CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijke reactie IV Wehkamp - 15jan25.pdf

RAAD 11 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel Ruimte voor kinderopvang van de leden Wehkamp, Havelaar, Van der Kamp, Broersen, Kabamba en voormalig lid Bouali en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke initiatiefvoorstel (VN2025-016507)5.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “luchtkwaliteit”: 54

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 28 januari 2025 Onderwijs en Maatschappelijke Voorzieningen Marjolein Moorman Bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel “Ruimte voor kinderopvang” van de leden Wehkamp, Bouali, Havelaar, Van der Kamp, Broersen, Kabamba.

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 25 september hebben raadsleden Wehkamp, Bouali, Havelaar, Van der Kamp, Broersen en Kabamba een initiatiefvoorstel ingediend, getiteld ‘Ruimte voor kinderopvang’. Met dit voorstel wordt het college gevraagd om:

1. In kaart te brengen waar de tekorten van kinderopvang het grootst zijn; 2. Een periodieke leegstandscan uit te voeren bij OHV op bestaande scholen, en daarbij te kijken 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

naar de bruikbaarheid van die leegstand voor kinderopvang, en de resultaten mee te nemen in het komende integraal huisvestingsplan; Een kwaliteitstoets te starten om te onderzoeken of er vooraf voldoende rekening gehouden wordt met kinderopvang bij de ontwikkeling van gebieden; Om duidelijk te maken waar kinderopvanglocaties terecht kunnen voor het gemeentelijk ruimtelijke aanbod, in het bijzonder bij kinderopvanglocaties die in de nabije toekomst beschikbaar komen; Het deelgebruik bij sportclubs, scouting of andere geschikte locaties te bevorderen; Te onderzoeken of de hoofdfunctie van boerderij gemakkelijker naar kinderopvang kan worden gewijzigd; Een structureel gesprek te organiseren over ‘Goed Werkgeverschap in de Kinderopvang’; De campagne voor het werven van extra groepshulpen te verbreden; Combinatiebanen te bevorderen door samenwerking tussen kinderopvang en het basisonderwijs te verbeteren.

Het college waardeert het werk dat de indieners hebben verzet om dit voorstel te schrijven en uw betrokkenheid bij dit onderwerp. Het college is het met de indieners eens dat er voor een maatschappelijke belangrijke voorziening als de kinderopvang letterlijk en figuurlijk voldoende ruimte moet zijn. Het draagt in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van jonge kinderen in Amsterdam en aan de arbeidsparticipatie van hun ouders/verzorgers. Op meerdere van de voorgestelde punten is het college daarom al langere tijd actief. Hierbij zijn veel van uw initiatieven zeker ondersteunend.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 2 van 13

De vraag naar kinderopvang zal, na de herziening van het financiersstelsel, gaan stijgen. Het is dus belangrijk om daar als stad op te anticiperen en voldoende ruimte te creëren voor kinderopvang om aan deze vraag te kunnen voldoen. Het college reageert hieronder per punt op hoe we aan de slag kunnen met uw initiatiefvoorstel.

1. In kaart te brengen waar de tekorten van kinderopvang het grootst zijn Voorstel initiatiefnemer De gemeente heeft op dit moment geen inzicht in het aantal dagen dat mensen kinderopvang willen, maar niet kunnen krijgen. Een gebrek aan inzicht maakt het lastig om te weten waar precies meer ruimte voor kinderopvang moet komen. Dit is ook moeilijk te achterhalen. Landelijk onderzoek kijkt naar de wachttijden in de kinderopvang. Hier is gekeken naar de wachttijd van kinderen nadat ze geplaatst zijn. In de vier grote steden is de wachttijd gemiddeld een stuk langer dan in de rest van het land. 23,6% van de ouders uit de vier grote steden heeft een wachttijd langer dan 3 maanden. 3% van de ouders wacht 1 tot 2 jaar, 1% van de ouders wacht langer dan 2 jaar. Om zicht te krijgen op het aanbod in de kinderdagopvang - en de vraag of dit aanbod toereikend is – heeft de gemeente Amsterdam een vergelijking gemaakt tussen het aantal deelnemende kinderen in de kinderdagopvang, voorschool, en BSO per wijk en de beschikbare opvangplekken in deze wijken. In bijgaande (niet online-beschikbare) kaart is het verrassend dat Noord groen kleurt, terwijl een rondgang langs kinderopvang in Noord uitwijst dat vrijwel alle locaties vol zit-ten. Het is dus de vraag of de gemeente nu wel goed zicht heeft op waar kinderopvang moet ko-men. a.

