CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijke reactie mediaberichten Top400.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 15 december 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bestuurlijke reactie mediaberichten Top400 (VN2022-040383)4.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 17 november 2022 Veiligheid en zorg Femke Halsema Actiecentrum Veiligheid en Zorg (secretariaatacvz@amsterdam.nl)

Onderwerp

Recente media-aandacht voor de Top400-aanpak

Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s):

Geachte leden van de gemeenteraad, Via verschillende kanalen is de afgelopen weken kritiek geuit op de Top400-aanpak van de regio Amsterdam-Amstelland. De aanpak zou jongeren op basis van lichte vergrijpen en zelfs zonder politie-antecedenten op de lijst zetten, stigmatiserend werken, ouders onvoldoende betrekken en te veel nadruk leggen op repressie. In een onderzoeksrapport1 roept een aantal organisaties2 zelfs op om te stoppen met de Top400-aanpak. In deze brief ga ik – vanuit mijn rol als voorzitter van de Stuurgroep Veiligheid en Zorg – in op de kritiek en zet ik uiteen waarom we als Top400-partners staan voor deze manier van werken.3 Maar eerst hecht ik eraan om waardering uit te spreken voor de moeders die hun ervaringen met de onderzoekers hebben gedeeld. Hun verhalen, die in de pas verschenen documentaire ‘Mothers’ van Nirit Peled heel invoelbaar worden verbeeld, laten niemand onberoerd. Het is duidelijk dat zij behalve grote zorgen om hun kinderen ook veel tegenstand hebben ervaren door instanties. Als overheid en aan de overheid gelieerde partijen voelen we de verantwoordelijkheid om ons handelen uit te leggen, transparant te zijn over onze afwegingen en kritisch te kijken naar het eigen optreden. Vooral waar het om jongeren gaat.

Net zo voelen wij de verantwoordelijkheid om alle expertise en bevoegdheden die er voorhanden zijn aan te wenden om te voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit. Omwille van het belang van die jongeren zelf en ook om onze wijken veiliger te maken. De aanpak in het kort De Top400 biedt integrale en persoonsgerichte regie aan jongeren van 12 tot en met 23 jaar die al meermaals door de politie zijn aangehouden als verdachte van een misdrijf, en bij wie bovendien meerdere zorgelijke signalen zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld verzuim van school, deel zijn van een geprioriteerde jeugdgroep en situaties van huiselijk geweld. Over deze jongeren bestaat de vrees dat zij zonder ingrijpen verder afglijden in de criminaliteit.

1

F. Jansen, Top400 - A top-down crime prevention strategy in Amsterdam, 10 november 2022 Public Interest Litigation Project (PILP), Mamamess, Controle Alt Delete, Bits of Freedom en Fair Trials 3 Over de meerjarige effecten van de Top600 en Top400 is uw raad in het najaar van 2021 geïnformeerd. Raadsinformatiebrief Meerjarige effecten Top600 en Top400, 18 november 2021 2

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 november 2022 Pagina 2 van 9

In de Top400 werken de gemeente Amsterdam en de Amstellandgemeenten4 samen met ca. veertig partners uit de werelden van veiligheid, zorg en sociaal domein.5 Dit doen zij in het ‘Actiecentrum Veiligheid en Zorg’, het AcVZ. Veertien van deze partners leveren ‘regisseurs’, die de inzet van alle bij een jongere betrokken partijen overzien, dit verbinden in één op maat gemaakt plan van aanpak en alle interventies op elkaar afstemmen. Ook ouders en bijvoorbeeld een betrokken sportdocent kunnen bijdragen aan het plan van aanpak. De Top400 heeft drie doelstellingen: 1) het terugdringen van recidive (vooral van high impact crime delicten, zoals straatroven, inbraken en overvallen) en daarmee het beschermen van de samenleving, 2) het verbeteren van het toekomstperspectief van de betreffende jongere en 3) het voorkomen van afglijden van minderjarige broertjes en zusjes in de criminaliteit. In de Top400 wordt ‘lik op stuk’ gecombineerd met interventies die de motivatie tot gedragsverandering en het perspectief vergroten. Objectieve criteria Er zijn vaste criteria op basis waarvan personen instromen in de Top400.

