeelbesturen en de maatschappelijke partners aan verbetering van de speelvoorzieningen in de stad. Het college blijft in gesprek met volkstuincomplexen en andere partners in de stad om stoer spelen meer onderdeel te maken van de speelvoorzieningen.
6. Ouders, scholen, buitenschoolse opvangen, kinderopvangen en welzijnsorganisaties in te lichten over de voordelen van stoer spelen voor kinderen Buitenspelen is gezond en goed voor de ontwikkeling van het kind. Met het beheren van speelplekken houden we de plekken veilig en schoon en met het vervangen, verbeteren en toevoegen van nieuwe speelplekken houden we het aanbod passend bij de behoefte. Naast het aanpassen van de openbare ruimte is communicatie over de voordelen van buitenspelen hierin ook van belang. In mei 2023 ontving uw raad de Visiebrief Sport- en Beweegbeleid 2023-2026 met daarin onze belangrijkste doelen op het gebied van sport en bewegen. Een van onze speerpunten is dat we naast onze inzet voor sport, ook meer dagelijks bewegen willen stimuleren en daarbij richten we ons vooral op jonge Amsterdammers. Vanuit deze ‘beweging naar bewegen’ wordt samengewerkt tussen verschillende portefeuilles om het belang van buitenspelen meer onder de aandacht te brengen. Een nieuwe campagne voor meer buitenspelen start voor de zomer met als aftrap de Nationale Buitenspeeldag op 11 juni. In samenwerking met Jantje Beton, Hogeschool van Amsterdam en ROC van Amsterdam zorgt de gemeente voor een rijk aanbod aan sport- en speelactiviteiten. Hierbij haken we waar mogelijk aan op de festiviteiten rond Amsterdam 750. Het college omarmt dit voorstel van de initiatiefnemers.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 8 van 12
7. In overleg met initiatiefnemers van buitenspeelplekken speelelementen te plaatsen die niet al voorkomen uit een catalogus Speelelementen die door de gemeente geplaatst en beheerd worden zijn speeltoestellen die voldoen aan de Wet Attractiebesluit Speeltoestellen (WAS). Raamcontractpartijen voorzien alleen in toestellen die hieraan voldoen. Zie ook de reactie op voorstel 6. De gemeente heeft twee partijen die inspecties doen. Na plaatsing van toestel en valondergrond voeren zij een opleveringskeuring uit om te kijken of het toestel geen gebreken heeft en of de vrije ruimte voldoende is. Na akkoord wordt de speelplek overgedragen en opgenomen in het beheersysteem van de gemeente. Daarnaast voeren zij jaarlijks een veiligheidskeuring en twee keer per jaar een functionele keuring uit. Op bepaalde locaties wordt maatwerk geleverd zonder gebruik te maken van de catalogus. Als een speciaal toestel, zonder certificering, wordt ontworpen, wordt deze op locatie gekeurd door een aangewezen keuringsinstelling (AKI) en bij goedkeuring van een certificaat voorzien. Binnen de gemeente kennen we ook plekken waar zowel standaard als niet standaard toestellen staan. Zoals het initiatiefvoorstel benoemd zijn plekken als Natureluur, Jeugdland of het Woeste Westen voorbeelden van plekken met meer uitdagend spelen.
Hier kunnen kinderen hun creativiteit gebruiken en al spelend leren met risico’s om te gaan. Deze speeltuinen kennen wel andere beheerafspraken dan een reguliere speelplek in de openbare ruimte. Dit is vanuit grip op het beheer niet mogelijk op de meeste speelplekken. Het college ziet echter wel op meer plekken in de stad een kans voor een dergelijke natuurspeeltuin. Op dit moment wordt de mogelijkheid voor een natuurspeeltuin onderzocht voor het Amstelpark. Een speelplek is daarnaast ook breder en dus meer dan alleen een gekeurd toestel. Een open grasveld, zitelementen die gebruikt kunnen worden als speelobject, een voetbalveld, een pierenbadje of basketbalveld, maar ook een skatebaan geeft mogelijkheden om te kunnen spelen (bewegen en sporten) op verschillende manieren die uitdagend zijn en vragen om creativiteit, fantasie en het inschatten van risico’s. Met deze plekken wordt daarmee ruimte geboden aan kinderen die behoefte hebben aan spelen met aanwezige risico’s. Daarnaast is de openbare ruimte inrichten met alleen uitdagende en ‘stoere’ speelplekken ook niet wenselijk. Het verschilt per doelgroep waar behoefte aan is en daarom is een breed aanbod aan soorten speelplekken wenselijk.
Op basis van het eerder aangenomen initiatiefvoorstel van Moeskops (D66) over een gastvrije openbare ruimte, wordt er ook meer aandacht gegeven aan fijne verblijfplekken waar je goed en veilig mensen kan ontmoeten en kan bewegen. Dit is een andere behoefte dan een stoere plek in diezelfde openbare ruimte, maar wijst op een openbare ruimte die divers is en dus voor verschillende groepen toegankelijk en gastvrij is. Dit kan samen gaan op een plek, maar vraagt wel om verschillende ontwerpkeuze om in meerdere behoeftes te kunnen voorzien.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 9 van 12
Het college omarmt dit voorstel en geeft ruimte voor het ontwerpen en plaatsen van toestellen die niet uit de catalogus komen. De catalogus vormt echter wel de basis. Het college adviseert wel om toestellen die geplaatst worden in de openbare ruimte te laten voldoen aan de Wet Attractiebesluit Speeltoestellen (WAS).
8. Bij toekomstige aanbestedingen van speeltoestellen en valondergronden stoer spelen als criteriumpunt op te nemen De huidige raamovereenkomst voor speeltoestellen en valondergronden loopt tot november 2025. Een nieuwe aanbesteding is al doorlopen met de geplande ingangsdatum op 1 juni 2025 met een looptijd van minimaal 2 jaar en maximaal 4 jaar. In deze aanbesteding is een splitsing gemaakt in percelen op materiaalkeuze (RVS, staal en kunststof, natuurlijk hout en geschaafd hout) met maximaal vier leveranciers per perceel. Dus mogelijk zestien leveranciers voor speeltoestellen. Voor het perceel valondergronden krijgen we ook vier leveranciers. Overlap in leverancier tussen toestel en valondergrond is niet mogelijk. Aanbesteden gebeurt op basis van eisen en wensen voor het toestel. De mate van uitdaging is daar onderdeel van. In de huidige raamovereenkomsten zitten toestellen die van het kind verlangen dat ze oefenen met balans, klimmen, springen of hangen. Dit vraagt om durf en het inschatten van risico’s. Dit is ook meengenomen bij de nieuwe aanbesteding. Speelplekken worden ontworpen door ontwerpers binnen de gemeente. Zij dragen dus met het ontwerp ook bij aan het maken van een speelplek die meer uitdagend is. Dit is en blijft mogelijk met de bestaande en de toekomstige raamovereenkomsten voor de toestellen.
Het college omarmt het voorstel en neemt stoer of uitdagend spelen mee in toekomstige aanbestedingen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 10 van 12
9. Buitenspeelplekken en -toestellen met aanvaardbaar risico te accepteren Spelen, maar ook bewegen en sporten kent risico’s. Vallen, stoten, deuken, glijden, botsen (en weer doorgaan) is mogelijk tijdens het spelen. Dit kan bij een speeltoestel, in een pierenbad, op een sportveld, maar ook op een skatebaan of op een speelpleintje. Een buitenspeelplek heeft hiermee inherent een risico in zich. Alle risico’s wegnemen kan niet, het hoort bij het leven. Maar alle risico’s wegnemen willen we ook niet, omdat dit spelen onmogelijk en saai zou maken. Vrij spelen met aanvaardbare risico’s helpen kinderen bij het ontwikkelen. Het college omarmt daarom het voorstel dat we in de openbare ruimte buitenspeelplekken en toestellen realiseren die avontuurlijk zijn en een aanvaardbaar risico hebben, mits deze binnen de wettelijke taken van de gemeente vallen. Als gemeente zijn we ervoor verantwoordelijk om veilige toestellen te plaatsen, zodat er bij het gebruik geen letsel kan ontstaan. Zie de uitleg onder voorstel 7. Scherpe hoeken of gevaarlijke delen leveren gevaar op. Het college wil deze verantwoordelijkheid niet loslaten en kan deze wettelijk ook niet loslaten. Als er letsel optreed door een fout van de gemeente kan dit juridische consequenties met zich meebrengen. Hierin is ook een rol weggelegd voor de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA).
De NVWA controleert de gemeente op het voldoen aan de wetgeving. Wij zijn verplicht om ongevallen met als gevolg ernstig letsel te melden bij de NVWA. Burgers kunnen ook een melding doen. Vervolgens doet de NVWA onderzoek of wij als beheerder aan alle wettelijke eisen hebben voldaan. Als dit niet het geval is kunnen we een officiële waarschuwing krijgen. De NVWA kan ook een beschikking of proces-verbaal opmaken of een boete opleggen.
10. Bij ongelukken in gesprek te treden met buitenspeelorganisaties Buitenspelen komt met (kleine) risico’s. Binnen zitten en niks doen heeft vanuit gezondheidsperspectief meer risico’s. Ongelukken zitten in een klein hoekje, maar horen wij het aanvaardbare risico van spelen in de openbare ruimte. Als er een ongeluk plaatsvindt en het slachtoffer, de omgeving of de speeltuin hierover in gesprek wil met de gemeente, is dat altijd mogelijk. Na een ongeluk kunnen we zaken aanpassen aan een speelplek of juist inzien dat het daadwerkelijk een ongeluk was en we dus geen reden zien om iets aan te passen aan de openbare ruimte. Het is een aanvaardbaar risico. In de stadsdelen zijn makelaars en beheerders op gebiedsniveau die hierover het gesprek kunnen aangaan met mensen uit de buurt. Als uitgangspunt heeft het college dat spelen met risico’s mogelijk moet blijven en dat alle risico’s langzaamaan wegnemen uit de openbare ruimte of op de speelplekken onwenselijk is. Het college omarmt dit voorstel, wil aanvaardbare risico niet wegnemen en staat open voor gesprek als een ongeluk gebeurt is.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 11 van 12
11. In kaart te brengen waar er geen of weinig stoere speelplekken staan, en in die buurten te kijken wat er voor nodig is stoere speelplekken toe te voegen Het college heeft in beeld waar welke speelplekken, en ook sportplekken, in de stad liggen en wat de beheerstatus van de plek is. Een overzicht is te vinden op www.buitenspeelkaart.nl/amsterdam en maps.amsterdam.nl/sport/. Het college heeft nog onvoldoende zicht op de gebruiksdruk en of hij voldoende aansluit op de behoeftes in het gebied. Het college werkt aan meer overzicht. Dit was ook een van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport over de sport- en speelplekken. Het college komt na behandeling van dit initiatiefvoorstel over stoer spelen met een plan van aanpak over hoe wordt omgegaan met de aanbevelingen van de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad. Na deze inventarisatie kan beter in beeld worden gebracht waar de speelplekken onvoldoende gebruikt worden of onvoldoende aansluiten op de lokale behoeftes. Voor deze gebieden zal bij de beheeropgave of als er een herinrichting gaat plaatsvinden extra aandacht zijn voor het beter passend maken van de speelplek bij de omgeving. Het starten van een nieuw project op basis van te weinig gebruik of te saai is niet aannemelijk op basis van bovenstaande inventarisatie.
Op grond van de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte (USTOR) en het beperkte budget voor extra projecten is de technische staat de hoofdaanleiding voor het opstarten van een project. Dit neemt niet weg dat op basis van ander budget zoals het Impulsbudget Sporten en Spelen meer gericht kan worden op speelplekken die onvoldoende gebruikt worden of onvoldoende aansluiten bij de behoeftes in het gebied. Dit kan gaan om een plek met weinig uitdagende speeltoestellen. Het college adviseert dit voorstel aan te passen. Het aanpakken van een speelplek, omdat hij niet aan de lokale behoefte voldoet is niet duurzaam en past niet bij de huidige werkwijze. Bij het prioriteren van speelplekken die een impuls krijgen en bij het ophalen van de wensen voor een speelplek waar de technische noodzaak de aanleiding is, wordt de lokale behoefte en de mate van uitdaging in de speelplek meegenomen in het ontwerp voor de nieuwe speelplek.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 juli 2025 Pagina 12 van 12
Tot slot Het college omarmt het initiatiefvoorstel op hoofdlijnen en adviseert de indieners om een aantal voorstellen aan te passen. Veel van de voorstellen passen binnen de lopende uitvoering op het gebied van spelen. Met structureel budget voor beheer, onderhoud en vervanging, met incidenteel budget binnen stadsdelen, maar ook met impulsbudget voor sporten en spelen en het groen kunnen speelplekken worden aangepast om op meer plekken uitdagend spelen aan te bieden. Het initiatiefvoorstel sluit ook aan bij het koersverhaal van Amsterdam maakt Ruimte. Spelen in de stad is van belang en door de speelmogelijkheden beter te laten aansluiten op de verschillende behoeftes wordt de openbare ruimte ook voor kinderen een fijnere ruimte om in te verblijven. Dit voorstel past ook bij het aangenomen initiatiefvoorstel over een gastvrije openbare ruimte en over het vrouwelijk perspectief. Een openbare ruimte moet voor iedereen gastvrij en toegankelijk zijn. Met het toevoegen van uitdagende vormen van spelen wordt de openbare ruimte voor een bredere doelgroep en kunnen de meisjes uit dit initiatiefvoorstel ook stoer en uitdagend spelen. Het college komt na behandeling van het initiatiefvoorstel ook met het plan van aanpak voor hoe het omgaat met de aanbevelingen van de Rekenkamer.
Hierin volgt een nader overzicht waar het college op dit moment aan werkt op het gebied van spelen, maar ook sport en bewegen, en hoe invulling wordt gegeven aan de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Melanie van der Horst Wethouder Openbare Ruimte en Groen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Sofyan Mbarki Wethouder Sport en Bewegen