Zorg voor een behoefteonderzoek naar Kinderopvang bij de invoering van gratis kinderopvang, bijvoorbeeld via een peiling bij O&S. Houd in dit onderzoek rekening met het aantal gewenste dagen dat kinderen in huiselijke kring worden opgevangen, bijvoorbeeld door oppassen uit de buurt, en inventariseer of zij niet ook eigenlijk gebruik willen maken van kinderopvang. Dit kan uitgevoerd worden vanuit het rijksonderzoeksbudget Kader voorschoolse educatie. Doel van dit onderzoek is om met deze data kan bij gebiedsontwikkeling gerichter gestuurd worden op ruimte voor voldoende kinderopvang. Ter voorbeeld: bij de ontwikkeling van het Marineterrein gaf Dagelijks Bestuurder Lotte Terwel (PvdA) van centrum aan dat er een tekort was, maar er was geen onderzoek gedaan naar de bewezen behoefte. Dit behoefte-onderzoek geeft dit inzicht, waardoor de capaciteit gemeentelijk gerichter kan worden ingezet waar dat het hardst nodig is en zorgt dit ervoor dat de gebiedsteams op de hoogte zijn van de noodzaak in hun gebied. b. Op basis van dit onderzoek kunnen er specifiek locatieonderzoeken uitgevoerd worden, in de gebieden met een groot kinderopvangtekort. Hoewel het vinden van locaties en huisvesting in principe een taak is van de aanbieder zelf, kan de gemeente ondersteunen door inzichtelijk te maken welke locaties geschikt zijn voor kinderopvang - in de wijken waar de nood het hoogst is.

Ook kunnen in de wijken met een hoog tekort de functie ‘kinderopvang’ vastgelegd worden in het omgevingsplan. Zo voorkom je dat er in die buurten extra kinderopvang verdwijnt.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 3 van 13

Advies college (a en b) Het is aannemelijk dat de vraag naar kinderopvang zal gaan stijgen naar aanleiding van de landelijke herziening van het financieringsstelsel kinderopvang. Het college is het met u eens dat we graag meer inzicht krijgen in de gevolgen van een stijgende vraag in Amsterdam. Het college stelt daarom voor in de eerste helft van 2025 een bijeenkomst met de kinderopvangbranche te organiseren over de mogelijke gevolgen van een stijgende vraag naar kinderopvang en wat dat betekent voor de huidige uitdagingen rond huisvesting en personeel. Hiermee krijgen we beter in kaart waar in de stad knelpunten ontstaan als de vraag naar kinderopvang de aankomende jaren groeit en waar dat dan precies in zit. De uitkomsten zullen we terugkoppelen aan uw raad. Op grond van het voorgaande verzoekt het college raadsleden Wehkamp, Bouali, Havelaar, Van der Kamp, Broersen en Kabamba het initiatiefvoorstel op dit punt te wijzigen. Toelichting Het college hanteert al enige jaren een monitor waarbij per wijk vraag en aanbod in de kinderopvang wordt vergeleken. We hebben daarmee vrij goed zicht op de capaciteit. Dat beeld wordt aangevuld met kennis over de gebieden en de kinderopvangaanbieders. De kaart geeft ons een indruk, ook van de capaciteitsontwikkeling in meerdere jaren. We weten daardoor dat er in circa 85% van de circa 110 wijken in Amsterdam voldoende (berekend) aanbod is.

Met name in delen van Noord, Oost en Centrum zijn er tekorten. Hoeveel de vraag precies zal toenemen door de stelselherziening en waar precies is zonder duidelijke randvoorwaarden van het Rijk op dit moment nog moeilijk te peilen bij ouders. Een behoefteonderzoek bij ouders is daarom op dit moment niet van toegevoegde waarde voor ons Amsterdamse beleid. Wat we wel kunnen onderzoeken is wat de gevolgen zouden zijn van een stijgende vraag bij de Amsterdamse kinderopvanghouders.

2. Een periodieke leegstandscan uit te voeren bij OHV op bestaande scholen, en daarbij te kijken naar de bruikbaarheid van die leegstand voor kinderopvang, en de resultaten mee te nemen in het komende integraal huisvestingsplan. Voorstel initiatiefnemer Kinderopvanglocaties kunnen gebruik maken van een schoolgebouw voor kinderopvang. Er zijn momenteel 542 kinderdagverblijven. Daarnaast zijn er 319 locaties BSO en 277 gastouders. De helft van deze locaties zijn gemeentelijke panden: basisscholen (circa 240) en panden van Gemeentelijk Vastgoed (circa 115). Het is gemeentelijk beleid om bij nieuwe schoolgebouwen in te zetten op integrale kindcentra (IKC’s), waar kinderopvang, zorg en onderwijs in hetzelfde gebouw zit. Kinderopvang is kwetsbaar als zij hetzelfde gebouw delen als een school. Bij het sluiten van een school kan het dus gebeuren dat de kinderopvang of voorschoolorganisaties die gebruik maken van hetzelfde gebouw ook moet sluiten. Dit leek bijvoorbeeld het geval te zijn bij de voorschool en buitenschoolse opvang Klein Amsterdam die gebruik maakte van het schoolgebouw van de basisschool met dezelfde naam toen deze school dreigde te sluiten.

