CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijke reactie 26-1-2022.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 24 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Start kwartiermakers Slavernijmuseum (VN2022-037847)5.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door

Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 26 januari 2022 Diversiteit en Kunst & Cultuur Wethouder Rutger Groot Wassink en wethouder Touria Meliani Luc Holleman, Diversiteit, l.holleman@amsterdam.nl; Corynne Oude Avenhuis, Kunst & Cultuur, c.oude.avenhuis@amsterdam.nl; David Brandwagt, Projectmanagementbureau, d.brandwagt@amsterdam.nl Bestuurlijke reactie verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders en advies Nationale voorziening slavernijverleden van de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad

Geachte leden van de gemeenteraad, Hierbij informeren wij u over de nieuwe stappen die zijn gezet om te komen tot een nationaal slavernijmuseum in Amsterdam. Zoals u weet is de aanleiding hiervoor het initiatiefvoorstel Een stap naar verdere erkenning1 van uw raad voor een nationale museale voorziening over het transAtlantisch slavernijverleden. Wij zijn blij u te informeren over de belangrijke en onomkeerbare stap die wij, in nauwe samenwerking met het Rijk, met dit besluit zetten in de realisatie van het nationaal slavernijmuseum. Met deze opdracht om tot een definitief plan (een blauwdruk) te komen, het aanstellen van kwartiermakers, de uitvoering van een locatiestudie en de concrete uitspraken die gedaan zijn in het landelijke coalitieakkoord, is het slavernijmuseum een belangrijke stap dichterbij. En dat is nodig, want de urgentie en meerwaarde zijn groot. In deze brief leest u de keuzes die het college heeft gemaakt in reactie op de verkenning en het advies van de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad. Ook presenteert het college welke acties nog volgen om de realisatie van het museum dichterbij te brengen. Duidelijk is dat het museum een substantiële investering zal vergen om te bouwen en te exploiteren. Hierover gaan we in gesprek met het Rijk. Dit besluit is tot stand gekomen in nauw overleg met het ministerie van OCW.

De belangrijkste besluiten betreffen: de inhoudelijke hoofdlijnen van het museum en het werven van de kwartiermakers. Daarnaast nemen wij u mee in de resultaten van de locatiestudie voor het toekomstige museum. Deze besluiten vormen de basis voor de volgende fase, waarin concreet uitgewerkt wordt hoe het museum eruit moet gaan zien; organisatorisch, inhoudelijk en fysiek. Deze uitwerking zal de onderlegger vormen van het definitieve besluit over zowel de bouw als de financiering van het museum door de gemeente Amsterdam en het Rijk. 1

Het initiatiefvoorstel, ingediend op 30 juni 2017 door de leden Blom, Duijndam en Mbarki en op 21 december 2017 unaniem aangenomen door de gemeenteraad. (2017-1573)

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 2 van 12

Omvangrijk proces Het traject naar de uiteindelijke realisatie van het museum vraagt aandacht en tijd. Het vereist een zorgvuldig proces, maar waarin we wel steeds zichtbare stappen vooruit zetten. Sinds het verlenen van de opdracht voor de verkenning aan de regiegroep2, onder andere gevormd door NiNsee, IZI Solutions en Museum zonder Muren, is veel werk verricht. Het verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders (d.d. 28 mei 2021) is opgeleverd, de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad hebben gezamenlijk over het nieuwe museum geadviseerd en er zijn verschillende consultaties georganiseerd met het veld. En in het landelijke coalitieakkoord is opgenomen dat het nieuwe kabinet een bijdrage levert aan het nationaal slavernijmuseum. Het is van groot belang dat het museum er echt komt. Maar hoewel velen het daarmee eens zijn, blijven er ook punten waar het schuurt. Het college hecht eraan zoveel mogelijk mensen te hebben gehoord. Tegelijkertijd komt daarmee het besef dat de verschillende opvattingen niet altijd verenigbaar zijn. De ontwikkeling van dit museum kan niet los gezien worden van het leed en de doorwerking daarvan op een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking. Een museum is daarvoor niet dé oplossing, maar zal wel een belangrijke bijdrage leveren aan kennis en inzicht van de gedeelde geschiedenis en de betekenis in de samenleving nu.

Verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders Het uitgebreide verkenningsrapport getiteld Met de kracht van de voorouders3 biedt inzicht in het verhaal dat in het museum verteld zal worden, geeft inzicht in de doorwerking in het heden en beschrijft het museale concept, de rol van kennis en onderzoek, de collectie, de beoogde doelgroepen en programmering4. Het moet volgens de regiegroep een museum worden met een programma dat een zo groot en divers mogelijk publiek aanspreekt. Een museum met een kleine kerncollectie maar waar kunst en educatie een grote rol spelen. Een plek voor uitvoeringen voor een breed publiek, maar ook een veilige plek voor reflectie en herdenking. Het moet op basis van de verkenning een netwerkmuseum worden; een museum dat zakelijk-organisatorisch, inhoudelijk en maatschappelijk samenwerkt met onder andere musea en grass roots-organisaties. Omdat het museum veel functies gaat herbergen is een nieuw gebouw wenselijk, aldus de regiegroep. Een gebouw dat open en toegankelijk is, zowel een werkplaats als een kenniscentrum, met ruimte voor educatie, tentoonstellingen en uitvoeringen. Onlosmakelijk hiermee verbonden is een groene buitenruimte, die plek biedt aan bezinning en culturele activiteiten. Het gebouw ligt bij voorkeur aan het water en is ook via het water bereikbaar. Idealiter zou het mogelijk moeten zijn om met een pontje bij het museum te komen.

Daar zou vast een deel van de verhaalervaring kunnen beginnen, aldus de verkenning. Om zichtbaarheid te geven aan het museum zou zo snel mogelijk moeten worden begonnen met een pop-up of een tijdelijke locatie.

2

De volledige regiegroep bestond uit: vertegenwoordigers van NiNsee, IZI Solutions, Museum zonder Muren, Freek Ossel (vz), Alex van Stipriaan en Martine Gosselink 3 Het verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders is op 28 mei per dagmail aan de gemeenteraad toegezonden en op 23 juni 2021 ter kennisgeving geagendeerd voor de commissie KDD en hier volledigheidshalve opnieuw kort samengevat 4 Zie verkenningsrapport en de samenvatting in bijlagen 1 en 2

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 3 van 12

Advies Amsterdamse Kunstraad en Raad voor Cultuur Op 29 juni 2021 hebben de gemeente Amsterdam en het Rijk de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad gevraagd een advies uit te brengen over de verkenning Met de kracht van de voorouders. U hebt dit advies op 17 november 2021 via de Dagmail ontvangen en heeft het advies gezamenlijk met de procesbrief over de voortgang5 besproken tijdens de raadscommissie KDD van 8 december 2021. De adviesraden hebben hiertoe een ad hoc commissie ingesteld onder voorzitterschap van dhr. Weerwind6. De raden zijn gevraagd om in het advies nadrukkelijke aandacht te hebben voor: de missie en visie, de programmering, beoogd publieksbereik, de uitvoerbaarheid van de plannen en de focus van het museum. Op 1 november 2021 werd het advies Nationale voorziening slavernijverleden7 overhandigd aan demissionair Minister van Engelshoven en het college (zie advies in bijlage 3). De belangrijkste punten uit het advies zijn:  De raden zien een duidelijke noodzaak voor het museum als belangrijke aanvulling op het Nederlandse museale landschap. “Er is momenteel geen enkel museum dat permanent, structureel en substantieel aandacht besteedt aan het Nederlandse koloniale slavernijverleden”. Het verkenningsrapport biedt een goede basis voor deze museale voorziening.

 De raden vinden met de regiegroep dat voor deze inhaalslag een nieuw, groot en iconisch gebouw nodig is.  De raden zijn van oordeel dat de verbreding naar het slavernijverleden in het IndischOceanisch gebied van begin af aan onderdeel uit moet maken van het concept. Niet vanuit een andere invalshoek, maar voor het volledige verhaal. In de ogen van de raden heeft juist een nationaal museum over het slavernijverleden de taak om structureel een compleet beeld te geven van de koloniale slavernij die onder Nederlands regime heeft plaatsgevonden.  Gezien de educatieve functie juichen de raden het toe dat sterk wordt ingezet op beleving, kennis en co-creatie. Een online-strategie die deze processen kan versterken, is volgens de raden nog niet voldoende uitgewerkt.  De raden kunnen zich voorstellen dat het museum extra inspanningen verricht om ook publieksgroepen aan te spreken die (nog) geen verbondenheid voelen met het onderwerp.  De in het plan voorgestelde route waarbij begonnen wordt met een pop-up museum, heeft het risico dat daar te veel tijd in gaat zitten, aldus de raden. Het advies is daarom te beginnen met het inrichten van het beoogde onderzoeks- en kenniscentrum mét presentatiefunctie en van daaruit te experimenteren met publieke activiteiten, kleinere tijdelijke presentaties, het opbouwen van netwerken met musea en onderzoeksinstellingen.