Ten eerste moet er sprake zijn van minimaal twee aanhoudingen voor een misdrijf.6 Minstens een van die aanhoudingen moet zijn geweest voor een high impact crime (hic) delict, zoals een overval, straatroof, inbraak in een woning, zware mishandeling, moord, doodslag of openlijke geweldpleging tegen personen. Daarnaast moeten er drie zorgsignalen zijn op meerdere leefgebieden, zoals aanhouding als verdachte tussen 12 en 14 jaar, schoolverzuim, het hebben van een justitiële maatregel, onderdeel zijn van een geprioriteerde jeugdgroep en het dealen van nepdope.7 Minimaal twee keer per jaar wordt de Top400-lijst geactualiseerd en stromen de nieuwe personen die op dat moment voldoen aan de objectieve criteria in de aanpak in. Vanwege de complexiteit van de problematiek die we in de Top400 tegenkomen blijven jongeren tenminste 2 jaar in regie. Als een Top400-persoon daarna niet meer voldoet aan de criteria en uitstroomt uit de aanpak zorgt de regisseur dat de begeleiding goed wordt overgedragen aan de ‘reguliere’ organisaties. Top400-personen zitten gemiddeld 2 jaar en 1 maand in de aanpak.

4

De Amstellandgemeenten zijn Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn. Samen met de gemeente Amsterdam beslaan zij de regio Amsterdam-Amstelland. 5 De kernpartners van het AcVZ zijn naast de gemeente Amsterdam (de directies Openbare Orde en Veiligheid (OOV), Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD), Werk, Participatie en Inkomen (WPI), de GGD en de stadsdelen) en de Amstellandgemeenten het Openbaar Ministerie, de politie, Reclassering Nederland, Reclassering Inforsa, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Regio Amsterdam, William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. Ook de Dienst Justitiële Inrichtingen, de woningcorporaties en de GGZ-aanbieders worden tot de kernpartners gerekend. Zij leveren geen regisseurs maar zijn wel vertegenwoordigd in de Stuurgroep Veiligheid en Zorg. 6 Hierin verschilt de Top400 van de Top600, waar niet alleen naar aanhoudingen maar vooral naar veroordelingen wordt gekeken. 7 De instroomcriteria van de Top400 zijn vastgelegd in de gegevensregeling Top400 die op de website van de gemeente te vinden is (www.amsterdam.nl/AcVZ).

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 november 2022 Pagina 3 van 9

Wetenschappelijke onderbouwing Integraal samenwerken tussen gemeente, veiligheids- en zorgpartners wordt door criminologen en sociale wetenschappers gezien als de beste manier om jonge mensen met complexe problemen duurzaam te helpen. Uit onderzoek blijkt dat ‘gerichte ontmoedigingsstrategieën’ effectief zijn, juist door een combinatie van interventies op het vlak van toezicht, sociale diensten, het bieden van kansen en actie vanuit de gemeenschap.8 De onderzoekers stellen dat een integrale persoonsgerichte aanpak werkt en het meest effectief is als deze gericht is op hoog-risico jeugd en/of de meest gewelddadige daders. Het Openbaar Ministerie concludeert na eigen onderzoek in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat voor verdachten met ‘multiproblematiek’ straf en zorg gecombineerd moeten worden, omdat alleen strafrechtelijk aanpakken niet effectief is.9 Ander wetenschappelijk onderzoek wijst op het belang van aandacht voor preventie en vroegsignalering.

Een onderzoek uit 2014 naar de voorgeschiedenis van Top600-personen toonde de relatie aan tussen de hoeveelheid en de ernst van de risicofactoren en het latere criminele gedrag en was een van de bronnen aan de basis van de Top400-aanpak.10 Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum (WODC) laat zien dat daders die op minderjarige leeftijd starten met een high impact crime-delict een vergrote kans hebben op een langdurige en ernstige criminele carrière.11 Door vroegsignalering en het aanpakken van risicofactoren die zich in de kindertijd opstapelen en die de kans op crimineel gedrag vergroten (zoals gezinsproblematiek, middelengebruik en agressief gedrag) kan een criminele carrière wellicht voorkomen worden, aldus de onderzoekers. In de aanpak is zoals gezegd aandacht voor de broertjes en zusjes van Top400-jongeren. Uit pedagogisch onderzoek is bekend dat een op maat gemaakte aanpak gericht op het verminderen van gedragsproblemen bij jonge kinderen bijzonder effectief is en maakt dat het risico dat deze groep op latere leeftijd in aanraking komt met justitie, mogelijk wordt verkleind.12 En ook bestuurskundig onderzoek onderschrijft de waarde van integraal samenwerken.