De opvangorganisatie kreeg bericht dat wanneer een nieuw schoolbestuur de basisschool zou overnemen, het niet zeker zou zijn dat dezelfde organisatie er zou mogen blijven, omdat schoolbesturen afspraken hebben gemaakt met andere opvangorganisaties. Dit maakt de kinderopvangorganisaties kwetsbaar.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 4 van 13

Ook als scholen erg succesvol zijn kan dit ertoe leiden dat kinderopvanglocaties moeten sluiten omdat onderwijs voorrang krijgt. Ook voor kinderen die zorg krijgen in het schoolgebouw kan het betekenen dat hun zorg stopt. Een schooldirecteur in Amsterdam Noord vertelde mij dat door het gebrek aan ruimte voor kinderopvang ook het ideaal van een doorlopende ontwikkellijn voor kinderen stokt: niet alle kinderen die naar deze basisschool willen kunnen ook naar de kinderopvang. Dit initiatiefvoorstel vraagt de wethouder het volgende te onderzoeken en hierop terug te komen in het volgende integraal huisvestingsplan: a. Onderzoek welke opties de gemeente heeft om het gedeelte kinderopvang te bestemmen via kadastrale splitsing waarna de gemeente de ruimte verhuurt aan kinderopvanglocaties in IKC’s en oudere schoolgebouwen, en hiervoor ruimte te maken in de modelverordening voor kinderopvang. Dit zorgt voor een betere bescherming van de functie; b. Onderzoek of en hoe lege ruimtes in schoolgebouwen (tijdelijk) kunnen worden benut door kinderopvangorganisaties. Ruimtes en omgevingen moeten geschikt zijn of worden gemaakt voor kinderopvang, zodat kinderen ook een goede omgeving hebben. Begin bij scholen die veel leegstaande ruimte hebben in gebieden in de stad waar scholen steeds kleiner worden en de nood voor kinderopvang groot is, zoals in het centrum.

Match scholen die ruimte hebben voor kinderopvang met kinderopvanglocaties uit de buurt die ruimte zoeken en een samenwerking kunnen aangaan. Onderzoek ook of een standaard contract met daarin afspraken over de huurtermijn en gebruik van ruimtes gemaakt worden zodat kinderopvangorganisaties ook willen investeren in de ruimtes. c. Onderzoek welke schoolgebouwen nu nog geen ruimte voor opvang hebben en waar middels op- of aanbouw er specifieke ruimte voor opvang gerealiseerd kan worden. Daarbij voor een verbouwing vanuit het Integraal Huisvestingsplan. d. Onderzoek daarnaast of bij verhuur of verkoop van gemeentelijk vastgoed voorrang gegeven kan worden aan kinderopvanglocaties, in het bijzonder in die gebieden waar de nood hoog is. Ad a: advies college We delen de opvatting dat de kinderopvangfunctie beschermd moet worden waar mogelijk. En dat gebeurt gelukkig ook al. Gelet op het feit dat er al veel rekening wordt gehouden in schoolgebouwen met de aanwezigheid van kinderopvang en voorschool en gegeven dat niet de gemeente maar het schoolbestuur juridisch eigenaar is, beschouwt het college dit punt als ondersteuning om ons huidige beleid voort te zetten. Toelichting Voor de nieuwe IKC’s die worden gerealiseerd, zit het kinderdagverblijf niet in de vierkante meters voor onderwijs.

Er is in deze gebouwen een apart deel voor het kinderdagverblijf en een apart appartementsrecht in eigendom van gemeentelijk vastgoed. Hiermee wordt de functie al beschermd; de kinderopvang wordt er niet uitgedrukt als de school groeit. Ook als er alleen voorschoollokalen zijn, worden deze beschermd in de verordening onderwijshuisvesting. Ook deze lokalen vallen daarmee niet onder onderwijsmeters. Voor alle nieuwe scholen die worden gebouwd, is er dus ook zonder splitsing al bescherming van de kinderopvangfunctie.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 5 van 13

Splitsing kan overigens ook niet eenzijdig bepaald worden. Het schoolbestuur is juridisch eigenaar van het gebouw (niet de gemeente). De mogelijkheid om een gebouw te splitsen is afhankelijk van de locatie.. Dit vraagt een investering en – belangrijker - betekent tegelijkertijd definitieve onttrekking aan onderwijscapaciteit. Dit kan weer knellen met de opgave om scholen van gezonde omvang te realiseren. In die zin biedt de huidige bescherming meer flexibiliteit. Ad b: advies college Er zijn veel scholen in Amsterdam die te klein zijn. Dat heeft vergaande consequenties voor zowel de kwaliteit van onderwijs als het lerarentekort. De gemeente stuurt daarom samen met het BBO op het terugdringen van het aantal te kleine scholen. In algemene zin ‘leegstand benutten’ voor kinderopvang kan daarom niet zondermeer, maar het college kijkt graag naar maatwerk oplossingen, daar waar meer kinderopvang gewenst is, ruimte beschikbaar is en de uitvoering niet ingaat tegen de opgave om te kleine scholen te sluiten. Het college beschouwt dit punt daarom als ondersteuning om ons huidige beleid voort te zetten. Toelichting Scholen met veel overcapaciteit staan overwegend in gebieden waar het aantal kinderen, en dus ook het aantal leerlingen, terugloopt. De verwachting is dat in deze gebieden ook de vraag naar kinderopvang af zal nemen. Verder: 1.