Consultatie met het veld en overige betrokkenen Om gevoel te krijgen met hoe door betrokkenen in Amsterdam en Nederland tegen het museum wordt aangekeken (mede naar aanleiding van de verkenning en het advies van de raden), is door het college een aantal bijeenkomsten georganiseerd. Op 24 november 2021 vond in Vereniging Ons Suriname een druk bezochte digitale bijeenkomst8 met culturele instellingen plaats. Tijdens deze bijeenkomst werd onder andere door culturele instellingen de meerwaarde van het toekomstige museum onderschreven, evenals de inzet een netwerkmuseum te zijn dat in 5

Verstuurd via de Dagmail op 25 oktober 2021 en hier volledigheidshalve samengevat

6

Naast Franc Weerwind zaten Marieke van Bommel, Nancy Jouwe, Imara Limon, Leroy Niemel, John Olivieira, Matthias van Rossum en Katja Weitering in de commissie 7 Zie ook: https://www.kunstraad.nl/adviezen/ 8 Meer dan duizend mensen hebben de bijeenkomst gevolgd via Youtube en Facebook

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 4 van 12

verbinding staat met andere plekken en instellingen. Door met een kleine kerncollectie te werken werd eveneens de kans gezien om nieuwe beelden te maken die het slavernijverleden zichtbaar maken. Op 18 december 2021 vond een fysieke bijeenkomst plaats in OSCAM met verschillende grass roots-organisaties, organisaties die al langere tijd betrokken zijn bij de discussie over het slavernijverleden. Hier werd stevig gediscussieerd over de al dan niet gewenste verbreding van de scope van het museum en de ruimte die geboden zou moeten worden voor verwerking en heling. De organisaties willen in het vervolg van het proces meer betrokken zijn bij de inhoudelijke invulling en koers van het museum. Afgesproken is op korte termijn een vervolg te geven aan de bijeenkomst. Daarnaast is op 8 december 2021 het advies van de Raad voor Cultuur en Amsterdamse Kunstraad in de raadscommissie KDD besproken met een afgevaardigde vanuit de raden. Tevens heeft een delegatie van de regiegroep vragen van de commissieleden beantwoord. Op 19 november 2021 heeft de regiegroep schriftelijk toelichting (bijlage 4) gegeven over de positie, in het narratief van het museum, van het Nederlands slavernijverleden in het gebied van de Indische Oceaan.

De opdracht die de regiegroep vanuit de gemeente Amsterdam had gekregen was om het Nederlands trans-Atlantisch slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het hier en nu centraal te stellen, in navolging van het initiatiefvoorstel van de gemeenteraad. Tegelijkertijd begint in Nederland langzaam het besef te groeien dat Nederland ook een slavernijverleden in het Indisch-Oceanisch gebied heeft. De regiegroep geeft aan zich daarvan bewust te zijn en heeft naar die geluiden geluisterd, evenals naar de roep van sommigen dat in het slavernijmuseum ook ruimte moet zijn voor hedendaagse vormen van slavernij. Op den duur is er volgens de regiegroep door middel van een groeimodel ruimte voor verbreding naar slavernij in het Indisch-Oceanisch gebied, ook om de uniciteit en uitzonderlijkheid van het trans-Atlantisch slavernijsysteem te kunnen uitleggen. In de eerste fase worden volgens de regiegroep al wel stappen gezet in de vorm van aandacht in het algemene verhaal, afspraken met andere netwerkmusea en de optie van een tijdelijke tentoonstelling. Naast gesprekken met een diversiteit aan betrokken organisaties is ook gestart met het leggen van de verbinding met de andere gemeenten en musea in Nederland.

Zo is door Amsterdam op 13 januari 2022 een netwerkbijeenkomst georganiseerd met diverse gemeenten die ook bezig zijn met het slavernijverleden, waaronder Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Middelburg, Groningen en Tilburg. Veel gemeenten zijn bezig met onderzoek naar de rol van het stadsbestuur bij het slavernijverleden en beraden zich hoe hieraan een vervolg te geven. Conclusie van deze bijeenkomst was dat er veel kansen zijn voor samenwerking tussen de gemeenten, en tussen het toekomstige nationale museum en de gemeenten. Ook een ambtelijke vertegenwoordiging van het ministerie van OCW was hierbij aanwezig. In februari staat een inhoudelijke bijeenkomst gepland voor musea, gezamenlijk georganiseerd met de Museumvereniging. Deze bijeenkomst staat in het teken van de musea informeren over het proces, de uitgangspunten van het museum en het aanspreken van- en verbinden met het landelijke netwerk van musea, en het belang van dit netwerk voor het museum. De bijeenkomsten hebben voor het college nogmaals het draagvlak en urgentie van de komst van het museum bevestigd. De deelnemers waren overwegend positief over de verkenning en de adviezen van de raden. Tegelijkertijd lopen de meningen op sommige punten uiteen. Met name als het gaat over de inhoudelijke scope van het museum. Zo stelden mensen tijdens de

