Bestuurlijke reactie op de brief van de Rekenkamer Amsterdam Monitor informatie Amsterdamse financiën - observaties bij de Begroting 2024
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 27 oktober 2023 Financiën en Coördinatie Inkoop Hester van Buren Directie Middelen en Control Bestuurlijke reactie op de brief van de Rekenkamer Amsterdam ‘ Monitor informatie Amsterdamse financiën - observaties bij de Begroting 2024’
Geachte leden van de gemeenteraad, Zoals toegezegd in de raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit van donderdag 18 oktober 2023, reageert het college op de observaties van de Rekenkamer Amsterdam bij de Begroting 2024. In deze reactie gaat het college achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen uit de brief van de rekenkamer: 1. Ambities en samenhang met de financiële middelen; 2. Inzicht in financiële ruimte voor ambities; 3. Harmonisatie indexering lokale heffingen; 4. Overprogrammering investeringen; 5. Normhoogte algemene reserve; 6. Actualisatie begrotingsjaar 2023; De vraagpunten van de rekenkamer voor de raad zijn integraal in deze brief opgenomen. 1. Ambities en samenhang met de financiële middelen Vraagpunt rekenkamer: Wij raden de gemeenteraad aan om het college te vragen om een inhoudelijke toelichting op de betekenis van de daling van bovenstaande financiële budgetten voor de bijbehorende ambities en doelen. Doelstelling 1.6.1 De daling van de begrote lasten bestaat voor het grootste deel (60%) uit middelen uit het klimaatfonds. Daarnaast gaat het om bijdragen vanuit rijksregelingen en andere incidentele middelen, die op dit niet zijn opgenomen in de begroting in 2027. De daling van in totaal € 65,4 miljoen bestaat in hoofdzaak uit onderstaande ontwikkelingen.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 27 juni 2023 Pagina 2 van 8
Begrote besteding klimaatfonds (€ 39,3 miljoen): In 2023 en de komende jaren worden de middelen uit het klimaatfonds ingezet. In 2027 zijn op dit moment vrijwel geen bestedingen geraamd. Aangezien vanuit het Klimaatfonds vaak wordt bijgedragen aan langlopende programma’s en projecten, is de verwachting wel dat vertraging optreedt. Waarschijnlijk zal hierdoor een deel van bestedingen wel in en na 2027 gaan vallen. Het verwachte kasritme van het Klimaatfonds zal telkens worden geactualiseerd. CDOKE bijdrage vanuit het Rijk (€ 15,4 miljoen): Dit Betreft een rijksregeling voor capaciteit voor decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Er is een aanvraag toegekend voor de periode 2023-2025. De verwachting is dat ook in latere jaren rijksmiddelen beschikbaar zullen komen voor gemeenten. Als dat inderdaad zo is, zal Amsterdam daar gebruik van maken. Toevoeging aan de reserve laadinfra elektrisch vervoer (€ 5 miljoen): Betreft een toevoeging aan een reserve laadinfra in 2023. De middelen uit deze reserve worden in de jaren tot en met 2025 ingezet als onderdeel van het project Luchtkwaliteit. Incidentele coalitiemiddelen duurzaamheid (€3,6 miljoen): Betreft de incidentele coalitiemiddelen voor de periode 2023 – 2026.
Proeftuinen Aardgasvrij Wijken (€ 1 miljoen): Betreft een specifieke incidentele rijksuitkering die is toegekend voor het project Proeftuinen Aardgasvrij Wijken.