De gemeente stuurt samen met het BBO actief op structurele leegstand. In afstemming met schoolbesturen wordt geprobeerd om tot concrete herschikkingsafspraken te komen als er sprake is van structurele leegstand in een gebied. Doel is om leegstand te beperken en tegelijkertijd te streven naar scholen met een gezonde omvang. Gebouwen die hierbij vrijgespeeld kunnen worden, worden afgestoten en intern besproken via de daarvoor bestemde procedure vrijkomend gemeentelijk vastgoed, zodat er andere maatschappelijke partijen gebruik van kunnen maken. Daar kan dus ook een match voor kinderopvang uitkomen. 2. Alleen kijken naar langdurige leegstand en deze invullen met kinderopvang, neemt de prikkel bij schoolbesturen weg om mee te werken aan het opheffen/samenvoegen van te kleine scholen. 3. Voor kinderopvang zijn vaak investeringen in het gebouw nodig en dat vraagt dat er voor een langere tijd zekerheid geboden kan worden over de locatie. Leegstand voor een korte termijn invullen is voor kinderopvang vaak niet aantrekkelijk. Een gebouw voor lange termijn beschikbaar stellen, botst met de gemeentelijke zorgplicht voor het huisvesten van scholen. In incidentele gevallen biedt de leegstand een gewenste tijdelijke oplossing (maatwerk).

Ad c: advies college Gelet op het feit dat bij zowel nieuwbouw als renovaties al gekeken wordt naar de mogelijkheden voor kinderopvang en voorschool, beschouwt het college dit punt als ondersteuning van de huidige werkwijze.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 6 van 13

Toelichting Op het moment dat een schoolgebouw in aanmerking komt voor vervangende nieuwbouw/ renovatie zoals opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan, wordt de mogelijkheid bekeken om er een IKC van de maken met kinderopvang buiten de onderwijs m2. Bij vervangende nieuwbouw (sloop-nieuwbouw) is dit makkelijker dan bij een renovatie (bestaande gebouw blijft gehandhaafd). Het voorstel ondersteunt daarmee de huidige werkwijze om bij verbouwingen voortkomend uit het IHP - waar ruimtelijk en bouwkundig mogelijk - specifieke ruimte voor opvang te realiseren. In het IHP is de ambitie opgenomen 4 a 5 basisscholen per jaar te vernieuwen. Binnen het investeringsplafond is geen extra investeringsruimte voor investeringen om kinderopvang toe te voegen aan bestaande gebouwen, waar geen sprake is van renovatie. Ad d: advies college Gelet op het feit dat er in de bestaande procedures rondom vrijkomend vastgoed binnen de gemeente de aandacht voor kinderopvang al is geborgd, adviseert het college de raad het voorstel op dit punt over te nemen. Het college wil daarnaast in een volgend IHP - verwacht in ca 2027/2028 - ook rapporteren over de stand van zaken met betrekking tot de IKC-vorming in de stad. Toelichting Er zijn veel maatschappelijke functies die een plek zoeken in de stad.

In de recent door de gemeenteraad vastgestelde ‘vastgoedvisie en algemeen belang besluit’ zijn kinderopvanglocaties opgenomen. Voor inzet van gemeentelijk vastgoed geldt de door de gemeenteraad vastgestelde procedure vrijkomend vastgoed. Kinderopvang is één van de functies waar een claim voor kan worden gedaan. Een bestuurlijke afweging vindt plaats in het college daar waar er meerdere claims zijn gedaan.

3. Een kwaliteitstoets te starten om te onderzoeken of er vooraf voldoende rekening gehouden wordt met kinderopvang bij de ontwikkeling van gebieden. Voorstel initiatiefnemer Door de enorme woningnood ligt bij gebiedsontwikkeling de nadruk op het bouwen van nieuwe woningen. Extra woningen leiden tot meer vraag naar voorzieningen. Het is belangrijk om in de planontwikkeling ruimte te reserveren voor deze voorzieningen, dat is vaak alleen mogelijk in een vroeg stadium van dit proces. Kinderopvanglocaties zijn nodig om leefbare en toekomstbestendige wijken te ontwikkelen. Daarom is het noodzakelijk om deze behoefte te verankeren in de beleidskaders, zoals Nota van Uitgangspunten, gebiedsvisies, stedenbouwkundige plannen en uiteindelijk het omgevingsplan. Neem kinderopvang ook mee in de update van de ontwikkelstrategie. Het fysieke en sociale domein spreken ieder hun eigen taal. Dit kan de samenwerking hinderen. Investeren in de samenwerking en het begrijpen van elkaars opgave en wereld kan helpen bij het laten landen van de huisvestingsopgaven voor kinderopvang in gebiedsplannen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 7 van 13

Advies college Kinderopvang is onderdeel van de referentienormen en bij nieuwbouw wordt deze opgave al meegenomen. Het college is van mening dat hiermee reeds is voldaan aan de aanbeveling van raadsleden Wehkamp, Bouali, Havelaar, Van der Kamp, Broersen en Kabamba. Toelichting De gemeente stuurt in elke gebiedsontwikkeling op ruimte voor kinderopvang doordat dit onderdeel is van de referentienormen maatschappelijke voorzieningen. In de normen wordt ruimtelijk rekening gehouden met voldoende meters kinderopvang in Integrale Kindcentra (IKC’s). Daarbij wordt rekening gehouden met de gehele omvang/populatie van de school en werken we aan het toevoegen van informatie uit de monitor kinderopvang bij het maken van afwegingen. Verder is het streven dat al deze meters kinderopvang binnen de Integrale Kindcentra (IKC) gerealiseerd worden. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan worden de “missende” meters op een andere locatie nabij de school ingevuld. Hiermee wordt theoretisch gezien bij elke gebiedsontwikkeling voldoende rekening gehouden met kinderopvang. De realiteit is ook dat bij verdichting van een bestaande specifieke buurt, waar ook al bestaande aanbieders zitten, de theorie en praktijk complexer zijn. Er is geen inzicht in de exacte kinderopvangbehoefte in een gebied en/of in de beschikbare ruimte binnen de bestaande capaciteit.