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 5 van 12

bijeenkomst in Ons Suriname en OSCAM dat de geschiedenis van de trans-Atlantische slavernij een eigen museum rechtvaardigt. Zij vrezen dat door een bredere scope, door bijvoorbeeld ook de slavernij in het voormalig Nederlands-Indië als onderwerp te kiezen, de aandacht voor het eerste verwatert. Of dat dit afbreuk zal doen aan het realiseren van een museum met een sterk en eenduidig museaal concept. Anderen steunen het pleidooi van de raden om de verbreding vanaf het begin te kiezen, vanuit de gedachte dat de slavernijgeschiedenis één verhaal is met meerdere elementen die op elkaar inwerken. En er zijn enkele partijen die aangeven dat andere onderdelen van de slavernij beter in aparte (nieuwe en/of bestaande) musea in een netwerksamenwerking verteld zouden kunnen worden. Deze bijeenkomsten waren wat het college betreft niet het einde van de gesprekken. Dit blijven we doen, samen met de kwartiermakers, tot voorbij de opening van het museum. Het college gaat zo snel mogelijk terug naar de grass roots-organisaties om het vervolg van samenwerking te bespreken. Reactie college op de verkenning en het advies van de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad Het advies van de beide raden bevestigt dat de regiegroep met onder andere NiNsee, IZI Solutions en Museum zonder Muren, een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd.

De gewenste synergie is duidelijk tot uiting gekomen in dit solide en inhoudelijke plan voor het museum. Ook het inhoudelijke gezamenlijk advies van beide raden is van hoge kwaliteit. De inhoudelijke verkenning en het advies bieden daarmee een uitgelezen kans om vervolgstappen te zetten in de realisatie van een nationaal slavernijmuseum. Het college is de regiegroep, de Raad voor Cultuur en Amsterdamse Kunstraad daarom zeer erkentelijk. Hieronder gaat het college in op de belangrijkste onderdelen van de verkenning en het advies. Een nieuw gebouw Allereerst bevestigt en volgt het college de wens uit de verkenning, en positief beoordeeld door de raden, om het museum te vestigen in een nieuw gebouw. Het college heeft als ambitie een museum met een nationale uitstraling te realiseren in een nieuw gebouw. Een museum dat een belangrijke bijdrage levert aan de erkenning en herkenning van de slavernijgeschiedenis van Amsterdam en van Nederland. Een plek waar mensen kunnen leren over de geschiedenis, maar ook over de doorwerking ervan in de samenleving van nu, en waar ruimte is dit verleden te verwerken. Een centrale rol voor kunst Kunst neemt in de plannen voor het museum een centrale rol in en daar is het college blij mee. Kunst kan een verscheidenheid aan doelgroepen bedienen, samenwerkingen genereren en is tegelijk een goed middel om te reflecteren op verleden en toekomst.

Bovenal is kunst naast een middel – bij uitstek – een manier om uiting te geven aan emoties, in staat te verwonderen en nieuwe perspectieven tot je te nemen. Educatie Educatie vormt wat het college betreft een essentieel onderdeel van het museum. Leren over het verleden brengt begrip voor de toekomst. Voor de jeugd, maar ook voor volwassenen. Hierbij juicht het college de ambitie van de verkenners toe dat zoveel mogelijk scholieren het museum een keer kunnen bezoeken. De beide raden roepen het toekomstige museum op om oude verhalen relevant

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 6 van 12

en eigentijds te maken. Het college sluit zich hierbij aan en geeft de kwartiermakers de opdracht om bij de plannen voor educatieve programma’s hiermee rekening te houden. Collectie Het college volgt de lijn van de regiegroep en de raden dat het goed is met een kleine kerncollectie te werken. Dat geeft flexibiliteit in het opstellen van tentoonstellingen, maakt tegelijkertijd dat er minder ruimte voor depot nodig is en stuurt aan op samenwerking met andere musea. Daarbij biedt dit de gelegenheid om meer tijd te besteden aan de verschillende vormen die de regiegroep voorstaat zoals theater en debat, maar ook andere beelden te vinden dan wij tot nu toe veel zien. Dit punt werd ook tijdens het gesprek in Ons Suriname met vertegenwoordigers uit de sector benadrukt. Onderzoeks- en kenniscentrum De Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad adviseren het onderzoeks- en kenniscentrum als eerste op te richten, inclusief presentatiefunctie. Het college onderschrijft het belang van een onderzoeks- en kenniscentrum. Niet alleen op het gebied van de wetenschap, maar ook als het gaat over bestaande collecties valt er nog veel te ontdekken. Zo liet de tentoonstelling Slavernij in het Rijksmuseum ons met andere ogen kijken naar objecten waaraan lang een andere functie werd toegeschreven.