Zo blijkt uit onderzoek van BMC in opdracht van bureau Regioburgemeesters dat deze manier van werken in veel gemeenten wordt ingezet en vrijwel overal als succesvol wordt ervaren, hoewel men ook oog heeft voor knelpunten.13 En onderzoek van de Vrije Universiteit laat zien dat regievoeren door

8

A. Braga e.a., American Society of Criminology (2018) Focused Deterrence Strategies and Crime Control, An Updated Systematic Review and Meta-Analysis of the Empirical Evidence 9 https://www.om.nl/onderwerpen/straf-met-zorg/nieuws/2022/04/04/multiprobleemverdachtenverder-in-beeld 10 T. Fassaert e.a. (2014), In de nesten, analyse van de voorgeschiedenis van een groep jongvolwassenen gewelddadige veelplegers uit Amsterdam 11 T. Piersma e.a., WODC (2021) Criminele carrières van daders van high impact crimes 12 L. van Zonneveld, Universiteit Leiden (2019) Early intervention in children at high risk of future criminal behaviour 13 J. van Gaalen, BMC (2017), Persoonsgerichte Aanpak’, ‘Top X’: een exploratief onderzoek

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 november 2022 Pagina 4 van 9

regisseurs binnen het AcVZ aansluit op de wetenschappelijke inzichten over regievoeren op het snijvlak van veiligheid, zorg en sociaal domein.14 Reactie op de belangrijkste kritiekpunten “De aanpak criminaliseert pubergedrag” Het overgrote deel van de Top400-jongeren is stevig in beeld bij de politie en andere organisaties. Zo had in 2022 (tot nu) 88% van de jongeren op de lijst bij instroom al een door de rechter opgelegde strafrechtelijke maatregel (reclassering, een gedragsbeïnvloedende maatregel of een zogeheten PIJ-maatregel). Dit betekent dat iemand al veroordeeld is voor een strafbaar feit, of dat er dusdanige zorgen bestaan over de ontwikkeling van de jongere dat in het kader van de strafzaak al toezicht en begeleiding wordt opgestart. Daarnaast is 70% in het afgelopen jaar nog aangehouden als verdachte voor een high impact crime. We zien dat de delicten waarvan jongeren worden verdacht ten tijde van instroom de afgelopen jaren zwaarder zijn geworden. Denk aan aanhoudingen voor ernstige geweldsmisdrijven. En dat er bij een groeiend deel van de jongeren die instroomt in de Top400 zorgen zijn over wapenproblematiek.15 De Top400 is dus nadrukkelijk niet bedoeld voor de jongeren die alleen puberaal gedrag vertonen of overlast geven.

Het beeld dat in sommige mediaberichten werd neergezet dat je alleen ‘voor het stelen van een blikje cola’16 of voor ‘alle vormen van politiecontacten (zoals praatjes waarbij gevraagd wordt naar ID of staande houdingen)’’17 in de aanpak kunt komen is niet terecht. Ook dat ‘zelfs slachtoffers van huiselijk geweld en kinderen die op school minder goed functioneren’ op een gegeven moment op de lijst komen klopt niet18. Er is voor instroom altijd een combinatie van meerdere aanhoudingen (waarvan één voor een high impact crime delict) en meerdere zorgsignalen nodig.19 In alle situaties wordt het dossier vóór instroom nog gecheckt. Vervolgens hebben regisseurs ook na instroom nog de mogelijkheid om de instroom opnieuw te laten beoordelen als ze daartoe aanleiding zien. Personen in de aanpak of ouders van minderjarigen kunnen bij de regisseur terecht met vragen over de criteria. In de instroombrief wordt gewezen op de rechten die zij hebben, o.a. op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). “De gemeente gebruikt een stigmatiserend algoritme om jongeren in de aanpak te krijgen” Vanaf de start in november 2015 is binnen de Top400 gewerkt met toetsbare instroomcriteria.