Doelstelling 4.1.1 Iedere Amsterdammer heeft toegang tot passend sportaanbod in een kwalitatief goede omgeving. Begrote lasten dalen van € 90,3 miljoen in 2023 naar € 76,8 miljoen in 2027 (daling van € 13,5 miljoen). De daling in de begrote lasten tussen 2023 en 2027 is vrijwel geheel toe te schrijven aan het gebruik dat de gemeente maakt van de rijksregeling Specifieke uitkering stimulering sport. Deze specifieke uitkering bestaat sinds 1 januari 2019. Gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen kunnen de btw voor investeringen in sport niet meer in aftrek brengen. De specifieke uitkering compenseert de gemeenten hiervoor. Het totale effect op onze begroting is dan ook neutraal. Het effect van de regeling wordt jaarlijks verwerkt bij de voorjaarsnota. Voor 2023 zijn in de Voorjaarsnota 2023 de baten én lasten van € 13,8 miljoen verwerkt. Verwerking voor 2024 gebeurt in de Voorjaarsnota 2024 als bekend is welke aanvragen er zijn voor deze specifieke uitkering. De dalende lasten hebben dus geen effect op de gestelde ambities en doelen voor de komende jaren. Dit verandert natuurlijk als de rijksoverheid besluit de regeling te eindigen. Doelstelling 7.1.1: Er is in Amsterdam financiële bestaanszekerheid (inkomenszekerheid) voor Amsterdammers die zelf niet (volledig) in hun levensonderhoud kunnen voorzien.
Begrote lasten dalen van € 770 miljoen in 2023 naar € 718,9 miljoen in 2027 (daling van € 51,1 miljoen). Voor de daling van de begrote lasten zijn twee oorzaken: De lasten voor het Programma Oekraïne dalen met € 40 miljoen. Het programma is incidenteel en wordt verantwoord in programmaonderdeel 7.1. Het Programma Oekraïne
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 27 juni 2023 Pagina 3 van 8
heeft geen direct verband met de indicatoren en de bijbehorende ambities die zijn geformuleerd. De lasten dalen structureel met circa € 10 miljoen doordat we op dit moment investeren in het nieuwe systeem voor de registratie en begeleiding van bijstandsgerechtigden. In 2023 zijn de lasten nog € 10 miljoen. Ze lopen de komende jaren terug naar nul. In dit systeem kunnen Amsterdammers straks digitaal meer zelf doen en inzien. De ambitie voor het percentage aanvragen dat digitaal binnenkomt ligt in de begroting de komende jaren dan ook hoger.
Doelstelling 7.3.1: Het verkleinen van het aantal Amsterdammers met een laag inkomen dat problematische schulden heeft en/of moeite heeft om rond te komen om zo de kansen voor deze Amsterdammers te vergroten. Begrote lasten dalen van € 160,1 miljoen in 2023 naar € 131,9 miljoen in 2027 (daling van € 28,2 miljoen). De daling van het budget komt voor de helft (€ 14,3 miljoen) doordat incidentele middelen voor incidentele opgaven wegvallen (energiearmoede, toeslagenhersteloperatie). De overige daling betreft het structureel beschikbare budget. Vanwege de ervaring in de afgelopen jaren dat er vaak incidenteel extra geld beschikbaar is gekomen en de landelijke aandacht voor bestaanszekerheid, zijn de ambities nog niet op voorhand bijgesteld. Programmaonderdeel B.3 Democratisering. Begrote lasten dalen van € 22,7 miljoen in 2023 naar 3,9 miljoen in 2025 (daling van € 18,7 miljoen). De daling van de lasten met € 18,7 miljoen in 2025 ten opzichte van 2023 komt omdat het budget in 2023 voor een groot gedeelte bestaat uit incidentele middelen uit het coalitieakkoord, Samen Sterker uit de Crisis en vanuit 2022. Het structurele bedrag voor democratisering bedraagt € 3,9 miljoen. Nog niet alle incidentele middelen uit het coalitieakkoord zijn toegekend voor de jaren na 2023, omdat daar nog bestedingsplannen voor worden uitgewerkt.