Het college wil hier aan toevoegen dat aansprekende publieksprogrammering (denk aan reizende tentoonstellingen en voorstellingen) eveneens in belangrijke mate onderdeel moet uitmaken van de aanloop van het museum. Dit zal dan ook onderdeel uitmaken van de opdracht aan de kwartiermakers. Op deze manier staat het museum vanaf het begin op de kaart en wordt het brede publiek betrokken bij de ontwikkeling ervan. Het college merkt tot slot op dat dit niet de enige organisatie wordt met een kennisfunctie over de slavernijgeschiedenis. Van belang is duidelijk te maken hoe de kennisfunctie zich verhoudt tot andere instituten en musea. Het college hecht er aan dat de ontwikkeling van het kenniscentrum als onderdeel van het museum en in goede samenhang met andere relevante kennisorganisaties gebeurt. Daarom wordt aan de kwartiermakers de opdracht gegeven hiervoor een voorstel te doen. Publieksopbouw De raden vinden dat in de verkenning te weinig aandacht wordt besteed aan de manier waarop publieksopbouw voor het museum zal plaatsvinden. De raden menen dat hierbij het beste voor een gefaseerde opbouw kan worden gekozen, waarbij verschillende publieksgroepen aan de hand van speciale evenementen (een herdenking, een themajaar) bijzondere aandacht krijgen. Digitalisering kan aldus de raden een goed middel zijn om jongeren te betrekken en adviseert hierop een nadere uitwerking.

Het college onderschrijft dat het van belang is om een zo breed mogelijk publiek aan te trekken en vraagt hierop extra inspanning van de kwartiermakers om ook publieksgroepen aan te spreken die (nog) geen verbondenheid voelen met het onderwerp. Netwerkmuseum De raden bevelen het museum aan om landelijke netwerken op te bouwen en zodoende draagvlak te creëren. Dit kan vervolgens uitgebouwd worden door de juiste stakeholders bij de oprichting te betrekken en hierbij gebruik te maken van co-creatie. Het college onderschrijft dit belang; niet alleen moet het museum in contact staan met andere musea, ook de inhoudelijke verbinding met andere plaatsen in Nederland waar het slavernijverleden sporen heeft achtergelaten (zoals Middelburg en Rotterdam) is essentieel. Hiertoe is reeds gestart met gesprekken met andere collega gemeenten door heel het land. Het college ziet bijvoorbeeld op deze verschillende locaties in Nederland een kans voor een tijdelijke programmering en dialoog.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 7 van 12

De scope van het museum Het college hecht eraan dat het trans-Atlantische slavernijverleden in het nieuwe museum het vertrekpunt en kernverhaal is, in lijn met de oorspronkelijke opdracht die het college heeft ontvangen van de gemeenteraad. Het college baseert zich daarbij onder meer op het feit dat zowel de verkenners als de adviesraden aangeven dat het trans-Atlantische slavernijverleden een prominente plek moet krijgen. Het college neemt hierbij ook het advies van de eerdere beoordelingscommissie9 onder leiding van Kathleen Ferrier ter harte. Zij lieten zich informeren door deskundigen wereldwijd, en adviseerden op basis hiervan gefocust te beginnen, met in de opzet en de doelstellingen, het laten van ruimte om verbreding aan te geven. De verkenning en het advies van de Raad voor Cultuur en Amsterdamse Kunstraad spreken allebei ook over het inhoudelijk bieden van aandacht voor het bredere slavernijverleden van Nederland en doorwerking hiervan in het heden. In de verkenning is gekozen voor het trans-Atlantische slavernijverleden als vertrekpunt om vanuit daar op termijn andere verhalen van slavernij te vertellen en de vertaling te maken naar de doorwerking in het heden. De beide adviesraden benadrukken dat zij het als een gemiste kans zien als de verbreding niet vanaf de start gezocht wordt.

Het bredere verhaal over de Nederlandse slavernij dient van meet af aan ook een logische plek te hebben in het museum, omdat zo het volledige verhaal van de koloniale slavernij en de impact daarvan zichtbaar wordt. Verbreding sluit bovendien aan bij de toegenomen maatschappelijke aandacht voor de Indisch-Oceanisch slavernij en de doorwerking hiervan. Deze verhalen zijn onderdeel van onze samenleving, ons gedeeld verleden en gezamenlijke toekomst. Het college geeft daarom de opdracht aan de kwartiermakers om de trans-Atlantische slavernijgeschiedenis als vertrekpunt en kernverhaal van het museum te handhaven, en tegelijkertijd te bezien hoe vanaf de start het brede verhaal van het Nederlandse slavernijverleden verteld kan worden. Het college hoopt met dit besluit zo goed mogelijk recht te doen aan de geschiedenis en aan de diverse gesprekken en opvattingen, maar realiseert zich tegelijkertijd dat niet iedereen tevreden zal zijn met de uitkomst. In de samenleving leven verschillende opvattingen over hoe de verdeling en samenhang tussen de verschillende verhalen een plek zouden moeten krijgen in het museum. De dialoog stopt echter niet met deze besluitvorming, de kwartiermakers krijgen de opdracht om hierover het gesprek aan te gaan en draagvlak te blijven organiseren.