Dit komt doordat wachtlijsten vervuild zijn door dubbele inschrijvingen en er voorkeursdagen zijn, zodat er wel capaciteit lijkt te zijn (woensdag / vrijdag) die vervolgens niet ingevuld worden. Tevens is er geen beleid dat stelt binnen hoeveel reistijd van een school / woning er kinderopvang aanwezig moet zijn. Dit maakt het ook onmogelijk om te stellen of in een specifieke buurt een absoluut tekort is of niet. Een benadering en globaal beeld is mogelijk, zoals toegelicht al onder 1. Kortom, de gemeente kan vanuit een theoretisch kader sturen bij nieuwbouw op extra m2 kinderopvang, maar heeft niet het inzicht noch de invloed 100% sluitend te garanderen of dit altijd voldoende is. In de gebiedsontwikkeling wordt per project een investeringsnota en stedenbouwkundig plan gemaakt. In deze plannen staat vermeld welke voorzieningen we in die gebieden realiseren en waar die moeten landen. Dit is dan ook de plek om scherp te zijn of we voldoende ruimte inplannen voor onder andere kinderopvang.

4.Om duidelijk te maken waar kinderopvanglocaties terecht kunnen voor het gemeentelijk ruimtelijke aanbod, in het bijzonder bij kinderopvanglocaties die in de nabije toekomst beschikbaar komen. Voorstel initiatiefnemer Bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden in stadsgebied Weesp is er onvoldoende rekening gehouden met plek voor kinderopvanglocaties. Hierdoor stonden in april 2023 tussen de 400 en 500 kinderen op de wachtlijst voor de buitenschoolse opvang. De tekorten zijn ook niet zomaar opgelost. Binnen acht jaar groeit het aantal kinderen op de wachtlijst van 595 naar 1806 kinderen. “Omdat 70% behoefte heeft aan een BSO betekent dit dat er alleen al in Weespersluis behoefte is aan 105 extra plekken per jaar. Tot 2030 zijn er zestien extra BSO-locaties van gemiddelde omvang nodig”, aldus Paul van den Berg van De Kleine Weespers, die voor zijn berekeningen gebruikmaakte van cijfers van Onderzoek en Statistiek voor zijn berekeningen.11

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 8 van 13

De gemeente heeft Loods Kinderopvang gevraagd zich in te spannen voor meer kinderopvang. Er is inmiddels een aanmeldprocedure ingericht voor inschrijvingen bij Stadsloods Amsterdam zodat partijen die ruimte zoeken in een database terecht komen en worden geïnformeerd als er iets beschikbaar komt. Dit heeft in Weesp geresulteerd in het doorspelen van een locatie voor opvang voor kinderen 0-4 jaar-opvang die vrijkwam nadat een organisatie het pand verliet. Om te zorgen dat kinderopvanglocaties beter weten welke locaties beschikbaar komen is een onderzoek naar een database voor kinderopvanglocaties die sluiten nuttig. Op basis hiervan kunnen deze locaties worden gematcht met kinderopvanglocaties die op zoek zijn naar extra ruimte. Op www.schoolwijzer.amsterdam.nl zijn alle locaties in kaart gebracht. Deze website zou ook gebruikt kunnen worden voor dit doel, maar ook Stadsloods zou een optie zijn. De gemeente weet acht weken voordat een kinderopvanglocatie stopt omdat dit moet worden doorgegeven aan de gemeente. De gemeente weet dus acht weken voor sluiting dat deze locatie weer beschikbaar komt. Dat geeft tijd om deze nieuw vrijgekomen locatie te delen, bijvoorbeeld via Loods Amsterdam of via www.schoolwijzer.amsterdam.nl. Advies college Het college adviseert de raad het voorstel op dit punt over te nemen en waar mogelijk de vindbaarheid van het aanbod te verbeteren.

Toelichting De Stadsloods is momenteel de meest aangewezen plek om vraag en aanbod in het gemeentelijk vastgoed - voor onder andere kinderopvang - samen te brengen. Organisaties die een ruimte zoeken, kunnen zich daar inschrijven. Ook Gemeentelijk Vastgoed (GV) staat in contact met Stadsloods. De Schoolwijzer is er vooral voor ouders en kinderen, om naar school- en kinderopvanglocaties te zoeken. Stadsloods is wat dat betreft meer de logische plek voor het zoeken naar beschikbare ruimte. Of de taken van Stadsloods uitgebreid kunnen worden op dit punt, zal nader onderzocht worden.