In het onderzoek om te komen tot de juiste criteria is casuïstiek van jeugdprofessionals geanalyseerd en is gekeken naar wat er uit wetenschappelijk onderzoek bekend is over risicofactoren en beschermende factoren rond opgroeiende jongeren. Zo is bijvoorbeeld bekend dat het op jonge 14

S. Achbab e.a., Vrije Universiteit (2022), Regievoeren op het snijvlak van veiligheid, zorg en sociaal domein 15 Zie ook Monitor in beeld Top400, 2020 (gepubliceerd in 2021) 16 Het verhaal van Top 400-kinderen: ‘Hij stal alleen een colablikje’ (trouw.nl) 17 Top400-aanpak is discriminerend (controlealtdelete.nl) 18 N. Peled, De Groene Amsterdammer (2022), Waarom staat mijn zoon op die lijst? 19 Zie bijlage ‘Instroomcriteria Top400’

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 november 2022 Pagina 5 van 9

leeftijd in aanraking komen met de politie, het getuige of slachtoffer zijn van huiselijk geweld of kindermishandeling en het hebben van een gezinslid in de criminaliteit de kans op afglijden in de criminaliteit aanzienlijk vergroot.20 De Top400-criteria bestonden altijd uit een combinatie van factoren: tenminste twee aanhoudingen voor misdrijven (waarvan één voor een high impact crime delict) en daarnaast minstens drie zorgsignalen. Uitgangspunt was dus altijd dat de optelsom van zorgen maakte dat de kans op afglijden zonder ingrijpen aanzienlijk was. Vanzelfsprekend, maar toch goed om te benadrukken is dat etniciteit, achtergrond, nationaliteit of postcode geen onderdeel zijn van de instroomcriteria. In juli 2016 is eenmalig een proef gedaan om instroom te laten plaatsvinden op basis van het wetenschappelijk gevalideerd21 risicotaxatie instrument Prokid+, dat ontwikkeld is door de politie. Prokid+ was een algoritme dat, op basis van informatie uit de bronsystemen van de politie inschatte welke jongeren doorgroeien in de (zware) criminaliteit. Doel van de pilot met Prokid+ binnen de Top400 was om te onderzoeken of dit de criteria van de aanpak verder zou kunnen verbeteren. Wel is toen bepaald dat een jongere behalve door Prokid+ ook minimaal een keer als verdachte moest zijn aangehouden.

Personen die alleen getuige of slachtoffer van een delict waren, kwamen dus ook toen niet in de aanpak. Bovendien werd voor instroom bij alle personen handmatig gecontroleerd of instroom proportioneel zou zijn. Er zijn toen 125 jongeren en jongvolwassenen ingestroomd. Aan ouders en jongeren is destijds uitgelegd waarom ze instroomden, via de instroombrief en in ouderbijeenkomsten. Etniciteit of postcode was vanzelfsprekend ook bij Prokid+ geen wegingsfactor. Na deze proef is besloten om niet met Prokid+ verder te gaan, omdat de harde criteria beter uitlegbaar waren. Hoewel Prokid+ wetenschappelijk gevalideerd is bleek de complexe weging van verschillende risicofactoren vrij technisch en daarmee moeilijk navolgbaar voor betrokkenen. Dit signaal van de jongeren en hun ouders hebben we serieus genomen en daarom zijn we gestopt met het gebruik van Prokid+. Op dit moment zitten er geen personen meer op basis van Prokid+ in de Top400. “De criteria zijn onder politieke druk steeds verder verruimd” Dit is onjuist. De Top400 is bedoeld als aanpak gericht op jongeren die het grootste risico lopen om door te groeien in criminaliteit. De criteria zijn gebaseerd op wetenschappelijk en eigen onderzoek naar de kenmerken die deze jongeren in beeld kunnen brengen. Daarbij wordt altijd de afweging gemaakt tussen proportionaliteit en effectiviteit.