Daarbij wordt nu een richting meegegeven, maar is binnen die richting nog ruimte voor verdere invulling, in samenwerking met alle betrokkenen en het veld. Kwartiermakers Met het verkenningsrapport, het advies van de raden en consultaties met betrokkenen is de inhoudelijke verkenning naar het slavernijmuseum afgerond, en is het nu aan de gemeente om in afstemming met het Rijk vervolgstappen te zetten. Met dit besluit zijn de inhoudelijke hoofdlijnen getrokken en is de studie naar mogelijke locaties uitgevoerd. In deze volgende fase wordt concreet uitgewerkt hoe het museum eruit moet gaan zien, organisatorisch, inhoudelijk en fysiek. Deze

9

De onafhankelijke beoordelingscommissie bestaande uit vertegenwoordigers uit de culturele wereld, de museale wereld, educatie, wetenschap, de jongere generatie, en/of met een netwerk in de grass roots, werd belast met de beoordeling van de plannen voor een verkenning aan de hand van een Programma van Eisen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 8 van 12

uitwerking zal de onderlegger vormen van een definitief besluit over zowel de bouw als de financiering van het museum door gemeente en Rijk. Het college kiest ervoor de volgende fase door externe kwartiermakers uit te laten voeren. Het is immers de ambitie dat het museum uitgroeit tot een zelfstandige organisatie. Daartoe acht het college het verstandig de planvorming en uitvoering buiten de muren van het stadhuis te beleggen. Tegelijkertijd blijft de gemeente regie voeren op dit proces en - als opdrachtgevernauw betrokken. Drie kwartiermakers De gemeente zal middels een transparant werving en selectieproces kwartiermakers en ondersteunend team aanstellen. De kwartiermakers krijgen de opdracht het ondernemingsplan voor het museum op te stellen waarin de inhoud, de organisatie, huisvesting en een bijbehorende kostenraming zijn uitgewerkt. Deze blauwdruk van het museum vormt mede de basis voor het definitieve besluit over de realisatie en de bouw van het museum. De kwartiermakers zetten daarnaast de eerste activiteiten en publieke programmering op, een proeve van de toekomstige programmering voor het nationale slavernijmuseum. Door deze zichtbare eerste resultaten wordt er ruimte gecreëerd voor experiment en lering hieruit. De kennis en ervaring die de gemeente zoekt voor het team dat de komende fase uitvoert, is divers.

Voor het museale ondernemingsplan is onder andere ervaring met het opstellen ervan en financiële/zakelijke kennis nodig. Deskundigheid van de geschiedenis van de slavernij, de doorwerking daarvan en kennis van het maatschappelijke debat wordt eveneens gezocht. Hoe dit vervolgens vertaald kan worden naar een artistiek-inhoudelijke presentatie in museale vorm (inclusief collectie) en het runnen van een museum vergt ook kennis en vaardigheden. Ten slotte is de fysieke huisvesting van het museum een vak apart en vraagt ervaring met bouwmanagement, het proces rondom aanbestedingen (binnen de gemeente) en selectie van architecten. Er zullen daarom drie kwartiermakers worden aangesteld10: een maatschappelijke, een museale en een fysieke kwartiermaker. Een maatschappelijke verbinder met een breed netwerk binnen de gemeenschappen van nazaten en kennis van de geschiedenis van de slavernij en de doorwerking ervan, naast een museale kwartiermaker met ervaring en een visie op het tot stand brengen van een museum en tentoonstellingen. Aangevuld met een fysieke kwartiermaker voor de realisatie van het gebouw. Indien nodig aangevuld met een zakelijke adviseur die de drie kwartiermakers en het team bijstaat bij het opstellen van het museale ondernemingsplan, als deze kennis en ervaring niet al bij de kwartiermakers aanwezig is.

De fysieke kwartiermaker wordt binnen de gemeentelijke organisatie geselecteerd, omdat specifiek kennis en expertise noodzakelijk is over project- en bouwmanagement, het inkoop- en aanbestedingsbeleid en ontwikkeling van kunst- en cultuur gebouwen binnen de gemeente Amsterdam. De werving en selectie van de kwartiermakers zal via een transparant proces verlopen en gaat zo snel mogelijk van start. Wij zullen u informeren wanneer de kwartiermakers zijn geworven. In 10 N.b. waar gesproken wordt over het aanstellen van kwartiermakers, betekent dit niet persé dat een arbeidsovereenkomst met

de medewerker wordt afgesloten, hier kan ook sprake zijn van externe inhuur, onder leiding en toezicht of externen die een (advies) opdracht uitvoeren, hierbij is geen sprake van onder leiding en toezicht van de gemeente