Deze middelen zitten in de reserve incidentele coalitiemiddelen en zullen bij toekomstige voorjaarsnota’s en begrotingen worden gealloceerd aan het programma. Op dit moment vindt een evaluatie plaats van de buurtbudgetten, en een nulmeting van de participatiemonitor. Op basis hiervan wordt bij de Voorjaarsnota 2024 concrete invulling gegeven aan de doelstellingen voor democratisering tot en met 2026, in relatie tot de beschikbare middelen. Vanaf 2027 is de ambitie op de doelen van democratisering afhankelijk van een nieuw college. 2. Inzicht in financiële ruimte voor ambities Vraagpunt rekenkamer: Wij raden de gemeenteraad aan om het college te vragen om een reflectie op de ontwikkeling van het saldo van baten en lasten, mede in relatie tot het door het college verwachte structurele tekort van € 40 miljoen in 2027.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 27 juni 2023 Pagina 4 van 8
Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) schrijft voor dat in de begroting een raming van baten en lasten per programma en een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen in opgenomen. Hieruit volgt het saldo van baten en lasten. De baten en lasten per programma zijn op verschillende plekken in de begroting terug te vinden, bijvoorbeeld in het inkomsten- en uitgavenoverzicht, in de programmabladen en in hoofdstuk 7.1. In de programmabladen staan de baten en lasten per programmaonderdeel met een toelichting. In de hoofdlijnen staat de ontwikkeling van de baten en lasten kort toegelicht, maar niet het saldo. De constatering van de Rekenkamer dat in hoofdstuk 7.1 op dit moment de cijfers van 2023 staan klopt, dit zou begrotingsjaar 2024 moeten zijn. Na de bespreking in de raad zal dit middels een erratum worden gecorrigeerd. Het BBV schrijft ook voor dat we inzicht moeten geven in de begrote toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma. Het saldo van de baten en lasten inclusief de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves brengt ons tot het resultaat van de begroting en zo ook het structurele tekort van € 40 miljoen in 2027. Het resultaat geeft het volledige beeld. In dit resultaat zijn dus ook de besluiten van de raad meegenomen om toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves te doen.
Uit het structurele tekort in 2027, en het structurele exploitatiesaldo (zie het volgende aandachtspunt hieronder), blijkt dat de baten en lasten in onze begroting structureel niet in balans zijn. De oorzaak hiervan ligt in het bekende ravijn van het gemeentefonds. In de meicirculaire van dit jaar hebben we voor het eerst een structurele bijdrage ontvangen als gedeeltelijke dekking voor het ravijn. Hiermee is het ravijn geslonken, maar niet verdwenen: het structurele tekort bedraagt nu dus € 40 miljoen. De afgelopen jaren hebben we in de circulaires van het gemeentefonds vaak incidenteel geld ontvangen. Deels was dat bedoeld als demping van het ravijn, deels voor specifieke onderwerpen zoals energiearmoede en de opvang van Oekraïners. Deze ontwikkeling is terug te zien in het verloop van het saldo van baten en lasten en het structurele tekort. Per jaar bezien staan in de periode 2025 – 2027 tegenover de lasten voldoende baten. Echter: veel van de baten zijn incidenteel, waardoor het structurele beeld toch een tekort laat zien. Vraagpunten rekenkamer: Wij raden de gemeenteraad aan om het college te vragen om een nadere toelichting op beide kengetallen en de onderlinge verschillen, mede ook in relatie tot het eerdergenoemde verwachte structurele tekort van € 40 miljoen in 2027.
Wij raden de gemeenteraad aan om het college te vragen om een nadere duiding van het als 'grillig' gekenschetste kengetal voor structurele exploitatieruimte en wat dit betekent voor de voorspellende waarde van dit kengetal voor de lange termijn.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 27 juni 2023 Pagina 5 van 8
Het structureel exploitatiesaldo is een andere benaming voor de structurele exploitatieruimte en betreft daarmee hetzelfde kengetal. De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten. Het kengetal wordt gebruikt als maatstaf voor het reële en structurele evenwicht van de begroting van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten in de begroting. Helaas klopt de reeks structurele exploitatieruimte, zoals opgenomen in de tabel kengetallen op pagina 339 van de Begroting 2024, niet. De juiste cijfers zijn wel opgenomen bij de indicator voor programma A4 op pagina 233 (zie de reeks hieronder). Ook staat de volledige reeks in de tabel structurele exploitatiesaldo op pagina 480. De foutieve reeks zal na de bespreking in de raad middels een erratum wordt gecorrigeerd.