De vraag wordt altijd gesteld of de combinatie van straf en zorg past bij de ernst van het gedrag van de betreffende persoon. De criteria zijn bepalend of iemand instroomt of niet. Het halen van een bepaald aantal is niet het doel. De Top400 is nooit volledig gevuld geweest, wat wel het geval zou zijn geweest als de criteria simpelweg versoepeld waren. 20

R. Loeber (2008), Tomorrow’s criminals: The development of child delinquency and effective interventions 21 M. Delsing e.a., Universiteit Nijmegen (2016) De predictieve validiteit van het vroegsignaleringsinstrument Prokidplus

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 november 2022 Pagina 6 van 9

“Ouders worden onvoldoende geïnformeerd over en betrokken bij de aanpak” De oproep dat de gemeente moet luisteren naar de ervaringen, behoeften en stemmen van minderjarigen en ouders omarmen we. Bij de inrichting van de Top400 ging de aandacht vooral uit naar de opbouw, de juridische basis en de professionalisering van de aanpak. Dat is ook goed terug te vinden in de documenten uit het WOO-verzoek waar het onderzoek van Jansen cs. op gebaseerd is. Het persoonlijke maatwerk van de Top400 vindt echter vooral plaats in het contact tussen de regisseurs en de jongeren. Daar zijn, onder andere vanwege privacy overwegingen, veel minder documenten over. De laatste jaren zijn we ons ook steeds meer bewust geworden van de impact van de aanpak op het leven van de jongeren en hun ouders. Met de kennis van nu is het goed voorstelbaar dat jongeren en hun ouders dit, met name in die eerste jaren, hebben gemist. Een van de aandachtspunten is op dit moment dan ook het structureel beter betrekken van ouders en het goed uitleggen hoe de aanpak werkt. Op dit vlak zullen we de aanpak verder verbeteren. Hoewel we vanaf de start van de aanpak in 2015 ouderbijeenkomsten organiseren, gebeurt dat de laatste jaren beter doordacht. Op deze ouderbijeenkomsten geven we informatie over de aanpak en luisteren we naar de ervaringen van de ouders, om daarmee de aanpak verder te kunnen verbeteren.

Er is inmiddels samenwerking opgebouwd met een belangenorganisatie voor ouders.22 In een recent gesprek hebben ouders verbonden aan die organisatie, net als de moeders in de documentaire, verteld over wat er op je af komt als je zoon verdachte is van delicten. Ook schetsten zij hoe de aanpak hen heeft geholpen. Op advies van deze ouders is inmiddels een filmpje in ontwikkeling waarmee de aanpak beter wordt uitgelegd. Ook op hun advies worden ‘nieuwe’ ouders tegenwoordig meteen na instroom uitgenodigd voor een ouderbijeenkomst. Sinds 2018 is het vaste werkwijze om de instroombrief persoonlijk uit te reiken aan de jongere en zijn ouders (als de jongere minderjarig is). Dit doet de regisseur zelf, of deze zorgt dat een voor het gezin vertrouwde professional dit doet. Er wordt dan ook uitleg gegeven over de aanpak en de reden voor instroom. De uitleg in de instroombrief zullen we opnieuw tegen het licht houden. Er worden al uitstroomgesprekken gevoerd met de jongeren zelf (en in het geval van minderjarigen kan dat ook met de ouders erbij) over hun ervaringen. In augustus 2022 is gestart met een onderzoek naar de beleving van uitgestroomde personen in de aanpak Top600 en Top400. Wat heeft de aanpak hen gebracht en welke verbeterpunten zien zij? Hierover wordt de raad in 2023 geïnformeerd.

Het is evenwel onvermijdelijk dat er ook jongeren en ouders zijn die niet tevreden zijn met de aanpak. Vooral in de eerste periode na instroom. Dat komt soms door slechte ervaringen met instanties of gebrek aan kennis over de aanpak, bijvoorbeeld over de mate waarin we ouders kunnen betrekken in het geval van meerderjarige kinderen. In sommige gevallen hebben ouders helaas ook moeite om problemen te erkennen of hulp te aanvaarden.

22

Magazine Met zorg aangepakt, 10 jaar Top600, Wij willen betrokken zijn, p. 42

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 november 2022 Pagina 7 van 9

“Het combineren van straf en zorg is onwenselijk” Voordat er gewerkt werd met een integrale persoonsgerichte aanpak kwam informatie uit het veiligheids- en zorgdomein vaak niet bij elkaar. Ook omdat deze partners elk hun eigen opdracht hebben. Samenwerking is logisch, maar is in de praktijk helaas niet vanzelfsprekend. Het feit dat voor Top400-jongeren deze samenwerking op professionele wijze wordt vormgegeven, en dat partners aan één gezamenlijk plan van aanpak werken, komt jongeren juist ten goede. De jongeren waar het hier om gaat hebben immers hoe dan ook met verschillende instanties te maken. Denk aan jeugdbescherming, leerplicht en politie. Het integraal samenbrengen van al deze inzet is juist in het belang van de jongeren. Vanwege het preventieve karakter van de Top400 ligt de focus in de aanpak op het begeleiden van jongeren naar de juiste hulp of terug naar school. Jongeren worden ondersteund bij de aanpak van schulden of bij het vinden van een passende opleiding, stage of bijbaan. Het is ook van belang om jongeren in de Top400 toe te leiden naar de juiste zorg. De GGD kan haar kennis en expertise inzetten om de jongeren vanaf 16 jaar te screenen en toe te leiden naar zorg indien nodig. De ouders van de jongeren kunnen ook geholpen worden door de GGD als er zorgsignalen zijn. Er is echter geen sprake van ‘family screening’ zoals in het rapport wordt genoemd.

Alle casussen in de Top400 zijn maatwerk, en de betrokken partijen werken vanuit hun eigen bevoegdheden. Het is dus niet zo dat de nadruk in de aanpak ligt op repressie. De Top400-aanpak heeft als doelen recidivevermindering én perspectiefverbetering, en is gericht op ‘lik op stuk’ én op zorg, dus op repressie én preventie. De aanpak is persoonsgericht, waarbij altijd sprake is van een op maat gemaakt plan van aanpak dat getoetst wordt door een panel van experts afkomstig van de veertien kernpartners van de aanpak. Binnen de aanpak gebeurt de inzet van de betrokken partijen (gemeente, politie, OM, jeugdreclassering, zorgpartijen) op grond van de eigen regels en bevoegdheden. Iedere partner heeft zijn eigen opdracht en beroepsethiek, en werkt vanuit de eigen kaders. De toegang tot zorg kan daarbij dus nooit afhankelijk zijn van input vanuit bv strafrechtelijke partijen. Wat de Top400 wel toevoegt is betere afstemming tussen de verschillende partijen, zodat interventies elkaar versterken, in plaats van teniet doen Het kan wel zo zijn dat de nadruk binnen de aanpak tijdelijk op de veiligheidskant wordt gelegd. Bijvoorbeeld als een jongere niet mee wil werken en steeds opnieuw voor misdrijven wordt aangehouden door de politie. Dan kan lik op stuk (gericht op het ervaren van de consequenties van dit handelen) als onderdeel van het plan van aanpak nodig zijn als fase in de aanpak.

Bijvoorbeeld door versneld een proces-verbaal Leerplicht op te laten maken, de buurtrechter te betrekken of straatcoaches tijdelijk een extra oogje in het zeil te laten houden. Straatcoaches mogen hierbij overigens geen online onderzoek doen. Er wordt altijd gezocht naar de juiste balans en naar het moment waarop weer gewerkt kan worden aan het bouwen van vertrouwen en aan perspectiefverbetering (dus het bieden van kansen). Als de jongere laat zien het gedrag te willen veranderen ligt de nadruk meer op motivatie en zorg. Ontwikkeling van de Top400-aanpak In de afgelopen zeven jaar is de Top400 ontwikkeld tot een professioneel instrument dat eraan bijdraagt dat jongeren met complexe problematiek niet verder afglijden in criminaliteit. Het samenbrengen van de werelden van veiligheid en zorg is een belangrijke verworvenheid: waar

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 november 2022 Pagina 8 van 9

instanties voorheen langs elkaar heen werkten en een andere ‘taal’ spraken, werken zij nu goed samen aan hetzelfde doel. Dat wordt door de partners gezien als effectief en zeker ook in het belang van de jongeren zelf: van professionals in de uitvoering tot op bestuurlijk niveau in de voor de Top400-aanpak verantwoordelijke Stuurgroep Veiligheid en Zorg. Er is veel geleerd sinds de start in 2015. De aanpak (en afzonderlijke interventies daarbinnen) wordt doorlopend geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Het AcVZ beschikt over een onderzoeksteam, waarin expertise vanuit de verschillende partners is samengebracht. Ook zijn er nauwe banden met wetenschappelijke instellingen en onderzoekers en worden nieuwe inzichten betrokken in het werk. Er is een privacy team van de gemeente Amsterdam en een privacy expert groep van de partners gezamenlijk dat het AcVZ adviseert over vraagstukken rond gegevensdeling. De gegevensregeling van de Top400 wordt zorgvuldig actueel gehouden.23 Daarnaast is deze ter advies voorgelegd aan de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam. Regisseurs worden regelmatig getraind en hebben toegang tot privacy-juridisch advies van het privacy team. Over ontwikkelingen binnen de aanpak en trends die de doelgroep aangaan wordt jaarlijks aan de gemeenteraad gerapporteerd.24 Nieuwe trends en ontwikkelingen in de regio en doelgroep krijgen een plek in de aanpak.

Zo is er op dit moment bijzondere aandacht voor de thema’s wapenbezit, criminele uitbuiting van jongeren in de drugscriminaliteit en de online leefwereld onder Top400-jongeren. Nieuwe inzichten kunnen soms leiden tot het aanscherpen van de criteria of het aanpassen van bepaalde inzet. Een voorbeeld van een recente ontwikkeling is dat een deel van de Top400-regiecapaciteit sinds 2020 flexibel inzetbaar is ten behoeve van vroegsignalering, deskundigheidsbevordering en preventie. We zetten regie-expertise (in plaats van persoonsgericht) in op v(s)o-en mbo-scholen waar sprake is van veiligheidsproblematiek. Ook sluiten regisseurs aan bij de bespreking van overlastgevende groepen in de stadsdelen. Een regisseur brengt hier (forensische) expertise, kennis en een netwerk ter versterking van de inzet van de projectleider jeugd en veiligheid. Er is dus geen sprake van dat hierdoor extra jongeren in de aanpak komen. Onze regisseurs zijn hooggespecialiseerde professionals voor wie binnen het AcVZ een eigen opleidingsprogramma beschikbaar is. Het programma van deze ‘Vakontwikkeling’ is gericht op het versterken van kennis en vaardigheden die nodig zijn om regie te kunnen voeren in complexe casuïstiek.

Regisseurs leren onder andere over traumasensitief werken, culturele diversiteit, huiselijk geweld, werken met personen met een licht verstandelijke beperking en het herkennen van psychiatrische problematiek en verslaving. Daarbij nemen de regisseurs ook expertise mee vanuit hun moederorganisatie, zoals op het gebied van gezinsgericht werken. Tot slot Als gemeente, veiligheids- en zorgpartners zoeken we doorlopend naar de balans tussen niet onnodig ingrijpen en niet te lang wachten met ingrijpen als jongeren dreigen af te glijden in criminaliteit. In de berichtgeving van de laatste dagen werd gesteld dat die balans op dit moment zou doorslaan naar te vroeg ingrijpen. Die mening deel ik niet. Uw raad heeft mij meermaals 23 24

Deze is te vinden op www.amsterdam.nl/acvz Monitor in Beeld Top400, 2020 (gepubliceerd in 2021)

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 november 2022 Pagina 9 van 9

meegegeven dat preventie zo belangrijk is. Uit de wetenschap weten we dat een combinatie van factoren het risico verhoogt op crimineel gedrag later. Ook weten we dat integraal samenwerken tussen veiligheid en zorg de beste kans geeft op het voorkomen dat jongeren afglijden. De Top400 is een sterk instrument om in te kunnen grijpen als jongeren complexe problemen hebben op het gebied van veiligheid én zorg en kan het verschil maken tussen een uitzichtloze toekomst in de criminaliteit en een positieve toekomst. Als partners staan wij daarvoor. Het tegengaan van recidive en het verbeteren van het toekomstperspectief van de jongere zijn daarbij steeds ons doel. Dat we moeten werken op transparante wijze en met oog voor mensen onderschrijven wij ook. Wij werken eraan om onze aanpak op dat vlak verder te verbeteren.

Met vriendelijke groet, Namens de partners van de Top400 in de Stuurgroep Veiligheid en Zorg

Femke Halsema burgemeester

Bijlagen 1. Instroomcriteria Top400

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12130558/1