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 9 van 12

bijlage 5 treft u de profielen aan op basis waarvan kandidaten worden geworven. We verwachten dat het opstellen van dit ondernemingsplan een jaar in beslag zal nemen. Locatiestudie voor negen mogelijke locaties Het realiseren van een fysieke locatie is een cruciale stap voor de totstandkoming van een museum. Het college acht de keuze voor een locatie op dit moment nog niet wenselijk, maar heeft wel zoveel mogelijk voorwerk gedaan. Gelijktijdig aan de inhoudelijke verkenning is daarom een ambtelijke verkenning van mogelijke locaties gestart, op basis van een globaal programma van eisen en geschikte locaties en gebouwen. Uitgangspunten hierbij waren het museale concept en de voorwaarden voor de locatie, het gebouw en de buitenruimte zoals geformuleerd door de regiegroep:  In de verkenning is, op basis van de uitgangspunten van de regiegroep, gekozen voor het onderzoeken van opties voor nieuwbouw. Enerzijds om de multifunctionele plek zo goed mogelijk te kunnen realiseren, anderzijds roept nieuwbouw geen discussies op over het eventueel belaste verleden;  De fysieke omvang van het gebouw is een middelgroot tot groot museum.

Maximaal 9.000 m2 bruto vloeroppervlakte en circa 6.500 m2 publiek toegankelijk vloeroppervlakte (referentie omvang: Eye Filmmuseum);  Het moet een zelfstandige, zichtbare en bereikbare locatie worden in de hoofdstad van het land;  Het slavernijmuseum dient multifunctioneel te zijn: het grootste deel bestaat uit expositieruimte, maar daarnaast wordt ook gedacht aan werkplaats- en studioruimte, bezinningsruimte, ruimte voor voorstellingen, kantoorruimte voor een onderzoeks- en kenniscentrum, winkelruimte en horeca;  Een locatie nabij stromend water en in een groene omgeving heeft de voorkeur. Water en groen verwijzen naar de slavernijgeschiedenis;  Verder mag de locatie geen plek zijn die door mensen uit de Afrikaanse diaspora wordt ervaren als ‘besmet’ door de geschiedenis. De regiegroep pleit ervoor dat het museum bijdraagt aan het ontwikkelen van meer begrip van het Nederlands publiek, het stimuleren van de maatschappelijke dialoog, het vergaren en doorgeven van kennis en het centraal te stellen van de verwerking. De raden delen de opvatting dat voor deze inhaalslag een nieuw, groot en iconisch gebouw nodig is. Locatiestudie De gemeente Amsterdam heeft, in nauwe afstemming met de regiegroep, locatieonderzoek uitgevoerd. In een eerste afweging is gekeken naar geschiktheid, bereikbaarheid en aantrekkingskracht.

Vanwege het uitgangspunt van nieuwbouw zijn de bestaande gebouwen niet verder meegenomen. Hieruit volgde een shortlist van negen locaties die gezien worden als geschikt. De locaties van deze shortlist zijn nader onderzocht, en daarbij zijn de ruimtelijke en juridischplanologische kansen, mogelijkheden en belemmeringen in beeld gebracht. Belangrijk is nog hier te vermelden dat sommige zeer relevante criteria voor de uiteindelijke locatiekeuze buiten de scope van deze ruimtelijke verkenning vallen. De belangrijkste zijn locatiespecifieke kosten anders dan de impact op grondexploitaties en de meningen en ideeën van omwonenden.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 10 van 12

Het rapport Locatieonderzoek slavernijmuseum Amsterdam (zie bijlage 6) geeft een weerslag van de locatiestudie, die tot doel heeft te bepalen wat geschikte en kansrijke locaties in Amsterdam zijn voor een nationaal slavernijmuseum. Het college verbindt nu nog geen conclusies aan deze locatiestudie. Wel kunt u zien dat er locaties beter scoren aan de hand van de criteria dan andere. Het college hecht waarde aan een transparant en open proces voor het vaststellen van de definitieve locatie. De locatiestudie wordt daarom benut voor een uitvoerig participatietraject (zie hieronder) en vervolgens zal een definitief besluit door het nieuwe college aan de raad worden voorgelegd. Daarbij is ook ruimte om nieuwe suggesties voor andere geschikte locaties nog aan een studie te onderwerpen. Participatie rondom locatie Met een locatiekeuze wordt grond gegeven aan het nationaal slavernijmuseum. Zo’n keuze is van grote maatschappelijke, culturele en ruimtelijke betekenis. In het bijzonder voor degenen die zich al op uiteenlopende wijze hebben ingezet om een plek te geven aan het slavernijverleden van Nederland. De locatiekeuze raakt ook anderen in Amsterdam, Nederland en het koninkrijk: van omwonenden tot nazaten. Deze grote impact brengt het gemeenbestuur van Amsterdam ertoe om rondom de locatiekeuze een uitvoerig participatietraject te organiseren.