Er is geen norm voor de structurele exploitatieruimte, maar een negatief percentage geeft aan dat de begroting niet structureel sluit. De oorzaak van het negatieve percentage voor 2027 is het zogenoemde ‘ravijn’ van € 40 miljoen. Dit probleem is bekend bij de provincie Noord-Holland en speelt bij meer gemeenten. De provincie heeft daarover aangegeven dat het structureel sluiten van de begroting in het begrotingsjaar zelf (2024) de prioriteit krijgt in de beoordeling. 3. Harmonisatie indexering lokale heffingen Vraagpunt rekenkamer: Wij raden de gemeenteraad aan om het college te vragen om een nadere toelichting op de raming van het financieel effect van de 'Harmonisatie indexering lokale heffingen' en, in het bijzonder, de aannames die daarbij zijn gehanteerd voor veranderingen in de hoogte van afzonderlijke lokale heffingen. In de hoofdlijnen zijn de beweegredenen van de harmonisatie van de indexering van de lokale heffingen toegelicht. In het financieel beeld op bladzijde 16 is het effect daarvan verwerkt. In hoofdstuk 4A.1 op pagina 319 wordt een meer gedetailleerde financiële toelichting gegeven op de hogere baten als gevolg van de indexatie.
Het harmoniseren van de indexatie van onze belastingen en tarieven betekent dat we de jaarlijkse aanpassing van de tarieven baseren op door het centraal planbureau gepubliceerde indexen voor het prijspeil van de materiële overheidsconsumptie, de loonvoet van de sector overheid en het prijspeil van de bruto overheidsinvesteringen. Dit resulteert in een indexatie met 5,2% in 2024 en 3,6% voor de jaren vanaf 2025. In volgende P&C-producten wordt deze indexatie voor de jaren na 2024 weer geactualiseerd. Het belangrijkste argument voor het gebruik van deze indices is dat die ook worden gebruikt door het Rijk bij de inflatie-aanpassingen van de uitkeringen uit het gemeentefonds. Zo zorgen we
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 27 juni 2023 Pagina 6 van 8
ervoor dat de ontwikkeling van de baten en lasten in onze begroting gelijke tred houden en voorkomen we dat onze bestedingskracht afneemt. Het financiële effect van de harmonisatiereeks bestaat voor het belangrijkste deel uit: 1. verhoging van de nominale index bij de inkomsten OZB van 2% naar de geharmoniseerde index voor belastingen van afgerond 5,2% in 2024 en 3,6% vanaf 2025; dit leidt tot extra inkomsten in 2024 van € 10,1 miljoen oplopend tot € 34 miljoen in 2027. 2. invoering van de nominale index van 5,2% in 2024 en 3,6% vanaf 2025 bij de inkomsten Parkeerbelasting/ Parkeervergunningen; dit leidt tot extra inkomsten in 2024 van € 2,7 miljoen oplopend tot € 9,1 miljoen in 2027. 3. invoering van de nominale index van 3,6% vanaf 2025 bij de inkomsten Parkeerbelasting/ Parkeren op straat; dit leidt tot extra inkomsten in 2025 van € 10,1 miljoen oplopend tot € 31,5 miljoen in 2027. 4. verhoging van de nominale index van 5,2% vanaf 2025 bij de inkomsten precario, dit leidt tot extra inkomsten in 2025 van € 0,2 miljoen oplopend tot € 0,8 miljoen in 2027. 5. invoering van de nominale index van 3,6% vanaf 2025 bij de inkomsten Vermakelijkhedenretributie; dit leidt tot extra inkomsten in 2025 van € 0,4 miljoen oplopend tot € 1,1 miljoen in 2027. 6.