5. Het deelgebruik bij sportclubs, scouting of andere geschikte locaties te bevorderen. Voorstel initiatiefnemer Bevorder deelgebruik bij sportclubs, scouting of andere geschikte locaties. Het is efficiënt om de maatschappelijke locaties, die aan de eisen voor kinderopvanglocaties voldoen, te gebruiken met meerdere organisaties. Een locatie voor de scouting die overdag niet gebruikt wordt kan overdag gebruikt worden als kinderopvanglocatie. Bijvoorbeeld bij de atletiekverenging Atos is er een kinderopvang in de kantine. Onderzoek hoe kinderopvanglocaties beter gebruik kunnen maken van deellocaties. Waarbij er een rol is voor gebiedsmakelaars om hierover het gesprek aan te gaan met de eigenaren van de ruimtes en de ondernemers. Advies college Het college vindt het een goed idee om te kijken wat de mogelijkheden zijn om deelgebruik te stimuleren. Het college stelt voor om – als onderdeel daarvan - de eerder ingezette en succesvolle regeling nogmaals in te zetten.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 9 van 13

Toelichting Het is inderdaad efficiënt om de maatschappelijke locaties die aan de eisen voor kinderopvanglocaties voldoen te gebruiken met meerdere organisaties. Maatschappelijke functies combineren past in bestaand beleid, en wordt ook expliciet voorgesteld in "Ruimte voor sport en bewegen” (2018) en “Visie Amsterdamse Sportparken gastvrij en verbonden” (2024). Desondanks, deellocaties op een stedelijke schaal uitvoeren is niet gemakkelijk. Dit komt omdat niet iedere functie op iedere plek kan. Specifiek kinderopvangen moeten volgens het omgevingsplan voldoen aan bepaalde locaties (niet bij een drukke weg, met een buitenruimte voor spelen met voldoende zonnelicht en schaduw), en aan de norm voor geluid- en luchtkwaliteit. Er zijn zeker locaties waar dit alsnog wel kan, maar dat vraagt om onderzoek per locatie en een wijziging van het omgevingsplan per locatie. Daar waar mogelijkheden zijn spant de gemeente zich in om deze optimaal te benutten. De gemeente stimuleert in het beleid al medegebruik. In 2011 heeft B&W besloten tot de eenmalige Impuls Sportbso’s (sport buitenschoolse opvang), gericht op een duurzame samenwerking tussen sportverengingen en kinderopvangorganisaties. Sportvereniging en kinderopvangorganisatie konden daarbij gezamenlijk een aanvraag indienen.

Waar het een dergelijke nauwe samenwerking betreft, moeten partners elkaar uitkiezen, de gemeente heeft daar geen rol in. Deze samenwerking tussen sportclubs en kinderopvang heeft veel voordelen: de sportvereniging heeft een huurder, de kinderopvang vindt accommodatie met goede buitenruimte en kinderen gaan meer buitenspelen en sporten. De regeling resulteerde in zo’n 10 sportbso’s in de stad, waarvan een aantal nog steeds bestaat.

6. Te onderzoeken of de hoofdfunctie van boerderij gemakkelijker naar kinderopvang kan worden gewijzigd. Voorstel initiatiefnemer Onderzoek of het makkelijker kan worden gemaakt om de hoofdfunctie van boerderij naar kinderopvang te wijzigen. Boerderijen in landelijk Noord bieden ook kinderopvang aan. Het proces van het wijzigen van de bestemming is complex en kan soms tot wel 3 jaar duren. Daarnaast is het aantal kinderen dat kan worden opgevangen gemaximeerd, omdat de hoofdfunctie niet veranderd kan worden van boerderij naar kinderopvang. In Weesp en Amsterdam Noord staan veel boerderijen, en is het kinderopvang tekort nijpend. De oproep is: maak maatwerk mogelijk waar de wettelijke ruimte is: in een gebied met grote tekorten aan kinderopvang kunnen dit soort plekken een oplossing bieden. Kijk of er voorbeelden zijn waarin een andere bestemming tot beter aanbod zal leiden in bepaalde buurten en onderzoek daarom of het makkelijker kan worden gemaakt om de hoofdfunctie van boerderij naar kinderopvang te wijzigen. Advies college Het college adviseert de raad het voorstel over te nemen en de huidige maatwerkmogelijkheden te blijven benutten. Toelichting Het is een goed idee om waar mogelijk beschikbare en geschikte ruimte zoveel mogelijk te benutten. Voor landelijk Noord is destijds een visie gemaakt om aan te geven welk type medegebruik wenselijk is bij agrarische bedrijven.

Kinderopvang is daarbij aangemerkt als

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 10 van 13

een passende nevenfunctie van agrarische bedrijven, onder bepaalde voorwaarden waardoor de landschappelijke doelstellingen geborgd blijven. Maatwerk is daarmee al goed mogelijk. In het landelijk gebied zijn de eisen strikt. Voor andere agrarische gebieden in Amsterdam geldt een dergelijke regeling waarschijnlijk niet en krijg je met een functiewijzigingsprocedure te maken. Pas als een agrarisch bedrijf voornemens is te stoppen, komt de vraag aan de orde of de functie omgezet kan worden.

7. Een structureel gesprek te organiseren over ‘Goed Werkgeverschap in de Kinderopvang’. voorstel initiatiefnemer De kinderopvang kent een opmerkelijke mismatch: er zijn grote personeelstekorten, en tegelijkertijd hebben de medewerkers in de kinderopvang vaak kleine contracten. De gemiddelde contractgrootte in de kinderopvang is ~26 uur per week. Dit terwijl 21% van de medewerkers in de kinderopvang aangeeft meer uren te willen werken. Grotere contracten hebben voordelen voor alle betrokkenen: ouders en kinderen ontvangen een betere kwaliteit van kinderopvang met minder overdrachtsmomenten, medewerkers krijgen meer financiële zelfstandigheid en kinderopvangorganisaties kunnen een deel hun vacatures met eigen medewerkers invullen. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting ‘Het Potentieel Pakken’. Op basis van de onderzoeksresultaten hebben zij in de praktijk een aanpak voor werkgevers ontwikkeld én ge-test om met grotere contracten aan de slag te gaan. Deze aanpak was effectief. 25% van de betrokken medewerkers in de proeftuin heeft over een periode van 6 maanden zijn/haar contract met gemiddeld 5,4 uur uitgebreid. De belangrijkste reden voor deze resultaten: het creëren van flexibiliteit bijvoorbeeld rondom werkuren. Zorg daarom dat dit gesprek over ‘Goed Werkgeverschap in de Kinderopvang’ structureel gevoerd wordt.

Hierin kan worden gesproken met werknemers uit organisaties in de kinderopvang (voorschool, bso, gastouderopvang en kinderopvang) om hun behoeften, vraagstukken en wensen te inventariseren. Betrek daarbij de stagiairs en vele zzp’ers die misschien wel interesse hebben in loondienst. In juni 2023 is bij de ‘houdersbijeenkomst’ voor kinderopvanghouders hier een presentatie over gegeven, dit kan bijvoorbeeld herhaald worden. Het is belangrijk dat dit traject inzet op bewustwording van medewerkers, en niet tot het overhalen van medewerkers: ‘nee’ is ook een antwoord. Dit traject kan ook kinderopvangorganisaties helpen het gesprek aan te gaan met de werknemer over het wegnemen van bestaande belemmeringen, bijvoorbeeld een half uurtje later te kunnen beginnen. Betrek hierbij ook de schoolbesturen die een integraal aanbod van kinderopvang en primair onderwijs aan willen bieden. Ook in die samenwerking liggen veel mogelijkheden voor aantrekkelijkere contracten. Advies college Het college adviseert de raad het voorstel op dit punt over te nemen. Toelichting De gemeente staat in goed contact met de kinderopvangbranche, zowel met de brancheverenigingen als met de kinderopvangorganisaties. Alhoewel de verantwoordelijkheid voor goed werkgeverschap bij de kinderopvang zelf ligt, is het mogelijk dit onderwerp tijdens een van de bijeenkomsten (nogmaals) als thema op te pakken.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 11 van 13

Overigens zijn er veel goede werkgevers in de kinderopvang in Amsterdam, waarbij het beeld bestaat dat er veel wordt gedaan om goede contracten te bieden, juist omdat de werkgevers al het personeel hard nodig hebben en zelf ook zoeken naar mogelijkheden. Het college stelt daarom voor om dit punt ook aan de branche zelf voor te leggen (in hoeverre kan de gemeente inderdaad nog bijdragen aan extra bewustwording).

8. De campagne voor het werven van extra groepshulpen te verbreden. Voorstel initiatiefnemer De functie van groepshulp kan een belangrijke rol vervullen als instapfunctie in de kinderopvang. Groepshulpen zorgen voor de ondersteuning bij de opvang, zoals bij het klaarmaken van eten. De minister van SZW heeft een uitvraag gedaan naar de inzet van groepshulpen, waaruit bleek dat de inzet van groepshulpen zorgt voor een verminderde werkdruk. Een deel van deze groepshulpen kan mogelijk ook doorgroeien als pedagogisch professional. De minister heeft ook gekeken naar de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, en de ervaringen hiermee zijn over het algemeen positief. De minister roept kinderopvangorganisaties, gemeenten, het UWV en arbeidsmarktregio’s op zich in te spannen om meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te helpen aan een baan in de kinderopvang als groepshulp. De minister geeft aan dat de groep statushouders hier veel potentieel voor heeft, en ook voor de statushouders zelf kan dit als het niveau aansluit een goede instap op de arbeidsmarkt zijn. Op dit moment loopt er een pilot in Zuidoost. Kijk naar de lessen uit deze pilot, en neem deze mee voor een campagne voor groepshulpen in bijvoorbeeld Amsterdam Noord of Nieuw-West. Zorg dat netwerkorganisaties van de gemeente zich ook richten op kinderopvang, bijvoorbeeld via de Sociale Werkkoepel.

Ook recent-gepensioneerden zijn hierbij een interessante doelgroep, met vaak al twee generaties pedagogische ervaring. Informeer in deze campagne de Amsterdamse kinderopvangorganisaties over de subsidieregeling Ontwikkelpad, die helpt huidige en toekomstige groepshulpen in kinderopvang zich te ontwikkelen. Advies college Het college adviseert in te stemmen met het voorstel. Gelet op de huidige en toekomstige inspanningen die de gemeente op dit terrein al verricht en gepland heeft, zullen de aangedragen ideeën nog zo goed mogelijk daarin meegenomen worden. Toelichting In Zuidoost en Nieuw-West is de gemeente gestart met het Ontwikkelpad kinderopvang. In Zuidoost zijn in september na een wijkgerichte werving en selectie, 24 groepshulpen gestart in de kinderopvang. Ongeveer de helft met behoud van uitkering (externe leerstage), de andere helft met tegemoetkoming loonkosten vanuit de gemeente voor de duur van 2 jaar. Voor 15 groepshulpen is er een budget van ca €200.000 per jaar. Budget is beschikbaar vanuit de SPUK. In Nieuw-West start de gemeente in januari, met een soortgelijke omvang en tegemoetkoming. In Noord voert de gemeente op dit moment al gesprekken met de partijen. In Noord zijn er vooralsnog geen extra middelen beschikbaar.

In het eerste kwartaal van 2025 organiseert de gemeente een informatiebijeenkomst voor alle werkgevers in samenwerking met het Regionaal Werk Centrum, om ook groepshulpen stedelijk in te zetten. Stedelijk zijn er geen extra middelen beschikbaar, dus zal de werving

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 12 van 13

vooral binnen het WPI plaatsvinden, zodat mensen met behoud van uitkering kunnen starten. Vanuit het Rijk is er een subsidieregeling voor de inzet van groepshulpen. Deze is lang niet zo hoog als de tegemoetkoming van de gemeente, maar aanbieders kunnen dit zelf aanvragen. Voorwaarden voor de inzet van groepshulpen is altijd dat zij na 2 jaar worden overgenomen door de werkgever en dat er begeleiding op de werkvloer is. Een deel van de groepshulpen kan na het behalen van de module Ondersteuning in de kinderopvang, taaleis 2f en werkervaring, doorstromen naar de opleiding PW3 (BBL), voor de mensen die dat niet kunnen/willen moet perspectief binnen de kinderopvang als groepshulp geboden worden

9.Combinatiebanen te bevorderen door samenwerking tussen kinderopvang en het basisonderwijs te verbeteren. Voorstel initiatiefnemer Een van de beweegredenen om niet meer in de kinderopvang te werken, is het gebrek aan ontwikkeling. Kinderopvang Werkt! doet op verzoek van de vorige minister onderzoek naar zogenaamde combinatiebanen, waarin kinderopvangmedewerkers bijvoorbeeld ook sport of muziekleraar zijn. Deze resultaten worden binnenkort verwacht. Uit eerder onderzoek bleek dat 12,6% van de medewerkers die geen combinatiebaan heeft, daar wel voor open staat. Niet alleen de kinderopvang heeft een personeelstekort, het onderwijs heeft dat ook. Combinatiebanen kunnen personeel behouden voor deze twee sectoren omdat hun werk interessanter wordt. a. Onderzoek daarom samen met de schoolbesturen, de leraren en kinderopvangorganisaties in Amsterdam de mogelijkheden voor combinatiebanen, in het bijzonder op die plekken waar kinderopvang en de basisschool hetzelfde gebouw delen. Bespreek met de taskforce lerarentekort hoe combinatiebanen kunnen bijdragen aan het terugdringen van de tekorten in de kinderopvang en het onderwijs. b. Een betere samenwerking tussen kinderopvang en basisscholen helpt bij de bevordering van combinatiebanen, maar is ook goed voor de ontwikkeling van kinderen.

Er is op dit moment geen standaard overleg tussen de scholen en de kinderopvangbranche, terwijl uit gesprekken blijkt dat hier wel behoefte aan is. Start daarom een overlegstructuur zodat je elkaar beter weet te vinden en zo ook kan zorgen dat er meer didactische uitwisseling komt. c. Onderzoek of via de VLOA scholen kunnen worden aangemoedigd om een samenwerking met een kinderopvang te starten via een gemeenschappelijke pedagogische leerlijn zodat kinderopvang niet alleen opvang wordt, maar kinderen ook leren. Advies college Het college werkt op diverse fronten mee aan (de randvoorwaarden voor) een goede en vergaande samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. Het college is van mening dat daarmee reeds wordt voldaan aan deze aanbeveling. Toelichting De basis voor de combinatiebanen is de IKC-ontwikkeling, de intensieve samenwerking op locaties. In de afgelopen 4 jaren was er via de VLOA een gesubsidieerde projectleiding op de IKC -locaties. En ook daarvoor was er al ondersteuning. In die jaren is al het nodige uitzoekwerk gedaan om belemmeringen deels weg te nemen, ook voor combinatiebanen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 28 januari 2025 Pagina 13 van 13

De bevindingen uit deze periode zijn vastgelegd en kunnen mogelijk nog beter gedeeld worden met het veld. In de VLOA zijn ook middelen opgenomen voor een combinatiefunctie bij de voor- en vroegscholen (2 – 6 jaar oud). Daar ligt een belangrijke verbinding in de doorgaande leerlijn voor jonge kinderen en daarmee een belangrijke verbinding tussen kinderopvang en onderwijs. We zien inmiddels ook dat kinderopvang en onderwijs elkaar ook bestuurlijk in toenemende mate opzoeken en op bestuurlijk niveau willen integreren. Recent zijn Zonova en Swazoom in Zuidoost samengegaan, zij zijn daar voorloper in. Ook in stadsdeel West zijn vergelijkbare ontwikkelingen en zoeken besturen elkaar op. Het samenvoegen van de organisaties en werken vanuit één visie op de ontwikkeling van kinderen, maakt ook eerder het belang en de potentie zichtbaar van het delen van personeel.

Tot slot Het college is het over het algemeen zeer met de initiatiefnemers eens dat alle opties goed benut moeten worden. We bouwen graag samen met uw raad verder aan ruimte voor kinderopvang.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Marjolein Moorman wethouder Onderwijs

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16373255/1