Met dit specifieke participatietraject worden verschillende doelen uit het gemeentelijke Beleidskader Participatie behartigd, namelijk:  Eigenaarschap creëren: reeds bestaande betrokkenheid benutten en betrokkenheid bij dit actuele onderwerp verder te vergroten;  Collectieve wijsheid organiseren: verdere besluitvorming verrijken met zo breed mogelijke kennis en ervaring;  Belangen in beeld: een podium bieden aan verschillende perspectieven die in de samenleving leven over het slavernijverleden;  Zeggenschap: bewoners invloed laten uitoefenen. Participatie voor het slavernijmuseum kan in hoofdlijnen gaan over de volgende onderwerpen: locatiekeuze van het nationaal slavernijmuseum, inpassing van het museum in zijn directe omgeving en de uitstraling van het museum. Het college hecht eraan de besluitvorming over de locatie transparant te laten plaatsvinden en daarbij maximale ruimte te bieden voor participatie en inspraak. Het participatieplan zal, mede om die reden, ter instemming aan de raad worden voorgelegd. De verdere participatie over het museale concept is de verantwoordelijkheid van de maatschappelijke en museale kwartiermakers en zal vanuit dat proces worden ingevuld, uiteraard in nauwe samenhang en samenwerking met het vormgeven van het participatietraject voor de fysieke locaties. Wij zullen u hierover zo spoedig mogelijke informeren.

Financiële consequenties Het college deelt de opvatting van de adviesraden dat het belangrijk is dat er snel financiële duidelijkheid komt, van zowel gemeente Amsterdam als van het Rijk. Het initiatief om te komen tot een nationaal slavernijmuseum is ondersteund door het ministerie van OCW. De voormalige minister van OCW, Ingrid van Engelshoven heeft voor de periode 2021-2024 € 1 miljoen per jaar voor de ontwikkeling van een nationale museale voorziening slavernijverleden beschikbaar gesteld.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 11 van 12

De nu beschikbare middelen zijn onvoldoende om de totale voorbereidingskosten van het museum inclusief de kosten van de kwartiermakers en tijdelijke programmering van te financieren. In het landelijke coalitieakkoord van het nieuwe kabinet staat opgenomen dat het Rijk bijdraagt aan het slavernijmuseum. In de komende periode zullen het Rijk en de gemeente hierover verder in gesprek gaan. De definitieve afspraken namens Amsterdam zullen hierover gemaakt worden door het nieuwe college en raad. Gedurende de verdere voorbereiding, maar uiterlijk voor de start van de uitvoering, moet de gemeente in afstemming met het Rijk een definitief besluit nemen over de realisatie van het slavernijmuseum. Bij dit besluit wordt definitief besloten over de hoogte van het uitvoeringskrediet en de wijze van dekking van de exploitatielast. Dit zal mede op basis zijn van het museale ondernemingsplan dat opgesteld wordt door de kwartiermakers. Tot slot Wij zijn als college trots op de voortgang die is bereikt. Het nationaal slavernijmuseum komt nu zienderogen dichterbij. Wat begon met een call -een openbare oproep- naar ideeën voor een museale voorziening, is nu een sterk museaal concept. Een concept dat breed wordt gedragen, dat wordt uitgewerkt tot een museaal ondernemingsplan. Er zijn diverse locaties in de stad onderzocht waar het museum gerealiseerd kan worden.

En ook door het Rijk is in het coalitieakkoord opgenomen dat het nieuwe kabinet bijdraagt. Wij danken nogmaals de regiegroep, alle betrokkenen en de beide raden voor hun onmisbare werk om tot dit resultaat te komen. Ook danken wij alle aanwezigen bij de bijeenkomsten die georganiseerd zijn. Alle input is van waarde geweest voor de afwegingen die vandaag voorliggen. Tot slot danken wij voormalig minister van Engelshoven voor de goede samenwerking en zien wij uit naar de samenwerking met de onlangs aangetreden staatssecretaris voor Cultuur en Media Gunay Uslu. Dit college heeft belangrijke stappen gezet om te komen tot dit museum. Daarmee leveren we een bijdrage aan het bekend en bespreekbaar maken van onze gedeelde geschiedenis, van ons allen, van de stad en het Koninkrijk der Nederlanden. Voor nu vertrouwen wij erop u voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

Touria Meliani Wethouder Kunst & Cultuur

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Rutger Groot Wassink Wethouder Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 januari 2022 Pagina 12 van 12

Bijlagen 1. Verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders (d.d. 28 mei 2021) 2. Samenvatting verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders (d.d. 28 mei 2021) 3. Advies Nationale Voorziening Slavernijverleden door de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad (d.d. 1 november 2021) 4. Verduidelijking door de regiegroep (d.d. 19 november 2021) 5. Profielen kwartiermakers 6. Locatieonderzoek slavernijmuseum Amsterdam (d.d. december 2021)

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12043800/1