invoering van de nominale index van 5,2% in 2024 en 3,6% vanaf 2025 bij de inkomsten binnenhavengelden; dit leidt tot extra inkomsten in 2024 van € 0,2 miljoen oplopend tot € 0,7 miljoen in 2027. De daadwerkelijke lokale heffingen, inclusief indexatie, die in rekening worden gebracht bij burger en ondernemer, worden opgesteld in verordeningen en apart aan de raad voorgelegd in de komende periode tot aan de vaststelling van de Begroting 2024. 4. Overprogrammering investeringen Vraagpunt rekenkamer: Wij raden de gemeenteraad aan het college te vragen om een toelichting op het verloop van de overprogrammering voor het domein maatschappelijke voorzieningen. De investeringsportfolio maatschappelijke voorzieningen bevat ongeveer 600 verschillende investeringen die zich in verschillende fases van het bouwproces bevinden. In de realisatiefase van een investering vinden de kasuitgaven plaats. De hogere geprogrammeerde uitgaven in 2024 en 2025 worden veroorzaakt door het aantal projecten dat naar verwachting in de realisatiefase terecht komt in deze jaren. Dit terwijl de investeringsruimte in die jaren lager is dan in 2026. Hierdoor ontstaat er in 2024 en 2025 een hogere verwachte overprogrammering. In 2027 neemt het aantal projecten in de realisatiefase naar verwachting weer af, maar is de investeringsruimte ook lager.
De daadwerkelijke kasuitgaven kunnen afwijken van de verwachting omdat deze worden beïnvloed door een groot aantal factoren, waaronder: het tempo van de gebiedsontwikkeling en de woningbouw;
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 27 juni 2023 Pagina 7 van 8
het participatieproces met de buurt en partners; het succesvol doorlopen van aanbestedingen; de prijsontwikkeling op de bouwmarkt; milieu- en welstandseisen.
Vraagpunt rekenkamer: Wij raden de gemeenteraad aan het college te vragen om een toelichting op de status van het investeringsportfolio en hoe deze zich verhoudt tot het in de Begroting 2024 beschreven uitgangspunt dat de raad uitsluitend de investeringsplafonds autoriseert. Het investeringsportfolio is een bijlage bij de begroting zodat de raad kennis kan nemen van de geprogrammeerde investeringen. De investeringsparagraaf laat de investeringsruimte zien die de raad autoriseert. De programmering van investeringsprojecten in het portfolio houdt rekening met een reële mate van overprogrammering. Het doel hiervan is te compenseren voor te verwachten vertraging. Het portfolio toont de uitgaven voor investeringsprojecten in 2024 en ook in de jaren erna. De raad autoriseert bij de begroting de investeringsruimte, en niet de individuele investeringen in het portfolio zelf. De raad stelt natuurlijk wel het beleid vast dat ten grondslag ligt aan de projecten die zijn opgenomen in het portfolio. Investeringen die groter zijn dan € 20 miljoen krijgt de raad afzonderlijk ter besluitvorming voorgelegd. 5.
Normhoogte algemene reserve Aandachtspunt rekenkamer: Wij raden de gemeenteraad aan om te letten op hoe het verschil tussen, enerzijds, de normhoogte voor de algemene reserve en, anderzijds, de schatting van de blootstelling aan resterende risico's zich ontwikkelt en bij voortdurende grote verschillen aan te dringen op evaluatie van beide methodes. De nieuwe norm is afgesproken in het coalitieakkoord. De buffer die we aanhouden groeit mee met de begroting. Zo vermijden we dat onvolkomenheden in onze risico-inventarisatie en kwantificering tot een te lage of te hoge algemene reserve leidt. Uiteraard brengen we de resterende risico’s nog steeds in beeld. 6. Actualisatie begrotingsjaar 2023 Aandachtspunt rekenkamer: Wij raden de gemeenteraad aan er op te letten dat besluitvorming over de Begroting 2024 niet alleen betekenis heeft voor het komende begrotingsjaar 2024, maar dat het onderdeel van de besluitvorming ook een actualisatie van het lopende begrotingsjaar 2023 betreft. Het klopt dat de nadruk in de Begroting 2024 ligt op de toekomst: 2024 en de jaren daarna. De rekenkamer wijst de raad er terecht op dat deze begroting ook wijzigingen voor het lopende
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 27 juni 2023 Pagina 8 van 8
begrotingsjaar 2023 bevat. Dit is vastgelegd in de financiële verordening, en hier is extra aandacht aan gegeven door dit te benoemen in de raadsvoordracht. Ik ga ervan uit u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Hester van Buren Wethouder Financiën en Coördinatie Inkoop
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl